CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-4.3 Besluit B&W inzake Woondeal Regio Foodvalley d.d. 7-2-23.pdf

Gemeenteraad 22 maart 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken26.852 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De regionale woondeals zijn de basis voor de regionale woningbouwprogrammering tot en met 2030. Het verstedelijkingsconcept is het integrerend kader voor de grote ruimtelijke opgaves in de regio, waaronder de woningbouwopgave. Het verstedelijkingsconcept beschrijft welke voorwaarden en uitgangspunten er zijn voor de ontwikkeling van nieuwe locaties om te wonen en te werken. Daarvoor zijn vier bouwstenen benoemd: leefomgeving, mobiliteit, economie en wonen. Hierin hebben we ontwerpprincipes vastgesteld, zoals het zoveel mogelijk vrijhouden van de laagste en natste delen van nieuwe bebouwing. Nieuwe woningen worden bij voorkeur binnen bestaand stedelijk gebied geprogrammeerd en nabij (H)OV-knopen. Daarmee worden bestaande steden, regio- en dorpskernen versterkt en wordt tegelijkertijd het landschap gekoesterd. Het doel is leefomgevingen te maken met een menging van functies (wonen/werken/voorzieningen) en voldoende groen (zoals recreatieve uitloopgebieden, sportvelden, natuur en hydrologische buffers).

Voor de vier bouwstenen leefomgeving, mobiliteit, economie en wonen zijn de volgende ambities gesteld: a) De realisatie van een groene, toekomstbestendige en gezonde leefomgeving voor de inwoners in en om steden en dorpen door een balans in de ontwikkeling van stad en landschap en de realisatie en/of ontsluiting van 5.000 hectare recreatieve uitloopgebieden; b) Een goede bereikbaarheid van de woon- en werklocaties dankzij duurzame ontsluiting; c) Het streven naar realisatie van voldoende arbeidsplaatsen en werklocaties daarvoor om te komen tot een balans van wonen en werken; d) Tot 2040 de realisatie van 100.000 kwalitatief goede en voldoende betaalbare woningen – met name geconcentreerd in de grootschalige NOVEX-woningbouwlocaties. Rijk, provincies en regio’s werken gezamenlijk aan het op orde brengen van de benodigde randvoorwaarden om de realisatie mogelijk te maken met onder andere: verplaatsing bedrijvigheid, opheffing hindercirkels, aanpak stikstof, versterking van het landschap, de natuur en energie, bereikbaarheid en energienetwerken (elektra en warmte). In de Bestuurlijke Afspraken Verstedelijking Regio Arnhem Nijmegen Foodvalley zijn tijdens het BO MIRT Oost 2022 afspraken opgenomen over de realisatie van de doelen en de bijbehorende randvoorwaarden en de verdere samenwerking binnen het NOVEX-gebied

17

Arnhem, Nijmegen, Foodvalley. Zo wordt het ontwikkelperspectief voor het NOVEX-gebied verder uitgewerkt in een verstedelijkingsprogramma. 5.2. Rijk, provincies en gemeenten zetten gezamenlijk en gecoördineerd menskracht en financiële middelen in op de grootschalige NOVEX-woningbouwlocatie Foodvalley. Het grootschalig woningbouwgebied Foodvalley is opgebouwd uit vijf belangrijkste ontwikkelgebieden die de regio heeft geïdentificeerd voor toekomstige woningbouw. Dit zijn Barneveld Noord, Kernhem Noord, Veenendaal Spoorzone, Ede Zuidoost/KennisAs Ede-Wageningen en De Klomp. Deze locaties vormen essentiële knooppunten in het stedelijk netwerk van Regio Foodvalley. Rijk, provincies en gemeenten werken gezamenlijk aan de volgende stap richting de beoogde realisatie van de benodigde inframaatregelen en aantallen woningen. Op deze locaties worden deels voor 2030 en deels na 2030 woningen gerealiseerd. Tot 2030 is het streven hier 7.000 woningen te realiseren en mogelijk aanvullend 7.700 woningen na 2030. Vanuit het mobiliteitsfonds is tijdens het BO MIRT Oost 2022 een reservering gedaan voor een taakstellende bijdrage voor mobiliteitsmaatregelen. De regio zet zich de komende periode in voor het dekken van haar deel van het afgesproken maatregelenpakket.

18

6. RANDVOORWAARDEN EN ONDERSTEUNING ONZE INZET ▪ Regio Foodvalley heeft een aanzienlijke verstedelijkingopgave en maakt een schaalsprong. Invulling van de volgende randvoorwaarden van gemeenten met en ondersteuning vanuit provincies en Rijk is noodzakelijk: - Investeren in mobiliteit - Dekking van onrendabele toppen en risicoverdeling - Voldoende ambtelijke capaciteit - Voldoende stikstofruimte nodig - Aandacht voor schaalsprong in voorzieningen - Voldoende netcapaciteit en aansluiting op energie-infrastructuur - Randvoorwaarden voor sociale woningbouw/positionering corporaties ▪ Hiervoor wordt een overlegstructuur ingericht. AFSPRAKEN 6.1. Rijk en medeoverheden zorgen ervoor dat knelpunten om te kunnen voldoen aan randvoorwaarden voor woningbouw zoveel mogelijk worden weggenomen. Dit met oog voor een gezond, veilig en schoon leefmilieu voor nu en in de toekomst. We scheppen duidelijkheid, door het maken van afspraken en het stellen van kaders. Het streven is om onduidelijkheden in beleid, die belemmerend kunnen werken op het besluitvormingsproces en de bouw van woningen, weg te nemen. 6.2. Realisatie van de woningbouwopgave is complex, met invloed en afhankelijkheid van veel direct en indirect betrokken (bouw)partijen en externe factoren, waaronder prijsontwikkelingen, de rente en de beschikbaarheid van locaties, bouwmaterialen, bouwpersoneel en netcongestie.

Kritische succesfactoren dienen aangepakt te worden om de realisatie van de woningbouwopgave mogelijk te maken. Hiervoor is inzet vanuit het Rijk nodig en vanuit provincies en gemeenten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen generieke en locatie-specifieke ondersteuning. De locatie-specifieke maatregelen zijn, behalve de tot nu toe toegekende WBI-ondersteuning en GWG-afspraken, niet in deze deal opgenomen. 6.3. Daar waar kan, worden de kritische succesfactoren zoveel mogelijk lokaal of regionaal opgelost. Daar waar nodig, worden ze landelijk besproken. De meeste van de belemmeringen kunnen locatie specifiek worden opgelost. Hierbij kan er gebruik worden gemaakt van de landelijke regelingen die er zijn voor bijdragen aan de realisatie van woningbouw. Daar waar nodig kan de regionale versnellingstafel en/of het expertteam woningbouw worden ingezet. De landelijke versnellingstafel is opgericht voor alle bovenregionale problematiek waar een oplossing voor moet worden gevonden. Dit team zorgt ervoor dat de juiste experts en ministeries worden aangesloten om gezamenlijk de problematiek te analyseren en zoeken naar een oplossing. Voor een aantal van de kritische succesfactoren is al een governance structuur ingericht en wordt naar besluitvorming toegewerkt. Daarbij zal worden aangesloten. 6.4.

De generieke ondersteuning voor Regio Foodvalley bestaat momenteel uit: Het Rijk ondersteunt in het opstellen en uitvoeren van de regionale woondeal middels procesgeld. Dit geld kan onder meer gebruikt worden voor de inhuur van capaciteit om gemeenten en provincies

19

-

te ondersteunen bij het opstellen en uitvoeren van de woondeal. Dit procesgeld wordt uitgekeerd via de provincies. De provincies zijn verantwoordelijk voor de verdeling van dit geld over de verschillende woondealregio’s. Via het Actieplan Wonen ondersteunt de provincie Gelderland gemeenten bij het realiseren van de woningbouwopgave. In bijlage 6 zijn diverse ondersteuningsmogelijkheden opgenomen. Via het Programma Versnelling Woningbouw ondersteunt de provincie Utrecht gemeenten bij het realiseren en versnellen van de woningbouwopgave (bijlage 6).

6.5. Om de woningbouwambities in deze woondeal te realiseren, zijn er vanuit Regio Foodvalley een aantal noodzakelijke randvoorwaarden. Over deze randvoorwaarden gaan we komende jaren verder in gesprek, om deze te concretiseren, te onderbouwen en om in kaart te brengen wat de mogelijkheden voor steun zijn en vervolgens conclusies te trekken. De realisatie van de grote verstedelijkingsopgave en het doorzetten van het hoge bouwtempo zijn hiervan afhankelijk. De belangrijkste randvoorwaarden voor Regio Foodvalley zijn: Investeren in mobiliteit De druk op het huidige mobiliteitsnetwerk is al groot en neemt alleen maar toe. Het netwerk is niet berekend op de extra woningen en dubbel zoveel inwoners. Zonder extra investeringen en maatregelen verslechtert de bereikbaarheid, raakt het wegennet overbelast en kunnen de nieuwe woningen niet goed worden ontsloten. Dit betekent dat minder woningen kunnen worden gerealiseerd dan dat er nodig zijn of met grote vertraging. Vanuit het BO MIRT op 10 november 2022 heeft het Rijk 40 miljoen euro inclusief BTW (prijspeil 2022) toegezegd voor het verbreden van de Rijnburg bij Rhenen. Daarnaast heeft het Rijk een taakstellende bijdrage van 67 miljoen euro inclusief BTW (prijspeil 2022) gereserveerd voor een mobiliteitspakket.

De maatregelen waaraan het Rijk bijdraagt zijn: Bij Ede Zuidoost een brug Noordplein-WFC en de HOV-ontsluiting van dit gebied. Bij Kernhem-Noord de ontsluiting van de wijk op A30 (via bestaande op- en afritten) en de fietsroute Kernhem Noord-Ede Centrum. Bij Veenendaal Spoorzone: de HOV-lijn Veenendaal-Ede, de hub Veenendaal Centrum, de fietsroute Veenendaal Centrum-De Klomp en de verbreding van de oostelijke rondweg N233. Bij Barneveld de ontsluiting van de woonwijk Bloemendal in relatie tot de A30 en de fietsroute Bloemendal-Station Barneveld Noord. De regio zet zich in voor het dekken van haar deel van het afgesproken mobiliteitspakket voor de bouw van 7.000 woningen in de periode tot en met 2030 (met inachtneming van het budgetrecht van raden/staten), zodat in het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving 2023 definitieve afspraken kunnen worden vastgesteld. Daarnaast zijn er ook onder voorbehoud van cofinanciering versnellingsafspraken gemaakt voor het versnellen van woningbouwplannen middels kleine bovenplanse bereikbaarheidsmaatregelen (in Regio Foodvalley voor het project Wageningen De Dreijen). Tegelijk meent de regio dat er meer nodig is om ervoor te zorgen dat de woningbouwgebieden en bedrijven goed bereikbaar blijven.

Dit vraagt inzet op het lokale en provinciale mobiliteitsnetwerk om de verstedelijking, en daarmee gepaard gaande toenemende mobiliteit, te kunnen faciliteren (met name in het stedelijk weefsel van Regio Foodvalley). Inzet op fietsverbindingen is volgens de regio nodig om de intraregionale ontsluiting te verbeteren, om daarmee de groei van knelpunten op regionale en nationale infrastructuur af te remmen en om woningbouwlocaties goed te kunnen ontsluiten. Daarnaast is inzet op het Hoogwaardige Openbaar Vervoer (HOV) nodig om het wegennet te kunnen ontlasten. Ook voor het grote aantal aan kleinere bouwlocaties in Regio Foodvalley (versnipperd en veelal aansluitend op de bestaande zoals Klaarwater in Nijkerk) geldt dat een verbeterd mobiliteitsnetwerk randvoorwaardelijk is. Daar komt bij dat maatregelen rondom mobiliteit en bereikbaarheid nog onderwerp van onderzoek is. De regio vraagt aandacht voor het belang van tijdig onderzoek naar welke bereikbaarheids-

20

projecten noodzakelijk zijn om de woningbouw mogelijk te maken. De verwachting is dat dit tot nieuwe inzichten leidt die momenteel niet zijn in te schatten. Rijk, provincies en regiogemeenten blijven in gesprek over de benodigde maatregelen en monitoren de effecten hiervan. Dekking van onrendabele toppen en risicodeling De betaalbaarheidseisen maken de haalbaarheid van woningbouwprojecten moeilijk zonder financiële ondersteuning vanuit het Rijk of provincies. Zeker ook in combinatie met andere ambities c.q. eisen. Consequentie is minder woningen in het betaalbare segment en/of minder woningen. De grote woningbouwopgave vraagt om veel additioneel geld en creatieve financieringsoplossingen om de financiële tekorten te dekken en om betaalbaar te kunnen bouwen, ook in relatie tot de beperkte financiële ruimte vanuit de gemeentelijke grondexploitatie (voor zover gemeenten überhaupt gronden in bezit hebben). Voor het merendeel van de projecten geldt dat deze voor corporaties en ontwikkelaars te duur zijn en gepaard gaan met veel risico’s. De regio (provincies/gemeenten) wil graag in gesprek met het Rijk over risicodeling en andere financieringsconstructies dan de geëigende mogelijkheden. Voldoende ambtelijke capaciteit De capaciteit bij gemeenten en Regio Foodvalley is beperkt.

Met alle opgaven die er zijn op het gebied van wonen, ontstaat een enorm knelpunt om hier uitvoering aan te kunnen geven. Het gaat hierbij niet alleen om een kwantitatief probleem (aantal mensen), maar ook om gebrek aan kennis en (proces)kunde. De regio ziet bijdragen om de capaciteit te kunnen vergroten als essentieel. De regio vraagt om ondersteuning bij de kennisontwikkeling om met bestaande instrumenten corporaties beter te positioneren. Ook wordt ondersteuning gevraagd bij het uitvoeren en handhaven van instrumenten en maatregelen om sociale huur en betaalbare koopwoningen te realiseren en in stand te houden. In 2023 wordt verkend hoe dit gerealiseerd kan worden en capaciteit zo efficiënt mogelijk kan worden ingezet. De mogelijkheid van het komen tot een regionale of provinciale flexpool en/of een aanjaagteam wordt hierin meegenomen. Provincies, Rijk en regio/gemeenten zullen in deze verkenning samen optrekken. Knelpunten als gevolg van gebrek aan capaciteit en expertise bij medeoverheden worden geagendeerd op de lokale woontafels. Ook kan via de regionale versnellingstafel de landelijke versnellingstafel worden ingezet. Vanuit BZKme zijn middelen beschikbaar gesteld aan de provincies voor het oprichten van flexpools.

Voldoende stikstofruimte nodig Zonder stikstofruimte kunnen zowel ontwikkelingen in woningbouw als benodigde ontwikkelingen qua infrastructuur en voorzieningen niet vergund en daarmee niet gerealiseerd worden. Zeker in Foodvalley, dichtbij het stikstofgevoelige gebied van Veluwe en Binnenveld, waar de transitie van het landelijk gebied een grote rol speelt, is dit een urgent probleem. Niet zozeer voor projecten op de korte termijn, die al vergund zijn, maar wel voor de projecten die hierop volgen. In het BO MIRT is afgesproken dat maatregelen voortvloeiend uit de verstedelijkingsstrategie voor zo min mogelijk stikstofbelasting zorgen. Rijk, provincies en regio/gemeenten onderzoeken samen maatregelen die leiden tot minder stikstofuitstoot in de gebruiksfase. Als de stikstofuitstoot door woningbouw (van aanleg-, bouw- tot gebruiksfase) de voortgang van projecten in de weg komt te staan, maken het Rijk, provincies en regio/gemeenten afspraken over hoe de voortgang van de woningbouwprojecten gewaarborgd kan worden. Stikstof knelpunten en vraagstukken bij de ontwikkeling van locaties kunnen worden geadresseerd aan de regionale en/of landelijke versnellingstafel. Aandacht voor schaalsprong in voorzieningen Regio Foodvalley maakt een schaalsprong qua verstedelijking.

Deze schaalsprong vraagt naast investeringen in mobiliteit/bereikbaarheid ook om het meegroeien van (maatschappelijke) voorzieningen voor sport, cultuur en recreatie. De regio acht een gecoördineerde inzet vanuit Rijk, provincies en gemeenten noodzakelijk.

21

Voldoende netcapaciteit en aansluiting op energie-infrastructuur Op dit moment observeert de regio dat woningbouwprojecten al vertraging oplopen door de afgekondigde netcongestieproblemen op het landelijke en regionale net. Hiervoor zijn snel oplossingen nodig om de ambitie qua bouwplanning te kunnen realiseren. Nieuwe woningbouwlocaties of verplaatsingen van hinderlijke bedrijven moeten wel kunnen worden aangesloten op de energie-infrastructuur en er moet stroom geleverd kunnen worden (ook wanneer een vertrekkend bedrijf plaats maakt voor woningbouw). Ook vragen investeerders om zekerheid dát nieuw te realiseren woningen kunnen worden aangesloten. In elke provincie wordt via het zogenaamde Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (PMIEK) in kaart gebracht wat de behoefte is aan energie-infrastructuur op regionaal niveau. Zo kan de regionale energie-infrastructuur op een integrale manier worden geprogrammeerd en een prioritering van en plannen voor investeringen in de regionale energie-infrastructuur worden gemaakt. In het voorjaar van 2023 wordt van iedere provincie een PMIEK verwacht. De verantwoordelijkheid voor de uitwerking van de PMIEK ligt bij de provincies. Projecten van nationaal schaalniveau, die uit de PMIEKS kunnen voortvloeien, kunnen worden opgeschaald naar het nationale MIEK.

Daarnaast kunnen mogelijke belemmeringen in de energie-infrastructuur worden besproken aan de regionale versnellingstafels. Hier komen de gemaakte afspraken in de woondeals bij elkaar en worden mogelijke belemmeringen voor de voortgang besproken. In het BO MIRT van 10 november 2022 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over verstedelijking in relatie tot energie. Hier is afgesproken dat gezamenlijk met de landelijke en regionale netbeheerders de effecten in beeld worden gebracht van de verstedelijking op de capaciteit van het elektriciteitsnet. Op grond hiervan wordt bepaald welke maatregelen noodzakelijk zijn om deze afspraken uit te voeren. Randvoorwaarden voor sociale woningbouw Woningbouwcorporaties krijgen een prominente rol toebedeeld voor de realisatie van de doelen uit de Nationale Woon- en Bouwagenda en de zes daaruit volgende programma’s. Om de corporaties beter in positie te brengen bij bouwontwikkelingen, zijn aanvullende instrumentaria nodig. Daarnaast is nodig dat gemeenten de mogelijkheden op basis van vigerende wet- en regelgeving maximaal inzetten om dit te bereiken. Het beter positioneren van woningcorporaties, ook richting marktpartijen, vraagt om actieve sturing en facilitering door gemeenten. Mogelijk is voor gemeenten aanvullend juridisch instrumentarium nodig om de gewenste groei te kunnen faciliteren.

Dat instrumentarium moet voldoende sturingsmogelijkheden op de programmering bieden. Vooral als derden gronden tot ontwikkeling willen en kunnen brengen in relatie tot betaalbare woningbouw: hoe zorgen we ervoor dat het gewenste aandeel sociale huur wordt gerealiseerd en ook blijft, ook als deze worden ontwikkeld door marktpartijen met grondposities. 6.6. In bijlage 5 wordt locatie specifiek bij de sleutelprojecten aangegeven op welke wijze er ondersteuning van Rijk en provincies nodig is om de realisatie van de regionale woningbouwopgave op peil te houden. 6.7. Voor alle (afspraken over) kritische succesfactoren geldt dat deze periodiek besproken zullen worden in de regionale overleggen, zowel ambtelijk als bestuurlijk, om de voortgang te monitoren en oplossingen te verkennen vanuit ieders verantwoordelijkheid en bevoegdheden.

22

7. AANVULLENDE AFSPRAKEN ONZE INZET ▪ Voorliggende Woondeal regio Foodvalley richt zich met name op het realiseren van meer en betaalbare woningbouw. De inzet is om deze Woondeal in de toekomst uit te breiden met afspraken over andere – kwalitatieve – aan wonen gerelateerde onderwerpen. Hierover wordt in 2023 het gesprek gevoerd, waarbij prioriteiten worden aangebracht. AFSPRAKEN 7.1. De minister voor VRO heeft de wens om met partijen aanvullend afspraken te maken over flexwoningen en transformatiewoningen, over bouwen voor aandachtsgroepen (waaronder ouderen), toekomstbestendige bouw, ruimtelijke ordeningsaspecten, de herstructureringsopgave, het aantal verpleegzorgplekken, studentenhuisvesting, vakantieparken en de doorvertaling van de woonzorgvisies. Omdat het ingrijpt in het gemeentelijk woonbeleid en het beleid van betrokken partners (o.a. woningcorporaties, zorg en welzijn, huurdersorganisaties) vraagt dit om zorgvuldigheid. We spreken af in 2023 te werken aan afspraken hierover, die een uitbreiding vormen van deze regionale woondeal. Specifieke aandacht is nodig voor de ondersteuning van de woonbehoeften van ouderen. Door de vergrijzing zijn er over twintig jaar naar schatting in heel Nederland 1,6 miljoen 80-plussers. Dat is twee keer zoveel als op dit moment. Er is een toenemende behoefte aan woningen die aansluiten bij de wensen van ouderen.

In het beleidsprogramma ‘Wonen en zorg voor ouderen’ is geschetst dat er nationaal behoefte is aan 290.000 woningen geschikt voor ouderen. Het betreft 170.000 nultredenwoningen en 80.000 geclusterde woonvormen die ook geschikt zijn voor ouderen. Ook is er een landelijke opgave voor ca. 40.000 woningen met verpleegzorg op basis van scheiden wonen en zorg (VPT). Deze opgave wordt in 2023 regionaal en lokaal verder uitgewerkt in het tweede deel van de woondeal. 7.2. Alle gemeenten stellen in lijn met het beleidsprogramma ‘Een thuis voor iedereen’ in 2023 lokaal een integrale woonzorgvisie op. Hierin wordt aandacht besteed aan zowel de woon-, zorg-, als ondersteuningsbehoefte van aandachtsgroepen. Op regionaal niveau vindt afstemming hierover plaats, waarbij de provincies een coördinerende rol vervullen in het afstemmingsproces. Na het opstellen van de woonzorgvisies vinden bij de eerstvolgende herijking van de regionale woondeal (zie hoofdstuk 7.6) aanpassingen plaats naar aanleiding van deze woonzorgvisies. Daarnaast heeft Regio Foodvalley de aanvullende ambitie om locaties voor het project Anders wonen 10 te realiseren. 7.3. Als uitwerking van de woondeal maken partijen in 2023 afspraken over het aantal te realiseren flexwoningen in Regio Foodvalley. Onderdeel van de te maken afspraken vormen de ondersteuningsmogelijkheden die geboden worden vanuit Rijk en provincies.

Tot die tijd kunnen initiatieven van flexwoningen worden ondersteund vanuit bestaande regelingen, zoals het Actieplan Flexwonen vanuit de provincie Utrecht, het provinciale versnellingsteam provincie Gelderland en de Taskforce Versnelling Tijdelijke Huisvesting (bij grote projecten met minimaal 100 flexwoningen) die ingesteld is door de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. De provincies gaan in overleg met gemeenten en woonregio’s bepalen of en hoe het realiseren van flexwoningen vorm kan krijgen. In Regio Foodvalley zijn meerdere gemeente voornemens om flexwoningen te realiseren tot en met 2030. Op dit moment komt het aantal te realiseren flexwoningen in de regio uit op circa 750. 10

Het project Anders wonen richt zich op de doelgroep niet corrigeerbare overlastgevers die nu voor problematiek in woonwijken zorgen of gehuisvest zijn in bij beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De ambitie is tenminste twee locaties voor deze moeilijk te plaatsen doelgroep te realiseren, waarvoor in Foodvalley een gezamenlijk project is opgestart.

23

7.4. In Regio Foodvalley ligt een transformatieopgave bij inbreidingslocaties, waar gemeenten zich met behulp van provinciale en landelijke regelingen inzetten voor een betere benutting van de bestaande ruimte en vastgoed. De provincies zetten zich in voor de transformatie van leegstaand vastgoed naar woningen, onder andere via het programma Steengoed Benutten (provincie Gelderland) en het programma Versnelling Woningbouw (provincie Utrecht). 7.5. We constateren dat de weersextremen toenemen en we ervaren steeds meer dat de inrichting van Nederland sterk verbonden is met water en bodem. We zien nu dat de grenzen van de maakbaarheid en de draagkracht in zicht komen. Partijen in deze woondeal willen daarom het water- en bodemsysteem sturend laten zijn bij gebiedsontwikkelingen en locatiekeuzes. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het richtinggevend kader dat door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in het programma ‘Water en Bodem Sturend’ is ontwikkeld. De waterschappen worden bij locatie- en inrichtingskeuzes vroegtijdig betrokken in het planvormingsproces. 7.6. De principes vanuit het Utrechtse programma Groen Groeit Mee blijven staan voor de gemeenten waarop van toepassing, waarbij de woningbouw in balans en samenhang met de ontwikkeling van groen en landschap plaatsvindt. 7.7.

Het realiseren van de in deze woondeal opgenomen woningen moet samengaan met andere grote ruimtelijke opgaven op het vlak van onder meer bodem, water, klimaat, landbouw, natuur, energie en bereikbaarheid. Op 12 december 2022 heeft de rijksoverheid in het NOVEX-startpakket aan de provincies gevraagd om de nationale opgaven en doelen (waaronder wonen) ruimtelijk te vertalen, (waar mogelijk) in te passen en te combineren met decentrale opgaven. In de provincie Gelderland krijgt dat onder andere vorm via het Ruimtelijk Perspectief en de Verstedelijkingsstrategie Arnhem Nijmegen Foodvalley. Voor de provincie Utrecht vormen de Omgevingsvisie provincie Utrecht (2021), de daarin opgenomen gebiedsuitwerking regio Foodvalley en de Verstedelijkingsstrategie Arnhem Nijmegen Foodvalley (2022) een belangrijke inhoudelijke basis. Het Rijk heeft de provincies gevraagd om in 2023 met een ruimtelijk voorstel te komen dat zicht geeft op wat ruimtelijk mogelijk en realiseerbaar is. Het ruimtelijk voorstel is de opmaat naar een ruimtelijk arrangement eind 2023 waarin Rijk en provincies wederkerige afspraken maken over de uitvoering van de nationale opgaven en doelen. 7.8. Het beleid rond het duurzaam en toekomstbestendig bouwen wordt vooral vanuit de regiogemeenten vormgegeven. Daardoor verschillen per gemeente de gehanteerde uitgangspunten.

Er is, onder andere vanuit woningcorporaties en marktpartijen, behoefte aan meer eenduidige eisen gericht op duurzaam bouwen. De drie Utrechtse Foodvalley-gemeenten (Renswoude, Rhenen en Veenendaal) hebben op 18 maart 2022 het Convenant Duurzame Woningbouw ondertekend (toekomstbestendigbouwen.nl). Er wordt in Regio Foodvalley gekeken of dit in breder verband kan worden gedaan door de overige regiogemeenten bij dit convenant te laten aansluiten, om eenduidigheid richting marktpartijen te creëren. In 2023 onderzoeken de partijen (gemeenten, corporaties, ontwikkelaars/bouwers) hoe er meer eenduidigheid en een gelijk speelveld gecreëerd kan worden rondom duurzame en circulaire nieuwbouw, en op gebouwniveau over klimaatadaptie en natuurinclusiviteit. Ook het Rijk streeft naar een gelijk speelveld en uniformering, waarvoor wordt gekeken naar mogelijk nieuwe normering. 7.9. Vanwege de grote urgentie van de opgave is het nodig dat de woningbouwproductie in Regio Foodvalley op peil blijft. Het is daarom cruciaal dat er wordt gewerkt aan het sneller, slimmer en efficiënter inrichten van de processen en procedures die bij de realisatie van woningbouw van toepassing zijn. Hierbij bezien we of het gehele ontwikkelproces – van initiatieffase tot bezwaarprocedure en de uiteindelijke bouw zelf

24

– sneller kan dan de gemiddeld 10 jaar die nu landelijk gebruikelijk is. Ook is het van belang samen een goed participatieproces in te richten, informeel en formeel. Door BZK is in overleg met medeoverheden en marktpartijen een actieplan Versnellen Processen en Procedures opgesteld.

25

8. SAMENWERKING EN STURING: GOVERNANCE ONZE INZET ▪ Voor het uitvoeren van de Woondeal maken we afspraken over monitoring, het intensiveren van overleg en over het oplossen van knelpunten en belemmeringen. AFSPRAKEN 8.1. Een intensievere samenwerking, actieve sturing en monitoring van de uitvoering is noodzakelijk voor de realisatie van deze bestuurlijke afspraken. De colleges van B&W, de colleges van GS en de minister voor VRO maken daarom – naast afspraken over de woningbouwopgave – ook afspraken over gezamenlijk overleg, over het gezamenlijk volgen van de voortgang via monitoring en rapportage. Ook maken we afspraken over hoe we belemmeringen oplossen en besluiten nemen als de voortgang stokt. 8.2. Eén overheid: gemeenten, provincies, waterschappen en Rijk zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de versterking van de regie op de woningbouw en het realiseren van de opgave. Alle overheidslagen dragen bij aan de woningbouwopgave vanuit hun specifieke rol in aansluiting op het huis van Thorbecke, en wet- en regelgeving zoals de Woningwet, de Huisvestingswet, de Wet Ruimtelijke Ordening en de Omgevingswet. In aansluiting daarop herbevestigen we het volgende: De Colleges van B&W zijn als eerste bestuursorgaan verantwoordelijk voor de zorg voor de fysieke leefomgeving.

In aansluiting daarop zetten de gemeenten zich in voor voldoende bouwlocaties in ruimtelijke plannen voor de realisatie van de woningbouwafspraken uit de regionale woondeals. Met inzet van de wettelijke instrumenten zorgen gemeenten voor de benodigde (harde) plancapaciteit in de verschillende prijssegmenten (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) en voor verlening van omgevingsvergunningen. Het Dagelijks Bestuur van het waterschap is verantwoordelijk voor een doelmatig waterbeheer. In het Omgevingsplan houdt de gemeenteraad rekening met het waterbelang met het oog op behoud van waterkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast, droogte en overstromingen, om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer woningbouwlocaties. Daarbij geldt onder meer het uitgangspunt van ‘water en bodem sturend’. De uitwerking daarvan vindt plaats in het programma water en bodem sturend. De Provinciale Omgevingsvisies, omgevingsverordeningen en programma’s vormen het bovenliggende beleidskader en bevat de regels en voorwaarden voor de regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's. Vanuit deze wettelijke bevoegdheid zijn de Colleges van Gedeputeerde Staten van de provincies verantwoordelijk voor de gebiedsgerichte coördinatie van de (ruimtelijke) doorvertaling van de provinciale woningbouwopgave in regionaal verband met de gemeenten.

De colleges van Gedeputeerde Staten van de provincies sturen actief op de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogrammering. Doel is het toewerken naar meer balans in de woningvoorraad, met een streven naar 30% sociale huurwoningen in de bestaande voorraad op provinciaal niveau, regionaal niveau en lokaal niveau. Provincies bevorderen door actieve sturing een evenwichtige verdeling tussen en in de woondealregio’s. Eventueel extra noodzakelijk juridisch instrumentarium zal onderdeel uitmaken van de wet regie volkshuisvesting. De Minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is verantwoordelijk voor realisatie van de nationale opgave en stelselverantwoordelijk voor de versterking van het wettelijk instrumentarium voor de medeoverheden om de woningbouwopgave te realiseren en voor ondersteuning van de uitvoering via inzet van (financiële) middelen. De minister stuurt actief op realisatie van de nationale opgave door intensief en periodiek overleg met medeoverheden en monitoring van de woningbouw. Daarnaast coördineert de minister de opgaven die samenhangen met de woningbouw

26

met de medeoverheden en andere departementen. Zo nodig hakt de minister voor VRO samen met collega-bewindspersonen knopen door. 8.3. Partijen werken samen vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid en zetten gezamenlijk en gecoördineerd hun instrumenten en middelen in om de overeengekomen opgave te realiseren. 8.4. De Gelderse gemeenten Barneveld en Nijkerk zijn ook onderdeel van de Woondeal Regio Amersfoort. Gezien de oriëntatie van Barneveld en Nijkerk op Regio Amersfoort, zijn de in deze woondeal voor Regio Foodvalley opgenomen gegevens met betrekking tot betaalbaarheid en corporaties op dezelfde wijze opgenomen in de Woondeal Amersfoort. In het kader van de (aankomende) Wet regie op de Volkshuisvesting zijn voor de gemeenten Barneveld en Nijkerk de afspraken uit deze woondeal voor Regio Foodvalley leidend in het kader van ‘verticale sturing', monitoring en toezicht door de provincie Gelderland. De provincie Gelderland steunt de regionale woondeal voor de regio Amersfoort middels een adhesieverklaring. A. Monitoring 8.5. De voortgang ten aanzien van deze woondeal wordt gemonitord met de interbestuurlijke landelijke monitor voortgang woningbouw.

Daarover is bestuurlijk afgesproken dat het doel van de monitor enerzijds is het voorzien van de (semi)overheden in informatie over plancapaciteit (woningbouwplannen), de voortgang van de woningbouw en opgeleverde (gerealiseerde) woningen. Anderzijds draagt de monitor bij aan inzicht in eventuele knelpunten en in informatie in verband met voor de woningbouw noodzakelijke opgaven teneinde deze te kunnen oplossen. Voor de monitoring is het relevant dat er overeenstemming is over de te gebruiken definities en dat (eenduidige en betrouwbare) data beschikbaar zijn voor relevante indicatoren (onder andere gerealiseerde sociale woningen). Het Ministerie van BZK zet zich hiervoor in, in afstemming met provincies en gemeenten. 8.6. Partijen werken in 2023 verder uit hoe de diverse monitoringsystematieken gebruikt gaan worden en op elkaar kunnen gaan aansluiten. Provincies hebben een rol in de coördinatie van de regionale monitoring en sluiten zich aan bij de landelijke monitoringsafspraken die in interbestuurlijk verband tussen Rijk, IPO en VNG worden gemaakt. We onderzoeken in 2023 welke rol de Stichting Vastgoedmonitor Regio Foodvalley daarbij eventueel kan blijven spelen. B. Intensivering overleg 8.7.

Om het gezamenlijke commitment van alle partijen in deze Woondeal te onderstrepen, maken we met elkaar afspraken over de inzet om de aanpak van de woningbouwopgave te realiseren en te versnellen. Daartoe ontwikkelen de partijen een programmatische aanpak, vervat in een uitvoeringsprogramma, voor de langere termijn. 8.8. Om gezamenlijk zicht te houden op de voortgang van de uitvoering van deze voorliggende bestuurlijke afspraken vindt er periodiek overleg plaats tussen vertegenwoordigers van het Ministerie van BZK, de provincies en Regio Foodvalley (gemeenten). Dit overleg bestaat uit ten minste te volgende onderdelen: Regulier overleg op ambtelijk niveau tussen accounthouders van het Ministerie van BZK, de provincies, en (gemeentelijke) afgevaardigden uit de woondealregio Foodvalley (kernteam woondeal) vindt maandelijks plaats, of vaker indien nodig. Dit overleg wordt georganiseerd door Regio Foodvalley.

27

-

-

-

Een overleg op directeurenniveau vindt eens per kwartaal plaats met provincies en regio (gemeenten). Daarnaast wordt ten minste één keer per jaar een directeurenoverleg georganiseerd waarbij ook het ministerie van BZK is afgevaardigd. Dit overleg wordt georganiseerd door Regio Foodvalley. Er vindt ten minste één keer per jaar een Bestuurlijk Overleg Woondeal Foodvalley plaats tussen in ieder geval vertegenwoordigers van het rijk op directieniveau, gemeenten, Regio Foodvalley en de provincies. Dit overleg wordt elk jaar voor de zomer georganiseerd door de provincies Gelderland en Utrecht. Het bestuurlijke overleg wordt voorbereid door het directeurenoverleg. Partijen richten in 2023 een regionale versnellingstafel in, waar afspraken gemaakt kunnen worden om specifieke woningbouwprojecten te versnellen en thematische knelpunten op te lossen. Naast de provincies, de gemeente(n) en het Rijk, sluiten ook marktpartijen en corporaties, en afhankelijk van het vraagstuk waterschappen, kennisinstellingen en/of bewonersorganisaties aan. Partners aan deze tafel prioriteren met elkaar de te bespreken gebiedspecifieke thema’s. Indien er sprake is van landelijke thema’s kunnen deze worden doorgezet naar de landelijke versnellingstafel. De versnellingstafel wordt voorbereid door het ambtelijk kernteam woondeal in samenwerking met (een vertegenwoordiging van) woningcorporaties en evt.

marktpartijen uit de regio.

8.9. Als dat inhoudelijk nodig is, worden deze afspraken jaarlijks herijkt. Daarbij worden dan de nieuwste prognose van de woningbouwbehoefte en voortgang van de projecten betrokken. De richtinggevende doelstelling voor de woningbouwproductie per jaar tot en met 2030 wordt bijgewerkt op basis van deze prognose, de gerealiseerde bouwproductie en de ontwikkeling van de woningvoorraad. Een eerste herijking is gepland na het beschikbaar komen van het provinciaal ruimtelijk arrangement en de volgende prognose van de woningbouwbehoefte. 8.10. De samenwerkende woningcorporaties in Regio Foodvalley hebben aangeboden om meer sociale huurwoningen te bouwen. Daarnaast zien samenwerkende marktpartijen in Regio Foodvalley mogelijkheden om de woningbouw te versnellen en te verhogen. Dit wordt enorm gewaardeerd. Met woningcorporaties en marktpartijen wordt vanuit Regio Foodvalley het gesprek gevoerd om dit te bevorderen. Met hen wordt op bestuurlijk en projectniveau regelmatig overlegd en worden afspraken gemaakt om betaalbare woningbouw te stimuleren. We onderzoeken in 2023 samen of, en zo ja welke rol de Stichting vastgoedmonitor als waardevol netwerk tussen deze verschillende typen stakeholders kan (blijven) vervullen. C. Belemmeringen oplossen en besluiten nemen 8.11.

Doel is door monitoring en intensief en kort-cyclisch ambtelijk en bestuurlijk overleg goed zicht te krijgen en te houden op de uitvoering. Hierdoor signaleren we vroegtijdig wanneer de voortgang van de woningbouw en de uitvoering van de bestuurlijke afspraken stokt. Wanneer (gezamenlijk) wordt geconstateerd dat de voortgang stokt, stellen we gezamenlijk vast wat de achterliggende oorzaken daarvan zijn (fact finding). Op basis daarvan worden de benodigde en gewenste acties in gang gezet. Hierbij kan ondersteuning worden ingeschakeld van de landelijke versnellingstafel, tafels van andere ministeries of via onder andere de taskforce nieuwbouw woningcorporaties of expertteams. Uitgangspunt is: ‘los het op, of schaal het op’. Hierbij kunnen bestuurlijke of in het uiterste geval juridische interventies nodig zijn. Bestuurlijk overleg blijft het uitgangspunt. Juridische interventie vindt plaats door de naastgelegen overheid in aansluiting bij het huis van Thorbecke. 8.12. Via de woondeals kunnen alle partijen die in de keten zijn betrokken bij de woningbouw – zoals marktpartijen, corporaties, zorgkantoren – hun knelpunten agenderen. Dit kan ook via andere tafels zoals de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en de landelijke versnellingstafels.

28

ONDERTEKENING De provincie Gelderland, rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer P.G.J. (Peter) Kerris, gedeputeerde Wonen, handelend ter uitvoering van een besluit van het college van Gedeputeerde Staten d.d. XXXX

_____________________________________________________

De provincie Utrecht, rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer R.G.H. (Rob) van Muilekom, gedeputeerde Wonen, handelend ter uitvoering van een besluit van het college van Gedeputeerde Staten d.d. XXXX

_____________________________________________________

De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de heer H.M. (Hugo) de Jonge

_____________________________________________________

Regio Foodvalley, vertegenwoordigd door de heer mr. L.J. (René) Verhulst, voorzitter

_____________________________________________________

De gemeente Barneveld, Namens het college van burgemeester en wethouders van Barneveld, de heer B. (Bennie) Wijnne, handelend ter uitvoering van een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders d.d. XXXX

_____________________________________________________

De gemeente Ede, Namens het college van burgemeester en Wethouders van Ede, de heer L.E. (Leon) Meijer, handelend ter uitvoering van een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders d.d. XXXX

_____________________________________________________

29

De gemeente Nijkerk, Namens het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk, mevrouw E. (Esther) Heutink-Wenderich, handelend ter uitvoering van een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders d.d. XXXX

_____________________________________________________

De gemeente Renswoude, Namens het college van burgemeester en Wethouders van Renswoude, de heer J.A.M. (Jos) Dirven, handelend ter uitvoering van een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders d.d. xxxx

_____________________________________________________

De gemeente Rhenen, Namens het college van burgemeester en Wethouders van Rhenen, de heer G.J. (Gert) van Laar, handelend ter uitvoering van een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders d.d. xxxx

_____________________________________________________

De gemeente Scherpenzeel, Namens het college van burgemeester en Wethouders van Scherpenzeel, de heer I. (Izaäk) van Ekeren, handelend ter uitvoering van een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders d.d. xxxx

_____________________________________________________

De gemeente Veenendaal, Namens het college van burgemeester en Wethouders van Veenendaal, de heer mr. D.S.K. (Dylan) Lochtenberg, handelend ter uitvoering van een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders d.d. xxxx

_____________________________________________________

De gemeente Wageningen, Namens het college van burgemeester en wethouders van Wageningen, mevrouw drs. M. (Marije) Eleveld RA, handelend ter uitvoering van een besluit van het college van Burgemeester en Wethouders d.d. XXXX

_____________________________________________________

Zutphen, 8 maart 2023

30

BIJLAGE 1. PROVINCIALE WONINGBOUWOPGAVEN De woningbouwopgave 2022 zoals vastgesteld in de ‘Provinciale woningbouwafspraken 2022-2030 provincie Gelderland’ op 13 oktober 2022. Het gaat in totaal om 100.000 huizen, waarvan minimaal 60% betaalbaar en inclusief minimaal 28% sociale huurwoningen. Betaalbaarheid Sociale Middenhuur11 huur12

Te realiseren woningen bruto

Netto plan-capaciteit

Betaalbare koop13

Betaalbaarheid totaal

Woningen door woningcorporaties

2022

11.100

13.200

3.400

1.300

2.100

6.800

2.200

2023

12.800

15.700

3.700

1.500

2.600

7.800

3.300

2024

12.400

17.300

3.100

1.000

3.100

7.200

2.600

2025

13.500

13.300

3.500

1.400

3.100

8.000

2.700

2026

11.600

11.400

3.200

1.300

2.700

7.200

2.800

2027

10.100

10.600

2.900

1.000

2.400

6.300

2.600

2028

9.500

9.800

2.600

900

2.300

5.800

2.500

2029

9.500

8.500

2.600

900

2.200

5.700

2.400

2030

9.500

4.800

2.500

1.000

2.100

5.600

2.200

Totaal

100.000

104.600

27.500

10.300

22.600

60.400

23.300

100%

105%

28%

10%

23%

60%

23%

Het college van GS heeft in haar bod aan de minister van 29 september 2022 aangegeven dat het voor realisatie van de opgave nodig is dat het Rijk tegemoet komt aan vier randvoorwaarden: A. Investeringen in bereikbaarheid Grootschalige woningbouw vereist verbetering van de bereikbaarheid. Want als er meer mensen in een regio gaan wonen, gaan er meer mensen gebruik maken van de trein, de bus, fietspaden en wegen. Om de woningbouwopgave verantwoord te realiseren, is steun nodig voor diverse bereikbaarheidsknelpunten in Gelderland. B. Financiering van onrendabele toppen Bij woningbouw is er vaak extra geld nodig om daadwerkelijk betaalbare woningen te realiseren. Cofinanciering vanuit de rijksoverheid van deze onrendabele toppen is een randvoorwaarde om betaalbare woningbouw in Gelderland mogelijk te maken. Er is waardering voor de Woningbouwimpuls, maar er is langjarig meer budget nodig en meer zekerheid over waar dit instrument daadwerkelijk gaat bijdragen aan de opgave. C. Voldoende goede ambtelijke capaciteit Voor de woningbouw is het belangrijk dat er structureel financiën beschikbaar komen om de ambtelijke capaciteit van gemeenten te vergroten. Onderzoeken laten zien dat hier een groot en reëel knelpunt ligt. Ook zijn nieuwe HR-instrumenten ten bate van instroom nodig en mensen moeten over voldoende competenties en doorzettingskracht beschikken. D.

Voldoende stikstofruimte Zonder stikstofruimte kan voor veel woningen geen vergunning worden verleend. Omdat Gelderland bijna de helft van alle stikstofgevoelige Natura 2000 binnen haar grenzen heeft, is vol11 Huurwoningen tot de sociale huurgrens van circa 763 euro per maand. 12 Huurwoningen van de sociale huurgrens van circa 763 euro tot maximaal 1.000 euro per maand. 13 Betaalbare koop zijn conform het beleid van de minister woningen tot de grens van de Nationale Hypotheek Garantie, te weten

355.000 euro. Diverse gemeenten vinden dit niet voldoende betaalbaar en hanteren daarnaast ook een lagere prijsgrens.

31

doende stikstofruimte onmisbaar. Dit speelt vooral rond de Veluwe: bij Arnhem, Ede, Harderwijk en Apeldoorn. Het college van GS roept het kabinet op haar toezegging na te komen om te zorgen voor voldoende stikstofruimte voor de woningbouw. Daarbij is afgesproken dat de minister voor VRO de opgaven coördineert die samenhangen met woningbouw en zich maximaal inzet voor tegemoetkoming aan de randvoorwaarden. De woningbouwopgave 2022 zoals vastgesteld in de ‘Provinciale woningbouwafspraken 2022-2030 provincie Utrecht’ op 13 oktober 2022. Het gaat in totaal om 83.500 woningen. Bruto nieuwbouw (te realiseren woningen) 2022 2023 2024 2025 2026-2030 Onbekend Totaal

Jaartal

2022 2023 2024 2025 2026-2030 Onbekend Totaal

7.500 8.500 9.500 9.500 48.500

Beschikbare netto plancapaciteit (aantal woningen) 7.750 9.000 11.000 15.400 59.250 8.850 111.250

83.500

Aandeel betaalbare woningen in netto plancapaciteit (aantal woningen) Sociale huurHuurwoningen vanaf Koopwoningen tot woningen de sociale huurgrens € 355.000 tot € 1.000 per maand 2.150 2.700 2.900 4.050 12.250 1.550 25.600 (31%)

Aantal woningen in harde plancapaciteit

800 900 1.300 2.200 6.750 500 12.450 (15%)

1.050 1.300 1.100 1.400 3.700 500 9.050 (11%)

7.350 (98%) 7.350 (86%) 5.550 (58%) 5.300 (56%) 12.900 (27%) 39.800 (48%) Aantal woningen door woningcorporaties Sociale huurwoningen

Midden huur-woningen

Onbekend

1.700 2.750 3.650 3.850 13.750

10 250 200 350 1.500

0 50 50 0 550

25.700

2.310

650

Toelichting bij tabel Provinciaal Bod Provincie Utrecht: ▪ Het is een samenvattend overzicht: voor meer duiding en context wordt verwezen naar het provinciale bod. Het gaat om afgeronde aantallen. Het is een momentopname (aantallen zijn continue in beweging). ▪ De aantallen in kolom bruto nieuwbouw zijn indicatieve aantallen (en onder voorbehoud) op basis van nu bekende inzichten in het proces van regionale programmering (RP). Het gaat om bruto aantallen woningen inclusief flexwoningen en exclusief onzelfstandige wooneenheden. ▪ Bij de aantallen bruto toe te voegen woningen wordt opgemerkt dat voor deze aantallen aan alle randvoorwaarden moet worden voldaan om deze woningen gerealiseerd te krijgen. Gezien de huidige marktomstandigheden is dat onzeker en ambitieus. ▪ Aantallen plancapaciteit is stand van zaken medio augustus 2022 (Bron: Planregistratie Wonen Provincie Utrecht). Totaal nu bekende netto plancapaciteit (ook na 2030): 165.250 woningen. ▪ De aantallen betaalbaarheid is o.b.v. de openbare plannen waarvan prijssegment bekend is (van deel van de plancapaciteit is prijssegment nog onbekend). ▪ De aantallen corporatiewoningen is o.b.v. inzichten medio 2022 op basis van concrete locaties en ambities/perspectief van corporaties.

32

BIJLAGE 2. REGIONAAL PROGRAMMEREN PROVINCIE UTRECHT Regionaal programmeren bepalend voor locatie ontwikkeling In de Omgevingsvisie Provincie Utrecht is het instrument van regionale programmering voor wonen en werken beschreven. Hiermee werkt de provincie Utrecht samen met gemeenten op regionaal niveau aan de regionale programmering van de woningbouw. De essentie van regionale programma’s wordt opgenomen in een provinciaal programma wonen en werken (PPWW). In de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht is bepaald dat bestemmingsplannen die woningbouw bevatten moeten passen in het PPWW. Doel is om als overheden met elkaar in gesprek te blijven over de woningbouwopgave (over o.a. aantallen, fasering en aandeel betaalbaar) via een cyclisch proces van programmering, monitoring, evaluatie en bijsturing. Hierdoor kan worden ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen en kansen die zich voordoen waarmee flexibel en adaptief kan worden geprogrammeerd. Bij het regionaal programmeren is onderscheid tussen plannen in het realisatie- en pijplijndeel. Het realisatiedeel is het eigenlijke programma. Hierin zijn de openbare en meer concrete locaties opgenomen. Over het aantal woningen in het realisatiedeel van het PPWW 2021 bestaat in de provincie Utrecht met regio en gemeenten overeenstemming.

Vertrouwelijke locaties, mogelijke zoekrichtingen en ambities en de minder concrete locaties, zijn opgenomen in de zogenaamde ‘pijplijn’. Begin 2023 verwacht de provincie overeenstemming te hebben over de geactualiseerde regionale programma’s. Vervolgens zal de provincie, naar verwachting in het eerste kwartaal van 2023, het geactualiseerde (ontwerp) Provinciale Programma vaststellen (PPWW 2023). In de actualisatie van het RP gaat naar verwachting opgenomen worden dat voor specifieke nieuwe uitleglocaties, welke zijn opgenomen in het Provinciale Programma Wonen en Werken 2023 en verder, op locatieniveau moeten voldoen aan 2/3 betaalbaarheid. Hierbij geldt wel het uitgangspunt ‘comply or explain’. In het PPWW is voor de binnenstedelijk locaties alleen het totaal-volume per tijdsperiode geprogrammeerd. In de Planregistratie Wonen is zichtbaar om welke locaties het gaat. Binnenstedelijke woningbouwcapaciteit per gemeente bevat een veelheid aan, vaak kleine, woningbouwplannen. Dit is vaak een momentopname. Het aantal is voor de binnenstedelijke locaties daarom niet limitatief. Er kunnen ook andere binnenstedelijke plannen worden ontwikkeld of opgenomen locaties worden geoptimaliseerd. Anderzijds zullen er ook binnenstedelijke locaties afvallen of vertragen. Dit geldt niet voor uitbreidingslocaties. De in het PPWW opgenomen locaties en aantallen zijn wel limitatief.

Nieuwe uitleglocaties die nog niet zijn opgenomen kunnen bij een actualisatie na regionale afstemming tussen provincie en gemeenten en gemeenten onderling, worden geprogrammeerd. Daarbij vindt onder andere een integrale afweging plaats waarbij wordt nagegaan of de locaties in provinciale kaders passen.

33

BIJLAGE 3. WONINGBOUWOPGAVE PER GEMEENTE 1. GEMEENTE BARNEVELD Duiding van de gemeente Barneveld Gemeente Barneveld (met inmiddels ruim 61.500 inwoners) vindt de betaalbaarheid van het wonen een belangrijke opgave. De gemeente kent een woningaanbod van vooral grondgebonden (koop)woningen, maar in de afgelopen jaren neemt het aandeel stapeling in de nieuwbouw toe (verhouding 30-35% stapeling versus 65-70% grondgebonden). Derhalve is nu reeds 64% van het programma als betaalbaar aan te merken. De gemeente is van oudsher een kopers gemeente. Dit wordt mede verklaard doordat de gemeenten uit 9 kernen bestaat, waarvan 7 plattelandskernen. Daarnaast speelt identiteit een rol. Hier ligt de behoefte aan koopwoningen traditioneel hoger. Maar ook in de 2 grotere kernen Voorthuizen en Barneveld zien we dit in de woningbehoeftecijfers en gesprekken met makelaardij terug. Vandaar dat de gemeente jaarlijks inzet op de bouw van tenminste 20% sociale koopwoningen in de nieuwbouw en 20% middelduur. Ook de komende jaren wil de gemeente zich daar voor inzetten. Het aandeel sociale huur bij toegelaten instellingen binnen de voorraad ligt met bijna 20% relatief laag. Samen met aanbod bij particuliere beleggers ligt dit percentage sociale huur binnen de woningvoorraad op 25%. De gemeente wil duurzame, gedifferentieerde en toekomstbestendige buurten realiseren.

Naast nieuwbouw in de grotere kernen (met Bloemendal, De Burgt en Voorthuizen-Zuid) als belangrijke locaties t/m 2030, wordt ook in de 7 overige kernen gebouwd ten behoeve van vitaliteit en leefbaarheid in deze kernen. Woningbouwopgave Barneveld Te realiseren woningen bruto

Totale plan-capaciteit

Harde plan-capaciteit

2022 2023

314

314

314

629

629

629

2024

897

897

272

2025

840

840

70

2022 t/m 2025

2.680

2.680

1.285

2026 t/m 2030

2.700

2.700

29

Totaal

5.380

5.380

1.314

100%

100%

24%

Sociale huur totaal

Middenhuur totaal

Betaalbare koop

Betaalbaar totaal

2022 2023

57

10

88

155

178

50

198

426

2024

246

7

345

598

2025

185

50

305

540

2022 t/m 2025

666

117

936

1.719

2026 t/m 2030

659

31

1.028

1.718

Totaal

1.325

148

1.964

3.437

25%

3%

37%

64%

*Alle percentages zijn t.o.v. te realiseren woningen bruto.

34

Toelichting ▪ Voor de periode 2022 t/m 2030 staan er bijna 5.400 woningen gepland, gemiddeld bijna 600 per jaar; ▪ Het percentage van 64% betaalbaarheid zit nu al in de plannen besloten, vanaf 2027 is er nog ruimte om tot tweederde (66%) betaalbaarheid te komen; ▪ Daarnaast zal voor het tijdvak 2027 t/m 2030 gestreefd worden naar een groter programma sociale huurwoningen ten behoeve van toegelaten instellingen om zo het aandeel sociale huur te verhogen tot 25%; ▪ Aandeel betaalbare koop is met 37% groot waarvan een gedeelte in 2 klassen in de in de sociale koopsfeer (tot € 260.000 en tot € 320.000) en een deel in de middeldure koopsector tot de grens van betaalbaarheid; ▪ Sociale koop is in Barneveld vanwege de grote behoefte aan koopwoning een belangrijk segment voor o.a.

starters en midden inkomensgroepen, starters willen hier massaal kopen (al dan niet met gebruik making van de starterslening die de gemeente ter beschikking stelt) in plaats van het huren van een sociale huurwoning; voor de Rijksoverheid is dit gunstig aangezien daarmee een minder groot beroep wordt gedaan op huurtoeslag; ▪ Aangezien Barneveld uit 9 kernen bestaat, waarvan 7 plattelandskernen is deze voorkeur voor koop niet verwonderlijk, daarnaast speelt identiteit een rol; ▪ Van de circa 25% aan woningen die in de sociale huur geprogrammeerd staat, is de overgrote meerderheid reeds aan Woningstichting Barneveld (WsB)toebedeeld; ▪ De markt voor middenhuur is hier van oudsher niet groot (vanwege de nuchtere kopersmentaliteit), verwacht wordt dat dit percentage nog iets zal stijgen; Woningstichting Barneveld heeft hier vooralsnog niets in geprogrammeerd; bij hen ligt de prioriteit bij het realiseren van voldoende sociale huurwoningen. ▪ Doorgaans worden de plannen in een vrij laat stadium hard gemaakt, dit biedt ook mogelijkheden om nog in plannen te schuiven (en in te spelen op marktomstandigheden). ▪ Er staan geen grootschalige herstructureringsplannen op stapel, behalve de 47 woningen die door de woningcorporatie worden gesloopt, zijn het vooral particulieren die jaarlijks een aantal woningen slopen en vervolgens nieuw bouwen.

▪ Flexwonen is niet iets wat direct bij Woningstichting Barneveld en gemeente Barneveld leeft; gezien de grote bouwopgave wordt voor duurzame woonproducten op permanente locaties gekozen. Een ervaring met 22 flexwoningen van de Woningstichting Barneveld heeft financieel niet erg gunstig uitgepakt. Wel wordt meer gebruik gemaakt van conceptbouwers. Mochten de marktomstandigheden komende jaren dusdanig wijzigen dat flexwonen toch interessant blijkt te zijn, dan gaan we hier zeker mee aan de slag. ▪ Flexwonen wordt wel door marktpartijen voor huisvesting arbeidsmigranten ingezet.

2. GEMEENTE EDE Duiding van de gemeente Ede De gemeente Ede wil werk maken van betaalbare woningbouw. We komen uit een situatie waarin er niet altijd veel aandacht was voor betaalbare bouw. De laatste jaren sturen we hier veel scherper op en met resultaat. In Ede stad willen we op termijn toegroeien naar 30% sociale huur in de bestaande voorraad en willen we zo veel mogelijk streven naar 2/3 betaalbaar bij nieuwbouw. Voor de landelijke kernen sturen we ook op betaalbaarheid en brengen dat in balans met de behoefte. Ons motto is ‘we bouwen wijken, geen woningen’. Dit betekent dat wij ook nadrukkelijk aandacht besteden aan leefbaarheid & voorzieningen, duurzaamheid & klimaat en wonen en zorg & bijzondere doelgroepen.

35

Woningbouwopgave Ede Te realiseren woningen bruto

Totale plan-capaciteit

Harde plan-capaciteit

2022 2023

815

815

646

1.169

1.169

1.040

2024

778

778

508

2025

1.194

1.194

256

2022 t/m 2025

3.956

3.956

2.450

2026 t/m 2030

3.044

1.879

649

Totaal

7.000

5.835

3.099

100%

83%

44%

Sociale huur totaal

Middenhuur totaal

Betaalbare koop

Betaalbaar totaal

2022 2023

481

46

104

631

476

82

154

712

2024

275

0

196

471

2025

216

19

184

419

2022 t/m 2025

1.448

147

638

2.233

2026 t/m 2030

639

36

629

1.304

Totaal

2.087

183

1.267

3.537

30%

3%

18%

51%

*Alle percentages zijn t.o.v. te realiseren woningen bruto. Toelichting ▪ Het bouwen van 7.000 woningen in Ede t/m 2030 is een ambitie. Voor ca. 1.200 woningen moet er nog worden gezocht naar capaciteit. En het vraagt ook om het omzetten van zachte naar harde plancapaciteit; ▪ Ook voor het aandeel van de sociale huur dat gebouwd wordt door de corporatie geldt dat het deels om een ambitie gaat. De realisatie daarvan is deels afhankelijk van hoe goed het lukt om de corporatie in positie te krijgen bij particuliere ontwikkelingen ▪ Ongeveer de helft van de bruto te realiseren woningen is betaalbaar. Van de andere helft van de plancapaciteit is ca. 40% in categorieën boven de grens van betaalbaarheid en ca. 60% onbekend.

2. GEMEENTE NIJKERK Duiding van de gemeente Nijkerk Het profiel van de gemeente Nijkerk als typische gezinsgemeente wordt weerspiegeld in de woningvoorraad, Nijkerk kent veel grondgebonden eengezinswoningen. Nijkerk koestert deze kwaliteit, maar wil de komende jaren meer betaalbare woningen bouwen voor inwoners die door de druk op de woningmarkt moeite hebben om een passende woning te vinden, zoals starters en huishoudens met lagere inkomens. Daarnaast zetten we in op de bouw van geschikte woningen voor senioren. Zodoende wordt het woningaanbod in Nijkerk gevarieerder zodat in de woningbehoefte van alle inwoners kan worden voorzien.

36

Woningbouwopgave Nijkerk Te realiseren woningen bruto

Totale plan-capaciteit

Harde plan-capaciteit

2022 2023

437

437

437

247

247

247

2024

264

264

250

2025

970

970

720

2022 t/m 2025

1.918

1.918

1.654

2026 t/m 2030

1.939

1.939

1.449

Totaal

3.857

3.857

3.103

100%

100%

80%

Sociale huur totaal

Middenhuur totaal

Betaalbare koop

Betaalbaar totaal

2022 2023

108

0

5

113

70

23

89

182

2024

97

27

150

274

2025

300

54

61

415

2022 t/m 2025

575

104

305

984

2026 t/m 2030

704

145

223

1.072

Totaal

1.279

249

528

2.056

33%

6%

14%

53%

*Alle percentages zijn t.o.v. te realiseren woningen bruto. Toelichting ▪ De woningbouwplanning laat voor 2025 een zogenaamde boeggolf zien, verwachte oplevering van een aantal projecten in de jaren daarvoor schuiven door naar 2025. De kans bestaat dat projecten met geplande oplevering in 2025 op hun beurt zullen doorschuiven naar latere jaren, maar dit is vanuit de woningbouwplanning nu de stand van zaken. ▪ In de Woonvisie en de Omgevingsvisie van de gemeente Nijkerk wordt voor nieuwbouw uitgegaan van een gemiddelde jaarlijkse oplevering van ca. 250 woningen. De plancapaciteit laat voor een aantal jaren een fors hogere oplevering zien. De praktijk leert echter dat de werkelijke bouw en oplevering van woningen doorgaans achterloopt op de plancapaciteit. De ambitie zoals opgenomen is alleen haalbaar als echt alles goed gaat en blijft gaan. Vanwege de vele onzekere factoren die hierop van invloed zijn, kan daarom geen garantie worden geboden of deze extra ambitie haalbaar is.

4. GEMEENTE RENSWOUDE Duiding van de gemeente Renswoude Renswoude is de afgelopen jaren snel gegroeid. Traditioneel werd aan de vraag naar woningen voorzien middels het bouwen van eengezinswoningen. Mede door de snelle vergrijzing en de gezinsverdunning wordt de komende jaren meer ingezet op gelijkvloerse woningen voor senioren maar ook kleinere woningen voor starters. Dit zowel grondgebonden als appartementen. Op dit moment is het aandeel sociale huurwoningen slechts 17%. Op basis van woningmarktonderzoek is een groei naar minimaal

37

20% gewenst. Hierin onderscheid Renswoude zich ten opzichte van de op Rijksniveau geformuleerde ambitie van 28%. De vraag vanuit de markt is vooral gericht op koopwoningen. Om de kansen voor starters te vergroten wordt vooral ingezet op goedkope en middel dure koopwoningen. Woningbouwopgave Renswoude Te realiseren woningen bruto

Totale plan-capaciteit

Harde plan-capaciteit

2022 2023

40

4

4

40

1

1

2024

40

107

30

2025

41

49

49

onbekend/ vertrouwelijk 2022 t/m 2025

0

30

15

161

191

99

2026 t/m 2030

163

354

113

Totaal

324

545

212

100%

168%

65%

Sociale huur totaal

Middenhuur totaal

Betaalbare koop

Betaalbaar totaal

2022 2023

0

0

0

0

0

0

0

0

2024

42

3

15

60

2025

10

0

15

25

onbekend/ vertrouwelijk

0

0

0

0

2022 t/m 2025

52

3

30

85

2026 t/m 2030

15

0

49

64

Totaal

67

3

79

149

21%

1%

24%

46%

*Alle percentages zijn t.o.v. te realiseren woningen bruto. Toelichting ▪ De aantallen plancapaciteit zijn de stand van zaken 27 oktober 2022. ▪ De aantallen in kolom nieuwbouw zijn onder voorbehoud van (bestuurlijke) besluitvorming/overeenstemming in kader van Regionaal Programmeren. Het zijn aantallen op basis van nu bekende concrete plannen (exclusief onzelfstandige wooneenheden). De verdeling over de jaarschijven is evenredig verdeeld en indicatief. ▪ De aantallen betaalbaarheid zijn o.b.v. de openbare plannen waarvan prijssegment bekend is (van deel van de plancapaciteit is prijssegment nog onbekend). ▪ De aantallen corporatiewoningen zijn o.b.v. inzichten medio 2022 op basis van concrete locaties en ambities/perspectief corporatie (gemeentelijk woningbedrijf Renswoude). ▪ In 2022 inmiddels het eerste flexwoningenproject met in totaal 8 woningen in Renswoude opgeleverd. Onderzocht wordt of in 2023 op een tweede locatie tussen de 12 tot 20 flexwoningen gerealiseerd kunnen worden.

38

5. GEMEENTE RHENEN Duiding van de gemeente Rhenen De gemeente Rhenen wil graag een zelfstandige gemeente blijven voor jong en oud; een gemeente waar het waardevol groen wordt gecombineerd met wonen, werken en recreëren en waar een goede ontsluiting een randvoorwaarde is voor woningbouw. Rhenen is een aantrekkelijke gemeente om te wonen en de koopwoningen zijn relatief duur. De sociale huurwoningvoorraad is redelijk op peil (28%). De behoefte aan toevoeging van betaalbare woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens is groot, in zowel sociale- als middeldure huurwoningen als aan betaalbare koopwoningen. Hierbij is er ook met name behoefte aan toevoeging van geschikte (zorg)woningen voor ouderen, maar ook aan woningen voor spoedzoekers. Woningbouwopgave Rhenen Te realiseren woningen bruto

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=5d116e7d-c644-45e6-b1f2-6b2d5828402b