B-3.3a Bijlage 3 bij Omgevingsvisie Barneveld 2040; participatieverslag
Tekst van het document
· Detailhandel: Detailhandel, zoals Welkoop, passend positioneren langs het centrum. • Groen: · Behoud van groen en uitbreiding van recreatief groen in verhouding met de groei van Barneveld. · Groen inzetten om de leefomgeving klimaatbestendig te maken.
37 Participatieverslag Omgevingsvisie Barneveld 2040 | ‘Van voorkeur naar visie’
• Geluid: Geluidsoverlast van snelwegen en andere infrastructuur beperken. • OV: Realisatie van een directe verbinding met Apeldoorn ter versterking van de bereikbaarheid. 3. Zorgen en aandachtspunten • De Valk: · Conflicten tussen bedrijven en bewoning voorkomen. · Mogelijkheid onderzoeken voor bedrijfsgerelateerde woningen, zoals huisvesting voor arbeidsmigranten. · Alleen bedrijven toelaten die goed samengaan met de nabijheid van woningen en het centrum. · Groen vs. inbreiding: Waarborgen dat inbreidingslocaties niet ten koste gaan van het groen. · Recreatie: Recreatieve voorzieningen laten meegroeien met de uitbreiding van Barneveld.
Thema Economie (incl. Harselaar) 1. Ruimtebehoefte • Voorthuizen: Er is behoefte aan kleine bedrijfsruimtes (halletjes) en industrieterreinen. Kleine ondernemers hebben moeite om ruimte te vinden door concurrentie met grotere bedrijven. Een verzamelgebouw kan een oplossing zijn. • Harselaar: Er is niet genoeg ruimte voor de verwachte groei tot 2040. Uitbreiding is beperkt door natuur- en ontwikkelingszones. Mogelijke uitbreidingsgebieden zijn de Briellaerd en richting Terschuur. 2. Arbeidsmarkt en Energie • Werklandschap Voorthuizen: Er is behoefte aan bedrijfswoningen en een woon-werklandschap aan de snelwegkant. • Harselaar: Oude panden worden vervangen door nieuwe. Er is een lobby voor de verbreding van de A1 om de bereikbaarheid te verbeteren.
inhoud
3. Detailhandel en Harselaar • Centrum Voorthuizen: Supermarkten zouden naar de rand van de kernen moeten verhuizen om parkeerproblemen te verminderen. Het centrum heeft behoefte aan een betere parkeersituatie en openbaar vervoer. • Centrum Barneveld: Er is behoefte aan meer horeca en recreatievoorzieningen. Flexibiliteit in bestemmingsplannen is belangrijk om leegstand te voorkomen. Overige Punten • Recreatie en Toerisme: Veel vakantieparken zijn verouderd en worden permanent bewoond. Er is behoefte aan investeringen in vitale vakantieparken en meer fietspaden. • Industriegebieden: Grote bedrijven moeten naar Harselaar, terwijl kleinere bedrijven dichter bij de dorpskernen kunnen blijven. Er is discussie over de beste locaties voor nieuwe industriegebieden.
Thema gezond en toekomstbestendig I Belangrijk om te behouden: 1. Groen en ruimte voor ontmoeten in wijken. 2. Sterk verenigingsleven met vrijwilligers. 3. Schone lucht en behoud van een gezonde leefomgeving. Belangrijk om te ontwikkelen: 1. Meer groen in bestaande wijken, toepassing van 3-30-300 regel. 2. Ruimte voor ontmoetingsplekken, specifiek voor jongeren en ouderen. 3. Verminderen van fijnstof en aanpakken van geluidsoverlast. 1. Kernkwaliteiten: Wat willen we behouden? • Behoud grote bomen en het landelijke karakter van dorpen. • Groen en kleur in wijken, inclusief initiatieven zoals geveltuintjes. • Multifunctionele sociale ontmoetingsplekken. • Sterk verenigingsleven dankzij vrijwilligers. • Goede OV-voorzieningen (treinstations) om autogebruik te beperken. • Behoud van maatregelen voor luchtkwaliteit, minder haardstoken bij slechte luchtkwaliteit.
38 Participatieverslag Omgevingsvisie Barneveld 2040 | ‘Van voorkeur naar visie’
• Diversiteit in woningen voor jong en oud, gericht op sociale cohesie. • Ruimte voor kerken en behoud van dorpsgezichten. • Behoud van cultuurhistorische panden, theater, en andere voorzieningen. 2. Ontwikkelingspunten: Wat moet beter? • Aanleggen van meer groen in bestaande wijken, zoals centrum Voorthuizen en Veller. • Beleid tegen fijnstof en geluidsoverlast door verkeer en industrie. • Creëren van ontmoetingsplekken voor jongeren en ouderen, om eenzaamheid te verminderen. • Zorg dichtbij beschikbaar maken, inclusief spreekuren buiten reguliere tijden. • Meer ruimte voor alternatieve woonvormen (mix jong-oud, collectief wonen). • Bouwen op voldoende afstand van bedrijven om overlast te minimaliseren. • Verminderen energiegebruik en betere coördinatie van werkzaamheden in straten. • Zuiniger omgaan met bestaande middelen en investeren in klimaatbestendige oplossingen. • Verminderen van vrachtverkeer in woonwijken en agrarische routes herzien. 3. Reacties en aandachtspunten vanuit inwoners • Gezondheid en leefomgeving: · Focus op “verhogen van gezondheid” in kwetsbare gebieden in plaats van “verkleinen gezondheidsverschillen.” · Invoering beleid rond straling en 5G-zendmasten. • Groen en recreatie: · Oude wijken vergroenen en openbare ruimte toegankelijker maken voor mindervaliden. • Zorg en wonen: · Meer voorzieningen in nieuwe wijken (scholen, sport, ontmoetingsplekken).
· Inzet op buurthuizen en integrale aanpak van plannen.
inhoud
Conclusie: De inwoners pleiten voor een balans tussen behoud van het dorpse karakter, vergroening en verduurzaming, en het creëren van sociale samenhang door ontmoetingsplekken en diverse woonvormen. De nadruk ligt op een leefbare, gezonde toekomst met voldoende aandacht voor jong en oud. 1. “Barneveld heeft een imago van gezondheid, maar kijk eens naar de fijnstofproblematiek – dat moet anders!” 2. “Meer ruimte voor jongeren en ouderen, zodat iedereen uit zijn isolement kan komen.” 3. “Waarom wordt in nieuwe wijken geen 3-30-300-regel toegepast? We hebben bomen nodig!” 4. “De mix van jong en oud is cruciaal in woningbouw, dat versterkt sociale samenhang.” 5. “Ik mis beleid rond 5G – hoe beschermen we onze privacy en gezondheid?” 6. “Het klinkt als een verlanglijstje, maar wie gaat dit uitvoeren en hoe?” 7. “Groen in de wijk is meer dan decoratie; het verbindt, verkoelt en verbetert gezondheid.
Verslag Thema Gezond en Toekomstbestendig II 1. Kernkwaliteiten: Wat willen we behouden? Tijdens de sessie benadrukten deelnemers de volgende kernkwaliteiten binnen het thema: • Natuur en groen: Behoud van natuur en uitbreiding van groene zones rondom kernen. • Gezondheid: Meer aandacht voor gezondheidsvoorzieningen, vooral in gebieden waar mensen minder gezond zijn. • Sociale cohesie: Het belang van ontmoetingsplekken, zoals een buurtsuper, om verbinding in de buurt te versterken. • Recreatie: Beschikbaarheid van buitensportmogelijkheden, zoals workout toestellen en mountainbikeroutes.
39 Participatieverslag Omgevingsvisie Barneveld 2040 | ‘Van voorkeur naar visie’
2. Ontwikkelingsmogelijkheden De sessie leverde verschillende suggesties op om het thema verder te ontwikkelen: • Inrichting leefomgeving: Aanleg van korte wandelroutes en meer bankjes om de omgeving toegankelijker te maken, afgestemd op de levensfase van bewoners. • Veiligheid: Verbeteren van verkeersveiligheid en handhaving, en aanpak van gevoel van onveiligheid in de buurt. • Waterkwaliteit: Aanpak van watervervuiling in sloten door overstort, met oog voor agrarische ondernemers die hierdoor worden geraakt. 3. Zorgen en aandachtspunten • Balans natuur en recreatie: Behoefte aan meer natuur en recreatieve voorzieningen, zonder de ecologische waarde te schaden. • Wolvenproblematiek: Creëren van veilige recreatiegebieden waar wandelaars zich geen zorgen hoeven maken over wolven. • Gezondheid en mobiliteit: Verbeteren van gezondheid en veiligheid door toegankelijkheid en bereikbaarheid te versterken via ontmoetingsplekken en korte routes. • Sociale cohesie: Grotere nadruk op verbinding tussen buurtbewoners. • 4. Conclusies • Natuur en Gezondheid: Er is een grote behoefte aan meer natuur en groene zones, evenals verbeterde gezondheidsvoorzieningen in minder gezonde gebieden. • Veiligheid: Verkeersveiligheid en buurtveiligheid blijven cruciale thema’s, inclusief zorgen over wolven.
• Recreatie: Het belang van buitensportmogelijkheden en sociale voorzieningen, zoals ontmoetingsplekken, is groot. • Leefomgeving: De omgeving moet beter worden ingericht naar de behoeften van bewoners, met meer wandelroutes en voorzieningen. • Waterkwaliteit: Het aanpakken van watervervuiling is een belangrijk aandachtspunt, met nadruk op de impact op agrarische ondernemers.
inhoud
Bijlage C: Verslag Participatieavond Stroe, Kootwijkerbroek, Garderen, Kootwijk De Hofstee, Stroe, 19 november 2024 Thema: Landelijk Gebied 1. Kernkwaliteiten: Wat willen we behouden? De deelnemers benadrukten het belang van het behouden van het unieke karakter en de specifieke kwaliteiten van het landelijke gebied: • Agrarische sector: Landbouw blijft primair, met behoud van landbouwrechten en geen inperking daarvan. • Kleinschaligheid: Behoud van kleinschalige bedrijvigheid en kleinschalig wonen in buurtschappen, mits dit de agrariërs niet belemmert. • Natuur en landschap: Handhaven van beken, paden en het open landschap in gebieden zoals Noord-Kootwijkerbroek en Oost-Stroe. • Gemeenschapszin: De saamhorigheid en acceptatie van boeren in Kootwijkerbroek en het omliggende gebied behouden. • Karakter van dorpen: Kootwijkerbroek als boerendorp en de landelijke, landschappelijke uitstraling van het gebied rondom Barneveld. 2. Ontwikkelingsmogelijkheden Er kwamen diverse ideeën naar voren over hoe het landelijke gebied verder kan worden ontwikkeld, zonder afbreuk te doen aan de bestaande kwaliteiten: • Wonen: Kleinschalige woningbouw toestaan in het buitengebied en buurtschappen, met behoud van het landelijke karakter. • Bedrijvigheid: Industriële activiteiten concentreren langs de A1, met behoud van ruimte voor kleinschalige ondernemingen in het buitengebied.
• Natuurinclusieve landbouw: Bij Natura 2000-gebieden overgaan op natuurinclusieve landbouw en het groen behouden, maar met een minder strikte beschermingsstatus.
40 Participatieverslag Omgevingsvisie Barneveld 2040 | ‘Van voorkeur naar visie’
• Recreatie: Wandel- en fietsroutes verbeteren, vooral langs beken en akkers, en nieuwe natuurgebieden beter ontsluiten. • Waterbeheer: Samenwerking met het waterschap versterken om waterproblemen op te lossen en beken beter in te zetten voor waterbeheer. • Recreatie: Wandel- en fietsroutes verbeteren, vooral langs beken en akkers, en nieuwe natuurgebieden beter ontsluiten. • Waterbeheer: Samenwerking met het waterschap versterken om waterproblemen op te lossen en beken beter in te zetten voor waterbeheer. 3. Zorgen en aandachtspunten De deelnemers gaven ook zorgen en aandachtspunten mee: • Stikstofproblematiek: De stikstofrechten voor nieuwbouw (zoals de nieuwe woningen in Barneveld) mogen niet ten koste gaan van boeren. • Groei en woningbouw: Barneveld moet minder snel groeien en er moet niet gebouwd worden voor omliggende steden zoals Amersfoort. Wel behoud van groeiambitie 800 woningen. • Nieuwe natuur: Nieuwe natuurgebieden mogen niet dezelfde beschermingsstatus krijgen als bestaande Natura 2000-gebieden, omdat dit de agrarische sector belemmert. • Woon- en leefruimte: Geen uitloopgebied in Kootwijkerbroek; dit is volgens deelnemers niet nodig. 4. Conclusies De bijeenkomst bracht waardevolle inzichten en prioriteiten naar voren, gericht op een evenwichtige ontwikkeling van het landelijke gebied:
inhoud
• Primair agrarisch gebied: Het landelijke gebied blijft primair ingericht voor landbouw, met behoud van agrarische rechten en ondersteuning van de sector. • Balans natuur en wonen: Kleinschalige woningbouw en bedrijvigheid kunnen worden toegestaan, mits het agrarische karakter behouden blijft. • Groen en recreatie: Behoud en versterking van het landschap, met aandacht voor recreatieve routes zoals wandelen en fietsen. • Beleid en regelgeving: Flexibele normen in het buitengebied, met oog voor de belangen van boeren en ondernemers. • Samenwerking waterbeheer: Betere afstemming met het waterschap om waterproblemen aan te pakken.
Kern Stroe I Samenvatting Tijdens de bijeenkomst in Stroe zijn de kernkwaliteiten van het dorp besproken, evenals de ambities en visies op toekomstige ontwikkelingen. Belangrijkste uitkomsten: • Behouden: het dorpse en landelijke karakter, natuur en rust en de sterke sociale cohesie. • Ontwikkelen: meer groen en voorzieningen, geluidreductie en concentratie van bedrijvigheid. • Woningbouw: aanwezigen pleiten voor gedoseerde groei, met de voorkeur voor 300 woningen in plaats van 500. 1. Kernkwaliteiten: Wat willen inwoners behouden? • Dorpse karakter: het kleinschalige en rustige gevoel van Stroe. • Landelijke omgeving: vrije doorzichten, ruimte en biodiversiteit. • Sociale cohesie: inwoners kennen en helpen elkaar, wat bijdraagt aan een veilige en betrokken gemeenschap. • Natuur en groen: natuurgebieden rondom Stroe, zoals het Veluwemassief, moeten worden beschermd. • Sociale veiligheid: de veilige, vertrouwde omgeving van het dorp.
41 Participatieverslag Omgevingsvisie Barneveld 2040 | ‘Van voorkeur naar visie’
Wat willen inwoners ontwikkelen? • Meer groen: goed onderhouden en met oog voor biodiversiteit. • Extra voorzieningen: zoals winkels, verenigingen en andere faciliteiten. • Concentratie van bedrijvigheid: liever compact en overzichtelijk in de kern. • Geluidsreductie: aanpak van verkeerslawaai en andere bronnen van geluidsoverlast. 2. Gesprek over visieonderwerpen Tijdens de gesprekken zijn de zeven visieonderwerpen en het woningbouw vraagstuk besproken. Woningbouwplannen • Kritiek op 500 woningen: · Veel aanwezigen vinden 500 woningen te veel en pleiten voor een maximum van 300. · “Met 500 woningen verlies je het dorpse karakter van Stroe.” • Gecontroleerde groei: · De groei moet gedoseerd plaatsvinden, met oog voor de impact op voorzieningen zoals basisscholen, huisartsen, en verenigingen. · “Wat betekent 500 woningen voor ons voorzieningenniveau? Volstaat 300 niet ook?” • Locaties en inbreiding: · Voorkeur voor inbreiding boven uitbreiding, zoals bij de locatie Hogekamperweg. · Suggesties voor woningbouw aan de westzijde van de Wulperweg of als een rand rondom het huidige centrumgebied. · Drielaagsbebouwing: Bijvoorbeeld wonen in een plintstructuur wordt als positief ervaren. Natuur en ecologie • Bij woningbouw moet rekening worden gehouden met de nabijheid van Natura 2000-gebieden en de ecologische waarde van de omgeving.
• De natuurorganisatie benadrukt een bredere blik op Stroe, als onderdeel van het Veluwemassief.
inhoud
Kern Stroe II Verslag Ontwikkelingen Stroe: Woningbouw, Voorzieningen en Infrastructuur 1. Woningbouw: Aantal en Locaties • Het geplande aantal van 500 woningen voor Stroe wordt als te hoog ervaren. Een eerder vastgesteld maximum van 300 woningen sluit beter aan bij de wensen van de bewoners. • De relatie tussen 500 woningen en een beter voorzieningenniveau wordt niet gezien. De huidige voorzieningen voldoen al jaren; extra voorzieningen zijn niet noodzakelijk omdat men niet wil uitbreiden. • Uitbreiding aan de oostzijde (plan Van de Kolk) wordt ongewenst geacht vanwege de impact op het kampenlandschap en de nabijgelegen natuur. • Alternatieve locaties voor woningbouw: · Een beperkte uitbreiding tussen de Hogekampweg en de Houtbeekweg. · Kleinschalige inbreiding in de kern, afhankelijk van marktwerking. · Mogelijke uitbreiding in de driehoek Wulpenweg-Stroeërweg, mits ontsluiting wordt verbeterd. • Uitbreiding aan de westzijde wordt afgewezen vanwege verlies van landbouwgrond.
• Een nieuwe verbinding tussen de N800 en N310 kan de verkeersveiligheid verbeteren en de verkeersdruk in de kern verminderen. Dit zou ook tractoren (ca. 20 per dag) uit de kern kunnen houden. • Wenselijke verkeersverbeteringen: · Een fietsverbinding langs het spoor richting Harselaar en Barneveld, als alternatief voor de onveilige Kapweg. · Verbetering van het “Zwartepaadje”, een fiets- en voetpad tussen de Brinkerweg en Stroeërweg, dat nu in slechte staat verkeert. 4. Natuur en Milieu • Bescherming van het kampenlandschap en de omliggende natuur heeft prioriteit. • Bodemvervuiling door chroom vanuit de Steco-fabriek vormt een mogelijk obstakel. Sanering is noodzakelijk voordat ontwikkelingen plaatsvinden. • Te veel woningbouw aan de oostzijde verhoogt de druk op de natuur en verstoort de rust. • Nieuwe natuurgebieden mogen geen zwaardere bescherming krijgen dan bestaande natuur (zoals N2000-gebieden), om beperkingen voor agrariërs te voorkomen.
2. Voorzieningen Er is geen grote behoefte aan extra voorzieningen. Huidige voorzieningen zoals onderwijs, sport en eerstelijnszorg voldoen al jaren en blijven op peil. Specifieke behoeften: • Een buitenschoolse opvang (BSO) wordt gemist. • Huisvesting voor ouderen, zoals een bejaardentehuis, is een wens. • Marktwerking wordt als leidend beschouwd: als ondernemers kansen zien, zullen ze zelf initiatieven nemen.
5. Andere Opmerkingen en Suggesties • Verplaatsing van DSM/Twilmij wordt als wenselijk gezien. Op die locatie kan hoogbouw worden gerealiseerd, vergelijkbaar met de situatie in Wekerom. • Kleinschalige bedrijvigheid en ondernemerschap verdienen ondersteuning in Stroe. • Het bedrijventerrein Tolnegenweg-West roept gemengde reacties op: · Sommigen betwijfelen de geschiktheid van de Tolnegenweg als toegangsweg en de impact op de spoorwegovergang. · Anderen zien het bedrijventerrein als wenselijke ontwikkeling.
3. Verkeer en Bereikbaarheid • De spoorwegovergang vormt een knelpunt en betere ontsluiting is een voorwaarde voor woningbouw. • Het opheffen van de Stroeërschoolweg als toegangsweg wordt afgewezen. Bestemmingsverkeer via woonstraten is onwenselijk.
Conclusie De input vanuit beide sessies geeft een duidelijk beeld van de voorkeuren en zorgen van de inwoners van Stroe. De belangrijkste aandachtspunten zijn: • Behoud van het dorpse karakter met een beperkte woningbouw van maximaal 300 woningen.
42 Participatieverslag Omgevingsvisie Barneveld 2040 | ‘Van voorkeur naar visie’
inhoud
• Bescherming van natuur en landschap, met aandacht voor milieu problemen zoals bodemvervuiling. • Verbetering van verkeersveiligheid en bereikbaarheid, inclusief nieuwe fietsverbindingen. • Beperkte uitbreiding van voorzieningen, met specifieke aandacht voor een BSO en ouderenhuisvesting.
Kern Kootwijkerbroek I 1. Voorkeursscenario Kootwijkerbroek Voor de kern Kootwijkerbroek zijn de wensen, zorgen en randvoorwaarden goed in kaart gebracht. Er is tevredenheid over de opgenomen plannen: • Woningbouw: 800 woningen. • Bedrijventerrein: 6 hectare. 2. Kernkwaliteiten • Sterke relatie met het agrarisch gebied. • Sterke ondernemersmentaliteit. • Puurveense Molen als beeldbepalend gebouw, met zorg voor behoud van zichtbaarheid. • Dorpshuis De Essenburcht als centrale ontmoetingsplek. • Zondagsrust. • Respect voor elkaar, passend bij het traditionele karakter van het dorp. • Behoud van het dorpse karakter. 3. Ambities • Woningbouw: Stevige groei met realisatie van 500 woningen tot 2024, voornamelijk aan de zuidzijde. • Landschappelijke balans: · Geen nieuwe wijken in het noorden, maar behoud van het wandelgebied langs de begraafplaats. · Versterking van de beek in het noorden. • Woningvoorraad: Meer diversiteit, zoals sociale huur- en koopwoningen voor starters en lokale jongeren.
43 Participatieverslag Omgevingsvisie Barneveld 2040 | ‘Van voorkeur naar visie’
• Doelgroepen: · Geen arbeidsmigranten die niet in Kootwijkerbroek werken. · Betaalbare woningen voor lokale gezinnen en jongeren. · Evenredige spreiding van aandachtsgroepen (zoals statushouders) binnen de gemeente. • Ondernemerschap: · Ondernemerschap faciliteren en toekomstbestendig maken. · Na afloop van de zonneparkvergunning (7 jaar) kan dit gebied worden ontwikkeld tot bedrijventerrein. • Voorzieningen: · Passend meegroeien met de woningbouw: eerstelijnszorg, onderwijs, en cultuur. · Gericht aanbod in nieuwe wijken. 4. Bereikbaarheid en Verkeer • Verbetering van de Esvelderweg als mogelijke aansluiting op de rondweg Barneveld. • Beperking van nieuwe wegen om financiële lasten te minimaliseren. • Beter gebruik maken van bestaande wegen met resterende capaciteit. • Voorkom onevenredige belasting van woonstraten. • Verbetering voor fiets, voetgangers en openbaar vervoer, zoals: · Een fietsverbinding van Kootwijkerbroek naar Station Barneveld Noord. · Veiligheidsmaatregelen: · 30 km-regime op de Puurveenseweg, Essenerweg, Wesselseweg en Veluweweg bij detailhandel. · Elektrisch rijden stimuleren om autoverkeer en uitstoot te verminderen. 5. Uitkomsten Prioritering (Geeltjes) • Positieve punten: · Groei van woningen en bedrijven, met aandacht voor betaalbare starterswoningen. · Behoud van het dorpse karakter en open landschap in het noorden.
· Oog voor de positie van boeren in het buitengebied. · Uitbreiding Kootwijkerbroek richting het zuiden in een halve maan. · Verkeersveiligheid en doorstroming verbeteren, vooral op de N800 en Veluweweg.
inhoud
• Zorgen en aandachtspunten: · Zorg voor een verfraaide entree vanaf Barneveld. · Voorkom dat Kootwijkerbroek zijn dorpskern en karakter verliest. · Goede wegen en ontsluiting voor nieuwe woongebieden, niet zoals in Veller. · Ontwikkeling van meer sportfaciliteiten. · Zorg voor een veilige en doorstromende verkeerssituatie op de N800.
3. Voorzieningen • Sport: Behoefte aan een nieuwe of uitgebreide sporthal. • Zorg: Verbeterde toegang tot zorg- en woonzorgvoorzieningen op korte afstand. • Verbindingen: Goede wandel- en fietsverbindingen zijn essentieel. • Overige voorzieningen: Gericht op onderwijs, maatschappelijke functies en commercie, passend bij de groei.
Samenvatting De Omgevingsvisie voor Kootwijkerbroek richt zich op groei met behoud van het karakteristieke dorpsgevoel. Belangrijke aandachtspunten zijn: 1. Een evenwichtige woningbouwontwikkeling met focus op lokale behoeften. 2. Behoud van kernkwaliteiten en het agrarisch landschap. 3. Verbetering van verkeersveiligheid en bereikbaarheid, met aandacht voor fiets- en wandelroutes. 4. Passend meegroeien van voorzieningen en ruimte voor ondernemerschap.
4. Woningbouw • Betaalbaarheid: Frustratie over dure woningen in het buitengebied. • Uitbreiding: Bestaande buurtschappen uitbreiden voor toekomstige generaties. • Erftransformaties: Positief ontvangen indien betaalbaar en in buurtschapsverband. • Voorkeurslocaties: Voorkeur voor concentratie in zuidelijke zones, minder enthousiasme voor ontwikkeling aan de noordzijde van de Veluweweg. • Doelgroepen: Starters- en seniorenwoningen om doorstroming te bevorderen.
Kern Kootwijkerbroek II
5. Verkeer • Veluweweg: Balans tussen verblijfsfunctie (30 km/u) en doorgaande verkeersfunctie. • Rondweg: Idee om 500 woningen te concentreren aan de noordkant met aanleg van een rondweg. • Fiets en voetgangers: Belang van veilige wandel- en fietspaden.
1. Inleiding Tijdens de twee sessies zijn verschillende inzichten en ideeën naar voren gekomen. Er is een duidelijke behoefte aan meerdere scenario’s voor de ontwikkeling van Kootwijkerbroek: • Pluksgewijze uitbreidingen en erftransformaties (zoals verwerkt in H4). • Eén of twee scenario’s met dorpsuitbreiding geconcentreerd in een specifieke zone. 2. Kernkwaliteiten • Agrarisch karakter: Niet alleen ruimtelijk, maar ook cultureel essentieel. • Woonomgeving: Een dorp waar kinderen willen blijven wonen, dichtbij werk en voorzieningen. • Groene kern: Belang van groen zowel in de kern als het buitengebied. • Ondernemerschap: Sterke ondernemersmentaliteit en nabijheid van werk.
44 Participatieverslag Omgevingsvisie Barneveld 2040 | ‘Van voorkeur naar visie’
6. Milieu en Landschap • Stikstof: Behoefte aan duidelijkheid over de impact van 800 woningen op milieu en agrarische belangen. • Groen: Flying Bikes als groene verbinding tussen Essenburcht en Puurveen, liever niet volbouwen. 7. Bedrijventerrein • Uitbreiding aan de westzijde, aansluitend op het bestaande terrein, wordt breed gesteund.
inhoud
Samenvatting De sessies benadrukken het belang van een evenwichtige ontwikkeling van Kootwijkerbroek, met oog voor: • Betaalbare en diverse woningbouw. • Behoud van agrarisch en groen karakter. • Goede infrastructuur en verkeersveiligheid. • Passende voorzieningen en ruimte voor ondernemerschap.
Gebied Veluwe (incl. Garderen en Kootwijk) Uitwerking tafelgesprek Tafel Garderen en Kootwijk Algemene opmerkingen De eerste ronde hebben we met betrokkenen uit Garderen gezeten en de 2e ronde hebben we met de betrokkenen uit Kootwijk gezeten. Het gesprek in beide rondes is vooral gevoerd over de aanvullende wensen en ontbrekende zaken tov van het voorkeursscenario wat door de raad is vastgesteld. Zowel Garderen als Kootwijk gaven in het gesprek aan dat zij verrast zijn over het aantal woningen dat gebouwd moet worden. Doordat in de zaal veel rumoer en lawaai was, konden beide gespreken lastig gevoerd worden met de gehele groep. Men kon elkaar slecht verstaan en de discussie werd op verschillende manieren verstoord door de omgeving. Vanuit Kootwijk is nadien zelf een verslag gemaakt van de avond en bijgevoegd bij dit sfeerverslag. Ronde 1: Garderen • Garderen heeft een deelvisie wonen liggen die aardig overeenkomt met wat er nu in het voorkeursscenario staat • Garderen ziet weinig terug van de andere punten uit het dorpsplan • Het dorpsplan moet wat Garderen betreft leidend zijn in het opstellen van de gebiedsgericht uitwerking van de Omgevingsvisie
45 Participatieverslag Omgevingsvisie Barneveld 2040 | ‘Van voorkeur naar visie’
• Aan tafel is er een flink discussie ontstaat over het gebruik van de natuur als recreatie en het beschermen van de natuur tegen recreatie. De meningen waren hier aardig over verdeeld. De inwoners willen gebruiken blijven maken van de natuur, maar zien ook in dat teveel recreatie in de kwetsbare gebieden voor de toekomst beperkt moet blijven. Dit is een punt wat blijvend aandacht nodig heeft. • (sluip)verkeer blijft een aandachtspunt om blijvend aan te pakken. Ook het (blijven) invoeren van 30 km zones is van belang. • Ook het weren en/of handhaven van ongewenst vrachtverkeer is een punt wat blijvend de aandacht moet houden • Het hebben of houden van veel horeca in de dorpskern is wat betreft het plaatselijk belang een lastige zaak. De ondernemer is uiteraard degene die bepaald of wel of niet de bestaande horeca kan blijven, maar voor de toekomst is dat wel onzeker. Suggestie word gedaan om hier in de omgevingsvisie wat meer over te zeggen hoe de ontwikkeling van samenbrengen van horeca(funties) gewenst is? • De voorkeur heeft om het wel rustig te houden in het dorp. Vitaal worden als dorp om de voorzieningen die er nog zijn in stand te houden. • Behoud van het dorpse karakter is van groot belang. Minder verdichting en in lijn met bestaande architectuur. Boerenerf is ene goed voorbeeld. • De Veluwe is nationaal landschap en gemeente Barneveld is daar onderdeel van.
Denk eerst vanuit het natuurgebied was een opmerking. • Voor de woningbouw moet je als gemeente echt maatwerk toepassen om ook voldoende jonge mensen/gezinnen de kans te geven om in Garderen te blijven of gaan wonen. • Een andere opmerking die is gemaakt dat er in Garderen echt natuurinclusief gebouwd moet worden • Om Garderen qua wonen en werken aantrekkelijk te houden moet je ook kijken naar werkvoorzieningen/mogelijkheden voor de zzp’er. In ieder geval stimuleren dat hier gecombineerde verzamelgebouwen of woonwerk locaties komen. Ronde 2 Kootwijk • De aanwezigen geven aan dat ze de kernkwaliteiten over Kootwijk niet juist vinden en dat er te weinig is gekeken naar wat er in het dorpsvisie hierover gezegd is. Ook hier merkt een ieder aan tafel op dat de
inhoud
• •
•
• • •
dorpsvisie leidend moet zijn voor de verdere gebiedsgerichte uitwerking van de omgevingsvisie Ze hebben ook een aantal opmerkingen over het ontbreken van een onderbouwing of verdere uitleg in de tekst van het uitgewerkte voorkeursscenario. Ze zien verschil in het benoemen van maatregelen voor bijvoorbeeld verkeer en mobiliteit tussen de gebieden. In het ene dorp zeggen ze wel iets over aanpak sluipverkeer, invoeren 30km/zones en in het andere dorp niet. Er is lang aan tafel gesproken over het beleid en de visie op vakantieparken en relatie tot recreatie. Heeft de gemeente wel het juiste beleid voor ogen als je kijkt naar de eventuele groei van vakantieparken en het behoud van de leefbaarheid voor de direct omwonenden. Ziet de gemeente er voldoende op toe dat het belang van de inwoner/direct omwonende voldoende wordt meegenomen in de participatie op de plannen? Op de kaart die op tafel lag is de omschrijving van Kootwijk aangepast Ze missen het deel waarin wordt bepaald hoe er invulling wordt gegeven aan het realiseren van 10-20 nieuwe woningen in Kootwijk. Welk proces wil de gemeente met de omgeving en betrokken partijen hiervoor doorlopen? Bij de betrokkenen is er behoefte aan meer tekst en uitleg hoe het voorkeursscenario is uitgewerkt en wat het verder nog op de rol staat in het uitwerken van de gebiedsgerichte aanpak. (Het PB in Kootwijk stuurde een brief ter toelichting.
Deze vindt u in Bijlage F)
Gebied recreatiecluster Voorthuizen 1. Kwaliteit van Recreatie • Focus op kwalitatieve recreatie in plaats van kwantiteit; er is geen behoefte aan toename of uitbreiding. • Plannen voor uitbreiding van huisjesparken lijken gedreven door winst, niet door vitaliteit. De gemeente moet hier scherp op toezien. • Houd het aanbod aan verblijfsrecreatie divers en gericht op campings met tenten en caravans in plaats van huisjesparken. • Boerderijcampings uitbreiden is een positieve ontwikkeling; deze recreanten besteden tijd en geld in het dorp.
46 Participatieverslag Omgevingsvisie Barneveld 2040 | ‘Van voorkeur naar visie’
2. Natuurinclusieve Recreatie • Recreatieparken moeten meer natuurinclusief worden ingericht. • Sluit recreatieve routes beter op elkaar aan en zorg voor afstemming tussen partijen zoals ATB-groepen en routenetwerken. • Het beleid van Staatsbosbeheer om rust in de bossen te behouden is belangrijk, maar het moet leefbaar blijven voor inwoners. • Overweeg mogelijkheden om recreatieve fietstochten op zondag te organiseren zonder overlast te veroorzaken. 3. Beheer en Onderhoud • Onderhoud van recreatieve paden vraagt om duidelijkheid; nu lijkt iedereen zijn eigen inbreng te hebben. • Betrek externe partijen zoals provincie, Defensie en Staatsbosbeheer bij de omgevingsvisie, vooral rondom Kootwijk. 4. Invloed van Programma’s en Ontwikkelingen • Het Programma Vitale Vakantieparken lijkt de grote parken te bevoordelen, terwijl kleinere parken als niet-levensvatbaar worden aangemerkt. • Campings worden overgenomen door commerciële partijen zoals Topparken, volgezet met huisjes, en worden onbetaalbaar. Dit leidt tot minder betrokkenheid van recreanten bij het dorp. 5. Balans in Recreatie • De balans in Garderen wordt als goed ervaren: drukte in de zomer wordt geaccepteerd en een beetje reuring is positief. • Huisjesparken functioneren steeds meer als zelfstandige dorpen en verminderen de interactie met de lokale gemeenschap. Hier moet kritisch naar worden gekeken.
Samenvatting De recreatievisie moet zich richten op kwalitatieve en diverse recreatievormen die bijdragen aan de leefbaarheid en vitaliteit van de regio. De nadruk ligt op natuurinclusiviteit, een goed beheer en onderhoud van recreatieve voorzieningen, en het behoud van een gezonde balans tussen drukte en rust. Het is van belang dat de gemeente kritisch kijkt naar uitbreidingsplannen en samenwerkt met externe partijen om recreatie duurzaam en leefbaar te houden.
inhoud
Thema Landelijk Gebied I Algemeen De opgaven voor het landelijke gebied worden breed herkend. De indeling in vijf deelgebieden en de koers per deelgebied worden als logisch ervaren. Er is bereidheid om gezamenlijk in oplossingen te denken, waarbij het verzoek is om uitwerkingen in nauwe afstemming met het gebied te doen. 1. Kernkwaliteiten: Wat willen we behouden? De deelnemers benadrukten het belang van het behouden van het unieke karakter en de kwaliteiten van het landelijke gebied: • Agrarische sector: Het gebied blijft primair ingericht voor landbouw. Gelijke ontwikkelruimte voor boeren in west en oost van Barneveld, zonder onderscheid. • Kleinschaligheid: Behoud van kleinschalige bedrijvigheid en wonen in buurtschappen, mits agrarische activiteiten niet worden belemmerd. • Natuur en landschap: Bescherming van beken, houtwallen, graslanden, en open landschappen. Het westelijke gebied heeft een uitgesproken landschappelijke kwaliteit die gekoesterd moet worden. • Gemeenschapszin: Saamhorigheid en acceptatie van boeren als cruciale waarden. • Recreatie: Het gebied moet recreatief toegankelijk blijven, maar met respect voor de agrarische functies en het landelijke karakter. 2.
Ontwikkelingsmogelijkheden Er zijn ideeën geformuleerd voor een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijke gebied: • Wonen: Kleinschalige woningbouw langs dorpsranden en in buurtschappen, met behoud van het landelijke karakter. Voor stoppende boeren moeten gronden aan dorpsranden beschikbaar komen om woonrechten ‘in te wisselen’. • Bedrijvigheid: Industriële activiteiten concentreren langs de A1. Kleinschalige ondernemingen passen binnen het buitengebied. Grootschalige hallen zijn ongewenst. • Natuurinclusieve landbouw: Overgang naar natuurvriendelijke landbouw rond Natura 2000-gebieden zonder strikte beperkingen.
47 Participatieverslag Omgevingsvisie Barneveld 2040 | ‘Van voorkeur naar visie’
• Recreatie: Verbeter wandel- en fietsroutes en zorg voor beter beheer van recreatiestromen. Meer parkeerplaatsen bij populaire locaties, maar behoud het gebied primair als woon- en leefgebied. • Waterbeheer: Versterk samenwerking met het waterschap om problemen zoals droogte en vernatting aan te pakken. Vrijwillige agrarische overstroomgebieden met compensatie zijn een optie. 3. Zorgen en aandachtspunten De volgende zorgen en aandachtspunten kwamen naar voren: • Stikstofproblematiek: Nieuwbouw mag niet ten koste gaan van de agrarische sector. • Natuurontwikkeling: Nieuwe natuur mag geen striktere beschermingsstatus krijgen dan Natura 2000-gebieden. Agrarische gronden moeten toegankelijk blijven voor boeren. • Waterwinning Vitens: Zorgen over plannen voor waterwinning in het westelijke deelgebied en de mogelijke impact op natuur en landbouw. • Landbouwverkeer: De oostelijke rondweg bij Barneveld is essentieel voor landbouwvoertuigen, zodat deze niet meer door dorpskernen hoeven te rijden. • Landschapsbeheer: Belemmeringen voor aanplant van houtwallen en gras-klaverweiden moeten worden weggenomen. Betere subsidies en communicatie vanuit de gemeente zijn nodig. 4.
Conclusies en aanbevelingen De bijeenkomst leverde waardevolle inzichten op voor een evenwichtige ontwikkeling van het landelijke gebied: • Primair agrarisch gebied: Behoud van agrarische rechten en ondersteuning van grondgebonden landbouw zoals melkveehouderij. Faciliteer boeren bijvoorbeeld met monomestvergisters en zorg voor eigendom van gronden door boeren. • Balans natuur en wonen: Kleinschalige woningbouw en bedrijvigheid kunnen worden toegestaan, mits deze het agrarische en landschappelijke karakter respecteren. • Groen en recreatie: Behoud en versterk het landschap. Recreatie moet ondergeschikt blijven aan het wonen en werken in het gebied. • Waterbeheer: Verbeter de samenwerking met het waterschap en voorkom negatieve gevolgen van waterwinning.
inhoud
• Flexibele regelgeving: Ontwikkel maatwerkoplossingen per gebied, waarbij ondernemers ruimte krijgen om te ondernemen zonder te veel beperkingen.
• Extensivering van de landbouw als belangrijke maatregel voor duurzaamheid. • Inbreiding in plaats van uitbreiding om groen te behouden.
Gezond en Toekomstbestendig (ronde I) Tafelgesprek start met het aandragen van de belangrijkste punten soms in relatie tot specifieke locaties. Aanwezig bij de tafel noemen dragen daarbij de volgende gesprekspunten aan. De toepassing van GGD-normen in Barneveld. Aandacht voor de houdbaarheid, spreiding, afstandsnormen en geur in het landelijke gebied. Met betrekking tot de toekomstbestendigheid van het bedrijf is er aandacht nodig voor de uitbreiding en duurzaamheid van het bedrijf met hierbij nadruk op de toekomstbestendigheid. Zorgen bij inwoners woonachtig in buitengebied bij de kazerne (in Stroe) over het kunnen blijven wonen en het verzoek om uitgekocht te worden vanwege de invloed van Defensie. Ook benadrukt wordt het belang van natuur bij de uitbreiding van Stroe. Ook wordt de wens benadrukt om het bedrijf van de biologische geitenboerderij in het gebied te laten blijven en zijn er vragen over wonen, Natura 2000, duurzaamheid en de beek.
Gezond en Toekomstbestendig (ronde II) Aan tafel veel inwoners uit Stroe en een aantal uit Kootwijkerbroek. Inwoners geven aan dat gezondheid en toegankelijkheid van hulpmiddelen en voorzieningen erg belangrijk is. Hier moet richting de toekomst meer aandacht aan worden besteed. Ook is er bezorgdheid over de invloed van ongezonde landbouw en de snelweg op de gezondheid. Er is behoefte aan goede sportvoorzieningen, zoals een sporthal in Kootwijkerbroek en wandelroutes rondom de dorpen. Voorstel is om geluidsschermen te realiseren om de impact op gezondheid te beperken. Inwoners vinden het belangrijk om rust, vrijwilligerswerk, groen en goed onderhouden openbare ruimtes te behouden. Ook is er in Kootwijkerbroek de wens voor een toegankelijk en groen energiesysteem, waarbij de gemeenschap zelfvoorzienend kan zijn in energie.
Algemene discussiepunten aan tafel Gezondheidsverschillen verkleinen: • Gelijke inkomensverdeling is belangrijk. • Verschillende woonvoorkeuren: sommige groepen wonen graag bij elkaar, anderen gemengd. • Noaberschap leeft in het buitengebied, maar er zijn zorgen over het dorpsgevoel door instroom vanuit de Randstad. Stimuleren van Noaberschap: • Betaalbare woningen om meer tijd voor elkaar te hebben. • Diversiteit in woningaanbod, met meer sociale huurwoningen. • Betere omgang met warmte en energiebesparing. • Basisvoorzieningen voor sport en cultuur in dorpen. • Simpele ontmoetingsplekken zoals bankjes. Duurzaamheid • Alternatieve energiebronnen en dorpsvisies met initiatieven zoals coöperatie Stroe. • Extensivering van landbouw en ruimte voor waterbeheer. • Luchtverontreiniging in Barneveld, biodiversiteit, energiebesparing.
48 Participatieverslag Omgevingsvisie Barneveld 2040 | ‘Van voorkeur naar visie’
Algemene discussiepunten: Ruimte voor ontmoeting: • Behoefte aan ontmoetingsruimtes in Kootwijkerbroek. • Voorstellen voor een groen hart in het centrum en ruimte voor beweging. Zorgvoorzieningen: • Eerstelijns zorgvoorzieningen, zoals huisartsen, moeten dichtbij en toegankelijk zijn, vooral voor ouderen. Sport en beweging: • Voldoende sportaanbod, bereidheid om te reizen voor goede faciliteiten. • Slimme combinaties van aanbod, sociale cohesie, beweging en groen. Duurzaam gebruik van middelen: • Pleidooi voor zuinig omgaan met middelen en het vermijden van verspilling. Schone lucht en minder geluid: • Behoefte aan schone lucht en minder geluidsoverlast, zelfs als dit ten koste gaat van agrariërs. • Voorstellen voor het doortrekken van geluidschermen. Toekomstbestendige energievoorziening: • Discussie over de noodzaak van een toekomstbestendige energievoorziening.
inhoud
Kootwijk (zie ook schriftelijk reactie in bijlage C1) Overkoepelende opmerkingen • Beperkte vertegenwoordiging: Vijf bewoners van Kootwijk waren aanwezig, terwijl meer inwoners interesse hadden. Dit beperkte aantal kan het dorp niet volledig vertegenwoordigen. Er is verzocht om een aparte bijeenkomst specifiek voor Kootwijk. • Dorpsplan niet voldoende weerspiegeld: Veel punten uit het dorpsplan van Kootwijk zijn niet expliciet terug te vinden in de omgevingsvisie. Bijvoorbeeld: waar sluipverkeer in Stroe en Kootwijkerbroek wordt genoemd, ontbreekt dit voor Kootwijk, terwijl dit ook in ons dorpsplan is benoemd. Specifieke opmerkingen over de omgevingsvisie • Multi-interpretabele bewoordingen: · “Versterking en verbetering van de kwaliteit van bestaande verblijfs recreatie […] wordt gestimuleerd.” Wat wordt hier precies mee bedoeld? Bewoners willen dit verduidelijkt zien om hierop te kunnen reageren. · “In de overgangszone is gepaste dynamiek van functies ruimtelijk mogelijk.” Wat houdt “gepaste dynamiek” in? Ook hier wordt om uitleg gevraagd. • Unieke kenmerken: De omschrijving van Kootwijk als “agrarische enclave in natuurlijk gebied” wordt niet herkend. Bewoners stellen voor om samen met de gemeente een omschrijving te formuleren die beter aansluit bij het dorpsplan. Thema’s en aandachtspunten • Wonen: · Beperkte woningbouw: In de visie worden 10-20 woningen genoemd.
Dit aantal wordt door de inwoners als realistisch beschouwd, mits deze passen binnen de dorpsidentiteit. · Differentiatie in woningvoorraad, inclusief starterswoningen, wordt als wenselijk gezien. • Verkeer: · Zorgen over sluipverkeer worden niet benoemd in de visie, terwijl dit een belangrijk punt is in het dorpsplan. Bewoners willen dat dit wordt toegevoegd. · Er is behoefte aan meer duidelijkheid over hoe Kootwijk wordt meegenomen in toekomstige verkeersplannen.
49 Participatieverslag Omgevingsvisie Barneveld 2040 | ‘Van voorkeur naar visie’
• Recreatie en toerisme: · Toeristische bedrijvigheid op gelijk niveau houden: Geen nieuwe vakantieparken, maar beperkte groei van kleinschalige bedrijven wordt acceptabel gevonden. · Mogelijkheid van verschuiving van capaciteit (bijvoorbeeld bij krimp in Voorthuizen) wordt kritisch bekeken. Bewoners benadrukken dat de kleinschalige en rustige uitstraling van Kootwijk behouden moet blijven. • Landschap en natuur: · Veluwe wordt als kernkwaliteit erkend, waarbij natuur en landschap leidend zijn. Andere functies, zoals recreatie en landbouw, kunnen hieraan ondersteunend zijn. · Zorg voor behoud en verbetering van de kwaliteit van het landschap, inclusief de bekenstructuur en groen-blauwe raamwerken. Conclusies en vervolgstappen • Bewoners van Kootwijk vragen om: · Een aparte informatieavond om breed draagvlak te creëren en de kern Kootwijk beter te betrekken. · Expliciete opname van belangrijke punten uit het dorpsplan in de omgevingsvisie. · Verduidelijking van multi-interpretabele passages in de visie. · Een gezamenlijk traject om unieke kenmerken en prioriteiten van Kootwijk op een passende manier te formuleren.
inhoud
Bijlage C1: Participatiereactie van Kootwijk Aan: Projectgroep Omgevingsvisie Barneveld 2040 Van: Bewoners van Kootwijk Betreft: Aanbevelingen ten behoeve van het Voorkeursscenario Omgevingsvisie Barneveld 2040 Kootwijk, 20 december 2024 Geachte leden van de projectgroep Omgevingsvisie Barneveld 2040, Op maandagavond 16 december 2024 hebben ongeveer 25 inwoners van Kootwijk zich gebogen over het door B & W vastgestelde concept voorkeursscenario “Omgevingsvisie Barneveld 2040”. Deze bijeenkomst is door ons georganiseerd omdat wij van mening zijn dat de unieke positie van Kootwijk onvoldoende terugkomt in de concepttekst. De reden daarvoor is bekend. Slechts een vijftal inwoners had “een ticket bemachtigd” voor de participatieavond in Stroe op 19 november jongstleden. Kootwijk is weliswaar klein, maar daarom niet minder belangrijk. Wij kunnen dat niet genoeg benadrukken. In het merendeel van de plannen die in het voorkeursscenario beschreven worden, kunnen wij ons vinden. Maar daar waar de beschrijvingen zich specifieker op de deelgebieden richten, wringt het soms. Allereerst de indeling in gebieden. Op het eerste gezicht lijkt het logisch om Garderen en Kootwijk te bundelen tot “de Veluwe”. Bij nader inzien is dat in dit geval toch geen gelukkige keuze, omdat Garderen en Kootwijk wat ontwikkelingsrichting betreft uiteenlopen.
Wij begrijpen dat het moeilijk is om nu nog de gebiedsindeling te wijzigen om de belangen van een klein dorp beter te kunnen dienen.
50 Participatieverslag Omgevingsvisie Barneveld 2040 | ‘Van voorkeur naar visie’
Daarom geven wij bij de tekstvoorstellen die wij hieronder doen aan waar naar onze mening het unieke karakter van Kootwijk naar voren dient te komen. Bij onze bespreking zijn we uitgegaan van het Dorpsplan voor Kootwijk dat in 2023 is vastgesteld. Dit dorpsplan is tot stand gekomen via groot aantal goed bezochte bijeenkomsten en enquêtes en wordt breed gedragen. Wij verzoeken de projectgroep onze voorstellen in de Omgevingsvisie over te nemen en gaan er vanuit dat onderstaande bijdrage zijn weerslag zal vinden in het definitieve ontwerp van de Omgevingsvisie Barneveld 2040. Namens de inwoners van Kootwijk,
(…)
inhoud
Voorstellen van Kootwijk met betrekking tot aanvullingen op en aanpassingen van de Omgevingsvisie Barneveld 2040. Uitgangspunt is het Dorpsplan voor Kootwijk, versie 2023. • Kiezen voor natuur: natuur, stilte en kleinschaligheid. Respecteren van Natura 2000. • Recreatie en toerisme als onderdeel van de Stille Veluwe. Geen uitbreiding van recreatieparken, wel kwalitatieve impuls. • Geen of slechts beperkte groei in woningen, gericht op ouderen, jongeren en jonge gezinnen. Bouwen op eigen erf en mantelzorgwoningen. • Verkeer beperken en vertragen: snelheidsbeperkende maatregelen en autoluw maken. Geen groepen toeristisch verkeer, geen doorgaand vrachtverkeer, snelheidsbeperking voor zwaar landbouwverkeer. • Voorzieningen en leefbaarheid: verbeteringen op en rondom de Brink. Toetsing van de Omgevingsvisie 2040 aan het Dorpsplan levert een aantal knelpunten/onduidelijkheden op. Allereerst pagina 7 van het voorkeursscenario. Bij de indeling in deelgebieden is Kootwijk, samen met Garderen, als Veluwe gedefinieerd. Gevolg daarvan is dat daar waar in het document over Veluwe gesproken wordt, automatisch ook Kootwijk wordt bedoeld. Wij zijn van mening dat dit geen recht doet aan het unieke karakter van ons dorp. Verderop in dit document wordt duidelijk waarom.
Wij begrijpen dat in dit stadium van de besluitvorming geen aanpassing van de indeling meer gemaakt kan worden, maar willen er wel op wijzen dat uitspraken over De Veluwe niet automatisch Kootwijk betreffen. Wij zien de tekst onder 2.3 punt 1 daarom graag als volgt aangepast: • Een hooggelegen en uitgestrekt dekzandgebied, met grootschalige natuur en het typische Veluwelandschap. Het gebied met de kern Garderen kent van oudsher een toeristisch karakter met bijbehorende recreatieve voorzieningen; Kootwijk wordt gekenmerkt door natuur, stilte en kleinschaligheid als onderdeel van de Stille Veluwe.
51 Participatieverslag Omgevingsvisie Barneveld 2040 | ‘Van voorkeur naar visie’
Gezond en toekomstbestendig Barneveld Daar waar het gaat over het behouden en versterken van de biodiversiteit (pag. 18, 19), missen we het belang van de Natura 2000 gebieden. Kootwijk ligt letterlijk in Natura 2000. Daarom graag de volgende zin toevoegen (pag.19 links bovenaan): • Respecteren van Natura 2000 en belevingsgebieden Veluwe zoals vastgesteld door de provincie Gelderland. Prettig leven in vitale dorpen Tijdens de presentatie in Stroe werd aangegeven dat voor Kootwijk geen meer dan gemiddelde groei verwacht wordt. De toename van het aantal woningen wordt als gevolg daarvan geraamd op 10 – 20, afhankelijk van de behoefte van de bewoners. Daarom graag in de samenvatting op pag. 23 bij het derde bolletje toevoegen: • Voor Kootwijk een groei van 10 – 20 woningen. Vraag aan de projectgroep: Wordt bij inbreiding ook gedacht aan bouwen op eigen erf? In de samenvatting op pagina 25 of 26 zouden wij graag toegevoegd zien: Voor de kleine kern Kootwijk gaat het ten behoeve van het behouden en versterken van de sociale cohesie concreet om zaken als een dorpshuisfunctie en een goede aansluiting op voorzieningen zoals een huisartsenpost in naburige kernen.
inhoud
Waardevol landelijk gebied Onder 3.5 “Waardevol landelijk gebied” willen we de uitzonderlijke positie van Kootwijk sterker verwoord zien. Nu al verhoudt het aantal recreatiewoningen zich ten opzichte van het aantal woningen als 3 staat tot 1. Meer dan in welke kern ook. Dit betekent onzes inziens dat uitermate zorgvuldig met het landelijk gebied omgegaan dient te worden. Ook wordt in Kootwijk het strategische doel van het toerismebeleid – te weten “het aanbod van lokale voorzieningen en de winkelcentra versterken” – niet bereikt. Dergelijke voorzieningen zijn simpelweg niet aanwezig in Kootwijk. Daarom willen we op pagina 35 linksboven de volgende tekst toevoegen: • In Kootwijk wordt, als onderdeel van de Stille Veluwe, ingezet op verbetering van de kwaliteit van bestaande vakantieparken, gericht op recreanten die natuur, stilte en kleinschaligheid omarmen. Bij een kleinschalig en stil dorp past geen verdere uitbreiding van omliggende vakantieparken of verdere uitbreiding van recreatief medegebruik van agrarische gronden. Recreanten die de huidige vakantieparken, zoals deze al jaren bestaan, bezoeken, blijven van harte welkom. Tot slot onder “verbetering verkeersveiligheid, daar waar het gaat over verantwoorde snelheid van gemotoriseerd verkeer.
Ook buiten de bebouwde kom zijn er in Kootwijk smalle wegen en zandwegen waar het in feite onverantwoord is om harder dan 30 km/u te rijden. • Wij bepleiten daarom om de formulering, zoals die op blz. 38 rechts onderaan (voorlaatste alinea) zodanig aan te passen dat niet alleen de kern, maar ook bovenbedoelde wegen daar onder kunnen vallen. Verder zien wij graag de volgende items opgenomen: • 30km/u binnen de bebouwde kom bij fietsers op de rijbaan én daarbij behorende snelheidsbeperkende maatregelen. • Regionaal en bovenregionaal verkeer afwikkelen op snelwegen en hoofdwegen, sluipverkeer door de kleine kernen tegengaan. • Groepen gemotoriseerd verkeer die geen bestemming hebben in de kern, tegengaan.
52 Participatieverslag Omgevingsvisie Barneveld 2040 | ‘Van voorkeur naar visie’
Tenslotte nog een paar vragen. Het viel ons op dat er weinig tot geen aandacht geschonken wordt aan de energietransitie en het wolvenplan. Hebben we niet goed gelezen of is hier een andere reden voor? • Wat is de betekenis en achterliggende bedoeling van deze zin: “in de overgangszone is gepaste dynamiek van functies ruimtelijk mogelijk” (pag. 34)? • In de Omgevingsvisie staat dat de exacte locatie van de overgangszone nog kan veranderen. Waar ligt de overgangszone tussen deelgebied De Veluwe en de aangrenzende deelgebieden?
inhoud
Bijlage D: Verslag Participatieavond De Glind Dorpskerk De Glind, 3 december 2024 Opening Tijdens de bijeenkomst werd benadrukt dat het behoud van het sociale en historische karakter van Barneveld een prioriteit is. Een ondernemer stelde: “Zorg eerst voor goede infrastructuur alvorens te bouwen. Rond spitsuren ben je sneller in Amsterdam dan van Zuid naar Noord Barneveld.” Een bewoner met een tijdelijke woonvoorziening in de achtertuin gaf aan: “We worden geknecht door regels. Bij overlijden van mijn partner moet de voorziening worden afgebroken. Waarom kan deze niet verkocht worden?” Hierbij werd verwezen naar voorstellen zoals die van Mona Keijzer om bestaande ruimtes (zoals schuren) geschikt te maken voor bewoning en het oude hospitawet-model nieuw leven in te blazen. Compact bouwen en groenbehoud: • Moderne wijken worden steeds kleiner om tegemoet te komen aan een groeiend aantal alleenstaanden, wat ten koste gaat van groen. Bewoners pleiten voor het behoud van groen, sociale samenhang en goede voorzieningen voor sport en cultuur. • Nieuwe wijken zoals Bloemendal worden positief genoemd vanwege hun centrale voorzieningen en aandacht voor groen. Doelgroepen en woningtypen: • Er is behoefte aan woningen voor ouderen en jongeren, met een voorkeur voor een diverse verdeling: 30% sociale huur/koop, 30% middeldure woningen, en de rest duurdere woningen.
• Ouderen hebben moeite met de overstap van koop naar huur, wat hun mobiliteit op de woningmarkt belemmert.
53 Participatieverslag Omgevingsvisie Barneveld 2040 | ‘Van voorkeur naar visie’
Infrastructuur en parkeren: • Zorg voor ruimere parkeergelegenheid, met name voor ZZP’ers, waarvan de grote busjes regelmatig parkeeroverlast veroorzaken. • Eerst investeren in infrastructuur voordat nieuwe wijken worden gebouwd, om opstoppingen zoals in Veller te voorkomen. Esvelderbeekgebied: • Dit groen-blauwe gebied moet behouden blijven, met eventuele aanpassingen gericht op klimaatadaptatie en het opwaarderen van de beken met uitloopzones. Functieverandering in het buitengebied: • Het agrarische primaat blijft een uitgangspunt, maar functieveranderingen (bijvoorbeeld natuurontwikkeling) moeten mogelijk blijven. Overige aandachtspunten • Gezondheid: De luchtkwaliteit in de Vallei blijft een aandachtspunt, voornamelijk door industrie, agrarische activiteit en autoverkeer. • Wonen en werken combineren: Dit kan zorgen voor minder autoverkeer en een verbeterde leefbaarheid. • Bereikbaarheid: Barneveld kent tijdens spitsuren veel verkeersproblemen. Bestaande wegen moeten worden verbeterd, en bereikbaarheid moet beter worden afgestemd op de toekomstige groei. • Nieuwe dorpen: Er wordt gesuggereerd om een nieuw dorp te ontwikkelen richting Scherpenzeel. • Energie: Met de overgang naar elektrisch is het belangrijk dat de energievoorziening op peil blijft.
inhoud
Specifieke keuzes uit de besproken thema’s Bedrijvigheid: • Uitbreiding van bedrijventerreinen, zoals langs de N800 bij Kootwijkerbroek of de Nijkerkerweg. • Ruimte creëren voor ZZP’ers, bijvoorbeeld aan de westkant van Kootwijkerbroek. Infrastructuur: • Verkeersveiligheid en bereikbaarheid moeten prioriteit krijgen, ook als dit betekent dat er niet altijd vrije doorstroom mogelijk is. Groen en ecologie: • Geen harde scheiding tussen natuur en landbouw, maar een evenwicht met aandacht voor ecologie en bufferzones. • Het Esvelderbeekgebied blijft een belangrijke natuurlijke waarde die moet worden beschermd. Woningbouw en leefbaarheid: • Woningbeschikbaarheid voor inwoners is een topprioriteit. Nieuwe regelgeving moet worden afgestemd op de lokale behoeften. • Sociale samenhang binnen de dorpen moet worden gestimuleerd. Zorg en veiligheid: • Veiligheid en leefbaarheid in de dorpen blijven essentieel, met aandacht voor een eigen identiteit per dorp. Samenvatting en aanbevelingen De aanwezigen benadrukken dat Barneveld zich moet ontwikkelen met oog voor zowel infrastructuur als sociaal-maatschappelijke samenhang. Prioriteiten zijn: 1. Gefaseerd bouwen: Met een mix van woningen en goede aansluiting op infrastructuur. 2. Groenbehoud en duurzaamheid: Behoud van het agrarische karakter, natuurwaarden en luchtkwaliteit. 3.
Betere bereikbaarheid: Verbetering van verkeersveiligheid, infrastructuur en OV-verbindingen.
54 Participatieverslag Omgevingsvisie Barneveld 2040 | ‘Van voorkeur naar visie’
4. Ondersteuning van bedrijvigheid: Ruimte voor ondernemers en bedrijventerreinen met aandacht voor ZZP’ers. 5. Participatie en betrokkenheid: Lokale behoeften serieus nemen en bewoners actief betrekken in de besluitvorming.
Thema landelijk gebied 1 Algemeen De opgaven voor het landelijk gebied worden herkend, en de indeling in vijf deelgebieden met bijbehorende koers wordt als logisch ervaren. Er is bereidheid om gezamenlijk naar oplossingen te zoeken, mits de uitwerking plaatsvindt in overleg met de betrokken gebieden. Specifieke aandachtspunten Landbouw en gebiedsontwikkeling • Gelijke behandeling landbouwers: Er zijn zorgen over het verschil in ontwikkelruimte tussen boeren in het westen en oosten van Barneveld. In het westen lijkt meer rekening gehouden te worden met natuurwaarden, terwijl het oosten meer vrijheid ervaart. Dit verschil leidt tot het gevoel dat er met twee maten wordt gemeten. • Westelijk deelgebied: · Dit gebied kenmerkt zich door zijn landschappelijke kwaliteit en verscheidenheid. De grondgebonden melkveehouderij is hier dominant, maar de toekomst van deze sector is onzeker door gebrek aan opvolging en beperkingen in regelingen zoals de LBV. · Er is behoefte aan maatwerk om boeren te ondersteunen, zoals het toestaan van mono-mestvergisters en het voorkomen dat gronden via ingewikkelde voorwaarden in handen komen van derden zoals natuurorganisaties. Grondbezit moet bij de boer blijven. · Idee: Uitloopkippen definiëren als grondgebonden landbouw, zodat deze passend worden binnen de karakteristiek van het gebied.
inhoud
Waterbeheer en natuurontwikkeling • Vitens en wateronttrekking: Er zijn zorgen over de plannen van Vitens voor proefboringen en mogelijk toekomstige grootschalige wateronttrekking. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor zowel de natuur als de landbouw. De gemeente wordt gevraagd hier actief tegen op te treden. • Beekbeheer en vernatting: · Het waterschap wil gronden langs beken opkopen, maar dit stuit op weerstand van boeren. Een mogelijke oplossing is het vrijwillig definiëren van agrarisch overstroomgebied, waarbij boeren een vergoeding krijgen voor eventuele overlast. · Beleid dat leidt tot verschraling van beekranden en minder wateropslag moet worden herzien. Het waterschap moet hierin een actievere en gelijkwaardige partner worden. · Landschapsbeheer: · Subsidies voor aanplant van houtwallen zijn niet meer beschikbaar, terwijl boeren graag aan landschapsbeheer bijdragen. De gemeente kan hierin ondersteunen. Recreatie en leefbaarheid • Het westelijk gebied wordt gewaardeerd om zijn kleinschalige recreatieve karakter: “Hier ben je echt te gast bij de boer.” • Regulering van recreatiestromen is noodzakelijk, bijvoorbeeld door parkeerplaatsen bij populaire locaties zoals kaasboerderijen te verbeteren. • Kleinschalige recreatie, zoals kleine campings, wordt geaccepteerd, maar verdere uitbreiding moet beperkt blijven om het landelijke karakter te behouden.
Infrastructuur en verkeer • Landbouwverkeer: De oostelijke rondweg bij Barneveld is cruciaal om landbouwverkeer uit het dorp te weren. Een geschikte verbinding zou ondernemers aanzienlijk helpen. • Functieverandering: · Stoppende boeren zouden hun gronden kunnen gebruiken voor woonrechten aan de dorpsranden, zonder dat grote bedrijfshallen het landschap verstoren.
55 Participatieverslag Omgevingsvisie Barneveld 2040 | ‘Van voorkeur naar visie’
· Natuurontwikkeling en landschapsbeheer gaan goed samen met landbouw, mits de agrarische rol behouden blijft. Conclusie en aanbevelingen Het westelijk landelijk gebied vraagt om maatwerk en gebiedsgerichte oplossingen die recht doen aan de unieke karakteristieken en behoeften van de boeren en natuur. De belangrijkste aandachtspunten: 1. Steun voor grondgebonden landbouw: Faciliteer boeren met maatwerk, behoud grond in agrarisch bezit en ondersteun innovatieve oplossingen zoals mestvergisters. 2. Waterbeheer en natuurbescherming: Voorkom negatieve gevolgen van wateronttrekking en betrek boeren actief in waterbeheer en natuurontwikkeling. 3. Recreatie reguleren: Behoud de balans tussen recreatie en leefbaarheid door recreatiestromen te reguleren en kleinschalige initiatieven te ondersteunen. 4. Verbeter infrastructuur: Zorg voor een rondweg die geschikt is voor landbouwverkeer en voorkom verkeersdrukte in de dorpen. 5. Communicatie en ondersteuning: Verbeter de communicatie over subsidies en mogelijkheden voor landschapsbeheer, en ondersteun initiatieven die bijdragen aan de kwaliteit van het gebied.
Thema landelijk gebied 2 Water en natuur • Drinkwaterwinning: Er zijn zorgen over mogelijke gevolgen van wateronttrekking door drinkwaterbedrijven, zoals een lagere grondwaterstand en schade aan natuur en landbouw. De gemeente wordt gevraagd hierop actief toezicht te houden en beperkingen te voorkomen. • Afgravingen door Natuurmonumenten: Boeren en inwoners vrezen natte voeten en verminderde drainagecapaciteit bij afgravingen en het dempen van sloten. • Esvelderbeekzone: Deze groenstrook wordt als essentieel ervaren en moet beschermd blijven tegen verdere woningbouw of uitbreiding van de Hasselaar. Pleidooi om de huidige grenzen van het WVG-gebied te behouden.
inhoud
• Agrarisch natuurbeheer: Ondersteuning van bloemenranden wordt gewenst, zoals dat in buurgemeenten al gebeurt. Regelingen zoals die van Regio Foodvalley zouden breder onder de aandacht gebracht kunnen worden. • Bescherming bijzondere natuur: Bij Zwartebroek ligt zeldzaam blauwgrasland dat de moeite waard is om te beschermen. Landbouw • Grondgebonden vs. niet-grondgebonden landbouw: · Er zijn zorgen over een te sterke focus op grondgebonden landbouw, waardoor innovatieruimte voor niet-grondgebonden bedrijven beperkt wordt. · De indeling van gebieden (intensieve veehouderij in Kootwijkerbroek/ Stroe en beperktere ruimte in het westen) roept vragen op, gezien de nabijheid van kwetsbare natuur in Kootwijkerbroek/Stroe. • Grondprijzen en extensivering: Hoge grondprijzen maken het lastig voor boeren om land van stoppende collega’s over te nemen. Dit vraagt om beleid dat grondaankoop voor boeren ondersteunt. • Functieverandering en ondernemerschap: · Functieveranderingsbeleid moet ruimte bieden voor alternatieve vormen van ondernemerschap, zoals Bed & Breakfasts, die economische waarde genereren en bijdragen aan behoud van het landschap. · Woningbouw in het landelijk gebied wordt als onwenselijk gezien, vanwege de impact op blijvende boeren door strengere regelgeving en zoneringen.