B-3.22 Memo B&W over Intentieovereenkomst Verkenningsfase landelijk gebied Ede-Barneveld, d.d. 27 januari 2026
Tekst van het document
Het natuurlijke landschap
Het landschap in bredere context Het buitengebied Ede-Barneveld is onderdeel van de Gelderse Vallei. De Gelderse Vallei heet zo omdat het een relatief laaggelegen gebied is dat is ingebed door de stuwwallen van de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug. Deze landschapsvormen zijn ontstaan in de voorlaatste ijstijd, het Saalien. Hier bedekte een dikke ijskap uit Scandinavië het noordelijk deel van Nederland. Een honderden meters dikke ijskap schoof dit deel van Nederland binnen en stuwde al het bodemmateriaal voor zich uit. Op deze manier vormde zich een diep uitgesleten vallei met aan de randen de stuwwallen. De vorm van deze ijskap is in de reliëfkaarten nog duidelijk te zien. In de laatste ijstijd, het Weichselien, bereikte het ijs Nederland niet. Nederland was een kale toendravlakte waar wind vrij spel had. Enorme hoeveelheden zand uit de drooggevallen Noordzee werden over heel Nederland afgezet. Het zand stoof tegen de stuwwallen en bedekte hierbij ook de Gelderse Vallei. Vanwege deze dikke laag zand wordt dit ook ‘dekzand’ genoemd. Dekzand kende vaak veel reliëfverschil met hoger liggende dekzandruggen en lagere dekzandvlaktes. Toen ook deze laatste ijstijd ten einde kwam warmde het klimaat op. Het werd nat en vochtig. Beken ontsprongen op de stuwwallen en stroomden via de Gelderse Vallei richting de binnenzee (op de plek van het huidige IJsselmeer).
Afbeelding 1: Stuwwallen vanVeluwe de Veluwe Figuur 1: Stuwwallen van de en den de Utrechtse heuvelrug rondom de Gelderse Vallei (Streekgids Gelderse Vallei)
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 2/56
Reliëf Als we inzoomen naar het gebied tussen Barneveld, Otterlo en Stroe is te zien dat het gebied aan de oostkant en aan de zuidkant begrensd wordt door de stuwwallen van de Veluwe. Het gebied zelf is relatief laaggelegen en loopt af richting het westen (Figuur 2). Geomorfologie De basis van het natuurlijke landschap in dit gebied zijn dan ook dekzandruggen met daar doorheen lopende beekdalen. Deze beekdalen volgen het reliëf met een stroomrichting van oost naar west. Het kleinschalige reliëf is terug te zien in de dekzandruggen die zich langs de beekdalen bevinden. In het noorden van het plangebied, ongeveer ter hoogte van de gemeentegrens Ede-Barneveld, staat Figuur 2: Aflopende 2:Aflopende hoogte hoogte vanaf vanaf de stuwwallen de stuwwallen in het in het oosten oosten richting een grote dekzandrug ingetekend (Figuur 3). Door die Afbeelding Barneveld richting Barneveld in het westen in het (AHN4) westen (AHN4) dekzandrug komt er minder kwelwater omhoog, waardoor dit gedeelte van nature armere gronden kent. Kwelwater is voedselrijk doordat het tijdens het stromen voedingsstoffen uit de bodem opneemt.
Figuur 3: Geomorfologische kaart Ede - Barneveld met aanduidingen
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 3/56
Natuurlijk watersysteem Het natuurlijke watersysteem in Ede-Barneveld bestaat uit bekenstelsels en ondergrondse kwelwaterstromen. Het kwelwater speelt in dit gebied een grote rol en veroorzaakt de van nature zeer natte omstandigheden. In het gebied bevinden zich een aantal natuurlijke waterlopen die vanaf de stuwwal richting het westen dieper de Gelderse Vallei in lopen. Deze beken voedden zich met zowel regenwater als voor een belangrijk deel ook met kwel. In de loop der tijd is het waterstelsel steeds meer beïnvloed door menselijk ingrijpen, vooral door ontwatering. Van nature is dit gebied erg nat, wat hoofdzakelijk komt door het ondergrondse watersysteem. Een groot deel van de neerslag die op de stuwwallen van de Veluwe valt infiltreert in de Figuur 4: Overzicht van infiltratiegebieden (rood) en kwelgebieden grond en komt vervolgens via grondwaterstromingen (blauw) (Gebiedsbeeld Barneveldse Beek) aan de voet van deze heuvels weer omhoog als kwelwater. Dit systeem van infiltratie op de Veluwe (rood) en het kwelwater in de Gelderse Vallei (blauw) is goed te zien op Figuur 4. Moerassige delen zijn nu uit het gebied verdwenen en het water dat afkomstig is van de Veluwe wordt daar niet meer opgeslagen. Kwelstromen zijn daardoor in de loop van de tijd sterker geworden, wat verdroging van de Veluwe in de hand werkt.
Bodem Deze ontstaansgeschiedenis binnen de Gelderse Vallei is ook te zien in de bodemsamenstelling van het gebied Ede-Barneveld (Figuur 5). Zandgronden zijn veruit overheersend. Deze worden opgedeeld in verschillende bodemtypen. Van nature zijn zandgronden voedselarm, dit geldt ook voor de veldpodzolgronden (roze) die overheersend zijn in dit gebied. Het water dat uit de beken werd aangevoerd en wat ook als kwelwater aan de oppervlakte komt, heeft deze arme gronden verrijkt met kalkrijk water. Dit zijn de beekeerdgronden (groen) die daarmee ook het patroon van deze oude bekenlopen aangeven. De enkeerdgronden (bruin) zijn restanten van historische akkers, waar (plaggen)bemesting gezorgd heeft voor Figuur 5: Bodemkaart Ede - Barneveld met belangrijkste aanduidingen een verhoogde bodem met voedselrijke laag.
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 4/56
2.3
Menselijke ontwikkeling in een natuurlijk landschap
Archeologie en eerste bewoning Vanwege de natte natuurlijke omstandigheden was het gebied lange tijd een onaantrekkelijke plek voor menselijk bewoning. Op de flanken vanaf de Veluwe strekten zich uitgebreide eiken-beukenbossen uit. Richting het midden van de vallei veranderde dit in veengebieden en moerasbossen.1 Lange tijd was het een soort ‘niemandsland’ tussen de machtscentra Utrecht en Gelderland, waar pioniers relatief ongestoord hun gang konden gaan.2 In eerste instantie was bewoning op de hogere en drogere zandgronden van de Veluwe aantrekkelijker dan wonen in het moerassige, natte gebied van de Gelderse Vallei. Toch lukte het in de vroege middeleeuwen ook om deze lage, natte gebieden aan de randen van deze stuwwallen te ontginnen. Vanaf de 7e en 8e eeuw werden op lokaal initiatief nieuwe gronden ontgonnen. Dit gebeurde vanaf de flanken van de Veluwe steeds dieper het gebied in. De bewoning bevond zich met name op de dekzandruggen en de natte beekdalen en broekgebieden werden ontwaterd om ze geschikt te maken voor de landbouw. Toen deze gronden in gebruik genomen konden worden als landbouwgrond bleken ze veel aantrekkelijker dan de zandgronden op de Veluwe. De opbrengsten waren er hoger en stabieler en er konden meerdere gewassen op geteeld worden, zoals gerst, haver en gras voor het vee.
In de loop van de middeleeuwen groeide de bevolking dan ook gestaag.3 Kampenlandschap Het kleinschalige reliëf, met dekzandkopjes en tussenliggende laagten, stond hier de vorming van grotere akkercomplexen (engen) in de weg. Op de dekzandhoogten konden slechts één of hooguit twee boerderijen - inclusief het akkerland – gevestigd worden (Figuur 6). Er was vroeger een sterke samenhang tussen het boerenbedrijf en het omringende landschap. De wijze waarop het land door de boeren werd gebruikt was afhankelijk van de terreinomstandigheden, zoals waterhuishouding en bodemvruchtbaarheid. De akkers werden op de meest gunstige plekken aangelegd. Ze lagen op de flanken van de Figuur 6: Voorbeeld ontginning in kampenlandschap met stuwwal en op kleinere dekzandkopjes. De lagere delen houtwallen, essen en organische vormen (Stichting Landschapsbeheer Gelderland) werden gebruikt als weiland of hooiland. Onontgonnen gronden, zoals heidevelden, werden gemeenschappelijk gebruikt 4. Dit samen zorgde voor een mozaïek aan akker- en graslandpercelen, gescheiden door houtsingels. Dit wordt het kampenlandschap (kamp = individueel akkerbouwperceel) genoemd. Deze kampontginningen ontstonden met name in de gebieden met de beste bodemvruchtbaarheid (beekeerdgronden, groen op de bodemkaart).
Gebieden rondom Barneveld en Kootwijkerbroek waren daarom intensiever in gebruik dan omgeving rondom Lunteren en Otterlo, waar de grond een stuk armer was.
1 Ontgonnen verleden: regiobeschrijvingen provincie Gelderland 2
Streekgids Gelderse Vallei. Ruimtelijke Kwaliteit & Landschap, februari 2022
3 Landschapsbiografie Veluwe, p34. 4 Ontgonnen verleden: regiobeschrijvingen provincie Gelderland
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 5/56
Ontwikkeling dorpen In de loop van de middeleeuwen ontstonden ook grote nederzettingen in het gebied, vaak rondom kerken. Veel dorpen ontstonden op de flanken van de stuwwallen, waar de huizen droog genoeg stonden om geen natte voeten te krijgen. Zo liggen Lunteren, Otterlo, Harskamp en Stroe zich in een hoefijzervorm langs de rand van de Veluwe. Barneveld en Kootwijkerbroek ontstonden op een dekzandrug midden in de lagergelegen delen van de Gelderse Vallei. Vanwege de voedselrijke gronden in deze omgeving waren dit ook aantrekkelijke vestigingsplaatsen. Boerderijen en erven Eeuwenlang waren de boerderijen in de regio gemengde bedrijven. Zij moesten bestaan in het kaders van het natuurlijk systeem en lagen met name langs de beken, in het kampenlandschap. Het potstalsysteem, waarbij de veeteelt in dienst stond van de akkerbouw (om mest te produceren) heeft hier al die tijd gefunctioneerd. Pluimveehouderij was tot de 19e eeuw dan ook met name een bijverdienste voor de meeste landbouwers. Eieren die niet voor eigen gebruik waren werden geruild of verkocht. Pas vanaf de landbouwcrisis eind 19 e eeuw ontstond een echte pluimvee bedrijfstak. 5 Andere belangrijke streekproducten van weleer waren de wol en honing. Barneveld was in de 19e eeuw bekend om haar bijenmarkt.6 2.4 Ontwikkelingen vanaf ca.
de 19e eeuw Broek- en slagenontginningen De natte en voedselarme heidegronden bleven lange tijd onbewoonbaar. In dit gebied zijn dat met name de stukken aan weerszijden van de Barneveldseweg (tussen Lunteren en Barneveld) en ten noordoosten van Otterlo. In de periode 1850-1900 werd het wel mogelijk om deze gronden te ontginnen. Dit kwam deels vanwege technische ontwikkelingen, zoals de opkomst van de kunstmest en de verbeterde ontwateringstechnieken. Ook op maatschappelijk bestuurlijk niveau was de tijd hiervoor geschikt, omdat de gemeenschappelijke marken werden opgeheven en deze grond nu beschikbaar kwam om te verdelen. Het resultaat was een rechtlijnig en rationeel verkaveld landschap (Figuur 7). Dit in contrast met het kampenlandschap, dat een organische ontstaansgeschiedenis had en in zeer ongelijke percelen was verkaveld.
Figuur 7: Voorbeeld ontginning in heideontginningslandschap met blokverkaveling en rechte lijnen en wegen (Stichting Landschapsbeheer Gelderland)
Deze ‘nieuwe’ landschappen worden ook wel de broek- en slagenontginningen of de jonge heideontginningen genoemd. Vanwege hun rationele verkaveling kwamen daar veel grote agrarische bedrijven die haaks stonden op de ontsluitingsstructuur. Ondanks de ontwatering blijft het gebied nat van karakter waardoor de hoeveelheid beplanting beperkt blijft. Door de flinke afstanden tussen de ontsluitingswegen en de relatief grote afstanden tussen de erven oogt het landschap er ruim en open.7
5
Streekgids Gelderse Vallei. Ruimtelijke Kwaliteit & Landschap, februari 2022
6 Ontgonnen verleden: regiobeschrijvingen provincie Gelderland 7 Folder heide- en broeklandschap
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 6/56
Figuur 8: Satellietfoto Ede - Barneveld
Het verschil tussen de oude kampontginningen en de heideontginningen is op de huidige luchtfoto’s in het gebied nog te herkennen (Figuur 8). Zo zie je rondom Kootwijkerbroek veel onregelmatige structuren (kampenlandschap) en zie je tussen het gebied Barneveld en Lunteren veel rechtlijnige structuren (heideontginningslandschap). Veranderingen in de landbouw Na de Tweede Wereldoorlog werd ‘nooit meer honger’ het nieuwe uitgangspunt. De landbouwproductie werd enorm opgeschaald als gevolg van het dan geldende landbouwbeleid. Dit leidde tot een enorme schaalvergroting en efficiëntieslag. In de loop van de twintigste eeuw werd er veel verkaveld in het gebied. Doel van die verkavelingen was het verbeteren van de ontwatering (de aanleg van meer sloten en greppels) en zorgen voor een betere ontsluiting van de landerijen. Ook moesten deze herverkavelingen een einde maken aan de sterke versnippering van het grondbezit, zodat er efficiënter en met groter materieel gewerkt kon worden. De landbouwbedrijven zelf veranderen in die tijd ook. Het (kleinschalige) gemengde bedrijf verdween steeds meer en de meeste bedrijven gingen zich specialiseren. Deze specialisatie was vaak in de richting van de intensieve veehouderij. De varkenshouderij en pluimveehouderij boden een relatief goed inkomen na de armoede uit de oorlog.
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 7/56
Omdat het oude agrarisch landschap vooral was ingericht op het kleinschalig gemengd boerenbedrijf, hadden deze moderniseringen ook een enorme impact op het landschap. Vanwege de ruilverkavelingen en de behoefte aan grootschalige percelen verdwenen de karakteristieke perceelsgrenzen (houtsingels en heggen). Veel akkerland werd omgezet naar graslanden of werd gebruikt voor het verbouwen van maïs. Door intensiever gebruik van het land verdwenen ook andere kleinschalige landschapselementen, zoals meanderende stroompjes. 8 Nieuwe infrastructuur In de loop van de 20e eeuw veranderde de vallei van een gebied met veelal agrarische gehuchten tot een interessante vestigingsplek voor bedrijven en overige inwoners. De komst van de rijkswegen A1, A12, A28 en A30 verbeterden de bereikbaarheid.9 2.5 Het huidige landschap en de opgaven Het kleinschalige landschap, met zijn vele houtsingels en bosjes, is de afgelopen decennia sterk veranderd in een meer open gebied, maar de restanten van de kleinschaligheid zijn plaatselijk nog goed te herkennen. Cultuurhistorische blikvangers zijn10: - Het kleinschalige landschap - Vele bosjes en houtsingels - Onregelmatige percelering, afgewisseld met meer regelmatige broekontginningen Landbouwsysteem Dit deel van de Gelderse Vallei wordt nu getypeerd door de rundveehouderij en kippenfokkerij, wat voorheen onderdeel was van het gemengde boerenbedrijf.
In 1928 werd Barneveld al genoemd als Nederlands belangrijkste pluimveedistrict. Na de Tweede Wereldoorlog groeide dit uit tot een industrie met de regio rondom Barneveld als centrum. Tegenwoordig is het gebied nog steeds een intensief gebruikt agrarisch gebied met overwegend veeteelt. Ook in ruimtelijk beleid speelt deze agrarische identiteit een grote rol. In deze regio wordt o.a. samengewerkt binnen het regioverband ‘FoodValley’. 11 Water, bodem en klimaatadaptatie Gekeken naar het natuurlijke watersysteem zou dit deel van de Gelderse Vallei van nature een stuk natter zijn dan dat het momenteel is. Door maatregelen ten behoeve van de landbouw wordt er veel water afgevoerd. Deze ontwikkeling heeft in heel Nederland plaatsgevonden. De waterafvoer is noodzakelijk voor de huidige, intensieve en grootschalige vorm van agrarische bedrijfsvoering. Door de combinatie van deze efficiënte afwatering van regenwater en een hoger grondwatergebruik in zomerperiodes is de waterbuffer in op dat moment een stuk kleiner. De effecten van klimaatverandering, met name droogte en wateroverlast, worden door het ingrijpen in het waterstelsel versterkt. Het bufferen van hemelwater wordt in de toekomst steeds belangrijker om deze effecten op te kunnen vangen en schade te beperken.
Het waterschap Vallei & Veluwe heeft een kaart ontwikkeld waar kansen voor het vasthouden van water zijn weergegeven (Figuur 9).
8 Ontgonnen verleden – regiobeschrijvingen provincie Gelderland; Landbouwvisie Ede 9 Streekgids Gelderse Vallei. Ruimtelijke Kwaliteit & Landschap, februari 2022 10 Ontgonnen verleden - Regiobeschrijvingen Provincie Gelderland 11 Ontgonnen verleden, regiobeschrijvingen provincie Gelderland
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 8/56
Figuur 9: Kansenkaart voor het vasthouden van water
Natte kwellocaties in de Gelderse Vallei hebben een hoge potentiële natuurwaarde. Dat betekent dat het (deels) herstellen van dit natuurlijke watersysteem kansen biedt voor natuurherstel en ook voor recreatie. Voor de (grondgebonden) landbouw is het herstellen van het natuurlijke watersysteem echter ongunstig. In de Verkenningsfase kunnen baten en risico’s van dergelijke scenario’s nader worden onderzocht en uitgewerkt. Klimaatadaptatie vergt in elk geval aanpassingen in het landgebruik, op basis van het principe ‘bodem en water sturend’. Figuur 9 toont waar de kansen liggen voor het vasthouden van water in en rondom het gebied. Natte natuur zou daarbij bijvoorbeeld een plek kunnen krijgen op gronden die minder gunstig zijn voor andere functies, langs de beken, of waar kansen zich voordoen op basis van de energie in het gebied. Bijvoorbeeld op de grond van een agrarisch bedrijf die wil omvormen, extensiveren of tevens aan natuurontwikkeling wil doen.
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 9/56
3
Maatschappelijke opgaven
In deze rapportage hebben wij in beeld gebracht hoe de gezamenlijke overheidsagenda voor de maatschappelijke opgaven eruitziet. Daarbij hebben wij ons zoveel mogelijk gericht op kwantificeerbare doelen. Ook hebben wij geprobeerd de bundeling van informatie op hoofdlijnen te houden, passend bij de préverkenningsfase waar we ons in bevinden. Per onderwerp is de informatie ingedeeld in verschillende categorieën: Moeten – juridische basis van de opgave, meestal Europees en Rijksbeleid Willen – beleidsambities, meestal van de provincie en gemeenten Instrumenten – hoe kunnen de doelen worden bereikt? Bijv. financieel, juridisch of ondersteunend. Uitgangssituatie en knelpunten – wat is de huidige stand van zaken en welke problematiek levert dat op? Ontwikkelingen – welke ontwikkelingen (per thema) raken het gebied? 3.1
Natuur en landschap
Moeten Natura 2000
Willen Groenblauwe Dooradering
Gelders Natuurnetwerk (GNN)
Uitloopgebieden (zie onder 3.5 Recreatie) Basiskwaliteit natuur Biodiversiteit algemeen
Groene Ontwikkelzone (GO) Wet stikstofreductie en natuurverbetering (NH3) 3.1.1
Uitgangssituatie en ontwikkelingen Natuurcompensatie verstedelijkingsopgave
Overzicht opgaven en samenhang met andere thema’s
Opgave Natuur en landschap
Knelpunt Te hoge stikstofdepositie
Maatregelen • Reductie van stikstofemissies door landbouwbedrijven
Hydrologische en ecologische condities voldoen niet aan de richtlijnen
• • •
Herstel natuurlijk systeem Verbetering van de kwaliteit van groen en blauw Biodiversiteit verbeteren
Stromingsdynamiek/ Water wordt te snel afgevoerd
•
Water vasthouden – waterbeschikbaarheid en watervoerendheid Water bergen
• Versnippering en verstoring
Samenhang
Thema’s Waterkwaliteit en ecologie
•
Verzachting van de overgang van agrarisch cultuurlandschap naar het bos en de natuur
• •
Vermindering uitspoeling stikstof en fosfaat Herstel natuurlijk systeem (hydrologie en hydro morfologie) Verlagen temperatuur door meer beschaduwing
•
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 10/56
Droogte en wateroverlast
•
Bufferstroken langs beken
• •
Herstel natuurlijk systeem Water vasthouden – waterbeschikbaarheid en watervoerendheid verhogen Water bergen Meer groen en blauw
• • Bodemkwaliteit
•
Verstedelijking & recreatie
• • • • •
Verbeteren vochtvasthoudend vermogen van de bodem Verminderen nutriënten in de bodem Verbeteren condities voor bodemleven Natuurcompensatie Recreatief uitloopgebied Verlichten druk op de Veluwe
Erfgoed
•
Versterken landschapselementen
Figuur 10: Natura 2000 (felgroen met zonering), GNN (groen), GO (lichtgroen) en EVZ (oranje) in één overzicht
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 11/56
3.1.2
Natura 2000
Het projectgebied grenst aan het natuurgebied de Veluwe. De Veluwe is een van de grootste natuurgebieden van Nederland met veel bijzondere planten en dieren. Het natuurgebied maakt onderdeel uit van het Europese netwerk van Natura 2000-gebieden en heeft daardoor een beschermde status. Dit zijn gebieden die zijn aangewezen voor herstel en ontwikkeling van leefgebieden van plant- en diersoorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Om hier invulling aan te geven, heeft het Rijk instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor de beschermde plant- en diersoorten en leefgebieden. De provincie Gelderland is verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van beheer- en herstelplannen om deze doelen te bereiken. In de provinciale Omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen ten aanzien van Natura 2000. Moeten Vogel- en habitatrichtlijn
Doelen Bescherming van diersoorten en hun natuurlijke habitat middels speciale beschermingszones: Natura 2000-gebieden.
Omgevingswet
Bescherming van Natura 2000-gebieden, o.a.: • Aanwijzing instandhoudingsdoelstellingen (deze zijn vastgelegd in het aanwijzingsbesluit voor de Veluwe) • Regels voor ‘Natura 2000 activiteiten’ • Zorgplicht (opgenomen in Besluit activiteiten leefomgeving) • Emissieregels ammoniak voor veehouderijen
Willen VLGG
Doelen • Nieuwe natuur rondom Natura 2000 (en in uiterwaarden) buiten GNN: 317 ha • 5.400 ha voor hydrologische maatregelen rond Natura 2000 en natte landnatuur
Omgevingsvisie Ede
•
•
Omgevingsvisie Barneveld
•
•
Provincie Gelderland - uitwerking van de gebiedsfiche EdeBarneveld, gebiedsfiche 12 Instrumenten Provincie Gelderland
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
Nemen bronmaatregelen t.b.v. vermindering stikstofuitstoot om Natura 2000-gebieden weer te laten voldoen aan Europese instandhoudingsdoelstellingen Overgangszone van 1 - 1,5 km rondom Veluwe voor herstel en bescherming van natuurwaarden (zie ook onder 3.5 Recreatie) Nemen bronmaatregelen t.b.v. vermindering stikstofuitstoot om Natura 2000-gebieden weer te laten voldoen aan Europese instandhoudingsdoelstellingen Bestaande bedrijven dienen emissies fors te verminderen ten behoeve van natuurherstel. Er worden geen stikstof emitterende activiteiten toestaan op de Veluwe.
•
Verbetering hydrologische en ecologische condities in en rond Natura 2000-gebieden delen Gelderse Vallei: Water vasthouden aangrenzend aan Natura 2000, 2.000 ha
• •
Natura 2000-beheerplan Veluwe Omgevingsverordening Gelderland
P 12/56
Gemeente Ede Uitgangssituatie en knelpunten
Interimbeleid agrarische bedrijfsontwikkelingen veehouderijen De hydrologische en ecologische condities van de Veluwe voldoen niet aan de richtlijngen. Het natuurgebied staat onder druk door: • Vermesting en verzuring door stikstofdepositie • Verdroging door wateronttrekking en klimaatverandering • Versnippering van leefgebieden • Verstoring door recreatie
3.1.3
Nieuwe Natuur
Moeten Bossenstrategie – Rijk en provincies
Doelen • • • • •
Programma Biodiversiteit – Provincie Gelderland
Willen VLGG
• •
•
Provincie Gelderland - uitwerking van de gebiedsfiche Ede-Barneveld, gebiedsfiche 12
•
• •
datum
5.300 ha nieuwe natuur 5.200 ha bestaande natuur kwalitatief verbeteren
Doelen • Nieuwe natuur rondom Natura 2000 (en in uiterwaarden) buiten GNN: 317 ha
Blauwe Omgevingsvisie 2050 - Waterschap Vallei en Veluwe
referentie
Meer bomen en bos Vitaal bos Landelijk 37.000 ha nieuw bos Gelderland: 17.000 ha nieuw bos + 1 mln bomen Gelderland: 10% van beheerd bos is natuurbos
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
Nieuwe natte gebieden als onderdeel van de ‘klimaatmantel’: regen en grondwater opvangen en vasthouden in zone van multifunctioneel ruimtegebruik Verbetering connectiviteit tussen Natura2000 gebied Veluwe en andere natuurgebieden door verbetering ecologische kwaliteit bestaande landschapselementen en uitbreiding van deze groenblauwe dooradering: o Uitbreiding 60 ha in 2030 o Verbetering ecologische kwaliteit bestaande landschapselementen: 60 ha in 2030 Extra natuur buiten GNN: 22 ha Uitbreiding bos, inclusief compensatiebos: 85 ha
P 13/56
• •
Omgevingsvisie Ede
Instrumenten Provincie Gelderland Uitgangssituatie en knelpunten
•
Verzachten overgangen tussen cultuurgrond en natuurgronden en bossen Herstel natuur en landschapswaarden op historische akkers (potentiaal 1.100 historische akkercomplexen) Vergroten natuuroppervlak en verbinden natuurgebieden
Subsidie aanleg nieuw bos buiten GNN Geen informatie
3.1.4
Gelders Natuurnetwerk (GNN)
Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) is het netwerk van bestaande en nieuwe natuurgebieden. Deze gebieden zijn beschermd. Natura 2000 gebied de Veluwe maakt onderdeel uit van de GNN. Relevant voor het projectgebied zijn voornamelijk de Natura 2000 randen (zie Figuur 11). Een klein deel bevindt zich ook in het westelijk deelgebied rond de Lunterse Beek, Modderbeek en Moorsterbeek. Ten noorden van het projectgebied loopt ook het Groene Valleilint, tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug. Hier wordt door provincie, eigenaren en beheerders gewerkt aan het versterken van natuur en landschap, water langer vasthouden en meer natuurinclusieve landbouw. Moeten Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
Doelen • In GNN gebieden staat de natuur voorop: geen nieuwe ontwikkelingen, tenzij van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor geen alternatieven bestaan
Willen Omgevingsvisie Barneveld
N.v.t. Het verbinden en verder ontwikkelen van natuurkerngebieden in het Groene Valleilint Werken aan herstel en instandhouding GNN
Omgevingsvisie Ede Instrumenten Provincie Gelderland
•
Omgevingsverordening
•
Deelname van grondeigenaren (bestaande activiteiten) aan de realisatie van nieuwe natuur geschiedt op vrijwillige basis Nieuwe ontwikkelingen/activiteiten worden geregeld via omgevingsverordening
Uitgangssituatie en knelpunten
•
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 14/56
Figuur 11: Gebieden van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelzone in en rondom het projectgebied
3.1.5
Groene Ontwikkelzone (GO)
De Groene Ontwikkelzone bestaat uit gebieden rond het GNN en uit verbindingen tussen delen van het GNN. Het ontwikkelen van functies die passen in het landelijk gebied wordt gekoppeld aan het leveren van een bijdrage aan natuur en landschapsdoelen. Voorheen werden de GO en GNN gebieden samen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd. Ecologische verbindingszones (EVZ’s) maken deel uit van het GO en daarom overlappen deze gebieden elkaar gedeeltelijk op de kaart (zie Figuur 12). Moeten Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
Doelen • Ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden.
Willen Instrumenten Provincie Gelderland
n.v.t. •
Omgevingsverordening
•
Deelname grondeigenaren (bestaande activiteiten) op vrijwillige basis Nieuwe ontwikkelingen geregeld via omgevingsverordening
Uitgangssituatie en knelpunten
•
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 15/56
Figuur 12: Ecologische verbindingszones als onderdeel van GNN gebieden
3.1.6
Groenblauwe dooradering
Bij groenblauwe dooradering gaat het om het netwerk van natuurlijke elementen in het agrarische landschap. De doelstelling van 10% groenblauwe dooradering in 2050 is afkomstig uit het Aanvalsplan Landschap van stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Deze doelstelling was overgenomen in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en in het provinciaal conceptprogramma Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG). Nu het NPLG is vervallen, wordt ook het VLGG voorlopig niet definitief vastgesteld. De provincie is desondanks voornemens de doelen te blijven nastreven. Moeten Willen VLGG
N.v.t. Doelen • 10% groenblauwe dooradering in 2050
Coalitieakkoord Barneveld 2022-2026
•
10% groenblauwe dooradering in 2050
Omgevingsvisie Ede
•
Versterken biodiversiteit in landelijk gebied door middel van groenblauwe dooradering
Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (2024) – Foodvalley Instrumenten Algemeen
•
10% groenblauwe dooradering (5% in 2030)
• • • • •
Pachtvoorwaarden Subsidie landschapselementen Heggen- en hagenprojecten Deltaplan Agrarisch Waterbeheer Doelsturing erfniveau
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 16/56
Gemeente Ede
•
Basiskwaliteit Natuur, aansluitend op doel 10% groenblauwe dooradering in 2050
Gemeente Barneveld
•
Ontwikkelfonds
Uitgangssituatie en knelpunten VLGG
•
8 % reeds groenblauw dooraderd
3.1.7
Biodiversiteit
Overige biodiversiteitsdoelstellingen en -inventarisaties (buiten Natura 2000, GNN etc.) die belangrijk zijn voor dit gebied, vinden we vooral in provinciaal en gemeentelijk beleid. Eén van de bouwstenen voor het VLGG is de uitgebreide rapportage van Tauw over stand van de natuur in de Gelderse Vallei. De kansen en knelpunten die hierin worden geconstateerd vormen de basis voor het natuurbeleid in het gebied. Daarnaast heeft gemeente Ede de ecologische kwaliteit van het landschap in beeld gebracht aan de hand van de methode Basiskwaliteit Natuur. Hiermee zijn de condities in beeld gebracht waarmee de biodiversiteit kan worden versterkt. Deze condities hangen samen met de karakteristieke landschapstypen in het gebied.
Moeten Willen VLGG
n.v.t. Doelen • Veerkrachtige natuur, met robuuste en verbonden natuurgebieden en een variëteit aan habitattypen en diersoorten en een hoge biodiversiteit; • Beekbegeleidend bos voor bufferstroken langs beken Verzachten overgang tussen agrarische cultuurgrond en de bossen door extensivering en natuurinclusief agrarisch grondgebruik
Basiskwaliteit Natuur
• • • • • •
Programma Biodiversiteit Provincie Gelderland
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
• •
Herstel hydrologisch systeem Vergroten leefgebied en verbinding tussen leefgebieden Diversiteit van landschap en leefgebieden verbeteren Verminderen van de input van nutriënten en chemicaliën en herstel van schade Soortgerichte maatregelen Natuurinclusief ontwerpen en bouwen Sterkere natuurgebieden en vitaler bos Een grotere biodiversiteit en meer bomen en bos op het platteland
P 17/56
• • Omgevingsvisie Ede Omgevingsvisie Barneveld Instrumenten Algemeen
• •
• • • • • • •
Een grotere biodiversiteit en meer bomen in stad en dorp Een grotere betrokkenheid van inwoners bij natuur en groen Behoud en versterking biodiversiteit Versterken biodiversiteit in het dorpen en het buitengebied
• •
Samenwerking met NGO’s Pachtvoorwaarden Afkoppelsubsidie Subsidie landschapselementen Beregeningsbesluit Functieverandering Rode ontwikkelingen koppelen aan groen en blauw Landschapsontwikkelingsfonds ANLB
Gemeente Ede
•
Programma biodiversiteit
Gemeente Barneveld
•
Biodiversiteitsplan
Uitgangssituatie en knelpunten
• • • • •
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
Momenteel is de Basiskwaliteit Natuur alleen beschikbaar voor gemeente Ede. Voor de regio Foodvalley als geheel is de Basiskwaliteit Natuur nog in ontwikkeling. De basiskwaliteit wordt op veel plekken niet gehaald (zie Figuur 13). Weinig verdienmodellen voor natuurinclusieve en duurzame landbouw
P 18/56
Figuur 13: Kaart Basiskwaliteit Natuur gemeente Ede
3.1.8
Stikstof (NH3)
De natuur op de Veluwe en in de rest van Nederland staat onder druk door de hoge stikstofdepositie. Daarom zijn er regels gesteld om de emissie en depositie te verlagen. De uitstoot van stikstof in de vorm van ammoniak (NH3) is voornamelijk afkomstig uit veehouderijen. Voor het beschermen van de natuur wordt in beleid de Kritische Depositie Waarde gehanteerd. Deze waarde is een ondergrens om vast te stellen wanneer naar waarschijnlijkheid negatieve effecten in kwetsbare natuur optreden. Moeten Wet stikstofreductie en natuurverbetering
Doelen Omgevingswaarden voor stikstofdepositie: eerst vastgelegd in Wet natuurbescherming, nu opgenomen in Omgevingswet.
Omgevingswet
Areaal stikstofgevoelige natuur in Natura 2000 gebieden waarvan de Kritische Depositie Waarde (KDW) niet wordt overschreden (art. 2.15a): • in 2025: ten minste 40%; • in 2030: ten minste 50%; • in 2035: ten minste 74%.
Omgevingsplan Ede
Voorheen bestemmingsplan ‘Agrarisch Buitengebied Ede 2012’: • Geen uitbreiding agrarische bedrijven binnen 500 meter van N2000
Willen VLGG
Doelen Reductiedoelstellingen voor de stikstofemissie door agrarische bedrijven. Enerzijds voor de ‘stikstofdeken’, anderzijds voor gebieden grenzend aan kwetsbare natuur:
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 19/56
• • • • Provincie Gelderland - uitwerking van de gebiedsfiche Ede-Barneveld, gebiedsfiche 12
Uitvoeringsprogramma Gelderse Maatregelen Stikstof (GMS)
Omgevingsvisie Ede
Omgevingsvisie Barneveld
Reductiedoelstellingen voor de stikstofemissies door agrarische bedrijven: • 7,511 kton in Gelderland • 53% NH3 in 2035 t.o.v. 2018 binnen 1.000 m afstand van Natura 2000-gebied de Veluwe • 42%-53% NH3 in 2035 t.o.v. 2018 elders in het gebied • Emissiearme overgangszone van 500 meter strook rondom N2000gebied de Veluwe. Doel is om 74% van de natuurgebieden onder de KDW te krijgen in 2035, door het nemen van maatregelen in vijf sectoren: natuur, landbouw, industrie, mobiliteit en wonen, door: • Stikstofreductie van 25% voor alle sectoren in 2025 t.o.v. 2018 • Stikstofreductie van 42% in 2035 t.o.v. 2018 • Uitgangspunt van die aanpak is om in nauwe samenwerking met de boeren te voldoen aan de stikstofreductiedoelen en tegelijk perspectief te bieden aan boeren • De ambitie is: de stikstofuitstoot dermate terugdringen zodat de aangewezen Natura 2000- gebieden weer voldoen aan de Europese instandhoudingsdoelstellingen waardoor de biodiversiteit op peil blijft. Tegelijkertijd willen we ruimte creëren voor economische ontwikkelingen zoals woningbouw, bedrijfsontwikkeling en energietransitie Emissiereductie door de landbouw: • 53% stikstofreductie (NH3) t.o.v. 2018
Instrumenten Provincie Gelderland Gemeenten Ede en Barneveld Gemeente Ede RVO Ministerie van LVVN, Provincie Gelderland, Gemeente Ede, Gemeente Barneveld en Waterschap Vallei en Veluwe Uitgangssituatie en knelpunten
• • •
Programma Gelderse Maatregelen Stikstof (GMS) Functieveranderingsbeleid Interimbeleid agrarische bedrijfsontwikkelingen veehouderijen
• •
LBV+-regeling Pilot Ondernemingsplan Gelderse Vallei
• •
De KDW-doelen worden niet gehaald (zie Figuur 15) In het gebied ligt het zwaartepunt van stikstofdepositie afkomstig uit de Gelderse landbouw (zie Figuur 14) In het gebied bevinden zich veel en intensieve veehouderijen. Het hele gebied zal aan de slag moeten om de stikstofemissie omlaag te brengen. Er liggen ook veehouderijen in de bufferzones rond Natura 2000 (zie Figuur 14 ), waar extra emissiereductie verlangd wordt.
•
datum referentie
42% t.o.v. 2018 voor Gelderland als geheel 46-55% (2000 kton) t.o.v. 2018 voor regio Foodvalley 42-53% t.o.v. 2018 voor het projectgebied 53% t.o.v. 2018 binnen 500 tot 1000 meter afstand van Natura 2000
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 20/56
Figuur 14: Bufferzones rond Natura 2000-gebied en de ligging van veehouderijen (zwarte bolletjes) en agrarische percelen (lichtgroen weiland, geel mais, rood voedergewas, blauw bollenteelt).
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 21/56
Figuur 15: De Kritische Depositie Waarde wordt langs het projectgebied fors overschreden (links) en de stikstofdepositie uit de landbouw is in het projectgebied het grootst (rechts). 12
3.2
Water en bodem
Moeten Kaderrichtlijn Water (KRW) Nitraatrichtlijn + 7e en 8e (is in ontwikkeling) Actieprogramma Nitraatrichtlijn (APN) Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) 3.2.1
Willen Herstel hydrologisch systeem
Overzicht opgaven en samenhang met andere thema’s
Opgave Water en bodem
Knelpunt Te veel nutriënten in water en bodem
Hydrologische en ecologische condities voldoen niet aan de richtlijnen Bovenlopen vallen regelmatig droog en water staat soms langdurig stil
12
Ontwikkelingen Drinkwaterreserveringsgebieden
Maatregelen • Reductie van afspoeling stikstof en fosfaat • Bufferstroken langs beken • Beperken bemesting • • • • • •
Herstel natuurlijk systeem (hydrologie en hydromorfologie) Verbetering van de kwaliteit van groen en blauw Biodiversiteit verbeteren Water vasthouden – waterbeschikbaarheid en watervoerendheid Water bergen Verlagen temperatuur door meer beschaduwing
Bronnen kaartmateriaal: https://www.gelderland.nl/themas/stikstof/veluwe/stikstofsituatie
https://www.gelderland.nl/themas/stikstof/het-stikstofvraagstuk/waar-speelt-het-probleem
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 22/56
Slechte bodemkwaliteit
Samenhang
Thema’s Natuur
Verstedelijking & recreatie
3.2.2
• • •
Verbeteren vochtvasthoudend vermogen van de bodem Verminderen nutriënten in de bodem Verbeteren condities voor bodemleven
• • • •
Meer groen en blauw Versterken ecologische condities Bufferstroken langs beken Natuurontwikkeling
• •
Natuurcompensatie Recreatief uitloopgebied Verlichten druk op de Veluwe
Waterkwaliteit en ecologie
Doelen voor de waterkwaliteit zijn op Europees niveau afgesproken in verschillende richtlijnen. Voor deze préverkenning richten we ons met name op de Kaderrichtlijn Water (KRW) en de Nitraatrichtlijn. Provincie en waterschap zijn verantwoordelijk voor het behalen van de kwaliteitsdoelen voor het grond- en oppervlaktewater. Moeten Kaderrichtlijn Water (KRW)
Doelen • Schone en gezonde wateren • Voldoende en veilig water • Herstel leefgebieden en migratieroutes voor flora en fauna • Alle benodigde maatregelen voor een goede chemische en ecologische waterkwaliteit moeten voor december 2027 getroffen zijn.
Nitraatrichtlijn
De richtlijn is in Nederland vertaald naar het 7e Actieprogramma Nitraat. Doelen uit de richtlijn zijn: • Vervuiling oppervlaktewater en grondwater voorkomen • Gebruiksnormen voor mest en kunstmest • Afbouw derogatie voor Nederland
7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn
Regels uit het 7e Actieprogramma Nitraat gaan over: • Bufferstroken langs waterlopen • Uitrijddatums voor mest • Stimuleren van gebruik vaste mest op basis van fosfaatruimte
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 23/56
• •
Verplichte inzaai van vanggewassen Rotatie met rustgewassen
Het 8e actieprogramma gaat in vanaf 2026. Bestaat naast generieke maatregelen ook uit doelsturing zal bestaan. De hoofdlijn bestaat uit drie sporen: 1. Doelsturing voor waterkwaliteit (grondwater) 2. (Aanvullende) generieke maatregelen 3. Andere beleidsontwikkelingen. Derogatiebeschikking Europese Commissie 2022
Aanwijzingsbesluit Nutriënten Verontreinigde (NV) Gebieden kabinet: • Totale stikstofreductie 20% in 2025 • Geen derogatie binnen Natura 2000 • Geen derogatie voor bedrijven die voor 50% binnen 250 meter van Natura 2000 liggen. • Afbouw derogatie tot 2026.
Omgevingswet
Besluit activiteiten leefomgeving: • Bufferstroken langs beken
Willen Blauwe Omgevingsvisie Vallei en Veluwe
• • • • •
• • Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG) - provincie Gelderland
• •
• Provincie Gelderland - uitwerking van de gebiedsfiche Ede-Barneveld, gebiedsfiche 12
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
•
Doelen Water als ordenend principe in ruimtelijke ordening Zoveel mogelijk water vasthouden in de bodem Temperatuurstijging van oppervlaktewater beperken Herstel natuurlijk beeksysteem; verbeteren waterbeschikbaarheid, watervoerendheid en stromingscondities Verminderen uit en afspoeling nutriënten Lage (natte) gebieden Schoon grond- en oppervlaktewater Beekherstel en beekdalherstel voor onder andere Barneveldse beek, Lunterse Beek en Esvelder beek: natuurlijker profiel peildynamiek lokale berging van overmatige neerslag Agrarische bufferstroken langs beken Bufferzones langs Barneveldse en Esvelderbeek: Voor betere aquatische connectiviteit wordt uitgegaan van een zone van 25 m ter weerszijden van de beek, bijv.
P 24/56
•
Instrumenten Waterschap Vallei en Veluwe
Agrarisch
met een ruimtebeslag van 50% voor nieuwe natuur in de vorm van landschapselementen en kleine stapstenen. Wettelijk verplichte vermindering bemesting conform afbouw derogatie: beëindiging bemesting in stroken langs KRWwatergangen en andere watergangen o Breedte van stroken 3 – 5 meter aan weerszijden van watergangen.
• • •
Blauw Omgevingsprogramma Subsidieregeling watersparen Financiële middelen voor KRW
• • •
Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) Generiek mestbeleid Rijksoverheid Project Boeren voor Drinkwater
•
Er is een relatief kleine KRW (rest)opgave in het gebied, specifiek voor de Lunterse, Barneveldse beeken Grote Valkse beek. In de Grote Valkse beek is een KRW-opgave binnen het profiel, uitvoeren voor eind 2027. Ingeschat is met het huidig maatregelpakket de KRW doelen nog niet worden gerealiseerd, nog opgaven voor herstel hydrologie/hydromorfologie, temperatuur en nutrienten. Nutriënten-verontreinigd gebied: te veel stikstof en fosfaat spoelt uit naar het gronden oppervlaktewater. Boeren in NV-gebied moeten sneller het gebruik van dierlijke mest en kunstmest verminderen. De KRW-lichamen van de Grote Valkse beek en middenloop van de Barneveldse beek liggen in het het projectgebied (zie Figuur 16). De KRW waterlichamen van de Kleine Barneveldse beek en Esvelderbeek liggen niet in het projectgebied – de stroomgebieden van deze waterlichamen liggen wel in het projectgebied.
Uitgangssituatie en knelpunten
•
•
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 25/56
Figuur 16: KRW-lichamen (blauw) en C-watergangen (geel) in de stroomgebieden binnen het projectgebied
3.2.3
Droogte en wateroverlast
Klimaatverandering en grootschalige afwatering voor de landbouw zorgen ervoor dat we zoals recent in de toekomst meer te maken krijgen met droogte en wateroverlast. Om dat te verhelpen en te voorkomen zijn maatregelen nodig op gebied van water vasthouden, waterberging en herstel van het natuurlijke systeem. Het gebied is voor een deel van het water afhankelijk van de kwelstromen afkomstig van de Veluwe (zie Figuur 17).
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 26/56
Figuur 17: Abiotische basiskaart voor de Veluwe met weergave van kwel (roze), hoge grondwaterstanden (lichtblauw) en KRWwatergangen (donkerblauw).13
Het water stroomt dan in westelijke richting weg uit het gebied. Het beekdalenstelsel met bijbehorende bodemtypen zorgen voor natuurlijke laagtes en natte plekken in het gebied (zie Figuur 18). Het bodemtype in het noorden van het gebied (Barneveld) wordt gedefinieerd door de dekzandrug. Er zijn daarin wel laagtes maar niet vergelijkbaar met het beekdallandschap van het in het zuiden (Ede), zie Figuur 18.
13 Bron: Tauw rapportage ‘Uitwerking mogelijke natuurmaatregelen omgeving Natura 2000-gebieden, Gelderse Maatregelen
Stikstof, Deelgebiedrapportage Gelderse Vallei (midden en noord), Provincie Gelderland’ 12 juni 2023
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 27/56
Figuur 18: Dalvormige laagtes in het gebied op de achtergrond van de geomorfologische kaart
Moeten Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie Willen Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG) - provincie Gelderland
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
Doelen • Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht in 2050 Doelen • Water en bodem sturend • Foodvalley: 5.400 ha voor hydrologische maatregelen en natte landnatuur • Projectgebied 3.000-4.500 ha voor hydrologische maatregelen en natte landnatuur • Deze hectares kunnen samenvallen met de doelen voor natuurinclusieve landbouw, agrarische natuur en hydrologische maatregelen op landbouwgronden • Voldoende water voor verschillende functies: drinkwater, land- en tuinbouw en natuur • Geen wateroverlast bij extreme regenbuien (binnen de daarvoor gestelde normen) • Beekherstel en beekdalherstel voor Barneveldse beek, Grote Valkse beek en Esvelder beek, Lunterse beek (bovenloop stroomgebied): o natuurlijker profiel o peildynamiek o lokale berging van overmatige neerslag
P 28/56
Blauwe Omgevingsvisie 2050 – Waterschap Vallei en Veluwe
• • • • •
Herstel natuurlijk systeem Water vasthouden daar waar het valt Voorkomen van wateroverlast Voldoende watervoorraad om tekorten te voorkomen Nieuwe natte gebieden als onderdeel van de ‘klimaatmantel’: regen en grondwater opvangen en vasthouden in zone van multifunctioneel ruimtegebruik
Blauw Omgevingsprogramma
•
Omgevingsvisie Barneveld Instrumenten Algemeen
•
Klimaatmantel uitwerken voor de flanken van de Veluwe binnen stroomgebieden Barneveldse Beek en Lunterse Beek KRW-maatregelen uitvoeren Stimuleren vasthouden van water Remmen waterafstroming in robuust beekdallandschap Barneveldse Beek, Lunterse Beek Water langer vasthouden in het gebied en waterafvoer vertragen: verhoging drainagebasis in hogere zandgronden; doelen voor 2050 o Water vasthouden vanwege droogtebestrijding 1.050 ha in 2035 van 2.000 ha Beekherstel KRW-watergangen, waaronder Barneveldse beek en Esvelderbeek; met meekoppelopgave: ruimte voor waterberging voor opvang weersextremen o 4.200 ha Ruimte voor water voor opvang gevolgen weersextremen Toename inzijging water op flanken van de Veluwe Herstel watersysteem Langer vasthouden water Tegengaan verdroging Op de flanken van de Veluwe, die als gevolg van klimaatverandering te maken krijgen met veel sterkere wisselingen van de grondwaterstand, werken we aan een zogenoemde klimaatmantel. Hier wordt regen- en grondwater opgevangen en vastgehouden waardoor beken jaarrond water kunnen leveren. Ontwikkeling robuust en klimaatadaptief watersysteem
•
Afkoppelsubsidie
Agrarisch
• •
Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) Beregeningsbesluit Waterschap Vallei en Veluwe
Provincie Gelderland
•
Omgevingsverordening (normen voor wateroverlast oppervlaktewater)
Waterschap Vallei en Veluwe
• •
Blauw Omgevingsprogramma Financiële middelen voor KRW
• • • Provincie Gelderland - uitwerking van de gebiedsfiche Ede-Barneveld, gebiedsfiche 12
•
•
•
Omgevingsvisie Ede
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
• • • • •
P 29/56
•
Regeling watersparen
•
De bovenlopen vallen regelmatig droog en het water soms langdurig stil Langs beken liggen op specifieke locaties lage, natte gebieden die soms voor overlast zorgen Stroomsnelheid is in sommige situaties te hoog
Uitgangssituatie en knelpunten
• •
Figuur 19: Het beekdalenstelsel met de natte locaties in het gebied
3.2.4 Drinkwater Een van de ontwikkelingen voor het gebied is de uitbreiding van de drinkwaterwinning. In de Structuurvisie Ondergrond van 2018 vraagt het Rijk de provincies om Aanvullende Strategische Voorraden aan te wijzen: reservegebieden voor voldoende drinkwatervoorziening tot 2040. Voor Gelderland gaat het om een extra capaciteit van 55 miljoen m3 drinkwater per jaar. Gelderland heeft dit kader 11 gebieden aangewezen als Drinkwaterreserveringsgebied in de Omgevingsverordening van 2023. Een van de ‘minder kwetsbare’ reserveringsgebieden (‘Gelderse Vallei’) beslaat het westelijke deel van het projectgebied (zie Figuur 20). Moeten Omgevingsvisie Gelderland Omgevingsverordening Gelderland Willen Instrumenten
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
Doelen • Waterbeschermingszones • Minder kwetsbaar drinkwaterreserveringsgebied n.v.t. n.v.t.
P 30/56
Uitgangssituatie en knelpunten • •
•
Momenteel is er nog geen inzicht in wat de gevolgen zijn voor het gebied. Mocht er een grondwaterbeschermingsgebied komen in het projectgebied, dan kunnen er strengere eisen komen voor bemesting en gewasbescherming. Tegelijkertijd zien we ook een ontwikkeling waarbij de bemestingsregels de komende jaren strenger worden (o.a. afbouw derogatie, generieke doelsturing). Mogelijk effecten van de wateronttrekking op droogte.
Figuur 20: Gebieden gerelateerd aan waterwinning in en rondom het projectgebied
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 31/56
3.2.5
Bodemkwaliteit
Bodemkwaliteit gaat onder meer over de fysieke, chemische en biologische kwaliteit en over het watervasthoudend vermogen.
Moeten Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en Regeling bodemkwaliteit (Rbk)
Willen Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG) provincie Gelderland
Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (2024) – Foodvalley Omgevingsvisie Barneveld Instrumenten Agrarisch
Gemeente Ede Uitgangssituatie en knelpunten
Regels voor o.a. • Kwaliteitsborging bodembeheer • Milieuverklaringen bodemkwaliteit
• •
Water en bodem sturend Verbeteren bodemkwaliteit (chemisch, fysiek en biologisch) in de landbouw
• • • •
Verbeteren van de bodemkwaliteit Duurzaam bodembeheer Water en bodem sturend Verbeteren bodemkwaliteit
• •
Cursus duurzaam bodembeheer Kringloopadvies
•
Doelsturing bij omgevingsplanwijziging
•
Qua bodemkwaliteit is de landbouw sterk bepalend voor het gebied. In de bodem zitten te veel nutriënten, afkomstig van landbouw, die afspoelen naar het grond- en oppervlaktewater en de kwaliteit daarvan negatief beïnvloeden Waterbergend vermogen van de bodem is afgenomen door de daling van het organische stofgehalte Bodemvruchtbaarheid en bodemleven staat onder druk door intensief gebruik Er zijn geen aandachtspunten qua sanering of vuilstorten en dergelijke.
•
• •
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 32/56
3.3
Luchtkwaliteit
Moeten Richtlijn luchtkwaliteit
Willen Schone Lucht Akkoord
Ontwikkelingen Grenswaarde in het onderzoek gebied zal naar beneden gaan
Klimaatakkoord Parijs Klimaatwet en Klimaatakkoord Nederland Omgevingswet 3.3.1
Overzicht opgaven en samenhang met andere thema’s
Opgave Luchtkwaliteit
Samenhang
datum referentie
Knelpunt Fijnstofuitstoot
Maatregelen • Verminderen uitstoot van landbouw en verbrandingsprocessen
Stikstofdioxide uitstoot
•
Verminderen uitstoot van verkeer
Broeikasgassen
• • •
Verminderen uitstoot van broeikasgassen Koolstofvastlegging, o.a. in landbouwbodem Energietransitie
Hoge geurbelasting
•
Gedeeltelijke aanscherping van geurnormen (Ede)
• • •
Meer groen Bufferstroken langs beken Natuurontwikkeling
Verstedelijking & recreatie
• •
Natuurcompensatie Recreatief uitloopgebied
Erfgoed
•
Versterken landschapselementen
Thema’s Natuur
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 33/56
3.3.2
Fijnstof
Voor fijnstof worden meestal twee categorieën gehanteerd: PM2,5 en PM10. De diameter van de deeltjes is daarbij bepalend (kleiner dan 2,5 of 10 micrometer). Deze deeltjes zijn grotendeels afkomstig van verbrandingsprocessen (verkeer, industrie, energie) en landbouw. Een deel heeft ook een natuurlijke oorsprong (bijv. zeezout). Moeten Richtlijn luchtkwaliteit
Willen Schone Lucht Akkoord - Regio Foodvalley
Doelen De richtlijn luchtkwaliteit wordt herzien, dat betekent voor de doelen: • Strengere normen voor grens- en streefwaarden voor luchtkwaliteit vanaf 2030 • Uiterlijk in 2030 moeten de jaargemiddelde concentraties PM2,5 en PM10 gedaald zijn naar respectievelijk 10 en 20 μg/m3. Dit is nu 25 en 40 μg/m3.
• •
•
Toewerken naar de WHO-advieswaarden voor fijn stof in 2030 In 2030 minimaal 50 procent gezondheidswinst ten opzichte van 2016 te behalen qua negatieve effecten afkomstig van binnenlandse bronnen In de sectoren (weg)verkeer, inclusief mobiele werktuigen, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens een dalende trend in te zetten van emissies van fijn stof naar de lucht
Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (2024) – Foodvalley
• •
Streefdoel PM10: 20 µg/m³ in 2030 Streefdoel PM2,5: 10 µg/m³
Omgevingsvisie Ede Omgevingsvisie Barneveld Instrumenten Regio Foodvalley Uitgangssituatie en knelpunten
• •
Voldoen aan Schone Lucht Akkoord Voldoen aan Schone Lucht Akkoord
•
Pilots Schone Lucht Akkoord
•
Waarde voor Foodvalley schommelt rond streefdoel voor PM10: 19 -22 µg/m 3 in 2023 (Regionaal Perspectief Landelijk Gebied, 2024) Waarde voor Foodvalley voor PM2,5 voldoet aan streefwaarde: 8,7 µg/m³ in 2020 (Regionaal Perspectief Landelijk Gebied, 2024)
•
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 34/56
•
•
•
Lokaal zijn er grote verschillen in de waardes van fijnstof, niet overal worden de doelen behaald (zie Figuur 21). De pluimveesector in het gebied is een bron van fijnstof. Er wordt al met de sector samengewerkt om de uitstoot omlaag te brengen. In het onderzoeksgebied gaat de grenswaarde naar beneden. Voornamelijk tussen de A30 en spoorlijn.
Figuur 21: Fijnstofconcentraties in en rond het projectgebied
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 35/56
3.3.3
Stikstof (NO2)
Stikstofdioxide (NO2) komt vrij bij verbrandingsprocessen. Een grote bron van stikstofdioxide is het verkeer. Andere bronnen zijn de industrie- en energiesectoren. Moeten Richtlijn luchtkwaliteit Willen Schone Lucht Akkoord - Regio Foodvalley
Regionaal Perspectief Landelijk Gebied (2024) – Foodvalley Instrumenten Regio Foodvalley Uitgangssituatie en knelpunten
Doelen • De Richtlijn luchtkwaliteit wordt herzien, Doelen • Toewerken naar de WHO-advieswaarden voor stikstofdioxide in 2030 • In 2030 minimaal 50 procent gezondheidswinst ten opzichte van 2016 te behalen qua negatieve effecten afkomstig van binnenlandse bronnen • In de sectoren (weg)verkeer, inclusief mobiele werktuigen, landbouw, scheepvaart, industrie en huishoudens een dalende trend in te zetten van emissies van stikstofdioxide naar de lucht •
Streefdoel Foodvalley 40 µg/m³ in 2030
•
Pilots Schone Lucht Akkoord
•
Waarde in Foodvalley ruim onder streefdoel: 11,7 µg/m³ in 2020 (Regionaal Perspectief Landelijk Gebied, 2024) Lokaal zijn er grote verschillen in de concentraties van stikstofdioxide (zie Figuur 22). De waarden blijven in het gebied onder de normen (Regionaal Perspectief Landelijk Gebied, 2024)
•
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 36/56
Figuur 22: Concentraties van stikstofdioxide in en rond het projectgebied
3.3.4
Broeikasgassen (CO2 en CH4)
De belangrijkste broeikasgassen zijn koolstofdioxide (CO2) en methaan (CH4), voornamelijk afkomstig uit landbouw, industrie, verkeer en energie. Om de opwarming van de aarde binnen veilige perken te houden, is het nodig de uitstoot van deze gassen drastisch te verlagen. Dit gebeurt onder andere middels de energietransitie, waarbij we overstappen van fossiele energiebronnen naar hernieuwbare energiebronnen, zoals zon, wind en biomassa. Ook wordt landelijk en internationaal de mogelijkheden voor CO2-opslag onderzocht. Moeten Klimaatakkoord Parijs
Klimaatwet Nederland
Doelen • Opwarming van de aarde < 1,5 ℃ • CO2-reductie 49% in 2030 t.o.v. 1990 • Broeikasgasemissiereductie 90% t.o.v. 1990 • • •
49 procent CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990 95 procent CO2-reductie in 2050 ten opzichte van 1990 CO2-neutraal opwekken van alle energie in 2050
Klimaatakkoord Nederland
Aangescherpt in Coalitieakkoord 2021-2025: • Nederland klimaatneutraal in 2050 • 55% CO2-reductie in 2030 t.o.v. 1990 • Koolstofvastlegging in bodem 0,5 Mton extra vanaf 2030
Willen Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG) provincie Gelderland
Doelen • CO2-reductie 0,7 Mton CO2-eq in 2030 t.o.v. 2021 voor Gelderland • Reductie 138 kton CO2-eq in 2030 t.o.v. 2020 • Koolstofvastlegging voor Gelderland 54 kton CO2equivalent per jaar
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 37/56
•
Methaanreductie 138 kton CO2-eq in 2030 t.o.v. 2020 (ca. 33%)
• •
•
Vermindering klimaatverandering Reductie broeikasgasemissies uit veehouderijen 33% CO2-eq in 2030 t.o.v. 2020 Vastleggen 54 kton CO2-eq per jaar voor Gelderland in minerale landbouwbodems o Vastleggen 1,8 kiloton CO2-eq/jaar in landbouwbodems. Dit betreft 14.800 ha. Vastleggen CO2 middels uitbreiding bossen
Omgevingsvisie Ede
• • •
Energieneutrale gemeente in 2050 70% duurzame energie in 2040 1,5% jaarlijkse energiebesparing vanaf 2018
Omgevingsvisie Barneveld
• • •
• •
Vastleggen van CO2 in de landbouwbodems 33% CO2-reductie t.o.v. 2018 in 2035 Kleinschalige windturbines in landelijk gebied (ashoogte tot 35 meter) Op enkele locaties ashoogte tot 150 meter toegestaan Uitbreiding zonnepark Verduurzamen van mobiliteit, industrie en landbouw
• • •
Pilots Schone Lucht Akkoord Regionale Energiestrategie Reductieplan CO2 (in ontwikkeling)
•
Onder Harselaar is een verzwaard onderstation gepland In gebied geen zoeklocaties voor wind vanuit RES Uitgangssituatie m.b.t. het behalen van de doelen grotendeels onbekend.
Provincie Gelderland - uitwerking van de gebiedsfiche Ede-Barneveld, gebiedsfiche 12
•
•
Instrumenten Regio Foodvalley
Uitgangssituatie en knelpunten
• •
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 38/56
3.3.5
Geur
Moeten Omgevingswet
Willen Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG) - provincie Gelderland Instrumenten Ede en Barneveld
Doelen Besluit kwaliteit leefomgeving: • Standaardwaarden en grenswaarden voor geurbelasting op gebouwen • Minimale afstanden tot stallen
•
• •
•
Doelen Gezonde leefomgeving met een goede luchtkwaliteit en zonder overlast van geur
Gemeentelijk omgevingsplan Verordening Geurhinder en Veehouderij (2008) Barneveld: geurnormen met name gericht op beschermen stedelijk gebied Verordening Geurhinder en Veehouderij (2011) Ede: geurnormen gericht op beschermen van de kernen. Ede is van plan om in het Omgevingsplan strengere geurnormen te hanteren voor nieuwe ontwikkelingen t.o.v. huidig en landelijk beleid.
Uitgangssituatie en knelpunten •
•
3.4
Geurbeleid gemeente Ede volgt nu nog het landelijke beleid maar wordt aangescherpt. Ede wil strengere normen dan Barneveld. Momenteel is de geurbelasting in het gebied hoog en wordt er buiten de kernen hinder ervaren.
Verstedelijking en natuurcompensatie
Regio Foodvalley is samen met regio Arnhem-Nijmegen een NOVEX-gebied. NOVEX-gebieden krijgen een apart ontwikkelperspectief voor de grote ruimtelijke transities uit de Nationale Omgevingsvisie, waaronder verstedelijking. Het zwaartepunt van de verstedelijkingsopgave voor de regio Foodvalley ligt in het zuiden van de regio, uit de buurt van het projectgebied. Hiervan zijn nog geen kaarten beschikbaar. In het projectgebied ligt geen grote verstedelijkingsopgave. In en aan de randen van de kernen zijn wel extra woningen voorzien, bijvoorbeeld voor Kootwijkerbroek en Stroe. Voor Kootwijkerbroek gaat het ook om uitbreiding van het bedrijventerrein. Verder zal groei vooral in het stedelijk gebied van Ede en Barneveld plaatsvinden.
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 39/56
Wat het projectgebied waarschijnlijk wel raakt is de natuurcompensatieopgave van verstedelijking. Een deel hiervan zal naar verwachting in het plangebied landen. Een zone als de Esvelderbeek zou hiervoor een logische plek kunnen zijn. Ook is er een samenhang met de doelstellingen voor nieuwe natuur, groenblauwe dooradering en recreatieve uitloopgebieden (zie onder volgend kopje Recreatie). In de gebiedsfiche wordt een uitbreiding van het bosareaal, inclusief compensatiebos, met 86 hectare aangegeven (Provincie Gelderland, Gebiedsfiche 12). 3.5 Recreatie Door toenemende verstedelijking wordt de recreatiedruk op het landelijk gebied groter. Ook in natuurgebieden wordt een toenemende recreatiedruk ervaren, zoals op de Veluwe. Om de Veluwe te kunnen ontlasten wordt door de gemeente Ede en provincie Gelderland ingezet op een overgangszone richting het landelijk gebied van Ede. Dit zal gaan om een gebied van 1 tot 1,5 km rondom de Veluwe. In dit overgangsgebied is ruimte voor activiteiten die goed samengaan met de natuur, zoals kleinschalige en natuurinclusieve vormen van recreatie.14 Vanuit de gemeente Barneveld wordt binnen het gebied van de pré-verkenning niet actief ingezet op recreatie. Wel wordt recreatie gezien als meekoppelkans voor groenblauwe dooradering en de agrarische verbreding.
3.5.1 Recreatie, erfgoed en cultuurhistorie Landschappelijke kwaliteit en historisch en cultureel erfgoed Voor de gemeente Barneveld is het gebied van ondergeschikt belang op het thema recreatie. Echter, gezien de aantrekkelijkheid van het gebied op het grondgebied van de gemeente Ede voor recreatie en toerisme bevinden zich 58 bedrijven in het gebied die zich bezighouden met recreatie en toerisme, kunst en cultuur, sport en horeca: Recreatie en toerisme Kunst en cultuur Sport Horeca
27 19 3 9
Het behoud van bestaand erfgoed en het herstel van cultuurhistorische landschapselementen zijn speerpunten op het vlak van erfgoed en cultuurhistorie. Het is de bedoeling om dit te combineren met groenblauwe dooradering. Als overgangsgebied naar de Veluwe is het gebied voor de gemeente Ede van belang voor recreatie en toerisme, niet alleen voor mensen van buiten het gebied, maar ook voor de eigen inwoners. In de gemeente Barneveld ligt de beleidsmatige sturingsopgave vooral op recreatief medegebruik en/of koppelkansen bij de bestaande kernen zoals bijvoorbeeld dorpsommetjes
De belangrijkste doelen in het gebied met betrekking tot recreatie zijn: 1. 2. 3.
Stimuleren van recreatie als overgangsgebied vanaf de Veluwe; Recreatiemogelijkheden bieden aan eigen inwoners; Recreatie in balans laten zijn met economische, ecologische, maatschappelijke en culturele waarden.
Om deze doelen te behalen zal met name worden ingezet op het versterken van het aanbod van recreatiemogelijkheden.
14 Omgevingsvisie Ede
datum referentie
16 mei 2025 241325_AdB_RAP_Fase2_v2.0
P 40/56
Moeten Tot nu toe nog geen juridische verplichtingen. Willen Gemeente Barneveld Streefbeeld en toetsingskader landelijk gebied Barneveld 2040 (2023)