CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

B-3.12 Besluit B&W inzake voorontwerp bestemmingsplan Tolnegenweg-West d.d. 15-3-22.pdf

Gemeenteraad 20 april 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken32.229 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

(KAART) BIJLAGEN: A. Toetsingstoelichting B. Analyseresultaten C. Analysecertificaten D. Profielbeschrijving Omgevingskaart Kadastrale kaart Kaart met situering boorpunten

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

1.

INLEIDING

Gemeente Barneveld heeft ons op 11 oktober 2018 opdracht gegeven tot het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Tolnegenweg 1 te Stroe. Voor de ligging van de locatie wordt verwezen naar onderstaande afbeelding en de kaartbijlagen.

Deellocatie 3b Deellocatie 2a

Deellocatie 3a

Deellocatie 2b

Deellocatie 2c

Ligging onderzoekslocaties. Rood: weiland; groen: erf met wasplaats en opslag; geel: toekomstige sloot; blauw: toekomstige weg

Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de bestemmingsplanprocedure voor de aanleg van een lokaal bedrijventerrein. Het doel van het onderzoek is: •

aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond en het freatisch grondwater in gehaltes boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden.

Het onderzoek is uitgevoerd volgens de: • •

NEN 5725 [Bodem ‐ Landbodem ‐ Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017].

NEN 5740 [Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009] en het wijzigingsblad NEN 5740/A1 van februari 2016.

In dit rapport zal achtereenvolgens worden ingegaan op het vooronderzoek, de verrichte werkzaamheden en de resultaten van het onderzoek. Ten slotte worden conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. is een onafhankelijk adviesbureau dat beschikt over een gecertificeerd kwaliteitssysteem conform NEN-EN-ISO 9001:2015 en is gecertificeerd volgens BRL1

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

SIKB 2000 'Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek'. Tussen Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. en de opdrachtgever bestaat geen relatie die strijdig is met de functiescheiding zoals omschreven in de BRL SIKB 2000 (versie 5). Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden, maar blijft een steekproefsgewijze benadering. Het is voor ons daarom onmogelijk garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van het bodemonderzoek. Dit betekent dat Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door ons uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn niet altijd zonder fouten en/of volledig. Voor het verkrijgen van informatie zijn wij wel afhankelijk van diverse bronnen, waardoor wij niet kunnen instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde gegevens voor het vooronderzoek. Tot slot is het onderzoek een momentopname. Beïnvloeding van de bodemkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na de uitvoering van dit onderzoek, bijvoorbeeld door bouwrijp maken, aanvoer van grond van elders of door de verspreiding van een verontreiniging van elders via het grondwater.

De onderzoeksresultaten hebben daardoor een beperkte geldigheidsduur.

2

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

2.

VOORONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vooronderzoek, bestaande uit de inventarisatie van actuele en historische locatiegegevens, het toekomstige gebruik en de bodemopbouw en geohydrologie. Op basis van de geïnventariseerde gegevens vindt hypothesestelling plaats ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. 2.1. Algemeen Het doel van het vooronderzoek conform de NEN 5725:2017 is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Het vooronderzoek heeft zich niet gericht op aanwezigheid van onder meer niet gesprongen explosieven/ conventionele explosieven, kabels en leidingen en archeologische waarden. 1

De gebruikte informatiebronnen betreffen: uitgevoerd explosievenonderzoek , voorgaand 2345 .,relevante bouwvergunningen, beschikbare milieuvergunningen, bodemonderzoeken (gemeentelijk) tank- en bodeminformatiesysteem, Dienst voor het kadaster en de openbare registers Nederland, TNO grondwaterkaart van Nederland, Bodemloket, BAG viewer, Topotijdreis, huidige gebruiker onderzoekslocatie en de opdrachtgever. Voor een uitgebreide beschrijving van de historie wordt verwezen naar het uitgevoerde vooronderzoek, opgenomen in het reeds uitgevoerde bodemonderzoek [noot 2]. Op 30 oktober 2018 is door de gemeente Barneveld aanvullende informatie verstrekt. 2.2. Actuele situatie en toekomstig gebruik Het onderzochte terrein, gelegen aan de Tolnegenweg 1 te Stroe bestaat uit een 3 tal locaties die hieronder nader worden omschreven.

1

Explosievenonderzoek, AVG Explosieven Opsporing Nederland te Gennep, projectnummer 1756264, d.d. 9 november 2018.

2

Verkennend bodemonderzoek weiland Tolnegenweg 1 te Stroe, Vink Milieutechnisch Adviesbureau, projectnummer P12M0196, d.d. 4 februari 2013.

3

Verkennend bodemonderzoek en verkennend en nader onderzoek asbest aan de Tolnegenweg 1 te Stroe, Vink Milieutechnisch Adviesbureau, projectnummer P14M0050, d.d. 21 mei 2014.

4 5

Maaiveldinspectie Tolnegenweg 1 te Stroe, 112740iJ, door P&J Milieu BV, d.d. 4 april 2012 Nader asbest in Grond- en puinonderzoek Tolnegenweg 1 te Stroe, 1127403J, door P&J Milieu BV, d.d. 13 februari 2013

3

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

Locatie 1: Weiland gelegen achter woning nummer 1 met een oppervlakte van 31.375 m² en is kadastraal bekend als gemeente Garderen, sectie C nummer 832. De locatiecoördinaten zijn X= 175405 en Y= 466668. Locatie 2: Het gebied rondom Tolnegenweg 1 met een totaal oppervlak van 6.940 m² en is onderverdeeld in erf (2a), wasplaats (2b) en opslag (2c). Locatie 2 is kadastraal bekend als gemeente Garderen, sectie C nummers 804 en 833. De locatiecoördinaten zijn: X= 175525 en Y= 466651. Locatie 3: Toekomstige weg (3a) en toekomstige sloot (3b) met een oppervlakte van respectievelijk 2.200 m² en 1.300 m². De toekomstige weg is kadastraal bekend als gemeente Garderen, sectie K nummer 764, sectie C nummer 604. De locatiecoördinaten zijn X= 175682 en Y= 466671. De toekomstige sloot is kadastraal bekend als gemeente Garderen, sectie C nummer 788 (ged.). De locatiecoördinaten zijn X= 175566 en Y= 466806. Er zijn geen beperkingen bekend in de Landelijke Voorziening WKPB en de Basisregistratie Kadaster. Op 17 oktober 2018 heeft een terreinverkenning plaatsgevonden. Locatie 1 betreft een weiland gelegen ten noorden en westen van Tolnegenweg 1. Door de locatie loopt een asfaltweg die dient als ontsluitingsweg tussen de Tolnegenweg en de Wulpenweg. Locatie 2 betreft het gebied rondom woning nummer 1/1E, bestaande uit het erf, wasplaats en opslag.

Het westelijk deel van het erf is verhard met klinkers. Het oostelijk deel van het erf bestaat uit gras. Op het westelijk deel van het erf is de wasplaats en opslag aanwezig. De wasplaats bevindt zich ten westen van de aanwezige schuur en de opslag is gelegen ten zuiden van de aanwezige loods. De opslag is grotendeels verhard met asfalt. Locatie 3 betreft de toekomstige weg en toekomstige sloot. De toekomstige weg is gelegen ten noorden van de spoorlijn Amersfoort-Apeldoorn en ten zuiden van Tolnegenweg 3/3A en bestaat uit klinkers en asfalt. De toekomstige sloot is gelegen ten zuiden van de Rijksweg A1 AmersfoortApeldoorn en ten noorden van Tolnegenweg 19 en bestaat volledig uit gras. Tijdens de visuele terreininspectie is opgemerkt dat ter plaatse van locatie 2c (opslag) divers bedrijfsafval (o.a. in lege olievaten) en materialen zijn opgeslagen (zie foto 6). Tevens lijkt de wasplaats nog in gebruik (zie foto 5). Voor een indruk van de onderzochte locaties wordt verwezen naar de foto’s op de volgende pagina.

4

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

Foto 1:

Onderzoekslocatie (erf) gezien in westelijke richting, Foto 2: gezien vanaf de Tolnegenweg.

Onderzoekslocatie (erf) gezien in oostelijke richting

wasplaats

Foto 3:

Onderzoekslocatie (erf) gezien in oostelijke richting met de aanwezige wasplaats.

Foto 4:

Onderzoekslocatie (weiland) gezien in westelijke richting vanaf de Tolnegenweg

Foto 5:

Wasplaats en bestrating rondom zien er ‘vuil’ uit.

Foto 6:

Onderzoekslocatie (opslag) gezien in oostelijke richting met aan de rechterkant de spoorlijn Amersfoort-Apeldoorn

5

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

Foto 7:

Onderzoekslocatie (toekomstige weg) gezien in westelijke richting.

Foto 8:

Onderzoekslocatie (toekomstige sloot) gezien in oostelijke richting met aan de linkerkant de Rijksweg A1 Amersfoort-Apeldoorn

De onderzoekslocatie bevindt zich in een voornamelijk agrarische omgeving met direct rond de onderzoekslocatie met name bouw- en grasland. Ten noorden van de locatie loopt de verhoogd lopende snelweg A1. Ten zuiden van de onderzoekslocatie loopt de spoorlijn met daarachter de dorpskern van Stroe. Rondom de onderzoekslocatie vinden voor zover bekend geen activiteiten plaats die de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de onderzoekslocatie mogelijk sterk beïnvloeden. Het huidige gebruik van de onderzoekslocatie zal gaan veranderen. Men is voornemens om op de onderzoekslocatie een bedrijventerrein te realiseren. De directe omgeving van de onderzoekslocatie zal onveranderd blijven. 2.3. Voormalig bodemgebruik en voorgaande bodemonderzoeken De locatie is van oudsher in gebruik als agrarisch perceel. Op de onderzoekslocatie, locatie 1 weiland is in 2013 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd [noot 2]. Op basis van de resultaten uit dit onderzoek blijkt dat in de grond geen van de geanalyseerde parameters is aangetroffen in een gehalte boven de achtergrondwaarde. In het grondwater ter plaatste zijn barium en koper in een gehalte boven de streefwaarde zijn aangetroffen. Tevens is in peilbuis 2 nikkel boven het toetsingscriterium voor nader onderzoek en in peilbuis 3 boven de streefwaarde aangetroffen.

Geen van de overige geanalyseerde parameters is aangetroffen in een gehalte boven de streefwaarde. Op de onderzoekslocatie, locatie 2 erf is in 2014 een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest uitgevoerd [noot 3]. Op basis van de resultaten uit dit onderzoek blijkt dat in een tweetal bovengrond monsters PAK is aangetroffen in een gehalte boven de achtergrondwaarde. In het grondwater zijn barium en koper aangetroffen in een gehalte boven de streefwaarde. Geen van de overige geanalyseerde parameters is aangetroffen in een gehalte boven de achtergrond/streefwaarde. Uit de resultaten van het nader onderzoek asbest blijkt voor de bodem dat in de inspectiesleuven 101SL5, 102SL5, 102SL6 en 102SL8 asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de overige sleuven is geen asbestverdacht materiaal aangetoond. Uit de analyseresultaten blijkt dat het asbestverdachte 6

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

materiaal in de inspectiesleuven chrysotiel, en ook crocidoliet, in hechtgebonden vorm bevat in een gehalte van 3,5 respectievelijk 1,05%. Op sleufniveau leidt dit ter plaatse van sleuf 101SL5 tot een gehalte dat de interventiewaarde overschrijdt. Ter plaatse van de overige sleuven wordt de interventiewaarde niet overschreden. Uitgaande van een verontreinigd oppervlak van maximaal 72 m² en een laagdikte van circa 0,5 meter bedraagt de omvang van de asbestverontreiniging met gehalten boven de interventiewaarde circa 36 m³. De locatie valt in de categorie ‘géén onaanvaardbare risico’s’ omdat het op basis van ervaringsgegevens aannemelijk is dat in de onderhavige situatie geen gehalten aan asbest in de lucht zullen voorkomen die het Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR) overschrijden. Uit de resultaten van het nader onderzoek asbest blijkt dat het stortlichaam in de ondergrond vanaf 1,0 à 1,8 m-mv is aangetroffen. Uitgaande van een oppervlakte van circa 350 m² en een laagdikte van circa 1,5 meter bedraagt de omvang van het asbesthoudend stortlichaam circa 525 m³.

In de brief van de omgevingsdienst regio Arnhem (ODRA) aan ons (zij bijgevoegd in bijlage E) bevestigd de ODRA dat de status van deze verontreiniging als volgt is: “De ODRA heeft dan besloten (zie brief 13 maart 2018 met zaaknummer 195225305) dat zij de eigenaren van het perceel Tolnegenweg 1 te Stroe geen last onder dwangsom zullen opleggen voor het overtreden van artikel 13 Wbb. Omdat onvoldoendeis vast komen te staan wanneer de asbestverontreiniging precies is ontstaan, merkt ODRA is samenspraak met de provincie Gelderland de verontreiniging aan als een historische geval (ontstaan voor 1 juli 1993). Wel is er sprake van een geval van bodemverontreiniging. Echter, bij het huidige gebruik van de grond verwacht ODRA geen onaanvaardbare risico’s. Graven en andere werkzaamheden op of in de verontreinigde bodem behoeven, gelet op het bepaalde in art 28 en/of 29 van de Wbb, instemming van het bevoegd gezag.” Bodemkwaliteitskaart Door de gemeente Barneveld is in samenwerking met een aantal buurgemeenten een 6 bodemkwaliteitskaart opgesteld, waarbij grondgebieden zijn opgedeeld in zones met een vergelijkbare bodemkwaliteit. De onderzoekslocatie ligt in de zone ‘Kleine kernen’. In deze zone gelden de in de onderstaande tabel weergegeven achtergrondgehalten. Tabel 1: Vastgestelde achtergrondgehalten zone ‘Kleine kernen’

Bovengrond (0,0-0,5 m-mv) Ondergrond (0,5-2,0 m-mv)

As

Ba

Cd

Co

Cr

Cu

Hg

Olie

Mo

Ni

Pb

PAK

PCB

Zn

8,7

79,3

0,5

13,8

15,6

17,0

0,2

111,3

1,5

11,0

32,6

1,5

0,02

79,3

8,9

59,2

0,5

10,1

15,0

9,2

0,1

133,6

1,5

11,4

14,9

0,4

0,02

36,7

Waarden voor standaardbodem; Nota bodembeheer regio De Vallei, 8 februari 2012, gearceerd is overschrijding van de achtergrondwaarde

Uit de bovenstaande tabel blijkt dat voor de bovengrond de parameters kwik en PAK de achtergrondwaarden (AW2000) overschrijden.

6

Nota bodembeheer regio De Vallei, 8 februari 2012

7

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

2.4. Bodemopbouw en geohydrologie De onderzoekslocatie ligt globaal op 18 meter +NAP. Plaatselijk ontbreken de eerste en tweede scheidende laag en vormen het eerst, tweede een derde watervoerend pakket een aaneengesloten geheel. Het aaneengesloten eerste, tweede en derde watervoerend pakket reikt overal tot aan het maaiveld en is opgebouwd uit matig grof tot zeer grof zand. De dikte van het aaneengesloten watervoerend pakket bedraagt circa 205 meter. De freatische grondwaterspiegel bevindt zich globaal op 16 meter +NAP. In het algemeen kan gesteld worden, dat het grondwater van de hooggelegen gestuwde gebieden naar de as van de Gelderse Vallei stroomt en dat over een belangrijk deel van dat traject voeding door infiltrerende neerslag plaatsvindt. De algemene grondwaterstroming is westelijk gericht. De onderzoekslocatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Binnen een straal van 1.000 meter bevinden zich voor zover bekend geen kwetsbare objecten met betrekking tot de grondwaterkwaliteit. 2.5. Conclusie vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie in deellocaties onderverdeeld. De aanname ten aanzien van eventuele bodemverontreiniging is in het navolgende per deellocatie omschreven.

Locatie 1: Weiland Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem niet of slechts in lichte mate is aangetast. Er is geen sprake van een lijnvormige bron. Gezien de oppervlakte (groter dan 1 hectare) en het gelijksoortig en extensief gebruik luidt de hypothese 'grootschalig onverdacht'. Locatie 2a: Erf Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit niet of slechts in lichte mate is aangetast. Er is geen sprake van een lijnvormige bron. De hypothese voor deellocatie 2a luidt '(kleinschalig) onverdacht'. Locatie 2b: Wasplaats Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit mogelijk is aangetast als gevolg van de werkzaamheden op de locatie, bestaande uit het afspuiten van materiaal/materieel. Bij een eventuele calamiteit treed vanwege de goede vloer geen belasting van de bodem op, maar uitspoeling naar buiten zou op de klinkers tot verontreiniging kunnen leiden. De hypothese voor locatie 2b luidt ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse tank’.

Locatie 2c: Opslag Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit mogelijk is aangetast als gevolg van de opslag van afval en materiaal/materieel op de halfverharding en de onverharde sterk puinhoudende bodem, waardoor niet kan worden uitgesloten dat dit de onderliggende bodemkwaliteit negatief beïnvloedt. De hypothese luidt: ‘verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’.

8

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

Locatie 3a: Toekomstige weg Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem mogelijk verontreinigd is. De hypothese luidt: ‘verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’. Locatie 3b: Toekomstige sloot Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit niet of slechts in lichte mate is aangetast. Er is geen sprake van een lijnvormige bron. De hypothese luidt '(kleinschalig) onverdacht'.

9

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

3.

VERKENNEND ONDERZOEK - OPZET EN UITVOERING

In het navolgende worden de opzet en de uitvoering van het onderzoek behandeld. Daarbij wordt ingegaan op de onderzoeksstrategie, het veldwerkprogramma en het laboratoriumonderzoek. 3.1. Onderzoeksstrategie Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie zijn de in hoofdstuk 1 genoemde NEN normen als richtlijn gehanteerd. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie in deellocaties onderverdeeld. De onderzoeksstrategie is in het navolgende per deellocatie omschreven. Locatie 1: Weiland De hypothese voor de onderzoekslocatie luidt ‘grootschalig onverdacht’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als beschreven in § 5.2 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016. Er heeft systematische monsterneming plaatsgevonden. Het onderzoek heeft zich gericht op de parameters van het standaardpakket voor grond en grondwater. Locatie 2a: Erf De hypothese voor de onderzoekslocatie luidt ‘(kleinschalig) onverdacht’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als beschreven in § 5.1 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016. Er heeft systematische monsterneming plaatsgevonden. Het onderzoek heeft zich gericht op de parameters van het standaardpakket voor grond en grondwater. Locatie 2b: Wasplaats De hypothese voor de onderzoekslocatie luidt ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse opslagtank’.

Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als omschreven in § 5.3 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016. Er heeft gerichte monsterneming plaatsgevonden om een eventuele verontreinigingskern aan te kunnen tonen. Als verdachte bodemlaag is het bodemtraject tot 0,5 meter-mv aangemerkt. Het onderzoek heeft zich gericht op de parameters van het standaardpakket voor grond en minerale en vluchtige aromaten voor het grondwater. Locatie 2c: Opslag De hypothese voor de onderzoekslocatie luidt ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse opslagtank’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als omschreven in § 5.3 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016 en § 6.4.4 van de NEN 5707:2015 en NEN 5898/C1:2016. Er heeft systematische monsterneming plaatsgevonden. Het onderzoek heeft zich gericht op de parameters van het standaardpakket voor grond en grondwater. Locatie 3a: Toekomstige weg De hypothese voor de onderzoekslocatie luidt ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als omschreven in § 5.6 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016. Er heeft systematische monsterneming plaatsgevonden om de eventuele diffuse verontreiniging aan te kunnen tonen.

Het onderzoek heeft zich gericht op de parameters van het standaardpakket voor grond en grondwater. 10

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

Locatie 3b: Toekomstige sloot De hypothese voor de onderzoekslocatie luidt ‘(kleinschalig) onverdacht’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als beschreven in § 5.1 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016 en § 6.4.2 van de NEN 5707:2015 en NEN 5898/C1:2016. Er heeft systematische monsterneming plaatsgevonden. Het onderzoek heeft zich gericht op de parameters van het standaardpakket voor grond en grondwater. 3.2. Veldwerkprogramma De boringen en de bemonstering van de bodem zijn uitgevoerd onder certificaat en in overeenstemming met de protocollen 2001 (versie 3.2) en 2002 (versie 4). Het veldwerk is uitgevoerd door D. Karsten (Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v.) op 27 en 28 november en 5 december 2018. Bij alle boringen is de vrijgekomen grond zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, verdachte geuren en kleuren en eventuele bodemvreemde bestanddelen zoals puin, afval of asbestverdachte materialen. De waarnemingen zijn in het veld in profielbeschrijvingen vastgelegd. Peilbuizen worden bemonsterd na een minimale rusttijd van één week. Alle monsters zijn individueel verpakt in geschikte monsterverpakkingen en zijn volgens de geldende richtlijnen geconserveerd. Locatie 1: Weiland Systematisch verdeeld over de locatie zijn in totaal 21 boringen verricht tot een diepte van 0,5 m-mv.

Er zijn 6 boringen doorgezet tot een diepte van 2,0 m-mv, waarvan er 4 zijn verwerkt tot peilbuis voor bemonstering van het ondiepe grondwater. Locatie 2a: Erf Systematisch verdeeld over de locatie zijn in totaal 12 boringen verricht tot een diepte van 0,5 m-mv. Er zijn 2 boringen doorgezet tot een diepte van 2,0 m-mv. Voor het bemonsteren van het ondiepe grondwater is gebruik gemaakt van de aanwezige peilbuis Pb1. Locatie 2b: Wasplaats Rondom de wasplaats zijn 4 boringen verricht tot een diepte van 1,0 m-mv. Er is 1 boring doorgezet tot een diepte van 2,0 m-mv. Voor het bemonsteren van het ondiepe grondwater is gebruik gemaakt van de aanwezige peilbuis Pb51. Locatie 2c: Opslag Systematisch verdeeld over de locatie zijn in totaal 5 boringen verricht tot een diepte van 1,0 m-mv. Er zijn 2 boringen doorgezet tot een diepte van 2,0 m-mv, waarvan er 1 is verwerkt tot peilbuis voor bemonstering van het ondiepe grondwater. Locatie 3a: Toekomstige weg Systematisch verdeeld over de locatie zijn in totaal 10 boringen verricht tot een diepte van 1,0 m-mv. 4 boringen zijn gestaakt vanwege een grindlaag direct onder het asfalt. Er zijn 2 boringen doorgezet tot een diepte van 2,0 m-mv, waarvan er 1 is verwerkt tot peilbuis voor bemonstering van het ondiepe grondwater.

Locatie 3b: Toekomstige sloot Systematisch verdeeld over de locatie zijn in totaal 4 boringen verricht, waarvan 3 tot een diepte van 1,0 m-mv en 1 boring tot een diepte van 2,0 m-mv. 11

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

3.3. Laboratoriumonderzoek De monsters zijn met gekoeld monstertransport voor analyse aangeboden aan het door het RvA geaccrediteerde milieulaboratorium SYNLAB Analytics & Services b.v. te Rotterdam. In tabel 2 wordt een overzicht gegeven van de samengestelde (meng)monsters en uitgevoerde analyses. Tabel 2: (Meng)monsters en uitgevoerde analyses

Nr.1

Omschrijving

Matrix

Boorpunt, diepte (cm-mv)

Analyse(s)

Deellocatie 1: Weiland 7 Mengmonster bovengrond

Grond

Standaardpakket grond²

8

Mengmonster bovengrond

Grond

9

Mengmonster ondergrond

Grond

10

Mengmonster ondergrond

Grond

201-1 202-1 203-1 204-1

Peilbuis Peilbuis Peilbuis Peilbuis

Grondwater Grondwater Grondwater Grondwater

201: 0-40, 202: 0-50, 205: 0-50, 206: 0-40, 207: 0-40, 212: 0-40, 213: 0-50, 218: 0-50, 219: 0-50 203: 0-50, 208: 0-40, 209: 0-40, 210: 0-50, 211: 0-30, 215: 0-50, 216: 0-50, 217: 0-40, 220: 0-40, 221: 0-50 201: 90-140, 201: 140-190, 202: 110-160, 202: 160-210, 205: 100-150, 205: 150-200 203: 100-150, 203: 150-200, 204: 100-150, 204: 150-200, 209: 100-150, 209: 150-200 201 (200-300) 202 (200-300) 203 (200-300) 204 (200-300) 502: 30-70, 506: 0-50, 507: 050, 508: 0-50 501: 50-100, 501: 100-150, 501: 150-200, 502: 70-100, 502: 100-150, 502: 150-200 509: 0-50, 510: 0-50, 511: 0-50, 512: 0-50 Pb1 (250-350)

Standaardpakket grond

401: 7-50, 402: 7-50, 403: 7-50, 404: 7-50 PB 51 (200-300)

Standaardpakket grond

Standaardpakket grond

Deellocatie 2a: Erf 18 Mengmonster bovengrond

Grond

19

Mengmonster ondergrond

Grond

21

Mengmonster bovengrond

Grond

Pb1

Peilbuis

Grondwater

Deellocatie 2b: Wasplaats 15 Mengmonster bovengrond

Grond

Pb51

Grondwater

Peilbuis

Standaardpakket grond

Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaard pakket grondwater3 Standaard pakket grondwater Standaard pakket grondwater Standaard pakket grondwater

Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaard pakket grondwater

Minerale olie, vluchtige aromaten4,

Deellocatie 2c: Opslag 16 Mengmonster bovengrond

Grond

17

Grond

302: 0-50, 303: 0-50, 304: 1050 301: 60-100

Grond Grondwater

301: 100-150 301 (250-350)

Standaardpakket grond

Deellocatie 3a: Toekomstige weg 13 Mengmonster bovengrond

Grond

Standaardpakket grond

14 22

Mengmonster bovengrond Mengmonster ondergrond

Grond Grond

23

Mengmonster fundatielaag van grind onder asfalt Peilbuis

Grind

603: 50-100, 604: 7-30, 605: 50-100, 606: 50-100 601: 40-90, 602: 0-50 607: 70-100, 608: 50-100, 610: 40-90, 614: 50-100 607: 8-25, 608: 5-20, 610: 5-20, 611: 5-20, 612: 5-20, 613: 5-20 601 (340-440) 701: 0-50, 702: 0-50, 703: 0-40, 704: 0-40 701: 100-150, 702: 50-100, 703: 40-90, 704: 40-90, 701: 150-200

Standaardpakket grond

20 301-1

601-1

Monster zintuiglijk verdacht (verbrandingsresten) Monster verticale afperking Peilbuis

Grondwater

Deellocatie 3b: Toekomstige sloot 11 Mengmonster bovengrond

Grond

12

Grond

Mengmonster ondergrond

Standaardpakket grond

Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaard pakket grondwater

Standaardpakket grond

12

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

1

Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. Standaardpakket grond: − Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) − Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK 10 VROM) − Polychloorbifenylen (7 PCB) − Minerale olie − Organische stof en lutum 3 Standaardpakket grondwater: − Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) − Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen) − Gehalogeneerde koolwaterstoffen (1,1-dichloorethaan, 1,2-dichloorethaan, 1,1-dichlooretheen, cis-1,2dichlooretheen (cis), trans- 1,2-dichlooretheen, dichloormethaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,2-dichloorpropaan, 1,3 dichloorpropaan, tetrachlooretheen (per), tetrachloormethaan (tetra), 1,1,1-trichloorethaan, 1,1,2-trichloorethaan, trichlooretheen (tri), chloroform, vinylchloride, bromoform) − Minerale olie 4 Vluchtige aromaten: − Benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen 2

13

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

4.

VERKENNEND ONDERZOEK - INTERPRETATIE EN TOETSING

De resultaten van het uitgevoerde onderzoek worden in dit hoofdstuk geïnterpreteerd en getoetst aan het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Ingegaan wordt op het genoemde toetsingskader en aansluitend de bodemopbouw, de zintuiglijke waarnemingen en de toetsing van de analyseresultaten van de grond en het grondwater. 4.1. Toetsingskader Het toetsingskader van de Wet bodembescherming (Wbb) gaat uit van achtergrond- dan wel streefen interventiewaarden voor de bodem. Bij een overschrijding van de achtergrond-/ streefwaarde is in beginsel sprake van aantoonbare verontreiniging. Bij een overschrijding van de interventiewaarde is in beginsel sprake van dreigende vermindering of ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier. De achtergrond- en interventiewaarden voor grond zijn bodemspecifiek en afhankelijk van het lutumgehalte en het organische stofgehalte. Voor de berekening van toetsingswaarden voor organische parameters is het lutumgehalte niet van toepassing. Bij een organische stofgehalte van minder dan 2,0% wordt voor de berekening van de toetsingswaarden van de organische verbindingen het minimaal te hanteren organische stofgehalte van 2,0% toegepast. Asbest Voor asbest is geen streefwaarde vastgesteld, maar een interventiewaarde (100 mg/kgds gewogen).

Deze interventiewaarde is niet gebaseerd op het Maximaal Toelaatbaar Risico (MTR) maar op het veel strenger Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR). Bij gehalten beneden de interventiewaarde voor asbest (gewogen) is geen sprake van locatiespecifieke risico’s. Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest. Bij materialen niet zijnde bodem is geen sprake van een interventiewaarde, maar van een restconcentratienorm (100 mg/kgds gewogen asbest). Een uitgebreidere toelichting op het toetsingskader van de Wbb wordt gegeven in bijlage A. De 7

getoetste analyseresultaten en de analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage B en C. De resultaten worden getoetst met behulp van BoToVa, de Bodem Toets- en Validatie Service van de overheid via elektronische data uitwisseling. 4.2. Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen De bodemprofielen van de verrichte boringen en de zintuiglijke waarnemingen staan vermeld in bijlage D ‘profielbeschrijving’. In tabel 3 is een schematische weergave van de bodemopbouw van de onderzoekslocatie opgenomen.

7

Op de analysecertificaten staan voetnoten, die betrekking kunnen hebben op de betrouwbaarheid van de uitgevoerde analyse of duiden op een indicatief gehalte. Bij beschouwing van de voetnoten op de bijgevoegde analysecertificaten is er geen aanleiding om te verwachten dat deze van invloed zijn op de betrouwbaarheid van dit bodemonderzoek.

14

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

Tabel 3: Schematische weergave van de bodemopbouw

Bodemtraject Hoofdmengsel (m-mv) Deellocatie 1: Weiland 0,0 - 0,5 Zand, matig fijn 0,5 - 3,0 Zand, matig fijn

Bijmengsel(s)

Kleur

Matig siltig, zwak humeus Matig siltig

Donkerbruin Lichtbruin

Deellocatie 2a: Erf 0,0 - 0,5 Zand, matig fijn 0,5 - 2,0 Zand, matig fijn

Matig siltig Matig siltig

Lichtbruin Lichtbruin

Deellocatie 2b: Wasplaats 0,0 - 0,5 Zand, matig fijn 0,5 - 2,0 Zand, matig fijn

Matig siltig Matig siltig

Lichtbruin Lichtbruin

Deellocatie 2c: Opslag 0,0 - 0,5 Zand, matig fijn 0,5 - 1,0 Zand, matig fijn 1,0 - 3,5 Zand, matig fijn

Matig siltig, zwak humeus Matig siltig, zwak humeus Matig siltig

Donkerbruin Donkerbruin Neutraalbruin

Deellocatie 3a: Toekomstige weg 0,0 - 0,5 Zand, matig fijn 0,5 - 1,0 Zand, matig fijn 1,0 - 4,4 Zand, matig fijn

Matig siltig, zwak humeus Matig siltig, zwak humeus Matig siltig,

Donkerbruin Donkerbruin Lichtbruin

Deellocatie 3b: Toekomstige sloot 0,0 - 0,5 Zand, matig fijn 0,5 - 1,0 Zand, matig fijn 1,0 - 2,0 Zand, matig fijn

Matig siltig, zwak humeus Matig siltig, zwak humeus Matig siltig

Donkerbruin Neutraalbruingrijs Lichtbruin

De gemeten grondwaterstand(en) staan vermeld bij de analyseresultaten van het grondwater. Bodemvreemde materialen Ter plaatse van deellocatie 2c is in de bovengrond tot 50 cm-mv een zwakke tot sterke puinbijmenging aangetroffen. In de onderliggende bodemlaag tot een diepte van 100 cm-mv is een zwakke puinbijmenging en sporen metaal aangetroffen. Deze laag betreft vermoedelijk begraven verbrandingsresten. Ter plaatse van de toekomstige weg is aan de noordzijde in de bodemlaag van 20 tot 50 cm-mv plaatselijk een puinlaag (repac) aangetroffen. Aan de zuidzijde = spoorzijde van de toekomstige weg bevindt zich de bestaande weg met asfaltverharding (vermoedelijk teerhoudend) en een onderliggende grindfundatie. Deze bodemvreemde bijmengingen hebben niet geleid tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. Deze deellocaties zijn vooraf geclassificeerd als ‘verdachte locaties’. Wel zijn er extra deelmonsters samengesteld. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen overige kenmerken waargenomen, die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging. 4.3. Analyseresultaten grond en grondwater De analyseresultaten en toetsing van de grond en het grondwater zijn opgenomen in tabellen 4 t/m 9 op de volgende pagina’s

15

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

Tabel 4: Analyseresultaten en toetsing grond en grondwater deellocatie 1 Weiland

Monsternr.1 eenheid Grondwaterstand (m-mv) Zuurgraad (-) Geleidbaarheid (µS/cm) Zware metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

7 mg/kgds

8 mg/kgds

9 mg/kgds

10 mg/kgds

201-1 µg/l 1,95 6,24 215

-

-

-

-

58 36 -

Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen Styreen Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) Naftaleen PAK (10 VROM) Interventiefactor PAK (10 VROM)

-

-

-

-

Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen Cis 1,2-dichlooretheen (cis) Trans 1,2-dichlooretheen Som 1,2-dichloorethenen Dichloormethaan 1,1-dichloorpropaan 1,2-dichloorpropaan 1,3-dichloorpropaan Som dichloorpropanen Tetrachlooretheen (per) Tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen (tri) Chloroform Vinylchloride Bromoform Polychloorbifenylen Som PCB (7) (µg/kgds)

-

-

-

202-1 µg/l 1,92 6,20 465

203-1 µg/l 1,97 6,38 698

90 * 0,42 * 29 * -

120 33 -

-

-

-

-

-

-

-

0,06 *

-

-

-

-

-

-

-

-

* *

204-1 µg/l 1,95 6,61 434 *

67 25 -

*

-

Minerale olie Totaal olie C10-C40 7 201: 0-40, 202: 0-50, 205: 0-50, 206: 0-40, 207: 0-40, 212: 0-40, 213: 0-50, 218: 0-50, 219: 0-50 8 203: 0-50, 208: 0-40, 209: 0-40, 210: 0-50, 211: 0-30, 215: 0-50, 216: 0-50, 217: 0-40, 220: 0-40, 221: 0-50 9 201: 90-140, 201: 140-190, 202: 110-160, 202: 160-210, 205: 100-150, 205: 150-200 10 203: 100-150, 203: 150-200, 204: 100-150, 204: 150-200, 209: 100-150, 209: 150-200 201-1 201 (200-300) 202-1 202 (200-300) 203-1 203 (200-300) 204-1 204-1 (200-300)

-

16

*

*

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

1

: Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. : geen overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde : overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde

*

Uit tabel 4 blijkt dat in zowel de boven- als ondergrond geen van de onderzochte parameters is aangetroffen in een gehalte boven de achtergrondwaarde. In het grondwater is in alle peilbuizen een licht verhoogd gehalte aan barium aangetroffen. Daarnaast zijn verspreid over de onderzoekslocatie licht verhoogde gehalten aan cadmium, koper, nikkel en naftaleen aangetroffen. Deze licht verhoogde gehalten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Geen van de overige geanalyseerde parameters is aangetroffen in een gehalte boven de streefwaarde. Tabel 5: Analyseresultaten en toetsing grond en grondwater deellocatie 2a Erf

Monsternr.1 eenheid Grondwaterstand (m-mv) Zuurgraad (-) Geleidbaarheid (µS/cm) Zware metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

18 mg/kgds

19 mg/kgds

21 mg/kgds

Pb1-1 µg/l 2,81 6,35 410

-

-

-

-

Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen Styreen Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) Naftaleen PAK (10 VROM) Interventiefactor PAK (10 VROM) Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen Cis 1,2-dichlooretheen (cis) Trans 1,2-dichlooretheen Som 1,2-dichloorethenen Dichloormethaan 1,1-dichloorpropaan 1,2-dichloorpropaan 1,3-dichloorpropaan Som dichloorpropanen Tetrachlooretheen (per) Tetrachloormethaan (tetra)

-

2,13 *

-

-

0,10 * -

-

17

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

Monsternr.1 eenheid 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen (tri) Chloroform Vinylchloride Bromoform Polychloorbifenylen Som PCB (7) (µg/kgds)

18 mg/kgds

19 mg/kgds

21 mg/kgds

-

-

-

Pb1-1 µg/l -

Minerale olie Totaal olie C10-C40 18 502: 30-70, 506: 0-50, 507: 0-50, 508: 0-50 19 501: 50-100, 501: 100-150, 501: 150-200, 502: 70-100, 502: 100-150, 502: 150-200 21 509: 0-50, 510: 0-50, 511: 0-50, 512: 0-50 Pb1-1 1 (250-350) 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde * : overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde

Uit tabel 5 blijkt dat in de bodemlaag tot een diepte van 70 cm-mv een licht verhoogd gehalte aan PAK is aangetroffen. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan naftaleen aangetroffen. Deze licht verhoogde gehalten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Geen van de overige geanalyseerde parameters is aangetroffen in een gehalte boven de achtergrond/streefwaarde. Tabel 6: Analyseresultaten en toetsing grond en grondwater deellocatie 2b Wasplaats

Monsternr.1 eenheid Grondwaterstand (m-mv) Zuurgraad (-) Geleidbaarheid (µS/cm) Zware metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

15 mg/kgds

-

Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) Naftaleen PAK (10 VROM) Interventiefactor PAK (10

Pb51-1 µg/l 2,25 6,53 449

-

-

-

18

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

Monsternr.1 eenheid VROM) Polychloorbifenylen Som PCB (7) (µg/kgds)

15 mg/kgds

Pb51-1 µg/l

-

Minerale olie Totaal olie C10-C40 15 401: 7-50, 402: 7-50, 403: 7-50, 404: 7-50 Pb51-1 51 (200-300) 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde * : overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde

Uit tabel 6 blijkt dat in zowel de grond als in het grondwater geen van de onderzochte parameters is aangetroffen in een gehalte boven de achtergrond-/streefwaarde. Tabel 7: Analyseresultaten en toetsing grond en grondwater deellocatie 2c Opslag

Monsternr.1 eenheid Grondwaterstand (m-mv) Zuurgraad (-) Geleidbaarheid (µS/cm) Zware metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

16 mg/kgds

17 mg/kgds

20 mg/kgds

301-1 µg/l 2,45 6,68 680

64

440 *** 0,94 * 5,1 * 450 *** 180 * 2200 ***

-

270 -

*

Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen Styreen Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) Naftaleen PAK (10 VROM) Interventiefactor PAK (10 VROM) Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen Cis 1,2-dichlooretheen (cis) Trans 1,2-dichlooretheen Som 1,2-dichloorethenen Dichloormethaan 1,1-dichloorpropaan

*

-

16,1 *

26,4 **

-

0,05 * -

-

19

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

Monsternr.1 eenheid 1,2-dichloorpropaan 1,3-dichloorpropaan Som dichloorpropanen Tetrachlooretheen (per) Tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen (tri) Chloroform Vinylchloride Bromoform Polychloorbifenylen Som PCB (7) (µg/kgds)

16 mg/kgds

17 mg/kgds

20 mg/kgds

-

-

-

301-1 µg/l -

Minerale olie Totaal olie C10-C40 150 * 4400 *** 16 302: 0-50, 303: 0-50, 304: 10-50 17 301: 60-100 20 301: 100-150 301-1 301 (250-350) 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde * : overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde

Uit tabel 7 blijkt dat in de bovengrond met de sterke puinbijmenging en een licht tot matige asfaltbijmenging een licht verhoogd gehalte aan zink, PAK en minerale olie is aangetroffen. Deze licht verhoogde gehalten kunnen mogelijk worden gerelateerd aan de bodemvreemde bijmengingen. In de bodemlaag tot 100 cm-mv waarin metaalsporen zijn aangetroffen is een licht verhoogd gehalte aan cadmium, kobalt, lood en een matig verhoogd gehalte aan PAK en een sterk verhoogd gehalte aan barium, koper, zink en minerale olie aangetroffen. Deze licht tot sterk verhoogde gehalten zijn te relateren aan de aangetroffen vermoedelijk begraven verbrandingsresten met metaalsporen in deze bodemlaag en vormen aanleiding tot nader onderzoek. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan barium en naftaleen aangetroffen. Deze licht verhoogde gehalten geven geen aanleiding tot nader onderzoek. Geen van de overige geanalyseerde parameters is aangetroffen in een gehalte boven de achtergrond/streefwaarde. Tabel 8: Analyseresultaten en toetsing grond en grondwater deellocatie 3a Toekomstige weg

Monsternr.1 eenheid Grondwaterstand (m-mv) Zuurgraad (-) Geleidbaarheid (µS/cm) Zware metalen Barium Cadmium Kobalt Koper

13 mg/kgds

-

14 mg/kgds

0,59 * -

22 mg/kgds

232 mg/kgds

-

-

601-1 µg/l 3,25 6,03 239

20

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

Monsternr.1 eenheid Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

13 mg/kgds -

14 mg/kgds 67 *

22 mg/kgds -

232 mg/kgds -

Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen Styreen Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) Naftaleen PAK (10 VROM) Interventiefactor PAK (10 VROM)

-

-

8,07 *

-

48,1 T

Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen Cis 1,2-dichlooretheen (cis) Trans 1,2-dichlooretheen Som 1,2-dichloorethenen Dichloormethaan 1,1-dichloorpropaan 1,2-dichloorpropaan 1,3-dichloorpropaan Som dichloorpropanen Tetrachlooretheen (per) Tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen (tri) Chloroform Vinylchloride Bromoform Polychloorbifenylen Som PCB (7) (µg/kgds)

601-1 µg/l

0,04 * -

-

9,52 *

-

17,43 T

Minerale olie Totaal olie C10-C40 100 * 510 NT 13 603: 50-100, 604: 7-30, 605: 50-100, 606: 50-100 14 601: 40-90, 602: 0-50 22 607: 70-100, 608: 50-100, 610: 40-90, 614: 50-100 23 607: 8-25, 608: 5-20, 610: 5-20, 611: 5-20, 612: 5-20, 613: 5-20 601 601 (340-440) 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. 2 : Dit monster betreft de fundatielaag van grind. Aangezien het geen bodem betreft, is het getoetst als bouwstof ( - = geen toetsingsnorm voor samenstelling; T = toepasbaar/herbruikbaar; NT = niet toepasbaar/herbruikbaar) - : geen overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde * : overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde

Uit tabel 8 blijkt dat in de zwak humeuse bodemlaag tot een diepte van 90 cm-mv een licht verhoogd gehalte aan cadmium, zink, PAK, PCB en minerale olie is aangetroffen. In de fundatielaag van het grind direct onder de aangetroffen asfaltlaag is een verhoogd gehalte aan PCB, minerale olie en PAK 21

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

aangetroffen. Voor zware metalen gelden geen samenstellingseisen voor bouwstoffen. De gehalten aan PAK en PCB voldoen aan de eis voor hergebruik. Het gehalte aan minerale olie overschrijdt echter het criterium voor hergebruik, waardoor de grindlaag indicatief niet toepasbaar is conform het Besluit Bodemkwaliteit. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan naftaleen aangetroffen. Dit licht verhoogd gehalte geeft geen aanleiding tot het uitvoeren van nader onderzoek. Geen van de overige geanalyseerde parameters is aangetroffen in een gehalte boven de achtergrond/streefwaarde. Tabel 9: Analyseresultaten en toetsing grond en grondwater deellocatie 3b Toekomstige sloot

Monsternr.1 eenheid Zware metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) Naftaleen PAK (10 VROM) Interventiefactor PAK (10 VROM) Polychloorbifenylen Som PCB (7) (µg/kgds)

11 mg/kgds

12 mg/kgds

-

-

-

-

-

-

Minerale olie Totaal olie C10-C40 11 701: 0-50, 702: 0-50, 703: 0-40, 704: 0-40 12 701: 100-150, 702: 50-100, 703: 40-90, 704: 40-90, 701: 150-200 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde * : overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde

Uit tabel 9 blijkt dat in zowel de boven- als ondergrond geen van de onderzochte parameters is aangetroffen in een gehalte boven de achtergrond-/streefwaarde.

22

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

23

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

5.

CONCLUSIE EN ADVIES

In opdracht van de gemeente Barneveld is een verkennend bodemonderzoek aan de Tolnegenweg 1 te Stroe (westzijde toekomstig bedrijventerrein) uitgevoerd. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie in deellocaties onderverdeeld. 5.1. Conclusie deellocatie 1 weiland Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem niet of slechts in lichte mate is aangetast en daarom de hypothese 'grootschalig onverdacht' geldt. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt het volgende: •

De bodem bestaat tot op de maximale boordiepte van 3,0 m-mv uit matig fijn zand met een humushoudende bovengrond. De grondwaterspiegel is waargenomen op een diepte van 1,95 meter.

•

In zowel de boven- als ondergrond zijn geen van de onderzochte parameters aangetroffen in een gehalte boven de achtergrondwaarde.

•

In het grondwater is in alle peilbuizen een licht verhoogd gehalte aan barium aangetroffen. Daarnaast zijn verspreid over de onderzoekslocatie licht verhoogde gehalten aan cadmium, koper, nikkel en naftaleen aangetroffen.

Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘grootschalig onverdacht' formeel verworpen dient te worden. De aangetoonde lichte verontreinigingen in het grondwater geven geen aanleiding tot het uitvoeren van en nader bodemonderzoek. 5.2. Conclusie deellocatie 2a erf Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit niet of slechts in lichte mate is aangetast en daarom de hypothese '(kleinschalig) onverdacht' geldt. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt het volgende: •

De bodem bestaat tot op de maximale boordiepte van 2,0 m-mv uit matig fijn zand met, daar waar de klinkerverharding ontbreekt, een humushoudende bovengrond. De grondwaterspiegel is waargenomen op een diepte van 2,80 meter.

•

In de bodemlaag tot een diepte van 70 cm-mv is een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetroffen.

•

In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan naftaleen aangetroffen.

Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘(kleinschalig) onverdacht' formeel verworpen dient te worden. De aangetoonde lichte verontreinigingen in zowel de grond als in het grondwater geven geen aanleiding tot het uitvoeren van en nader bodemonderzoek.

24

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

5.3. Conclusie deellocatie 2b wasplaats Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit mogelijk is aangetast als gevolg van de werkzaamheden op de locatie, bestaande uit het afspuiten van materiaal/materieel en daarom de hypothese ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse tank’ geldt. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt het volgende: •

De bodem bestaat tot op de maximale boordiepte van 2,0 m-mv uit matig fijn zand. De grondwaterspiegel is waargenomen op een diepte van 2,25 meter.

•

In de bovengrond is geen van de onderzochte parameters aangetroffen in een gehalte boven de achtergrondwaarde.

•

In het grondwater is geen van de onderzochte parameters aangetroffen in een gehalte boven de streefwaarde.

Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdacht, plaatselijke bodembelasting, geen ondergrondse tank’ verworpen dient te worden. 5.4. Conclusie deellocatie 2c opslag Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit mogelijk is aangetast als gevolg van de opslag van afval en materiaal/materieel op de halfverharding en de onverharde sterk puinhoudende bodem en daarom de hypothese ‘verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ geldt. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt het volgende: •

De bodem bestaat tot op de maximale boordiepte van 3,5 m-mv uit matig fijn zand met een humushoudende bovengrond. De grondwaterspiegel is waargenomen op een diepte van 2,45

•

In de bovengrond met de sterke puinbijmenging en een licht tot matige asfaltbijmenging is een

meter. licht verhoogd gehalte aan zink, PAK en minerale olie aangetroffen. Deze licht verhoogde gehalten kunnen mogelijk worden gerelateerd aan de bodemvreemde bijmengingen. •

In de bodemlaag tot 100 cm-mv waarin verbrandingsresten met metaalsporen zijn aangetroffen is een licht verhoogd gehalte aan cadmium, kobalt, lood en een matig verhoogd gehalte aan PAK en een sterk verhoogd gehalte aan barium, koper, zink en minerale olie aangetroffen. Deze licht tot sterk verhoogde gehalten zijn te relateren aan de aangetroffen verbrandingsresten met metaalsporen in de bodemlaag.

•

In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan barium en naftaleen aangetroffen.

Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ aangenomen kan worden. Het matig verhoogde gehalte aan PAK en de sterk verhoogde gehalten aan barium, koper, zink en minerale olie vormen aanleiding tot het uitvoeren van nader bodemonderzoek. De aangetroffen lichte verontreinigingen in het grondwater geven geen aanleiding tot het uitvoeren van nader bodemonderzoek.

25

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

5.5. Conclusie deellocatie 3a toekomstige weg Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem mogelijk verontreinigd is en daarom de hypothese ‘verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ geldt. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt het volgende: •

De bodem bestaat tot op de maximale boordiepte van 4,4 m-mv uit matig fijn zand met een humushoudende bovengrond. De grondwaterspiegel is waargenomen op een diepte van 3,25 meter.

•

In de zwak humeuse bodemlaag tot een diepte van 90 cm-mv is een licht verhoogd gehalte aan cadmium, zink, PAK, PCB en minerale olie aangetroffen.

•

In de fundatielaag van het grind direct onder de aangetroffen asfaltlaag is voldoen de gehalten aan PAK en PCB aan de eis voor hergebruik. Het gehalte aan minerale olie overschrijdt echter het criterium voor hergebruik, waardoor de grindlaag indicatief niet toepasbaar is conform het Besluit Bodemkwaliteit.

•

In het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan naftaleen aangetroffen.

Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ aangenomen kan worden. De lichte verontreinigingen in de grond en in het grondwater geven geen aanleiding tot het uitvoeren van nader bodemonderzoek. 5.6. Conclusie deellocatie 3b toekomstige sloot Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit niet of slechts in lichte mate is aangetast en daarom de hypothese '(kleinschalig) onverdacht' geldt. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt het volgende: •

De bodem bestaat tot op de maximale boordiepte van 2,0 m-mv uit matig fijn zand met een humushoudende bovengrond.

•

In zowel de boven- als ondergrond is geen van de onderzochte parameters aangetroffen in een gehalte boven de achtergrond-/streefwaarde.

Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘(kleinschalig) onverdacht' aangenomen kan worden. 5.7. Aanbevelingen De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van locatie 2c (opslag) vormt vooralsnog een belemmering/aandachtspunt voor de bestemmingsplanprocedure en functiewijziging naar bedrijventerrein vanwege de aangetroffen verontreiniging in de bodem. Er dient een nader bodemonderzoek uitgevoerd te worden om de aangetroffen verontreiniging ter plaatse van de opslaglocatie in kaart te brengen. Verwacht wordt dat sprake is van een relatief kleinschalige verontreiniging, waardoor deze verontreiniging de functiewijzing niet financieel onhaalbaar maakt.

26

Verkennend bodemonderzoek; Tolnegenweg 1 te Stroe (Bedrijventerrein Westzijde) Projectnummer: P18M0142 Datum: 19 februari 2019

Voor de ontwikkeling en de aanleg van het industrieterrein wordt geadviseerd om rekening te houden met de aanwezige vermoedelijk teerhoudende asfaltweg en de onderliggende niet toepasbare grindfundatie (locatie 3a: toekomstige weg). De milieuhygiënische bodemkwaliteit speelt een rol bij grondverzet. Voor de grond geldt dat dit mag worden hergebruikt op het perceel. Indien de grond verplaatst wordt naar een locatie elders, moet dit worden gemeld bij het Meldpunt bodemkwaliteit (https://meldpuntbodemkwaliteit.agentschapnl.nl) en gelden samenstellingseisen met betrekking tot verschillende mogelijkheden voor hergebruik conform het Besluit bodemkwaliteit en de regionale Nota Bodembeheer. Wanneer verplaatsing van de grond niet mogelijk is, wordt aanbevolen de grond af te voeren naar een grondbank of een erkend verwerker (eventueel) op basis van een indicatieve kwaliteitsbepaling van de grond.

27

BIJLAGE A Toetsingstoelichting

TOETSINGSTOELICHTING In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op de toetsingswaarden die binnen het Nederlands bodembeleid worden gebruikt om de milieuhygiënische bodemkwaliteit te beoordelen. Om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te kunnen interpreteren zijn toetsingswaarden opgenomen in de Wet bodembescherming (Wbb) dan wel hieronder vallende Besluiten en Amvb's. Bodem omvat zowel vaste bodem (grond) als grondwater en waterbodem (slib). Bodemonderzoek kan zich richten op één of meerdere van deze compartimenten. De toetsingswaarden voor de vaste bodem, het grondwater en waterbodem zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013 (Stcrt. 2013, nr. 16675) en de Regeling bodemkwaliteit van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397 en de hierop volgende wijzigingen van de Regeling. Er wordt onderscheid gemaakt in landelijke achtergrondwaarden (AW2000-project) voor grond en waterbodem en streefwaarden voor grondwater en in interventiewaarden voor verontreinigende stoffen in grond en grondwater. Daarnaast wordt bij de interpretatie van analyseresultaten gebruik gemaakt van de tussenwaarde of het criterium voor nader onderzoek, die wordt berekend als het gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde voor grond en de streef- en interventiewaarde in geval van grondwater.

Ten slotte zijn voor enkele stoffen zogenaamde indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgelegd. Voor de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor de vaste bodem en waterbodem geldt een bodemtypecorrectie. Streefwaarde De streefwaarde is wettelijk vastgelegd als het gehalte waarboven wel en waaronder geen sprake is van grondwaterverontreiniging. Achtergrondwaarde (AW 2000) De achtergrondwaarde komt overeen met de achtergrondconcentraties van verschillende stoffen in de Nederlandse bodem. Een achtergrondwaarde kan worden beschouwd als een indicatief concentratieniveau, waarboven wel en waaronder geen sprake is van een aantoonbare verontreiniging in grond. Gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde Het gemiddelde van achtergrond- en interventiewaarde wordt gebruikt als hulpmiddel om te bepalen of de aangetroffen gehalten aanleiding geven tot vervolgonderzoek. Interventiewaarde De interventiewaarde is wettelijk vastgelegd als het gehalte waarbij sprake kan zijn van ernstige verontreiniging, waardoor de bodem niet, of mogelijk niet meer, geschikt is voor elke vorm van bodemgebruik. De interventiewaarden zijn onderbouwd met gegevens over gezondheidsrisico's voor mens, plant en dier. Hierbij is uitgegaan van het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR): het gehalte waarboven ontoelaatbare effecten voor mens, plant of dier kunnen gaan optreden.

Om van een geval van ernstige verontreiniging te spreken dient het gemiddelde aangetroffen gehalte in

minimaal 25 m³ vaste bodem of in het grondwater van ten minste 100 m³ bodemvolume hoger te zijn dan de interventiewaarde. Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging Voor enkele verontreinigende stoffen zijn gegevens over gezondheidsrisico's voor mens, plant en/of dier voorhanden, maar niet genoeg om een interventiewaarde vast te stellen, of ontbreken gestandaardiseerde analysemethoden. Voor deze stoffen zijn indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgesteld. Deze indicatieve niveaus hebben een grotere mate van onzekerheid dan de interventiewaarde. Overschrijding ervan leidt niet zonder meer tot het vaststellen van een geval van ernstige bodemverontreiniging, omdat niet altijd met zekerheid vastgesteld kan worden dat er sprake is van mogelijk risico voor mens, plant en/of dier. Asbest Voor asbest is geen streefwaarde vastgesteld. Sinds 1 januari 2003 geldt een interventiewaarde van 100 mg/kgds voor asbest gewogen voor de vaste bodem en waterbodem. Deze interventiewaarde is niet gebaseerd op het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR) maar op het veel strengere Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR), gezien de bijzondere eigenschappen van asbest.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=c8d5028e-be78-47b4-9ae4-adf09b5ed597