CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Apeldoornsestraat e.a._Toelichting

Gemeenteraad 17 april 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012” (in Voorthuizen, Kootwijk en Kootwijkerbroek)25.793 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Vanwege het primaat van de ontwikkelingsmogelijkheden van de landbouw, wordt in het landbouwontwikkelingsgebied (LOG) in beginsel geen medewerking verleend aan verzoeken om functiewijziging naar wonen. Voor al aanwezige niet-agrarische bedrijven is het uitgangspunt dat eventuele uitbreiding alleen onder strenge voorwaarden wordt toegestaan. Hervestiging op een bestaand of nieuw bedrijventerreinen in de gemeente Barneveld is wenselijk. Behoudens de hiervoor genoemde mogelijkheden van functieverandering van stoppende agrarische bedrijven, worden in dit agrarische productiegebied geen nieuwe woningen of niet-agrarische bedrijven toegelaten. Deze functies horen thuis in de kernen. Het streefbeeld voor dit landschap is gericht op vernieuwing. Bestaande waardevolle natuur- en landschappelijke waarden worden beschermd en zijn nevengeschikt aan de hoofdfunctie landbouw. 4.6.1.2

Veluws natuurgebied met agrarische enclaves

Voor dit deelgebied zijn natuur en recreatie de belangrijkste gebruiksvormen. De gemeente streeft naar een goede balans met de economische ontwikkeling van dit gebied. Karakteristiek Dit gebied bestaat uit diverse bosmilieus, heidevelden en (deels voormalige) agrarische enclaves rond de dorpen Kootwijk en Garderen. De enclaves zijn te karakteriseren als es- en brinkdorpen landschap. Dit deelgebied is van grote betekenis voor recreatie en toerisme met dag- en verblijfsrecreatie. In de agrarische enclave Garderen is de kalverhouderij van belang. In de enclaves zijn ook een boomkwekerij (Garderen) en een paardenhouderij (Kootwijk) opvallend. Gebruik Voor dit deelgebied zijn natuur en recreatie de belangrijkste gebruiksvormen, landbouw is daaraan ondergeschikt. Ook Defensie heeft een belangrijk deel van het gebied in gebruik. Deze defensieterreinen hebben voor een groot deel ook een hoge natuurwaarde. De gemeente streeft naar het open houden van waardevolle open essen en ondersteunen het behoud en de ontwikkeling van de natuur. De gemeente wil daarbij nadrukkelijk wel de balans zoeken met een duurzame economische ontwikkeling. Voor de landbouw rondom Garderen worden mogelijkheden geboden voor bedrijfsontwikkeling, zoals beschreven in het uitwerkingsplan van het Reconstructieplan Veluwe.

Die uitwerking streeft ook naar reductie van de uitstoot van ammoniak, onder meer door verplaatsing van een aantal bedrijven naar een betere plek en via technische maatregelen. Gebleken is dat verplaatsen niet eenvoudig is, maar de gemeente ondersteunt verplaatsingsinitiatieven. Verder wordt gewerkt aan kavelruil, erfbeplantingen en aan natuurstroken langs de beken. Daardoor verbetert de kwaliteit van het water. De verblijfsrecreatieterreinen op de Veluwe vallen onder het Groei- & Krimpbeleid van de provincie Gelderland. Groei van deze verblijfsrecreatieterreinen kan uitsluitend plaatsvinden in de groeiclusters Garderen en Kootwijk (Streekplanuitwerking Groei- & Krimpbeleid). De gemeente ondersteunt die groei onder de voorwaarden zoals beschreven in de clustervisies voor Garderen en Kootwijk. De Veluwe is aangewezen als Natura 2000-gebied. Ontwikkelingen in het buitengebied van de gemeente 30 "Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012 Barneveld mogen geen significant negatieve invloed hebben op de Natura 2000-gebieden. Daarbij gaat het in de gemeente met name om ontwikkelingen in de veehouderij en de recreatiesector. De gemeente zal initiatieven van individuele bedrijven op Natura 2000 toetsen in de vergunningprocedure, in overeenstemming met het Gelderse convenant stikstof en Natura 2000. 4.6.1.3

Overgangszone landschap, landbouw en recreatie

Het ruimtelijk beleid richt zich vooral op handhaving en versterking van het functioneren van de bestaande verblijfsrecreatieve sector, primair door verbetering van de kwaliteit van bestaande verblijfsrecreatiebedrijven. Een landschappelijk aantrekkelijke overgang tussen Veluwe en Vallei is wenselijk. Voor het deel van deze zone ten zuiden van de A1 gaat het in hoofdzaak om een toename van klein landschapselementen zodat meer variatie ontstaat. In de gehele zone blijft ruimte voor de aanwezige agrarische bedrijven binnen de kaders van het reconstructieplan. Doorwerking in plangebied Het ingekomen verzoek is in overeenstemming met de structuurvisie. 4.6.2 Woonvisie Barneveld 2021-2025en regionale bouwafspraken, Faseren en doseren woningmarkt en Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld In maart 2021 heeft de raad de Woonvisie Barneveld 2021-2025 'Wonen voor jong en oud' met doorkijk tot 2030/2040, vastgesteld. In de woonvisie is een streefprogramma woningbouw opgenomen om te voorzien in de woningbehoefte van de hier woonachtige en werkzame bevolking. In deze visie is een nieuwbouwprogramma van gemiddeld 500 woningen per jaar (als uitbreiding) opgenomen. In verband met de grote woningbouwopgaven in Nederland is in de Woondeal met het Rijk voor Barneveld tot en met 2030 een programma van circa 5.400 woningen overeengekomen.

Daarmee komt de programmering op gemiddeld 600 woningen per jaar. In oktober 2022 zijn de prijsklassen aangepast naar de huidige marktomstandigheden. Dit betekent dat gemiddeld 40% ten behoeve van sociale huur- en koopwoningen (sociale huur 20%, sociale koop laag tot € 260.000 en sociale koop hoog van € 260.000 tot € 320.000), 20% middeldure woningen (midden dure huur tot € 1.080,- (prijspeil 2023) en koop van € 320.000 tot € 390.000 (prijspeil jan. 2024) en tot de actuele NHG grens van € 435.000,-, prijspeil 2024) en 30% duurdere woningen vanaf de NHG-grens en 10% vrij in te delen. In regio FoodValley zijn in verband met deze Woondeal onderlinge woningbouwafspraken gemaakt, waarbij Barneveld voor de periode 2022 t/m 2030 zo'n 5.400 woningen mag groeien, mede vanwege een zekere overloop vanuit regio Amersfoort. Er loopt verder een Verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen, FoodValley, waarbij er in de periode 2020-2040 in FoodValley zo'n 40.000 woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd. Voor gemeente Barneveld zou dit een opgave van tenminste 8.000 woningen tot 2040 betekenen. Provincie Gelderland streeft in het Aktieplan Wonen naar versnelling van woningbouwontwikkelingen, gezien de woningtekorten op de woningmarkt. Daarbij wordt ook naar gemeente Barneveld gekeken.

In regio Amersfoort loopt een soortgelijke studie, namelijk het 'Ontwikkelbeeld regio Amersfoort' en wordt een woninguitbreiding met 36.000 in 2020-2040 als opgave gezien. De woningbouw in Barneveld is hier mede input voor. Door middel van de voortgangsrapportage woningbouw wordt halfjaarlijks een actueel beeld van het planaanbod voor de komende vier jaar gegeven, waarbij ook een beeld wordt geschetst van de aantallen op te leveren woningen per kern, alsmede de differentiatie van deze nieuwbouw in termen van prijsklassen, eigendomsverhouding en bouwvorm (gestapeld of grondgebonden). Ook wordt een beeld geschetst van de mate waarin voor bepaalde doelgroepen wordt gebouwd (zoals starters, ouderen of mensen met een beperking) om zo vraag en aanbod meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Voor de periode 2023 t/m 2027 is een programma van gemiddeld bruto 740 woningen per jaar voorzien. Dit is ruim 120% ten opzichte van de gewenste uitbreiding met zo'n 600 woningen per jaar. Rekening houdend met planuitval, vertraging en dergelijke en het gegeven dat in 2022 minder dan 300 woningen zijn opgeleverd, wordt deze 120% programmering als wenselijk beschouwd. Dit is geheel in lijn met de vastgestelde woonvisie en gemaakte woningbouwafspraken.

"Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld) 31

Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012

Sinds 1 januari 2018 is de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur gemeente Barneveld van kracht. Deze verordening is in 2022 geactualiseerd, met als werktitel Doelgroepenverordening gemeente Barneveld 2021. Deze verordening ziet toe op sturing van de totale woningvoorraad en het bereikbaar houden van een deel van de woningvoorraad voor lage en midden inkomensgroepen. Het gaat daarbij om drie categorieën: sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en middendure huurwoningen. In bestemmingsplannen en overeenkomsten met marktpartijen kan voor een bepaalde minimale tijdsduur de ingebruikname van sociale huurwoningen (25 jaar), goedkope koop (1 jaar met boetebeding tot 10 jaar) en middendure huurwoningen (15 jaar) worden vastgelegd evenals de maximale hoogte van de huur- en koopprijs. Verder is een zekere prijs-/kwaliteitsverhouding geformuleerd om in relatie tot de hoogte van de huur- of koopprijs toch een minimale woninggrootte te garanderen. Daarbij is ook aangegeven dat deze drie woningcategorieën met voorrang aan bepaalde lage en middeninkomensgroepen moeten worden aangeboden om zo tot een rechtvaardige verdeling van de woningvoorraad te komen. Prijs- en inkomensgrenzen worden geïndexeerd conform de bepalingen in de verordening.

Doorwerking in plangebied Op verschillende locaties in gemeente Barneveld worden de komende jaren woningbouwontwikkelingen gerealiseerd. Er wordt met dit plan (de bouw van één vrijstaande woning) voldaan aan de Woonvisie. 4.6.3

Waterplan Barneveld (2005) en Hemelwaterplan 2017-2020'Klimaatactief!'

Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd: Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. In het plan is een concrete doelstelling opgenomen: in 2025 is 10% van het verharde oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering (referentiejaar 2005). Dit betreft 18 ha. afkoppelen. In het Hemelwaterbeleidsplan is deze doelstelling uitgewerkt in concrete maatregelen. Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van totale openbare ruimte.

Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerking in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.16). 4.6.4

Energiebeleid gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Eind 2021 heeft de gemeenteraad "De warmtevisie Barneveld" vastgesteld, dat de basis vormt voor het verminderen van het gebruik (isoleren) en het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. Wettelijke eisen Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) 32 "Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012

Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen om een omgevingsvergunning sinds 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). Warmtepompen Er zijn voorbeelden van geluidsoverlast veroorzaakt door warmtepompen, omdat er bij de plaatsing geen rekening gehouden is met het geluidsaspect of de warmtepomp verouderd is. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de warmtepomp is noodzakelijk en er moet voldaan worden aan een acceptabel geluidsniveau. Als het geluidniveau op 5 meter van warmtepomp hoger is dan 30 dB(A) of als dit het geval is bij een kortere afstand tot de buurwoning dan is het toepassen van een geluiddempende omkasting nodig. Hiervoor komen steeds meer innovaties op de markt (bijvoorbeeld in een dummy schoorsteen). Sinds 1 april 2021 worden geluidseisen gesteld aan (nieuw te plaatsen) buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking. Het gaat hierbij om warmtepompen en airco's die worden toegepast bij woningen en woongebouwen. Deze installaties mogen niet meer dan 40 dB geluid veroorzaken bij de buren. Zonnepanelen en -collectoren Gebruik van zonne-energie kan significant bijdragen aan de benodigde duurzame energie- en warmteopwekking. In dit plan zijn zonnepanelen opgenomen, die direct bij de bouw worden meegenomen.

De zonnepanelen kunnen zijn geïntegreerd in het ontwerp van een gebouw. Materialen In het ontwerp van een woning of gebouw kan door een slim ontwerp daglicht optimaal worden benut en zodat de benodigde energie voor verlichting zo laag mogelijk is en de binnen temperatuur zo min mogelijk fluctueert. Ook kunnen groendaken aangelegd worden. De hoeveelheid materialen wordt zoveel mogelijk beperkt en gebruik van gezonde en duurzame materialen – gezien over de hele levenscyclus - heeft de voorkeur. Laadpalen Elektrisch autorijden is beter voor het milieu dan rijden op fossiele brandstoffen. Er wordt namelijk geen CO2 uitgestoten door de auto. De gemeente staat dan ook positief tegenover het plaatsen van laadpalen voor elektrische voertuigen. Duurzaamheid in het openbaar gebied of op eigen terrein Er moet aandacht zijn voor energiezuinige openbare verlichting. Daarbij denken we aan een verlichtingsplan, waarbij zo weinig mogelijk lantaarnpalen worden toegepast, uitgevoerd met (dimbare) LED-lampen. Daarnaast is het vanuit duurzaamheidsoogpunt van belang om de hoeveelheid materiaalgebruik voor wegen en de verharde oppervlakte in het plangebied zo laag mogelijk te houden. Dat kan worden bereikt door de weglengte en -breedte zoveel mogelijk te beperken en doorlatende verharding toe te passen.

Bij de keuze voor het materiaalgebruik heeft de gemeente ook hier de voorkeur voor het gebruik van duurzame materialen, bij zowel productie en gebruik en die bij sloop hergebruikt kunnen worden. Klimaat Het klimaat verandert met extremer weer als gevolg. We zullen vaker te maken krijgen met hoosbuien / wateroverlast, langere perioden van droogte en hitte. Het veranderende klimaat vraagt om maatregelen op alle schaalniveaus om de gevolgen voor gezondheid, veiligheid, productiviteit en natuur te beperken. Klimaatbestendig handelen en waterrobuust inrichten wordt vanzelfsprekend in het gemeentebrede beleid en handelen vóór 2020. Zodat in 2050 de fysieke ruimte in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is. Eén van de maatregelen is het anders omgaan met het inzamelen van en verwerken van hemelwater dat op verhard oppervlak valt, bijvoorbeeld door het aanleggen van groene daken. Zie voor een verdere beschrijving de waterparagraaf (§ 5.15). Door op een slimme manier om te gaan met (robuust) groen in de openbare ruimte in relatie tot de positionering van de woningen en de productie van zonne-energie op daken van woningen kan het microklimaat in de woningen en in een gebied op een positieve manier beïnvloed worden. "Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld) 33

Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012

Doorwerking in plangebied Er ligt nu nog geen concreet bouwplan voor de nieuwe woning aan de Apeldoornsestraat naast nummer 113. De (voorlopige) duurzame maatregelen die genomen zouden kunnen worden, betreffen: warmtepomp voor verwarming nieuwe woning (woning voldoet aan BENG); zonnepanelen op woningen en/of bijgebouwen; aanplant groen/natuur conform inrichtingsplan; hemelwaterafvoer infiltreren op eigenterrein. Bij de Heetweg 8-01 en 8-02 komt 158 m² minder bebouwd oppervlakte. Om het perceel ligt circa één hectare grond en sloten. Er is meer grond waar het regenwater in de grond kan zakken en er zijn voldoende sloten om overtollig water af te voeren. Wat betreft Hunnenweg 5-7 en Joostweg 6-8 verdwijnt agrarische bebouwing en dit levert ook winst op qua klimaat en duurzaamheid (minder verstening). 4.6.5

Overige gemeentelijke beleidsnota's en notities

Ruimte voor Mantelzorg In de notitie Ruimte voor mantelzorg (uit 2011) is het beleidskader voor woonruimte voor mantelzorg in het buitengebied nader uitgewerkt. De gemeente hanteert de volgende uitgangspunten: 1. Bij een directe behoefte aan mantelzorg die naar redelijke verwachting niet zeer langdurig zal zijn, denkt de gemeente mee in een voor de concrete situatie geëigende oplossing. Dit gebeurt doorgaans op basis van een tijdelijke omgevingsvergunning. 2. De mogelijkheid van inwoning – in zuivere zin, dus in de vorm van onzelfstandige woonruimte – past binnen de regelgeving en is en blijft daarmee dus een optie. 3. Een tweede wooneenheid binnen de bouwmassa van een woning in het buitengebied wordt mogelijk gemaakt: a. indien deze aantoonbaar een functie zal hebben voor (toekomstige) mantelzorg; b. binnen de toegelaten inhoudsmaat van de woning, eventueel in samenhang met het vergroten van die inhoud van die woning volgens mogelijkheden die beleid en regelgeving daarvoor bieden of gaan bieden; c. indien deze een ondergeschikt karakter heeft (een vloeroppervlak van maximaal 35% van dat van de woning, maar niet meer dan 65 m2); d. mits daarvoor een oppervlakte van 300 m2 aan overtollig geworden opstallen wordt gesloopt die voldoet aan de criteria voor sloopmeters volgens het functieveranderingsbeleid.

Voor het bestemmingsplan betekent dit dat ruimte moet worden geboden voor onderdeel 3. In het voorliggende bestemmingsplan is, gezien de bescheiden ruimtelijke effecten, onderdeel 3 mogelijk gemaakt door middel van een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Groenstructuurplan Het Groenstructuurplan (uit 2011) biedt kaders voor de ontwikkeling van de groenstructuren. Dit betreft de inrichting van het openbaar groen om de groenstructuren in en de herkenbaarheid van de kernen te behouden, ontwikkelen en versterken. Bestaande groenstructuren en -elementen worden zoveel mogelijk behouden en verweven met nieuwe structuren. Voor het buitengebied betekent dit dat de bestaande structuren gehandhaafd moeten blijven. Daarvoor is in het voorliggende bestemmingsplan een passende bestemming opgenomen. Bij ontwikkelingen in het buitengebied die de groenstructuur aantasten kan als voorwaarde worden gesteld om passende maatregelen te nemen. In dit geval is een beplantingsplan voor de locatie Apeldoornsestraat naast 113 opgesteld (zie bijlage 1 van de regels), waaraan een voorwaardelijke verplichting is verbonden. Het bestaande groen blijft intact, en wordt versterkt doordat er extra beplanting bij komt. Voor de locaties Heetweg 8-01 en 8-02, Hunnenweg 5-7 en Joostweg wordt qua groen verwezen naar paragraaf 5.12 van de toelichting.

Gebiedsvisie functieveranderingswoningen Op 22 maart 2017 heeft de gemeenteraad het "Functieveranderingsbeleid Regio Foodvalley 2016" vastgesteld. De doelstelling van het beleid is om ruimtelijke kwaliteitswinst in het buitengebied te behalen door sloop en/of hergebruik van de vrijkomende (of vrijgekomen) agrarische bedrijfsgebouwen. Ter 34 "Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012 compensatie van de sloop van de bebouwing worden nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied toegestaan, die anders niet mogelijk zijn. Bijvoorbeeld het realiseren van een nieuwe woning. De slooplocatie is echter niet vanzelfsprekend de beste locatie om de nieuwe woning(en) te bouwen. Bijvoorbeeld vanwege het 'slechte' woon- en leefklimaat, vanuit landschappelijk oogpunt of omdat het omliggende agrarische bedrijven mogelijk belemmert in de ontwikkelingsmogelijkheden. Ruimtelijk gezien is dan ook vaker meer winst te behalen door de nieuwe woning te verplaatsen naar een locatie elders. Zoals bijvoorbeeld naar een bebouwingslint of aan de rand van een dorpskern. Met de 'Gebiedsvisie functieveranderingswoningen', vastgesteld op 13 december 2017, worden daarvoor volgens het 'ja-mits' principe verschillende mogelijkheden gegeven. Ja, we bieden ruimte om de woning elders te bouwen, mits dit per saldo een versterking is van de kwaliteiten van het buitengebied oplevert. Om een goede afweging te kunnen maken van mogelijke locaties en de inpassing van een plan in zijn omgeving geeft de gebiedsvisie richtinggevende afwegingskaders, zoals met betrekking tot geur, fijnstof en landschap.

Daarbij is het ook van belang dat de buurt wordt betrokken bij het opstellen van een plan door middel van een omgevingsdialoog. 4.6.5.1

Saldering

In de beleidsnotitie 'Kaders herzieningen bestemmingsplan Buitengebied 2012' heeft de gemeenteraad een aantal beleidskeuzes vastgelegd die een aanvulling vormen op de Structuurvisie Buitengebied en het bestemmingsplan 'Buitengebied 2012'. Een deel van deze beleidskeuzes heeft betrekking op de groeimogelijkheden voor agrarische bedrijven. Het gaat hierbij om een herverdeling van de ruimte die nu reeds in het bestemmingsplan geboden wordt. Deze herverdeling wordt bereikt door de introductie van een salderingsregistratie. Deze salderingsregistratie is een gemeentelijke administratie waarin twee elementen worden geregistreerd: 1. hoeveel agrarische bedrijven in planologische zin verdwijnen (bijvoorbeeld door functieverandering), respectievelijk worden toegevoegd; 2. welke oppervlakte aan agrarisch bouwvlak verdwijnt; respectievelijk wordt toegevoegd. In dit geval verdwijnen er twee agrarisch bedrijven, te weten bij: Hunnenweg 5-7; Joostweg 6-8. Het bouwvlak bedraagt bij Hunnenweg 5-7 6.469 m2 en bij Joostweg 6-8 bedraagt het bouwvlak dat verdwijnt 6.320 m2. Dit is opgenomen in de salderingsregistratie. 4.6.6

Visie Verblijfsrecreatie

Op 29 september 2022 heeft de raad ingestemd met de uitgangspunten en kaders zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van de Actualisatie Visie Verblijfsrecreatie 'Kansen en Koersen: Visie op de toekomst van de verblijfsrecreatie in de gemeente Barneveld'. In de uitwerking van de Visie Toerisme en Recreatie 2030, de Visie Verblijfsrecreatie (2022), staat dat de gemeente Barneveld kansen ziet voor de camperaar. Het streven is gericht op een geschikt en divers aanbod. Binnen de gemeente zijn in beginsel maximaal 5 camperterreinen mogelijk, met op elk terrein ten hoogste 8 camperplaatsen. Het realiseren van een dergelijk terrein is altijd maatwerk. Hierbij staat de kwaliteit van het initiatief voorop. We vinden het belangrijk dat een camperterrein in de nabijheid (fietsafstand) van toeristische plaatsen, horeca, middenstand, dagrecreatieve voorzieningen, wandel- en fietsroutes ligt. Het camperterrein draagt daarmee bij aan het recreatieve product van de gemeente Barneveld. Op het camperterrein moet het ook goed verblijven zijn. Dat betekent dat bijvoorbeeld een ligging aan een drukke weg of bij een bedrijf met veel geluid of geuroverlast niet wenselijk is. Het camperterrein moet goed in de omgeving en het landschap worden ingepast. Een camperterrein mag het woon- en leefgenot van woningen, voorzieningen en scholen niet aantasten.

Om onderscheidend te zijn ten opzichte van reguliere verblijfsrecreatieterreinen zijn op camperterreinen in principe geen recreatieve voorzieningen en sanitaire voorzieningen toegestaan. Er gelden ook een aantal (organisatorische) randvoorwaarden. In Barneveld is het toegestaan een eigen woning te verhuren aan toeristen voor kort verblijf: Particuliere vakantie-verhuur. De woning is in dit geval duidelijk ingericht voor eigen bewoning. Er mogen geen woningen aan de woningvoorraad worden onttrokken om particulier te worden verhuurd voor recreatief gebruik. Een woning mag daarom niet meer dan 60 nachten per kalenderjaar worden verhuurd tijdens "Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld) 35

Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012 afwezigheid van de bewoner. Dit kan een aaneengesloten periode zijn of meerdere korte periodes van in totaal 60 nachten. De bewoner van de woning is verantwoordelijk voor de verhuur. In bijzondere situaties, bijvoorbeeld ten behoeve van het behoud van erfgoed, kan van bovenstaande worden afgeweken. Bij een dergelijk initiatief is altijd sprake van maatwerk waarbij onder andere wordt gekeken of het initiatief aanvullend is op het bestaande verblijfsrecreatieve aanbod in Barneveld. Doorwerking in plangebied De Visie Verblijfsrecreatie is, voor zover er een planologische vertaling noodzakelijk is, doorvertaald. Het gaat over de volgende aspecten: - bed & breakfast; - particuliere verhuur; - camperterrein/-plaats. Hetgeen over hotels is opgenomen in de Visie Toerisme en Recreatie 2030 is niet planologisch vertaald. Het is de bedoeling om dat met een afzonderlijke planologische procedure te gaan regelen. Binnen woningen is een bed & breakfast onder voorwaarden toegestaan. In een bijgebouw is alleen met een omgevingsvergunning en onder voorwaarden een bed & breakfast toegestaan. Particuliere vakantie-verhuur en camperterrein/-plaats wordt gefaciliteerd in de algemene gebruiksregels. In hoofdstuk 6 van de toelichting is dit nader uitgewerkt en beschreven.

36 "Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012

Hoofdstuk 5 5.1

RANDVOORWAARDEN

Bodem

In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit vindt (o.a.) plaats op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (PFAS) regio De Vallei en de nota bodembeheer regio De Vallei. Met dit instrumentarium kan de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid worden bepaald voor zover blijkens historisch onderzoek geen sprake is van verdachte locaties. Apeldoornsestraat naast 113: Uit het bodeminformatiesysteem van de gemeente blijkt dat op het betreffende perceel Apeldoornsestraat naast 113 nog geen verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd. Voor zover bekend hebben er op het betreffende perceel geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden en is het altijd agrarisch (akker/weiland) in gebruik geweest. Het betreft derhalve een onverdacht terrein. Op basis van de Bodemkwaliteitskaart Regio De Vallei ligt dit betreffende deel van de locatie binnen de kwaliteitszone landbouw/natuur. Een bodemonderzoek wordt niet vereist. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het beoogd gebruik.

Bouwen op een perceel zonder voorafgaand bodemonderzoek ter plaatse, houdt het risico in dat mogelijk later blijkt dat de grond toch verontreinigd is. De Omgevingsdienst de Vallei vindt dit risico aanvaardbaar. Er kan geen sprake zijn van aansprakelijkheid van de gemeente, als achteraf blijkt dat gebouwd is op verontreinigde grond. Heetweg 8-01 en 8-02: Er is hier geen sprake van een wijziging naar een gevoeliger gebruik (bezien vanuit het aspect bodem). Wanneer de te slopen schuur is voorzien van asbesthoudende dakbedekking die (in het verleden) niet voorzien is van een dakgoot en het maaiveld ter plaatse onverhard is (/was), dan wordt geadviseerd om voor de sloop ter plaatse een verkennend asbestonderzoek te laten uitvoeren conform NEN 5707. Een eventuele sterke bodemverontreiniging met asbest(vezels) ontstaan door afstromend water in de zo genoemde druppelzone, wordt dan op tijd onderkend en voorkomt vertraging bij de voorgenomen herontwikkeling. Voor de sloop van het (bedrijfs)gebouw dient ook vooraf een asbestinventarisatie uitgevoerd te worden. Mogelijk dient er in het kader van de bedrijfsbeëindigingen ook nog een eindsituatie bodemonderzoek plaats te vinden in kader van het Activiteitenbesluit.

Geadviseerd is om ter plaatse van de druppelzone (indien daarvan sprake is) een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5707 uit te laten voeren voorafgaand aan de sloop, zodat een eventuele verontreiniging tijdig aan het licht komt. Het uitvoeren van dit verkennend onderzoek betreft een (streng) advies. Dit kan niet worden opgelegd. Dit rapport is niet uitgevoerd en dat vormt geen belemmering voor vaststelling van dit plan. Hunnenweg 5-7: In 2018 is er een verkennend en nader bodemonderzoek en asbest in grondonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 5 van de toelichting. Dit rapport is beoordeeld door de bodemspecialist van de Omgevingsdienst de Vallei. Het uitgevoerde verkennend en nader bodemonderzoek en asbest in grondonderzoek is destijds (in 2018) uitgevoerd in het kader van een onroerend goed transactie. Het plangebied valt binnen de contour van de onderzoekslocatie. Wel dient te worden opgemerkt dat destijds alleen de verdachte deellocaties (te weten: opslag & bewerking bestrijdingsmiddelen en druppellijnen onder de asbesthoudende dakbedekking) zijn onderzocht. Binnen het plangebied is echter ook sprake van een toegangspad richting de schuren en het achtergelegen terrein welke vermoedelijk bestaat uit een puin- en baksteen houdende halfverharding. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat een deel van de onderzoekslocatie matig tot sterk is verontreinigd met OCB.

Naar alle waarschijnlijkheid een erfenis van in het verleden op de locatie verhandelde bestrijdingsmiddelen. De bodemverontreiniging met OCB is binnen de kadastrale perceelgrenzen verticaal en horizontaal in voldoende mate afgeperkt. Voor de sanering dient een BUS-melding te worden ingediend bij het bevoegd gezag, de provincie Gelderland. Aanvullend hierop is de eigenaar/initiatiefnemer gewezen op het resultaat van de destijds uitgevoerde risicobeoordeling: "Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld) 37

Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012

Ter plaatse van vier van de vijf de onderzochte druppellijnen is in de samengestelde mengmonsters, voor analyse op asbest, analytisch asbest gemeten. Het maximale gehalte betrof 31 mg/kg d.s. aan gewogen asbest. De gemeten gehalten aan asbest overschrijdt de saneringsnorm/hergebruiksnorm van 100 mg/kg d.s. derhalve niet. Wel merkt de bodemspecialist van de Omgevingsdienst de Vallei op dat in de fractie < 0,5 mm van deze betreffende mengmonster asbestverdachte vezels zijn aangetoond. Aangezien druppellijnen bij geërodeerde asbestdaken verdacht zijn op de aanwezigheid van respirabele vezels had destijds het verrichten van SEM-analyses niet misstaan. Vervolgens heeft er een aanvullend verkennend en asbestonderzoek plaatsgevonden, Tevens is ter plaatse van het met puin verharde toegangspad een asbest in puinonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 7 van de toelichting. Dit aanvullende onderzoeksrapport is beoordeeld en akkoord bevonden door de bodemspecialist van de Omgevingsdienst de Vallei. De bodemspecialist van de Omgevingsdienst de Vallei is het eens met de gestelde aanbevelingen in deze rapportage. Joostweg 6-8: Voor Joostweg 6-8 is een verkennend en nader bodemonderzoek en asbest in grondonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 6 van de toelichting. Dit onderzoeksrapport is beoordeeld door de bodemspecialist van de Omgevingsdienst de Vallei.

Het uitgevoerde verkennend bodem- en asbestonderzoek is correct uitgevoerd en geeft een voldoende beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Het plangebied valt binnen de contour van de onderzoekslocatie. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de zintuiglijk schone boven- en ondergrond geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters zijn gemeten. Het grondwater bevat plaatselijk een matig verhoogde concentratie aan naftaleen en een licht verhoogde concentratie aan barium. Een directe oorzaak van de aangetoonde matig verhoogde concentratie aan naftaleen is niet gevonden. Als voor de voorgenomen sloop- en nieuwbouw op de locatie niet zal worden bemaald vormt de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater geen belemmering. Wel wordt geadviseerd om het grondwater ter plaatse niet op te pompen en te gebruiken voor bijvoorbeeld de beregening van een (moes)tuin of consumptief gebruik. Zintuigelijk is op het maaiveld en in de opgegraven/opgeboorde grond geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. In de samengestelde mengmonsters, voor analyse op asbest, ter plaatse van de aanwezige druppelzones, is analytisch geen asbest gemeten. De onderzoeksresultaten geven derhalve geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodem- en/of asbestonderzoek of -sanering en zijn voldoende voor de voorgenomen functiewijziging.

Ondanks dat het verkennend bodem- en asbestonderzoek correct is uitgevoerd conform de geldende protocollen/richtlijnen betreft het een steekproefsgewijze benadering van de bodemkwaliteit. Bij de voorgenomen herontwikkeling van het terrein en de daarbij behorende sloop- en grondroerende werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het plaatselijk aantreffen van onvoorziene bodemverontreiniging. De aan-/afvoer van grond, bouwstoffen et cetera naar/van de onderzoekslocatie dient te voldoen aan de regels van het Besluit bodemkwaliteit en het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Conclusie Op basis van het voorgaande zijn er geen bezwaren tegen de voorgenomen partiële herziening en de gevraagde functieverandering (inclusief de afwaarderingslocaties). Alleen voor de locatie Hunnenweg 5-7 moet wel een BUS-melding worden gedaan.

38 "Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012

5.2

Cultuurhistorie

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. In het bestemmingsplan komen uiteenlopende dubbelbestemmingen voor om ruimtelijke kwaliteiten te borgen. 5.2.1 5.2.1.1

Archeologie Archeologie lage, middelhoge en hoge verwachting

Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat binnen het plangebied verschillende archeologische verwachtingen gelden (laag, middelhoog en hoog). De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor de zone met een lage archeologische verwachting archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 10.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Voor de zone met een middelhoge archeologische verwachting is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij een oppervlakte van 2.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Voor de zone met een hoge archeologische verwachting is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij een oppervlakte van 250 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Voor de zone Historisch boerenerf is archeologisch onderzoek nodig in plangebieden groter dan 100 m² bij bodemingrepen dieper dan 30 cm. Hieronder staat per adres weergegeven hoe het zit met archeologie. Apeldoornsestraat naast 113 De archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Barneveld is in 2018 vastgesteld.

Deze kaart (zie onderstaande afbeelding) geeft binnen het plangebied (blauwe contour) het volgende aan: Groen: lage archeologische verwachting, lage dekzandvlakte of laatglaciaal terras.

"Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld) 39

Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012

Afbeelding uitsnede archeologische beleidskaart Apeldoornsestraat naast 113 (blauwe contour is plangebied) Binnen een straat van 800 meter rond het plangebied is geen archeologisch onderzoek bekend. Op circa 780 meter ten noorden van het plangebied bevindt zich mogelijk een neolithische grafheuvel. Het plangebied is bekeken op historische kaarten. De oudste kaart waarop bebouwing (op de locatie van de huidige bebouwing) te zien is, dateert in 1909 (zie onderstaande afbeelding).

40 "Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012

Afbeelding het plangebied is te zien op een topografische kaart uit 1909 Aan de noordzijde van het plangebied is op historische kaarten een verhoging in het landschap gemarkeerd. Op alle 19e eeuwse kaarten is de regio rondom het plangebied onbebouwd geweest (zie onderstaande afbeelding), zoals te zien is op een kaart uit 1870.

Afbeelding uitsnede topografische kaart uit 1870 Het plangebied is bekeken op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3). Daarop is te zien dat binnen het plangebied sprake van een lichte verhoging ten opzichte van de omgeving (dynamische opmaak), maar dat mogelijk het perceel in het verleden geëgaliseerd is geweest, omdat het reliëf in het landschap zo sterk afwijkt van de omgeving (hillshade, zie onderstaande afbeelding).

Afbeelding het plangebied is te zien op het AHN3 (oranje is de contour van het plangebied) Binnen het plangebied is volgens de archeologische beleidskaart sprake van een zone met een lage archeologische verwachting. Daarbij horen volgens het archeologisch beleid de volgende vrijstellingsgrenzen: 10.000 m2 en 30 cm onder maaiveld. De aangevraagde oppervlakte voor de nieuwbouwwoning 350 m3 en het bijgebouw, vallen binnen de oppervlaktevrijstellingsgrens. Het advies luidt "Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld) 41

Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012 daarom dat er geen archeologisch onderzoek nodig. Wel dient een dubbelbestemming archeologie te worden opgenomen (laag verwachting) en geldt de onderstaande wettelijke meldingsplicht. Nu het voorliggende plan een partiële herziening betreft van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012", blijft de dubbelbestemming van het bestemmingsplan "Parapluherziening Cultuurhistorie - Archeologie" van kracht. Indien bij de werkzaamheden vondsten als aardewerk, vuursteen, houtskool of opvallende donkere verkleuringen in het gele zand worden gedaan, waarvan men redelijkerwijs mag vermoeden dat deze van archeologische betekenis zijn, dient hiervan onmiddellijk melding te worden gemaakt (artikel 5.10 Erfgoedwet). Heetweg 8-01 en 8-02 Voor het perceel Heetweg 8-01 en 8-02 geldt volgens de archeologische verwachtingenkaart grotendeels een hoge archeologische verwachting. Daarbij horen de volgende vrijstellingsgrenzen: 250 m2, en 30 cm onder maaiveld. Voor een klein deel geldt een lage en een middelhoge archeologische verwachting. Daarbij horen de volgende vrijstellingsgrenzen: respectievelijk 10.000 m2, 2000 m2 en 30 cm onder maaiveld.

De kaart (zie onderstaande afbeelding) geeft binnen het plangebied (blauwe contour) het volgende aan: Bruin: reliëfarme afspoelingswaaier met dun pakket dekzand, hoge archeologische verwachtingswaarde. Oranje: gordeldekzandwelving 25-50 cm, hoge archeologische verwachtingswaarde. Geel: afgedekte beekloop, middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Groen: beekdal en beekoverstromingsvlakte, lage archeologische verwachtingswaarde.

Afbeelding uitsnede archeologische beleidskaart Heetweg 8-01 en 8-02 (blauwe contour is plangebied) Voor het perceel geldt volgens de archeologische verwachtingenkaart grotendeels een hoge archeologische verwachting. Daarbij horen de volgende vrijstellingsgrenzen: 250 m2, en 30 cm onder maaiveld. Voor een klein deel geldt een lage en een middelhoge archeologische verwachting. Daarbij horen de volgende vrijstellingsgrenzen: respectievelijk 10.000 m2, 2000 m2 en 30 cm onder maaiveld. Ten behoeve van de functieverandering vinden geen graafwerkzaamheden plaats. Er is geen archeologisch onderzoek nodig. De dubbelbestemmingen qua archeologie (Parapluherziening cultuurhistorie Archeologie) blijven gehandhaafd. 42 "Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012

Hunnenweg 5-7 De archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Barneveld (zie afbeelding 1) geeft binnen het plangebied (blauwe contour) het volgende aan: Groen: lage dekzandvlakte of laatglaciaal terras, lage archeologische verwachtingswaarde.

Afbeelding uitsnede archeologische beleidskaart (blauwe contour geeft het plangebied aan) Voor het perceel Hunnenweg 5-7 geldt volgens de archeologische verwachtingenkaart een lage archeologische verwachting. Dit is in het bestemmingsplan "Parapluherziening Cultuurhistorie Archeologie" vertaald in de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'. Daarbij horen de volgende vrijstellingsgrenzen: 10.000 m2, en 30 cm onder maaiveld. Er vinden op dit moment geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaats. Ten behoeve van deze locatie is geen archeologisch onderzoek nodig. De dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 1' kan gehandhaafd blijven en blijft van kracht. Joostweg 6-8 De archeologische waarden- en verwachtingenkaart (zie afbeelding 1) geeft binnen het plangebied (blauwe contour) het volgende aan: Bruin: plaggendek op dekzand, hoge archeologische verwachtingswaarde; Geel: afgedekte beekloop, middelhoge archeologische verwachtingswaarde; Groen: beekloop, lage archeologische verwachtingswaarde.

"Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld) 43

Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012

Afbeelding uitsnede archeologische beleidskaart (blauwe contour geeft het plangebied weer) Voor het perceel Joostweg 6-8 geldt volgens de archeologische verwachtingenkaart grotendeels een hoge archeologische verwachting. Dit is in het bestemmingsplan "Parapluherziening Cultuurhistorie Archeologie" vertaald in de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Daarbij horen de volgende vrijstellingsgrenzen: 250 m2, en 30 cm onder maaiveld. Kleine delen van het plangebied hebben een middelhoge en een lage archeologische verwachtingswaarde. Dit is in het bestemmingsplan "Parapluherziening Cultuurhistorie - Archeologie" vertaald in de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 1'. Daarbij horen de volgende vrijstellingsgrenzen: respectievelijk 2000 en 10.000 m2, en 30 cm onder maaiveld. Er vinden op dit moment geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaats. Er is geen archeologisch onderzoek nodig. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3' kunnen gehandhaafd blijven en blijven van kracht. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht. 5.2.2

Historischestedenbouwkundige waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied (alle vier de adressen) heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarden. Bij de bouwkundige monumenten is sprake van rijks- en gemeentelijke monumenten. In het plangebied en omgeving zijn geen monumenten aanwezig. Dit bestemmingsplan is niet strijdig met historische stedenbouwkundige waarden. 5.2.3

Cultuurlandschappelijke waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. De locatie Apeldoornsestraat ten oosten van nummer 113 ligt in een gebied dat wordt aangeduid als een 44 "Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012 zone met cultuurhistorisch waarde met een waarde van 2. Het gaat om een gebied met jonge vochtige landbouwontginningen. Er hoeft geen rekening te worden gehouden met cultuurhistorische waarden. De locatie Heetweg 8-01 en 8-02 ligt in een gebied dat wordt aangeduid als bebouwd/sterk veranderd (waarde 0). Het betreft lage cultuurhistorische waarden waarmee geen rekening hoeft te worden gehouden binnen het plan. De locatie Hunnenweg 5-7 ligt in een gebied dat wordt aangeduid als jonge vochtige landbouwontginningen (waarde 1). Het betreft lage cultuurhistorische waarden waarmee geen rekening hoeft te worden gehouden binnen de huidige planaanvraag. De locatie Joostweg 6-8 ligt in een gebied dat wordt aangeduid als vochtige kampontginningen (waarde 4). Het betreft hoge cultuurhistorische waarden waarmee rekening dient te worden gehouden binnen de huidige planaanvraag. In dit geval betreft het een afwaarderingslocatie en vindt er geen nieuwe ontwikkeling plaats. Deze waarden die bij het vochtige kampontginningen horen, worden dan ook gehandhaafd. Conclusie Dit bestemmingsplan is niet strijdig met deze waardering.

5.3

Ecologie

De belangrijkste wet voor natuurbescherming in Nederland is de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn vertaald in deze wet. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang. 5.3.1 5.3.1.1

Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming

Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. De Wet natuurbescherming bepaalt vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere nationale natuurgebieden. Op 27 juni 2014 is de aanwijzing van het gebied Veluwe als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn in werking getreden. Tevens is met dit besluit het besluit tot de aanwijzing van Veluwe als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, inclusief de daarbij behorende Nota van toelichting, gewijzigd. Deze twee genoemde speciale beschermingszones vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe, waarbij instandhoudingsdoelstellingen zijn toegevoegd. Stikstof Het plangebied Apeldoornsestraat ten oosten van nummer 113 ligt in de nabijheid van een Natura 2000-gebied (zie hiervoor kaart 5 Themakaart Natuur- en landschapsbeleid van de provinciale Omgevingsvisie Gaaf Gelderland). Er is een voortoets Wet natuurbescherming uitgevoerd, zie bijlage 8 van de toelichting. Voor zowel de bouwfase (tijdens de bouw, sloop en aanleg) als voor de gebruiksfase zijn de stikstofemissies beoordeeld.

Er zijn voor de locatie AERIUS-berekeningen uitgevoerd van de aangevraagde situatie (zie bijlage 9 voor de berekening van de bouwfase en bijlage 10 voor de berekening van de gebruiksfase). Conclusie van het rapport/de uitgevoerde berekeningen is dat er geen effect is met betrekking tot stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het plangebied Heetweg 8-01 en 8-02 ligt eveneens in de nabijheid van een Natura 2000-gebied (op circa 300 meter van een Natura 2000-gebied). Ook hier zijn voor zowel de bouwfase (tijdens de bouw, sloop en aanleg) als voor de gebruiksfase de stikstofemissies beoordeeld. Er zijn voor de locatie AERIUS-berekeningen uitgevoerd van de aangevraagde situatie (zie bijlage 11 van de toelichting voor een toelichting op de berekening en bijlage 12 van de toelichting voor de berekening zelf). Conclusie van het rapport/de uitgevoerde berekeningen is dat er geen effect is met betrekking tot stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.

"Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld) 45

Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012

Voor Hunnenweg 5-7 en Joostweg 6-8 zijn geen AERIUS-berekeningen uitgevoerd omdat er hier geen nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden (afwaardering) en deze locaties niet direct grenzen aan een Natura 2000-gebied. De plannen zien op de beëindiging van een intensieve veehouderij en er wordt alleen gesloopt. Er vindt geen nieuwe ontwikkeling plaats, zodat er geen AERIUS-berekeningen zijn uitgevoerd. 5.3.1.2

Soortenbescherming

Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van bepaalde plant- en diersoorten in Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden én daarbuiten. Er gelden drie beschermingsregimes, te weten voor vogels (Vogelrichtlijn), soorten onder de Habitatrichtlijn (bijlage IV, onderdeel a Habitatrichtlijn, dan wel bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn) en andere (nationale) soorten. Om te beoordelen of de beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn, is voor alle vier de deelgebieden een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Apeldoornsestraat naast 113: Er is een quickscan (verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna) uitgevoerd voor de locatie Apeldoornsestraat, zie bijlage 13 van de toelichting van deze partiële herziening. Binnen het plangebied zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen. De werkzaamheden leiden niet tot het overtreden van een verbodsbepaling zoals genoemd in artikel 3.5 lid 1 (doden/verwonden) lid 2 (opzettelijk verstoren) en lid 4 (beschadigen of vernielen van jaarrond beschermde voortplantingsplaatsen of rustplaatsen) van de Wet natuurbescherming ten aanzien van vleermuizen. Er is daarom geen nader onderzoek nodig naar verblijfplaatsen voor vleermuizen.

Verder staat in de quickscan dat er sprake is van lijnvormige structuren in de vorm van de bomenrijen die dienst kunnen doen als vliegroute voor vleermuizen. Er is mogelijk matig geschikt foerageergebied aanwezig vanwege de bomen en groenstructuren in het plangebied. Vervolgonderzoek naar vliegroutes en foerageergebied is niet noodzakelijk, omdat de bomen en groenstructuren behouden blijven en geen negatief effect te verwachten is. Wel dient vanuit de zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming onnodige lichtverstoring van eventueel foerageergebied voorkomen te worden. Dit kan door tijdens de sloop-, bouwfase en de toekomstige situatie uitstraling van eventuele bouwlampen, buitenverlichting en straatverlichting naar boven te voorkomen. Gebruik bijvoorbeeld afschermende armaturen, beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter, gebruik ‘batlampen’ en plaats niet meer verlichting dan nodig. Zoogdieren - gebouwbewoond en grondbewoond: het plangebied kan worden gebruikt als leefgebied door algemeen voorkomende soorten zoals bijvoorbeeld konijn, haas en egel. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling en is geen nader onderzoek nodig. Vogels - jaarrond beschermde nesten: het voorkomen van jaarrond beschermde nesten binnen het plangebied is uitgesloten. Vervolgonderzoek naar jaarrond beschermde nesten is niet nodig.

Vogels - algemene broedvogels: tijdens het broedseizoen kunnen nesten van algemene broedvogels in en rondom het plangebied verstoord, beschadigd of vernield worden. Voer werkzaamheden die kunnen leiden tot het vernielen of verstoren van nesten buiten het broedseizoen uit. Het broedseizoen is geen vaste periode maar voor de meeste soorten is de periode half maart - half augustus een goede indicatie. Eerdere of latere broedgevallen zijn niet uitgesloten, met name van duiven. Bezette nesten zijn altijd beschermd, ongeacht de soort of periode. Overige soorten: nader onderzoek naar overige beschermde soorten is niet aan de orde. Houdt wel rekening met de algemene zorgplicht die geldt voor alle flora en fauna, beschermd of niet. Deze quickscan is beoordeeld door de ecoloog van de Omgevingsdienst de Vallei en is akkoord bevonden. Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande inrit (waarmee ook de bestaande duiker wordt gebruikt), zodat onderzoek naar beschermde soorten in de watergang niet nodig is. Soortenbescherming vormt geen belemmering voor uitvoering van het voorliggende plan op de locatie Apeldoornsestraat ten oosten van nummer 113. Heetweg 8-01 en 8-02: Mogelijk is de te slopen schuur geschikt als verblijfplaats voor gebouw bewonende soorten.

Ook kunnen er in de directe omgeving beschermde soorten aanwezig zijn en het landschap gebruiken als leefgebied of er een verblijfplaats hebben. 46 "Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld)

Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012

De schuur wordt gesloopt waardoor vernietiging van verblijfplaatsen in de schuur niet is uitgesloten. Ook kunnen eventuele beschermde soorten in de directe omgeving hinder ondervinden van de werkzaamheden. Vóór start van de werkzaamheden moet een ecologische quickscan naar beschermde soorten in en rondom de planlocatie uitgevoerd worden. Afhankelijk van de resultaten van dit onderzoek, kan een nader onderzoek nodig zijn. Er is door Flora en fauna advies Cozijnsen een quickscan (verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna) uitgevoerd voor de locatie Heetweg 8-01 en 8-02, zie bijlage 14 van de toelichting van deze partiële herziening. Uit de quickscan volgt dat de invloedsfeer van de uitvoering lokaal is en uitgevoerd wordt op reeds bestaande wegen en verharding. Mogelijk zijn tijdens de werkzaamheden geluid en stof waarneembaar buiten het daadwerkelijke plangebied, deze effecten zijn naar verwachting incidenteel, kortstondig en hebben geen wezenlijke schadelijke invloed op beschermde soorten, rust- of voortplantingsplaatsen buiten het plangebied. De inrichting maakt het daadwerkelijke plangebied tot een weinig geschikt functioneel leefgebied van beschermde dieren en tot een ongeschikte groeiplaats van beschermde planten. Grondgebonden zoogdieren bezetten er geen vaste rust- en voortplantingsplaats. Amfibieën bezetten er een geen (winter)rustplaats.

Er nestelen geen vogels in het plangebied en vleermuizen bezetten er geen vaste rustof voortplantingsplaats. Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Gedurende het broedseizoen zijn de nesten en de functionele leefomgeving van algemeen voorkomende vogelsoorten beschermd. Het broedseizoen vangt aan onder bepaalde klimatologische omstandigheden en betreft indicatief de periode 15 maart tot en met 15 augustus. Indien de beoogde werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart dient de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een ter zake deskundige. In het kader van de zorgplicht is de initiatiefnemer verplicht om schadelijke gevolgen voor in het wild levende dieren en planten zo veel mogelijk te voorkomen. Voor sommige algemene veel voorkomende soorten is er in de provincie geen ontheffing vereist en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht. Te denken valt aan het aanpassen van de werkwijze zodat onverhoopte aanwezige soorten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen. Veel algemene en beschermde diersoorten (bijvoorbeeld vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht.

Indien er extra verlichting gebruikt gaat worden dan dient deze afgewend te worden van aanwezige groenstructuren om eventuele aanwezige soorten niet negatief te beïnvloeden en wordt geadviseerd natuurvriendelijk te verlichten door amberkleurige lichtbronnen te gebruiken. Deze quickscan is beoordeeld door de ecoloog van de Omgevingsdienst de Vallei en is akkoord bevonden. Soortenbescherming vormt geen belemmering voor uitvoering van het voorliggende plan op de locatie Heetweg 8-01 en 8-02. Daarnaast heeft de initiatiefnemer qua biodiversiteit aangegeven dat de eigenaar in plaats van mais, luzerne op het achterliggende perceel verbouwt. Dit is een vlinderbloemige plant. Alle huidige beplanting blijft. Hier zitten ook ruige stukjes grasland en dood hout bij. Kasten voor mussen en zwaluwen worden toegepast. Dit alles draagt bij aan de biodiversiteit. Hunnenweg 5-7: Er is een quickscan (verkennend onderzoek naar beschermde flora en fauna) uitgevoerd voor de locatie Hunnenweg 5-7, zie bijlage 15 van de toelichting van deze partiële herziening. De invloedsfeer van de uitvoering is lokaal en wordt uitgevoerd op reeds bestaande wegen en verharding.

Mogelijk zijn tijdens de werkzaamheden (sloop) geluid en stof waarneembaar buiten het daadwerkelijke plangebied, deze effecten zijn incidenteel, kortstondig en hebben geen wezenlijke schadelijke invloed op beschermde soorten, rustof voortplantingsplaatsen buiten het plangebied. Uit de rapportage volgt dat er geen (potentiële) vast rust en/of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten aangetroffen. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Deze quickscan is beoordeeld door de ecoloog van de Omgevingsdienst de Vallei en is akkoord bevonden. Soortenbescherming vormt geen belemmering voor uitvoering van het voorliggende plan op de locatie "Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012" (vastgesteld) 47

Apeldoornsestraat en afwaarderingslocaties, partiële herziening Buitengebied 2012 Hunnenweg 5-7. Joostweg 6-8: Voor de locatie Joostweg 6-8 is een quickscan uitgevoerd, zie bijlage 16 van de toelichting van deze partiële herziening. In de quickscan is aangegeven dat er geen nadelige gevolgen zijn voor wat betreft streng en strikt beschermde soorten of hun beschermde verblijfplaats(Wnb-soorten). Een juridische borging door instrumenten (gedragscode, ontheffing of vrijstelling) is niet noodzakelijk en ook is vermeld dat de zorgplicht altijd van toepassing is. Wel zijn er een aantal adviezen opgenomen in de quickscan. Zo moet tijdens de werkzaamheden voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (algemene zorgplicht). Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Tijdens de werkzaamheden zal dit onderzoek op locatie aanwezig moeten zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=9768f914-d78a-4716-a3c9-8da726bc5f0e