CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

AANGEPASTE VERSIE Hoofdlijnennotitie Koers Barneveld 2040 2906(DEF) (2).pdf

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Hoofdlijnennotitie Koers Barneveld 2040.20.839 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4 De Primos (2019) -trendprognose (gemaakt door ABF Research in opdracht van

BZK) levert op verschillende schaalniveaus prognose-informatie over het aantal inwoners, het aantal huishoudens, de woningvoorraad en de woningbehoefte: op landelijk, regionaal en lokaal schaalniveau. Hoe abstracter het schaalniveau, hoe betrouwbaarder de prognoses. Er wordt rekening gehouden met de autonome bevolkingsgroei (en de afzonderlijke componenten als geboorte en sterfte) maar ook met binnenlandse en buitenlandse migratiestromen (vestiging en vertrek, kort en lange afstand migratie). De prognoses worden met enige regelmaat geactualiseerd.

26

Aantal inwoners *) Aantal huishoudens Toename aantal huishoudens t.o.v. vorig tijdvak Woningbouwprogramma t.o.v. vorig tijdvak

2021 60.000 22.600

2025 62.600 23.750 1.150 288 per jaar 1.250 312 per jaar

2030 65.600 24.800 1.050 210 per jaar 1.200 240 per jaar

2040 69.350 26.150 1.350 135 per jaar 1.450 145 per jaar

2021-2040 9.350 3.550

3.900 205 per jaar

*) afgerond op 50-tallen Alleen al op de grotere bekende (uitleg)locaties die in de structuurvisie zijn voorzien, is nu al sprake van een bekende plancapaciteit van meer dan 4.000 woningen. Samen met alle overige reeds bekende plannen (particulier en van de gemeente) gaat deze plancapaciteit richting 6.000 woningen. Dit getal is bovendien geen statisch gegeven. Via vooronderzoek komen er vrijwel

wekelijks nieuwe initiatieven bij de gemeente binnen. Soms voor de bouw van 1 of 2 woningen, maar soms ook een plan voor meer dan 20 woningen. Dus richting 2025/2030/2040 zal deze capaciteit eerder toedan afnemen. Daarnaast zien we dat de verdeling van de plannen over de verschillende kernen nu nog niet in evenwicht is met de gewenste groei van sommige kernen. Dit behoeft eigenlijk herverdeling van plancapaciteit.

27

Figuur 1. Ontwikkeling aantal inwoners en huishoudens Barneveld volgens Primos-prognose Bron: Primos 2019 Wat zouden de mogelijke gevolgen van dit scenario kunnen zijn? 1. Op het gebied van wonen…  wordt het woningbouwtempo afgeremd  hebben we te maken met een overcapaciteit aan geplande woningbouwprojecten  zal de verdeling van woningbouwplannen over de verschillende kernen een aandachtspunt zijn, want sommige kernen hebben op dit moment te weinig capaciteit geraamd  ontstaat mogelijk krapte op de lokale woningmarkt (met wellicht een vertrekoverschot)  is er vrijwel zeker geen marktruimte over voor woningbouwontwikkeling nabij (of: in relatie tot) de Oostelijke Rondweg  zullen we terughoudend moeten zijn met nieuwe initiatieven, ook van particulieren  vermindert de druk op kwetsbare gebieden of de noodzaak tot het aanleggen van extra voorzieningen  dragen we in mindere mate bij aan geconstateerde woningbouwopgaven in regio’s Foodvalley en Amersfoort  genereren we minder inkomsten uit woningbouwontwikkelingen.

28

2. Op het gebied van werken..  betekent dit dat naar verwachting, de geprogrammeerde uitbreidingen van bedrijventerrein Harselaar-Zuid fase 1b, Stroe en Voorthuizen voldoende zijn om op termijn in de vraag naar bedrijventerrein te voorzien.  zal de uitgifte van deze bedrijventerrein zich naar verwachting in een lager tempo voltrekken.  kan de Railterminal Barneveld/Foodvalley mogelijk worden ontwikkeld als voorziening voor het bestaande (regionale) bedrijfsleven, maar er wordt geen extra ruimte geboden voor de ontwikkeling van aanverwante bedrijvigheid.  worden uitbreidingen in principe alleen benut om te voorzien in de lokale uitbreidings- en vervangingsvraag. Additionele vraag naar bedrijventerrein vanuit de regio of van buiten de regio zal naar verwachting niet of slechts zeer beperkt kunnen worden gefaciliteerd.  zal het niet kunnen faciliteren van de externe vraag naar bedrijventerrein naar verwachting negatieve gevolgen hebben voor de ontwikkeling en innovatie van het reeds aanwezige Barneveldse bedrijfsleven.  kan het niet faciliteren van additionele behoefte aan bedrijventerrein negatieve gevolgen hebben voor de ontwikkeling van het Foodvalley concept als place to be op het gebied van food en feed.  zal de ontwikkeling van de werkgelegenheid zich naar verwachting vooralsnog stabiel ontwikkelen parallel aan de uitbreiding van het bedrijventerrein.

Op termijn zal de werkgelegenheid naar verwachting afvlakken of zich zelfs negatief ontwikkelen als gevolg van automatisering en robotisering.  zal het functieveranderingsbeleid, waarbij stoppende agrarische bedrijven onder voorwaarden kunnen omschakelen naar een niet-agrarisch bedrijf, naar alle waarschijnlijkheid worden afgeremd. Dit kan mogelijk leiden tot verloedering van het buitengebied en een toename van illegale activiteiten.  zal door de verbeterde bereikbaarheid in relatie tot de beperkte uitbreidingsruimte de marktwaarde voor bedrijventerrein in Barneveld toenemen. Maar dat heeft een negatief effect op de economische ontwikkeling van het bedrijfsleven.  komt het aantal vierkante meters detailhandel naar verwachting verder onder druk te staan als gevolg van een verschuiving in koopgedrag naar internet aankopen. Concentratie van winkelgebieden zal naar verwachting versneld nodig zijn om leegstand te voorkomen. 3. Op het gebied van recreëren..  ligt uitbreiding van grotere voorzieningen minder voor de hand.  zal naar verwachting de behoefte aan nieuwe uitloopmogelijkheden beperkt zijn. 4. Op het gebied van mobiliteit..

 volstaat vermoedelijk de bestaande infrastructuur en knooppuntontwikkeling – met een optimale benutting –voor de bereikbaarheid van Barneveld  ontstaat de vraag wat dit betekent voor nut en noodzaak van nieuwe infrastructuur?  wordt een intercitystop Barneveld-Noord lastiger (vanwege een beperkter aantal in- en uitstappers) evenals een kwartierdienst Valleilijn naar Ede;  kan de financiering van gewenste mobiliteitsontwikkeling (optimaliseren fietsverbindingen) onder druk komen te staan. 5. Op het gebied van welzijn en voorzieningen..  is de verwachting dat deze meegroeien met het inwonertal en aansluiten op de bevolkingssamenstelling

29

 kunnen sommige kernen bepaalde voorzieningen mogelijk zien verdwijnen, als gevolg van te weinig draagvlak of te weinig zicht op groei van dat draagvlak. 6. Op het gebied van het landelijk gebied..  wordt de schaarste aan landbouwgrond waarschijnlijk niet (veel) groter dan nu het geval is  is de ruimtebehoefte voor natuur en landschap, duurzaamheid en klimaatadaptatie met slim dubbelgebruik mogelijk inpasbaar. 7. Op het gebied van energie en klimaat..  wordt de ruimteclaim voor duurzame energieopwekking en klimaatadaptatie niet groter dan die nu is  is er een lagere groei van het energiegebruik als gevolg van de (geringere) toename van bedrijven en inwoners. Het hiervoor beschreven basisscenario gaat uit van de Primos 2019-prognose. Op basis van actuele inzichten wordt verwacht dat deze prognose te conservatief is, gezien de groei van Barneveld in de afgelopen jaren alsook de bouwplannen voor de eerstkomende jaren. Daarom worden, naast deze basisprognose, twee andere ontwikkelscenario’s beschreven, met een hoger groeitempo, waarvan ook het effect wordt toegelicht. Deze volgen hieronder als scenario 2 en 3.

30

2 ONTWIKKELSCENARIO 2 ‘GROEI VOORTZETTEN’ Belangrijkste kenmerken  Het huidige voorgenomen woningbouwtempo tot 2025 wordt gevold door een iets gematigder tempo tot 2040;  We bouwen niet alleen voor eigen behoefte, maar ook voor de bijdrage in de (boven)regionale behoefte  We dragen hiermee voldoende bij aan de in Regio Foodvalley en Regio Amersfoort geconstateerde behoefte tot 2040 (< 6.000 woningen). Het Ontwikkelscenario ‘Groei Voortzetten’, is gebaseerd op de actuele veronderstelde demografische ontwikkeling voor Barneveld.

Aantal inwoners *) Aantal huishoudens Toename aantal huishoudens t.o.v. vorig tijdvak Woningbouwprogramma t.o.v. vorig tijdvak

2021 60.000 22.600

Deze gaat uit van een sterkere groei tot 2025, in lijn met het bouwtempo van de afgelopen vier jaren (toename van 2.000 woningen in vier jaar), gevolgd door een iets gematigder tempo tot 2040. Door een sterkere groei tot 2025 wordt bijgedragen om (boven)lokale woningtekorten weg te werken, aangezien demografisch in dit tijdvak de vraag groter is dan bijvoorbeeld in de periode 2030-2040. In dit scenario worden er tot 2040 zo’n 7.900 nieuwbouwwoningen toegevoegd (gemiddeld 415 per jaar).

2025 65.100 24.700 2.100 (525 per jaar)

2030 70.200 26.600 1.900 (380 per jaar)

2040 80.000 30.200 3.600 (360 per jaar)

2021-2040 20.000 7.600

2.000 500 per jaar

2.025 405 per jaar

3.875 390 per jaar

7.900 415 per jaar

*) afgerond op 50-tallen Toelichting  Als we een tempo van gemiddeld 500 woningen per jaar tot 2025 inzetten, gevolgd door een bouwtempo van gemiddeld 400-425 woningen in het tijdvak 2025-2030 en vervolgens bijna 390 woningen per jaar in het tijdvak 2030-2040 realiseren, kent het aantal inwoners en huishoudens een ander verloop ten opzichte van het scenario ‘Groei afremmen’.  Op basis van deze groei zal het inwonertal in 2025 reeds de 65.000 gepasseerd zijn en zullen we in 2030 reeds het aantal van 70.000 inwoners voorbij zijn om zo richting 2040 tot een gemeente met 80.000 inwoners te groeien.

31

 Het aantal huishoudens zou op basis van scenario ‘Groei voortzetten’ in het tijdvak 2021-2025 toenemen met circa 2.100 huishoudens en in de totale periode 2021-2040 met iets meer dan 7.500 huishoudens, ofwel gemiddeld bijna 400 huishoudens per jaar. Hiervoor wordt een bouwprogramma van bijna 7.900 woningen wenselijk geacht (ook t.b.v. frictieleegstand): gemiddeld 415 woningen per jaar. Figuur 2. Ontwikkeling aantal inwoners volgens 3 scenario’s Figuur 3. Ontwikkeling aantal huishoudens volgens 3 scenario’s

Bron: Primos en gemeente Barneveld

Bron: Primos en gemeente Barneveld

Wat zouden de mogelijke gevolgen van dit scenario kunnen zijn? 1. Op het gebied van wonen…  zal de bestaande bekende plancapaciteit kwantitatief tot 2040 onvoldoende zijn; er zal nog aanvullende plancapaciteit voor zo’n 2.000 woningen moeten bijkomen.  dragen we (ruim) voldoende bij om regionale woningtekorten in Foodvalley en Amersfoort tot 2040 terug te dringen;  is een heroriëntatie op de verdeling over de kernen te overwegen  zullen we moeten nadenken over en keuzes maken met betrekking tot de locaties van deze 2.000 woningen: een concentratie nabij (gewenste) OVhaltes?, een stevige inzet op inbreidingslocaties (waaronder mogelijk uitplaatsing van bedrijven uit centra), meer (middel)hoogbouw? Spreiding over alle kernen? Of in plaats van die keuzes toch concentratie in een of enkele grotere nieuwbouwlocatie (zoals Barneveld-Oost of Voorthuizen-West)?  kunnen we enigszins bijsturen in de demografische ontwikkeling van onze gemeente (bijvoorbeeld door aantrekken van gezinnen)  zal er afhankelijk van de keuze voor omvang van door de gemeenten in te zetten aanvullende woningbouwlocaties mogelijk minder ruimte voor nieuwe particuliere initiatieven (waaronder transformatie, functieverandering) zijn.

32

2. Op het gebied van werken..  betekent dit naar verwachting dat naast de geprogrammeerde uitbreidingen van bedrijventerrein Harselaar-Zuid fase 1b, Stroe en Voorthuizen er meer behoefte zal zijn aan extra bedrijventerrein. In ieder geval zal een deel van Harselaar-Zuid fase 2 in ontwikkeling moeten worden gebracht om te kunnen voorzien in de vraag naar bedrijventerrein  voltrekt de uitgifte van bedrijventerreinen zich in het geplande tempo  kan de Railterminal Barneveld/Foodvalley mogelijk worden ontwikkeld als voorziening voor het bestaande (regionale) bedrijfsleven en kan daarbij enige ruimte geboden worden voor de vestiging van extra aanverwante vormen van bedrijvigheid  worden de geprogrammeerde uitbreidingen benut om te kunnen voorzien in de lokale uitbreidings- en vervangingsvraag. Ook kan worden voorzien in een additionele vraag van bedrijventerrein vanuit de regio  komt er door het faciliteren van deze additionele vraag “vers bloed” in de Barneveldse economie, hetgeen naar verwachting positieve gevolgen zal hebben op innovatie van de lokale economie  is er fysieke ruimte voor de ontwikkeling van het Foodvalley concept, hetgeen positieve gevolgen kan hebben voor het lokale bedrijfsleven.

 zal de ontwikkeling van de werkgelegenheid zich naar verwachting stabiel ontwikkelen waarbij deze langer zal aanhouden dan in het eerste scenario door het faciliteren van de externe vraag en de aanwezige ruimte voor de ontwikkeling van het FV-concept  zal de afvlakking van de Barneveldse economie pas later plaatsvinden doordat de economie langer groeit  zijn er ook Gevaren/Uitdagingen: door de economische groei zullen er aanvullende maatregelen nodig zijn om te kunnen voorzien in passend en goed geschoold personeel. Initiatieven als BTO en Barneveld Tomorrow zullen moeten worden verbreed en verder geïntensiveerd  zal het aantal vierkante meters detailhandel naar verwachting onder druk (blijven) staan als gevolg van een verschuiving in koopgedrag naar internet aankopen. Concentratie van winkelgebieden zal naar verwachting nodig blijven om leegstand te voorkomen. 3. Op het gebied van recreëren..  is er een grotere opgave aan (dag)recreatieve voorzieningen, waaronder uitloopgebieden en routestructuren, met bijbehorende ontwikkeling van aantrekkelijk landschap. 4. Op het gebied van mobiliteit..

 is de vraag of we beschikken over voldoende bereikbaarheid bij optimale benutting bestaande infra en knooppunt-ontwikkeling  is mogelijk op verschillende plekken opwaardering nodig (Lunterseweg, Baron van Nagelstraat), waaronder wellicht een spooronderdoorgang ten behoeve van capaciteit/doorstroming (Nijkerkerweg)?  ligt de vraag nog voor of een intercitystop Barneveld-Noord rendabel kan zijn (vanwege aantal in- en uitstappers). En een kwartierdienst Valleilijn naar Ede?

33

 zal duidelijk moeten worden of dit scenario in de brede afweging van doelen voldoende onderbouwing en financiële grondslag geeft voor nut en noodzaak van een Oostelijke Rondweg en een mogelijke westelijke randweg.

5. Op het gebied van welzijn en voorzieningen..  lijkt er voldoende (financieel) draagvlak voor het behoud en eventuele meegroei met het inwonertal en in aansluiting op de bevolkingssamenstelling  is mogelijk een uitbreiding van sportvelden/-hallen nodig. 6. Op het gebied van het landelijk gebied..  is sprake van aanvullende ruimteclaims in het buitengebied, die tot extra druk op schaarse grond leidt, mede afhankelijk van de mate waarin voor in- of uitbreiding wordt gekozen  vergen de diverse ruimteclaims waarschijnlijk voorwaarden voor innovatief dubbelgebruik m.b.t. recreatie, energie en klimaat. 7. Op het gebied van energie en klimaat..  is er minder ruimte voor ontwikkeling duurzame energie op land  zal er groei van het energiegebruik zijn als gevolg van de toename van bedrijven en inwoners  zijn er grotere inspanningen nodig om te komen tot energieneutraliteit  is er meer ondernemerskracht die zich kan inzetten voor innovatie ten behoeve van circulaire economie  kan de ontwikkeling van Harselaar Zuid conflicteren met de komst van windturbines.

34

3 ONTWIKKELSCENARIO 3 ‘GROEI AANJAGEN’ Belangrijkste kenmerken  Het huidige bouwtempo (500 per jaar) wordt vanaf 2025 tot 2040 opgehoogd met gemiddeld ruim 660 nieuwe woningen per jaar;  We bouwen niet alleen voor eigen behoefte, maar nadrukkelijk ook voor (boven)regionale behoefte, waarmee we ruim (veel meer dan tot nu toe gevraagd) bijdragen aan de in ontwikkeling zijnde regionale verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley en Regio Amersfoort alsook ten behoeve van extra overloop uit de rest van Nederland

Aantal inwoners *) Aantal huishoudens Toename aantal huishoudens t.o.v. vorig tijdvak Woningbouwprogramma t.o.v. vorig tijdvak

2021 60.000 22.600

In het derde scenario, Ontwikkelscenario ‘Groei Aanjagen’, wordt het huidige groeitempo tot 2025 gehandhaafd, daarna significant verhoogd en tot 2040 gecontinueerd. Hierdoor bouwen we als gemeente niet alleen voor de eigen behoefte maar nadrukkelijk ook voor een (boven)regionale vraag. In dit scenario worden er tot 2040 zo’n 12.000 nieuwbouwwoningen toegevoegd (gemiddeld 630 per jaar).

2025 65.100 24.700 2.100 (525 per jaar) 2.000 500 per jaar

2030 73.950 28.000 3.300 (660 per jaar) 3.500 700 per jaar

2040 90.400 34.150 6.150 (615 per jaar) 6.500 650 per jaar

2021-2040 30.400 11.550

12.000 630 per jaar

*) afgerond op 50-tallen Toelichting  Wanneer we het bouwtempo vanaf 2025 continueren met gemiddeld ruim 660 woningtoevoegingen per jaar dan zal het aantal inwoners en huishoudens vanaf 2025 harder groeien en telt Barneveld in 2030 reeds bijna 74.000 inwoners en zo’n 28.000 huishoudens en in 2040 zal de gemeente ruimschoots de grens van 90.000 inwoners bereiken en ruim 34.100 huishoudens tellen;  In ontwikkelscenario ‘Groei aanjagen’ gaat het als gevolg van een groter woningbouwprogramma (circa 12.000 woningen, ofwel gemiddeld 630 woningen per jaar) om een uitbreiding met zo’n 11.200 huishoudens. Dat zijn ongeveer 4.000 woningen meer dan in scenario 2 ‘Groei Voortzetten’ en ruim 8.000 woningen meer dan het scenario ‘Groei afremmen’. Wat zouden de mogelijke gevolgen van dit scenario kunnen zijn? 1. Op het gebied van wonen..

35

 dragen we bovenmatig bij aan de lokale en regionale woningbehoefte  hebben we een behoorlijke aanvullende plancapaciteit ten opzichte van de nu aanwezige plancapaciteit nodig voor ongeveer 6.000 woningen (dat vraagt om keuzes over verdeling over de 9 kernen en inbreiding/uitbreiding)  zullen we aandacht moeten hebben voor ‘overaanbod’ en behoud van vastgoedwaarden  zullen we extra attent moeten zijn op de mogelijkheden van inbreiding/functieverandering en stapeling  zullen we wellicht weer actieve grondpolitiek moeten bedrijven ten behoeve van uitbreidingswijken  versterken we met extra woningbouw de vitaliteit van kernen, maar is ook de vraag aan de orde wat dit betekent voor behoud en versterking van de identiteit  zijn, naast inbreiding en verdeling over kernen, ook grotere woningbouwontwikkelingen, zoals een oostelijke uitbreiding van Barneveld en VoorthuizenWest nodig  vragen trends om een keuze om wellicht sterker in te zetten op de ontwikkeling bij OV-knooppunten  zullen we aandacht moeten hebben voor locaties woningbouw versus (economisch belang) landbouw, natuur, recreatie en duurzaamheid en klimaatadaptatie  zal er aandacht moeten zijn voor de benodigde capaciteit in de ambtelijke organisatie. 2. Op het gebied van werken..

 betekent dit naar verwachting dat naast de geprogrammeerde uitbreidingen van bedrijventerrein Harselaar-Zuid fase 1b, Stroe en Voorthuizen er behoefte zal zijn aan extra bedrijventerrein. In ieder geval zal een deel van Harselaar-Zuid fase 2 in ontwikkeling moeten worden gebracht om te kunnen voorzien in de vraag naar bedrijventerrein. Afhankelijk van het groeitempo zullen er aanvullende terreinen moeten worden ontwikkeld om te kunnen voorzien in de vraag naar bedrijventerrein  voltrekt de uitgifte van bedrijventerreinen zich in een hoger tempo  kan de Railterminal Barneveld/Foodvalley mogelijk worden ontwikkeld als voorziening voor het bestaande (boven) regionale bedrijfsleven en kan daarbij ruimte worden geboden voor de vestiging van extra aanverwante vormen van bedrijvigheid  worden de geprogrammeerde uitbreidingen benut om te kunnen voorzien in de lokale uitbreidings- en vervangingsvraag. Ook zal moeten worden voorzien in een additionele vraag van bedrijventerrein vanuit de regio  komt er door het faciliteren van deze additionele vraag naar verwachting “vers bloed” in de Barneveldse economie, hetgeen positieve gevolgen kan hebben op innovatie van de lokale economie  is er fysieke ruimte voor de ontwikkeling van het Foodvalley concept, hetgeen positieve gevolgen kan hebben voor het lokale bedrijfsleven.

 ontstaan er mogelijkheden voor Barneveld om beter zich te profileren binnen het Foodvalley-concept op het gebied van agrofood en feed en logistiek.  zal de ontwikkeling van de werkgelegenheid zich naar verwachting nóg positiever ontwikkelen waarbij deze langer zal aanhouden dan in het tweede scenario door het faciliteren van de externe vraag en de aanwezige ruimte voor de ontwikkeling van het FV-concept  zal de afvlakking van de Barneveldse economie pas later plaatsvinden omdat de economie langer groeit  zal het aantal vierkante meters detailhandel ook bij dit scenario naar verwachting onder druk komen te staan als gevolg van een verschuiving in koopgedrag naar internet aankopen. Concentratie van winkelgebieden zal minder noodzakelijk zijn als gevolg van de toenemende groei van de bevolking.

36

3. Op het gebied van recreëren..  zullen flinke uitbreidingen van (dag)recreatieve voorzieningen wenselijk zijn  Ligt er een forse opgave voor uitloopgebieden en routestructuren, met bijbehorende ontwikkeling van aantrekkelijk landschap. 4. Op het gebied van mobiliteit..  ligt het niet voor de hand dat de bereikbaarheid nog voldoende wordt gegarandeerd door het optimaler benutten van bestaande infra en knooppuntontwikkeling  is zeer waarschijnlijk opwaardering bestaande infra nodig (belangrijke ontsluitingsroutes), waaronder mogelijk een spooronderdoorgang ten behoeve van capaciteit/doorstroming?  is er afhankelijk van locatiekeuzes mogelijk een steviger kans voor intercitystop Barneveld-Noord en kwartiersdienst Valleilijn naar Ede  lijkt dit scenario vanuit mobiliteitsnoodzaak en andere doelen onderbouwing te kunnen geven (ook financieel) voor (een) rondweg(en), mede afhankelijk van locatiekeuzes. 5. Op het gebied van welzijn en voorzieningen..  zal er voldoende (financieel) draagvlak zijn voor het behoud en meegroeien met het inwonertal en in aansluiting op de bevolkingssamenstelling  zijn er kansen voor aanvullende voorzieningen (in de kernen)  ligt voor de hand dat uitbreiding van sportvelden/-hallen nodig is. 6.

Op het gebied van het landelijk gebied  zijn er forse aanvullende ruimteclaims in het buitengebied, die naar verwachting tot grote extra druk op schaarse grond leidt, mede omdat deze groei ook uitbreidingslocaties zal vergen. Dit vergt waarschijnlijk een grondige uitwerking van een afweging van ruimteclaims tussen verstedelijking en recreatie en het economisch en landschappelijk belang van landbouw  lijkt het noodzakelijk dat stevig wordt ingezet op (voorwaarden voor) innovatief dubbelgebruik m.b.t. recreatie, energie en klimaat.  ontstaan er wellicht wel mogelijkheden om via verevening (uit de exploitaties) ruimtelijke opgaven mede te financieren (natuur & landschap, water, CO2opslag, routestructuren). 7. Op het gebied van energie en klimaat..  zal er nog minder ruimte voor ontwikkeling duurzame energie op land resteren  is er een sterke groei van het energiegebruik als gevolg van de toename van bedrijven en inwoners  zijn er bijna dubbele inspanningen nodig om te komen tot energieneutraliteit ten opzichte van scenario 1  is er meer ondernemerskracht die zich kan inzetten voor innovatie ten behoeve van circulaire economie  kan de ontwikkeling Harselaar Zuid conflicteren met komst windturbines.

37

HOOFDSTUK 6 – KOERSBEPALING MET EFFECTBESCHRIJVING In dit hoofdstuk worden de hiervoor beschreven 3 ontwikkelscenario’s beschreven aan de hand van 9 onderwerpen: 1. De mate van het faciliteiten van groei van het inwonertal en benodigde aantal woningen tot 2040 2. Het benutten/optimaliseren van bestaande infrastructuur en eventuele extra benodigde infrastructuur 3. Stimuleren gebruik openbaar vervoer 4. Verbetering en uitbreiding van langzaam verkeer netwerk ten behoeve van gezondere levensstijl, meer vrije tijdsbesteding en veranderende mobiliteitsvraag 5. Werken aan vitale en toekomstbestendige kernen. 6. Behoud en versterken van centrumgebieden Voorthuizen en Barneveld. 7. Behouden van groene buffers tussen de kernen, ter versterking van de identiteit van de kernen. 8. De transitie naar duurzame Landbouw met een sterke agrisector en Klimaatdoelen realiseren. 9. Afronding bedrijventerreinen Harselaar , Nijkerkerweg-West en kleinschalige ontwikkelingen Stroe en Kootwijkerbroek. Deze onderwerpen hebben per scenario op onderdelen een andere uitwerking en grijpen soms op elkaar in. Het is daarmee risicovol om volgens een cafetariamodel willekeurig uit onderdelen van de verschillende scenario’s te kiezen.

Groei inwonertal en woningen

Ontwikkelscenario 1: Groei afremmen 1. We faciliteren de groei in gemeente Barneveld voor eigen behoefte. We kiezen voor een groeitempo dat resulteert in ruim 69.300 inwoners in 2040. Hiervoor realiseren we tot 2040 gemiddeld 200 woningen per jaar (totaal circa 3.900 woningen).

Ontwikkelscenario 2: Groei voortzetten

Hiermee:  groeien we door naar een inwonertal richting 70.000 inwoners in 2040 (circa 62.600 in 2025 en circa 65.600 inwoners in 2030);  komen we deels tegemoet aan de lokale behoefte maar niet aan de regionale behoefte en dragen we derhalve in mindere

Hiermee  groeien we door naar een inwonertal richting 80.000 inwoners in 2040 (circa 65.000 in 2025 en circa 70.200 inwoners in 2030);  komen we ruim tegemoet aan de lokale en regionale behoefte en voldoen we aan de

1. We faciliteren de groei in gemeente Barneveld. We kiezen voor een groeitempo dat resulteert in 80.000 inwoners in 2040. Hiervoor realiseren we: 500 woningen per jaar tot 2025 en daarna tempo van gemiddeld 400 per jaar tot 2040: totaal circa 7.900 woningen.

Ontwikkelscenario 3: Groei aanjagen 1. We faciliteren de groei in gemeente Barneveld. We kiezen voor een STERK groeitempo dat resulteert in 90.000 inwoners in 2040. Hiervoor realiseren we gemiddeld 630 woningen per jaar tot 2040: totaal circa 12.000 woningen. We krijgen stadse trekken. Hiermee  groeien we door naar een inwonertal richting 90.000 inwoners in 2040 (ruim 65.000 in 2025 en circa 74.000 inwoners in 2030);  komen we bovengemiddeld tegemoet aan de lokale en regionale behoefte en dragen we veel meer dan gevraagd bij aan de

38

mate bij aan de opgaven in de regio Amersfoort en Foodvalley;

Infrastructuur

gevraagde opgaven in de regio Amersfoort en Foodvalley;

 benutten we de bestaande plancapaciteit (voor circa 6.000 woningen) niet volledig en zullen we afscheid moeten nemen van een aantal plannen;

 benutten we de bestaande plancapaciteit (voor circa 6.000 woningen) en is er aanvullend nog ruimte voor circa 2.000 woningen nodig;

 zullen we ons bouwtempo moeten gaan temperen;  hiermee is er geen ruimte om een aantal kernen verder te vitaliseren en gebieden af te ronden, en zullen bestaande, bekende capaciteiten moeten worden herverdeeld;  zijn geen grotere uitleglocaties meer aan de orde, hetgeen gunstig is voor overige ruimteclaims (zoals landbouw, natuur).

 blijven we het huidige bouwtempo vasthouden;  hiermee is er nog ruimte om een aantal kernen verder te vitaliseren en gebieden af te ronden, zonder bestaande, bekende capaciteiten te moeten herverdelen;  zijn geen grotere uitleglocaties (> 1.000 woningen) nodig, hetgeen gunstig is voor overige ruimteclaims (zoals landbouw, natuur).

2. Benutten/optimaliseren bestaande capaciteit wegen infrastructuur.

2. Benutten/optimaliseren bestaande capaciteit wegen infrastructuur.

Door:  herverdeling van woningbouw- en werkgelegenheidslocatie kan worden overwogen om zo locaties te benutten waar de infrastructuur nog niet overbelast is;  hierdoor op aanleg van nieuwe infrastructuur te besparen en deze middelen in te zetten voor optimalisering van het bestaande netwerk.  voor een rondweg Oost (en West) komt de noodzaak en haalbaarheid onder druk te staan.

Door:  realisatie van de reeds bekende woon- en werklocaties  woningbouw en werkgelegenheid aanvullend toe te voegen op die plekken waar de infrastructuur nog niet overbelast is;  optimalisering van het bestaande netwerk is de basis, waar het aantoonbaar nodig/wenselijk is eventueel aanvullen met nieuwe infrastructuur.

opgaven in de regio Amersfoort en Foodvalley alsook voor andere regio’s in Nederland;  benutten we de bestaande plancapaciteit (voor circa 6.000 woningen), raken we versneld door onze grondposities heen en is er aanvullend nog plancapaciteit nodig voor bijna 6.000 woningen (!)  zullen we het huidige bouwtempo moeten ophogen;  hiermee is er nog ruimte om een aantal kernen verder te vitaliseren en gebieden af te ronden, zonder bestaande, bekende capaciteiten te moeten herverdelen;  zijn er wellicht grotere uitleglocaties (> 1.000 woningen) nodig, hetgeen ongunstig is voor overige ruimteclaims (zoals landbouw, natuur). 2. Benutten/optimaliseren bestaande capaciteit wegen infrastructuur alsook nieuwe infrastructuur. Door:  realisatie van de reeds bekende woon- en werklocaties  woningbouw en werkgelegenheid toe te voegen op die plekken waar de infrastructuur nog niet overbelast is;  nieuwe infrastructuur lijkt nodig om de nieuwe (grotere) locaties te ontsluiten;  hierdoor zullen extra financiële middelen moeten worden gereserveerd om de bestaande infrastructuur te verbeteren en de

39

Openbaar Vervoer

Langzaam verkeer netwerk

 hiermee in te spelen op een veranderende mobiliteitsvraag en demografische ontwikkelingen.

 hiermee in te spelen op een veranderende mobiliteitsvraag en demografische ontwikkelingen.

aanleg van nieuwe infrastructuur te bekostigen;  extra aansluiting A1 nodig/gewenst?

3. Stimuleren gebruik openbaar vervoer

3. Stimuleren gebruik openbaar vervoer

3. Stimuleren gebruik openbaar vervoer

Door:  woningbouwontwikkelingen in de nabijheid van het OV-netwerk. Dit wordt lastig vanwege de al geplande grotere locaties en het ontbreken van de noodzaak van nieuwe locaties.  Waarschijnlijk geen basis voor uitplaatsing bedrijven nabij OV.

Door:  (aanvullende) woningbouwontwikkelingen in de nabijheid van het OV-netwerk te leggen en bestaande stations knooppunten (Barneveld-Noord, Barneveld-Centrum, Barneveld-Zuid) beter te benutten (denk aan Bloemendal II, Veller Oost en herontwikkeling stationsgebied centrum Barneveld (met wonen, werken, leisure), alsook mogelijke transformatie van bedrijventerrein De Valk).

Door:  (aanvullende) woningbouwontwikkelingen in de nabijheid van het OV-netwerk te leggen en bestaande stations knooppunten (Barneveld-Noord, Barneveld-Centrum, Barneveld-Zuid) beter te benutten (denk aan Bloemendal II, Veller Oost en herontwikkeling stationsgebied centrum Barneveld (met wonen, werken, leisure), alsook mogelijke transformatie bedrijventerrein De Valk).  Te overwegen in te zetten op een forse groei van Stroe t.b.v. een OV-halte.

4. Verbetering en uitbreiding van langzaam verkeer netwerk ten behoeve van gezondere levensstijl, meer vrije tijdsbesteding en veranderende mobiliteitsvraag.

4. Verbetering en uitbreiding van langzaam verkeer netwerk ten behoeve van gezondere levensstijl, meer vrije tijdsbesteding en veranderende mobiliteitsvraag.

4. Verbetering en uitbreiding van langzaam verkeer netwerk ten behoeve van gezondere levensstijl, meer vrije tijdsbesteding en veranderende mobiliteitsvraag.

Door:  meer fietsverbindingen tussen de kernen, waaronder ook snelle fietsverbindingen. Maar de financiering hiervan komt onder druk te staan  wandelpaden binnen de kernen en tussen de kernen.

Door:  meer fietsverbindingen tussen de kernen, waaronder ook snelle fietsverbindingen.  wandelpaden binnen de kernen en tussen de kernen.

Door:  meer fietsverbindingen tussen de kernen, waaronder ook snelle fietsverbindingen.  door toename infrastructuur extra aanpassingen nodig (zoals fietstunnel)  wandelpaden binnen de kernen en tussen de kernen.

40

Toekomstbestendige kernen

Centrumgebieden

5. Werken aan vitale en toekomstbestendige kernen. Door:  kernen als Zwartebroek/Terschuur, Kootwijkerbroek, Garderen, Stroe (en wellicht De Glind) nog te laten groeien, zodat basisvoorzieningen als supermarkt en basisonderwijs kunnen (blijven) bestaan. Door de beperkte woningbouw en reeds bekende grotere locaties, wordt dit lastig realiseerbaar.  kernen en wijken in zichzelf te verduurzamen en levensloopbestendig te maken, door inbreiding, toevoeging van functies (soms met middelhoogbouw (4/5/6 bouwlagen)) en mogelijkheden voor sport & spel: ook deze ambitie wordt in dit scenario moeilijk gemaakt.  te blijven letten op het behoud van eigen identiteit.

5. Werken aan vitale en toekomstbestendige kernen. Door:  kernen als Zwartebroek/Terschuur, Kootwijkerbroek, Garderen, Stroe (en wellicht De Glind) nog te laten groeien, zodat basisvoorzieningen als supermarkt en basisonderwijs kunnen (blijven) bestaan;

5. Werken aan vitale en toekomstbestendige kernen. Door:  kernen als Zwartebroek/Terschuur, Kootwijkerbroek, Garderen, Stroe (en wellicht De Glind) nog te laten groeien, zodat basisvoorzieningen als supermarkt en basisonderwijs kunnen (blijven) bestaan;

 kernen en wijken in zichzelf te verduurzamen en levensloopbestendig te maken, door inbreiding, toevoeging van functies (soms met middelhoogbouw (4/5/6 bouwlagen)) en mogelijkheden voor sport & spel;

 kernen en wijken in zichzelf te verduurzamen en levensloopbestendig te maken, door inbreiding, toevoeging van functies (soms met middelhoogbouw (4/5/6 bouwlagen)) en mogelijkheden voor sport & spel;

 te blijven letten op het behoud van eigen identiteit (geen stedelijke(r) hoogbouw, geen groei naar anonimiteit in grootste dorpen).

6. Behoud en versterken van centrumgebieden Voorthuizen en Barneveld. Door:  er zullen geen satellietcentra gerealiseerd worden;  draagvlak voorzieningen komt onder druk te staan;  passende functies in het centrum van beide kernen te leggen (winkels, horeca, culturele

6. Behoud en versterken van centrumgebieden Voorthuizen en Barneveld. Door:  geen satellietcentra te realiseren;

 te blijven letten op het behoud van eigen identiteit, wat mogelijk wel onder druk komt te staan voor met name Barnveld en Voorthuizen (uitwerking nodig van wat die identiteit, per dorp, is). 6. Behoud en versterken van centrumgebieden Voorthuizen en Barneveld. Door:  komst van een extra satellietcentrum (in Barneveld) ligt voor de hand;  dit heeft gevolgen voor de bestaande centra: herformulering van programma’s en functies ligt in de rede.

 passende functies in het centrum van beide kernen te leggen: winkels, horeca, culturele

41

Groene buffers

voorzieningen en wonen boven voorzieningen) wordt in dit scenario lastig. 7. Behouden van groene buffers tussen de kernen, ter versterking van de identiteit van de kernen.

voorzieningen en wonen boven voorzieningen. 7. Behouden van groene buffers tussen de kernen, ter versterking van de identiteit van de kernen.

Door:  te kiezen voor genoemde woningbouwontwikkelingen en geen nieuwe grotere uitleglocaties;

Door:  te kiezen voor extra inbreidingsfunctieveranderings- en stationslocaties en een zekere woningbouw in de kleinere kernen en te kiezen voor geplande, voorziene woningbouwontwikkelingen;  bewaken van groene buffers Esvelderbeekzone en tussen A1 en Voorthuizen;  in te zetten op versterking natuur en duurzame landbouw alsook aantrekkelijke fiets- en wandelroutes;  hiermee mogelijkheden te creëren voor klimaatadaptieve maatregelen.

Door:  grootschalige ontwikkeling aan bijvoorbeeld de oostzijde van Barneveld en ten westen van Voorthuizen, staat dit enigszins onder druk;

8. De transitie naar duurzame Landbouw met een sterke Agrisector en Klimaatdoelen realiseren.

8. De transitie naar duurzame Landbouw met een sterke Agrisector en Klimaatdoelen realiseren

8. De transitie naar duurzame Landbouw met een sterke Agrisector en Klimaatdoelen realiseren aan elkaar te koppelen.

Door:  geen grote aanvullende claims voor woningbouw in het buitengebied neer te leggen, zodat er ruimte is voor extensivering en kringloopgewassen.

Door:  gematigde aanvullende claims voor woningbouw en recreatie in het buitengebied waarmee de noodzaak van dubbelgebruik wordt vergroot, zodat er ruimte blijft voor extensivering en kringloopgewassen.

Door:  Wordt lastiger vanwege grote aanvullende claims voor woningbouw, bedrijven, infrastructuur, recreatie en klimaatdoelen in het buitengebied.  Door de areaal-afname neemt de druk op innovatief dubbelgebruik fors toe.

 bewaken van groene buffers als Esvelderbeekzone en tussen A1 en Voorthuizen;  in te zetten op versterking natuur en duurzame landbouw alsook aantrekkelijke fiets- en wandelroutes;  hiermee mogelijkheden te creëren voor klimaatadaptieve maatregelen.

Landbouw & Klimaatdoelen

7. Behouden van groene buffers tussen de kernen, ter versterking van de identiteit van de kernen.

 bewaken van groene buffers als Esvelderbeekzone en tussen A1 en Voorthuizen;  in te zetten op versterking natuur en duurzame landbouw alsook aantrekkelijke fiets- en wandelroutes;  hiermee mogelijkheden te creëren voor klimaatadaptieve maatregelen.

42

Bedrijventerreinen

 op een innovatieve manier agrarische gronden via dubbelgebruik ook in te zetten voor klimaatdoelen.

 op een innovatieve manier agrarische gronden via dubbelgebruik ook in te zetten voor klimaatdoelen en recreatie.  Biedt mogelijk enige kansen voor dubbelgebruik als verdienmodel voor boeren door het belonen van maatschappelijke diensten (recreatie, landschap, klimaat) vanuit verevening uit de exploitatie van uitbreidingslocaties.

9. Afronding bedrijventerreinen Harselaar , Nijkerkerweg-West en kleinschalige ontwikkelingen Stroe en Kootwijkerbroek.

9. Afronding bedrijventerreinen Harselaar , Nijkerkerweg-West en kleinschalige ontwikkelingen Stroe en Kootwijkerbroek.

Hiermee  bij te dragen aan een lokale/regionale behoefte;

Hiermee  bij te dragen aan een regionale behoefte;

 trends als werken aan huis, robotisering, intensivering bestaande terreinen alsook verandering in sectoren (zoals meer werk in de zorg) ter afweging mee te nemen in nieuwe ontwikkelingen.  in dit scenario lijkt volledige benutting minder nodig Organisatorisch Nader uit te werken Financieel Nader uit te werken

Mogelijk (beperkte) krimp ambtelijk apparaat Terugloop inkomsten uit woningbouw en bedrijventerreinen

 trends als werken aan huis, robotisering, intensivering bestaande terreinen alsook verandering in sectoren (zoals meer werk in de zorg) ter afweging mee te nemen in nieuwe ontwikkelingen.

Instandhouding huidige omvang ambtelijk apparaat Huidig niveau inkomsten uit woningbouw en bedrijventerreinen

 Biedt nieuwe kansen voor dubbelgebruik als verdienmodel voor boeren door het belonen van maatschappelijke diensten (recreatie, landschap, klimaat) vanuit verevening uit de exploitatie van uitbreidingslocaties

9. Afronding bedrijventerreinen Harselaar (nog ruim 60 hectare) , Nijkerkerweg-West, Voorthuizen en kleinschalige ontwikkelingen Stroe en Kootwijkerbroek. Hiermee  bij te dragen aan een (boven)regionale behoefte;  komst Railterminal lijkt in dit scenario meer logisch met bijbehorende mobiliteit  trends als werken aan huis, robotisering, intensivering bestaande terreinen alsook verandering in sectoren (zoals meer werk in de zorg) ter afweging mee te nemen in nieuwe ontwikkelingen.  aanvullende terreinen (en infra) nodig, indien Railterminal er komt?

Uitbreiding ambtelijk apparaat Extra grondaankoop Meer inkomsten uit woningbouw en bedrijventerreinen maar ook extra kosten voor aanleg infrastructuur en extra voorzieningen

43

44

Deel C Samenvatting van de raadsinformatiebijeenkomst van 9 maart 2021 ‘Kiezen voor de kracht van de kernen’

45

Inleiding Op dinsdag 9 maart jl. spraken college en raad over de toekomstige ontwikkeling van Barneveld. Dat gebeurde aan de hand van de Hoofdlijnennotitie Ontwikkelscenario’s Gemeente Barneveld en een aantal stellingen en keuzes. Hieronder wordt de raadsbijeenkomst samengevat en wordt een eerste doorkijkje gegeven van wat dit zou kunnen betekenen voor de toekomstige ontwikkeling van Barneveld. Ontwikkelscenario’s De Hoofdlijnennotitie Ontwikkelscenario’s Gemeente Barneveld verkende een drietal scenario’s: 1. Afremmen 2. Voortzetten 3. Aanjagen Wat hebben we opgehaald? Tijdens de raadsbijeenkomst werd, aan de hand van stellingen en keuzes, gesproken over de verschillende ontwikkelscenario’s.

Hoewel het hier om een globale verkenning van scenario’s ging, hebben we tijdens de raadsbijeenkomst de volgende signalen opgehaald: Over de groei van Barneveld  We zijn ons (zeer) bewust dat we, al was het maar vanwege onze unieke ligging midden in Nederland, de komende jaren zullen blijven groeien;  We vinden de groei van de gemeente Barneveld geen bedreiging, maar een kans om onze positie in Nederland, maar ook in Regio Foodvalley en Regio Amersfoort te verstevigen;  We willen een stevige partner voor de beide regio’s zijn;  We vinden het wel belangrijk dat we regie (kunnen) houden op hoe die groei zich ontwikkelt, zoals over de vraag wáár die groei plaatsvindt en wat dit betekent voor de ontwikkeling van de kernen.

Over de kracht van de kernen  We willen (ook met het oog op het kernen- en dorpenbeleid) investeren in de kracht van onze kernen (door middel van woningbouw, bereikbaarheid, voorzieningen, sociale cohesie, etc.);  We behouden en versterken de leefbaarheid (en de identiteit) van dorpen;  We vinden de ontwikkeling van de dorpen Barneveld en Voorthuizen nog steeds belangrijk (ook al moeten we voorkomen dat beide dorpen aan elkaar smelten);  We zetten tegelijkertijd in op de groei van andere kernen – waarbij we de groeimogelijkheden mede laten afhangen van verschillende randvoorwaarden, waaronder bereikbaarheid;  We koesteren de nabijheid van een beleefbaar landschap.

46

Over het belang van het buitengebied  We hebben oog voor de waarde van het landelijk gebied (als plek waar boeren kunnen boeren en waar toeristen kunnen genieten van de schoonheid van Veluwe en Vallei);  We hebben oog voor een goede balans tussen (het ruimtebeslag van en voor) woningbouw, landbouw, klimaat en energie en natuur;  We zoeken naar manieren om het dubbelgebruik van het landelijk gebied te ontwikkelen (en (daarmee) het verdienmodel van agrariërs te ondersteunen. Barneveld, 12 maart 2021 Mimi Stevens, Arjan Bossenbroek, Bertil Rebel

47

Deel D Discussienotitie Barneveld 2040

48

Aanleiding en doel van de discussiebijeenkomst 29 april 2021 Wat is er gebeurd? Op 9 maart jl. werd, onder leiding van de heer Co Verdaas, een drietal ontwikkelscenario’s besproken, aan de hand van de door het College aangeboden Hoofdlijnennotitie. Vervolgens zou dit nogmaals gebeuren op 8 april, maar dan in commissieverband. Tijdens deze vergadering van de commissie Grondgebied bleek dat de gemeenteraad graag méér tijd wil besteden aan het behandelen van de Hoofdlijnennotitie Ontwikkelscenario’s Gemeente Barneveld. Over deze discussienotitie De gemeenteraad heeft daarom het initiatief genomen om op 29 april een discussiebijeenkomst te houden om hierover door te praten. De voorliggende discussienotitie geeft aanvullende basiscijfers en informatie over de scenario’s. Het is een ambtelijke notitie ter ondersteuning van de brainstormdiscussie. Deze Discussienotitie Barneveld 2040 voedt de gemeenteraad om op 29 april 2021 stil te staan bij het gewenste ontwikkelperspectief van en voor de gemeente Barneveld. De thema’s wonen, werken en mobiliteit komen vanwege de importantie hier met name aan de orde. Belangrijke inhoudelijke onderleggers vormen de Hoofdlijnennotitie en de samenvattende memo ‘De kracht van de kernen’ naar aanleiding van 9 maart.

Status en doel van deze notitie en de discussie Deze notitie, in samenhang met de Hoofdlijnennotitie Ontwikkelscenario’s Gemeente Barneveld en de samenvattende memo, legt op dit moment geen concrete keuzes voor aan de raad. Het biedt informatie voor een raadsdiscussie. Er worden op 29 april geen keuzes gemaakt. Het doel is wel dat de discussie op 29 april raad en college helpt om (voor de zomer 2021) een keuze te maken voor een voorkeursscenario. Idealiter zou uit de discussie kunnen worden gedestilleerd wat wenselijke hoofdlijnen zijn: hoe wordt gedacht over de verschillende scenario’s en met welke belangrijke aandachtspunten. De uitwerking van die hoofdlijnen vindt plaats in het proces van de Omgevingsvisie. In dat traject wordt volop voorzien in participatie met de samenleving en kan van daaruit ook bijstelling plaatsvinden. Inleiding De gemeente Barneveld is de afgelopen decennia gegroeid naar ruim 60.000 inwoners in 2021. Het is belangrijk na te denken over de toekomstige ontwikkeling van onze gemeente. We deden dat eerder – bijvoorbeeld in het kader van het opstellen van de Strategische Visie Barneveld 2030 ‘Over Morgen en Meedoen’. De gemeenteraad stelde de Strategische Visie Barneveld 2030 in 2016 vast. De groei van de gemeente Barneveld – zowel op het gebied van wonen als op het terrein van werken – zette de afgelopen jaren door.

Van 52.500 inwoners in 2010 naar 60.000 inwoners in 2020. Het aantal arbeidsplaatsen groeide in genoemde periode met 3.000 plaatsen naar 34.500, terwijl de Barneveldse beroepsbevolking op dat moment 32.000 bedroeg. Er is dus sprake van een inkomende pendel. Het is goed om na te denken over de vraag óf de gemeente Barneveld moet blijven groeien en – zo ja: hoe omvangrijk die groei moet zijn en hoe die groei moet worden gefaciliteerd. Wat voor soort gemeente willen we zijn/blijven? Welke woningbouwplannen zijn bekend? Bouwen we alleen in Barneveld en

49

Voorthuizen of spreiden we deze groei over meer (of alle) kernen? Welke toekomstige bedrijventerreinen kunnen worden ontwikkeld? Wat betekent dit voor de bereikbaarheid van de gemeente Barneveld en haar dorpen? En wat betekent dit alles voor onze organisatie? Het is ook om een ándere reden belangrijk om keuzes voor de toekomst te maken. Barneveld is geen eiland. We zijn een belangrijke speler in Regio Foodvalley en we doen nadrukkelijk mee in Regio Amersfoort. Vanuit deze regio’s komen belangrijke ontwikkelingen op ons af. Denk aan de Verstedelijkingsstrategie Arnhem/Nijmegen/Foodvalley (100.000 extra woningen waarvan 40.000 woningen in Regio Foodvalley moeten ‘landen’) en het Ontwikkelbeeld Amersfoort met een woningbouwopgave van 36.000 woningen tot 2040. Wie niet nadenkt over zijn eigen toekomst, kan bezwaarlijk reflecteren en reageren op ruimtelijke ontwikkelingen die op je af komen. Het gevaar is zelfs dat je wordt overruled en dat je de regie op je eigen ontwikkeling verliest. De gemeenteraad vroeg daarom (terecht) om een (zij het snelle) duiding van mogelijke groeiscenario’s die na een bespreking ervan zouden leiden tot een ontwikkelrichting die (door de gemeenteraad vastgesteld) de opmaat vormt voor de later dit jaar op te stellen Omgevingsvisie Barneveld. DEEL 1. ONTWIKKELSCENARIO’S GEMEENTE BARNEVELD 2020-2040 A.

Foto 2021: kerncijfers woningen en werkgelegenheid - De gemeente Barneveld telt momenteel negen kernen en ruim 60.000 inwoners (1 januari 2021). - De gemeente Barneveld telt bijna 22.800 woningen. - Bijna 80% van de woningvoorraad staat in de kernen Barneveld en Voorthuizen. - Afgelopen 10 jaar zijn gemiddeld zo’n 415 woningen per jaar aan de woningvoorraad toegevoegd (ofwel 4.150 in 10 jaar). - De spreiding over de kernen maakt duidelijk dat deze nieuwbouw relatief meer in de kern Barneveld terecht is gekomen en ook wat meer in het dorp Kootwijkerbroek. - De genoemde aantallen zijn inclusief de aantallen in het buitengebied bij de betreffende kernen. Tabel 1: Verdeling inwoners en woningvoorraad over de verschillende kernen van Barneveld

50

Gemiddelde uitbreiding woningvoorraad Inwonertal Woningvoorraad Woningvoorraad per jaar 2010- Uitbreiding 2010Kern 2020 2020 relatief 2020 2020 % Barneveld 34.795 13.565 60% 260 63% Voorthuizen 10.925 4.484 20% 73 18% Kootwijkerbroek 5.635 1.796 8% 41 10% Garderen 2.130 877 4% 12 3% Stroe 1.650 589 3% 9 2% Zwartebroek 1.420 542 2% 10 2% Terschuur 1.520 547 2% 3 1% De Glind 610 203 1% 4 1% Kootwijk 265 127 1% 2 0,4% Buitengebied Achterveld 145 54 0% 1 0,2% Totaal 59.095 22.784 100% 415 100%

Bron: Gemeente Barneveld

Naast wonen, wordt er in Barneveld ook gewerkt: - Een beroepsbevolking van 32.000 personen - Werkgelegenheid in de vorm van 34.550 arbeidsplaatsen en 6.300 vestigingen. - Ruim 13% van de banen in de vorm van zzp-ers (landelijk 11,5%) - Relatief lage werkloosheid. - Behalve werkgelegenheid in de industrie en handel, vooral ook werk in de dienstverlening (zakelijk en collectief). Figuur 1 Banen naar sector, Barneveld versus Nederland, 2019 (%)

51

Bron: LISA

B. Ontwikkelscenario’s tot 2040 De Hoofdlijnennotitie Ontwikkelscenario’s Gemeente Barneveld schetst drie groeiscenario’s:  Een groei van afgerond 4.000 woningen;  Een groei van afgerond 8.000 woningen;  Een groei van afgerond 12.000 woningen. Het eerste scenario zou in feite een afremming van de groei betekenen met gemiddeld 200 woningen per jaar uitbreiding tot 2040.

Plancapaciteit van 6.000 woningen De afgelopen jaren zijn al verschillende locaties door de gemeente en/of marktpartijen verworven en bestaat er dus al een beeld waar de komende jaren wordt gebouwd. Denk bijvoorbeeld aan de woonwijk Bloemendal, De Burgt, Voorthuizen-Zuid, Oostbroek en dergelijke. Bij elkaar opgeteld, is voor circa 6.000 woningen aan zachte en harde plancapaciteit in de verschillende kernen bekend5. Eigenlijk staat daarmee een deel van de ontwikkelrichting van de gemeente Barneveld al vast. Daarmee voorzien de huidige plannen al in meer dan gemiddeld in het scenario met 4.000 Met ‘harde plancapaciteit’ bedoelen we díe ruimtelijke ontwikkelingen waarvoor bestemmingsplanprocedures zijn gelopen en/of waarvoor al contracten zijn gesloten. Met ‘zachte plancapaciteit’ bedoelen we plannen waarvan in de rede ligt dat die worden ontwikkeld (neem als voorbeeld de vervolgontwikkeling van Bloemendal: voor de eerste fase(n) is een bestemmingsplan vastgesteld, maar het ligt in de rede dat het resterende deel (van de in totaal 1550 woningen ook wordt ontwikkeld). 5

52

woningen en is het verder verkennen van aanvullende woningbouwlocaties voor dat scenario niet noodzakelijk. Daarom hebben we hierna vooral de twee scenario’s met 8.000 en 12.000 woningen verder uitgewerkt. Conclusie van het gesprek met Co Verdaas Op 9 maart jl. bleek dat er onder de deelnemende raadsleden veel steun bestond voor de gedachte om de groeimogelijkheden van de overige (zeven) kernen te benutten om zodoende:  de vitaliteit van deze kernen te vergroten,  aanwezige voorzieningen (zoals onderwijs, dorpshuis, sportvoorzieningen, huisarts en supermarkt) te verstevigen en  de aanwezige infrastructuur (bereikbaarheid) van deze kernen beter te benutten. Zonder daarbij de eigen identiteit te willen verliezen. We hebben daarom vier ontwikkelscenario’s op een rij gezet: 1. Ontwikkelscenario 2A: Groei van 8.000 woningen met een gecentreerde groei 2. Ontwikkelscenario 2B: Groei van 8.000 woningen met juist meer spreiding over de kernen 3. Ontwikkelscenario 3A: Groei van 12.000 woningen met een gecentreerde groei 4. Ontwikkelscenario 3B: Groei van 12.000 woningen met juist meer spreiding over de kernen Hierbij is ook rekening gehouden met de 6.000 woningen aan reeds bekende plancapaciteit die al door de keuze voor bepaalde woningbouwontwikkelingen zijn toebedeeld aan de 9 kernen.

Dit leidt tot de volgende inzichten:  De bekende plancapaciteit (6.000 woningen) ligt vooral opnieuw in de kernen Barneveld en Voorthuizen en verder in Kootwijkerbroek en in Terschuur.  In deze aantallen zitten ook de woningen die zich als gevolg van functieveranderingsbeleid voordoen. Voor kernen als Kootwijkerbroek zien we dat dit, ook in de afgelopen jaren, soms voor redelijke aantallen aan particuliere ontwikkelingen per jaar zorgt. Dit zal ook de komende jaren het geval zijn en zal als gevolg van rijksregelingen m.b.t. stikstof mogelijk nog meer zijn.  Wanneer we aan deze uitgangspositie recht (willen) doen en vervolgens toewerken naar 8.000 of 12.000 woningen voor de periode 2020-2040 en vervolgens kiezen voor meer concentratie of juist meer spreiding dan ontstaan genoemde vier scenario’s.  De toedeling over de verschillende kernen is indicatief, maar wel mede gebaseerd op de gemiddelde nieuwbouw in de afgelopen jaren, de plannen die al bekend zijn alsook de extra potenties die sommige kernen hebben. Zo is het niet reëel in een kern als Kootwijk honderden woningen te realiseren. De toedeling is indicatief maar heeft dus wel een achtergrond en een verhaal. In de op te stellen Omgevingsvisie en gebiedsvisie zal in overleg en afstemming met de inwoners van de verschillende kernen de meer exacte verdeling worden verkend en vastgesteld.

De verhouding tussen Barneveld/Voorthuizen enerzijds en de overige kernen anderzijds lag de afgelopen jaren rond 80/20%. Deze wordt in het concentratiemodel ook als logisch beschouwd.

53

Bij de scenario’s waarbij sprake is van een spreiding over de kernen ligt de verhouding op 70/30%. Een grotere verschuiving lijkt niet aannemelijk (want dat zou kunnen betekenen dat de plancapaciteit in Barneveld zo goed als klaar is, geen nieuwe ontwikkelingen worden opgepakt en dat onze kernen onevenredig zouden groeien). Tegelijkertijd betekent dit een meer dan gemiddelde bouwopgave in een aantal van deze kernen, hetgeen een onevenredig grote uitbreiding zou inhouden. In de scenario’s met 12.000 woningen zou dit bijvoorbeeld in de spreidingsvarianten een substantiële uitbreiding in kernen als Kootwijkerbroek, Stroe, Garderen en Zwartebroek/Terschuur betekenen. Zo zou een kern als Stroe binnen 20 jaar in omvang kunnen verdubbelen; bijvoorbeeld wanneer hier ook een station zou komen (als entree naar de Veluwe, ook voor toeristen en voor mariniers en leger). De verhouding inbreiding versus uitbreiding voor wat betreft de woningbouw lag de afgelopen jaren op 15/85%. Met de keuze voor meer intensivering in de centra (zoals ook stationsomgevingen) en functieverandering kan dit met extra inspanning (zoals uitplaatsing) wijzigen richting 25/75%.

De realisatie van een tiende kern, waarover op 9 maart en 8 april werd gesproken heeft betekenis voor de overige kernen, tenzij we deze kern als extra bonus en aanvulling op de scenario’s van 8.000 tot 12.000 woningen zien. Om een kern van enige statuur te maken, betekent dit al snel een woningvoorraad van tenminste 2.500 woningen. Bij zo’n kern horen dan ook de nieuw te realiseren basisvoorzieningen en de benodigde infrastructuur. Wanneer we bijvoorbeeld deze 2.500 aan woningbouwprogramma afhalen van de genoemde capaciteit van 8.000 tot 12.000 woningen, dan betekent dit dat sommige kernen na een aantal jaren qua woningbouw op slot worden gezet.

Tabel 2: Mogelijke indicatieve woningbouwverdeling op basis van de 4 scenario’s in 2020-2040, per kern

54

Kern Barneveld Voorthuizen Kootwijkerbroek Garderen Stroe Zwartebroek Terschuur De Glind Kootwijk Buitengebied Achterveld Totaal

Bekende plancapaciteit Woningvoorraad Realisatie (6.000 SC2A 8.000 SC2B 8.000 SC3A 12.000 SC3B 12.000 2020 2010-2020 woningen) concentratie spreiding concentratie spreiding 13.565 2.600 3.500 4.900 4.000 7.350 6.000 4.484 730 1.500 1.500 1.600 2.250 2.400 1.796 410 375 700 800 1.050 1.200 877 120 125 240 360 360 540 589 95 140 180 500 270 750 542 100 100 200 300 300 450 547 30 200 200 300 300 450 203 40 30 40 80 60 120 127 15 20 20 30 30 45 54 22.784

Barneveld/Voorthuizen Overige kernen

10 4.150

10 6.000

20 8.000

30 8.000

30 12.000

45 12.000

80% 20%

83% 17%

80% 20%

70% 30%

80% 20%

70% 30%

Constateringen  Alle scenario’s leiden tot een groei in alle kernen.  In scenario 2 komen we rond 80.000 inwoners in 2040 uit. In scenario 3 komen we rond 90.000-90.500 inwoners in 2040 uit.  De inwoneraantallen in kleinere kernen blijven, met uitzondering van Kootwijkerbroek, in alle scenario’s royaal beneden de 5.000 inwoners. Hiermee wordt enerzijds het dorpse karakter bewaard en wordt anderzijds het draagvlak voor bepaalde voorzieningen verstevigd.  De verdeling over de kernen is indicatief, maar het is niet aannemelijk dat de zes kleinste kernen boven de 5.000 inwoners uitkomen, soms ook vanwege de ligging nabij Natura 2000, maar ook in relatie tot de structuur van deze kernen. De toedeling zal in afstemming met de inwoners van de kernen gaan bij de verdere uitwerking in de Omgevingsvisie.  De realisering van een nieuwe (10e) kern gaat ten koste van de hierboven genoemde woningbouwspreiding over bestaande kernen en verstevigt daarmee de vitaliteit van de bestaande kernen niet.  Een 10e kern zou in beeld kunnen komen als wordt gekozen voor een grotere woningbouwopgave en daarmee een nieuw scenario wordt geïntroduceerd.

Tabel 3: Indicatieve ontwikkeling inwonertal per kern op basis van de 4 scenario’s in 2020-2040

55

Kern Barneveld Voorthuizen Kootwijkerbroek Garderen Stroe Zwartebroek Terschuur De Glind Kootwijk Buitengebied Achterveld Totaal

SC2A 8.000 SC2B 8.000 SC3A 12.000 SC3B 12.000 Inwonertal 2020 concentratie spreiding concentratie spreiding 34.795 47.365 45.055 53.650 50.185 10.925 14.580 14.825 16.405 16.770 5.635 7.830 8.145 8.930 9.400 2.130 2.715 3.005 3.005 3.440 1.650 2.155 3.050 2.405 3.750 1.420 1.945 2.205 2.205 2.600 1.520 2.075 2.355 2.355 2.770 610 730 850 790 970 265 305 330 330 360 145 59.095

200 79.900

225 80.045

225 90.300

265 90.510

Bron: Gemeente Barneveld

Als de groei van de woningvoorraad wordt vergeleken met de huidige woningvoorraad (2020), zien we dat in het geval van een groei met 8.000 woningen de totale woningvoorraad tot 2040 met 35% uitbreidt, in het geval van 12.000 woningen met zo’n 53%. Op kernniveau ontstaan mogelijk grotere groeiverschillen. Figuur 1: Indicatieve ontwikkeling woningvoorraad 2040 op basis van de 4 scenario’s per kern, index 2020=100

Bron: Gemeente Barneveld

De 4 ontwikkelscenario’s vergeleken

56

De genoemde scenario’s pakken verschillend uit op een aantal onderwerpen. In de Hoofdlijnennotitie Ontwikkelscenario’s Gemeente Barneveld is hier al aandacht voor gevraagd. In relatie tot de nieuwe dimensie (concentratie of spreiding) worden hieronder een aantal argumenten voor de thema’s wonen, werken, leefomgeving en bereikbaarheid geduid. Scenario’s 2a en 3a: concentratie hoofdkernen met groei van 8.000 of 12.000 woningen tot 2040 Onderwerp Scenario 2A: 8.000 woningen Scenario 3A: 12.000 woningen Wonen Aantal woningen Voldoen aan lokale woningbehoefte en regionale behoefte Voldoen bovengemiddeld aan lokale en (boven) regionale behoefte Concentratie Beperkte uitbreidingsmogelijkheden kernen Ondanks concentratie toch zekere uitbreidings ruimte kernen Vitaliteit /leefbaarheid Zal in aantal kleinere kernen teruglopen Is enigszins op peil te houden Gemeenschap Eigen identiteit (ons kent ons) zal door groei in B en V afzwakken Extra instroom, leidt in B en V tot afname ‘ons kent ons’ en meer stadse vraagstukken Inbreiding/uitleg Inbreiding 2 grotere kernen meer kans Extra inzet op inbreiding 2 hoofdkernen o.a.

door uitplaatsing bedrijven? Leefomgeving Functioneren centrumgebieden Druk op bestaande centra zal verder toenemen Vraagt wellicht om meer (sub)centra met voorzieningen Nabijheid groen/buiten Afstand wordt wat groter bij 2 grootste kernen Afstand wordt groter bij 2 grootste kernen, groene buffers wellicht kritisch Wandel-/fietsroutes Extra aanleg bij tenminste 2 grootste kernen nodig vanwege meer Extra aanleg bij 2 grootste kernen en in delen van overig gemeente nodig inwoners (woon/werk/ontspanning) vanwege meer inwoners (woon/werk/ontspanning) Natuur en landschap / klimaat Versterking nodig, ook vanwege waterbuffering Extra Versterking nodig, ook vanwege waterbuffering, extra verstedelijking Landbouw Krimp met name nabij 2 grote kernen Extra krimp vanwege extra verstedelijking; Grotere recreatiedruk (ruimte), maar daarmee mogelijk ook meer basis voor beloning maatschappelijke diensten Mobiliteit Wegenstructuur Capaciteit en mogelijk barriërewerking bestaande (invals)wegen Capaciteit en barriërewerking bestaande wegen zal aan grenzen komen in m.n. zal aan grenzen komen in m.n. Barneveld; maatregelen nodig. Barneveld; maatregelen nodig.

Openbaar vervoer Kansen voor gezondere exploitatie Valleilijn, maar maximale Kansen voor gezondere exploitatie Valleilijn , maar maximale capaciteit vormt capaciteit vormt aandachtspunt aandachtspunt Werken Nieuwe bedrijventerreinen Afronding Harselaar en Nijkerkerweg en Woonwerklandschap Nog extra locaties nodig na afronding Harselaar etc. bijvoorbeeld vanwege Railterminal? Gedifferentieerd werkaanbod Verschillende sectoren blijven faciliteren, m.n. in hoofdkern of Verschillende sectoren blijven faciliteren, m.n. in hoofdkern of meer focus? meer focus?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=61afe423-dfe6-4b33-a72d-8082ecf689e1