AANGEPASTE VERSIE Hoofdlijnennotitie Koers Barneveld 2040 2906(DEF) (2).pdf
Tekst van het document
Hoofdlijnennotitie Barneveld 2040 Keuzes voor de toekomst van de gemeente Barneveld
Mimi Stevens, Arjan Bossenbroek, Bertil Rebel Versie 29 juni 2021
1
INHOUDSOPGAVE Leeswijzer
3
DEEL A – Voorstel ‘Ontwikkelkoers Barneveld 2040’ Inleiding Proces Voorstel ontwikkelkoers
4
DEEL B – Hoofdlijnennotitie Ontwikkelscenario’s Gemeente Barneveld Aanleiding Hoofdstuk 1 – Doel (Kaders voor de fysiek-ruimtelijke leefomgeving) Hoofdstuk 2 – Vertrekpunt (Strategische Visie 2030 ‘Over Morgen en Meedoen’) Hoofdstuk 3 – Waar houden we rekening mee? (Trends & Ontwikkelingen) Hoofdstuk 4 – Uitgangspunten (Wat vinden we belangrijk als het om de toekomst gaat van Barneveld?) Hoofdstuk 5 – Ontwikkelscenario’s (Afremmen, Voortzetten, Aanjagen) Hoofdstuk 6 – Koersbepaling met effectbeschrijving
9
DEEL C – Samenvatting Raadsinformatiebijeenkomst 9 maart 2021 Memo ‘Kiezen voor de kracht van de kernen’
42
DEEL D – Discussienotitie Barneveld 2040 Aanleiding & Inleiding Deel 1 – Ontwikkelscenario’s Gemeente Barneveld 2020-2040 Deel 2 – Thema’s & gesprek A. Thema Wonen B. Thema Leefomgeving C. Thema Mobiliteit D. Thema Economie & Werkgelegenheid
45
Bijlagen – Wat gebeurt er om ons heen?
60
2
LEESWIJZER De afgelopen maanden is – op verschillende manieren en momenten – gesproken over de toekomstige ontwikkeling van de gemeente Barneveld. We zijn – op verzoek van de gemeenteraad – gestart met het schrijven van een Hoofdlijnennotitie Ontwikkelscenario’s Gemeente Barneveld, dat als Deel B in dit document is opgenomen. Vervolgens organiseerden we – op 9 maart 2021 – een raadsinformatiebijeenkomst onder leiding van Co Verdaas. Een samenvatting van die bijeenkomst (de memo ‘Kiezen voor de kracht van de kernen’) als Deel C opgenomen. Tijdens een aanvullende discussie over de Hoofdlijnennotitie in de raadscommissie van 8 april 2021 werd besloten om, met de hoofdlijnennotitie en de (samenvatting van de) raadsinformatiebijeenkomst in de rug, de Discussienotitie Barneveld 2040 te schrijven die zou kunnen worden gebruikt voor een separaat te organiseren verdiepende bijeenkomst met de gemeenteraad over de toekomst van Barneveld. Deze bijeenkomst vond geen doorgang. In plaats daarvan is gekozen voor het door het college van B&W aan de gemeenteraad voorleggen van een voorstel met betrekking tot de ontwikkelkoers van Barneveld (het Deel A van dit document). U vindt hierin – op basis van de hoofdlijnennotitie, de raadsinformatiebijeenkomst van 9 maart jl., de bespreking in de commissie van 8 april jl.
– een voorstel hoe de toekomstige ontwikkeling van Barneveld gestalte zou kunnen krijgen. Wat betekent dit voor de gemeente Barneveld in het algemeen? Voor woningbouw in het bijzonder? En waar dan? En onder welke voorwaarden? Deel A is daarmee de kern van dit voorstel voor de vast te stellen hoofdlijnen. De delen B, C en D bevatten de achtergrondinformatie voor dit voorstel en de discussie daarover. Deel B beschrijft de onderliggende basisinformatie over eerdere beleidskeuzes, actuele ontwikkelingen, basisgroeiscenario’s en de effecten daarvan. Deel C geeft een eerste inkleuring vanuit een gesprek met een deel van de raad. Deel D bevat een verdieping van de scenario’s met aanvullende cijfers én beoogt handvatten te geven voor een goede inhoudelijke discussie over een voorkeursscenario. Uitgangspunten Het is daarbij belangrijk op te merken dat deze Hoofdlijnennotitie Barneveld 2040 – zoals de naam al zegt – een notitie op hoofdlijnen is en in feite niet meer en niet minder is dan een vertrekpunt voor het opstellen van de Omgevingsvisie Barneveld. Immers: in dát document (de Omgevingsvisie Barneveld, dus) worden nadere uitwerkingen opgenomen en – niet minder belangrijk – wordt de participatie met inwoners, ondernemers en belanghebbenden gezocht. Dat is ook vanzelfsprekend, want de Omgevingsvisie Barneveld zoomt, per definitie, in op de omgeving van mensen.
De input van de afgelopen maanden heeft geleid tot zes richtinggevende uitspraken, inclusief de hoofdlijnen voor de uitwerking daarvan, die het college als hoofdlijnen aan de gemeenteraad voorlegt ter vaststelling. Deze uitgangspunten zijn op dit moment niet verder uitgewerkt. Dat gebeurt vanaf de zomer in het proces van de Omgevingsvisie Barneveld. Het College stelt voor dat het proces van de omgevingsvisie ook ruimte biedt om in samenspraak met de samenleving desgewenst tot bijstelling of aanscherping van de kaders te besluiten. Deze uitgangspunten geven parallel aan dat proces, voor de komende periode ook richting aan het college voor de bestuurlijke en ambtelijke inzet van de gemeente Barneveld in de lopende regionale processen over de omgeving. In het bijzonder de verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley, het Ontwikkelbeeld Amersfoort en de Ruimtelijke Verkenning Regio Foodvalley.
3
Deel A Voorstel Ontwikkelkoers Barneveld 2040
4
Inleiding Op 1 januari 2022 treedt – naar verwachting – de Omgevingswet in werking. Eén van de belangrijkste instrumenten van deze nieuwe wet is de Omgevingsvisie. Het is de bedoeling dat alle gemeenten uiterlijk 1 januari 2024 over een (door de gemeenteraad vastgestelde) Omgevingsvisie beschikken Zoals u weet, bereiden wij ons –samen met u – voor op het opstellen van deze Omgevingsvisie. U stemde onlangs in met de Vertrekpuntennotitie; daarin wordt richting gegeven aan het vervolgproces om te komen tot de Omgevingsvisie Barneveld. De Vertrekpuntennotitie maakt óók melding van het opstellen van een Hoofdlijnennotitie. De Hoofdlijnennotitie, die u nu in handen heeft, verkent – met inachtneming van huidige en verwachte ontwikkelingen – een aantal toekomstscenario’s voor de fysiek-ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Barneveld tot 2040 ten aanzien van o.a. wonen, werken, voorzieningen, natuur- en landbouw, recreatie en energie & klimaat. Het is belangrijk na te denken over de toekomstige ontwikkeling van onze gemeente. We deden dat ook eerder, bijvoorbeeld bij het vaststellen van de Strategische Visie Barneveld 2030 ‘Over Morgen en Meedoen’ (2016). Barneveld is immers een dynamische gemeente. De centrale ligging draagt hier zeker aan bij. De groei van de gemeente Barneveld – zowel op het gebied van wonen als op het terrein van werken – zette de afgelopen jaren door.
Van 52.500 inwoners in 2010 naar ruim 60.000 inwoners in 2021. Het aantal arbeidsplaatsen groeide tussen 2010 en 2021 met 3.000 naar 34.500, terwijl de Barneveldse beroepsbevolking op dat moment 32.000 bedroeg. De druk op beide markten is groot, er wordt zowel in regio Foodvalley als in regio Amersfoort ruimte gezocht voor indicatief 70.000 woningen tot 2040 en voor het faciliteren van voldoende werkgelegenheid. Er lopen in beide regio’s verstedelijkingsstudies om alle ruimteclaims op goede wijze te kunnen herbergen. In dat verband is het goed om te weten wat we zelf als gemeente Barneveld willen. Toekomstbeeld 2040 Het is om verschillende redenen belangrijk om nu na te denken over de toekomst en de toekomstige ontwikkeling van Barneveld: 1. We zullen ons, de vraag moeten stellen óf de gemeente Barneveld moet blijven groeien. Als het antwoord op die vraag ‘ja’ is, is de vervolgvraag hoe omvangrijk die groei moet zijn en hoe deze groei moet worden gefaciliteerd. Wat voor soort gemeente willen we zijn/blijven? Bouwen we alleen in Barneveld en Voorthuizen of spreiden we deze groei over meer (of alle) kernen? Welke toekomstige bedrijventerreinen kunnen worden ontwikkeld? Wat betekent dit voor de bereikbaarheid van de gemeente Barneveld en haar dorpen? Hoe verhoudt deze groei zich tot de ruimtebehoefte voor de landbouw- en energietransitie.
En wat betekent dit alles voor onze organisatie? 2. Het is ook om een ándere reden belangrijk keuzes voor de toekomst te maken. Barneveld is immers geen eiland. We zijn een belangrijke speler in Regio Foodvalley en we doen nadrukkelijk mee in Regio Amersfoort. Vanuit deze regio’s komen belangrijke ontwikkelingen op ons af. Denk aan de Verstedelijkingsstrategie Arnhem/Nijmegen/Foodvalley (100.000 extra woningen waarvan 40.000 woningen in Regio Foodvalley moeten ‘landen’) en het Ontwikkelbeeld Amersfoort met een woningbouwopgave van 36.000 woningen tot 2040. Wie niet nadenkt over zijn eigen toekomst, kan bezwaarlijk reflecteren en reageren op ruimtelijke ontwikkelingen die op je af komen. Het gevaar is zelfs dat je wordt overruled en dat je de regie op je eigen ontwikkeling verliest.
5
3. De gemeente Barneveld staat – net als alle andere gemeenten in Nederland – aan de vooravond van het opstellen van de Omgevingsvisie Barneveld. De basis van deze visie wordt onder andere gevormd door nu na te denken over de toekomst van Barneveld. Op basis van die basis kan de Omgevingsvisie worden opgesteld. Proces De gemeenteraad vroeg eind 2020, in het bijzonder vanwege het tweede argument, een aantal ontwikkelscenario’s te beschrijven die – na een bespreking ervan – zouden kunnen leiden tot een (door de gemeenteraad vast te stellen) ontwikkelrichting die de basis en de opmaat vormt voor de later dit jaar op te stellen Omgevingsvisie Barneveld. De afgelopen periode leidde dat tot het opstellen van de Hoofdlijnennotitie Ontwikkelscenario’s Gemeente Barneveld (zie hiervoor deel B) die op 9 maart jl. is besproken tijdens een raadsinformatiebijeenkomst onder leiding van de heer Co Verdaas. Naar aanleiding van deze informatiebijeenkomst verscheen een samenvattende memo (Kiezen voor de kracht van de kernen, zie hiervoor deel C). Tenslotte werd op 8 april jl. tijdens de vergadering van de commissie Grondgebied afgesproken dat een Discussienotitie Barneveld 2040 zou worden opgesteld en besproken tijdens een bijeenkomst op 29 april jl.
Deze bijeenkomst vond geen doorgang; in plaats daarvan is de afspraak gemaakt dat het college de gemeenteraad, met inachtneming van het vorengaande proces en de input die is gegeven, een voorstel doet voor een ontwikkelrichting van en voor de gemeente Barneveld. Het voorstel dat hieronder volgt, is gebaseerd op al deze informatie en gesprekken die hebben plaatsgevonden. Voorstel ontwikkelkoers Barneveld 2040 Naar aanleiding van de Hoofdlijnennotitie Ontwikkelscenario’s Gemeente Barneveld (deel B van deze notitie), de gesprekken daarover met de gemeenteraad (op 9 maart en 8 april jl.) en de verdiepende informatie uit de Discussienotitie Barneveld 2040 wordt de volgende ontwikkelrichting op hoofdlijnen voorgesteld. Dit is – voor de goede orde –een opsomming van hoofdkeuzes en gevolgen, de kaders, die in de tweede helft van dit jaar – bij het opstellen van de Omgevingsvisie Barneveld – samen met de bevolking nader worden uitgewerkt. We komen hierbij tot 7 uitgangspunten. 1. De gemeente Barneveld kiest vanuit haar maatschappelijke opgave voor het faciliteren van verdere groei van het inwonertal naar zo’n 80.000 à 85.000 inwoners richting 2040 1.1. We zien groei niet als een bedreiging maar als een kans; 1.2. We zien ontwikkelmogelijkheden en woningopgaven in alle kernen; 1.3.
We kiezen daarmee voor een gedifferentieerd woningbouwprogramma tussen de 8.000 en 10.000 woningen (een koers tussen scenario 2 en 3 in); 1.4. We streven de eerstkomende jaren naar een bouwtempo van gemiddeld 500 woningen per jaar (passend bij wat de afgelopen vier jaren als prestatie is gerealiseerd, in lijn met de Woonvisie en tegemoet komend aan de druk op de woningmarkt) en hebben oog voor de betaalbaarheid van het wonen; 1.5. We dragen hiermee ruimschoots bij aan de regionale woningbouwopgaven (van minimaal 6.000 woningen ten behoeve van de woningbehoefte in regio Foodvalley), de bouw van minimaal 8.000 woningen betekent een (ruime) verdubbeling ten opzichte van de Primos-prognoses; 1.6. We kunnen hiermee onze reeds bekende plancapaciteit (van circa 6.000 woningen) benutten en is er is dan nog ruimte voor nieuw initiatief; 1.7. We bewaken de voortgang en zorgen voor een goede fasering en dosering over de kernen; 1.8. We houden hiermee zélf meer de regie.
6
2. We blijven investeren in het welzijn van onze inwoners 2.1. Het welbevinden van onze inwoners staat centraal in de groei en ontwikkeling van Barneveld; 2.2. Deze groei en ontwikkeling krijgt vorm en inhoud in nauwe samenspraak met onze inwoners; 2.3. Veilig, plezierig en gezond wonen vinden wij van het grootste belang; we zetten in op de bouw van gedifferentieerde buurten en wijken; 2.4. Voorzieningen moeten voor iedereen toegankelijk zijn. Het gaat om sociale, maatschappelijke en culturele voorzieningen in de breedste zin van het woord, op wijk- en dorpsniveau; 2.5. De capaciteit en ontwikkeling van deze voorzieningen blijft in balans met de groei van onze gemeente; 2.6. Bij de groei van Barneveld is de open samenleving, met ruimte voor diversiteit, het uitgangspunt. We willen de sociale samenhang blijvend versterken; 2.7. Voor kwetsbaren in onze samenleving hebben en houden wij extra aandacht. Daar waar mogelijk wordt bevordert dat mensen naar elkaar omzien. 3. Woningbouw vindt niet alleen in Barneveld en Voorthuizen, maar in álle kernen plaats 3.1. De verhouding Barneveld/Voorthuizen versus de overige 7 kernen verschuift daarbij van 20% in deze 7 kernen richting 30%; 3.2. De exacte verdeling vindt plaats in afstemming met inwoners en overige stakeholders; 3.3.
We streven naar meer aanbod en continuïteit in de 7 kleinere kernen maar tegelijkertijd met het behoud van de eigen (dorpse) identiteit 1); 3.4. We maken bij voorkeur gebruik van de bestaande infrastructuur en voorzieningen en investeren op die manier in de kracht van onze kernen; voorzieningen als sport, cultuur en onderwijs zullen op passende wijze meegroeien; 3.5. Dit draagt bij aan de robuuste vitaliteit van onze kernen; 3.6. We zijn ons ervan bewust dat de mate van groei direct verband houdt met andere zaken, zoals de bereikbaarheid met OV, fiets en auto. 4. We zoeken naar een goede balans in de ruimtevraag van woningbouw, landbouw, energietransitie en natuur 4.1. We koesteren, ondanks onze groeiambitie, onze ligging en positie in de Vallei en op de Veluwe; 4.2. Een goede verdeling houdt de verschillende ruimtelijke ontwikkelingen in balans; 4.3. We houden bij de groei in het bijzonder ook rekening met een gezond toekomstperspectief voor onze agrarische sector; 4.4. We waarderen de mogelijke maatschappelijke inzet van de landbouw voor landschap, recreatie, biodiversiteit en klimaat en we combineren, waar mogelijk, functies; 4.5. We kiezen, waar mogelijk, met woningbouw voor inbreiding boven uitbreiding (waarbij hoger bouwen in de grotere kernen, mits stedenbouwkundig passend, een optie is). 5. We investeren extra in de kwaliteit van onze leefomgeving 5.1.
Vanwege het belang van goede gezondheid en meer vrije tijd wordt dit belangrijker; 5.2. We houden voldoende groene buffers tussen de kernen, waardoor inwoners het buitengebied snel kunnen ervaren; 5.3. We zetten in op een aantrekkelijk, onderling verbindend wandel- en fietspadennetwerk; 1 Zes van de negen kernen zullen in 2040 nog steeds (royaal) onder het inwonertal van een wijk als Bloemendal blijven.
7
5.4. We behouden binnen de woonbuurten voldoende (groene) ruimte en voorzieningen voor ontmoeting, spelen en klimaatadaptieve maatregelen; 5.5. Natuur inclusief bouwen wordt de standaard en waar mogelijk combineren we het realiseren van woningbouw met het integraal mee-ontwerpen en exploiteren van ruimte voor cultuur en ontspanning; 5.6. We hebben nadrukkelijk oog voor de toegankelijkheid van de openbare ruimte en gebouwen; 5.7. We zetten in op meer biodiversiteit en landschappelijke waarden, zoals versterking van het Groene Valleilint en de bekenstructuur en hebben aandacht voor zaken als hittestress, droogte, extreme regenval; 5.8. We anticiperen op ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid, energietransitie, circulaire economie en klimaat; 5.9. We verbeteren, waar mogelijk, de luchtkwaliteit. 6. We investeren in de mobiliteit en bereikbaarheid van Barneveld 6.1. We willen – samen met Rijk, en provincie en andere partners – investeren in een goede externe bereikbaarheid om onze strategische ligging te benutten; 6.2. We benutten de bestaande capaciteit van de infrastructuur in alle kernen en het buitengebied binnen acceptabele grenzen van leefbaarheid, veiligheid en barriërewerking en beogen een robuuste infrastructuur van rondwegen en radialen rond de grote kernen; 6.3.
We benutten stationsomgevingen voor wonen en werken om zo ook het gebruik van openbaar vervoer per spoor te stimuleren en zetten in op het gesprek met andere overheden over de mogelijkheden voor een spoorhalte bij Barneveld-Noord en Stroe en de inzet van snelle buslijnen; 6.4. We stimuleren gezondheid van mensen en omgeving door te blijven inzetten op een goede fietsinfrastructuur en -voorzieningen; 6.5. We bezien de aanleg van nieuwe (weg)infrastructuur waar mogelijk in samenhang met fysiek-ruimtelijke ontwikkelingen; 6.6. Bouwlocaties, ook in de kleinere kernen, moeten financieel bijdragen aan het opwaarderen van de infrastructuur als ze medeveroorzaker zijn van een toekomstig knelpunt. 7. We blijven (mede ook vanwege onze ligging) investeren in het vestigingsklimaat van Barneveld 7.1. We doen dit zowel kwantitatief, zodat het aantal banen in balans blijft met het aantal inwoners, als kwalitatief; 7.2. We zijn ervan overtuigd dat dit goed is voor de werkgelegenheid en de kwaliteit van onze voorzieningen; 7.3. We creëren hierdoor mogelijkheden voor aanvullende ontwikkelingen (zoals extra haltes en sprinter op lijn Amersfoort – Apeldoorn); 7.4.
We zetten in op de ontwikkeling van Harselaar-Zuid Fase 1b en 2, de Nijkerkerweg (tussen A30 en Bloemendal), woonwerklandschap in Voorthuizen; en nieuwe mogelijkheden in Stroe en Kootwijkerbroek waarbij we zorgvuldig kijken naar passende bedrijfstypen; 7.5. We hebben extra aandacht voor hoger geschoold werk; 7.6. De clustering van agrofood en de verbinding met praktische kennis/onderwijs wordt van belang geacht; 7.7. We voor de eventuele realisering van een railterminal op Harselaar een robuuste, toekomstgerichte verkeersafwikkeling een belangrijke voorwaarde vinden.
8
Deel B Hoofdlijnennotitie Ontwikkelscenario’s Gemeente Barneveld
9
AANLEIDING OP WEG NAAR EEN OMGEVINGSVISIE BARNEVELD 2040 In 2024, zo is de verwachting, beschikken alle gemeenten over een operationele Omgevingsvisie. Deze Omgevingsvisie gaat aan alle andere instrumenten van de Omgevingswet vooraf. De Omgevingsvisie vormt de beleidsmatige grondslag voor die wet. Bij het opstellen van de Omgevingsvisie moeten de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet in het oog worden gehouden. Deze doelen zijn in de Omgevingswet als volgt omschreven:
bepaalde keuzes gemaakt: op thema of voor specifieke gebieden binnen de gemeente. Voor het opstellen van de Omgevingsvisie bouwen we voort op de keuzes die gemaakt zijn in de Strategische Visie Barneveld 2030 ‘Over Morgen en Meedoen’, het Sociaal Beleidsplan ‘Mensen Voorop’ en actuele structuur-, gebieds-, beleids- en dorpsvisies. We zien dat alles als waardevolle input voor de op te stellen Omgevingsvisie.
“Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.”
De Notitie Ontwikkelscenario’s Gemeente Barneveld vormt een schakel tussen de op te stellen Omgevingsvisie en de eerder vastgestelde strategische visie en de daaraan gelieerde beleidsplannen. Het is daarmee het document dat in de vertrekpuntennotitie wordt aangeduid als Hoofdlijnennotitie. De notitie bevat kaders op scenarioniveau voor de fysiek-ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Barneveld. De focus ligt met name op ontwikkelings- (en eventuele groei)opgaven die we voorzien. We verkennen daarvoor een aantal hoofdlijnen van ontwikkelscenario’s en maken op die manier inzichtelijk wat de voor de gemeente Barneveld consequenties zijn. Met als doel weloverwogen richting te kunnen geven aan de koers van onze gemeente. Uiteraard volgt in een later stadium een nadere uitwerking en een financiële doorrekening van zo’n hoofdlijn.
De Omgevingsvisie is een nieuw instrument waar nog weinig tot geen ervaring mee is. Er is dus geen blauwdruk beschikbaar en de inhoud van de Omgevingsvisie is vormvrij. De Omgevingsvisie vormt – eenmaal opgesteld – een (breed) gedragen integrale visie met een duidelijke kaderstelling en een heldere, zorgvuldige formulering van doelen als het gaat om de lange termijn ontwikkeling van Barneveld. In de Omgevingsvisie zijn belangen afgewogen en wordt de meest wenselijke ontwikkeling van Barneveld verbeeld en verwoord. ‘In het verleden ligt het heden, in het nu wat worden zal’ We gaan dit proces niet in zonder om te kijken naar het (recente) verleden van Barneveld. De huidige positie van Barneveld is mede te danken aan eerder genomen beslissingen. Toen werden, met redenen omkleed,
Het is belangrijk om dat (nú) te doen, want er liggen tal van fysiekruimtelijke opgaven te wachten. Zo staat de landbouw voor een enorme transitie naar natuurinclusieve- en kringlooplandbouw en is volgens het Planbureau voor de Leefomgeving landelijk sprake van een gewenst woningbouwprogramma van ruim 1 miljoen woningen (!) om de groei van het aantal huishoudens in de periode 2020-2040 te faciliteren, waarbij het accent met name op 2020-2030 ligt. Hierbij wordt nadrukkelijk ook naar regio’s buiten de Randstad gekeken, waaronder de regio’s ArnhemNijmegen-Foodvalley, waar in de periode 2020-2040 zo’n 100.000 woningen moeten worden gerealiseerd. Ook rond Regio Amersfoort is een
10
minimale groei met 30.000 woningen in deze periode gewenst om in de vraag naar woningen te voorzien. De gemeente Barneveld vervult in beide regio’s een belangrijke functie, in het bijzonder op het terrein van wonen, werken, de agro-keten, recreëren, duurzaamheid en mobiliteit. Strategische Visie 2030 ‘Over Morgen en Meedoen’ De gemeenteraad stemde – met de vaststelling van de Strategische Visie 2030 ‘Over Morgen en Meedoen’ – in met de ambitie en koers voor Barneveld tot 2030 (met een doorkijkje naar 2040). De ambitie en koers zijn onder meer uitgewerkt in de Organisatievisie Blij met Barneveld en het Beleidsplan Sociaal Domein Mensen Voorop. Het werkte ook door in allerlei visies en plannen. Maar wat nog ontbreekt, is een uitwerking naar een visie op het gehele fysieke domein, een Omgevingsvisie; de visie waarin alle fysiek-ruimtelijke aspecten, ook vanuit de doelen in het Sociaal Domein, worden vertaald naar inhoudelijke keuzes over (mogelijke) ontwikkellocaties, waarden en niveaus met betrekking tot de leefomgeving.
Het beleidsplan Sociaal Domein schrijft: “Waar de Integrale Omgevingsvisie zich richt op de omgeving waarin mensen leven, richt het Beleidsplan Sociaal Domein zich op de mensen zelf.” Zo’n fysiek-ruimtelijke uitwerking (in een Omgevingsvisie Barneveld) wordt gemist, juist vanwege de ambities van Barneveld en zeker ook vanwege de ontwikkelingen in de regio’s waar Barneveld onderdeel van is. Het
faciliteren van woningbouwopgaven, mobiliteitsopgaven (weg en spoor), de landbouw- en de energietransitie en de woon- en leefkwaliteit roept steeds luider om het maken van fundamentele keuzes gebaseerd op een integrale afweging over de fysiek-ruimtelijke ontwikkeling van onze gemeente. In 2020 is voortvarend gestart met de ontwikkeling van een integrale scenariostudie naar de verstedelijking van zowel Regio Arnhem-NijmegenFoodvalley (de zogeheten ‘Verstedelijkingsstrategie’) als Regio Amersfoort (het zogeheten ‘Ontwikkelbeeld’). Deze studies maken voor Barneveld weliswaar geen locatiekeuzes (want dat is onze eigen verantwoordelijkheid, evenals ons bouwtempo en woningbouwprogramma), maar hebben wel invloed op de hoofdlijnen van de fysieke ontwikkeling van beide regio’s. Dat vraagt om integrale input/invloed vanuit de gemeente Barneveld in die processen. Leeswijzer Deel B We beginnen deze scenarionotitie met het vertrekpunt: de beleidsdoelen van de strategische visie (H2), waarbij we beschrijven welke majeure ontwikkelingen al in gang zijn gezet. Na de trends en ontwikkelingen die er op ons afkomen (H3), beschrijven we de uitgangspunten voor de toekomst van Barneveld (H4). Vervolgens beschrijven we drie mogelijke scenario’s (H5) en de daaruit volgende koersbepalende gedachten (H6). Maar eerst wordt op het doel van de notitie ingegaan.
In deze scenarionotitie is de gemeente Scherpenzeel buiten beschouwing gelaten. Dit vanwege het feit dat er nog geen definitief besluit ligt met betrekking tot een eventuele samenvoeging met gemeente Barneveld.
11
HOOFDSTUK 1 - DOEL NADENKEN OVER DE FYSIEK-RUIMTELIJKE LEEFOMGEVING Zowel binnen de gemeente Barneveld als in gemeenten en regio’s om ons heen lopen tal van projecten, processen en ontwikkelingen en worden ruimtelijke studies gedaan naar de ruimtelijke ontwikkeling van deze omgeving. We ervaren een sterke wens en noodzaak om in de eerste helft van 2021 tot richtinggevende uitspraken van de gemeenteraad te komen die als relevante kaders worden beschouwd voor de koersbepaling bij de opstelling van de Omgevingsvisie en tegelijk onze inzet bepalen in een aantal regionale ruimtelijke verkenningsstudies.
immers niet met een ‘blanco vel’, maar hebben als gemeente te maken met een al op velerlei terreinen in gang gezette koers. De vraag is in welke mate deze koers bijsturing nodig heeft. In dat verband is het zeker zo relevant kansen en belemmeringen te signaleren, te benoemen en de eventuele financiële consequenties van bepaalde keuzes inzichtelijk te maken.
Het is daarom belangrijk om onze ambities, zoals die (gedeeltelijk) staan beschreven in de Strategische Visie 2030 ‘Over Morgen en Meedoen’ en in een aantal andere beleidsdocumenten, opnieuw met elkaar te benoemen en waar nodig aan te passen op actuele en te verwachten trends en ontwikkelingen. Daarbij kijken we niet alleen door tot het jaar 2040, maar benoemen ook de mijlpalen daar naartoe (tot 2025, tot 2030 en tot 2040). De volgende vragen zijn daarbij, onder andere, relevant:
Wat voor type gemeente wil Barneveld in 2040 zijn? Hoe hard willen we groeien? Wat betekent dit voor de kwaliteit van leven in onze gemeente? Wat zijn de effecten van keuzes over groei? Hoe kijken we tegen de 92 verschillende kernen aan?
We spiegelen dit aan beleidsplannen en ruimtelijke projecten die meerjarig in uitvoering zijn of die staan gepland om te ontwikkelen. We beginnen 2 We gaan nu uit van negen kernen; als de herindeling met Scherpenzeel doorgang
vindt, spreken we van tien kernen.
12
Deze notitie heeft tot doel de raad te informeren ten behoeve van de koersbepaling, waarbij die koers moet worden gezien als de (voorlopige) voorkeur ontwikkelingsrichting van de raad. Want deze koersbepaling is niet tot stand gekomen via een participatietraject. Deze koersbepaling is nu wel noodzakelijk om richting te geven aan de gesprekken met de regio’s Foodvalley en Amersfoort ten aanzien van de ruimtelijke verkenningen die in 2021 worden gemaakt. Het is ook belangrijk om de organisatie van Barneveld een richtingbepalende koers mee te geven voor de projecten en processen waaraan wordt gewerkt. Dat gaat onder meer om de Omgevingsvisie. Het proces van de Omgevingsvisie is nadrukkelijk wél participatief. Dat betekent dat gedurende dat proces wellicht uit de gemeenschap van Barneveld naar voren komt dat bijstelling van de ontwikkelrichting gewenst wordt. Dat wordt dan teruggelegd bij de raad.
13
HOOFDSTUK 2 - VERTREKPUNT STRATEGISCHE VISIE 2030 ‘OVER MORGEN EN MEEDOEN’ De Strategische Visie 2030 ‘Over Morgen en Meedoen’ (2016) kent 7 thema’s: A. B. C. D. E. F. G.
Netwerksamenleving Sociaal en Vitaal Samenleven Leefbare en Vitale Wijken en Dorpen Economische Kracht Energietransitie en Klimaat Bereikbaarheid en Mobiliteit Aantrekkelijk Buitengebied
Deze thema’s hebben een sterke overlap met de thema’s en doelen die in het kader van de Omgevingswet en Omgevingsvisie worden bedoeld. De thema’s overlappen ook met het onderwerp ‘Brede Welvaart3’ dat sinds 2017 op verzoek van de Tweede Kamer wordt gemonitord en in regio Foodvalley als centraal onderwerp in de Strategische Agenda 2020-2025 is opgenomen. We beschrijven – kort – wat het thema inhoudt. Daarna volgt een overzicht van de belangrijkste (grote) ontwikkelingen die op basis van de Strategische Visie 2030 in gang zijn gezet. A. NETWERKSAMENLEVING Het eerste (algemene, overkoepelende) thema omvat vooral ambities over de manier van (samen)werken. Wij staan een samenleving voor waarin, naast traditionele stakeholders en samenwerkingsverbanden, nieuwe korte 3 Brede Welvaart (SCP): kwaliteit van leven in het hier en nu en de mate waarin
deze al dan niet ten koste gaat van latere generaties en/of van die van mensen elders in de wereld. Het gaat hierbij om onderwerpen als welzijn, materiele welvaart, gezondheid, arbeid en vrije tijd, wonen, samenleving, veiligheid en milieu alsook het economisch -, natuurlijk -, menselijk – en sociaal kapitaal.
of langdurige coalities van burgers en bedrijven ontstaan die invloed hebben op de samenleving en het beleid van de gemeente. Dat is voor diverse fysieke ontwikkelingen cruciaal, denk aan de transitie van de landbouw, de gekozen aanpak in de energietransitie, de aanpak van het knooppunt A1/A30, de ontwikkeling van dorpen via dorpsplannen, etc. Het thema heeft geen directe inhoudelijke samenhang met de fysieke opgaven. Het is wel een cruciale aanleiding voor deze notitie, juist omdat er diverse samenwerkingstrajecten lopen (zie voorbeelden hieronder) en het van belang is dat de input in die trajecten vanuit de gemeente Barneveld samenhangend is en breed gedragen, zodat het Barneveldse belang zo goed mogelijk geborgd kan worden. Regionale samenwerking, bijvoorbeeld in - Regio Foodvalley en via RFV de (Triple Helix) Economic Board Foodvalley - Regio Amersfoort - Programma Vitale Vakantieparken - VeluweAlliantie-Veluwe/op/1 - Landbouwnetwerk Regio Foodvalley - Platform Water Vallei en Eem - LTO Noord Gelderse Vallei en AJK Stroe-Wekerom. Lokale samenwerking, bijvoorbeeld in en met - Bestuurlijk overleg Wonen, Zorg en Welzijn - Adviesraad Sociaal Domein - Barneveldse Industriële Kring (BIK) en andere ondernemingsverenigingen en onderwijs zoals BTO - Energiecoöperaties - Plaatselijke Belangen/Wijkplatforms
14
-
Toeristisch Platform en GoBarneveld.
B. SOCIAAL EN VITAAL SAMENLEVEN Een gevarieerd en toereikend aanbod aan voorzieningen (waaronder onderwijs, sport, cultuur), passend bij de toenemende diversiteit van de samenleving en bij de onderlinge verschillen in karakter van dorpen of zelfs wijken en bijdragend aan sociale cohesie. De fysieke plek en organisatie zijn daaraan ondergeschikt en worden in overleg met de betrokken partijen op een slimme manier efficiënt benut en geregeld. C. LEEFBARE EN VITALE WIJKEN EN DORPEN Het faciliteren van de groei van het aantal inwoners tot 2040 (en verder) met behoud van de identiteit van de kernen en variatie in het woningaanbod, bevolkingssamenstelling, voorzieningen en inrichting. Het realiseren van aantrekkelijke, veilige en toekomstbestendige wijken: aantrekkelijk: ruim groen, gevarieerd, levendig, goed woon- en leefmilieu; veilig: samenwerking ketenpartners veiligheidsregio; toekomstbestendig: energieneutraal, flexibel aanpasbaar, klimaatadaptief. D. ECONOMISCHE KRACHT Het realiseren van extra vestigingsruimte en faciliteiten voor bedrijven om de aantrekkelijkheid als vestigingsplaats te versterken ten behoeve van de groei van werkgelegenheid, met focus op de kernsectoren agrofood en transport & distributie en groeisectoren zoals ICT. Het faciliteren en stimuleren van innovatie en verduurzaming van voedselsystemen en waardevermeerdering van het agrarisch product.
De uitbouw van recreatie en toerisme, waarbij de profilering (van de gemeente Barneveld) plaatsvindt als onderdeel van de promotie van de Veluwe. Het bieden van ruimte aan vernieuwing ten behoeve van toekomstbestendige verblijfsrecreatie.
Aantrekkelijke geconcentreerde winkelcentra in Barneveld en Voorthuizen, met een differentiatie in de branchering en voorzieningen, afgestemd op bijzondere doelgroepen. Versterken van de verbinding onderwijs arbeidsmarkt en een leven lang leren. Het begeleiden en ontwikkelen van ondernemersvaardigheden en passende werklocaties voor ZZP-ers. E. ENERGIETRANSITIE EN KLIMAAT Dit thema heeft diverse ruimtelijke opgaven, waarbij ruimte voor water en groen en energie opwekking in de vorm van zonneweides en windturbines het meest in oog springen. Dit zijn belangrijke voorwaarden bij de ruimtelijke inrichting. Dit onderwerp vraagt om locatiekeuzes en ontwerpen die het natuurlijk systeem als vertrekpunt neemt (zoals het benutten van kwellocaties voor waterberging i.p.v. voor verstedelijking). Vanuit het Landelijke Klimaatakkoord liggen er ook opgaves met betrekking tot CO2, zoals het realiseren van klimaatbossen en kansen zoals het binden van CO2 in landbouwgewassen. Onder de energietransitie staan we voor de grote opgaven om in 2030 de CO2 uitstoot te verminderen met 55%. Daarvoor wordt momenteel een nieuwe energievisie voorbereid. Vanuit participatie en partnerschap wordt gewerkt aan een energiemix, aan de Regionale Energie Strategie en een warmtevisie. F.
BEREIKBAARHEID EN MOBILITEIT De meest in het oog springende ambities zijn de aanpak van knooppunt A1-A30 en de eventuele aanleg van de oostelijke rondweg Barneveld. Daarnaast is in het GVVP een studie naar een westelijke rondweg aangekondigd. Ten aanzien van het openbaar vervoer heeft de gemeente Barneveld de ambitie dat er 1 of 2 halteplaatsen komen op de lijn Apeldoorn-Amersfoort en op de Valleilijn een kwartiersdienst naar EdeWageningen te realiseren. Deze infrastructurele ambities hangen nauw samen met de ontwikkeling van het aantal woningen en de locatie van de woningbouwopgave, maar ook met de inzet op schone mobiliteit, gebruik van de fiets en op deel-mobiliteit. De opgave ligt voor om zowel de
15
woningbouwopgave als de ontwikkeling van bedrijventerreinen en voorzieningen, zodanig vorm te geven dat schone mobiliteit gestimuleerd en gefaciliteerd wordt. Denk daarbij onder andere aan elektrisch rijden, fiets routes en deelgebruik. Hier liggen ook kansen voor de koppeling van energieproductie aan nieuwe of bestaande infrastructuur (weg- en spoor). G. AANTREKKELIJK BUITENGEBIED We staan voor de opgave om natuur en landschap te behouden en te versterken, om milieubelasting te verminderen en het buitengebied economisch vitaal te houden. Dat laatste is belangrijk omdat de eigenaren van het buitengebied niet ‘groen kunnen doen als ze rood staan’. De Landbouwvisie van het Rijk sluit hier goed op aan, omdat het gaat om toekomstbestendige landbouwbedrijven die natuurinclusief en in kringlopen ondernemen. Dat is goed voor de biodiversiteit en voor de milieubelasting. Maar zoals benoemd onder “economische kracht”, vergt
landbouw volgens die principes aanzienlijk meer ruimte. Vanuit het Klimaatakkoord zien we daarnaast een opgave voor o.a. klimaatbossen en andere vormen van CO2-vastlegging. Een nieuwe opgave is het beperken van stikstofdepositie op de prachtige natuur in onze gemeente, en daarbuiten. Dit raakt alle sectoren. Het vraagt om emissieloos en natuurinclusief bouwen en om vermindering van de uitstoot door industrie, verkeer en veehouderij. Rijk en provincie ‘bezorgen’ ons hierbij nog een grote opgave, namelijk de komende paar jaar een groter aantal stoppende boeren als gevolg van diverse opkoopregelingen die al gaande zijn danwel komende jaren open zullen gaan. Dit geeft uitdagingen (volstaat het functieveranderingsbeleid?) maar ook kansen voor gebiedsontwikkeling (gronden via kavelruil beschikbaar krijgen voor natuurinclusieve landbouw) en als tegenpool daarvan het risico dat gronden worden opgekocht door akkerbouwers van buiten de regio.
Welke ontwikkelingen zijn – op basis van de Strategische Visie 2030 – al in gang gezet? We delen met name de grotere ontwikkelingen (en vooral in het fysieke domein) aan de hand van de onderstaande zes rubrieken in: 1. Wonen Barneveld De Burgt Bloemendal. Voorthuizen Voorthuizen-Zuid (Holzenbosch, Kromme Akker-Zuid, Wikselaarse Eng en volgende deelplannen) Verbindingsweg (Woon/Werklandschap). Terschuur / Zwartebroek Eendrachtstraat Dwarsakker (Fase 2).
Kootwijkerbroek Oostbroek. Stroe Ericaweg e.o. 2. Werken Barneveld Voorbereiding Harselaar Zuid Fase 1b (25 ha bruto/20 ha netto) (Toekomst) Harselaar Zuid Fase 2 (44 ha (schatting)) Afronding Harselaar Driehoek Ontwikkeling Harselaar Centraal (Toekomst) Nijkerkerweg West Onderzoek Railterminal Barneveld
16
Poultry Expertise Centre: Campusontwikkeling Aeres Onderzoek Kalveren Expertise centrum Ontwikkeling PDV-cluster Scherpenzeelseweg (Intratuin, Gamma, Kringloopcenter en Woonwinkel) Vitaal centrumgebied Ondersteunen concepten onderwijs-arbeidsmarkt, zoals BTO en Barneveld Tomorrow.
Studie Westelijke Rondweg Studie Snelwegaansluitingen A30.
Voorthuizen Verbindingsweg (Woon/Werklandschap) Herontwikkeling MOB-complex (leisure of lokale foodhub?) Vitaal centrumgebied.
6. Landelijk Gebied Aanpak luchtkwaliteit via het Manifest Gezonde Leefomgeving Veehouderij, met de oprichting van het Praktijkcentrum Emissiereductie, toepassing van het Interimbeleid vergunningverlening (extra emissiereductie), deelname aan het Schone Lucht Akkoord, waaronder het starten van een pilot Landbouw Oprichting van en deelname aan het Landbouwnetwerk Regio Foodvalley, met onder andere het project Ondernemersbegeleiding Regio Deal Foodvalley gesloten met groot aantal partners, waarin een groot onderdeel voor de Landbouwtransitie: gezonde bodem, circulair veevoer en emissiereductie Regionaal programma Vrijkomende Agrarische Bebouwing Projectaanpak onder het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland vastgesteld, met onder andere gebiedsprocessen.
3. Recreëren Visie Toerisme en Recreatie 2030 Dorpspromotieplan Gemeente Barneveld Programma Vitale vakantieparken - Uitbreiding en herstructurering - Transformatie - Inventarisatie vitaliteit van alle parken Recreatiezonering Veluwe Samenwerking binnen Veluwe Alliantie Actualisatie, uitbreiding routestructuren (knooppunten, wandelroutes). 4. Mobiliteit (Verkeer, Vervoer, Openbaar Vervoer) Aanpak Aansluiting A1/A30 (MIRT / Rijksproject) Studie Corridor A1 - Station Barneveld-Noord - Station Stroe - Regiosprinter Amersfoort <> Barneveld-Noord <> Apeldoorn Studie Spooronderdoorgang Nijkerkerweg Studie Oostelijke Rondweg
5. Welzijn en Voorzieningen Uitvoering van het Beleidsplan Sociaal Domein Scholenbouwprogramma Dorpshuizen in Voorthuizen en Garderen.
7. Energie en Klimaat Wijk van de Toekomst/Warmtevisie Windvisie Dorpentoer Energie Energievisie Uitwerken gevolgen RES Uitvoering Barneveldse Zonneladder Ondersteunen en garantstelling energiecoöperaties Uitvoeringsprogramma circulaire economie.
17
HOOFDSTUK 3 – WAAR HOUDEN WE REKENING MEE? TRENDS EN ONTWIKKELINGEN Wat zijn de belangrijkste trends en ontwikkelingen waarmee we rekening zouden moeten houden? 1. Wonen Demografische groei van Barneveld Vestigingsoverschot van huishoudens uit met name het westen van Nederland Vergrijzing van de bevolking (maar gezinnen blijven belangrijk) Meer thuiswerken (gevolgen voor woonwensen) Meer behoefte aan flexibiliteit met bijv. tijdelijke woonconcepten Verdichting van de leefomgeving Versmelting woon- en werksituatie. 2. Werken Meer thuiswerken. Door corona is digitalisering en werken op afstand toegenomen. Ook na corona is de verwachting dat men meer thuisblijft, wat een versnelling lijkt te geven t.o.v. de verwachtte ontwikkeling Spreiding mobiliteit en veranderende druk op wegennet.
Afname beroepsbevolking als gevolg van vergrijzing Werklocaties: enerzijds functiemenging en schaalverkleining, anderzijds scheiding van (grootschalige) functies Andere behoeften in detailhandel: meer internet, specialistische kwaliteitswinkels Verandering van economie als gevolg van technologische ontwikkelingen, robotisering en flexibilisering van arbeid, inclusief ‘corona impuls’ op thuiswerken Sommige bedrijven groeien door van maakindustrie naar dataindustrie Blijvende aanwezigheid en huisvestingsnoodzaak voor arbeidsmigranten voor sectoren logistiek, industrie, land- en akkerbouw
Ontwikkeling van korte voedselketens tussen producent en consument Ontwikkeling van nieuwe sector insectenkweek Code/Space en Internet of Things Door geopolitieke verhouding ontstaat bewustwording van kwetsbaarheid van mondiale handel (er ontstaat behoefte om producten in de eigen regio te maken of hier van te betrekken. Toenemende behoefte aan bedrijfslocaties) Toenemende digitalisering en online verkopen leidt tot verdere afnamen van winkels, het centrum wordt van een ‘place to buy a place to be’ en meer e-commerce distributie (meer busjes?).
3. Recreëren Meer behoefte aan horeca en leisure Recreatiedruk, mede als gevolg van groei inwonertal van Barneveld Vitalisering vakantieparken Meer behoefte aan uitloopgebieden Recreatiezonering Veluwe voor balans natuur en recreatie Ontwikkeling zakelijk toerisme. 4. Mobiliteit Van bezit naar gebruik en van single use naar sharing Transitie in mobiliteit: meer mobiliteit maar in velerlei vormen (toename fietsgebruik, meer goederenvervoer, belang van OV-knooppunten) Optimale benutting van de bestaande infrastructuur Aandacht voor ov verbindingen tussen de kernen Assisted Human (nieuwe vervoersmiddelen hebben invloed op de actieradius van de mens) Elektrificatie van het wagenpark.
18
5. Welzijn & Voorzieningen Extramuralisering van de zorg: langer zelfredzaam thuis blijven wonen Gezondheidsdenken: belang van meer groen en water, fiets- en wandelpaden ten behoeve van meer beweging Gezonde voeding en bewuster consumeren: eiwittransitie (minder dierlijk, meer plantaardig) en gezonde voedingspatronen Toenemende interesse en tijdsbesteding m.b.t. cultuur Meer vraag naar slimme functiecombinaties voor sport- en zorgvoorzieningen, mede i.v.m. financiële haalbaarheid Luchtkwaliteit publieke gebouwen Bewustwording van de milieu impact van de huidige levenswijze. Minder reizen naar het buitenland, meer verblijf in eigen land. 6.
Landelijk Gebied Waarden-gedreven denken over ons voedselsysteem: de betekenis van landbouw voor voedselproductie en besef van gezonde voeding, en voor biodiversiteit, landschap, recreatief medegebruik, CO2-opslag en het vasthouden van water; en de maatschappelijke (financiële) waardering daarvan Landbouwtransitie: gezond, circulair en in verbinding (natuurinclusief, kringloop, emissiereductie, korte ketens, goede verdienmodellen) Eiwittransitie: insectenkweek (feed en food), andere (en regionale) eiwitgewassen Klimaataanpassing: klimaatbossen, waterberging, verbetering bodemkwaliteit (water vasthouden), beloonde CO2-opslag in gewassen Herstel biodiversiteit: verbetering bodemkwaliteit (bodemleven, ook voor gezonde gewassen), herstel landschapsstructuren Nieuwe Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (EU) en Nationaal Strategisch Programma zet sterker in op beloning vergroening
Aanpak Luchtkwaliteit: verdergaande emissiereductie, waaronder ammoniak/stikstof Gezonder en bewuster voedingspatroon leidt tot toenemende vraag streekproducten en duurzaam geproduceerd voedsel Toegang tot grond boeren steeds moeilijker door enorme prijsdruk agrarische grond door o.a. koop/pacht voor zonnevelden en door akkerbouwers van (ver) buiten de regio Zorg om mismatch locaties stoppende en ontwikkelende boeren. 7. Energie en Klimaat Circulaire economie: Een economisch en industrieel systeem waarin geen eindige grondstofvoorraden worden uitgeput en waarin reststoffen volledig opnieuw worden ingezet in het systeem. Klimaatakkoord; Nederland in 2050 energieneutraal Terugbrengen CO2 uitstoot naar 45% ten opzichte van 1990 Bijna Energie Neutraal Bouwen (BENG) Energielabel C voor kantoren verplicht per 1 januari 2023 Energielandgoederen waar bestaande functies worden gecombineerd met opwekking van energie Aardgasloos 2050. Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van energieopwekking, -transport en -opslag: geothermie, waterstof, zonnethermie, aquathermie, kernenergie, opslagfaciliteiten Vermindering aardgasgebruik Elektrificatie van energiegebruik in woningen en transport Klimaatveranderingen en bodemdaling: omgaan met extreme hitte, droogte, hoosbuien.
19
HOOFDSTUK 4 - UITGANGSPUNTEN WAT VINDEN WE BELANGRIJK ALS HET OM DE TOEKOMST GAAT VAN BARNEVELD? Voor het uitwerken van een aantal ontwikkelscenario’s is het belangrijk ontwikkelingen en uitgangspunten te benoemen waarmee – bij het opstellen van de scenario’s – rekening wordt gehouden.
Door de hiervoor beschreven actuele trends en ontwikkelingen, de onderwerpen voor de omgevingsvisie en de inzichten over ‘Brede Welvaart’, komt hier soms een onderwerp bij.
Sommige ontwikkelingen komen van buiten op ons af (we hebben daar slechts beperkt invloed op), bijvoorbeeld als gevolg van Rijksbeleid. In andere gevallen gaat het om eigen geformuleerde uitgangspunten die we belangrijk vinden en waarmee we bij de ontwikkelscenario’s altijd rekening willen blijven houden. Die zijn, zogezegd, onopzegbaar.
In het onderstaande geven we ook aan welke wijzigingen en/of toevoegingen er zijn ten opzichte van de door de gemeenteraad in de Strategische Visie Barneveld 2030 vastgestelde koers.
De ambities uit de Strategische Visie vormen daarbij het vertrekpunt in ons denken; we kunnen wat dat betreft eigenlijk beter spreken van een Strategische Agenda.
A. Als het gaat om onze netwerksamenleving… In een groeiende netwerksamenleving – waarbij veel verantwoordelijkheden voor hulp en ondersteuning op lokaal niveau zijn belegd werken we vanuit het principe zelf-samen-gemeente: iedereen is in eerste instantie verantwoordelijk voor zichzelf; vervolgens is er een rol voor de omgeving en maatschappelijke verbanden; in de derde plaats zorgt de gemeente voor een vangnet; sluiten we aan op burgerinitiatieven en nieuwe netwerken; zijn we een sterke partner in Regio Foodvalley en Regio Amersfoort. B en C en F. Als het gaat om onze sociale, leefbare en vitale dorpen en wijken Op basis van de demografische groei en de veranderende samenstelling van de bevolking
Wijzigingen (aangeduid met de letter W) geven wijzigingen van het eerder vastgestelde beleid aan; Toevoegingen (aangeduid met de letter T) geven toevoegingen van de vastgestelde koers aan, mede gebaseerd op wat in de uitwerking van de Strategische Visie Barneveld 2030 al was opgepakt.
realiseren we meer variatie en flexibiliteit in woningen en voorzieningen in wijken en dorpen; werken wij aan zowel een optimale externe bereikbaarheid van de gemeente als geheel als van de individuele woon- en werklocaties in het bijzonder; ontwikkelen wij een samenhangend en geïntegreerd digitaal platform voor het verzamelen en delen van informatie en diensten. Voorstel wijzigingen/(verduidelijkende) toevoegingen faciliteren wij de groei op basis van het gekozen scenario met daarbij passende werkgelegenheid en met behoud van leefbaarheid en eigen identiteit van de kernen (w); bewerkstelligen we een zodanige spreiding van onze woningbouwplannen en maatschappelijke voorzieningen, dat een betere continuïteit in woningbouwprojecten in de verschillende kernen komt, dat eventuele restcapaciteit van bestaande infrastructuur goed
20
wordt benut met inachtneming van doorstroming en verkeersveiligheid en dat dit bijdraagt aan instandhouding van een aantal basisvoorzieningen (t); Hebben we aandacht voor de veranderingen in bestaande buurten en ondersteunen we initiatieven om deze buurten leefbaar en toekomstbestendig te maken. (t) D. en G. Als het gaat om onze economische kracht… Gelet op onze positie in regionaal verband, onze centrale ligging in Nederland en de aanwezige bedrijvigheid met een sterke groeipotentie profileren wij ons economisch met de agro-food en logistieke waardeketens; hebben bijzondere aandacht voor groeisectoren zoals ICT; werken wij aan een optimale externe bereikbaarheid van Barneveld in het algemeen als individuele woon- en werklocaties in het bijzonder; benutten en faciliteren de kansen voor multimodaal transport van mensen en goederen; ontwikkelen gevarieerde werklocaties met ruimte voor sectorale en thematische bundeling en voor slimme functiecombinaties; versterken het toeristisch potentieel en een aantrekkelijk landschap; bieden ruimte aan duurzame groei van de primaire agrarische sector – in combinatie met passende nieuwe functies; stimuleren wij innovatie en crossover door clustervorming agrofood en verbinding van kennis met praktijk.
Voorstel wijzigingen/toevoegingen hebben we oog voor trends ten aanzien van meer thuiswerken, vergrijzing beroepsbevolking, robotisering, internetdiensten (t); zal er sprake zijn van verschuiving in sectoren (bijvoorbeeld meer werkgelegenheid in de gezondheidssector), doorgroei van maakindustrie en meer werk voor hoogopgeleiden (t); willen we ruimte geven voor de benodigde transities in o.a. de agrarische sector (w);
faciliteren en stimuleren we duurzame ontwikkeling van de primaire agrarische sector – in combinatie met passende nieuwe functies (w). E. en G. Als het gaat om onze duurzame samenleving… In een samenleving die steeds duurzamer wordt worden wij een energieneutrale en klimaatbestendige gemeente; laten wij circulaire economie en bio-based kringlopen leidende principes zijn bij nieuwe ontwikkelingen; zetten wij sterk in op schone mobiliteit. Voorstel wijzigingen/toevoegingen stellen wij het gezondheidsdenken centraal, door meer aandacht voor groen en water, langzaam verkeerroutes (met schaduwplekken); (w) stimuleren en faciliteren wij de landbouwontwikkeling naar meer gesloten kringlopen, eiwittransitie en toepassing van klimaatmaatregelen zoals vastlegging CO2 in gewassen en vasthouden van water in de bodem; (w); maken en houden we de openbare ruimte en gebouwen toegankelijk voor mensen met een beperking en bieden mogelijkheden voor kunst & cultuur en voor sport & spel. (t) zoeken wij samenwerking met inwoners en ondernemers die duurzaamheid actief bevorderen in hun omgeving Stapeling ruimteclaims vergt integrale afweging en innovatief dubbelgebruik De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vat het mooi samen: “De vraagstukken zijn groot en vaak met elkaar verweven.
Denk aan het bouwen van een miljoen nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Ze vragen meer ruimte dan zomaar beschikbaar is in ons land.” De gemeente Barneveld is wat dat betreft Nederland in het klein. We hebben ambities en die vragen veel van onze leefomgeving.
21
Ook in onze gemeente moet dit scala aan belangen en claims een plek vinden. De NOVI zegt daarover terecht: Niet alles kan en niet alles kan overal. Dat kan soms knellen. (…) Schaarste betekent dat we moeten kiezen. De NOVI geeft hiervoor alvast drie afwegingsprincipes, waarvan wij voorstellen die over te nemen: 1) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3) Afwentelen wordt voorkomen. Het grondgebied van Barneveld (ruim 17.600 hectare) wordt thans voor ruim 53% agrarisch gebruikt, gevolgd door ruim 31% natuur, bos en water. Woongebieden en bedrijventerreinen beslaan circa 10% van ons grondgebied.
Als de groei op vergelijkbare wijze doorzet vergt dat in de periode 20212040 nog globaal 450 hectare voor woningbouw en bedrijven, op basis van het scenario Groei voortzetten. Wanneer we kiezen voor het scenario Groei afremmen gaat het om zo’n 255 hectare. Bij scenario Groei aanjagen, zal het om ruim 655 hectare gaan. Dat is nog zonder nieuwe infrastructuur, zonder sportvelden en andere recreatie (samen 60 hectare in de periode 2000-2015), zonder natuurontwikkeling en zonder ruimte voor duurzame energieopwekking. En die ruimteclaims zullen zich ook nadrukkelijk manifesteren. Groei van Barneveld kan leiden tot de behoefte aan nieuwe infrastructuur en aanpassingen van de bestaande infrastructuur. Een ruimtevrager die ook versnipperend effect heeft. Groei leidt ook tot een ruimteclaim voor recreatie en ontspanning. Naast de trendmatige behoefte aan sportvelden, is er immers een groeiende behoefte aan ontspanning en (dag)recreatieve mogelijkheden (routestructuren en activiteiten), terwijl er tegelijk wordt gewerkt aan recreatiezonering op de Veluwe, waardoor op delen van de Veluwe minder ruimte is voor vrije toegang. Dit vraagt o.a. om meer groen in het agrarisch gebied. Ook vanuit het thema energie en klimaat is er een ruimtevraag. Naast zonnepanelen op daken wordt immers ook een maatschappelijke discussie gevoerd over zonnevelden en windturbines.
Bron: CBS
In de periode 2000-2021 is het ruimtebeslag van bebouwing in de gemeente Barneveld met 545 hectare toegenomen (64% wonen en 36% bedrijven). De gemiddelde groei was in de periode 2015-2021 groter dan het gemiddelde over 2010-2015.
22
Bron: CBS
Daarbij heeft de gemeente Barneveld via een inschrijvingssysteem inmiddels enkele tientallen hectares zonnevelden vergund of bijna vergund. Vanuit de klimaatopgave wordt nagedacht over grootschaliger retentiemogelijkheden in het buitengebied en zijn er landelijke en provinciale afspraken over het realiseren van klimaatbossen. Er is dus een grote druk op de ruimte. Het zijn ruimteclaims die zich manifesteren op gronden die nu worden gebruikt voor de voedselproductie, agrarisch grond. En waar de indruk kan bestaan dat dit geen probleem is omdat er jaarlijks boeren stoppen, blijkt die indruk feitelijk onjuist. Vanuit Foodvalley hebben we namelijk door de Wageningen Universiteit een scenariostudie laten uitvoeren in 2020 naar de ruimtebehoefte van de landbouw in 2050.
De hoofdconclusie van die studie is, dat als de Foodvalley-trend van afname van landbouwareaal (door verstedelijking, infrastructuur en nieuwe natuur) van de afgelopen 20 jaar doorzet, er in alle scenario’s in 2050 te weinig areaal landbouwgrond is, zie de grafiek op de volgende pagina. Het is belangrijk om te realiseren dat deze conclusie niet gebaseerd is op groei van de veehouderij, maar dat het een conclusie is ondanks de afname van dieraantallen en van het aantal veehouderijen. Dat komt door de maatschappelijke en beleidsmatige wens dat de landbouw meer natuur inclusief moet worden (dat betekent extensiever, meer hectares per koe) en kringlopen zoveel mogelijk moet gaan sluiten op zo klein mogelijke schaal (dat betekent o.a. geen soja uit Zuid-Amerika, maar regionale teelt van nieuwe eiwitgewassen). Het komt ook door de trend m.b.t. dierenwelzijn en de door Europa voorgestane groei van de biologische sector, wat onder meer betekend dat meer ruimte nodig is voor vrije uitloop. Let wel: deze conclusie van ruimtetekort geldt ook in het scenario waarin de inzet op natuur inclusief ondernemen en klimaat- en emissiedoelen, strikter is dan momenteel voorgenomen en waarin het aantal dieren 40 tot 50% minder is dan nu.
Kortom, we staan voor de grote uitdaging om de schaarse ruimte zuinig te gebruiken op basis van integrale afwegingen en kansen te bieden aan innovatief dubbelgebruik.
23
*) een globale duiding, omdat dit mede afhankelijk van diverse keuzes, zoals inbreiding vs uitbreiding en dichtheden) *) exclusief ruimte voor energie en klimaat, waaronder de 30 á 40 hectare voor de zonnevelden die in aanleg of voorbereiding zijn *) exclusief ruimtebeslag van aanvullende recreatiebehoefte, al dan niet met dubbelgebruik
Bron: Verkenning naar ruimtegebruik landbouw 2050 voor Regio Foodvalley; Regionale ruimtelijke uitwerking van WUR-scenariostudie Landbouw in Nederland in 2050. Wageningen, Wageningen Environmental Research, Rapport 3042
HOOFDSTUK 5 – ONTWIKKELSCENARIO’S DRIE ONTWIKKELSCENARIO’S VOOR BARNEVELD De gemeente Barneveld groeide de afgelopen jaren sterk. In 2010 telde Barneveld zo’n 52.500 inwoners, eind 2020 werd de grens van 60.000 inwoners gepasseerd, oftewel een groei van bijna 700 personen per jaar. In dezelfde periode nam de woningvoorraad met ca. 4.500 woningen toe tot ruim 23.000 woningen. Ook ten aanzien van de bedrijvigheid is Barneveld gegroeid, het aantal arbeidsplaatsen is tussen 2010 en 2019 gegroeid met 4.500 banen (waardoor er in 2019 34.500 arbeidsplaatsen waren), ook door de groei van het aantal bedrijven. Het aantal arbeidsplaatsen ligt daarmee structureel ruim 3.000 hoger dan de aanwezige beroepsbevolking in Barneveld. Bezien we de onderwerpen met betrekking tot de ‘Brede Welvaart’, dan zien we dat onze gemeente op de aspecten, welzijn, materiële welvaart,
veiligheid, gezondheid, wonen en samenleving, generiek gezien bovengemiddeld goed scoort. De schaal (en identiteit) van de negen kernen is zodanig, dat inwoners in allerlei maatschappelijke verbanden participeren, mensen elkaar kennen, zich (daardoor) veilig voelen, hetgeen bijdraagt aan het welbevinden en hun gezondheid. Dit mede dankzij de aanwezigheid van verschillende voorzieningen: denk aan dorpshuizen, sportvoorzieningen en culturele voorzieningen. De woningen en woonomgeving worden bovengemiddeld gewaardeerd, mede ook door de nabijheid van een aantrekkelijk buitengebied. Ten aanzien van het thema ‘milieu’ ligt dit voor Barneveld (evenals voor andere delen van Nederland) wat anders, mede vanwege onderwerpen als luchtkwaliteit (stikstof) en afnemende biodiversiteit. Het economisch, sociaal en menselijk kapitaal heeft daarmee richting de toekomst een goede uitgangspositie in onze gemeente (en regio). Het
24
natuurlijk kapitaal vraagt (ook landelijk gezien) extra aandacht: denk aan grondstoffenvoorraden, kwaliteit van natuur en milieu en hernieuwbare vormen van energie.
2. Ontwikkelscenario 2 – Groei Voortzetten 3. Ontwikkelscenario 3 – Groei Aanjagen Op de volgende pagina’s worden deze per scenario nader toegelicht.
De vraag is in welke mate we de groei van de afgelopen jaren ook de komende jaren willen en kunnen doorzetten en wat de effecten hiervan zijn voor de verschillende thema’s die hiervoor beschreven zijn. De ontwikkeling van ons inwonertal en aantal huishoudens is daarvoor een belangrijk aspect. Om deze effecten te verkennen, zijn drie scenario’s uitgewerkt: 1. Ontwikkelscenario 1 – Groei Afremmen
Bij ieder scenario wordt – aan de hand van de zeven rubrieken (Wonen, Werken, Recreëren, Mobiliteit, Welzijn en Voorzieningen, Landelijk Gebied en Klimaat en Energie) - aangegeven wat de mogelijke gevolgen kunnen zijn. We benoemen dat soms (omdat informatie hierover voorhanden is) als een gegeven, soms als een vraag die nader uitgezocht zou moeten worden.
25
1 ONTWIKKELSCENARIO 1 ‘GROEI AFREMMEN’ Belangrijkste kenmerken We volgen de ontwikkeling op basis van de Primos prognoses4, dit in lijn met de ambitie in de Strategische Visie 2030. We dragen daarmee onvoldoende bij aan de lokale als ook de (boven)regionale woningbehoefte. In het basisscenario zal Barneveld gestaag doorgroeien richting 62.600 inwoners in 2025 en zo’n 65.000 inwoners in 2030 en bijna 70.000 inwoners in 2040.
Op basis hiervan zou de woningvoorraad met bijna 3.900 woningen moeten uitbreiden: gemiddeld iets meer dan 200 per jaar. Uitgaande van deze huishoudensprognoses is tot 2030 een toevoeging van 275-325 woningen per jaar wenselijk en in het tijdvak daarna tot 2040 met 150 tot 200 woningen per jaar. Overall gaat het om een woningproductie van gemiddeld 200 woningen per jaar. Uit de Woonvisie 2021-2025 blijkt dat gemeente Barneveld over een redelijk omvangrijke plancapaciteit beschikt.
Het aantal huishoudens groeit in deze periode van 22.600 naar ruim 26.100 huishoudens in 2040. Een toename van 3.550 huishoudens in 19 jaar, ofwel gemiddeld 187 huishoudens per jaar. Dit scenario is in de Strategische Visie 2030 als demografische ontwikkeling opgenomen. Vanaf 2040 zal zowel landelijk alsook in Barneveld de groei van het inwonertal sterk afvlakken, mede als gevolg van het verdwijnen (overlijden) van de zogenaamde ‘babyboom generatie’ en de relatief grote gezinnen die in de jaren ’50 en ’60 in Nederland werden gevormd. De verwachting is dat Barneveld in 2040-2050 slechts met 2.000 inwoners zal groeien; in aantallen huishoudens gaat het om circa 1.000 in een periode van 10 jaar (100 per jaar).