CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

AANGEPASTE VERSIE (11-11-2025) Ontwerp Programmabegroting 2026

Gemeenteraad 12 november 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ontwerp-Programmabegroting 202640.878 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Gebruik van gebiedspecifieke data: gemeenten ontsluiten en gebruiken lokale data om beleid en interventies beter af te stemmen. Wijkmanagers en gebiedsteams: deze rollen worden versterkt om de verbinding tussen beleid en praktijk te verbeteren. Participatie Participatie als standaard: inwoners worden niet alleen geïnformeerd, maar actief betrokken bij beleidsvorming en uitvoering. Nieuwe vormen van participatie: denk aan digitale burgerpanels, wijkapps, en participatie via sociale

36

media. Vertrouwen en transparantie: gemeenten investeren -in open communicatie en het delen van resultaten om vertrouwen te versterken. Inclusieve participatie: er is meer aandacht voor het betrekken van moeilijk bereikbare groepen, zoals jongeren, mensen met een migratieachtergrond en laaggeletterden. Van inspraak naar co-creatie: participatie verschuift van reactieve inspraak naar proactieve samenwerking en co-creatie. Binnen de regio Regio als schaalniveau voor complexe opgaven: denk aan gezondheid, landbouw, mobiliteit en woningbouw (zoals in Regio Foodvalley). Gedeelde visie en governance: succesvolle samenwerking vraagt om duidelijke afspraken en gezamenlijke doelen. Flexibele samenwerkingsvormen: gemeenten behouden autonomie maar bundelen krachten waar nodig (bijv. sociale diensten, ICT). Via de netwerken Meer samenwerking en gerichte beïnvloeding richting andere overheden, inwoners en maatschappelijke partners. Gemeente als regisseur in netwerken 2. Dienstverlenen Dienstverlening Participatie als standaard: inwoners worden niet alleen geïnformeerd, maar actief betrokken bij beleidsvorming en uitvoering. Nieuwe vormen van participatie: denk aan digitale burgerpanels, wijkapps, en participatie via sociale media. Digitale transformatie: steeds meer dienstverlening verloopt digitaal, met nadruk op gebruiksvriendelijkheid en toegankelijkheid.

Persoonlijke benadering: er is groeiende aandacht voor maatwerk en menselijke maat, vooral voor kwetsbare inwoners. Datagedreven werken: gemeenten gebruiken data om dienstverlening te verbeteren en proactiever te maken. Samen met marktpartijen en andere overheden aan gedeelde oplossingen werken (common ground) Communicatie Van zenden naar dialoog: gemeenten stappen af van eenzijdige communicatie en zetten in op interactie en het centraal stellen van de leefwereld van inwoners. AI in communicatie: kunstmatige intelligentie wordt ingezet voor gepersonaliseerde en efficiënte communicatie, binnen duidelijke ethische kaders. Arbeidsmarktcommunicatie: door krapte op de arbeidsmarkt zetten gemeenten sterker in op employer branding en wervingscampagnes. Van binnen naar buiten denken: communicatie wordt steeds meer afgestemd op de vragen en behoeften van inwoners, in plaats van op interne beleidslogica. Sociale media als participatiekanaal: gemeenten gebruiken platforms als Instagram en TikTok om jongeren te bereiken en betrokkenheid te vergroten. 3. Besturen Goed bestuur Participatie en burgerbetrokkenheid: Inwoners willen meer zeggenschap en invloed op beleid en uitvoering. Transparantie en vertrouwen: Gemeenten investeren in openheid en verantwoording om het vertrouwen van inwoners te versterken.

Wendbaar bestuur: Besturen moeten flexibel inspelen op snelle maatschappelijke veranderingen, zoals crises of technologische ontwikkelingen. Toekomstbestendige organisatie Wendbaarheid & opgavegericht werken: flexibele organisatievormen, minder hïerarchie, Teams rond maatschappelijke opgaven. Organisatieontwikkeling & personeel investeringen in leiderschap, cultuur en strategische personeelsplanning. Focus op medewerker ontwikkeling en hybride werken. Digitalisering & data: Versnelling van digitale transformatie en datagedreven werken, aandacht voor

37

digitale ethiek en privacy.

Wat willen we bereiken? Samen bouwen aan Barneveld In een tijd van verandering en groei is samenwerking de sleutel tot een sterke en veerkrachtige gemeente. Barneveld kiest bewust voor een open houding: een gemeente die luistert, verbindt en ondersteunt. Samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners – binnen én buiten de gemeentegrenzen – werken we aan oplossingen die ertoe doen. We geloven in de kracht van de samenleving. Daarom zetten we in opgebiedsgericht werken, waarbij lokale behoeften centraal staan. We maken ruimte voor dialoog, initiatief en betrokkenheid. Dienstverlening is daarbij niet alleen snel en efficiënt, maar ook persoonlijk en mensgericht. Besturen doen we in verbinding. Met een heldere koers, transparante communicatie en een actieve rol in netwerken en lobby, zorgen we dat Barneveld klaar is voor de toekomst. Want alleen samen maken we het verschil. Met een organisatie die klaar is voor morgen Om deze ambities waar te maken, is een toekomstbestendige gemeentelijke organisatie onmisbaar. Een organisatie die wendbaar is, stevig staat in een veranderende samenleving en beschikt over de juiste kennis, vaardigheden en systemen. We investeren in mensen, processen en samenwerking, zodat we als gemeente daadkrachtig kunnen blijven besturen, betrouwbaar kunnen blijven leveren en flexibel kunnen inspelen op nieuwe opgaven.

Zo bouwen we niet alleen aan Barneveld van vandaag, maar ook aan het Barneveld van morgen. Vanuit dit streefbeeld werken wij. Het is voor dit programma ons hoofddoel, dat per thema via bijbehorende speerpunten wordt uitgewerkt in daaraan afgeleide subdoelen per thema en activiteiten voor 2026 inclusief bijbehorende planning en benodigde financiën.

38

Wat gaan we daarvoor doen? Bij de uitwerking en concretisering vormen de beleidsprioriteiten, zoals die zijn beschreven in Kadernota 20262029 (onder programma 4), het inhoudelijke vertrekpunt. We geven daar invulling aan via de volgende speerpunten:

4.1 Bestuur Speerpunt samenwerken in Netwerken

Effectiever samenwerken voor meer maatschappelijke impact. Doel

Activiteiten

Financiën

Binnen de gemeente: we versterken de samenwerking met inwoners, ondernemers en organisaties door gebiedsgericht en participatief te werken. Zo benutten we lokale kennis en vergroten we het draagvlak voor beleid en uitvoering. Gebiedsgericht werken Het uitvoeren van de in 2025 vastgestelde ‘Samenwerkingsaanpak met dorpen en wijken’, waaronder: het vastleggen van samenwerkingsafspraken met de Plaatselijke belangen en wijkplatforms; het opstellen en uitvoeren van gebiedsagenda’s. het verder uitrollen en borgen van gebiedsgericht werken binnen de gemeentelijke organisatie en werkprocessen. Participatie Het uitvoeren van de Ontwikkelagenda Bewonersparticipatie 2026, waaronder: het borgen en verder ontwikkelen van de omgang met bewonersinitiatieven, op basis van de resultaten van de pilot die in 2025 wordt uitgevoerd; het uitrollen van andere participatievormen, waaronder ook online participatievormen; verlenging van de functie participatiecoördinator en het verder uitrollen en borgen van participatief werken en de werkprocessen binnen de gemeentelijke organisatie. Beleidstoevoeging incidenteel: € 120.000 voor capaciteit participatiebeleid

Risico's Beleidsproduct 411 Raad

Speerpunt versterken positie gemeente Barneveld binnen en buiten de regio

Doel

Effectiever samenwerken voor meer maatschappelijke impact Binnen de regio('s): we profileren ons als een zelfbewuste en invloedrijke partner in de regio. Door actief samen te werken aan gezamenlijke opgaven vergroten we onze slagkracht en zichtbaarheid. Via bredere netwerken: we bewegen ons strategisch in bovenregionale netwerken. Door signalen vroegtijdig op te vangen en gericht te lobbyen, vergroten we onze invloed op beleid en middelen.

39

Binnen de regio('s): De inzet is gericht op het verstevigen van de positie van gemeente Barneveld binnen de regio’s. Hierbij is van belang steeds na te gaan hoe deelname effectief kan bijdragen aan het realiseren van de eigen Barneveldse strategische (bestuurlijke) opgaven. Dit ook in samenhang met Public Affairs. In 2026 is de focus gericht op: Regio Foodvalley Regio Foodvalley is onze kernregio, op basis van de WGR. In 2025 is besluitvorming over de nieuwe Strategische Agenda 2026-2030 afgerond. In 2026 starten de gezamenlijke triple-helix partners met de uitvoering van de Strategische Agenda. De gezamenlijke inzet is hierbij gericht op: het realiseren van een toekomstbestendige economie waarin we toonaangevend zijn in het voedselsysteem van de toekomst; het bijdragen aan grote opgaven in Nederland door verantwoord te groeien. Hierbij gaan het realiseren van een schaalsprong en de opgaven voor natuur, milieu en water hand in hand. In 2025 werd bekend dat het Rijk €25 miljoen aan Regio Foodvalley toekent in het kader van de Regio Deals. De focus bij deze tweede Regio Deal ligt op verantwoord groeien, regionaal ontmoeten en innovatief ondernemen. Dit sluit aan bij de thema’s van de Strategische Agenda. Regiobreed hebben ondernemers, onderwijsinstellingen en gemeenten meer projecten ingediend dan er geld is.

Eind 2025/ begin 2026 wordt bekend welke projecten mee kunnen doen in de Regiodeal. Vervolgens zal in 2026 gestart worden met de uitvoering. Regio Amersfoort Regio Amersfoort is geen WGR, afstemming vindt plaats via bestuurlijk overleg. De inzet van gemeente Barneveld binnen Regio Amersfoort focust zich op mobiliteit en public affairs. Betreffende lobby en public affairs zal in 2026 de focus liggen op de prioritaire lobbydossiers die vastliggen in de Public Affairs Agenda van Regio Amersfoort waarover de colleges van B&W van de regio in het najaar van 2025 een besluit nemen. Voor gemeente Barneveld is hierbij vooral van belang aandacht te houden voor het aanpakken van Knooppunt A1/A30 en Knooppunt Hoevelaken. Activiteiten

Betreffende mobiliteit is voor gemeente Barneveld in 2026 vooral de inzet van Regio Amersfoort op het Programma U Ned van belang. In dit programma werken het Rijk, de provincie Utrecht, gemeente Utrecht, de regio U10 en de gemeente Amersfoort samen op het gebied van wonen, werken, bereikbaarheid en leefbaarheid. Ook partijen als Rijkswaterstraat, ProRail, NS en waterschappen zijn hierbij betrokken. In samenwerking met alle partners binnen U Ned is een Mobiliteitsstrategie 2040 opgesteld, waarin ook diverse maatregelen voor gemeente Barneveld opgenomen zijn. Via bredere netwerken: Public Affairs en Lobby Het Public Affairs- en Lobbybeleid is geactualiseerd en in uitvoering. De lobbyagenda is vastgesteld. Het concentreert zich met name op de onderstaande prioritaire onderwerpen. In hoofdlijnen ziet dat er als volgt uit: Stikstof: ambtelijke en bestuurlijke lobby voor regionale stikstofaanpak Veluwe en Peel met inzet van €600 miljoen. Defensie: versterking samenwerking met Defensie richting bestuurlijke afspraken over ruimtelijke en financiële kaders. Oostelijke Rondweg: lobby voor opname van de Oostelijke Rondweg in provinciale en rijksinvesteringsprogramma’s zoals het MIRT. Wonen: versnelling woningbouw en flexwonen via allianties, werkbezoeken en inzet op provinciale investeringsgelden.

A1/A30 Knooppunt Hoevelaken: ambtelijke en politieke inzet op agendering en prioritering van de aanpak van knooppunt Hoevelaken. Deze onderwerpen zijn nader uitgewerkt in te ondernemen acties. Rapportering daarop gebeurt halfjaarlijks via P&C-cyclus/ info raad. Nu het beleid staat en organisatie en bestuur daarvoor het afgelopen jaar zijn ingericht, wordt in 2026 ingezet op het gericht uitbreiden en waar nodig intensiveren van structurele contacten met stakeholders.

Financiën N.v.t. Risico's N.v.t. Beleidsproduct411 Raad

40

Speerpunt Dienstverlening en communicatie

Doel

Activiteiten

Dienstverlening Wij bieden toegankelijke, betrokken en oplossingsgerichte hulp: Uw vraag is leidend Digitaal waar mogelijk, persoonlijk waar nodig Geen omwegen, wel meedenken Communicatie We ontwikkelen ons verder tot een informerende en luisterende gemeente. Een gemeente die de samenleving ingaat, proactief is en op de juiste momenten en op een goede manier de samenleving betrekt en het gesprek aangaat. Medewerkers voelen zich geïnformeerd, betrokken en gemotiveerd om samen te werken aan de doelstellingen van de organisatie. Dienstverlening In het laatste jaar van het programma dienstverlening zet de gemeente Barneveld het werk aan de volgende prioriteiten in 2026 voort: Het borgen van zaakgericht werken in de organisatie, zodat dienstverlening aan inwoners en ondernemers zo optimaal mogelijk verloopt. Tevens ondersteunt zaakgericht werken het efficiënt werken in de organisatie en het voldoen aan wettelijke verplichtingen zoals bijvoorbeeld de Archiefwet en de Wet open overheid. . De doorontwikkeling van een integrale frontoffice. Het doorontwikkelen van de inzet van een intelligente chatbot bij digitale dienstverlening. Het doorontwikkelen en verder stimuleren van het gebruik van de BerichtenboxMijnOverheid en MijnBarneveld.

Verdere inzet van het structureel meten van de tevredenheid van inwoners en ondernemers en aanpassingen in de werkwijzen op basis van de opgehaalde aanbevelingen. Het implementeren van de volgende categorieën actieve openbaarmaking in het kader van de Woo. Het borgen van de programma-resultaten in de organisatie. Op basis van de eindevaluatie programma dienstverlening schetsen we de ontwikkelrichting voor dienstverlening vanaf 2027 De realisatie van deze doelstellingen meten we af aan de volgende indicatoren: 80% van de vragen handelen we bij het eerste contact in de frontoffice af. 90% van (aan)vragen en meldingen komt direct bij de juiste behandelaar terecht. 90% van onze producten is voor inwoners en ondernemers ook via het digitale kanaal te regelen. 80% van onze communicatie binnen onze dienstverleningsprocessen is in begrijpelijke taal. Vragen over statusinformatie per telefoon nemen af met 25%. Gebruik digitale 'mijn-omgevingen' neemt met 25% toe. We borgen de uitgangspunten van ‘Barneveld transparant’: actief openbaar, begrijpelijk en digitaal toegankelijk.

Communicatie Op basis van de communicatievisie die is vastgesteld in februari 2024, zet de gemeente Barneveld in 2026 in op de volgende prioriteiten: Een verdere ontwikkeling van de Newsroom. Hierbij valt te denken aan het verrichten van omgevingsanalyses en investeren in community managers. Door te weten wat er in de samenleving speelt, kunnen medewerkers daarop snel en makkelijk inspelen. Het verrichten van omgevingsanalyses is arbeidsintensief. Veel nieuwsbronnen worden nu nog handmatig geanalyseerd. In 2026 zetten we in op het verder automatiseren van het analyseren van nieuwsbronnen die nu nog handmatig geanalyseerd worden. Door training en bewustwording integreren we Begrijpelijke taal verder in de gehele organisatie. Hiermee dragen we bij aan een open, transparante en bereikbare gemeente waar inwoners gemakkelijk hun zaken kunnen regelen en daarmee aan het behouden van en/of het herstel van vertrouwen in de overheid. Het versterken van de interne communicatie. Goede interne communicatie zorgt voor een goed functionerende organisatie waarbinnen medewerkers geïnformeerd, betrokken en gemotiveerd zijn om samen te werken aan de doelstellingen van de organisatie. Daarbij staat onderlinge verbinding centraal.

41

Binnen begroting. Verder beleidstoevoegingen vanuit de Kadernota 2026-2029:

Financiën

Dienstverlening Incidentele beleidstoevoegingen voor: € 130.000 Capaciteit Dienstverlening voor 2026, administratief gekoppeld aan programma 3. € 178.000 Doorontwikkeling DIV (Zaaksysteem) voor 2026 en 2027 € 70.000 Digitale toegankelijkheid (2026 en 2027) € 75.000 Digitale innovatie (2026 en 2027) Communicatie Incidentele beleidstoevoegingen voor: € 70.000: Digitale Toegankelijkheid (2026) € 116.000: Borging Newsroom (2026 en 2027) € 117.000: Adviseur interne communicatie (2026) en €96.000 (2027)

Risico's Beleidsproduct 411 Raad

4.2 Interne dienstverlening Speerpunt Versterken realisatiekracht middels Barneveld groeit

Speerpunt Blijven(d) bouwen aan een toekomstgerichte organisatie Een wendbare gemeentelijke organisatie met meer strategische slagkracht om de groei van de gemeente, Doel nieuwe complexe opgaven en veranderende behoeften in de samenleving efficiënt en effectief te kunnen faciliteren. Organisatieontwikkeling is een doorgaand proces. In 2026 vervolgen we het pad dat we ingeslagen zijn. De aandacht gaat uit naar: doorontwikkelen van de organisatie op de ingezette strategische lijnen (waaronder leiderschap, programmatisch & projectmatig werken, toepassen sturingsmodel, portfoliomanagement, persoonlijk leiderschap) Activiteiten verdere implementatie van strategische personeelsplanning actualisatie functiehuis en aanpak arbeidsmarktvraagstukken uitvoeren vervanging grote informatiesystemen doorontwikkeling financiële organisatie doorontwikkeling informatiebeheer(organisatie) uitvoeren van pilots gericht op digitale innovatie in werkprocessen Binnen begroting.

Verder: beleidstoevoegingen vanuit de Kadernota 2026-2029 Beleidstoevoegingen structureel vanaf 2026: € 300.000 grote I-vervangingen en aanbestedingen € 105.000 HR Business partner Financiën € 90.000 Beleidsondersteuner HRM € 105.000 Formatie informatiebeveiliging € 80.000 Formatie DIV Beleidstoevoegingen 2026, 2027 incidenteel: € 90.000 contractbeheerder (2026) € 55.000 projectleiding HRM (voor 2026) € 75.000 digitale innovatie (voor 2026 en 2027) € 155.000 doorontwikkeling financiële functie (voor 2026) Organisatieontwikkeling vereist tijd, geld, kennis en leiderschap. Indien deze aspecten niet goed worden Risico's ingezet, kan organisatieontwikkeling vertragen of tot stilstand komen. Beleidsproduct422 Ondersteuning organisatie

42

Wat gaat het kosten? Financiële tabel bedragen x € 1.000 4. Samenwerken, dienstverlenen en besturen

Begroting 2026 Lasten

Baten

Saldo

- 3.923 - 1.920 - 1.287 - 716

282 244 38 -

- 3.641 - 1.676 - 1.249 - 716

4.2 Interne dienstverlening 421 Beheer overige eigen gebouwen en gronden 422 Ondersteuning organisatie

- 30.098 - 1.252 - 28.846

1.368 695 673

- 28.730 - 557 - 28.173

4.3 Algemene dekkingsmiddelen 431 Treasury 432 Belastingen 433 Algemene uitkering 434 Overige baten en lasten 436 Werken voor derden

- 3.319 - 824 - 1.360 - 2.380 795 451

145.317 1.093 22.244 121.594 19 367

141.997 269 20.884 119.214 814 817

Saldo van baten en lasten

- 37.340

146.966

109.626

Mutatie reserves 4.4 Resultaatbepaling 441 Mutaties reserves

- 1.733 - 1.733

2.215 2.215

482 482

Mutatie reserves

- 1.733

2.215

482

Totaal

- 39.073

149.181

110.108

Saldo van baten en lasten 4.1 Bestuur 411 Raad 412 B&W 413 Bestuurlijke samenwerking

43

Paragrafen Paragraaf 1 Lokale heffingen 1.1 Inleiding

Na de algemene uitkering uit het gemeentefonds zijn de gemeentelijke heffingen (belastingen, leges en rechten) de belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeente. Deze heffingen zijn de enige inkomstenbronnen waarop de gemeenteraad invloed kan uitoefenen. Met name voor de zuivere belastingen, de heffingen waar geen direct aanwijsbare tegenprestatie van de overheid tegenover staat, is er geen maximum bedrag of opbrengst aangegeven. Voor leges en andere betalingen voor overheidsdiensten is bepaald dat er geen winst mag worden gemaakt. De opbrengst van de heffing mag dan in totaal niet hoger zijn dan de kosten die de gemeente moet maken om de diensten te verlenen. De opbrengsten van de gemeentelijke heffingen zijn geraamd onder de verschillende producten. Het (meerjaren)beleid ten aanzien van de lokale belastingen is opgenomen in de op 13 november 2024 door de raad vastgestelde Nota lokaal belastinggebied Barneveld 2024-2027. Voor zover het beleid van specifieke belastingen afwijkt van de in de nota opgenomen uitgangspunten, is dat hieronder bij die belasting aangegeven. In deze paragraaf komen de volgende zaken aan de orde: het beleid ten aanzien van de verschillende heffingen en de tarieven; de lokale lastendruk; gegevens over kwijtschelding.

Diagram lokale heffingen

1.2 Beleid

Algemeen Het beleid voor de lokale belastingen is vastgelegd in de verschillende verordeningen en in de Nota lokaal belastinggebied Barneveld 2024-2027. Het tarievenbeleid wordt jaarlijks geformuleerd bij de vaststelling van de begrotingsuitgangspunten in de Kadernota. In het coalitieakkoord 2022-2026 is ten aanzien van de inflatieontwikkeling aangegeven dat gewerkt wordt met een driejaarsgemiddelde. Voor 2026 is het percentage voor de inflatieontwikkeling vastgesteld op 3,8%. Onroerendezaakbelastingen (OZB) Voor de OZB betekent dit, afgezien van de groei, een stijging van de opbrengsten met 3,8% inflatie voor eigenaren woningen en voor de eigenaren en gebruikers van niet-woningen. Daarnaast is in de Kadernota 2025-2028 voor “Verantwoord groeien” gekozen om het scenario Verhogen van de OZB toe te passen. Dit betekent dat de OZB naast de indexatie jaarlijks met 2,5% zal worden verhoogd gedurende een periode van vier jaar. Dit komt voor 2026 neer op een OZB stijging van de opbrengst van 6,3%. De jaarlijkse extra verhoging van de OZB voor de jaren 2027-2028 zal bij de Kadernota 2027 worden heroverwogen met daarnaast een toetsing op noodzaak. Los van deze OZB stijging is de hoogte van de opbrengst en het tarief afhankelijk van de uitkomst van de jaarlijkse waardering in het kader van de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ).

Het uitgangspunt van beleid is dat de totale OZB-opbrengst niet zal veranderen als gevolg van een hogere of lagere

44

taxatiewaarde. De opbrengst van deze belastingen is namelijk het resultaat van de waarde en het tarief. Een dalende waarde betekent dat het tarief verhoogd moet worden om de gewenste opbrengst te genereren, terwijl stijgende waardes leiden tot een minder sterke stijging of zelfs tot een daling van de tarieven. De huidige marktontwikkeling van woningen laat zien dat er nog steeds sprake is van een stijgende markt. Na het afronden van de hertaxatie, doen wij een voorstel waarbij de tarieven voor 2026 definitief kunnen worden vastgesteld waarbij ook rekening wordt gehouden met de gemiddelde waardeontwikkeling van de objecten. In onderstaande tabel van de tarieven staat een tariefstijging van 8,9-9%. Deze zijn gelijk aan de tarieven die zijn opgenomen in de belastingverordeningen die tegelijk met de begroting worden in de raad behandeld. Dit betreft het maximale tarief in percentages van de WOZ-waarde. De definitieve tarieven worden in januari 2027 vastgesteld, wanneer de hertaxaties gereed zijn. De tarieven mogen dan nog wel naar beneden worden bijgesteld, maar niet meer naar boven ten opzichte van genoemde tarieven. Het percentage kan afwijken van bovenstaande 6,3%, omdat de ontwikkeling van de WOZ-waarde wordt gecorrigeerd op het tarief. De ontwikkeling van de WOZ-waarden leidt daarmee niet tot hogere inkomsten OZB.

Afvalstoffenheffing Als gevolg van inflatie en daarmee stijgende kosten voor personeel en materieel nemen de totale lasten binnen het product Afval toe (stijging van 1%). Voor 2025 is ervoor gekozen om het overhead-percentage te laten stijgen van 50% naar 60%. Voor 2026 blijft het geldende overhead-percentage gelijk (60%). Om de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing te behouden is in 2026 daarom een tariefstijging van 1% benodigd. Rioolheffing In het in mei 2021 vastgestelde Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) is een jaarlijkse stijging van 4% voorzien om kostendekkend te zijn. De verhoging is ook in 2026 noodzakelijk ter dekking van kapitaalslasten en mede door de ambities om de klimaatadaptatie vorm te geven. Daarnaast vragen wateroverlast en verdroging steeds meer maatregelen in de publieke ruimte. Het huidige VGRP loopt af in 2026, zodoende zal er in 2026 een nieuw VGRP opgesteld worden waarin ondere andere een meerjarenbegroting is opgenomen. Voor 2025 is ervoor gekozen om het overhead-percentage te laten stijgen van 50% naar 60%. Voor 2026 blijft het geldende overhead-percentage gelijk (60%). Om de kostendekkendheid van de rioolheffing te behouden is in 2026 daarom een tariefstijging van 4% benodigd.

Lijkbezorgingsrechten (grafrechten) De lasten binnen het product Begraven zijn de laatste jaren toegenomen, dit is voornamelijk het gevolg van de lasten die voortvloeien uit de investeringen. Voor 2026 wordt uitgegaan van een stijging van de lasten van 7,6%. Voor 2025 is ervoor gekozen om het overhead-percentage te laten stijgen van 50% naar 60%. Voor 2026 blijft het geldende overhead-percentage gelijk (60%). Om de kostendekkendheid van de lijkbezorgingsrechten te behouden is in 2026 daarom een tariefstijging van 7,6% benodigd. Met betrekking tot de motie 24-108 van 13 november 2024 kan gemeld worden dat de raad in het tweede kwartaal 2026 geïnformeerd wordt over de kosten die gemaakt worden rondom beheer en onderhoud begraven. Ook wordt dan de uitsplitsing gemaakt in kosten voor onderhoud en beheer voor de oude en nieuwe gedeelten van de begraafplaatsen. In dit voorstel willen we een toelichting geven op de kostendekkendheid in het algemeen. Daarnaast leggen we een aantal scenario’s voor met verschillende kostendekkendheidsprecentages. Forensen- en toeristenbelasting Voor de forensenbelasting wordt voor 2026 het percentage voor de inflatieontwikkeling van 3,8% toegepast. In de Kadernota 2025-2028 is gekozen voor “Verantwoord groeien” en het scenario van de verhoging van de OZB toe te passen met een jaarlijkse verhoging van 2,5% gedurende een periode van vier jaar.

Vanuit de aangenomen motie M24-66 zal deze jaarlijkse verhoging overeenkomstig voor de forensenbelasting worden toegepast. Uit de benchmark van de tarieven van de toeristenbelasting met de omliggende gemeenten is naar voren gekomen dat Barneveld het laagste tarief per overnachting heeft. Gelet hierop is het tarief voor dit jaar dan ook verhoogd naar € 1,35 per overnachting (was: € 1,19). Daarnaast hebben wij aangegeven dat voor 2026 een vorm van differentiatie zal worden toegepast met als uitgangspunt een groei van het (hoogste) tarief naar € 1,50 per overnachting. Voor 2026 stellen wij voor om enige vorm van differentiatie toe te passen in het tarief per overnachting waarbij onderscheid wordt gemaakt naar een hotelovernachting en overige overnachtingen. Het tarief voor een hotelovernachting hiervoor te stellen op het hoogste tarief van € 1,50 en op het tarief voor de overige overnachtingen de inflatieontwikkeling niet toe te passen en te houden op het tarief van € 1,35 per overnachting. Dit mede ingegeven door de BTW verhoging van 9 naar 21% waar de toeristische sector volgend jaar mee wordt geconfronteerd.

45

1.3 Tarieven en inkomsten Tarieven begrotingsjaar

2025

2026

Lastenstijging

0,0750 0,2125 0,1676

0,0817 0,2316 0,1826

8,9% 9,0% 8,9%

Afvalstoffenheffing - éénpersoonhuishoudens - meerpersoonshuishoudens

€ 213,80 € 356,30

€ 215,84 € 359,73

1,0% 1,0%

Rioolheffing - vastrecht tot 350 m3 afvalwater

€ 224,35

€ 233,31

4,0%

Hondenbelastingen - voor de 1e hond - voor de 2e hond - voor elke volgende hond - kennels

€ 58,50 € 81,00 € 100,00 € 139,50

€ 60,70 € 84,00 € 103,80 € 144,70

3,8% 3,7% 3,8% 3,7%

Toeristenbelasting - per overnachting - per hotelovernachting - per seizoenplaats - per jaarplaats

€ 1,35 € 1,35 € 252,45 € 252,75

€ 1,35 € 1,50 € 252,45 € 252,75

0,0% 11,1% 0,0% 0,0%

€ 238,50 € 238,50

€ 253,50 € 253,50

6,3% 6,3%

€ 1.168,00

€ 1.241,00

6,3%

€ 238,50

€ 253,50

6,3%

Tarieven lokale heffingen Onroerende zaakbelastingen** - eigenaren woningen, in % van de waarde - eigenaren niet-woningen, in % van de waarde - gebruikers niet-woningen, in % van de waarde

Forensenbelasting - bij een WOZ-waarde van € 94.000 of minder - bij een WOZ-waarde van meer dan € 94.000 vermeerderd met 0,93% van het bedrag waamee de heffingsmaatstaf een bedrag van € 94.000 te boven gaat. Met dien verstande dat per woning een maximumbedrag geldt van: - voor woningen/onderkomens waarvoor geen waarde is vastgesteld op grond van de WOZ bedraagt het tarief:

**De Tarieven voorlopig verhoogd met 9% omdat de uitkomsten van de herwaardering nog niet beschikbaar zijn. Na de afronding van de jaarlijkse hertaxatie zal uiterlijk januari 2026 een voorstel worden gedaan om de tarieven voor 2026 definitief vast te stellen.

Inkomsten uit heffingen bedragen x € 1.000 Rekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Belastingen (Algemene dekkingsmiddelen) 01. Onroerende zaakbelastingen woningen 02. Onroerende zaakbelastingen niet-woningen 03. Hondenbelasting 04. Toeristenbelasting 05. Forensenbelasting 06. Reclamebelasting Totaal Belastingen (Algemene dekkingsmiddelen)

8.371 7.813 233 1.040 1.364 124 18.946

8.879 8.554 257 1.062 1.420 132 20.304

9.589 8.622 266 1.129 1.506 137 21.249

Rechten (Tariefsgebonden) 08. Rioolheffing 08. Rioolheffing - kwijtschelding 09. Afvalstoffenheffing 09. Afvalstoffenheffing - kwijtschelding 10. Begrafenisrechten 11. Parkeergelden 12. Parkeerboetes 13. Marktgelden 14. Leges burgerzaken 15. Leges Wabo vergunningen 16. Leges bestemmingsplannen 17. Overige leges Totaal Rechten (Tariefsgebonden)

6.020 - 127 6.944 - 164 835 877 146 34 1.319 3.732 899 209 20.724

6.465 - 125 7.522 - 170 1.158 798 400 46 1.297 2.489 1.097 222 21.200

6.845 - 125 7.660 - 170 1.246 798 173 46 1.297 2.489 1.097 222 21.578

Totaal lokale heffingen

39.670

41.504

42.827

Lokale heffingen

46

1.4 Kostendekkendheid

Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing wordt hieronder een uitgebreidere kostendekkendheid weergegeven. Gerekend wordt met een opslag van de overhead ten opzichte van de salariskosten die toegerekend worden aan de betreffende heffing (60%). In de verzameltabel is de kostendekkendheid van de verschillende leges op hoofdlijnen weergegeven en een totaal kostendekkendheidspercentage (rekening houdend met de in deze programmabegroting voorgestelde tariefsaanpassingen).

Afvalstoffenheffing bedragen x € 1.000 Begroting 2025

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing

Begroting 2026

Bedrag

%

Bedrag

%

5.434 - 640 4.793

83% -10% 73%

6.070 - 586 5.484

77% -7% 70%

765 338 666 1.769

12% 5% 10% 27%

1.219 350 801 2.370

16% 4% 10% 30%

Totale kosten

6.562

100%

7.854

100%

Totale opbrengst heffing

6.429

Tekort Dekkingspercentage opbrengsten

- 132

Kosten Netto kosten product Kosten product Inkomsten product, excl. heffingen Netto kosten product Toe te rekenen kosten product Overhead Aandeel straatreiniging (m.i.v. 2025: 40%) BTW Toe te rekenen kosten product

7.660 - 194 98%

98%

Rioolheffing bedragen x € 1.000 Begroting 2026

Begroting 2025

Kostendekkendheid rioolheffing

Bedrag

%

Bedrag

%

4.369 - 44 4.326

79% -1% 78%

4.719 - 44 4.676

73% -1% 73%

649 306 230 1.185

12% 6% 4% 22%

954 525 272 1.752

15% 8% 4% 27%

Totale kosten

5.511

100%

6.428

100%

Totale opbrengst heffing

5.514

Kosten Netto kosten product Kosten product Inkomsten product, excl. heffingen Netto kosten product Toe te rekenen kosten product Overhead Aandeel straatreiniging (m.i.v. 2025: 60%) BTW Toe te rekenen kosten product

Overschot, te verrekenen met voorziening VGRP Dekkingspercentage opbrengsten

6.420

4

-8 100%

100%

Leges en heffingen bedragen x € 1.000 Kostendekkendheid heffingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Grafrechten Leges omgevingsvergunning Leges burgerzaken

Lasten taakveld

Overhead incl. rente

6.070 4.719 1.703 6.584 1.526 20.603

1.569 1.480 464 1.300 809 5.621

BCF Totaal lasten /BTW 801 272 1.073

8.440 6.471 2.167 7.884 2.335 27.297

Leges

Andere inkomsten

Dekkings %

7.660 6.420 1.245 3.586 1.297 20.208

586 44 1 50 681

98% 100% 57% 46% 56% 76%

47

1.5 Lokale lastendruk

Om een indruk te krijgen van de 'lokale lastendruk' wordt berekend wat de huishoudens aan belasting moeten betalen. Daarbij wordt gekeken naar de voor huishoudens gebruikelijke heffingen: de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffen- en rioolheffing. Door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen wordt jaarlijks een atlas van de lokale lasten opgesteld. Deze atlas geldt voor de VNG als een officiële publicatie die de lokale lasten in beeld brengt. De bruto woonlasten van meerpersoonshuishoudens lopen, volgens de Atlas voor 2025, uiteen van € 680 tot € 2.117 per jaar. Landelijk gezien bevindt de gemeente Barneveld zich op plaats 134 (plaats 1 heeft de laagste woonlastendruk) van de 346 gemeenten. Barneveld is in 2026 nog altijd een gemeente met een lastendruk (€ 1.039) wat ligt onder het landelijk gemiddelde van € 1.104.

Tabel lokale lastendruk

2025

2026

Lastenstijging (%)

Barneveld tarieven - Barneveld (meerpersoons huishoudens)

€ 1.001

€ 1.039

3,8%

Hoogste tarieven - Landelijk ** - Gelderland*

€ 2.117 € 1.454

€ 2.218

4,8% 0,0%

Gemiddelde tarieven - Landelijk ** - Gelderland*

€ 1.053 € 1.055

€ 1.104

4,8% 0,0%

€ 680 € 727

€ 713

4,8% 0,0%

Lokale lastendruk

Laagste tarieven - Landelijk ** - Gelderland*

Bron: COELO Atlas van de lokale lasten (www.coelo.nl/digatlas/index)

1.6 Kwijtschelding

Inwoners met een laag inkomen kunnen kwijtschelding krijgen voor de aanslag van de afvalstoffenheffing, rioolheffing en de onroerendezaakbelasting. Bij de beoordeling van het verzoek vindt er een toets plaats naar inkomen en vermogen. De gemeente mag alleen kwijtschelding verlenen als het inkomen niet hoger ligt dan 100% van het bijstandsniveau. Mensen die duurzaam een laag inkomen hebben en in aanmerking zijn gekomen voor kwijtschelding hoeven niet jaarlijks een nieuw verzoek om kwijtschelding in te dienen. Ieder jaar wordt onderzocht of hun aanslagen automatisch kunnen worden kwijtgescholden. Naar verwachting wordt er in 2025 ongeveer 600 keer geheel of gedeeltelijk kwijtschelding verleend tot een totaalbedrag van € 295.000. Voor 2026 wordt eveneens uitgegaan van € 295.000 aan kwijtschelding.

Tabel ontwikkeling kwijtschelding

Kwijtscheldingen Kwijtschelding rioolheffing Kwijtschelding afvalstoffenheffing Totaal

Rekening 2024 - 127 - 164 - 290

Begroting 2025 - 125 - 170 - 295

Begroting 2026 - 125 - 170 - 295

48

Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.1 Inleiding

Informatie over het weerstandsvermogen is van belang om te weten of en in hoeverre financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen. Deze tegenvallers kunnen incidenteel of structureel van aard zijn, maar hebben altijd invloed op de financiële positie van de gemeente. Hoe hoog het weerstandsvermogen zou moeten zijn, is niet exact aan te geven. De omvang is afhankelijk van de financiële risico's die de gemeente loopt en de kans dat de risico's daadwerkelijk optreden. De mate van flexibiliteit van de gemeentebegroting speelt een belangrijke rol bij de bepaling van het weerstandsvermogen: hoe snel kunnen tegenvallers worden opgevangen door ombuigingen van bestaand beleid, al dan niet in combinatie met belastingverhogingen. Ook de omvang van de vrij aanwendbare reserves is daarbij van belang. Vanuit het provinciaal toezicht zijn geen directe normen voor het weerstandsvermogen aangegeven. Wel wordt bewaakt dat de algemene reserve een bepaalde minimum omvang heeft. Begrippenkader Onder het weerstandsvermogen wordt een kengetal verstaan, namelijk de verhouding tussen de direct beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit:

Weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit -----------------------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit

Met de direct beschikbare weerstandscapaciteit bedoelen we de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten te dekken. Onder benodigde weerstandscapaciteit verstaan we de gevolgen van alle risico's waarvoor nog geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Tot het treffen van dergelijke maatregelen behoren onder andere het instellen van voorzieningen, het afdekken van risico's met verzekeringen, of andere risicobeperkende acties.

2.2 Beleid

In de Nota Risicomanagement & Weerstandsvermogen 2020 - 2024 is het beleid vastgesteld ten aanzien van het kwantificeren en kwalificeren van risico's en de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit. Ook is de beoordeling en kwalificatie van de berekende weerstandsratio in bandbreedtes vastgesteld. Het weerstandsvermogen wordt concernbreed twee maal per jaar bepaald - ten tijde van de begroting en ten tijde van de jaarrekening - en in paragraaf 2 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing opgenomen. Risico's en reserves zijn continu aan verandering onderhevig, zo is ook het weerstandsvermogen in deze paragraaf een momentopname. Er wordt daarom gewerkt met streefwaardes en bandbreedtes in plaats van met exacte getallen. De geldende bandbreedtes van het weerstandsvermogen zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Weerstands vermogen

Effect

Maatregel

< 1,0

onder minimale streefwaarde

1,0 – 1,2

minimale streefwaarde

College neemt maatregelen om binnen twee jaar > 1,0 te komen. Deze zijn gericht op het verlagen van de benodigde weerstandscapaciteit en/of het verhogen van de beschikbare weerstandscapaciteit. college maakt analyse en geeft de meerjarige verwachting aan.

1,2 – 1,6

optimale bandbreedte maximale streefwaarde boven maximale streefwaarde

1,6 – 2,0 > 2,0

n.v.t. college maakt analyse en geeft de meerjarige verwachting aan. n.v.t.

2.3 Beschikbare weerstandscapaciteit

De structurele weerstandscapaciteit geeft de mate aan waarin de gemeente zelf in staat is om niet begrote kosten te dekken door structurele middelen vrij te maken. Hierbij kan gedacht worden aan de mogelijkheden die er zijn tot het verhogen van de inkomsten, bijvoorbeeld via belastingverhoging. Bij de incidentele weerstandscapaciteit gaat het om de aanwezigheid van vrij besteedbare middelen die eenmalig kunnen worden ingezet. In het kader van het weerstandsvermogen binnen deze paragraaf zullen wij slechts rekening

49

houden met de incidentele weerstandscapaciteit. In onderstaande tabel is een vergelijkend overzicht gegeven van de gerealiseerde en geprognosticeerde weerstandscapaciteit per periode. Algemene reserves (1) Voor de berekening van de weerstandscapaciteit worden alleen de vrij besteedbare reserves meegenomen. Deze vrij besteedbare reserves treffen wij aan bij de groep van algemene reserves. Voor de bestemmingsreserves geldt dat voor wijziging van de bestemming een raadsbesluit nodig is en er dus geen sprake is van een vrij besteedbare reserve. Voorzieningen zijn niet vrij besteedbaar en behoren daarom niet tot de weerstandscapaciteit. Stille reserves (2) Stille reserve is het verschil tussen de hogere directe opbrengstwaarden bij verkoop en de boekwaarden van de diverse activa. Hierbij kan worden gedacht aan panden, aandelen en bedrijfsmiddelen. De directe opbrengstwaarde dient bekend te zijn en bovendien moeten de betreffende activa direct verkoopbaar of verhandelbaar zijn. Dit is met de gemeentelijke activa zelden het geval. Mede daarom zijn de stille reserves als een p.m.-post opgenomen.

Tabel weerstandscapaciteit bedragen x € 1.000 Prognose Begroting ultimo ultimo 2025 2026

Realisatie ultimo 2022

Realisatie ultimo 2023

Realisatie ultimo 2024

Beschikbare weerstandscapaciteit 1. Algemene reserves 2. Stille reserves Beschikbare weerstandscapaciteit

34.743 p.m. 34.743

35.049 p.m. 35.049

40.495 p.m. 40.495

53.472 p.m. 53.472

52.579 p.m. 52.579

Benodigde weerstandscapaciteit

29.900

38.400

27.800

27.300

27.300

1,16

0,91

1,46

1,96

1,93

Weerstandscapaciteit

Weerstandsratio

50

2.4 Benodigde weerstandscapaciteit

De benodigde weerstandscapaciteit is gebaseerd op de financiële risico’s die de gemeente loopt. Om deze risico’s te analyseren, wordt tweemaal per jaar een inventarisatie uitgevoerd, waarbij de kans en de financiële impact van elk risico worden ingeschat. Met behulp van de Monte Carlo-methode, een breed geaccepteerde simulatie, wordt het benodigde bedrag berekend met 90% zekerheid. Voor de begroting van 2026 is dit vastgesteld op 27,3 miljoen euro, terwijl de beschikbare capaciteit 52,6 miljoen euro bedraagt, wat resulteert in een weerstandsfactor van 1,93%. Deze methode houdt rekening met het feit dat niet alle risico’s tegelijkertijd optreden, waardoor de benodigde buffer lager uitvalt dan de som van alle individuele risico’s. De berekeningen dienen als hulpmiddel om de financiële buffer te bepalen, maar zijn geen exacte wetenschap. Het is belangrijk om de weerstandsfactor in samenhang met andere financiële kengetallen te beoordelen, en niet als enige indicator van de financiële positie. Het risicoprofiel is bepaald door te inventariseren welke risico's er bestaan en de financiële effecten in te schatten wanneer ze zich voor doen. Daarbij is voor de waarschijnlijkheid/kans gebruik gemaakt van de volgende indeling:

Hieronder hebben wij 10 meest impactvolle risico’s opgenomen:

51

Grafiek weerstandscapaciteit

2.5 Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen

Weerstandsvermogen = 52.579 / 27.300 = 1,93 Het weerstandsvermogen komt uit op een factor van 1,93. Dit is boven de optimale bandbreedte (1,2 - 1,6) en

52

binnen de maximale streefwaarde. In de Kadernota 2026 is besloten om nog in 2025 vanuit de algemene reserve € 18,8 miljoen te storten in de reserve Verantwoord groeien. Dit met als uitgangspunt dat het weerstandsvermogen (met de toenmalige risico's) op 2,0 uitkwam. De risico's zijn voor de programmabegroting 2026 geactualiseerd en daarmee komt het weerstandsvermogen nu op 1,93. Zoals al in de Kadernota 2026 opgenomen kunnen we een nieuwe afweging over de streefwaarde van het weerstandsvermogen maken bij de nieuwe nota risicomanagement & weerstandsvermogen die op een later moment wordt voorgelegd aan de raad. Het weerstandsvermogen moet mede worden beoordeeld in het licht van de solvabiliteit en de netto schuldquote. De beschikbare weerstandscapaciteit (in de vorm van de algemene reserve) maakt onderdeel uit van de solvabiliteit. Hoewel de beschikbare weerstandscapaciteit niet direct een onderdeel uitmaakt van de netto schuldquote, kan het besteden van middelen uit de algemene reserve wel leiden tot het aantrekken van nieuwe leningen en daarmee tot het stijgen van de netto schuldquote. De solvabiliteit bevindt zich nog boven de minimale streefwaarde (zie paragraaf 2.6). De netto schuldquote is al ruim boven de streefwaarde (zie paragraaf 2.6).

Grafiek weerstandsvermogen

2.6 Balansprognose en financiële kengetallen

In de begroting en overige P&C documenten wordt aandacht besteed aan de balansratio's. Dit zijn verhoudingsgetallen op basis van de balans en/of exploitatietotalen. De begroting bevat ook een balansprognose en kengetallen die zijn opgesteld volgens de voorgeschreven berekeningssystematiek. De gegevens zijn geactualiseerd en aangesloten op de stand van de jaarrekening 2024 en het meerjarenperspectief in de exploitatiebegroting.

Meerjarenbalans bedragen x € 1.000 Prognose meerjarenbalans

Realisatie Prognose Ultimo Ultimo 2024 2025

Begroting Ultimo 2026

MJR Ultimo 2027

MJR Ultimo 2028

MJR Ultimo 2029

Vaste activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Totaal vaste activa

2.780 307.584 15.137 325.501

2.780 341.165 14.561 358.506

2.780 414.824 14.072 431.676

2.780 468.855 13.584 485.219

2.780 516.240 13.095 532.115

2.780 536.436 12.607 551.823

Vlottende activa Voorraden Vorderingen Liquide middelen Overlopende activa Totaal vlottende activa

53.196 12.343 372 20.983 86.894

63.059 12.343 350 20.983 96.735

61.681 12.343 350 20.983 95.357

29.112 12.343 350 20.983 62.789

16.306 12.343 350 20.983 49.982

1.074 12.343 350 20.983 34.750

Totaal activa

412.395

455.241

527.033

548.008

582.097

586.573

Vaste passiva Eigen vermogen Reserves Onverdeeld resultaat

129.675 15.957

141.695 5.013

141.213 4.280

142.568 4.548

144.187 4.553

146.039 2.076

53

Vreemd vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Totaal vaste passiva

12.555 191.022 349.209

9.065 232.282 388.055

7.085 306.269 458.847

6.475 326.231 479.822

6.310 358.861 513.911

7.022 363.250 518.387

Vlottende passiva Kortlopende schulden Liquide middelen Overlopende passiva Totaal vlottende passiva

20.652 -0 42.534 63.186

24.652 42.534 67.186

25.652 42.534 68.186

25.652 42.534 68.186

25.652 42.534 68.186

25.652 42.534 68.186

Totaal passiva

412.395

455.241

527.033

548.008

582.097

586.573

In bovenstaande balans wordt een verkorte omschrijving gebruikt voor de diverse posten. De terminologie volgens BBV is Balanspresentatie: - Vorderingen (activa) - Langlopende schulden (passiva) - Kortlopende schulden (passiva) - Liquide middelen (passiva)

Terminologie BBV: - Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Banksaldi (deze zijn onderdeel van de netto-vlottende schulden)

Toelichting meerjarenbalans

Voor het opstellen voor de prognose van de meerjarenbalans zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Materiële vaste activa: hierin is een toename opgenomen op basis van het onderhanden werk 2025 en het 'Meerjaren Investeringsplan 2026-2029' en een afname op basis van de vaste, toekomstige afschrijvingen. Financiële vaste activa: er is een inschatting gemaakt op hoofdlijnen, dit op mede op basis van gemaakte afspraken en het historisch verloop van de portefeuille. Voorraden (grondvoorraad): zijn gebaseerd op het meest recente Meerjarenplan Grondexploitaties (MPG). Reserves en voorzieningen: voor vaste en incidentele stortingen/onttrekkingen zijn nieuwe inschattingen gemaakt (details in 'Bijlage 1. Reserves en voorzieningen') Onverdeeld resultaat: is gelijk aan de exploitatiebegroting 2026 en de meerjarenraming voor 2027-2029. Langlopende schulden: het verloop is gebaseerd op de huidige vaste leningenportefeuille en op basis van een inschatting van aan te trekken nieuwe geldleningen (financieringsbehoefte). Kortlopende schulden: het verloop is gebaseerd op de huidige korte leningenportefeuille en op basis van een inschatting van aan te trekken aanvullende kasgeldleningen. Per boekjaar blijft het totale saldo binnen de kasgeldlimiet.

54

Financiële kengetallen

Bij het beoordelen van de hoogte en de ontwikkeling van de ratio's moet gekeken worden naar de samenhang tussen ratio's en ontwikkeling ervan in de tijd. De uitkomst van een individuele ratio biedt een beperkt inzicht. Het aantal ratio's is beperkt tot de meest belangrijke voor de interne beoordeling van de financiële positie. Deze selectie van ratio's wordt ook door de toezichthouder gebruikt en door het BBV verplicht voorgeschreven. De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in drie categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk afgesproken signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest. Mede gezien de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt is het goed de financiële kengetallen of ratio’s in beeld te hebben. Deze ratio’s zijn verhoudingsgetallen op basis van de balans- en/of exploitatiecijfers. Samen met het weerstandsvermogen kunnen we een beeld vormen van hoe de gemeente er in financieel opzicht voorstaat. Weerbaarheid: kan de gemeente tegen een stootje? Netto schuldquote: Het kengetal netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen de netto schuldenlast en de totale baten van de gemeente en geeft een indicatie va de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

De netto schuldenlast zijn het totaal van de langlopende en kortlopende schulden verminderd met het totaal van de langlopende (behalve verstrekte leningen) en kortlopende vorderingen. Een verhouding van 100% betekent dat de netto schuldenlast even hoog is als de totale baten van de gemeente. De signaalwaarden bij dit kengetal zijn oranje bij 90-130% (categorie B) en rood bij >130% (categorie C). Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen: De netto schuldenlast kan leningen bevatten die de gemeente heeft afgesloten en die vervolgens zijn doorgeleend aan bijvoorbeeld woningcorporaties. Omdat die woningcorporaties op hun beurt jaarlijks aflossen dekt dit een deel van de rentelasten en de aflossingen in de exploitatie van de gemeente. Dit verlaagt de netto schuldquote. Om inzicht te krijgen in het effect van het doorlenen is er het kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. De signaalwaarden zijn gelijk aan die van de netto schuldquote. Solvabiliteit: Dit kengetal geeft het procentuele aandeel van het eigen vermogen op het totaal van het vermogen en geeft aan in hoeverre een organisatie op de lange termijn aan de financiële verplichtingen kan voldoen. De signaalwaarden bij dit kengetal zijn oranje bij 20-50% (categorie B) en rood bij 35% (categorie C).

Grondexploitatie: Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten van de gemeente. Dit geeft inzicht in welke mate de grondexploitatie (op termijn) kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. De signaalwaarden bij dit kengetal zijn oranje bij 20-35% (categorie B) en rood bij >35% (categorie C). Wendbaarheid: heeft de gemeente ruimte om bij te sturen? Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is. De som van de structurele baten minus de structurele lasten en de structurele onttrekkingen minus de structurele toevoegingen aan de reserves wordt vergeleken met de totale baten vóór de mutaties reserves. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De signaalwaarden bij dit kengetal zijn oranje bij 0% (categorie B) en rood bij 105% (categorie C). Belastingcapaciteit: Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin in het volgende begrotingsjaar financiële tegenvallers of ruimte voor nieuw beleid kan worden opgevangen met een belastingverhoging. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig, in dit geval de landelijk gemiddelde tarieven.

De belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing). Naast de OZB wordt gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing, omdat deze heffingen niet kostendekkend behoeven te zijn, maar ook lager mogen worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet benut wordt). De signaalwaarden bij dit kengetal zijn oranje bij 95-105% (categorie B) en rood bij >105% (categorie C).

55

Toelichting financiële kengetallen

De kengetallen zijn tot stand gekomen op basis van de gegevens uit de jaarrekening 2024, begrotingsjaar 2025, begrotingsjaar 2026 en de meerjarenraming 2027-2029. 1a. Netto schuldquote De schuldquote stijgt met name door de stijging in de investeringsvolumes (IHP Onderwijshuisvesting en verhoging investeringsplafond). Hierdoor is ook een verhoging van het vreemd vermogen noodzakelijk. In de prognose meerjarenbalans is een stijging voorzien van de langlopende en kortlopende geldleningen. Hoewel de schuldquote substantieel stijgt in de komende jaren, blijft de solvabiliteit nog wel boven de minimale streefwaarde (zie hierna). De ontwikkeling van de schuldquote en solvabiliteit zullen we blijven monitoren en meenemen bij nieuwe besluiten omtrent investeringen (toekomstige MIP's en separate investeringsbesluiten). Ook bij de actualisatie van de nota risicomanagement en weerstandsvermogen zullen we aandacht geven aan de kengetallen.

56

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit kengetal geeft het effect aan als alle aan derden verstrekte leningen buiten beschouwing worden gelaten. Dit kengetal laat dezelfde trend zien als de netto schuldquote. 2. Solvabiliteit De solvabiliteit neemt af van 35% in 2024 (realisatie) naar 28% in begroting 2026. Dit wordt veroorzaakt doordat het vreemd vermogen harder stijgt dan het eigen vermogen. In de meerjarenraming zit de waarde gemiddeld op 26%. De waarden in begroting 2026 en de meerjarenraming zijn allen boven de minimale streefwaarde van 20%. De netto schuldquote ontwikkelt zich wel naar ruim boven de maximale streefwaarde (zie hiervoor). Waar de netto schuldquote afhankelijk is van de hoogte van leningen en de omvang van de begroting, is de solvabiliteit afhankelijk van het eigen vermogen en het vreemd vermogen. Dit betekent dat we de ontwikkeling van onze reserves (eigen vermogen) ook goed moeten blijven monitoren. Bij substantiële bestedingen ten laste van reserves zullen we daarom ook het effect op dit kengetal meewegen. 3. Kengetal Grondexploitatie Dit kengetal geeft aan hoe groot de waarde van de bouwgronden (in exploitatie + niet in exploitatie) is ten opzichte van de totale inkomsten van de gemeente.

Dit is belangrijk om te kunnen beoordelen of de gemeente veel geïnvesteerd heeft in bouwgronden in exploitatie en wellicht daar risico’s over loopt en of er een reële verwachting is dat bij verkoop van deze gronden eventuele schulden kunnen worden afgelost. In het algemeen geldt: hoe lager dit percentage hoe lager het risicoprofiel met betrekking tot het terugverdienen van de investeringen in de grondexploitaties. Het kengetal laat eerst een stijging zien, van 26% in 2024 (realisatie) naar 32% in begroting 2026. Vervolgens zal dit kengetal sterk dalen naar 15% in 2027, 8% in 2028 en 1% in 2029. Dit wordt veroorzaakt doordat vanaf 2027 diverse voorraden bouwgrond in exploitatie afgesloten zullen worden. 4. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal kan door de jaren heen fluctueren, afhankelijk van de structurele baten en lasten in die jaren. In principe is elke positieve uitkomst goed, hoewel een te hoog positief percentage een indicatie kan zijn van minder realistisch begroten. Voor 2026 wordt een waarde van 1,0% begroot, die in de meerjarenraming zakt naar 0,5% in 2027, -0,2% in 2028 en -1,3% in 2029. 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit De gemeentelijke belastingcapaciteit laat de ontwikkeling van de lokale belastingen en heffingen voor een gemiddeld gezin zien afgezet tegen de gemiddelde belastingdruk van gemiddeld Nederland.

Bij een score onder de 100% is de belastingdruk lager dan gemiddeld Nederland. In begroting 2026 ligt gemeente onder het landelijk gemiddelde. De stijgingen in de meerjarenraming zijn gebaseerd op constante prijzen en laten de verwachte stijging zien zonder rekening te houden met inflatie. Geraamde landelijke gemiddeldes voor begrotingsjaar 2026 en verder zijn niet beschikbaar. Voor 2026 is gerekend met een verhoging gebaseerd op de gemiddelde stijging van de afgelopen 3 jaar. Vervolgens is 2027-2029 gelijk gehouden aan 2026.

57

58

Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.1 Inleiding

Het onderhoud van kapitaalgoederen heeft een groot effect op de begroting. Deze kapitaalgoederen zijn ingedeeld in de volgende categorieën: wegen, riool, groen, gebouwen en water. Deze paragraaf behandelt het beleidskader, de beheerplannen en de financiële gevolgen daarvan. De gemeenteraad stelt in de beheerplannen de kaders vast voor het onderhoud van de kapitaalgoederen. Het onderhoudsniveau en de kwaliteit van de kapitaalgoederen zijn cruciaal voor het niveau van voorzieningen en de jaarlijkse kosten. Door de programmabegroting goed te keuren, geeft de raad het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om uitgaven te doen uit de onderhoudsvoorzieningen.

3.2 Wegen

Beleidskader Doel: Wat willen we bereiken en binnen welke kaders? Het beleidskader is bepaald in de Beleidsvisie beheer en onderhoud wegen 2017-2026. Het voornaamste doel is het op een zo kort mogelijke termijn bereiken van een gemiddeld kwaliteitsniveau Basis voor veilig begaanbare wegen. Op dit moment zijn we nog niet op het gewenste kwaliteitsniveau, maar we komen wel dichterbij. In november 2022 is het Beheerplan wegen 2023-2027 goedgekeurd, waarin de aanpak om dit gemiddelde kwaliteitsniveau Basis te bereiken is uitgewerkt. Inhoud: wat gaan we doen om het gewenste kwaliteitsniveau te bereiken? Het beheer van de gemeentelijke wegen bestaat uit: Kleinschalig onderhoud om onveilige situaties te voorkomen en te verhelpen. Grootschalig onderhoud om de wegen in stand te houden. Elk jaar stelt het college een uitvoeringsplan voor groot onderhoud vast, dat ter informatie aan de raad wordt voorgelegd. Investeringen voor het vervangen van verouderde wegen, Levensduurverlengend Onderhoud (LVO) en de aanleg van bermbeton. De realisatie hiervan gebeurt zoveel mogelijk binnen projecten. Elk jaar stelt de raad een uitvoeringsplan voor investeringen vast. Monitoren kwaliteitsontwikkeling Om het jaar wordt een rapportage kwaliteitsontwikkeling door het college vastgesteld en ter informatie voorgelegd aan de raad.

Hierin staat het actuele kwaliteitsniveau van de gemeentelijke wegen en de verhouding tot de voorgaande kwaliteitsmeting. In de jaren daartussen wordt een prognose gegeven van de verwachte kwaliteitsontwikkeling. De verwachting is dat een gemiddeld kwaliteitsniveau Basis aan het einde van 2025 is bereikt, zoals aangegeven in de prognose bij het Uitvoeringsplan onderhoud wegen 2025. Of dit daadwerkelijk zo is, wordt bepaald op basis van de resultaten van de kwaliteitsmeting (weginspectie) die plaatsvindt op het moment dat deze programmabegroting wordt vastgesteld. In 2026 volgt een rapportage met daarin de bereikte resultaten. Financiën: hoe vindt de financiering plaats? Kleinschalig onderhoud direct vanuit de exploitatie; Grootschalig onderhoud via een structurele stortingen/onttrekkingen vanuit de exploitatie in de voorziening onderhoud wegen, gebaseerd op het Beheerplan wegen. Vanaf de begroting 2025 is een extra storting van structureel € 50.000 opgenomen, zodat de voorziening van voldoende omvang blijft. In 2025 waren de geplande onderhoudswerkzaamheden via de voorziening wegen geraamd op € 4 miljoen. Dit heeft geleid tot een grotere onttrekking dan vooraf begroot. Doordat bij het vaststellen van de jaarrekening 2025 de stand van de voorziening per 1 januari 2025 lager bleek te zijn dan vooraf rekening mee gehouden.

Omdat het belangrijk is op een zo kort mogelijke termijn te voldoen aan een gemiddeld kwaliteitsniveau Basis, is besloten in 2025 geplande onderhoud zoveel als mogelijk uit te voeren. Daardoor is het wel nodig om de onttrekking uit de voorziening in de jaren 2026, 2027 en 2028 naar beneden bij te stellen. In onderstaande tabel de weergave van het financiële verloop van de voorziening wegen in de aankomende jaren. Investeringen via het Meerjaren Investeringsplan (MIP). Per investering (project) is een krediet beschikbaar. Risico's Financiën: per 1 januari 2025 geldt een nieuwe richtlijn voor het gebruik van lage temperatuur asfalt. Waarschijnlijk stijgt hierdoor de kostprijs van asfalt. Omdat het groot onderhoud plaatsvindt op basis van een meerjarig onderhoudscontract, zijn er op dit moment nog geen directe financiële gevolgen. Daarnaast

59

zijn ook andere onvoorziene prijsstijgingen denkbaar. Capaciteit: door de krappe arbeidsmarkt is het lastig om goed personeel te werven en vast te houden. Tijd: steeds meer invloed door andere projecten/wegwerkzaamheden (ook die van andere wegbeheerders), waarbij gelijktijdige uitvoering niet mogelijk is. Daarnaast de beperktere periode van uitvoering door de nieuwe richtlijn voor lage temperatuur asfalt. Het advies is dit asfalt na oktober niet meer te verwerken. Voorheen werd asfalt tot eind december verwerkt. Bereikbaarheid: door het toenemend aantal projecten/wegwerkzaamheden en de toename van de verkeersintensiteit (Barneveld groeit) wordt het bereikbaarheid houden van de gemeente Barneveld steeds lastiger.

Voorziening groot onderhoud wegen bedragen x € 1.000 Voorziening Groot onderhoud wegen

Stand per 1 januari Toevoeging Onttrekking Stand per 31 december

Begroting 2026

MJR 2027

MJR 2028

MJR 2029

750 3.030 - 3.174 606

606 3.205 - 3.204 607

607 3.380 - 3.329 659

659 3.380 - 3.404 635

3.3 Riool

Beleidskader Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2021-2026 is de uitwerking van de verplichting vanuit de Wet Milieubeheer om de water- en riooltaken en de financiering hiervan vast te leggen. De kern van het GRP is de uitwerking van de gemeentelijke zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarnaast is er extra aandacht voor oppervlaktewater, klimaatadaptatie, duurzaamheid en samenwerking. Jaarlijks wordt via het MIP en het bijbehorende uitvoeringsplan een overzicht aan de raad gegeven van de uit te voeren activiteiten en maatregelen. Financiële consequenties Inkomsten en uitgaven voor riolering worden toegelicht in programma 3 Woon- en Leefomgeving. Alle uitgaven voor de riolering mogen worden doorberekend in de rioolheffing. De begrote inkomsten en uitgaven voor de riolering zijn met elkaar in evenwicht. Een eventueel voor- of nadeel in een jaar wordt verrekend via de voorziening riolering.

Voorziening riolering GRP bedragen x € 1.000 Egalisatievoorziening riolering GRP

Stand per 1 januari Toevoeging Onttrekking Stand per 31 december

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=d6075327-901e-4c0c-8122-0e82d33f9ecb