AANGEPASTE VERSIE (11-11-2025) Ontwerp Programmabegroting 2026
Tekst van het document
Begroting 2026
MJR 2027
MJR 2028
MJR 2029
2.059 - 347 1.712
1.712 - 279 1.433
1.433 - 163 1.269
1.269 1.269
3.4 Groen
Bomenbeleidsplan In 2024 zijn we gestart met het opstellen van een Bomenbeleidsplan. Het bevat het beleid rond bomen, het behouden, beschermen en ontwikkelen van (waardevolle)bomen en boomstructuren en het beheer/ onderhoud van bomen. Barneveld wil haar bomen graag op een goede en toekomstgerichte manier beheren om op die manier bomen te behouden. Daarnaast bestaat de wens tot het investeren in herplant en nieuwe aanplant van bomen. Om dit te bereiken, is een heldere visie nodig waarbij we 50 jaar vooruit kijken. In het plan van aanpak staat dat de raad in 2025 een visie wordt voorgelegd. Op dit moment heeft de gemeente Barneveld 34.000 bomen in beheer. Dit is exclusief particuliere bomen en bomen in (gemeentelijke) bossen. Na het opstellen van de visie zal gewerkt worden aan het beheerplan. Vooruitlopend hierop is vastgesteld dat er beheerachterstanden zijn. Om die weg te werken zijn er beleidstoevoegingen gedaan voor 2025 en 2026. In het meerjareninvesteringsprogramma zijn verschillende uitbreidingen en vervangingen van het boombestand opgenomen.
60
Biodiversiteit Als onderdeel van het beheer van het gras willen we biodiversiteit bevorderen. Dat doen we door een steeds groter areaal minder frequent te maaien.
3.5 Gebouwen
Beleidskader Het bezit van vastgoed is geen doel op zich. Gemeentelijk vastgoed moet altijd een maatschappelijk of strategisch belang dienen, bijvoorbeeld bij gebiedsontwikkeling, en bijdragen aan de uitvoering van gemeentelijke taken en doelstellingen. De komende jaren staan we voor de uitdaging om het voorzieningenniveau op peil te houden en in te spelen op de groei van onze gemeente. Die groei vergroot de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen en daarmee ook aan maatschappelijk vastgoed. Om in de toekomst te blijven voorzien in passende voorzieningen die bijdragen aan de ambities, leefbaarheid en het welzijn van onze inwoners, is een heldere vastgoedstrategie nodig, inclusief een langetermijnplanning voor het gemeentelijk vastgoed. Alleen met een integraal vastgoedbeleid kunnen we ons vastgoed duurzaam beschikbaar, betaalbaar en passend houden en verbanden leggen tussen de verschillende opgaven. In 2025 is hiervoor een bestuursopdracht vastgesteld; in 2026 volgen de Beleidskaders Vastgoed die aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Technisch beheer Door goed onderhoud, en rekening houdend met de technische kwaliteitsaspecten voor veiligheid & gezondheid, wordt de levensduur verlengd en de waarde van het vastgoed geborgd. Technisch onderhoud is dan ook een kerntaak van het team Vastgoed.
Wanneer we spreken over technisch onderhoud wordt het onderscheid gemaakt tussen: 1- Planmatig onderhoud (ook wel ‘meerjarig onderhoud’) 2- Niet planmatig onderhoud (ook wel ‘jaarlijks onderhoud’), dit betreft correctief, preventief en dagelijks onderhoud Het minimale onderhoudsniveau voor het gemeentelijk vastgoed is conditiescore 3 uit de NEN2767. Dit is het laagste onderhoudsniveau waarbij er geen achterstallig onderhoud optreedt. Rapportage planmatig onderhoud De rapportage Planmatig onderhoud 2025-2044 geeft inzicht in de benodigde financiële middelen voor het meerjarig onderhoud. Jaarlijks wordt het overzicht geactualiseerd met geplande werkzaamheden, wijzigingen in het gebouwenbestand en aangepaste wet- en regelgeving. Het efficiënt uitbesteden van onderhoud blijft daarbij een structureel aandachtspunt. Waar mogelijk worden verduurzamingsmaatregelen gekoppeld aan natuurlijke vervangingsmomenten. Zo groeit het meerjarenonderhoudsplan geleidelijk uit tot een Duurzaam Meerjarenonderhoudsplan (DMJOP). Bij de keuze om onderhoud wel of niet uit te voeren, wordt steeds rekening gehouden met de verwachte gebruiksduur van het vastgoedobject. Vastgoedportefeuille De gemeente Barneveld heeft medio 2024 140 maatschappelijke vastgoed (deel)objecten, waarvan voor 55 (deel)objecten het juridisch eigendom is overgedragen aan scholen, buurthuizen of verenigingen.
Voor 85 (deel)objecten wordt het planmatig onderhoud gedekt uit de Voorziening Onderhoud Gebouwen. Dit betreft objecten voor onder andere gemeentelijke diensten, kleedruimten op buitensportcomplexen, binnensportaccommodaties, zwembaden, de Veluwehal, buurthuizen, opstallen bij begraafplaatsen, monumentale kerktorens, parkeergarage (Transferium Noord) en brandweergarages waaronder het hulpverleningscentrum.
Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen bedragen x € 1.000 Voorziening Onderhoud gemeentelijke gebouwen
Stand per 1 januari Toevoeging Onttrekking Stand per 31 december
Begroting 2026
MJR 2027
MJR 2028
MJR 2029
2.164 1.641 - 3.235 570
570 1.641 - 1.905 306
306 1.641 - 1.571 376
376 1.641 - 835 1.182
61
3.6 Water
Beleid Het onderdeel water omvat onder meer beheer en onderhoud van afkoppelvoorzieningen (deze voorzieningen zorgen er voor dat regenwater niet in het riool terecht komt maar in de bodem zakt), ecozones, moerassen, sloten, paddenpoelen én oppervlaktewater(bodems). Ook het onderhoud aan civieltechnische water gerelateerde werken, zoals beekriolen, duikers, beschoeiingen en fonteinen hoort in deze categorie. De ambitie is: het watersysteem op orde brengen en houden; met de (water)partners de water gerelateerde opgaven oplossen door zoveel mogelijk voor ruimtelijke oplossingen te kiezen waarbij het water tegelijk een rol kan spelen in het vergroenen en verkoelen van de stad. Samen met het waterschap wordt gewerkt aan een verdere verduurzaming van de afvalwaterketen. Een reguliere taak is het dagelijks beheer en groot onderhoud van de riolering door vervanging en reparatie. Binnen het programma worden diverse projecten uitgevoerd. De belangrijkste zijn: maatregelen tegen wateroverlast, waterkwaliteitsmaatregelen, groot onderhoud en verbeteringen in de riolering, beekherstel en diverse afkoppel projecten. Financiën Het beheer van de oppervlaktewater(bodems) wordt nu nog projectgewijs vormgegeven en wordt, na deze inhaalslag, omgevormd tot een systematische aanpak.
62
Paragraaf 4 Financiering 4.1 Inleiding
Onder financiering wordt het aantrekken van geldleningen verstaan. Om te kunnen investeren of om de exploitatie te kunnen dekken, wordt vreemd geld aangetrokken. Als de inkomsten van de gemeente (vanuit de algemene uitkering en de belastingen) niet gelijk lopen met de uitgaven, wordt bijvoorbeeld zogenaamd kort vreemd geld in de vorm van een kasgeldlening aangetrokken. Dit zijn geldleningen met een looptijd korter dan een jaar. Zoals uit het treasurystatuut volgt worden in deze paragraaf het beleid, de kansen en risico’s rond financiering uiteengezet.
4.2 Beleid
Een algemeen uitgangspunt van treasury is om het renterisico te beheersen en de rentekosten zo laag mogelijk te houden. Uiteraard passend binnen de kaders zoals opgenomen in het 'Treasurystatuut 2025', die weer gebaseerd zijn op onder andere de Wet Fido. Bij het aantrekken of uitzetten van geld is het van belang dat slechts beperkt risico wordt genomen bij het oversluiten (consolideren) van kasgeldleningen. Daarom worden vaste geldleningen voor (grote) investeringen aangetrokken op momenten dat de rente gunstig is en wordt het tijdelijk overschot aan liquide middelen zo beperkt mogelijk gehouden. Binnen Gemeente Barneveld is er een treasuryklankbordgroep die als doel heeft de activiteit treasury te evalueren en door te ontwikkelen. Voor het liquiditeitsbeheer zijn afspraken met de bank gemaakt voor het dagelijks afromen van overtollige saldi op de rekeningen-courant bij de bank. Omdat de financiering van de gemeente in zijn totaliteit wordt beheerd, werken wij met een product 'treasury' waarop de kosten (rentelasten) en opbrengsten (rentebaten) begroot en geboekt worden. Op basis van de totale leningenportefeuille wordt vervolgens gerekend met een gemiddeld rentepercentage. Na verrekening van aan de grondexploitatie door te belasten rente en van derden ontvangen rente ontstaat de aan de taakvelden toe te rekenen rentekosten.
Als dit totaal bedrag wordt afgezet tegen de totale materiële vaste activa ontstaat de omslagrente. Het BBV schrijft voor om deze rentekosten aan de taakvelden toe te rekenen.
4.3 Financiële aspecten
Rentevisie De rentevisie is gebaseerd op de actuele ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de renteprognose en berichtgeving van een aantal banken. Omdat de inflatie dicht bij het door de ECB gewenste niveau is gekomen, is sinds vorig jaar sprake van een aantal renteverlagingen. Op dit moment is sprake van een pas op de plaats. Renteontwikkeling leningportefeuille In de grafiek van de renteontwikkeling van de geldleningen portefeuille van de gemeente over 2016 t/m 2025 is te zien dat de rente tot en met 2021 daalde en vanaf midden 2022 weer stijgt. Het gemiddeld gewogen rentepercentage voor het jaar 2025 is op dit moment 2,12%. Het gemiddelde gewogen rentepercentage van de langlopende leningen zal naar verwachting in 2026 rond de 2,19% liggen. Dit is gebaseerd op de huidige leningenportefeuille plus de nieuw aan te trekken leningen. Dit percentage is hoger dan 2025. Voor 2026 is uitgegaan van een aanvullende langlopende financiering van € 99,5 miljoen (zie de tabel financieringsbehoefte). Daarnaast is er rekening gehouden met het aantrekken van een kasgeldlening van € 16 miljoen. Renteschema Het begrote saldo van rentelasten en rentebaten wordt verantwoord op het taakveld Treasury. Voor een goed beeld van de totale kosten van de overige taakvelden, moet dit renteresultaat toegerekend aan de grondexploitaties en de overige taakvelden.
Dat wordt de renteomslag genoemd. Het renteschema geeft inzicht hoe deze door- en toerekening gebeurt, zowel voor de actuele begroting (voorcalculatie) als voor de rekening (nacalculatie). De renteomslag wordt uitgedrukt in een omslagrentepercentage. De basis hiervoor is de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die bij de taakvelden horen en de voorraad gronden (vlottende activa). Na renteopbrengsten op uitstaande geldleningen en het saldo schatkistbankieren komen we voor 2026 op een omslagrentepercentage van 1,50%.
63
Renteontwikkeling grafiek
Renteontwikkeling geldleningenportefeuille grafiek
Renteschema bedragen x € 1.000 Begroting 2026
Renteschema a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering b. Externe rentebaten (idem)
(+) (-)
Saldo rentelasten en rentebaten c1. Rente die aan de facilitaire grondexploitaties (kostenverhaal) moet worden doorberekend c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. Rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
6.438 (-)
-
(-)
-
(+)
-
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen
6.438 (+) (+)
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) f. Renteresultaat op het taakveld treasury
7.031 593
6.438
(-)
6.207 - 231
Financieringsbehoefte
64
bedragen x € 1.000 Financieringsbehoefte
Begroting 2026
Stand van de opgenomen leningen per 1 jan. Aflossingen in de loop van het jaar Aan te trekken nieuwe leningen Stand van de opgenomen leningen per 31 dec.
232.282 25.596 99.583 306.269
4.4 Risicobeheer
In de Wet Fido zijn kaders opgenomen ter beperking van het renterisico op de netto vlottende schuld (kasgeldlimiet) en het renterisico op de vaste schuld (renterisiconorm). Renterisico’s kunnen ook met behulp van derivaten afgedekt worden, de gemeente Barneveld maakt hier geen gebruik van. Daarnaast kan nog sprake zijn van een kredietrisico van aan derden verstrekte leningen. Renterisiconorm Op grond van de Wet Fido is voor gemeenten de zogenaamde renterisiconorm ingesteld. Doel hiervan is, dat gemeenten hun leningenportefeuille zodanig spreiden, dat de renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden gespreid bij herfinanciering en renteherziening van geldleningen. De renterisiconorm is een vastgesteld percentage berekend over de lastenkant van de begroting en geeft een aanwijzing voor de gevoeligheid van de gemeente voor veranderingen in de rente. Het volume van de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen moeten binnen de norm blijven. De renterisiconorm bedraagt in 2026: € 194,9 miljoen (omvang begroting 2026 incl. mutatie reserves)) x 20% € 39,0 miljoen en moet afgezet worden tegen onze aflossingen van circa € 25,6 miljoen. Bij deze aflossingen houden we rekening met de aflossingen op de bestaande portefeuille en de verwachte aflossingen op nieuw af te sluiten leningen. Op basis van deze uitgangspunten, blijft onze gemeente in 2026 binnen de norm.
Ook de komende jaren blijven wij binnen de norm. Bij nieuw af te sluiten leningen kunnen wij hier indien nodig nog nader op sturen als onderdeel van onze treasuryfunctie door leningen met langere (rente)looptijden af te sluiten. De keuze voor een bepaalde looptijd hangt, binnen de kaders van het Treasurystatuut, af van de verwachte benodigde duur van de financieringsbehoefte, de actuele rente en de renterisiconorm.
bedragen x € 1.000 Begroting 2026
MJR 2027
MJR 2028
MJR 2029
Renterisico op vaste schulden Renteherziening o/g Renteherziening u/g Netto saldo herziening Aflossingen Renterisico vaste schulden
25.596 25.596
28.569 28.569
31.101 31.101
34.364 34.364
Toegestane renterisiconorm Omvang begroting (= grondslag) Renterisiconorm (in % van de grondslag) Minimumbedrag (wettelijk bepaald) Toegestane renterisiconorm
195.042 20,0% 2.500 39.008
194.673 20,0% 2.500 38.935
195.867 20,0% 2.500 39.173
200.178 20,0% 2.500 40.036
13.412
10.366
8.072
5.671
Renterisico
Toets renterisiconorm Onderschrijding renterisiconorm Overschrijding renterisiconorm
Kasgeldlimiet
Om het risico van kortlopende financiering te beperken is in de Wet Fido de kasgeldlimiet vastgesteld. De kasgeldlimiet is een vastgesteld percentage berekend over de lastenkant van de begroting en wordt per kwartaal beoordeeld. De kortlopende (vlottende) financiering (rekening-courant en kasgeldleningen) mag deze limiet niet meer dan twee kwartalen achtereen overschrijden. Is dat wel het geval, dan dient de gemeente een plan te maken om binnen de limiet te komen, bijvoorbeeld door over te gaan tot consolidatie. Dat wil zeggen het omzetten van kortlopende (vlottende) schuld in langlopende financiering, waarmee voor een vaste rente kan worden gekozen en het renterisico kan worden beperkt. We verwachten dat de Gemeente Barneveld in 2026 binnen de kasgeldlimiet van € 16,6 miljoen blijft. Gedurende het jaar verwachten wij wel schommelingen in de stand. Dit heeft onder andere te maken met de onvermijdbare ongelijke verdeling over het jaar van betalingen en ontvangsten.
4.5 Garantieverplichtingen
65
De gemeente verstrekt in beginsel geen garanties, tenzij de gemeenteraad besluit om hiervan af te wijken. Dit kan zij doen om een publiek doel te dienen, waarbij aan randvoorwaarden wordt voldaan. De mogelijkheden om deze garanties af te geven, bepaald in wet Fido en het treasurystatuut 2025, zijn beperkt. Ontwikkeling garantstellingen Begin 2025 stond de gemeente Barneveld garant voor een bedrag van € 120,7 miljoen. Een daling wordt voorzien vanaf 2026 door aflossing op de leningen waarvoor de gemeente op dit moment garant staat. Hierbij is geen rekening gehouden met eventueel nieuw te verstrekken garanties. Waarborgfonds Sociale Woningbouw De achtervangpositie van de gemeente in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw vormt, samen met het aandeel van het Rijk, de derde zekerheid in de achtervangstructuur. De zekerstellingen zijn namelijk als volgt georganiseerd: de eerste zekerheid zijn de financiële middelen van de woningbouwcorporatie zelf. De tweede zekerheid bestaat uit de borgstellingreserve van het waarborgfonds. En als derde en laatste staan dus de overheden garant. Overig inclusief Nationale Hypotheek Garantie Het bedrag Overig bevat garantstellingen voor overige leningen en voor woninghypotheken afgesloten met Nationale Hypotheek Garantie (NHG).
Voor deze laatste categorie staat de gemeente 50% garant (het Rijk voor de overige 50%) voor NHG-claims met betrekking tot woninghypotheken die in de gemeente tot 2011 zijn afgesloten. Voor woninghypotheken met NHG, afgesloten vanaf 2011 staat het Rijk 100% garant. Onderstaande grafiek geeft voor de komende jaren het globale verloop van de garantstellingen weer. Uiteraard is deze grafiek een momentopname, omdat (zeker vanuit het Waarborgfonds Sociale Woningbouw) er een kans is, dat er nieuwe garanties worden afgegeven.
Verloop garantstellingen
66
Paragraaf 5 Grondbeleid 5.1 Inleiding
Inleiding In de huidige Nota Grondbeleid staan de kaders waarbinnen de gemeente werkt. Actief en behoedzaam zijn daarin de kernbegrippen. Dat betekent dat de gemeente enerzijds zelf ontwikkelt maar ook ruimte biedt aan zelfrealisatie door derden en deze faciliteert. Om sturing te kunnen geven aan de gewenste invulling van projecten en waar mogelijk te kunnen delen in de winsten van ontwikkelingen, blijven eigen grondposities voor de gemeente van belang. De baten en lasten van de gemeentelijke grondexploitaties worden verantwoord onder programma 2 en 3 (respectievelijk Bedrijvigheid en Bereikbaarheid en Woon- en leefomgeving). Een nadere toelichting is opgenomen in de actuele Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG 31 december 2024). Een grondexploitatie wijkt qua systematiek duidelijk af van de overige producten in het ‘gemeentelijke huishoudboekje’. Toekomstige lasten en baten op het project worden meegenomen in een saldo op eindwaarde. De baten en lasten worden geactiveerd en in de balans opgenomen onder ‘voorraden’. Op basis van BBV regelgeving wordt gedurende de looptijd van de grondexploitatie bepaald of er tussentijds een winst of verlies in het begrotingsresultaat moet worden verwerkt. Het definitieve (restant) resultaat wordt vervolgens bij de afsluiting van de grondexploitatie in het begrotingsresultaat van het afsluitjaar verantwoord.
De afgelopen jaren zijn diverse projecten waar de gemeente zelf gronden in eigendom heeft verder ontwikkeld en in uitvoering genomen. Woningbouwlocatie Bloemendal neemt hierbij een belangrijke plaats in. Ontwikkelingen / toekomstperspectief De situatie op de woningmarkt blijft gespannen. De vraag naar woningen overstijgt het aanbod en de woningbehoefte blijft groeien. Het woningaanbod is daarentegen beperkt en krimpt verder. Het aanbodniveau is eind 2024 historisch laag en de krapte op de markt leidt tot minder keuze en de noodzaak tot overbieden voor de koper. Het aantal woningtransacties is landelijk echter, ondanks het lage aanbod van woningen, het afgelopen jaar gestegen. Na de bijzondere ontwikkelingen in de afgelopen jaren (onder andere de stikstof- en energiecrisis, oorlog in Oekraïne, forse prijsstijgingen, omslag woningmarkt) was er in 2024 een beperkte kostenstijging (circa 0,5%) zichtbaar in de grond- weg- en waterbouw. Maar deze materiaalkosten bevinden zich nog wel op een hoog niveau naar aanleiding van de forse materiaalprijsstijgingen in voorgaande jaren. De personeelskosten zijn in 2024 flink gestegen (circa 6,5%) en de verwachting is dat dit voor 2025 aan zal houden. Vanwege de opleving in de (nieuwbouw) woningmarkt, met stijgende woningprijzen, is het de verwachting dat deze stijging zich verder door zal zetten.
Inkomensstijging, dalende rentes die leiden tot gunstiger financieringsopties en een algemeen verbeterd sentiment op de woningmarkt liggen hieraan ten grondslag. De reactie van de (nieuwbouw) markt is traag. Een mismatch tussen vraag en aanbod in woningtypes frustreert de doorstroommogelijkheden verder. Daarnaast is het voor huiseigenaren financieel aantrekkelijk te wachten met de verkoop van woningen door aanhoudende prijsstijgingen. Hiermee lijkt de situatie op de korte termijn niet te veranderen. De Europese Centrale Bank verwacht dat de inflatie in 2025 langzaam zal gaan dalen en in 2026-2027 rond het ECB-streefpercentage zit van 2%. De wereld van gebiedsontwikkeling is al jaren flink in beweging: het stikstofdossier blijft een onzekere factor in combinatie met het ontwikkelen van projecten. Afgelopen jaren is wel duidelijk geworden dat ook de aanlegfase stikstofruimte vereist. De gemeente heeft een taskforce stikstof opgericht om de ontwikkelingen op het stikstofdossier nauwgezet te volgen en hierop adequaat te kunnen anticiperen. Ook de aanwezigheid van bedrijvigheid met een milieucontour in de nabijheid van te ontwikkelen woningbouwlocaties zorgt voor onzekerheid in projecten.
En daar is de afgelopen jaren het probleem van netcongestie bij gekomen (het te vol raken van het elektriciteitsnetwerk), waardoor de realisatie van toekomstige projecten flinke vertraging kan gaan oplopen. Middels de gemeentelijke taskforce netcongestie wordt de impact zo goed mogelijk in beeld gebracht en gaan we ook capaciteit inzetten om dit risico daar waar het mogelijk is te beheersen. Begin 2025 is het ‘Uitvoeringsplan Netcongestie’ opgesteld door de taskforce waarin de aanpak van netcongestie bij de gemeente Barneveld wordt beschreven. De invloed van netcongestie op de resultaten van projecten is op dit moment nog niet in cijfers uit te drukken. Verliesvoorziening
67
Het actieve maar behoedzame grondbeleid van de afgelopen jaren heeft de gemeente mogelijkheden verschaft om actief sturing te geven op gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. Niet elk project sluit af met een positief resultaat. Een ontwikkeling kan om diverse redenen een negatief resultaat kennen, waaronder het behalen van andere (maatschappelijke) doelstellingen, het ondervinden van tegenvallers zoals de kosten voor een bodemsanering of een historische boekwaarde die hoog is als gevolg van (dure) verwervingen en planwijzigingen in het project. Indien een project verlieslatend is wordt hiervoor een verliesvoorziening getroffen. De verliesvoorziening zal bij het afsluiten van een project met een negatief resultaat vrijvallen ter dekking van het tekort. Bijstelling van de verliesvoorziening vindt éénmaal per jaar plaats in de P&C cyclus middels de actualisatie van de grondexploitaties in het MPG bij de jaarrekening. Indien er tussentijds aanleiding is om de verliesvoorziening bij te stellen zal hiervoor separate besluitvorming gevraagd worden. Het saldo van de verliesvoorziening per 1 januari 2025, zoals opgenomen in de MPG bij de jaarrekening 2024, was circa € 6,0 miljoen.
In de 2e tussenrapportage van 2025 (zie “Overige ontwikkelingen Programma 3”) hebben we voor drie grondexploitaties (Verbindingsweg, De Eendracht en Bloemendal) gemeld dat er een risico is dat de verliesvoorziening moet worden verhoogd. Deze zijn ook terug te vinden in deze paragraaf onder 5.3 Financiële aspecten.
5.2 Beleid
Grondbeleid gemeente Barneveld Voor alle projecten waar de jaarverslaggeving melding van maakt, voert de gemeente - zoals gezegd - een actief grondbeleid. In die gevallen is immers sprake van een door de gemeente te ontwikkelen eigen grondpositie. Een actief grondbeleid betekent kort gezegd, dat de gemeente de benodigde gronden verwerft, bouw- en woonrijp maakt en uitgeeft. In dit beleid is veelal sprake van een actief grondaankoopbeleid en zo nodig het vestigen van een voorkeursrecht of onteigening. Monitoring van de woningbouwmarkt is van belang om na te gaan of het aanbod voldoende aansluit bij de behoefte om alert (bij) te kunnen sturen. Hiermee wordt ook rekening gehouden met woningtrends. De resultaten worden meegenomen in de herijking van de Woonvisie Barneveld en vertalen we door naar prestatieafspraken met Woningstichting Barneveld. In de komende periode blijven we ons inzetten op de huisvesting van kwetsbare groepen, starters en senioren met een accent op sociale huur en middeldure huur conform gemaakte afspraken vastgelegd in de Woondeal Foodvalley. Daarnaast richten we ons, als het om bedrijventerreinen gaat en gelet op de blijvende dynamiek en de vraag van de markt, op een versnelde ontwikkeling van de bedrijventerreinen Harselaar-Zuid Fase 1B en 2 (Barneveld), Verbindingsweg (woon-werk kavels te Voorthuizen) en Tolnegenweg West (Stroe).
Dit leidt ook tot samenwerking met marktpartijen, daar waar dat gewenst c.q. noodzakelijk is. Randvoorwaarde bij dit beleid is dat terughoudend wordt aangekocht in gebieden waarvoor nog geen omgevingsplanprocedure is gestart, tenzij sprake is van een strategische noodzaak of kans. De verantwoording voor strategische verwervingen vindt plaats op grond van de vastgestelde kaders uit de Nota Grondbeleid 2016. Actief of faciliterend grondbeleid? Actief grondbeleid maakt sturing door de gemeentelijke overheid op realisatie, de categorisering van woningen en de wijze van exploiteren van terreinen en gebouwen eenvoudiger. Bij een passief (= faciliterend) grondbeleid laat de gemeente de gewenste ruimtelijke ontwikkeling over aan de markt. Voor ontwikkellocaties waar de gemeente niet alle gronden in eigendom heeft, zoals Harselaar-Zuid, Thorbeckelaan-Noord, Bloemendal, Holzenbosch II, Verbindingsweg en Oostbroek is het van belang dat deze grote gebieden integraal worden ontwikkeld teneinde een goede ruimtelijke ordening te borgen. In 2025 is een omgevingsvisie opgesteld waarin de functies, het voorgenomen programma en hoofdstructuur van wegen, groen en water zijn vastgelegd. Aanvragen van derden worden hierop getoetst. De gemeente Barneveld hanteert situationeel grondbeleid.
Afhankelijk van de situatie en context kiest zij de meest passende vorm van grondbeleid om optimaal te kunnen sturen op de ruimtelijke doelen en ambities. Concreet betekent dit actief waar het moet en faciliterend waar het kan. Nota Bovenwijkse Investeringen (NBI) De aanpassingen in de hoofdinfrastructuur betreft bovenwijkse voorzieningen die door de gemeente worden voorgefinancierd. Deze kosten, en andere kosten die de gemeente maakt, worden verhaald op de betrokken ontwikkelaars van de deellocaties (en dus ook deels ten laste van de gemeente voor haar aandeel van de gronden). In de onlangs geactualiseerde Nota Bovenwijkse Investeringen (NBI) 2025 wordt hier uitgebreid op ingegaan. Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) Sinds 2015 wordt jaarlijks een Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) opgesteld. Deze wordt tegelijk met
68
de jaarverslaggeving aan de raad aangeboden. In de jaarrekening, onder de toelichting op de voorraden, vindt u het jaarlijks overzicht grondexploitaties. Deze sluit aan op het MPG. In het MPG vindt u een uitgebreid overzicht van alle grondexploitaties, inclusief visualisaties, risico’s en een korte beschrijving van de projecten. De grondexploitaties zoals aangeboden bij de jaarrekening 2024 zijn voor de begroting 2026 grotendeels ongewijzigd. Alleen bij de projecten Verbindingsweg, De Eendracht en Bloemendal voorzien we significante wijzigingen zoals gemeld in de 2e tussenrapportage van 2025. Het effect van de wijzigingen in deze drie grondexploitaties en in andere grondexploitaties op het totaalresultaat wordt als onderdeel van de gebruikelijke actualisatie van de Meerjarenprognose Grondexploitaties in 2026 inzichtelijk en besluitvormend voorgelegd bij de behandeling van de jaarrekening 2025.
5.3 Financiële aspecten
Algemeen Jaarlijks worden bij het opmaken van de jaarrekening en de Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) de definitieve resultaten vanuit de grondexploitatie opgemaakt, verwerkt en vastgesteld. Af te sluiten en nieuwe grondexploitaties In de loop van 2025 kunnen naar verwachting de projecten Harselaar-Zuid Fase 1A en Holzenbosch I beide worden afgesloten met een positief resultaat. Indien deze projecten volgens prognose (financieel en einddatum) worden afgesloten komt het positieve resultaat ten gunste van het jaarrekeningresultaat. Begin 2025 is de grondexploitatie AZC besluitvormend voorgelegd aan de gemeenteraad en geopend. Deze grondexploitatie wordt bij de komende actualisatie (MPG 31-12-2025) meegenomen en verantwoord. Tussentijdse winstneming grondexploitaties Naast een resultaat uit af te sluiten projecten met een positief eindresultaat zijn er ook doorlopende projecten met een positief resultaat op eindwaardedatum, waarbij tussentijds winst genomen dient te worden op basis van de wet- en regelgeving vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten.
Voorafgaand aan of uiterlijk bij het aanbieden van de jaarrekening zal op basis van nacalculatie en de actuele boekwaarden (geboekte kosten en opbrengsten) het definitieve eindresultaat van deze projecten via een afzonderlijk raadsvoorstel of bij de jaarrekening worden aangeboden aan de gemeenteraad. Hierbij zal ook een voorstel worden gedaan voor de resultaatbestemming. Actualisatie verliesvoorziening Indien een resultaat verlieslatend is, is voor de betreffende grondexploitatie een verliesvoorziening opgenomen. Zoals aangekondigd in 5.1 Inleiding zijn er bij 3 grondexploitaties wijzigingen te melden ten opzichte van de stand van zaken bij de jaarrekening 2024. Bij de Verbindingsweg verslechtert het negatieve resultaat op eindwaarde zoals opgenomen in het MPG 2024 (-/- € 3,1 miljoen) met circa € 0,8 miljoen door de uitname van een in het verleden verantwoorde bijdrage (opbrengst) in de grondexploitatie. De opbrengstdaling leidt tot een toename van de verliesvoorziening. Bij de Eendracht verslechtert het negatieve resultaat op eindwaarde zoals opgenomen in het MPG 2024 (-/- € 0,2 miljoen) met circa €0,8 tot €1,0 miljoen door minder te realiseren grondopbrengsten. Een tussenuitspraak van de Raad van State heeft, vanwege de te realiseren wateropgave, consequenties voor het te realiseren woningbouwprogramma en de hiermee te realiseren opbrengsten.
Bij de gebruikelijke eindejaars actualisatie van de Meerjarenprognose Grondexploitaties wordt o.b.v. een integrale actualisatie van de grondexploitatie de definitieve mutatie in de verliesvoorziening bepaald. Voor de grondexploitatie Bloemendal geldt het volgende. In de Meerjarenprognose Grondexploitaties 2024 is opgenomen dat rekening is gehouden met de mogelijke rijksopdracht (waarschijnlijk wettelijk ondersteund) om 67% betaalbare woningbouw te realiseren in de lopende woningbouwprojecten. Deze programmamutatie naar 67% betaalbaar heeft grote financiële consequenties voor met name de grote woningbouwprojecten (m.n. Bloemendal). Op deze ontwikkeling is (financieel) in de jaarrekening 2024 reeds geanticipeerd door de toevoeging van een aparte risicopost bij de berekening van het weerstandsvermogen. Voor de grondexploitatie Bloemendal leidt deze programmamutatie tot een majeure verslechtering van het resultaat (stand eind 2024 13 mln. positief). Bij de gebruikelijke eindejaars actualisatie van de Meerjarenprognose Grondexploitaties wordt o.b.v. verdere afstemming en beoordeling bepaald hoe de programmamutatie op verantwoorde wijze in de plannen kan worden verwerkt, en welke impact dit heeft op het eindresultaat van de grondexploitatie.
Vooralsnog is niet bekend of de bijstelling van het programma en de actualisatie van kosten en opbrengsten leiden tot het treffen van een verliesvoorziening en tot een beroep op het weerstandsvermogen. In de onderstaande tabel zijn de resultaten van de geactualiseerde grondexploitaties op eindwaarde weergegeven en tevens de stand van de totaal benodigde verliesvoorziening. Hierbij geldt dat de resultaten bij de grondexploitatie Verbindingsweg en De Eendracht voorlopige schattingen zijn op basis van de toegelichte wijzigingen zoals opgenomen in de 2e tussenrapportage 2025 en hierboven en afwijken van de vastgestelde
69
resultaten bij de jaarrekening 2024. De wijziging van het resultaat in de grondexploitatie Bloemendal is nog niet bekend zoals hierboven toegelicht en om die reden gelijk aan het resultaat bij de jaarrekening 2024 en het MPG 2024 in onderstaande tabel.
bedragen x € 1.000 Verliesvoorziening Thorbeckelaan Zuid Harselaar-Zuid Fase 1A Thorbeckelaan Noord Harselaar-Zuid Fase 1B en 2 Holzenbosch I Holzenbosch II Bloemendal Verbindingsweg Oostbroek 1&2 De Eendracht Tolnegenweg West Totaal verliesvoorziening
Prog 2 2 2 2 3 3 3 3 3 3 2
Resultaat op Eindwaarde datum eindwaarde - 2.423 715 - 206 10.918 1.105 2.979 13.045 - 3.915 1.255 - 1.082 971 23.362
31-12-2027 31-12-2025 31-12-2029 31-12-2032 31-12-2025 31-12-2029 31-12-2033 31-12-2030 31-12-2029 31-12-2030 31-12-2029
Verliesvoorziening 2.423 206 3.915 1.082 7.626
5.4 Risicomanagement
Risico’s en beheersmaatregelen In de loop der jaren heeft de gemeente door het ingezette grondbeleid een grondportefeuille van substantiële omvang verkregen. De risico’s die gepaard gaan met het bezit van gronden en de ontwikkeling daarvan worden door de gemeente onderkend. Risico’s De belangrijkste risico’s, in algemene zin, die kunnen worden onderscheiden zijn: Renteschommelingen (het risico is: stijgingen) op de leenportefeuille; Afname marktbehoefte. Dit komt tot uitdrukking door kostenverhogingen verband houdend met plan- en programma aanpassingen, lagere opbrengsten en/of verlate opbrengsten. Toename kosten door tegenvallende resultaten bij de uitvoering van werken en werkzaamheden. Dit kan betrekking hebben op een aanbesteding en/of de omvang van een bodemsanering (grond, grondwater, asbest). Aanwezigheid van belemmerende milieucirkels en/of richtlijnen door bestaande en/of veranderende weten regelgeving. Het ontwikkelpotentieel komt hiermee onder druk te staan (deel gebied zit op slot) De aanwezigheid van derden die niet geïnteresseerd zijn in de beoogde gebiedsontwikkeling. Dit kan resulteren in oplopende (rente)kosten op de gemeentelijke grondpositie en verlate opbrengsten. Door de verschuiving van een actieve naar een faciliterende grondpolitiek wordt dit risico belangrijker.
Beheersmaatregelen Om genoemde risico’s te beperken zijn diverse beheersmaatregelen getroffen: De gemeente Barneveld kiest afhankelijk van de situatie en context de meest passende vorm van grondbeleid en bijbehorend instrumentaria om optimaal te kunnen sturen op de ruimtelijke doelen en ambities. Concreet betekent dit actief waar het moet en faciliterend waar het kan. In de praktijk betekent dit per project of locatie bekeken wordt of actief wordt ingezet op verwerving van gronden of dat er juist ontwikkelafspraken met grondeigenaren gemaakt kunnen worden. Dat laatste komt vaker voor dan voorheen het geval was met als inzet om te komen tot overeenkomsten met deze grondeigenaren. De behoedzame houding komt tot uitdrukking in de boekwaarden van de grondportefeuille. Deze neemt al sinds 2009 substantieel af. Het totaal van de opbrengsten (voornamelijk verkopen) overstijgt het totaal van de kosten (waaronder de kosten voor grondverwerving). De blootstelling van de gemeente aan de risico’s die kleven aan grondbezit neemt daarmee ook af. De gemeente volgt de rente ontwikkelingen op de voet teneinde voor de gehele leenportefeuille een aantrekkelijke meerjarige rente te realiseren. Rondom het ontwikkelen van de gemeentelijke grondposities is een projectorganisatie ingericht. Hiermee kan effectief en efficiënt gehandeld worden.
Grondeigenaren worden in een vroeg stadium benaderd om deel te nemen aan een ontwikkeling. Marktpartijen worden in een vroeg stadium benaderd om deel te nemen aan een ontwikkeling. Specialisten van de gemeente houden zich bezig met het monitoren van de behoefte voor woningbouw en bedrijventerreinen. Specialisten van de gemeente onderzoeken omgevingsaspecten (geluid, geur, verkeer, archeologie, flora
70
en fauna, bodemkwaliteit, etc.) in relatie tot de beoogde planologische regeling. Ondanks de geïmplementeerde beheersmaatregelen is dit geen garantie dat de genoemde risico’s niet optreden. Om de financiële gevolgen hiervan af te dekken maakt de gemeente gebruik van verliesvoorzieningen en vrije reserves. Deze houden verband met voorzienbare respectievelijk onvoorziene risico’s. Deze worden hieronder nader toegelicht. Voorzienbare risico’s De voorzienbare risico’s zijn meegenomen bij het actualiseren van de grondexploitaties. Het gaat daarbij om voorzienbare tegen- en meevallers met betrekking tot kosten en opbrengsten en de fasering hiervan in de tijd. De meest recente inzichten met betrekking tot planologie en planvorming (voorbereidingsprocedure en omgevingsaspecten) spelen hierbij ook een rol. De omvang van de voorzienbare risico’s worden in overleg met de projectleider en de overige betrokken interne vakdisciplines bepaald en verwerkt in de grondexploitatie. Het saldo op eindwaarde van een specifiek project kan hierdoor positief of negatief wijzigen. Een verdienlocatie kan overgaan in een verlieslocatie (of andersom). Voor zover sprake is van een verlieslocatie (en een bijbehorend voorzienbaar tekort) wordt, conform de systematiek uit het ‘Besluit begroting en verantwoording’ (BBV), een verliesvoorziening getroffen.
Deze verliesvoorziening wordt eenmaal per jaar, met de jaarrekening, aangepast aan de geactualiseerde eindwaarde. De verliesvoorziening dient ter dekking van het tekort op het moment dat het project wordt afgesloten. Onvoorziene risico’s Naast de beschreven voorzienbare risico’s zijn er ook onvoorziene risico’s (onbenoemde en onbekende risico’s). Bij het bepalen van het saldo van een grondexploitatie is hier nog geen rekening mee gehouden. Om de onvoorziene risico’s af te dekken maakt de gemeente gebruik van haar reserves. De onvoorziene risico’s van de (gehele) grondportefeuille zijn geïntegreerd bij het bepalen van het risicoprofiel voor het totaal van activiteiten van de gemeente. Hiervoor wordt tweemaal per jaar een risico-inventarisatie uitgevoerd. Het benodigd weerstandsvermogen wordt bepaald en afgezet tegen het beschikbare weerstandsvermogen. Bij het bepalen van het beschikbare weerstandsvermogen wordt gekeken naar de aanwezigheid van vrij besteedbare middelen om financiële tegenvallers, die niet zijn begroot, op te vangen. Deze werkwijze is inmiddels enige jaren operationeel. Jaarlijks wordt hierover gerapporteerd in de programmabegroting en jaarverslaggeving. Geschetst beleid is vastgelegd in de ‘Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2020-2024’ (collegebesluit B-4.23, d.d. 15 september 2020).
Ten behoeve van de risicoparagraaf in de begroting 2026 wordt de hoogte van het benodigde weerstandsvermogen voor het afdekken van de onvoorziene risico’s die gemoeid zijn met de grondportefeuille via de IFLO methode geactualiseerd. Bij deze actualisatie wordt rekening gehouden met de balanswaarde en nog te maken kosten van alle grondexploitaties (10% wordt meegenomen voor het benodigde weerstandsvermogen). Tevens is rekening gehouden met de mogelijke opdracht vanuit het Rijk (waarschijnlijk wettelijk ondersteund) om 67% betaalbare woningbouw te realiseren in de lopende woningbouwprojecten. Deze programmamutatie naar 67% betaalbaar heeft direct financiële consequenties voor met name de grote woningbouwprojecten. Met de toevoeging van een aparte risicopost wordt geanticipeerd op de mogelijk consequenties van deze nieuwe regelgeving van het rijk. Het vraagt nog verdere afstemming en beoordeling in hoeverre de programmamutatie op verantwoorde wijze in de plannen kan worden verwerkt. Daardoor is deze programma aanpassing niet in de lopende grondexploitaties verwerkt, maar meegenomen in de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen.
5.5 Kaderstelling / beslispunten
Het grondbeleid is uitgewerkt in de Nota Grondbeleid. Dit beleid is door de raad op 14 december 2016 vastgesteld. Momenteel wordt gewerkt aan een actualisatie van de Nota Grondbeleid. Samenvattend zijn in de Nota Grondbeleid twee beslispunten opgenomen die jaarlijks door de raad worden geactualiseerd en het college machtigen tot uitgaven: 1. Voorbereidingskredieten Het college is door de raad gemandateerd om in het jaar 2026 voorbereidingskredieten in te stellen tot een maximum van € 500.000 per complex. Het gaat hierbij om complexen die op de nominatie staan om binnen korte tijd in exploitatie te worden genomen. 2. Strategische grondaankopen Het college is door de raad gemachtigd om in het jaar 2026 grond aan te kopen tot een bedrag van maximaal € 5 miljoen ten behoeve van strategische verwervingen buiten de in de Omgevingsvisie aangewezen zoekgebieden voor woningbouw en bedrijventerreinen. Op grond van de Gemeentewet (artikel 160) is het college van burgemeester en wethouders bevoegd tot het plegen van aankopen binnen de in de Omgevingsvisie aangewezen zoekgebieden voor woningbouw en bedrijventerreinen.
71
Paragraaf 6 Verbonden partijen 6.1 Inleiding
In deze paragraaf geven we inzicht in de relaties van de gemeente met haar verbonden partijen. Verbonden partijen dienen een publiek belang. De raad ziet erop toe dat de verbonden partijen bijdragen aan de doelstellingen uit de programma’s. Definities Verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarbij de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Bestuurlijk belang: zeggenschap via een vertegenwoordiging in het bestuur of via stemrecht. Als geen sprake is van bestuurlijke zeggenschap, worden eventuele risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen beschreven en is geen sprake van een verbonden partij. Financieel belang: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat of het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Er zijn twee soorten verbonden partijen: 1. Publiekrechtelijk: de gemeenschappelijke regeling. Afhankelijk van de aard van samenwerking kan wel of geen rechtspersoon worden gecreëerd. Wordt geen rechtspersoon gecreëerd dan bestaat de samenwerking vooral uit overleg. Wordt wel een rechtspersoon in het leven geroepen, dan is sprake van verlengd lokaal bestuur; 2. Privaatrechtelijk: rechtspersoon, zoals een vennootschap (bv, nv of cv), stichting of vereniging.
6.2 Beleid
De gemeente wil de afgesproken doelen uit de Kadernota en Programmabegroting zo goed mogelijk realiseren. In een sommige gevallen is hiervoor een samenwerking met andere partijen zinvol, hiervoor dienen de voordelen van de samenwerking op te wegen tegen de nadelen. De visie en kaders van verbonden partijen moeten geen belemmering zijn, maar een werkbaar en helder instrument. De afweging van voor- en nadelen is slechts beperkt in geld uit te drukken. De beoordeling en weging van factoren is iets wat bij elke verbonden partij zorgvuldig dient te gebeuren. Voor het aangaan van een verbinding met een partij zijn kaders geformuleerd in de nota Verbonden Partijen (uit 2018). Daarnaast worden de adviezen en stellige uitspraken, geformuleerd in de notitie verbonden partijen (2025) van de commissie BBV, waar mogelijk toegepast.
72
6.3 Verbonden partijen Overzicht verbonden partijen bedragen x € 1.000 Financiële gegevens verbonden partijen Gemeenschappelijke regelingen Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) Valleihopper Leisurelands Regio de Vallei Omgevingsdienst de Vallei (OddV) Centrumregeling Meten en Monitoren Afvalwaterketen en Grondwater Vallei en Veluwe Jeugdhulpregio JeugdFV Regio FoodValley Totaal gemeenschappelijke regelingen Vennootschappen en coöperaties Coöperatie Parkeerservice UA Ontwikkelingsmaatschappij Vitale vakantieparken (OMVV) Gemeente Barneveld Ontwikkeling (GBO) PPS De Burgt Muziektheater Barneveld BNG Bank Alliander Totaal vennootschappen en coöperaties Stichtingen en verenigingen Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten Totaal stichtingen en verenigingen
Eigen vermogen
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
Vreemd vermogen
Verwacht resultaat
01-01-2026
31-12-2026
01-01-2026
31-12-2026
2026
110 463
78 463
774
699
- 32 -
81
81
-
-
-
654
622
774
699
- 32
4.571
4.482
159
159
- 89
4.571
4.482
159
159
- 89
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
5.225
5.104
933
858
- 121
Overige verbonden partijen Totaal Overige verbonden partijen Totaal verbonden partijen
Bovenstaande tabel bevat een overzicht met de verbonden partijen, geclusterd per vorm van belang. Op het moment van opstellen hebben veel verbonden partijen nog geen begrotingsdocument over 2026 opgesteld. Zodoende worden er voor deze partijen geen cijfers weergegeven in de tabel. Dit is in lijn met het nieuwe advies van de commissie BBV in de nota verbonden partijen.
Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM)
Openbaar belang
De Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) voert voor de gemeenten Arnhem, Barneveld, Doesburg, Duiven, Ede, Lingewaard, Nijkerk, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Scherpenzeel, Wageningen, Westervoort en Zevenaar wettelijke taken uit rond brandweerzorg, publieke gezondheid, rampen en crisis. VGGM levert een bijdrage aan het behalen van gemeentelijke doelstellingen op programma 1 voor gezondheidszorg en programma 3 voor brandweerzorg.
Financieel belang
Barneveld betaalt € 8.066.000 als inwonersbijdrage (8,8% van de inbreng van gemeenten).
Bestuurlijk belang
In het Algemeen Bestuur van VGGM wordt de gemeente Barneveld vertegenwoordigd door burgemeester van der Tak. Burgemeester van der Tak neemt deel aan de bestuurscommissie veiligheid en wethouder de Heer neemt deel aan de bestuurscommissie gezondheid. De besluiten in het Algemeen Bestuur worden genomen met gewone meerderheid van stemmen (één stem per gemeente). Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag. Besluiten betreffende de begroting en de jaarrekening, alsmede de aan de begrotingen ten grondslag liggende beleidsplannen worden genomen op basis van gewogen stemrecht, waarbij de gemeente Barneveld (op basis van het inwoneraantal) 3 stemmen heeft.
Risico's
De risico's zijn beperkt en liggen voor een belangrijk deel op het terrein van bedrijfsvoering. Daar waar ook de komende jaren in geïnvesteerd gaat worden bij VGGM. We signaleren geen risico’s die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van Barneveld.
73
Valleihopper Valleihopper
Openbaar belang
Financieel belang Bestuurlijk belang Risico's
De Valleihopper verzorgt het geïndiceerd Wmo-vervoer voor de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen. Het vervoer wordt verzorgd in opdracht van de deelnemende gemeenten. De organisatie is ondergebracht in de Bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO) Valleihopper. Voor de drie Utrechtse gemeenten wordt in opdracht van de Provincie Utrecht nog het aanvullend openbaar vervoer verzorgd. De bijdrage voor 2026 bedraagt naar verwachting € 450.000. Eventuele voor- en nadelen worden verrekend met de aangesloten gemeenten. ertegenwoordiging vanuit alle colleges in het bestuur van BVO Valleihopper. Geen.
Leisurelands Leisurelands
Openbaar belang
Leisurelands beheert 19 recreatiegebieden in Gelderland (en één in Limburg), waaronder Zeumeren. De inzet van Leisurelands is gericht op het verbeteren en exploiteren van de verschillende terreinen. De recreatiebranche is de afgelopen jaren in beweging. De consument wordt veeleisender en investeringen in de sector staan onder druk. Recreatieterrein Zeumeren is de komende jaren een proeftuin voor Leisurelands als het gaat om de toepassing van alternatieve energie (zonnepanelen en biovergassingsinstallatie) op recreatieterreinen. Tevens zet Leisurelands in op een kwalitatieve verbetering van het recreatiegebied.
Financieel belang
De gemeente Barneveld is samen met nog 22 andere gemeenten aandeelhouder van Leisurelands. De gemeente Barneveld heeft op basis van haar inwoneraantal 4,6% van de aandelen in bezit. De gemeente Barneveld verstrekt aan Leisurelands geen subsidie en Leisurelands keert geen dividend uit over de aandelen.
Bestuurlijk belang
Portefeuillehouder toerisme (economie) is gemandateerd om in de aandeelhoudersvergaderingen namens de gemeente Barneveld het woord te voeren en stemrecht uit te brengen op de door de gemeente Barneveld gehouden aandelen in het kapitaal van Leisurelands.
Risico's
Niet van toepassing.
Regio de Vallei Regio de Vallei
Openbaar belang
Financieel belang Bestuurlijk belang
Regio De Vallei is een samenwerkingsverband op regionaal niveau dat bestaat uit de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen. Binnen deze regio worden twee hoofdactiviteiten uitgevoerd: het aanbesteden van de verwerking van fijn en grof huishoudelijk restafval, GFT+e en PMD en het beheren van de overeenkomsten. De bijdrage van de gemeente Barnveld in 2026 bedraagt circa € 10.588 (gebaseerd op inwoneraantal 01-012024, 22%). De verdeling kan iets anders worden, omdat de inwoneraantallen kunnen wijzigen. De portefeuillehouder Groen en Openbare Ruimte vertegenwoordigt de gemeente in het bestuur van Regio De Vallei. Het wijzigen of stopzetten van de GR kan juridische en/of financiële consequenties hebben.
Risico's
In de GR is voorzien in de mogelijkheid van uittreding. Daartoe moet het college een uittredingsplan opstellen en de regio moet worden gecompenseerd voor het nadeel dat de andere deelnemende gemeente lijden door het uittreden van een lid. De raad moet het uittredingsplan goedkeuren.
Omgevingsdienst de Vallei Omgevingsdienst de Vallei (OddV)
Openbaar belang Financieel belang Bestuurlijk belang
Risico's
De Omgevingsdienst de Vallei is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Ede, Barneveld, Scherpenzeel, Nijkerk, Wageningen en de provincie Gelderland. De gemeenschappelijke regeling voert voor de deelnemers de taken Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving op grond van de Omgevingswet uit met als doel een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. De deelnemersbijdrage van Barneveld voor 2026 is € 5.474.430. Wethouder Oosterwijk is lid van het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur. De taak vergunningverlening valt in de portefeuille van wethouder Wijnne (RO) en het toezicht en de handhaving inde portefeuille van wethouder Oosterwijk. Het weerstandsvermogen op 31 december 2024 bedroeg € 440.000 en was onvoldoende om de risico's op te vangen. Het bestuur van de OddV heeft op 17 juli 2025 besloten om het weerstandsvermogen aan te vullen tot € 500.000, waardoor de risico's gedekt zijn.
74
75
Coöperatie Parkeerservice UA Coöperatie Parkeerservice UA
Openbaar belang
Financieel belang Bestuurlijk belang Risico's
Ondersteuning bij het ontwikkelen, implementeren en uitvoeren van parkeerbeleid, zonder winstoogmerk. De deelnemende gemeenten (leden) zorgen samen voor inkoopkracht, schaalvoordeel en bundeling van kennis. Coöperatie Parkeerservice UA ondersteunt de gemeente Barneveld in de uitvoering van het parkeerbeheer. Op projectbasis wordt gewerkt aan het realiseren van activiteiten en maatregelen uit het Parkeerplan. Parkeerservice zoekt nieuwe leden. Tevens is het uitbreiden van het pakket aan diensten bij bestaande leden een belangrijk speerpunt.
De bijdrage voor het afsluiten van het raamcontract (beheer en onderhoud ‘straatparkeerapparatuur’, één Slagboomterrein, één Cameraparkeerterrein en nacalculatie geleverde diensten zoals beheer parkeervergunningen) is conform opdracht gefactureerd. Portefeuillehouder verkeer vertegenwoordigt de gemeente in de Algemene Leden Vergadering (ALV). Uitgangspunt van Coöperatie Parkeerservice UA is om kostendekkend te opereren. Er wordt gewerkt met een overeenkomst die jaarlijks wordt vastgesteld. Het lidmaatschap wordt daarmee jaarlijks verlengd. Voor opzegging geldt een opzegtermijn van één kalenderjaar.
Ontwikkelingsmaatschapppij VitaleVakantieparken (OMVV) Ontwikkelingsmaatschappij Vitale vakantieparken (OMVV)
Openbaar belang
Financieel belang
Soms lopen lokale ontwikkelingen vast door complexe eigendomssituaties en/of problemen met de financiering. Als de markt het niet oplost en voor gemeenten het publiekrechtelijke spoor doodloopt, kan stevig ingrijpen nodig zijn. De elf Veluwse gemeenten en de provincie Gelderland, verenigd in het programma Vitale Vakantieparken, hebben daarvoor gezamenlijk de besloten vennootschap (bv) OMVV opgericht. In overleg met de betrokken gemeente kan de OMVV een rol spelen bij het aankopen en/of (tijdelijk) beheren van parken.
€ 2.959 aan aandelen. Dat is 6,58% van de aandelen.
Bestuurlijk belang
Portefeuillehouder financiën is gemandateerd om de gemeente in de aandeelhoudersvergadering te vertegenwoordigen.
Risico's
De risico's zijn beperkt, omdat het aandeel van de gemeente Barneveld relatief klein is.
Gemeente Barneveld Ontwikkeling Gemeente Barneveld Ontwikkeling (GBO) Openbaar belang
Het participeren in ontwikkelingen in de regio en met name de woonwijk De Burgt.
Financieel belang
De gemeente heeft een geldlening uitstaan op GBO BV. Deze is grotendeels afgelost. Er staat nog voor € 0,4 miljoen uit. Daarnaast heeft de gemeente kosten voorgeschoten middels een rekening-courantverhouding met GBO BV. Deze vordering op GBO BV is momenteel € 2,1 miljoen. Over beide bedragen wordt een rente in rekening gebracht aan GBO BV. Het maatschappelijk kapitaal bedraagt € 90.000; hiervan is € 18.151 geplaatst en volgestort. Voor de financiële resultaten wordt binnen de gemeente een voorziening aangehouden die jaarlijks muteert met het vaststellen van de jaarrekening van GBO BV.
Bestuurlijk belang
De Gemeente Barneveld is aandeeelhouder en bestuurder.
Risico's
Gemeente Barneveld Ontwikkeling (GBO) is 100% 'dochter' van de gemeente en dient slechts als hulpstructuur tot participatie. Voor de financiële risico's heeft de gemeente een voorziening getroffen die jaarlijks muteert op basis van de resultaten van GBO BV. Zodoende zijn de risico's nihil.
PPS De Burgt PPS De Burgt Openbaar belang
Het ontwikkelen van nieuwbouwwijk de Burgt.
76
Financieel belang Bestuurlijk belang Risico's
De gemeente heeft geen direct financieel belang. Het financiële belang (deelnemingen en verstrekte leningen) loopt via GBO BV. De financiële resultaten vertalen zich jaarlijks in de jaarrekening van GBO BV. De Gemeente Barneveld is aandeelhouder en bestuurder van de beherende vennoten. De risico’s worden beperkt ingeschat als gevolg van afspraken rondom De Burgt die door de raad bekrachtigd zijn.
Muziektheater Barneveld Muziektheater Barneveld Openbaar belang Financieel belang
Het beschikbaar stellen van vastgoed om openbaar toegankelijke culturele voorstellingen en evenementen mogelijk te maken. Deelneming in geplaatst maatschappelijk kapitaal van € 6,1 miljoen. Het aandeel van de gemeente is 78,25%. De exploitatie van het Muziektheater is in handen van MTB BV.
Bestuurlijk belang
College van B&W is samen met Stichting Fonds 1845 eigenaar van het theatergebouw. Beide maken deel uit van de Algemene vergadering van aandeelhouders MTB BV. Wethouder Pluimers vertegenwoordigt de gemeente in de Algemene vergadering van aandeelhouders.
Risico's
MTB BV heeft één huurder, te weten Schaffelaartheater BV. De mate waarin de huurder zijn huur kan betalen is een risico. Aankomende jaren zal er meer onderhoud van het vastgoed nodig zijn. De bijdrage in de VVE zal hoger worden.
BNG Bank BNG Bank Openbaar belang
Lage tarieven, laagdrempelige toegang tot de geld- en kapitaalmarkt, dividend en overige bancaire faciliteiten.
Financieel belang
24.570 aandelen van totaal 55.690.720 aandelen, in casu 0,04%. Als aandeelhouder is er geen sprake van een gespecificeerde contractduur. Onder voorwaarden zou het aandeelbezit vervreemd kunnen worden. BNG Bank voldoet aan de Europese minimumeis ten aanzien van de zogenoemde leverage ratio van 3%. Deze ratio is in 2024 (volgens de meest recente jaarrekening) 12%.
Bestuurlijk belang Risico's
Alliander Alliander Openbaar belang Financieel belang
Zorgen voor een betrouwbaar en bestendig netwerk ten behoeve van transport energie. 557.962 aandelen in bezit van de in totaal 136.795.000.
Bestuurlijk belang
College treedt namens raad op bij onder andere aandeelhoudersvergaderingen. Als aandeelhouder is er geen sprake van een gespecificeerde contractduur. Onder voorwaarden zou het aandelenbezit vervreemd kunnen worden.
Risico's
Als aandeelhouder is er geen sprake van een gespecificeerde contractduur. Onder voorwaarden zou het aandelenbezit vervreemd kunnen worden. Solvabiliteit is goed.
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten
Openbaar belang
Financieel belang Bestuurlijk belang
Zorgen voor de verbetering van de kwaliteit van de volkshuisvesting en de gebouwde omgeving in brede zin. Doelstelling wordt nagestreefd door het verstrekken van leningen. De gemeente heeft via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) lopen: - garantstelling Woningstichting Barneveld; - VROM-starterslening; - duurzaamheidslening / stimuleringsregeling toekomstbestendig wonen. Het saldo van de uitstaande leningen (uitgaven minus inkomsten) was per 31 december 2024 € 7,359 miljoen voor startersleningen, duurzaamheidsleningen en Toekomst Bestendig Wonen Leningen (TBWL). Lidmaatschap van gemeente
77
Risico's
Op 31 december 2024 bedroeg het SVn-vermogen 71 miljoen. Een deel daarvan reserveert SVn sinds 2014 voor het 10% eigen risico op verliezen bij NHG-hypotheken voor startersleningen. SVn neemt dit risico over van gemeenten, provincies en samenwerkingspartners en belast deze bij eventuele verliesdeclaraties niet door. De niet door NHG gegarandeerde verliesdeclaraties op de combinatielening (die samen met de starterslening wordt verstrekt) bekostigt SVn tijdens deze periode eveneens uit het SVn-vermogen. Ook SVn-plusleningen (€ 0,1 miljoen) en de eerste honderd verzilverleningen (€ 1,3 miljoen) financierden we uit het SVn-vermogen. Deze voldoen echter beide aan de voorwaarden van NHG. SVn betaalt de 10%
78
Paragraaf 7 Bedrijfsvoering 7.1. Inleiding
De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de interne randvoorwaarden die nodig zijn om beleid en uitvoering mogelijk te maken. Waar programma 4 vooral gaat over dienstverlening aan inwoners en partners, richt de paragraaf bedrijfsvoering zich op de organisatie zelf: personeel, organisatieontwikkeling, informatisering, huisvesting en interne beheersing (waaronder rechtmatigheid). Bijzonder in 2026 is de aanpassing van onze huisvesting. De eerste fase van de verhuizing naar de vernieuwde huisvesting vindt in 2026 plaats. Dit omvat meer dan een fysieke verplaatsing: - Hybride werken wordt gefaciliteerd, met aandacht voor een gezonde balans tussen kantoor en thuis. - Samenwerking tussen teams wordt gestimuleerd door moderne werk- en vergaderruimten. - Het team Facilitair ondersteunt de overgang met nadruk op duurzaamheid, gastvrijheid en efficiënt beheer van faciliteiten.
7.2. Organisatie-ontwikkeling
De organisatieontwikkeling in 2026 richt zich op het doorontwikkelen van de in 2024 vastgestelde Sturingsvisie, en in het bijzonder op het programmatisch- en projectmatig werken. Een belangrijk speerpunt is verder borgen van het team Strategie en Regie. Dit team is verantwoordelijk voor het vroegtijdig signaleren van trends en het voorbereiden van integrale beleidskeuzes. De focus ligt op het consolideren van methodieken en samenwerking, zodat de strategische slagkracht structureel beschikbaar is. Daarnaast: - Interne communicatie: het onderzoek levert maatregelen op voor eenduidiger en betrouwbaarder interne informatievoorziening. - Governance en rollen: scherper afbakenen van verantwoordelijkheden tussen (o.a.) bestuur, directie en organisatie, zodat sturing en uitvoering helder zijn. - Cultuur en gedrag: nadruk op eigenaarschap, samenwerking en wendbaarheid, passend bij de schaal en dynamiek van een groeiende gemeente.
7.3 Digitalisering en informatievoorziening
De interne informatievoorziening ontwikkelt zich via drie sporen: - Datagedreven werken: uitrol van dashboards waarmee de raad, het college en de organisatie sneller inzicht krijgen in beleidsuitvoering, financiën en bedrijfsvoering. - Informatieveiligheid en privacy: versterking van maatregelen conform BIO en continue aandacht voor bewustwording van medewerkers. - AI-initiatieven: verkenning van toepassingen van kunstmatige intelligentie voor interne procesoptimalisatie en beleidsanalyses, met nadruk op betrouwbaarheid, ethiek en transparantie.
7.4 Financieel beleid en in-control-zijn
Een solide interne beheersing is cruciaal om als groeiende gemeente verantwoorde keuzes te maken. In 2026 werken we verder aan: - Verbetering van het inkoopproces en borging van de betrokkenheid van inkoopadviseurs. - Integrale risicobeheersing, waarin procesrisico’s, financiële risico’s en informatieveiligheid samen worden beschouwd. - Rechtmatigheidsverantwoording: voor het eerst legt het college zelf verantwoording af over rechtmatigheid. De raad krijgt hiermee beter inzicht in afwijkingen en kan zijn controlerende rol steviger invullen. - Voorbereiding richting 2027: onderzoek naar hoe sturingsinformatie en passende indicatoren de raad beter kunnen ondersteunen bij zijn kaderstellende rol.