CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijzigingsplan Natuurgoed Ziedewij (Toelichting-Regels-Verbeelding).pdf

commissie Ruimte 7 juni 2022, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Wijzigingsplan Natuurgoed Ziedewij23.310 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De beoogde onderdelen van deze functie kunnen qua verkeersaantrekkende werking worden vergeleken met een plantentuin of groen- of tuincentrum. Bij het onderzoek is uitgegaan van een worst case-benadering en derhalve van de hoogste verkeersgeneratie. Voor hoofdfunctie 1 is uitgegaan van de kencijfers van een tuincentrum ter grootte van 1.500 m2 bvo. De verkeersgeneratie van deze functie, op deze locatie, is volgens het CROW maximaal 18,0 ritten per 100 m2 bvo. Daarmee genereert hoofdfunctie 1 van het plan circa (1500/100 x 18=) 270 autoritten per etmaal. Hoofdfunctie 2 omvat de zes volumes ecolodges. Deze volumes zijn op te splitsen in twee

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

36

delen en het gaat derhalve om maximaal twaalf recreatieve wooneenheden. Bij de berekening van de verkeersaantrekkende werking van deze recreatiewoningen is uitgegaan van het maximale kencijfer van het CROW, zijnde 2,8 autoritten per woning. Totaal komt dit neer op (12x2,8 =) 34 autoritten per etmaal voor hoofdfunctie 2 van het plan. Het Werkhof (Hoofdfunctie 3) aan de noordzijde van het plangebied kan worden vergeleken met een bedrijf/werkplaats. Het is een arbeidsintensieve, bezoekersextensieve functie. Volgens het CROW is het hierbij behorende kencijfer voor de verkeersgeneratie maximaal 10,9 ritten per 100 m2 bvo. Uitgaande van maximaal 500 m2 bvo is de verkeersgeneratie van het Werkhof maximaal 55 autoritten per etmaal. In totaal genereert het plangedeelte met de ontsluiting de noordzijde maximaal circa (270+34+55=) 359 autoritten per etmaal. Zuidelijke ontsluiting De zuidelijke aansluiting van het plan is voornamelijk bedoeld voor de zes polderwoningen. Daarnaast is sprake van enig aan het plan verbonden werkverkeer voor onderhoud en dergelijke. De twee dijkwoningen worden direct ontsloten op de Noldijk en het aan deze woningen gebonden verkeer maakt geen gebruik van de zuidelijke ontsluiting van het plan. Uit de berekening volgt dat de verkeersaantrekkende werking van het zuidelijke plandeel circa 56 autoritten per etmaal bedraagt.

Wanneer het (maximale) aantal autoritten van de twee dijkwoningen (18 ritten) hieraan wordt toegevoegd resulteert dit in de totale verkeersaantrekkende werking van de zuidzijde van het plan: (56+18=) 74 autoritten per etmaal. Beoordeling verkeersgeneratie De verkeersgegevens van de wegen in de omgeving van plangebied Natuurgoed 'Ziedewij' zijn ontleend aan telcijfers van de gemeente Barendrecht (Boezemweg, teldatum februari 2019) en aan recent uitgevoerd (akoestisch) onderzoek in de nabije omgeving (Noldijk, prognose voor 2030). De verkeersgegevens daarvan zijn ingeschat op basis van het verkeersmodel van de metropoolregio Rotterdam-Den Haag. In de huidige situatie is er op geen van de wegen sprake van een capaciteitsoverschrijding. De capaciteit van de Boezemweg ligt tussen de 12.000 tot 15.000 motorvoertuigen per etmaal. De capaciteit van de Noldijk ligt tussen 2.500 en 5.000 motorvoertuigen per etmaal. Onder normale omstandigheden kan het verkeer zonder knelpunten en congestie worden afgewikkeld. Het verkeer van en naar de hoofdfuncties 1, 2 en 3 van het plan gaat rijden via de Boezemweg (noordelijke ontsluiting). Het aantal van 359 aan het plan gebonden verkeersbewegingen betekent ten opzichte van het verkeer op de Boezemweg een toename van maximaal 4 procent.

De hoeveelheid verkeer op de weg neemt als gevolg van het plan toe tot maximaal circa 9.303 motorvoertuigen per etmaal. Gesteld wordt dat de door het plan verwachte verkeerstoename ten opzichte van de huidige situatie zeer beperkt is. Het plan heeft daarmee geen nadelige gevolgen voor de verkeerssituatie. De goede verkeersafwikkeling en -veiligheid komen niet in het gedrang. Het verkeer van en naar hoofdfunctie 4, de woningen aan de zuidzijde van het plan, zal gaan rijden via de Noldijk. Het maximale aantal van circa 74 aan het plan gebonden autobewegingen betekent ten opzichte van de autonome hoeveelheid verkeer op de deze

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

37

weg een toename van circa 7 tot 9 procent. De hoeveelheid verkeer op de weg neemt als gevolg van het plan toe tot maximaal circa 1.074 motorvoertuigen per etmaal. Hiermee wordt nog ruimschoots voldaan aan de maximale capaciteit van de weg. Gesteld wordt dat ook op de Noldijk geen nadelige gevolgen voor de verkeerssituatie zullen optreden door het plan. De verkeersafwikkeling en -veiligheid van de weg komen niet in het gedrang. De bereikbaarheid van bestaande bestemmingen aan de weg blijft op hetzelfde peil. Met de realisatie van het plan blijft er blijft sprake van een goede ruimtelijke ordening. Parkeren De verschillende functies van het plan hebben een bepaalde parkeerbehoefte. Voor het vaststellen van de parkeerbehoefte van ruimtelijke initiatieven heeft de gemeente Barendrecht de beleidsregel 'Parkeernormen gemeente Barendrecht 2018' vastgesteld. Het volgende is daarin gesteld: 1. de parkeerkencijfers en de daarbij aangegeven uitgangspunten zoals aangegeven in de CROW publicatie "Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom (ASVV)" vast te stellen als parkeernorm voor de gemeente Barendrecht; 2. deze parkeerkencijfers te hanteren bij het bepalen van de parkeerbehoefte bij ontwikkelingen.

Voor het bepalen van de parkeerbehoefte van het onderhavige plan is daarom uitgegaan van de meest actuele parkeerkencijfers van het CROW zoals vermeld in de publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Parkeerbehoefte plan De parkeerbehoefte van het plan is berekend op basis van de beschikbare CROW-normen. Net als bij de berekening van de verkeersgeneratie zijn hierbij de kencijfers afgeleid voor de functies en woningtypen. Uitgegaan is van de 'Rest bebouwde kom' in een 'Sterk stedelijke omgeving' (stedelijkheidsgraad 2). Bestemming

Parkeerkencijfer

Eenheid

Minimaal

Maximaal

Vrijstaande woning

2

2,8

Woning

Hoofdfunctie 2, ecolodge

2

2,2

Woning

Hoofdfunctie 1, voorzieningen bezoekers

2,6

3,1

100 m2 bvo

Hoofdfunctie 3, Werkhof

2,1

2,6

100 m2 bvo

Tabel Kencijfers parkeren plan Natuurgoed 'Ziedewij' Op basis in bovenstaande tabel wordt voor de nieuwe vrijstaande woningen (dijkwoningen en polderwoningen) geadviseerd om per woning een aantal van drie parkeerplaatsen (op eigen terrein) te realiseren. Voor de hoofdfuncties 1, 2 en 3 is in het plan voorzien in een (gezamenlijk) parkeerterrein. Op basis van de gegevens in bovenstaande tabel is de (maximale) parkeerbehoefte van deze functies: 3,1 x 1.500 m2 = 46,5 parkeerplaatsen voor hoofdfunctie 1 2,2 x 12 = 26,4 parkeerplaatsen voor hoofdfunctie 2 2,6 x 500 m2 = 13,0 parkeerplaatsen voor hoofdfunctie 3 Dit resulteert in een totale parkeerbehoefte van (46,5+26,4+13,0=85,9) afgerond 86

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

38

parkeerplaatsen. Het voor het parkeerterrein gereserveerde gebied is circa 3.296 m2 groot. Voor de realisatie van 86 parkeerplaatsen is daarmee per plaats ruimte beschikbaar van circa 38 m2. Een gemiddeld parkeervak heeft, inclusief de parkeerweg, een benodigde oppervlakte van circa 25 m2. Dat betekent dat voor de parkeerbehoefte van het plan op de beoogde parkeerlocatie (ruim) voldoende ruimte aanwezig is om hierin te kunnen voorzien. Conclusie Vanuit het aspect verkeer en de verkeersaantrekkende werking kan het plan zonder verdere maatregelen en/of voorzieningen worden gerealiseerd. Vanuit het aspect parkeren is in het plan voldoende ruimte aanwezig om in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien. Bij de woningen in het plan moet rekening worden gehouden met de aanleg van de benodigde parkeerplaatsen. Dit is in basis minimaal 2 stuks per woning op eigen terrein.

4.5

Geluid

In het kader van de ruimtelijke procedure voor de gewijzigde bestemming moet de te verwachten geluidsbelasting op de gevels van de woningen worden onderzocht en getoetst. De te verwachten geluidsbelasting moet voldoen aan de wettelijke vereisten en aan de voorwaarden van een goede ruimtelijke ordening. Buro DB heeft akoestisch onderzoek wegverkeer uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 4 bijgevoegd. Het plangebied ligt buiten de geluidszone van de spoorbaan Rotterdam en Dordrecht, onderzoek naar spoorweglawaai is daarom niet uitgevoerd. Ook is het aspect industrielawaai, ten gevolge van het terrein Kijfhoek, niet onderzocht. De reden hiervoor is dat het plangebied buiten de 50 dB(A) contour van dit terrein ligt (zie hiervoor ook onderstaande afbeelding). Derhalve is akoestisch onderzoek industrielawaai niet verplicht.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

39

Afbeelding ligging geluidzone Kijfhoek ten opzichte van het natuurgoed Onderzoek Uit het akoestisch onderzoek volgt dat met de te verwachten geluidsbelasting van het wegverkeer op de Noldijk op de twee dijkwoningen de norm van 48 dB overschrijdt. De maximale geluidsbelasting is 53 dB. Daarmee wordt de maximale ontheffingswaarde van 53 dB niet overschreden. Het toepassen van bron en/of overdrachtsmaatregelen is in deze situatie om technische en stedenbouwkundige redenen niet realistisch (dit is onderbouwd in hoofdstuk 4 van het rapport). Omdat de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden wordt het toepassen van mogelijke dove gevels bij de woningen afgeraden. Aanbevolen wordt om voor de twee dijkwoningen ontheffing van een hogere grenswaarde aan te vragen en door middel van nader akoestisch onderzoek aan te tonen of/hoe wordt voldaan aan de eisen van het Bouwbesluit 2012 ten aanzien van de maximale binnenwaarde en de benodigde geluidwering van de gevels. Met ontheffing van een hogere grenswaarde (tot maximaal 53 dB) en aantoonbaar voldoende geluidwerende gevels, kunnen de dijkwoningen, vanuit het oogpunt van geluid, op de beoogde planlocatie worden gerealiseerd. Voor het woongebied van de toekomstige zes polderwoningen zijn de geluidscontouren van de Noldijk bepaald.

Uit het onderzoek volgt dat bij inachtname van een afstand van ten minste 25 meter vanaf de as van de Noldijk, de woningen zonder verdere geluidsbeperkende maatregelen kunnen worden gerealiseerd. Bij de bouw van een woning in de zone tussen 8 en 25 meter vanaf de as van de weg is daarvoor ontheffing van een hogere grenswaarde nodig. De geluidsbelasting op de gevel dient dan middels nader onderzoek te worden

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

40

vastgesteld waarna tevens een toets van de benodigde geluidwering van de gevels moet worden uitgevoerd. Het bouwen van een woning binnen een afstand van 8 meter vanaf de wegas is vanuit het aspect geluid niet toegestaan. Conclusie Met inachtname van de volgende voorwaarden kan het plan vanuit het aspect geluid van wegverkeer worden gerealiseerd: Aanvraag hogere grenswaarden voor de twee dijkwoningen, ten behoeve van deze aanvraag moet een onderzoek naar de geluidwering van de gevels worden uitgevoerd; Plaatsing van de zes polderwoningen op tenminste 25 meter van de Noldijk.

4.6

Bodem

Ter plaatse van het plangebied zijn een drietal bodemonderzoeken uitgevoerd: Rapport verkennend bodemonderzoek percelen D 9626 en 11656 in de Ziedewijdsepolder, Koenders en Partners januari 2019, kenmerk 180364. Rapport verkennend bodemonderzoek percelen D 7097 en 7099 in de Ziedewijdsepolder, Koenders en Partners april 2019, kenmerk 190101-B01. Rapport verkennend bodemonderzoek Percelen D 471 en 8175 in de Ziedwijdsepolder, KP Adviseurs BV maart 2022, kenmerk 190324-B01. De onderzoeken zijn als Bijlage 6, Bijlage 7 en Bijlage 8 bijgevoegd en de conclusies worden onderstaand toegelicht. Bodemonderzoek percelen D 9626 en 11656 Ter plaatse van het perceel Barendrecht D 9626 is er geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Het advies is wel om de waargenomen plasticresten aan het maaiveld van perceel D 9626 te verwijderen voorafgaand aan ingebruikname van het plangebied ten behoeve van recreatieve doeleinden. Uit de resultaten van het bodemonderzoek blijkt dat met het perceel D 11656 niet zonder meer is geschikt voor de beoogde toekomstige herinrichting en het voorgenomen gebruik (recreatie / openbaar groen). Een nader bodemonderzoek is nodig ter plaatse van dit perceel om de aard en omvang van de aangetoonde matige en sterke bodemverontreinigingen vast te stellen. Het advies is ook, indien mogelijk, de niet onderzochte dam aanvullend te onderzoeken.

Bij herinrichtingswerkzaamheden ter plaatse dient rekening te worden gehouden met eventuele beperkingen ten aanzien van de leiding; Bodemonderzoek percelen D 7097 en 7099 Uit het onderzoek volgt dat de locatie is geschikt voor het voorgenomen gebruik (recreatie / openbaar groen). Indien werkzaamheden zijn voorzien ter plaatse van de toegangsdam, wordt geadviseerd om het vrijkomende puin af te voeren naar een acceptant. Indien bij de voorgenomen herinrichtingswerkzaamheden sloten gedempt dienen te worden is het advies om voorafgaand een verkennend waterbodemonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning. In deze fase is dan bekend of sloten gedempt moeten worden en om welke sloten het dan gaat. Bij de voorgenomen herinrichtingswerkzaamheden dient rekening te worden gehouden met eventuele beperkingen ten aanzien van de waterstoftransportleiding.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

41

Gronden dijkwoningen (D 8175) en perceel D 471 In de grondwatermonsters zijn (na herbemonstering) ten hoogste lichte verontreinigingen met diverse zware metalen, xylenen en/of naftaleen aangetoond. De aangetoonde lichte verontreinigingen geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmering voor de voorgenomen herinrichting en het voorgenomen gebruik (combinatie recreatie, openbaar groen en wonen met tuin). Bij de voorgenomen herinrichtingswerkzaamheden ter plaatse van deellocatie A dient rekening te worden gehouden met eventuele beperkingen ten aanzien van de waterstoftransportleiding. Tot slot wordt geadviseerd om tijdens vervolgwerkzaamheden alert te zijn op eventuele onvoorziene bodemverontreiniging.

4.7

Externe veiligheid

Uit de risicokaart blijkt dat in de omgeving van het plangebied verschillende risicobronnen aanwezig zijn. Om deze reden is een nadere beschouwing opgesteld voor het aspect externe veiligheid. De beoordeling is als Bijlage 9 toegevoegd. Beoordeling In de omgeving van het plangebied Natuurgoed Ziedewij zijn verschillende risicobronnen aanwezig, zie hiervoor onderstaande afbeelding. Het plangebied is op deze figuur globaal in het groen aangeduid. De volgende risicobronnen zijn van belang: Buisleiding Air Products waterstofleiding: loopt door het plangebied; Rangeerterrein Kijfhoek: minimaal 1,0 km; Spoorlijn Barendrecht-Dordrecht: 70 meter; Rijksweg A16: 2,7 km.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

42

Afbeelding ligging risicobronnen t.o.v. het plangebied Natuurgoed Ziedewij (bron: risicokaart) Buisleiding Air Products waterstofleiding De Air Products waterstofleiding heeft een werkdruk van 44 bar en een diameter van 6,61 inch. In het Externe Veiligheidsbeleid van de gemeente Barendrecht is aangegeven dat langs deze leiding een PR 10-6-contour aanwezig is van 10 meter. Het invloedsgebied van deze leiding is 35 meter. In de huidige situatie is in het Externe Veiligheidsvisie van de gemeente Barendrecht eveneens aangegeven dat er zeer weinig personen aanwezigen binnen het invloedsgebied, waardoor er geen groepsrisico is. Het wijzigingsplan staan geen nieuwe bebouwing toe binnen het invloedsgebied van de Air Products waterstofleiding. Daardoor het de voorgenomen ontwikkeling geen effect op het groepsrisico. Rangeerterrein Kijfhoek Voor het Rangeerterrein Kijfhoek is door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) het ‘Beheersplan Groepsrisico Kijfhoek’ opgesteld (d.d. april 2012). In dit beheersplan is aangegeven dat het invloedsgebied circa 1.380 meter bedraagt en wordt bepaald door een incident met waterstoffluoride (toxisch). Binnen het invloedsgebied is een zogenoemde schillenbenadering van toepassing. Meetbare effecten op het GR zijn aantoonbaar tot een afstand van bijna 1 km. De kortste afstand van het plangebied tot het Rangeerterrein Kijfhoek is 1 km of meer.

Daarmee leidt de toename aan populatie in het plangebied niet tot een toename op het GR. Het beheersplan geeft ook aan dat naast inzicht in het GR ook aandacht moet worden besteed aan de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. De motivering daarvan is opgenomen in Bijlage 9. Spoorlijn Barendrecht-Dordrecht en Rijksweg A16 Het plangebied ligt niet binnen het verantwoordingsgebied van 200 meter van de Rijksweg A16, maar wel van de spoorlijn Barendrecht - Dordrecht. Dit betekent dat het voor de spoorlijn noodzakelijk is om de hoogte en toename van het GR inzichtelijk te maken, maar niet voor de Rijksweg A16. Het invloedsgebied van toxische stoffen die over de Rijksweg A16 worden vervoerd ligt wel over het plangebied. Volgens artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transport is wel een verantwoording benodigd dat ingaat op de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. De motivering daarvan is opgenomen in Bijlage 9. Groepsrisicoberekening spoorlijn Barendrecht - Dordrecht In het Basisnet Spoor is aangegeven dat ter plaatse van het plangebied van het wijzigingsplan langs de spoorlijn een PR 10-6 contour aanwezig is van 28 meter aan weerszijde vanuit het hart van de spoorlijn. Het plangebied ligt niet binnen deze contour, waardoor deze contour geen belemmering oplevert voor de voorgenomen ontwikkelingen.

In een separaat onderzoek (zie hiervoor Bijlage 10) is de hoogte en toename van het groepsrisico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Barendrecht Dordrecht berekend. Uit de groepsrisicoberekening blijkt dat het groepsrisico niet toeneemt vanwege de realisatie van het plan. De reden hiertoe is dat de maatgevende kilometer niet ter hoogte van het plangebied ligt, maar ten noordwesten ervan. In zowel de autonome als de toekomstige situatie is een groepsrisico berekend van 1,085 x de oriëntatiewaarde. Omdat de oriëntatiewaarde wordt overschreden is op basis van artikel 13 uit het Bevi een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico benodigd, ondanks dat het groepsrisico niet toeneemt. Dit is opgenomen in hoofdstuk 5 in Bijlage 9. In de verantwoording groepsrisico

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

43

is ingegaan op verschillende aspecten die van belang zijn op de spoorlijn. Conclusie Het planvoornemen kan gezien vanuit externe veiligheid gerealiseerd worden. Een motivering zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid is opgesteld en naar aanleiding van de uitgevoerde groepsrisicoberekening voor de spoorlijn is een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico opgesteld. Geadviseerd wordt om vroegtijdig de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond in de ruimtelijke procedure te betrekken en om advies te vragen.

4.8

Flora en fauna

4.8.1 Quickscan Een quickscan flora en fauna is uitgevoerd ter plaatse van het plangebied, het rapport is als Bijlage 11 bijgevoegd. Onderzoeksresultaten Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op 1,5 km afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied de Oude Maas. Verder ligt het Natura-2000 gebied Boezems Kinderdijk op 5,9 km afstand van het plangebied. De werkzaamheden zijn beperkt van aard. Het Natura 2000-gebied ligt buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Er zijn geen negatieve effecten op beschermde gebieden te verwachten. Dit wordt onderzocht door middel van een stikstofdepositie berekening. Het plangebied ligt op circa 1,2 km van het Natuurnetwerk Nederland. Dit betreft grote wateren en Noordzee. Het plangebied ligt niet in het Natuurnetwerk Nederland. De provincie heeft geen doelstellingen voor gebieden die buiten het Natuurnetwerk Nederland liggen. Deze werkzaamheden tasten de kernkwaliteiten niet aan en passen binnen het beleid van het Natuurnetwerk Nederland, provincie Zuid-Holland. Het afwegingskader EHS hoeft niet te worden doorlopen. Soortenbescherming In de onderstaande tabel is een samenvattend overzicht van de maatregelen per soortgroep opgenomen. Onderstaand worden de resultaten aangaande soortenbescherming nader toegelicht. Soortgroep

Soort

Maatregelen

Vogels

Buizerd

De werkzaamheden moeten worden uitgevoerd buiten het broedseizoen, of buiten een straal van 75m rondom het nest. Voor het kappen van bomen binnen deze straal moet een ontheffing worden aangevraagd

Vissen

Grote modderkruiper

Aanvullend onderzoek

Grondgebonden zoogdieren De voorgenomen werkzaamheden leveren geen negatief effect op voor grondgebonden zoogdieren. Voortplantingsplaatsen, vaste rust- of verblijfplaatsen en (functionele) leefomgeving van beschermde grondgebonden zoogdieren zijn in het plangebied niet aanwezig. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

44

Vleermuizen Op de locatie zijn geen geschikte gebouwen of bomen aanwezig, waardoor verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen worden uitgesloten. Mogelijk bevindt zich binnen het gebied wel foerageergebied en vliegroutes voor vleermuizen. Echter de directe omgeving biedt genoeg uitwijkmogelijkheden. Daarnaast biedt het te realiseren natuurgoed mogelijk meer foerageermogelijkheden dan de huidige braakliggende akkers. Er is dan ook geen ontheffing in het kader Wet natuurbescherming nodig. Vogels Werkzaamheden die verricht worden vinden niet plaats aan voor vogels geschikte bebouwing, waardoor jaarrond gebouwbewonende vogelsoorten niet aanwezig kunnen zijn. Activiteiten moeten bij voorkeur buiten het broedseizoen (februari t/m augustus) plaatsvinden. Volgens het Kennisdocument Buizerd is de verstoringsafstand minimaal 75 meter. Activiteiten tijdens het broedseizoen moeten dus buiten deze straal van 75 meter rondom het nest plaatsvinden, om negatieve gevolgen te voorkomen. Voor activiteiten, zoals het kappen van bomen, die binnen deze zone plaatsvinden moet een ontheffing in het kader Wet natuurbescherming worden aangevraagd. Tenslotte zijn de vele bomen en struiken geschikt als mogelijke nestlocaties voor vogels. Deze dienen buiten het algemene broedseizoen (half maart- half juli) verwijderd te worden om te voorkomen dat broedvogels zich nestelen in het te verwijderen groen.

Indien het verwijderen niet plaats kan vinden buiten het broedseizoen, dienen de bomen en struiken voor verwijdering te worden gecontroleerd op de aanwezigheid van actieve nesten. Te allen tijde, ook buiten het broedseizoen, blijft de zorgplicht van toepassing. Reptielen, amfibieën en vissen Geschikt habitat om te rusten, zich voort te planten of te overwinteren is voor beschermde reptielen en amfibieën in het plangebied niet aanwezig. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Voor de wateren binnen het plangebied kon echter niet met zekerheid de afwezigheid van de grote modderkruiper worden aangetoond. Alvorens er werkzaamheden aan de sloot plaatsvinden, of werkzaamheden die van invloed zijn op het waterpeil, moet nader onderzoek worden uitgevoerd om de aanwezigheid van de grote modderkruiper uit te sluiten. Nader onderzoek moet uitwijzen of de grote modderkruiper daadwerkelijk voorkomt in de wateren binnen het plangebied en of een ontheffing in het kader Wet natuurbescherming nodig is. Flora In het plangebied zijn geen beschermde planten waargenomen of te verwachten. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Ongewervelden In het plangebied worden geen beschermde ongewervelden verwacht. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig.

Houtopstanden De bomen in het plangebied vallen niet onder de bebouwde kom houtopstanden. De te kappen bomen betreffen echter wel bomen op een woonerf, en een bomenrij naast landbouwgebied welke buiten de bescherming houtopstanden vallen. Er is een meld- en herplantplicht indien het gaat om zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

45

Conclusie Vanuit gebiedsbescherming worden geen belemmeringen voor het planvoornemen verwacht. Dit wordt nader onderzocht, zie hiervoor paragraaf 4.9. Wat betreft soortenbescherming is aanvullend onderzoek nodig naar de grote modderkruiper en is ontheffing nodig voor de buizerd als binnen een straal van 75 meter van het bomen worden gekapt. De nadere onderzoeken en ontheffing worden beschreven in paragraaf 4.8.2. 4.8.2 Nader onderzoeken Nader onderzoek modderkruiper Voor de modderkruiper is een nader onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 12 bijgevoegd. De conclusie van het onderzoek luidt als volgt. Conclusie De grote modderkruiper is aanwezig binnen het gehele plangebied. Er zijn binnen het plangebied op verscheidene locaties zowel hoge als lage DNA concentraties aangetroffen. Omdat de sloten echter in directe verbinding staan met elkaar (zie ook Bijlage I) wordt aangenomen dat de soort in het gehele gebied aanwezig is. Als er geen mitigerende maatregelen worden getroffen, zullen de werkzaamheden negatieve effecten hebben op de bestaande grote modderkruipers binnen het plangebied. Er zal een ontheffing in het kader Wet natuurbescherming moeten worden aangevraagd, alvorens men stappen onderneemt.

De mitigerende maatregelen die genomen kunnen worden kunnen bijvoorbeeld worden kunnen gerealiseerd door: Het realiseren van nieuw, geschikt habitat, voor de start van de werkzaamheden Het wegvangen en verplaatsen van dieren die binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden vallen Het ontzien van de kwetsbare periode (april t/m augustus) Het plaatsen van duikers om de verbinding tussen de sloten te behouden Een ontheffing dient te worden aangevraagd bij Provincie Zuid-Holland. Voor het aanvragen voor de ontheffing dient tevens een projectplan te worden opgesteld, waarin de te nemen maatregelen zullen worden uitgewerkt. Het projectplan wordt opgesteld. Daarna zal de ontheffing aangevraagd worden. Projectplan Buizerd Voor de Buizerd is een projectplan opgesteld. Dit projectplan zal bij de ontheffingsaanvraag worden ingediend. Conclusie Als de ontheffingen Wet natuurbescherming zijn aangevraagd en verleend, dan levert het aspect flora- en fauna geen belemmeringen op voor het planvoornemen.

4.9

Stikstofdepositie

Inleiding Ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging van het perceel aan de Noldijk (tegenover 113) te Barendrecht heeft Econsultancy onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op de

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

46

omliggende Natura 2000-gebieden. Het onderzoek is als Bijlage 13 toegevoegd. Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van het plan kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. In figuur 1.1 is een globale situering van het plan weergegeven.

Het plan is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied ‘Oude Maas’ ligt op circa 1 kilometer afstand het meest nabij het plan. In de directe omgeving op circa 6 en 7 km afstand liggen tevens respectievelijk de Natura 2000-gebieden ‘Boezems Kinderdijk’ en ‘Oudeland van Strijen’. Bovengenoemde Natura 2000-gebieden bevatten echter geen stikstofgevoelig habitat. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met stikstofge-voelig habitat betreft ‘Biesbosch’, op circa 13 km afstand van de onderzoekslocatie. Toetsingskader De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aan-gemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

47

Na de uitspraak van de Raad van State (d.d. 29 mei 2019) mag het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer gehanteerd worden als toestemming voor activiteiten die zorgen voor stikstofdeposi-tie op Natura 2000-gebieden. In beginsel mag ten gevolge van de uitspraak geen sprake meer zijn van een significante toename. Geen significante toename Het beoogde plan mag geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura 2000-gebieden. Met het programma AERIUS Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) op het oppervlak van de omliggende Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en worden negatieve effecten uitgesloten. Vergunningsplicht Wanneer het projecteffect hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar dient een vergunning te worden aangevraagd en is nader aanvullend onderzoek noodzakelijk. De vergunning kan alleen worden verleend indien de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aange-tast. Dit kan worden aangetoond met een verschilberekening tussen de referentiesituatie en de toe-komstige situatie (interne saldering).

Wanneer blijkt dat het projecteffect van het beoogde plan kleiner dan of gelijk is aan de referentiesituatie, dan kan de vergunning verleend worden. Conclusie De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase met peiljaar 2021 is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (2020). Onderstaand zijn de screenshots van de berekeningsresultaten weergegeven.

Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof.

4.10 Archeologie De afdeling Archeologie van de gemeente Rotterdam (BOOR) heeft advies uitgebracht. Advies BOOR Het plangebied maakt deel uit van een archeologisch kansrijk gebied. Op de Archeologische Waarden- en Beleidskaart (AWK) Barendrecht wordt aan het gebied een redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting toegekend. De AWK geeft aan dat alle

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

48

grondwerkzaamheden (inclusief heien) die een oppervlakte beslaan van meer dan 200 m2 en tevens dieper reiken dan 80 centimeter beneden maaiveld dienen te worden getoetst op de noodzaak van archeologisch onderzoek. Conform het bestemmingsplan Barendrecht ‘Zuidrand’ (vastgesteld op 17 februari 2015) geldt voor het areaal van het plangebied een bouwregeling en een aanlegvergunning voor bouwwerkzaamheden respectievelijk graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 0,8 m beneden maaiveld en tevens een terreinoppervlak beslaan groter dan 200 m² (dubbelbestemming: Waarde - Archeologie - 5). In het oosten van de polder Ziedewij wordt ongeveer 10 ha gebied heringericht tot het Natuurgoed Ziedewij. De volgende werkzaamheden worden uitgevoerd: het inrichten van een entreegebied, een werkhof met opstallen (loodsen), een parkeerterrein, een erfbos met afscheiding en een voedselbos, het bouwen van dijkwoningen, polderwoningen en een recreatiehof ten behoeve van ontvangst, informatie, educatie, horeca en verblijf/overnachting met daarin o.a. een restaurant / winkel en het graven van waterpartijen. Het is zeer aannemelijk dat de bovengenoemde verstoringsmarges van diepte en oppervlakte van het bestemmingsplan ‘Zuidrand’ worden overschreden. De kans dat bij de inrichtingswerkzaamheden waardevolle ongeroerde archeologische resten worden aangetast.

Op basis van de archeologische verwachtingswaarde van het gebied en de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden wordt het uitvoeren van een archeologisch vooronderzoek op de planlocatie noodzakelijk geacht. De afdeling Archeologie adviseert de gemeente Barendrecht om in het plangebied een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (verkennende en karterende fasen) uit te voeren. De onderzoeken dienen voorafgaand aan de grondverstorende werkzaamheden te worden uitgevoerd conform de gemeentelijke richtlijnen met betrekking tot archeologisch onderzoek. Conclusie Het benodigde archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd.

4.11 M.e.r. beoordeling Plannen en activiteiten kunnen nadelige gevolgen hebben voor het milieu. In hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage is geregeld dat in zulke gevallen een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Er is een m.e.r.-plicht voor plannen (planMER) en een m.e.r.-plicht voor besluiten. Een plan is m.e.r.-plichtig als het plan kaders stelt voor m.e.r.-plichtige activiteiten. Een bestemmingplan (of wijzigingsplan) kan plan m.e.r.-plichtig zijn. Daarnaast kan een plan ook m.e.r.-plichtig zijn als er een concreet (bouw)plan ter uitvoering ligt. Het Besluit m.e.r. bestaat uit een hoofddeel en vier bijlagen. De vier bijlagen staan aangeduid als de onderdelen A, B, C en D: Onderdeel A bevat de omschrijving van diverse begrippen die in het Besluit m.e.r. genoemd worden. Onderdeel B is reeds vervallen. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het doorlopen van een m.e.r. verplicht is. Onderdeel D bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.-beoordeling verplicht is.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

49

De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet milieubeheer zijn voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Het maakt daarvoor niet uit of het een activiteit onder of boven de D-drempel betreft. Voorafgaand aan de vergunningaanvraag of de ruimtelijke procedure dient een aparte beslissing te worden genomen dat geen MER nodig is. Voor de initiatiefnemer geldt dat hij moet melden dat er sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling en er geldt dat hij hiervoor informatie moet aanleveren. Het bevoegd gezag moet vervolgens een formeel besluit nemen dat de initiatiefnemer bij zijn vergunningaanvraag moet voegen. De procedure is uitsluitend van toepassing op projecten die voorkomen in het Besluit m.e.r.. Indien kan worden aangetoond dat het project geen onderdeel uitmaakt van onderdeel C of D van het Besluit m.e.r., dan is de procedure niet van toepassing. Beoordeling In de bijlage van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het de ruimtelijke onderbouwing plan-m.e.r.-plichtig (onderdelen C en D), project-m.e.r.-plichtig (onderdeel C) of m.e.r.-beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In de bijlage van het Besluit m.e.r. is in categorie D (11.2), de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen.

De drempelwaarde voor een formele m.e.r.-beoordeling in het Besluit m.e.r. ligt op: een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied met 2000 of meer woningen; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Kenmerken van het project De omvang van het project (totaal 9 ha aan diverse functies waarbij het bebouwingsoppervlak maximaal 2600 m2 beslaat, 6 ecolodges en 8 woningen), in relatie tot de drempelwaarden in lijst D is relatief klein. Plaats van het project Het plangebied ligt aan de Noldijk te Barendrecht. Het plangebied ligt nabij een Natura 2000-gebied. In paragraaf 4.9 wordt onderbouwd dat er vanuit het aspect gebiedsbescherming geen belemmeringen zijn voor het plan. Het plangebied ligt niet of nabij een Natuur Netwerk Nederland gebied. Een deel van het plangebied ligt binnen de beschermingszone van een waterkering. De dubbelbestemming van deze waterkering met bijbehorende regels blijft gelden waardoor het functioneren van deze kering niet in het geding komt. Conclusie Op basis van de verrichte onderzoeken op omgevingsaspecten in dit wijzigingsplan en gezien de aard en omvang van het project, is afgewogen dat voor dit plan geen Milieueffectrapport nodig is.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

50

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

51

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Planvorm

Het voorliggende wijzigingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding.

5.2

Wijzigingsplan

Dit wijzigingsplan maakt na vaststelling integraal deel uit van het bestemmingsplan 'Zuidrand' van de gemeente Barendrecht. Dit betekent dat alle bepalingen en bestemmingen die op het bestemmingsplan van toepassing zijn, zoals de begripsbepalingen, de zonebepalingen, algemene bepalingen en de overgangsbepalingen, ook voor het voorliggende plan gelden. Voor de uitleg van deze planregels en aanduidingen wordt verwezen naar het bestemmingsplan 'Zuidrand'. Om de regeling goed aan te sluiten op de ontwikkeling en vanwege de leesbaarheid van het plan is er voor gekozen om de bestemmingsregels (sommige met uitsluitend een verwijzing naar het bestemmingsplan) wel op te nemen in het wijzigingsplan. De regels en bestemmingen zijn hierbij zonodig aangepast aan de specifieke ontwikkeling en omstandigheden ter plaatse. Daarnaast zijn een aantal begripsbepalingen toegevoegd die niet voorkomen in het bestemmingsplan 'Zuidrand'. Deze begripsbepalingen zijn aanvullend op de begripsbepalingen van het bestemmingsplan 'Zuidrand'. De in het bestemmingsplan vastgelegde wijzigingsregels, zijn bepalend hoe de regels/bestemmingen in dit wijzigingsplan worden vastgelegd. Dat houdt in, dat bestemmingen, waar in de wijzigingsregels niet is voorzien, ook niet in dit wijzigingsplan zijn opgenomen.

Met dit wijzigingsplan is het bijvoorbeeld niet toegestaan om enige bestemming te wijzigen in de bestemming Tuin. Daarom zijn gronden, waarvoor wel het gebruik als 'tuin' is toebedacht, als zodanig aangeduid, echter met de toegestane bestemming volgens de wijzigingsregels van het bestemmingsplan.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

52

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

53

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Wijzigingsbevoegdheid

Wijzigingsvoorwaarden 'wro-zone - wijzigingsgebied 2' Het bevoegd gezag kan de gronden ter plaatse van de aanduiding Wro-zone wijzigingsgebied 2 wijzigen in de bestemmingen Wonen en Recreatie met in achtneming van de volgende regels: a. woningen en de daarbij behorende bijgebouwen en overige bouwwerken die voor de woonfunctie noodzakelijk zijn, mogen uitsluitend op de gronden in een strook van 55 meter vanuit de Noldijk worden gebouwd; b. binnen een zone van 8 meter vanaf het woonperceel Stationsweg 128 mag geen bebouwing, ontsluiting dan wel parkeervoorzieningen worden gerealiseerd. Langs de perceelsgrens van de locatie Stationsweg 128 dient een grondwal te worden opgericht met een minimale breedte van 8 meter en een minimale hoogte van 2 meter, ten behoeve van het behoud van een goed woon- en leefklimaat; c. er zijn ten hoogste 8 woningen toegestaan, waarvan 2 aan de dijk moeten worden gebouwd; d. de goothoogte van woningen mag niet meer bedragen dan 4,5 meter; e. de bouwhoogte van woningen mag niet meer bedragen dan 10 meter; f. de inhoudsmaat van de woningen mag niet meer bedragen dan 1.000 m³ per woning; g. parkeren vindt op eigen terrein plaats; h. de overige gronden mogen gewijzigd worden naar een specifieke vorm van recreatie zoals natuur, boomgaarden, kleinschalige kwekerijen, siertuin en beeldentuin; i.

bebouwing binnen dit gebied dient beperkt te blijven tot maximaal 10 volumes met een functie die in dienst staat van de functie recreatie. Te denken valt aan een theehuis, logement en informatiecentrum; j. de volumes hebben een maximum totaal grondoppervlakte van 2.600 m², elk volume krijgt een maximaal grondoppervlak van 400 m² en bestaat maximaal uit 1 bouwlaag; k. niet bebouwde grond mag uitsluitend worden gebruikt voor tuin, groen (waaronder kleinschalige speelvoorzieningen), natuur, water, verkeersdoeleinden, fietspaden en parkeren; l. er dient een fietspad gerealiseerd te worden binnen het wijzigingsgebied; m. wijziging naar wonen is uitsluitend mogelijk wanneer de bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor de beoogde functie; n. de economische uitvoerbaarheid moet gewaarborgd zijn, waarbij het noodzakelijk aantal woningen in relatie tot de exploitatie van het plan in een exploitatieplan is onderbouwd; o. voldaan moet zijn aan de vereisten inzake de Flora- en faunawet, Wet geluidhinder, Wet luchtkwaliteit en archeologie en een vormvrije m.e.r.-beoordeling; p. wijziging leidt niet tot onevenredige gevolgen voor het waterbeheer, alvorens de wijziging toe te staan vraagt het bevoegd gezag schriftelijk advies van de waterbeheerder; q. wijziging leidt niet tot onevenredige verkeersaantrekkende werking of overlast op aanvoerwegen; r.

voldaan moet worden aan het Besluit externe veiligheid; s. de gemeenteraad voorafgaand aan de wijziging geconsulteerd wordt; t. de provincie voorafgaand aan de wijziging om goedkeuring is gevraagd op grond van de

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

54

provinciale Verordening Ruimte; u. vooraf door de gemeente, in overleg met de provincie, een beeldkwaliteitsplan wordt opgesteld waaruit blijkt dat een bijdrage wordt geleverd aan de recreatieve en landschappelijke doelstellingen en wordt voldaan aan de eisen die het beeldkwaliteitsplan stelt. Onderbouwing Punt A 55 meter zone Noldijk Woningen worden maximaal op een afstand van 55 meter vanaf de sloot aan onderzijde Noldijk gebouwd. Dit is geborgd door de positie van het aanduidingsvlak 'Wonen' (binnen het Natuurgoed). Er wordt voldaan aan deze voorwaarde. Punt B afstand Stationsweg 128 De bebouwing in het plangebied wordt op meer dan 8 meter van het woonperceel geplaatst. Tussen het plangebied en het woonperceel wordt een grondwal gerealiseerd ten behoeve van het behoud van een goed woon- en leefklimaat voor de bestaande woning. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde. Punt C aantallen woningen Er worden maximaal acht woningen gerealiseerd, zes polderwoningen binnen het Natuurgoed en twee dijkwoningen aan de Noldijk. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde. Punten D, E, F maatvoering woningen. De woningen hebben een maximale goothoogte van 4,5 meter en een bouwhoogte van 10 meter. De maximale inhoudsmaat bedraagt 1.000 m2 per woning. Dit is opgenomen in de regels. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde.

Punt G parkeren Op het eigen terrein wordt een parkeerplaats aangelegd voor het Natuurgoed en het restaurant. Bij de woningen komt parkeergelegenheid op eigen terrein. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde. Punt H bestemming overige gronden Het grootste deel van het plangebied wordt ingericht voor het Natuurgoed (specifieke vorm van recreatie) met de daaraan ondergeschikte functies zoals een werkhof (deels ten behoeve van het Natuurgoed), restaurant / winkel en ecolodges). Er wordt voldaan aan deze voorwaarde. Punten I en J bebouwing die in relatie tot recreatie, maatvoering en aantallen Er worden, naast de woningen, maximaal 10 volumes gerealiseerd, bestaande uit een schuur(en) voor onderhoud van het Natuurgoed, en functies ten behoeve van informatie, restaurant en winkel en ecolodges. De volumes hebben een maximaal grondoppervlakte van 2.600 m² waarbij elk volume een maximaal grondoppervlak van 400 m2 heeft. De volumes bestaan uit maximaal 1 bouwlaag. Deze bouwregels worden overgenomen in voorliggend wijzigingsplan. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde. Naar aanleiding van de raadsconsultatie en inspraak van omwonenden zijn er nadere randvoorwaarden vastgelegd, welke doorgevoerd zijn in de regels.

Dit is toegelicht in paragraaf 6.2.2 Bij de realisatie van de bebouwing dient voldaan te worden aan het beeldkwaliteitsplan, hiermee wordt geborgd dat de bebouwing zorgvuldig landschappelijk wordt ingepast. Dit is juridisch geborgd door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in artikel 16.2.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

55

Punt K gebruik niet bebouwde gronden Het grootste gedeelte van het plangebied is in gebruik als tuin, groen, natuur, water, verkeersdoeleinden, fietspaden of parkeren. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde. Tevens zijn voor de polderwoningen bijbehorende bouwwerken uitgesloten. Om te borgen dat op de gronden 1 meter achter de voorgevelrooilijn vergunningvrij gebouwd kan worden is een regeling opgenomen dat deze gronden niet worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan. Voor het gebied geldt een beeldkwaliteitsplan en gelet op deze locatie-specifieke omstandigheden zijn bijbehorende bouwwerken ruimtelijke niet wenselijk. Punt L Langs de westgrens van het plangebied wordt een openbaar fietspad aangelegd die een nieuwe verbinding vormt tussen Barendrecht en de Noldijk met parallel daaraan de Waal. Er wordt hiermee voldaan aan deze voorwaarde. Punt M bodemkwaliteit Een bodemonderzoek is voor een groot deel van het plangebied uitgevoerd. Voor een aantal percelen wordt nog een bodemonderzoek uitgevoerd. In het kader van de omgevingsvergunningaanvraag voor de bouwactiviteiten wordt het onderzoek aangeleverd.

Punt N economische uitvoerbaarheid Er is een anterieure overeenkomst gesloten en er is een exploitatieplan opgesteld, welk als bijlage bij de anterieure overeenkomst is gevoegd. Deze exploitatie geeft de haalbaarheid voldoende aan. Punt O flora en fauna, geluid, luchtkwaliteit, archeologie, vormvrije m.e.r De quickscan flora en fauna is uitgevoerd en is toegelicht in paragraaf 4.8. Het nader onderzoek is in uitvoering. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd en toegelicht in paragraaf 4.5. Uit het onderzoek luchtkwaliteit volgt dat dit aspect geen belemmeringen oplevert voor het planvoornemen. Dit is toegelicht in paragraaf 4.2. Vormvrije m.e.r. wordt ingevuld nadat alle onderzoeksresultaten bekend zijn. Punt P water Op basis van de waterparagraaf is geconcludeerd dat de hoeveelheid verharding in het plangebied toeneemt. Er dient daarom watercompensatie ter grootte van 703,5 m3 te worden gerealiseerd. De vormgeving hiervan wordt nader uitgewerkt in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning. Het aspect water levert daarmee geen belemmeringen op voor het wijzigingsplan. Punt Q verkeer Uit het onderzoek verkeer volgt dat het planvoornemen gezien vanuit de aspecten verkeer en parkeren gerealiseerd kan worden. Bij de woningen in het plan moet wel rekening worden gehouden met de aanleg van de benodigde parkeerplaatsen in de verdere uitwerking van de plannen.

Punt R externe veiligheid Conclusie wordt toegevoegd na afronding van het onderzoeksrapport. Punt S consultatie gemeenteraad

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

56

De gemeenteraad voorafgaand aan de wijziging geconsulteerd wordt; De gemeenteraad is nader geconsulteerd, onder andere over de (voor)financiering van de gronden welke van de provincie moeten worden aangekocht. De verslaglegging is als bijlage bij de Nota vooroverleg toegevoegd. De Nota overleg is toegevoegd als Bijlage 15. Punt T goedkeuring provincie De provincie is om een reactie gevraagd (april 2018). De provincie kan instemmen met het plan mits de aspecten ladder, ruimtelijke kwaliteit en detailhandel worden onderbouwd. Dit is onderbouwd in dit wijzigingsplan en hieruit volgt dat het plan passend is binnen het provinciaal beleid. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde. Punt U beeldkwaliteit Het beeldkwaliteitsplan is opgesteld door de gemeente voor de gehele ontwikkeling (zie Bijlage 2). In het beeldkwaliteitsplan wordt de bijdrage aan de recreatieve- en landschappelijke doelstelling van het natuurgoed beschreven. Het beeldkwaliteitsplan is geborgd in de regels ten einde juridisch vast te leggen dat de ontwikkeling plaats vindt conform de eisen die het beeldkwaliteitsplan stelt. Het beeldkwaliteitsplan is reeds goedgekeurd door de gemeente en ook voorgelegd en besproken met de provincie.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1 Participatie Voor het planvoornemen is op diverse momenten participatie doorlopen waarbij direct omwonenden over de planvorming en het vervolgproces zijn geïnformeerd. Daartoe zijn 3 bijeenkomsten belegd, in 2012, 2017 en de laatste op 22 september 2020 op de boerderij van de initiatiefnemer. Hierbij is het ontwerpplan gepresenteerd en inhoudelijk toegelicht door de initiatiefnemer, de architect en een deskundige op het gebied van realisatie van het voedselbos. Het verslag van de verschillende bijeenkomsten en wat daaruit is opgehaald is als Bijlage 14 bijgesloten. Dit verslag en de getoonde tekeningen zijn ook ter beschikking gesteld aan genodigden, die niet in de gelegenheid waren om deze bijeenkomst bij te wonen. Aandachtspunten Uit de gevoerde participatie zijn geen bijzondere aandachtspunten naar voren gekomen, die aanleiding hebben gegeven tot aanpassing van het plan. Conform artikel 3.1.1. van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een wijzigingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

6.2.2 Vooroverleg Vooroverleg Op 17 november 2020 is het concept ontwerpwijzigingsplan verstuurd naar de overlegpartners. Op 17 november 2020 is via een "E-formulier aanbieden ruimtelijk plan" het

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

57

concept ontwerpwijzigingsplan bij de provincie Zuid-Holland aangemeld. De reacties zijn verwerkt in de Nota vooroverleg evenals eventuele wijzigingen in het ontwerpwijzigingsplan als gevolg daarvan. De Nota vooroverleg is als Bijlage 15 toegevoegd. De reacties hebben niet geleid tot inhoudelijke wijzingen van het wijzigingsplan. Raadsconsultatie Op 2 februari 2021 en op 16 maart 2021 is het (conceptontwerp)wijzigingsplan voorgelegd ter consultatie aan de gemeenteraad. Dit conform de wijzigingsregels uit het bestemmingsplan Zuidrand (Regels, Art 41.9, onder s). Tijdens de behandeling in de raadscommissie is door enkele omwonenden gebruik gemaakt van de inspraakmogelijkheid. Naar aanleiding daarvan zijn aanvullende gesprekken gevoerd met insprekers, initiatiefnemer en de gemeente over de zorgen uit de omgeving bij het initiatief. Als verslaglegging van de raadsconsultatie en de gesprekken met insprekers is de commissienotitie d.d. 5 maart 2021 (ex bijlagen) en een brief van de Wethouder aan de raad d.d. 30 maart 2021 opgenomen als bijlagen bij de Nota vooroverleg. Hierin staan apart benoemd welke aanpassingen aan het ontwerpwijzigingsplan zijn doorgevoerd.

6.2.3 Zienswijzen Het ontwerpwijzigingsplan Natuurgoed Ziedewij (OWP Natuurgoed Ziedewij) lag samen met het beeldkwaliteitplan (BKP) en een ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder (ontwerpbesluit HGW) vanaf 21 mei 2021 tot en met 1 juli 2021 ter inzage. Er zijn twaalf zienswijze ingediend. Deze zienswijzen zijn in de nota zienswijzen samengevat en voorzien van een inhoudelijke reactie. De nota is als Bijlage 16 Nota zienswijzen bijgesloten De aanpassingen die voort komen uit de nota zienswijze zijn: Locatie

Oud

Aanpassing

Planregels 1.12

horeca activiteiten van Voor het toestaan van horeca categorie 1a of ten hoogste 1b zijn voorwaarden opgenomen, volgens de Bijlage 3, waaronder waaronder dat het een niet mede begrepen een foodhal; zelfstandige horecafunctie betreft die afhankelijk en ten dienste is van de bestemming Recreatie Natuur.

Planregels, Artikel 3.1 verblijfsrecreatie; uitsluitend ter Verblijfsrecreatie; uitsluitend ter Bestemmingsomplaatse van de aanduiding plaatse van de aanduiding schrijving (nummering 'specifieke vorm van recreatie - 'specifieke vorm van recreatie is ambtshalve logement'; logement', met dien verstande aangepast) dat recreatief nachtverblijf door ten hoogste 50 personen zijn toegestaan.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

58

Planregels, Artikel 3.2 4. De volumes bestaan uit 4. de goot- en bouwhoogte van Bouwregels maximaal 1 bouwlaag. gebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven goot- en bouwhoogte; Planregels, artikel Het gebruik van de gronden en Het gebruik van de gronden en 3.3.5 Voorwaardelijke bouwwerken ten behoeve van de bouwwerken ten behoeve van de verplichting - bestemming 'Recreatie - Natuur' bestemming 'Recreatie - Natuur' watercompensatie is slechts toegestaan nadat: is slechts toegestaan nadat: a. wordt voorzien in ten a. wordt voorzien in ten minste 703,5 m3 waterberging in minste 703,5 m2 waterberging in het plangebied; het plangebied; b. de waterberging wordt b. de waterberging wordt gerealiseerd binnen 1 jaar na de gerealiseerd binnen 1 jaar na de verlening van de verlening van de omgevingsvergunning voor de omgevingsvergunning voor de bouw; bouw; c. de waterberging in stand c. de waterberging in stand wordt gehouden. wordt gehouden.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

59

Planregels, artikel 16

Artikel 16 Overige regels Artikel 16 Overige regels 16.1 Parkeren 16.1 Voorwaardelijke Gronden en bouwwerken verplichting parkeren overeenkomstig het bepaalde a. Een omgevingsvergunning voor Hoofdstuk 2 mogen niet eerder het bouwen, het uitbreiden of het in gebruik worden genomen ten wijzigen van de functie van behoeve van de functie(s), dan gebouwen en gronden, zoals nadat; toegestaan op grond van de a. het aantal parkeerplaatsen in bestemmingen zoals bedoeld in overeenstemming is met de Hoofdstuk 2, wordt slechts gemeentelijke parkeernota; verleend indien wordt voorzien in met dien verstande dat: de aanleg en instandhouding van b. indien de beleidsregels voldoende parkeergelegenheid gedurende de planperiode overeenkomstig de nota worden gewijzigd, rekening 'Parkeernormen gemeente wordt gehouden met die Barendrecht 2018', of de wijziging; rechtsopvolger(s) daarvan, tenzij de aard en omvang van de 16.2 Voorwaardelijke omgevingsvergunning voor het verplichting - bouwwerk en/of de uitbreiding beeldkwaliteitsplan en/of de wijziging van het gebruik 16.2.1 Omgevingsvergunning van bouwwerken en/of gronden bouwactiviteiten niet leidt tot extra Bij de aanvraag van een parkeerbehoefte; omgevingsvergunning voor de b.

Parkeergelegenheid die is bouw van bouwwerken dient gerealiseerd om te voorzien in aangetoond te worden dan de voldoende parkeergelegenheid bouwwerken in dient in stand te worden overeenstemming zijn met het gehouden. bepaalde in het beeldkwaliteitsplan, zoals 16.2 beeldkwaliteitsplan toegevoegd als Bijlage 1. 16.2.1 Toetsingsregel voor de omgevingsvergunning 16.2.2 Omgevingsvergunning bouwactiviteiten aanleg natuur Een omgevingsvergunning voor Bij de aanvraag van een bouwactiviteiten kan alleen omgevingsvergunning voor het worden verleend als is uitvoeren van een werk, geen aangetoond door de aanvrager bouwwerk zijnde, of van dat de bouwwerken waarop de werkzaamheden dient omgevingsvergunning betrekking aangetoond te worden dat het heeft in overeenstemming zijn natuur wordt aangelegd zoals met het bepaalde in het omschreven in het hoofdstuk beeldkwaliteitsplan, zoals 'Landschap' in het toegevoegd als Bijlage 1. beeldkwaliteitsplan, zoals toegevoegd als Bijlage 1. 16.2.2 Voorwaardelijke verplichting bouwen

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

60

16.2.3 specifiek gebruik - Bouwactiviteiten kunnen alleen landschappelijke inpassing worden uitgevoerd en vervolgens Het gebruik of laten gebruiken in stand gehouden wanneer van gronden en bouwwerken met wordt voldaan aan het de bestemming 'Recreatie - beeldkwaliteitsplan, zoals Natuur', is slechts toegestaan toegevoegd als Bijlage 1 indien de benodigde landschappelijke inpassing van 16.2.3 Voorwaardelijke de gronden wordt gerealiseerd: verplichting natuur a. overeenkomstig het Het uitvoeren van een werk, geen beeldkwaliteitsplan, zoals bouwwerk zijnde, of van toegevoegd als Bijlage 1; werkzaamheden is slechts b. binnen 2 jaar nadat de toegestaan in overeenstemming omgevingsvergunning voor met de bestemming wanneer bouwen is verleend; deze werken en werkzaamheden c. de landschappelijke inpassing in overeenstemming zijn met het duurzaam in stand wordt gestelde in i het hoofdstuk gehouden. 'Landschap' in het beeldkwaliteitsplan, zoals toegevoegd als Bijlage 1.

16.2.4 Voorwaardelijke verplichting Natuurontwikkeling Het in gebruik nemen van een bouwwerk voor verblijfsrecreatie of een polderwoning is in overeenstemming met het bestemmingsplan wanneer tenminste 27.525 m2) van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone voorwaardelijke verplichting natuurontwikkeling' zijn ingericht met natuur, conform de paragraaf Eco-akker in het beeldkwaliteitsplan, zoals toegevoegd als Bijlage 16.2.5 Voorwaardelijke landschappelijke inpassing Het gebruik of laten gebruiken van gronden en bouwwerken in overeenstemming met de bestemming 'Recreatie - Natuur', is slechts toegestaan indien de benodigde landschappelijke

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

61

inpassing van de gronden wordt gerealiseerd: a. overeenkomstig het beeldkwaliteitsplan, zoals toegevoegd als Bijlage 1; b. binnen 2 jaar nadat de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is verleend; c. de landschappelijke inpassing duurzaam in stand wordt gehouden Toelichting, artikel 4.4 (Verkeer en parkeren)

6.3

Wordt vervangen in de bijlage

Economische uitvoerbaarheid

Bij het opstellen van een wijzigingsplan dient de financiële haalbaarheid van het plan aangetoond te worden. Het initiatief wordt volledig op kosten van de initiatiefnemer gerealiseerd. Door middel van een anterieure overeenkomst wordt dit verzekerd. Ook is een exploitatieplan opgesteld, welk als bijlage bij de anterieure overeenkomst is gevoegd. Deze exploitatie geeft de haalbaarheid voldoende aan.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

Natuurgoed Ziedewij

2

Inhoudsopgave

Regels Hoofdstuk 1

3 Inleidende regels

Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2

Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Hoofdstuk 3

Recreatie - Natuur Wonen - Lintbebouwing Woongebied Leiding - Brandstof Waarde - Archeologie - 2 Waarde - Archeologie - 5 Waterstaat - Waterkering Algemene regels

Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Hoofdstuk 4

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

Overgangs- en slotregels

Artikel 17 Artikel 18

Overgangsrecht Slotregel

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

5 5 7 9 9 13 16 19 20 21 22 23 23 24 25 26 27 28 29 31 31 32

3

Regels

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

4

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

5

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1

plan: Het wijzigingsplan 'Natuurgoed Ziedewij' met identificatienummer NL.IMRO.0489.BPZUR20200002-ON01 van de gemeente Barendrecht;

1.2

bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3

bestemmingsplan Zuidrand het bestemmingsplan Zuidrand met identificatienummer NL.IMRO.0489.BPZUR2009-VI02, zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Barendrecht d. d. 17 februari 2015;

1.4

aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.5

aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.6

bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;

1.7

bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.8

ecolodges milieuvriendelijke gebouwen ten behoeve van verblijfsrecreatie;

1.9

extensieve dagrecreatie Recreatie met weinig dynamiek die nauwelijks druk uitoefent op de omgeving. Bijvoorbeeld wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, zwemmen, vaarsporten en natuurobservatie.

1.10

foodhal een overdekte verzameling eetkramen, waar gerechten worden besteld door middel van counterverkoop;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11539626/1