CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijzigingsplan Natuurgoed Ziedewij (Toelichting-Regels-Verbeelding).pdf

commissie Ruimte 7 juni 2022, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Wijzigingsplan Natuurgoed Ziedewij23.310 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Natuurgoed Ziedewij

2

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1

3.2

3.3

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8

4.9

5 Inleiding

5

Aanleiding Ligging plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

5 5 6 9

Planbeschrijving

11

Bestaande situatie Nieuwe situatie

11 12

Ruimtelijk beleidskader

19

Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) 3.1.4 Ladderonderbouwing Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie 3.2.2 Omgevingsverordening Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie 3.3.2 Folder open polder 3.3.3 Woonvisie 3.3.4 Duurzaamheid Omgevingsaspecten Bedrijven en milieuzonering Luchtkwaliteit Water Verkeer en parkeren Geluid Bodem Externe veiligheid Flora en fauna 4.8.1 Quickscan 4.8.2 Nader onderzoeken Stikstofdepositie

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

19 19 19 19 19 20 20 22 25 25 26 27 27 29 29 31 32 35 38 40 41 43 43 45 45

3

4.10 4.11 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 Hoofdstuk 6 6.1 6.2

6.3

Archeologie M.e.r. beoordeling

47 48

Juridische planbeschrijving

51

Planvorm Wijzigingsplan

51 51

Uitvoerbaarheid

53

Wijzigingsbevoegdheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1 Participatie 6.2.2 Vooroverleg 6.2.3 Zienswijzen Economische uitvoerbaarheid

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

53 56 56 56 57 61

4

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

5

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Noldijk ter hoogte van nummer 116 liggen diverse percelen in het bestemmingsplan 'Zuidrand' binnen de aanduiding 'Wro-zone - wijzigingsgebied 2' . Binnen dit gebied is de wijziging mogelijk van de geldende agrarische bestemming naar 'Wonen' en 'Recreatie', mits wordt voldaan wordt aan de regels behorend bij de wijzigingsbevoegdheid. Het planvoornemen betreft de realisatie van Natuurgoed Ziedewij binnen de grenzen van de wijzigingsbevoegdheid. Op dit Natuurgoed komen diverse openbare en semi-openbare functies, waaronder een landschapstuin met bijbehorende horeca, een werkhof, 6 woningen, een fietspad en 6 ecolodges met een parkeerterrein voor de diverse functies. Langs de Noldijk worden ook 2 nieuwe woningen gerealiseerd die deel uitmaken van het gehele plan voor het Natuurgoed. In het voorliggende wijzigingsplan wordt het initiatief toegelicht en onderbouwd.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de Noldijk (ter hoogte van nummer 116) te Barendrecht (kadastraal bekend als percelen nummers 8173, 9220, 9626, 10123, 7097, 7099, 471, 11656, 11657, 557 en 8175 sectie D Barendrecht. Het plangebied grenst aan agrarisch gebied (noord-, west- en oostkant) en aan de Noldijk (zuidzijde).

Afbeelding ligging en begrenzing plangebied

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

6

1.3

Vigerend bestemmingsplan

In het vigerende bestemmingsplan 'Zuidrand' (vastgesteld op 17-02-2015) is het plangebied grotendeels bestemd voor 'Agrarisch'. Aan de zuidkant van het plangebied (langs de Noldijk) gelden de bestemmingen 'Wonen - Lintbebouwing' en 'Bedrijf'. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een volwaardig agrarisch bedrijf zoals akkerbouw, tuinbouw (volle grond en glas), fruitteelt en veehouderij. De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijfsactiviteiten van categorie 1 en 2, zoals opgenomen in de bijlage Staat van Bedrijfsactiviteiten. De voor 'Wonen - Lintbebouwing' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen in de vorm van grondgebonden woningen. De realisatie van Natuurgoed Ziedewij, inclusief de genoemde woningen, is niet mogelijk binnen bovengenoemde bestemming(en), daarom wordt gebruik gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid. Ter plaatse van het plangebied gelden ook; dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' en dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 5'. 1. De voor 'Waarde - Archeologie ' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarde. De vrijstellingsgrenzen (wanneer geen archeologisch onderzoek nodig is) worden overschreden. Ten behoeve van dit wijzigingsplan is een archeologisch onderzoek uitgevoerd dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' 1.

De met deze bestemming aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming, het onderhoud en de verbetering van de waterkering, met bijbehorende andere bouwwerken zoals duikers, keerwanden en merktekens. Er mag alleen ten behoeve van deze bestemming worden gebouwd. Deze dubbelbestemming met bijbehorende regels blijft gelden. dubbelbestemming 'Leiding - Brandstof' 1. De met deze bestemming aangewezen gronden zijn mede bestemd voor een aardgastransportleiding met een diameter van ten hoogste 6 inch en een druk van ten hoogste 40 bar. Deze dubbelbestemming met bijbehorende regels blijft gelden. Gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - straalpad' 1. De gronden ter plaatse van deze aanduiding zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een straalverbinding. Er mag niet hoger worden gebouwd dan 63 meter. Het planvoornemen is niet in strijd met deze regels. Gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' 1. De gronden ter plaatse van deze aanduiding zijn mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte in verband met de nabijheid van een inrichting als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder. Er mogen geen nieuwe woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen worden gebouwd. Een akoestisch onderzoek is uitgevoerd om te onderzoeken of in afwijking van deze regel woningen gerealiseerd kunnen worden.

Functieaanduiding cultuurhistorische waarden (binnen de bestemming Bedrijf). 1. Ter plaatse van deze aanduiding mag de bestaande maatvoering van gebouwen en/of bijbehorende bouwwerken niet worden gewijzigd, tenzij het bevoegd gezag

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

7

een omgevingsvergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering heeft verleend. Deze aanduiding blijft van overeenkomstige toepassing gelden na vaststelling van het wijzigingsplan. Functieaanduiding detailhandel (binnen de bestemming Bedrijf) 1. Uitsluitend ter plaatse van deze aanduiding is detailhandel. De bestemming bedrijf is niet meegenomen in het wijzigingsgebied. Deze aanduiding blijft derhalve van overeenkomstige toepassing gelden na vaststelling van het wijzigingsplan.

Afbeelding uitsnede vigerend bestemmingsplan Voor de realisatie van het Natuurgoed wordt gebruikt gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid (wro-zone - wijzigingsgebied 2) die geldt ter plaatse van het plangebied. De onderdelen die gewijzigd worden zijn opgenomen in dit plan. Andere (ongewijzigde) delen van het bestemmingsplan 'Zuidrand' blijven vigerend. voor de raadpleegbaarheid zijn deze delen wel overgenomen in dit wijzigingsplan met een verwijzing naar het bestemmingsplan. De grenzen van deze bevoegdheid vormen de grenzen van voorliggend wijzigingsplan. Het bevoegd gezag kan de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Wro-zone wijzigingsgebied 2' wijzigen in de bestemmingen 'Wonen' en 'Recreatie' met in achtneming van de volgende regels:

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

8

a. woningen en de daarbij behorende bijgebouwen en overige bouwwerken die voor de woonfunctie noodzakelijk zijn, mogen uitsluitend op de gronden in een strook van 55 meter vanuit de Noldijk worden gebouwd; b. binnen een zone van 8 meter vanaf het woonperceel Stationsweg 128 mag geen bebouwing, ontsluiting dan wel parkeervoorzieningen worden gerealiseerd. Langs de perceelsgrens van de locatie Stationsweg 128 dient een grondwal te worden opgericht met een minimale breedte van 8 meter en een minimale hoogte van 2 meter, ten behoeve van het behoud van een goed woon- en leefklimaat; c. er zijn ten hoogste 8 woningen toegestaan, waarvan 2 aan de dijk moeten worden gebouwd; d. de goothoogte van woningen mag niet meer bedragen dan 4,5 meter; e. de bouwhoogte van woningen mag niet meer bedragen dan 10 meter; f. de inhoudsmaat van de woningen mag niet meer bedragen dan 1.000 m³ per woning; g. parkeren vindt op eigen terrein plaats; h. de overige gronden mogen gewijzigd worden naar een specifieke vorm van recreatie zoals natuur, boomgaarden, kleinschalige kwekerijen, siertuin en beeldentuin; i. bebouwing binnen dit gebied dient beperkt te blijven tot maximaal 10 volumes met een functie die in dienst staat van de functie recreatie. Te denken valt aan een theehuis, logement en informatiecentrum; j.

de volumes hebben een maximum totaal grondoppervlakte van 2.600 m², elk volume krijgt een maximaal grondoppervlak van 400 m² en bestaat maximaal uit 1 bouwlaag; k. niet bebouwde grond mag uitsluitend worden gebruikt voor tuin, groen (waaronder kleinschalige speelvoorzieningen), natuur, water, verkeersdoeleinden, fietspaden en parkeren; l. er dient een fietspad gerealiseerd te worden binnen het wijzigingsgebied; m. wijziging naar wonen is uitsluitend mogelijk wanneer de bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor de beoogde functie; n. de economische uitvoerbaarheid moet gewaarborgd zijn, waarbij het noodzakelijk aantal woningen in relatie tot de exploitatie van het plan in een exploitatieplan is onderbouwd; o. voldaan moet zijn aan de vereisten inzake de Flora- en faunawet, Wet geluidhinder, Wet luchtkwaliteit en archeologie en een vormvrije m.e.r.-beoordeling; p. wijziging leidt niet tot onevenredige gevolgen voor het waterbeheer, alvorens de wijziging toe te staan vraagt het bevoegd gezag schriftelijk advies van de waterbeheerder; q. wijziging leidt niet tot onevenredige verkeersaantrekkende werking of overlast op aanvoerwegen; r. voldaan moet worden aan het Besluit externe veiligheid; s. de gemeenteraad voorafgaand aan de wijziging geconsulteerd wordt; t. de provincie voorafgaand aan de wijziging om goedkeuring is gevraagd op grond van de provinciale Verordening Ruimte; u.

vooraf door de gemeente, in overleg met de provincie, een beeldkwaliteitsplan wordt opgesteld waaruit blijkt dat een bijdrage wordt geleverd aan de recreatieve en landschappelijke doelstellingen en wordt voldaan aan de eisen die het beeldkwaliteitsplan stelt. In dit wijzigingsplan worden bovenstaande voorwaarden onderbouwd. Zie hiervoor Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid. Parapluherziening 'standplaatsen en evenementen'

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

9

Ter plaatse van het plangebied geldt ook de parapluherziening 'standplaatsen en evenementen' (vastgesteld 27 mei 2014). Dit plan bepaalt waar, welke evenementen mogen plaatsvinden en standplaatsen zijn toegestaan. Hierbij wordt onder andere gekeken naar bereikbaarheid en potentiële geluidsoverlast op de omgeving. Op Natuurgoed Ziedewij zal ook sprake zijn van standplaatsen en evenementen. Dit in overleg met de gemeente Barendrecht. De locatie is niet specifiek genoemd in de Parapluherziening omdat dit gebied op dit moment agrarisch is. Dit gebied sluit wel aan bij de uitgangspunten en is qua karakter vergelijkbaar met genoemde gebieden langs de Oude Maas en Wevershoek.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het plan toegelicht. In hoofdstuk 3 wordt het relevante beleid behandeld. In hoofdstuk 4 worden de beoordelingen en onderzoeken van diverse omgevingsaspecten behandeld. In hoofdstuk 5 komt de uitvoerbaarheid van het plan aan bod en vervolgens daarop wordt in hoofdstuk 6 de juridische planbeschrijving toegelicht.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

10

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

11

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

In de bestaande situatie is het plangebied grotendeels in gebruik als agrarische grond. Het perceel met nummer 471 is in gebruik als bedrijfsgrond behorend bij hoveniersbedrijf Paul Castelijn. In het gedeelte van het plangebied die aan de Noldijk grenst staan twee bestaande woningen en een bedrijfsgebouwen. Deze zijn ook als zodanig in gebruik. Deze gebouwen en bijbehorende percelen blijven buiten dit wijzigingsplan.

Afbeelding ligging en begrenzing plangebied op de luchtfoto

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

12

Afbeelding aanzichten plangebied huidige situatie, bovenste afbeelding gezien vanaf de Stationsweg en onderste afbeelding gezien vanaf de Noldijk Visie Ziedewij In opdracht van de initiatiefnemer is in 2012 een visie opgesteld voor het gebied. De visie gaat uit van het transformeren van het huidige agrarisch gebruik tot een extensief recreatief gebruik ten behoeve van recreëren, verblijven, educatie en nieuwe natuur. Ter ondersteuning hiervan worden zeer beperkt gebouwde functies ingepast waarbij gedacht moet worden aan een kleinschalig theehuis en mogelijk een informatiecentrum, los of in combinatie met elkaar. Daarnaast wordt ten behoeve van de financiering van de ontwikkeling de mogelijkheid geboden om 8 woningen te realiseren direct aan de bestaande infrastructuur van de Noldijk (en de parallelweg hiervan). In het bestemmingsplan 'Zuidrand' is ten aanzien van dit initiatief beschreven dat het aansluit aan op de ontwikkeling van de in ontwikkeling zijnde Zuidpolder en de verschillende beleidsstukken van de provincie en gemeente die als doelstelling hebben om dit gebied te transformeren naar extensief recreatiegebied en natuur. Daarnaast biedt het initiatief de mogelijkheid om nieuwe verbindingen aan te leggen voor voetgangers en fietsers vanuit de bebouwde kom naar de Noldijk en de Waal toe.

Hiermee draagt het bij aan de ambities van de gemeente Barendrecht het Natuur- en recreatieschap IJsselmonde en de provincie Zuid-Holland. Om die reden heeft de gemeente medewerking verleend aan dit initiatief door middel van het opnemen van de wijzigingsbevoegdheid. Met voorliggend wijzigingsplan wordt invulling gegeven aan deze bevoegdheid.

2.2

Nieuwe situatie

Het planvoornemen (2019) betreft de realisatie van Natuurgoed Ziedewij. Het Natuurgoed is een particulier idee dat zijn uitwerking krijgt in de Ziedewijdsepolder. Voor het planvoornemen is een inrichtingsplan (bijgesloten als Bijlage 1 Inrichtingsplan) en een beeldkwaliteitsplan opgesteld (bijgesloten als Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan). Aan de hand van deze documenten wordt het planvoornemen toegelicht. Activering van het landschap

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

13

Natuurgoed Ziedewij is een uniek terrein waar de beleving van landschap, natuur en cultuur centraal staat. Het huidige agrarische gebruik wordt daarom getransformeerd naar een extensief recreatiegebied, waar de nadruk komt te liggen op natuurinclusieve landbouw en nieuwe natuur met in bescheiden vorm plaats voor verblijf. Ondersteunend aan het Natuurgoed kunnen ook een aantal gebouwde functies worden ingepast zoals kleinschalige horeca, een informatiecentrum of een werkschuur. Het polderlandschap vormt de context van de recreatieve beleving. Het is van belang dat Natuurgoed Ziedewij (inclusief bijbehorende gebouwen) zo goed mogelijk in dit polderlandschap in gepast wordt. Op deze wijze ontwikkelt het Natuurgoed zich tot een onderscheidende vrijetijdsbelevenis die past bij de context van de locatie. Nieuwe verbindingen Het plan biedt daarnaast een uitstekende mogelijkheid om een nieuwe verbinding aan te leggen voor voetgangers en fietsers vanuit de bebouwde kom naar de Noldijk en de Waal toe. Daarnaast is er een wens om op het recreatieve netwerk (wandelen, fietsen, kano) van de Zuidpolder en aangrenzende buitengebied aan te sluiten. Wonen in het gebied Om de ontwikkeling te financieren worden maximaal 8 woningen gerealiseerd. Deze woningen worden op een zorgvuldige wijze in hun omgeving ingepast.

Uitgangspunt is om deze woningen volgens de principes van het Barendrechts Buitenboek in het landschap in te passen. Aanvullend hierop biedt dit beeldkwaliteitsplan een mogelijkheid om hier van af te wijken, waarbij de hoofdgedachte blijft om een landschappelijke eenheid te vormen. Ook voor de andere bebouwing geldt dat deze moet voldoen aan de eisen zoals beschreven in het Beeldkwaliteitsplan. Functies In het plangebied worden de volgende functies gerealiseerd: Toegangsweg Werkhof met daarin de werkschuren voor het beheer van het natuurgoed Parkeerterrein Fietspad Recreatiehof ten behoeve van ontvangst, informatie, educatie, verblijf/overnachting met daarin o.a. een restaurant / winkel Natuurgoed met daarin een (voedsel) bos, mogelijkheden voor recreatie Ecolodges; 6 Polderwoningen aan de zuidkant van het plangebied; 2 dijkwoningen aan de Noldijk. Hieronder worden de functies toegelicht:

horeca

en

Toegangsweg Natuurgoed Ziedewij is voor de auto primair toegankelijk vanaf de ringweg van Barendrecht (Boezemweg) via de Stationsweg. Dit is de verbinding voor mensen vanuit Barendrecht. De Stationsweg loopt door richting Heerjansdam en vormt daarmee tevens de toegang vanuit die richting. Vanaf de Stationsweg loopt een eenvoudige route het gebied in tot aan het parkeerterrein

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

14

bij het daadwerkelijke Natuurgoed. Vanaf daar is toegang naar dit recreatiegebied enkel mogelijk te voet en te fiets. Werkhof Aan de noordkant van het plangebied wordt een werkhof gerealiseerd met daarin de werkschuren (met daarin onder meer een kantoor en kantine) ten behoeve van het beheer van het natuurgoed.

Afbeelding uitsnede voorlopige schets inrichtingsplan werkhof met daaraan aangrenzend het parkeerterrein Parkeerterrein Op het terrein wordt een parkeervoorziening aangebracht voor bezoekers van het

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

15

natuurgoed, het recreatiehof en de ecolodges. De parkeerplaats wordt ingericht en omzoomd met bomen waardoor de auto’s zoveel mogelijk uit het zicht komen te staan. Dit terrein biedt ruimte voor zowel auto's als fietsers. De parkeerberekening is toegelicht in paragraaf 4.4. Fietspad Langs de westgrens van het plangebied wordt een fietspad aangelegd die de recreatieve verbinding tussen Barendrecht en de Ziedewijdsepolder gaat vormen. Dit fietspad vormt een nieuwe snelle verbinding van de kern van Barendrecht naar het groene buitengebied en de omgeving. Recreatiehof Tussen het werkhof en het Natuurgoed wordt een recreatiehof gerealiseerd. Dit is het levendige centrum van de ontwikkeling. Hier vindt je bijvoorbeeld het informatie- en educatiecentrum, het restaurant, een winkel en zaalverhuur, foodhal, kantine, een theehuis en ondersteunende functies. Ook verblijf/overnachting zijn hier mogelijk. Het gebouw, of cluster van gebouwen van het recreatiehof ligt straks als een ‘Landmark’ in het gebied.

Afbeelding uitsnede voorlopige schets inrichtingsplan restaurant Natuurgoed Het Natuurgoed is het deel waar de beleving van landschap, natuur en cultuur centraal staat. De structuur en vegetatie van het bestaande polderlandschap wordt versterkt met nieuwe beplanting en een rijke biodiversiteit. Met het Natuurgoed behoudt polder Ziedewij haar agrarische karakter. Dit gebied wordt gebruikt om op een ecologische manier voedsel te telen. In de open delen zijn dat eco-akkers, bij opgaande beplanting is dat een voedselbos. Langs de watergangen worden waar mogelijk natuurvriendelijke oevers toegepast. Het toevoegen van verharding wordt in dit deelgebied zo beperkt mogelijk gehouden. Daar

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

16

waar mogelijk wordt gebruikt gemaakt van halfverharding. Het natuurgoed is openbaar toegankelijk en biedt mogelijkheden voor diverse recreatieve activiteiten. Er komen verschillende (wandel) routes in het gebied aansluitend op het (toekomstige) recreatieve netwerk van dit deel van Barendrecht. Ecolodges In het Natuurgoed worden ook 6 ecolodges gerealiseerd. Deze paviljoenachtige bouwwerken, mogelijk uitgevoerd als gecombineerde eenheden, liggen verscholen in en verspreid midden in de natuur. De ecolodges zijn van bescheiden omvang en zijn voor kortdurend verblijf. en uiteraard kan de auto hier niet komen.

Afbeelding uitsnede voorlopige schets inrichtingsplan natuurgoed Polder- en dijkwoningen Aan de zuidkant van het plangebied komen acht woningen. Langs de Noldijk (ten westen van de bestaande woningen in het plangebied) komen twee nieuwe dijkwoningen. Deze woningen volgen de typologie van de dijk en versterken daarmee het dijkkarakter. Aan de zuidrand van het natuurgoed worden zes polderwoningen ingepast in de polder Ziedewij. Deze voegen zich in het landschap.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

17

Afbeelding uitsnede voorlopige schets inrichtingsplan woningen

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

18

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

19

Hoofdstuk 3 3.1

Ruimtelijk beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. In de structuurvisie zijn drie hoofddoelen vastgesteld; Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Uit deze drie hoofddoelen komen onderwerpen naar voren die van nationaal belang zijn. Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen, zijn daarom geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden. Op 1 januari 2017 is de geconsolideerde versie van het Barro in werking getreden. In het Barro zijn onder meer Rijksvaarwegen, grote rivieren en ecologische hoofdstructuur opgenomen. In het besluit is aangeven op welke wijze ruimtelijke plannen voor deze gebieden moeten zijn ingericht.

Indien het bestemmingsplan niet voldoet aan het Barro dan moet het bestemmingsplan drie jaar na inwerkingtreding van het besluit worden aangepast. Het plangebied ligt niet binnen een invloedssfeer van het Barro. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In het Bro is met ingang van 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking' opgenomen (artikel 3.1.6). De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro luidt als volgt: De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. In subparagraaf 3.1.4 is de onderbouwing van de laddertoets opgenomen. 3.1.4 Ladderonderbouwing In het verleden (2012 bij opstellen van het bestemmingsplan Zuidrand) is al eerder met de gemeente en initiatiefnemers gesproken over dergelijke plannen op deze locatie. In opdracht van de initiatiefnemer is destijds een visie opgesteld voor het gebied (dit is toegelicht in paragraaf 2.2). In het bestemmingsplan 'Zuidrand' is destijds geconcludeerd

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

20

dat het initiatief passend is binnen het beleid en de beoogde ontwikkeling van de Zuidpolder. Ook draagt het realiseren van verkeersverbindingen voor fietsers en voetgangers bij aan de ambitie van de gemeente, Natuur- en recreatieschap en de provincie. Om die reden heeft de gemeente medewerking verleend aan dit initiatief door middel van het opnemen van de wijzigingsbevoegdheid. Het planvoornemen is passend binnen de gestelde wijzigingsvoorwaarden. Er worden geen extra ontwikkelingen mogelijk gemaakt dan de voorwaarden toelaten. Deze voorwaarden zijn gebaseerd op de eerder opgestelde visie. Deze visie werd door de gemeente als passend gezien binnen het dan geldende beleid en de gewenste ontwikkeling van de Zuidpolder. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat het wijzigingsplan voorziet in de realisatie van een eerder goed gekeurd plan en dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is vastgelegd in het Omgevingsbeleid bestaande uit de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening, vastgesteld op 20 april 2019. 3.2.1 Omgevingsvisie Uit de kaart van de Omgevingsvisie is op te maken dat het plangebied ligt binnen de volgende aangewezen gebieden: Agrarische bebouwing en bedrijfsvoering Grootschalige recreatieve ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied Groene buffer Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied Het beleid wordt per gebied toegelicht. In de volgende subparagraaf worden de van toepassing zijnde provinciale regels toegelicht. Agrarische bebouwing en bedrijfsvoering De provincie wil nieuwe bebouwing in het landelijk gebied beperken om zo de openheid te handhaven. Agrarische ontwikkelingen (in de vorm van bebouwing en kassen) vinden plaats op bouwpercelen of anderszins geconcentreerd en houden rekening met de aanwezige kenmerken en waarden. Nieuwvestiging van intensieve veehouderij wordt niet toegelaten binnen de provincie. Het planvoornemen maakt geen nieuwe agrarische bebouwing mogelijk in het plangebied.

In het plangebied wordt wel nieuwe (van beperkte omvang in relatie tot de oppervlakte nieuwe natuur) bebouwing toegevoegd, zoals in paragraaf 2.2 toegelicht en in het bijgevoegde beeldkwaliteitsplan worden de kaders gegeven waarmee de bebouwing zorgvuldige landschappelijk ingepast wordt in het landschap. Het beeldkwaliteitsplan is opgenomen als bijlage bij de regels. Hiermee is geborgd dat de bebouwing zorgvuldig in het landschap wordt ingepast. Het planvoornemen is passend binnen dit provinciaal beleid op dit onderdeel. Grootschalige recreatieve ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied De provincie vindt het van belang dat de behoefte aan grootschalige recreatieve ontwikkelingen wordt onderbouwd en regionaal afgestemd. Grootschalige recreatieve ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied, zoals een verblijfsrecreatiepark, een

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

21

golfbaan of een jachthaven, beschouwt de provincie in het algemeen als vormen van buitenstedelijke recreatie. De ladder voor duurzame verstedelijking is hierop dus niet van toepassing. Het is wel van belang om, op een vergelijkbare manier als bij de Ladder voor duurzame verstedelijking, de behoefte aan de recreatieve ontwikkeling te onderbouwen en regionaal af te stemmen. Het planvoornemen voorziet niet de toevoeging van een grootschalige recreatievoorziening. In het plangebied is de hoofdfunctie het Natuurgoed. Hierbinnen worden wel recreatieve mogelijkheden geboden zoals wandelen, fietsen en overnachten in ecolodges maar er is enkel sprake van extensieve recreatie. Een behoefte-onderbouwing zoals beschreven in de Omgevingsvisie is daarom niet nodig. Ten aanzien van recreatiewoningen beschouwt de provincie permanente bewoning van recreatiewoningen als een onwenselijke ontwikkeling. Nieuwe recreatiewoningen zijn alleen toegestaan in bestaande of in nieuwe verblijfsrecreatieparken, teneinde permanente bewoning tegen te gaan. Op grond van de wijzigingsvoorwaarden dient bebouwing binnen dit gebied beperkt te blijven tot maximaal 10 volumes met een functie die in dienst staat van de functie recreatie. Te denken valt aan een theehuis, logement en informatiecentrum.

Op basis hiervan kunnen de beoogde recreatiewoningen (ecologdes), zonder permanente bewoning, wel in het plan opgenomen worden zonder dat deze in strijd zijn met de provinciale regels. Voor alle bebouwing in het plangebied geldt dat deze landschappelijk goed inpasbaar moet zijn, dit wordt bereikt doordat voldaan moet worden aan het beeldkwaliteitsplan. Groene buffer en ruimtelijke kwaliteit Behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Naast het generieke kwaliteitsbeleid, dat geldt voor de gehele provincie, wordt een tweetal beschermingscategorieën onderscheiden, waar onder voorwaarden van ruimtelijke kwaliteit ook ontwikkelingen mogelijk zijn, maar waar vanwege de kwetsbaarheid of bijzonderheid extra voorwaarden van toepassing zijn. Het plangebied is aangewezen als beschermingscategorie 2 (gebieden met bijzondere kwaliteit), het plangebied maakt deel uit van de groene buffer. De zuidkant van het plangebied ligt daarnaast ook nog binnen het aangewezen recreatiegebied.

Ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden zijn mogelijk, maar met inachtneming van het instandhouden van de specifieke waarden. De gebieden groene buffer en recreatiegebied hebben de volgende kwaliteiten: Openbare recreatiegebieden, vanwege hun onmisbare bijdrage aan de leef- en vestigingskwaliteit in zowel het stedelijk als het landelijk gebied in de provincie. Groene buffers. De provincie wil in alle overgangsgebieden van stedelijk gebied naar open landschap het contrast behouden tussen de dynamiek en dichtheid van de stad en de luwte van de aangrenzende groene ruimte. Daarom zijn deze gebieden aangewezen als groene buffer en als zodanig beschermd. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn hier mogelijk, maar extra bescherming tegen (grootschalige) stedelijke ontwikkeling is van belang om de schaal en het karakter van deze gebieden in stand te

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

22

houden. Aan de hand van provinciale regels uit de Omgevingsverordening wordt het planvoornemen in relatie de groene buffer en recreatiegebied onderbouwd, zie hiervoor de volgende subparagraaf. Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden en kleinschalige stedelijke ontwikkelingen, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Gedeputeerde Staten zien toe op toepassing door gemeenten van de Ladder voor duurzame verstedelijking en het beleid voor ruimtelijke kwaliteit. De ladderonderbouwing is opgenomen in subparagraaf 3.1.4 Ladderonderbouwing.

Afbeelding uitsnede kaart Omgevingsvisie, buiten bestaand stads- en dorpsgebied 3.2.2 Omgevingsverordening Ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9) 1. Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

23

toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid; c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart; en het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen als bedoeld in het derde lid. Uitzonderingen vanwege beschermingscategorieën zijn Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2 kan niet voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onder c, tenzij het gaat om de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur of om een in het Programma ruimte uitgezonderde ruimtelijke ontwikkeling of een zwaarwegend algemeen belang en voorts wordt voldaan aan de onder lid 1 c gestelde voorwaarden.

Aanvullende ruimtelijke maatregelen zijn: de aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit (een combinatie van): 1. duurzame sanering van leegstaande bebouwing, kassen en/of boom- en sierteelt; 2. wegnemen van verharding; 3. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; 4. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert. Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beeldkwaliteitsparagraaf, waarin het effect van deze ontwikkeling op de bestaande kenmerken en waarden wordt beschreven en waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft, voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling: waarbij de richtpunten van de kwaliteitskaart in het geding zijn; of die is gelegen op gronden binnen een beschermingscategorie als bedoeld in het tweede lid, onder a en b.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

24

Afbeelding uitsnede kaart Omgevingsverordening Onderbouwing Aan de hand van de provinciale reactie op de plannen (april 2018) en het opgestelde beeldkwaliteitsplan is het aspect ruimtelijke kwaliteit in relatie tot het planvoornemen onderbouwd. De ruimtelijke impact van het plan is groot; het gebied wordt omgevormd van open weidelandschap naar een Natuurgoed. Het private karakter van het agrarisch gebied, het gebied is niet openbaar toegankelijk, wordt een (semi )publieke gebied waarin water en natuurontwikkeling de voornaamste landschapselementen zijn. Geplande bosschages maskeren het volkstuinencomplex en het zicht op het spoor. De groene buffer wordt versterkt door de planontwikkeling door middel van de aanleg structureel groen (bos) en watergangen. Dit versterkt ook de zichtbaarheid van het coulissenlandschap. Het planvoornemen wordt daarom gezien als ''inpassen''. Kritisch punt is de massaliteit en volume dat wordt ontwikkeld. Het vigerende bestemmingsplan Zuidrand bevat een wijzigingsbevoegdheid op basis waarbij al is voorzien in de ontwikkeling en op basis waarvan al enige bebouwing in het gebied mogelijk is. Het planvoornemen is passend binnen deze wijzigingsvoorwaarden. Door toepassing van de wijzigingsvoorwaarden mag bebouwing in het plangebied gerealiseerd worden.

De te realiseren bebouwing wordt landschappelijk ingepakt (zie ook bijgevoegd beeldkwaliteitsplan in Bijlage 2). Door het borgen van het beeldkwaliteitsplan in de regels moet de bebouwing conform dit plan gerealiseerd worden. Hierdoor is een zorgvuldige landschappelijke inpassing geborgd. Het planvoornemen voldoet aan het provinciaal beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Stedelijke ontwikkelingen (artikel 6.10)

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

25

Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: 1. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; 2. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. De ladderonderbouwing is opgenomen in subparagraaf 3.1.4 Ladderonderbouwing. Detailhandel (artikel 6.13) Een bestemmingsplan voorziet uitsluitend in nieuwe detailhandel op gronden: a. binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie in de centra van steden, dorpen en wijken; b. binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk; c. binnen een nieuwe goed bereikbare en centraal gelegen winkelconcentratie als gevolg van herallocatie. Dit is niet van toepassing op kleinschalige detailhandel: in de vorm van een gemakswinkel; bij sport-, culturele, medische, onderwijs, recreatie- en vrijetijdsvoorzieningen, alsmede andere locaties met veel bezoekers of passanten, met een assortiment dat aansluit op de aard van deze voorzieningen of locaties; ondergeschikte detailhandel: 1.

in ter plaatse vervaardigde goederen bij een productiebedrijf; 2. bij een beroep aan huis of bij een ambachtelijk of dienstverlenend bedrijf, met een assortiment dat aansluit bij de hoofdbestemming; 3. bij een agrarisch bedrijf met een assortiment van producten uit eigen teelt; De winkel die beoogd is in het plangebied betreft kleinschalige detailhandel die wordt gerealiseerd bij het Natuurgoed (recreatie- en vrijetijdsvoorziening). Het aanbod van de winkel zal aansluiten bij het Natuurgoed door bijvoorbeeld het aanbieden van producten die binnen het Natuurgoed zelf geproduceerd worden en het aanbieden van streekproducten. Regionale waterkeringen (artikel 6.22) De Noldijk is aangewezen als regionale waterkering. Een bestemmingsplan voor gronden waarop een regionale waterkering ligt als bedoeld in artikel 2.2, bestemt die waterkering als zodanig. De dubbelbestemming uit het vigerende bestemmingsplan wordt overeenkomstig opgenomen in dit wijzigingsplan.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie Op 2 juli 2012 is de gemeentelijke structuurvisie van Barendrecht vastgesteld. In deze visie zijn verschillende opgaven opgenomen. De voor dit plan relevante opgaven worden nader toegelicht. Groen en recreatie Het landschap beter benutten als recreatief uitloopgebied voor Barendrecht én voor de

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

26

regio, door de gebruikswaarde en belevingswaarde ervan te vergroten. Belevingswaarde vergroten door gebiedseigen kenmerken en kwaliteiten te versterken; Gebruikswaarde vergroten door het stedelijk gebied beter te verbinden met het landschap en groengebieden en toevoeging van (recreatieve) functies toe te staan. Verdere kwaliteitsverbetering van de recreatieve functie van de Zuidrand. Groengebieden en langzaamverkeersroutes beter bruikbaar maken voor recreatieve behoefte. Door de realisatie van het Natuurgoed (toevoeging recreatieve functies) wordt de kwaliteit van de recreatie functie van de Zuidrand verbeterd. Hiermee wordt ook de gebruikswaarde van de verbinding tussen stedelijk gebied en het landelijk gebied van de Zuidrand verbeterd. Niet alleen door de realisatie van het Natuurgoed maar ook de realisatie van een langzaamverkeersverbinding tussen de Zuidrand en Barendrecht. De belevingswaarde in het gebied wordt vergroot door bij de inrichting van het gebied de structuur van het bestaande coulissenlandschap te hanteren, recreatieve functies toe te voegen waaronder het restaurant en de bebouwing zorgvuldig in te passen waardoor de natuurfunctie de boventoon voert.

De realisatie van de langzaamverkeersverbinding langs de westgrens van het plangebied sluit ook op 1 van de opgaves ten aanzien van mobiliteit; Realiseren van ontbrekende verbindingen in en verfijning van het bestaande langzaamverkeersnetwerk, zowel in bestaande als in te ontwikkelen gebieden. De fietsverbinding zorgt voor het verbinden van Barendrecht met de Zuidrand. Wonen Woningbouwprogramma afstemmen op de lokale behoefte (migratiesaldo nul). Het realiseren van een woningbouwopgave met een bandbreedte tussen de 2.500 en 3.000 woningen in de periode 2010-2030. Het kwalitatieve woningaanbod zo goed mogelijk laten aansluiten op de marktvraag door het benutten van kennis ten aanzien van leefstijlen. Het gemeentelijk woonbeleid wordt toegelicht in subparagraaf 3.3.3. De realisatie van groen en recreatie is ook in lijn met de strategische visie ''Samen Bouwen aan Barendrecht Van Goed naar ...''. Hierin is opgenomen dat de afgelopen jaren is gewerkt aan het realiseren van recreatiegebied Zuidpolder. Dit biedt bewoners en bezoekers ten zuiden van Barendrecht een uitgestrekt groengebied, waar gewandeld, gefietst en gekanood kan worden. De gemeente wil de lijn voortzetten om te voorzien in de gemeentelijke behoefte aan natuur, rust en recreatie. Het Natuurgoed levert een bijdrage aan de verdere vergroting van de recreatie en natuur aan de zuidkant van Barendrecht.

3.3.2 Folder open polder Met deze folder bieden de gemeente in de regio IJsselmonde (waaronder Barendrecht) een handreiking om ontwikkelingen in polders zo goed mogelijk in te passen. In het buitengebied staat het landschap centraal. Nieuwe ontwikkelingen moeten daarom zorgvuldig worden ingepast. Dat betekent dat de bebouwing niet te opvallend mag zijn, en er uit ziet alsof het gebouw ook echt op die plek thuis hoort. Beplanting speelt daarbij een heel belangrijke rol. In het landelijk gebied hoort een typisch landelijke architectuur, met een erfinrichting en beplanting die past bij de streek. In zijn algemeenheid, moet met de volgende punten rekening worden gehouden;

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

27

Houd de bebouwing eenvoudig. Gebouwen in het buitengebied hebben 1 bouwlaag met daarop een eenvoudige, maar beeldbepalende kap. Erfbeplanting is beeldbepalend. Door de erfbeplanting liggen de gebouwen minder prominent, min of meer verscholen, in het landschap. Zorg voor zicht op het landschap. Houd rekening met de positie van gebouwen en de organisatie van het erf, zodat het landschap zichtbaar blijft. In de handreiking is voor de bebouwing in de polder onder andere het volgende opgenomen; Een poldererf bestaat uit een ensemble van gebouwen rondom een gemeenschappelijk erf De bebouwing bestaat uit maximaal 1 hoofdgebouw (boerderij) en eventueel een of meerdere bijgebouwen. De architectuur van hoofdgebouw en bijgebouwen is op elkaar afgestemd, de gebouwen zijn familie van elkaar In het beeldkwaliteitsplan (zie Bijlage 2) is toegelicht dat de polderwoningen aan de zuidkant van het Natuurgoed passend zijn binnen de poldertypologie. Het bijgevoegde beeldkwaliteitsplan geeft aan deze woningen aansluiten bij het buitenboek. 3.3.3 Woonvisie De woonvisie Barendrecht is vastgesteld in 2016. In Barendrecht is het experimenteel en innovatief bouwen tot nu toe slechts op beperkte schaal toegepast. Wel is de afgelopen jaren de mogelijkheid voor woonconsumenten vergroot om de nieuwbouwwoning (gedeeltelijk) naar eigen wens te realiseren.

Particulier opdrachtgeverschap geeft daarbij de maximale vrijheid. Het planvoornemen voorziet in de realisatie van maximaal 8 woningen. Deze worden door NATUUR BV in samenspraak met de toekomstige kopers gerealiseerd. De woningen worden binnen de kaders van het beeldkwaliteitsplan naar eigen wens ontworpen. 3.3.4 Duurzaamheid Uitvoerings- programma Duurzaam Energiebeleid Barendrecht Schetsplan duurzaam energiebeleid (2015) Op 13 oktober 2015 is door de gemeenteraad het Schetsplan Duurzaam energiebeleid aangenomen. Dit Schetsplan is een routekaart naar CO2-neutraliteit in Barendrecht, conform de ambities van het college zoals vastgelegd in het collegeprogramma. De gemeente Barendrecht heeft de ambitie om in 2030 CO2-neutraal te zijn. Het duurzaam energiebeleid van de gemeente Barendrecht heeft vier pijlers, te weten: 40% energie besparen, 60% duurzame warmte inzetten, 60% duurzame stroom opwekken, Mobiliteit op basis van een 100% duurzame brandstof mix in 2030. Klimaatopgave Barendrecht 2019 Het bovengenoemde schetsplan Duurzaam Energiebeleid 2015-2030 moet geactualiseerd worden. Daarom is in 2019 de klimaatopgave vastgesteld door het college. Eén van de meest in het oog springende ontwikkelingen is het gezamenlijk met 23 gemeenten in de regio opstellen van de Regionale Energie Strategie (RES). In deze RES wordt het

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

28

energielandschap in 2050 vorm gegeven en is basis voor de uiteindelijke route die ook de afzonderlijke gemeenten gaan nemen. Op lokaal niveau is in het oorspronkelijke schetsplan een hoger ambitieniveau geschetst, CO2 neutraal in 2030. Gebleken is dat dit ambitieniveau vrijwel onmogelijk te bereiken is, tenzij de gemeente als overheid fors gaan ingrijpen en dwingende maatregelen gaan voorschrijven wat nadrukkelijk niet in lijn met de gemeentelijke leidende principes is. Belangrijker is het om een continue afnemende vraag naar energie te realiseren, waarbij optimaal gebruik is gemaakt van de voorhanden zijnde oplossingen. Om de klimaatopgave vorm te kunnen geven onderscheid de gemeente een achttal sub-onderwerpen, waarbij de eerste vier onderwerpen zich met name richten op energie, te weten: Opwekking Besparing Warmte Opslag Mobiliteit Voedsel Circulaire Economie Klimaatadaptie Om bovenstaande doelstellingen te bereiken zijn diverse activiteiten en projecten benoemd in het Uitvoeringsprogramma Duurzaam Energiebeleid. In het plan zijn drie basis uitgangspunten opgenomen die een relatie hebben met duurzaamheid. 1. Natuur - Versterking van het landschap en natuurbevorderend bouwen. De gebouwen wordt natuurinclusief ontworpen. 2. Bouwen op natuurlijke bouwwijze. De materialen die gebruikt worden zijn natuurlijk, circulair en herbruikbaar.

Er wordt gebruik gemaakt van lokale materialen, bouw partijen en prefab bouwsysteem waardoor de uitstoot van het vervoer van de materialen en uitstoot van bouwmachines zo veel mogelijk wordt beperkt. 3. Duurzaam gebruik. De gebouwen worden zo duurzaam mogelijk ontworpen, onder meer door de toevoeging van natuurlijk ventilatie, verwarming met aardwarmte / warmtepomp en zonne-energie en maximale isolatie. Het streven is dat er klimaatneutrale woningen worden gerealiseerd. De gebouwen worden levensloopbestendig.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

29

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Bedrijven en milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden beoordeeld of bedrijven in de omgeving worden belemmerd door de ontwikkeling en of er ter plaatse van gevoelige functies, zoals woningen, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de beoordeling is gebruik gemaakt van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering (VNG, editie 2009). Per milieucategorie geldt een minimaal gewenste afstand, de richtafstand. Deze richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds als uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De in de handreiking opgenomen afstanden zijn indicatief en kunnen per gebiedstype, waarin de ontwikkeling zal plaatsvinden, verschillen. Hierbij is het uitgangspunt dat deze afstanden gemotiveerd worden toegepast. De richtafstanden zijn afhankelijk van het omgevingstype waarbinnen de milieugevoelige bestemming ligt. De VNG-handreiking gaat uit van de omgevingstypes rustige woonwijk/rustig buitengebied of gemengd gebied. Beoordeling Voor de beoordeling of er wordt voldaan aan de richtafstand is uitgegaan van het omgevingstype 'rustig buitengebied'. Het plangebied grenst direct aan gronden met een agrarische bestemming (oost- en westkant).

Op deze gronden is de uitoefening van een volwaardig agrarisch bedrijf zoals akkerbouw, tuinbouw (volle grond en glas), fruitteelt en veehouderij toegestaan. Voor een agrarisch bedrijf in akkerbouw en tuinbouw geldt een richtafstand van 30 meter (milieucategorie 2). Voor een agrarisch bedrijf met een veehouderij geldt een richtafstand van 50 meter (milieucategorie 3.1). De richtafstand geldt zowel tot woningen als de ecolodges (geurgevoelig). Op basis van een recente luchtfoto zijn er geen aanwijzingen dat binnen 50 meter van het plangebied een veehouderij bevindt. Agrarische gebouwen (waarvoor een richtafstand geldt van 30 meter) staan op een afstand van minimaal 50 meter. Er wordt voldaan aan de richtafstand. Ten behoeve van een goed woon- en leefklimaat wordt een afstand van 10 meter tot de agrarische gronden geadviseerd (in verband met mogelijk hinder van stof en geur van de akkerbouw activiteiten. Aangenomen wordt dat daarom een afstand van 10 meter tussen de woningen en de ecolodges tot de direct aangrenzende gronden voldoende is. De nieuwe dijkwoningen grenzen aan de noordzijde direct aan agrarische gronden. De gronden aan de oostkant van deze woningen zijn al bestemd met 'Wonen'. Dit betekent dat in de huidige situatie al voldoende afstand aangehouden moet worden tussen de agrarische gronden en de woningen op grond van het Activiteitenbesluit.

Dit verandert niet omdat de woningen in hetzelfde bebouwingslint worden gerealiseerd. De nieuwe woningen liggen op voldoende afstand (42 meter) van het bedrijfsgebouw aan de Noldijk 124 (milieucategorie 2, richtafstand 30 meter). Aan de noordzijde van de woning Noldijk 116 bevindt zich op het erf een paardenbak. Het betreft hier hobbymatig gebruik van de paardenbak (het houden van de paarden is niet gericht op het generen van winst). Dit betekent dat het niet gaat om een inrichting Wet

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

30

Milieubeheer. In dat geval is de milieuregelgeving, zoals geurnormen, niet van toepassing. Er wordt daarom gesteld dat er geen sprake is van milieuhinder naar de omgeving en daarmee ook niet naar de nieuwe woningen. Daarnaast bevinden zich de nieuwe woningen zich op een afstand van tenminste 5 meter van de paardenbak. Gesteld wordt dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat de bedrijven niet worden belemmerd.

Afbeelding luchtfoto plangebied met daarin de woonfuncties- en ecolodges aangegeven en de functies van de gronden aangrenzend aan het plangebied Het nieuw te realiseren restaurant is een bedrijf met milieucategorie 1. De nieuw te realiseren woningen moeten op een afstand van 10 m van het restaurant komen om daarmee te voldoen aan de richtafstand.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

31

4.2

Luchtkwaliteit

Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. De 'Wet luchtkwaliteit' (2007) bevat een gebiedsgerichte aanpak via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL-programma is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De Wet milieubeheer (artikel 5.12 en verder) vormt de juridische grondslag voor het NSL. Daarnaast zijn de volgende 2 besluiten relevant, namelijk het Besluit derogatie en het Besluit maatregelen richtwaarden. Deze beide besluiten zijn op 1 september 2009 in werking getreden, met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus 2009. Beoordeling In de Regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In elk geval er twee ontsluitingswegen aanwezig zijn is een ontwikkeling als NIBM aan te merken als er niet meer dan 3000 woningen worden gerealiseerd. Het plangebied wordt ontsloten via één ontsluitingsweg en het aantal woningen bedraagt minder 1500. Daardoor is deze ontwikkeling aan te merken als een project dat NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, waardoor toetsing aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit niet nodig is.

Voor het gehele planvoornemen is aan de hand van NIBM tool bepaald of het plan in niet betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van luchtkwaliteit. Hiervoor is de totale verkeersgeneratie zoals bepaald in het verkeersonderzoek gebruikt als invoer. Er is voor de worst case scenario uitgegaan van een aandeel vrachtverkeer van 1% voor de aan- en afvoer van goederen voor het natuurgoed. Uit de worst case berekening volgt dat de bijdrage aan extra verkeer niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van luchtkwaliteit. Een nader onderzoek is niet nodig.

Afbeelding resultaten NIBM-tool Om inzicht te geven in de mate van blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van het

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

32

plan zijn de concentraties uit de digitale monitoringstool, die behoort bij het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) bekeken. Uit de monitoringstool (2018) blijkt dat de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) ter plaatse van de dichtstbij gelegen doorgaande wegen, Ziedewijdsedijk, Noldijk, Waalviaduct / Stationsweg, nergens meer bedragen dan grenswaarden 40 ug/m3. De concentratie NO2 bedraagt maximaal 23,7 ug/m3 en concentratie PM10 bedraagt maximaal 19,3 ug/m3. De fijnstof (PM2,5) concentraties zijn nergens hoger dan 12 ug/m3 (grenswaarde 25 ug/m3). Het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uurgemiddelde concentratie is maximaal 7,1 waardoor het maximum van 35 dagen eveneens niet wordt overschreden. Het is de verwachting dat door het schoner worden van de autotechniek de concentratie van met name stikstofdioxide in de toekomst nog lager is. Conclusie Dit aspect levert geen belemmering op voor het bestemmingsplan.

4.3

Water

Het plangebied ligt in het beheersgebied van waterschap Hollandse Delta. Waterschapsbeleid In het Waterbeheerprogramma (WBP, 2016-2021) staan de doelen van het waterschap Hollandse Delta voor de taken waterveiligheid (dijken en duinen), voldoende water, schoon water en de waterketen (transport en zuivering van afvalwater). Ook wordt aangegeven welk beleid gevoerd wordt en wat het waterschap in de planperiode wil doen om de doelen te bereiken. Uit het oogpunt van waterkwaliteit moet schoon hemelwater bij voorkeur worden afgekoppeld en direct worden geloosd op oppervlaktewater. Bij een toename van aaneengesloten verhard oppervlak van 500 m2 of meer in stedelijk gebied of 1.500 m2 of meer in landelijk gebied dient een vergunning aangevraagd te worden in het kader van de Keur. De versnelde afvoer als gevolg van de toename aan verharding moet volledig worden gecompenseerd door het aanbrengen van een gelijkwaardige vervangende voorziening (compensatieplicht), met een oppervlakte van 10% van de toename van verharding. Het waterschap geeft in volgorde de voorkeur aan de volgende gelijkwaardige voorzieningen: Nieuw te graven oppervlaktewater in de directe nabijheid van de verhardingstoename; Nieuw te graven oppervlaktewater binnen hetzelfde peilgebied; Nieuw te graven oppervlaktewater in het benedenstrooms gelegen peilgebied of een eventueel alternatief.

Onderzoek AGEL Adviseurs heeft voor het plan de waterparagraaf opgesteld. Deze is als Bijlage 5 bijgesloten. Bestaande waterhuishoudkundige situatie Waterpeil Het gebied heeft een oppervlakte van circa 9,1 ha. Het maaiveldniveau ligt in het noorden van het plangebied gemiddeld op 0,12 m +N.A.P. en in het zuiden van het plangebied op 0,35 m +N.A.P (AHN, d.d. 03-03-2020). Het plangebied ligt in een seizoensgebonden peilgebied Y07.038. Met een winterpeil van 1,80 m –N.A.P. en een zomerpeil van 1,60 m

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

33

–N.A.P. Watergangen In het plangebied zijn meerdere gecategoriseerde waterlopen gesitueerd. Deze blijven in de toekomstige situatie behouden.

Afbeelding locatie waterloop (bron: Legger waterschap Hollandse Delta, d.d. 03-03-2020) Grondwater Volgens de bodemkaart van Nederland (http://www.bodemdata.nl) bestaat de bodem uit tuinland en bouwland. Er is sprake van de grondwatertrap lllb. Dit houdt in dat de gemiddelde hoogste waterstand (GHG) varieert tussen 0,30 en 0,50 m beneden maaiveld en de gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) tussen 1,00 en 1,30 m beneden maaiveld. Riolering Het huidige rioleringsstelsel dat ligt in de aangrenzende straat (Noldijk) betreft vermoedelijk een gemengd stelsel of een persleiding. Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

34

Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: Hemelwater vasthouden voor benutting; (in)filtratie van afstromend hemelwater; Afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; Afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. Toekomstige waterhuishoudkundige situatie Berekening verhard oppervlakte De verdeling van de oppervlaktes ten opzichte van de huidige en toekomstige situatie zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Omdat de indeling van het ontwerp nog gaat veranderen, is er in de tabel gerekend met oppervlaktes die in het eindontwerp vast staan. Oppervlaktes

Bestaand m²

Toekomstig m²

Verschil

Dakoppervlak

0

4200

4200

Half verharding

0

840

840

Groen

87.848

80.813

-7035

Water

3.229

3229

0

Parkeerplaats

0

1995

1995

Totaal

91.077

91.077

Afname groen 7035 Toename verharding 7035

Tabel oppervlakteverdeling bestaande vs. toekomstige situatie Op basis van deze gegevens is er sprake van een toename in verhard oppervlak van 7.035 m² (7.035 m² (toekomstig) - 0 m² (huidig)). Waterschap Hollandse Delta hanteert vuistregels voor compenserende waterberging, op grond van de Keur. Bij een verhardingstoename van meer dan 1.500 m² dient er 10% van de verhardingstoename gecompenseerd te worden en aangesloten te worden op het bestaande watersysteem. Aangezien er in deze situatie sprake is van een toename in verhard oppervlak, bedraagt de benodigde compensatie 703,5 m3. Advies behandeling regenwater (RWA) Iedere demping moet voor 100% gecompenseerd worden binnen het peilgebied door het graven van open water. Van demping en compensatie ten gevolge hiervan is in dit geval geen sprake. De benodigde compensatie ten gevolge van een toename in afstromend verhard oppervlak kan gerealiseerd worden middels het creëren van open water. Advies behandeling vuilwater (VWA) In het plangebied worden nieuwe woningen gerealiseerd. Het vuilwater vanuit het plangebied dient te worden aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel. De verdere uitwerking hiervan wordt in samenspraak met de gemeente Barendrecht worden uitgevoerd.

Ontwatering planlocatie en verdiept bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen, wordt gestreefd naar een bepaalde minimale ontwateringsdiepte bij de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). Voor stedelijk bebouwd gebied wordt een ontwateringsdiepte van 0,70 m –mv nagestreefd. Uitgaande van een GHG die zich bevindt op ten hoogste 0,25 m–mv, dient de bebouwing hiermee op 0,45 m boven het maaiveld te komen.

wijzigingsplan "Natuurgoed Ziedewij" (vastgesteld)

35

Voor de nog op te richten bebouwing is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare bouwmaterialen toe te passen om diffuse verontreinigingen van water en bodem te voorkomen. Zink, lood, koper en PAK-houdende materialen mogen uitsluitend worden toegepast als deze worden voorzien van een coating. Conclusie Op basis van de waterparagraaf is geconcludeerd dat de hoeveelheid verharding in het plangebied toeneemt. Er dient daarom watercompensatie ter grootte van 703,5 m3 te worden gerealiseerd. In het gebied wordt structureel open water toegevoegd waarmee ruim zal worden voldaan aan de benodigde compensatie. De vormgeving van deze waterwatercompensatie wordt nader uitgewerkt in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning. De watercompensatie is geborgd door middel van een voorwaardelijke verplichting in de regels. Het aspect water levert daarmee geen belemmeringen op voor het wijzigingsplan.

4.4

Verkeer en parkeren

Buro DB heeft voor het plan een verkeersonderzoek uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 3 bijgevoegd. Verkeer Voor het vaststellen van de verkeerseffecten van het plan is de verkeersaantrekkende werking van het plangebied in de plansituatie bepaald. Uitgangspunt is dat de verkeersaantrekkende werking van het plangebied in de huidige situatie nihil is. Het plan omvat de volgende onderdelen en functies: Hoofdfunctie 1, Recreatiehof ter grootte van in totaal circa 1.200 tot 1.500 m2 bvo. Hoofdfunctie 2, Zes ecolodges (recreatiewoningen, maximaal 12 wooneenheden). Hoofdfunctie 3, Werkhof ter grootte van 400-500 m2 bvo. Hoofdfunctie 4, Twee vrijstaande eengezinswoningen aan de Noldijk en zes polderwoningen. een parkeerterrein voor hoofdfuncties 1, 2 en 3 ter grootte van circa 3.296 m2. Verkeer van en naar de hoofdfuncties 1, 2 en 3 van het plan gaat rijden via de Boezemweg en een kort deel van de Stationsweg. Alle woningen worden ontsloten vanaf de Noldijk. Voor het plangebied is daarmee onderscheid gemaakt in de noordelijke en de zuidelijke ontsluiting. Noordelijke ontsluiting Het aan de hoofdfuncties 1, 2 en 3 van het plan gebonden verkeer wordt via de Boezemweg en Stationsweg ontsloten. Hoofdfunctie 1 is bedoeld voor de bezoekers van het Natuurgoed.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11539626/1