CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Voorstel

commissie Planning en Control 30 mei 2022, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Zienswijze concept jaarstukken 2021 en zienswijze begroting 2023 GR BAR-organisatie31.799 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Doorontwikkeling BAR-organisatie / Variantenanalyse Eind juni 2021 zijn de gemeenteraden geïnformeerd over de stappen die het dagelijks bestuur wilde zetten op het gebied van het ontwikkelprogramma van de BAR-organisatie 2020. Een onderdeel van het ontwikkelprogramma is “betere aandacht voor het bestuur”. Mede vanuit de behoeften van bestuurders heeft het dagelijks bestuur binnen dit ontwikkelprogramma een aantal ambities geformuleerd: 1. de aansturing van de beleidsvoorbereiding en -uitvoering meer in de (lokale) nabijheid van de gemeentebestuurders te brengen waardoor met de lokale contexten beter rekening kan worden gehouden, 2. een krachtigere strategische bestuursadvisering vanuit het management realiseren met een efficiëntere doorzetting van (lokale) besluiten in de organisatie, 3. bij het ontwikkelen en uitvoeren van de dienstverleningspakketten beter inspelen op de uiteenlopende financiële mogelijkheden van elk van de drie gemeenten. In de Raadsinformatiebrief is een aantal denkrichtingen opgenomen waarmee de genoemde ambities zouden kunnen worden gerealiseerd. De gemeenteraden van Barendrecht en Ridderkerk hebben de colleges de opdracht gegeven om een variantenanalyse uit te werken. De gemeenteraad van 19 28/167

Albrandswaard heeft aangegeven tevreden te zijn over de manier van werken van de GR BARorganisatie en geen behoefte tot wijziging te hebben. Nog voor de verkiezingen van 16 maart 2022 zal het bureau &van der Laar deze variantenanalyse opleveren. Besluitvorming zal plaatsvinden door de nieuwe besturen. Informatieveiligheid en Privacy In opdracht van het dagelijks bestuur (DB) is in 2021 een Breed Onderzoek uitgevoerd naar informatiebeveiliging en privacy. Deze opdracht is mede gegeven op basis van het Rekenkameronderzoek in Ridderkerk naar de implementatie van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en het onderzoek van Concerncontrol in Barendrecht en Albrandswaard naar de implementatie van de AVG. Eind 2020 was incidenteel budget beschikbaar gesteld voor het nemen van een aantal maatregelen op basis van een door het DB vastgesteld uitvoeringsplan. In de zomer van 2021 zijn, in overleg met de portefeuillehouders, middelen vrijgemaakt voor het nemen van acute maatregelen op het gebied van cybersecurity. In het afgelopen jaar is ook extra ingehuurd om de Chief Information Security Officer en de Privacy Officer te ondersteunen. Mede door de extra maatregelen is het gelukt om een aantal cyberaanvallen te pareren. En zijn we in staat geweest de grootste risico’s te beheersen.

Eind 2021 is het Breed Onderzoek informatiebeveiliging en privacy afgerond en begin 2022 is dit via een zienswijzeprocedure aangeboden aan de gemeenteraden. Hierbij zijn structurele extra middelen gevraagd voor het op orde brengen van de formatie op het gebied van Informatieveiligheid en Privacy.

20 29/167

2. Paragrafen 2.1 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onze GR BAR is de uitvoeringsorganisatie namens de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk. Voor deze gemeenten voert de GR BAR actief beleid op de beheersing van de risico’s. Door inzicht in de actuele risico’s en de mogelijke maatregelen, worden organisatie en bestuur in staat gesteld op verantwoorde wijze besluiten te nemen. Alle risico’s worden tenminste twee keer per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Alle geïdentificeerde onzekerheden of risico’s die niet in de begroting (kunnen) worden opgenomen, worden vanaf het moment dat zij kwantificeerbaar zijn opgenomen in het risicoprofiel. Dit risicoprofiel komt tot stand met behulp van het risicomanagementsoftware-programma NARIS. Weerstandvermogen, weerstandscapaciteit en risico’s Het weerstandsvermogen is het saldo van de weerstandscapaciteit en de risico’s, oftewel: weerstandscapaciteit - risico’s = weerstandsvermogen. De weerstandscapaciteit kan bestaan uit de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit, het bedrag voor onvoorzien en stille reserves. Geen van deze componenten is aanwezig binnen onze GR BAR wat maakt dat onze GR BAR geen weerstandscapaciteit heeft.

De in deze paragraaf geïnventariseerde risico’s van de GR BAR zijn ondergebracht bij de gemeenten waar ze in de gemeentelijke risicoprofielen zijn opgenomen. Top 10 belangrijkste risico’s GR BAR Onze GR BAR gaat over gezamenlijk werkgeverschap en inkoop waardoor het risicoprofiel gericht is op bedrijfsvoering en daarmee de top tien bedrijfsvoeringsrisico’s met de grootste (financiële) impact toont. Onder bedrijfsvoering valt alles wat GR BAR inzet om burgers, bedrijven en instellingen van de deelnemende gemeenten goed te bedienen. De bedrijfsvoering omvat tevens alle activiteiten die binnen de organisatie worden uitgevoerd, met uitzondering van het verlenen van diensten en het produceren van producten, oftewel het primaire proces. Bedrijfsvoering betreft ook de inrichting, de organisatie en de ervaring en deskundigheid van het personeel.

Onze GR BAR voert ook primaire processen uit. De belangrijkste risico’s behorend bij het primaire proces staan in de risicoprofielen van de gemeentelijke bestuursrapportages omdat deze direct gerelateerd zijn aan gemeente-specifieke doelen en het bijbehorend uitvoeringsbeleid. Het totaal aan risico’s van onze GR BAR, per 13 Januari 2022, bedraagt ongeveer € 2.800.000 en wordt afgedekt door de deelnemende gemeenten. Deze top tien vertegenwoordigt 88% van het totaal aan bedrijfsvoeringsrisico’s. Pos Nu/oud

Risicogebeurtenis

Gevolgen

Maatregelen/ info

1/1

Cluster ICT risico’s gerelateerd aan software, hardware, communicatie techniek en informatiebeveiliging.

Financieel, imago,

Business Continuity Management, Kwaliteitsontwikkeling, organisatieontwikkeling, jaarlijkse IT audit

2/2

Aansprakelijkheid door fouten/onwetendheid/niet handelen van personeel

Financieel, imago

HRM, begeleiding en ontwikkeling

Maximaal

Invloed (%)

€ 900.000

21,74

€ 800.000

15,61

21 30/167

3/5

Achterblijvende ontwikkeling bedrijfsprocessen/-structuur

Financieel tijd- uitstel, doelstelling, imago

Ondersteuning transformatie decentralisatie, organisatieontwikkeling, good governance

€ 400.000

4/4

Invullen competenties die onvoldoende ontwikkeld/ aanwezig zijn kost meer dan geraamd. Moeilijke werving door schaarste op arbeidsmarkt.

Financieel, kwaliteit, dienstverlening, imago

Business Continuity Management, HRM, begeleiding en ontwikkeling, doorontwikkeling BAR-Organisatie

€ 400.000

5/3

Niet (kunnen) voldoen aan actuele wet- en regelgeving (Compliance)

Financieel, imago

Organisatieontwikkeling, ontwikkelen Governance, Risk en Compliance competenties

€ 525.000

6/6

Risico’s met betrekking tot beheer/functie van binnen- en buitenaccommodaties

Financieel

Business Continuity Management, accommodatiebeheersproces, organisatieontwikkeling

€ 500.000

7/8

Cluster risico’s fraude en Integriteit

Financieel - extra kosten en boetes, Imagoschade

8 / 10

Onvoorziene kosten doorontwikkeling GR BAROrganisatie

Financieel

Doorontwikkeling BAROrganisatie, monitoring, organisatieontwikkeling

€ 250.000

4,14

9/7

Onvoldoende inzicht in en kennis van contracten

Financieel, schade voor de gemeente

Contractbeheer-/management, organisatieontwikkeling

€ 250.000

2,95

10 / 8

Uitvallen materiaal/ voertuigen buitendienst

Imago. financieel

Onderhoud, vakkundig gebruik, Business Continuity Management

€ 500.000

2,47

Organisatieontwikkeling, verbeteren compliance functie

€ 750.000

9,76

9,42

9,07

8,25

4,30

87,71%

* In de top 10 wordt de gemiddelde financiële schade getoond na simulatie en de invloed op de benodigde weerstandscapaciteit. Bedragen van clustersimulatie zijn afgerond.

De bedragen die in de tabel zijn opgenomen zijn gemiddelde, mogelijke schadebedragen uit de risicosimulatie. Deze simulatie laat alle bedrijfsvoeringsrisico’s, van minimaal tot maximaal, veelvuldig optreden om te bepalen hoeveel financiële reserves hiervoor tenminste aanwezig moeten zijn. Ontwikkeling risicoprofiel GR BAR Het actuele risicoprofiel laat voor wat betreft de mogelijke financiële gevolgen een positieve trend zien over 2021. De risico’s die in dit profiel zijn opgenomen zijn schattingen die zo nauwkeurig mogelijk zijn gemaakt op basis van lokale en landelijke ontwikkelingen en actuele inzichten in mogelijke scenario’s. De dalende positieve trend die was ingezet werd aanvankelijk doorbroken door de coronacrisis. Dit had tot gevolg dat er ten aanzien van het risicoprofiel van onze GR BAR sprake was van een stijgende trend in omvang en aantal risico’s. De maatregelen die extra werden getroffen om de coronarisico’s beheersbaar te maken zorgden voor het ontstaan van nieuwe risico’s als bijeffect (boeggolf). In 2021 en begin 2022 zijn belangrijke maatregelen doorgevoerd die het geheel aan bedrijfsvoeringsrisico’s doen afnemen.

22 31/167

Top 10 risico’s met korte toelichting en opsomming belangrijke trends en ontwikkelingen 1. Cluster ICT risico’s gerelateerd aan software, hardware, communicatietechniek en informatieveiligheid. Door de ontwikkeling van nieuwe technologieën en digitalisering is digitaal werken en het belang van veiligheid online fundamenteel. Stilstaan is achteruitgang, maar aanhaken vraagt heel veel van organisaties qua ontwikkeling en inzet van middelen. De coronacrisis legt het digitaal door kunnen pakken in de dienstverlening en de beheersing ervan onder een vergrootglas. Het is lovenswaardig hoe resilient (weerbaar) de ICT-dienstverlening binnen de GR BAR is. Tegelijk wordt onmiskenbaar zichtbaar welke toenemende eisen er worden gesteld aan een goed werkende en veilige, digitale werkomgeving. Zeker nu thuiswerken voorlopig de norm lijkt. De grote verantwoordelijkheid om op de best mogelijke wijze met de gevoelige gegevensverzamelingen om te gaan dwingt gemeenten tot aanhoudend investeren in de randvoorwaarden die continu om een upgrade vragen. Trends en ontwikkelingen:  afname mentaal welbevinden: medewerkers die door stress, drukte of vermoeidheid minder scherp zijn bij de inachtneming van de informatiebeveiligingsrichtlijnen.

 nieuw regeerakkoord bevat plannen waarin (deels) thuiswerken onderdeel vormt van een breder veld van maatregelen om de uitstoot in de mobiliteit terug te brengen.  thuiswerken wordt een blijvende optie voor diegenen die hun werk thuis kunnen doen.  door het thuiswerken is er een grotere kans op problemen met of inbraak in de ICTsystemen, de veiligheid bij online samenwerken staat onder druk (verdere digitalisering samenleving en aantal diensten).  digitale transformatie van overheidsdienstverlening neemt verder toe.  medewerkers die door onvoldoende digitale vaardigheden niet optimaal kunnen functioneren / taken niet kunnen uitvoeren.  niet of beperkt invullen van de bedrijfsfuncties conform de gemeentelijke model architectuur en/of de noodzakelijke technologie en expertise.  cyberaanvallen die een continue monitoring en pro-actief handelen vragen om te voorkomen dat de bedrijfsvoering (deels) stil komt te liggen. 2. Aansprakelijkheid door fouten / onwetendheid / niet handelen van personeel De praktijk toont aan dat het personeel van onze GR BAR een veerkrachtig geheel vormt en onder moeilijke omstandigheden in staat is te schakelen en met beperkte mogelijkheden te blijven presteren. De kans dat er iets misgaat onder de huidige omstandigheden is wel groter. De taken op lokaal niveau zijn toegenomen en worden steeds ingewikkelder.

Het gemiddeld ziekteverzuim neemt wat af, maar de werkdruk is door de buitengewone omstandigheden hoog. De blijvende toename van taken en vereiste kennis door diverse nieuwe wetten en regels komen hier extra bij. Trends en ontwikkelingen:  afname mentaal welbevinden door de lange duur van de pandemie, medewerkers die door stress, drukte, vermoeidheid minder scherp zijn.  toename onzekerheid door coronacrisis in het algemeen en de lange duur van de beperkingen en de pandemie.  hogere werkbelasting personeel door toename belasting van lokale overheid en invoering van nieuwe regelingen (steunmaatregelen).  nieuwe en gewijzigde wetten en regels vragen bijkomende competenties. Het niet of onvolledig invullen van competenties vormt inmiddels een aanzienlijk risico.  uitval en vertrek personeel door ziekteverzuim en/of hoge werkdruk, hoger ziekteverzuim.

23 32/167

3. Achterblijvende ontwikkeling bedrijfsprocessen / -structuur Onze GR BAR investeert continu in het actualiseren en optimaliseren van de processen. De huidige omstandigheden waaronder moet worden gewerkt kennen diverse elementen die uiteraard van invloed zijn op het tempo. Trends en ontwikkelingen:  hogere werkdruk en stress door corona, andere prioriteiten (afname welbevinden).  burgerparticipatie in het gedrang.  procesoptimalisatie vertraagd door beperkingen als gevolg van de pandemie en de daarbij horende coronarichtlijnen.  uitval personeel door ziekteverzuim / coronagerelateerd verzuim, quarantaine.  onzekerheid over de toekomstige organisatievorm van de GR BAR als uitvoeringsorganisatie remt de doorontwikkeling. 4.

Invullen competenties die onvoldoende ontwikkeld / aanwezig zijn kost meer dan geraamd. Moeilijke werving door schaarste op de arbeidsmarkt. Onze GR BAR voert de taken van de deelnemende gemeenten uit. Om invulling te geven aan de vereiste gemeentelijke architectuur moet continu een breed scala aan bedrijfsfuncties worden ingevuld. Dit is een grote uitdaging omdat we het hier hebben over mensen en het invullen van specifieke competenties. Trends en ontwikkelingen:  mogelijkerwijs door een toename van de werkloosheid ook een afname van de schaarste op de arbeidsmarkt (dit is nog niet bevestigd gezien in onafhankelijke studies, hoewel de werkloosheid wel toeneemt volgens de laatste ramingen van het CPB).  inwerken van en de binding van nieuwe medewerkers met de organisatie is digitaal lastiger.  toename in eisen kennis, ervaring en specifieke vaardigheden (competenties).  onzekerheid over de toekomst van de GR BAR veroorzaakt onzekerheid en kans op een toename in het personeelsverloop. 5. Niet voldoen aan actuele wet- en regelgeving (compliance) De verantwoordelijkheid voor het compliant zijn is verdeeld over verschillende rollen en staat onder druk door het invoeren en wijzigen van wetgeving en daarmee het uitbreiden van de gemeentelijke taken en plichten. Compliance-management en juridische control zijn in onze GR BAR sterk in ontwikkeling.

Trends en ontwikkelingen:  invoering coronawet: er is snel nieuwe wetgeving ingevoerd.  nieuwe en complexe regelgeving als gevolg van coronacrisis.  uitvoering wetten / taken in het sociaal domein (Wmo, Participatie, Jeugdzorg) komt door de stijgende vraag / kosten in het gedrang.  uitvoering geven aan wet- en regelgeving met betrekking tot informatiebeveiliging en privacybescherming leggen toenemend beslag op specifieke competenties.  uitvoering energietransitie in het gedrang: komen gemeenten de wettelijke taken nog na?  BAR-organisatie moet zich nog doorontwikkelen in resilience-management of resiliencestrategie (weerbaarheid). 6. Risico’s met betrekking tot beheer / functie van binnen- en buitenaccommodaties Met name de accommodaties voor sport en ontspanning staan vaker leeg door de coronacrisis. Wanneer deze wel (gedeeltelijk) in gebruik zijn levert dat aanpassingen op voor het coronaproof 24 33/167

maken van de accommodaties en het begeleiden van de groepen die van de accommodaties gebruik maken. Trends en ontwikkelingen:  uitval personeel door ziekte.  geen of ander gebruik van de accommodaties.  geen of minder huurinkomsten. 7. Clusterrisico’s Fraude en Integriteit Door voldoende capaciteit toe te kennen aan een uitgebreide frauderisicoanalyse worden bestuur en management in positie gebracht om kritisch toezicht te houden op de uitvoering van het beleid. Trends en ontwikkelingen:  risicoanalyse fraude en integriteit geborgd in het geactualiseerde beleid eind 2021.  verdere digitalisering van samenleving en aantal diensten.  eerder in aanraking komen met criminaliserende omstandigheden / factoren. 8. Onvoorziene kosten doorontwikkeling BAR-organisatie Veel van bovengenoemde risico’s zijn van invloed op de doorontwikkeling van de BAR-organisatie. De ervaringen en inzichten leren om realistisch om te gaan met de vele onzekerheden in het veranderlijke wereldbeeld. Trends en ontwikkelingen:  gemeentelijke bedrijfsfuncties kunnen niet altijd of niet volledig worden ingevuld. Veranderde omstandigheden vragen om nieuwe vaardigheden, middelen en aanpassingstijd.  streven doorontwikkeling door te zetten en stabiel te blijven acteren als organisatie in crisistijd.  onderzoek &van der Laar (variantenanalyse) vraagt om een scenario-risicoanalyse per variant.

 nieuwe plannen kabinet Rutte IV gaan profiel beïnvloeden. Extra inspanningen zijn al in beeld maar de vergoedingen zijn nog niet bekend (komt in meicirculaire gemeentefonds 2022). NB. Dit kan als een positief risico uitpakken. 9. Onvoldoende inzicht in en kennis van contracten De toenemende kwaliteit bij inkoop- en contractmanagement binnen onze GR BAR doen dit risico afnemen. Het omgevingsbeeld waarbinnen wordt geacteerd verandert echter sterk en zorgt voor vele uitdagingen. Trends en ontwikkelingen:  verdere digitalisering van samenleving en aantal diensten.  discipline en communicatie van alle verschillende verantwoordelijken in een ketennetwerkorganisatie waarin de product- en dienstverlening plaatsvindt.  toenemende volatiliteit (snel veranderend), complexiteit en ambiguïteit (vaagheid, dubbelzinnigheid). 10. Uitvallen materiaal / voertuigen buitendienst De coronacrisis en de daarmee verband houdende maatregelen hebben veel invloed. Het is drukker bij de afvalstations. De containers, glas-, papier- en GFT-bakken zijn sneller vol. Het levert zelfs bijkomende veiligheidsrisico’s en noodzakelijke aanpassingen en richtlijnen op. Maar ook het veranderde gebruik van de buitenruimte door alle beperkingen levert een andere werkelijkheid op 25 34/167

die bepalend is voor de inzetbaarheid van de voertuigen en het materiaal. Met het aanhouden van de pandemie is de verwachting dat dit ook (deels) zo zal blijven. Trends en ontwikkelingen:  toename en veranderd gebruik buitenruimte.  toename gebruik afvaldiensten.  lage onderhoudsfrequentie op materiaal uit kostenoverweging vormt een geaccepteerd risico. Financiële kengetallen In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een aantal financiële kengetallen verplicht voorgeschreven. De volgende zijn in beginsel relevant voor onze GR BAR. 1. Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van het totaal van de baten. Het geeft een indicatie van het beslag dat de financieringslasten op de exploitatie leggen en daarmee op de vrije ruimte in de exploitatiebegroting. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. In het algemeen geldt dat een laag percentage beter is dan een hoog. Berekening: Het totaal van de langlopende geldleningen, de korte schulden en de overlopende passiva gedeeld door 1% van de baten in de jaarrekening: 12.746.800 = 15,19% 1% van 83.922.300 2.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen Dit kengetal is hetzelfde als 1 maar hier wordt ook rekening gehouden met de aan de activakant van de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd korter dan een jaar, het saldo van de liquide middelen en de overlopende activa. 5.143.400 = 6,13% 1% van 83.922.300 3. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin een gemeente / GR in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen (reserves) en de totale balansomvang. De solvabiliteit ligt tussen 0 en 100. Hoe hoger dit percentage is, des te gunstiger voor de financiële weerbaarheid. Berekening: Eigen vermogen gedeeld door het totaal van de passiva. Onze GR BAR heeft geen eigen vermogen (= reserves), de helft van de formule is dus 0. Een berekening van dit kengetal zou een vreemde uitkomst geven en is daarom niet gemaakt. Voor de kengetallen 1 en 2 geldt een percentage onder de 90% als goed. Bij een percentage tussen de 90 en 130% is waakzaamheid geboden bij het aangaan van nieuwe geldleningen. Een percentage boven de 130% wordt te hoog bevonden, dan is de schuldenlast eigenlijk te zwaar. Dit maakt dat de uitkomsten hierboven als goed zijn te kwalificeren. Dat komt mede omdat de financieringsbehoefte van onze GR BAR niet zo groot is.

26 35/167

2.2 Paragraaf Financiering In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in en verantwoording afgelegd over de uitvoering van de financieringsfunctie (treasury). Kaders De wettelijke kaders rondom de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Beheersing van de financiële risico’s speelt daarbij een belangrijke rol. In het treasurystatuut van onze GR BAR zijn deze wettelijke kaders verder uitgewerkt. Het statuut schetst de context waarbinnen het treasurybeleid van de GR BAR wordt vormgegeven en beschrijft de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de treasuryfunctie. In 2021 zijn de kaders zoals vastgelegd in dit treasurystatuut gehanteerd. Afdekken reguliere exploitatiekosten en totaalfinanciering Om de treasuryfunctie adequaat te kunnen invullen is de beschikbaarheid van juiste, tijdige en volledige financiële informatie, zoals een betrouwbare liquiditeitsplanning, van essentieel belang. De periodieke bevoorschotting van de deelnemende gemeenten is zoveel mogelijk afgestemd op de financieringsbehoefte en dekken de uitgaande kasstroom van de reguliere exploitatie af. Hierdoor hoeft onze GR BAR over het algemeen geen geldleningen af te sluiten. In 2021 zijn in juni en juli twee kortlopende leningen afgesloten van ieder € 2 miljoen met een looptijd van 25 respectievelijk 53 dagen.

De rente van deze leningen was negatief (-0,2% en -0,1%) en heeft een negatieve rentelast (= een bate) van € 600 opgeleverd. Renterisicobeheer Algemeen Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld: • •

De kasgeldlimiet, die betrekking heeft op leningen met een looptijd tot maximaal één jaar; De renterisiconorm, die betrekking heeft op leningen met een looptijd vanaf één jaar.

Deze twee onderdelen hebben als doel de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijgingen te beperken. • Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximum bedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de decentrale overheid haar activiteiten mag financieren. Het doel van deze limiet is het risico te voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote impact hebben op de rentelasten tijdens het boekjaar. Bij overschrijding van de kasgeldlimiet gedurende drie achtereenvolgende kwartalen moeten deze rapportages worden toegezonden aan de provincie. Met daarbij een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet.

27 36/167

Uit onderstaand schema is af te lezen dat onze GR BAR in 2021 in alle kwartalen onder de gestelde kasgeldlimiet gebleven is. KASGELDLIMIET Bedragen x € 1.000 Omvang begroting per 1-1-2021 Kasgeldlimiet in procenten Kasgeldlimiet in bedrag

0 1.205

74.250 8,20% 6.089 bedragen x € 1.000 2e kw. 3e kw. 667 1.304

1.333 2.188

0 3.334

Gemiddeld saldo schuld (+) of overschot (-)

-1.205

-638

-854

-3.334

Kasgeldlimiet

6.089

6.089

6.089

6.089

Ruimte onder kasgeldlimiet

7.293

6.726

6.943

9.423

Kasgeldlimiet Totaal vlottende schuld Totaal vlottende middelen

€ € 1e kw.

4e kw.

• Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering van aflossingen op bestaande leningen en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Door toepassing van deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie, waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Jaarlijks komt maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. Uit onderstaand overzicht blijkt dat onze GR BAR in 2021 onder de renterisiconorm gebleven is. RENTERISICONORM EN RENTERISICO'S VAN DE VASTE SCHULD bedragen x € 1.000 Renterisico op vaste schuld 1a. Renteherziening op vaste schuld o/g 1b. Renteherziening op vaste schuld u/g 1. Netto renteherziening op vaste schuld (1a - 1b) 2. Betaalde aflossingen 2021 (leningen aan BAR) 3. Renterisico op vaste schuld (1+ 2)

2021 0 0 0 73 73

Renterisiconorm 4a. Begrotingstotaal 2021 4b. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 4. Renterisiconorm

74.250 20,0% 14.850

Toets Renterisiconorm 5a Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3) 5b Overschrijding renterisiconorm (4 - 3)

14.777 n.v.t.

28 37/167

Financiering In het treasurystatuut is bepaald dat onze GR BAR financiering met externe middelen zoveel mogelijk beperkt door gebruik te maken van de beschikbare interne financieringsmiddelen. Hiermee beperken we de renterisico’s en optimaliseren we het renteresultaat. Bij de oprichting van de GR BAR in 2014 zijn materiële vaste activa, betrekking hebbend op de bedrijfsvoering, door de deelnemende gemeenten overgedragen aan onze GR BAR. Per gemeente is destijds een lening verstrekt ter financiering van deze overname. In 2021 zijn er geen nieuwe langlopende leningen aangetrokken. Langlopende leningen Leningen 2021

bedragen x € 1000 hoofdsom 1-1-2021

Barendrecht Albrandswaard Ridderkerk Totaal

43 71 43 156

aflossing

restant hoofdsom 31-12-2021

rentelasten 12 27 34 73

1 3 2 6

31 44 9 84

Renteschema Om inzicht te geven in de rentelasten uit de externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening is onderstaand (verplichte) schema opgenomen: Externe rentelasten over de lange financiering Externe rentelasten over de korte financiering Externe rentebaten Totaal aan de begroting toe te rekenen externe rente Werkelijk aan de begroting toegerekende rente (rente-omslag) Renteresultaat

5.900 -/- 600 0 5.300 5.900 -/- 600

2.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Huisvesting Onze GR BAR maakt gebruik van gemeentelijke huisvesting (gemeentehuizen en -werven). Ten aanzien van de huisvesting is een aantal jaren geleden besloten de eigendomsverhouding van de gebouwen ongemoeid te laten. Onze GR BAR heeft de gebouwen om niet in gebruik van de gemeenten. Het gemeentehuis van Barendrecht en de gemeentewerf Londen zijn eigendom van de gemeente Barendrecht. Het (gemeente-)Huis van Albrandswaard is eigendom van de gemeente Albrandswaard. De gemeente Albrandswaard heeft de gemeentewerf Nijverheidsweg in eigendom en verhuurt die aan de NV BAR-Afvalbeheer. De gemeente Ridderkerk heeft het gemeentehuis van Ridderkerk in eigendom. Voertuigen Na een langdurige aanbestedingsprocedure in 2018 is in februari 2019 een raamovereenkomst getekend door onze GR BAR en Volkswagen Pon Financial Services. Met dit contract kon de GR BARvoor wat betreft de vervanging van het wagenpark efficiënt en effectief inspelen op de 29 38/167

verduurzaming hiervan. De transitie van eigen beheer naar lease zou in 5 jaar plaatsvinden. In 2021 zijn er 17 stuks voertuigen en 4 stuks ondersteunend materieel geleverd. Inmiddels zijn er in totaal 68 stuks voertuigen en ondersteunend materieel vervangen waarvan 46 voertuigen, 14 strooimachines, 3 Schuiven/ploegen en 5 landbouwwerktuigen. Eind 2021 staan nog 7 voertuigen, 2 strooimachines en 2 landbouwwerktuigen in bestelling. Alles wordt in 2022 (het 1e en 3e kwartaal) geleverd. De ontstane vertraging in de overgang van eigen beheer naar lease is hiermee nagenoeg ingelopen. I&A-investeringen (Informatie en Automatisering) Conform de verwachting is in 2021 geïnvesteerd in oplossingen die volgen uit vereisten in wet- en regelgeving. Dit betreft onder meer software voor Vergunningen, Toezicht & Handhaving (VTH) ten behoeve van de Omgevingswet en software om informatie uit verouderde en uit te faseren systemen ook in de toekomst toegankelijk te houden, een vereiste vanuit de archiefwet. Ook informatieveiligheid en privacy hebben tot de nodige investeringen geleid in 2021, zoals een toepassing voor ‘Identity en Access Management’. De landelijke activiteiten door de VNG, waaronder Common Ground, worden minder snel concreet dan verwacht en hebben slechts zeer beperkt en indirect uitgaven tot gevolg gehad.

Procesverbetering en verdergaande digitalisering gaan hand in hand en vormden in 2021 een groot deel van de ICT-investeringen. Dit betrof onder meer de aanschaf en uitrol van zogenaamde eDiensten ten behoeve van dienstverlening. En investeringen in de digitalisering van werkprocessen in het sociaal domein, waaronder de implementatie van eDiensten. De vraag naar dashboards en rapportagemogelijkheden (data gedreven werken) is ook in 2021 weer fors toegenomen en heeft tot investeringen geleid zoals het opleveren van aanvullende dashboards. Door een beperkte capaciteit is de vraag hier groter dan wat gerealiseerd kan worden. Het is maar voor een deel mogelijk dit met ons investeringsbudget op te lossen, interne capaciteit blijft hierbij noodzakelijk. De aangekondigde update van ons zaaksysteem is in 2021 voorbereid. De daadwerkelijke uitvoering heeft door technische vraagstukken nog niet plaatsgevonden. Deze investeringen zijn dus niet gedaan in 2021. Wel zijn andere onderdelen van ons softwarelandschap versneld vernieuwd dan wel uitgebreid zoals de oplossingen voor Beheer Openbare Ruimte en Meldingen Openbare Ruimte. Daarnaast is het centrale I&A investeringsbudget aangewend om ICT-wensen van andere clusters te realiseren.

De vervanging van de hardware ten behoeve van onze kantoorautomatiseringssoftware heeft heel 2021 in het teken gestaan van vertraging en het niet beschikbaar zijn van apparatuur in de markt. De aanbestedingen voor werkplekken en telefoons zijn wel compleet doorlopen en levering heeft plaatsgevonden. De aanbesteding van beeldschermen heeft ook plaatsgevonden en er is definitief gegund, maar de daadwerkelijke levering zal pas (naar verwachting) in april 2022 plaatsvinden. Om die reden wordt een deel van het budget doorgeschoven.

2.4 Paragraaf Bedrijfsvoering Dit is een verplicht voorgeschreven paragraaf (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)). In de paragraaf in de begroting moet ten minste inzicht worden gegeven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. En in het jaarverslag moet hierover verantwoording worden afgelegd. Omdat onze GR BAR alleen bedrijfsvoering betreft is dit al opgenomen in de 30 39/167

programmaverantwoording van deze jaarstukken en is een paragraaf Bedrijfsvoering niet nodig. Naast de hierboven opgenomen paragrafen zijn in het BVV nog drie paragrafen verplicht voorgeschreven: lokale heffingen, verbonden partijen en grondbeleid. Aangezien die niet van toepassing zijn op onze GR BAR zijn ze niet opgenomen. Hieronder volgt een tekst in het kader van de nieuwe opzet van de rechtmatigheidsverantwoording. Toelichting bij de Rechtmatigheidsverantwoording Onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring wijzigt met ingang van het boekjaar 2022 de rechtmatigheidsverantwoording. Tot nu toe geeft de accountant een verklaring over de rechtmatigheid af in zijn accountantsverklaring bij de jaarrekening. In de nieuwe situatie legt het dagelijks bestuur verantwoording af over de rechtmatigheid in de jaarrekening. Om goed voorbereid te zijn op de nieuwe wettelijke verplichting vanaf 2022 heeft het bestuur besloten om deze jaarrekening 2021 te gebruiken als proefjaar. In deze jaarrekening treft u dus zowel een rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur aan volgens het nieuwe wettelijke format, zie pagina 63, als de huidige rechtmatigheidscontrole door de accountant, zie pagina 79. Rechtmatigheid is een juridische term die aangeeft dat overeenkomstig de geldende regels en besluiten is gehandeld.

Voor deze rechtmatigheidsverantwoording geldt een minder omvattend begrip. Het blijft beperkt tot de financiële rechtmatigheid: de rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties. Het gaat om het financiële beheer en de financiële beheershandelingen. Hierbij zijn de volgende drie specifieke rechtmatigheidscriteria van belang: 1. Begrotingscriterium. De financiële handelingen passen binnen het kader van de laatste geautoriseerde begroting (inclusief goedgekeurde wijzigingen). 2. Voorwaardencriterium. De voorwaarden in wet- en regelgeving worden nageleefd, zoals landelijke wetten of door het algemeen bestuur vastgesteld beleid. 3. Misbruik & Oneigenlijk gebruik (M&O) - criterium. Er vindt een toetsing plaats op de juistheid en volledigheid van de gegevens die door derden zijn verstrekt met het oog op het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen door klanten of ambtenaren. Conclusie rechtmatigheid dit onderdeel is nog voorlopig want de accountant moet zijn rapportage nog definitief afronden

De accountant en het dagelijks bestuur komen beide tot hetzelfde oordeel: er zijn geen rechtmatigheidsfouten geconstateerd die moeten meewegen in het oordeel dat onrechtmatig is gehandeld. Er zijn op het gebied van het voorwaardecriterium (inclusief de Wet financiering decentrale overheden en bijbehorende regelingen) en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium geen afwijkingen geconstateerd. Alleen op het gebied van de begrotingsrechtmatigheid is sprake van een grote overschrijding van de lasten. Deze afwijking wordt vooral veroorzaakt door de nieuwe cao die met terugwerkende kracht tot extra lasten in 2021 heeft geleid. Deze lastenoverschrijding kon niet vooraf aan het algemeen bestuur en de raden voorgelegd worden voor goedkeuring en wordt bovendien veroorzaakt door een extern besluit buiten de gemeenten en de gemeenschappelijke regeling en telt daarom in overeenstemming met het bestaande beleid / afspraken niet mee in de weging van onrechtmatigheden. Hier is niet in strijd met de afspraken met de raden en het algemeen bestuur gehandeld.

31 40/167

Evaluatie proefjaar rechtmatigheidsverantwoording In deze jaarrekening (het proefjaar) hebben we ervaring opgedaan met de nieuwe wet en de nieuwe systematiek. We hebben onze interne controle zodanig aangepast en uitgebreid dat we goed kunnen voldoen aan de nieuwe wet. De methodiek uit de huidige wet die wordt toegepast door de accountant wijkt echter aanzienlijk af van de methodiek in de nieuwe wet die wordt toegepast door het dagelijks bestuur. In de oude wetgeving keek de accountant naar afwijkingen van de begroting en rapporteerde alleen afwijkingen die na onderzoek in strijd met de afspraken met de gemeenteraad of het algemeen bestuur (= dus onrechtmatig) bleken te zijn. In de nieuwe wetgeving is dit anders. Alle afwijkingen boven de rapportagegrens zijn onrechtmatig en dienen gerapporteerd en verklaard te worden. Hierdoor ontstaat een afwijkend beeld tussen de rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur en de controleverklaring van de accountant. Het verschil wordt dit jaar vooral verklaard door de overschrijding van de begroting als gevolg van de nieuwe cao. In de huidige (tot en met 2021 geldende) systematiek wordt deze afwijking door de accountant als niet onrechtmatig gewogen, terwijl deze in de nieuwe systematiek in de rechtmatigheidsverantwoording wel als formeel onrechtmatig wordt opgenomen.

Vervolgens wordt daarna toegelicht dat in formele zin de begroting is overschreden, maar dat de afwijking wel past binnen het beleid van en afspraken met het algemeen bestuur en de gemeenteraden. Daarmee is wel het risico aanwezig dat de nieuwe wet (helaas) tot extra ambtelijke en bestuurlijke inspanning leidt, die de wet juist beoogde te verminderen.

32 41/167

B.

Jaarrekening 2021 gemeenschappelijke regeling BAR

42/167

33

3.1 Balans

43/167

34

35 44/167

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgesteld conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (oftewel het BBV, de gemeentelijke boekhoudvoorschriften) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin de uitgangspunten en regels voor het financiële beleid, het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie staan. Algemene grondslagen  De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.  De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.  Gunstige en ongunstige gebeurtenissen, die bekend worden na het opmaken van de jaarrekening en die nadere, voor het inzicht van het algemeen bestuur onontbeerlijke, informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum, worden in de jaarrekening verwerkt tot aan het moment van vaststelling van de jaarrekening. Het gaat dan om gebeurtenissen met materiële bedragen ten opzichte van het totaal van baten en/of lasten.  Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.

Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan bijvoorbeeld de ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken.  Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten, bijvoorbeeld door reorganisaties, dient wel een verplichting opgenomen te worden. Balans  Investeringen (activa) worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht en in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven gedurende de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven.

 Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is.  (Met ingang van het boekjaar 2017 worden investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut - net als investeringen met een economisch nut - geactiveerd en over de verwachte toekomstige gebruiksduur wordt afgeschreven.)  De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.  Liquide middelen en overlopende posten worden tegen nominale waarde opgenomen.  Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting, c.q. het voorzienbare verlies.  Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente-typische looptijd van één jaar of langer.  De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

45/167

36

Onze GR BAR heeft een Nota activabeleid 2015 die op 15 december 2015 is vastgesteld. Er wordt gestart met afschrijven op 1 januari van het jaar volgend op het jaar dat het actief in gebruik is genomen. In de Nota zijn de volgende afschrijvingstermijnen opgenomen: Omschrijving activa

Afschrijvingstermijn

Investeringen met een economisch nut Gebouwen Telefooncentrales

5

Vervoermiddelen Traktoren

15

Vrachtwagens

8

Reinigingsophaalwagens

8

Veegwagens

8

Aanhangwagens

8

Personenwagens

8

Overige gemeentelijke bedrijfswagens

8

Onderhoudsmaterieel

5

Machines, apparaten en installaties Borstelmachines, sneeuwblazers, schuivers

10

Automatiseringsapparatuur

4

Gereedschap

10

Software

5

Software basisadministratie, bijv Key2,GBA

5

Netwerk en bekabeling

4

Audio-visuele middelen

4

Overige tele-communicatieapparatuur

5

Overige materiële vaste activa Inventaris / Meubilair / Stoffering

10

Immateriële vaste avtiva Kosten van onderzoek en ontwikkeling

5

37 46/167

3.2 Toelichting op de balans ACTIVA 1. Vaste activa Materiële vaste activa Boekwaarde

Omschrijving

31-12-2020

Investeringen

Desinvesteringen

Afschrijvingen

Bijdragen van Afwaardering derden

Boekwaarde 31-12-2021

Materiële vaste activa met economisch nut Gebouwen

802.700

-

2.720.100

557.900

302.300

16.800

Overige materiële activa

2.063.600

836.100

TOTAAL

5.888.700

1.410.800

Machines, apparaten, installaties Vervoermiddelen

2.

-

75.700

-

-

727.000

953.000

-

-

2.325.000

78.300

-

-

240.800

582.800

147.000

-

2.169.900

1.689.800

147.000

-

5.462.700

Vlottende activa

Uitzettingen met rente-typische looptijd korter dan één jaar Deze uitzettingen zijn onderverdeeld in drie categorieën, namelijk vorderingen op openbare lichamen, uitzettingen in ’s Rijks schatkist en overige vorderingen. In onderstaande tabel is een specificatie weergegeven met daaronder een toelichting. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

saldo 31-12-2020

mutaties

saldo 31-12-2021

Vorderingen op openbare lichamen: -

Verrekening met gemeenten

269.900

-86.200

183.700

-

Overige semi overheid

30.400

43.200

73.600

300.300

-43.000

257.300

6.440.000

-1.942.600

4.497.400

126.600

-1.500

125.100

6.866.900

-1.987.100

4.879.800

Vorderingen op openbare lichamen

Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen

Totaal

Vorderingen op openbare lichamen Deze vorderingen hebben betrekking op vorderingen op openbare lichamen. Eind 2021 bedraagt deze post € 257.300. Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Op 31 december 2021 is een bedrag van € 4.497.400 gestald in ’s Rijks schatkist. Overige vorderingen De overige vorderingen betreffen privaatrechtelijke debiteuren. Eind 2021 is het saldo € 125.100. Schatkistbankieren Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Gerekend over een heel kwartaal mag het op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden bedrag gemiddeld niet hoger zijn dan het drempelbedrag. 38 47/167

Hieronder volgt een overzicht waaruit het totaal aan middelen is opgenomen dat per kwartaal buiten de schatkist is aangehouden. Het drempelbedrag is daarbij in geen enkel kwartaal overschreden. Drempelbedrag schatkistbankieren Begrotingstotaal 2021

74.250.400

Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage jan t/m juni

0,75%

Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage juli t/m dec

2,00%

Drempelbedrag januari t/m juni

556.878

Drempelbedrag juli t/m december

1.485.008

Afwijking t.o.v. drempelbedrag *) 1e kwartaal

-327.505

2e kwartaal

-337.014

3e kwartaal

-1.252.090

4e kwartaal

-1.257.702

*) Een positief bedrag betekent dat het gemiddelde saldo op de rekening courant hoger was dan het drempelbedrag. Bij een negatief bedrag is onder het drempelbedrag gebleven. Dat laatste is voor alle kwartalen het geval geweest.

Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de banksaldi die als volgt zijn opgebouwd: Liquide middelen

saldo 31-12-2020

Rabobank BAR-Organisatie Rabobank BAR-Organisatie Ideal Totaal

saldo 31-12-2021

mutatie

144.000

106.000

250.000

800

3.800

4.600

144.800

109.800

254.600

Overlopende activa saldo 31-12-2020

Overlopende activa A. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek doel.

mutatie

saldo 31-12-2021

498.100

384.300

882.400

- Nog te ontvangen bedragen

455.200

620.000

1.075.200

- Vooruitbetaalde bedragen

505.100

-24.200

480.900

- VPB betaalrekening

15.000

15.500

30.500

- Tussenrekening salarissen

22.000

-22.000

-

1.495.400

973.600

2.469.000

toevoegingen

ontvangen bedragen

B. overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen

Totaal

ad. A.

saldo 31-12-2020

saldo 31-12-2021

EU: Europees Sociaal fonds met betrekking op re-integratie

498.100

384.300

-

882.400

Totaal

498.100

384.300

-

882.400

39 48/167

In het saldo van de Nog te ontvangen bedragen zit de eindafrekening ad € 603.400 van de coronakosten die is doorbelast aan Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk. Ook zijn er personeelslasten ad € 310.600 voor maatwerk duurzaamheid doorberekend aan de drie gemeenten.

PASSIVA 3. Vaste passiva Eigen vermogen Onze GR BAR heeft per 31 december 2021 geen reserves. Voorzieningen Voorzieningen

saldo 31-12-2020

toevoegingen

t.g.v. rekening

aanwending

saldo 31-12-2021

Voorziening afvloeiing personeelsbestand

268.500

53.800

-128.200

-60.300

133.800

Voorziening Regeling Vervroegd Uittreden

-

185.500

-

-

185.500

Totaal

268.500

239.300

-128.200

-60.300

319.300

Met een aantal medewerkers zijn afspraken gemaakt in het kader van de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) en over begeleide uitdiensttreding. Voor beide is een voorziening gevormd. De financiële gevolgen moeten op grond van de boekhoudvoorschriften (het BBV) in één keer ten laste van het dienstjaar komen waarin de afspraken worden gemaakt. Dit gebeurt in 2021 door het toevoegen van een bedrag van € 53.800 aan de voorziening afvloeiing personeelsbestand en een toevoeging van € 185.500 aan de voorziening RVU. Dit ter dekking van de financiële gevolgen voor de komende jaren van de nieuw gemaakte afspraken in 2021. Die uitgaven zullen nog een aantal jaren doorlopen. Er is voor € 60.300 over de voorziening afvloeiing personeelsbestand beschikt voor de uitgaven die ten laste van 2021 zijn gekomen. Doordat een aantal medewerkers inmiddels een nieuwe baan heeft gevonden zijn de WWverplichtingen voor hen komen te vervallen. Hierdoor kan een bedrag van € 128.200 vrijvallen vanuit de voorziening afvloeiing personeelsbestand. Vaste schulden met een rente-typische looptijd van één jaar of langer Bij de oprichting van onze GR BAR in 2014 zijn voor de overdacht van de vaste activa van de gemeenten naar de GR BAR geldleningen afgesloten met de deelnemende gemeenten. Zie hiervoor ook de toelichting in de paragraaf Financiering.

Vaste schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

saldo 31-12-2020

mutatie

saldo 31-12-2021

Rente

Onderhandse leningen van: Openbare lichamen - Gemeente Barendrecht

42.900

-11.700

31.200

1.300

- Gemeente Albrandswaard

70.700

-26.800

43.900

2.900

- Gemeente Ridderkerk

42.700

-33.900

8.800

1.800

Totaal

156.300

-72.400

83.900

6.000

40 49/167

4.

Vlottende passiva

Netto vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Netto vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

saldo 31-12-2020

mutatie

saldo 31-12-2021

Overige schulden: Verrekening met gemeenten

37.300

150.400

187.700

Overige semi overheid

7.261.300

33.100

7.294.400

Overige crediteuren

1.915.900

-6.700

1.909.200

Totaal

9.214.500

176.800

9.391.300

Overlopende passiva Overlopende passiva Nog te betalen bedragen Af te dragen premies Voorschotten salarissen Vooruit ontvangen Subreg. Samenwerking (Expl.509050) Totaal

saldo 31-12-2020

saldo 31-12-2021

mutatie

3.734.600

-1.348.300

2.386.300

823.000

61.500

884.500

600

200

800

198.300

-198.300

-

4.756.500

-1.484.900

3.271.600

In het saldo van de Nog te betalen bedragen valt dit jaar een bijzondere post op. Dat betreft het bedrag van € 1.239.000 dat is opgenomen voor de financiële gevolgen voor 2021 van de nieuwe cao.

41 50/167

Niet uit de balans blijkende verplichtingen Contracten * Multifunctionals Voor de multifunctionals - inclusief repromachine - is na een Europese aanbesteding een contract met OSN Nederland afgesloten. Het contract is gestart op 1 februari 2019 en de einddatum is 31 januari 2024, met een optie tot verlenging van twee maal twaalf maanden. De in de begroting opgenomen kosten voor dit contract bedragen € 68.000 en omvat afdrukkosten, huur inclusief onderhoud en het oplossen van storingen, losse bestellingen en eventuele kosten van reparatiewerkzaamheden die buiten het contract vallen. Onder het totale budget voor kantoormachines, dat hoger is dan dit contract, vallen ook de contracten voor de frankeermachine, couverteermachines en plotters. * Drankenautomaten Voor de drankenautomaten heeft in 2017 een Europese aanbesteding plaatsgevonden en is een contract met Pelican Rouge (inmiddels Selecta) afgesloten. Het contract is gestart op 1 augustus 2017 en eindigt van rechtswege op 31 juli 2022, met een optie tot verlengen van twee maal twaalf maanden. Het gaat om een full service contract waarbij een vaste, integrale consumptieprijs per tik is afgesproken. Het totaalbudget voor dit account is € 150.000 per jaar.

* Operationele lease voertuigen en materieel buitendienst Na een Europese aanbestedingsprocedure is in februari 2019 een raamovereenkomst door onze GR BAR en Volkswagen Pon Financial Services getekend. De overeenkomst betreft “Operationele lease voertuigen en Operationele lease voertuigen en materieel”. Met dit contract kon de GR BAR voor wat betreft de vervanging van het wagenpark efficiënt en effectief inspelen op de verduurzaming hiervan. Het contract is gestart op 1 februari 2019 en heeft als einddatum 31 januari 2023, met een optie tot verlenging van tweemaal één jaar. De transitie van eigen beheer naar lease vindt in vijf jaren plaats. De in de begroting opgenomen contractwaarde gedurende de duur van het contract, inclusief verlengingen, loopt per jaar gefaseerd op van € 598.300 naar € 1.077.700. * Onderhoudscontract software Centric via de softwarebroker SoftwareOne. De applicaties van Centric worden ingezet bij tal van processen om een goede dienstverlening aan de burgers te ondersteunen. Voorbeelden zijn de diverse applicaties op het gebied van het Sociaal Domein, de financiële administratie, Burgerzaken, Informatiebeheer en Vergunningen. Hiervoor is een vijfjarige onderhoudsovereenkomst afgesloten voor de periode 2022 - 2026 via de softwarebroker SoftwareOne.

Net als bij het vorige contract blijft het mogelijk modules af te stoten en nieuwe op te nemen, want deze modules ondersteunen de uitvoering van wettelijke taken en die wijzigen steeds. De onderhoudskosten gedurende het eerste contractjaar 2022 bedragen € 626.100. Vennootschapsbelasting Onze GR BAR betaalt vennootschapsbelasting (Vpb) over de winst die met ondernemingsactiviteiten wordt behaald. Tot en met 2020 zijn definitieve aangiften vennootschapsbelasting ingediend. Op dit moment hebben we van de Belastingdienst de definitieve aanslagen tot en met 2019 ontvangen. Deze zijn conform de ingediende aangiften vastgesteld en zijn daarmee ook conform de daarbij gehanteerde standpunten. Voor het belastingjaar 2021 wordt in de loop van het jaar 2022 de aangifte opgesteld en ingestuurd. Hier liggen immers de werkelijke cijfers over het jaar 2021 aan ten grondslag. De Vpb-last 2021 wordt ingeschat op € 1.400 en dit is verwerkt in deze jaarrekening. De verwachting is verder dat de Belastingdienst de aanslag Vpb 2020 ook conform de aangifte zal vaststellen. Voor het jaar 2021 moeten de berekeningen nog definitief worden gemaakt en moet de 42 51/167

definitieve aangifte nog worden ingediend. Hier kunnen nog financiële correcties uit voortvloeien, maar die zullen naar de mening van onze GR BAR niet materieel zijn. Afwikkeling lopende geschillen Op het moment van opstellen van deze jaarrekening lopen er geen geschillen. Herwaardering managementfuncties BAR2020 In november 2021 heeft het dagelijks bestuur ingestemd met een herwaardering van de managementfuncties van onze GR BAR. De gevolgen van een eventuele herwaardering zullen met terugwerkende kracht per 1 januari 2021 ingaan. De opdracht voor de herwaardering is begin 2022 verstrekt aan een externe partij. De verwachting is dat de financiële effecten over 2021 pas rond de zomer van 2022 bekend zullen zijn.

43 52/167

3.3 Overzicht van baten en lasten 2021 Omschrijving programma Programma Bedrijfsvoering Gerealiseerde kosten Overhead Vennootschapsbelasting Bijdrage deelnemende gemeenten Gerealiseerd totaal saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat

Raming begrotingsjaar voor wijziging

Raming begrotingsjaar na wijziging

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

1.405.100

-38.262.700

-36.857.600

482.500

-43.509.800

-43.027.300

1.195.600

-43.383.800

-42.188.200

881.200

-38.253.000

-37.371.800

435.200

-39.245.700

-38.810.500

776.300

-40.542.300

-39.766.000

-

-21.000

-21.000

-

-6.500

-6.500

-

3.800

3.800

74.250.400

81.844.300

81.844.300

81.950.400

-

81.950.400

74.250.400

Realisatie begrotingsjaar

76.536.700

-76.536.700

-

82.762.000

-82.762.000

-

83.922.300

-83.922.300

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

44 53/167

3.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten In het vorige onderdeel 3.3 is dit jaar voor het eerst het Overzicht van baten en lasten exact opgenomen zoals dat is voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten. Hieronder volgt het overzicht zoals dat voorheen was opgenomen in de jaarstukken waarin de baten en lasten zijn gerubriceerd naar kostencategorieën en een kolom verschil is opgenomen.

Rekeningsaldo 2021 Het resultaat van de GR BAR over 2021 is € 345.500 positief. In dat saldo zit begrepen het voorschot dat op de afrekening van het rekeningsaldo is genomen doordat de in 2021 voor corona gemaakte kosten al op voorhand naar de gemeenten zijn 45 54/167

doorberekend. Zie ook de toelichting bij het onderdeel Bijdragen deelnemende gemeenten op bladzijde 51. De totale begrote bijdrage van de deelnemende gemeenten bedraagt € 79.531.900. De werkelijke lasten 2021 voor de GR BAR zijn per saldo € 79.186.400. Het rekeningoverschot 2021 ad € 345.500 is vervolgens via de bijdragen verrekend met de gemeenten, c.q. de gemeenten hebben geld teruggekregen. Dit gebeurt in het dienstjaar 2021. Dit is verwerkt in het Overzicht van baten en lasten waardoor het overzicht in 2021 sluit op € 0. Zes jaaroverschrijdende projecten In het rekeningsaldo zitten de naar het jaar 2022 overlopende bedragen bij zes jaaroverschrijdende projecten verwerkt. Dit zijn incidentele budgetten die op het eind van het jaar tegen de verwachting in niet of nog niet geheel zijn afgerond waardoor het budget doorschuift naar het volgende begrotingsjaar. De gemeenteraden hebben voor deze incidentele projecten middelen beschikbaar gesteld. De afspraak is dat onze GR BAR geen budget mag doorschuiven naar volgende jaren. Het rekeningsaldo wordt ieder jaar verrekend met de gemeenten / de gemeentelijke bijdragen. Met de verrekening van het rekeningsaldo gaan de naar het jaar 2022 overlopende bedragen bij de jaaroverschrijdende projecten ook naar de gemeenten.

Om het mogelijk te maken de al eerder beschikbaar gestelde budgetten ook in 2022 te kunnen gebruiken verzoeken wij de drie gemeenten om bij hun jaarrekeningen via de resultaatbestemming deze zes overlopende bedragen door te schuiven naar 2022 en in 2022 opnieuw ter beschikking te stellen aan onze GR BAR. Dat gebeurt dan in de 1e tussenrapportages 2022 van de gemeenten en de GR BAR. Het gaat dit jaar om de volgende budgetten: 1. Implementatie Omgevingswet: overloop naar het jaar 2022 € 524.200. In 2021 was een budget beschikbaar van € 577.300. Het overschot is vooral een gevolg van het door de rijksoverheid in 2020 bepaalde uitstel van de invoeringsdatum van de wet naar 1 juli 2022. Dit werd veroorzaakt door de onzekerheden rondom de ontwikkelingen van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO, een landelijke voorziening). Hierdoor schuiven voor 2021 geplande activiteiten en uitgaven door naar 2022. Het uitstel brengt ook voor een langere periode programmabegeleidingskosten met zich mee. Het budget zal in 2022 ook worden ingezet om als organisatie gesteld te staan voor de Omgevingswet, met name voor het taakgebied Milieu. Het jaar 2021 is gebruikt om zorgvuldig in beeld te brengen op welke onderwerpen acties nodig zijn om milieuonderwerpen te kunnen implementeren in de verschillende instrumenten.

Omdat in de verschillende wetsinstrumenten rond de Omgevingswet vaak nog lang onduidelijkheid was over milieuonderwerpen kon dit pas in 2021 goed in beeld gebracht worden. Op 24 februari 2022 heeft de rijksoverheid aangegeven dat de invoering van de Omgevingswet opnieuw wordt uitgesteld en wel tot 1 januari 2023. Volgens de minister biedt het uitstel ruimte aan alle betrokken partijen om nog goed te kunnen oefenen met het nieuwe digitale systeem en de nieuwe procedures. Dit uitstel heeft vooralsnog geen gevolgen voor het budget implementatie omgevingswet. Er wordt doorgegaan met de voorbereidingen voor de implementatie van de wet, waaronder de aanschaf van software en het tijdig oefenen hiermee. 46 55/167

2.

Optimalisatie fiscale beheersing 2021 - 2022: overloop naar het jaar 2022 € 75.000 In 2021 was een budget beschikbaar van € 95.000. In het traject naar een nieuw Horizontaal Toezicht-convenant met de Belastingdienst gelden meerdere stappen. Voor al deze stappen heeft onze GR BAR een uitvoeringsbudget voor de jaren 2021 en 2022. Door het later beschikbaar komen van ‘best practices’ Doorontwikkeling Horizontaal Toezicht (DHT) van de Belastingdienst schuift een groot deel van de werkzaamheden en daarmee ook een deel van het uitvoeringsbudget voor 2021 door naar 2022. Deze ‘best practices’ DHT zouden eind 1e kwartaal 2021 beschikbaar komen maar dat is 13 januari 2022 geworden. Aangezien wij de ‘best practices’ zo optimaal mogelijk willen gebruiken moesten onderdelen van het traject getemporiseerd worden. De Belastingdienst heeft inmiddels aangegeven dat de realisatieperiode voor DHT met 1 jaar wordt verlengd van eind 2022 naar eind 2023. Om de 8 stappen volledig te kunnen doorlopen is het noodzakelijk dat het restantbudget 2021 doorschuift naar 2022. In het jaar 2021 zijn de stappen 1: Fiscale audit/ self assessment en 2: Vaststellen fiscaal statuut door gemeenten volledig afgerond. Stap 3: Risico-analyse BAR met actielijst zal eind 1e kwartaal 2022 worden opgeleverd.

De stappen 4 tot en met 8 (vanaf Implementatie beheersmaatregelen tot en met Optioneel afsluiten nieuw convenant doorontwikkeling HT) volgen vanaf het 2e kwartaal 2022. Eventuele structurele kosten voor de borging van het nieuwe HT worden in een later stadium bekend en zullen dan worden meegenomen in de P&C cyclus.

3. Project digitaliseren bouwdossiers: overloop naar het jaar 2022 € 210.000 In 2021 was een budget beschikbaar van € 210.000. De Europese aanbesteding van dit project was dusdanig complex dat het een groot deel van het jaar 2021 in beslag heeft genomen. Op 4 november 2021 heeft de definitieve gunning plaats gevonden. Daarbij is een vast budget van € 200.000 afgesproken. De eerste, verkennende werkzaamheden zijn gestart op 15 november 2021. Voordat begonnen kan worden moeten leverancier en GR BAR een proces inrichten en werkzaamheden voorbereiden. De daadwerkelijke werkzaamheden zijn gestart op 13 januari. Op die dag heeft het eerste transport van bouwdossiers naar de leverancier plaats gevonden. De eerste teruglevering wordt half maart 2022 verwacht. Naar verwachting zal het project 31 december 2022 zijn afgerond. Afgesproken is dat dat de leverancier na elke oplevering van 60 meter analoge dossiers een factuur mag sturen. Verzocht wordt het hele bedrag van het oorspronkelijke budget van € 210.000 te mogen doorschuiven zodat er wat ruimte is mochten aanvullende opdrachten nodig blijken. 4. Uitvoeringsplan Informatieveiligheid en Privacy (I&P): overloop naar het jaar 2022 € 60.500 In 2021 was een budget beschikbaar van € 200.000. Vanuit het Uitvoeringsplan I&P zijn 3 projecten gestart die doorlopen tot in 2022.

Het breed onderzoek zelf is afgerond, de volgende fase is het uitwerken van de vervolgstappen. Daarnaast is een pilotproject gestart bij het cluster Maatschappij. Hiervoor worden een kwaliteitsmedewerker, een applicatiebeheerder en een projectleider ingehuurd. De werkzaamheden zijn pas na de zomer gestart en waren eind 2021 niet afgerond. Voor de inrichting van de monitoring en logging aan de automatiseringskant bij het implementeren van het 8 punten security plan moet een aantal stappen nog worden gezet in 2022. Voor deze stappen is voor de voorbereiding en de implementatie inzet van externe specialisten nodig. 47 56/167

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11556491/1