CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2021 BD.pdf

commissie Planning en Control 20 juni 2022, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Jaarstukken 202138.705 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Realisatie 2020

Prognose 2021

Realisatie 2021

Netto schuldquote

79,4%

101,9%

90,5%

Netto schuldquote gecorrigeerd

78,9%

101,2%

90,5%

Solvabiliteitsratio

26,9%

23,7%

24,7%

Structurele exploitatieruimte

-0,3%

-2,9%

-3,9%

Grondexploitatie

7,7%

3,1%

5,2%

Belastingcapaciteit

107,5%

113,6%

113,6%

De waarden van de kengetallen op de hieronder afgebeelde kengetallenmonitor zijn ingedeeld in 3 categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest.

Paragrafen

65

Jaarstukken 2021

Kengetal

Categorie A

Categorie B

Categorie C

Netto schuldquote

<90%

90-130%

>130%

Netto schuldquote gecorrigeerd

<90%

90-130%

>130%

Solvabiliteitsratio

>50%

20-50%

<20%

Grondexploitatie

<20%

20-35%

>35%

Structurele exploitatieruimte begroting

>0%

0%

<0%

Belastingcapaciteit

<95%

95-105%

>105%

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. De berekening van de netto schuldquote ziet er als volgt uit: bedragen * 1.000 Netto schuldquote

Realisatie

Prognose

Realisatie

2020

2021

2021

Vaste schulden

+

117.558

127.696

127.696

Netto vlottende schuld

+

14.426

7.448

9.962

Overlopende passiva

+

Totale bruto schuld

9.935

9.935

20.778

141.919

145.079

158.436

Financiële activa (excl. kapitaalverstr. , leningen)

-

0

0

589

Financiële activa (verstrekte leningen)

-

674

660

31

Uitzettingen < 1 jaar

-

10.627

9.392

29.106

Liquide middelen

-

428

0

1.291

Overlopende activa

-

13.585

12.025

11.993

Totale netto schuld

117.279

123.662

115.457

Totale netto schuld gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

116.605

123.002

115.426

H. Totale saldo van baten (excl. mut. res.)

147.749

121.411

127.608

Netto schuldquote

79,4%

101,9%

90,5%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

78,9%

101,3%

90,5%

In 2020 was de schuldquote incidenteel lager door de verkoop van de aandelen Eneco voor ruim €18 miljoen. In onderstaand overzicht is de berekening van de solvabiliteitsratio opgenomen. 25% van de bezittingen is gefinancierd met eigen vermogen. Dat is een afname van 2% ten opzichte van vorig jaar. bedragen * 1.000 Solvabiliteit

Realisatie

Prognose

Realisatie

2020

2021

2021

A. Eigen vermogen

59.670

50.514

57.532

B. Totaal passiva

221.800

212.781

231.582

26,9%

23,7%

24,7%

Solvabiliteit

De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering en opbrengsten uit de onroerendezaakbelasting. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (inclusief rente en aflossingen van leningen) te dekken.

Paragrafen

66

Jaarstukken 2021

bedragen * 1.000 Structurele exploitatieruimte

Realisatie

Prognose

Realisatie

2020

2021

2021

A. Totale structurele lasten

-

128.547

129.007

127.503

B. Totale structurele baten

+

124.837

121.411

124.433

C. Totale structurele toevoegingen aan de reserves

-

0

1.426

2.712

D. Totale structurele onttrekkingen aan de reserves

+

3.272

5.350

748

-438

-3.672

-5.034

147.749

125.402

127.608

-0,3%

-2,9%

-3,9%

Totale structurele resultaat E. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Structurele exploitatieruimte

Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Hoe lager het percentage hoe beter. Bij de grondexploitaties is sprake van een laag risico. bedragen * 1.000 Grondexploitatie A. Bouwgronden in exploitatie

Realisatie

Prognose

2020

2021

+ /

2021

11.404

3.804

6.693

11.404

3.804

6.693

147.749

121.411

127.608

7,7%

3,1%

5,2%

Totale bouwgronden B. Totale saldo van baten (excl. mut. res.)

Realisatie

Grondexploitatie

De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Barendrecht zit boven het landelijk gemiddelde met 113%. bedragen * 1.000 Belastingcapaciteit

Realisatie Prognose

Realisatie

2020

2021

201

A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

+

343

326

326

B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

+

177

182

182

C. Afvalstoffenheffing voor een gezin

+

314

373

373

D. Eventuele heffingskorting voor een gezin

-

Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde E. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1 Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar er voor

/

0

0

0

834

882

881

776

776

776

107,5%

113,6%

113,6%

6. Ontwikkeling risicoprofiel Barendrecht In de behandeling van trends en ontwikkelingen worden meer risico’s aangehaald dan het overzicht van de belangrijkste risico’s toont. Trends & ontwikkelingen risicoprofiel Barendrecht In deze paragraaf worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in relatie gebracht met de risico’s van de gemeente. De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door investeringen en maatregelen te treffen. We starten met de drie meest actuele, nieuwe ontwikkelingen sinds 2020. Allereerst stond het jaar 2021 opnieuw in het teken van de coronacrisis. En er zijn door de planbureaus, wetenschappelijke instituten, het bedrijfsleven, overheden, etc. vele verschillende ramingen, voorspellingen en scenario’s gepresenteerd. Gemene deler is de onzekerheid waarmee de crisis gepaard gaat. Voor dit risicoprofiel beperken wij ons tot een positief en negatief scenario over het mogelijke verloop van de verspreiding van Covid19, dat door wetenschappers wordt onderschreven.

Paragrafen

67

Jaarstukken 2021

Positief scenario: valt mee -wintermaanden zijn nog pittig met veel besmettingen en maatregelen. -daarna meer immuniteit opgebouwd. -golven in de ziekenhuizen nemen af. -anticipatie op seizoen effect in de zorg: geplande zorg wordt in zomer ingehaald. Dit scenario gaat ervan uit dat de opgebouwde immuniteit (door hoge vaccinatiegraad, boosters en besmettingen) hoog genoeg gaat zijn, zodat het virus zich minder verspreidt en dus (enigszins) beheersbaar wordt. Negatief scenario: valt tegen -balans van immuniteit en virus wordt niet bereikt. -immuniteit loopt terug. -personeelstekort zorg pas 2023 teruggedrongen. -lagere bereidheid maatregelen te volgen. Dit scenario is minder positief ten opzichte van de immuniteit die opgebouwd wordt, waardoor de besmettingscijfers (met pieken en dalen) hoog zullen blijven. Daarnaast stelt dit scenario dat het personeelstekort in de zorg ervoor zorgt dat de zorg in 2022 nog grotendeels zwaar belast zal blijven. De tweede belangrijke (nieuwe) ontwikkeling is dat er eind 2021 een nieuw kabinet is geformeerd en Rutte IV zijn coalitieakkoord gepresenteerd heeft. Dit heeft gevolgen, positief en negatief, voor de gemeentelijke financiën, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. De kanttekening hier is wel dat nog veel beleid moet worden uitgewerkt (verwacht wordt dit jaar), zodat de precieze gevolgen voor onze gemeente nog onduidelijk zijn.

De derde belangrijk ontwikkeling is dat de energieprijzen en inflatie gestegen zijn en door blijven stijgen in 2022. De verwachting is dat de energiemarkt in 2022 nog erg onrustig zal blijven. De energieprijzen zijn ook een belangrijke oorzaak voor de inflatie, omdat ze de productiekosten omhoog drukken. De onrust op de energiemarkt wordt veroorzaakt door de overgang van fossiele brandstoffen naar een schone energievoorziening en is samen te vatten als het zogenaamde ‘energietrilemma’, waar energiebedrijven en overheden zich nu mee geconfronteerd zien. Dit is de spanning tussen: • schone klimaatneutrale energie; • betaalbare energie (schaarste); • veilige en betrouwbare toegang tot energie. Coronacrisis Met de uitbraak van de coronacrisis in het voorjaar van 2020 is er een nieuwe factor opgetreden met grote impact op het risicoprofiel. Nederland ging 2021 opnieuw in lockdown en er was begin 2022 nog steeds sprake van beperkende maatregelen. Over het algemeen weten we dat de pandemie (bestaande) trends en ontwikkelingen versterkt, vertraagd en kwetsbaarheden en kansen zichtbaar heeft gemaakt. Over de maatschappelijke, sociale en economische impact van de crisis op middellange en lange termijn bestaat veel onzekerheid. Daarentegen zijn meer directe gevolgen steeds meer voel- en zichtbaar. Zo is het (ziekte)verzuim in veel sectoren, mede door quarantainemaatregelen groot.

Dit heeft impact op de uitvoering van dienstregelingen OV, bezetting in cruciale beroepen, lege klassen in het onderwijs etc. Ook zijn negatieve effecten op het welzijn zichtbaar en voelbaar. Dit geldt in het bijzonder voor de kinderen en jongeren. Daarnaast is ook de relatie tussen de overheid en burgers in toenemende mate onder spanning komen te staan. De stemming in de samenleving is explosiever geworden. Dit heeft zich op meerdere momenten in het jaar gemanifesteerd in uit de hand gelopen demonstraties, rellen en andere vormen. Verder moeten we in ieder geval rekening houden met de schade die duidelijk wordt na afloop van de steunpakketten en de keuzes en richting van herstel die het Rijk zal maken. De planbureaus pleitten voor samenhangend herstelbeleid gericht op herstel en transitie. En inmiddels neemt het kabinet ook het initiatief voor een lange termijn strategie. Risico decentralisaties in het sociaal domein Het geconsolideerde risico decentralisatie en transitie sociaal domein blijft groot. Eind 2020 publiceerde het SCP ‘sociaal domein op koers’ en concludeert daarin dat de verwachte effecten van de decentralisaties nog niet op orde zijn. De zelfredzaamheid is niet toegenomen en de kosten zijn niet verminderd. In 2021 bevestigt onderzoek van het SCP ook het toegenomen gebruik van jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning sinds 2015.

De coronacrisis versterkt ook de druk op het sociaal domein. Door de impact op de gezondheid, welzijn en bestaanszekerheid moet rekening gehouden worden met een (verdere) toename van het aantal inwoners met

Paragrafen

68

Jaarstukken 2021

recht op (inkomens)ondersteuning, hulp of zorg. Een aantal ontwikkelingen waar gemeenten mee te maken krijgen is: -de coronacrisis treft meest kwetsbare groepen zowel qua zorg, ondersteuningsvraag als in bestaanszekerheid en inkomen; -de pandemie legt vraagstukken omtrent zorg en veiligheid verder bloot. Denk aan (woon)overlast, multiproblematiek en inburgeringsvraagstukken; -de crisis heeft geleid tot heel veel ‘uitgestelde zorg’ en zorgvraag bij mensen als gevolg van coronabesmettingen. Inmiddels wordt duidelijk dat een coronabesmetting ook tot langdurige fysieke en mentale klachten (long covid) kan leiden; -de druk op mantelzorgers is toegenomen. Eem bijkomende ontwikkeling is dat de uitstroom uit Participatiewet door de coronacrisis mogelijk lager is. De verwachting was eerst ook meer werkloosheid. Er is echter een ongekend lage werkloosheid en een grote vraag naar arbeid. In sommige sectoren is het personeelstekort al nijpend, in andere wordt het de komende jaren verwacht. Er is daarbij niet alleen sprake van een krimpende beroepsbevolking, maar ook een mismatch tussen aanbod en vraag naar bepaalde expertise en beroepen.

Het risico op tekorten in open eindregelingen zoals Schulddienst-, schuldhulp-verlening en bijzondere bijstand Dit risico verhogen is voorsorteren op een mogelijk snel groeiende hulpvraag, als gevolg van een toename van betalingsproblemen en problematische schulden bij particulieren en ondernemers. Inzicht uit het verleden laat, na een crisisperiode een vertraging zien, oplopend tot enkele jaren voor betalingsproblemen en/of problematische schulden zichtbaar worden. De diverse crisis gerelateerde hulppakketten en vormen van uitstel van betaling dragen vooral bij aan vertraging van effecten. Landelijke cijfers van december 2021 laten inmiddels zien dat het aantal hulpverzoeken al toeneemt onder ondernemers die niet meer terug kunnen vallen op eerdergenoemde regelingen. Risicocluster uitvoering Jeugdwet- tekorten die ontstaan in de uitvoering van de Jeugdwet De coronacrisis heeft impact op de lopende uitvoering van de Jeugdwet, denk bijvoorbeeld aan de groeiende wachtlijsten. Zoals eerder aangegeven zijn er onmiskenbaar gevolgen voor het welzijn van de jeugd. Over het geheel gezien zijn er in de achterliggende periode nieuwe kwetsbare groepen kinderen en jongeren in beeld gekomen waarvoor passende en adequate aandacht moet zijn. Het Rijk heeft na de uitspraak ‘arbitrage Jeugd’ extra incidentele middelen voor de Jeugdzorg beschikbaar gesteld.

Deze dekken de structureel toenemende kosten niet, een Hervormingsagenda Jeugd moet tot effectievere besteding van de beschikbare middelen leiden. Echter in het nieuwe coalitieakkoord van kabinet Rutte IV worden de toegezegde financiële middelen opnieuw gekort. De VNG heeft het overleg over de Hervormingsagenda Jeugd opgeschort tot het Rijk weer in lijn met de uitspraak ‘arbitrage jeugd’ gaat handelen. Een verdere toename op aanspraak van Jeugdzorg is daarmee nog steeds een groot risico. Faillissement van derden of instellingen bij wie borgstellingen, garanties, leningen of vorderingen uitstaan kan leiden tot onvoorziene uitgaven Het aantal faillissementen is opnieuw afgenomen. Wanneer de steunpakketten van de rijksoverheid stoppen, worden de eventuele gevolgen van de crisis zichtbaar. 2021 kent (landelijk) een afname van het aantal faillissementen van 43% t.o.v. 2020. Een groter risico is nu dat ‘derden’ hun betalingsverplichtingen niet meer kunnen voldoen door de hoge energieprijzen en inflatie. Financiële en imagorisico’s a.g.v. disfunctioneren van door de gemeente gesubsidieerde instellingen Er zijn financiële en imagorisico’s voor gesubsidieerde instellingen. De coronacrisis heeft ook impact op het werk van onze maatschappelijke partners. We beperken deze risico’s in onze subsidierelaties door financiële bijdragen en vrijstelling van afspraken.

Dat betekent mogelijk wel een mindere bijdrage aan maatschappelijke doelstellingen. Bedrijfsvoeringsrisico’s BAR Organisatie De risico’s die in dit specifieke bedrijfsvoeringsprofiel zijn opgenomen zijn schattingen die zo nauwkeurig mogelijk zijn gemaak,t op basis van lokale en landelijke ontwikkelingen en actuele inzichten in mogelijke scenario’s. In 2021 en 2022 zijn en worden op diverse gebieden maatregelen getroffen, die er voor zorgen dat zowel de maximale financiële gevolgen als de kans van optreden in dit risicocluster afnemen. We zien dat de eisen die worden gesteld aan het beveiligen van gegevens en de regelgeving hieromtrent van invloed is op de

Paragrafen

69

Jaarstukken 2021

ontwikkeling van de risico’s in dit cluster. Er worden continu stappen gemaakt om de beheersing op een hoog niveau te brengen en te houden. Dit vraagt om doorontwikkeling op veel bedrijfsvoeringelementen. Denk hierbij onder meer aan nieuwe taken, het compliant worden, zijn en blijven ten aanzien van wijzigende en nieuwe weten regelgeving, het beschikbaar hebben en houden van de juiste competenties en de hoge eisen aan technische oplossingen en beveiliging van data. Het risico en de onzekerheid dat dit niet continu lukt blijft aanwezig. Risico invoering regelgeving AVG, informatiebeveiliging, wet meldplicht datalekken Dit risico hangt samen met het bedrijfsvoeringsrisico’s van de BAR-organisatie. De gemeente heeft een wettelijke aansprakelijkheid. Er is sprake van een verhoogd risico door een toename van het gebruik van digitale technologie, online informatie en thuiswerken. Ook is mogelijk sprake van een verminderd welzijn en daarmee meer druk op medewerkers. Dit kan leiden tot een minder scherpe inachtneming van de informatiebeveiligingsrichtlijnen. Door grotendeels thuiswerken is er wellicht meer gelegenheid tot problemen met of inbraak in de ICT-systemen. Digitale transformatie van overheidsdienstverlening zorgt ook voor meer vraag van en naar medewerkers met ICT-kennis en goed ontwikkelde digitale vaardigheden.

Verbonden partij heeft een financieel tekort dat niet kan worden gedekt vanuit het weerstandsvermogen van desbetreffende partij/regeling Het geconsolideerde risico van de verbonden partijen blijft gelijk. Risico’s van alle verbonden partijen worden in de loop van 2022, synchroon met het vernieuwen van het beleid, in één cluster samengevoegd en gerelateerd aan de paragraaf verbonden partijen. Voor de verbonden partijen wordt één risicoprofiel opgesteld waarop een risicosimulatie wordt uitgevoerd, waarvan het resultaat getoond zal worden in deze paragraaf. Op deze wijze wordt in beeld gebracht welke risico’s de gemeente loopt als deelnemer van onder meer de verschillende gemeenschappelijke regelingen. Bestuurlijke en financiële verhoudingen Rijk en decentrale overheden (risico Rijksbijdrage gemeentefonds) Er is sprake van een (toegenomen) disbalans tussen financiële en bestuurlijke verhoudingen tussen het Rijk en decentrale overheden. Onder andere de schommelingen in de bijdragen van het gemeentefonds en onzekerheid over de toekomst van de verdeling van het gemeentefonds blijven een risico. In het coalitieakkoord van Rutte IV is opgenomen dat een deel van de middelen voor gemeenten via zogenaamde fondsen worden verstrekt. Dit zal een beslag leggen op de bestuurlijke en ambtelijk organisatie voor het verwerven van middelen voor bijv.

klimaatdoelen, infrastructurele projecten en woningbouw.

Paragrafen

70

Jaarstukken 2021

3. § Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen In de openbare ruimte zijn wegen, civiele kunstwerken, openbare verlichting, riolering, groen, straatmeubilair en speelvoorzieningen onze kapitaalgoederen. Het beheer ervan is de verantwoordelijkheid van de gemeente. Om veilig gebruik en langjarige instandhouding te verzekeren, is onderhoud nodig (dagelijks, planmatig en vervanging). Kapitaalvernietiging moet worden voorkomen. De onderhoudskosten per kapitaalgoed zijn in beheerplannen opgenomen. Onderstaande tabel toont welke beheerplannen er zijn inclusief het gemeentelijk beleid. Beheerplan

Jaar van vaststelling

Jaar van herziening

Financiële reserve/ voorziening

Gemeentelijk beleid

Wegen, fiets- en voetpaden

2020

2024

Nee

- Integrale Visie Openbare Ruimte (2008).

Civiele Kunstwerken

2020

2024

Nee

Groen en Recreatie

2020

2024

Nee

gebieden

- Bomenverordening (2013). - Groenbeleidsplan 'Barendrecht ziet groen' (2008). - Integrale Visie Openbare Ruimte (2008).

Openbare verlichting

2020

2024

Nee

Speelvoorzieningen

2020

2024

Nee

- Appendix duurzaamheid (2015). - Beleidsplan openbare verlichting (2004). - Speelruimteplan 2010-2020 (2009). - Notitie schoolpleinen (2013).

Straatmeubilair en

2015

2021

Nee

Verkeersvoorzieningen

- Parkeernota Barendrecht (2008). - Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

Riolering

2017

2023

Ja

- Het Gemeentelijk Rioleringsplan 20182022.

Waterhuishouding

2020

2024

Nee

- Nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaart van gemeente Barendrecht.

Ja

- Kadernota Vastgoed (2014).

Accommodaties

- Integraal HuisvestingsPlan (IHP) 2016.

Wegen, fiets- en voetpaden (verhardingen) Wegen, fietspaden, trottoirs etc. hebben een cruciale functie in de samenleving. Beheer van onze infrastructuur is dan ook een van onze kerntaken. Met periodieke inspecties en lokale metingen krijgen we informatie over de kwaliteit van onze wegverharding. Met een geautomatiseerd beheerprogramma vertalen we deze informatie naar dagelijks en planmatig wegonderhoud. Verspreid door de gemeente is bestrating vervangen (bijv. Gaffelaar), zijn voetpaden opnieuw bestraat (bijv. Repelwei) of zijn paden voorzien van een nieuwe laag halfverharding (bijv. park Buitenoord). Daarnaast zijn verschillende wegen voorzien van een nieuwe asfaltdeklaag (bijv. Ziedewijdsedijk) en zijn gezaagde kabels- en leidingensleuven opnieuw geasfalteerd (bijv. Dorpsstraat-Oost). Strenge vorst zorgde begin 2021 voor asfaltschade in de Meije en op de rotondes Carnisser Baan/Gdansk en Middeldijk/Middelweg. Om verdergaande schades en daarmee kapitaalvernietiging te voorkomen, zijn deze stukken opnieuw geasfalteerd. Civiele kunstwerken Bruggen, tunnels en grondkerende constructies verdelen we in categorieën. De A-categorie civiele kunstwerken (maatschappelijk het meest belangrijk) inspecteren we minimaal 1x per 3 jaar. De B-categorie 1x per 5 jaar en de C-categorie kunstwerken schouwen we 10-jaarlijks.

Deze volgorde passen we ook toe bij het vaststellen van onderhoudsmaatregelen en vervanging. In 2021 is bij de laatste vijf bruggen in Carnisselande een extra buis aangebracht. Dit om de veiligheid van de bruggen te vergroten. Naast kleine reparaties zijn bij verschillende bruggen dekplanken vervangen of is een

Paragrafen

71

Jaarstukken 2021

nieuwe slijtlaag aangebracht. Acht civiele kunstwerken zijn opnieuw geschilderd waaronder de toogbrug Voordijk-Carnisser Baan. Openbaar groen Barendrecht is een groene gemeente. Ons groen zegt iets over het ontstaan van Barendrecht en zorgt voor een leefbare en gezonde omgeving voor onze inwoners. Ons groenbeheer is daarom gericht op duurzame instandhouding waarbij we onkruid bestrijden, beplanting snoeien en gras maaien. Daarnaast vervangen we dode, niet aangeslagen of beschadigde beplanting en bomen. Ook zijn in 2021 diverse plantvakken gerenoveerd (bijv. Strausslaan-park Nieuweland). Het vervangen van de kastanjebomen langs de Bachlaan (ziekte) en populieren op de Voordijk (afnemende vitaliteit, uitbrekende zware takken, onveilige situaties) waren afgelopen jaar in het oog springende projecten. Openbare verlichting Bij lampvervangingen inspecteren wij visueel onze lichtmasten (gemiddeld elke vier jaar). De stabiliteit/sterkte van lichtmasten wordt gemeten wanneer ze 40 jaar oud zijn. Het streven is om onveilige situaties, vaak gemeld door inwoners, direct op te lossen. De afspraak met Stedin is dat zij een storing aan een lichtmast binnen tien dagen verhelpen. In 2021 zijn langs de Buitenlandse Baan, Binnenlandse Baan en Ziedewijdse Baan nieuwe groengekleurde lichtmachten geplaatst voorzien van nieuwe led-armaturen.

In de tunneltjes onder genoemde wegen is eveneens nieuwe ledverlichting aangebracht. Armaturen hebben een gemiddelde levensverwachting van 25 jaar. Afgelopen jaar zijn zo’n 1.100 armaturen vervangen door nieuwe, duurzame led-armaturen (onder andere Nieuweland en Bijdorp zijn volledig voorzien van nieuwe ledverlichting). Speelvoorzieningen Speelplaatsen zijn de ontmoetingsplekken voor jong en oud. Om de veiligheid ervan te borgen inspecteren wij de speelvoorzieningen 4x per jaar. Een gemiddelde speelplek gaat ongeveer 12 jaar mee. In 2021 zijn 16 plekken opnieuw ingericht, waaronder een speeleiland en een skatevoorziening in het Riederpark. Alle plekken zijn integraal en in samenspraak met de gebruikers en buurtbewoners ingericht. Het speeleiland kreeg een compleet nieuwe en inclusieve (ook voor kinderen met een beperking) inrichting. Naar aanleiding van ca. 100 handtekeningen van kinderen is in samenspraak met hen, een nieuw skatepark ontworpen en in gebruik genomen. Straatmeubilair Straatmeubilair zijn banken, fietsenrekken, hekwerken, afvalbakken etc. Het onderhoud richt zich op schoon, heel en veilig. We vervangen straatmeubilair als het niet meer is te repareren of als de technische levensduur is bereikt. Zo is afgelopen jaar straatmeubilair vervangen op diverse openbaar toegankelijke schoolpleinen.

Riolering Riolering heeft als doel het beschermen van de volksgezondheid, de kwaliteit van de leefomgeving, de bodem en het grond- en oppervlaktewater. Wij zijn daarom verantwoordelijk voor het inzamelen van stedelijk afvalwater en hemelwater. Het beheerbeleid van onze riolering is verankerd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2018-2022 en de kosten worden gedekt uit de rioolheffing. Daarnaast is er een voorziening voor toekomstige vervangingsinvesteringen. Eind 2020 is de stresstest wateroverlast opgeleverd. In nieuwe ruimtelijke ontwerpen houden we vervolgens rekening met de kwetsbaarheden (wateroverlast) die uit de stresstest naar voren zijn gekomen. In 2021 is ca. 45 km. riolering gereinigd waarvan de helft ook is geïnspecteerd. In het hoofdriool zien we weinig verstoppingen en calamiteiten. Wel hebben we te maken met relatief veel wortelgroei in kolk- en huisaansluitingen. Ook is op basis van de inspectieresultaten een rioolrenovatieplan opgesteld voor Buitenoord. Verder zijn de plannen rondom wateroverlast in de Oranjewijk verder uitgewerkt en is verspreid door Barendrecht riolering vervangen (onder andere de Gaffelaar en Carnisseweg). Ook is een deel van de rioolmaatregelen uit de Centrumontwikkeling-Achterom in 2021 uitgevoerd.

Voor de Bevershof is een nieuw gemaal gerealiseerd, het rioolgemaal Smitshoek is gerenoveerd en de besturing van een aantal minigemalen is vervangen.

Paragrafen

72

Jaarstukken 2021

Afvalinzameling Het onderhoud, reiniging en de garantie van de ondergrondse containers is geborgd in een onderhoudsovereenkomst van de gemeente met de leverancier. Het betreft in totaal 909 containers voor restafval, papier/karton, gft en glas. De (ondergrondse) container is onderdeel van de openbare ruimte (onroerende goederen) en komt als investering ten laste van de gemeente. De N.V. BAR Afvalbeheer faciliteert de gemeente in de aanschaf, plaatsing en het onderhoud van de ondergrondse containers. Waterhuishouding Op basis van kwaliteits- en kwantiteitsmetingen van de baggeraanwas bepalen we welke gemeentelijke watergangen worden gebaggerd. Het waterschap baggert haar eigen watergangen, maar als de aanliggende grond van de gemeente is, heeft de gemeente ontvangstplicht. Wij betalen dan ook voor het transport en de afvoer van deze bagger. Als gevolg van coronamaatregelen en beperkingen rondom baggerafzet (strenger overheidsbeleid voor stoffen als PFAS, fosfor en ijzer) was het complex en tijdrovend om in 2021 bagger af te voeren naar de reguliere stortplaatsen. Hierdoor is het niet gelukt om alle geplande baggerwerkzaamheden in 2021 af te ronden. Een groot project in 2021 was het baggeren van De Tramput. Beschoeiingen vervangen we op basis van inspecties waarbij de constructieve veiligheid vaak doorslaggevend is.

In de wijken Paddewei en Molenvliet zijn 2021 diverse beschoeiingen vervangen. Onderhoud openbare ruimte De uitgaven voor het onderhoud van de openbare ruimte in 2021 zijn als volgt: onderhoud openbare ruimte

2021

groen

2.733.866

riolering

2.044.144

wegen

1.713.697

straatreiniging

661.878

water

656.109

kunstwerken

144.543

openbare verlichting

136.482

gladheidsbestrijding

58.306

totaal

8.149.025

Accommodaties Uitgangspunt voor het beheer en het onderhoud van de gemeentelijke accommodaties is het (blijven) bieden van een hoogwaardig voorzieningenniveau, met kwalitatief goede accommodaties. Met deze accommodaties faciliteert de gemeente beleidsdoelstellingen op het gebied van onderwijs, sport, cultuur, welzijn, etc. Het onderhoud is verdeeld in planmatig-, dagelijks- en storingsonderhoud. Het planmatig onderhoud richt zich op het voldoen aan conditiescore 3 (redelijk/schoon heel en veilig) en uiteraard aan de vigerende wet- en regelgeving. Om schommelingen in uitgaven voor planmatig onderhoud te compenseren is er een reserve onderhoud gebouwen. Dagelijks onderhoud is onderhoud dat vooraf niet voorzien kan worden en meestal door gebruikers gemeld wordt, ook wel meldingenonderhoud genoemd. Onvoorziene kostbare storingen en of wijzigingen in de bouwregelgeving kunnen grote invloed hebben op het budget dagelijks onderhoud. Voor ieder gemeentelijk gebouw is een meerjarenonderhoudsprognose (MJOP) opgesteld. met “Conditiescore 3” conform de NEN 2767.

Paragrafen

73

Jaarstukken 2021

Conditiescore Omschrijving conditie

Toelichting

1

Uitstekend

Incidenteel geringe gebreken

2

Goed

Incidenteel beginnende veroudering

3

Redelijk

Plaatselijk zichtbare veroudering. Functievervulling van gebouw- en installatiedelen niet in gevaar

4

Matig

Functievervulling van bouw- en installatiedelen in gevaar

5

Slecht

De veroudering is onomkeerbaar

6

Zeer slecht

Technisch rijp voor sloop

De gemeente streeft ernaar een voorbeeldfunctie te vervullen als het gaat om duurzaamheid en energiebesparing. Ook vanuit de wet Milieubeheer dienen we duurzame maatregelen toe te passen. De toepassing van duurzame maatregelen combineren wij, indien mogelijk, met planmatig en dagelijks onderhoud. Wanneer vanuit (veranderde) wet- en regelgeving aanpassingen nodig zijn, treden wij in overleg met gebruikers en/of (mede)eigenaren. Op deze wijze geven wij invulling aan participatie. In dit jaar zijn wij verder gegaan met de integratie van beleid en uitvoering op het gebied van duurzaamheid en energiebesparing. Bij diverse accommodaties zijn hiervoor maatregelen getroffen. Daarnaast is gewerkt aan een plan voor het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. Kerncijfers paragraaf kapitaalgoederen Gema l en Gema l en Gema l en Gema l en Gema l en Gema l en Groen Groen Groen Groen Groen Kuns twerken Kuns twerken Kuns twerken Openba re verl i chti ng Openba re verl i chti ng Openba re verl i chti ng Ri ol eri ng Ri ol eri ng Ri ol eri ng Ri ol eri ng Spel en Spel en Spel en Spel en Verkeer Verkeer Verkeer Wa ter Wa ter Wa ter Wa ter Wegen Wegen Wegen Wegen Wegen

Bergbezi nkvoorzi eni ng CVK Drukri ool Groot gema a l (droog) Groot gema a l (na t) Oppervl a ktewa tergema a l Boom Cul tuurbepl a nti ng Gra s Ha a g Na tuurl i jke bepl a nti ng Fi ets -voetbruggen Overi ge kuns twerken Verkeers bruggen/vi a ducten Arma tuur La mp Li chtma s t Drukri ol eri ng Ri ool put Ri ool voorzi eni ng Vri jverva l l ei di ng Kuns tma ti ge va l ondergrond School pl ei nen Speel en s portpl ekken Speel toes tel l en Ma rkeri ng Verkeers bord Verkeers teken (pa a l / dra ger) Na tuurl i jke oever Na tuurvri endel i jke Oever Oeverbes choei i ng Wa terga ng As fa l t Bes tra ti ng Goot Kol ken Overi ge verha rdi ng

Paragrafen

1 9 223 2 60 3 22.924 330.730 2.072.390 52.158 230.523 101 204 45 13.311 13.498 12.937 60.876 8.815 2 340.111 7.376 18 277 1.565 2.905.874 5.165 3.831 29.700 4.522 90.174 721.769 790.259 1.859.815 4.157 32.336 28.714

s tuks s tuks s tuks s tuks s tuks s tuks s tuks vi erka nte meter vi erka nte meter vi erka nte meter vi erka nte meter s tuks s tuks s tuks s tuks s tuks s tuks s trekkende meter s tuks s tuks s trekkende meter vi erka nte meter s tuks s tuks s tuks vi erka nte meter s tuks s tuks s trekkende meter s trekkende meter s trekkende meter vi erka nte meter vi erka nte meter vi erka nte meter s trekkende meter s tuks vi erka nte meter

74

Jaarstukken 2021

4. § Financiering Algemeen In deze financieringsparagraaf beschrijven wij in hoeverre de plannen en acties, die wij in de begroting 2021 hebben beschreven, zijn uitgevoerd. Naast de onderwerpen die verplicht deel uit maken van de financieringsparagraaf, nemen wij u mee in een aantal ontwikkelingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie. Treasurystatuut De wettelijke kaders rondom de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Beheersing van de financiële risico’s speelt daarin een belangrijke rol. De uitwerking van deze kaders zijn vastgelegd in de Financiële Verordening 2018 en het Treasurystatuut 2018. Renterisicobeheer Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s, die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie, zijn twee normen verplicht gesteld. De rente-risiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar en de kasgeldlimiet op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Het doel van deze normen is om de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijging te beperken. Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximum bedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de gemeente haar activiteiten mag financieren.

Het doel van deze limiet is het risico te voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote impact hebben op de rentelasten tijdens het boekjaar. Wanneer in drie opeenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, dient dit te worden gemeld bij de toezichthouder, de Provincie, inclusief een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet. Voor de rente op kortlopende geldleningen geldt dat er vrijwel het hele jaar sprake is geweest van een negatief rentepercentage. Hierdoor ontvingen wij rente over de afgesloten kortlopende leningen. Het is daardoor financieel aantrekkelijk zo lang mogelijk gebruik te maken van kortlopende financiering. In onderstaand overzicht is de toetsing van de kasgeldlimiet voor het jaar 2021 opgenomen. In het eerste en tweede kwartaal hebben we de kasgeldlimiet overschreden. Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000 ) Omvang begroting per 1-1-2021

€ 117.708 8,50%

Kasgeldlimiet in bedrag

€ 10.005 Omschrijving

bedragen x 1.000 euro 1e kw.

2e kw.

3e kw.

4e kw.

Totaal vlottende schuld

17.667

22.000

4.333

1.667

Totaal vlottende middelen

1.799

8.098

12.399

7.497

Gemiddeld saldo schuld (+) of overschot (-)

15.868

13.902

-8.066

-5.830

Kasgeldlimiet

10.005

10.005

10.005

10.005

0

0

18.071

15.835

Ruimte onder kasgeldlimiet

Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering (van aflossingen op bestaande leningen) en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Door toepassing van deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie, waardoor dit

Paragrafen

75

Jaarstukken 2021

renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Jaarlijks komt maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Onder herfinanciering verstaan we het afsluiten van nieuwe leningen ter vervanging van bestaande financieringen en/of aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. In het volgende overzicht geven wij u een beeld van de renterisico’s voor de vaste schuld, waarin zichtbaar is dat we ook dit jaar onder de renterisiconorm zijn gebleven. RENTERISICONORM EN RENTERISICO'S VAN DE VASTE SCHULD (bedragen x 1.000) Renterisico op vaste schuld

2021

1. Netto renteherziening op vaste schuld

(112)

2. Betaalde aflossingen

9.862

3. Renterisico op vaste schuld (1+ 2)

9.750

Renterisiconorm 4a. Begrotingstotaal 2021

117.708

4b. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 4. Renterisiconorm

20% 23.542

Toets Renterisiconorm 5a Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3)

13.792

Renteontwikkeling Renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt zijn belangrijk vanwege de risico’s die ze voor ons in kunnen houden. Wij volgen de renteontwikkelingen daarom ook nauwlettend. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de informatie van geldverstrekkers, waarbij we op ieder moment van de dag de ontwikkelingen kunnen volgen. Zowel de korte als de lange rente zijn het afgelopen jaar laag gebleven. In onderstaande tabel geven wij u inzicht in het renteverloop van lineaire leningen met een looptijd van 20 jaar in de jaren 2020 en 2021. Af te lezen is dat de rente in 2021 een licht oplopende trend laat zien.

Paragrafen

76

Jaarstukken 2021

Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte Algemeen De financieringsbehoefte van de gemeente is afhankelijk van diverse factoren die de inkomende en uitgaande kasstromen beïnvloeden, zoals de investeringsplanning, de inkomsten en uitgaven van grondexploitaties en mutaties in de geldleningenportefeuille. We maken gebruik van een liquiditeitsplanning om zicht te krijgen en te houden op de financieringsbehoefte. Leningenportefeuille In de eerste helft van 2021 hebben wij (tijdelijke) liquiditeitstekorten gefinancierd met kortlopende leningen. In juli is, conform begroting, een langlopende lening van € 20 miljoen afgesloten, waardoor we aan de kasgeldlimiet bleven voldoen. De totale omvang van onze leningenportefeuille is in 2021 toegenomen. In onderstaand overzicht is het verloop van de opgenomen langlopende leningen zichtbaar. Het gemiddelde van de rente (op basis van de stand per 1 januari) op langlopende leningen is gedaald naar 1,63 % in 2021 ten opzichte van 1,81% in 2020. Overzicht Langlopende Leningen (bedragen x 1.000)

1-12021

1-12022

1-12023

1-12024

1-12025

Stand leningen

117.559 127.697 132.622 132.319 130.864

Nieuwe lening

20.000

15.787

11.348

10.117

4.510

Reguliere aflossingen

9.862

10.862

10.862

10.215

10.215

0

0

789

1.357

1.863

Nieuwe aflossingen De cursief weergegeven bedragen betreffen de geprognotiseerde nieuwe leningen en aflossing o.b.v. de begroting 2022.

Verstrekte leningen In onderstaand overzicht hebben wij voor u de leningen, die aan derden zijn verstrekt, in beeld gebracht. In 2021 zijn geen nieuwe leningen verstrekt en is door alle geldnemers op tijd voldaan aan de rente- en aflossingsverplichtingen van de lopende leningen. Kredietrisico op verstrekte leningen Saldo Naam geldnemer

Saldo

uitzetting

(bedragen x 1.000)

%

Spruit B.V.

3,00

Mutaties

31-12-2020

uitzetting

in 2021 4

31-12-2021 -1

3

Particulier i.v.m. grondverkoop

3,00

1

-1

0

BAR-Organisatie

n.v.t.

43

-12

31

48

-14

34

Totaal verstrekte gelden

Liquiditeitsplanning Om de treasuryfunctie adequaat te kunnen invullen is beschikbaarheid van juiste, tijdige en volledige financiële informatie van essentieel belang. Met behulp van een betrouwbare liquiditeitsplanning krijgen wij een beter beeld van de te verwachten inkomsten en uitgaven en de mogelijke financieringsbehoefte. Het verloop van de inkomsten en uitgaven van investeringen en grondexploitaties blijft echter lastig te voorspellen. Continue verbetering van de sturing op de uitgaven en inkomsten is daarom nog steeds een aandachtspunt. Bij de tussenrapportages houden we u op de hoogte van relevante ontwikkelingen op dit gebied. Renteomslag In de paragraaf financiering van de begroting 2021 heeft u inzicht gekregen in de rentelasten en het renteresultaat. Ook de manier waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, programma’s en taakvelden hebben wij daarin beschreven. Bij de begroting 2021 is de omslagrente vastgesteld op 1,1%. Het werkelijke percentage voor 2021 is 0,90%, zoals in het overzicht hierna te zien is.

Paragrafen

77

Jaarstukken 2021

Schema rentetoerekening a1.

Externe rentelasten over lange financiering

+/+

1.920.775

a2.

Externe rentelasten over korte financiering

+/+

-45.729

b1.

Externe rentebaten over lange financiering

-/-

1.425

b2.

Externe rentebaten over korte financiering

-/-

0

Saldo rentelasten en rentebaten

1.873.621

c1.

Rente die doorberekend wordt aan de grondexploitaties

-/-

209.010

c2.

Rentelast projectfinanciering die doorgerekend wordt aan betreffende taakveld

-/-

0

c3.

Rentebaat projectfinanciering die doorgerekend wordt aan betreffende taakveld

+/+

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1.

Rente over het eigen vermogen

+/+

d2.

Rente over voorzieningen

+/+

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e.

Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

f.

Renteresultaat op het taakveld treasury

Toe te rekenen rente

0 1.664.611 0 0 1.664.611

-/-

1.856.955 -192.344

1.664.611

Boekwaarde per 1-1-2021

185.082.337

Gemiddelde rente

0,90%

Garantstelling In het verleden zijn garantstellingen verleend voor leningen aan derden. Met het oog op de financiële risico’s die de gemeente hierbij loopt, gaan wij terughoudend om met het honoreren van deze aanvragen. Alleen als het maatschappelijk belang ermee gediend is en er voldoende zekerheden gesteld worden, wordt een garantie verleend. In 2021 heeft het college de nota garantstellingen en leningen vastgesteld. In deze nota zijn de beleidskaders beschreven en geven we handvatten voor de besluitvorming door het formuleren van criteria en voorwaarden. Per 31 december 2021 is het totaal van de directe garantstellingen €11,1 miljoen. Het totaal van de garantstellingen met een achtervangfunctie via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw is €122,7 miljoen. Het risico dat de gemeente loopt bij deze garantstellingen is meegenomen in de berekening van ons weerstandvermogen. Kas -en relatiebeheer Wat betreft het kasbeheer hanteren we al een aantal jaren de volgende uitgangspunten: • het aantal bankrelaties en bankrekeningen wordt zoveel mogelijk beperkt; • dagelijks worden de liquiditeitsoverzichten onderhouden. De Rabobank is onze huisbankier en de BNG is van overheidswege een relatie. In alle gevallen is sprake van een goede relatie, waarbij wederzijds vertrouwen een belangrijke rol speelt.

Verschillende kredietverstrekkers geven regelmatig adviezen over het aantrekken en uitzetten van gelden. Ook in 2021 is regelmatig gebruik gemaakt van de verschillende adviserende instanties, om op die manier optimaal te kunnen profiteren van de beschikbare financiële instrumenten. In ons Treasurystatuut hebben wij de administratieve organisatie, interne controle en informatievoorziening uitvoerig beschreven. Schuldpositie In 2021 zijn de langlopende leningen met €10,1 miljoen toegenomen en de kortlopende leningen met €4 miljoen afgenomen, zoals in het kasstroomoverzicht hierna te zien is. Operationeel was er een tekort van €5,3 miljoen waar een financiering van €6,1 miljoen tegenover staat. Het monitoren van de schuldpositie vinden we van belang en houdt de komende jaren onze aandacht. Gezien de investeringsplanning en de woningbouwplannen is de verwachting dat de schuldpositie de komende jaren zal toenemen. Gezien de schuldquote én de renterisico’s is bewaking van de schuldpositie noodzakelijk.

Paragrafen

78

Jaarstukken 2021

Kasstroomoverzicht Omschrijving

mutatie in 2021 + -

1 2

Operationeel Financiële vaste activa (Im)materiële vaste activa Voorraden (grondexploitaties) Uitzettingen looptijd korter dan 1 jaar Overlopende activa Eigen vermogen/resultaat voor bestemming Voorzieningen Nog te betalen bedragen Overlopende passiva Subtotaal operationeel Saldo operationeel (tekort)

3

Financiering Kortlopende leningen Langlopende leningen Saldo financiering (toename)

845.991 4.104.465 4.711.372 18.479.140 1.591.365 2.437.366 4.299.089 464.102 10.844.010 21.251.212

26.525.688 5.274.476

4.000.000 10.138.211 6.138.211

4=3-2 Saldo operationeel + financiering Mutatie liquide middelen in 2021

863.735 863.735

EMU-saldo Het EMU-saldo is het saldo van inkomsten en uitgaven op transactiebasis in een bepaalde periode. Eenvoudig gezegd geeft het EMU-saldo aan of er in een bepaald jaar met reële transacties meer geld uitgegeven is dan er in dat jaar is binnengekomen. Het EMU-saldo is daarmee een indicatie voor de ontwikkeling van de liquiditeitsen financiële positie (eigen vermogen en schulden) van gemeente(n). Het EMU-saldo van gemeenten draagt bij aan het totale saldo in Nederland. Om de afzonderlijke decentrale overheden een beeld te geven wat dit voor hen betekent, publiceert het Ministerie van BZK, in lijn met de Wet Houdbaarheid overheidsfinanciën (Wet Hof), individuele EMU-referentiewaarden. Een individuele EMUreferentiewaarde betreft geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een provincie of gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. Voor de gemeente Barendrecht is voor 2021 een referentiewaarde van €4.329.000 als negatief EMU-saldo berekend. In 2021 heeft Barendrecht deze referentiewaarde niet overschreden. 2021

Overzicht EMU-saldo (Im)materiële vaste activa

4.104.465

Voorraden (grondexploitaties)

4.711.372

Eigen vermogen/resultaat voor bestemming

-2.437.366

Voorzieningen

-4.299.089

Totaal EMU-saldo

2.079.382

- = tekort en + = overschot

Paragrafen

79

Jaarstukken 2021

5. § Bedrijfsvoering GR BAR-organisatie De bedrijfsvoering wordt vanaf 1 januari 2014 door de GR BAR-organisatie uitgevoerd. Voor een toelichting op de bedrijfsvoering verwijzen wij u naar de jaarstukken 2021 van de GR BAR-organisatie. Onderdeel van de paragraaf bedrijfsvoering is de rapportage over informatieveiligheid: Informatieveiligheid 1.Inleiding/aanleiding: a) VNG resolute "Informatieveiligheid, randvoorwaarde voor de professionele gemeente" Met de VNG resolute "Informatieveiligheid, randvoorwaarde voor de professionele gemeente" van 2013hebben de gemeenten afgesproken de Baseline Informatieveiligheid Gemeenten (BIG) te implementeren. De BIG is de kern van de verantwoording over informatieveiligheid aan de gemeenteraad. De horizontale verantwoording bestaat it de zelfevaluatie, en IT-audit, en verklaring van het college van burgemeester en wethouders en een passage over informatieveiligheid in het jaarverslag. Van BIG naar BIO Vanaf 1 januari 2020 is de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) van kracht. De BIO vervangt de bestaande baselines informatieveiligheid voor Gemeenten, Rijk, Waterschappen en Provincies. Van BIG, BIR, BIR2017, IBI en BIWA naar BIO. Hiermee ontstaat één gezamenlijk normenkader voor informatiebeveiliging binnen de gehele overheid, gebaseerd op de internationaal erkende en actuele ISO normatiek.

b) Verantwoordingsverplichting ENSIA Om aan te tonen dat de gemeente Barendrecht werkt in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving, interne regels en gedragscodes worden gemeenten sinds 2017 jaarlijks onderworpen aan de ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information) audit. Deze ENSIA-audit bestaat uit een zelfevaluatie over de mate waarin de gemeente voldoet aan de afspraken uit de BIO, en horizontale verantwoording aan de gemeenteraad en een verticale verantwoording aan de landelijke toezichthouders zoals LOGIUS (DigiD) en het ministerie (inspectie) van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Suwinet). 2. IB-beleid, doelstellingen en afspraken Gemeenten beschikken over uiterst gevoelige informatie van burgers en hebben zowel de wettelijke als morele plicht om daar zorgvuldig mee om te gaan. Het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Barendrecht draagt als eigenaar van gemeentelijke informatieprocessen en (informatie)systemen de politieke verantwoordelijkheid voor en passend niveau van informatieveiligheid en privacybescherming. 100%-veilig bestaat niet. Risico's worden doelbewust en proactief geaccepteerd en beheerst.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barendrecht stelt, op basis van landelijke en Europese wet- en regelgeving en landelijke normenkaders zoals de BIO, de kaders ten aanzien van informatieveiligheid en privacybescherming voor de gemeente vast. De belangrijkste gemeentelijke informatiebeveiligingsdoelstellingen zijn:  Het zorgvuldig omgaan met informatie en deze gegevens beschermen teen onrechtmatige toegang en/ of misbruik en/of manipulatie;  Het waarborgen van de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid van deze (persoons) gegevens en de continuïteit van de dienstverlening van de gemeente Barendrecht;  Het voldoen aan wet- en regelgeving;  Het beheersen van risico's. Het informatiebeveiligingsbeleid van de gemeente Barendrecht bevat de kaders voor het treffen en onderhouden van en samenhangend pakket van maatregelen teneinde de betrouwbaarheid (beschikbaarheid, integriteit, vertrouwelijkheid en controleerbaarheid) van de informatievoorziening te waarborgen. Het informatiebeveiligingsbeleid van de gemeente Barendrecht is gebaseerd op de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO).

Paragrafen

80

Jaarstukken 2021

3. Algemeen beeld en resultaten afgelopen periode Informatieveiligheid reikt veel verder dan het implementeren van technische informatiebeveiligingsmaatregelen. Het is namelijk een groot misverstand om te denken dat informatieveiligheid iets technisch is. 4. Beheersmaatregelen IB Hieronder wordt en overzicht gegeven van de belangrijkste beheersmaatregelen die bijdragen aan het realiseren van de IB-doelstellingen van de gemeente Barendrecht: a) Het creëren van bewustzijn binnen de organisatie door regelmatig op intranet te communiceren over informatieveiligheid; b) In 2021 hebben de CISO en Privacy Officer meerdere verwerkingsovereenkomsten beoordeeld/opgesteld, inclusief het voeren van de gesprekken met leveranciers en externe partijen hierover; c) Het adviseren bij en het opstellen van het pakket van eisen rondom informatieveiligheid en privacybescherming bij inkoop trajecten. 5.

Realisatie doelstellingen IB-beleid (effectiviteit beheersmaatregelen en risico's) Hieronder wordt en overzicht gegeven van de belangrijkste IB-doelstellingen die zijn gerealiseerd: a) De Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) is in 2021 verder geïmplementeerd binnen de gemeente Barendrecht; b) Het beoordelen en afhandelen van datalekmeldingen en informatiebeveiligingsincidenten (inclusief de vertrouwelijke cyberdreigingen overeenkomstig het Traffic Light Protocol (TLP4) afkomstig van de informatiebeveiligingsdienst voor gemeenten" (IBD)); c) Het adviseren van het (lijn)management/proceseigenaren over de implementatie van informatiebeveiligingsen privacybeschermende beheersmaatregelen voor hun verantwoordelijkheidsgebieden; d) De CISO heeft samen met de domeindeskundige medewerkers van de verschillende afdelingen (ICT, HRM, Backoffice, Sociaal Domein, informatiemanagement) over het jaar 2021 de zelfevaluatie ENSIA uitgevoerd. 6. Incidenten(afhandeling) Cybercriminaliteit heeft de laatste jaren en grote vlucht genomen en geen enkele overheidsorganisatie ontkomt aan pogingen van onbevoegden o informatie buit te maken of om de bedrijfsvoering te verstoren. Cybercriminaliteit is inmiddels "BIG business" en een serieus verdienmodel voor criminelen.

Daarmee is een permanente wedloop ontstaan tussen het implementeren en in stand houden van informatiebeveiligingsmaatregelen en de innovatie in het hacken van organisaties. Op hoofdlijnen onderkennen we de volgende typen cyberdreigingen: 1: Extern en ongericht, bijvoorbeeld grootschalige phishing- en ransomwarecampagnes; 2: Intern en onbedoeld, bijvoorbeeld fouten van medewerkers met incidenten als gevolg; 3: Extern en gericht, bijvoorbeeld doelgerichte pogingen om geld of informatie buit te maken; 4: Intern en gericht, bijvoorbeeld fraude en ondermijnende activiteiten van eigen medewerkers. Ook gemeenten worden hiervan het slachtoffer en staan bloot aan deze cyberdreigingen. We ervaren binnen de gemeente Barendrecht een toename van het aantal cybercrime dreigingen/aanvallen. Helaas betreft het voorkomen van onrechtmatige toegang (door cyberaanvallen/hacking/fraude/ondermijnende activiteiten) tot onze gegevens en het treffen van passende beveiligingsmaatregelen en bewegend doel, waardoor we nooit "klaar" zijn. De dreigingen, kwetsbaarheden en technische mogelijkheden veranderen namelijk constant. 7. Doorkijk prioriteiten voor 2021 informatieveiligheid Hieronder word een overzicht gegeven van de belangrijkste IB-doelstelling voor 20212.

Voor informatieveiligheid zijn deze prioriteiten:  Maken van een Informatiebeveiligingsplan 2022 met een jaarplanning 2022;  Maken van een Bewustwordingsprogramma 2022-2023 met jaarplanning 2022;  P&C-cyclus voor informatieveiligheid is ingericht voor alle afdelingen;  Technische maatregelen groeien mee met het cyberdreigingsbeeld;  De verdere implementatie van de BIO en de bijbehorende verplichte overheidsmaatregelen;  De uitvoering van de ENSIA-cyclus voor de verantwoording over het jaar 2022.

Paragrafen

81

Jaarstukken 2021

6. § Verbonden partijen Inleiding In deze paragraaf wordt eerst de gemeentelijke visie op verbonden partijen beschreven. Vervolgens wordt per verbonden partij specifieke informatie aangegeven. De verbonden partijen zijn daarbij gerangschikt naar de soorten: -gemeenschappelijke regelingen; -vennootschappen en coöperaties; -stichtingen en verenigingen; -overige verbonden partijen. Inhoudelijke beleidsontwikkelingen zijn opgenomen in de programma’s van deze begroting. Ten behoeve van de periode 2022-2026 wordt er een ‘Adviesnota Verbonden Partijen’ opgesteld met daarin aandacht voor doel, inhoud en strekking van de verschillende handelingsperspectieven. Hiernaast bevat deze adviesnota een voorstel ten aanzien van de organisatie, inrichting en rollen die het beleid ten aanzien van de Verbonden Partijen mogelijk maken. Deze adviesnota dient als ‘kwartiermaker’ voor de kadernota voor de periode 2022-2026 en bouwt voort op de vorige kadernota. De nieuwe kadernota sluit aan bij de Wet gemeenschappelijke regelingen die per 1-1-2015 van kracht is en per 1 juli 2022 vernieuwd zal worden en tot doel heeft de democratische legitimatie te versterken. Als de uitvoering van een publieke taak aan een verbonden partij is overgedragen, is het onvermijdelijk dat (volledige) directe invloed/sturing door de gemeente niet langer aan de orde is.

Dit omdat de verbonden partij een eigen bestuur heeft waarin meerdere gemeenten zijn vertegenwoordigd. Om de invloed van de gemeente op verbonden partijen te optimaliseren is in de nota een methodiek opgenomen die deze optimalisatie van invloed moet bewerkstelligen. De invloed van het gemeentebestuur op een verbonden partij is het grootst als deze zich richt op de voorkant van de processen van de verbonden partij. De methodiek die kan worden ingezet om de invloed passend te laten zijn bij de situatie bestaat uit: het proces van positiebepaling; een governance-scan, het bepalen van een passend aansturingsscenario en het daarbij passende instrumentarium.

Paragrafen

82

Jaarstukken 2021

Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling (openbaar lichaam)

Vestigingsplaats

Rotterdam

Doelstelling en openbaar belang

(Brand)veiligheid, vervoer van zieken en ongeval slachtoffers, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding en crisisbeheersing met inbegrip van de multidisciplinaire samenwerking en de Gemeenschappelijke meldkamer. De vorming van veiligheidsregio’s heeft als doelstelling de versterking van de bestuurlijke aansturing van de rampenbestrijding en crisisbeheersing op regionaal en nationaal niveau, alsmede de versterking van de geneeskundige hulpverlening en het regionale beheer van de brandweer.

Relatie met programma

1 Veilige, aantrekkelijke woonomgeving

Deelnemende partijen

15 gemeenten uit het Rijnmond gebied nemen deel aan de VRR

Bestuurlijk belang

Burgemeester Veldhuijzen is lid van het Algemeen Bestuur (+1 plaatsvervangend lid). Bij het nemen van besluiten door het algemeen bestuur brengen de leden voor de gemeente die zij vertegenwoordigen ieder één stem uit, met uitzondering van de leden die een gemeente vertegenwoordigen met een inwonertal boven 50.000. Zij brengen voor elk volgend 50.000-tal, of gedeelte daarvan, één stem meer uit tot een maximum van elf stemmen per gemeente.

Financieel belang

De bijdrage van Barendrecht voor 2021 is: €2.369.474

Eigen vermogen

01-01-2021: €13.067.221 31-12-2021: €5.085.215

Vreemd vermogen

01-01-2021: €70.887.141 31-12-2021: €96.224.925

Financieel resultaat

2021: €195.699

Risico's

*Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare risico's. Het gaat hier om juridische gevolgrisico's, zoals claims. *Personele capaciteit brandweervrijwilligers. *Deeltijdregeling brandweervrijwilligers. *Spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg. *Financiële gevolgen van schade die niet meer of beperkt verzekerbaar is. * Alarmering bevolking. * Vertraagd tempo en of onvoldoende aanpassing bijdragen van stakeholders van de VRR t.b.v. kostenontwikkeling. * Effecten en kosten als gevolg van grote crises. *Contract ambulance zorgverzekeraars 2021.

Ontwikkelingen

Verschuiving van de klassieke branden en hulpverleningen naar 'nieuwe crises'. Nieuwe crises vragen om een andere aanpak. Een aanpak vanuit meerdere disciplines, die samen aan de slag moeten.

Paragrafen

83

Jaarstukken 2021

Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Vastgoedinformatie, Heffing en Waardebepaling (SVHW) Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling (openbaar lichaam)

Vestigingsplaats

Klaaswaal

Doelstelling en openbaar belang

Het SVHW houdt zich bezig met de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen, de waardebepaling, in het kader van de wet WOZ.

Relatie met programma

Algemene Dekkingsmiddelen

Deelnemende partijen

Een Waterschap, RAD en 20 gemeenten

Bestuurlijk belang

Bevoegdheden van het College m.b.t. heffing en invordering belastingen, WOZ is overgedragen aan de VP. Het Algemeen Bestuur is het hoogste bestuursorgaan van het SVHW. De gemeente is vertegenwoordigd in de Ambtelijke Commissie: 1 lid (accounthouder VP), het Algemeen- en Dagelijks Bestuur: 1 lid (wethouder Bults)

Financieel belang

De bijdrage van Barendrecht voor 2021 is: €365.078

Eigen vermogen

01-01-2021: €700.000 31-12-2021: €598.000

Vreemd vermogen

01-01-2021: €7.194.000 31-12-2021: €6.159.000

Financieel resultaat

2021: €228.000

Risico's

Uittreding van deelnemers waardoor de kosten voor de overgebleven deelnemers gaan stijgen.

Ontwikkelingen

Uittreding van deelnemers waardoor de kosten voor de overgebleven deelnemers gaan stijgen.

Paragrafen

84

Jaarstukken 2021

Gemeenschappelijke Regeling DCMR Milieudienst Rijnmond (DCMR) Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling (openbaar lichaam)

Vestigingsplaats

Schiedam

Doelstelling en openbaar belang

Advisering en ondersteuning van gemeentelijke milieutaken. De DCMR heeft een algemene adviestaak met betrekking tot milieu, adviseert ten aanzien van vergunningverlening en handhaving in het kader van de wettelijke taken als gevolg van de Wet Milieubeheer en ondersteunt de gemeente t.a.v. de uitvoering van het Besluit Bodemkwaliteit.

Relatie met programma

3 Verduurzamen

Deelnemende partijen

15 Rijnmondgemeenten en de provincie Zuid-Holland

Bestuurlijk belang

1 lid Algemeen Bestuur (wethouder De Jonge)

Financieel belang

De bijdrage van Barendrecht voor 2021 is: €688.597

Eigen vermogen

01-01-2021: €6.038.000 31-12-2021: €4.866.000

Vreemd vermogen

01-01-2021: €10.511.000 31-12-2021: €12.724.000

Financieel resultaat

2021: -€954.000

Risico's

Controle over en sturing op het financieel resultaat. De komst van de Omgevingswet zorgt voor wat onzekerheid in deze. Ook corona heeft hier aan bijgedragen in 2021.

Ontwikkelingen

De invoering van de Omgevingswet stond op 1-1-21 nog gepland per 1-7-2022. Dit is in 2021 weer doorgeschoven naar 1-1-23. Dit vraagt steeds om nadenken en anticiperen op kosten, voorbereiding en uitvoering. Samen met alle participanten bereidde DCMR zich voor op de naderende wetswijziging, o.a. door inzicht te krijgen in de (milieu)kwaliteit van het gebied op basis van toegankelijke data. De DCMR ontwikkeld zich steeds meer tot een datagedreven organisatie. Het toezicht wordt weer gebiedsgericht georganiseerd, met behulp van steeds meer innovatie rond meldkamer en toezichtinstrumenten.

Paragrafen

85

Jaarstukken 2021

Gemeenschappelijke Regeling Gezondheidsdienst RotterdamRijnmond (GGD RotterdamRijnmond) Rechtsvorm

Gemeenschappelijke Regeling (openbaar lichaam)

Vestigingsplaats

Rotterdam

Doelstelling en openbaar belang

Gezamenlijke uitvoering wettelijke verplichtingen van gemeenten in het kader van de Wet Publieke Gezondheid. De doelstelling: Een evenwichtig productenaanbod zoveel mogelijk gericht op lokale problematiek. In zijn algemeenheid het verbeteren van de volksgezondheid van de bevolking.

Relatie met programma

2 Zorgen voor elkaar

Deelnemende partijen

Gemeenten regio Rijnmond

Bestuurlijk belang

De gemeente heeft bestuurlijke inbreng als lid van het Algemeen Bestuur (wethouder Roopram)

Financieel belang

De bijdrage van Barendrecht voor 2021 is: €345.342

Eigen vermogen

01-01-2021: Niet van toepassing 31-12-2021: Niet van toepassing

Vreemd vermogen

01-01-2021: Niet van toepassing 31-12-2021: Niet van toepassing

Financieel resultaat

2021: Niet van toepassing

Risico's

In tegenstelling tot andere gemeenschappelijke regelingen zijn op dit moment niet de deelnemende gemeenten risicodragend voor de GGD-RR, maar is dit de gemeente Rotterdam. De GGD-RR is onderdeel van de gemeentelijke organisatie van Rotterdam en legt verantwoording af aan het college van de gemeente Rotterdam. Hoewel op dit punt momenteel geen veranderingen verwacht worden blijven wij hier alert op.

Ontwikkelingen

De corona crisis zal ook op langere termijn gevolgen hebben voor de GGD-organisatie. Nog los van landelijke maatregelen om de afdelingen infectieziekten van GGD-en verplicht te verstevigen denken we dat de huidige crisis heeft aangetoond dat het waakvlamniveau en de daarbij horende normen waarop de meeste GGD-en hun bezetting hebben gebaseerd, te kwetsbaar is om zo door te gaan. Daarom is de GGDRR in 2022 gestart met het traject van GGD 3.0 waarin we tot een visie over de GGD van de toekomst zijn gekomen, die we samen met bestuurders en ambtenaren hebben opgesteld en die is vastgesteld in het algemeen bestuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11497052/1