Concept boekwerk jaarstukken 2025 DBP 20260316
Tekst van het document
Dit hele risicoprofiel vormt het geconsolideerde risico voor alle taken waarvoor de verantwoordelijkheid bij DBP is belegd. Dit risico treft iedere partnergemeente naar rato in het eigen risicoprofiel zoals eerder in deze paragraaf getoond. Financiële kengetallen In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een aantal financiële kengetallen verplicht voorgeschreven voor gemeenten en provincies. Voor gemeenschappelijke regelingen (GR’en) gelden deze verplichtingen niet rechtstreeks, maar de kengetallen worden wel vaak toegepast om inzicht te geven in de financiële positie. De volgende kengetallen zijn in beginsel relevant voor DBP. 1. Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in de verhouding tussen de netto schuld en het totaal van de baten. Onder netto schuld wordt verstaan het totaal van de langlopende en kortlopende schulden verminderd met de liquide middelen en de uitzettingen. Het kengetal geeft een indicatie van het beslag dat de financieringslasten leggen op de exploitatie en daarmee op de beschikbare vrije ruimte. De netto schuldquote komt uit op 1,66%.
2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de exploitatie wordt belast door de schuldenlast, waarbij de invloed van verstrekte geldleningen aan derden buiten beschouwing wordt gelaten. Hierdoor wordt een beter beeld verkregen van de schuldpositie die samenhangt met de eigen financieringsbehoefte. Een lager percentage duidt in het algemeen op een 33
Aangezien er per 31-12-2025 geen verstrekte geldleningen zijn, is de gecorrigeerde netto schuldquote gelijk aan de netto schuldquote en dus ook 1,66%. 3. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente of gemeenschappelijke regeling beschikt over eigen vermogen om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het totaal van de passiva. Een hoger percentage duidt op een grotere financiële weerbaarheid. Per 31 december 2025 was de solvabiliteitsratio 8,68%. De solvabiliteitsratio verschilt per organisatie en sector en moet altijd in samenhang met andere financiële kengetallen worden geïnterpreteerd. De hoogte van het eigen vermogen wordt onder meer bepaald door het resultaat van het boekjaar en de toevoeging daarvan aan de reserves. Daarbij geldt dat de solvabiliteitsratio in dit geval mede wordt begrensd doordat aan de omvang van de reserves een maximum is verbonden. Aangezien DBP op basis van de geldende afspraken slechts een beperkte reserve mag aanhouden (maximaal 2% van de begroting), die uitsluitend bestemd is voor incidentele uitgaven, heeft een positief jaarrekeningresultaat direct effect op zowel de omvang van het eigen vermogen als op de solvabiliteitsratio.
34
2.2 Paragraaf Financiering
In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in en verantwoording afgelegd over de uitvoering van de financieringsfunctie (treasury). Kaders De wettelijke kaders rondom de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (Fido). Beheersing van financiële risico’s speelt hierin een belangrijke rol. In het treasurystatuut van DBP zijn deze wettelijke kaders nader uitgewerkt. Het statuut beschrijft de uitgangspunten, bevoegdheden en verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie. Gedurende het verslagjaar 2025 zijn deze kaders gehanteerd. Liquiditeitsbeheer en financieringsbehoefte Voor een adequate uitvoering van de treasuryfunctie is de beschikbaarheid van juiste, tijdige en volledige financiële informatie, waaronder een betrouwbare liquiditeitsplanning, van essentieel belang. De periodieke bevoorschotting door de deelnemende gemeenten is zoveel mogelijk afgestemd op de financieringsbehoefte en dekt de uitgaande kasstroom van de reguliere exploitatie af. Hierdoor hoeft DBP over het algemeen geen externe geldleningen aan te trekken. In 2025 zijn er drie kortlopende leningen afgesloten, waarvan er twee in 2025 zijn afgelost: -
€ 2.500.000 van 29-01-2025 tot 2-12-2025 (looptijd 307 dagen) rente 2,43% € 1.500.000 van 2-5-2025 tot 4-11-2025 (looptijd 186 dagen) rente 2,00% € 2.500.000 van 2-12-2025 tot 30-4-2026 (looptijd 149 dagen) rente 2,00%
Dit heeft in 2025 een rentelast van € 71.300 opgeleverd. Schatkistbankieren Op grond van de Regeling schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist van de Rijksoverheid. Het bedrag dat tijdelijk buiten deze schatkist mag worden aangehouden, is gemaximeerd via het zogenoemde drempelbedrag. Gemeten over een heel kwartaal mag het gemiddeld per dag buiten de schatkist aangehouden bedrag dit drempelbedrag niet overschrijden. Het drempelbedrag bedraagt € 1.000.000. In onderstaand overzicht is per kwartaal weergegeven welk bedrag gemiddeld buiten de schatkist is aangehouden. In geen van de kwartalen is het drempelbedrag overschreden.
35
Drempelbedrag schatkistbankieren Begrotingstotaal 2025 Drempelbedrag Afwijking t.o.v. drempelbedrag *) 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
35.099.900 1.000.000
-816.700 -802.800 -800.800 -763.200
Conform de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden bedraagt het drempelbedrag inzake schatkistbankieren 2% van het begrotingstotaal van het betreffende begrotingsjaar, met een minimumbedrag van € 1.000.000. Een positief bedrag geeft aan dat het gemiddelde saldo boven het drempelbedrag lag. Een negatief bedrag betekent dat het gemiddelde saldo lager was dan het drempelbedrag. Dit laatste is in alle kwartalen het geval geweest. Renterisicobeer algemeen In 2025 is het treasurybeleid van DBP uitgevoerd volgens de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en het treasurystatuut. Het beleid richt zich op het beheersen van financiële risico’s en het zorgen voor een stabiele en veilige financieringspositie. Risicobeheersing speelt hierbij een belangrijke rol. Om de risico’s van renteveranderingen te beperken, worden twee wettelijke normen gebruikt: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Deze normen helpen ons om de financiële gevolgen van schommelingen in de rente voor de begroting te beperken. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet gaat over kortlopende leningen met een looptijd tot één jaar en bedraagt volgens de Wet Fido maximaal 8,2% van het totale begrotingsbedrag.
In 2025 is de kasgeldlimiet gebruikt om te voorkomen dat grote bedragen aan kortlopende leningen direct zouden leiden tot hogere rentelasten bij een stijgende rente. DBP is in alle kwartalen van 2025 binnen de kasgeldlimiet gebleven. Er was geen sprake van een overschrijding die gemeld had moeten worden bij de provincie.
36
Omvang begroting per 1-1-2025 voor begrotingswijzigingen Kasgeldlimiet in procenten Kasgeldlimiet bedrag
Kasgeldlimiet
€ 35.099.900 8,2% € 2.878.200
1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
Totaal vlottende schuld Totaal vlottende middelen
2.500.000 668.400
3.500.000 989.200
4.000.000 2.423.300
3.000.000 2.457.000
Saldo schuld (+) of overschot (-)
1.831.600
2.510.800
1.576.700
543.000
Kasgeldlimiet
2.878.200
2.878.200
2.878.200
2.878.200
Ruimte onder kasgeldlimiet
1.046.600
367.400
1.301.500
2.335.200
Renterisiconorm De renterisiconorm beperkt de risico’s van stijgende lange rente, bijvoorbeeld bij het herfinancieren van aflopende leningen of bij renteherzieningen van bestaande leningen met een looptijd van meer dan één jaar. Conform de Wet Fido mag maximaal 20% van het begrotingstotaal per jaar worden blootgesteld aan herfinanciering of renteherziening. Door deze norm toe te passen, wordt de langlopende leningportefeuille gelijkmatig gespreid over de jaren. In 2025 bleef DBP binnen de gestelde renterisiconorm.
Renterisiconorm en renterisico's van de vaste schuld Renterisico op vaste schuld 2025 1a. Renteherziening op vaste schuld o/g 1b. Renteherziening op vaste schuld u/g 1. Netto renteherziening op vaste schuld (1a - 1b) 2. Betaalde aflossingen 2025 3. Renterisico op vaste schuld (1+ 2)
0 0 0 0 0
Renterisiconorm 4a. Begrotingstotaal 2025 4b. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 4. Renterisiconorm
35.099.900 20,0% 7.020.000
Toets Renterisiconorm 5a Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3) 5b Overschrijding renterisiconorm (4 - 3)
7.020.000 n.v.t. 37
Financiering Volgens het treasurystatuut maakt DBP zoveel mogelijk gebruik van interne middelen om haar activiteiten te financieren, zodat externe leningen beperkt blijven. Dit helpt de renterisico’s te beperken en het resultaat op rente te verbeteren. Eind 2023 zijn de laatste langlopende leningen volledig afgelost. In 2025 heeft DBP geen nieuwe langlopende leningen afgesloten. Conclusie In 2025 is het treasurybeleid uitgevoerd volgens de geldende wet- en regelgeving en het treasurystatuut. DBP heeft zowel de kasgeldlimiet als de renterisiconorm nageleefd. Daarmee is het renterisico in 2025 goed beheerst en blijft de financieringspositie van DBP stabiel en verantwoord. Renteschema Onderstaand schema laat zien wat de rentelasten van de externe financiering zijn, wat het renteresultaat is en hoe de rente is toegerekend. Het schema is wettelijk voorgeschreven en geeft een helder overzicht van deze cijfers. Bedrag
Toelichting
Rentelasten externe financiering – langlopend
0
Betaalde rente op langlopende leningen (> 1 jaar)
Rentelasten externe financiering – kortlopend
71.700
Betaalde rente op kortlopende financiering (< 1 jaar)
Totale rentelasten externe financiering
71.700
Werkelijke rentelasten op externe financiering
Rentebaten (uitzettingen / schatkistbankieren)
-36.000
Ontvangen rente op uitgezette middelen
Saldo externe rente
35.700
Netto rentelasten
Aan taakvelden toegerekende rente (omslagrente)
54.100
Begrote rente toegerekend aan taakvelden
Renteresultaat (positief t.o.v. de begroting)
-18.400
Verschil tussen toegerekende rente en werkelijke rente
2.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen DBP bezit geen eigen gebouwen of grote infrastructurele zaken. DBP maakt gebruik van kantoorruimte in de gemeentehuizen van Barendrecht en Ridderkerk, welke eigendom zijn van deze gemeenten. DBP huurt deze kantoorruimten en betaalt een huurvergoeding, die belast is met btw. Het onderhoud van deze gebouwen is de verantwoordelijkheid van de gemeenten. De kapitaalgoederen van DBP bestaan vooral uit hardware, software, kantoormeubilair en -inventaris en audiovisuele middelen. We noemen onderhoud alle kosten die nodig zijn om spullen in hun oorspronkelijke staat en levensduur te houden. Dit soort kosten worden direct geboekt als kosten in het jaar waarin ze gemaakt worden. DBP zorgt voor een betrouwbare en veilige ICT-omgeving en een doelmatige inrichting van werkplekken. De kapitaalgoederen verkeren in goede staat en er is geen sprake van achterstallig onderhoud. 38
Onderhoudskosten nemen we in het jaar van uitvoering op in de kosten. Investeringen in hardware, software en inventaris activeren we volgens onze regels en schrijven we af volgens onze afspraken. Groot onderhoud zoals het BBV dat bedoelt, komt bij DBP niet voor. Er zijn geen aparte voorzieningen voor onderhoud. Vervanging van spullen regelen we via de gewone investerings- en begrotingsplanning.
2.4 Paragraaf Bedrijfsvoering Deze paragraaf is verplicht op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). In de begroting wordt hierin inzicht gegeven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. In het jaarverslag wordt verantwoording afgelegd over de uitvoering hiervan. DBP voert uitsluitend activiteiten uit op het gebied van bedrijfsvoering. De verantwoording hierover is integraal opgenomen in de programmaverantwoording van deze jaarstukken. Deze paragraaf bevat daarom geen aanvullende informatie, maar dient ter duiding van de opzet en plaatsing van de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening. Hierna wordt ingegaan op de rechtmatigheidsverantwoording zoals opgenomen in de jaarrekening. Het bestuur is verantwoordelijk voor het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid van de baten, lasten en balansmutaties. Rechtmatigheidsverantwoording De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op de volgende drie door het BBV voorgeschreven criteria: 1. Begrotingscriterium De financiële handelingen zijn getoetst aan de laatst vastgestelde en geautoriseerde begroting, inclusief de door het bestuur vastgestelde begrotingswijzigingen. 2. Voorwaardencriterium De financiële handelingen voldoen aan de van toepassing zijnde externe wet- en regelgeving en aan door het bestuur vastgesteld intern beleid.
3. Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O)-criterium Er is beoordeeld of voldoende maatregelen zijn getroffen om misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen te voorkomen en of de ontvangen gegevens juist en volledig zijn. Conclusie rechtmatigheid in de jaarrekening 2025 Het bestuur concludeert in de rechtmatigheidsverantwoording (paragraaf 3.10) dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn 39
gekomen. Daarbij is uitgegaan van de door het bestuur vastgestelde verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten exclusief de dotaties aan de reserves, zijnde € 733.700. Er hebben zich enkele afwijkingen voorgedaan die onder deze verantwoordingsgrens blijven en die daarom niet leiden tot een onrechtmatigheidsoordeel. Deze afwijkingen zijn als volgt te duiden: 1. Begrotingscriterium Voor een nadere toelichting op de geconstateerde begrotingsafwijkingen wordt verwezen naar de uiteenzetting bij het onderdeel Begrotingsrechtmatigheid (paragraaf 3.9). 2. Voorwaardencriterium Bij het voorwaardencriterium zijn 4 fouten geconstateerd met een financieel belang van € 684.900 hoofdzakelijk bestaande uit (Europese) aanbestedingsfouten. Drie opdrachten zijn onrechtmatig gegund doordat onvoldoende is voldaan aan de vereisten van de Aanbestedingswet. Deze afwijking blijft onder de vastgestelde verantwoordingsgrens en is derhalve niet afzonderlijk opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Ter borging van de rechtmatigheid wordt omtrent inkopen en aanbesteden binnen de organisatie een opleidings- en bewustwordingstraject ontwikkelt. 3. Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O)-criterium Ten aanzien van het M&O-criterium zijn geen afwijkingen geconstateerd.
2.5 Openbaarheidsparagraaf Algemeen De Wet open overheid (Woo), in werking getreden op 1 mei 2022, verplicht bestuursorganen tot transparantie en het actief beschikbaar stellen van informatie. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat in de jaarstukken een verantwoording wordt opgenomen over de uitvoering van de Woo. Deze paragraaf bevat de stand van zaken per 31 december 2025 en vormt een verantwoording over de rechtmatigheid en volledigheid van het gevoerde openbaarheidsbeleid. De Woo kent vier onderdelen: 1. het aanwijzen van een Woo-contactfunctionaris; 2. passieve openbaarmaking (Woo-verzoeken); 3. actieve openbaarmaking; 4. het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Woo-contactfunctionaris In augustus 2025 is een Woo-contactfunctionaris aangesteld. Deze functionaris wordt structureel ingezet voor direct contact met Woo-verzoekers, gericht op de-escalatie en het voorkomen van onnodige juridisering. De functie draagt bij aan: 40
de correcte afhandeling van Woo-verzoeken; het bevorderen van een rechtmatige en tijdige informatieverstrekking; ondersteuning van de actieve openbaarmaking conform wettelijke verplichtingen.
Passieve openbaarmaking (Woo-verzoeken) In 2025 zijn geen Woo-verzoeken rechtstreeks aan DBP ingediend. DBP heeft echter 84 verzoeken van partners ondersteund bij de verwerking en beantwoording. Kenmerken van de afhandeling 2025: in vrijwel alle gevallen is persoonlijk contact opgenomen met de verzoeker; circa 20% van de verzoeken kon direct worden afgehandeld zonder formele Woo-procedure; alle verzoeken zijn verwerkt volgens interne procedures en termijnen, waarmee de rechtmatigheid en getrouwheid van de informatieverstrekking zijn gewaarborgd. Beoordeling getrouwheid: De geregistreerde aantallen verzoeken zijn controleerbaar en onderbouwd met interne administratie. Actieve openbaarmaking Per 1 november 2024 is de wettelijke verplichting ingegaan tot actieve openbaarmaking van informatiecategorieën zoals genoemd in art. 3.3 Woo. De status per 31 december 2025 is: Volledig gepubliceerd (wettelijk verplicht): wetten en algemeen verbindende voorschriften; overige besluiten van algemene strekking; organisatie en werkwijze; bereikbaarheidsgegevens. Optioneel gepubliceerd: convenanten, afgehandelde Woo-verzoeken, klachtoordelen. In implementatie: ontwerpen van wetten en besluiten waarover extern advies is gevraagd; agenda’s en besluitenlijsten van het college; adviezen van adviescolleges en externe partijen; jaarplannen en jaarverslagen van bestuursorganen.
Voor de wettelijk verplichte categorieën is de actieve openbaarmaking volledig en tijdig uitgevoerd. De categorieën die nog in implementatie zijn, worden in 2026 verder opgepakt. Publicatie vindt plaats via het interne publicatiesysteem en is daarmee aantoonbaar en controleerbaar. Informatiehuishouding op orde De Wet open overheid (Woo) schrijft voor dat de digitale informatiehuishouding uiterlijk in 2030 volledig op orde moet zijn. DBP werkt hieraan met een meerjarig plan, gebaseerd op de richtlijnen van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten). De voortgang wordt structureel gemonitord en vastgelegd. De uitvoering vindt plaats via jaarlijkse plannen binnen dit meerjarige traject. De zeven aandachtspunten die door de VNG zijn benoemd voor het op orde brengen van de digitale informatiehuishouding, vormen hierbij het kader voor de uitvoering en de bewaking van de 41
voortgang. In 2025 is het vierde jaar van dit traject afgerond. DBP ligt op schema. Hieronder wordt de stand van zaken per 31 december 2025 toegelicht. Onderdeel
Status per 31-12-2025
Rechtmatigheid/getrouwheid
1 E-depotvoorziening
Marktverkenning uitgevoerd; aansluiting bij pilot Stadsarchief Rotterdam voorbereid
Proces aantoonbaar gedocumenteerd; adviesrapport aanwezig
2 Selectielijst en archiving by design
Structureel belegd; tijdige vernietiging van informatie Procedures en registraties aantoonbaar
3 E-mailarchivering
Technische vernieuwing geïmplementeerd; Capstone- Beheerprocessen gedocumenteerd en controleerbaar methodiek
4 Archivering tekstberichten
Nog niet opgepakt (prioritering voor 2026)
Tijdlijn conform VNG-plan; verantwoord uitstel
5 Informatiebeheerplan
Bestaat; doorlopende actualisatie
Vastgelegd en gedocumenteerd; controleerbaar
6 Kwaliteitssysteem
Bestaat; doorontwikkeling loopt
Voldoet aan Archiefregeling art.16; interne toetsing mogelijk
7 Metagegevensschema
Vastgesteld; doorontwikkeling loopt
Koppeling aan bewaarde objecten aantoonbaar
In 2025 heeft DBP verdere stappen gezet in de uitvoering van de Woo. Voor de wettelijk verplichte categorieën is geborgd dat informatie zowel actief als op verzoek correct en rechtmatig openbaar wordt gemaakt. De digitale informatiehuishouding wordt gefaseerd verbeterd volgens het meerjarige implementatieplan, met jaarlijks vastgestelde prioriteiten, een aangewezen proceseigenaar en periodieke monitoring via de planning- en controlcyclus. Daarmee liggen we op koers richting 2030. Alle maatregelen die zijn genomen, zijn vastgelegd en controleerbaar.
42
B.
Jaarrekening Gemeenschappelijke Regeling De BedrijfsvoeringsPartner 2025
43
3.1 Balans Balans per 31 december 2025 Activa Nr.
Omschrijving
31-12-2025
1.
Vaste activa Materiële vaste activa - Investeringen met economisch nut - Investeringen in openbare ruimte met maatschappelijk nut
4.507.600 4.507.600 -
Totaal vaste activa 2.
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist met rentetypische looptijd korter dan één jaar - Overige vorderingen Liquide middelen - Banksaldi
-
Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
4.376.700 4.376.700 -
4.507.600
420.700 1.654.000
2.093.300
18.600 243.200
Overlopende activa - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel uitgesplitst naar de nog te onvangen bedragen van: Europese overheidslichamen
31-12-2024
4.376.700
302.400 533.300
856.600
20.900 243.200
244.900
1.980.700
244.900 961.900
31.400
156.700
1.949.300
805.200
Totaal vlottende activa
4.317.200
2.063.400
Totaal activa
8.824.800
6.440.100
44
Passiva Nr.
Omschrijving
3.
Vaste passiva Eigen vermogen - Reserves: - Algemene reserve - Bestemmingsreserves - Gerealiseerd resultaat
31-12-2025
766.300 527.600 238.700
Voorzieningen - Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
Vlottende passiva Netto vlottende schulden, met rentetypische looptijd korter dan één jaar - Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen - Overige schulden Overlopende passiva - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume - Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
666.700 666.700 -
1.037.600 1.037.600
Totaal vaste passiva 4.
31-12-2024
1.174.300 1.174.300
1.803.900
1.841.000
6.120.500
3.665.500
6.120.500
3.665.500 900.400
933.600
773.700
933.600
126.700
-
Totaal vlottende passiva
7.020.900
4.599.100
Totaal passiva
8.824.800
6.440.100
Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 van de Gemeentewet, waarin de uitgangspunten voor het financiële beleid, het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgelegd. Algemene grondslagen De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het betreffende balanshoofd anders is vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. Baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben (toerekeningsbeginsel). Baten en winsten worden slechts genomen voor zover deze op balansdatum zijn gerealiseerd (realisatiebeginsel). Gebeurtenissen na balansdatum die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die van materieel belang zijn voor het inzicht in de financiële positie en het resultaat, worden verwerkt tot het moment van vaststelling van de jaarrekening. 45
Personeelslasten worden in beginsel toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. In verband met het formele verbod op het opnemen van voorzieningen of verplichtingen voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden bepaalde personeelslasten toegerekend aan de periode waarin de uitbetaling plaatsvindt. Dit betreft onder andere de ziektekostenpremie voor gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening gevormd of verplichting opgenomen. De referentieperiode hiervoor is gelijk aan de periode van de meerjarenraming (vier jaar). Indien sprake is van een eenmalig schokeffect, bijvoorbeeld als gevolg van een reorganisatie, wordt wel een verplichting opgenomen.
Grondslagen voor waardering van activa en passiva op de balans Investeringen worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden in mindering gebracht op de betreffende investering; over het resterende bedrag wordt afgeschreven. Slijtende investeringen worden lineair afgeschreven over de verwachte economische gebruiksduur, rekening houdend met een eventuele restwaarde. De afschrijving vangt aan conform het vastgestelde activabeleid. Op grondbezit met economisch nut (niet behorend tot de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. Investeringen met maatschappelijk nut in de openbare ruimte worden geactiveerd en afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur, conform het BBV. Indien sprake is van een duurzame waardevermindering, wordt een bijzondere waardevermindering in aanmerking genomen. Vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Liquide middelen en overlopende activa en passiva worden opgenomen tegen nominale waarde. Voorzieningen worden gewaardeerd tegen het nominale bedrag van de verplichting dan wel het voorzienbare verlies. Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. Onder vaste schulden worden schulden verstaan met een rente-typische looptijd van één jaar of langer.
Vlottende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Activabeleid en afschrijvingen Voor de waardering en afschrijving van investeringen is de Nota activabeleid GR De BedrijfsvoeringsPartner 2024 leidend. De uitgangspunten zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande activabeleid en leiden niet tot een stelselwijziging in de zin van het BBV.
46
De uitgangspunten en de afschrijvingstabel blijven ongewijzigd van toepassing vanaf het begrotingsjaar 2024. Als standaard wordt de lineaire afschrijvingsmethode toegepast. De afschrijving vangt aan in het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt, wordt verworven of in gebruik wordt genomen. Dit betreft een vastgestelde beleidskeuze. De afschrijvingsmethoden en -termijnen zijn vastgelegd in de bij de nota behorende afschrijvingstabel, ingedeeld naar (sub)categorieën. Indien een investering betrekking heeft op een nieuwe (sub)categorie en/of een afwijkende afschrijvingstermijn, wordt dit expliciet gemotiveerd en ter besluitvorming aan het bestuur voorgelegd. Rente en investeringsautoriteit Het omslagpercentage voor de toerekening van rente aan de taakvelden wordt vastgesteld bij de vaststelling van de begroting voor het nieuwe begrotingsjaar. Met de vaststelling van de begroting autoriseert het bestuur tevens de investeringskredieten voor dat begrotingsjaar. Voor investeringen die niet in de begroting zijn opgenomen en die zich gedurende het begrotingsjaar voordoen, wordt een afzonderlijk voorstel voor het beschikbaar stellen van een investeringskrediet aan het bestuur voorgelegd. Investeringen waarvan de uitvoering met één jaar wordt uitgesteld, kunnen na toestemming van het bestuur eenmalig worden doorgeschoven naar het volgende begrotingsjaar.
3.2 Toelichting op de balans 1. Vaste activa Omschrijving
Boekwaarde 31-12-2024
Investeringen
Desinvesteringen
Afschrijvingen
Boekwaarde 31-12-2025
Machines, apparaten, installaties
1.488.800
1.144.500
Overige materiële activa
2.887.900
320.100
-
630.800
2.002.500
-
702.900
2.505.100
Totaal
4.376.700
1.464.600
-
1.333.700
4.507.600
Materiële vaste activa met economisch nut
2. Vlottende activa Uitzettingen met rente-typische looptijd korter dan één jaar Deze uitzettingen zijn onderverdeeld naar type tegenpartij: vorderingen op openbare lichamen, uitzettingen bij de schatkist van de Rijksoverheid en overige vorderingen. In de onderstaande tabel is een specificatie van deze uitzettingen opgenomen, met een toelichting per categorie.
47
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Saldo 31-12-2024
Mutaties Saldo 31-12-2025
Vorderingen op openbare lichamen: - Verrekening met gemeenten - Overige semi overheid Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen Totaal
283.400 19.000 302.400
137.300 -19.000 118.300
420.700 420.700
533.300
1.120.700
1.654.000
20.900
-2.300
18.600
856.600
1.236.700
2.093.300
Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen betreft het banksaldo bij de Rabobank: Liquide middelen
Saldo 31-12-2024
Mutaties
Saldo 31-12-2025
Rabobank DBP
244.900
-1.700
243.200
Totaal
244.900
-1.700
243.200
Overlopende activa Overlopende activa is de verzamelnaam voor vooruitbetaalde ne nog te ontvangen bedragen. Overlopende activa
Saldo 31-12-2024
Mutaties
Saldo 31-12-2025
156.700
-125.300
31.400
B. overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen - Nog te ontvangen bedragen - Vooruitbetaalde bedragen - VPB betaalrekening - Tussenrekening salarissen
124.200 670.700 3.900 6.400
-18.300 1.168.900 -100 -6.400
105.900 1.839.600 3.800 -
Totaal
961.900
1.018.800
1.980.700
A. de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotsbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkering met een specifiek doel.
ad. A.
Saldo 31-12-2024
Ontvangen Saldo 31-12-2025
EU: Europees Sociaal fonds met betrekking op re-integratie
156.700
125.300
Totaal
156.700
125.300
31.400
48
3. Vaste passiva Eigen vermogen
Saldo 31-12-2024
Onttrekking
Toevoeging Saldo 31-12-2025
666.700
139.100
527.600
-
139.100
139.100 238.700
238.700
666.700
278.200
377.800
766.300
Reserves Algemene reserve Overige bestemmingsreserves Onbestemd resultaat 2025 volgens overzicht baten en lasten
Totaal
Het eigen vermogen per 31 december 2025 bedraagt € 766.300, inclusief het onbestemde positieve jaarresultaat van € 238.700. Dit is hoger dan 2% van het begrotingstotaal 2025 (€ 36.683.300 × 2% = € 733.700). Het gedeelte boven dit maximum zal terugvloeien naar de gemeenten, dit betreft € 32.600. Van het resultaat wordt daarnaast € 206.100 toegevoegd aan de algemene reserve van DBP. Na resultaatbestemming en het terugvloeien van bedragen naar de gemeenten bedraagt het eigen vermogen € 733.700, gelijk aan 2% van het begrotingstotaal. Voorzieningen DBP heeft drie voorzieningen gevormd voor toekomstige verplichtingen aan medewerkers: Voorziening afvloeiing personeelsbestand Deze voorziening dekt de financiële gevolgen van afspraken met medewerkers over begeleide uitdiensttreding. Voorziening Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) Deze voorziening is gevormd op basis van de wet “Bedrag ineens, RVU en verlofsparen” per 1 januari 2021. Werknemers die zich onvoldoende hebben kunnen voorbereiden op de verhoging van de AOW-leeftijd en niet gezond werkend de AOW-leeftijd kunnen bereiken, kunnen in de periode 2021– 2025 eerder stoppen met werken. Voorziening Verlofsparen Deze voorziening is gevormd op basis van de cao Gemeenten 2021–2022. Medewerkers kunnen bovenwettelijke vakantie-uren sparen en deze flexibel inzetten passend bij hun levensfase.
Een voltijdmedewerker kan maximaal 3.600 uren verlof opbouwen; deze uren verjaren niet. Werkwijze en waardering
49
Nieuwe toekomstige verplichtingen worden op basis van verwachte kosten in één keer ten laste van de exploitatie aan de voorziening toegevoegd. Bij daadwerkelijke kosten en uitstroom van middelen wordt de voorziening aangewend. Als blijkt dat verplichtingen te hoog zijn ingeschat of vervallen, wordt de voorziening verlaagd en vindt vrijval plaats ten gunste van de exploitatie. De voorzieningen zijn gewaardeerd op basis van een berekening van de toekomstige verplichtingen, rekening houdend met salarisontwikkeling en cao-afspraken.
Voorzieningen voor:
Saldo 31-12-2024
Toevoegingen
T.g.v. rekening
Afvloeiing personeelsbestand
210.900
45.000
-18.700
-99.300
137.900
Regeling vervroegd uittreden
440.700
103.700
-1.600
-248.300
294.500
Verlofsparen
522.700
159.800
-77.300
605.200
1.174.300
308.500
-424.900
1.037.600
Totaal
4.
-20.300
Aanwending Saldo 31-12-2025
Vlottende passiva
Netto vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Verrekening met gemeenten Kasgeldleningen bij openbare lichamen
Saldo 31-12-2024
Mutaties
Saldo 31-12-2025
8.000
-6.500
1.500
-
2.500.000
2.500.000
Overige schulden
3.657.500
-38.500
3.619.000
Totaal
3.665.500
2.455.000
6.120.500
De kasgeldlening van € 2.500.000 is afgesloten bij de gemeente Lingewaard op 2 december 2025 met een looptijd tot 30 april 2026 en een rente van 2,00%.
50
Overlopende passiva Overlopende passiva zijn verplichtingen die gedurende het jaar zijn opgebouwd en pas volgend jaar worden betaald. Dit kunnen ook vooruit ontvangen bedragen zijn. Overlopende passiva
Saldo 31-12-2024
Mutaties
Saldo 31-12-2025
Nog te betalen bedragen
645.400
-135.400
510.000
Af te dragen premies
288.200
-24.500
263.700
-
126.700
126.700
933.600
-33.200
900.400
Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal
Niet uit de balans blijkende verplichtingen Onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen zijn de meerjarige contractuele verplichtingen van DBP opgenomen die geen balanspost vormen, maar waarvan kennisneming nodig is voor een goed inzicht in de financiële positie van de organisatie. Hieronder vallen onder andere contracten voor multifunctionals, drankenautomaten, softwarelicenties en onderhoudscontracten. Multifunctionals DBP heeft met NOU een overeenkomst gesloten voor de levering van multifunctionals, inclusief reproapparatuur. De vaste kosten van deze all-in huurovereenkomst bedragen € 53.300 per jaar. De overeenkomst treedt in werking op 1 februari 2026 en heeft een initiële looptijd tot en met 1 februari 2027. Na afloop van deze periode is verlenging niet mogelijk en eindigt de overeenkomst van rechtswege. De totale jaarlijkse kosten bedragen circa € 85.000. Dit bedrag is inclusief afdrukkosten, onderhoud en storingsherstel, losse bestellingen en eventuele reparaties. Drankenautomaten Het contract voor de drankenautomaten met Van Duijnen loopt van 1 oktober 2022 tot 30 september 2027, met twee keer de mogelijkheid tot verlenging van twaalf maanden. Het betreft een full-service contracten de jaarlijkse kosten bedragen circa € 190.000.
Microsoft-licenties Het Microsoft-licentiecontract, dat is gebaseerd op een VNG-raamovereenkomst, heeft een looptijd van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2027. De jaarlijkse contractwaarde bedraagt circa € 962.300. Verlenging na afloop van deze periode is niet mogelijk, omdat de VNG-raamovereenkomst dan eindigt. Voor de jaren 2026 en 2027 wordt verwacht dat de jaarlijkse kosten uitkomen tussen € 1.000.000 en € 1.075.000. 51
Vanaf 2028 heeft Microsoft aanzienlijke prijsverhogingen aangekondigd. In het meest ongunstige scenario moet rekening worden gehouden met stijgingen van 65–70%. Aangezien deze verhogingen alle gemeenten treffen, ligt het in de lijn der verwachting dat de VNG het voortouw zal nemen in de gesprekken en onderhandelingen met Microsoft. Onderhoudscontract software Centric Voor diverse applicaties, waaronder de financiële administratie, Burgerzaken, Informatiebeheer en het Sociaal Domein, is via SoftwareOne een vijfjarig onderhoudscontract afgesloten dat loopt tot en met 31 december 2026. Het contract biedt flexibiliteit ten aanzien van het toevoegen of beëindigen van modules, passend bij de uitvoering van wettelijke taken. De kosten van dit contract bedroegen in 2025 ruim € 800.000. Voor de komende jaren wordt, afhankelijk van de afgenomen modules en dienstverlening, rekening gehouden met jaarlijkse lasten binnen een bandbreedte van € 825.000 tot € 875.000. Esri Esri levert GIS-software (Geografische Informatie Systemen) ter ondersteuning van primaire processen. Zo wordt de software ingezet voor Meldingen Openbare Ruimte, waarbij dagelijks meer dan 100 gemeentemedewerkers in het veld meldingen registreren, verwerken en afhandelen.
Ook wordt het platform gebruikt voor het publiceren van publieke informatieproducten, zodat zowel medewerkers als bewoners beschikken over actuele en betrouwbare geografische informatie. De kosten voor de Esri-licenties bedroegen in 2025 € 131.000. De overeenkomst loopt tot en met 14 december 2027, waarbij het jaarbedrag jaarlijks wordt geïndexeerd. Pepperflow Met Pepperflow is een overeenkomst gesloten voor software die de organisatie ondersteunt bij de planning- en controlcyclus. De overeenkomst omvat verschillende modules en bijbehorende licenties. De totale jaarlijkse kosten bedragen € 117.000. De overeenkomst loopt tot en met het tweede kwartaal van 2026 en wordt aansluitend met één jaar verlengd. De financiële gevolgen voor de periode daarna zijn op dit moment nog niet bekend en zijn mede afhankelijk van de omvang en samenstelling van de modules die na afloop van de verlenging worden afgenomen. Roxit In 2025 bedroegen de kosten voor de van Roxit afgenomen software € 194.500. Dit betreft onder andere Rx.Mission, een applicatie die inzicht biedt en communicatie tussen medewerkers, inwoners, bedrijven en overheden faciliteert. De overeenkomsten hebben een looptijd tot en met 31 december 2025. LinkedIn Uit de uitgevoerde rechtmatigheidscontrole over het boekjaar 2025 is één onrechtmatigheid geconstateerd met een doorlopende werking tot en met 2028. Gelet op de beschikbare 52
verantwoordingsruimte binnen de Rechtmatigheidsverantwoording 2025 is besloten deze onrechtmatigheid volledig in het verslagjaar 2025 te verantwoorden. De onrechtmatigheid betreft een meerjarige verplichting voor de jaren 2026 tot en met 2028 ter hoogte van € 148.200 per jaar. De totale contractwaarde voor de levering van digitale diensten ten behoeve van personeelswerving en arbeidsmarktcommunicatie via een online professioneel netwerkplatform bedraagt € 444.600. Vennootschapsbelasting DBP is verplicht vennootschapsbelasting (VPB) af te dragen over de winst die wordt behaald uit ondernemingsactiviteiten. Tot en met 2024 zijn de definitieve aangiften ingediend, en van de Belastingdienst zijn de definitieve aanslagen tot en met 2023 ontvangen. Deze aanslagen zijn vastgesteld conform de ingediende aangiften en komen volledig overeen met de gehanteerde standpunten van DBP. Voor het jaar 2024 is nog geen definitieve aanslag ontvangen. In voorgaande jaren was vennootschapsbelasting verschuldigd, voornamelijk als gevolg van winst uit detacheringen van medewerkers in dienst van de voormalige BAR-organisatie. Vanaf 2024 zijn detacheringen echter beperkt tot uitsluitend die aan de NV BAR Afvalbeheer en vinden deze plaats tegen kostprijs. Omdat dit geen belastbare winst oplevert, is over deze activiteiten geen VPB verschuldigd.
Ook voor de overige activiteiten van DBP is tot op heden geen belastbare winst vastgesteld. De Belastingdienst volgt de standpunten die DBP inneemt voor zowel vennootschaps- als omzetbelasting en heeft in een overleg bevestigd dat er geen opmerkingen zijn en dat de visie van DBP wordt gevolgd. Voor het belastingjaar 2025 zal medio 2026 de definitieve aangifte vennootschapsbelasting worden ingediend, gebaseerd op de werkelijke cijfers. De VPB-last voor 2025 wordt eveneens op nihil geschat en is als zodanig verwerkt in deze jaarrekening.
3.3 Overzicht van baten en lasten Omschrijving programma
Raming begrotingsjaar voor wijziging Baten Lasten Saldo
Raming begrotingsjaar na wijziging Baten Lasten Saldo
Realisatie begrotingsjaar Baten Lasten Saldo
Programma Bedrijfsvoering Gerealiseerde kosten Overhead Vennootschapsbelasting
12.000 543.100 -
89.000 -3.803.100 -3.714.100 768.900 -32.876.700 -32.107.800 -3.500 -3.500
326.100 -3.284.500 -2.958.400 509.500 -33.276.900 -32.767.400 -
Bijdrage deelnemende gemeenten
34.544.800
Totaal saldo van baten en lasten
35.099.900 -35.099.900
Toevoegingen aan reserves Onttrekking aan reserves Gerealiseerd resultaat
500.000
-4.114.700 -30.981.700 -3.500
-4.102.700 -30.438.600 -3.500 34.544.800
-500.000 -
-500.000 500.000 -
35.825.400
35.825.400
36.683.300 -36.683.300 500.000
-500.000 -
-500.000 500.000
35.825.400
35.825.400
36.661.000 -36.561.400 -
139.100
-
99.600 139.100
238.700
Voor de raming van 2025 is het overheadpercentage uit de begroting gebruikt (kolom “Raming 53
begrotingsjaar voor wijziging”). Na begrotingswijzigingen is het percentage gebaseerd op de realisatie van 89,62% (kolom “Raming begrotingsjaar na wijziging”). De realisatie maakt gebruik van het overheadpercentage uit de jaarrekening, gebaseerd op de gerealiseerde overhead volgens taakveldverdeling (kolom “Realisatie begrotingsjaar”). De overheadbedragen in de tabel zijn berekend met dit percentage van 89,62% van de gerelateerde taakveldkosten.
54
3.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten In paragraaf 3.3 is het Overzicht van baten en lasten gepresenteerd, zoals het BBV voorschrijft. In de onderstaande tabel staan de baten en lasten per kostencategorie. In de kolom ‘verschil’ is te zien hoe de werkelijke bedragen afwijken van de begroting. Daaronder volgt een korte toelichting per kostensoort, waarin de belangrijkste verschillen en ontwikkelingen worden uitgelegd. Rekening 2024
Begroting 2025
Wijzigingen
Begroot na wijziging
Werkelijk
Verschil
Salariskosten (incl. inhuurkosten)
-25.790.300
-24.041.100
-715.500
-24.756.600
-25.264.000
-507.400
Opleidingen Overige personeelslasten
-252.800 -1.235.200
-355.200 -1.253.200
-28.100 -56.000
-383.300 -1.309.200
-227.100 -1.427.900
156.200 -118.700
Lasten
Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines
-285.700 -4.495.400
-3.962.500
-285.700
-285.700
-294.300
-8.600
-1.051.600
-5.014.100
-4.660.500
353.600
-
-
-
-
-
-
Vennootschapsbelasting
1.100
-3.500
-
-3.500
-
3.500
Overige bedrijfsvoering
-4.651.000
-5.484.400
553.500
-4.930.900
-4.687.600
243.300
Totaal Lasten
-36.709.300
-35.099.900
-1.583.400
-36.683.300
-36.561.400
121.900
246.100
401.700
50.900
452.600
544.200
91.600
-
-
-
-
-
-
Baten Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen Overige personeelslasten Huisvestingskosten ICT
-
-
-
-
-
-
108.000
73.500
209.500
283.000
136.800
-146.200
Vennootschapsbelasting
-
-
-
-
-
-
Overige bedrijfsvoering
461.800
79.900
42.400
122.300
154.600
32.300
Bijdrage deelnemende gemeenten
36.560.100
34.544.800
1.280.600
35.825.400
35.825.400
-
Totaal Baten
37.376.000
35.099.900
1.583.400
36.683.300
36.661.000
-22.300
99.600
99.600
Totaal saldo van baten en lasten exclusief reservemutatie Saldo
666.700
-
-
Werkelijk
Verschil
-664.600 -28.100
Begroot na wijziging -24.304.000 -383.300
-24.719.800 -227.100
-415.800 156.200 -118.700
Rekening 2024
Begroting 2025
Wijzigingen
Salariskosten (incl. inhuurkosten) Opleidingen
-25.544.200 -252.800
-23.639.400 -355.200
Overige personeelslasten
-1.235.200
-1.253.200
Huisvestingskosten ICT Wagenpark inkl.gereedschap/machines Vennootschapsbelasting Overige bedrijfsvoering Gesaldeerde bedragen (excl. bijdragen gemeenten) Bijdrage deelnemende gemeenten Totaal saldo van baten en lasten Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
-285.700 -4.387.400 -
-3.889.000 -
-
-56.000
-1.309.200
-1.427.900
-285.700
-285.700
-294.300
-8.600
-842.100
-4.731.100
-4.523.700
207.400
-
-
-
-
1.100 -4.189.200
-3.500 -5.404.500
595.900
-3.500 -4.808.600
-4.533.000
3.500 275.600
-35.893.400
-34.544.800
-1.280.600
-35.825.400
-35.725.800
99.600
36.560.100
34.544.800
1.280.600
35.825.400
35.825.400
-
666.700
-
-
-
99.600
99.600
-1.166.700 500.000
-500.000 500.000
500.000 -500.000
-
139.100
139.100
-
-
-
238.700
238.700
-
55
Rekeningsaldo 2025 Het resultaat van DBP over 2025 is positief en bedraagt € 238.700. De totale baten, inclusief de bijdragen van de deelnemende gemeenten, komen uit op € 36.661.000, terwijl de werkelijke lasten € 36.561.400 bedragen. Van het positieve resultaat wordt € 206.100 toegevoegd aan de algemene reserve van DBP, en € 32.600 vloeit terug naar de deelnemende gemeenten. Toelichting per kostensoort V = voordeel / N = nadeel
Bedrag V/N
Salariskosten (inclusief inhuur) - € 415.800 N De salariskosten, inclusief inhuur, vertonen per saldo een nadelig afwijking van € 415.800 ten opzichte van de begroting. Deze afwijking wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere lasten als gevolg van langdurige ziekte binnen de BAR-organisatie (€ 173.000) en hogere lasten voor de inhuur van personeel bij Financieel Advies (€ 370.000), samenhangend met openstaande formatieplaatsen en vervanging van langdurig zieke medewerkers. Hiertegenover staan lagere salariskosten bij diverse andere teams voor een totaalbedrag van € 128.000. Opleidingen € 156.200 V Vanuit het centrale opleidingsbudget worden opleidingen voor het gehele personeel georganiseerd. In het vierde kwartaal van 2025 is gestart met twee van deze organisatiebrede opleidingen. De uitvoering vindt grotendeels plaats in 2026. Daarnaast is bij diverse teams sprake van een onderbesteding op de opleidingsbudgetten, waarbij de afzonderlijke afwijkingen kleiner zijn dan € 25.000. Per saldo resulteert dit in een totale onderbesteding van € 156.200. - € 118.700 N Overige personeelslasten De overschrijding op de overige personeelslasten wordt gedekt binnen de stelpost bij overige bedrijfsvoering. De HR-gerelateerde advieskosten zijn € 63.200 hoger dan begroot. Daarnaast zijn de lasten van diverse WKR-personeelsregelingen op het directiebudget € 27.700 hoger uitgevallen.
De resterende overschrijding wordt veroorzaakt door diverse kleinere afwijkingen van minder dan € 25.000. ICT € 207.400 De lasten voor softwareonderhoud zijn € 59.500 lager uitgevallen dan begroot. Dit voordeel is hoofdzakelijk het gevolg van diverse licentieverlengingen, waarbij de inhoud is heroverwogen en gunstigere contractvoorwaarden zijn overeengekomen. Daarnaast zijn de kosten voor telefonie € 74.300 lager dan geraamd. De resterende afwijking bestaat uit een saldo van meerdere mee- en tegenvallers, elk met een omvang van minder dan € 25.000.
V
56
Overige bedrijfsvoering € 275.600 V Binnen het programma Wet open overheid (Woo) zijn de uitgaven € 113.200 lager uitgekomen dan begroot. Dit voordeel is met name het gevolg van lagere kosten voor de inhuur van personeel van derden. Daarnaast zijn de softwarekosten lager uitgevallen doordat in grotere mate dan verwacht gebruik is gemaakt van bestaande middelen en applicaties. Ook binnen het programma Informatie & Processen (I&P) zijn de lasten lager dan begroot, met een voordeel van € 61.600. Van het budget voor het management van het cluster Financiën & Rechtmatigheid is een bedrag van € 73.600 niet besteed. Verder is op de stelposten een voordeel gerealiseerd van € 109.000. Daartegenover staan hogere lasten voor abonnementen en vakliteratuur van € 35.000 en hogere portokosten van € 28.800. Daarnaast zijn er diverse kleinere mee- en tegenvallers, elk kleiner dan € 25.000. Bijdragen deelnemende gemeenten De percentages van de gemeentelijke bijdragen aan DBP voor de standaardwerkzaamheden worden jaarlijks geactualiseerd bij het opstellen van de begroting, op basis van het aantal inwoners per gemeente. Hierbij wordt uitgegaan van de meest recente inwoneraantallen per gemeente, zoals gerapporteerd door het CBS. De percentages voor 2025 zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Gemeente Albrandswaard Barendrecht Ridderkerk
Inwoners per 1 januari 2024 26.426 48.705 47.727 122.858
Percentage 21,51% 39,64% 38,85% 100,00%
De inwoneraantallen per 1 januari 2024 zijn gebaseerd op gegevens uit de landelijke Gemeentelijke Basisadministratie (GBA-V), zoals op 24 januari 2024 geregistreerd. Gewijzigde bijdragen gemeenten op basis van de tussenrapportages In 2025 zijn twee tussentijdse rapportages opgesteld met voorstellen om enkele organisatiebudgetten te verhogen of te verlagen. Daarnaast zijn de structurele wijzigingen uit de tussenrapportages van 2024 verwerkt. Na deze aanpassingen bedraagt de begroting € 35.825.400.
57
Ontwikkeling van gemeentelijke bijdrage
Albrandswaard
Barendrecht
Ridderkerk
Totaal
Oorspronkelijke begroting 2025 Structurele wijzigingen vanuit 1e Tussenrapportage 2024
7.424.300 13.400
13.744.400 23.100
13.376.100 154.600
34.544.800 191.100
Structurele wijzigingen vanuit 2e Tussenrapportage 2024
14.600
36.600
57.600
108.800
1e tussenrapportage 2025
65.200
177.900
697.200
940.300
2e tussenrapportage 2025
6.800
-16.300
49.900
40.400
7.524.300
13.965.700
14.335.400
35.825.400
Begroting na wijziging
In de bijlage is een uitgebreidere versie van dit overzicht opgenomen. Daarin zijn de wijzigingen uit de tussenrapportages verder toegelicht. De bijlage is te vinden onder Gewijzigde gemeentelijke bijdragen op basis van de tussenrapportages.
3.5 Staat van incidentele baten en lasten Structurele lasten dienen te worden gedekt door structurele baten. Om te kunnen beoordelen of sprake is van een structureel financieel evenwicht, is inzicht nodig in welke baten en lasten een structureel karakter hebben en welke incidenteel zijn. Daarom wordt zowel in de begroting als in de jaarrekening een overzicht opgenomen van de incidentele baten en lasten. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bevat geen strikte definities van structurele en incidentele baten en lasten. In de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van de commissie BBV is opgenomen dat bij deze beoordeling vooral moet worden gekeken naar de aard van de begrotingspost, oftewel de soort of eigenschap ervan. Structurele baten en lasten zijn posten die periodiek terugkeren, voor onbepaalde tijd en zonder vooraf vastgestelde einddatum. Incidentele baten en lasten hebben een tijdelijk of eenmalig karakter, zoals (meerjarige) projecten of subsidies met een afgebakend doel. In de toelichting op het BBV wordt incidenteel nader omschreven als baten en lasten die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Dit criterium kan als hulpmiddel worden gehanteerd, waarbij de aard van de begrotingspost leidend blijft. In onderstaand overzicht zijn de incidentele baten en lasten voor 2025 opgenomen met een omvang groter dan € 50.000.
Omschrijving Ontvlechting BAR-Organisatieen opbouw nieuwe Langdurig zieke medewerkers Migratieproject Windows11 Totaal incidentele baten en lasten
Werkelijke lasten 2025
Werkelijke baten 2025
682.000 738.200 323.700
682.000 565.000 -
1.743.900
1.247.000
58
Toelichting bij de incidentele baten en lasten Ontvlechting BAR-organisatie en de opbouw van de nieuwe organisaties Het gaat hier om de kosten van de ontvlechting van de BAR-organisatie en de opbouw van de nieuwe organisaties. De totale lasten bedragen € 682.000, terwijl in de begroting 2025 een budget van € 500.000 beschikbaar was. Ter gedeeltelijke dekking van het nadelige saldo is in 2025 € 139.100 onttrokken aan de Reserve extra ondersteuning opbouw gemeentelijke organisaties. Deze reserve is specifiek gevormd voor incidentele lasten in het kader van de ontvlechting en de inrichting van de nieuwe organisaties. Na inzet van de reserve resteert een nadelig saldo van € 42.900. Conform bestuurlijke afspraken wordt dit bedrag doorbelast aan de gemeenten Barendrecht en Ridderkerk, ieder voor 50%. Hierdoor komen de totale inkomsten eveneens uit op € 682.000. Lasten langdurig zieke medewerkers De loonkosten voor langdurig zieke medewerkers van de BAR-organisatie bedragen € 738.200, wat hoger is dan begroot. In de gemeentelijke bijdragen was rekening gehouden met € 565.000. De hogere lasten worden voornamelijk veroorzaakt door afrekeningen van grote verlofsaldi, evenals transitie- en ontslagvergoedingen.
Project migratie naar Windows11 In 2025 zijn 1.600 laptops van alle organisaties gemigreerd naar Microsoft Windows 11, zodat de systemen optimaal blijven functioneren en ondersteund kunnen worden. De totale kosten van dit project bedragen € 323.700.
3.6 Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserve In 2025 is € 139.100 onttrokken aan de bestemmingsreserve Extra ondersteuning opbouw gemeentelijke organisaties ter dekking van het tekort op het Ontvlechtingsbudget. Daarnaast wordt van het positieve resultaat een bedrag van € 206.100 toegevoegd aan de algemene reserve van DBP.
3.7 Heffing vennootschapsbelasting Vennootschapsbelasting
Begroting 2025
Werkelijk
Verschil
Vennootschapsbelasting
3.500
-
3.500
Totaal
3.500
-
3.500
DBP is verplicht vennootschapsbelasting (VPB) af te dragen over de winst die wordt behaald uit ondernemingsactiviteiten. Tot en met 2024 zijn de definitieve aangiften vennootschapsbelasting ingediend en zijn van de Belastingdienst de definitieve aanslagen ontvangen tot en met 2023. Deze aanslagen komen overeen met de ingediende aangiften en zijn vastgesteld conform de gehanteerde standpunten van DBP. Voor het jaar 2024 is nog geen definitieve aanslag ontvangen. In voorgaande jaren was er vennootschapsbelasting verschuldigd, voornamelijk als gevolg van winst uit detacheringen van 59
medewerkers in dienst van de voormalige BAR-organisatie. Vanaf 2024 worden detacheringen beperkt tot uitsluitend de NV BAR Afvalbeheer en tegen kostprijs. Deze activiteiten genereren geen belastbare winst, waardoor hiervoor geen vennootschapsbelasting is verschuldigd. Voor de overige activiteiten van DBP is eveneens geen belastbare winst vastgesteld. De Belastingdienst volgt de standpunten van DBP met betrekking tot zowel de vennootschapsbelasting als de omzetbelasting en heeft in overleg bevestigd geen opmerkingen te hebben. Voor het belastingjaar 2025 zal medio 2026 de definitieve aangifte vennootschapsbelasting worden ingediend op basis van de werkelijke cijfers. De VPB-last wordt ook voor 2025 op nihil geraamd en is als zodanig verwerkt in deze jaarrekening.
3.8 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) is op 1 januari 2013 in werking getreden. De WNT heeft tot doel om excessieve beloningen en ontslagvergoedingen in de (semi-)publieke sector te beperken. Onder de WNT worden de bezoldiging en eventuele ontslagvergoedingen van topfunctionarissen genormeerd en openbaar gemaakt. Jaarlijks worden de bezoldigingsnormen vastgesteld via een ministeriële regeling. Topfunctionarissen binnen De BedrijfsvoeringsPartner Conform de WNT worden binnen DBP de bestuurders, de adviseurs van de bestuurders en de directeur aangemerkt als topfunctionarissen. Van deze functionarissen was in 2025 uitsluitend de directeur in dienst met een bezoldiging. WNT-beloningsnorm en topfunctionarissen 2025 Op grond van de Wet normering topinkomens (WNT) bedraagt de maximale bezoldiging van topfunctionarissen in de (semi-)publieke sector vanaf 2016 ten hoogste 100% van het bezoldigingsmaximum van een minister. Voor het jaar 2025 is dit maximum vastgesteld op € 246.000, inclusief belaste kostenvergoedingen en de door de werkgever betaalde pensioenbijdragen. Binnen De BedrijfsvoeringsPartner is vastgesteld dat in het verslagjaar 2025 geen overschrijding van de WNT-bezoldigingsnorm heeft plaatsgevonden.
60
De leden van het bestuur van De BedrijfsvoeringsPartner in 2025 waren: Leden
Functie
Functie
Periode
Beloning
M. Bianchi
Wethouder gemeente Albrandswaard
Bestuurder DBP
2025
onbezoldigd
J.M.M. Stolk
Wethouder gemeente Barendrecht
Bestuurder DBP
2025
onbezoldigd
H. van Os
Wethouder gemeente Ridderkerk
Voorzitter bestuur DBP
2025
onbezoldigd
F.P. van der Linden
Gemeentesecretaris Albrandswaard
Adviseur Bestuurder DBP
2025
onbezoldigd
L. van Zanten
Gemeentesecretaris Barendrecht
Adviseur Bestuurder DBP
2025
onbezoldigd
M. Kitselar
Gemeentesecretaris Ridderkerk
Adviseur Bestuurder DBP
2025
onbezoldigd
H.T. van Bochove
Directeur DBP
Secretaris bestuur DBP
2025
bezoldigd
WNT-verantwoording H.T. van Bochove Functiegegevens Functie Aanvang en einde functievervulling in 2025 Deeltijdfactor in fte Dienstbetrekking?
Directeur 1-1-2025 t/m 31-12-2025 1,0 Ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
127.020 20.641 147.661
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 2025
246.000
-/- Onverschuldigd betaald bedrag Totale bezoldiging 2025
N.v.t. 147.661
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t. N.v.t.
Gegevens 2024 Functie Aanvang en einde functievervulling in 2024 Deeltijdfactor 2024 in fte Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal
Directeur 1-1-2024 t/m 31-12-2024 1,0 123.984 20.902 144.886
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 2024
233.000
Totale bezoldiging 2024
144.886
61
Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hiervoor genoemde topfunctionarissen zijn in het verslagjaar 2025 geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die een bezoldiging hebben ontvangen die hoger is dan het voor dat jaar geldende WNT-drempelbedrag.
3.9 Begrotingsrechtmatigheid In deze paragraaf wordt ingegaan op het begro ngscriterium. Dit criterium hee betrekking op de vraag of het budgetrecht van het bestuur is gerespecteerd en of de financiële handelingen zijn uitgevoerd binnen de door het bestuur vastgestelde en geautoriseerde begro ng. Het begro ngscriterium richt zich primair op: 1. overschrijding van de lasten (exploita e); 2. overschrijding van investeringen en kredieten; 3. afwijkingen in lasten en baten ten opzichte van de begro ng, voor zover deze van invloed zijn op het budgetrecht van het bestuur. Afwijkingen van de begro ng worden in principe gemeld. Binnen DBP worden afwijkingen als geautoriseerd aangemerkt wanneer deze passen binnen de door het bestuur vastgestelde interne autorisa eregels. Hiervan is sprake indien:
de overschrijding wordt gecompenseerd door direct gerelateerde inkomsten; de overschrijding betrekking hee op een openeinderegeling; de overschrijding expliciet is goedgekeurd via een tussen jdse rapportage of een separaat bestuursbesluit.
Overschrijding van lasten Op basis van het overzicht van baten en lasten over 2025 is vastgesteld dat per saldo geen sprake is van een overschrijding van de lasten. Het autorisa eniveau van het bestuur ligt op het niveau van de totaalbaten en totaallasten. Over 2025 is sprake van een onderschrijding van de lasten van € 121.900 Overschrijding van investeringen en kredieten De toets op de begro ngsrechtma gheid van investeringskredieten houdt in dat overschrijdingen groter dan € 25.000 worden gerapporteerd aan het bestuur, conform de vastgestelde autorisa eregels. In de bijlage Staat van kredieten 2025 zijn alle door het bestuur beschikbaar gestelde investeringskredieten opgenomen. In 2025 hebben zich geen overschrijdingen van investeringskredieten groter dan € 25.000 voorgedaan. Afwijkingen in lasten en baten Beoordeeld is of afwijkingen in lasten en baten ten opzichte van de gewijzigde begro ng aanleiding hadden moeten zijn voor aanvullende autorisa e door het bestuur. De in 2025 geconstateerde 62
afwijkingen zijn jdig gemeld en verwerkt conform de interne autorisa eregels. De belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de gewijzigde begro ng zijn toegelicht in paragraaf 3.4. Aanslui ng met het resultaat Ter toelich ng wordt opgemerkt dat het posi eve resultaat over 2025 van € 238.700 wordt verklaard door:
een onderschrijding van de lasten van € 121.900; een onderschrijding van de baten van € 22.300; een on rekking aan de bestemmingsreserve van € 139.100.
Deze muta es maken onderdeel uit van de resultaatbepaling en hebben geen invloed op de begro ngsrechtma gheid.
3.10 Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht de directie toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het bestuur op 12 februari 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 730.000.
De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025. Bevinding Het bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen bedrag € 0 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 730.000. Van de niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het college overigens een bedrag van € 0 acceptabel op basis van door de gemeenteraad vastgestelde afspraken.