Begroting 2026
Tekst van het document
Wat willen we bereiken?
Subdoel 2f: Zorgdragen voor een zo evenwichtige mogelijk toedeling van functies aan locaties om een zo optimaal mogelijk akoestisch klimaat te creëren waar minimale geluidshinder is Wat gaan we er voor doen? Actie 8.19 Opstellen van beleidsregels Geluid industrie Omgevingswet We werken aan beleidsregels voor geluid afkomstig van bedrijven/industrie. Met dit beleid geven we invulling aan de beleidsvrijheid die de gemeente heeft onder de Omgevingswet. Actie 8.20 Opstellen van beleidsregels Geluid wegverkeer Omgevingswet We gaan de beleidsregels geluid voor wegverkeer door de raad vast laten stellen. Met dit beleid geven we invulling aan de beleidsvrijheid die de gemeente heeft onder de Omgevingswet. Actie 8.21 Vaststellen basisgeluidemissies op lokale wegen Op basis van de nieuwe rekenmodellen (uit 2025) worden de basisgeluidemissies op lokale wegen vastgesteld
Wat willen we bereiken?
Subdoel 2g: Waarborgen en waar mogelijk verbeteren van externe veiligheid in onze gemeenten Wat gaan we er voor doen? Actie 8.22 Uitvoeren project Risicocommunicatie met onder andere bewustwordingscampagne We voeren een bewustwordingscampagne omgevingsveiligheid uit met als doel dat we onze inwoners een handelingsperspectief bieden.
Beleidsindicatoren Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Nr. BBV Indicator
Beschrijving indicator
Begroting 2026 BD
NL
BD
NL
1. Huishoudelijk restafval (bron: NV BAR-afvalbeheer)
De hoeveelheid restafval na scheiding (fijn+grof afval) per bewoner per jaar (kg).
120 kg (2024)
Niet bekend
124 kg (2023)
Niet bekend
2. Hernieuwbare elektriciteit (bron: Klimaatmonitor-RWS)
Hernieuwbare elektriciteit is elektriciteit die is opgewekt uit wind, waterkracht, zon of biomassa (%).
18,1 (2022)
41,0 (2022)
18,1 (2022)
41,0 (2022)
58
Begroting 2025
Begroting 2026
Wat mag het kosten? Programma Volksgezondheid en Milieu Overzicht lasten en baten op taakveldniveau
Begroting 2025 na wijziging
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
7.1:Volksgezondheid
2.233.200
2.382.000
2.379.900
2.378.000
2.372.500
7.2:Riolering
4.349.400
4.212.200
4.935.400
4.336.100
4.390.700
7.3:Afval
6.520.200
7.014.200
7.184.500
7.195.300
7.203.700
7.4:Milieubeheer
3.031.800
2.906.000
2.751.900
2.788.200
2.786.600
7.5:Begraafplaatsen en crematoria
824.000
954.500
965.700
1.022.200
1.051.100
16.958.600
17.468.900
18.217.400
17.719.800
17.804.600
Lasten
Totaal Lasten Baten 7.1:Volksgezondheid
-102.700
-109.000
-109.000
-109.000
-109.000
7.2:Riolering
-5.870.700
-5.732.800
-6.604.700
-5.827.900
-5.914.400
7.3:Afval
-9.550.000
-8.747.500
-9.357.700
-9.548.500
-9.547.100
7.4:Milieubeheer
-778.100
-857.800
-885.400
-791.600
-791.600
7.5:Begraafplaatsen en crematoria
-698.200
-1.248.200
-1.248.200
-1.248.200
-1.248.200
-16.197.200
-17.305.500
-18.395.800
-17.523.800
-17.613.200
761.400
163.400
-178.400
196.000
191.400
Totaal Baten Saldo
Toelichting Meerjarenbeeld (Kolom Begroting 2025 na wijziging zijn de bedragen na de Turap 2025) Taakveld 7.1 Volksgezondheid Op dit taakveld zijn geen bijzonderheden te melden. Taakvelden 7.2 Riolering De lasten fluctueren door de verschillende investeringen per jaar voor vervangingen riolering uit het Programma Stedelijk Water 2024-2028. Deze worden gedekt door de opbrengsten rioolheffing en de voorziening riolering. Taakvelden 7.3 Afval Vanaf 2026 nemen de lasten met name toe door een hogere bijdrage aan de NV BAR-Afvalbeheer en door de afschrijvingen van investeringen voor ondergrondse containers en vervangen putten containers. De lasten worden gedekt door de opbrengsten afvalstoffenheffing en reinigingsrechten. Taakveld 7.4 milieubeheer Het programmabudget voor duurzame energietransitie is stapsgewijs afgebouwd met € 150.000 in 2026 en € 384.000 vanaf 2027. Taakveld 7.5 Begraafplaatsen en crematoria Op basis van het zogenaamde 'toekomstbestendig begraafplaatsbeleid' zijn met name de baten naar boven bijgesteld.
59
Begroting 2026
PROGRAMMA 9 VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ONTWIKKELING EN STEDELIJKE VERNIEUWING Beschrijving Binnen dit programma vallen de volgende taakvelden, per taakveld worden een aantal deeltaken genoemd zodat een beeld kan worden gevormd van de feitelijke inhoud:
60
8.1 Ruimtelijke ordening - taken op grond van de Wet ruimtelijke ordening: - voorbereiden en vaststellen van structuur -en bestemmingsplannen; - faciliterend grondbeleid; - BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie).
8.2 Grondexploitatie - activiteiten op het gebied van gemeentelijke bouwgrondexploitatie: - grondverwerving, bouw en woonrijp maken; - verkoop van bouwrijpe gronden.
8.3 Wonen en bouwen - gebiedsontwikkeling, woningvoorraad en huisvestingsvoorziening: - leges omgevingsvergunning; - bouwtoezicht; - BAG (Basisregistratie Adressen Gebouwen); - woningbouw en verbetering; - woonruimteverdeling; - stedelijke vernieuwing.
Begroting 2026
61
Wat willen we bereiken? Een toekomstbestendige en hoogwaardige woon- en leefomgeving Om dit te bereiken hebben we ons de volgende hoofddoelen gesteld: • Hoofddoel 1: Betaalbare en passende woningen voor iedere Barendrechter; • Hoofddoel 2: Investeren in ruimtelijke kwaliteit. Om het hoofddoel te bereiken, hebben we deze opgedeeld in meerderere (sub)doelen met daaraan gekoppeld de concrete maatregelen. Deze worden toegelicht in de komende deelhoofdstukken.
Hoofddoel 1: Betaalbare en passende woningen voor iedere Barendrechter Wat willen we bereiken?
Subdoel 1a: Uitgangspunt is dat De Stationstuinen en nieuwe (markt- en gemeente-) initiatieven ten minste 30% sociale huurwoningen en 30% betaalbare woningen bevatten Wat gaan we er voor doen? Actie 9.1 Integraal programma Wonen (nieuwbouw en transformatie bestaande woningbouwvooraad) We onderzoeken meerdere scenario’s om de in het Omgevingsprogramma Wonen beschreven toevoeging van woningen in Woongebied Oost te kunnen realiseren. We komen tot een uitvoeringsprogramma wonen, waarin een realistische planning en een herhaalbare aanpak is opgenomen. Hieruit voort vloeien een aantal specifieke locaties zoals de Wijngaard, de Tweemaster en het gebied Noord. Als we een totaalbeeld hebben vragen we een projectkrediet aan voor de uitwerking. Actie 9.2 Ontwikkelen van een visie op gebied Reijerwaard-West De visie voor dit gebied wordt uitgewerkt als onderdeel van de Omgevingsvisie, doel is vaststelling eind 2026. Actie 9.3 Alternatieve (flex)woonvormen voor diverse doelgroepen De gemeenteraad heeft in november 2024 een toetsingskader vastgesteld voor de selectie van kansrijke locaties voor flexwonen. Op basis hiervan zijn kansrijke locaties, in samenwerking met de corporaties, onderzocht op haalbaarheid. In maart 2025 is geconcludeerd dat geen van de locaties haalbaar is of dat er aanleiding was om dit verder te onderzoeken. De raad is hier aansluitend per RIB over geïnformeerd.
Actie 9.4 Realiseren woningen in Lagewei en Vrouwenpolder fase 4 en 5 De realisatie van de laatste fase van de gebiedsontwikkeling Lagewei (fase 2 en 3a) is in volle gang en wordt in 2026 afgerond. In de hoek van de Zichtwei en de 3e Barendrechtseweg worden in totaal 90 nieuwe woningen gerealiseerd, waarvan 75 grondgebonden woningen en een appartementencomplex met 15 appartementen. Dit zijn huur- en koopwoningen in verschillende prijsklassen, waaronder ook een groot aandeel betaalbaar en sociale huur. Aansluitend aan de woningbouw maakt de gemeente het openbare gebied woonrijp. Met de realisatie van Vrouwenpolder fase 4 en 5 wordt de woningbouwontwikkeling in Vrouwenpolder afgerond. Begin 2025 is de bouw van 125 woningen in fase 5 gestart en in de zomer van 2025 start de bouw van 127 woningen in fase 4. Na de afronding van de bouw van de woningen in fase 4 wordt in het centrum van Vrouwenpolder een park gerealiseerd. Actie 9.5 Ontwikkeling woningbouw Koedoodzone i.c.m. met versterken recreatieve structuur In 2026 onderzoeken we opnieuw de mogelijkheden voor een integrale ontwikkeling van de Koedoodzone, nadat de provincie het eerdere plan (maximaal 80 woningen in combinatie met een landschappelijk casco) heeft afgewezen. Tegelijk verkennen we de kansen voor kleinschalige, individuele ontwikkelingen die bijdragen aan natuurbehoud en recreatieve versterking.
62
Wat willen we bereiken?
Subdoel 1b: Op basis van het eind 2023 vast te stellen structuurplan worden in 2024 550 woningen uit de eerste fase gerealiseerd en vindt planvorming van de tweede fase plaats Wat gaan we er voor doen? Actie 9.6 MER onderzoeken ter voorbereiding bestemmingsplan Eind mei heeft de commissie M.E.R. advies uitgebracht voor De Stationstuinen. De commissie vraagt om de ambities uit de gebiedsvisie nog verder te concretiseren. Het gaat dan vooral om de ruimte voor water en groen naast de ruimte die nodig is voor woningen en voorzieningen. Als laatste vindt de commissie ook dat er nog meer onderzoek gedaan moet worden naar de milieueffecten van de bedrijven in de directe omgeving. We hebben samen met marktpartijen actie ondernomen voor verder onderzoek en uitwerking. Het beeldkwaliteitsplan is daar een resultaat van. Verder zijn marktpartijen in gesprek met bedrijven over de milieu contouren die zij nodig hebben. Bronmaatregelen en stedenbouwkundige oplossingen, onder andere voor geluidsreductie, zijn hiervoor de eerste beheersmaatregelen. Het MER dient als belangrijke onderlegger voor de verdere planvorming en de ruimtelijke kaders, zoals het vastgestelde bestemmingsplan De Stationstuinen fase 1 en het in procedure zijnde bestemmingsplan De Stationstuinen Fase 2. Ook voor volgende ruimtelijke plannen is het MER een belangrijke onderlegger. Actie 9.7 Aanvragen van middelen voor o.a.
mobiliteit en infrastructuur Er zijn extra middelen aangevraagd bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het parkeer- en mobiliteitsconcept. Deze aanvraag is positief beoordeeld en vooral gericht op de businesscase parkeren (meer parkeerplaatsen en duurdere parkeerplaatsen) en bovenplanse infrastructuur. Het ministerie moet de aanvraag nog rechtmatig maken met behulp van de specifieke uitkering lokale aanpak (SPUK-regeling). De eerste tranche is goedgekeurd. Eind 2025 worden een nieuwe regelingen (o.a. WBI 7e Tranche) opengesteld en worden nieuwe aanvragen voorbereid Beoordeling vindt plaats eind 2025 en in 2026 zal er uiterlijk op besloten worden. Actie 9.8 Afspraken maken met marktpartijen binnen het ontwikkelkader De afgelopen periode zijn met diverse partijen afspraken gemaakt over de ontwikkeling van diverse deelgebieden van Stationstuinen. Voor het grootste gebied (het kerngebied) is inmiddels een samenwerkingsovereenkomst ondertekend. Voor twee andere deelgebieden aan de Gebroken Meeldijk worden gesprekken gevoerd over de samenwerkingsovereenkomsten waarbij ook hier voorwaarden uit het ontwikkelkader en het beeldkwaliteitsplan leidend zijn. Ook met bedrijven uit het Zuideinde worden gesprekken gevoerd over verplaatsingsmogelijkheden. Actie 9.9 Voorbereiden van verplaatsing bedrijven naar o.a.
Nieuw Reijerwaard Met de Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard (GRNR) zijn afspraken gemaakt om bedrijven met het AGF-label uit het plangebied De Stationstuinen te verplaatsen naar Nieuw Reijerwaard. Dit heeft al geleid tot enkele bedrijfsverplaatsingen en dit proces loopt nog steeds. Een paar bedrijven zoekt nog naar een geschikte locatie buiten Nieuw Reijerwaard. We ondersteunen en adviseren ook die bedrijven bij deze zoektocht. Daarbij gaat het, naast de behoefte aan meer vierkante meters, ook om vergoedingen die gepaard gaan met zo'n bedrijfsverplaatsing. Overigens is de markt voor bedrijfsruimte schaars en is soms geduld nodig om hierin tot een succesvolle match te komen. De verwachting is dat deze gesprekken in 2026 nog lopen voor een aantal bedrijven. Actie 9.10 Opstellen van mobiliteitsconcept (zie programma 3 Verkeer, Vervoer en Waterstaat) Het mobiliteitsconcept van De Stationstuinen is gebaseerd op Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobiliteit als een service en Particulier autobezit (S.T.O.M.P). Voor De Stationstuinen betekent dit dat er volop ruimte moet zijn voor wandel- en fietspaden en openbaar vervoer met het NS-station als middelpunt. Daarnaast wordt ingezet op deelmobiliteit waar momenteel een marktconsultatie voor plaats vindt.
De afwikkeling van het autoverkeer vindt plaats langs de randen van het projectgebied met inprikkers voor privé parkeren en voor de mobiliteitshubs. De programma's van eisen voor deze hubs (parkeergarages met aanvullende voorzieningen zoals supermarkt, winkels en lockers voor bezorgdiensten) worden momenteel opgesteld om de eerste hubs in de markt te kunnen zetten. Hierbij weten we ons ondersteund door een toonaangevend adviesbureau op dit terrein. Samen met onze civieltechnische expertise moet dit leiden tot een succesvolle aanbesteding.
63
Actie 9.11 Opstellen civieltechnisch plan voor ondergrondse infra en inrichting buitenruimte De afgelopen tijd is er een plan opgesteld (Voorlopig Ontwerp inrichtingsplan openbare ruimte) voor de openbare ruimte in De Stationstuinen. Water, groen maar ook ondergrondse infra (kabels en leidingen en energie) zijn hierin uitgewerkt. Daarnaast wordt er nu aan een structuurplan gewerkt waar deze onderwerpen (volumes en inrichting buitenruimte, mobiliteit, hoofdstructuren en de onder- en bovengrondse infrastructuur) op planniveau integraal met elkaar worden gekoppeld. Hierbij wordt ook de fasering van de verschillende deelgebieden in beeld gebracht. Ruimte voor bijstelling vanuit dit gemeenschappelijke kader is bij deze langdurige ontwikkeling een belangrijke voorwaarde.
Wat willen we bereiken?
Subdoel 1c: We benutten de maximale wettelijke ruimte om woningen met voorrang aan Barendrechters aan te bieden Wat gaan we er voor doen? Actie 9.12 Onderzoek mogelijkheden om meer woningen aan Barendrechters aan te bieden Per 1 juli 2025 geldt de nieuwe verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam. Hierin is vastgelegd dat maximaal 50% van de sociale huurwoningen met voorrang kan worden toegewezen op basis van lokale of economische binding of vitale beroepen. Tot nu toe wordt de voorrang volledig ingezet voor inwoners van Barendrecht. Samen met de woningcorporaties wordt overlegd over een optimale inzet van de voorrang. Lokale voorrang bij betaalbare koopwoningen is niet opgenomen in de verordening maar wordt vooralsnog op anterieure basis afgesproken met de ontwikkelaars. Actie 9.13 Scherpe prestatieafspraken met woningcorporaties over voorrang voor Barendrechters en bepaalde doelgroepen In de prestatieafspraken met de woningcorporaties is vastgelegd dat het maximale voorrangpercentage (50%) volledig moet worden benut. Er wordt onderzocht hoe dit verdeeld kan worden tussen enerzijds voorrang voor Barendrechters en anderzijds economische voorrang en voorrang voor vitale beroepsgroepen. In 2025 kregen Barendrechters voorrang bij alle 12 woningen aan de Lekstraat. Er zijn echter slechts 10 woningen geaccepteerd door een Barendrechter.
Daarom wordt overwogen de voorrang beter te spreiden over nieuwbouw en bestaande bouw. De uitkomsten van nieuwbouwprojecten worden zorgvuldig gemonitord om toekomstige keuzes beter te onderbouwen. Actie 9.14 Met particuliere ontwikkelaars contractuele afspraken maken over maximale aanbieding aan Barendrechters Ook bij nieuwbouw koopprojecten, met name bij betaalbare koopwoningen, wordt ingezet op maximale voorrang voor Barendrechters. Op basis van de gewijzigde Huisvestingswet geldt hiervoor een maximum van 50%. Om meer dan 50% met lokale voorrang te kunnen aanbieden, is ervoor gekozen om nieuwbouw betaalbare koopwoningen vooralsnog niet op te nemen in een verordening. Met ontwikkelaars wordt afgesproken om in ieder geval alle betaalbare koopwoningen gedurende een bepaalde termijn met voorrang aan Barendrechters aan te bieden. Dit kan worden vastgelegd in bijvoorbeeld anterieure overeenkomsten.
Wat willen we bereiken?
Subdoel 1d: In 2024 komen naar schatting 165 betaalbare nieuwbouwwoningen (koop en huur) en 10 grote sociale huurwoningen (vanuit doorstroomregeling) beschikbaar Wat gaan we er voor doen? Actie 9.15 Bevorderen van doorstroming sociale woningvoorraad Doorstroming binnen de sociale huurvoorraad wordt gestimuleerd door de Doorstroomregeling grote woningen te continueren en door de nieuwbouw van levensloopbestendige sociale huurappartementen voor ouderen. Zo komen eengezinswoningen vrij voor gezinnen en jongeren met een laag inkomen. Ook wordt geprobeerd om huishoudens met een te hoog inkomen vanuit sociale huurwoningen naar middeldure woningen te laten doorstromen waardoor sociale huurwoningen vrijkomen voor lagere inkomens. Deze groep blijkt echter lastig te verleiden te zijn om door te stromen. De gemeente realiseert 2/3 van de nieuwbouw in de betaalbare sector: circa 30% sociaal en 37% middelduur.
64
Actie 9.16 Handhaven en monitoren van zelfbewoningsplicht De in 2022 ingevoerde zelfbewoningsplicht heeft betrekking op betaalbare nieuwbouwkoopwoningen die sindsdien zijn opgeleverd. In Barendrecht betreft het op dit moment 15 woningen in twee complexen (Middenbaan en Gouwe). In samenwerking met afdeling Burgerzaken wordt de controle op de zelfbewoningsplicht gecontinueerd. Hierbij zijn nog geen onrechtmatigheden geconstateerd. In de Stationstuinen staat vanaf 2027 de bouw van een grote hoeveelheid betaalbare koopwoningen in de planning waarvoor de zelfbewoningsplicht zal gelden.
Hoofddoel 2: Investeren in ruimtelijke kwaliteit Wat willen we bereiken?
Subdoel 2a: In het centrum, de Oude Dorpskern en het Havenhoofd/Carnisse Veste is het prettig wonen, winkelen, werken en ontmoeten Wat gaan we er voor doen? Actie 9.17 Verder uitvoeren en actualiseren Centrumaanpak Het Trefpunt wordt in 2025 gerenoveerd en de bijbehorende buitenruimte opnieuw ingericht. Voor de locatie ’t Achterom en een deel van de Middenbaan verkennen we de mogelijkheden voor herinrichting. Daarbij richten we ons niet alleen op de kwaliteit van de openbare ruimte, maar onderzoeken we ook of er ruimte is voor woningbouw binnen het bestaande stedelijke gebied. Voor de Lindehoevelaan werken we, op basis van de uitkomsten van het verkeersonderzoek, aan een voorstel voor herinrichting. Als blijkt dat bus- en/of autoverkeer hier kan worden uitgesloten, ontstaan er kansen voor een veiligere en aantrekkelijkere entree naar het winkelgebied. Diezelfde kans zien we bij de herinrichting van ’t Achterom; ook daar wordt deze mogelijkheid meegenomen in de verdere planvorming. Actie 9.18 Toekomstvisie Oude dorpskern uitwerken in een plan met concrete projecten In het oude dorp is gestart met een participatietraject. Uiteindelijk dient dit te resulteren in een ontwerp rond de mogelijke aanpassingen die dan van een kostenraming worden voorzien en worden voorgelegd aan de gemeenteraad. De uitvoering zal, naar verwachting, een aantal jaren gaan vergen.
Actie 9.19 Klimaatadaptieve en aantrekkelijke herinrichting Havenhoofd i.s.m. eigenaar Carnisse Veste Na de zomer van 2025 start de herinrichting van het Havenhoofdplein. Het ontwerp is klimaatadaptief en aantrekkelijk, met ruimte voor vergroening, schaduw, verblijven en de markt. De constructieve belasting van het plein is hierbij een belangrijk aandachtspunt. We stemmen de uitvoering zorgvuldig af met de geplande werkzaamheden aan Carnisse Veste. Samen met bewoners en ondernemers wordt gewerkt aan een goede fasering om overlast te beperken. In 2026 ligt de focus op uitvoering en afronding van het plein als groene, levendige ontmoetingsplek.
Wat willen we bereiken?
Subdoel 2b: Meer groen om meer schaduw te geven, biodiversiteit te verbeteren, CO2 op te nemen en water te bergen bij piekbuien Wat gaan we er voor doen? Actie 9.20 Zie verder programma 6 subdoel 2c: We zorgen voor meer groen in onze woonwijken en onze groen- en recreatiegebieden worden toegankelijker en vergroot We zorgen voor meer groen in onze woonwijken en onze groen- en recreatiegebieden worden toegankelijker en vergroot. Voorbeelden: Vergroening De vergroeningsplannen worden integraal benaderd, zowel in de planvorming als in de uitvoering. Waar mogelijk verwerken we vergroening in nieuwe en bestaande plannen. We betrekken inwoners actief bij deze ontwikkelingen. Daarnaast werken we nauw samen met onze partners – provincie Zuid-Holland, Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde, het Waterschap en Rijkswaterstaat – aan het versterken en uitbreiden van groene en recreatieve gebieden.
65
Rijkswaterstaat In het plantseizoen vanaf oktober 2025 tot maart 2026 plant Rijkswaterstaat 8200 m2 bomen langs de A29. Actie 9.21 Opstellen gebiedsvisie Polder Ziedewij Voor de polder Ziedewij is het de ambitie om, naast het initiatief Natuurgoed Ziedewij, een gebiedsvisie voor het overige gebied op te stellen. Met initiatiefnemer(s), buiten Natuurgoed Ziedewij, wordt gesproken om een visie voor de polder te creëren. Naar verwachting wordt in 2025 voorbereidingskrediet gevraagd voor het, i.s.m. de omgeving, uitwerken van een gebiedsvisie voor de polder Ziedewij
Beleidsindicatoren Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Nr. BBV Indicator
Beschrijving indicator
Begroting 2026
Begroting 2025
BD
NL
BD
NL
1. Woonlasten éénpersoonshuishouden (bron: Coelo)
Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten.
€735 (2024)
€911 (2024)
€735 (2024)
Niet bekend
2. Woonlasten meerpersoonshuishouden (bron: Coelo)
Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten.
€1.067 (2024)
€994 (2024)
€1.067 (2024)
Niet bekend
3. Gemiddelde WOZ-waarde x 1.000 € De gemiddelde WOZ waarde van woningen in euro’s (bron: CBS)
€436 (2024)
€379 (2024)
€436 (2024)
€379 (2024)
4. Nieuwbouw woningen (bron: BAG- Het aantal nieuwbouwwoningen, per 1.000 woningen. ABF)
1,1 (2023)
9,1 (2023)
1,1 (2023)
9,1 (2023)
5. Geplande woningen
360 (2025)
n.v.t.
350 (2024)
n.v.t.
Aantal geplande woningen in Barendrecht. (30% sociaal, circa 20% betaalbaar en 50% duur)
Wat mag het kosten? Programma VHROSV Overzicht lasten en baten op taakveldniveau
Begroting 2025 na wijziging
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
8.1:Ruimte en leefomgeving
4.403.200
3.332.800
3.226.300
2.560.900
2.548.200
8.2:Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
21.594.300
13.124.700
15.262.400
723.100
1.394.100
8.3:Wonen en bouwen
1.558.200
1.504.500
1.477.200
1.476.800
1.476.500
Totaal Lasten
27.555.700
17.962.000
19.965.900
4.760.800
5.418.800
8.1:Ruimte en leefomgeving
-1.829.600
-544.600
-544.600
-223.000
-223.000
8.2:Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
-21.100.900
-16.926.500
-14.765.300
-226.000
-897.000
8.3:Wonen en bouwen
-1.513.200
-2.046.900
-1.502.900
-1.414.900
-1.414.900
Totaal Baten
-24.443.700
-19.518.000
-16.812.800
-1.863.900
-2.534.900
3.112.000
-1.556.000
3.153.100
2.896.900
2.883.900
Lasten
Baten
Saldo
66
Toelichting meerjarenbeeld (Kolom Begroting 2025 zijn de bedragen na de Turap) Taakveld 8.1 ruimte en leefomgeving In 2025 zijn de lasten hoger door met name de implementatie omgevingswet, omgevingsvisie en de specifieke uitkering Stationstuinen. Aan de batenkant door de subsidie Vliegende brigade van de Provincie Zuid-Holland en baten van € 840.000 voor het Ontwikkelveld. Vanaf 2028 nemen de lasten af door lagere plankosten voor de Stationstuinen. Taakveld 8.2 grondexploitatie De begrote bedragen voor de grondexploitaties zijn op basis van de actuele Meerjaren Prognose Grondexploitaties 2025 (MPG). Taakveld 8.3 wonen en bouwen In 2026 is een hogere opbrengst voor leges bouwvergunningen begroot als gevolg van een het actualiseren van de planning van de vergunningaanvragen op basis van de voorgestelde nieuwe legesplafonds in de verordening.
67
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten van de gemeente waar geen directe dienstverlening en/of bestedingsverplichtingen tegenover staat. Zoals de algemene uitkering en de inkomsten Onroerende Zaakbelastingen. Het zijn dan ook vrij besteedbare middelen die jaarlijks worden ingezet ter dekking van de uitgaven in de diverse programma’s. Binnen de Algemene dekkingsmiddelen zijn ook taakvelden opgenomen die niet vallen binnen de reguliere programma’s zoals beheer overige gebouwen en gronden, overhead en treasury. Hieronder treft u aan een overzicht op taakveld-niveau. In de financiële begroting, bij de toelichting op de baten en lasten, worden deze nader toegelicht.
Overzicht algemene dekkingsmiddelen Exploitatie
Begroting 2025 na wijziging
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
0.3:Beheer overige gebouwen en gronden
2.218.700
2.074.600
2.054.900
2.049.600
2.045.700
0.4:Overhead
24.467.900
26.293.700
25.578.400
25.498.600
25.496.900
0.5:Treasury
862.500
1.207.300
1.318.900
1.952.300
2.387.000
0.61:OZB woningen
Lasten 09. Algemene dekkingsmiddelen
410.500
287.500
287.500
287.500
287.500
0.62:OZB niet-woningen
0
0
0
0
0
0.64:Belastingen overig
0
0
0
0
0
0.8:Overige baten en lasten
3.239.400
95.000
2.845.000
5.595.000
8.345.000
0.9:Vennootschapsbelasting (VpB)
536.700
199.700
199.700
199.700
199.700
31.735.400
30.157.800
32.284.400
35.582.700
38.761.800
0.3:Beheer overige gebouwen en gronden
-1.601.400
-1.577.000
-1.577.200
-1.577.000
-1.577.200
0.4:Overhead
-1.558.300
-1.322.600
-572.600
-738.600
-738.600
Totaal Lasten Baten 09. Algemene dekkingsmiddelen
0.5:Treasury
-654.000
-654.000
-654.000
-654.000
-654.000
0.61:OZB woningen
-7.737.000
-8.017.900
-8.210.800
-8.885.400
-8.996.800
0.62:OZB niet-woningen
-6.773.100
-7.117.600
-7.134.500
-7.141.800
-7.158.700
0.64:Belastingen overig
-358.600
-358.600
-358.600
-358.600
-358.600
0.7:Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
-91.683.000
-93.567.000
-96.736.000
-98.656.000
-102.918.000
0.8:Overige baten en lasten
-3.394.800
0
0
0
0
Totaal Baten
-113.760.200
-112.614.700
-115.243.500
-118.011.400
-122.401.700
Saldo
-82.024.500
-82.456.900
-82.959.100
-82.428.700
-83.639.900
68
PARAGRAFEN Inleiding paragrafen Inleiding De paragrafen zijn een verplicht onderdeel uit het Besluit Begroting en Verantwoording gemeenten (BBV). Hieronder is een overzicht gegeven van de acht verplichte paragrafen die van toepassing zijn voor de gemeente Barendrecht: 1. § Lokale heffingen 2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. § Onderhoud Kapitaalgoederen 4. § Financiering 5. § Bedrijfsvoering 6. § Verbonden partijen 7. § Grondbeleid 8. § Wet Open Overheid (Woo) Deze paragrafen zullen hierna worden toegelicht.
69
1. § Lokale heffingen In deze paragraaf staat informatie over gemeentelijke belastingen en heffingen, inclusief beleid, opbrengstramingen, tarieven, kwijtscheldingsbeleid en lokale lastendruk voor de periode 2026-2029. Algemene uitgangspunten lokale heffingen In de begroting staan de uitgangspunten voor de meerjarenramingen (zie de Financiële begroting). Ten aanzien van de gemeentelijke belastingen en heffingen geldt in beginsel een indexering van de (belasting)tarieven en heffingen met een inflatiecorrectie van 2,4% voor 2026 op basis van de geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP februari 2025 CPB). Woonlasten De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de uitgaven van burgers aan onroerende zaakbelastingen (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing. Een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten maakt de onderlinge verschillen van de woonlasten tussen Barendrecht en omliggende gemeenten inzichtelijk. Deze vergelijking is in deze paragraaf opgenomen. Het overzicht vergelijkt de tarieven van de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing per gemeente en het cumulatieve bedrag van de onroerende zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing per gemeente. Voor de benchmark woonlasten gebruiken we de publicaties van het Centrum voor Onderzoek naar de Economie van de Lagere Overheden (COELO). Tarievenbeleid Het tarievenbeleid is vastgelegd in de Belastingnota 2023.
Met betrekking tot de gebonden heffingen (Afvalstoffenheffing, Reinigingsrecht, Rioolheffing, Bedrijven Investeringszone (BIZ), Lijkbezorgingsrechten, Markt- en standplaatsgelden en Leges) is het beleid erop gericht om 100% kostendekkend zijn, inclusief toe te rekenen compensabele BTW, mutaties in voorzieningen en reserves en toe te rekenen kosten voor overhead. Kostenonderbouwing tarievenberekening In deze paragraaf zijn kostenonderbouwingen voor de berekening van de gebonden heffingen opgenomen. Deze geven inzicht in hoe de geraamde baten c.q. opbrengsten en de geraamde lasten met elkaar in verhouding staan. Het dekkingspercentage van het betreffende taakveld wordt hiermee weergegeven. Overzicht geraamde belastingen en heffingen Onderstaand totaaloverzicht geeft u inzicht in de geraamde opbrengsten van de ongebonden en gebonden heffingen. Ongebonden heffingen Onroerende zaakbelastingen Hondenbelasting Toeristenbelasting
Gebonden heffingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing
2025 2026 2027 2028 2029 14.510.100 15.135.500 15.345.300 16.027.200 16.155.500 358.600 358.600 358.600 358.600 358.600 51.000 96.600 96.600 96.600 96.600
2025 2026 2027 2028 2029 8.208.300 8.796.100 8.986.900 8.985.500 8.988.400 4.342.600 5.294.600 5.587.500 5.799.900 5.886.400
Onroerende zaakbelastingen (OZB) De geraamde OZB-opbrengst wordt bepaald door de totale waarde van de onroerende zaken te vermenigvuldigen met het OZB-tarief. Bij deze berekening wordt rekening gehouden met een geschatte ontwikkeling van de WOZ-waarde en areaaluitbreiding. Het uitgangspunt voor de OZB-tarieven is dat de lokale lasten – waar mogelijk – niet meer dan trendmatig stijgen, oftewel alleen worden aangepast aan de inflatie. Om dit te bereiken, wordt bij de berekening van de tarieven een eventuele waardeontwikkeling gecompenseerd door een evenredige aanpassing van het tarief. OZB tarieven 2026 Op basis van door SVHW geschatte WOZ-waardeontwikkeling en areaaluitbreiding zien de OZB-tarieven voor 2026 er als volgt uit:
70
Tarieven Onroerende zaakbelastingen Eigenaren woningen Eigenaren niet-woningen Gebruikers niet-woningen
2025
2026
0,0877% 0,3290% 0,2498%
0,0824% 0,3287% 0,2496%
Hondenbelasting De uitvoeringskosten voor het hondenbeleid (onder meer schoonmaken, toezicht houden, perceptiekosten, losloopgebieden en afvalbakken) worden gedekt door de inkomsten uit de hondenbelasting. Hieronder is het overzicht opgenomen van de (jaar)tarieven van de Hondenbelasting uitgaande van een tariefsverhoging met inflatiecorrectie van 2,4%. Hondenbelasting Eerste hond Tweede hond Derde en elke volgende hond
2025 117,60 161,64 179,76
2026 120,48 165,60 184,08
Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een heffing op overnachtingen in accommodaties zoals hotels, campings en Bed & Breakfasts. Het huidige tarief in Barendrecht ligt aanzienlijk lager dan het landelijk gemiddelde. Om dit verschil geleidelijk te verkleinen, is voorgesteld het tarief met ingang van 2025 stapsgewijs te verhogen. Concreet betekent dit dat het vaste bedrag per overnachting in 2025 is verhoogd van € 0,75 naar € 1,55. Voor 2026 stellen wij een verdere verhoging voor naar € 1,95, met als doel in 2027 het niveau van het huidige landelijk gemiddelde – € 2,21 per overnachting op een camping – te bereiken. Deze gefaseerde aanpassing zorgt voor een evenwichtiger kostenniveau ten opzichte van andere gemeenten en levert een bijdrage aan een eerlijkere verdeling van lasten tussen inwoners en bezoekers.
Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing wordt geheven om de kosten te dekken die de gemeente maakt voor het (laten) inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval. De in de afvalstoffenheffing te dekken kosten zijn als volgt bepaald: Kostenonderbouwing afvalstoffenheffing Kosten van de activiteit vanuit de NV BAR Afvalbeheer Kosten van de activiteit vanuit de gemeente Inkomsten van de activiteit, exclusief heffingen Netto kosten van de activiteit Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten Overhead BTW Totale kosten
2026 4.318.300 2.659.900 -561.600 6.416.600 560.000 278.400 1.541.100 8.796.100
Opbrengst Afvalstoffenheffing Dekkingspercentage
8.796.100 100%
Uitgaande van kostendekkende tarieven, zien de tarieven voor 2026 er als volgt: Afvalstoffenheffing Eenpersoonshuishoudens Tweepersoonshuishoudens Huishouden van 3 of meer personen
2025 274,08 428,28 501,12
2026 291,12 455,04 532,44
De toename van de kosten komt onder andere door een hogere bijdrage aan BAR-Afvalbeheer en een hoger bedrag voor kwijtscheldingen.
Rioolheffing Het uitgangspunt van de rioolheffing is om gemeenten in staat te stellen de kosten te betalen die samenhangen met de gemeentelijke watertaken. Het in 2024 door de raad vastgestelde Programma Stedelijk Water (PSW) 2024-2028 is leidend bij de berekening van de tarieven voor de rioolheffing. Voor 2026 geldt ten opzichte van 2025 een stijging van 21% exclusief inflatiecorrectie.
71
De in de rioolheffing te dekken kosten zijn als volgt bepaald: Kostenonderbouwing rioolheffing Kosten riolering en gemalen Kosten personeel en kapitaallasten Dotatie voorziening vervanging riolering Aanwending voorziening beklemde middelen riolering Netto kosten van de activiteit Vanuit andere activiteiten toe te rekenen kosten Overhead BTW Totale kosten
2026 1.299.500 646.300 2.138.000 -410.200 3.673.600 554.400 409.500 657.100 5.294.600
Opbrengst rioolheffing Dekkingspercentage
5.294.600 100%
De berekende tarieven rioolheffing zien er voor 2026 als volgt uit: Rioolheffing woningen Eenpersoonshuishoudens Tweepersoonshuishoudens Huishouden van 3 of meer personen
2025 82,08 157,92 242,64
2026 99,24 191,04 293,52
Rioolheffing niet-woningen Percentage van de WOZ met een maximum van
2025 0,0529% 4.500,00
2026 0,0640% 4.500,00
Overige gebruikers: van 0 m 3 t/m 20 m 3 van 21 m 3 t/m 500 m 3 van 501 m 3 t/m 1.000 m 3 van 1.001 m 3 t/m 1.500 m 3 van 1.501 m 3 t/m 2.000 m 3 van 2.001 m 3 t/m 3.000 m 3 van 3.001 m 3 t/m 4.000 m 3 van 4.001 m 3 t/m 8.000 m 3 van 8.001 m 3 t/m 15.000 m 3 meer dan 15.000 m 3
0,00 0,00 108,70 131,50 595,40 720,40 1.194,50 1.445,30 2.160,10 2.613,70 3.189,10 3.858,80 6.005,60 7.266,80 8.077,60 9.773,90 11.955,40 14.466,00 17.567,40 21.256,60
Overige heffingen en rechten Leges burgerzaken, omgevings- en APV-vergunning Voor producten en diensten die de gemeente aan burgers, bedrijven en anderen verleent, worden leges in rekening gebracht. De belangrijkste hiervan zijn de leges voor burgerzaken (paspoort, rijbewijs, huwelijksvoltrekking), aanvraag APV-vergunningen en omgevingsvergunningen. Bij de bepaling van de hoogte van de legestarieven wordt gekeken naar de kostendekkendheid. De leges worden geheven voor verstrekte diensten en producten. Een aantal tarieven van leges zijn wettelijk gemaximeerd, zoals het tarief voor paspoorten, aanwezigheidsvergunning speelautomaten of bijvoorbeeld een uittreksel Burgerlijke stand. Voor het overige geldt ook hier dat de tarieven van leges maximaal kostendekkend mogen zijn. Volgens de gemeentewet mag de legesverordening als geheel bezien maximaal kostendekkend zijn, waarbij de mogelijkheid tot kruissubsidiëring bestaat. Daarmee wordt verstaan: het hoger stellen van tarieven van leges voor sommige diensten om daarmee de tarieven voor andere diensten laag te kunnen houden.
72
De kosten en opbrengsten van de leges zien er als volgt uit: Berekening kostendekkendheid leges
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING paragraaf 1.1 Burgerlijke stand paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart paragraaf 1.3 Rijbewijzen paragraaf 1.4 Verstrekkingenin het kader van de basisregistratie persoonsgegevens paragraaf 1.5 Gereserveerd paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie paragraaf 1.7 Overige publiekszaken paragraaf 1.8 Gemeentearchief paragraaf 1.9 Bijzondere wetten paragraaf 1.10 Diversen TOTAAL ALGEMENE DIENSTVERLENING HOOFDSTUK 2 OMGEVINGSWET paragraaf 3 Bouwactiviteiten TOTAAL LEGES OMGEVINGSVERGUNNING HOOFDSTUK 3 EUROPESE DIENSTENRICHTLIJN paragraaf 3.1 Horeca paragraaf 3.2 Seksbedrijven paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt paragraaf 3.5 Standplaatsen paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit TOTAAL DIENSTVERLENING EUROPESE DIENSTENRICHTLIJN KOSTENDEKKING LEGES TOTALE TARIEVENTABEL
Totale Kosten taakveld 45.500 837.700 245.400 21.800 0 0 12.100 0 300 0 1.162.800
Totale Kostendekking Opbrengsten 42.600 795.800 236.000 13.600 0 0 16.900 0 500 0 1.105.400
94% 95% 96% 62%
140% 167% 95%
Totale Kosten 2.260.112 2.260.112
Totale Kostendekking Opbrengsten 1.844.000 82% 1.844.000 82%
Totale Kosten 18.400 0 0 2.200 1.500 0 13.700 35.800
Totale Kostendekking Opbrengsten 34% 6.200 0 0 45% 1.000 20% 300 0 42% 5.800 13.300 37%
3.458.712
2.962.700
86%
Lijkbezorgingsrechten Voor het verlenen van diensten door en/of het gebruik van de faciliteiten van de begraafplaatsen in Barendrecht worden rechten geheven voor onder andere begraven, onderhoudsrechten en andere lijkbezorgingsrechten. De in de lijkbezorgingskosten te dekken kosten zijn als volgt bepaald: Kostenonderbouwing Lijkbezorgingsrechten Kosten personeel en materieel Kosten van de activiteit vanuit de gemeente Netto kosten van de activiteit Overhead, inclusief omslagrente Totale kosten
2026 554.000 607.858 1.161.900 517.000 1.678.900
Opbrengst lijkbezorgingsrechten Dekkingspercentage
1.248.200 74%
Het hogere dekkingspercentage t.o.v. voorgaande jaren is niet het gevolg van tariefstijgingen maar ontstaat door het nieuw toekomstbestendig begraafplaatsbeleid.
Markt- en standplaatsgelden Voor het gebruik of het innemen van een standplaats voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van goederen of voorwerpen, op de openbare ruimte of het aangewezen marktterrein, wordt onder de naam van “markt- en standplaatsgelden” een recht geheven. Er is ook de mogelijkheid om gebruik te maken van elektra-
73
aansluitingen. Hiervoor zijn er afzonderlijke tarieven in de verordening markt- en standplaatsgelden opgenomen. De kosten en opbrengsten zijn als volgt: Kostenonderbouwing markt- en standplaatsgelden Kosten van de activiteit vanuit de gemeente Netto kosten van de activiteit Overhead BTW Totale kosten
2026 57.800 57.800 38.500 4.100 100.400
Opbrengst mark- en standplaatsgelden Dekkingspercentage
86.800 86%
Het hogere dekkingspercentage is het gevolg van hogere opbrengsten in 2025. Deze hogere opbrengsten zijn ontstaan door diverse infrastructurele projecten. Voor 2026 en verder wordt rekening gehouden met een gelijkblijvend inkomstenbeeld.
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Als een inwoner van Barendrecht het moeilijk heeft om zijn belasting te betalen, kan hij in aanmerking komen voor kwijtschelding en hoeft die belasting niet te betalen. Dit heeft betrekking op de afvalstoffenheffing en rioolheffing. De geraamde kosten van kwijtscheldingen worden doorberekend in de tarieven. In de begroting zijn de volgende bedragen opgenomen voor kwijtschelding: Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Rioolheffing Afvalstoffenheffing Totaal
74
2026 99.000 250.000 349.000
Woonlasten (lokale lastendruk) Tot de woonlasten worden gerekend de onroerendezaakbelasting, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en daarmee grotendeels de lokale lastendruk. De woonlasten voor de inwoners (woningen) zijn als volgt: Afwijking Omschrijving 2025* 2026 + = stijging en - = daling van lasten Absoluut In % A1: Eénpersoonshuishouden met een huurwoning Rioolgebruik 82,08 99,24 17,16 21% Afval 274,08 291,12 17,04 6% Totaal 356,16 390,36 34,20 10% B1: Tweerpersoonshuishouding met een huurwoning Rioolgebruik 157,92 191,04 33,12 21% Afval 428,28 455,04 26,76 6% Totaal 586,20 646,08 59,88 10% C1: Meerpersoonshuishouding met een huurwoning Rioolgebruik 242,64 293,52 50,88 21% Afval 501,12 532,44 31,32 6% Totaal 743,76 825,96 82,20 11% A2: Eénpersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde va n € 545.000** Rioolgebruik 82,08 99,24 17,16 21% Afval 274,08 291,12 17,04 6% OZB-eigendom*** 437,62 448,96 11,34 3% Totaal 793,78 839,32 45,54 6% B2: Tweepersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 545.000** Rioolgebruik 157,92 191,04 33,12 21% Afval 428,28 455,04 26,76 6% OZB-eigendom*** 437,62 448,96 11,34 3% Totaal 1.023,82 1.095,04 71,22 7% C2: Meerpersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 545.000** Rioolgebruik 242,64 293,52 50,88 21% Afval
501,12 532,44 31,32 6% OZB-eigendom*** 437,62 448,96 11,34 3% Totaal 1.181,38 1.274,92 93,54 8% * Definitief vastgestelde tarieven ** Gemiddelde WOZ-waarde o.b.v. geschatte waardestijging van 9,25%, t.o.v. WOZ waarde 2025: € 499.000 (Coelo) *** OZB gemiddelde WOZ-waarde 2025 vgl Coelo * vastgesteld tarief / geschatte waardestijging 2026 tegen berekende tarief
75
Barendrecht ten opzichte van buurgemeenten De woonlasten van de omliggende gemeenten voor het belastingjaar 2026 zijn nog niet beschikbaar. Om de woonlasten te kunnen vergelijken wordt gebruik gemaakt van de woonlasten van deze gemeenten in 2025. Deze vergelijking maakt de onderlinge verschillen van de woonlasten tussen Barendrecht en omliggende gemeenten inzichtelijk. Er is hierbij uitgegaan van de woonlasten van een eenpersoonshuishouden en een gezin (meerpersoonshuishouden) met zowel een koopwoning (woningeigenaren) als een huurwoning (huurders). In de hierna volgende grafiek wordt dit ten aanzien van een gezin met een koopwoning de ontwikkeling van de woonlasten in 2025 ten opzichte van 2024 weergegeven. Tarieven per gemeente 2025 (eenpersoonshuishouden) afvalstoffen rioolheffing OZB tarief gemiddelde woonlasten woonlasten heffing woningwaarde eigenaar* huurder*
Gemeente Barendrecht Zwijndrecht H.I. Ambacht Ridderkerk Albrandswaard *Coelo-Atlas 2025
274 364 283 286 294
82 334 189 218 227
0,0877% 0,0857% 0,0883% 0,0906% 0,1023%
499.000 415.000 494.000 400.000 521.000
793 1.054 876 867 1.054
356 698 287 395 522
Tarieven per gemeente 2025 (meerpersoonshuishouden) afvalstoffen rioolheffing OZB tarief gemiddelde woonlasten woonlasten heffing woningwaarde eigenaar* huurder*
Gemeente Barendrecht Zwijndrecht H.I. Ambacht Ridderkerk Albrandswaard *Coelo-Atlas 2025
501 408 414 396 428
243 334 224 218 303
0,0877% 0,0857% 0,0883% 0,0906% 0,1023%
499.000 415.000 494.000 400.000 521.000
1.181 1.098 1.042 977 1.263
Grafiek per gemeente Vergelijking woonlasten 2024 en 2025 1400 1200 1000 800 600 400 200 0
Barendrecht 1066,89
Hendrik-Ido Ambacht 985,87
Ridder-kerk
Woonlasten 2024
Albrandswaard 1235,63
Woonlasten 2025
1263,35
1181,06
1042,19
bron: Coelo-Atlas van de lokale lasten 2024 en 2025
76
Neder-land
957,47
Zwijndrecht 1026,96
977,04
1098
1052
994
744 742 453 505 731
2. § Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1. Aanleiding en achtergrond De Gemeente Barendrecht voert actief beleid op de beheersing van de risico’s die de gemeente loopt. Gekeken wordt naar de maatregelen die worden getroffen om de risico’s af te dekken. Voor de risico’s waarvoor geen maatregelen getroffen kunnen worden, bijvoorbeeld omdat het verzekeren ervan te duur zou zijn, wordt ingeschat welke buffer noodzakelijk is. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit. Op basis van de continu geïnventariseerde risico’s en de beschikbare financiële middelen (beschikbare weerstandscapaciteit) is het weerstandvermogen berekend. In dit risicoprofiel worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen benoemd en meegewogen.
2. Risicoprofiel Door actieve risicobeheersing heeft de gemeente in beeld wat de risico’s zijn en is het mogelijk om het weerstandsvermogen te bepalen. Alle risico’s worden voor zover mogelijk 2 maal per jaar herijkt en er wordt continu geanticipeerd op nieuwe risico’s. Het getoonde risicoprofiel is bepaald vanuit de inventarisatie en analyse zoals uitgevoerd t/m 16 juni 2025. We kijken vanuit de huidige omstandigheden vooruit met als doel een actueel risicoprofiel te presenteren waarin rekening wordt gehouden met realistische scenario’s voor de nabije toekomst. De belangrijkste trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op het risicoprofiel worden kort toegelicht. De gevolgen van externe invloeden zoals de geopolitieke spanningen, de nog steeds relatief hoge inflatie en de krappe arbeidsmarkt laten zich zien en voelen over de hele breedte van het risicoprofiel. De geïdentificeerde risico’s met betrekking tot de ondersteunende bedrijfsvoering vallen binnen het risicocluster van De BedrijfsvoeringsPartner welke u terugvindt in bijgaand overzicht. In het volgende overzicht worden de belangrijkste (geconsolideerde) risico's gepresenteerd die de grootste invloed hebben bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit. Bij ieder risico worden kort de beheersmaatregelen weergegeven. De lijst met belangrijkste risico’s omvat circa 90% van alle geïdentificeerde risico’s.
Tien belangrijkste financiële risico’s gemeente Barendrecht Nr. Risico
Maatregelen/Opmerkingen
1 Geconsolideerd risico Project de Stationstuinen
Gecontroleerde projectomgeving, fasering, prioritering, partneroverleg ! zie punt 6
5
max.€ 3.276.000 +
2 Risicocluster uitvoering Jeugdwet- tekorten die ontstaan in de uitvoering van de Jeugdwet
Beperkte invloed, transformatie keten, monitoring/ benchmarking, business intelligence
5
max.€ 1.000.000 +
3 Risicocluster uitvoering wet- en regelgeving Informatiebeveiliging en Privacy
De BedrijfsvoeringsPartner, Proces meldpunt datalekken, beheer register gegevensverzamelingen, Compliance.
5
max.€ 1.000.000 ~
4 Risico(cluster) dat De BedrijfsvoeringsPartner haar taken niet kan uitvoeren binnen het beschikbaar gestelde budget
De BedrijfsvoeringsPartner, monitoring, business intelligence, competentieontwikkeling
4
max.€ 906.000
5 Faillissement van derden of instellingen bij wie borgstellingen, garanties, leningen of vorderingen uitstaan leiden tot onvoorziene uitgaven
Beperkte invloed, De BedrijfsvoeringsPartner, monitoring, business intelligence
3
max.€ 1.000.000 ~
6 Cluster BUIG, (Participatiewet) gerelateerde risico's. Overschrijding van budget(ten)
Optimaliseren uitvoering processen preventie, activering en handhaving
5
max.€ 750.000
-
7 Cluster WMO gerelateerde risico's. Overschrijding van Beperkte invloed, monitoring, business intelligence budget(ten)
5
max.€ 400.000
~
8 Lagere rijksbijdrage door wijzigingen in verdelingsmaatstaven en/of bezuinigingen Rijk zorgt na maatregelen voor tekorten
Her-prioritering, bezuinigingen, inkomsten verhogen. ! in 2026 en 2027 wordt er uitgegaan van een lagere bijdrage die nu al dwingt tot noodzakelijke maatregelen.
5
max.€ 400.000
+
9 Risico’s projecten
Gecontroleerde projectomgeving, scenario-analyse/ risicoanalyse
4
max.€ 500.000
~
4
max.€ 400.000
-
10 Risico tekorten in open eindregelingen Monitoring/ benchmarking, business intelligence. Schulddienstverlening, Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand
Klasse Financieel gevolg
+
- Risico daalt in de top 10 en/of neemt af. + Risico stijgt in de top 10 en/of neemt toe. ~ Risico blijft gelijk in de top 10. ! Aandachtvestiging/opmerking i.v.m. ontwikkelingen
77
Het bovenstaande overzicht toont risico’s die incidenteel schade op kunnen leveren, met daarbij het maximale financiële gevolg. De onderstaande tabel geeft aan hoe groot de kans is in lengte van tijd. De top 10 betreft in overwegende mate risico’s met een relatief korte tijdshorizon (binnen één jaar). Dit houdt in dat deze zich op korte termijn zouden kunnen voordoen en waarbij de mogelijkheid tot tijdige bijsturing beperkt is. Bijgevoegde tabel geeft aan hoe de spreiding in tijd is terug te vertalen. Kwantiteit Referentiebeelden
Kansklasse Toelichting kansklasse
10%
0 of 1 keer per 10 jaar 1
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.
30%
1 keer per 5 – 10 jaar 2
Deze klasse hanteren we voor risico’s waarvan het niet waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen.
50%
1 keer per 2 – 5 jaar
3
Deze klasse hanteren we voor risico’s die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.
70%
1 keer per 1 – 2 jaar
4
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen.
90%
1 keer per jaar of meer
5
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.
Op basis van de ingevoerde risico's is een zogeheten risicosimulatie uitgevoerd. Wij doen dit met behulp van risicoanalyse software. Hiermee kunnen we met alle risico’s die we lopen 100.000 keer doen alsof deze in meer of mindere mate optreden om zo nauwkeuring mogelijk in te kunnen schatten welke financiële buffer er op dit moment tenminste nodig is. We doen dit vooral omdat het reserveren van het maximale bedrag € 16.386.453 ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage
Bedrag
10%
€ 2.255.300
25%
€ 3.139.397
50%
€ 3.845.847
75%
€ 4.466.042
90%
€ 5.368.051
95%
€ 5.798.438
Uit de tabel met zekerheidspercentages volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 5.368.051 (benodigde weerstandscapaciteit).
3. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Barendrecht bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
9.543.000
13.603.200
14.254.400
15.584.200
16.165.700
4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.
78
31-12-2025 Ratio weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
9.543.000 5.368.100
=
1,8
31-12-2026 Ratio weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
13.603.200 5.368.100
=
2,5
31-12-2027 Ratio weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
14.254.400 5.368.100
=
2,7
31-12-2028 Ratio weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
15.584.200 5.368.100
=
2,9
31-12-2029 Ratio weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
16.165.700 5.368.100
=
3,0
Het ratio weerstandsvermogen van de gemeente Barendrecht valt in 2026 met 2,5 in klasse A, wat staat voor uitstekend weerstandsvermogen. Weerstandsnorm Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 – 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 – 1,4
Voldoende
D
0,8 – 1,0
Matig
E
0,6 – 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
5. Kengetallen In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en het jaarverslag worden kengetallen opgenomen voor de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, de schuldratio, de solvabiliteitsratio, de structurele exploitatieruimte, de grondexploitatie en de belastingcapaciteit. Deze kengetallen maken het de leden van de gemeenteraad gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente. Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Realisatie 2024 83,1% 83,1% 22,4% -3,4% 0,2% 107,3%
Prognose 2025 88,3% 88,3% 21,9% 0,6% 2,0% 112,3%
Prognose 2026 98,1% 98,1% 22,7% 1,4% 3,7% 121,2%
Prognose 2027 98,9% 98,9% 22,4% 1,4% 6,1% 121,2%
Prognose 2028 106,4% 106,4% 22,0% 1,0% 6,7% 121,2%
Prognose 2029 99,3% 99,3% 21,9% 1,0% 7,1% 121,2%
De kengetallen laten op de kengetallenmonitor voor de schuldquote en solvabiliteitsratio een middelhoge score zien en voor de belastingcapaciteit een hoge risicoscore. De grondexploitatie en structurele exploitatieruimte heeft een lage risicoscore. De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in 3 categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest risicovol. Kengetal Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Categorie A <90% >50% >0% <20% <95%
Categorie B 90-130% 20-50% 0% 20-35% 95-105%
Categorie C >130% <20% <0% >35% >105%
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de begrote inkomsten. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of deze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de
79
verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. De kengetallen fluctueren nogal. Dit komt omdat het percentage volgens de voorschriften bepaald moet worden op basis van de begrote inkomsten. De berekening is als volgt: bedragen * 1.000 Netto schuldquote Vaste schulden Netto vlottende schuld Overlopende passiva Totale bruto schuld Financiële activa (uitzettingen > 1 jaar) Verstrekte leningen Uitzettingen < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totale netto schuld Totale netto schuld gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen H. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Realisatie 2024 115.758 11.334 41.666 168.758 2.206 0 13.758 538 14.740 137.516 137.516 165.541 83,1% 83,1%
+ + + -
Prognose 2025 129.543 11.990 41.666 183.199 2.206 0 11.326 0 14.740 154.927 154.927 175.388 88,3% 88,3%
Prognose 2026 137.907 11.334 41.666 190.907 2.206 0 11.678 1.000 14.740 161.283 161.283 164.445 98,1% 98,1%
Prognose Prognose Prognose 2027 2028 2029 145.771 152.635 154.666 11.334 11.334 11.334 41.666 41.666 41.666 198.771 205.635 207.666 2.206 2.206 2.206 0 0 0 16.804 25.174 32.946 1.000 1.000 1.000 14.740 14.740 14.740 164.021 162.515 156.774 164.021 162.515 156.774 165.850 152.789 157.940 98,9% 106,4% 99,3% 98,9% 106,4% 99,3%
De schuldquote blijft de komende jaren in de klasse middel risico, in verband met de financiering van investeringen. In de meerjarenbalans is te zien dat de boekwaarde van de activa de komende jaren hoog blijft. De solvabiliteit geeft aan welk gedeelte van het bezit met eigen vermogen is gefinancierd. Dit is ca. 23% voor 2026, wat betekent dat 77% met vreemd vermogen is gefinancierd. bedragen * 1.000 Solvabiliteit A. Eigen vermogen B. Totaal passiva Solvabiliteit
+ ∕
Realisatie 2024 51.792 230.985 22,4%
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
2025 53.672 244.838 21,9%
2026 58.220 256.623 22,7%
2027 59.205 264.422 22,4%
2028 59.744 272.164 22,0%
2029 60.304 274.964 21,9%
De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering en opbrengsten uit de onroerendezaakbelasting. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (inclusief rente en aflossingen van leningen) te dekken. bedragen * 1.000 Structurele exploitatieruimte Saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Rekening en begrotingssaldo Waarvan incidentele lasten en baten Structureel saldo Totale saldo van baten (excl. mutatie reserves)
+ + -
Structurele exploitatieruimte
Realisatie Prognose Prognose Prognose Prognose Prognose 2024 2025 2026 2027 2028 2029 -3.861 1.880 4.548 985 539 560 6.175 2.180 -3.897 345 43 3 2.314 4.060 651 1.330 582 563 8.022 3.016 -1.601 -968 -968 -968 -5.708 1.044 2.252 2.298 1.550 1.531 165.541 175.388 164.445 165.850 152.789 157.940 -3,4%
0,6%
1,4%
1,4%
1,0%
1,0%
Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Hoe lager het percentage hoe beter. bedragen * 1.000 Grondexploitatie A. Bouwgronden in exploitatie Totale bouwgronden B. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Grondexploitatie
+ /
Realisatie Prognose Prognose Prognose Prognose Prognose 2024 2025 2026 2027 2028 2029 402 3.537 6.074 10.088 10.303 11.189 402 3.537 6.074 10.088 10.303 11.189 165.541 175.388 164.445 165.850 152.789 157.940 0,2% 2,0% 3,7% 6,1% 6,7% 7,1%
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Barendrecht zit in 2026 boven het landelijk gemiddelde met 121,2%, wanneer wordt vergeleken met het landelijk gemiddelde over het laatst bekende begrotingsjaar (2025, t-1).
80
bedragen * 1.000 Belastingcapaciteit A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde C. Afvalstoffenheffing voor een gezin D. Eventuele heffingskorting voor een gezin Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde E. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in laatst bekende begrotingsjaar Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar t-1
+ + + /
Tarieven 2024 427 199 441 0 1.067 994
Tarieven 2025 437 243 501 0 1.181 1.052
Tarieven 2026 449 294 532 0 1.275 1.052
Tarieven 2027 449 294 532 0 1.275 1.052
Tarieven 2028 449 294 532 0 1.275 1.052
Tarieven 2029 449 294 532 0 1.275 1.052
107,3%
112,3%
121,2%
121,2%
121,2%
121,2%
6. Trends en ontwikkelingen risicoprofiel Barendrecht In deze paragraaf worden de belangrijkste trends en ontwikkelingen in relatie gebracht met de risico’s van de gemeente. De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door investeringen en maatregelen te treffen. In deze paragraaf worden de belangrijkste onzekerheden en risico’s toegelicht en daarbij worden negatieve scenario’s als input gebruikt. Het weerstandsvermogen van de gemeente staat al geruime tijd onder druk. Ondanks positieve ontwikkelingen in de financiële positie blijft het weerstandsvermogen ook in de komende periode een belangrijk aandachtspunt. Structurele versterking is noodzakelijk om adequaat te kunnen blijven inspelen op risico’s en onverwachte tegenvallers. De gemeente ontvangt ruim de helft van hun inkomsten via een algemene uitkering uit het gemeentefonds. De meeste gemeenten voorzien voor de komende jaren tekorten omdat deze rijksbijdrage de komende jaren terugloopt. Om hierop in te spelen worden er nu al stappen gezet om de product- en dienstverlening op een acceptabel niveau in te kunnen blijven vullen. Project De Stationstuinen: De gemeente gaat in een periode van 10 tot 12 jaar een moderne wijk met 3.500 woningen realiseren. De ontwikkeling van de risico’s hierbij speelt een belangrijke rol en deze zal fluctueren.
In de huidige meer concretere fase van het project is het inzicht in de risico's die in de verschillende fases van het project op kunnen treden veel scherper dan in de voorgaande periode waarin meerdere scenario's relatief hoge risico's bevatte. Het prijsniveau van grond-/ brandstoffen, bouwmateriaal, personeel en de toegang tot overheidssubsidies blijven continu van invloed op de hoogte van het risico, dat dient te worden beheerst. Momenteel is dit risicocluster met € 3.276.000 aan maximaal berekend risico nog steeds de grootste in het risicoprofiel van de gemeente. De invloed er van op de weerstandscapaciteit van de gemeente ligt inmiddels een stuk lager dan voorgaande rapportage en is ook opgenomen in het risicoprofiel en de berekening van de ratio. Binnen het sociaal domein (Wmo, Jeugdwet en Participatiewet) is er in lijn met het landelijke beeld een aanhoudende trend te zien van hoge en/of stijgende kosten. De gemeente heeft hierdoor te maken met alsmaar groeiende uitgaven zonder dat hier adequate structurele financiering tegenover staat. Daarnaast betreft het veelal “open-einde” regelingen waarvan de kosten lastig in te schatten zijn. In de uitvoering van de Jeugdwet is de kans op overschrijding van de beschikbaar gestelde budgetten ook komend jaar groot.
De hulpvraag onder jongeren is in aantal cliënten wellicht iets afgenomen, ten aanzien van voorgaande perioden van stijging, maar blijft groot en zeer kostbaar. De daarnaast beperkte beschikbaarheid van passende hulpverlening dragen bij aan het aanhouden van een onveranderd stevig risico in het gemeentelijk risicoprofiel als het gaat om de uitvoering van de Jeugdwet. Het CPB berekent richting 2026 landelijk een kostenstijging op de uitvoering van de Jeugdwet oplopend tot ruim 5%. In de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning zullen de netto kosten en de vraag de komende jaren hoog blijven en ook hier wordt landelijk tenminste tot 2033 een kostenstijging van boven de 2% per jaar verwacht. Uiteraard zal er lokaal binnen het sociaal domein alles aan worden gedaan om de uitvoering zo efficiënt en effectief als mogelijk uit te voeren. De uitvoering van de BUIG (Participatiewet) laat een vrij stabiel beeld zien. Ondanks alle maatregelen op het gebied van preventie, activering en handhaving blijft dit risico stevig in omvang. Hoewel er zeker sprake is van krapte op de arbeidsmarkt blijkt er in veel gevallen maar beperkt aansluiting te zijn op diezelfde arbeidsmarkt om hier snel positieve verandering in te realiseren. Richting 2026 wordt een lichte stijging in de werkloosheid voorzien.