CConstaterende datBarendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2026

gemeenteraad 11 november 2025, gemeente BarendrechtBij agendapunt: Begroting 2026, Meerjarenraming 2027 - 202935.510 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Schuldhulpverlening, bijzondere bijstand (open eind-regelingen): De groep huishoudens die het risico loopt de vaste lasten niet meer te kunnen betalen neemt toe en beperkt zich niet tot alleen de lage inkomens. Een

81

groeiende groep inwoners en ondernemers zal naar verwachting een beroep gaan doen op ondersteuning bij het voorkomen/beperken van schulden en/of faillissement. De kosten van bijzondere bijstand en schuldhulpverlening zullen de komende jaren waarschijnlijk nog licht blijven stijgen. ICT/ Informatiebeveiliging en Privacy. De bescherming van alle gevoelige informatie en het aanbieden van moderne en veilige digitale product- en dienstverlening ontkomt ook niet aan oplopende kosten van noodzakelijk onderhoud, beheer en doorontwikkeling. De kosten voor ICT en informatiebeveiliging lopen de laatste jaren sneller op. Burgers verwachten daarbij steeds meer op het gebied van digitale dienstverlening. De gemiddelde kosten op ICT gebied per inwoner per jaar ontwikkelt zich inmiddels naar circa € 110. Deze risico’s maken voor een belangrijk deel onderdeel uit van processen waar De BedrijfsvoeringsPartner zorg voor draagt. De wetgeving op het gebied van informatiebeveiliging en privacybescherming wijst de gemeente altijd als risico eigenaar aan en stelt harde toenemende eisen aan techniek, inrichting, beschikbare competenties en capaciteit. Dit alles is noodzakelijk om de dienstverlening op peil te houden, maar helaas ook om kwaadwillenden te weren uit onze digitale omgeving. De gemeente werkt hierin nauw samen met de Informatiebeveilingsdienst en De BedrijfsvoeringsPartner.

Risico’s De BedrijfsvoeringsPartner: De (niet primaire) taken die vallen onder het technische beheer en het ondersteunen van de product- en dienstverleningsprocessen van de gemeente(n) worden door De BedrijfsvoeringsPartner uitgevoerd. De bedrijfsvoeringsrisico’s die hierbij bestaan vormen het risicoprofiel van de BedrijfsvoeringsPartner. De gemeente deelt naar rato in het afdekken van een deel van deze risico’s. Dit risico is als één cluster opgenomen in de top 10. Invulling geven aan de bedrijfsvoering voor de gemeenten is uitdagend en vraagt om continue innovatie en ontwikkeling. Waar de gemeenten steeds nieuwe taken krijgen toebedeeld gaat dit in gelijke tred ook op de voor de ondersteuning ervan ten aanzien van de bedrijfsvoering en daarmee de ontwikkeling van het risico. Risico’s door garantstellingen: De gemeente verstrekt garantstellingen en neemt hiermee ook risico’s. Op voorhand worden de risico’s afgewogen en wordt gekeken naar de voordelen die er bereikt kunnen worden. Denk hierbij aan het ondersteunen van de lokale economie en maatschappelijke doelen zoals sociale woningbouw en verduurzamingsprojecten. De gemeenten in Nederland zorgen samen met de rijksoverheid voor degelijke vangnetconstructies. Hierdoor zijn de risico’s relatief klein.

Bestuurlijke en financiële verhoudingen Rijk en decentrale overheden (risico Rijksbijdrage gemeentefonds): Er is al langere tijd sprake van een (toegenomen) disbalans tussen financiële en bestuurlijke verhoudingen tussen Rijk en decentrale overheden. Zoals eerder aangegeven zorgen de teruglopende bijdragen van het gemeentefonds en de nieuwe verdeel- en berekensystematiek van het gemeentefonds voor grote onzekerheid. Decentralisaties/ nieuwe & aangepaste wettelijke taken. Het transformeren naar een uitgebalanceerde uitvoeringsorganisatie voor de vanuit het Rijk gedecentraliseerde taken als wel het implementeren en ten uitvoer leggen van nieuwe en aangepaste wetten en regelgeving is en blijft een zeer complexe en uitdagende opgave en waaraan altijd risico’s zijn verbonden.

82

3. § Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen De kwaliteit van onze wegen, bruggen, parken, verlichting, speelplekken, riolering en water bepaalt mede de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van Barendrecht. Het strategisch beheren van deze kapitaalgoederen is een kerntaak, gericht op veiligheid, toekomstbestendigheid, mobiliteit en waarde behoud. Strategische pijlers zijn daarbij: *Assetmanagement & Kwaliteit: We sturen op risicobeheersing en optimalisatie via assetmanagement, conform CROW-kwaliteitsniveaus (A in centra en B in de rest van de gemeente). De ambitie is te komen tot één integraal Strategisch Assetmanagementplan (SAMP). *Gericht onderhoud & Vervanging: Op basis van actuele beheerplannen en inspecties prioriteren we onderhoud en vervanging. *Vooruitkijken & Anticiperen: Het reserveren van middelen voor het beheer van nieuw areaal en het managen van risico's (stijgende kosten en de impact van de energietransitie op wegen/groen). Dit thema vraagt nog wel een verdere verdieping/verfijning. Belangrijke aandachtspunten zijn: -Wegen & Kunstwerken: Aanpak ondermaatse kwaliteit en voorbereiden op noodzakelijk onderhoud/vervanging van civieltechnische kunstwerken (nieuw beheerplan 2025). -Groen & Bomen: Geen achterstallig boomonderhoud, wegwerken achterstand snoeien bosplantsoen en inzet op klimaatadaptatie en biodiversiteit.

-Verlichting: Voortzetten ledtransitie en actualisatie beheerplan 2026. -Spelen: Veiligheid centraal, herinrichting met participatie. -Water & Riolering: Baggeren en oeverbeheer voor waterkwaliteit en ecologie, inspelen op klimaatverandering en integraal vervangen van riolering (start Oude Dorp 2026) om toekomstige problemen (o.a. gres) en pieken te voorkomen en wijken klimaatadaptief in te richten. Zo werken we aan een toekomstbestendige, veilige en aantrekkelijke openbare ruimte voor alle Barendrechters. Beheer- en beleidsplannen zijn daarbij essentieel. Onderstaande tabel geeft een overzicht van die plannen. Beheerplan Wegen Civiele kunstwerken Groen en bomen

Verlichting

Speelvoorzieningen

Straatmeubilair Riolering Water

Jaar van Jaar van Financiering¹ Gemeentelijk beleid vaststelling herziening 2023 2026 E/I - Beheerplan Wegen gemeente Barendrecht 2022-2026 (2023) - Herijking Integrale Visie Openbare Ruimte (2013) 2020 2025 E - Factsheet civiele kunstwerken (2020) 2024 2028 E - Groenbeheerplan 2024-2028 gemeente Barendrecht (2024) - Beleidsdoelen en uitgangspunten Bomenverordening (2024) - Groenvisie Barendrecht 2030 (2023) - Groene kaart gemeente Barendrecht (2019) - Bomenverordening gemeente Barendrecht (2013) - Herijking Integrale Visie Openbare Ruimte (2013) - Groenbeleidsplan 'Barendrecht ziet groen' (2008) 2020 2026 E/I - Factsheet openbare verlichting (2020) - Appendix duurzaamheid beleidsplan openbare verlichting(2015) - Beleidsplan openbare verlichting (2004) 2020 2025 E/I - Speelruimteplan 'Spelen met ruimte' (2024) - Factsheet speelvoorzieningen (2020) - Notitie schoolpleinen (2013) 2015 2026 E - Factsheet straatmeubilair (2020) - Algemene Plaatselijke Verordening (2020) 2024 2028 E/V - Programma Stedelijk Water 2024-2028 (2024) 2024 2028 E - Programma Stedelijk Water 2024-2028 (2024) - Waterbeheerprogramma 2022-2027 WSHD (2021) - Gewijzigde nota bodembeheer (2021)

¹ Via exploitatie (E), investering (I) of voorziening (V)

83

Wegen: Fundament voor mobiliteit Met ruim 266 hectare aan gemeentelijke wegen (elementen-, asfalt-, beton- en halfverharding) vormen de wegen een essentieel onderdeel van onze infrastructuur. De gemiddelde technische en beheerkwaliteit scoort een B (CROW). Ondermaatse kwaliteit (C/D) pakken we direct aan of prioriteren we in de planning. Een strategisch aandachtspunt zijn de vele kabel- en leidingwerkzaamheden (o.a. energietransitie), die kunnen leiden tot versnelde achteruitgang en extra onderhoudsmaatregelen. Beheerplan wegen Verzorgend onderhoud (E) Klein onderhoud (E) Groot onderhoud (E) Totaal onderhoudskosten Rehabilitatie wegen (I) Kapitaallasten (E)

Begroot 2026 (€)

Begroot 2027 (€)

Begroot 2028 (€)

Begroot 2029 (€)

1.125.700 352.000 1.029.500 2.076.400 2.092.100 1.419.500

775.700 352.000 1.029.500 2.157.200 1.847.500 1.554.500

775.700 352.000 1.029.500 2.157.200 1.847.500 1.621.300

775.700 352.000 1.029.500 2.157.200 1.847.500 1.687.500

Via exploitatie (E) of investering (I) In 2026 is extra budget van € 350.000 opgenomen voor een impuls in het verzorgend wegonderhoud

Investering rehabilitatie wegen In februari 2024 is het Programma Stedelijk Water 2024-2028 door de gemeenteraad vastgesteld (inclusief de keuze voor variant 1 “alleen nog riool vervangen, niet meer relinen”). Daarbij is ook besloten om structureel € 1 miljoen extra investeringsbudget beschikbaar te stellen voor rehabilitatie/vervanging wegen. De inzet van deze middelen is in lijn met de doelstelling en conclusies uit het Beheerplan Wegen 2020-2026. Om kapitaalvernietiging te voorkomen en de overlast voor de omgeving te beperken, volgt de vervangingsplanning wegen grotendeels de rioleringsplanning. Dit is een bewuste keuze voor een integrale aanpak die koppelkansen benut. Mocht de rioleringsplanning vertraging oplopen, dan bekijken we welke wegrehabilitatieprojecten wel zelfstandig kunnen worden uitgevoerd. Op die manier blijft de uitvoeringscapaciteit optimaal benut, wordt het investeringsbudget rehabilitatie/vervanging wegen effectief besteed en houden we de kwaliteit van ons wegareaal zoveel mogelijk op peil.

Civiele kunstwerken: Verbindingen beheren De gemeente beheert circa 380 bruggen, trappen, keermuren, tunnels en andere kunstwerken. Ons beheer is gericht op duurzame technische instandhouding en functionaliteit. In 2025 wordt het beheerplan geactualiseerd. We verwachten dat hieruit zal blijken dat voor diverse kunstwerken de ondergrens van de technische levensduur is bereikt, wat extra financiële middelen vereist voor noodzakelijk onderhoud en vervanging. Een specifiek voorstel hiervoor volgt te zijner tijd. Klein onderhoud (E) Totaal onderhoudskosten Kapitaallasten (E)

2026 (€)

2027 (€)

2028 (€)

2029 (€)

129.400 129.400 49.500

129.400 129.400 49.100

129.400 129.400 48.600

129.400 129.400 48.200

Via exploitatie (E)

Groen en bomen: Beeldbepalend en ecologisch waardevol Het groen in Barendrecht, bestaande uit ruim 23.600 bomen en honderden hectares beplanting, hagen en gras, is cruciaal voor de uitstraling en ecologische waarde van onze gemeente. Het reguliere boomonderhoud is op orde; er is geen achterstand en boomziektes zijn onder controle. Achterstanden in het beheer van beplantingen werken we weg binnen het reguliere onderhoud. Overall scoort de gemiddelde kwaliteit van ons groen een B. Bij groenvervanging zetten we strategisch in op klimaatadaptatie: meer bomen, meer biodiversiteit en vergroening waar mogelijk. Net als bij wegen vormen graafwerkzaamheden (energietransitie) een risico voor de levensduur van bomen en groeiplaatsen.

84

Beheerplan groen en bomen

Begroot 2026 (€)

Begroot 2027 (€)

Begroot 2028 (€)

Begroot 2029 (€)

Dagelijks onderhoud (E) Renovatie en inboet (E) Totaal onderhoudskosten Kapitaallasten (E) Via exploitatie (E)

2.850.400 797.200 3.647.600 59.800

2.850.400 797.200 3.647.600 59.300

2.850.400 422.200 3.272.600 58.700

2.850.400 422.200 3.272.600 58.100

Vanaf 2028 is het budget met € 375.000 verlaagd als bezuinigingsmaatregel

Openbare verlichting: Veiligheid en sfeer in het donker Openbare verlichting (ruim 13.000 masten) is essentieel voor de sociale- en verkeersveiligheid en de aantrekkelijkheid van de buitenruimte. Het beheer focust op instandhouding (goede werking) en strategische verduurzaming via de transitie naar LED. Het beheerplan wordt in 2026 geactualiseerd; hierin werken we de voortgang van de verduurzaming en een planning voor lichtmastvervanging verder uit, inclusief financieel voorstel. Beheerplan Verlichting

Begroot 2026 (€)

Begroot 2027 (€)

Begroot 2028 (€)

Begroot 2029 (€)

Dagelijks onderhoud (E) Planmatig onderhoud (E) Energie- en netwerkkosten (E) Totaal onderhoudskosten Vervangen verlichting (I) Kapitaallasten (E)

160.200 39.100 610.800 810.100 399.900 165.300

160.200 39.100 610.800 810.100 399.900 187.900

160.200 39.100 610.800 810.100 399.900 210.300

160.200 39.100 610.800 810.100 399.900 232.400

Via exploitatie (E) of investering (I)

Speelvoorzieningen: Ruimte voor ontwikkeling Buitenspelen is cruciaal voor de fysieke en mentale gezondheid van kinderen. Daarom beheren we 1.540 speeltoestellen op 276 speel- & sportplekken en 16 schoolpleinen. Het beheer is primair gericht op veilig gebruik en instandhouding. Onveilige situaties pakken we direct aan. Herinrichting vindt plaats bij einde levensduur (gemiddeld 12 jaar) of bij gewijzigde demografie, waarbij participatie van omwonenden en kinderen een vast onderdeel is van het ontwerp- en keuzeproces. Locaties die o.a. voor 2026 onder voorbehoud op de planning staan zijn: Sandelhout, Klarinetweg, Park de Ark, Standerdmolen, Kievit, Bark, Hoefslag, Cantatelaan, Catharinapolder en Meerwedesingel. Beheerplan speelvoorzieningen

Begroot 2026 (€)

Begroot 2027 (€)

Begroot 2028 (€)

Begroot 2029 (€)

Dagelijks onderhoud (E) Planmatig onderhoud (E) Totaal onderhoudskosten Vervangen speelvoorzieningen (I) Kapitaallasten (E)

149.200 37.400 186.600 686.300 544.500

149.200 33.600 182.800 686.300 572.800

149.200 29.900 179.100 776.300 600.300

149.200 29.900 179.100 776.300 635.900

Via exploitatie (E) of investering (I)

Straatmeubilair: Functionaliteit en uitstraling Objecten als zitbanken, fietsenrekken en afvalbakken verbeteren het gebruik, de functionaliteit en toegankelijkheid van de openbare ruimte en dragen bij aan de uitstraling. Momenteel loopt een inventarisatie van al het gemeentelijk straatmeubilair. Op basis hiervan stellen we een beheerplan op, gericht op het schoon, heel en veilig houden en het tijdig vervangen van objecten aan het einde van hun levensduur.

85

Beheerplan straatmeubilair

Begroot 2026 (€)

Begroot 2027 (€)

Begroot 2028 (€)

Begroot 2029 (€)

Dagelijks onderhoud (E) Planmatig onderhoud (E) Totaal onderhoudskosten

51.600 75.500 127.100

51.600 75.500 127.100

51.600 75.500 127.100

51.600 75.500 127.100

Via exploitatie (E)

Verkeersinstallaties: Veiligheid en Doorstroming Verkeersregelinstallaties (vri's) en beweegbare flexibele afsluitingen (bfa's) zijn cruciaal voor verkeersveiligheid, doorstroming en toegankelijkheid. We beheren 11 vri’s en 9 bfa’s. Het beheerplan wordt in 2025 geactualiseerd en biedt een strategisch kader om continuïteit, veiligheid en duurzaamheid te borgen. Beheerplan verkeersinstallaties

Begroot 2026 (€)

Begroot 2027 (€)

Begroot 2028 (€)

Begroot 2029 (€)

Klein onderhoud (E) Totaal onderhoudskosten Kapitaallasten (E)

113.700 113.700 70.200

113.700 113.700 69.600

113.700 113.700 68.900

113.700 113.700 58.200

Via exploitatie (E)

Water en Beschoeiingen: Dynamisch Beheer Het beheer van ons oppervlaktewater (ruim 735.000 m²), beschoeiingen (90 km) en natuurvriendelijke oevers (34 km) is gericht op veiligheid, waterberging, doorstroming en hoge ecologische waarde. We hanteren een structurele aanpak met een vijfjaarlijkse baggercyclus (in afstemming met waterschap) en jaarlijks gefaseerd waterplanten- en rietbeheer. Beschoeiingen worden vijfjaarlijks geïnspecteerd als basis voor onderhoud en vervanging. We spelen actief in op uitdagingen: verbetering waterkwaliteit Gaatkensplas (ritsbeheer, beperken inlaat rivierwater), klimaatverandering (diepte-infiltratie bij Stationstuinen) en de dalende visstand (onderzoek en maatregelen i.s.m. visvereniging). Het areaal neemt toe door nieuwbouw. Beheerplan oppervlaktewater

Begroot 2026 (€)

Begroot 2027 (€)

Begroot 2028 (€)

Begroot 2029 (€)

Dagelijks onderhoud (E) Planmatig onderhoud (E) Totaal onderhoudskosten Beschoeiingen (I) Waterbergende wegfundering (I)

230.000 456.400 686.400 104.000 250.000

230.000 456.400 686.400 104.000 250.000

230.000 456.400 686.400 104.000 250.000

230.000 456.400 686.400 104.000 250.000

Via exploitatie (E) of investering (I)

Riolering Vanuit onze wettelijke zorgplicht beheren we een uitgebreid rioolstelsel (ruim 400 km leiding, 290 gemalen) voor afval-, hemel- en grondwater. Dit is cruciaal voor volksgezondheid, milieu en leefomgeving. We monitoren de kwaliteit via jaarlijkse inspectie en reiniging van 15% van het areaal. Noodzakelijke reparaties worden uitgevoerd om de functionaliteit te borgen. Gemalen houden we in conditie door proactief onderhoud, inspectie, reiniging en tijdige vervanging, waarbij we inzetten op duurzaamheid en innovatie. Een belangrijk strategisch aandachtspunt is de veroudering van het stelsel, met name het risicovolle gresriool (25% van vuilwaterriool). Om de algehele kwaliteit en waarde van de riolering te waarborgen en een vervangingspiek rond 2070 te voorkomen, is de strategische keuze gemaakt om riolen aan einde levensduur (gemiddeld 60 jaar) integraal te vervangen in plaats van te relinen. Dit biedt de kans om wijken direct klimaatadaptief (verbeterde hydraulische capaciteit) en toekomstgericht in te richten. In 2026 starten we met de rioolvervanging in het Oude Dorp, vooruitlopend op de bredere herinrichting, vanwege de urgentie (einde levensduur, capaciteitstekort). Ook hier groeit het areaal door nieuwbouwprojecten.

86

Beheerplan riolering en gemalen Dagelijks onderhoud riool (E) Planmatig onderhoud riool (E) Planmatig onderhoud gemalen (E) Totaal onderhoudskosten Vervanging riolering en gemalen (V)

Begroot 2026 (€)

Begroot 2027 (€)

300.000 300.000 335.000 335.000 147.600 147.600 782.600 782.600 2.138.000 2.867.000

Begroot 2028 (€)

Begroot 2029 (€)

300.000 300.000 335.000 335.000 147.600 147.600 782.600 782.600 1.858.000 2.031.000

Via exploitatie (E) of voorziening (V)

Afvalinzameling We streven naar 100kg verbrandbaar restafval per inwoner per jaar in 2028 en daarnaast ambiëren we een recyclepercentage van ten minste 60% in 2030. In 2026 beginnen we met een communicatiecampagne en gratis verstrekking van GFT-bakjes en –zakjes. Ook komt er een kleine investering voor de verstrekking van gratis minicontainers voor GFT. In 2026 levert dit nog niet direct een besparing op, maar vanaf 2027 wel en neemt dit in de loop van de jaren naar verwachting toe. Door een toename in gescheiden ingezameld GFT stijgen de verwerkingskosten voor GFT, maar dit wordt gecompenseerd door nog lagere verwerkingskosten voor een kleinere hoeveelheid restafval – omdat hier minder GFT in zit. Het streven naar betere GFT-scheiding is een landelijk probleem waar nog geen eenvoudige oplossing voor is gevonden. Hiernaast leveren oud papier en karton (OPK) meer geld op. Toegenomen kosten liggen voornamelijk aan de verhoging van loonkosten, afschrijvingslasten van vernieuwde containers en toegangscontrolesystemen, en kwijtscheldingen van de afvalstoffenheffing voor inwoners met een laag inkomen. Het onderhoud, reiniging en de garantie van de ondergrondse containers is geborgd in een onderhoudsovereenkomst van de gemeente met de leverancier. Het betreft verzamelcontainers voor PMD/restafval, papier/karton, glas en GFT cocons.

De (ondergrondse) container is onderdeel van de openbare ruimte (onroerende goederen) en komt als investering ten laste van de gemeente. De N.V. BAR Afvalbeheer faciliteert de gemeente in de aanschaf, plaatsing en het onderhoud van de ondergrondse containers. Voor het vervangen van verzamelcontainers is een meerjarenvervangingsplan opgesteld. Dit staat toegelicht bij 'Investeringen'.

Waterhuishouding Het beheer van ons oppervlaktewater (ruim 735.000 m²), beschoeiingen (90 km) en natuurvriendelijke oevers (34 km) is gericht op veiligheid, waterberging, doorstroming en hoge ecologische waarde. We hanteren een structurele aanpak met een vijfjaarlijkse baggercyclus (in afstemming met waterschap) en jaarlijks gefaseerd waterplanten- en rietbeheer. Beschoeiingen worden vijfjaarlijks geïnspecteerd als basis voor onderhoud en vervanging. We spelen actief in op uitdagingen: verbetering waterkwaliteit Gaatkensplas (ritsbeheer, beperken inlaat rivierwater), klimaatverandering (diepte-infiltratie bij Stationstuinen) en de dalende visstand (onderzoek en maatregelen i.s.m. visvereniging). Het areaal neemt toe door nieuwbouw.

Accommodaties Doel en omvang maatschappelijk Vastgoed Met de gebouwen van de gemeente stellen we inwoners in staat om onderwijs te volgen, te sporten, elkaar te ontmoeten en andere beleidsdoelen te realiseren. Bouwstenen voor Sociaal heeft in november 2024 een handreiking paragraaf kapitaalgoederen voor het begroten en verantwoorden van gemeentelijke gebouwen uitgebracht. In het realiseren, in stand houden en vernieuwen van de gebouwen gaat veel geld om. Daarom is het van belang goed en meerjarig inzicht te hebben in het nut van deze gebouwen en de te verwachten onderhoudskosten. In de handreiking worden bouwstenen gegeven voor het doel en de omvang van de gebouwen, kwaliteit van de gebouwen en financiële indicatoren. In deze begroting is een eerste aanzet gedaan op basis van het format in de handreiking. De komende tijd werken wij eraan om het format verder in te vullen.

87

Functie Ambtelijke huisvesting Cultuur Multifunctionele accommodaties Onderwijs Sport

Zorg en welzijn

Aantal objecten

Aantal m2 bruto vloeroppervlak Programma (BAG) 2 11.616 Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen Bestuur en Ondersteuning 6 7.499 Sociaal domein Sport, cultuur en recreatie 8 32.788 Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen 19 60.893 Onderwijs Algemene dekkingsmiddelen 13 28.589 Onderwijs Sport, cultuur en recreatie Algemene dekkingsmiddelen 4 2.239 Onderwijs Volksgezondheid en milieu

Overig

16

Totaal

68

Algemene dekkingsmiddelen Onderwijs Sport, cultuur en recreatie Veiligheid 5.918 Verkeer, vervoer en waterstaat Volksgezondheid en milieu Volkshuisvesting, RO en stedelijke vernieuwing 149.542

Kwaliteit van de gebouwen Het uitgangspunt voor het beheer en het onderhoud van de maatschappelijk vastgoedportefeuille is het bieden van een hoogwaardig functioneel voorzieningsniveau. Het huidige meerjarenonderhoudsplan (MJOP) 2023-2027, vastgesteld in 2022, zal in 2026 aangepast worden op basis van nieuw uit te voeren inspecties. Het onderhoud is onderverdeeld in het planmatig, dagelijks en meldingenonderhoud. Het planmatig onderhoud richt zich op het in stand houden van het vastgoed dat voldoet aan conditiescore 3 van de NEN2767 (schoon, heel en veilig) en uiteraard aan de vigerende wet- en regelgeving van het Bouwbesluit. In november 2023 heeft de gemeente Barendrecht de “Milieuopgave Barendrecht 2023-2026” vastgesteld. Dit plan streeft ernaar het elektriciteitsverbruik in de gebouwde omgeving te beperken en, waar financieel haalbaar, gebouwen energie-neutraal (ENG) te maken. Dit betekent dat het energieverbruik van gebouwen volledig op locatie zelf wordt opgewekt, wat resulteert in een neutrale CO2-uitstoot. Deze ambitie sluit aan bij de energiebesparingsplicht en de bredere doelen van het Klimaatakkoord. Hierin hebben we al stappen gezet. We moeten nog 15% CO2 reductie realiseren om aan de voor 2030 wettelijke eisen te voldoen. We verwachten dit te realiseren door middel van duurzaam groot onderhoud.

In het Integraal Huisvesting Plan 2024 (IHP) en het Integraal Accommodatieplan 2025 (IAP) is rekening gehouden met verduurzaming.

88

Financieel overzicht van de gebouwen In de onderstaande tabel wordt per functie een overzicht gegeven van een raming van de lasten en baten van het gemeentelijke vastgoed van de begroting 2026. Functie

Lasten

Baten

Resultaat

Ambtelijke huisvesting

€ 1.147.400

€ -280.500

€ 866.900

Cultuur

€ 1.514.200

€ -1.019.600

€ 494.600

Multifunctionele accommodaties

€ 3.015.400

€ -1.842.000

€ 1.173.400

Onderwijs

€ 4.063.800

€ -682.700

€ 3.381.100

Sport

€ 4.586.200

€ -1.255.700

€ 3.330.500

Zorg en welzijn

€ 238.200

€ -288.800

€ -50.600

Overig

€ 614.000

€ -172.400

€ 441.600

Totaal

€ 15.179.200

€ -5.541.700

€ 9.637.500

Asset Civiele kunstwerken Civiele kunstwerken Civiele kunstwerken Gemalen Gemalen Gemalen Gemalen Gemalen Gemalen Groen Groen Groen Groen Openbare verlichting Openbare verlichting Openbare verlichting Riolering Riolering Riolering Riolering Spelen Spelen Spelen Spelen Verkeer Verkeer Water Water Water Water Wegen Wegen Wegen Wegen Wegen

Assetonderdeel Fiets-voetgangersbrug Overig kunstwerk Verkeersbrug/viaduct Bergbezinkvoorziening Centrale voedingskast Drukriool Groot gemaal (droog) Groot gemaal (nat) Oppervlaktewatergemaal Beplanting Boom Gras Haag Armatuur Lamp Lichtmast Drukriolering Rioolput Rioolvoorziening Vrijvervalleiding Schoolplein Speel- en sportplek Speeltoestel Valondergrond Verkeersbord Verkeersteken (paal/drager) Natuurlijke oever Natuurvriendelijke oever Oeverbeschoeiing Watergang Asfaltverharding Elementenverharding Goot Kolk Overige verharding

Aantal

Eenheid 104 stuks 240 stuks 39 stuks 1 stuks 9 stuks 223 stuks 2 stuks 60 stuks 3 stuks 530.591 vierkante meter 23.502 stuks 2.049.059 vierkante meter 54.300 vierkante meter 13.593 stuks 13.962 stuks 13.055 stuks 61.156 strekkende meter 8.924 stuks 2 stuks 344.051 strekkende meter 16 stuks 270 stuks 1.536 stuks 18.135 vierkante meter 5.164 stuks 3.831 stuks 29.691 strekkende meter 4.394 strekkende meter 88.868 strekkende meter 737.528 vierkante meter 799.890 vierkante meter 1.856.436 vierkante meter 4.521 strekkende meter 32.369 stuks 34.420 vierkante meter

89

4. § Financiering Algemeen In de paragraaf financiering beschrijven we de plannen en acties op het gebied van liquiditeitsbeheer, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s voor de jaren 2026 tot en met 2029. Naast enkele onderwerpen die verplicht onderdeel uitmaken van deze paragraaf, gaan we ook in op een aantal ontwikkelingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie. Wettelijke kaders en Treasurystatuut De wettelijke kaders rondom de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Beheersing van de financiële risico’s speelt daarin een belangrijke rol. De uitwerking van deze kaders zijn vastgelegd in de financiële verordening 2023 en het treasurystatuut 2018. Het college heeft in 2021 de nota garantstellingen en leningen 2021 vastgesteld. In deze nota zijn de spelregels en beleidskaders rondom garantstellingen en leningen vastgelegd, bedoeld als uitwerking van hetgeen in het treasurystatuut is opgenomen. Het treasurystatuut en bijbehorende nota rondom garantstellingen en leningen worden geactualiseerd als onderdeel van een herziening van de financiële verordening en bijbehorende nota's.

Rentevisie en beleid Rente speelt een belangrijke rol in de begroting. Het is, gezien de omvang van de bedragen, belangrijk om de raad inzicht te geven in de keuzemogelijkheden en de factoren die invloed op de rente hebben. Dit alles vatten wij samen onder de term ‘rentebeleid’. We maken daarbij onderscheid tussen korte en lange rente. Van korte rente is sprake bij leningen tot maximaal 1 jaar en van lange rente vanaf 1 jaar. Het is van belang de renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt te volgen vanwege mogelijke risico’s. Wij volgen deze ontwikkelingen nauwlettend en maken gebruik van de (online) informatie van een aantal geldverstrekkers. De rente is voor een langere periode tot 2022 historisch laag geweest. In een poging de hoge inflatie vanaf 2022 in te perken heeft de Europese Centrale Bank (ECB) de rentes stapsgewijs verhoogd waarbij er in het afgelopen jaar weer sprake is geweest van dalende rentetarieven. De rente voor kortlopend kasgeld is momenteel lager dan voor een langlopende leningen van bijvoorbeeld 10 jaar. Zolang het gunstiger is om voor liquiditeitstekorten een kasgeldlening af te sluiten in plaats van gebruik te maken van de kredietfaciliteit op de rekening courant, maken we gebruik van deze mogelijkheid met inachtneming van de kasgeldlimiet.

Actueel euribor 3 mnd (kortlopend, referentie voor kasgeldlening) euroswap 5 jaar euroswap 10 jaar (langlopend, referentie voor langlopende leningen)

2,00% 2,75% 3,10%

Renterisicobeheer In dit onderdeel krijgt u inzicht in de renterisico’s van de gemeente. Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld:  De rente-risiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar;  En de kasgeldlimiet op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Het doel van deze normen is om de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijging te beperken. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij herfinanciering (van aflossingen op bestaande leningen) en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Door toepassing van deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie, waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Jaarlijks komt maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Onder herfinanciering verstaan we het afsluiten van nieuwe leningen ter vervanging van bestaande financieringen en/of aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Het onderstaande overzicht maakt

90

duidelijk dat er ruimte is binnen de renterisiconorm om eventuele extra investeringen of uitgaven ten behoeve van de grondexploitatie met lang vreemd vermogen te financieren. RENTERISICONORM EN RENTERISICO'S VAN DE VASTE SCHULD

Renterisico op vaste schuld 1. Netto renteherziening op vaste schuld 2. Betaalde aflossingen 3. Renterisico op vaste schuld (1+ 2)

2026 begroot 0 11.636 11.636

Renterisiconorm 4a. Begrotingstotaal 2026 4b. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage 4. Renterisiconorm

166.277 20,0% 33.255

Toets Renterisiconorm 5a Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3)

21.619

2027 begroot 0 12.136 12.136

2028 begroot 0 13.136 13.136

2029 begroot 0 12.969 12.969

Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximum bedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de gemeente haar activiteiten mag financieren. Het doel van deze limiet is het risico te voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote impact hebben op de rentelasten tijdens het boekjaar. Wanneer in drie opeenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, dient dit te worden gemeld bij de toezichthouder, de Provincie Zuid-Holland, inclusief een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet. Hieronder is een prognose opgenomen van de kasgeldlimiet over 2025. Als er sprake is van een liquiditeitstekort, wordt afgewogen of het zinvol is om gebruik te maken van kortlopende of langlopende financiering, afhankelijk van de rentestand en de financieringsbehoefte.

Totaal vlottende schuld Totaal vlottende middelen Gemiddeld saldo schuld (+) of overschot (-) Kasgeldlimiet Begrotingstotaal 2026 vastgestelde percentage

1e kw. 13.000 2.500

bedragen x 1.000 2e kw. 3e kw. 13.000 13.000 2.500 2.500

4e kw. 13.000 2.500

10.500

10.500

10.500

10.500

14.134

14.134

14.134

14.134

3.634

3.634

3.634

3.634

166.277 8,5%

Ruimte onder kasgeldlimiet

Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte De financieringspositie wordt bepaald door diverse factoren, zoals de ontwikkeling van het investeringsniveau en –tempo, wisselende baten in de grondexploitaties en mutaties in de geldleningenportefeuille. Met een liquiditeitenplanning brengen we meer structuur aan in de verwachte inkomsten en uitgaven. Financiering activa De activa van de gemeente zijn per begin 2026 naar verwachting als volgt gefinancierd:

Boekwaarde activa Vaste financieringsmiddelen: Reserves en Voorzieningen Langlopende leningen

bedragen * 1.000 verwachting per 1-1-2026 215.235

57.579 129.543 187.122

Financieringstekort

28.113

91

Leningenportefeuille Bij een structureel liquiditeitstekort sluiten we een langlopende geldlening af. We hanteren de marktrente en berekenen jaarlijks de gemiddelde rente over de bestaande langlopende leningen (per 1 januari 2026 is deze gemiddeld 1,69%. In onderstaand overzicht is het verloop van de bestaande langlopende leningen en de, op grond van de financieringsbehoefte, verwachte nieuw af te sluiten langlopende leningen opgenomen. Zoals uit het financieringsoverzicht blijkt, zijn de begrote inkomsten en uitgaven, de investeringsbedragen en de inkomsten en uitgaven uit grondexploitaties niet voldoende om deze met eigen middelen of kortlopende leningen (meerjarig) te kunnen financieren. Uitgaande van de begrote investeringsplanning betekent dit dat in 2026 een langlopende lening van €20 miljoen benodigd is (2027: €20 miljoen; 2028: €20 miljoen; 2029 € 15 miljoen). Bij het bepalen van de benodigde nieuwe leningen is gebruik gemaakt van een meerjarige kasstroomanalyse op basis van de financiële uitgangspunten uit de voorliggende begroting. Aanpassingen van de investeringsplanning en/of de grondexploitaties en daaruit voortvloeiende wijziging van de financieringsbehoefte verwerken we in de tussenrapportage. Overzicht Langlopende Leningen Stand leningen Nieuwe lening Reguliere aflossingen Aflossingen nieuwe leningen

(bedragen x € 1.000) 1-1-2027 1-1-2028 137.907 145.771 20.000 20.000 11.136 11.136 1.000 2.000

1-1-2026 129.543 20.000 11.636 0

1-1-2029 152.635 15.000 9.969 3.000

EMU-saldo Hieronder wordt een beeld geschetst van het verwachte verloop van het EMU-saldo over de periode 2025 tot en met 2029. De gemeentelijke systematiek van nu investeren en afschrijven over een reeks van jaren, strookt niet met de manier waarop het EMU-saldo wordt berekend. Investeringen in een jaar worden direct ten laste gebracht van het EMU-saldo. Hierdoor ontstaat een negatief effect op het EMU-saldo. bedragen * 1.000 Overzicht EMU-saldo Exploitatiesaldo vóór toevoeging en onttrekkingen aan reserves (+) Mutatie vaste activa (-) Mutatie voorzieningen (+) Mutatie voorraden (-) Totaal EMU-saldo - = tekort en + = overschot

2025

2026

2027

2028

2029

+

1.880

4.548

985

539

560

+ -

13.688 -1.586 4.017 -17.411

7.896 -471 2.537 -6.356

-1.341 -1.050 4.014 -2.738

-843 339 215 1.506

-5.858 209 886 5.741

Uitzettingen Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist van het Rijk. Overtollige middelen kunnen via een rekening-courant verhouding of via deposito’s in de schatkist worden aangehouden. De hoogte van de rentevergoeding is gelijk aan de rente waartegen de Nederlandse Staat zichzelf financiert op de geld- en kapitaalmarkten (de zogenoemde ‘inleenrente’). De vergoeding die we ontvangen op deposito's is momenteel lager dan op basis van de rekening-courant verhouding in de schatkist van het Rijk. Daarom maken we op dit moment geen gebruik van de mogelijkheden om bij overliquiditeit deze middelen op een deposito te zetten.

Verstrekte leningen Er zijn geen leningen verstrekt aan derden.

Renteomslag Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat rente via de taakvelden wordt toegerekend aan de programma’s. Door gebruik te maken van een renteomslag wordt de manier van verantwoorden van de rente in de begroting geharmoniseerd. Op advies van de commissie BBV wordt voor het berekenen van de renteomslag onderstaand model gebruikt. Hiermee geven we inzicht in de rentelasten voor externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het BBV schrijft voor dat de gehanteerde omslagrente niet meer dan 0,5% mag afwijken van de berekende omslagrente. Conform onderstaande berekening komen we voor 2026 uit op een gemiddelde renteomslag percentage van 1,45%. Voor 2026 blijven

92

we rekenen met het omslagpercentage van afgerond 1% uit voorgaande jaren (afwijking is niet meer dan 0,5%). Schema rentetoerekening a1. Externe rentelasten over lange financiering a2. Externe rentelasten over korte financiering b1. Externe rentebaten over lange financiering b2. Externe rentebaten over korte financiering Saldo rentelasten en rentebaten c1. Rente die doorberekend wordt aan de grondexploitaties c2. Rentelast projectfinanciering die doorgerekend wordt aan betreffende taakveld c3. Rentebaat projectfinanciering die doorgerekend wordt aan betreffende taakveld Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. Rente over het eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) f. Renteresultaat op het taakveld treasury Toe te rekenen rente Boekwaarde per 1-1-2026 Gemiddelde rente

+/+ +/+ -/-/-

3.000.000 300.000

-/-/-

87.500 3.212.500 82.800 24.500

+/+

24.500

+/+ +/+ -/-

3.129.700 0 0 3.129.700 2.152.600 977.100 3.129.700 215.235.000 1,45%

Garantstelling In het verleden zijn er regelmatig garantstellingen verleend voor leningen aan derden. Met het oog op de financiële risico’s die de gemeente hierbij loopt, gaan we terughoudend om met het honoreren van deze aanvragen. In 2021 heeft het college de nota garantstellingen en leningen vastgesteld. In deze nota zijn de beleidskaders beschreven en geven we handvatten voor de besluitvorming door het formuleren van criteria en voorwaarden, waarmee we de risico’s zoveel mogelijk beperken en meer inzichtelijk maken. Alleen als het maatschappelijk belang ermee gediend is en er voldoende zekerheden gesteld worden, wordt een garantie verleend. Per 1 januari 2026 is het totaal van de directe garantstellingen € 8,9 miljoen. Het totaal van de garantstellingen met een achtervangfunctie via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw is € 68,1 miljoen. Het risico dat de gemeente loopt bij deze garantstellingen is meegenomen in de berekening van het weerstandvermogen.

Relatiebeheer Met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) vindt periodiek overleg plaats, waarbij we nieuwe ontwikkelingen bespreken. Verschillende kredietverstrekkers geven regelmatig adviezen over het aantrekken en uitzetten van gelden Ook in 2026 maken we gebruik van verschillende adviserende instanties om optimaal te kunnen profiteren van de beschikbare financiële instrumenten. In ons treasurystatuut hebben wij de administratieve organisatie, interne controle en informatievoorziening uitvoerig beschreven.

93

5. § Bedrijfsvoering Inleiding Het realiseren van de doelstellingen van de gemeente Barendrecht op een zo efficiënte, effectieve en rechtmatige wijze, vraagt om een goede bedrijfsvoering. Het doel van de bedrijfsvoering is hierbij in het primaire proces optimaal te ondersteunen in het uitvoeren van de opgaven voor onze stad behorende bij het meerjarenprogramma Barendrecht Werelddorp 2022-2026. Voor de realisatie van opgaven is een stabiele en wendbare organisatie noodzakelijk. Ook het komend jaar richten wij ons op het verder bouwen van onze eigen organisatie en de goede inrichting van de basisprocessen om de kwaliteit door te ontwikkelen of te versnellen. Dit is nodig om te kunnen blijven voldoen aan onze gemeentelijke opgaven.

Ambtelijke organisatie Vanaf 2024 heeft Barendrecht een eigen ambtelijke organisatie. Het beleid en de dienstverlening is vormgegeven binnen clusters en teams door Barendrechtse medewerkers. 2026 staat in het teken van het verder bouwen en ontwikkelen van een organisatie die goed in staat is om de dienstverlening aan, en voorzieningen voor de inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen te verzorgen. De ondersteunde bedrijfsvoeringstaken worden door De BedrijfsvoeringsPartner uitgevoerd. Vanaf 2027 zullen, voortvloeiend uit het verbeterplan van de begroting 2024, aanvullende besparingen gevonden moeten worden binnen de personele lasten. Dit zal op een aantal plekken mogelijk leiden tot een versobering van de dienstverlening. In aanloop naar 2027 zal zorgvuldig worden afgewogen op welke plekken een mogelijke versobering van de dienstverlening als acceptabel wordt gezien. Loonkostenbegroting Loonkosten Overige personeelskosten Opleidingskosten Totaal

2026 27.380.600 1.114.600 488.700 28.983.900

Bijdrage De BedrijfsvoeringsPartner De BedrijfsvoeringsPartner voert de volgende bedrijfsvoeringstaken uit: Human Resource Management (HRM), Informatie en Communicatie Technologie (ICT) inclusief Informatieveiligheid en Privacy, Control (AO/IC), Financiën met uitzondering van Planning en Control-taken, Juridische zaken en inkoop, Facilitaire zaken, Administratie Zorg en Uitkeringen. De bijdrage van de deelnemende gemeenten is op basis van inwonersaantallen en zijn voor Barendrecht begroot volgens onderstaande tabel. Voor de begroting vanaf 2026 is de meegegeven taakstelling van 5% merendeels gerealiseerd.

Bijdrage DBP Kostprijsverhogende btw Totaal

2026 € 13.742.100 € 174.800 € 13.916.900

2027 € 13.835.500 € 174.800 € 14.010.300

2028 € 13.649.900 € 174.800 € 13.824.700

2029 € 13.649.900 € 174.800 € 13.824.700

Arbeidsmarkt Vanwege de spanningen op de arbeidsmarkt staan de bestuurlijke ambities onder druk. Op dit moment is er veel vraag naar mensen en er is slechts een beperkt aanbod. Hierdoor is het steeds moeilijker om de juiste mensen te vinden voor de realisatie van onze ambities en plannen. Naast het geld is de beperkte beschikbare capaciteit een factor waarmee rekening gehouden moet worden. Er wordt ingezet om met zoveel mogelijk eigen personeel te werken.

Rechtmatigheid Met ingang van het controle jaar 2023 legt het college – en dus niet meer de accountant – een verantwoording af over de rechtmatigheid. De accountant controleert deze gegevens daarna op getrouwheid. De kaders waarbinnen deze rechtmatigheid wordt getoetst zijn vastgelegd in de Financiële Verordening en het normenkader. De raad heeft hierin een verantwoordingsgrens vastgesteld van 1% van de totale lasten (inclusief dotaties aan reserves) en een rapportagegrens van € 100.000. De verantwoordingsgrens houdt in dat

94

rechtsmatigheidsfouten pas in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen en toegelicht, wanneer zij boven het door de raad vastgestelde percentage komen. De verantwoordingsgrens is over het verslagjaar 2024 niet overschreden. Medio 2025 zijn het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (BADO) aangepast. Deze wijzigingen hebben gevolgen voor de inrichting van de begroting, de verantwoording en de accountantscontrole binnen gemeenten vanaf het verslaggevingsjaar 2025. Een belangrijke wijziging betreft de wijze waarop fouten en onzekerheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden beoordeeld. Voorheen golden afzonderlijke materialiteitsgrenzen voor fouten (1%) en onzekerheden (3%). Vanaf 2025 worden fouten en onzekerheden gezamenlijk beoordeeld en hanteert de accountant hierbij één materialiteitsgrens van 2% van de totale lasten, exclusief dotaties aan de reserves. In lijn met deze landelijke ontwikkelingen wordt voorgesteld om deze benadering ook in onze gemeentelijke financiële verordening vast te leggen. Vooruitlopende op de formele vastlegging en vaststelling in de financiële verordening worden de volgende uitgangspunten in de begroting 2026 opgenomen:  

Verantwoordingsgrens: 2% van de totale lasten, exclusief dotaties aan reserves; Rapportagegrens: € 100.000.

Deze aangepaste grenzen worden gehanteerd bij de uitvoering van de rechtmatigheidsverantwoording en de accountantscontrole. Hiermee wordt aangesloten op de landelijke regelgeving en de gewijzigde controlepraktijk van accountants. In deze paragraaf worden bij de jaarstukken, op basis van de kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV aanvullende informatie opgenomen over: • De individueel geconstateerde afwijkingen uit de rechtmatigheidsverantwoording, mits deze de rapportagegrens overschrijden; • Welke acties wij ondernemen om afwijkingen uit de rechtmatigheidsverantwoording in de toekomst te voorkomen; • Niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bijvoorbeeld het beleid ten aan zien van Misbruik en Oneigenlijk gebruik, de bepalingen in de Gids Proportionaliteit en de wet Fido en bijbehorende regelingen (bijvoorbeeld toelichting opnemen over fraude door eigen medewerkers).

95

6. § Verbonden partijen Inleiding De gemeente Barendrecht heeft een kadernota verbonden partijen. Het doel van deze nota is een methodiek te ontwikkelen waarmee de bestaande verbonden partijen kunnen worden beoordeeld en aangestuurd. De nota sluit aan bij de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen die per 1-1-2015 van kracht is en tot doel heeft de democratische legitimatie te versterken. Als de uitvoering van een publieke taak aan een verbonden partij is overgedragen, is het onvermijdelijk dat (volledige) directe invloed/sturing door de gemeente niet langer aan de orde is. Dit omdat de verbonden partij een eigen bestuur heeft waarin meerdere gemeenten zijn vertegenwoordigd. Om de invloed van de gemeente op verbonden partijen te optimaliseren, is in de nota een methodiek opgenomen die deze optimalisatie van invloed moet bewerkstelligen. De invloed van het gemeentebestuur op een verbonden partij is het grootst als deze zich richt op de voorkant van de processen van de verbonden partij. De methodiek die kan worden ingezet om de invloed passend te laten zijn bij de situatie bestaat uit: het proces van positiebepaling; een governance-scan, het bepalen van een passend aansturingsscenario en het daarbij passende instrumentarium.

Informatie per verbonden partij De volgende twee overzichten bevatten de verbonden partijen, met daarin de gemeentelijke bijdragen uit de begroting 2026, het gemeentelijke belang en de bijbehorende risico’s.

Kengetallen Verbonden partij

Rechtsvorm

Bijdrage 2026

Eigen Vermogen 01-01-2026

Eigen Vreemd Vermogen Vreemd Vermogen 01-01-2026 Vermogen 31-1231-12-2026 2026

VRR

Gemeenschappelijke regeling

€ 3.705.800

€ 13.774.000

€ 13.604.000

€ 85.596.000

€ 89.047.000

€0

SVHW

Gemeenschappelijke regeling

€ 545.600

€ 1.020.000

€ 1.020.000

€ 11.605.000

€ 11.497.000

€0

DCMR

Gemeenschappelijke regeling

€ 969.700

€ 3.466.000

€ 6.267.000

€ 21.259.000

€ 17.213.000

€0

GGD

Gemeenschappelijke regeling

€ 542.100

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

NRIJ

Gemeenschappelijke regeling

€ 429.100

€ 4.902.200

€ 4.903.100

€ 2.421.000

€ 2.122.100

€0

GRNR

Gemeenschappelijke regeling

€0

€0

€0

€ 14.170.000

€ 7.409.000

€0

DBP

Gemeenschappelijke € 13.916.900 regeling

€ 666.700

€ 666.700

€ 3.811.800

€ 3.439.800

€0

GRJR

Gemeenschappelijke € 10.898.200 regeling

€0

€0

€ 27.300.000

€ 25.550.000

€0

MRDH

Gemeenschappelijke regeling

€ 145.700

€ 45.202.900

€ 45.202.900

€ 1.805.795.600

€ 1.862.753.900

€0

NV BAR Afvalbeheer

Naamloze Vennootschap

€ 4.318.200

€ 300.000

€ 300.000

€0

€0

€0

CJG

Stichting

€ 1.509.800

Niet bekend

Niet bekend

Niet bekend

Niet bekend

Niet bekend

€ 763.000

Niet bekend

Niet bekend

Niet bekend

Niet bekend

Niet bekend

Zwembad Besloten Inge de Bruijn Vennootschap

Financieel resultaat 2026

Stedin

Naamloze Vennootschap

€0

Niet bekend

Niet bekend

Niet bekend

Niet bekend

Niet bekend

BNG

Naamloze Vennootschap

€0

Niet bekend

Niet bekend

Niet bekend

Niet bekend

Niet bekend

Evides

Besloten Vennootschap

€0

Niet bekend

Niet bekend

Niet bekend

Niet bekend

Niet bekend

96

Gemeentelijk belang en risico's Verbonden partij

Gemeentelijk belang

Risico's

Gemeenschappelijke De burgemeester is lid van het Algemeen Bestuur (+1 Duurzame piketorganisatie en vakbekwaamheid, Regeling Veiligheidsregio plaatsvervangend lid). Bij het nemen van besluiten door vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van Rotterdam-Rijnmond het algemeen bestuur brengen de leden voor de niet verzekerbare risico's, personele capaciteit (VRR) gemeente die zij vertegenwoordigen ieder één stem uit, brandweervrijwilligers, deeltijdregeling met uitzondering van de leden die een gemeente brandweervrijwilligers, niet of beperkt verzekerbare vertegenwoordigen met een inwonertal boven 50.000. schade, fiscale risico's, ontwikkeling GHOR, niet Zij brengen voor elk volgend 50.000-tal, of gedeelte leveren van afgesproken diensten ambulancezorg, daarvan, één stem meer uit tot een maximum van elf alarmering bevolking. stemmen per gemeente. Gemeenschappelijke Bevoegdheden van het College m.b.t. heffing en Regeling Samenwerking invordering belastingen, WOZ is overgedragen aan de Vastgoedinformatie, VP. Het Algemeen Bestuur is het hoogste Heffing en bestuursorgaan van het SVHW. De gemeente is Waardebepaling (SVHW) vertegenwoordigd in de Ambtelijke Commissie: 1 lid (accounthouder VP), het Algemeen- en Dagelijks Bestuur: 1 lid.

Het risico op s operationele druk binnen de organisatie door toetreding van nieuwe deelnemers. Hier wordt extra aandacht aan besteed bij het toelaten van nieuwe deelnemers.

Gemeenschappelijke Regeling DCMR Milieudienst Rijnmond (DCMR)

1 lid Algemeen Bestuur.

Het risico op een informatiebeveiligingsincident is gegroeid. Het werven personeel op specialistische functies is moeilijk. Onzekerheid over de cao-uitkomst.

Gemeenschappelijke Regeling Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond (GGD RotterdamRijnmond)

De gemeente heeft bestuurlijke inbreng als lid van het Algemeen Bestuur.

In tegenstelling tot andere gemeenschappelijke regelingen zijn op dit moment niet de deelnemende gemeenten risicodragend voor de GGD-RR, maar is dit de gemeente Rotterdam. De GGD-RR is onderdeel van de gemeentelijke organisatie van Rotterdam en legt verantwoording af aan het college van de gemeente Rotterdam. Hoewel op dit punt momenteel geen veranderingen verwacht worden blijven wij hier alert op.

Gemeenschappelijke Regeling voor het Natuur- en Recreatiegebied IJsselmonde (NRIJ)

1 lid van het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur.

De bezuinigingstaakstelling en de verlaagde bijdragen van PZH en gemeente Rotterdam.

Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Reijerwaard (GRNR)

Het Algemeen Bestuur bestaat uit tien leden, de Het risicoprofiel van de GRNR is sterk verminderd voorzitter inbegrepen. De raden van Barendrecht en omdat alle gronden gereserveerd zijn dan wel Ridderkerk wijzen uit hun midden, de voorzitter van de verkocht. raad inbegrepen, en uit 2 wethouders, elk vier leden en twee plaatsvervangend leden aan. Van deze vier leden respectievelijk twee plaatsvervangend leden dienen ten minste twee leden respectievelijk één plaatsvervangend lid deel uit te maken van het college van burgemeester en wethouders. De raad van Rotterdam wijst uit de voorzitter van de raad en uit de wethouders, twee leden en twee plaatsvervangende leden aan. Het voorzitterschap rouleert jaarlijks.

Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR)

De gemeente heeft bestuurlijke inbreng als lid van het Algemeen Bestuur.

Alle deelnemende gemeenten zijn volledig risicodragend. Het zorgverbruik wordt per gemeenten afgewikkeld. Om de risico’s zo veel als mogelijk te beheersen vindt monitoring plaats met behulp van het dashboard van de GRJR en het lokale monitoringsinstrument Power BI. Dit instrument wordt in 2025 doorontwikkeld.

Gemeenschappelijke Regeling DBP

Het Algemeen Bestuur is het hoogste bestuursorgaan van de BAR-organisatie en bestaat uit de drie colleges van de 3 BAR-gemeenten (Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk). Dit bestuur vergadert vier keer per jaar. Het Dagelijks bestuur bestaat uit zes leden (van het algemeen bestuur), twee van elke deelnemende gemeente, de voorzitter meegerekend.

Beperkte financiële middelen t.o.v. de eisen en wensen van de drie gemeenten. Daarnaast net als bij de gemeenten zelf de nodige uitdagingen op de arbeidsmarkt, ICT ontwikkelingen etc.

Gemeenschappelijke Vertegenwoordiging in het Algemeen Bestuur door de Regeling Metropoolregio burgemeester. Rotterdam Den Haag (MRDH)

Een te kleine risicobuffer binnen een bepaald project, kan leiden tot vertraging of een lagere bijdrage voor andere projecten. Door Corona is het aantal reizigers in het OV afgenomen, wat voor de vervoersondernemingen op termijn kan leiden tot

97

Verbonden partij

Gemeentelijk belang

Risico's minder opbrengsten, met indirecte gevolgen voor de MRDH. De MRDH financiert zowel investeringen in railvoertuigen en -infrastructuur als bussen, wat kan leiden tot een kredietrisico.

NV BAR Afvalbeheer

1 lid de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

Beperkt eigendom van afval en dus risico op extra verwerkingskosten is bij de gemeente gebleven. De NV kent vooral bedrijfsvoeringaangelegenheden.

Centrum Jeugd en Gezin Vertegenwoordiging in de Raad voor het Publiek Belang. N.v.t. Rijnmond Zwembad Inge de Bruijn 2 leden in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

Terugloop van bezoekers, onvoorziene onderhoudskosten.

Stedin

Vertegenwoordiging/stemrecht in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

Stedin heeft een laag risicoprofiel als gevolg van een gereguleerde markt. Er is echter sprake van sterk gereguleerde nettarieven waarin de gemaakte kosten niet direct of gedurende een langere periode aan de klant mogen worden doorgerekend. Door toename investeringsvolume, geopolitieke onrust en flink stijgende energieprijzen, stijgen de kosten en staan financiering en dividenduitkering onder druk.

N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

Vertegenwoordiging in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

Er is sprake van onvoorspelbare bewegingen op de financiële markten. De BNG heeft voldoende buffers en een AAA-rating. Voor verliesmakende klanten treft de BNG jaarlijks een voorziening, maar op het totale krediet is het percentage oninbare leningen laag. De kredietportefeuille blijft kwalitatief sterk.

Evides Waterbedrijf

Vertegenwoordiging/stemrecht in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders.

Drinkwater en de bijbehorende tarieven worden gereguleerd, met de Autoriteit Consument & Markt (ACM) als belangrijke speler in de tariefbepaling, wat invloed heeft op de resultaten. Vervuiling van drinkwater kan leiden tot hogere reinigingskosten, wat tijdelijke stillegging van activiteiten kan veroorzaken, vertragingen in (lopende) projecten kan opleveren en in bepaalde segmenten kan leiden tot een afname in vraag.

98

7. § Grondbeleid Inleiding Deze paragraaf Grondbeleid bevat: 

Een visie op het grondbeleid in relatie tot de doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de jaarrekening;

Een beknopte beschrijving van de uitvoeringswijze van het grondbeleid. Voor de inzet van de grondbeleidsinstrumenten wordt verwezen naar de Nota Grondbeleid, zoals vastgesteld op 25 maart 2025;

een prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie;

een prognose van het totaal van geraamde winstnemingen;

Visie In de Nota Grondbeleid is opgenomen dat de gemeente Barendrecht focust op een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving en zet in op de bouw van betaalbare woningen. Hiervoor is een duidelijke regie vanuit de gemeente nodig. Om deze regierol te kunnen vervullen ondersteunt het grondbeleid bij het maken van een zorgvuldige afweging in welke rol de gemeente het beste kan innemen om haar ambities in het ruimtelijk initiatief te verwezenlijken. Aanpak Projecten met actief grondbeleid reeds in uitvoeringen zetten wij voort en worden verder ontwikkelt. Per ruimtelijk (markt-)initiatief maakt de gemeente een zorgvuldige afweging welke rol zij het beste kan innemen om haar ambities in het ruimtelijk initiatief te verwezenlijken. De gekozen rol van de gemeente bepaalt derhalve welke grondbeleidsinstrumenten worden ingezet.

Prognose resultaten Alle grondexploitaties zijn geactualiseerd en opgenomen in het Meerjarenprogramma Grondexploitatie (MPG). De prognose van de resultaten op de grondexploitaties is hieronder weergegeven. kosten op startwaarde

opbrengsten op startwaarde

saldo op startwaarde

saldo op netto contante waarde 1-1-2025

saldo op eindwaarde

115.417.422

-113.058.196

2.359.226

2.528.160

2.588.407

In het MPG worden alle grondexploitaties samengevoegd en wordt aangegeven welke locaties in planning zijn. Het MPG is een belangrijk product voor de beheersing van de grondbedrijfcomplexen. Het MPG legt de basis voor:    

De benodigde omvang reserve grondbedrijf om fluctuaties als gevolg van de marktgevoeligheid van het exploiteren van gronden op te vangen; De benodigde voorzieningen; Risicomanagement; De paraaf grondbeleid in de jaarrekening en begroting.

De relaties van het MPG met de overige producten binnen het grondbedrijf zijn in onderstaande figuur weergegeven.

99

Winstnemingen Op basis van de BBV-regels geldt dat winsten worden genomen op basis van de ‘percentage of completion’ methode: voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd moet tussentijds, naar rato van de voortgang van de grondexploitatie en afname van het financiële risico, winst worden genomen. In 2024 heeft een winstname van € 2,8 miljoen vanuit de GREX Vrouwenpolder plaatsgevonden. Naar verwachting kan er in 2026 nog een aanvullende winstname voor Vrouwenpolder van € 4,3 miljoen gedaan worden. Verliesvoorzieningen Als in een grondexploitatie een verlies wordt verwacht, wordt een verliesvoorziening getroffen ter hoogte van het te verwachten verlies. Het verlies wordt genomen bij afsluiting van een grondexploitatie. Meestal vindt dit plaats aan het einde van een boekjaar, bij het opstellen van de jaarrekening. De getroffen verliesvoorziening wordt dan aangewend om het verlies te dekken. Soms is er sprake van een verschil tussen het daadwerkelijke verlies en de getroffen verliesvoorziening. In zo’n geval komt het verschil ten gunste of ten laste van de reserve grondbedrijf. Risico’s Op basis van de vastgestelde grondexploitaties worden in het MPG de risico’s beschreven en eventuele beheersmaatregelen genoemd. Door actief risicomanagement vindt beperking van de risico’s plaats. Dit beleid wordt voortgezet.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15982691/1