Begroting 2022 meerjarenraming 2023-2025
Tekst van het document
1
30%
1 keer per 5 – 10 jaar 2
Deze klasse hanteren we voor risico’s waarvan het niet waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar voordoen.
50%
1 keer per 2 – 5 jaar
3
Deze klasse hanteren we voor risico’s die zich in het komende jaar wel maar ook niet kunnen voordoen.
70%
1 keer per 1 – 2 jaar
4
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar zullen voordoen.
90%
1 keer per jaar of meer
5
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het zeer waarschijnlijk is dat ze zich in het komende jaar gaan voordoen.
Deze klasse wordt gehanteerd voor risico’s waarvan het onwaarschijnlijk is dat deze zich in de komende jaren voordoen.
Op basis van de ingevoerde risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 11.990.000) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage
Bedrag
5%
€ 1.579.498
25%
€ 2.502.891
50%
€ 3.184.763
75%
€ 3.902.871
90%
€ 4.595.014
95%
€ 5.094.236
Uit de grafiek en de bijbehorende tabel volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van afgerond € 4.595.000 (benodigde weerstandscapaciteit). Als we de meest recente coronaramingen van het CPB volgen en uitgaan van de basisraming waarin de coronacrisis met een afnemende impact tenminste aanhoudt tot en met het vierde kwartaal van 2021, levert dit na simulatie een bedrag op van € 1.568.000 (extra benodigde weerstandscapaciteit). Basisraming: • Werkloosheid loopt beperkt op; • Overheidstekort loopt op, maar leidt niet tot bezuinigingen; • Wel geld, onvoldoende personeel voor onderwijs en zorg; • Krapte op woningmarkt houdt aan; • Onzekerheid verdwijnt niet. In het pessimistische scenario ”Nieuwe terugslag”: • Nieuwe coronavarianten, waartegen de huidige vaccinaties onvoldoende blijken te werken, veroorzaken in het najaar opnieuw een corona-uitbraak; • Deze leidt weer tot extra voorzichtigheid bij huishoudens en nieuwe restricties, waardoor bbp opnieuw afneemt en de werkloosheid verder oploopt; In het optimistische scenario “Grotere veerkracht”: • Zorgen positieve verwachtingen bij huishoudens en bedrijven voor krachtiger herstel na opheffen van contactbeperkingen; • Door groter vertrouwen in toekomst geven huishoudens hun spaargeld sneller uit:
Paragrafen
68
Begroting 2022 meerjarenraming 2023-2025
extra consumptie; • Bedrijven schalen hun investeringen extra op, mogelijk gemaakt door laag blijvende financieringskosten. • Bij vergelijkbare ontwikkelingen elders in het eurogebied, is ook de export uitbundiger. 3. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van de gemeente Barendrecht bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Beschikbare weerstandscapaciteit
Algemene reserve
1-1-2022
1-1-2023
1-1-2024
1-1=2025
1-1-2026
8.960.800
9.008.400
7.854.300
7.932.600
9.139.200
4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen (excl. Corona risico's) 1-1-2023 Ratio weerstandsvermogen (excl. Corona risico's) 1-1-2024 Ratio weerstandsvermogen (excl. Corona risico's) 1-1-2025 Ratio weerstandsvermogen (excl. Corona risico's) 1-1-2026 Ratio weerstandsvermogen (excl. Corona risico's) 1-1-2022 Ratio weerstandsvermogen (incl. Corona risico's) 1-1-2023 Ratio weerstandsvermogen (incl. Corona risico's) 1-1-2024 Ratio weerstandsvermogen (incl. Corona risico's) 1-1-2025 Ratio weerstandsvermogen (incl. Corona risico's) 1-1-2026 Ratio weerstandsvermogen (incl. Corona risico's)
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
8.960.800 4.595.000
=
1,95
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
9.008.400 4.595.000
=
1,96
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
7.854.300 4.595.000
=
1,71
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
7.932.600 4.595.000
=
1,73
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
9.139.200 4.595.000
=
1,99
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
8.960.800 6.163.000
=
1,45
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
9.008.400 6.163.000
=
1,46
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
7.854.300 6.163.000
=
1,27
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
7.932.600 6.163.000
=
1,29
=
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
9.139.200 6.163.000
=
1,48
De ratio weerstandsvermogen van de gemeente Barendrecht blijft de komende jaren in de klasse voldoende/ruim voldoende.
Paragrafen
69
Begroting 2022 meerjarenraming 2023-2025
Weerstandsnorm Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
> 2,0
Uitstekend
B
1,4 – 2,0
Ruim voldoende
C
1,0 – 1,4
Voldoende
D
0,8 – 1,0
Matig
E
0,6 – 0,8
Onvoldoende
F
< 0,6
Ruim onvoldoende
5. Kengetallen In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en het jaarverslag worden kengetallen opgenomen voor de netto schuld quote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, de schuldratio, de solvabiliteitsratio, de structurele exploitatieruimte, de grondexploitatie en de belastingcapaciteit. Deze kengetallen maken het de leden van de gemeenteraad gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente. Kengetallen
Realisatie 2020
Prognose 2021
Prognose 2022
Prognose 2023
Prognose 2024
Prognose 2025
Netto schuldquote
79,4%
101,9%
117,7%
115,4%
115,4%
104,0%
Netto schuldquote gecorrigeerd
78,9%
101,3%
117,2%
114,8%
114,9%
103,5%
Solvabiliteitsratio
26,9%
23,7%
22,2%
21,5%
21,8%
25,0%
Structurele exploitatieruimte
-0,4%
-3,0%
1,0%
0,0%
1,0%
1,8%
Grondexploitatie
7,7%
3,1%
4,6%
-1,6%
-4,1%
0,0%
Belastingcapaciteit
107,5%
113,6%
109,8%
109,8%
109,8%
109,8%
De kengetallen laten op de kengetallenmonitor voor de schuldquote een middelhoge score zien en voor de solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit een hoge risicoscore. De grondexploitatie heeft een lage risicoscore. De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in 3 categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk vastgestelde signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest. Categorie A
Categorie B
Categorie C
Netto schuldquote
Kengetal
<90%
90-130%
>130%
Netto schuldquote gecorrigeerd
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsratio
>50%
20-50%
<20%
Structurele exploitatieruimte
>0%
0%
<0%
Grondexploitatie
<20%
20-35%
>35%
Belastingcapaciteit
<95%
95-105%
>105%
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat bij leningen er onzekerheid kan bestaan of deze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. De berekening is als volgt:
Paragrafen
70
Begroting 2022 meerjarenraming 2023-2025
bedragen * 1.000 Netto schuldquote Vaste schulden Netto vlottende schuld Overlopende passiva Totale bruto schuld Financiële activa (excl. kapitaalverstr. , leningen) Financiële activa (verstrekte leningen) Uitzettingen < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totale netto schuld Totale netto schuld gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen H. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Prognose
Realisatie 2020 117.558 14.426 9.935 141.919 0 674 10.627 428 13.585 117.279 116.605 147.749 79,4% 78,9%
+ + + -
Prognose
2021 127.696 7.448 9.935 145.079 0 660 9.392 0 12.025 123.662 123.002 121.411 101,9% 101,3%
Prognose
2022 132.621 16.135 9.935 158.691 0 647 9.392 0 11.024 138.275 137.628 117.458 117,7% 117,2%
2023 132.318 16.534 9.935 158.787 0 634 9.392 0 9.924 139.471 138.837 120.903 115,4% 114,8%
Prognose
Prognose
2024 130.863 16.383 9.935 157.181 0 631 9.392 0 8.825 138.964 138.333 120.385 115,4% 114,9%
2025 123.295 16.391 9.935 149.621 0 628 9.392 0 7.724 132.505 131.877 127.449 104,0% 103,5%
In 2020 was de schuldquote incidenteel lager door hogere baten vanwege met name de ontvangen Enecogelden. De schuldquote blijft de komende jaren in de klasse middel risico, in verband met de financiering van investeringen. In de meerjarenbalans is te zien dat de boekwaarde van de activa de komende jaren hoog blijft. De solvabiliteit geeft aan welk gedeelte van het bezit met eigen vermogen is gefinancierd. Dit is 22% voor 2022, wat betekent dat 78% met vreemd vermogen is gefinancierd. De schuldpositie verdient de aandacht, al moet wel de kanttekening gemaakt worden dat de rentepercentages op dit moment onverminderd laag zijn. bedragen * 1.000 Solvabiliteit A. Eigen vermogen B. Totaal passiva Solvabiliteit
Realisatie 2020 59.670 221.800 26,9%
Prognose
2021 50.514 212.781 23,7%
Prognose
Prognose
2022 49.779 224.649 22,2%
2023 47.700 221.680 21,5%
Prognose
Prognose
2024 46.885 214.598 21,8%
2025 52.926 211.553 25,0%
De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering en opbrengsten uit de onroerende zaak belasting. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (inclusief rente en aflossingen van leningen) te dekken. bedragen * 1.000 Structurele exploitatieruimte A. Totale structurele lasten B. Totale structurele baten C. Totale structurele toevoegingen aan de reserves D. Totale structurele onttrekkingen aan de reserves Totale structurele resultaat E. Totale saldo van baten (excl. mut. res.) Structurele exploitatieruimte
+ +
Realisatie 2020 107.765 124.836 22.894 5.205 -618 147.749 -0,4%
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
2021 129.007 121.411 1.426 5.350 -3.672 121.411 -3,0%
2022 116.052 116.349 0 836 1.133 117.458 1,0%
2023 121.756 120.780 0 970 -6 120.903 0,0%
2024 120.101 120.385 0 930 1.214 120.385 1,0%
2025 120.199 121.696 0 846 2.343 127.341 1,8%
Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Hoe lager het percentage hoe beter. bedragen * 1.000 Realisatie
Grondexploitatie
A. Bouwgronden in exploitatie
+
Totale bouwgronden
B. Totale saldo van baten (excl. mut. res.)
/
Grondexploitatie
Prognose
Prognose
Prognose
2020
Prognose Prognose 2021
2022
2023
2024
2025
11.404
3.804
5.448
-1.887
-4.913
0
11.404
3.804
5.448
-1.887
-4.913
0
147.749
121.411
117.855
121.188
120.538
127.449
7,7%
3,1%
4,6%
-1,6%
-4,1%
0,0%
De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Barendrecht zit in 2022 boven het landelijk gemiddelde met 109,8%. Het percentage is gebaseerd op de woonlasten van een meerpersoonshuishouden. In Barendrecht zijn de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met een koopwoning met een WOZ-waarde van € 318.000 (gemiddelde WOZ-waarde
Paragrafen
71
Begroting 2022 meerjarenraming 2023-2025
in 2021 volgens Waarderingskamer) € 858. De gemiddelde woonlasten van Nederland in 2021 bedroegen € 811 (Coelo-Atlas van de lokale lasten 2021) . bedragen * 1.000 Belastingcapaciteit
Realisatie
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
Prognose
2020
2021
2022
2023
2024
2025
A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
+
343
326
323
323
323
323
B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
+
177
182
188
188
188
188
C. Afvalstoffenheffing voor een gezin
+
314
373
379
379
379
379
D. Eventuele heffingskorting voor een gezin
-
0
0
0
0
0
0
834
882
890
890
890
890
Totale woonlasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde E. Woonlasten landelijke gemiddelde voor gezin in t-1
/
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde jaar er voor
776
776
811
811
811
811
107,5%
113,6%
109,8%
109,8%
109,8%
109,8%
6. Ontwikkeling risicoprofiel Barendrecht Met de uitbraak van de coronacrisis in het voorjaar van 2020 is er een nieuwe factor opgetreden met grote impact op het risicoprofiel. Nederland heeft van december 2020 tot juni 2021 in een lockdown gezeten. Inmiddels is het aantal besmettingen, in vergelijking met de lockdown-periode, afgenomen, neemt de vaccinatiegraad toe en kunnen de beperkende maatregelen geleidelijke worden versoepeld. Directe gevolgen worden steeds meer zichtbaar en Nederland kan gaan werken aan herstel. De impact van de crisis op het risicoprofiel van de gemeente neemt daarmee af. Er zijn wel nog veel onzekerheden over de ontwikkeling van de verspreiding van het virus, de mogelijke komst van nieuwe virusvarianten en een mogelijke golf in het najaar. Ook over de precieze maatschappelijke, sociale en economische impact van de crisis is veel onzekerheid. We moeten in ieder geval rekening houden met de schade die duidelijk wordt na afloop van steunpakketten en de keuzes en richting van herstel die het Rijk zal maken. De planbureaus pleiten voor samenhangend herstelbeleid gericht op herstel én transitie. De gemeente kan onzekerheden positief beïnvloeden door investeringen en maatregelen te treffen. De coronacrisis heeft bestaande trends en ontwikkelingen versterkt, vertraagd en kwetsbaarheden en kansen zichtbaar gemaakt.
De gevolgen kunnen daarom ook niet los van de ontwikkelingen in de samenleving gezien worden. Er is sprake van negatieve effecten op het welzijn, in het bijzonder de generatie kinderen en jongeren. Daarnaast staat ook de relatie tussen de overheid en burger onder spanning. De stemming in de samenleving is explosiever geworden, maar hoe zich dit op lange termijn uitkristalliseert is onzeker. Risico decentralisaties in het sociaal domein Het geconsolideerde risico decentralisatie en transitie sociaal domein blijft groot. Eind 2020 publiceerde het SCP ‘sociaal domein op koers’ en concludeert daarin dat de verwachte effecten van de decentralisaties nog niet gerealiseerd zijn. De zelfredzaamheid is niet toegenomen en de kosten zijn niet verminderd. In 2021 bevestigt onderzoek van het SCP ook het toegenomen gebruik van jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning sinds 2015. De coronacrisis versterkt ook de druk op het sociaal domein. Door de impact op de gezondheid, welzijn en bestaanszekerheid moet rekening gehouden worden met een (verdere) toename van het aantal inwoners met recht op (inkomens)ondersteuning, hulp of zorg.
Een aantal ontwikkelingen waar gemeenten mee te maken krijgen zijn: - de coronacrisis treft meest kwetsbare groepen, zowel qua zorg, ondersteuningsvraag als in bestaanszekerheid en inkomen; - de coronacrisis legt vraagstukken omtrent zorg en veiligheid verder bloot. Denk aan (woon)overlast, multiproblematiek en inburgeringsvraagstukken - de coronacrisis heeft geleid tot veel uitgestelde zorg en zorgvraag bij mensen a.g.v. coronabesmetting; - druk op mantelzorgers toegenomen. Bijkomende ontwikkeling is dat de uitstroom uit Participatiewet a.g.v. coronacrisis mogelijk lager is en in tijden van hoge werkloosheid dat vermoedelijk zal blijven. De beoogde toename van werkloosheid blijft vooralsnog uit. Dit lijkt een direct gevolg van de steunpakketten. Het risico neemt dus niet toe en kent zelfs een neerwaartse positieve trend. Risicocluster uitvoering Jeugdwet- tekorten die ontstaan in de uitvoering van de Jeugdwet De coronacrisis heeft zowel gevolgen voor de lopende uitvoering van de Jeugdwet, denk aan meer wachtlijsten door zorg die niet of anders door kon gaan. Alsook gevolgen voor het welzijn van de jeugd. Er zijn ook zaken die goed gaan. Maar over het geheel is een negatieve impact te verwachten en moet er ook oog zijn voor nieuwe kwetsbare groepen kinderen en jongeren. Het Rijk heeft na uitspraak ‘arbitrage Jeugd’ extra incidentele
Paragrafen
72
Begroting 2022 meerjarenraming 2023-2025
middelen voor de Jeugdzorg beschikbaar gesteld. Deze dekken echter niet de structureel toenemende kosten. Een verdere toename op aanspraak van Jeugdzorg is daarmee nog steeds een risico. Faillissement van derden of instellingen bij wie borgstellingen, garanties, leningen of vorderingen uitstaan kan leiden tot onvoorziene uitgaven Aantal faillissementen is nog niet toegenomen. Wanneer de steunpakketten van de rijksoverheid stoppen, wordt duidelijk wat de gevolgen van de crisis zijn. Financiële en imagorisico’s a.g.v. disfunctioneren van door de gemeente gesubsidieerde instellingen Er zijn financiële en imagorisico’s voor gesubsidieerde instellingen. De coronacrisis heeft ook impact op (subsidie)relaties met maatschappelijke partners. We beheersen deze risico door financiële bijdragen en vrijstelling van afspraken. Dat betekent mogelijk wel een minder bijdrage aan maatschappelijke doelstellingen. Bedrijfsvoeringsrisico’s BAR Organisatie De risico’s die in dit specifieke bedrijfsvoeringsprofiel zijn opgenomen zijn schattingen die zo nauwkeurig mogelijk zijn gemaakt op basis van lokale en landelijke ontwikkelingen en actuele inzichten in mogelijke scenario’s. De dalende positieve trend is mede door de coronacrisis doorbroken. Dit heeft tot gevolg dat er ten aanzien van het risicoprofiel van de BAR Organisatie sprake is van een licht stijgende trend in omvang en aantal risico’s.
We zien dat de eisen die worden gesteld aan het beveiligen van gegevens en de regelgeving hieromtrent van invloed is op de ontwikkeling van de risico’s in dit cluster. Er worden continu stappen gezet naar beheersing op een hoog niveau. Dit vraagt om doorontwikkeling op veel bedrijfsvoerinsaspecten. Denk hierbij onder meer aan nieuwe taken, het compliant worden, zijn en blijven ten aanzien van wijzigende en nieuwe wet- en regelgeving, het beschikbaar hebben en houden van de juiste competenties en de hoge eisen aan technische oplossingen en beveiliging van data. Het risico en de onzekerheid dat dit niet continu lukt blijft aanwezig. Risico invoering regelgeving AVG, informatiebeveiliging, wet meldplicht datalekken Dit risico hangt samen met het bedrijfsvoeringsrisico’s BAR-organisatie. De gemeente heeft de wettelijke aansprakelijkheid. Er is sprake van een verhoogd risico door toename gebruik digitale technologie, online informatie, thuiswerken. Ook is er sprake van verminderd welzijn en daarmee meer druk op medewerkers. Dit kan leiden tot minder scherpe inachtneming van de informatiebeveiligingsrichtlijnen. Door grotendeels thuiswerken meer gelegenheid tot problemen met of inbraak in de ICT-systemen, veiligheid online samenwerken onder druk (verdere digitalisering samenleving en aantal diensten).
Digitale transformatie van overheidsdienstverlening, meer vraag van en naar medewerkers met ict-kennis en goed ontwikkelde digitale vaardigheden. Verbonden partij heeft een financieel tekort welke niet kan worden gedekt vanuit het weerstandsvermogen van desbetreffende partij/regeling Het geconsolideerde risico van de verbonden partijen blijft gelijk. Risico’s van alle verbonden partijen worden m.i.v. 2022 in een cluster samengevoegd, gerelateerd aan de paragraaf verbonden partijen. Voor de verbonden partijen wordt één risicoprofiel opgesteld waarop een risicosimulatie wordt uitgevoerd, waarvan het resultaat getoond zal worden in deze paragraaf. Op deze wijze wordt in beeld gebracht welke risico’s de gemeente loopt als deelnemer van onder meer de verschillende gemeenschappelijke regelingen.
Bestuurlijke en financiële verhoudingen Rijk en decentrale overheden (risico Rijksbijdrage gemeentefonds) Er is sprake van een (toegenomen) disbalans tussen financiële en bestuurlijke verhoudingen tussen Rijk en decentrale overheden. Onder andere de schommelingen in de bijdragen van het gemeentefonds en onzekerheid over de toekomst van de verdeling van het gemeentefonds blijven een risico. In de behandeling van trends en ontwikkelingen worden meer risico’s aangehaald dan het overzicht van de belangrijkste risico’s toont.
Paragrafen
73
Begroting 2022 meerjarenraming 2023-2025
3. § Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen In onze gemeente vinden allerlei activiteiten plaats, zoals wonen, werken en recreëren. Voor deze activiteiten zijn voorzieningen in de openbare ruimte nodig, zoals wegen, openbare verlichting, riolering, groen en gebouwen. Deze voorzieningen zijn de kapitaalgoederen van de gemeente. Het beheer ervan is de verantwoordelijkheid van de gemeente. Om veilig gebruik van de voorzieningen te verzekeren, is onderhoud nodig. Als het onderhoud niet meer voldoende is, is gedeeltelijke of totale vernieuwing nodig. Wat daarna ook weer regelmatig onderhoud vraagt. Deze paragraaf is belangrijk, omdat het niet alleen gaat om het in stand houden van de kapitaalgoederen voor de huidige gebruikers, maar ook voor de toekomstige generaties. Ook het financieel belang van onderhoud is groot, zo’n 20% van de begroting. De onderhoudskosten per kapitaalgoed zijn in beheerplannen opgenomen. Onderstaande tabel laat zien welke beheerplannen er zijn. Erachter staat het gemeentelijk beleid waar het beheer van uitgaat. Beheerplan
Jaar van vaststelling
Jaar van herziening
Financiële reserve/ voorziening
Wegen, fiets- en voetpaden
2020
2025
Nee
Gemeentelijk beleid - Kwaliteitsverbetering openbare ruimte (2015) - Integrale Visie Openbare Ruimte (2008)
Civiele Kunstwerken
2020
2025
Nee
Groen en Recreatie
2020
2025
Nee
gebieden
- Kwaliteitsverbetering openbare ruimte (2015) - Groenbeleidsplan 'Barendrecht ziet groen' (2008) - Integrale Visie Openbare Ruimte (2008)
Openbare verlichting
2020
2025
Nee
- Appendix duurzaamheid (2015) - Beleidsplan openbare verlichting (2004)
Speelvoorzieningen
2020
2025
Nee
- Speelruimteplan 2010-2020 (2009) - Notitie schoolpleinen (2013)
Straatmeubilair en
2015
2021
Nee
Verkeersvoorzieningen
- Parkeernota Barendrecht (2008) - Algemene Plaatselijke Verordening (APV)
Riolering
2017
2023
Ja
- Het Gemeentelijk Rioleringsplan 20182022
Waterhuishouding
2020
2025
Nee
- Waterbeheerprogramma 2016-2021 van Waterschap Hollandse Delta. - Nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaart van gemeente Barendrecht
Accommodaties
Ja
- Kadernota Vastgoed (2014) - Integraal HuisvestingsPlan (IHP) 2016
Wegen Beheer Het beheer van gemeentelijke wegen, zoals rondwegen, wijkontsluitingswegen, straten, fiets- en voetpaden, richt zich niet alleen op de verhardingen, maar ook op de afvoer van hemelwater en de bestrijding van het onkruid op de verharding. Naast landelijk geldende uitgangspunten voor onderhoud is rekening gehouden met vastgestelde kwaliteitsniveaus. De kwaliteitsniveaus van onderhoud zijn politieke keuzes. Met periodieke inspecties, lokale metingen en wijkschouwen wordt informatie verkregen over de toestand van de wegverhardingen. Met een geautomatiseerd beheerprogramma wordt de verkregen informatie vertaald naar een meerjarenplanning voor het planmatig onderhoud. Na afstemming met andere werkzaamheden en planontwikkelingen in de openbare ruimte wordt deze meerjarenplanning opgenomen in het beheerplan. In
Paragrafen
74
Begroting 2022 meerjarenraming 2023-2025
dezelfde inspectie wordt ook het klein onderhoud meegenomen. Dat zijn kleinere gebreken die op korte termijn opgelost/gerepareerd kunnen worden. Direct onderhoud vindt plaats wanneer de verkeersveiligheid in het geding is, bijvoorbeeld bij een gat in de weg. Onderhoud van asfaltverhardingen moet op tijd plaatsvinden. Gebeurt dat niet op tijd, dan treedt kapitaalvernietiging op. Als wij onderhoud aan het asfalt te lang uitstellen, zijn er zwaardere (en duurdere) maatregelen nodig. Elementenverharding kent geen kapitaalvernietiging. Bij uitstel loopt enkel de beeldkwaliteit terug. Vooruitblik 2022 Naast het dagelijks onderhoud staat een aantal grotere projecten in de planning. De revitalisering van Buitenoord wordt voortgezet met o.a. Schouw fase 2, Klipper fase 2, Kogge en Boeier. Nu de landschappelijke speeltuin in de Bongerd bijna gereed is, kan het laatste stuk fiets/voetpad worden opgeknapt. Verder staat o.a. de revitalisering van de Talmaweg op het programma. Civiele kunstwerken Beheer Onder de categorie civiele kunstwerken vallen bruggen, tunnels, viaducten, duikers, damwanden, kademuren, steigers en dijktrappen. Een civiel kunstwerk wordt elke 5 jaar uitgebreid geïnspecteerd volgens de CUR 117 aanbeveling categorie B2 (toestandsinspectie), B5 (herstel advies) en C2 (meerjarenonderhoudsplanning en budgetraming).
Houten bruggen en kunstwerken, die meer onderhoud vragen, worden in de tussenliggende periode een aantal keer visueel geschouwd. Op basis van de inspectieresultaten worden de jaarlijkse onderhouds- en vervangingsmaatregelen bepaald. Deze maatregelen kunnen variëren van klein onderhoud tot grootschalige vervangingen. Vooruitblik 2022 In 2022 staan geen grootschalige vervangingen in de planning. Er worden diverse reparaties uitgevoerd, zoals schilderen, repareren leuningen en brugdekdelen, slijtlagen vervangen, metselwerk herstellen en herstraten van taludbekleding. Openbaar groen in beheer bij gemeente Beheer In de IVOR-nota (Integrale Visie Openbare Ruimte) is de visie vastgelegd voor zowel de inrichting & structuur als de beheerkwaliteit van de openbare ruimte. Samen met het groenbeleidsplan ‘Barendrecht ziet groen’, waarin de doelen voor de groenstructuur, groeninrichting en groenbeheer zijn vastgelegd, vormt deze integrale visie de kaders en richtlijnen voor het beheer en onderhoud van het groen in de openbare ruimte. Voor het beheer van het groen zijn beheerkwaliteiten vastgesteld. Dit zijn politieke keuzes.
In tegenstelling tot voorgaande jaren, wordt vanaf 2019 het openbaar groen onderhouden op basis van frequentie (dus wordt niet meer aangegeven hoe veel onkruid er mag staan of hoe hoog het onkruid mag zijn, maar wordt aangegeven dat de plantvakken 10 keer geschoffeld moeten worden). Het voordeel hiervan is dat voor iedereen duidelijk is, wanneer welke werkzaamheden waar worden uitgevoerd. Dit bevordert de communicatie richting inwoners. De belangrijkste ambities zijn: het beheer van de bomen is gericht op een optimale begeleiding en ontwikkeling van de bomen en het structureel uitvoeren van boomveiligheidscontroles (concept strategisch boombeheer); beheerbewust ontwerpen en ontwerpbewust beheren (bij herinrichting van de openbare ruimte wordt het gewenste eindbeeld van het groen vastgelegd en het beheer is gericht op het bereiken van dit eindbeeld); bewoners betrekken bij de inrichting en beheer van het groen in de openbare ruimte. De grote groengebieden (Zuidelijk Randpark, Zuidpolder, Oude Maas, Wevershoek) zijn niet in beheer bij de gemeente. Staatsbosbeheer is beheerder van deze groengebieden. Vooruitblik 2022 De resultaten van de boomveiligheidscontrole zijn leidend voor het uitvoeren van de veiligheids- & beheermaatregelen. Afnemende vitaliteit, ziektes en/of onbeheerbare situaties zijn aanleiding om bomen en beplanting te vervangen.
Groenrenovaties en boomvervangingsprojecten worden voorgelegd en besproken met de direct omwonenden. Daarnaast zijn we ook in 2022 van plan om extra bomen en groen aan te planten als aanvulling op het huidige areaal. Bij bomen in verharding gaat onze aandacht uit naar verbetering van de ondergrondse groeiruimte, zodat bestratingsopdruk wordt verminderd.
Paragrafen
75
Begroting 2022 meerjarenraming 2023-2025
Openbare verlichting Beheer Naast de gemeente zijn ook andere beheerders verantwoordelijk voor de openbare ruimte met openbare verlichting. Zoals bijvoorbeeld de wegen met verlichting in eigendom van het Waterschap Hollandse Delta. De lichtmasten worden gemiddeld elke vier jaar visueel geïnspecteerd tijdens de lampvervanging. Stabiliteits/sterktemetingen van lichtmasten vinden plaats wanneer lichtmasten 40 jaar oud zijn. Onveilige situaties, vaak gemeld door burgers en bedrijven, worden veelal direct opgelost. Armaturen hebben een gemiddelde levensverwachting van 25 jaar. Vooruitblik 2022 In 2022 worden gefaseerd oude oranje SOX verlichtingsarmaturen vervangen door LED armaturen. Daarnaast worden langs de rondwegen Boezemweg en Carnisserbaan armaturen die ouder zijn dan 20 jaar vervangen door LED armaturen. Verder worden er op verzoek van verkeerskundigen en bewoners functionele aanpassingen doorgevoerd. Speelvoorzieningen Beheer De gemiddelde levensduur van speeltoestellen bedraagt ca. 12 jaar. Daarbij is geen rekening gehouden met vandalisme, wel met slijtage door intensief gebruik. De speelvoorzieningen worden vervangen aan de hand van een flexibel vervangingsschema, waarbij de budgetten voor de vervanging vrijkomen in het theoretische vervangingsjaar.
Het moment van de daadwerkelijke vervanging van een speeltoestel wordt mede bepaald door de technische staat van het toestel. Gestreefd wordt om speelplekken zo veel mogelijk in zijn geheel opnieuw in te richten. Dit biedt immers nieuwe kansen om de inrichting nog beter te laten aansluiten op de vraag en het gewenste gebruik. Vooruitblik 2022 De speeltoestellen worden jaarlijks vier keer op veiligheid geïnspecteerd. Aan de hand van de resultaten van de laatste veiligheidsinspectie van het jaar wordt de planning voor 2022 gemaakt. Naast veiligheid kunnen sterk gewijzigde demografische gegevens in een wijk of het einde van de levensduur van de speeltoestellen een aanleiding zijn om een speelplek in de planning voor herinrichting op te nemen. Tijdens de voorbereidingen voor de herinrichting van een speelplek worden de gebruikers en buurtbewoners bij het proces betrokken. Eerst wordt de mogelijkheid geboden ideeën kenbaar te maken. Daarna worden op basis van de meest realistische ideeën twee ontwerpen met speeltoestellen gemaakt. Tenslotte kan iedereen, maar bij voorkeur de kinderen, hieruit een keuze maken. Het ontwerp met de meeste stemmen wordt aangelegd. Straatmeubilair Straatmeubilair is het meubilair in de openbare ruimte dat niet primair wordt aangebracht om het verkeer te geleiden, maar te voorzien in behoeften van allerlei aard.
Voorbeelden zijn zitbanken, fietsenrekken, hekwerken, afvalbakken, enzovoorts. Beheer Het onderhoud richt zich op het schoon, bruikbaar, heel en veilig houden. De onderhoudsstrategie bestaat uit vervangen wat niet meer te repareren is en/of vervangen nadat de technische levensduur is bereikt. Daarbij wordt ook bekeken of het nog functioneel is en of het nog aan de behoefte voldoet. Verzoeken van burgers en bedrijven hebben daar invloed op. Riolering Beheer De uitgangspunten voor het beheer en onderhoud van de riolering zijn vastgelegd in het Gemeentelijk rioleringsplan 2018 - 2022 (GRP). In het GRP staat hoe de wettelijke zorgplicht wordt ingevuld die de gemeente heeft voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Met de zorg voor riolering wordt gewerkt aan bescherming van de volksgezondheid, veiligheid en kwaliteit van de leefomgeving en bescherming van het milieu en de natuur. Het taakveld riolering is een kostendekkend product. Dit betekent dat alle kosten die hiermee gepaard
Paragrafen
76
Begroting 2022 meerjarenraming 2023-2025
gaan via de rioolheffing in rekening worden gebracht. Ook wordt een financiële voorziening opgebouwd voor toekomstige vervangingsinvesteringen. De kosten zijn opgedeeld in 2 stromen: 1. het beheer- en onderhoud, exploitatiekosten; 2. vervangingsinvesteringen, die betrekking hebben op alle onderdelen van de (afval)waterketen. De klimaatveranderingen zijn in heel Nederland voelbaar. Ook in Barendrecht. De overlast ten gevolge van de forse regenbuien die we zo nu en dan te verwerken krijgen is niet alleen op te lossen door de aanleg van een grotere buis. Daarnaast hebben we te maken met perioden van extreme droogte. Het vraagt om maatregelen van de gemeente, maar ook van inwoners, bedrijven en het waterschap Hollandse Delta. Er wordt bij grootschalige werkzaamheden integraal naar dit soort vraagstukken gekeken. De maatregelen moeten gevonden worden in samenspel met weg- en groenbeheer en het waterschap Hollandse Delta, om tot een goed evenwicht te komen van vasthouden, bergen en (vertraagd) afvoeren van hemelwater. Kortom, maatwerk voor iedere locatie afzonderlijk. Vooruitblik 2022 In nieuwe ruimtelijke ontwerpen wordt rekening gehouden met de kwetsbaarheden (wateroverlast) die uit de stresstest naar voren zijn gekomen. Op het gebied van onderhoud wordt circa 45 km riolering gereinigd, waarvan de helft ook direct geïnspecteerd wordt.
Op basis van inspectieresultaten wordt een renovatieplan opgesteld en wordt een deel van de riolering gerenoveerd en worden kleine reparaties uitgevoerd. Het model dat voor de klimaatstresstest is gebruikt, wordt ingezet om maatregelen voordat ze gerealiseerd worden te toetsen. De werkzaamheden ter beperking van wateroverlast in de Oranjewijk worden in 2022 uitgevoerd. De revitalisering van de Talmaweg wordt in overleg met de ontwikkelaars ook in 2022 uitgevoerd. Tot slot worden de rioolmaatregelen na realisatie van de nieuwbouw in het Achterom afgerond. De komende jaren worden veel oude drukrioleringsinstallaties gerenoveerd. Door standaardisatie in pompen en besturingen is het mogelijk scherper in te kopen en een kleinere voorraad te houden. Tevens wordt ingezet op optimalisatie van de pompinstallaties. Dit gebeurt door renovatie met innovatieve, duurzame nieuwe technieken, maar ook door BAR-breed naar de hydraulische ontwerpen te kijken. Het komt regelmatig voor dat met eenvoudige, en daardoor prijstechnisch gunstige aanpassingen, pompinstallaties veel beter draaien, waardoor wateroverlast voor de burger voorkomen kan worden. Waterhuishouding Beheer Op basis van steekproeven voor kwaliteits- en kwantiteitsmetingen van de baggeraanwas op de waterbodem wordt bepaald welke gemeentelijke watergangen worden gebaggerd.
Het Waterschap baggert haar eigen watergangen, maar als de aanliggende grond van de gemeente is, heeft de gemeente een ontvangstplicht van deze bagger. De gemeente betaalt voor het transporteren en afvoeren van deze bagger. Beschoeiingen worden op basis van inspecties vervangen. Veiligheid is vaak doorslaggevend voor de vervanging van een oeverbeschoeiing. De oeverbeschoeiing is geïnventariseerd en vastgelegd in een digitaal beheersysteem. De grote waterpartijen in en rondom de Gaatkensplas zijn in beheer van de gemeente. Voor het integraal onderhoud is t/m 2029 een contract afgesloten met een aannemer (GKB). Vanuit hun expertise en kennis van zaken worden samen met een klankbordgroep creatieve en innovatie oplossingen uitgewerkt die de recreatieve en ecologische waarden in het gebied vergroten. Een goede waterkwaliteit is daarbij essentieel. Vooruitblik 2022 Naar aanleiding van de resultaten van de baggeraanwas-metingen wordt in 2022 het reguliere baggeronderhoud uitgevoerd. Hierbij gelden nog steeds beperkingen als gevolg van de landelijke PFA-problematiek. In alle watergangen zal maaionderhoud plaatsvinden. Riet en waterplanten worden verwijderd, waarbij er soms delen blijven staan (gefaseerd maaien). Bij het maaien is ook aandacht voor vislocaties. Op een aantal locaties wordt de beschoeiing vervangen, zoals op begraafplaats Scheldestraat.
Paragrafen
77
Begroting 2022 meerjarenraming 2023-2025
Onderhoud openbare ruimte De begrote bedragen voor het onderhoud van de openbare ruimte in 2022 zijn als volgt: Omschrijving
2022
groen
2.736.800
riolering
2.575.100
wegen
1.878.700
straatreiniging
780.300
waterwegen
637.400
speelvoorzieningen
588.800
openbare verlichting
521.400
kunstwerken
129.400
gladheidsbestrijding
28.900
Budgetten openbare ruimte
9.876.800
Accommodaties Uitgangspunt voor het beheer en het onderhoud van de gemeentelijke accommodaties is het (blijven) bieden van een hoogwaardig voorzieningenniveau, met kwalitatief goede accommodaties. Met deze accommodaties faciliteert de gemeente beleidsdoelstellingen op het gebied van onderwijs, sport, cultuur, welzijn, enzovoorts. Het onderhoud is verdeeld in planmatig, dagelijks en meldingenonderhoud. Het planmatig onderhoud richt zich op het voldoen aan conditiescore 3 (schoon, heel en veilig) en uiteraard aan de vigerende wet- en regelgeving. Om schommelingen in uitgaven voor planmatig onderhoud te compenseren is er een reserve onderhoud gebouwen. Dagelijks onderhoud is onderhoud dat vooraf niet voorzien kan worden en meestal door gebruikers gemeld wordt, ook wel meldingenonderhoud genoemd. Onvoorziene kostbare storingen en of wijzigingen in bouwregelgeving kunnen grote invloed hebben op het budget dagelijks onderhoud. Voor ieder gemeentelijk gebouw is een meerjarenonderhoudsprognose (MJOP) opgesteld met “Conditiescore 3” conform de NEN 2767. Conditiescore Omschrijving conditie
Toelichting
1
Uitstekend
Incidenteel geringe gebreken
2
Goed
Incidenteel beginnende veroudering
3
Redelijk
Plaatselijk zichtbare veroudering. Functievervulling van gebouw- en installatiedelen niet in gevaar
4
Matig
Functievervullng van bouw- en installatiedelen in gevaar
5
Slecht
De veroudering is onomkeerbaar
6
Zeer slecht
Technisch rijp voor sloop
Dagelijks onderhoud is onderhoud dat vooraf niet te plannen is. Onvoorziene kostbare storingen of wijzigingen in bouwregelgeving kunnen grote invloed hebben op het beschikbare budget. De gemeente streeft ernaar een voorbeeldfunctie te vervullen als het gaat om duurzaamheid en energiebesparing. Ook vanuit de wet Milieubeheer (31-08-2017) passen we duurzame maatregelen toe. We proberen dat in ieder geval te combineren met het planmatig onderhoud. Wanneer vanuit (veranderde) wet- en regelgeving aanpassingen nodig zijn, treden wij indien nodig in overleg met gebruikers en/of (mede)eigenaren. Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed In het klimaatakkoord (onderschreven door VNG) zijn doelstellingen benoemd ten aanzien van de reductie van CO2-uitstoot. De doelstellingen zijn: 49% reductie in 2030 en 95% reductie in 2050, inclusief aardgasvrij. Uit een recente inventarisatie van het maatschappelijk vastgoed is gebleken dat met eerdere verduurzamingsprojecten reeds een reductie van 34% is gerealiseerd. Tot 2030 is daarom een aanvullende besparing van 15% nodig. Dit kan bereikt worden door een 8-tal gebouwen aardgasvrij te maken, middels renovatie of nieuwbouw. Hierbij wordt niet aanzienlijk afgeweken van de reguliere planning voor onderhoud en nieuwbouw (geen desinvesteringen). Dit kan bereikt worden door een 5-tal gebouwen aardgasvrij te maken, middels renovatie of
Paragrafen
78
Begroting 2022 meerjarenraming 2023-2025
nieuwbouw. Tevens worden 3 (kleinere) gebouwen afgestoten. Wel zijn extra investeringen nodig. Op basis van kentallen wordt geraamd dat een aanvullende investering van circa 5,1 miljoen nodig is in de periode tot 2030. Areaalgegevens Onderdeel
Omschrijving
Gemalen
Bergbezinkvoorziening
Aantal
Eenheid
Gemalen
CVK (Centrale VerdeelKast)
Gemalen
Drukriool
Gemalen
Groot gemaal (droog)
2 stuks
Gemalen
Groot gemaal (nat)
60 stuks
Gemalen
Oppervlaktewatergemaal
3 stuks
Groen
Boom
22.808 stuks
Groen
Cultuurbeplanting
329.184 vierkante meter
Groen
Gras
2.067.231 vierkante meter
Groen
Haag
51.775 vierkante meter
Groen
Natuurlijke beplanting
227.554 vierkante meter
Kunstwerken
Fiets-voetbruggen
101 stuks
Kunstwerken
Overige kunstwerken
201 stuks
Kunstwerken
Verkeersbruggen/viaducten
Openbare verlichting
Armatuur
13.228 stuks
Openbare verlichting
Lamp
13.427 stuks
Openbare verlichting
Lichtmast
12.892 stuks
Riolering
Drukriolering
60.806 strekkende meter
Riolering
Rioolput
8.774 stuks
Riolering
Rioolvoorziening
Riolering
Vrijvervalleiding
Spelen
Kunstmatige valondergrond
Spelen
Schoolpleinen
18 stuks
Spelen
Speel en sportplekken
277 stuks
Spelen
Speeltoestellen
Verkeer
Markering
Verkeer
Verkeersbord
5.164 stuks
Verkeer
Verkeersteken (paal/drager)
3.831 stuks
Water
Natuurlijke oever
29.700 strekkende meter
Water
Natuurvriendelijke oever
4.522 strekkende meter
Water
Oeverbeschoeiing
90.329 strekkende meter
Water
Watergang
718.525 vierkante meter
Wegen
Asfalt
787.627 vierkante meter
Wegen
Bestrating
Wegen
Goot
4.148 strekkende meter
Wegen
Kolken
31.937 stuks
Wegen
Overige verharding
29.923 vierkante meter
1 stuks 9 stuks 223 stuks
45 stuks
2 stuks 339.367 strekkende meter 7.442 vierkante meter
1.570 stuks 2.905.874 vierkante meter
1.848.986 vierkante meter
Peildatum 14 juni 2021
Paragrafen
79
Begroting 2022 meerjarenraming 2023-2025
4. § Financiering Algemeen In de paragraaf financiering beschrijven we de plannen en acties op het gebied van liquiditeitsbeheer, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s voor de jaren 2022 tot en met 2025. Naast enkele onderwerpen die verplicht onderdeel uitmaken van deze paragraaf, gaan we ook in op een aantal ontwikkelingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de treasuryfunctie. Wettelijke kaders en Treasurystatuut De wettelijke kaders rondom de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido). Beheersing van de financiële risico’s speelt daarin een belangrijke rol. De uitwerking van deze kaders zijn vastgelegd in de financiële verordening 2018 en het treasurystatuut 2018. In 2018 zijn de financiële verordening en het treasurystatuut herzien en vastgesteld. Hierna zijn er geen wijzigingen meer geweest in weten regelgeving of in het gemeentelijk beleid. Aanpassing van de financiële verordening of het treasurystatuut is daarom op dit moment niet aan de orde. Wel heeft het college in 2021 de nota garantstellingen en leningen 2021 vastgesteld. In deze nota zijn de spelregels en beleidskaders rondom garantstellingen en leningen vastgelegd, bedoeld als uitwerking van hetgeen in het treasurystatuut is opgenomen. Rentevisie en beleid Rente speelt een belangrijke rol in de begroting.
Het is, gezien de omvang van de bedragen, gewenst uw raad inzicht te geven in de keuzemogelijkheden en de factoren die invloed op de rente hebben. Dit alles vatten wij samen onder de term ‘rentebeleid’. We maken daarbij onderscheid tussen korte rente en lange rente. Van korte rente is sprake bij leningen tot maximaal 1 jaar en van lange rente bij termijnen van 1 jaar of langer. Het is van belang de renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt te volgen vanwege de mogelijke risico’s die deze voor ons inhouden. Wij volgen deze ontwikkelingen nauwlettend en maken gebruik van de (online) informatie van een aantal geldverstrekkers. De rente is al enige jaren laag en de verwachting is dat deze in de komende periode niet wijzigt. Naar aanleiding van de coronapandemie heeft de Europese Centrale Bank (ECB) een aankoopprogramma opgezet waarmee ze de kosten van leningen wil verminderen en de kredietverlening in het eurogebied wil vergroten. Deze maatregel is een aanvulling op de eerdere programma’s van de ECB. De maatregelen helpen de consumptie en de investeringen te stimuleren en hebben als doel economische groei te bevorderen. De rente voor een kasgeldlening (looptijd < 1 jaar) is al geruime tijd negatief.
De gemeente maakt van deze negatieve rentestand gebruik door bij liquiditeitstekorten een kasgeldlening af te sluiten en zo min mogelijk gebruik te maken van de kredietfaciliteit op de rekening courant. Vanaf 1 juli 2021 berekent de BNG negatieve rente over het positieve saldo op de lopende rekening. BNG houdt daarbij een grens aan van € 500.000. Onder dit bedrag is de creditrente 0%, daarboven 1-maands EURIBOR. Het is daarom zaak de saldi op de lopende rekening onder deze grens te houden en overschotten af te romen naar de schatkist. Rentevisie BNG De verwachting van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is dat het monetaire beleid van de ECB, zoals hierboven vermeld, ruim blijft. Actueel
Over een jaar forward rate
Prognose BNG
3 maanden interbancair
-0,54%
-0,50%
-0,40%
Staat 10 jaar
-0,17%
-0,10%
0,10(-0,30)%
Renterisicobeheer In dit onderdeel krijgt u inzicht in de renterisico’s van de gemeente. Risicobeheersing vormt één van de pijlers van de Wet Fido. Voor de bepaling van de renterisico’s die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie zijn twee normen verplicht gesteld: De rente-risiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar en de kasgeldlimiet op leningen met een looptijd tot maximaal 1 jaar. Het doel van deze normen is om de budgettaire risico’s als gevolg van rentestijging te beperken. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel de risico’s te beperken van een toekomstig stijgende kapitaalmarktrente bij
Paragrafen
80
Begroting 2022 meerjarenraming 2023-2025
herfinanciering (van aflossingen op bestaande leningen) en renteherzieningen op bestaande langlopende leningen. Door toepassing van deze norm ontstaat een goede spreiding van de langlopende leningenpositie, waardoor dit renterisico gelijkmatig over de jaren wordt verdeeld. Jaarlijks komt maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking voor herfinanciering en/of renteherziening. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. Onder herfinanciering verstaan we het afsluiten van nieuwe leningen ter vervanging van bestaande financieringen en/of aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Het onderstaande overzicht maakt duidelijk dat er ruimte is binnen de renterisiconorm om ook eventuele extra investeringen of uitgaven ten behoeve van de grondexploitatie met lang vreemd vermogen te financieren. RENTERISICONORM EN RENTERISICO'S VAN DE VASTE SCHULD (Bedragen x 1.000) 2022
2023
2024
2025
begroot
begroot
begroot
begroot
0
0
0
0
2. Betaalde aflossingen
10.862
11.637
11.565
11.875
3. Renterisico op vaste schuld (1+ 2)
10.862
11.637
11.565
11.875
Renterisico op vaste schuld 1. Netto renteherziening op vaste schuld
Renterisiconorm 4a. Begrotingstotaal 2022
117.192
4b. Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage
20%
4. Renterisiconorm
23.438
Toets Renterisiconorm 5a Ruimte onder renterisiconorm (4 - 3)
12.576
Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet heeft de wetgever een norm gesteld voor het maximum bedrag aan kortlopende middelen (looptijd tot maximaal een jaar) waarmee de gemeente haar activiteiten mag financieren. Het doel van deze limiet is het risico te voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct grote impact hebben op de rentelasten tijdens het boekjaar. Wanneer in drie opeenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet wordt overschreden, dient dit te worden gemeld bij de toezichthouder, de Provincie, inclusief een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet. Hieronder is een prognose opgenomen van de kasgeldlimiet over 2022. Als er sprake is van een liquiditeitstekort, wegen wij af of het zinvol is om gebruik te maken van kortlopende of langlopende financiering, afhankelijk van de rentestand en de financieringsbehoefte. In 2022 maken we maximaal gebruik van kortlopende financiering en de kasgeldlimiet. bedragen x 1.000 1e kw.
2e kw
3e kw
4e kw
Totaal vlottende schuld
10.728
10.728
10.728
10.728
Totaal vlottende middelen
748
748
748
748
Gemiddeld saldo schuld (+) of overschot (-)
9.980
9.980
9.980
9.980
Kasgeldlimiet
9.961
9.961
9.961
9.961
0
0
0
0
Begrotingstotaal 2022
117.192
vastgestelde percentage
8,5%
Ruimte onder kasgeldlimiet
Paragrafen
81
Begroting 2022 meerjarenraming 2023-2025
Liquiditeitsplanning en Financieringsbehoefte De financieringspositie wordt bepaald door diverse factoren, zoals de ontwikkeling van het investeringsniveau en –tempo, wisselende baten in de grondexploitaties en mutaties in de geldleningenportefeuille. Met een liquiditeitenplanning brengen we meer structuur aan in de verwachte inkomsten en uitgaven. Financiering activa De activa van de gemeente zijn per begin 2022 naar verwachting als volgt gefinancierd: (bedragen x 1.000) verwachting per 1-1-2022 Boekwaarde activa
187.560
vaste financieringsmiddelen: Reserves en Voorzieningen
67.702
Langlopende leningen
127.696 195.398
Financieringsoverschot
-7.838
Leningenportefeuille Bij een structureel liquiditeitstekort sluiten we een langlopende geldlening af. We hanteren de marktrente en berekenen jaarlijks de gemiddelde rente over de bestaande langlopende leningen (per 1 januari 2022 is deze gemiddeld 1,312%). In onderstaand overzicht is het verloop van de reeds opgenomen langlopende leningen en de, op grond van de financieringsbehoefte, verwachte nieuw af te sluiten langlopende leningen opgenomen. Zoals uit het financieringsoverzicht blijkt, zijn de begrote inkomsten en uitgaven, de investeringsbedragen en de inkomsten en uitgaven uit grondexploitaties niet voldoende om deze met eigen middelen of kortlopende leningen (meerjarig) te kunnen financieren. Uitgaande van de begrote investeringsplanning betekent dit dat in 2022 een langlopende lening van € 15,8 miljoen benodigd is (2023: € 11,3 miljoen; 2024: € 10,1 miljoen; 2025 € 4,5 miljoen). Aanpassingen van de investeringsplanning of de grondexploitaties en daaruit voortvloeiende wijziging van de financieringsbehoefte verwerken we in de tussenrapportages. Overzicht Langlopende Leningen
(bedragen x 1.000) 1-1-2022
1-1-2023
1-1-2024
1-1-2025
Stand leningen
127.696
132.621
132.318
130.863
Nieuwe lening
15.787
11.348
10.117
4.510
Reguliere aflossingen
10.862
10.862
10.215
10.215
789
1.357
1.863
Aflossingen nieuwe leningen
EMU-saldo Hieronder wordt een beeld geschetst van het verwachte verloop van ons EMU-saldo over de periode 2021 tot en met 2025. De gemeentelijke systematiek van nu investeren en afschrijven over een reeks van jaren, strookt niet met de manier waarop het EMU-saldo wordt berekend. Investeringen in een jaar worden direct ten laste gebracht van het EMU-saldo. Hierdoor ontstaat een negatief effect op het EMU-saldo.
Paragrafen
82
Begroting 2022 meerjarenraming 2023-2025 bedragen *1.000 Overzicht EMU-saldo
2021
2022
2023
2024
2025
Exploitatiesaldo vóór toevoeging en onttrekkingen aan reserves (+)
-7.596
266
-979
284
7.142
Mutatie vaste activa (-)
918
11.238
5.479
-2.954
-6.854
Mutatie voorzieningen (+)
-3.023
-1.009
-986
-4.661
-1.526
Mutatie voorraden (-)
-7.600
1.644
-7.335
-3.026
4.913
Totaal EMU-saldo
-3.937
-13.625
-109
1.603
7.557
- = tekort en + = overschot
Uitzettingen Op grond van de Regeling Schatkistbankieren zijn decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Overtollige middelen kunnen ook tijdelijk via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden. De hoogte van de rentevergoeding is gelijk aan de rente waartegen de Nederlandse Staat zichzelf financiert op de geld- en kapitaalmarkten (de zogenoemde ‘inleenrente’). Op dit moment is deze inleenrente negatief, waarbij in de Regeling Schatkistbankieren is opgenomen dat in dergelijke gevallen de rentevergoeding gelijk wordt gesteld aan nul. Bij overliquiditeit maken wij daarom geen gebruik van de mogelijkheid om dit op een deposito te zetten. Volgens het treasurystatuut kunnen, in het geval van tijdelijke liquiditeitstekorten en -overschotten, de GR BAR en de drie gemeenten elkaar onderling kasgeldleningen verstrekken tegen een marktconforme rente. Zolang de rente op kasgeldleningen negatief is, benutten we deze faciliteit niet. Verstrekte leningen Onderstaand overzicht geeft een beeld van de leningen die zijn verstrekt aan derden. Wanneer bij deze leningen sprake is van een variabele rente, wordt bij de renteberekening uitgegaan van het 1 maands Euribor per rentevervaldatum. Al een aantal jaren zijn de rente-inkomsten bij deze lening met een variabele rente laag, als gevolg van de lage rentestand.
Kredietrisico op verstrekte leningen Naam geldnemer
%
Saldo
Saldo
uitzetting
Mutaties
uitzetting
1-1-2022
in 2022
31-12-2022
Spruit B.V.
3,00
2.887
-1.422
1.465
BAR-Organisatie
n.v.t.
31.157
-11.784
19.373
34.044
-13.206
20.838
Totaal verstrekte gelden
Renteomslag Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat rente via de taakvelden wordt toegerekend aan de programma’s. Door gebruik te maken van een renteomslag wordt de manier van verantwoorden van de rente in de begroting geharmoniseerd. Op advies van de commissie BBV wordt voor het berekenen van de renteomslag onderstaand model gebruikt. Hiermee geven we inzicht in de rentelasten voor externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Het BBV schrijft voor dat de gehanteerde omslagrente niet meer dan 0,5% mag afwijken van de berekende omslagrente. Conform onderstaande berekening komen we voor 2022 uit op een gemiddelde renteomslag percentage van 0,87%. Voor 2022 hanteren we een omslagpercentage van afgerond 1,0% (afwijking betreft alleen afronding en is dus niet meer dan 0,5%).
Paragrafen
83
Begroting 2022 meerjarenraming 2023-2025
Schema rentetoerekening a1.
Externe rentelasten over lange financiering
+/+
1.793.000
a2.
Externe rentelasten over korte financiering
+/+
5.000
b1.
Externe rentebaten over lange financiering
-/-
6.000
b2.
Externe rentebaten over korte financiering
-/-
5.000
Saldo rentelasten en rentebaten
1.787.000
c1.
Rente die doorberekend wordt aan de grondexploitaties
-/-
158.800
c2.
Rentelast projectfinanciering die doorgerekend wordt aan betreffende taakveld
-/-
0
c3.
Rentebaat projectfinanciering die doorgerekend wordt aan betreffende taakveld
+/+
0
Aan taakvelden toe te rekene externe rente
1.628.200
d1.
Rente over het eigen vermogen
+/+
0
d2.
Rente over voorzieningen
+/+
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
1.628.200
e.
Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
f.
Renteresultaat op het taakveld treasury
-253.200
Toe te rekenen rente
1.628.200
Boekwaarde per 1-1-2022
-/-
1.881.400
187.560.000
Gemiddelde rente
0,87%
Garantstelling In het verleden zijn regelmatig garantstellingen geweest voor leningen aan derden. Met het oog op de financiële risico’s die de gemeente hierbij loopt, gaan wij terughoudend om met het honoreren van deze aanvragen. Alleen als het maatschappelijk belang ermee gediend is en er voldoende zekerheden gesteld worden, wordt een garantie verleend. In 2021 heeft het college de nota garantstellingen en leningen vastgesteld. In deze nota zijn de beleidskaders beschreven en geven we handvatten voor de besluitvorming door het formuleren van criteria en voorwaarden, waarmee we de risico’s zoveel mogelijk beperken en meer inzichtelijk maken. Per 1 januari 2021 is het totaal van de directe garantstellingen € 13,9 miljoen. Het totaal van de garantstellingen met een achtervangfunctie via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw is € 108,5 miljoen. Het risico dat de gemeente loopt bij deze garantstellingen is meegenomen in de berekening van ons weerstandvermogen. Relatiebeheer Met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) vindt periodiek overleg plaats, waarbij we nieuwe ontwikkelingen bespreken. Verschillende kredietverstrekkers geven regelmatig adviezen over het aantrekken en uitzetten van gelden Ook in 2022 maken we gebruik van de verschillende adviserende instanties om optimaal te kunnen profiteren van de beschikbare financiële instrumenten.
In ons treasurystatuut hebben wij de administratieve organisatie, interne controle en informatievoorziening uitvoerig beschreven.
Paragrafen
84
Begroting 2022 meerjarenraming 2023-2025
5. § Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering wordt vanaf 1 januari 2014 door de GR BAR-organisatie uitgevoerd. Voor een toelichting op de bedrijfsvoering verwijzen wij u naar de begroting 2022 van de GR BAR-organisatie.
Paragrafen
85
Begroting 2022 meerjarenraming 2023-2025
6. § Verbonden partijen Inleiding De gemeente Barendrecht heeft een kadernota verbonden partijen. Het doel van deze nota is een methodiek te ontwikkelen waarmee de bestaande verbonden partijen kunnen worden beoordeeld en aangestuurd. De nota sluit aan bij de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen die per 1-1-2015 van kracht is en tot doel heeft de democratische legitimatie te versterken. Als de uitvoering van een publieke taak aan een verbonden partij is overgedragen, is het onvermijdelijk dat (volledige) directe invloed/sturing door de gemeente niet langer aan de orde is. Dit omdat de verbonden partij een eigen bestuur heeft waarin meerdere gemeenten zijn vertegenwoordigd. Om de invloed van de gemeente op verbonden partijen te optimaliseren, is in de nota een methodiek opgenomen die deze optimalisatie van invloed moet bewerkstelligen. De invloed van het gemeentebestuur op een verbonden partij is het grootst als deze zich richt op de voorkant van de processen van de verbonden partij. De methodiek die kan worden ingezet om de invloed passend te laten zijn bij de situatie bestaat uit: het proces van positiebepaling; een governance-scan, het bepalen van een passend aansturingsscenario en het daarbij passende instrumentarium. Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) 1. Rechtsvorm
Gemeenschappelijke Regeling
2. Vestigingsplaats
Rotterdam
3. Doelstelling en openbaar belang (Brand)veiligheid, vervoer van zieken en ongeval slachtoffers, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding en crisisbeheersing met inbegrip van de multidisciplinaire samenwerking en de Gemeenschappelijke meldkamer. De vorming van veiligheidsregio’s heeft als doelstelling de versterking van de bestuurlijke aansturing van de rampenbestrijding en crisisbeheersing op regionaal en nationaal niveau, alsmede de versterking van de geneeskundige hulpverlening en het regionale beheer van de brandweer. 4. Sturingsscenario (chauffeur/bijrijder/achterbank)
Bijrijder
5. Deelnemende partijen
15 gemeenten uit het Rijnmond gebied nemen deel aan de VRR.
6. Bestuurlijk belang
Burgemeester Van Belzen is lid van het Algemeen Bestuur (+1 plaatsvervangend lid). Bij het nemen van besluiten door het algemeen bestuur brengen de leden voor de gemeente die zij vertegenwoordigen ieder één stem uit, met uitzondering van de leden die een gemeente vertegenwoordigen met een inwonertal boven 50.000. Zij brengen voor elk volgend 50.000-tal, of gedeelte daarvan, één stem meer uit tot een maximum van elf stemmen per gemeente. Stemverhouding: 5%.
7. Financieel belang
De bijdrage van Barendrecht voor 2022 is: € 2.414.500
8. Eigen vermogen
01-01-2022: € 12.711.000 31-12-2022: € 11.039.000
9. Vreemd vermogen
01-01-2022: € 70.545.000 31-12-2022: € 70.987.000
10. Resultaat
2022: - € 281.000
11. Risico's
Bestaansrecht organisatie / Ontwikkelagenda VRR, Vrijwaring van gemeenten voor aansprakelijkheid van niet verzekerbare risico's, Inwerkingtreding Omgevingswet, personele capaciteit brandweer, et normalisering rechtspositie ambtenaren ,Deeltijdregeling brandweervrijwilligers, Alarmering bevolking, Duurzame Piketorganisatie, Vakbekwaamheid, Effecten en kosten als gevolg van grote crises , Effecten en kosten als gevolg van grote crises / COVID-19.
12. Actuele ontwikkelingen
Ontwikkelagenda VRR, effect van COVID-19, WNRA m.b.t. ontwikkelingen regelgeving vrijwilligers.
Paragrafen
86
Begroting 2022 meerjarenraming 2023-2025
Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Vastgoedinformatie, Heffing en Waardebepaling (SVHW) 1. Rechtsvorm
Gemeenschappelijke Regeling
2. Vestigingsplaats
Klaaswaal
3. Doelstelling en openbaar belang
Het SVHW houdt zich bezig met de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen, de waardebepaling, in het kader van de wet WOZ.
4. Sturingsscenario (chauffeur/bijrijder/achterbank)
Bijrijder
5. Deelnemende partijen
Een Waterschap, RAD en 20 gemeenten.
6. Bestuurlijk belang
Bevoegdheden van het College m.b.t. heffing en invordering belastingen, WOZ is overgedragen aan de verbonden partij. Het Algemeen Bestuur is het hoogste bestuursorgaan van het SVHW. De gemeente is vertegenwoordigd in de Ambtelijke Commissie: 1 lid (accounthouder VP), het Algemeen- en Dagelijks Bestuur: 1 lid (wethouder Bults). Stemverhouding: 3.3%.
7. Financieel belang
De bijdrage van Barendrecht voor 2022 is: € 424.000
8. Eigen vermogen
01-01-2022: € 700.000 31-12-2022: € 700.000
9. Vreemd vermogen
01-01-2022: € 5.541.000 31-12-2022: € 5.451.000
10. Resultaat
2022: € 0
11. Risico's
Uittreding van deelnemers waardoor de kosten voor de overgebleven deelnemers gaan stijgen.
12. Actuele ontwikkelingen
Door gemeentelijke herindelingen (fusies van gemeenten) bij de deelnemers van de GR SVHW neemt het aantal deelnemers af. Dit heeft echter geen nadelige financiële gevolgen.
Gemeenschappelijke Regeling DCMR Milieudienst Rijnmond (DCMR) 1. Rechtsvorm
Gemeenschappelijke Regeling
2. Vestigingsplaats
Schiedam
3. Doelstelling en openbaar belang