328530 Kredietbesluit gezamenlijke huisvesting bibliotheek en theater bijlage 1 Integraal PvE theater bibliotheek Baarn
Tekst van het document
▪ ▪ ▪ ▪ ▪
De bestaande theaterzaal dient een integraal onderdeel uit te maken van de hoofddraagconstructies van het vernieuwde gebouw, zodanig dat er geen constructieve aanpassingen aan de bestaande theaterzaal noodzakelijk zijn. In verband met flexibiliteit dienen de nieuw te realiseren hoofddraagconstructies een vrije indeelbaarheid van het gebouw niet te belemmeren; De drager en het inbouwpakket dienen te worden onderscheiden; Dilataties toepassen waar constructief vereist en waar nodig ter voorkoming van geluidsoverlast; In verband met latere aanpassingen en/of herindelingen van het gebouw moet het mogelijk zijn in nader te bepalen zones nieuwe sparingen (maximaal 200 mm x 200 mm) in de vloer aan te brengen zonder het draagvermogen van de vloer aan te tasten.
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
27
6.3.3
Afbouw
6.3.3.1
Buitenwandopeningen (31) Ten aanzien van de gevelopeningen gelden de volgende eisen: ▪ In alle verblijfsruimten dienen de ramen te kunnen worden geopend, met uitzondering van de bestaande grote theaterzaal; ▪ De gevelopeningen dienen (behoudens die aan de noordzijde) te worden voorzien van een vaste of beweegbare buitenzonwering. Beweegbare zonwering is elektrisch bediend met zon en wind regeling toepassen. ▪ Ramen op begane grond: geen screens toepassen. ▪ In ruimten op de verdiepingen dienen de ramen te worden vastgezet op een kiepstand ter voorkoming van doorklimmen; ▪ Er dient blank HR++ glas toegepast te worden (LTA > 0,60 / U < 1,2 W/m2K), of glas met een hogere isolatiewaarde; ▪ Glas in en naast deuren moet worden uitgevoerd in veiligheidsglas conform NEN 3569; ▪ Er dienen meerpuntssluitingen met verbeterde kierdichting in draaiende delen toegepast te worden, overeenkomstig de water- en wind dichtheidseisen conform NEN-EN 12207 en NEN-EN 12208; ▪ Hang en sluitwerk uit te voeren met keur SKG** zonder scherpe randen ter voorkoming van verwondingen; ▪ Mogelijke geluidsoverlast van buitenzonwering bij hogere windsnelheden dient te worden voorkomen; ▪ Indien houten buitenkozijnen dan in hardhout met duurzaamheids klasse II en duurzaam geproduceerd, voorzien van door SKH erkend keurmerk.
▪ Buitendeuren: uitsluitend veiligheidsscharnieren en inbraakwerende sloten toepassen of 3-puntssluitingen, cilinderbediend, SKG 2** en politiekeurmerk veilig wonen).
6.3.3.2
Binnenwandopeningen (32) Voor binnenwandopeningen gelden de volgende eisen:
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
De vrije doorgang van deuren dient minimaal 900 mm te zijn; de hoogte 2300 mm; Deuren naar de grote en kleine theaterzaal en het backstage-gebied hebben afwijkende afmetingen in verband met decorstukken; De deuren uit te voeren in stootvast materiaal met een onderhoudsvrije afwerking; Glas in deuren dient te bestaan uit veiligheidsbeglazing conform NEN 3569; Zo min mogelijk deuren toepassen in wanden waaraan hoge eisen worden gesteld voor geluidsisolatie (zoals ruimten onderling); Hang en sluitwerk uit te voeren zonder scherpe randen ter voorkoming van het risico op verwondingen; Een eventuele glasopening in binnenwanden dient tot een hoogte van 1,5 m te worden uitgevoerd in veiligheidsglas; In brandcompartimentering wanden dienen brandwerende deuren/kozijnen te worden toegepast, passend bij de vereiste brandwerendheidsklasse. In natte ruimten de sloten volledig uitvoeren in RVS;
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
28
▪ ▪ ▪ ▪ 6.3.3.3
Alle toegangsdeuren bij de ingang en toiletruimten voorzien van deurdrangers. De deurdrangers bij de ingang, en technische ruimte moeten voorzien zijn van een vastzetinrichting. Toegangsdeuren entree binnenzijde voorzien van schopplaten; Deurkozijnen in natte ruimten zodanig uitvoeren dat deze bestand zijn tegen inwerking van vocht nabij de vloer. Toegangsdeuren kleine zaal geschikt voor aanvoer grote decorstukken, afmetingen nader af te stemmen met gebruikers.
Vloeropeningen (33) Aan de vloeropeningen worden de volgende eisen gesteld:
▪ ▪
6.3.3.4
Vloeropeningen in de begane grondvloer (kruipluiken) dienen zodanig te zijn uitgevoerd dat aan de eisen voor luchtdichtheid in het Bouwbesluit wordt voldaan. T.p.v. luikranden dienen geïsoleerde kunststenen vloerluiken met een minimale Rc-waarde van 3,7m2K/W te worden toegepast met gegalvaniseerde hoekprofielen en luikring
Balustrades en leuningen (34) Balustrades en leuningen dienen te worden uitgevoerd overeenkomstig de daarvoor geldende eisen in het bouwbesluit.
6.3.3.5
Dakopeningen (37) Eventuele dakopeningen dienen te voldoen aan de volgende eisen: ▪ Bij platte daken inbraakwerende lichtkoepels toepassen; ▪ Lichtkoepels dienen doorvalveilig te zijn; ▪ Eventuele dakopeningen dienen te voldoen aan de eisen op het gebied van brandoverslag in het Bouwbesluit/ de bouwverordening; ▪ Warmtedoorgangscoëfficiënt U < 1,2 m2K/W.
6.3.3.6
Inbouwpakketten (38) Metalen constructies dienen fabrieksmatig te worden voorzien van een dekkend en roestwerend schildersysteem in een droge laagdikte van 80μm.
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
29
6.3.4
Afwerkingen
6.3.4.1
Buitenwandafwerkingen (41) De buitenwandafwerking dient aan de volgende eisen te voldoen: ▪ De gevels dienen eenvoudig te kunnen worden gereinigd i.v.m. graffiti; ▪ De gevels dienen bestand te zijn tegen mechanische invloeden (slag en stootvast); ▪ De binnenspouwbladen aan de interieurzijde dienen vlak afgewerkt te worden ter plaatse van mogelijke binnenwandaansluitingen alsmede ten behoeve van een eenvoudige doorvoering van wandgoten; ▪ Het binnenspouwblad dient voldoende mogelijkheden te hebben voor de bevestiging van installatieonderdelen, vensterbanken e.d.
6.3.4.2
Binnenwandafwerkingen (42) Voor de wandafwerking gelden de navolgende eisen: ▪ Wandafwerkingen dienen functioneel, onderhoudsvrij en eenvoudig reinigbaar te zijn; ▪ De afwerking van de wanden dient i.v.m. gelijkmatigheid van de verlichting en ter voorkoming van hinderlijke helderheidverschillen licht van kleur te zijn; ▪ De diffuse lichtreflectiefactor (r) van de afwerking van de binnenwanden dient bij een vervuilingsfactor van 10% dient tenminste 0,7 te zijn; ▪ De wanden en de afwerking dienen bestand te zijn tegen mechanische beschadigingen (slag- en stootvast); ▪ In het backstage gebied dienen de wanden extra robuust te worden afgewerkt, met materialen die niet gevoelig zijn voor krassen of beschadigingen; ▪ In of naast de deuren een glasstrook in de gangwanden aanbrengen, uit te voeren in veiligheidsglas ▪ De binnenwanden dienen geen scherpe hoeken of randen te hebben, in verband met het voorkomen van verwondingen; ▪ Wandtegelwerk of dezelfde principe kunststofwand afwerking waterdicht aan te brengen tot aan plafond in de navolgende (natte) ruimten: o Sanitaire ruimten o Keukens/pantry o Was- en droogruimte o In werkkasten: achter de uitstortgootsteen vanaf de vloer tot 0,5 m boven de gootsteen ▪ Bij de toepassing van plinttegels aansluitend op een schoonwerk wand, moeten deze terug liggend ten opzicht van de wand worden aangebracht.
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
30
6.3.4.3
Vloerafwerkingen (43) Voor de vloerafwerking gelden de volgende eisen: ▪ Ter plaatse van publieksruimten dient gekozen te worden voor een vloerafwerking. met een hoge slijtvastheid, goede stroefheid (in natte toestand minimaal 60 volgens de methode Leroux overeenkomstig NEN 2873), antistatisch en dient geschikt te zijn voor het berijden met kleine wagentjes (koffie, magazijngoederen, schoonmaak); ▪ De vloerafwerking van de publieksruimten dient vochtbestendig te zijn in verband met het eventueel nat reinigen. Inwerking van vocht op de wanden door natte schoonmaak van de vloer dient vermeden te worden, bijvoorbeeld door toepassing van een plint. ▪ Bij de keuze van vloer afwerkingen dient aandacht geschonken te worden aan reinigbaarheid, krasvastheid en duurzaamheid in relatie tot de functie van de ruimte; ▪ Vloeren inclusief afwerkvloer moeten geschikt zijn voor zachte vloerbedekking (projecttapijt) en elastische vloerbedekking (linoleum); ▪ Ter plaatse van alle ingangen dienen schoon- en droogloop matten te worden voorzien. ▪ De vloerafwerking moet doorlopen onder eventueel verplaatsbare scheidingswanden.
▪ Naadloze kunststof vloerafwerking: goede slijtvastheid, grote oppervlaktehardheid; wateropneming < 3%; bestand tegen huishoudchemicaliën; goede stroefheid: o Sanitaire ruimten o Keukens/pantry’s o Werkkasten o Overige natte ruimten ▪ Tapijt: projectkwaliteit; antistatisch; slijtvast; goed reinigbaar; geen hinder opleverend voor cara- en astmapatiënten; kwaliteitsgarantie bij normaal gebruik gedurende 10 jaar: o Kantoorruimten o Spreekkamers ▪ Betonvloeren in technische ruimten en patchkasten afwerken met een stofwerende (olie) afwerking of daarvoor geschikte gladde en niet brandbare vloerafwerking, zoals vloertegels ▪ Vloer backstage: slijtvaste, krasvaste en voldoende stroeve vloerafwerking die eenvoudig is te reinigen en niet gevoelig is voor vervuiling. ▪ Vloer kleedkamers artiesten: kunststof (PVC) of linoleum ▪ Vloer kleine theaterzaal: vloerafwerking geschikt voor dans.
6.3.4.4
Trap en hellingafwerkingen (44) De afwerking van trappen en hellingbanen dient te beschikken over een hoge slijtvastheid en een goede stroefheid (in natte toestand minimaal 60 volgens de methode Leroux overeenkomstig NEN 2873). Er dient een goed reinigbare vloerafwerking te worden gebruikt. Tapijt mag niet worden toegepast op trappen en hellingbanen.
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
31
6.3.4.5
Plafondafwerkingen (45) Algemene eisen t.a.v. plafonds: ▪ Systeemplafonds in kantoren en gangen moeten eenvoudig uitneembaar zijn; ▪ Bij de keuze van het type plafond moet rekening worden gehouden met de gewenste/vereiste akoestiek in de betreffende ruimte; het behalen van de juiste akoestiek moet zo worden ingevuld dat de toepassing van losse akoestiek panelen niet nodig is; ▪ De lichtreflectiefactor van de afwerking van de plafonds dient tenminste ≥ 0,7 te zijn; ▪ In natte ruimten dienen de plafonds vochtbestendig te zijn; ▪ In de kleine theaterzaal dient het plafond geschikt te zijn voor de bevestiging van theatertechnische voorzieningen (zie theatertechnisch PvE); ▪ In de keukens dient het plafond nat reinigbaar te zijn; ▪ In het theatercaféen de bibliotheekruimte dient het plafond geschikt te zijn voor het aanbrengen van decoratieve elementen en sfeerverlichting. ▪ Geen verblijfsruimten zonder plafond met installaties in het zicht.
6.3.4.6
Dakafwerkingen (47) Platte daken dienen te worden afgewerkt met een EPDM of APP dakbedekking, beloopbaar en geschikt voor het aanbrengen van zonne-energiesystemen.
6.3.4.7
Afwerkingspakketten (48) Zie beschrijving bij afzonderlijke elementen.
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
32
6.3.5
Werktuigbouwkundige installaties Het installatieconcept en de daarvoor benodigde oppervlakte voor technische ruimten dient te worden vastgesteld door een installatieadviseur, in overleg met en na goedkeuring van de opdrachtgever. Bij het ontwerpen van de installaties moet worden uitgegaan van een energiezuinig gebouw dat tevens een laag onderhoudsbudget nodig heeft. Daarom zullen bij elke mogelijke afweging voor het kiezen van één of ander systeem en/of fabrikant, behalve de energiekosten, ook de onderhoudskosten moeten worden meegewogen. De opstelling van de installaties dient zodanig te zijn dat onderhoud en inspectie gemakkelijk uitvoerbaar zijn. De installaties moeten worden afgestemd op de overige gebouwkenmerken zoals zonwering, verlichting, te openen ramen e.d. Al deze invloeden moeten duidelijk worden omschreven. Voor installaties gelden verder de volgende eisen:
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
6.3.5.1
Alle installaties dienen individueel per verblijfsruimte (na)regelbaar te zijn; Ruimten met lucht- en/of geurverontreinigingen in onderdruk houden, met behulp van mechanische afzuiging, zodat verspreiding van deze verontreinigingen naar de overige ruimten voorkomen wordt; Op voldoende plaatsen goed bereikbare inspectieopeningen situeren voor controle op inwendige vervuiling; De voorzieningen ten behoeve van de ventilatie-installatie dienen geïntegreerd te worden in het ontwerp, de constructie en de uitvoering van de plafonds; De ventilatie-installatie dient een goede doorspoeling van de ruimte te waarborgen zonder optreden van tochtklachten (maximale luchtsnelheden volgens NEN-ISO 7730); Water- en cv-leidingen moeten zodanig aan constructies worden bevestigd dat het rechtstreeks afgeven van trillingen aan de constructie wordt voorkomen; De installaties dienen zoveel mogelijk te worden uitgevoerd met gemakkelijk verwisselbaar standaard materiaal, dat zo weinig mogelijk gediversifieerd is; Handleidingen, voorschriften en (onderdelen van) boeken voor bediening, onderhoud en reparaties van en aan installaties en apparatuur dienen Nederlandstalig en duidelijk leesbaar te zijn en voor de oplevering overhandigd te worden.
Warmteopwekking (51) De warmteverliezen dienen conform ISSO-publicatie nummer 53 of 57 te zijn berekend. De verwarmingsinstallatie moet per gebouwdeel centraal regelbaar zijn met de mogelijkheid voor decentrale regeling voor gebruik van ruimten buiten de normale openingstijden. De warmte-opwekking dient aardgasvrij te worden uitgevoerd.
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
33
Bij toepassing van warmtepompen: de toegepaste koudemiddelen dienen een GWP van maximaal 10 te hebben. 6.3.5.2
Afvoer (52) De binnenriolering eindigt op 1 meter uit de gevel en wordt per gebruiker/gebouwdeel op één centraal punt aangesloten op het gescheiden gemeentelijk rioleringstelsel. Voorts gelden de volgende eisen: ▪ Buitenriolering uitvoeren in een gescheiden (PE) systeem; ▪ Voldoende ontstoppingspunten opnemen op redelijk eenvoudig bereikbare locaties; ▪ De HWA en VWA leidingen verzamelen en op één punt aanbieden tot 1 m buiten de gevel. ▪ Inpandige HWA leidingen dienen te worden voorzien van een dampdichte isolatie. Uitvoering van het HWA systeem dient dusdanig te zijn dat geluidsoverlast in verblijfsruimten wordt vermeden. Zie voor het toegestane achtergrond geluid drukniveau de tabel van technische eisen. De binnenriolering mag geen hoger geluid veroorzaken dan in tabel 4, NEN 1070 is aangegeven. De binnenriolering moet onder afschot worden gemonteerd. De benodigde leidingen en hulpstukken dienen in PE te worden uitgevoerd, inclusief verzinkt plaatstalen onderleg schalen. De beugels zijn van thermisch verzinkt staal. In de navolgende ruimten RVS-afvoerput plaatsen: ▪ Natte hoek in het atelier; ▪ Keuken; ▪ Achter de bar; ▪ Technische ruimte Noodspuwers op eventuele platte daken voorzien ter voorkoming van wateraccumulatie.
6.3.5.3
Water (53) Tappunten warm en koud water Er dient gestreefd te worden naar een beperking van het watergebruik, beperking van de lozing van water op riool (en tegengaan verdroging door vasthouden en gebiedseigen water en infiltratie) en het waar mogelijk gebruik maken van water van andere kwaliteit dan drinkwater, bij gedeeld gebruik van de waterinstallatie (verenigingen, verhuur aan derden) moet de verantwoordelijkheid van deze installatiedelen gescheiden worden door de toepassing van een controleerbare keerklep. Koud- en warmwatertappunten aanbrengen in: ▪ Kleedruimtes theater (incl. douches); ▪ KeukenAanrechtblok pauzeruimte kantoor ▪ Werkkasten (uitstortgootsteen); ▪ MIVA toiletten;
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
34
▪ ▪
Atelier; Werkplaats. De opwekking van warm tapwater geschiedt met behulp van close-in boilers. Wanneer er energetisch betere oplossingen haalbaar zijn, dan deze toepassen (bijv. zonneboilers). Koudwatertappunten aanbrengen: ▪ Bar/uitgifte ▪ Eventueel punt mobiele bar/uitgifte ▪ In toilet(ten)voorruimten; ▪ In installatieruimten; ▪ Ten behoeve van vaatwassers; ▪ Ten behoeve van drankautomaten; ▪ Ten behoeve van gevelreiniging; ▪ Ten behoeve van brandslanghaspels. Opdrachtgever/gebruikers zullen in overleg met de installatieadviseur de situering van koud- en warmwatertappunten bepalen. Voor watertappunten gelden verder de volgende eisen:
▪ ▪ ▪
Bij het hoogst gelegen tappunt moet voldoende voordruk aanwezig zijn conform eisen waterleverend bedrijf en/of brandweer; Warmwater tappunten dienen water met een temperatuur van tenminste 60°C te kunnen leveren; Tappunten altijd circulerend aansluiten, "dode" leidinggedeelten dienen te allen tijde voorkomen te worden.
Tapwaterinstallaties dienen te voldoen aan de geldende eisen met betrekking tot legionellapreventie. Tijdens het ontwerp en uitvoeringsfase dient een risico/beheersplan te worden opgesteld. De tap waterinstallatie dient zodanig te worden ontworpen dat geen beheersmaatregelen noodzakelijk zijn. Verder dient de gehele drinkwaterinstallatie te voldoen aan Drinkwaterwet. Brandbestrijding De brandbeveiliging- en brandbestrijdingsinstallatie moet worden uitgevoerd overeenkomstig en in overleg met de brandweer te ontwikkelen brandbeveiligingsconcept. Daar waar nodig schuimblustoestellen plaatsen (technische ruimten e.d.). Gecombineerde inbouwkasten voor blustoestellen en brandslanghaspels toepassen. Keerkleppen in het zicht aanbrengen. Alle brandslangen moeten middels een controleerbare keerklep worden aangesloten op de waterleiding; 6.3.5.4
Gassen (54) Het gebouw dient aardgasvrij te worden uitgevoerd.
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
35
6.3.5.5
Koudeopwekking en distributie (55) Indien nodig om aan de eisen voor thermisch comfort uit paragraaf 6.1.4.1 te voldoen dient er een koelsysteem te worden voorzien in het gebouw, bestaande uit een centrale koude-opwekking en een distributie+afgiftesysteem. Het systeem dient te zijn gebaseerd op een koud water distrubutienet. Split airco units en andere systemen met een decentrale opwekking zijn niet toegestaan. De bestaande split airco units in de theaterzaal mogen wel worden hergebruikt. Bij voorkeur worden de bestaande buitenunits verplaatst naar een locatie waar deze niet zichtbaar zijn vanaf het maaiveld. Te onderzoeken in termen van uitvoerbaarheid en kosten.
6.3.5.6
Warmtedistributie (56) Warm watergroepen toepassen welke ruimte- en functie -afhankelijk zijn ingedeeld. De warmtedistributie tussen de verschillende gebouwonderdelen is volledig gescheiden. Tevens dient een splitsing aanwezig te zijn voor verwarmingsgroepen en luchtbehandelingsgroepen. De volledige klimaatinstallatie moet per zone centraal regelbaar zijn met de mogelijkheid tot decentrale regeling voor festiviteiten en weekendgebruik (overwerktimers). Groepsindeling tevens naar geveloriëntatie en gebruik. De installatie moet worden aangesloten op een gebouwbeheersysteem. De temperatuur dient per vertrek te kunnen worden nageregeld. In verband met schoonmaak dienen radiatoren (indien toegepast) minimaal 15 cm boven de vloer te worden geplaatst. Bij de keuze en de detaillering van het afgiftesysteem voor warmte dient er van te worden uitgegaan dat een onbelemmerde aansluiting van tussenwanden op de gevel mogelijk is. In de bestaande theaterzaal wordt de warmtedistributie (gedeeltelijk) verzorgd door luchttoevoerkasten die zijn voorzien van een verwarmingsbatterij. Deze verwarmingsbatterijen zijn gedimensioneerd op een temperatuurtraject van 90/70. Deze luchttoevoerkasten moeten worden aangepast of vervangen, zodat deze geschikt worden voor lage temperatuur verwarming.
6.3.5.7
Luchtbehandeling (57) Voor het gehele gebouw wordt uitgegaan van gebalanceerde mechanische ventilatie met warmteterugwinning. Aanvullend is spuiventilatie mogelijk door middel van te openen ramen. De luchtbehandeling in verblijfsruimten dient te worden voorzien van een variabel volumesysteem, met regeling op basis van de CO2-concentratie in de binnenlucht.
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
36
In deze ruimten dient een CO2-sensor aanwezig te zijn met een indicatie van de luchtkwaliteit door middel van LED indicatoren (groen, geel rood). De maximale waarde voor de CO2-concentratie binnen bedraagt 800ppm. De toe te passen buitenluchtfilters moeten voldoen aan de volgende kwaliteitseisen; verlangde rendementen volgens de ASHRAE voorschriften, minimaal EU-7, aanbevolen EU-8/9; De bestaande theaterzaal heeft een verdringingsventilatiesysteem, met een tweetal luchttoevoerkasten onder het podium/achtertoneel, van waaruit de toevoerlucht wordt verspreid naar roosters in de vloer. Afzuiging vindt plaats via het dak. Er vindt op dit moment geen warmteterugwinning plaats. Dit systeem moet zoveel mogelijk gehandhaafd worden, waarbij de volgende verbeteringen zijn vereist:
▪ ▪
De toevoerkasten moeten geschikt gemaakt worden voor lage temperatuur verwarming. Indien nodig moeten deze kasten worden vervangen. Optioneel dient de afzuiging op het dak aangepast te worden, waarbij een nieuwe afzuigkast wordt geplaatst. Deze kast te voorzien van een batterij waarmee de afvoerlucht kan worden gekoeld. Deze batterij kan worden aangesloten op het warmtepompcircuit aan de zijde van de verdamper. Op deze wijze kan de warmte uit de afgezogen lucht worden teruggewonnen en benut door de warmtepomp.
Uitgangspunt voor het bepalen van de ventilatiebehoefte is een rookverbod in het gehele gebouw; algemene eisen aan de ventilatie-installatie zijn: ▪ Buiten gebruiksuren mag het ventilatievoud verhoogd worden voor extra koeling van de gebouwmassa door nachtventilatie; ▪ Warmteterugwinning toepassen, geen recirculatie; ▪ Zie tabel technische eisen. In tabel van technische eisen worden de ruimten gegeven waar separate afzuiginstallaties worden vereist. Hiermee dienen deze ruimten een onderdruk ten opzichte van de rest van het gebouw te hebben. Bij de toepassing van hand bedienbare afzuigsystemen moet een traploze regeling te worden opgenomen. Voor de afzuiging van de horecakeuken dient een systeem met luchtsuppletie aangebracht te worden. 6.3.5.8
Regeling (58) De regelende componenten van de navolgende klimaatinstallaties dienen aangesloten te worden op een centrale regelinstallatie, opgezet in DDC-techniek:
▪ ▪ ▪ ▪
C.V.-installatie Ventilatie installatie Afzuigingsinstallatie Waterinstallatie (warmwaterboiler)
Verder dienen er mogelijkheden te zijn om de navolgende elektrotechnische installaties op een centraal meld-/bedieningspaneel te regelen en te signaleren:
▪
Verlichtinginstallatie
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
37
▪ ▪ ▪ ▪
Liftinstallaties Beveiliginginstallaties MIVA toilet Waterdetectie (lekkage)
Daarnaast dienen alle energiemeters (elektra en water) op het GBS aangesloten te worden. De regelinstallaties dienen te zijn ingericht op verschillende gebruikstijden per zone. Voor storingen en dergelijke dienen installaties aangesloten te zijn op het centrale meld- en bedieningspaneel bij de servicebalie. De bedieningsfuncties van technische installaties moeten zo veel mogelijk in dit paneel geïntegreerd worden, zodat deze op één centrale plek bediend wordt. De centrale regelinstallatie dient te worden voorzien van een modem en een telefoonaansluiting, om eventuele storingen door te kunnen melden. Regelinstallaties dienen te kunnen worden aangesloten op een GBS en daarmee bedienbaar te zijn vanuit vanaf een PCwerkstation.
6.3.6
Elektrotechnische installatie Het installatieconcept en de daarvoor benodigde oppervlakte voor technische ruimten dient te worden vastgesteld door een installatieadviseur, in overleg met en na goedkeuring van de opdrachtgever. In het gebouw moet een installatietechnische infrastructuur worden gerealiseerd voor het aanleggen, onderhouden en/of uitbreiden van licht- en krachtinstallaties, beveiligingsinstallaties, telefoon-, (data)communicatiesystemen e.d. De infrastructuur binnen het gebouw dient te worden aangesloten op de voorzieningen van de nutsbedrijven. De elektrotechnische installaties moeten voldoen aan de geldende voorschriften, richtlijnen en NEN-normen van overheid (zoals NEN 1010, NEN 3140 etc.) en specifieke gebruikers van het gebouw. Installaties moeten onderhoud- en milieubewust worden ontworpen met een hoge graad van bedrijfszekerheid. Installatieonderdelen moeten zoveel mogelijk van een standaardtype zijn. De installaties in de bestaande theaterzaal moeten worden gerenoveerd, zodanig dat ook die voldoen aan de vigerende NEN 1010.
6.3.6.1
Centrale elektrotechnische voorzieningen (61) Voor de centrale elektrotechnische voorzieningen gelden de volgende eisen: ▪ Tijdens het ontwerpen van het gebouw dienen met de energiedistributiebedrijven afspraken te worden gemaakt over de plaats en grootte van de ruimten, voor het inrichten van voeding- en meetinstallaties indien deze ruimten inpandig zijn;
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
38
▪ ▪ ▪ ▪
Schakel- en Verdeelinrichtingen, voedingskabels en kabelwegen moet een reservecapaciteit van 25% worden opgenomen; Per verdieping of vleugel moet een onderverdeelinrichting worden geïnstalleerd; Verdeelinrichtingen dienen eenvoudig zonder verplaatsing uitbreidbaar te zijn; Er dient een stelsel aanwezig te zijn van horizontale en verticale kabelwegen, voorzien van scheidingsschotten voor kracht-, zwakstroom en communicatie-installaties.
De elektrische energievoorziening wordt gerealiseerd door het energiedistributiebedrijf. Indien noodzakelijk zal het gebouw worden voorzien van een traforuimte. Daarnaast zal het gebouw worden voorzien van een laagspanningsaansluiting, welke is gesitueerd in de laagspanningsruimte, waar eveneens de hoofd verdeelinrichting dient te worden geplaatst. Een en ander conform de eisen en wensen van het energiedistributiebedrijf. Vanuit de hoofd verdeelinrichting worden lokale verdeelinrichtingen per gebouwdeel gevoed. Elke zone heeft het beheer over de eigen verdeelinrichting. In de onderverdeelinrichting vindt tevens bemetering plaats. De aardingsinstallatie dient conform NEN 1010 te worden uitgevoerd. 6.3.6.2
Laagspanningsinstallaties (62) Schakel- en verdeelinrichtingen moeten worden opgesteld, overeenkomstig de voorschriften van de NEN 1010 vijfde druk, in technische ruimten binnen het gebied waar zij werkzaam zijn. De schakel- en verdeelinrichtingen moeten worden voorzien van een sluiting die alleen door bevoegd personeel geopend kan worden. De uitvoering van schakel- en verdeelinrichtingen moet zo veel mogelijk uniform zijn. De voorkeur gaat uit naar compacte systemen met plaatstalen omkasting. De beveiliging van groepen moet geschieden door middel van vermogensschakelaars of installatieautomaten. De uitschakelkarakteristieken van de automaten moeten bepaald worden aan de hand van de inschakelstromen van de aan te sluiten apparatuur. Daar waar de voorschriften dit eisen moeten de groepen worden voorzien van een aardlek-beveiliging. De elektrotechnische installaties moeten zo worden aangelegd dat vervanging, wijzigingen of uitbreiding van de installaties op eenvoudige wijze kan geschieden. De installatie zal hoofdzakelijk worden uitgevoerd als zichtwerk installatie boven verlaagde plafonds met kabel in kabelgoten en weggewerkte buisleidingen tussen de inbouwdozen van het schakelmateriaal en de ruimte boven verlaagde plafonds.
Waar geen verlaagde plafonds zijn aangebracht moet het leidingwerk weggewerkt worden (instorten in constructie) of onopvallend aanwezig zijn (camouflerende kleuren). In kantoren en bij computerconcentraties moeten metalen wandgoten aangebracht worden met voldoende ruimte voor de databekabeling.
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
39
In goten en wandgoten moeten aparte compartimenten zijn voor laagspanningskabels, zwakstroomkabels en communicatiekabels. Het aantal en type wandcontactdozen per ruimte is vastgelegd in de tabel van technische eisen. In verkeersruimten (gangen) dient minimaal één wandcontactdoos per 15 m. te worden aangebracht of, bij trappenhuizen, minimaal één per verdieping. In alle ruimten moet de montagehoogte in overeenstemming zijn met de aanbevelingen in het "Handboek voor Toegankelijkheid", laatste druk. De contactdoosinstallatie zo veel mogelijk uitvoeren als inbouwinstallatie met standaard wit (RAL 9010) schakelmateriaal. In technische ruimten en daar waar vanwege de activiteiten een grote mechanische sterkte van het materiaal gewenst is, moeten slagvaste contactdozen worden toegepast met volledig verzonken montage. In alle voor publiek toegankelijke ruimten dienen de wandcontactdozen kindveilig uitgevoerd te worden. Krachtinstallaties De krachtinstallatie omvat de benodigde aansluitpunten, bedieningstoestellen en de bijbehorende leidingaanleg. Genoemde aansluitpunten zijn in het algemeen bestemd voor apparatuur en machines.
Installaties, welke met separate verdeelinrichting(en) op de krachtinstallatie worden aangesloten, zijn: ▪ Verwarming en koeling (warmtepompen), luchtbehandeling ▪ Werktuigkundige voorzieningen ▪ Transportinstallaties (liften) ▪ Eventuele separate verdeelkasten voor theatertechnische voorzieningen Eisen aan de krachtinstallaties: ▪ De krachtinstallatie te voeden vanaf afzonderlijke verdeelkasten, welke rechtstreeks op de, hoofdverdeelinrichting zijn aangesloten; ▪ Voor de keukens/pantry’s dienen voedingen te worden opgenomen voor de in het ontwerp aangegeven toestellen; ▪ Alle toestellen worden in principe aangesloten via een CEE-form contactdoos en een CEE-formsteker; ▪ In verdeelinrichtingen dienen de groepsbeveiligingen voorzien te zijn van kortsluit-overbelastings- en aardlekbeveiliging. 6.3.6.3
Verlichting (63) Armaturen Eisen aan de toe te passen verlichtingsarmaturen:
▪ ▪ ▪
In verblijfsruimten afgeschermde armaturen toepassen; Alle armaturen in LED uitvoering met minimaal 100 lm/w lichtopbrengst; Verlichtingsarmaturen dienen eenvoudig vervangbaar te zijn;
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
40
▪ ▪
In theatercafé en bibliotheekruimte separate verlichting en werkverlichting aanbrengen. Hier dient een systeem met spots op spanningsrails te worden gerealiseerd, voorzien van individuele DALI sturing. Gloeilampen en halogeenverlichting zijn niet toegestaan.
Architect, interieurarchitect en installatieadviseur dienen onderling en met gebruikers en opdrachtgever te overleggen over de toepassing van basisverlichting, werkplek-/kastverlichting en decoratieve / accentverlichting. Specifieke aandacht dient daarbij te worden besteed aan de wijze waarop de voorgeschreven verlichtingsniveaus worden gerealiseerd, met in achtneming van de ambities ten aanzien van energiezuinigheid. In de kleine theaterzaal dienen de voorzieningen te worden opgenomen voor theaterspots (bijvoorbeeld op rails of aan een truss; zie theatertechnisch PvE). Schakelingen Voor de schakelingen dient van het volgende uit te worden gegaan: ▪ De verlichting van alle verblijfsruimten dient per vertrek in aparte gang- en raamzones te schakelen te zijn. De verlichting dient tevens centraal te kunnen worden vrijgegeven op het bedieningspaneel bij de receptie of via het GBS; ▪ Vrijgave dient plaats te vinden per bouwdeel en per verdieping; ▪ Schakelaars in de gangwand opnemen, direct naast de deur; ▪ De gangen via een centrale bediening; ▪ Voor de verlichting van de toiletten, kantoorruimten, vergader- en spreekkamers, toiletten aanwezigheidsdetectie toepassen waar mogelijk. Aanwezigheidsdetectie moet in verblijfsruimten kunnen worden overruled. Aanvullende specifieke verlichtingseisen dienen met de gebruikers afgestemd te worden.
Bijzondere verlichting Ter plaatse van gebouwtoegangen moet buitenverlichting worden toegepast. Deze dient door middel van een programmeerbare astronomische klok te worden geschakeld. De verlichtingsarmaturen voor buitenverlichting dienen weerbestendig en vandaalbestendig te zijn. Ter plaatse van de ingangen dient een verlichtingssterkte op het maaiveld te worden gerealiseerd van 50 lux. Nood- en vluchtweg -indicatieverlichting Vluchtweg- en oriëntatieverlichting aanbrengen in besloten verkeersruimten, besloten ruimten waardoor een vluchtmogelijkheid voert en in technische ruimten. Er dient gebruik te worden gemaakt van een decentraal verlichtingssysteem. De noodverlichtingsinstallatie moet binnen 15 seconden na het uitvallen van de elektriciteitsvoorziening gedurende ten minste 60 minuten een verlichtingssterkte geven van tenminste 1 lux op vloerniveau (conform NEN-EN 1838). Storingen moeten centraal gemeld worden bij een aan te wijzen persoon. De noodverlichtingsarmaturen moeten worden gevoed met onderhoudsvrije accu's.
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
41
Een deel van de noodverlichting moet 's nachts branden als nacht- en beveiligingsverlichting. Noodverlichtingsarmaturen moeten een hoog rendement hebben (ca. 75%) zodat met een minimaal aantal armaturen kan worden volstaan. De vluchtweg- indicatiearmaturen moeten worden voorzien van genormaliseerde pictogrammen. Vluchtweg -indicatiearmaturen in representatieve ruimten uitvoeren als armatuur met aangeschenen perspex pictogramplaat, voorzien van zelftest. Alle vluchtweg -indicatiearmaturen dienen permanent te branden. De voorkeur gaat uit naar armaturen op LED basis. De noodverlichting in de bestaande theaterzaal dient te voldoen aan de eisen van het bevoegd gezag en geïntegreerd te worden in het noodverlichtingsplan en vluchtplan van het gehele gebouw
6.3.6.4
Communicatie (64) Telefoon- en datacommunicatie-installatie Het gebouw dient te worden aangesloten op het landelijke vaste telefonienetwerk, eventueel met een separate aansluiting voor dataverkeer. Het aantal uitgaande lijnen dient in overleg met de gebruikers te worden vastgesteld. Data-bekabeling In overleg met de gebruikers de precieze aantallen data-aansluitingen bepalen. Zie tabel technische eisen. Wifi In het gehele gebouw dient een wifi netwerk beschikbaar te zijn.
6.3.6.5
Beveiliging (65) Overspanningsbeveiliging De hoofdverdeelinrichting moet worden voorzien van een overspanningsbeveiliging (grof beveiliging). Alle onderverdeelinrichtingen dienen te worden voorzien van een middenbeveiliging (waar noodzakelijk) en fijnbeveiligingen. Deze moeten worden aangebracht in de voedende groep van de desbetreffende apparatuur. Bliksembeveiliging Bliksembeveiliging opnemen voor zover dat noodzakelijk is na berekeningen volgens NEN-EN-IEC 62305, aangevuld met eventuele eisen van derden. Brandveiligheid De brandveiligheid van het gebouw dient te voldoen aan de geldende regelgeving en richtlijnen. Dit betekent dat de compartimentering en toe te passen materialen de plaats van nooduitgangen en vluchtwegen dienen te worden gebaseerd op het Bouwbesluit. Daarbij moet tevens rekening worden gehouden met alle noodzakelijke brandpreventie- en noodvoorzieningen die voor de gebruikersvergunning noodzakelijk zijn. De gecertificeerde brandmeldinginstallatie
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
42
en ontruimingsinstallatie moeten voldoen aan de NEN 2535, NEN 2575 en randvoorwaarden vanuit de brandweer. Het gebouw dient te worden voorzien van brandcompartimentering. Deuren in deze brandcompartimentering in verkeersruimten voorzien van kleefmagneten. Het voorlopige en definitieve ontwerp moeten worden voorgelegd aan de preventiemedewerkers van de brandweer. De brandmeldinstallatie moet een automatisch alarm doorgeven naar een externe meldkamer/alarmcentrale. Automatische brandmelders dienen bereikbaar te zijn voor onderhoud, zonder de noodzaak om gebruik te maken van een hoogwerker. Ontruiming- en oproepinstallatie De ontruimingsinstallatie moet zo zijn ingericht dat zij het gehele gebouw of selectief bepaalde zones van het gebouw kan ontruimen, volgens de geldende richtlijnen. Voor de ontruimingsinstallatie wordt vooralsnog uitgegaan van een installatie op basis van slow whoops. Er dient geen combinatie met de geluidsinstallatie van de horeca plaats te vinden, hiervoor wordt door de gebruiker een separate installatie voorzien. Deurmagneteninstallatie Deuren die zijn aangebracht in brandscheidende wanden en die vanwege het bedrijf in normale situaties geopend moeten zijn dienen te worden voorzien van deurmagneten. Eén maal per etmaal (bij voorkeur 's nachts kort na sluitingstijd) moeten de deurmagneten automatisch (schakelklok) ontgrendeld worden.
Inbraak-, agressie- en overvalbeveiliging De noodzaak beveiliging tegen inbraak, agressie en overval moet bepaald worden aan de hand van de risicoklasse indeling van het NCP (Nationaal Centrum voor Preventie). Toepassing van alarminstallaties: ▪ Afhankelijk van de klasse indeling. ▪ Alle buitendeuren en beweegbare ramen op de begane grond en nooddeuren moeten worden voorzien van contacten. ▪ Op strategische plaatsen dienen bewegingsmelders geplaatst te worden. ▪ Het gebouw dient te worden voorzien van veiligheidsvoorzieningen, waarbij voldaan moet worden aan certificeringeisen zoals deze worden gesteld volgens het Borg-certificaat bij het aanbrengen van veiligheidsvoorzieningen. ▪ Het gebouw dient te worden voorzien van een infrarood-alarminstallatie voor inbraakbeveiliging met anti-masking volgens NCP richtlijnen. Het systeem aanbrengen met permanente vaste lijnverbinding met een door rijksoverheid toegelaten alarmcentrale.
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
43
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Storingsmeldingen van de installaties moeten intern centraal kunnen worden opgevangen bij een storingsmeldingspunt (bijvoorbeeld bij de servicebalie). Ook dient via dit punt externe (brand)melding plaats te kunnen vinden. Op de begane grond waakverlichting aanbrengen. Nooddeuren voorzien van een deurstand signaleringssysteem met melding bij de bar of een ander centraal punt. Alle installatiecomponenten moeten eenvoudig bereikbaar zijn voor bediening en onderhoud: De bedienpanelen, nabij de hoofdingangen; Situering centrale apparatuur in afgesloten ruimten (b.v. in de meterkast). Alle gebruiksruimten dienen afzonderlijk afsluitbaar te zijn; Deurbel en intercom voor bezoekers bij hoofdentree en leveranciersingang voor de keuken;
Toegangscontrole De toegang tot het gebouw dient te worden geregeld met een elektronisch toegangscontrolesysteem. De toegangsdeuren in de gebouwschil moeten worden voorzien van elektrische sloten/sluitplaten, waarbij de toegang wordt geregeld met behulp van kaartlezers. Het systeem dient programmeerbaar te zijn, met de mogelijkheid voor de gebruiker om zelf pasjes uit te geven. De toegang tot de multifunctionele zalen (inclusief het atelier) dient eveneens met een elektronisch systeem geregeld te worden, dat kan worden gekoppeld aan het reserveringssysteem. Bij elke zaal moet een display met reserveringsgegevens geplaatst worden. Camerabewaking (CCTV) Het gebouw dient te worden voorzien van camerabewaking voor de volledige periferie met camera’s ter plaatse van alle toegangen, bij de bar, in de centrale hal/bij de servicebalie. Overige posities af te stemmen met de gebruiker. Bij de servicebalie of bij de bar dient een centrale bedienpost aanwezig te zijn. De beelden dienen te worden weergegeven op kwadrantenschermen en dienen te worden opgeslagen. 6.3.6.6
Transport (66) Uitgangspunt voor het ontwerp van de liftinstallaties is dat alle vloerniveaus voor gebruikers (ook mindervalidenen rolstoelgebruikers) toegankelijk moeten zijn. Het gebouw moet daartoe worden voorzien van een lift. De locatie van de liften zodanig te kiezen dat alle ruimten zonder verdere bouwkundige voorzieningen (trappen e.d.) bereikbaar zijn. De liftkooi van de personenlift dient te worden voorzien van telefoon met automatische doormelding naar de alarmcentrale.
6.3.6.7
Gebouwbeheer voorzieningen (67)
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
44
Er dient een centraal bedieningspaneel te worden geplaatst waarmee de verwarming, verlichting en ventilatie centraal kan worden geregeld. Alle installaties dienen ook via het GBS geregeld te kunnen worden, dus vanuit een PC-werkstation. Er dient een gebouwbeheerinstallatie toegepast te worden. Het centrale bedieningspaneel voor het gehele gebouw dient te worden gesitueerd op de locatie waar de dagelijks beheerder het meest aanwezig is. Er dient nog te worden vastgesteld of dit de servicebalie is, of achter de bar van de horeca. De hoofd- en tussenmeters voor water en elektraverbruik moet dusdanig worden geplaatst dat deze eenvoudig afleesbaar zijn. Ook moeten de metingen op deze meters worden uitgevoerd met onverschaalde eenheidsaanduidingen; Op de meterkasten, technische ruimte een duidelijke ruimte benaming/pictogram aanbrengen. 6.3.7
Vaste inrichting
6.3.7.1
Vaste verkeersvoorzieningen (71) In het gebouw dient bewegwijzering te worden aangebracht. Speciale aandacht dient uit te gaan naar bewegwijzering naar de centrale entree en de toiletten. Tevens dienen (overeenkomstig de brandweervoorschriften) een duidelijke bewegwijzering van vluchtwegen, aanwijzingen voor gebruik van brandblusmiddelen en dergelijke te worden aangebracht. Er dient te worden voorzien in een evacuatieplan. Een en ander moet in overeenstemming zijn met de eisen in de gebruiksvergunning. Alle ruimten dienen te worden voorzien van ruimtenummering. De bewegwijzering en ruimtenummering dient ook op kinderniveau leesbaar te zijn. Aan de gevel dient een herkenbaar gevelopschrift met de naam van het gebouw geplaatst te worden. In het gebouw wordt een narrowcasting systeem geplaatst, met in ieder geval 2 grote schermen bij de hoofdingang, 2 bij de bar en 2 in de bibliotheekruimte.
6.3.7.2
Vaste gebruiksvoorzieningen (72) De vaste gebruikersvoorzieningen dienen per ruimte in overleg met de gebruikers vastgesteld te worden. Betaalsystemen
▪
In de bibliotheek, de servicebalie en bij de bar worden betaalsystemen voorzien (PIN en/of contactloos). Daarvoor moeten vaste data-aansluitingen en 230V voedingen worden voorzien. Aantal en locatie te bepalen in overleg met de gebruikers.
Bestaande grote theaterzaal ▪ De bestaande zaal blijft gehandhaafd. De eventuele aanpassingen van de gebruikersvoorzieningen worden bepaald in overleg met de theatertechnisch adviseur. Zie hiervoor het theatertechnisch PvE.
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
45
Kleine theaterzaal
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
LED-verlichting multifunctioneel. Sfeerverlichting indien gewenst, maar veel licht voor bijvoorbeeld bridge. Verlichting o.a. bedienbaar vanachter podium en vanaf nader te bepalen regieplaats. Ringleiding (dovenlus) Akoestiek: geschikt voor versterkte muziek, vergaderen en toneel De ruimte dient qua geluidsisolatie geschikt te zijn voor geluidniveaus tot 95 dB(A) Krachtstroomaansluiting (3x25A): 2 op het podium en 1 in de zaal waarvan 1 met schone aarde, nader uit te werken in overleg met theatertechnisch adviseur. Wandcontactdozen: zie tabel technische eisen Vloer geschikt voor dans Verduisterbaar t.b.v. filmprojectie Uitschuiftribune met 100 zitplaatsen Afsluitbaar
Multifunctionele zalen
▪ ▪ ▪ ▪
Alle zalen: afsluitbaar, met elektrische sloten en kaartlezer. Ruimte voorzien van lichtwering. Activiteitenruimten: Voorzieningen voor aanbrengen beeldscherm (75 inch). In atelier: afzuiging voor solderen etc., wastrog met warm en koud water en slibvangbak, aansluitpunt keramiekoven met afzuiging en fijnstoffilter in aangrenzende ovenruimte In dans-/theaterstudio: spiegelwand, af te dekken met gordijn en vloer geschikt voor dans. Vloerverwarming.
Kantoren ▪ Data-installaties en wandcontactdozen voldoende voor 1 werkplek per 6 m2. Garderobe
▪ ▪
Garderobe-elementen voor het ophangen van jassen; Er wordt geen garderobemeubel toegepast (geen bewaakte garderobe).
Theatercafé ▪ Barmeubel met tap (minimaal 2 stations), koelmeubels in bar en achterwand, betaalsystemen etc., nader af te stemmen met gebruiker. Een lange bar toepassen geschikt voor veel gebruikers gelijktijdig (tweezijdig gespiegeld). ▪ Mobiele bar voorzien van koelingen. Geen tapinstallatie vereist. Rekening houden met wandcontactdozen op strategische plekken in de publieksruimten en in de berging van de kleine zaal. ▪ Tribunetrap naar eerste verdieping: o Aan twee zijden een beloopbaar deel; o Voorzien van trapleuningen aan de linker en rechterzijde van de beloopbare delen; o Niet-beloopbare deel bovenaan beveiligen tegen vallen.
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
46
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Ruimte heeft warme huiselijke uitstraling (“Carré als sfeerbeeld boven bijvoorbeeld Schouwburg Almere”). Aansluitpunten voor geluidsinstallatie en bekabeling voor aan te brengen luidsprekers, type en aantal af te stemmen met gebruiker en afhankelijk van lay-out van de ruimte, Verlichting; sfeervol en mogelijkheden tot veranderingen hierin (DALI gestuurd systeem met spots op spanningsrails) Voldoende stopcontacten, zowel laag (stofzuigen, flexwerkplekken) als hoog (voor bijvoorbeeld kerstversiering). Beveiliging pand: camera’s en brandmeldinstallatie bedienbaar/bereikbaar via bar. Voorzieningen voor het ophangen en aansluiten van televisieschermen/informatieborden.
Bibliotheek
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪
Baliemeubel voor infopunt Vloeren geschikt voor verplaatsen kasten (draagvermogen) en verrijdbare kasten (gladde afwerking) in alle publieksruimte 1 dubbele geaarde wandcontactdoos per 10 m2 vloeroppervlak; 2 uitleenpunten, voorzien van vaste data-aansluiting en 230V; in bibliotheek 4 catalogus computers + 2 computers bij het informatiepunt: Per computer 2 stuks dubbele wandcontactdoos en 1 vaste data-aansluiting opnemen. in bibliotheek ca. 10 werkplekken met dubbele wandcontactdoos, data via wifi Tribunetrap te voorzien van gescheiden looppaden en “zittreden”. Zowel voor stijgend als dalend verkeer dient er een leuning aan de rechterzijde beschikbaar te zijn. (Zittreden komen daarmee bijvoorbeeld in het centrale gedeelte van de tribunetrap, met zowel aan de linkerzijde als aan de rechterzijde een looppad met traptreden en een leuning.) Verlichting en data conform tabel van technische eisen. Opstelplaats kopieermachine voor publiek, voorzien van lokale afzuiging, 230V aansluiting en vaste data-aansluiting.
Voorzieningen voor inname en boektransport
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
op de begane grond een sorteerruimte realiseren, voorzien van een sorteermachine. Op een voor bezoekers goed toegankelijke plek is in de buitengevel een inleverbus volgens de standaard van de bibliotheek opgenomen Er wordt een extra grote brievenbus opgenomen. Beide zijn van binnenuit afsluitbaar en brandvrij. Sorteermachine: 400V aansluiting ten behoeve hiervan aanbrengen. Innamecentrum te voorzien van 2 werkplekken.
Artiestenfoyer ▪ Pantry met warm en koud water, koffiezetter, koelkast en magnetron ▪ Ruimte voorzien van huiselijke afwerking, vloerafwerking goed reinigbaar.
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
47
Kleedruimten
▪ ▪ ▪
Aansluitingen ten behoeve van grimeermeubels: 230V Warm en koud wateraansluiting Doucheruimte bij elke kleedruimte voorzien.
Werkplaats
▪ ▪ ▪ ▪
Afzuiging t.b.v. solderen/lijmen etc. Vloerafwerking: bestand tegen impact van scherpe voorwerpen, chemicaliën en hitte. Wanden en plafond slagvast. Werkbank met verlichting 1.000 lux.
Pauzeruimte
▪
▪ 6.3.7.3
Pantry met warm en koud water voorzien van: o Vaatwasser o Magnetron o Koelkast o Wandcontactdozen ten behoeve van koffiezetter, waterkoker en 1 ander apparaat Kluisjes
Vaste keukenvoorzieningen (73) In overleg met de gebruiker dient de inrichting van de keukens nader te worden vastgesteld. Rekening houden met perilex- en/of krachtstroomaansluitingen. De horecakeuken dient te voldoen aan de HACCP richtlijnen. Er dient een separate spoelkeuken toegepast te worden. Er dient een afzuigvoorziening met luchtsuppletie te worden voorzien. Koel en vriescel en een gekoelde bieropslag voorzien. Alle vereiste voorzieningen voor afvalwater (vetvangput), waterontharding en opslag van afval dienen getroffen te worden. Inrichting van de keuken (apparatuur, opstelling etc.) dient nog in overleg met de gebruiker vastgesteld te worden. In het gebouw worden verder op nader te bepalen plaatsen pantry’s ingericht, in elk geval in de artiestenfoyer en de pauzeruimte.
6.3.7.4
Vaste sanitaire voorzieningen (74) Toiletten ten behoeve van dames en heren dienen op elke verdieping per bouwdeel aangebracht te worden. Separate toiletten voor medewerkers realiseren. Bij de kleedkamers voor artiesten separate toiletten realiseren. De MIVA toiletten dienen te worden ingericht conform de eisen van het Handboek voor Toegankelijkheid. Aan de sanitaire installaties worden de volgende eisen gesteld: ▪ Waterbesparende toiletten (max. inhoud stortbak 6 liter); ▪ Toiletpotten dienen hangend uitgevoerd te worden i.v.m. hygiëne, in diepspoel uitvoering; ▪ Volumestroom begrenzers op de kranen;
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
48
▪ ▪ ▪
Douches bij kleedruimtes met infrarood bediening, in waterbesparende uitvoering; In kleedruimtes ook wastafels opnemen; Decentrale boilers.
In de voorruimte van de toiletruimten een wastafel, papieren handdoekhouders, een zeepdispenser en een spiegel opnemen. In elke toiletruimte wc-rolhouder en toiletborstel opnemen. In de werkkasten en technische ruimte een stalen uitstortgootsteen met emmerrooster plaatsen. 6.3.7.5
Vaste onderhoudsvoorzieningen (75) Ten behoeve van onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheden aan de gevel en het dak dienen de benodigde voorzieningen overeenkomstig de ARBO-regelgeving te worden aangebracht (zoals dakbeveiliging). De installatieadviseur dient na te gaan of een gevel-/glazenreinigingsinstallatie noodzakelijk is volgens de hiervoor geldende normen. Er dient een werkplaats te worden voorzien waarin reparatiewerkzaamheden, inclusief hout en metaalbewerking plaats kunnen vinden. De inrichting van de ruimte dient te voldoen aan alle ARBO-technische eisen. Verdere inrichting, zoals werkbanken, vloerafwerking en dergelijke af te stemmen met de gebruiker.
6.3.7.6
Vaste opslagvoorzieningen (76) De ruimte ten behoeve van de opslag van vuilcontainers dient te worden voorzien van een vloeistofdichte vloer. De containerruimte dient op het terrein gerealiseerd te worden. Er dient op het terrein tevens een opslag voor emballage gerealiseerd te worden. Beide ruimten dienen afsluitbaar te zijn, voorzien van een gesloten hekwerk. De emballageruimte dient tevens overdekt te zijn.
6.3.7.7
Losse inrichting (81 t/m 89) De losse inrichting wordt niet beschreven in dit programma van eisen. In overleg met de gebruiker dient vastgesteld te worden waar welke inrichtingselementen geplaatst dienen te worden (zoals bijvoorbeeld verduisteringsgordijnen, meubilair, apparatuur, theatertechnische installaties en inrichting).
6.3.7.8
Theatertechnische voorzieningen Het theatertechnisch programma van eisen is opgenomen in hoofdstuk 7.
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
49
6.3.8
Terrein
6.3.8.1
Terrein algemeen (90.0) Het gebouw dient te worden voorzien van parkeergelegenheid, zowel voor auto’s als voor fietsen, met terreinverlichting conform NEN 2443. Tevens dienen er aansluitpunten voor elektrische voertuigen gerealiseerd te worden, minimaal 5% van het totaal aantal parkeerplaatsen. Er dient een tiental aansluitingen voor elektrische fietsen op het terrein gerealiseerd te worden, ter plaatse van de fietsenstalling voor bezoekers (in totaal 50 stallingsplaatsen). Terreininrichting verder op ecologisch verantwoorde wijze op basis van ecologisch onderzoek.
6.3.8.2
Grondvoorzieningen (90.1) Nader te bepalen op basis van grondonderzoek.
6.3.8.3
Opstallen (90.2) Er dient een stalling voor 12 fietsen te worden voorzien voor het personeel. Hierin dienen 6 aansluitingen voor elektrische fietsen te worden gerealiseerd. Uitvoering nader te bepalen in overleg met gebruikers en gemeente. Op het terrein moet nabij de entree van de keuken een berging voor emballage en vuilcontainers gerealiseerd worden.
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
50
7
Theatertechnisch programma van eisen
7.1
Getekend programma van eisen backstagebied, grote en kleine zaal
Figuur 1 Getekend programma van eisen NB: bovenstaande schets is geen ontwerp; de indeling kan worden gewijzigd in het ontwerp, waarbij de hierna opgesomde afmetingen/vloerniveaus dienen te worden gerespecteerd.
7.2
Grote zaal
7.2.1
Laadlosgebied, omloop en zijtonelen grote zaal Toelichting op getekend PvE: ▪ Zijtonelen 3 m breed ▪ Achteromloop 2 m breed ▪ Openingen van toneel naar zijtoneel o Zie getekend PvE o Zowel links als rechts 2 openingen 2,50 m breed en 3,50 m hoog ▪ Zijtonelen en omloop 3,50 m hoog (netto)
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
51
▪ 7.2.2
Vrije doorgang van laadlosgebied naar zijtonelen 3 m hoog en 3 m hoog
Theater mechanische installatie installatie uitbreiden / vervangen met trekken die aansluiten op bestaande installatie ▪ 5 nieuwe trekken bijplaatsen o Plaats in het bestaande trekkenveld ntb o max 300 kg o Sil 2 o Hijshoogte ca 6,80 mtr ▪ 2 nieuwe zijtrekken als vervanging van bestaande zijtrekken o Max 300 kg o Sil 2 o Hijshoogte ca 6,80 mtr ▪ Bestaande besturing uitbreiden / vervangen ▪ De Speeldoos heeft de wens om 5 trekken extra te plaatsen. Het advies is deze niet mee te nemen in het PVE, maar als optie in het project mee te nemen, mits dekking: o Vanwege substantiële kostenoverschrijding o Vanwege de vraag naar nut en noodzaak: de geplande 10 trekken zijn geheel vrij in te ztten per productie, omdat de afstopping in rals is bevestigd. o Het trekkenveld wordt relatief groot t.o.v. de toneeldiepte
7.2.3
Bruggen
▪ ▪ ▪ ▪ 7.2.4
Stoelen / tribune
▪ ▪ 7.2.5
De huidige stoelen worden gehandhaafd De huidige regievoorziening in de zaal is snel op- en afbouwbaar en kan gehandhaafd
Toneelstoffering
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ 7.2.6
Bestaande zaalbrug demonteren Vervangen door gridbuis, max belasting 150 kg / mtr Achter deze gridbuis een verrijdbare gondel van waaruit de schijnwerpers kunnen worden gericht Verrijden gondel handbediend
Bestaand railtracé aanpassen / vervangen, afstemmen op uitbreiding aantal trekken en verbreding toneelvloer tgv realiseren zijtonelen Bestaande poten handhaven, evt vermaken Bestaande friezen handhaven Bestaand horizondoek handhaven Nieuwe balletvloer op rol
Belichtingsinstallatie
▪
Volledige overschakeling naar theaterbelichting mbv ledschijnwerpers
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
52
▪
▪ ▪
7.2.7
Bestaande schijnwerperpakket vervangen door ledschijnwerpers o Kwaliteit van de vervangende schijnwerpers moet voldoen aan algemene kwaliteitsstandaard in de Nederlandse theaters o Bestaande pakket: • 10 st ADB pc 2 KW • 22 st ADB pc / fresnel 1 KW • 14 st ADB zoomprofiel 1,2 KW • 12 st PAR 1 KW • volgspot • 4-voudige horizonbatterij in 3 kleuren Bestaande dimmers vervangen door een relais per vervallen dimmer o Relais in groepen aan- en uitschakelen, zodat aangesloten ledschijnwerpers spanningsloos gemaakt kunnen worden Aanleggen DMX/data netwerk o 2 datapunten gridbuis zaal o 6 datapunten op toneel tbv trekken o 4 datapunten op toneel tbv vloerlicht enz o 2 datapunten regiecabine o 2 datapunten regie zaal o Voldoende nodes en splitters voor het aansturen van het eigen ledschijnwerperpakket en het faciliteren van DMX/data van bezoekende gezelschappen o Kwaliteit van het DMX/data netwerk moet voldoen aan algemene kwaliteitsstandaard in de Nederlandse theaters
Geluidsinstallatie
▪ ▪
▪
▪
Bestaande PA handhaven Aanleg meeluister installatie: o elke kleedkamer en artiestenfoyer voorzien van een luidspreker met bronkeuzeschakelaar en een volumeregelaar (bronkeuze Grote zaal of Kleine zaal) o shotgun microfoon / voorversterker / versterker aanleg meekijk installatie o artiestenfoyer voorzien van monitor flatscreen o hoogwaardige camera geschikt voor slechte lichtomstandigheden in de zaal monteren zodat totaalbeeld van toneel gemaakt kan worden Er is een optie om de huidige geluidsinstallatie van de grote zaal in te zetten in de kleine zaal en een nieuwe aan te schaffen voor de grote zaal. Daar zijn verschillende argumenten voor en tegen: o De huidige installatie is kwalitatief nog goed, maar inmiddels zijn er nieuwe systemen, die door bespelers meer op prijs gesteld worden. o De installatie is financieel afgeschreven (technisch nog OK) o De extra investering daarvoor bedraagt naar raming € 150.000,- (te verminderen met geraamde installatie kleine zaal ad € 36.000). Daarvoor is geen dekking in de raming. o Nog onderzocht moet worden of de installatie qua geluidskarakteristiek in de kleine zaal inzetbaar is. Actie Speeldoos
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
53
7.2.8
Projectie
▪ ▪
7.2.9
Losse inrichting
▪ 7.2.10
geen bijzonderheden
Zaalverlichting
▪ ▪ ▪ ▪ 7.2.11
bestaande filmprojectie handhaven optie: projector lager plaatsen in de regiecabine, projector komt te hoog in. Voor het lager plaatsen moet het projectieraam in de cabine verlaagd worden.
bestaande armaturen vervangen door ledarmaturen lichtopbrengst 300 lux over het gehele publieksvlak DMX aanstuurbare leddrivers De ledarmaturen moeten traploos dimbaar zijn van 0 tot 100%
Elektrische installatie
▪ ▪ ▪
Tredeverlichting / DMX dimbaar van 0 tot 100% Werklicht toneel vervangen door ledarmaturen Noodverlichting en transparantverlichting. o Transparantverlichting DMX dimbaar en gekoppeld aan brandmeldinstallatie
7.3
Kleine zaal
7.3.1
algemeen
▪
▪ ▪ ▪ ▪
De kleine zaal wordt voor zeer uiteenlopende activiteiten ingezet: o Kleine en middelgrote producties uit het professionele circuit: theater, kleinkunst en muziek o Geen professionele dans (ergo geen ‘zwevende’ vloer) o Filmvertoningen o Amateurrepetities en –voorstellingen, van uiteenlopende aard o Lezingen en congressen o Commercieel inzetbaar voor de horeca Zie getekend PvE (3 D model) Zaal netto 10 m breed, 15 m diep Daglicht en verduisteringsschermen Vloer PVC of Vinyl op beton
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
54
7.3.2
Beloopbaar grid (samenstel van lichtbruggen zodat “elke” plek boven de zaal bereikbaar is)
▪ ▪ ▪ ▪
Zie getekend PvE (3 D model) 2 langsbruggen 0,80 mtr breed, aan zaalzijde voorzien van gridbuis, max belasting 150 kg 5 dwarsbruggen 0,60 mtr breed, aan beide zijden voorzien van gridbuis, max belasting 150 kg / mtr Elke gridbuis voorzien van kabelgoot
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
55
▪ ▪ ▪ 7.3.3
Theater mechanische installatie
▪ ▪ ▪ 7.3.4
▪ ▪ ▪ ▪
Telescopische tribune 7 rijen á 14 zitplaatsen 6 platformen met neusstoel, op de hoogste platform tevens een rij stoelen op poot Rijdiepte 0,95 m, tredehoogte per rij 0,30 á 0,35 m Op hoogste rij ruimte reserveren voor regie-eiland, ca 2 m breed Stoelen klappen automatisch neer bij inschuiven tribune en klappen automatisch op bij uitschuiven tribune Toegang tot ruimte onder tribune tbv service en storingen
Toneelstoffering
▪ ▪ ▪ ▪ 7.3.6
Zie getekend PvE (3 D model) 2 hijsbalken in de diepte, geschikt voor puntlasten van 250 kg per sectie tussen 2 dwarsbruggen 3 trekken, per trek bestaande uit 2 loopkatten, 2 elektrotakels 250 kg D8+ en 9 mtr truss, incl besturing
Stoelen / tribune
▪ ▪
7.3.5
Vrije hoogte onder de loopbruggen minimaal 5 mtr Vrije loophoogte overal in de bruggen minimaal 2,10 mtr Toegang tot beloopbaar grid mbv trap. Een “vlizotrap” van lichtbrug naar hoogste plateau tribune is goede optie.
Toneelstoffering in rails die gemonteerd wordt onder de beloopbare delen van de bruggen Railtracé zó aanleggen dat de gordijnen langs de wanden maar ook als coulissen kunnen hangen De gehele toneelstoffering (railtracé en gordijnen) moet voldoen aan algemene kwaliteitsstandaard in de Nederlandse theaters Geen horizondoek
Belichtingsinstallatie
▪ ▪
▪ ▪
Volledige overschakeling naar theaterbelichting mbv ledschijnwerpers Bestaande schijnwerperpakket vervangen door ledschijnwerpers o Kwaliteit van de vervangende schijnwerpers moet voldoen aan algemene kwaliteitsstandaard in de Nederlandse theaters o Benodigd pakket: • 18 st pc / fresnel 1 KW • 6 st zoomprofiel 1 KW • 12 st LED par • 5 st horizon armaturen Het beloopbaar grid voorzien van ca 50 st 230 volt WCD’s tbv voeding voor de schijnwerpers. Deze wcd’s gelijkmatig verdeeld over de bruggen. WCDgroepen per brug aan- en uitschakelen Aanleggen DMX/data netwerk o Één datapunt per brugzijde van de dwarsbruggen, totaal 8 st o 2 datapunten tbv regie-eiland
Programma van eisen Realisatie theater en bibliotheek Baarn
56
o o
o
7.3.7
Geluidsinstallatie
▪ ▪
▪ ▪
7.3.8
4 datapunten op de vloer tbv vloerlicht enz Voldoende nodes en splitters voor het aansturen van het eigen ledschijnwerperpakket en het faciliteren van DMX/data van bezoekende gezelschappen Kwaliteit van het DMX/data netwerk moet voldoen aan algemene kwaliteitsstandaard in de Nederlandse theaters