320921 Actualisatie IHP Onderwijs Baarn 2022-2041 Bijlage 1 eindrapport (1)
Tekst van het document
De Uitkijck
Amalia Astro
Koningin Wilhelminaschool
St. Aloysius
-400 -600 -800
2021
2031
2041
Nieuwe Baarnsche School
Het Baarnsch Lyceum
Waldheim Mavo totaal onderwijs Baarn
ve r wa c hte r u i mte b e h o e f te b i n n e n s p o r t . De gemeente is verplicht om ruimte voor bewegingsonderwijs beschikbaar te stellen aan de scholen. De normatieve ruimtebehoefte die daarvoor als uitgangspunt geldt is voor het basisonderwijs vastgesteld op 1 lokaal bewegingsonderwijs (gymzaal) voor 1,5 klokuur per week per groep leerlingen van 6 jaar en ouder. Een klokuur is 45 minuten en staat gelijk aan 1 lesuur. Als een basisschoolgebouw niet beschikt over een speellokaal, wordt de ruimtebehoefte voor 4 en 5 jarigen vastgesteld op 3,75 klokuren per week. Alle basisscholen in Baarn beschikken momenteel over een speellokaal in hun gebouw. Voor het inroosteren van het bewegingsonderwijs voor basisscholen wordt er landelijk van uitgegaan dat een zaaldeel maximaal 26 klokuren per week ingezet kan worden voor het primair onderwijs. Basisscholen waren al wel verplicht om gymonderwijs te geven, maar het aantal uren daarvoor was niet wettelijk vastgelegd. Om tot een steviger fundament voor voldoende en goed bewegingsonderwijs te komen, is in februari 2020 een wetsvoorstel aangenomen waarin basisscholen ook daadwerkelijk verplicht worden twee lesuren per week gym te geven. Daarnaast worden eisen gesteld aan de kwalificatie van docenten. Scholen krijgen drie jaar de tijd om aan deze normen te voldoen. De basisscholen in Baarn voldoen al aan de nieuwe regels.
Bij een school voor voortgezet onderwijs wordt de normatieve ruimtebehoefte voor bewegingsonderwijs bepaald op basis van het aantal lestijden bewegingsonderwijs. Hiervoor geldt als maximum het aantal lesuren dat overeenkomstig de tabel van het ruimtebehoeftemodel is berekend. Deze berekening is als volgt: (aantal leerlingen * 32 * m2 BVO bewegingsonderwijs per leerling) ÷ 455. Voor het leerwegondersteunend onderwijs wordt een aangepaste formule gehanteerd: (aantal leerlingen * 32 * m2 BVO bewegingsonderwijs per leerling) ÷ 322. Voor het inroosteren van het bewegingsonderwijs voor het voortgezet onderwijs geldt landelijk dat een zaaldeel maximaal 40 klokuren per week ingezet kan worden.
Het Baarnsch Lyceum heeft al ruim tien jaar het examenvak Bewegen, Sport en Maatschappelijk (BSM). Dit is een officieel examenvak dat binnen het reguliere curriculum valt. Daarnaast heeft Het Baarnsch Lyceum sport en bewegen als speerpunt en keuzeonderdeel binnen het reguliere curriculum. Dit levert extra uren bewegingsonderwijs op. Momenteel zijn er geen andere scholen in Baarn die ambities hebben om meer bewegingsonderwijs toe te voegen aan het curriculum, bijvoorbeeld door een derde uur voor bewegingsonderwijs. Naast de reguliere klokuren wordt er dus geen extra ruimtebehoefte vanuit het onderwijs verwacht. Op basis van de actuele leerlingprognoses voor de basisscholen loopt het bijbehorende aantal normatieve ’klokuren’ de komende jaren op tot maximaal 89. Dit betekent dat in totaal naar boven afgerond in principe 4 zaaldelen voldoende zijn om het bewegingsonderwijs van de basisscholen te kunnen huisvesten. Voor het voortgezet onderwijs komt het aantal normatieve klokuren uit op maximaal 129. Dit betekent dat in totaal naar boven afgerond in principe 4 zaaldelen voldoende zijn om het bewegingsonderwijs van het voortgezet onderwijs te kunnen huisvesten. De daadwerkelijke ruimtebehoefte van Het Baarnsch Lyceum ligt met 107 klokuren aanzienlijk hoger dan de normatieve ruimtebehoefte. Sporthal De Trits biedt voldoende ruimte overdag om deze extra behoefte te faciliteren.
Voor het primair en voortgezet onderwijs gezamenlijk zijn in principe 7 zaaldelen voldoende om de normatieve behoefte aan bewegingsonderwijs te huisvesten. In de huidige situatie zijn 12 zaaldelen beschikbaar in Baarn.
36
ve r wa c hte r u i mte b e h o e f te b i n n e n s p o r t . Bij de benodigde capaciteit voor bewegingsonderwijs speelt ook afstand tot de scholen een rol. In de Verordening Huisvesting Voorzieningen Onderwijs van de gemeente Baarn zijn voorwaarden opgenomen over de maximale afstand van een school gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg: Basisscholen: • bij ten minste 20 klokuren: • bij ten minste 15 klokuren: • bij ten minste 5 klokuren:
maximaal 1 kilometer maximaal 3,5 kilometer maximaal 7,5 kilometer
Voortgezet onderwijs: • maximaal 2 kilometer Bij de voorgestelde maatregelen in dit IHP wordt hiermee rekening gehouden.
37
a n a l ys e b e s c h i k b a a r h e i d b i n n e n s p o r tc a p a c i te i t . Huidige binnensportcapaciteit per gebied • Baarn Noord: 3 zaaldelen 78 klokuren voor het PO • Baarn Zuid en Oost: 1 zaaldeel 26 klokuren voor het PO • Baarn Centrum 3 zaaldelen 78 klokuren voor het PO • NBS: 1 zaaldeel 26 klokuren voor het PO • Lage Vuursche en Soestdijk: 4 zaaldelen 160 klokuren voor het VO 12 zaaldelen 208 klokuren PO & 160 klokuren VO
Er is in Baarn momenteel met 12 zaaldelen ruim voldoende capaciteit beschikbaar voor het bewegingsonderwijs van de basisscholen en het voortgezet onderwijs. Ook qua spreiding levert dit momenteel geen problemen op. Bij eventuele vernieuwing van schoolgebouwen zal gekeken worden of het noodzakelijk en/of gewenst is om ook de aanwezige binnensportcapaciteit te vernieuwen of dat wellicht tot een reductie van de binnensportcapaciteit gekomen kan worden.
Gaspard de Coligny Montinischool subtotaal Baarn-Noord
RUIMTEBEHOEFTE GYMNASTIEK (KLOKUREN PER WEEK) 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 8 8 8 8 8 8 8 11 11 11 11 11 11 12 19 19 19 19 19 19 20
2028 8 12 20
2029 8 12 20
2030 8 12 20
2031 9 12 21
2032 9 12 21
2033 9 12 21
2034 9 12 21
2035 9 12 21
2036 9 12 21
2037 9 12 21
2038 9 12 21
2039 9 12 21
2040 9 12 21
2041 9 12 21
Guido de Bres De Uitkijck subtotaal Baarn Zuid en Oost
10 5 15
9 5 14
10 5 15
9 5 14
9 5 14
9 5 14
9 5 14
9 5 14
9 5 14
9 5 14
9 5 14
9 5 14
9 5 14
9 5 14
9 5 14
9 5 14
9 5 14
9 5 14
9 5 14
9 5 14
9 5 14
Amalia Astro Koningin Wilhelminaschool St. Aloysius subtotaal Baarn Centrum
12 8 12 32
11 8 12 31
11 8 12 31
12 8 12 32
11 8 12 31
12 8 12 32
12 8 12 32
12 8 12 32
12 9 12 33
12 9 12 33
12 9 12 33
12 9 12 33
12 9 13 34
12 9 13 34
12 9 13 34
12 9 13 34
12 9 12 33
12 9 12 33
12 9 12 33
12 9 12 33
12 9 12 33
Nieuwe Baarnsche School
20
20
20
20
20
20
20
20
20
20
20
20
20
20
20
20
20
20
20
20
20
totaal klokuren primair onderwijs benodigde aantal zaaldelen PO
86 3,3
84 3,2
85 3,3
85 3,3
84 3,2
85 3,3
86 3,3
86 3,3
87 3,3
87 3,3
88 3,4
88 3,4
89 3,4
89 3,4
89 3,4
89 3,4
88 3,4
88 3,4
88 3,4
88 3,4
88 3,4
Het Baarnsch Lyceum Waldheim Mavo totaal klokuren voortgezet onderwijs benodigde aantal zaaldelen VO
79 42 121 3,0
80 44 124 3,1
81 45 126 3,2
81 45 126 3,2
81 44 125 3,1
81 44 125 3,1
81 44 125 3,1
80 44 124 3,1
80 44 124 3,1
79 44 123 3,1
79 44 123 3,1
79 44 123 3,1
79 44 123 3,1
80 44 124 3,1
80 45 125 3,1
80 45 125 3,1
81 45 126 3,2
81 46 127 3,2
82 46 128 3,2
83 46 129 3,2
83 46 129 3,2
totaal klokuren onderwijs Baarn benodigde aantal zaaldelen totaal onderwijs
207 6,3
208 6,3
211 6,4
211 6,4
209 6,4
210 6,4
211 6,4
210 6,4
211 6,4
210 6,4
211 6,5
211 6,5
212 6,5
213 6,5
214 6,5
214 6,5
214 6,5
215 6,6
216 6,6
217 6,6
217 6,6
38
C OV I D - 1 9 . Het kabinet heeft schoolbesturen richtlijnen gegeven voor ‘coronaproof’ onderwijs. Schoolgebouwen moeten goed geventileerd zijn, om eventuele besmettingen te voorkomen. Corona vraagt continu om aanpassing en bepalen wat wel en niet kan. Op de scholen in Baarn zijn conform de op dat moment geldende richtlijnen de afgelopen 1,5 jaar diverse tijdelijke maatregelen doorgevoerd om verspreiding van het COVID-19 virus te voorkomen, zoals: • • • • • • • •
het gebruik van meerdere ingangen extra schoonmaak zoveel mogelijk ventileren mondkapjesprotocol afzetten en ophalen van kinderen bij het schoolplein in plaats van in de klas aangepaste lestijden zodat niet alle kinderen tegelijk beginnen en uit zijn digitale startgesprekken en ouder(-kind)gesprekken volwassenen komen alleen in het schoolgebouw als ze daar om functionele redenen moeten zijn voor de doorgang van het onderwijsproces en geen klachten hebben (leraren, assistenten, begeleiders, vrijwilligers van bijvoorbeeld mediatheek)
Schoolgebouwen moeten goed geventileerd zijn, om eventuele besmettingen te voorkomen. Er wordt zoveel mogelijk geventileerd op de schoolgebouwen in Baarn. De nieuwere schoolgebouwen hebben (mechanische) ventilatiesystemen. De oudere gebouwen zijn in een tijd gerealiseerd waarin een ander bouwbesluit gold en waarbij natuurlijke ventilatie de standaard was. Bij deze gebouwen (Amalia Astro, Guido de Bres, KWS en St. Aloysius) is van buitenaf ventileren door ramen en deuren open te zetten nodig om te zorgen voor voldoende ventilatie. Dit heeft effect op het
energieverbruik en de energiekosten. Schoolbesturen moesten in oktober 2020 in beeld brengen of de ventilatie van schoolgebouwen op orde is. In vijf schoolgebouwen in Baarn is een hoge CO2-waarde gemeten: • St. Aloysius (1921). Het plan voor aanpak voor het onderhoud en de verduurzaming van de St. Aloysius is aangepast door Het Sticht en begin 2021 ingediend voor een bijdrage voor de regeling ‘Specifieke uitkering ventilatie in scholen’ (SUVIS). Deze subsidieaanvraag is goedgekeurd. In de zomervakantie van 2021 is gestart met de uitvoering van het eerste deel de werkzaamheden om het binnenklimaat te verbeteren. Naast de bijdrage vanuit de SUVIS-regeling en de bijdrage van de gemeenten van € 200.000 voor verduurzaming, investeert schoolbestuur Het Sticht hier zelf ook aanzienlijk in met ruim € 200.000. • Gaspard de Coligny en Montini (Noorderbreedte, 2016). In dit nieuwe schoolgebouw, is bij nader onderzoek een verkeerde inregeling van het aanwezige mechanische ventilatiesysteem geconstateerd. Dit probleem wordt in 2021 verholpen. Deze werkzaamheden komen niet in aanmerking voor de SUVIS-regeling.
• Amalia Astro (1909) • Koningin Wilhelminaschool (1922) • Guido de Brès (1955) Bij de Amalia Astro, KWS en Guido de Brès kan, indien een grote investering in de aanpassing van een ventilatiesysteem nodig is, de vraag ontstaan wat het perspectief is voor het gebouw en of hierbij een rol voor de gemeente ligt (renovatie, nieuwbouw). Daarom is het belangrijk om deze actualisatie van het IHP een duidelijk perspectief voor deze gebouwen te ontwikkelen.
39
b e ko st i g i n g o n d e r w i j s h u i sve st i n g . Te weinig geld om goede scholen te bouwen Momenteel is sprake van gescheiden verantwoordelijkheden en geldstromen tussen gemeente en schoolbesturen. Noch de gemeente Baarn, noch de schoolbesturen ontvangen voldoende middelen van het rijk om de integrale gebouwkwaliteit te kunnen waarmaken. Dit is een landelijk probleem. De ingreep van enkele jaren geleden van de rijksoverheid waarbij een uitname uit het gemeentefonds is gedaan van 256 miljoen euro (en overheveling van dit bedrag naar de lumpsum van schoolbesturen), heeft veel gemeenten in de problemen gebracht wat betreft de huisvestingsopgave. Zeker in relatie tot de tekorten op het Sociale Domein waarmee de meeste gemeenten kampen en de verduurzamingsopgave waarvoor ze staan. Groot onderhoud schoolgebouwen Doordat schoolbesturen voor het primair onderwijs sinds 2015 verantwoordelijk zijn voor het groot onderhoud van de schoolgebouwen en zij hiervoor geen onderhoudsreserve hebben meegekregen, lopen schoolbesturen van met name oude (monumentale) schoolgebouwen tegen problemen aan. Het bedrag dat schoolbesturen via de lumpsum-vergoeding van het rijk krijgen voor het onderhoud is gebaseerd op een gemiddelde, terwijl bij oudere schoolgebouwen vaak veel meer geld nodig is voor het onderhoud.
Een voorziening groot onderhoud mag vanaf 2023 alleen nog maar gestoeld zijn op een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) en mag alleen gebaseerd zijn op de zogenaamde ‘componentenmethode’. De gewijzigde opbouw van de voorziening zal voor veel schoolbesturen waarschijnlijk resulteren in een verschuiving van middelen van het eigen vermogen naar de voorziening.
Renovatie schoolgebouwen Mede door de overheveling van het groot onderhoud, speelde de afgelopen jaren landelijk steeds vaker de discussie over renovatie en levensduur verlengend onderhoud. Hoe lang moeten schoolbesturen geld blijven steken in het onderhoud van een oud schoolgebouw en wanneer is de gemeente aan zet vanuit haar verplichting om te voorzien in adequate huisvesting en de bekostiging van nieuwbouw? Met de voorgenomen wetswijziging, waarbij renovatie eindelijk als huisvestingsvoorziening in de wet wordt opgenomen en de gemeente hiervoor verantwoordelijk wordt, wordt over dit punt het komende jaar helderheid geboden. Divers beeld in de praktijk bij bekostiging onderwijshuisvesting Gemeenten en schoolbesturen hebben de afgelopen jaren zelf het wiel uit moeten vinden voor de te formuleren onderwijshuisvestingsambitie en de verdeling van de investeringslast tussen gemeente en schoolbesturen. Dit heeft geleid tot een divers beeld, waarbij een deel van de gemeenten zich beperkt tot het voldoen aan de minimale wettelijke zorgplicht en andere gemeenten hebben gekozen voor een bovenwettelijke ambitie, waarbij in de meeste gevallen afspraken zijn gemaakt over de verdeling van de investeringslasten tussen gemeente en schoolbesturen.
Het is aan gemeenten en schoolbesturen gezamenlijk om de tekorten structureel via hun eigen koepelorganisaties als VNG, PO-raad en VO-raad onder de aandacht te houden bij de rijksoverheid. De wetgever onderkent de noodzaak van het bundelen van geldstromen ook, door via het aankomende wetsvoorstel het ‘investeringsverbod’ van schoolbesturen te nuanceren. Deze beperking leidt er nu toe dat het voor schoolbesturen erg lastig is om geld vanuit hun ‘lumpsumvergoeding’ in te zetten voor onderwijshuisvesting. Sommige schoolbesturen kunnen hiervoor privaat vermogen aanspreken, maar daarover beschikt niet iedere school. Ook incidentele middelen die schoolbesturen ontvangen, bijvoorbeeld vanuit het Nationaal Programma Onderwijs, zijn niet bestemd voor huisvesting.
40
l o d e n l e i d i n ge n . In november 2019 heeft de Gezondheidsraad advies uitgebracht over loodinname via kraanwater dat uit loden leidingen komt. Op basis van onderzoek van het RIVM bleek de schadelijkheid voor baby's en kinderen, maar ook voor volwassenen groter te zijn dan eerder gedacht. Loden leidingen kunnen voorkomen in gebouwen die voor 1960 zijn gerealiseerd. Wat betreft de gebouwen die de gemeente volledig in eigendom heeft, zijn alle loden leidingen al jaren geleden vervangen door de gemeente Baarn. Gezien het bouwjaar, zou een aantal schoolgebouwen loden leidingen kunnen hebben: de drie centrumscholen en Guido de Brès. • Het Sticht heeft vorig jaar onderzoek laten doen voor de St. Aloysius en het Poorthuis. De resultaten van deze onderzoeken waren positief, er is geen lood aangetroffen. • De drie schoolgebouwen van PCBO Baarn-Soest (Amalia Astro, KWS en Guido de Brès) hebben geen loden leidingen. Dat is vastgesteld door zowel een onderhoudsbureau als een loodgieter. PCBO Baarn-Soest heeft als extra controle voor de zomer van 2021 watermonsters bij de drie schoolgebouwen laten afnemen.
41
we t ‘ m e e r r u i mte vo o r n i e u we s c h o l e n ’. Iedereen is in Nederland vrij om een school op te richten. Op 12 mei 2020 stemde de Eerste Kamer in met het wetsvoorstel ‘Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen. Deze nieuwe wet biedt meer mogelijkheden voor nieuwe scholen dan voorheen. Het kabinet wil zo het aanbod van scholen beter laten aansluiten bij de wensen van ouders en leerlingen. Iemand die een nieuwe school wil starten kan dit vanaf 1 juni 2021 melden bij DUO. Volgens de nieuwe wet hoeft een nieuwe school niet meer te horen bij een erkende richting. Bijvoorbeeld rooms-katholiek of algemeen bijzonder onderwijs. De nieuwe wet houdt ook rekening met het bestaande aanbod van scholen. Wie plannen heeft voor een nieuwe school, nodigt de bestaande schoolbesturen, het samenwerkingsverband en de gemeente uit voor een gesprek. Als dit gesprek plaatsvindt, kan worden besproken of de ideeën ook binnen een bestaande school vorm kunnen krijgen. Initiatieven voor nieuwe scholen moeten jaarlijks uiterlijk op 30 juni zijn ingediend. De minister van Onderwijs besluit op basis van diverse aan te leveren documenten en afgegeven ouderverklaringen vervolgens voor 1 juni in het kalenderjaar na het indienen van de aanvraag of een school bekostiging kan krijgen. Er is dan 14 maanden de tijd voor de start van de school op 1 augustus van het kalenderjaar na het besluit van de minister.
Op het moment dat een aanvraag door de minister wordt goedgekeurd, heeft de gemeente een huisvestingsplicht voor een nieuwe school.
In 2020 en 2021 zijn in de gemeente Baarn geen initiatieven voor een nieuwe school ingediend. In januari 2019 is er voor het laatst een aanvraag ingediend voor het opnemen van een nieuwe islamitische school op het plan van scholen in Baarn. De gemeente Soest heeft op dat moment dezelfde aanvraag ontvangen. Na een verzoek van de gemeente Baarn om aanvullende gegevens aan te leveren, heeft het schoolbestuur Stichting Islamitisch Onderwijs (SIO) Noord-Holland in 2019 besloten de aanvraag in te trekken. Reden hiervoor is dat achteraf bleek dat de aanvraag met als voedingsgebied Baarn en Soest niet voldeed aan de eisen. Op dat moment gingen er geen kinderen uit Baarn met leerlingenvervoer naar een islamitische school.
42
4 visie en ambitie.
43
visie op onderwijs. Thuisnabij, veilig en kansrijk onderwijs We zien het als een gezamenlijke taak dat alle kinderen in de gemeente Baarn in een veilige en kansrijke omgeving kunnen opgroeien. Ieder kind in de gemeente Baarn heeft toegang tot goed onderwijs, waarbij recht wordt gedaan aan talenten en behoeften van elke leerling. Zoveel mogelijk inclusief en passend onderwijs voor elk kind Het is het streven van de scholen in de gemeente Baarn zo inclusief en passend mogelijk onderwijs aan te bieden. Hierbij staan niet de instituten (scholen, schoolbesturen, gemeente) centraal, maar bepaalt de behoefte van het kind de keuze voor de plek waarop hij of zij onderwijs kan genieten. Nu meer kinderen met een extra zorgvraag op reguliere scholen instromen, is het belangrijk dat het onderwijs hierop is ingericht. Passend Onderwijs staat voor maatwerk in het onderwijs en het bundelen van expertise vanuit de verschillende onderwijsorganisaties. Schoolbesturen in de gemeente Baarn stemmen met elkaar af welke vormen van passend onderwijs zij kunnen aanbieden. Hierbij wordt uitgegaan van het principe dat niet onderling geconcurreerd wordt op zorg. We willen kinderen binnen de onderwijssoorten en -profielen die we in Baarn hebben waar mogelijk thuisnabij en passend onderwijs aanbieden. Hiervoor zorgen we dat de basisondersteuning op de scholen op orde is.
Scholen kunnen schooloverstijgend samenwerken, bijvoorbeeld bij een taalplusklas, zomerschool en/of op het gebied van hoogbegaafdheid. Scholen denken gezamenlijk mee met de
gemeente over de inzet van de middelen voor onderwijsachterstanden. Afspraken hierover worden gemaakt via het LEA (Lokaal Educatieve Agenda) en het betreffende samenwerkingsverband. Passend onderwijs kan ook eisen stellen aan de huisvesting van scholen. Denk bijvoorbeeld aan aanwezigheid van voldoende en flexibele ruimten voor individuele begeleiding, onderwijs-ondersteuners en behandelaars. Moderne, aantrekkelijke en vraaggerichte leeromgevingen Schoolbesturen en gemeente willen voor leerlingen en personeel een aantrekkelijk leer- en werkklimaat bieden, ofwel: functioneel, veilig, gezond, comfortabel en passend bij de doelgroep waarvoor de school bestemd is. Het onderwijs is continu in beweging. We willen in de toekomst vernieuwend en innovatief onderwijs onderwijs kunnen (blijven) bieden. Verschillende vormen van gepersonaliseerd leren, werken in groepjes en zelfstandig werken zijn inmiddels gemeengoed geworden binnen het onderwijs, naast het klassikaal onderwijs. Dit vraagt onder meer om functionele en flexibele huisvesting.
44
b e h o u d b re e d o n d e r w i j s a a n b o d . De schoolkeuze van ouders is minder makkelijk te voorspellen dan vroeger. Ouders kiezen niet standaard meer voor de dichtstbijzijnde school of een school die past bij hun denominatie. Ouders kijken ook steeds meer naar onderwijskwaliteit, lesmethode, team, sfeer en naschools activiteitenaanbod. We vinden keuzevrijheid van ouders belangrijk. Dit vraagt om diversiteit in het onderwijsaanbod in Baarn, passend bij de behoefte van ouders en kinderen. Diversiteit zit onder meer in schoolsoort, onderwijsconcept, lesmodel en denominatie. We hechten waarde aan de eigenheid van scholen op het gebied van signatuur en onderwijsconcept, zolang hier sprake is van een duidelijke vraag vanuit de samenleving en de betaalbaarheid en kwaliteit van onderwijs niet in het geding komen. De diversiteit van scholen biedt ouders en leerlingen de vrijheid om te kiezen tussen denominaties en onderwijsconcepten. We willen in Baarn voldoende algemeen toegankelijke scholen hebben. We streven ernaar minimaal het huidige onderwijsaanbod in Baarn te behouden. Dit bestaat uit: Verschillende schoolsoorten. Baarn biedt nu regulier basisonderwijs en regulier voortgezet onderwijs voor VMBO-TL, Havo en VWO aan. Er zijn momenteel geen ontwikkelingen richting andere schoolsoorten zoals speciaal onderwijs, andere richtingen van het VMBO en praktijkonderwijs.
Verschillende onderwijsconcepten. In Baarn worden nu daltononderwijs en jenaplanonderwijs als specifieke onderwijsconcepten aangeboden. Er zijn momenteel geen ontwikkelingen richting andere schoolsoorten zoals bijvoorbeeld montessori en de vrije school.
Verschillende lesmodellen. Naast scholen met een traditioneel lesrooster, zijn er in Baarn ook scholen met een 5 gelijke dagen-model / continurooster. Verschillende denominaties. Momenteel heeft Baarn openbare, algemeenbijzondere, protestants-christelijk en rooms-katholieke scholen. Alle scholen in Baarn zijn op basis van levensovertuiging algemeen toegankelijk voor ieder kind.
45
s a m e nwe r k i n g e n ve r b re d i n g . De onderlinge verhoudingen tussen de schoolbesturen in Baarn en tussen schoolbesturen en de gemeente zijn goed. Schoolbesturen overleggen regelmatig met elkaar en stemmen zaken af. Maar omdat de schoolbesturen in Baarn niet één bestuur vormen, hebben ze ook hun eigen belangen. In de toekomst is het mogelijk dat bestuurlijke samenwerkingsvormen verkend worden. Samenwerking beperkt zich niet tot Baarn alleen. Er zijn scholen die samenwerken met scholen buiten Baarn die binnen hun schoolbestuur vallen. Het voortgezet onderwijs in Baarn heeft een nauwe relatie met het voortgezet onderwijs in Soest. Omdat de leerlingenpopulatie van het voortgezet onderwijs gemeentegrensoverstijgend is en sterk regionaal bepaald wordt, is regionaal overleg op zowel schoolbestuurlijk als gemeentelijk niveau nodig. Het is de ambitie om doorgaande leerlijnen tussen voor- en vroegschoolse educatie, basisscholen en kinderopvang te optimaliseren. Waar mogelijk krijgt dit ook fysiek vorm door gezamenlijke huisvesting. Daarnaast zorgen we voor een goede aansluiting van de Baarnse basisscholen op het voortgezet onderwijs. Een mogelijke toekomstige ontwikkeling is een verdergaande samenwerking tussen het primair en voortgezet onderwijs via ‘10-14 onderwijs’ of een ‘tienercollege’. Dit kan ook consequenties hebben voor huisvesting.
Omdat hiervoor momenteel nog geen concrete plannen zijn, is hiermee in de uitwerking van dit IHP nog geen rekening gehouden. Wel wordt sinds schooljaar 2021-2022 in het gebouw De Uitkijck ervaring opgedaan met samenwerking tussen het basis- en voortgezet onderwijs. De belangrijkste maatschappelijk opdracht van scholen is het vervullen van de zorgplicht voor goed onderwijs. Daarnaast is er de ambitie om een meer wijkgerichte rol samen met andere partijen in te richten. Hierdoor moeten schoolgebouwen geen eilandjes op zich meer zijn, maar middenin de samenleving en omgeving staan waarvan ze deel uitmaken. Deze rol kan verschillen per school en gebouw. Dit is mede afhankelijk van de locatie en de mogelijkheden die het gebouw (en plein) biedt om hier ook andere functies te huisvesten en activiteiten te laten plaatsvinden.
Huidige fysieke koppelingen onderwijs en opvang
Noorderbreedte
KWS St. Aloysius Amalia Astro
NBS
De Uitkijck Guido de Brès
BSO
Waldheim Mavo Het Baarnsch Lyceum
Peuteropvang en BSO Peuteropvang, kinderdagopvang en BSO
46
i n ze t o n d e r w i j s c a p a c i te i t . We willen efficiënt omgaan met de aanwezige capaciteit en beschikbare middelen van schoolbesturen en gemeente. De onderwijscapaciteit moet zoveel mogelijk in lijn zijn met de ruimtebehoefte op basis van het aantal leerlingen in Baarn. Bij voorkeur is iedere school passend gehuisvest in een gebouw dat aansluit op de ruimtebehoefte van de school. In de praktijk weten we echter dat dat niet altijd zo gaat en er sprake kan zijn van onderlinge groei en krimp van scholen. De onderwijscapaciteit in Baarn is niet ‘schoolgebonden’. Onderlinge groei en krimp worden waar mogelijk opgevangen via medegebruik van leegstand van onderwijscapaciteit op een andere school. Om groei en krimp makkelijker op te kunnen vangen, kijken we bij renovatie en nieuwbouw van gebouwen naar de mogelijkheden om scholen te clusteren. Dit is reeds gebeurd bij brede school Noorderbreedte (Gaspard de Coligny en Montini) en het voortgezet onderwijs. We willen echter geen ‘leerfabrieken’ en verkeersonveilige situaties creëren. Daarom gaan we voor het primair onderwijs uit van clusters van maximaal 500 leerlingen. Naast het voordeel van het opvangen van onderlinge groei en krimp, kunnen twee scholen die onder één dak zijn gehuisvest en goed samenwerken een positief effect hebben op elkaar en elkaar versterken.
Scholen kunnen sturen op een maximaal aantal leerlingen dat past bij de aanwezige capaciteit. Hierdoor wordt medegebruik op een andere locatie voorkomen.
47
i nte g ra l e k wa l i te i t s a m b i t i e s c h o o l ge b o u we n . Vanuit lokale beleidsvrijheid en ambitie, kan de gemeente Baarn overwegen een hoger ambitieniveau aan te houden voor onderwijshuisvesting dan minimaal wettelijk nodig: • Het wettelijke minimumniveau waaraan onderwijshuisvesting moet voldoen, is enkel gericht op technische en bouwkundige staat. Dit vormt maar een beperkt deel van de totale kwaliteit van een gebouw. De daadwerkelijke kwaliteit van een gebouw wordt ook bepaald door bijvoorbeeld het binnenklimaat, de functionaliteit en duurzaamheid. • Goede onderwijsvoorzieningen ondersteunen de leefbaarheid en een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor potentiële inwoners. • Eigentijdse kwaliteitsvoorzieningen zijn ondersteunend aan de talentontwikkeling van leerlingen. • Tijdig anticiperen op de veroudering van schoolgebouwen voorkomt verschraling van het voorzieningenniveau en voorkomt dat toekomstige generaties onevenredig worden belast met een verouderd vastgoedbestand, inclusief bijbehorende financiële opgave. Om invulling te geven aan de lokale ambitie ten aanzien van onderwijshuisvesting, is het van belang om inzicht te krijgen in wat onder ‘kwaliteit van onderwijshuisvesting’ wordt verstaan.
Een breed gedragen opvatting is dat kwaliteit ruimer is dan alleen de bouwtechnische geschiktheid van een pand, maar ook gaat over de kwaliteit van installaties, de functionaliteit, het binnenklimaat en de verduurzaming van een gebouw.
Op de volgende pagina zijn de zes ‘integrale kwaliteitscriteria’ van capaciteit, functionaliteit, bouwtechniek, installaties, binnenklimaat en verduurzaming beschreven. Elk criterium scoort op een ‘range’ van goed, voldoende, matig tot slecht. Alle schoolgebouwen zijn ingeschaald op deze criteria, waarmee een beeld is gevormd van de integrale kwaliteit per pand. In dit plan komen schoolgebouwen potentieel voor vernieuwing (renovatie/vernieuwbouw of vervangende nieuwbouw) in aanmerking als de kwaliteitsscore in algehele lijn onder het niveau van ‘voldoende’ uitvalt, dus bij een gemiddelde score van ‘matig’ of ‘slecht’. Hierbij wordt altijd bekeken of sprake is van een levensvatbare situatie en of schoolbesturen in het verleden hun verantwoordelijkheid hebben genomen bij onderhoud. Er hangt vanzelfsprekend een prijskaartje aan de lokale beleidsambitie zoals die hierboven is geformuleerd. De financiële haalbaarheid wordt in dit plan vanuit een wederzijdse schaarste aan financiële middelen van zowel gemeente als schoolbestuur ingevuld. In hoofdstuk 8 (Financiën) wordt een voorstel gedaan voor verdeling van de investeringslasten tussen gemeente en schoolbesturen.
48
c r i te r i a k wa l i te i t ge b o u we n . Capaciteit
Passend qua omvang
Functionaliteit
Onderwijskundig concept Flexibiliteit Compactheid Routing Kindcentrum / verbreding
goed
Bouwtechniek Daken Deuren Wanden Kozijnen Beglazing
Installaties
Centrale verwarming Verlichting Riolering Sanitair
Duurzaamheid
Isolatie (wand, vloer, ramen) Energieopwekking Gasloos
Binnenklimaat
Binnenluchtkwaliteit Temperatuur Koeling CO²-meting Akoestiek
voldoende
matig
slecht
49
wa a rd e r i n g sta b e l k wa l i te i t ge b o u w e n . SCORE
GOED
VOLDOENDE
MATIG
SLECHT
CAPACITEIT
FUNCTIONALITEIT
Passend
Sluit volledig aan op gebruiksvraag
Inefficiënt gebouw of leegstand / tekort 1 lokaal
BOUWTECHNIEK
INSTALLATIES
VERDUURZAMING
BINNENKLIMAAT
Als nieuw
Als nieuw
Isolatie Energieopwekking Gasloos of WKO
Frisse Scholen Klasse B
Sluit grotendeels aan op gebruiksvraag
Onderhoud conform MJOP
Onderhoud conform MJOP
Isolatie Energieopwekking
Natuurlijke toevoer Mechanische afvoer
Zeer inefficiënt gebouw of leegstand / tekort 2 lokalen
Sluit beperkt aan op gebruiksvraag
Functievervulling in gevaar
Functievervulling in gevaar
Isolatie
Natuurlijke toevoer Natuurlijke afvoer
leegstand / tekort > 2 lokalen
Geen verantwoord onderwijs mogelijk
Algehele onomkeerbare veroudering
Algehele onomkeerbare veroudering
Geen verduurzaming
Geen van bovenstaand Voldoet niet aan eisen CO2 gehalte
50
s c o re ta b e l k wa l i te i t ge b o u we n . CAPACITEIT
FUNCTIONALITEIT
BOUWTECHNIEK
INSTALLATIES
DUURZAAMHEID
BINNENKLIMAAT
matig goed goed matig matig goed slecht goed
matig voldoende goed matig goed goed voldoende goed
voldoende voldoende goed matig goed goed voldoende goed
voldoende voldoende goed voldoende goed goed matig goed
matig matig voldoende matig voldoende goed matig voldoende
matig matig goed * matig goed goed matig goed *
slecht slecht
goed goed
goed goed
goed goed
voldoende voldoende
goed goed
goed voldoende goed
goed goed goed
voldoende matig voldoende
voldoende matig voldoende
voldoende matig matig
voldoende matig voldoende
PRIMAIR ONDERWIJS Amalia Astro Koningin Wilhelminaschool (incl. gym) Gaspard de Coligny Guido de Bres De Uitkijck Nieuwe Baarnsche School (incl. gym) St. Aloysius (incl. gym) Montini VOORTGEZET ONDERWIJS Het Baarnsch Lyceum (incl. gym) Waldheim Mavo (incl. gym) GYMNASTIEK Sporthal De Trits Gymzaal De Driesprong Gymzaal De Spoorslag
* = na opnieuw inregelen installatie mechanische ventilatie
51
ve ra nt wo o rd ve rd u u r za m e n . Met het klimaatakkoord van Parijs als grondslag, is het zaak tot afbouw van de uitstoot van CO2 binnen de gemeente Baarn te komen. Net als voor al het gemeentelijke vastgoed gelden ook voor onderwijshuisvesting de volgende uitgangspunten vanuit de routekaart voor verduurzaming in de gemeente Baarn: • 2030: • 2030: • 2050:
gebouwen minimaal label A 49% (wordt 55%) CO2 reductie t.o.v. 1990 aardgasvrij
In het Baarns Klimaat Akkoord uit 2017 is de ambitie opgenomen om in 2030 al klimaatneutraal te zijn. Voor bestaande schoolgebouwen staan schoolbesturen in principe zelf ‘aan de lat’ voor het treffen van duurzaamheidsmaatregelen, bijvoorbeeld via isoleren of de aanleg van zonnepanelen. Uitzondering hierop is de eerdere toezegging van de gemeente om een financiële bijdrage te leveren aan verduurzaming van de gebouwen van de drie centrumscholen. Momenten van nieuwbouw en renovatie, waarvoor de verantwoordelijkheid voor bekostiging bij de gemeente ligt / komt te liggen, zijn daarnaast bij uitstek geschikt om de vastgoedportefeuille grondig te verduurzamen. Nieuwe en grootschalig te renoveren schoolgebouwen moeten vanaf met ingang van 2021 voldoen aan ‘het nieuwe Bouwbesluit’ ofwel de eisen van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). Dit betekent bijvoorbeeld dat deze nieuwe gebouwen moeten voldoen aan Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG).
Vanuit dit IHP hebben de gemeente Baarn en schoolbesturen de bovenwettelijke (dus lokale) ambitie om nieuwe en te renoveren gebouwen te realiseren op het niveau van ENG (Energie Neutrale Gebouwen). Hiertoe wordt per project bekeken of het technisch en financieel haalbaar is om de ‘sprong’ van BENG naar ENG te maken. Dit hangt mede af van de mate waarin schoolbesturen (en eventueel gemeente) bereid zijn bij te dragen op het moment dat de inverdieneffecten niet toereikend blijken te zijn om te voorzien in de kosten. Verduurzamingsmaatregelen worden altijd afgestemd op het perspectief voor het gebouw, de restant levensduur en de verwachte afschrijvingstermijn van het vastgoed. Het gasloos maken van een schoolgebouw doe je bijvoorbeeld normaal gesproken niet als je weet dat je over vijftien jaar het hele gebouw vervangt. Soms kan het strategisch zijn om nu voor een suboptimale oplossing te kiezen, om vervolgens medio 2045 de sprong naar nieuwbouw te maken. Bij het nemen van verduurzamingsmaatregelen wordt de volgende volgorde gehanteerd: 1. 2. 3. 4. 5.
Energie besparen door het aanpassen van gedrag en inregeling LED-verlichting Zonnepanelen en -collectoren Isoleren (bouwkundig) en zon weren All-electric installatie (wamtepomp, lage-temperatuurverwarming, ventilatie met WTW)
52
gezo n d e s c h o l e n . Binnenklimaat en ventilatie Het binnenklimaat op scholen is al jarenlang een belangrijk onderwerp van gesprek, dat door COVID-19 zeker nu volop in de aandacht staat. Een slecht binnenmilieu heeft een negatief effect op de gezondheid, leerprestaties en het functioneren van leerlingen en onderwijzend personeel. Vanuit het belang van een goed binnenklimaat op scholen is in 2012 het eerste ‘Programma van Eisen - Frisse Scholen’ ontwikkeld. Dit dient als leidraad voor opdrachtgevers van nieuw- en verbouw van scholen waardoor vooraf eisen gesteld kunnen worden aan het ontwerp van het gebouw en de installaties. Een Frisse School is een schoolgebouw met een laag energieverbruik en een gezond binnenklimaat. In een Frisse School is aandacht voor energie, luchtkwaliteit, temperatuur, licht en geluid. Het Programma van Eisen - Frisse Scholen is in 2021 aangepast op basis van de eisen in het nieuwe Bouwbesluit. Hiermee gelden bij nieuwbouw en renovatie zwaardere eisen als het gaat om het binnenklimaat in schoolgebouwen. Het Programma van Eisen is opgesteld als een menukaart met drie ambitieniveaus: • klasse C • klasse B • klasse A
voldoende -> het gebouw voldoet aan de wet- en regelgeving aangevuld met een aantal basisuitgangspunten goed uitmuntend
Voor nieuwbouw streven we naar realisatie van een gebouw dat voldoet aan de eisen van minimaal klasse B. Voor renovatie is klasse C het minimumniveau en wordt per situatie gekeken of het mogelijk is om (op onderdelen) een verhoging naar klasse B of zelfs A mogelijk te maken. Eventuele tussentijdse aanpassingen aan het binnenklimaat (dus niet als onderdeel van renovatie of nieuwbouw), vallen onder verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Positieve Gezondheid In ‘Vitaal Baarn’, de beleidsnota Sociaal Domein 2021-2024 van de gemeente Baarn, staat ‘positieve gezondheid’ centraal. Dit gedachtegoed is gebaseerd op zes eigenschappen: lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren. Bij de verdere ontwikkeling van het gemeentelijke beleid wordt getoetst of dit bijdraagt aan de positieve gezondheid van de inwoners van Baarn. Bij positieve gezondheid voor scholen kun je naast gezonde (frisse) schoolgebouwen ook denken aan gezonde kantines en extra beweging. * De beweging Positieve Gezondheid is opgericht door Machteld Huber, de grondlegger van het gedachtegoed. Voor meer informatie zie het Institute for Positive Healt: https://iph.nl
53
e f f i c i ë nte i n ze t ge b o u we n e n b u i te n r u i mte . Vastgoed is nodig om onderwijs te faciliteren. Tegelijkertijd is het van belang om te streven naar een efficiënte inzet van gebouwen, vanwege het beslag dat investeringen leggen op gemeenschapsgeld, vanwege de exploitatielasten en de belasting op natuur en milieu. Een efficiënte inzet van stenen kan als volgt worden nagestreefd: a) Medegebruik door onderwijs Op grond van de verordening kunnen scholen worden verwezen naar leegstand binnen een afstand van twee kilometer hemelsbreed. Hiermee blijft onderwijscapaciteit beschikt voor en gebruikt door het onderwijs. b) Gebruik schoolgebouwen en -pleinen buiten onderwijstijd Waar mogelijk wordt onderwijsruimte buiten schooltijd ingezet voor andere functies en activiteiten zoals buitenschoolse opvang. Op deze wijze kunnen schoolgebouwen optimaal worden benut. Net als de schoolgebouwen, willen we ook de buitenruimte bij scholen zo efficiënt mogelijk benutten. Dat kan door (een deel van) de speelpleinen openbaar toegankelijk te maken. Dit sluit aan bij het gemeentelijke speelruimte beleidsplan en de ambitie van gemeente en schoolbesturen om bij multifunctionele gebouwen met een bredere functie ook een multifunctioneel buitenterrein beschikbaar te stellen voor spelende kinderen uit de buurt.
c) Verhuur van leegstand Waar sprake is van structurele leegstand in scholen kan worden bekeken of mogelijkheden voor verhuur aanwezig zijn. Hierbij gaat de voorkeur uit naar activiteiten die aansluiten op het onderwijs, zoals kinderopvang of huiswerkbegeleiding.
d) Afbouw overmaat via projecten In dit plan worden diverse projectvoorstellen gedaan om te komen tot renovatie of nieuwbouw. Dit zijn bij uitstek de momenten om een slag te slaan en tot een reductie van de overcapaciteit te komen. e) Afkoppelen van leegstand Als het niet lukt om een ruimte te verhuren en binnen afzienbare termijn geen zicht bestaat op renovatie of nieuwbouw, kan worden bekeken of het mogelijk is om een gebouwdeel uit de exploitatie te halen door afsluiting. f) Spreidingsmaatregelen Schoolbesturen in Baarn sturen soms al op het aantal leerlingen door niet meer kinderen aan te nemen dan de capaciteit van de school toelaat.
54
5 b e l e i d s ka d e rs .
55
i n ze t o n d e r w i j s c a p a c i te i t . Spelregels
2. Overcapaciteit bij onderwijshuisvesting kan ingezet worden om extra zorgbehoefte te faciliteren, zoals een taalplusklas.
6. Voor medegebruik geldt dat een school maximaal over twee locaties verspreid wordt, waarbij de afstand in principe maximaal 2 kilometer mag zijn langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg. Indien dit niet mogelijk is binnen de bestaande onderwijscapaciteit, kan worden keken naar een ander bestaand gebouw dat hiervoor mogelijk geschikt (te maken) is. Als dat ook geen oplossing biedt, kan tot (tijdelijke) uitbreiding van de onderwijscapaciteit overgegaan worden.
3. Voor het primair onderwijs spreken we af dat er geen uitbreiding van onderwijscapaciteit komt als er Baarn-breed op de basisscholen voldoende onderwijscapaciteit aanwezig is. Als uitgangssituatie voor deze scholen wordt de huidige onderwijscapaciteit (incl. de lokalen die de St. Aloysius huurt in het Poorthuis) als uitgangssituatie genomen.
7. Bij renovatie en nieuwbouw wordt gekeken naar mogelijkheden om peuteropvang, voor- en vroegschoolse educatie (VVE), KDV en/of BSO fysiek te integreren bij het onderwijs. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen investeringen in onderwijscapaciteit en in niet-onderwijsruimten (= andere financiering). Niet-onderwijsruimte wordt in principe kostendekkend verhuurd.
4. Voor het voortgezet onderwijs geldt dezelfde afspraak met de aanvulling dat voor de Waldheim Mavo ook wordt gekeken naar de aanwezige onderwijscapaciteit en ruimtebehoefte van het voortgezet onderwijs in de gemeente Soest.
8. Bij het realiseren van fysieke kindcentra in bestaande schoolgebouwen is sprake van medegebruik van onderwijscapaciteit.
1. De normatieve ruimtebehoefte voor onderwijscapaciteit (inclusief bewegingsonderwijs) blijft in de gemeente Baarn het uitgangspunt voor het bepalen van benodigde onderwijscapaciteit.*
5. Eventueel kan er ook uitwisseling plaatsvinden tussen capaciteit van het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs, maar dit wordt per geval bekeken.
* Het toepassen van Positieve Gezondheid in de doorontwikkeling van het gemeentelijke beleid in 2022 kan in de toekomst mogelijk leiden tot aanpassing (verhoging) van de minimale normen voor het beschikbaar stellen van capaciteit voor het bewegingsonderwijs in Baarn.
9. Multifunctioneel gebruik van schoolgebouwen is mogelijk met instemming van zowel gemeente als schoolbestuur. 10. Afspraken over openbare speelpleinen zijn vastgelegd in een overeenkomst tussen de gemeente en het betreffende schoolbestuur.
56
u n i e ke h u i sve st i n g s o p l o s s i n ge n . Maatwerk in projecten Geen school of schoolgebouw is hetzelfde. Zo zijn er verschillen in omvang, concept, levensvatbaarheid, gebouwkwaliteit, maatschappelijke functie richting de kern, exploitatie en cultuur-historische waarde. Dit unieke profiel per school vraagt niet om blauwdrukken, maar om specifieke oplossingen in de huisvesting. In dit IHP worden de volgende maatregelen onderscheiden: A. Renoveren: de integrale kwaliteit van een bestaand schoolgebouw wordt door ingrepen verbeterd, waarmee de levensduur van het gebouw voor een periode van minimaal 25 jaren wordt verlengd. B. Vervangende nieuwbouw: de integrale kwaliteit van een schoolgebouw wordt verbeterd door het bestaande gebouw te vervangen door permanente nieuwbouw (voor minimaal 40 jaar) of door semipermanente nieuwbouw (voor minimaal 15 jaar). C. Uitbreiden: de capaciteit van een school wordt uitgebreid. Dit kan via uitbreiding (permanent, semi-permanent of tijdelijk) of door in een bestaand gebouw ruimte te bestemmen voor het onderwijs. D. Overige maatregelen: hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om medegebruik of verplaatsing van een school naar een andere schoollocatie. Renoveren versus nieuwbouwen In dit plan worden de ‘waarschijnlijke’ maatregelen per school opgenomen in een faseringsplan.
Uiteindelijk worden alle projecten onderbouwd en uitgewerkt in een businessplan. Renovatie van een gebouw kan waar gewenst samen met de variant van vervangende nieuwbouw in kaart worden gebracht, om uit te vinden welke variant financieel-technisch de voorkeur geniet. Bij een verschil in afschrijvingsduur
(over het algemeen 40 jaar voor nieuwbouw en 25 jaar voor renovatie) komen de jaarlasten van renovatie en nieuwbouw dichter bij elkaar te liggen dan in geval van gelijke afschrijvingsduur. Aandachtspunt hierbij is dat bij vervangende nieuwbouw rekening moet worden gehouden met bijkomende kosten die bij renovatie niet of in mindere mate aan de orde zijn, bijvoorbeeld vanwege sloop, grondverwerving en verkeersinfrastructuur. Anderzijds kunnen zich bij renovatie onvoorziene kosten voordoen en kan mogelijk tijdelijke huisvesting nodig zijn. Renoveren Vervangende nieuwbouw is een optie wanneer door renovatie geen toekomstbestendige levensduurverlenging behaald kan worden. Er zijn ook argumenten die ervoor kunnen pleiten om de voorkeur te geven aan renovatie boven vervangende nieuwbouw: • Benutten intrinsieke kwaliteit van bestaande gebouwen. • Onzekerheid met betrekking tot de lange termijn instandhouding van een onderwijsvoorziening. • Innovaties rondom verduurzaming, binnenklimaat en onderwijsconcepten zijn nog lang niet uitgekristalliseerd. Spreiding in aanpak van gebouwen voorkomt dat je met je hele portefeuille achterloopt op de komende innovaties. • De extra vierkante meters van bestaande gebouwen krijg je niet gauw terug in geval van nieuwbouw, waarbij meestal voor de norm wordt gebouwd.
Criteria die meespelen bij fasering en oplossingsrichting • Integrale gebouwkwaliteit • Capaciteit (tekort of leegstand) • Locatie (i.v.m. gewenste spreiding scholen of herontwikkelingsmogelijkheden) • Samenwerking (met andere scholen, kinderopvang of andere partners)
57
d u u r za m e s c h o o l ge b o u we n . Voor nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen wordt gestreefd naar het realisatie van energie neutrale gebouwen (ENG). Per project bekeken of het technisch en financieel haalbaar is om de ‘sprong’ van het wettelijk verplichte niveau van bijna energie neutrale gebouwen (BENG) naar het gewenste niveau van ENG te maken. Bij renovatie van bestaande schoolgebouwen, zeker bij gebouwen met een monumentale status, wordt mede in overleg met de welstandscommissie gekeken hoe gebouwen verduurzaamd kunnen worden. Daarnaast moet rekening worden gehouden met steeds strengere eisen die verzekeraars stellen aan het gebouw / dak bij het plaatsen van zonnepanelen. De technische en financiële haalbaarheid van de ‘bovenwettelijke verduurzaming’ wordt per project geanalyseerd als onderdeel van een businessplan. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de korte termijn investeringen en opbrengsten, maar ook naar de lange termijn (‘Total cost of ownership’ = TCO). Vragen die hierbij aan de
orde kunnen komen zijn: • Wanneer moet ik de installaties vervangen? • Wat kost het onderhoud? • Wat is het effect als de saldering van energieopbrengsten per 2023 wordt afgebouwd of teruglevering aan het net helemaal niet meer mogelijk is? • Wat als de materiële bekostiging voor schoolbesturen wijzigt? Daarnaast wordt ook gekeken hoe verduurzaming van schoolgebouwen via renovatie of nieuwbouw bijdraagt aan de warmtetransitie per wijk.
58
b re d e ve r ke n n i n g b i j h u i sve st i n g sv ra a g st u k ke n . Scholen staat niet op zichzelf Onze schoolgebouwen zijn een belangrijk onderdeel van de samenleving. Het zijn plekken weer onze jongste inwoners zich ontwikkelen en mensen elkaar ontmoeten. Daarnaast staan de scholen in Baarn niet op zichzelf, maar maken ze onderdeel uit van het totale scholenlandschap en van het maatschappelijk vastgoed in Baarn. Indien zich huisvestingsvraagstukken voordoen bij scholen, worden deze daarom altijd vanuit een breder perspectief bekeken. Daar waar de leerlingpopulatie gemeentegrens overstijgend is, zoals bij het voortgezet onderwijs, wordt er ook rekening gehouden met ontwikkelingen in omliggende gemeenten. Scenariostudie bij vernieuwingsopgave Voor scholen waarvoor vernieuwing en/of uitbreiding van de huisvesting aan de orde is, wordt via een scenariostudie onderzoek gedaan naar de verschillende mogelijkheden. Dit IHP biedt via het faseringsplan en mogelijke perspectieven input voor de volgorde waarin scholen aan de beurt zijn en de scenario’s die bekeken kunnen worden.
In de scenariostudies kan onder andere worden gekeken naar: • Benodigde onderwijscapaciteit • Samenwerkingsmogelijkheden, zoals clustering van scholen en kinderopvang • Gewenste locatie in relatie tot clustering van voorzieningen en situering ten opzichte van het voedingsgebied • Beoordeling van mogelijke locatie(s), onder andere ten aanzien van omvang, bestemming, eigendom, beschikbaarheid, verkeersveiligheid, parkeren, overlast • Renovatiemogelijkheden van het huidige gebouw • Herontwikkelingsmogelijkheden van de huidige locatie • Effect op gymnastiekcapaciteit (opvangen in bestaande capaciteit of moet gymnastiekcapaciteit ook vervangen worden) • Eventuele tijdelijke huisvesting tijdens (ver)bouwwerkzaamheden • Indicatie bijkomende kosten • Draagvlak voor scenario’s
59
geza m e n l i j ke ve ra nt wo o rd e l i j k h e i d . Gedeeld probleem, gezamenlijke opgave Als de gemeente Baarn zich wil inspannen voor het scheppen van condities voor gezonde onderwijshuisvesting, wordt tegelijkertijd van de zijde van de schoolbesturen een wederkerige inspanning verwacht wat betreft het bieden van kwalitatief goed onderwijs, een efficiënte inzet van ruimten, verantwoorde omgang met gemeenschapsmiddelen en het zorgdragen voor adequaat onderhoud voor de schoolgebouwen. Waar het gaat om investeringen in schoolgebouwen van gemeentezijde, mag van schoolbesturen worden verwacht dat de betreffende onderwijsvoorziening ook minimaal gedurende de periode van afschrijving in stand wordt houden. Dit in verband met het voorkomen van desinvesteringen en het terugleveren van gebouwen aan de gemeenschap met een hoge boekwaarde. Dit vraagt om duidelijke perspectieven voor ieder schoolgebouw, zodat schoolbesturen hierop ook hun onderhoudswerkzaamheden kunnen afstemmen. Om de geformuleerde lokale kwaliteitsambitie uit dit plan financieel te kunnen waarmaken -zonder dat daar voorlopig compensaties vanuit de rijksoverheid tegenover staan- zullen gemeente en schoolbesturen zich beide moeten inspannen. Mogelijkheden bijdrage schoolbesturen 1.
Besparen op energiekosten als aannemelijk kan worden gemaakt dat door renovatie of nieuwbouw de energiekosten lager uitvallen dan de vergoeding die schoolbesturen hiervoor ontvangen wordt. Aandachtspunt hierbij is dat de kosten en baten over de gehele levensduur (TCO-benadering) in kaart worden gebracht,
dus inclusief extra onderhoudskosten voor installaties, eventuele risico’s aangaande de hoogte van de MI, leerlingenfluctuaties, energieprijzen, salderingsregelingen en tegenvallende besparingen. 2. Besparen op uitgesteld onderhoud door voorafgaand aan renovatie of nieuwbouw (gemiddeld genomen zo’n vier tot acht jaar) onderhoudsmiddelen uit het meerjarenonderhoudsplan ‘op te sparen’. Uiteraard is er in deze laatste periode dagelijks onderhoud nodig, maar grotere onderhoudsactiviteiten kunnen achterwege blijven. 3. Besparen op toekomstig onderhoud doordat in de jaren na renovatie of nieuwbouw een schoolbestuur minder onderhoudskosten heeft. 4. Inzet eigen vermogen als schoolbesturen de mogelijkheid hebben spaargeld of private middelen aan te spreken voor investeringen in de huisvesting, op het moment dat dit vanuit de algehele financiële positie verantwoord wordt geacht en vanuit de accountant wordt geaccordeerd. Een investeringsbijdrage van de schoolbesturen bij renovatie of nieuwbouw gaat altijd gepaard met goedkeuring van de zijde van de accountant om daadwerkelijk de betreffende investering te mogen doen. Hiermee wordt voorkomen dat schoolbesturen in een later stadium problemen met de accountant krijgen over gedane investeringen in stenen.
60
onderhoud. Meerjarenonderhoudsplannen De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het groot onderhoud en het dagelijks onderhoud van schoolgebouwen. Zij ontvangen hiervoor rechtstreeks middelen van het rijk. Voor het onderhoud van de schoolgebouwen laten schoolbesturen een (duurzaam) meerjarenonderhoudsplan (DMJOP) opstellen. De meerjarenonderhoudsplanning wordt om de drie tot vijf jaar aangepast. Conditiemeting Onderhoud van gebouwen gebeurt op basis van de conditiemeting NEN 2676. De conditiemeting NEN 2767 gaat uit van een score van 1 tot 6, waarbij 1 zeer goed en 6 zeer slecht is. De conditie van het gebouw bepaalt op welk moment het onderhoud plaatsvindt. Uitgangspunt voor schoolgebouwen is dat deze een vergelijkbaar onderhoudsniveau hebben met conditiescore 3 van de NEN 2767. Dit onderhoudsniveau wordt naar de maatstaf van de meeste vastgoedeigenaren en gebruikers als ‘voldoende’ ervaren. Afstemming onderhoud op levensduur Het onderhoud van schoolgebouwen wordt via de DMJOP’s afgestemd op de verwachte resterende levensduur van het gebouw. Natuurlijke afwegingsmomenten Momenten waarop grootschalig onderhoud staat gepland, zijn natuurlijke afwegingsmomenten voor keuzes ten aanzien van bijvoorbeeld verduurzaming, renovatie en vervangende nieuwbouw.
Duurzaam onderhoud Waar mogelijk wordt de uitvoering van het onderhoud van schoolgebouwen gecombineerd met het doorvoeren van aanvullende duurzaamheidsmaatregelen. Er wordt gezocht naar de meest duurzame onderhoudsmaatregelen binnen de beschikbare financiële ruimte. Op die manier draagt ook het reguliere onderhoud bij aan een verbetering van de energieprestaties van een gebouw. In de praktijk passen duurzaamheidsmaatregelen echter meestal niet binnen de reguliere beschikbare budgetten, waarbij deze werkwijze maar een kleine bijdrage levert aan de verduurzaming van het vastgoed.
61
o p e n b a re s p e e l p l e i n e n . Net als de schoolgebouwen, willen we ook de buitenruimte bij scholen zo efficiënt mogelijk benutten. Dat kan door (een deel van) de speelpleinen openbaar toegankelijk te maken. Dit sluit aan bij het gemeentelijke speelruimte beleidsplan en de ambitie van gemeente en schoolbesturen om bij multifunctionele gebouwen met een bredere functie ook een multifunctioneel buitenterrein beschikbaar te stellen voor spelende kinderen uit de buurt. De gemeente streeft naar zoveel mogelijke openbaar en goed toegankelijke speelpleinen. In overleg met schoolbesturen zijn enkele schoolpleinen reeds openbaar toegankelijk. Dit ligt lastiger bij de scholen die veel te maken hebben met overlast en vandalisme. Een aantal scholen heeft daarom een hek geplaatst rondom het plein. Waar mogelijk wordt de openstelling van het plein buiten schooltijd ook bij deze pleinen verruimd. Voor openbare speelpleinen leggen de gemeente en het betreffende schoolbestuur / schoolbesturen in een overeenkomst de volgende afspraken met elkaar vast. 1. Gemeenten en schoolbestuur leggen afspraken vast in een ‘overeenkomst openbaarheid speelplein’. 2. Voor het beschikbaar stellen van het openbare speelplein ontvangt het schoolbestuur geen vergoeding van de gemeente. 3. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het terrein.
Dat is inclusief speeltoestellen, groen, tegels, hekwerk/hagen en fietsenstalling, maar met uitzondering van de hierna genoemde punten waarvoor de gemeente verantwoordelijk is.
4. De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid van de speeltoestellen. Dit houdt in dat de gemeente zorgdraagt voor de veiligheidsinspectie, reparatie en eventuele vervanging van de speeltoestellen. 5. De gemeente draagt 100% van de kosten van de veiligheidsinspecties van de speeltoestellen. Bij reparaties en vervangingen delen de gemeente en schoolbestuur de kosten: 50% voor de gemeente en 50% voor het schoolbestuur. 6. Bij reparaties en vervanging overleggen gemeente en schoolbestuur voorafgaand aan het uit te voeren werk. 7. De gemeente is aansprakelijk voor schade aan personen als gevolg van onveilige speeltoestellen. 8. Het schoolbestuur is aansprakelijk voor schade aan personen die het gevolg is van andere oorzaken dan onveilige speeltoestellen.
62
m e d e ge b r u i k e n ve r h u u r. Brede scholen en kindcentra Zowel de gemeente Baarn als de schoolbesturen onderschrijven het belang van de ontwikkeling van scholen tot brede kindvoorzieningen voor 0 tot 13-jarigen met buitenschoolse opvang en kinderopvang. Landelijk zien we ook de ontwikkeling van de voorschool. Het heeft de voorkeur om kindfuncties als peuteropvang en kinderdagopvang te integreren in de schoolgebouwen. Maar het betreft geen recht of plicht: soms is het niet haalbaar om de kindfuncties ter plekke te organiseren (te weinig animo, geen ruimte beschikbaar) en soms kunnen gebouwen in de nabijheid de kindfuncties ook prima huisvesten. De huisvesting van kindfuncties is hiermee altijd maatwerk en afhankelijk van de context. Bestaande schoolgebouwen: medegebruik / verhuur onder de WPO Voor zover leegstand in schoolgebouwen niet nodig is voor de scholen zelf, kan deze met instemming van het college van B&W tijdelijk in gebruik worden gegeven / worden verhuurd aan kinderopvang. Schoolbesturen maken dan afspraken met de kinderopvanginstelling over een vergoeding van de exploitatiekosten. Het vragen van huur voor door de gemeente gefinancierde ruimten is via jurisprudentie begrenst. Dit is het geval bij bestaande schoolgebouwen die enkel met als doel het huisvesten van onderwijs bekostigd zijn.
Bij medegebruik / verhuur onder de WPO is er geen sprake van huurbescherming en kan een ruimte weer worden ‘teruggevorderd’ als deze weer nodig is voor het huisvesten van onderwijs.
Renovatie schoolgebouwen: kostendekkende vergoeding Bij het renoveren van schoolgebouwen worden afspraken gemaakt met de aanbieder van kindvoorzieningen over de wenselijkheid van renovatie en de financiering van de renovatie van het door hun gehuurde gebouwdeel. Bij renovatie kan ook worden overwogen om een deel van het schoolgebouwen te onttrekken aan de onderwijsbestemming en als niet-onderwijsruimte te verhuren. Nieuwbouw schoolgebouwen: kostendekkende verhuur niet-onderwijsruimte In geval van nieuwbouw van een school, wordt per project bekeken of en op welke wijze brede kindfuncties hierin een plek krijgen, hoe dit gefinancierd wordt, hoe het eigendom wordt geregeld en hoe leegstandsrisico’s worden geregeld. Gesplitste eigendomsposities binnen gebouwen zijn doorgaans ongewenst. Om dit te voorkomen gaan sommige gemeenten over tot investeringen voor de kinderopvang, tegen de voorwaarde van langlopende (kostendekkende of marktconforme) huurcontracten. Vanwege de Wet Markt en Overheid mag hierbij geen sprake zijn van een oneerlijke concurrentie ten opzichte van particuliere vastgoedaanbieders. Bij de recente nieuwbouw van basisscholen in Baarn is aparte capaciteit gerealiseerd voor kinderopvang. Deze niet-onderwijsruimte kan niet zomaar teruggevorderd worden door de gemeente op het moment dat extra onderwijscapaciteit nodig is.
63
ve r ze ke r i n g . Verzekering op maat De wijze van verzekeren van een gebouw wordt aangepast aan de functie en levensduur van het gebouw. Opstal- en inboedelverzekering Voor de schoolgebouwen waarvan de gemeente economisch eigenaar is, is de gemeente verantwoordelijk voor het afsluiten van een opstal- en inboedelverzekering. De gemeente moet meer inboedel verzekeren dan alleen dat deel wat door de gemeente bekostigd is. In de praktijk is er namelijk vaak veel meer inventaris aanwezig in scholen dan volgens de ‘eerste en tweede inrichting’ normen. Te denken valt hierbij aan het vervangen van methodisch materiaal, schoolborden (krijtborden, whiteboarden, digitale schoolborden), aanschaf beamers, computers en het vervangen van meubilair. Voorwaarde hierbij is dat het met overheidsmiddelen is aangeschaft (rijk, gemeente, provincie, Europese subsidie et cetera). Daarnaast kan het zijn dat scholen inboedel met private middelen hebben geschaft. Dat moet apart in beeld gebracht worden. Voor dat deel is de gemeente niet verantwoordelijk, maar het is wel mogelijk om ook dit deel in dezelfde polis mee te nemen. Hierover maken de gemeente Baarn en het schoolbestuur dan aanvullende afspraken, bijvoorbeeld premieverdeling volgens verdeelsleutel. Schoolbesturen leveren één keer per drie jaar een actuele taxatie van de inventaris aan bij de gemeente.
Eventuele inventaris die niet met overheidsgeld is aangeschaft wordt apart in beeld gebracht. De gemeente past de verzekerde waarde aan op basis van de actuele taxaties.
Zonnepanelen Zonnepanelen leveren een belangrijke bijdrage aan het realiseren van (bijna) energieneutrale gebouwen. Bij nieuwbouw van een school worden zonnepanelen direct meegenomen in de opstalverzekering. Als zonnepanelen op een bestaand gebouw worden gerealiseerd, stemmen gemeente en schoolbestuur de onder andere de volgende aspecten met elkaar af: • Waar komt het eigendom te liggen? (gemeente, schoolbestuur, leverancier) • Waar ligt het aansprakelijkheidsrisico? • Wie verzekert de zonnepanelen?
64
6 p e rs p e c t i e f p e r ge b o u w.
65
G A S PA R D D E C O L I G N Y
LEERLINGENVERLOOP
RUIMTESALDO
Gaspard 350
700
300
600
250
500
200
400
150
300
100
200
50
100
0
0
2011
GEBOUWGEGEVENS
Schoolbestuur Vestigingsplaats Denominatie Concept Bouwjaar Leeftijd Omvang Renovatiejaar Uitbreiding(en) Boekwaarde Energielabel Medegebruik
PCBO Baarn-Soest Baarn Protestants-christelijk regulier 2016 5 jaar 1.362 m² BVO (onderwijscapaciteit) € 10.870.000 (= totaal Noorderbreedte) C nee (wel Kind & Co in niet-onderwijsdeel)
2021
2031
KWALITEITSWAARDERING
2041
2021
2026
2031
2036
VOEDINGSGEBIED
2041
P E R S P E CT I E F BASISSCHOOL GASPARD DE COLIGNY Analyse huisvesting • De school is sinds 2016 gehuisvest in een nieuw gebouw samen met jenaplanschool Montini en kinderopvang van Kind&Co. • Er is beperkt dubbel gebruik van ruimten binnen brede school Noorderbreedte. Kind&Co heeft bijvoorbeeld een eigen BSO-ruimte. • Het rendement van de zonnepanelen valt erg tegen, waardoor de exploitatielasten voor dit nieuwe gebouw toch hoog uitvallen. • De school is tevreden over het gebouw, met uitzondering van het binnenklimaat. Metingen hebben in het najaar van 2020 uitgewezen dat er sprake is van een te hoog CO2-gehalte in de lokalen. Uit nader onderzoek blijkt dat dit via het opnieuw inregelen van de huidige installatie voor mechanische ventilatie te verhelpen is. Het Sticht heeft hiervoor een plan opgesteld. Een in 2021 ingediende aanvraag voor een SUVIS-bijdrage is afgewezen. Mogelijk vallen de noodzakelijke aanpassingen nog onder de garantie van de huidige installateur. • De huidige onderwijscapaciteit is bepalend voor het aantal groepen en leerlingen op de scholen in het gebouw Noorderbreedte. Hierop wordt door beide scholen indien nodig gestuurd, zodat geen uitbreiding nodig is.