CConstaterende datBaarn
Koppel je AI →
Document · PDF

230629 Regionale Energie Strategie (RES) Regio Amersfoort rapportage RES 2.0 (833279)

Debat in de Raad 13 september 2023, gemeente BaarnBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Regionale Energie Strategie (RES) Regio Amersfoort rapportage: RES 2.024.737 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2030. De afspraak is om die als volgt te verdelen: •

Solar carports komen moeilijk van de grond door een toename van

•

Zon op dak (0,2 TWh)

materiaalprijzen en doordat er geen aparte categorie voor is in de SDE

•

Zon op veld (0,1 TWh)

regeling

•

Wind op land (0,2 TWh)

Van zon op dak is inmiddels meer dan een kwart gerealiseerd. Bovendien staat

•

Netcongestie zet een rem op de groei van zon op dak

Zon op veld

nogmaals ruim een kwart op de planning. Maar om de totale 0,2 TWh aan zon op dak te halen, is een versnelling hard nodig.

•

Voor zon op veld geldt dat een derde van het doel al gerealiseerd is of in de pijplijn zit.

•

Er is momenteel 0,03 TWh zon op veld gerealiseerd. Dit is circa 30% van de opgave uit de RES 1.0 (0,1 TWh)

Maar ook hier is duidelijk dat een forse versnelling nodig is om het totale doel te halen.

De projecten die in trede 1 zaten, zijn allemaal gerealiseerd. Er zijn geen nieuwe projecten in trede 1 bijgekomen of SDE++ subsidies voor zon op veld afgegeven

De stappen die nodig zijn om deze versnellingen voor zon op dak en voor zon op veld te

•

halen, hebben we beschreven in Deel B.

Gecorrigeerd met de realisatiegraad uit het begrippenkader zit er circa 0,001 TWh in de pijplijn

•

Een versnelling van bestaande projecten en/of een introductie van nieuwe producten is nodig

Er zijn nu in de regio nog geen windturbines geplaatst, maar er is wel voldoende potentie om de beoogde 0,2 TWh aan wind op land op te wekken. Ondanks de aanwezige potentie is het draagvlak broos, en bij sommige gemeenten zelfs afwezig,

Wind op land

om onze ambitie te realiseren. Hiervoor is duidelijk een inhaalslag voor nodig. De stappen die we hiervoor moeten zetten, zijn terug te vinden in Deel B.

•

In de regio Amersfoort is geen windturbine gerealiseerd

•

Een deel van de zoekgebieden wind op land in RES 1.0 is afgevallen door

Hieronder zetten we alle belangrijke punten en conclusies overzichtelijk per onderdeel op een rijtje:

moties en amendementen •

De bestaande wind op land-projecten en initiatieven hebben een potentiële opwek van 0,15 TWh, maar dit is beperkt tot locaties in de

Zon op dak

treden 3 en 4. Gecorrigeerd met de realisatiegraad uit het begrippenkader bedraagt de pijplijn 0,001 TWh

•

Er is momenteel 0,053 TWh grootschalige opwek zon op dak gerealiseerd

•

Van 2017 tot en met 2020 is de zonne-energie opwek op daken hard

Totaalbeeld regio Amersfoort

gestegen. Deze groei is echter geleidelijk afgezwakt sinds 2021

Figuur 8 en tabel 7 laten het verschil in verwachte opwek tussen de tredebenadering

Voor 0,03 TWh aan zon op dak-locaties is een SDE++ subsidie verleend,

en de rekenmethode van NP RES zien. In de tredebenadering is geen realisatiegraad

•

24 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

toegepast, waardoor de verwachte opwek van projecten/initiatieven volgens de

RES 1.0

RES 2.0 (tredebenadering)

rekenmethodiek van NP RES lager uitkomt. Een groot deel van de lopende projecten

RES 2.0 (Methode NP RES)

en bestaande initiatieven bevindt zich namelijk in de treden 3 en 4. Deze behoren bij

Trede 1

0,082

0,1130

Huidig

0,083

de rekenmethodiek van NP RES tot ambitie en worden niet meegeteld in de pijplijn.

Trede 2

0,187

0,1314

Pijplijn

0,008

Trede 3

0,199

0,2046

Trede 4

0,491

0,1630

Ambitie

0,521

Totaal aan projecten in TWh

0,959

0,612

Daarnaast is sprake van structurele netcongestie in de regio Amersfoort waardoor projecten in de pijplijn een nog lagere realisatiegraad toegedeeld krijgen. In de tredebenadering blijkt de totale opwek in de RES 2.0 0,612 TWh.

Opgave in TWh

Tabel 7: Tussenstand projecten tijdens RES 1.0 en tijdens RES 2.0 (februari 2023)

1,2 1 0,8 0,6 0,4 0,2 0 RES 1.0 (Tredenbenadering) Trede 1

Trede 2

RES 2.0 (Tredenbenadering) Trede 3

Trede 4

RES 2.0 (Begrippenkader) Huidig Pijplijn Aambitie

Figuur 8: Visualisatie totaal opwek tijdens RES 1.0 en tijdens RES 2.0 (februari 2023)

0,612

25 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

26 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

4. Netimpact analyse

4.1

Algemeen

Dit hoofdstuk beschrijft de impact van duurzame grootschalige opwek van elektriciteit op het netwerk van Stedin. Dit hoofdstuk is gebaseerd op de netimpact analyse die Stedin heeft opgesteld (versie 22 december 2022). De analyse is opgenomen in bijlage 6.

4.2

Samenvatting netimpact analyse

De belangrijkste punten uit de netimpact analyse van Stedin hebben we hieronder samengevat: •

Op een aantal stations treden knelpunten op als gevolg van opwek van elektriciteit (zie ook figuur 9)

•

Om de knelpunten voor zowel opwek als afname weg te nemen, is uitbreiding van vier stations en het bouwen van drie nieuwe stations noodzakelijk. Al deze investeringen zijn al opgenomen in het investeringsportfolio. De uitbreiding en nieuwbouw van stations vraagt de nodige ruimte en (ruimtelijke) procedures om dit te realiseren

•

De investeringen die nodig zijn voor extra aansluitcapaciteit binnen bestaande stations (= velden) zijn niet opgenomen in het investeringsportfolio. Nader onderzoek is nodig op welke termijn deze uitgevoerd worden. De doorlooptijd van het uitbreiden van velden is gemiddeld 2 tot 3 jaar

•

In sommige gevallen moet de investering van Stedin gereed zijn voordat er genoeg capaciteit en/of velden beschikbaar zijn voor een project. Het is daarom belangrijk om projecten tijdig aan te vragen, zodat samen gekeken kan worden of de planning van het project en de investering in lijn met elkaar zijn

•

De totale kosten bedragen circa 160 - 200 miljoen euro en er is circa 1,3 - 1,8 hectare ruimte nodig voor nieuwe netinfrastructuur. Stedin financiert deze kosten

27 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Figuur 9: Overzichtskaart netimpact versie 22 december

4.3

Aanbevelingen voor het vervolg

Stedin doet de volgende aanbevelingen: • •

De ambitie in deze RES regio mist concreetheid. Er zijn nauwelijks

•

plannen te concretiseren en uit te werken met de instrumenten in de

Onderzoek het verbeteren van de wind/zon verhouding (in de huidige

omgevingswet, wordt de zekerheid van realisatie vergroot. Bij voldoende

invulformulieren slechts 16% wind), aangezien dit om significant minder

zekerheid en concreetheid worden de benodigde netinvesteringen opgenomen in de investeringsportfolio;

netcapaciteit vraagt; •

Veranker de plannen zo snel mogelijk in het omgevingsbeleid. Door de

concrete projecten bekend of aangevraagd bij Stedin;

Netcapaciteit wordt steeds schaarser en daarom is het extra belangrijk om

•

Gezien het grote aandeel van grootschalig zon op dak adviseert Stedin

op zoek te gaan naar flexoplossingen (het beter afstemmen van afname

om de haalbaarheid hiervan nader te onderzoeken en instrumenten te

en opwek). Dit onderzoekt Stedin onder andere in samenwerking met de

ontwikkelen om de planbaarheid en stuurbaarheid van deze opgave

provincie Utrecht in de vorm van proeftuinen;

te vergroten.

28 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

5. Opgave Regionale Structuur Warmte (RSW)

5.1

Algemeen

De Regionale Structuur Warmte (RSW) maakt deel uit van de RES. Het doel van de RSW is het inzichtelijk maken van de warmtevraag, het warmte-aanbod en de mogelijkheden voor nieuw te ontwikkelen, bovengemeentelijke warmte-infrastructuur. De regio gaat in de RSW na of op lokaal niveau (in de Transitievisies Warmte van de gemeenten in de regio) gebruik kan worden gemaakt van warmtebronnen met bovengemeentelijke potentie. De RSW beschrijft de gezamenlijke kansen en uitdagingen om tot een optimaal gebruik en goede verdeling van de warmtebronnen te komen. De RSW geeft antwoord op de volgende vragen: • Wat betekenen de ambities in de lokale Transitievisies Warmte (TVW) voor de actualisatie van de RSW en de inzet van bovenlokale warmtebronnen voor de warmte-infrastructuur? • Welke denkrichtingen zijn er ontwikkeld voor de bovenlokale aspecten van de warmtetransitie en welke rol gaat de RES-samenwerking hierin vervullen?

Wat is de Transitievisie Warmte? Alle gemeenten hebben in 2021 een Transitievisie Warmte vastgesteld, dit is een afspraak uit het nationale Klimaatakkoord. In deze visie staat beschreven welke wijk wanneer van het aardgas afgaat en met welke duurzame bronnen deze wijken verwarmd kunnen worden.

In de RSW 1.0 is opgenomen dat bij de vaststelling van de RES 2.0 het volgende in beeld is gebracht: •

Duidelijkheid over de financiële en/of milieutechnische haalbaarheid van (ultra)diepe geothermie, waaronder de initiatievenvan Larderel Energy en Tullip Energy (zoekgebied regio Amersfoort)

•

Samen met de provincie en het waterschap de (regionale) mogelijkheden van aquathermie onderzoeken voor de Eem, het Eemmeer en het Valleikanaal

•

Onderzoek doen naar de mogelijkheden van Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) afkomstig van rioolwaterzuiveringsinstallaties

29 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Daarnaast voert waterschap Vallei en Veluwe een onderzoek naar de mogelijkheden van Geothermie, Aquathermie en Thermische Energie uit Afvalwater (TEA)

aquathermie voor het Valleikanaal. De verwachting is dat dit onderzoek rond de zomer van 2023 gereed is. Het waterschap doet dit onderzoek omdat het Valleikanaal door drie

Geothermie is een ander woord voor aardwarmte. Die warmte in de vorm van

regio’s en twee provincies loopt.

heet water ligt diep in onze bodem opgeslagen. Door dit warme water op te pompen, kun je bijvoorbeeld gebouwen verwarmen.

De uitkomsten van deze onderzoeken hebben we hierna samengevat.

Aquathermie is het duurzaam verwarmen of koelen met water. Dat water kan

Inventarisatie TVW’s

oppervlaktewater zijn, maar ook bijvoorbeeld afvalwater.

Uit de inventarisatie blijkt in hoofdlijnen het volgende:

Aquathermie is een duurzaam alternatief voor verwarming met aardgas. Een warmtepomp verwarmt het water en via een warmtenet wordt het warme water

•

naar de afnemers (woningen of bedrijven) vervoerd.

De nationale doelstelling is dat in de provincie Utrecht voor 2030 ruim 110.000 woningen aardgasvrij zijn. Voor de regio Amersfoort betekent dit 25.000 aardgasvrije woningen;

Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) is warmte die uit afvalwater of

•

rioolwater wordt gewonnen. Die warmte is te gebruiken voor het verwarmen van nabijgelegen gebouwen of woonwijken.

In de regio Amersfoort zijn 135.000 woningen aanwezig. Voor het overgrote deel (92%) is onbekend of onzeker wat het alternatief voor aardgas wordt;

•

Om bijdrag te kunnen leveren aan de nationale doelstelling, moeten er voor 25.000 woningen in de regio Amersfoort concretere plannen worden gemaakt.

In de RES 1.0 is afgesproken om voor de RES 2.0 te onderzoeken welke kansrijke

Een versnelling is nodig om de doelen te halen. Een regionale samenwerking helpt om

bronnen op regionale schaal beschikbaar zijn. Na vaststelling van de RES 2.0 brengen

deze versnelling te stimuleren. In deel B geven we invulling aan deze aanbeveling.

we in beeld of en hoe de regionale bronnen bijdragen aan de warmtetransitie.

5.2

Actualisatie RSW en TVW

In de RSW 1.0 is een inventarisatie gemaakt van de aanwezige bovenlokale

Mogelijkheden voor diepe geothermie Aan de hand van seismische informatie is de potentie van de bodem voor geothermie in beeld gebracht. De voornaamste conclusies uit dit onderzoek zijn:

warmtebronnen in de regio Amersfoort. In de RSW 2.0 wordt deze input geactualiseerd aan de hand van de input van de lokale Transitievisies Warmte (TVW)

•

en uitvoeringsplannen van de gemeenten. Op regionale en provinciale schaal zijn de volgende inventarisaties en onderzoeken uitgevoerd:

Regio Amersfoort heeft in vergelijking met de rest van de provincie Utrecht relatief veel potentie voor diepe geothermie

•

Binnen de regio ligt de meeste potentie waarschijnlijk in de gemeenten Woudenberg, Leusden en gedeeltelijk in Amersfoort en Soest

•

Een proefboring en seismisch onderzoek is noodzakelijk om de potentie

•

Inventarisatie van de TVW’s en stand van zaken ten aanzien van de opgave

•

Onderzoek naar de technische mogelijkheden van diepe geothermie

nader in beeld te brengen. Op dit moment verkent de provincie de

•

Regionale mogelijkheden van aquathermie voor de Eem

mogelijkheden voor een proefboring in de regio

•

Regionale mogelijkheden van aquathermie voor het Eemmeer

•

Verschillende onderzoeken naar de mogelijkheden van Thermische

geothermie als warmtebron in te zetten voor gebieden waar geen

Energie uit Afvalwater (TEA) afkomstig van rioolwaterzuiveringsinstallaties

initiatieven voor geothermie zijn ondernomen

•

Het onderzoeksbureau verwacht dat minimaal 10 jaar nodig is om

30 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

De Eem als regionale bron voor aquathermie

Eemmeer als regionale bron voor aquathermie

Bij het onderzoek naar de mogelijkheden voor de Eem als regionale bron zijn kansrijke

Voor de gemeenten Bunschoten en Amersfoort is een analyse uitgevoerd op wijkniveau

wijken geïdentificeerd voor de gemeenten Baarn, Eemnes, Soest en Amersfoort.

naar de mogelijke inzet van warmte uit het Eemmeer. Uit het onderzoek blijkt dat een

Vanuit de bronnenanalyse is duidelijk dat de warmtepotentie groot is. Bij maximale

drietal wijken in Amersfoort en een viertal wijken in Bunschoten het meest geschikt zijn

benutting van de Eem kunnen in theorie meer dan 20.000 woningen worden

voor collectieve warmte uit het Eemmeer. Wel is van belang dat nader onderzoek wordt

verwarmd met aquathermie. Daarnaast biedt de RWZI in Soest nog een warmtebron

gedaan op verschillende systeemonderdelen omdat er in de huidige fase nog grote

voor ongeveer 2.000 extra woningen. Voor grootschalige toepassing van aquathermie

onzekerheden zijn over financiën, ecologie en potentiële afnemers.

is het echter belangrijk dat de energievoorziening betaalbaar blijft en competitief is met andere warmteconcepten.

Het advies is een vervolgonderzoek uit te voeren naar een potentiële implementatie van een systeem van thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) in het Eemmeer omdat

Om die reden is voor verschillende kansrijke wijken in de gemeenten een business

in deze fase niet de conclusie kan worden getrokken of een dergelijk TEO-systeem de

case opgesteld. Door de resultaten tussen de verschillende wijken te vergelijken,

voorkeur heeft boven alternatieve warmtebronnen.

wordt duidelijk onder welke randvoorwaarden de toepassing van aquathermie wenselijk is. Uit de resultaten blijkt dat de afstand van een wijk tot de Eem hierin een

De financiële analyse laat zien dat een snelle realisatie van alle geselecteerde wijken

zeer bepalende factor is. Voor de gemeenten Eemnes en Soest is gebleken dat de

in één keer een schaalvoordeel kan opleveren. Echter, dergelijke TEO-projecten van

kosten per woning gereduceerd kunnen worden als er direct een bronleiding wordt

deze schaal met overwegend bestaande bouw zijn nog niet toegepast in Nederland.

aangelegd voor meerdere clusters. Een tweede bepalende factor is de keuze voor het

Daarom is het advies om te starten met een pilot in één of twee wijken om een verdere

type warmtenet. Uit de resultaten blijkt dat de keuze voor een bronnet economisch

uitfasering mogelijk te maken.

gezien wenselijker is. Dit vergt aan de voorkant wel extra maatregelen voor het maken van de juiste woonaanpassingen om woningen geschikt te maken voor verwarming op lage temperatuur. Een laatste bepalende factor is het percentage woningen in een wijk dat aan wil sluiten op het warmtenet. Om deze reden is het belangrijk dat de informatievoorziening richting bewoners op orde is, zodat bewoners begrijpen welke voor- en nadelen het heeft om op een bronnet aan te sluiten. De bewonersparticipatie wordt ook bevorderd als de kosten niet te hoog zijn en competitief is met andere technieken. Het onderzoek is zodanig opgesteld dat de uitkomsten van de verschillende wijken goed met elkaar te vergelijken zijn. De vergelijking maakt duidelijk dat de wijk Eemdal-Noord in Baarn en de nieuwbouwwijken in Amersfoort het meest kansrijk zijn voor de toepassing van aquathermie uit de Eem. Deze wijken liggen dicht bij de Eem en hebben woningen met een hoge isolatiegraad. Bij een nadere analyse zijn er misschien ook mogelijkheden voor Eemnes.

31 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

32 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

6. Participatie, maatschappelijk draagvlak en bestuurlijke samenwerking

33 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

6.1.

Participatie regionale stakeholders

participatie plaatsgevonden bij de opstelling van de uitnodigingskaders (zie uitleg in

De energietransitie is niet alleen een technisch, infrastructureel en economisch

paragraaf 2.2) van de gemeenten Soest, Leusden, Woudenberg en Baarn. Daarnaast is

vraagstuk, het is vooral ook een vraagstuk voor onze hele samenleving. Het is een

eind 2022, na het vaststellen van een vormvrije m.e.r.-beoordeling, een communicatie-

ingewikkelde uitdaging en omdat het effect heeft op onze leefomgeving en levens,

en participatietraject voor de beoogde twee windturbines op industrieterrein Isselt in

is het belangrijk dat iedereen die wil meedoen, ook mee kan doen. Zowel meedoen

Amersfoort gestart. In 2022 is ook het project OER A28 Amersfoort - Utrecht gestart

in het proces om te komen tot een besluit, als meedelen in de opbrengst van de

door Rijkswaterstaat. Dit project werkt aan het zoekgebied langs de A28 en De

energieopwek. Dat betekent dat we moeten organiseren dat we belangen, zorgen en

Vlasakkers. De betreffende gemeenten nemen deel aan dit project, maar de regie van

ideeën van de samenleving ophalen en in de plannen verwerken. Dat doen we door op

de participatie ligt bij het projectteam van Rijkswaterstaat.

verschillende momenten met inwoners in gesprek te gaan, maar ook door het mogelijk te maken dat belanghebbenden het bestuur adviseren.

Om de samenhang tussen de verschillende projecten in participatie en communicatie

Belanghebbenden die een lokaal of eigen belang vertegenwoordigen, krijgen een plek

te bewaken, is in 2022 een nieuwe website voor de RES regio Amersfoort live gegaan:

in het participatieproces zodra een zoekgebied een project wordt. Regionale belanghebbenden vertegenwoordigen meer algemene, regionale belangen

www.resregioamersfoort.nl

in de RES. Om het gesprek met deze regionale stakeholders steviger in het proces

6.3

te borgen, is in 2022 een stakeholderoverleg in het leven geroepen. Het doel van het

Als regio werken de verschillende gemeenten samen op uiteenlopende thema’s. Voor de

Regionale samenwerking

stakeholderoverleg is om te reflecteren op de energietransitie en de bestuurders van de

RES is deze samenwerking van de 7 gemeenten (Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes,

RES Amersfoort op strategisch niveau te adviseren.

Leusden, Soest en Woudenberg) uitgebreid met de provincie Utrecht, Stedin en het waterschap Vallei en Veluwe. Zowel het waterschap als de provincie kijken over de regiogrenzen

Deelnemende partijen zijn: Natuur & Milieu Utrecht, de samenwerkende lokale

heen en leggen de RES meteen ook langs de Provinciale Omgevingsvisie/verordening en

energiecoöperaties in de provincie vertegenwoordigd in Energie van Utrecht en de

het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) van het waterschap. Stedin zit ook vanaf de start

regionale vertegenwoordigers van Jong RES, LTO, Extinction Rebellion en Windalarm.

aan tafel. We kunnen de RES-opgave namelijk niet zonder Stedin realiseren. Stedin gaat in

Werkgeversorganisatie VNO-NCW en de Samenwerkende Woningcorporaties Eemland

de regio over de energie infrastructuur en helpt om zicht te krijgen op hoe de grootschalige

en Gelderse Vallei (SWEV) zijn agendalid. Deze belanghebbenden hebben in een

opwek van zonne- en windenergie straks wordt aangesloten op het net. Samen met hen

raadsinformatiebijeenkomst op 22 november 2022 hun visie op de energietransitie

kijkt de regio waar capaciteit is op het netwerk, waar uitgebreid kan worden en waar we in

aan volksvertegenwoordigers toegelicht. Aan hen is ook gevraagd om een advies uit

de toekomst eventueel een nieuw (hoogspannings)station nodig hebben.

te brengen over de voortgangsrapportage RES 2.0 (zie bijlage 7). Op 20 maart 2023 hebben de stakeholders dit advies besproken met de bestuurders van de RES regio.

Daarnaast is zowel op bestuurlijk als ambtelijk niveau de samenwerking gezocht met de

Met het stakeholderoverleg wordt in 2023 verder gewerkt aan het versterken van de

aangrenzende RES-regio’s -RES U16, RES Foodvalley, RES Noord-Holland Zuid en RES Flevo-

participatie op het gebied van representatie en vernieuwen van werkvormen.

land- en met aangrenzende netbeheerders, zoals Liander. Tijdens de verschillende bijeen-

6.2.

Lokale participatie

komsten is kennis en ervaring uitgewisseld over de inrichting van participatie, communicatie en de denkrichtingen voor de inhoudelijke keuzes.

Lokale stakeholders hebben een directer belang bij een zonne- of windenergie opweklocatie. De gemeente waar het project plaatsvindt, zorgt voor het

De afgelopen twee jaar is ook op bestuurlijk niveau en vanuit het programmateam regel-

participatieproces met deze belanghebbenden. De afgelopen 2 jaar heeft lokale

matig contact geweest met het NP RES en het ministerie van Binnenlandse Zaken en het

34 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

ministerie van Economische Zaken. Verschillende leden van het programmateam heb-

6.5

ben deelgenomen aan kennissessies van het NP RES, de bestuurlijke programma’s en

Bij de inrichting van de governancestructuur is ervoor gekozen om per gemeente

de workshops.

één bestuurder deel te laten nemen aan het Bestuurlijk Overleg (BO-RES). Het BO-

6.4

Betrokkenheid netbeheerder Stedin

Bestuurlijk overleg

RES bestaat daarmee uit zeven gemeentelijke bestuurders, een gedeputeerde van de provincie Utrecht, een heemraad (bestuurslid van het waterschap) namens waterschap

Bij de inrichting van de governance structuur is ervoor gekozen om Stedin in alle lagen

Vallei en Veluwe en een directielid van Stedin. Een onafhankelijk voorzitter zit het BO-

van de structuur toe te voegen. Een van de directieleden van Stedin neemt vanaf de

RES voor. Met deze structuur leggen we de verbinding tussen elke bestuurder van het

start deel aan het Bestuurlijk Overleg RES (BO-RES). Stedin neemt ook deel aan het

BO-RES en de afzonderlijke colleges en dagelijkse besturen.

ambtelijk kernteam waar de inhoudelijke voorstellen en keuzes zijn voorbereid en aan de verschillende expertsessies die zorgen voor de verdiepingsslag om te komen tot de

Vanaf de start van het proces zijn de raads-, staten- en AB-leden regelmatig

denkrichtingen en kansrijke zones. Stedin heeft tijdens de verschillende overleggen

geïnformeerd over de stand van zaken rond de totstandkoming van de RES. In de

inzichten verstrekt over hoe de grootschalige opwek van duurzame energie past bij de

periode van RES 1.0 tot RES 2.0 hebben we vier informatiebijeenkomsten georganiseerd

mogelijkheden van de bestaande en toekomstige netinfrastructuur. Daarnaast heeft

voor volksvertegenwoordigers om hen goed en regelmatig te informeren over de stand

Stedin bij verschillende informatiebijeenkomsten van inwoners en belanghebbenden

van zaken rond de RES. Deze bijeenkomsten hebben plaatsgevonden op:

een presentatie gegeven over het belang van systeemefficiëntie (zie kadertekst) en de mogelijkheden binnen de huidige netinfrastructuur in de regio Amersfoort.

•

17 februari 2022: de volksvertegenwoordigers zijn tijdens een onlinebijeenkomst geïnformeerd over de uitkomsten van de RSW

• Wat is systeemefficiëntie?

19 september 2022: de volksvertegenwoordigers zijn tijdens een live bijeenkomst geïnformeerd over de voortgang van de opgave en zij hebben hun zorgen en ideeën over de energietransitie gedeeld (zie bijlage rode draad opbrengst)

Om overbelasting van het elektriciteitsnetwerk tegen te gaan en ervoor te zorgen dat alle nieuwe initiatieven aangesloten kunnen worden op het

•

22 november 2022: verschillende stakeholders hebben tijdens een live bijeenkomst hun visie op de RES gepresenteerd en de

bestaande net is systeemefficiëntie nodig.

volksvertegenwoordigers konden met hen het gesprek hierover aangaan Het idee achter systeemefficiëntie is alle verschillende onderdelen van het

•

17 april 2023: de volksvertegenwoordigers kregen tijdens een live

hele energiesysteem zo goed en slim mogelijk op elkaar af te stemmen. Dat

bijeenkomst de gelegenheid hun perspectief op de RES te pitchen en

kan door het voorkomen van pieken op het net en door ervoor zorgen dat het

ze zijn geïnformeerd over de voortgangsrapportage RES 2.0. Ook is een

transport van energie over zo kort mogelijke afstanden plaatsvindt, bijvoorbeeld

toelichting gegeven over het initiatief van de provincie Utrecht om de

door vraag en opwek dicht bij elkaar te plaatsen. Of door het efficiënt

mogelijkheden voor windenergie nader in kaart te brengen

gebruiken van het net door bijvoorbeeld windenergie en zonne-energie op één netaansluiting te combineren.

35 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

36 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

7. Conclusie

37 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Deze voortgangsrapportage RES 2.0 geeft antwoord op de volgende vragen:

Extra inzet en intensivering is nodig om de opgave van de RES te realiseren. In deel B hebben we uitgewerkt welke acties nodig zijn om de opgave te realiseren.

• • •

7.1

Ligt de regio op koers om in 2030 0,5 TWh grootschalige duurzaam opgewekte elektriciteit te realiseren?

7.2

Zitten er voldoende elektriciteitsprojecten in de pijplijn waarvoor in 2025

Uit de voortgangsrapportage blijkt dat er een aantal regionale bronnen beschikbaar zijn

een vergunning kan worden aangevraagd?

om nader uit te werken. De Eem en het Eemmeer kunnen een substantiële bijdrage

Zijn er regionale warmtebronnen beschikbaar die bijdragen aan de

aan de warmtetransitie. Ook blijkt dat geothermie in de (verdere) toekomst deel kan

warmtetransitie?

uitmaken van de bronnenmix. Een andere bron is mogelijk groen gas waarvan inzet op

Elektriciteit

Warmte

lokale en regionale schaal een optie kan zijn. Bij gebruik van dergelijke bronnen is een warmtenet (en bij groen gas handhaven van het bestaande aardgasnet) noodzakelijk.

De belangrijkste conclusie is dat de voortgang in de RES stagneert. Op dit moment zijn er vrijwel geen concrete projecten in de pijplijn. Ook de rekenmethodiek van NP RES bevestigt dit. Hieruit blijkt dat 1,5% van de opgave in de pijplijn zit. De verwachte

Groen gas

opwek is met toepassing van het begrippenkader ca. 0,091 TWh in 2030. Wanneer we de

Uit een eerste analyse blijkt dat groen gas een interessante optie is om

tredebenadering (volgens de RES 1.0) hanteren, zit 21% van de opgave in trede 2 ‘richting

verder uit te werken. Groen gas is gas uit biomassa, zoals restafval uit voedsel,

uitvoering’, maar dat betreft voor ¾ zon op dak. De resterende ¼ betreft zon op veld en

plantenresten of mest. Groen gas kan ook een aantrekkelijk verdienmodel voor

er zitten geen wind op land-projecten in trede 2. Er zijn op dit moment onvoldoende

de landbouw zijn.

projecten in de pijplijn waarvan de verwachting is dat in 2025 een vergunning wordt aangevraagd. Wel blijkt uit de voortgangsrapportage dat er een (potentiële) voorraad is aan projecten

Het Rijk heeft ook een versnelling aangekondigd voor de warmtetransitie. Wanneer

in trede 3 ‘onderzoeksfase’ en in trede 4 ‘verkenningsfase’. Dit biedt mogelijk ruimte voor

de doelstelling van het Rijk wordt vertaald naar onze regio moet voor 2030 moeten

initiatiefnemers om met concrete plannen te komen. Maar het aantal initiatiefnemers

in de regio Amersfoort 25.000 woningen zijn verduurzaamd en gasarm of gasloos

dat zich meldt met een initiatief is beperkt. Dat initiatiefnemers (erg) terughoudend

zijn gemaakt. Dit vraagt om een versnelling. In deel B hebben we uitgewerkt hoe de

zijn, heeft mogelijk de volgende oorzaken:

regionale samenwerking kan bijdragen aan deze versnelling.

•

Het afkondigen van netcongestie (zie uitleg in paragraaf 2.2) eind 2021, waardoor het moment van aansluiten (te) onzeker is.

•

Bij een aantal gemeenten in de regio is (grote) terughoudendheid voor zon op veld en wind op land. Dat schrikt initiatiefnemers mogelijk af.

•

Binnen de spelregels van de uitnodigingskaders is de business case voor concrete projecten niet haalbaar.

•

In de regio zijn er onvoldoende energiecoöperaties die in staat zijn om (relatief) omvangrijke projecten te ontwikkelen.

38 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Bijlagen

Bijlage 1: Gemeente

Overzicht samenvatting coalitieakkoorden Inhoud coalitieakkoord op hoofdlijnen

Amersfoort

We inventariseren de potentie voor zon op dak, dubbel gebruik van ruimte en ruimte langs infrastructuur om de natuur en het landschap te ontzien. Als we niet kunnen voldoen aan doelstellingen uit de RES, voor wat betreft zonnestroom, gaan wij met inwoners en (natuur) organisaties in gesprek over wat er nog meer nodig is. We gaan door met de initiatieven voor windenergie. We zullen daarin de adviezen over gezondheid van omwonenden vanuit het rijk meenemen. Daarnaast maken we een bronnenstrategie voor de stad waarin we inzetten op alternatieve duurzame bronnen zoals restwarmte, zonnewarmte, geothermie, aquathermie.

Baarn

De komende vier jaar richt de inzet zich op het maximaliseren van zon op daken van huizen, overheidsgebouwen, bedrijfspanden en parkeerterreinen. Op basis daarvan blijkt wat aanvullend nog nodig is. In deze raadsperiode realiseren we geen zonneweides op agrarische en/of natuurgronden. Als blijkt dat er onvoldoende alternatieven zijn, is nader onderzoek als basis voor planvorming wel mogelijk.

Bunschoten

We zetten ons ervoor in dat voor het jaar 2035 alle woningen, bedrijven en gebouwen duurzaam zijn geïsoleerd. Binnen de Regionale Energiestrategie (RES) dienen de 30 energieregio’s in Nederland te onderzoeken waar en hoe het best duurzame elektriciteit opgewekt kan worden via wind en zon. We zetten ons daarbij in voor de bescherming van het Eemmeer, de Eempolders en de Natura2000- en weidevogelgebieden. Daarom zetten we in eerste instantie zoveel mogelijk in op zon-op-daken.

Eemnes

Inzet op Zon op Dak (woningen, publieke gebouwen, bedrijven en boerderijen). Een tweede zonneveld is bespreekbaar als blijkt dat in 2024 er nog geen boringen plaats gaan vinden voor geothermie. Eemnes ziet perspectief van (ultra) diepe geothermie als een regionale oplossing voor een collectief warmtenet. De boringen hiervoor in de oksel van de A1 en A27 zullen volgens de huidige planning in 2024 worden uitgevoerd.

Leusden

Wij zetten in op zon op dak én vlak. Er is nog veel ruimte in de versteende omgeving van de gemeente Leusden om te gebruiken voor energieopwekking. Door de verstopping van het energienetwerk, met een ander woord netcongestie genoemd, zijn grootschalige zonneweides en windturbines de komende periode niet realistisch. Wij zetten in op het -zoveel als mogelijk- wegnemen van barrières en drempels, zodat eigenaren de energie- en warmtetransitie van hun woningen, kantoren en bedrijven maximaal kunnen oppakken.

Soest

Inzet op stimulering zonnepanelen op daken (woningen en bedrijven). Wij staan terughoudend tegenover de plaatsing van Windturbines en zonnevelden. Wij zullen de uitkomsten van lopende onderzoeken kritisch beoordelen op de consequenties voor gezondheid en leefbaarheid. Inzet op stimuleringsprogramma isolatie van woningen (met onder andere inzet van woningcorporaties, energiecoaches, financiële ondersteuning indien noodzakelijk, duurzaamheidsleningen), waarbij prioriteit wordt gegeven aan woningen met een laag energielabel.

Woudenberg

Inzet op Zon op Dak. We nemen onze verantwoordelijkheid en zullen in de regio daarin een stevige rol pakken, waarbij de uitwerking van de RES niet onevenredig ten koste mag gaan van Woudenbergs grondgebied. Verduurzaming moet voor de inwoners betaalbaar zijn. We werken aan de warmtetransitie, waar mogelijk gaan huizen van het gas af, mits dit betaalbaar is voor de bewoners. Voor de warmtetransitie benutten we innovatieve oplossingen zoals aquathermie, rioolwarmte, biogas.

39 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Bijlage 2 Gemeente

: Impact van uitnodigingskaders Nieuw ingebracht via uitnodigingskaders

Oppervlak zon

Zoekgebieden en/of locaties voor windturbines

Amersfoort

Kader Amersfoort (2017) biedt nog ruimte voor circa 20 ha zon op veld. Dit is inclusief de projecten opgenomen in RES 1.0

Circa 20 ha

Isselt, Poort van Amersfoort, De Vlasakkers en A28

Baarn

Totale ambitie zon op veld in Baarn in het vastgestelde uitnodigingskader is 77 ha. Tijdens ijkmoment 1 waren er circa 3 concrete zoekgebieden/ initiatieven. In het nieuwe coalitieakkoord is opgenomen dat er enkel wordt ingezet op zon op dak. Wel mogelijkheden voor zon op veld langs de A1

N.t.b. langs de A1

n.v.t.

Bunschoten

Uitwerking ‘Afwegingskader voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit’ Bunschoten -Uitnodigingskader biedt ruimte voor zonnevelden langs de A1. Daarnaast worden de mogelijkheden voor de opwek van zonne-energie bij het aanbiedstation aan de Groeneweg onderzocht en verder uitgewerkt op het moment dat hier initiatieven voor ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden”

Maximaal 94 ha. Er is van uitgegaan dat 50% van de zoekgebieden wordt voorzien van PV panelen

n.v.t.

Eemnes

De gemeenteraad van Eemnes heeft geen vastgesteld uitnodigingskader. Wel heeft de raad met de brief van 30 november 2022 de mogelijkheid geboden om middels een voorverkenning de mogelijkheden van zon op veld langs de A1 te verkennen

N.t.b. langs de A1

Leusden

Door de gemeenteraad is eind 2021 een uitnodigingskader voor zon op land vastgesteld. Daarnaast heeft de gemeenteraad het besluit genomen om de mogelijkheden voor wind langs de A28 in beeld te brengen. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 is een coalitieakkoord opgesteld waarbij is afgesproken om het uitnodigingskader voor zon op land te herzien

A28

Soest

Uitnodigingskader vastgesteld en zoekgebieden reeds opgenomen in de RES en in deze voortgangsrapportage

De Vlasakkers A28

Woudenberg

Het afwegingskader voor zon en wind wordt mogelijk maart 2023 vastgesteld door de gemeenteraad. Hierin komen geen nieuwe locaties voor wind en mogelijk een maximum voor zon op veld

N.t.b.

A12 + Buitengebied Woudenberg

40 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Bijlage 3: Verschil tredebenadering RES 1.0 en rekenmethodiek NP RES Onderdeel

Trede regio Amersfoort

Fasering Begrippenkader NP RES

Toelichting

Ambitie

4

Niet uitgewerkt

Het deel van de ambitie zonder toedeling naar zoekgebieden of andere beleidsmatige ruimtelijke verankering door het bevoegd gezag

3 of 4

Uitgewerkt

Het deel van de ambitie met toedeling naar zoekgebieden of andere beleidsmatige ruimtelijke verankering door het bevoegd gezag

Restant van 1, 2 en 3

T.g.v. Realisatiegraad in pijplijn

Het resterende gedeelte van de (verwachte) productie van initiatieven in de pijplijn blijft onder ambitie. Als gevolg van de realisatiegraad mag dit deel nog niet in de pijplijn meegerekend worden

3

Voortraject

Vanaf een (concreet) initiatief of bij een start van een maatschappelijke tender

2

Vergunningaanvraag

Vanaf reguliere vergunningaanvraag

1

Vergunningverlening

Vanaf herroepelijke vergunningverlening

1

Subsidiebeschikking en bouw

Vanaf subsidiebeschikking tot en met fysieke opstelling en afronding bouw

1

Huidig

Omschrijft installaties die volledig gerealiseerd en in bedrijf zijn, waarbij sprake is van daadwerkelijk vermogen en productie

Pijplijn

Huidig

41 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Bijlage 4: Lijst met opweklocaties zon op veld

Realisatie na 2030 Zon op veld initiatieven

Mogelijke realisatie voor 2030 in TWh Zon op veld initiatieven

Opwek RES 1.0

RES 2.0 Tredebenadering

RES 2.0 gerealiseerd (obv realisatiegraden rekenmethode NP RES)

Gerealiseerde initiatieven (SDE++ Jan 2023)

0,006

0,03

0,03 (Huidig; 100%)

Zon langs A28

0,03

0,03

0

Zon langs A1

0,02

0,02

0

Zonneveld Vathorst Noord - Amersfoort1

0,01

0,01

0

Zonneveld ijsbaan Baarn

0,001

0,001

0,0001 (Voortraject; 10%)

Leusden uitnodigingskader 'zonneladder’ 15 ha zonnevelden

X

Uitnodigingskader Baarn (77 ha)

X

0,077

0

Zonneveld aanbiedstation Bunschoten

X

0,01

0

Zonnevelden LeusdenEmelaarseweg

X

0,013

Zon in bermen langs provinciale wegen

0,09

Zonnevelden op vuilstorten Natuur en Milieufederatie Utrecht (NMU)

0,02

Regio totaal

0,11

Afgevallen projecten Zon op veld initiatieven

Lopende initiatieven (SDE++ Jan 2023)

0,0008 (Vergunningsaanvraag; 40%)

0,005

X

0,24

0,0308

In het coalitieakkoord is aangegeven dat deze on-hold staat

Opwek RES 1.0 (TWh)

Reden voor wijziging

-

Er zijn geen nieuwe SDE++ subsidies voor zon op veld projecten geregistreerd

0,007

Zonneveld op deze locatie is geen optie gebleken

0,03

Vanwege amendement windturbines en zonnevelden onder paraplu van uitnodigingskader (Leusden)

0,008

Dit initiatief heeft geleid tot project ‘Emelaarseweg’ en de resterende opwek is opgenomen in het uitnodigingskader.

0,05

Vanwege amendement windturbines en zonnevelden onder paraplu van uitnodigingskader (Leusden)

Zonnevelden rand Eempolder

0,03

SGP amendement RES 1.0 Geen opwek van zon- en windenergie in Eempolder en Eemmeer (Bunschoten)

Regio Totaal

0,125

Intensivering zonnevelden Gelderse vallei

Twee zonnevelden Leusden

Zonnevelden in Gelderse Vallei

X

1

PM

0

Uitbreiding zonneveld Eemnes (deel 2)

Regio totaal

Zon langs A12

Zonneveld Zielhorsterweg

0,002

Opwek RES 1.0 (TWh)

42 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Bijlage 5: Lijst met opweklocaties wind op land Mogelijke realisatie voor 2030 in TWh Wind op land initiatieven

Mogelijke realisatie voor 2030 in TWh

Opwek RES 1.0

RES 2.0 Tredebenadering

RES 2.0 gerealiseerd (obv realisatiegraden rekenmethode NP RES)

Windturbines Poort van Amersfoort

0,018

0,018

0

Windturbines Isselt

0,012

0,012

0,0012 (voortraject; 10%)

Windturbines De Vlasakkers

0,05

0,03

Wind langs A28

0,06 0

Windturbines in Soest ten westen van Isselt Regio totaal

Wind op land initiatieven

Opwek RES 1.0 (TWh)

Reden voor wijziging

Wind langs A12

0,05

Deze zijn onderzocht, maar dat heeft niet tot uitspraken geleid, wordt in 2023 via PlanMER provincie vervolgd. Opgenomen in trede 4

Windturbines (Woudenberg) ten zuiden van Scherpenzeel (NMU)

0,034

0

Deze zijn onderzocht, maar dat heeft niet tot uitspraken geleid, wordt in 2023 mogelijk via PlanMER provincie vervolgd

0,06

0

0,034

0,03

0

Windturbines A27 ten zuiden van Eemnes

Afgevallen, amendement geen zon- en windlocaties verkennen op Eemnesser grondgebied (Eemnes)

Windturbines Gelderse Vallei

0,034

Afgevallen, vanwege amendement windturbines en zonnevelden onder paraplu van uitnodigingskader (Leusden)

Windturbines A27 ten noorden van Eemnes

0,034

Afgevallen, amendement geen zon en windlocaties verkennen op Eemnesser grondgebied (Eemnes)

Windturbines noordzijde A1 (in Eemnes) ten noorden van Baarn

0,034

Afgevallen, amendement geen windturbines langs A1 (in Eemnes) ten noorden van Baarn (Baarn) en amendement geen zon en windlocaties verkennen op Eemnesser grondgebied (Eemnes)

Windturbines ten noordwesten van Isselt

0,034

Afgesproken is dat eerst de windturbines bij Isselt worden gerealiseerd. In een later stadium wordt naar deze locatie gekeken. Daarom gezet op periode na 2030

Windturbines ten zuidoosten van Woudenberg

0,017

Wordt bekeken in afwegingskader Woudenberg

Regio totaal

0,271

0,15

Vanaf herroepelijke vergunningverlening

43 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Bijlage 6: Netimpact analyse Stedin

NETIMPACT REGIO AMERSFOORT 22 december 2022

1

44 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

2

45 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

1. INTRODUCTIE Doel Om te zorgen dat de energie-infrastructuur in de toekomst betaalbaar, betrouwbaar en toegankelijk blijft voor iedereen en op de gewenste locaties, is het belangrijk om de impact van regionale keuzes op de energie-infrastructuur inzichtelijk te maken. Dit document beschrijft de impact van de plannen voor grootschalige zon en wind uit Regionale Energie Strategie (RES) op de energie infrastructuur. Deze informatie kan door de RES-regio gebruikt worden om de plannen te optimaliseren. Om de netimpact te bepalen gebruikt uw netbeheerder de aangeleverde data van de regio voor de thema’s opwek en mobiliteit, aangevuld met datasets vanuit de netbeheerder op segmenten die niet door de regio zelf zijn aangeleverd voor deze analyse (onder andere de warmtetransitie en nieuwbouw). Op basis daarvan wordt met rekenmodellen en experts de impact op de infrastructuur bepaald. Vervolgens geven we aan welke knelpunten optreden en welke oplossingen nodig zijn om deze knelpunten weg te nemen. Daarnaast doen we aanbevelingen om de netimpact te verminderen en daarmee de haalbaarheid van de RES-opgave te vergroten. Gezamenlijk uitvoeringsprogramma voor realisatie RES Een uitvoerbare RES vraagt ook om het programmeren van plannen in de tijd. Uitbreiding van de energie-infrastructuur kent langere doorlooptijden dan de ontwikkeling van duurzame opwek.

Daarnaast vragen ook vraagsectoren om significante netuitbreidingen. Een gezamenlijk uitvoeringsprogramma waarin uitbreiding van energie-infrastructuur, de ontwikkeling van vraagsectoren en ontwikkeling van duurzame opwek logisch op elkaar aansluiten is daarom essentieel.

Uitgangspunt berekening In de rapportage gaan we voor opwek (en dus niet bij de elektriciteitsvraag) uit van het inzetten van de reservecapaciteit/vluchtstrook (de N-0 capaciteit van een station wordt toegepast). Daarnaast houden we rekening met het aftoppen van grootschalig zon conform de richtlijnen in de SDE++ subsidieregeling 2022 (50%). We houden in de rapportage nog geen rekening met de mogelijke extra capaciteit die ontstaat door het inzet van congestiemanagement. Indien congestie zich voordoet, zal dit voor deze locatie nader worden onderzocht in het congestieonderzoek. Daarnaast is congestiemanagement een tijdelijke maatregel ter overbrugging van de netverzwaring.

Disclaimer Deze rapportage is met zorg samengesteld om het RES-bod en de realisatie daarvan verder te ontwikkelen. De rapportage geeft een indicatie van de impact van de regionale ontwikkelingen op het elektriciteitsnet, op basis van de beschikbare informatie op het moment van analyse. Neem voor specifieke ontwikkelingen, ambities en projecten altijd contact op met uw netbeheerder voor de meest actuele informatie. Aan de informatie in dit document kunnen geen rechten worden ontleend. NB. Voor provincie Utrecht geldt dat TenneT congestie heeft afgekondigd voor zowel opwek als afname. Dit betekent dat aanvragen voor grootverbruik aansluitingen in de wachtrij komen. Gedurende de komende jaren (tot aan de structurele TenneT oplossing in uiterlijk 2029) zal er stapsgewijs ruimte vrijkomen. Deze netimpact is opgesteld door Stedin en gaat in op de knelpunten van het regionale net en gaat niet in op de knelpunten van het landelijke net van TenneT.

46 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

2. AANGELEVERDE GEGEVENS Regionale ambitie opwek De regionale ambitie voor grootschalige opwek is weergegeven in onderstaande tabel:

Categorie

Vermogen 2030 (MWp)

% RES bod (o.b.v. MWp)

Wind op land

93

16%

Zon op land

295

49%

Grootschalig zon op dak

210

35%

•

De ingediende gegevens voor deze doorrekening zijn voor wind en zon op land grotendeels in lijn met de input ten tijde van RES 1.0. Het belangrijkste verschil is dat voor grootschalig zon op dak 60 MWp minder is opgegeven dan in de RES 1.0. Dit komt omdat de vorige keer is uitgegaan van potentiële opwek en dit keer van de daadwerkelijke ambitie.

•

De verhouding tussen grootschalig zon op dak/land en wind is 84% zon en 16% wind. De zon/wind verhouding is daarmee verslechterd t.o.v. de RES 1.0. Wind op land is 3x efficiënter dan zon en vraagt daarom om een stuk minder netcapaciteit.

•

De verdeling over de stations van de RES ambitie is in veel gevallen nog onzeker, het is daarom mogelijk dat bij concretisering van de ambitie uiteindelijk de verdeling over de stations anders uitpakt.

•

Alle zonnevelden en windparken van de RES Amersfoort zijn neergezet op stations binnen de regio Amersfoort, behalve één project van gemeente Amersfoort in Vathorst-Noord (voor dit project is het logischer dat deze in het net van Liander wordt aangesloten). Daarnaast maken geen andere RES regio’s gebruik van de stations binnen deze RES regio om zonnevelden of windparken op aan te sluiten.

* De gegevens voor kleinschalig zon op dak zijn geen onderdeel van het RES bod en zijn niet door de regio ingediend. Voor deze categorie en afname (behalve mobiliteit) zijn eigen inschattingen van Stedin tot 2030 gebruikt om het integrale beeld voor de regio te schetsen.

47 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

3. NETIMPACT – KNELPUNTEN STATIONS In de kaart hiernaast is te zien op welke stations knelpunten optreden en of de benodigde maatregelen al zijn opgenomen in de investeringsportfolio. Indien een investering nog niet is opgenomen, is het onzeker of deze maatregel nog voor 2030 gerealiseerd kan worden. Aangezien de investering voor aansluitingen/velden voor het station Amersfoort 4 nog niet is opgenomen in de portfolio, zal nader onderzocht moeten worden op welke termijn deze uitgevoerd kunnen worden. De doorlooptijd van het uitbreiden van velden is gemiddeld 2-3 jaar. In deze regio is afname leidend, de meeste knelpunten in deze regio worden dan ook niet veroorzaakt door opwek.

LET OP: in deze regio is zowel voor opwek als voor afname congestie door TenneT afgekondigd. Stedin toont hier enkel de knelpunten op haar eigen stations. Het uitbreiden van het netwerk van TenneT is noodzakelijk en randvoorwaardelijk om de RES opgave en de ambities op andere thema’s mogelijk te maken.

Legenda Geen knelpunt

Knelpunt, opgelost voor 2030 Knelpunt, investering niet gepland of te laat gepland Knelpunt, niet oplosbaar voor 2030 Knelpunt door opwek Knelpunt door afname Knelpunt door opwek en afname Knelpunt door het aantal aansluitingen/velden

Nieuw station

48 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

3. NETIMPACT – OPLOSSINGEN IN TIJD, RUIMTE EN GELD Nieuwe stations In de regio Amersfoort treden voornamelijk knelpunten voor afname op, hiervoor staan drie nieuwe stations gepland in de regio. Twee van de nieuwe stations zijn in samenwerking met TenneT (Amersfoort Noord en Baarn 2/Soest 3).

Uitbreidingen stations • Op zeven stations treden knelpunten (capaciteit en/of aansluitingen/velden) op, waarvan vier ook door opwek worden veroorzaakt. Voor alle knelpunten staan al uitbreidingen of nieuwe stations gepland in de investeringsportfolio. • Voor de stations Amersfoort 4, Amersfoort 5, Baarn en Bunschoten treed er een knelpunt op velden/aansluitingen op. Voor Amersfoort 5 zijn dit jaar nog extra velden gereed, voor Baarn is dit in 2025 en voor Bunschoten in 2027. Voor Amersfoort 4 is de investering voor velden nog niet gepland, de doorlooptijd van deze investering zal ongeveer 2-3 jaar bedragen. • TenneT gaat de capaciteit op de bestaande koppelpunten met Stedin uitbreiden (Bunschoten en Soest 2) en daarnaast ook de bovenliggende stations uitbreiden (waaronder BreukelenKortrijk en Lelystad) en de netten opsplitsen om ervoor te zorgen dat er genoeg capaciteit in onder andere de provincie Utrecht komt om de huidige congestie op te lossen. Lagere netvlakken • In de lagere netvlakken dienen MS en LS kabels vervangen te worden. • Daarnaast dienen MS/LS transformatoren bijgeplaatst te worden. • De inschatting voor de totale kosten bedragen ca. 48-59 miljoen en er is 1.500-5.500 m2 additionele ruimte benodigd. • In de tabel staat voor de lagere netvlakken de doorlooptijd van individuele projecten benoemd.

De doorlooptijd voor het totaal aan werkzaamheden is afhankelijk van de totale portfolio aan werkzaamheden en de uiteindelijke fasering van de realisatie van opwek installaties. • Wanneer er extra ingezet wordt op zon op dak, nemen de investeringen op de lagere netvlakken toe. Dit omdat zon op dak in de lagere netvlakken wordt aangesloten. In de volgende slide worden de investeringen om de knelpunten op te lossen getoond.

49 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

3. NETIMPACT – OPLOSSINGEN IN TIJD, RUIMTE EN GELD Type knelpunt

Station

Congestie opwek/afname

Soest 150kV (TenneT)

Jaartal optreden knelpunt

Investering in portfolio

Toelichting investering of oplossing knelpunt

Soest 10kV (MS) Beiden

Soest 50kV (TS)

2030

+100MW in 2031

Investering reeds gepland

Soest de Zoom 10kV (MS) Amersfoort 1 10kV (MS) Afname

Amersfoort 2 10 kV (MS)

Het nieuwe station Amersfoort Noord gaat dit knelpunt verhelpen

2026

Amersfoort 3 10 kV (MS) Velden Beiden Beiden en velden Beiden

Het uitbreiden van velden op dit station is niet opgenomen in de portfolio, het uitbreiden kost 2-3 jaar De investering op het station zelf en nieuw station Amersfoort Noord gaat dit knelpunt ook verhelpen De nieuwe stations Amerfoort Noord en Baarn 2/Soest 3 gaan dit knelpunt verhelpen De investering reeds gepland en nieuw station Leusden 2 gaat dit knelpunt ook verhelpen

Amersfoort 4 10 kV (MS)

Nee

Amersfoort 5 10 kV (MS)

2022

Velden dit jaar gereed

Baarn 10 kV (MS)

2027

Leusden 10 kV (MS)

2023

+27MW in 2023

2030

+80MW in 2030 (nieuw station)

Investering reeds gepland

2027

+52MW in 2027

Investering reeds gepland

Nieuw station

Investering reeds gepland

Leusden 2 21 kV (MS) Congestie opwek/afname

Bunschoten 150kV (TenneT)

Velden

Bunschoten 10kV (MS) Amersfoort Noord 150kV (TenneT) Amersfoort Noord 21kV (MS)

2026

Baarn 2/Soest 3 150/21kV (MS)

2026

+90MW in 2026 (nieuw station) +90MW in 2026 (nieuw station)

MS/LS net gehele regio

Investering reeds gepland Investering reeds gepland Benodigde ruimte (m2)

Doorlooptijd (jaren)

Kosten (miljoenen euro)

1.500 - 5.500

3-4

48-59

MS-kabels LS-kabels MS/LS tranformatoren

t/m 2030

n.v.t.

Opgesteld vermogen op station vanuit RES (MWp) Zon op dak Zon op land Wind op land

31

16

17

162

191

76

21

11

0

15

0

0

23

0

0

19

7

0

7

19

0

28

14

9

18

33

0

32

42

0

27

42

0

50 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

3. SYSTEEM EFFICIËNTIE Om de belasting op het elektriciteitsnet te verkleinen en dus het elektriciteitsnet efficiënt te benutten, doen wij de volgende aanbevelingen: • Opwek en afname samenbrengen; aangezien in de provincie Utrecht congestie is afgekondigd voor zowel opwek als afname, is het noodzakelijk om opwek en afname meer en meer samen te brengen geografisch (dezelfde netinfrastructuur) en in de tijd. Bijvoorbeeld: op het koppelpunt Soest 2 en ook op de meeste onderliggende stations is zowel veel opwek als afname aanwezig/gepland, echter is dit op de meeste momenten niet gelijktijdig. Het is daarom interessant om te onderzoeken of het mogelijk is om de gelijktijdigheid van opwek en afname te gaan verhogen op deze stations, om zo het elektriciteitsnet van zowel Stedin als TenneT te ontlasten. Bedrijventerreinen lenen zich vaak goed voor het samenbrengen van opwek en afname (geografisch en in de tijd). • Cable pooling; op een aantal stations wordt zowel zon op land als wind op land aangesloten in hetzelfde gebied. Onderzoek de mogelijkheden tot het toepassen van cable pooling op deze locaties. Een voorbeeld: langs de A28 is zowel zon als wind opgenomen in de RES, dit zou een goede locatie zijn om cable pooling toe te passen.

• Clusteren projecten; op een aantal stations is het uitbreiden van de velden complex, er wordt dan ook geadviseerd opwek zoveel mogelijk te clusteren (zodat er minder aansluitingen nodig zijn). Goede voorbeelden hiervan zijn de projecten langs de A1 en A28. • Zon/wind verhouding; om de capaciteit van de stations en verbindingen goed te benutten, is een 50-50 verhouding tussen zon/wind in opgesteld vermogen ideaal. Het aandeel wind in het RES bod is met 16% te beperkt.

51 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

4. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Conclusies Op vier stations treden knelpunten op als gevolg van de ambitie voor opwek in de RES regio. Op de overige stations worden geen knelpunten of knelpunten door afname voorzien.

•

•

Om de knelpunten voor zowel opwek als afname weg te nemen is uitbreiding van vier stations en het bouwen van drie nieuwe stations noodzakelijk. Al deze investeringen zijn al opgenomen in de investeringsportfolio. Daarnaast gaat TenneT ook flinke capaciteitsuitbreidingen doen om de capaciteit in onder andere de provincie Utrecht te verhogen en congestie op te lossen.

•

De investeringen voor velden staan nog niet opgenomen in de portfolio, nader zal onderzocht moeten worden op welke termijn deze uitgevoerd kunnen worden. De doorlooptijd van het uitbreiden van velden is gemiddeld 2-3 jaar.

•

In sommige gevallen moet de investering van Stedin gereed zijn (zie slide 5 en 6) voordat er genoeg capaciteit en/of aansluitingen/velden beschikbaar zijn voor een project. Het is daarom belangrijk dat projecten tijdig worden aangevraagd, zodat samen gekeken kan worden of de planning van het project en de investering in lijn met elkaar zijn.

•

De totale kosten bedragen ca. 170 – 210 miljoen euro en er is ca. 13.000 – 18.000 m2 additionele ruimte benodigd voor netinfrastructuur. Status Gepland voor 2030

Niet gepland / Na 2030

Aanbevelingen • De ambitie in deze RES regio mist nog scherpte. Er zijn nog bijna geen concrete projecten aangevraagd bij Stedin en er staan ook nog weinig concrete projecten in de pijplijn die over enkele jaren tot aanvragen bij Stedin gaan leiden. Het is voor de gemeente van belang om projecten in de pijplijn te zetten, zodat Stedin hier rekening mee kan houden in haar netplanning. Ondanks de congestie van TenneT is het noodzakelijk om door te gaan met het concretiseren van het RES bod, inclusief het aanvragen van nieuwe aansluitingen. Immers, zodra er weer capaciteit vrijkomt bij TenneT kan een gevulde wachtrij direct opgepakt worden. •

Onderzoek het verbeteren van de wind/zon verhouding (in de huidige invulformulieren slechts 16% wind), aangezien dit om significant minder netcapaciteit vraagt.

•

Netcapaciteit wordt steeds schaarser en daarom is het extra belangrijk om op zoek te gaan naar flexoplossingen (het beter afstemmen van afname en opwek). Onder andere onderzoekt Stedin dit in samenwerking met de provincie Utrecht in de vorm van proeftuinen.

•

Veranker de plannen zo snel mogelijk in het omgevingsbeleid. Door de plannen te concretiseren en uit te werken middels de instrumenten in de omgevingswet, wordt de zekerheid van realisatie vergroot. Bij voldoende zekerheid en concreetheid worden de benodigde netinvesteringen opgenomen in de investeringsportfolio.

•

Gezien het grote aandeel van grootschalig zon op dak adviseert Stedin om de haalbaarheid hiervan nader te onderzoeken en mogelijkheden om de planbaarheid en stuurbaarheid van deze opgave te vergroten te bekijken.

Categorie

Aantal

Kosten - M€

Benodigde ruimte Stedin - m2

Doorlooptijd Stedin jaren

Nieuw te bouwen stations

3

75-80

12.000

5-7

Uit te breiden stations

4

50-60

0

4-5

Nieuw te bouwen stations

0

-

-

-

Uit te breiden stations

1

1-3

0

2-3

Kabels verzwaren en distributieruimten bijplaatsen

-

48-59

1.500-5.500

-

52 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

10

53 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

OVERIGE INFORMATIE Vanuit Netbeheer Nederland zijn diverse documenten opgesteld die nadere informatie beiden over de energie infrastructuur, systeem efficiëntie en netimpact. Hieronder staan de verwijzingen naar de documenten opgenomen: •

Basisdocument energie infrastructuur

•

Toelichting systeem efficiëntie

54 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

AFKORTINGEN EN TERMINOLOGIE Afkortingen

Toelichting

Terminologie

Betekenis

LS

Laagspanning: netvlak dat huizen verbindt met transformatorhuisjes in de buurt (<1 kV)

Netvlak

Elektriciteitsnet met een vergelijkbaar spanningsniveau.

MS

Middenspanning: netvlak tussen de transformatorhuisjes in de buurt tot aan stations met middenspanning (1 – 25 kV)

TS

Tussenspanning: netvlak tussen TS en HS stations van TenneT (25 – 66 kV)

HS

Hoogspanning: het landelijke transportnet beheerd door TenneT (≥ 110 kV)

kV

Kilovolt - eenheid van elektrische spanning

kWp

Kilowatt piek - het vermogen in kilowatt dat geleverd kan worden in optimale omstandigheden

MW

Megawatt – eenheid voor vermogen

MWp TWh

Transformator

Knelpunt op capaciteit

Apparaat dat de brug slaat tussen twee spanningsniveaus door de electriciteit te transformeren van hoog naar laag voltage (of andersom). Transformatoren, kabels en/of schakelaars in stations zijn niet geschikt zijn voor de benodigde stroomsterkte. benodigde stroomsterkte. De oplossing is dan in volgorde van voorkeur: componenten bijplaatsen terplekke, deze componenten uitruilen voor grotere, of een nieuw station bouwen.

Knelpunt op aansluitingen/velden

Gebrek aan vrije schakelaars (velden) om kabels veilig op te monteren. In deze velden zit een schakelaar en kortsluitbeveiliging. De oplossing is dan meer velden aanbouwen of een nieuwe installatie (rij met velden) neerzetten.

Megawattpiek - het vermogen in Megawatt dat geleverd kan worden in optimale omstandigheden

Cable pooling

Gecombineerd aansluiten van meerdere ontwikkelaars of systemen op één netaansluiting.

Terawattuur – eenheid van elektrische energie

Clustering

Het ruimtelijk bijeen zetten van bijvoorbeeld meerdere windturbines of zonneparken zodat grotere parken ontstaan met een hoger vermogen die minder aansluitingen nodig hebben.

Opwek

Het opwekken van elektriciteit

Afname

Het verbruiken van elektriciteit

55 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

13

56 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Bijlage 7: Advies regionale stakeholders Verzameldocument advies van stakeholderoverleg aan BO RES over RES 2.0 en routekaart naar RES 3.0

De volledige adviezen van de stakeholders en hun onderbouwing zijn terug te vinden op de website van de RES

Indiener

eens

oneens

regio Amersfoort.

neutraal

Adviezen die al in de RES verwerkt zijn Advies 5

Houdt vast aan de oorspronkelijke ambitie van 0,5 TWh duurzame opwek in de regio Amersfoort in 2030

6

Feiten, visie en daadkracht; zorg dat de juiste feiten op tafel komen, zet daadkracht in om doelen te halen, maar kijk ook verder na 2030.

9

Verhouding zon/wind 60-40 handhaven

10

Samen concreter nadenken over slimme oplossingen voor netcongestie en opslag

11

Gemeenten moeten meer vaart zetten achter de warmtetransitie. Voorkomen dat individuele oplossingen nu de collectieve oplossing straks onmogelijk maakt.

LTO

WA

Jong

EvU

XR

NMU

57 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Adviezen die wel in de tekst verwerkt zijn maar in de uitwerking nog meer aandacht behoeven Advies 7

Betrek jongeren in besluitvormingsprocessen en adviestrajecten Reactie BO: Dit nemen we op in de routekaart naar de RES 3.0, onderzoeken hoe we betere afspiegeling van de samenleving kunnen betrekken.

12

Naast korte termijn (2030) ook richten op langere termijn (2050) en dit actief uitdragen. De vraag naar energie neemt alleen maar verder toe. Laat zien dat locaties die nu afvallen die nodig zijn voor de toekomst. Reactie BO: Dit kunnen we zeker benoemen maar in de RES 2.0 willen we de focus houden op onze opdracht, op 2030. We hebben op dat punt nog veel te doen

13

Neem geen voorschot op innovatie, dat leidt tot stilstand. We hebben alle mogelijke bronnen nu nodig, wacht niet op de perfecte oplossing Reactie BO: mee eens en dit is inherent aan de RES. Uitgangspunt van de RES zijn bewezen technieken

14

50% lokaal eigendom – de afspraak moet ook waargemaakt en geborgd Reactie BO. Dit is geborgd in de lokale uitnodigingskaders. Dit nemen we wel nog expliciet op in de routekaart naar de RES 3.0

19

Maak haast! Laat opwarming van de aarde onder 1.5 graad houden, leidend zijn bij besluitvorming en niet zozeer het einddoel van 95% minder CO2-uitstoot in 2050.

20

Versnel bestuurlijke processen en verkort doorlooptijden Reactie kernteam: Mee eens en noodzaak staat in de conclusies van de VGR. Tegelijkertijd zijn heel veel procedures (inspraak, zienswijze etc) standaard doorlooptijden in onze democratisch proces.

25

Geef energiecoöperaties met behulp van het ruimtelijk instrumentarium voorrang bij het ontwikkelen van duurzame energie projecten. Laat je hierbij inspireren door instrumenten die andere gemeenten al ontwikkeld hebben, zoals bijvoorbeeld de maatschappelijke tender in de gemeente Staphorst. Reactie kernteam: Er is onderscheid bij grond in eigendom van de overheid of particulier. We willen belemmeringen voor energiecoöperaties wel nader onderzoeken.

LTO

WA

Jong

EvU

XR

NMU

58 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Adviezen die door het BO besproken moeten worden Advies 1

Landbouwgrond niet in te zetten voor energieopwekking. Reactie BO: Gemeenten hebben zon op land opgenomen in hun uitnodigingskader. De ruimte in de uitnodigingskaders handhaven. Niet apart opnemen in RES 2.0

2

Een ruimere visie op het aantal boerderijmolens en de plaatsing. Reactie BO: Dit is geen grootschalige opwek en valt buiten de RES opgave. Wanneer een ruimere visie gewenst is, gaat de provincie hierover (niet de regio).

3

Ivm voortschrijdend inzicht het RES bod te herijken (naar beneden bij te stellen) Reactie BO: Monitor van PBL en onze eigen voortgangsrapportage laat zien dat er onvoldoende vanuit ambitie in pijplijn komt, en met pijplijn alleen halen we 2030 niet, Opgave na 2030 is nog onbekend dus herijken (naar beneden of naar boven) is op dit moment niet aan de orde.

4

Geluidsnorm voor windmolens ten minste gelijk stellen aan warmtepompen. Reactie BO: We wachten de Rijksregels af en volgen die.

8

Zet in op een ‘iconisch’ energieproject (voorstel woonwijk wereld van B). Reactie BO: Nemen we op in de routekaart richting RES 3.0

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12959956/1