230629 Regionale Energie Strategie (RES) Regio Amersfoort rapportage RES 2.0 (833279)
Tekst van het document
inlichtingen bij
Floris Eigenhuis
Aan de raadsleden en steunfractieleden van de gemeente Baarn
doorkiesnummer uw kenmerk ons kenmerk
datum portefeuillehouder(s) onderwerp
796154 / 833279
29 juni 2023 Wethouder De Vries Regionale Energie Strategie (RES) Regio Amersfoort rapportage: RES 2.0
Geachte leden van de raad en steunfractieleden, De energietransitie is met de stijgende energieprijzen, de schaarse ruimte, de toenemende klimaatverandering en de maatschappelijke discussie urgenter, maar ook complexer dan ooit. De roep om te versnellen klinkt steeds harder, maar ook de weerstand tegen grote energieprojecten. De energieregio Amersfoort werkt hard om de regionale ambities uit de Regionale Energie Strategie (RES) waar te maken. Niet omdat het Nationaal Klimaatakkoord dit voorschrijft, maar omdat colleges en volksvertegenwoordigers in de RES Regio Amersfoort zelf overtuigd zijn van de urgentie. Maar, in het huidige tempo komt de regionale doelstelling om in 2030 minstens 49% minder broeikasgassen uit te stoten, onder druk. Aan dit doel draagt de energietransitie het meeste bij, maar vooruitgang gaat steeds langzamer. De groei van zon-op-dak en zon-op-land zwakt af, met windprojecten wordt weinig vaart gemaakt en de ontwikkeling rond regionale warmtebronnen vordert langzaam. Om dit doel binnen bereik te houden, is een versnelling nodig op alle sporen: zon, wind en warmte. De inzet van de gemenente Baarn wordt bepaald op basis van het geamendeerde besluit van 7 juli 2021. Leeswijzer De RES 2.0 bestaat uit twee delen: een voortgangsrapportage en een stappenplan naar RES 3.0.
In de voortgangsrapportage RES 2.0 is beschreven hoe de RES Regio Amersfoort de afgelopen 2 jaar invulling heeft gegeven aan de afspraken van de RES 1.0. U leest hierin welke stappen zijn gezet om 0,5 TWh grootschalige duurzame elektriciteitsopwekking te realiseren, welke ontwikkelingen hierop invloed hebben gehad en hoe gewerkt is aan inzicht in regionale warmtebronnen. In het stappenplan RES 3.0 staat beschreven hoe er tot de zomer van 2025 versneld wordt om de regionale ambities te bereiken.
1
RES 2.0 De RES 2.0 is een voortgangsdocument, volgend op de RES 1.0. De RES 1.0 is in juli 2021 vastgesteld door gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het waterschap. Met de RES 1.0 heeft de regio zich ten doel gesteld om in 2030 0,5 TWh grootschalig duurzame elektriciteit op te wekken. Ook had de RES 1.0 tot doel om de mogelijkheden op regionaal niveau te verkennen voor duurzame warmtebronnen. In de RES 2.0 beschrijft RES Regio Amersfoort hoe de afgelopen twee jaar invulling is gegeven aan de afspraken uit de RES 1.0. De RES 2.0 bestaat uit twee delen: • Deel A beschrijft hoe Regio Amersfoort de afgelopen 2 jaar invulling heeft gegeven aan de afspraak om 0,5 TWh duurzame elektriciteit te realiseren, welke ontwikkelingen hierop invloed hebben gehad en hoe gewerkt is aan inzicht in regionale warmtebronnen. • Deel B beschrijft door middel van een stappenplan naar de RES 3.0, welke vervolgstappen er nodig zijn om versnelling te realiseren om het doel van 0,5 TWh duurzaam opgewekte elektriciteit in 2030 te halen. Deel A: de voortgangsrapportage De voortgangsrapportage laat zien dat de ontwikkeling van grootschalige opwek voor duurzame elektriciteit in de regio afneemt. Het aantal projecten ‘in de pijplijn’ is onvoldoende en de voortgang die we als regio boeken op de opgave is niet genoeg om onze doelstelling voor 2030 te halen.
De opwek van zon-op-dak en zon-op-land groeit, maar vlakt de afgelopen twee jaar af. Met de windopgave maken we te weinig vaart. Voor de windmolens op De Isselt (Amersfoort), langs de A28 en de Vlasakkers (Leusden) lopen onderzoeken en wordt het gesprek met de omgeving gestart. Maar de opdracht vanuit het Klimaatakkoord om in 2025 tot vergunningverlening over te gaan, wordt met het huidige tempo niet gehaald. Ook voor de warmtetransitie zijn stappen gezet. De afgelopen twee jaar is onderzocht of regionale bronnen, zoals warmte uit de Eem en het Eemmeer, kunnen bijdragen aan de warmtetransitie. Hieruit bleek dat de Eem, met de huidige gemiddelde energiebehoefte, voor circa 1.500 Baarnse woningen warmte kan leveren. Deel B: stappenplan naar RES 3.0 Als regio gaat de energietransitie niet snel genoeg. Om de eigen doelstelling te halen, is een versnelling dus noodzakelijk. Dat moeten we doen voor wind- en zonneprojecten en voor de warmtetransitie. Met het stappenplan naar de RES 3.0 is invulling gegeven aan die versnelling. Het stappenplan biedt handelsperspectief voor de RES Regio om het bod van 0,5 TWh in 2030 alsnog te kunnen bereiken. Voor de sporen PlanMER wind-op-land (provincie Utrecht), wind-op-land (OER en Amersfoort), zon-op-dak (incl.
solar carports), zon-op-land, de Regionale Structuur Warmte (RSW) en de infrastructuur elektriciteitsnetwerk is beschreven welke acties ondernomen worden om te versnellen. Ook staat in het stappenplan hoe we de inwonerbetrokkenheid willen versterken door (lokaal) invulling te geven aan (financiële) participatie, afstemming met belanghebbenden en zorgvuldige landschappelijke inpassing.
2
Participatie en communicatie We realiseren ons goed dat de energietransitie niet alleen een technisch, ruimtelijk, infrastructureel en economisch vraagstuk is. Het is ook een maatschappelijk vraagstuk dat heel wat losmaakt. Door de complexiteit van de uitdaging en de impact die het heeft op onze leefomgeving en levens, is het belangrijk dat iedereen mee kan doen. Meedoen in het proces, en meedelen in de opbrengst van de energieopwekking. Daarvoor moeten we ook de belangen, zorgen en ideeën van de samenleving ophalen en in de plannen verwerken. Dat doen we door het gesprek met inwoners op verschillende momenten te faciliteren, maar ook door mogelijk te maken dat stakeholders het bestuur adviseren. Om het gesprek met regionale stakeholders steviger in het proces te borgen, is in 2022 een stakeholderoverleg in het leven geroepen. Het doel van het stakeholderoverleg is om goed na te denken over de energietransitie en om bestuurders van de RES Regio Amersfoort op strategisch niveau te adviseren. Inwoners en andere lokale belanghebbenden krijgen een plek in het participatieproces van projecten. Op weg naar de RES 3.0 onderscheiden we 5 sporen in participatie en communicatie: 1. Wind van de provincie: De provincie Utrecht onderzoekt welke potentiële windlocaties er in de provincie zijn. De provincie is hierbij ook in de lead voor participatie 2.
OER-trajecten: Rijkswaterstaat verkent nu de mogelijkheden voor opwek langs de A1, A12 en de A28. Rijkswaterstaat is in de lead voor participatie 3. Regionale trajecten in voorbereiding: De RES Regio Amersfoort bereidt is in de lead voor participatie voor regionale projecten 4. Projecten in uitvoering: Ontwikkelaar en/of gemeente in de lead voor participatie 5. RES algemeen (kennis van proces en urgentie): Regio in de lead. Het samenwerken met alle betrokkenen, het toelichten van het proces en het uitleggen van de urgentie wordt steeds belangrijker. Hoe concreter projecten worden, hoe groter de interesse hierin van alle betrokkenen. Hier ligt een belangrijke wisselwerking met regionale en lokale communicatie en participatie. Hierbij is het van belang dat we een eenduidige regionale boodschap blijven ontwikkelen rondom de energietransitie, met ruimte voor lokale accenten en kleuring. Windtraject provincie Utrecht De provincie Utrecht heeft in de zomer van 2022 een tussenbalans opgesteld om te onderzoeken of de plannen voor windenergie in de Utrechtse RES Regio’s voldoende robuust zijn. De Provincie concludeerde dat er onvoldoende vooruitgang is. Onder meer op de afspraak uit het Klimaatakkoord om in 2025 tot vergunningverlening over te gaan. Ook de recente ontwikkelingen rondom netcongestie zijn voor de provincie aanleiding om sterker op windenergie te sturen.
Om tot een robuust plan te komen, is de provincie Utrecht een onderzoek (planMER) gestart om voor 93 mogelijke windlocaties (waarvan 18 in de RES Regio Amersfoort) te onderzoeken. Vervolgens vindt in overleg met de gemeente en de regio een afweging plaats welke locaties geschikt zijn. Op den duur zou de Provincie RO instrumentarium kunnen gebruiken om duurzame opwek van elektriciteit planologisch af te dwingen.
3
De Provincie onderzoekt geen mogelijke windlocaties binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Baarn. Wel kijkt de Provincie naar een eventuele locatie boven de A1, op het grondgebied van Eemnes. Herijking RES 3.0 Bij de RES 3.0 is mogelijk sprake van een herijking. Het NP RES spreekt over een herijking als er nieuwe zoeklocaties worden toegevoegd of nieuwe kaders worden vastgesteld. Het kan zijn dat de sporen in het stappenplan leiden tot nieuwe zoeklocaties in de RES 3.0. En dus tot een herijking. Mocht dat het geval zijn dan zal deze ter besluitvorming aan u worden voorgelegd. De RES 3.0 wordt medio 2025 verwacht. Netcongestie TenneT werkt op dit moment nauw samen met de markt om middels netcongestiemanagement ruimte op het net te creëren. Naar verwachting komt er jaarlijks ruimte vrij op het net dat benut kan worden. In het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (p-MIEK) werken TenneT, Stedin, provincie Utrecht en de drie RES regio’s (Amersfoort, Foodvalley en U16) samen om een uitvoeringsplan te maken. Doel van dit uitvoeringsplan is concreet te maken hoe het elektriciteitsnetwerk wordt ingericht voor de toekomst. Daarbij wordt gekeken naar de relatief korte termijn (tot en met 2030) en een strategie voor de langere termijn (tot en met 2050).
In de regio Amersfoort is op verschillende locaties een uitbreiding van bestaande stations of de bouw van nieuwe stations nodig. Over de locatiekeuzes, het moment van uitbreiding en de samenwerking tussen partijen worden in 2023 afspraken gemaakt. RES Regio Amersfoort De RES vloeit voort uit de afspraken die zijn gemaakt in het Nationaal Klimaatakkoord. Daarin is afgesproken dat in Nederland voor 2030 35 TWh duurzame energie op land wordt opgewekt via grootschalige bewezen technieken: windturbines en zonnepanelen. De 30 energieregio's, ook wel RES Regio's, hebben elk zelf een regionale invulling gegeven aan hun bijdrage aan de nationale ambitie. De gemeente Baarn is onderdeel van de RES Regio Amersfoort, samen met de gemeenten Amersfoort, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg, netbeheerder Stedin, provincie Utrecht en waterschap Vallei en Veluwe. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Baarn,
drs. C.E. Creveld gemeentesecretaris
4
M.R. Veldhuizen locoburgemeester
Bijlagen: 796154 - Regionale Energie Strategie (RES) 2.0 - Bijlage 1 - RES 2.0 deel A 796154 - Regionale Energie Strategie (RES) 2.0 - Bijlage 2 - RES 2.0 deel B 796154 - Regionale Energie Strategie (RES) 2.0 - Bijlage 3 - Infographic
5
Voortgangsrapportage RES 2.0 DEEL A 20-4-2023
2 Regionale Energie Strategie 2.0
••••
Voorwoord In deze rapportage beschrijven we de voortgang van de energieregio Amersfoort. Deze Regionale Energiestrategie (RES) 2.0 geeft een tussenbalans waar we nu staan sinds de vaststelling van RES 1.0. Ons gezamenlijke bod uit RES 1.0 is om in 2030 0,5 terawattuur (TWh) aan elektriciteit op te wekken door middel van grootschalige opwek van zonne- en windenergie. Gelukkig zitten onze inwoners niet stil. Mede door de hoge prijzen voor energie zien we dat veel particulieren, verenigingen, instellingen en kleine bedrijven al flink besparen op hun energieverbruik en investeren in een behoorlijk aantal zonnepanelen. Voor de duurzaamheidstransitie heel belangrijk maar in de landelijke systematiek van de RES telt dat echter niet mee. Als Regio Amersfoort staan we gezamenlijk aan de lat om grootschalige opwek van duurzame energie te realiseren. Het RES 1.0 bod is in juni 2021 door de gemeenteraden, de Provinciale Staten en het Algemeen Bestuur van het Waterschap vastgesteld. Een belangrijke mijlpaal! Twee jaar verder is er een hoop gebeurd. We zijn gestart met de uitvoering, verschillende gemeenten hebben uitnodigingskaders opgesteld, na de gemeenteraadsverkiezingen zijn in coalitieakkoorden weer koersen verlegd of aangescherpt, en veel tijd is gaan zitten in het onderzoeken van de verschillende opties.
De Provincie Utrecht is daarnaast gestart met een onderzoeksopzet om de milieueffecten van opweklocaties voor windenergie te onderzoeken (welke impact op bijvoorbeeld natuur, geluid of gezondheid). Doel is om de balans te verbeteren tussen wind- en zonne-energie in de gehele provincie Utrecht. De uitkomsten van deze planMER in 2024 kan input zijn voor onze eigen RES 3.0. Ook als we iets voorbij onze regionale horizon kijken heeft de wereld niet stil gestaan. De energieprijzen zijn zo hard gestegen dat het woord ‘energiearmoede’ zijn intrede deed, de oorlog in de Oekraïne heeft onze blik op onze afhankelijkheid van Russisch gas veranderd, netcongestie maakt zowel afname als opwek voor grootverbruikers ingewikkeld en de laatste rapporten van het IPCC laten een steeds urgenter probleem zien wat bij bezorgde burgers reden is voor protesten en steeds vaker ook burgerlijke ongehoorzaamheid. Kortom, de energietransitie is als vraagstuk urgenter, maar ook complexer dan ooit.
3 Regionale Energie Strategie 2.0
••••
Kijk ik dan naar welke voortgang we boeken als regio op onze opgave, dan zie ik
instellingen, ondernemers en als bestuurders en volksvertegenwoordigers, maar
dat we onvoldoende in staat zijn daar antwoord op te geven. De opwek van zon op
mooi voor elkaar hebben gekregen met elkaar. Alle stappen die we zetten, zijn
dak en zon op land groeide, maar die groei is de afgelopen 2 jaar afgevlakt. Waar
onderdeel van de veel grotere opgave die alle EU-lidstaten hebben onderschreven,
we wel voortgang op hebben geboekt is op warmte. Want naast de opgave voor
namelijk om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te willen zijn. In de RES-systematiek
grootschalige opwek van zon en wind is de afgelopen twee jaar ook onderzocht of
richten we ons op 2030, als een eerste (forse) tussenstap. Samen onderweg naar dat
regionale bronnen zoals warmte uit de Eem en het Eemmeer kunnen bijdragen aan
eerste doel grootschalige opwek van duurzame energie. Niet omdat het moet van
de warmtetransitie.
Brussel of Den Haag, maar omdat we onze regio leefbaar willen houden voor deze en
Dit had nog geen plek in de RES 1.0, wel in deze 2.0.
volgende generaties.
Maar zoals de Provincie Utrecht onlangs constateerde, met onze wind opgave maken
Roland van Benthem
we te weinig vaart. Zowel voor de windmolens op de Isselt als die langs de A28 en
Voorzitter Bestuurlijk Overleg RES Regio Amersfoort
de Vlasakkers lopen onderzoeken en is het gesprek met de omgeving gestart, maar
Burgemeester van de gemeente Eemnes
de opdracht vanuit het Klimaatakkoord om in 2025 tot vergunningverlening over te gaan, halen we met het huidige tempo (deels) niet. Aan de inzet en ijver ligt het niet, maar het zijn ingewikkelde en ingrijpende processen. Ook het (politieke en maatschappelijke) draagvlak voor grootschalige opwek van zonne-energie op land is sinds RES 1.0 afgenomen. Toch zijn er ook successen, zoals het zonneveld naast het Meander-ziekenhuis in Amersfoort. Al met al betekent dit dat als we onze eigen doelstelling willen halen, we zullen moeten gaan versnellen. Op alle sporen. Op zon, op wind en op warmte. Maar ook (en misschien wel juist) op participatie. Want de energietransitie is niet alleen een technische transitie, maar ook een maatschappelijke. We hebben de samenleving nodig, en er zijn kansen om als buurt mee te profiteren van de opbrengsten van energieopwekking. Niet alleen de opbrengst aan energie, maar ook door mee te delen in de winst. Er moet nog veel werk verzet worden, daarom hebben we niet alleen een voortgangsdocument gemaakt, maar ook een stappenplan naar de RES 3.0. Die laat zien hoe we op de technische sporen (wat kan en welke impact hebben de projecten) de komende 2 jaar willen versnellen, maar ook hoe we onze inwonerbetrokkenheid willen versterken. In 2025 verschijnt de RES 3.0. Dan moet duidelijk zijn of we op koers liggen en of we met trots terug kunnen kijken.
Dat we dit als regio, inwoners, verenigingen,
4 Regionale Energie Strategie 2.0
••••
Inhoud
5 Regionale Energie Strategie 2.0
••••
Voorwoord Inhoud Samenvatting RES 2.0 1.
2
6.
4 6
Inleiding
8
1.1
Algemeen
8
1.2
Het Klimaatakkoord
1.3
Doel van deze voortgangsrapportage
1.4
Leeswijzer
11
7.
Participatie, maatschappelijk draagvlak en bestuurlijke samenwerking
32
6.1.
33
Participatie regionale stakeholders
6.2. Lokale participatie
33
6.3
Regionale samenwerking
33
6.4
Betrokkenheid netbeheerder Stedin
34
6.5
Bestuurlijk overleg
34
Conclusie
36
8
7.1
Elektriciteit
37
11
7.2
Warmte
37
Bijlage 1: Overzicht samenvatting coalitieakkoorden 2.
3.
4.
5.
38
Opgave en ontwikkelingen opwek grootschalige duurzame elektriciteit
12
Bijlage 2: Impact van uitnodigingskaders
39
2.1
12
Bijlage 3: Verschil tredebenadering RES 1.0 en rekenmethodiek NP RES
40
Invulling RES 1.0
Bijlage 4: Lijst met opweklocaties zon op veld
41
Stand van zaken grootschalige opwek duurzame elektriciteit
18
Bijlage 5: Lijst met opweklocaties wind op land
42
3.1
Algemeen
18
Bijlage 6: Netimpact analyse Stedin
43
3.2
Grootschalige opwek zon op dak
18
Bijlage 7: Advies regionale stakeholders
56
3.3
Zon op veld
20
Bijlage 8: Samenvatting uitkomsten van 19 september 2022
60
3.4
Wind op land
21
3.6
Samenvatting
23
Colofon
68
Netimpact analyse
26
4.1
Algemeen
26
4.2
Samenvatting netimpact analyse
26
4.3
Aanbevelingen voor het vervolg
27
Opgave Regionale Structuur Warmte (RSW)
28
5.1
Algemeen
28
5.2
Actualisatie RSW en TVW
29
6 Regionale Energie Strategie 2.0
••••
Samenvatting RES 2.0
De Regionale Energie Strategie (RES) Amersfoort is ontwikkeld en opgesteld door de 7 samenwerkende gemeenten (Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg), netbeheerder Stedin, provincie Utrecht en waterschap Vallei en Veluwe om grootschalige opwek van duurzame elektriciteit en warmte te realiseren. De RES 2.0 is een voortgangsdocument volgend op de RES 1.0, die gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het waterschap in juli 2021 hebben vastgesteld. Met deze eerste RES heeft de regio zich ten doel gesteld om in 2030 0,5 TWh grootschalig duurzame elektriciteit op te wekken.
Afspraken en urgentie Deze voortgangsrapportage beschrijft de stand van zaken, hoe de afgelopen 2 jaar invulling is gegeven aan de afspraak 0,5 TWh duurzame elektriciteit te realiseren én hoe gewerkt is aan inzicht in regionale warmtebronnen. De RES vloeit voort uit de afspraken die zijn gemaakt in het Klimaatakkoord om in Nederland voor 2030 35 TWh duurzame energie op te wekken via grootschalige bewezen technieken: windturbines en zonnepanelen. De regionale ambities zijn er echter niet alleen omdat het Klimaatakkoord dit voorschrijft, maar omdat colleges en volksvertegenwoordigers in de regio Amersfoort zelf overtuigd zijn van de urgentie. Vanuit die overtuiging is de regio op zoek gegaan naar kansrijke zoeklocaties en wil de regio stappen zetten om in 2030 ten minste 49% CO₂-reductie te realiseren t.o.v. 1990.
Maatschappelijk vraagstuk We realiseren ons goed dat de energietransitie niet alleen een technisch, , ruimtelijk, infrastructureel en economisch vraagstuk is. Het is ook een maatschappelijk
7 Regionale Energie Strategie 2.0
••••
vraagstuk dat heel wat losmaakt. Door de complexiteit van de uitdaging en de impact
In de regio Amersfoort is tot nu geen windturbine gerealiseerd. De gemeente
die het heeft op onze leefomgeving en levens, is het belangrijk dat iedereen die dat
Amersfoort werkt aan het project Soesterwijkwiek voor de realisatie van twee
wil, mee kan doen. Om het gesprek met regionale stakeholders steviger in het proces
windturbines bij het bedrijventerrein Isselt. Ook start Rijkswaterstaat een verkenning
te borgen, is in 2022 een stakeholderoverleg in het leven geroepen. Het doel van het
naar de mogelijkheden van windturbines langs de A28 en het defensieterrein De
stakeholderoverleg is om te reflecteren op de energietransitie en de bestuurders van de
Vlasakkers.
RES Amersfoort op strategisch niveau te adviseren. Belanghebbenden die een lokaal of
De provincie Utrecht heeft in de zomer van 2022 een tussenbalans opgesteld om te
eigen belang vertegenwoordigen, krijgen een plek in het participatieproces zodra een
monitoren of de plannen van de plannen voor windenergie in de 3 Utrechtse RES regio’s
zoekgebied een project wordt.
voldoende robuust zijn. De conclusie van de provincie is dat in de provincie Utrecht onvoldoende voortgang wordt geboekt. Om tot een robuust plan te komen, is de
Stand van zaken zon en wind
provincie Utrecht een onderzoek (planMER) gestart om voor 93 mogelijke windlocaties
De RES vloeit voort uit de afspraken die zijn gemaakt in het Klimaatakkoord om
(waarvan 18 in de RES regio Amersfoort) te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn.
in Nederland voor 2030 35 TWh duurzame energie op te wekken via grootschalige
Vervolgens vindt een afweging plaats welke locaties geschikt zijn.
bewezen technieken: windturbines en zonnepanelen.
Warmte toegevoegd aan de RES De regionale ambities zijn er echter niet omdat het Klimaatakkoord dit voorschrijft,
Naast de opgave voor grootschalige opwek van duurzame energie met zon en wind is
maar omdat colleges en volksvertegenwoordigers in de regio Amersfoort zelf overtuigd
de afgelopen twee jaar ook onderzocht welke regionale bronnen kunnen bijdragen aan
zijn van de urgentie. Vanuit die overtuiging is de regio op zoek gegaan naar kansrijke
de warmtetransitie. Uit onderzoek blijkt dat aquathermie uit de Eem en het Eemmeer
zoeklocaties en wil de regio stappen zetten om in 2030 ten minste 49% CO₂-reductie te
in de regio substantieel kunnen bijdragen aan de warmtetransitie. Dat geldt in de
realiseren t.o.v. 1990.
toekomst ook voor geothermie. Daarnaast willen we ook de mogelijkheden van groen gas verder verkennen. De landelijke overheid heeft een versnelling aangekondigd voor
Uit deze voortgangsrapportage blijkt dat de grootschalige opwek van zon op dak
de warmtetransitie. Het versnellen van de warmtetransitie vraagt om een forse extra
tussen 2019 en 2020 in de regio fors is toegenomen. Op dit moment hebben we circa
opgave om dit te kunnen realiseren.
30% van de geplande opgave gerealiseerd. Sinds 2021 laat de groei van zon op dak een afvlakking zien. Waarschijnlijk is dit veroorzaakt door het afkondigen van netcongestie in 2021. Hierdoor kan grootschalige opwek niet altijd worden aangesloten op het elektriciteitsnetwerk. Voor zon op veld is eveneens circa 30% van de opgave gerealiseerd, maar ook hier zien we een afvlakking van de groei. De meest waarschijnlijke oorzaak voor de afvlakking van de groei is het afkondigen van netcongestie maar ook andere oorzaken kunnen een rol spelen (bijvoorbeeld dat de gemeentelijke ruimtelijke kaders onvoldoende interessant zijn voor ontwikkelende partijen. De precieze oorzaken hiervan gaan we de komende tijd onderzoeken.
Samenvattend luidt de conclusie dat de voortgang in de RES stagneert en dat een versnelling voor de warmtetransitie noodzakelijk is. In deel B presenteren we een stappenplan om deze opgave te realiseren.
8 Regionale Energie Strategie 2.0
••••
1.
Inleiding
1.1
Algemeen
De Regionale Energie Strategie (RES) 2.0 is ontwikkeld en opgesteld door de 7 samenwerkende gemeenten (Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg), netbeheerder Stedin, provincie Utrecht en waterschap Vallei en Veluwe om grootschalige opwek van duurzame elektriciteit en warmte te realiseren. De gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het waterschap hebben met de vaststelling van de RES 1.0 (juli 2021) de opgave vastgesteld om in 2030 0,5 TWh grootschalig duurzame elektriciteit op te wekken binnen de RES regio Amersfoort. Een onderdeel van de RES is de Regionale Structuur Warmte (RSW). De RSW brengt in beeld welke regionale warmtebronnen beschikbaar zijn en hoe deze bronnen bijdragen aan de lokale Transitievisies Warmte (TVW). De RES 2.0 heeft, in lijn met afspraken op landelijk niveau, de vorm van een voortgangsrapportage. In deze voortgangsrapportage beschrijven wij de stand van zaken en hoe de afgelopen twee jaar invulling is gegeven aan de RES-afspraak 0,5 TWh duurzame elektriciteit te realiseren, én hoe gewerkt is aan inzicht in regionale warmtebronnen (deel A). In een apart deel B beschrijven wij de vervolgstappen naar de RES 3.0.
1.2
Het Klimaatakkoord
Het staat vast dat de aarde opwarmt door toedoen van de mens sinds de industrialisering. Door deze klimaatverandering kampen regio’s overal ter wereld met extremer wordend weer, verdwijnen planten en diersoorten, en stijgt de zeespiegel.
9 Regionale Energie Strategie 2.0
••••
Klimaattafel
De rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC ) van de Verenigde Naties laten ons elk jaar de staat van het klimaat zien. Als we de aarde leefbaar willen houden voor onze kinderen en kleinkinderen, en klimaatverandering
Elektriciteit
Landelijke opgave in Megaton (Mton) CO₂
Maatregelen
Trekker
20,2 Mton
35 TWh Grootschalige zonnepanelen en windturbines op land *Het extra vermogen van kleinschalige zonnepanelen op dagerekend bovenop het bod van 35TWh
30 RES regio’s
49 TWh Grootschalige windturbines op zee
Rijk
willen beperken, moeten we onze uitstoot van broeikasgassen verminderen. Nu verbranden we vooral fossiele energie als gas, steenkool en aardolie voor onze elektriciteit, warmte en brandstof. Maar waar we naar toe willen, is een situatie waarin we schone en lokaal opgewekte energie gebruiken. In de Klimaatovereenkomst van Parijs zijn daar in 2015 door 174 landen internationale afspraken over gemaakt en is het streven vastgelegd om de opwarming beperkt te houden tot 1,5 graad.
Gebouwde omgeving
3, 4 Mton
Besparing aardgasverbruik Alternatieve bronnen (aquathermie, geothermie, etc.)
Regionale mogelijkheden (30 RES regio’s) Lokale mogelijkheden (gemeenten)
Mobiliteit
7,3 Mton
Elektrificatie personenvervoer Besparing gebruik fossiele brandstoffen middels beperken autogebruik
Provincies
Industrie
14,3 Mton
Gebruik elektriciteit en waterstof i.p.v. gas en olie
Rijk
Landbouw en landgebruik
3,5 Mton
Meer bos en natuur Elektriciteit i.p.v. gas
Rijk
Schone en lokaal opgewekte energie vraagt om het maken van lastige keuzes. Niemand is blij met een windturbine of zonnepark in de achtertuin en dit kan oproepen tot weerstand. Dat begrijpen we. Maar niets doen, is geen optie, vanwege de snelle toename van klimaatverandering. Ook de regio Amersfoort heeft een verantwoordelijkheid om een bijdrage te leveren aan het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Door lokaal invulling te geven aan (financiële) participatie, goede landschappelijke inpassing en afstemming met omwonenden willen we de impact zoveel mogelijk beperken.
Landelijk Het Klimaatakkoord is de Nederlandse uitwerking van de klimaatafspraken van Parijs. In het Klimaatakkoord hebben we afgesproken om de totale uitstoot aan broeikasgassen
Tabel 1: Opgaven per klimaattafel
in Nederland in 2030 terug te brengen met 49% ten opzichte van 1990. De totale uitstoot in 1990 was zo’n 228 miljoen ton CO₂-equivalenten, ofwel 228 Megaton (Mton). Een
N.B. In het nationaal Klimaatakkoord is een landelijke doelstelling opgenomen voor wind op zee. Ook zijn kleinscha-
Megaton (Mton) staat voor 1 miljard kilo of 1.000 miljoen kilo. In 2030 moet de uitstoot op
lige zonnepanelen op dak meegerekend met de landelijke doelstelling. Deze maken geen deel uit van de RES.
116 Mton liggen. De opgave van de Elektriciteitstafel is om 84 TWh duurzame energie op te wekken via In het Klimaatakkoord hebben vijf tafels (Elektriciteit, Industrie, Mobiliteit, Gebouwde
grootschalige, bewezen technieken: zonnepanelen en windmolens, waarvan 35 TWh op
omgeving, en Landbouw & landgebruik) elk een eigen opgave meegekregen om samen
land en 49 TWh op zee. Inmiddels is duidelijk dat het kabinet meer windenergie op zee
in 2030 die 49% CO₂-vermindering ten opzichte van 1990 te bereiken.
wil. Dit levert vanaf 2030 bovenop de genoemde 84 TWh, nog 46 TWh op. Dit is nodig
Tabel 1 laat de opgave van elke klimaattafel zien en wie verantwoordelijk is om deze
omdat de elektriciteitsvraag groter zal zijn dan verondersteld toen het Klimaatakkoord
opgave te realiseren.
werd vastgesteld.
10 Regionale Energie Strategie 2.0
••••
nodig is voor het opwekken van duurzame energie, mede door de sterk toenemende Hoeveel is een Terawattuur (TWh)?
vraag naar elektriciteit ten opzichte van de verwachting in 2019. Dit betekent dat we niet de luxe hebben om gangbare opties weg te strepen of de opgave voor ons uit
In Nederland gebruiken we met z’n allen jaarlijks 120 Terawattuur (TWh) aan
te schuiven. Het is daarom ook essentieel om te kijken naar hoe we omgaan met
elektriciteit en groeit dat naar 206 TWh in 2030. De ambitie voor heel Nederland
ons elektriciteitsnet. Nu alleen focussen op het behalen van de doelstelling tot 2030,
is om 35 TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken in 2030. Onze regio heeft
zonder te kijken naar de verhouding wind/zon, betekent namelijk dat na 2030 niets
het voornemen om 0,5 TWh daaraan bij te dragen. Maar hoeveel is een TWh
meer mogelijk is omdat er geen netcapaciteit meer beschikbaar is als gevolg van het
eigenlijk? Eén TWh is 1 miljard Kilowattuur (kWh). Om een idee te geven, met
hoge piekvermogen van zonnepanelen.
ongeveer 70 windmolens kun je 1 TWh aan elektriciteit opwekken. Dat kan ook met 300.000 huizen met zonnepanelen of met 1.000 hectare aan zonnevelden. Programma CO₂ besparen De regio heeft in de RES 1.0 de ambitie vastgelegd om in 2030 49% minder CO₂ Het kabinet heeft in 2022 de ambitie uitgesproken om uiterlijk in 2030 55% in plaats van
uit te stoten ten opzichte van 1990. Daarom is naast de uitwerking van de
49% minder CO2 uit te stoten. De Europese Unie heeft deze ambitie in 2022 verhoogd
grootschalige opweklocaties voor zonne- en windenergie ook een start gemaakt
naar 60%. Deze verhoging is (nog) niet vertaald naar de RES. Daarnaast neemt de totale
met het Programma CO₂ besparen.
elektriciteitsvraag sneller toe dan verwacht tijdens de vaststelling van het Klimaatakkoord. Dit komt door de snelle groei van het aantal elektrische auto’s, en inwoners en bedrijven
Het doel van het Programma CO₂ besparen luidt: ‘CO₂-reducerende
die voor hun warmtevoorziening van gas overstappen op elektriciteit. In 2019 bedroeg de
activiteiten in kaart hebben én aanvullend ten uitvoer brengen waar regionale
totale voorziene vraag in 2030 nog 165 TWh, terwijl volgens de meest recente prognose de
samenwerking meerwaarde heeft om een bijdrage te leveren aan de CO₂-
elektriciteitsvraag in 2030 circa 206 TWh bedraagt.
ambitie van de regio’. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten vastgesteld:
Regionaal
•
Overzicht mogelijke CO₂-reducerende activiteiten
Alle besturen in de regio Amersfoort beschouwen de energietransitie als een cruciale en
•
Kwantitatieve regionale CO₂-ontwikkeling in beeld
urgente opgave voor de komende decennia. Deze regionale ambities zijn er niet omdat
•
Tot uitvoering (laten) komen van regionale CO₂-reducerende activiteiten
het nationaal Klimaatakkoord dit voorschrijft, maar omdat de bestuurders in de regio
•
Rekening houden met verschillende snelheden en ambitie tussen
Amersfoort zelf overtuigd zijn van de urgentie. Vanuit die overtuiging is de regio op
regiopartijen
zoek gegaan naar kansrijke zoeklocaties en wil de regio stappen zetten om in 2030 ten minste 49% CO₂-reductie te realiseren ten opzichte van 1990. De RES en de RSW leveren
Bij de uitwerking van het programma is een longlist aan verschillende CO₂-
hieraan een belangrijke bijdrage.
reducerende activiteiten opgesteld. Na het doorlopen van de actielijst met ambtelijk specialisten en ondersteunende gemeenten is besloten om de ideeën niet verder
Na 2030
uit te werken. De meeste ideeën bleken al in een ander programma belegd of
De 0,5 TWh grootschalige opwek van duurzame energie in 2030 is een eerste stap
hadden geen regionale meerwaarde, en er is onvoldoende capaciteit of middelen
richting een klimaatneutraal 2050. Dat betekent dat de uitstoot van broeikasgassen in
beschikbaar. De kwantitatieve regionale CO₂-ontwikkeling wordt in beeld gebracht
2050 niet hoger is dan wat opgenomen kan worden door bijvoorbeeld bomen. Netto
door middel van monitoring. De provincie Utrecht is hierin de trekker.
is de uitstoot in 2050 dus nul. Dit betekent dat ook na 2030 een forse inspanning
11 Regionale Energie Strategie 2.0
••••
1.3
Doel van deze voortgangsrapportage
Landelijk is de afspraak gemaakt dat elke energieregio met de RES 2.0 inzichtelijk maakt of de regio op koers ligt om het RES-bod te halen en welke stappen zijn en worden gezet qua regionale warmtebronnen. Deze rapportage geeft antwoord op de volgende vragen: •
Zitten er voldoende projecten in de pijplijn waarvoor in 2025 een vergunning kan worden aangevraagd en verleend? Deze datum is van belang zodat de markt voldoende tijd heeft om uiterlijk in 2030 tot realisatie te komen.
•
Ligt de regio daarmee op koers om in 2030 0,5 TWh grootschalige duurzaam opgewekte elektriciteit te realiseren?
•
In welke mate kunnen regionale bronnen bijdragen aan de Transitievisie Warmte?
•
1.4
Welke stappen zijn nodig richting 2025 en de RES 3.0?
Leeswijzer
In dit deel A gaan de hoofdstukken 2 en 3 in op de RES 1.0 en de ontwikkelingen en voortgang van grootschalige opwek van duurzame elektriciteit. De netimpact analyse en de aanbevelingen van de netbeheerder zijn opgenomen in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 beschrijft de ontwikkelingen met betrekking tot de Regionale Structuur Warmte. Hoofdstuk 6 gaat in op de participatie en bestuurlijk draagvlak. De conclusies zijn opgenomen in hoofdstuk 7. Vervolgens presenteert deel B de stappen en activiteiten richting de RES 3.0.
12 Regionale Energie Strategie 2.0
••••
2. Opgave en ontwikkelingen opwek grootschalige duurzame elektriciteit
2.1
Invulling RES 1.0
Voorafgaand aan de vaststelling van de RES 1.0 hebben we onderzocht hoe we grootschalige opwek van duurzame elektriciteit in onze regio kunnen realiseren. Op grond van de vastgestelde zoekgebieden en de tredebenadering is in onderstaand figuur 1 gepresenteerd welk aandeel grootschalig zon op dak, solar carports, zon op veld en wind op land hebben. Ook is peer onderdeel indicatief weergegeven om hoeveel hectares het gaat en aantal windmolens (met een vermogen van 5MW. Elke twee jaar brengen we de voortgang van de RES in beeld en beoordelen we of bijsturing nodig is.
Figuur 1: RES-opgave per opwekcategorie uit de RES 1.0
Grootschalig zon op dak
Trede 1 Gerealiseerd of in voorbereiding
Trede 2/3 Richting uitvoering of onderzoek
Trede 4 Verkenning (over programmering)
Totaal
Onderdeel
TWh
Hoeveelheid
TWh
Hoeveelheid
TWh
TWh
0,05
50 hectare
0,15
150 hectare
0,2
0,01
9 hectare
0,01
0,05
50 hectare
0,23
230 hectare
0,31
0,18
9 Windmolens
0,26
13 Windmolens
0,44
Solar carports Zon op land
0,032
Wind op land Totaal
0,082
30 hectare
0,39 Trede 1, 2, 3: 0,472 TWh
0,49
Hoeveelheid
0,96
60% zon 40% wind
13 Regionale Energie Strategie 2.0
••••
Uit figuur 1 blijkt dat: Trede 1: gerealiseerd of in uitvoering Gerealiseerde en lopende initiatieven waarvoor vergunning is verleend en/of een
•
Grootschalig zon op dak kan met 0,2 TWh (40%) bijdragen aan de RESopgave
Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE) subsidie is verleend •
In de RES 1.0 is aangegeven dat een 50/50 verhouding van zon en wind
Trede 2: richting besluitvorming over uitvoering
voor het behoud van leveringszekerheid het meest ideaal is. Deze
In trede 2 zijn de kansrijke projecten opgenomen die richting besluitvorming
verhouding bleek niet (helemaal) haalbaar en er is uitgegaan van een
over uitvoering kunnen gaan. Besluitvorming vindt plaats met een raadsbesluit,
verhouding 60/40 voor zon en wind. Om deze verhouding te bereiken
of met een besluit door PS. Na vergunningverlening komt een project in trede
en bij te dragen aan de RES-opgave zijn in de regio Amersfoort circa 10 grote windturbines nodig met een vermogen van circa 5 MW
1 terecht. Projecten in trede 2 worden voortgezet om deze initiatieven richting realisatie te brengen. Nader onderzoek wordt in nauwe samenwerking met
• •
Trede 3: in onderzoek Kansrijke zones die in lijn met wet- en regelgeving realiseerbaar lijken. Nader
Er (beperkt) mogelijkheden zijn om solar carports te realiseren. In de RES 1.0 is rekening gehouden met 0,01 TWh, circa 9 hectare
•
Bij de vaststelling van de RES sprake was van een overprogrammering van 0,46 TWh. Dit komt nagenoeg overeen met de projecten in trede 4
onderzoek is noodzakelijk om de ecologische, economische en maatschappelijke
(totaal 0,49 TWh)
impact in kaart te brengen. Een initiatief komt na vaststelling van het onderzoek met een raadsbesluit in trede 2 terecht.
Zon op veld (inclusief solar carports) met circa 0,1 TWh bijdraagt aan de RES-opgave
belangenorganisaties en inwoners vorm gegeven.
• Na de vaststelling van de RES 1.0 zijn diverse moties en amendementen (voorstellen
Trede 4: te verkennen om het bod robuuster te maken
tot wijziging) ingediend die impact hebben op de RES-opgave. De belangrijkste
Voor deze zoekgebieden is nog veel onbekend. Hierbij moet een verkenning nog
moties en amendementen zijn:
worden opgestart. Een project komt na vaststelling van de verkenning met een collegebesluit in trede 3 terecht. Initiatieven in trede 4 worden (lokaal) onderzocht
•
Gemeente Baarn: geen windturbines ten noorden van Baarn
en lokaal afgewogen. In trede 4 zijn ook lokale uitnodigingskaders opgenomen
•
Gemeente Bunschoten: geen zon op veld of windturbines op het Eemmeer of in de Eempolder
waarin de ruimtelijke mogelijkheden voor zon en wind op gemiddeld niveau zijn vastgelegd, maar waaruit geen concrete initiatieven zijn ontstaan.
•
Gemeente Eemnes: geen verkenning naar zon op veld of windturbines. Focus op (ultradiepe) geothermie
•
Gemeente Leusden: alleen windturbines en zonnevelden binnen het gemeentelijk uitnodigingskader
•
Provincie Utrecht: de provincie pakt haar regierol wanneer er geen evenwichtige verhouding is tussen zon en wind. Wanneer er locaties afvallen, gaat zij op zoek naar nieuwe locaties om dit evenwicht te herstellen
14 Regionale Energie Strategie 2.0
••••
Bod
60%
Consequentie moties en amendementen
40%
70%
30% Trede 4 Verkenningsfase
Trede 4 Verkenningsfase 0,5 TWh
Trede 3 Onderzoeksfase
0,491 TWh
0,5 TWh
0,199 TWh Trede 3 Onderzoeksfase
Trede 2 Richting Uitvoering Trede 1 Gerealiseerd en in uitvoering
0,96 TWh
0,147 TWh
0,187 TWh 0,082 TWh
Trede 2 Richting Uitvoering
Trede 1 Gerealiseerd en in uitvoering
0,282 TWh
0,101 TWh
0,108 TWh
0,64 TWh
In figuur 2 zijn de consequenties van de moties en amendementen weergegeven. Uit figuur 2 blijkt dat trede 4 fors is afgenomen door het wegvallen van diverse zoekgebieden en de verhouding voor zon en wind schever komt te liggen. Daarmee is de overprogrammering voor een deel komen te vervallen. Overprogrammeren is nodig Figuur 2: Consequentie van moties en amendementen
omdat er altijd locaties of projecten afvallen of veranderen.
15 Regionale Energie Strategie 2.0
••••
2.2
Ontwikkelingen opwek grootschalige elektriciteit
Op dit moment werkt TenneT in samenwerking met Stedin en overheden aan de volgende oplossingen:
Netcongestie Op 12 oktober 2021 kondigde TenneT congestie af voor het terugleveren van elektriciteit
•
Voor de korte termijn zet TenneT de marktconsultatie voort om met
op het netwerk in de provincies Utrecht, Flevoland en Gelderland. Op 17 november 2022
bedrijven afspraken te maken om elektriciteit af te nemen op het moment
informeerde TenneT vervolgens een deel ruimte te hebben gevonden in flexibiliteit op
dat de vraag naar elektriciteit laag is. Bedrijven krijgen hiervoor een
het elektriciteitsnet voor teruglevering, maar nog onvoldoende om de wachtlijsten in
financiële vergoeding en hierdoor ontstaat (beperkt) ruimte op het net
deze provincies weg te kunnen werken.
voor nieuwe netaansluitingen voor duurzame grootschalige opwek van elektriciteit. De komende tijd moet uitwijzen wanneer en hoeveel ruimte op het net beschikbaar komt
Op 17 november 2022 kwam TenneT naar buiten met een nieuwe vooraankondiging van congestie voor dit gebied; het elektriciteitsnet heeft ook zijn maximale capaciteit
•
Tussen 2027 en 2029 zal TenneT het hoogspanningsnetwerk ‘opknippen’
bereikt voor het afnemen van elektriciteit. Deze vooraankondiging werkt door naar
en stations verzwaren waardoor er extra capaciteit op het hoofdnet
het elektriciteitsnet van de regionale netbeheerder Stedin, die ook congestie moet
beschikbaar komt. Voor de regio Amersfoort betekent dit een uitbreiding
afkondigen. Dit betekent concreet dat vanaf 17 november 2022 grootverbruikers die
van de elektriciteitsstations in Amersfoort, Bunschoten en Soest
een nieuwe aansluiting nodig hebben met een aansluitcapaciteit vanaf 3x80 Ampère (zoals industriële of logistieke bedrijven, grootschalige horeca, supermarkten, zorg- of
Impact coalitieakkoorden op de RES
onderwijsinstellingen) voorlopig niet mogelijk is. Dit geldt ook voor bestaande klanten
Op 16 maart 2022 zijn gemeenteraadsverkiezingen gehouden en hebben
met een grootverbruikersaansluiting vanaf 3x80 Ampère die een verzwaring van hun
coalitieonderhandelingen plaatsgevonden. In bijlage 1 is een samenvatting van de
aansluiting nodig hebben.
coalitieakkoorden voor het onderdeel Energietransitie gepresenteerd. Uit de akkoorden blijkt het volgende:
Wat is netcongestie?
•
Alle gemeenten willen vooral zon op dak verder stimuleren
Van netcongestie is sprake als het elektriciteitsnet overbelast is. Vergelijk het met
•
Gemeenten willen inzetten op energiebesparing en dat de
ons wegennet. Als er meer verkeer is dan ons wegennet aankan, ontstaan er files. Ook ons elektriciteitsnet kan overbelast raken en dan komt de leveringszekerheid
Energietransitie betaalbaar moet zijn •
in gevaar. Dat kan komen door te veel vraag of aanbod, maar dat kan ook komen door piekbelasting. Bij te veel opwek (bijvoorbeeld een piek aan stroom op een zonnige dag) kan het net de aangeboden stroom niet verwerken waardoor opwe-
In meerdere coalitieakkoorden is een kritische houding voor zon op veld en wind op land te lezen
•
De meeste gemeenten willen de mogelijkheden voor innovatie verder in beeld brengen
klocaties afgeschakeld worden. Daarnaast is er ook sprake van netcongestie bij de afname van stroom. Doordat er (te) veel vraag is naar stroom ontstaat er ook file
Tussenbalans provincie en vervolgstappen
op het net, waardoor bedrijven in sommige gebieden niet op het net aangesloten
De provincie Utrecht heeft in juli 2022 een tussenbalans opgesteld. Deze tussenbalans
kunnen worden. Wanneer netbeheerders congestie afkondigen voor afname en/
monitort of de plannen van de 3 Utrechtse RES regio’s voldoende robuust zijn,
of levering is in gebruik nemen van een nieuw aansluitingen voor afname en/of
voldoende richting realisatie gaan en of de balans tussen zonne- en windenergie
levering niet mogelijk. Alle netbeheerders in Nederland zijn druk bezig om het
voldoende is. De conclusie van de provincie is dat in de hele provincie Utrecht
elektriciteitsnet te verzwaren en te verbeteren. De verwachting is dat in onze regio
onvoldoende voortgang wordt geboekt om binnen de provincie 1 TWh aan duurzame
het probleem van netcongestie in 2029 opgelost is.
elektriciteit op te wekken met windturbines. Na een oproep aan gemeenten om extra
16 Regionale Energie Strategie 2.0
••••
windenergie mogelijk te maken, heeft de provincie begin 2023 besloten een eerste stap te zetten voor het opstellen van een onderzoeksopzet voor een planMER.
de zin van de EU-richtlijn voor Strategische Milieubeoordeling (SMB-richtlijn). Met de beoogde invoering van de omgevingswet, vooralsnog op 1 januari 2024,
De eerste stap bestaat uit het opstellen en in procedure brengen van een zogeheten
wordt de RES wel beschouwd als een kaderstellend plan. In opdracht van het
Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) en een participatieplan. In deze
Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (NP RES) is onderzocht
documenten is aangegeven wat (welke milieu-effecten) er waar (welke gebieden) in
hoe moet worden omgegaan met de planMER-plicht als gevolg van de
de planMER worden onderzocht, en hoe belanghebbenden hierbij betrokken worden en
invoering van de omgevingswet. Uit het advies blijkt dat voor de RES 1.0 (met
inspraak kunnen hebben.
terugwerkende kracht) geen planMER nodig is. Wanneer een kaderstellende wijziging (of herijking) wordt aangebracht in de RES waar een MER-plicht op van
Het nieuwe college zal na de coalitieonderhandelingen de definitieve NRD vaststellen.
toepassing is, geldt alsnog de planMER-plicht. Op dit moment voert de provincie
Daarna kan de onderzoeksfase starten. Als de resultaten bekend zijn worden deze met de
Utrecht een planMER uit waarin de milieugevolgen voor grootschalige opwek
gemeentes gedeeld. Daarna zal de besluitvorming over de voorkeurlocaties voor windtur-
van elektriciteit middels windturbines in de hele provincie wordt onderzocht.
bines op basis van onder meer de planMER plaatsvinden. In deel B (van RES 2.0 naar RES
Wanneer blijkt dat het nodig is om nieuwe zoekgebieden voor windenergie in
3.0) lichten we toe hoe de besluitvorming over de planMER en de RES wordt ingericht.
onze regio toe te voegen, wordt de RES een kaderstellend plan. In deel B wordt deze procedure verder toegelicht. N.B. In de systematiek van NP RES wordt onder een kaderstellende wijziging
Milieueffectrapport (MER) en de RES
(of herijking) verstaan dat nieuwe zoekgebieden voor zon en wind worden
Een milieueffectrapport (MER) is een hulpmiddel bij het nemen van
toegevoegd ten opzichte van de RES 1.0. Herijking betekent niet: het aanpassen
besluiten. Voor een activiteit (bijvoorbeeld een nieuwe autosnelweg of een
van de afspraak om (in onze regio) 0,5 TWh grootschalige duurzaam opwekte
windturbinepark) worden de milieueffecten van deze activiteit onderzocht.
elektriciteit te realiseren.
Denk hierbij aan toename van de geluidsbelasting voor inwoners of de impact op de natuur. Het onderzoek gebeurt door de effecten voor verschillende alternatieven in beeld te brengen. Een planMER kiest of besluit niets, maar
Impact van de uitnodigingskaders voor zon op veld en wind op land
levert ondersteunde informatie bij het nemen van een overheidsbesluit. Dit
De meeste gemeenten in de regio hebben ruimtelijk beleid opgesteld om de invulling
besluit kan een bestemmingsplan zijn, maar ook een kaderstellend plan
van de RES-opgave voor zon op veld en (in een aantal gevallen) wind op land mogelijk
(bijvoorbeeld een omgevingsvisie, gebiedsvisie of een programma). De planMER
te maken. In bijlage 2 is een actueel overzicht opgenomen. Het actuele overzicht is
is alleen verplicht wanneer binnen dit kaderstellend plan of programma,
verwerkt in de RES 2.0.
activiteiten mogelijk worden gemaakt die voorkomen op de C- en D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage. In het geval van de RES geldt dit bijvoorbeeld
Rekenmethode NP RES 2023
voor een windturbinepark (> 15 MW, circa 3 windturbines). In 2021 hebben de
Elke regio monitort zelf zijn voortgang, in de regio Amersfoort gebruiken we daarvoor
gemeenteraden in onze regio, de provincie Utrecht en waterschap Vallei en
de trede benadering. Om de voortgang uniform en optelbaar over de 30 RES regio’s
Veluwe een besluit genomen over de RES 1 0. Op basis van nationale en Europese
objectief te kunnen vergelijken, heeft het Nationaal Programma Regionale Energie
regelgeving was het toen niet verplicht om een planMER uit te voeren. Dat komt
Strategie (NP RES) een nieuwe rekenmethodiek opgesteld. In het kader op de volgende
omdat de RES 1.0 onder de huidige wet- en regelgeving geen ‘programma’ is in
pagina lichten we deze nieuwe rekenmethodiek verder toe.
17 Regionale Energie Strategie 2.0
••••
In de nieuwe rekenmethodiek maken we onderscheid tussen vier categorieën van opwek. Dit zijn wind op land, zon op veld, zon op dak en wind/zon onbepaald.
Rekenmethodiek van NP RES De nieuwe rekenmethodiek van NP RES biedt een uniforme methode om de
Daarnaast hebben we een fasering opgesteld waarbij we het stadium van realisatie
verwachte opwek van bestaande projecten/initiatieven te berekenen. Daarbij
als uitgangspunt hebben aangehouden. De zoeklocaties worden op volgorde van
worden alleen projecten die huidig (gerealiseerd) zijn of in de pijplijn zitten
concreetheid uitgesplitst in drie onderdelen: ‘huidig’, ‘pijplijn’ en ‘ambitie’:
meegerekend als verwachte opwek voor de RES-opgave. Er worden uniforme realisatiegraden toegepast op projecten die zich in de pijplijn bevinden.
•
Huidig: het deel dat al gerealiseerd is en produceert
Bijvoorbeeld: een wind project in de vergunningprocedure telt voor 60% mee
•
Pijplijn: de zoeklocaties die in ontwikkeling zijn
in ‘Pijplijn’ omdat dit de verwachte realisatiegraad is. De overige 40% staat
•
Ambitie: het (aanvullende) deel dat nog niet in ontwikkeling is
bij ‘Ambitie – Ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn’. De realisatiegraden zijn gebaseerd op de kans dat een project wordt gerealiseerd, uitgesplitst per
In figuur 3 hebben we de nieuwe fasering volgens de NP RES in verband gebracht met
opwekcategorie en per fase. In Tabel 2 hieronder is voor de realisatiegraden
de tredebenadering uit de RES 1.0. Een uitgebreide beschrijving van de betekenis van de
uitgegaan van structurele netcongestie.
fases is opgenomen in bijlage 3. Tredebenadering
Fasering
Begrippenkader Niet uitgewerkt
4 Ambitie
3 Voortraject
Reductie op opwek a.g.v. de realisatiegraad komt deze categorie terug
Vergunningsaanvraag 2
Pijplijn
Vergunningsverlening Subsidiebeschikking en bouw
1 Huidig
Onderdeel
Fase
Wind op land
Zon op veld
Zon op dak
Pijplijn
Voortraject
10%
10%
-
Vergunningaanvraag
60%
40%
-
Vergunningverlening
90%
10%*
-
Subsidiebeschikking en bouw
95%
90%
20%*
100%
100%
100%
Uitgewerkt T.g.v. Realisatiegraad in pijplijn
Figuur 3: Onderlinge verhouding tussen fasen uit de tredebenadering en het begrippenkader
Realisatiegraden
Huidig
Tabel 2: Realisatiegraden van opwekcategorieën in de pijplijn
18 Regionale Energie Strategie 2.0
••••
3. Stand van zaken grootschalige opwek duurzame elektriciteit
3.1
Algemeen
De RES-afspraak om 0,5 TWh duurzame energie op te wekken op land in 2030 is onderverdeeld in 3 categorieën. Op grond van de aangedragen zoekgebieden en projecten bij de RES 1.0 de kan de onderstaande verhouding worden afgeleid .aZon op dak (0,2 TWh) •
Zon op veld (0,1 TWh)
•
Wind op land (0,2 TWh)
In dit hoofdstuk lichten we de huidige stand van zaken (februari 2023) toe ten opzichte van de ambities uit de RES 1.0. We brengen in beeld welke initiatieven verder zijn gebracht en welke initiatieven zijn afgevallen. Daarnaast presenteren we de voortgang aan de hand van de nieuwe rekenmethodiek van NP RES.
3.2
Grootschalige opwek zon op dak
De totale ambitie van de regio is om in 2030 0,2 TWh grootschalig zon op dak gerealiseerd te hebben. Bij vaststelling van de RES 1.0 was al circa 0,05 TWh hiervan in de regio gerealiseerd. Met behulp van een onderzoek door het Kadaster is toen de potentiële opwek aan de hand van luchtfoto’s bepaald. De techniek om zonpotentie te berekenen, houdt geen rekening met kleine obstakels (zoals antennes of ventilatoren) en dakconstructie en verzekering. Daarom hanteert het Kadaster op basis van eerder onderzoek een factor van 40% van het totale dakoppervlak dat gemiddeld gezien benut kan worden; dit is het geschikt dak. De gemeenten hebben de ambitie uitgesproken om 80% van de geschikte daken in 2030 te benutten voor de grootschalige opwek van hernieuwbare energie met zonnepanelen. Dit betreft de realisatie van 0,15 TWh extra grootschalig zon op dak.
19 Regionale Energie Strategie 2.0
••••
Voor de RES 1.0 afgesproken dat in elke gemeente minimaal één hectare solar carports voor 2030 gerealiseerd is. Solar carports komen moeizaam van de grond. Een belangrijke oorzaak is de forse toename van materiaalprijzen en dat dubbel ruimtegebruik (nog) niet ondersteund wordt in de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE). Hierdoor is de exploitatie lastig haalbaar. In het kader van de herontwikkeling van de Prins Bernhard kazerne in Amersfoort is in overleg met het ministerie van Defensie en het Rijksvastgoedbedrijf 1 ha voor een solar carport opgenomen. Voor grootschalig zon op dak is in de RES 2.0 een opname gemaakt van de stand van zaken van zonne-energie op grote daken in januari 2023. Deze is gebaseerd op een dataset van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) met luchtfoto’s
Zon op dak voortgang t.o.v. ambitie 2030
uit april 2021. De gegevens zijn in tabel 3 en figuur 4 per gemeente uitgesplitst. De pijplijn is afkomstig uit de SDE++ subsidielijst (Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie) van januari 2023 en gecorrigeerd met de
Regio totaal
bijbehorende realisatiegraad uit de rekenmethodiek van NP RES (20%). Woudenberg Soest Gemeente
Opwek gerealiseerd (in TWh)
Pijplijn volgens rekenmethodiek NP RES (in TWh)
Ambitie 2030 (in TWh)
Amersfoort
0,019
0,003
0,082
Bunschoten
Baarn
0,003
0,000
0,009
Baarn
Bunschoten
0,013
0,001
0,030
Amersfoort
Eemnes
0,002
0,000
0,005
Leusden
0,005
0,000
0,020
Soest
0,008
0,000
0,038
Opwek gerealiseerd
Woudenberg
0,004
0,001
0,016
Pijplijn (gecorrigeerd o.b.v. realisatiegraad
Regio totaal
0,053
0,006
0,2
Resterende ambitie
Leusden Eemnes
0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
90% 100%
Figuur 4: De huidig gerealiseerde opwek en pijplijn zijn in context geplaatst van de opgave uit de RES 1.0 (0,2 Tabel 3: Gerealiseerde opwek en pijplijn voor grootschalig zon op dak
TWh zon op dak voor de regio)
20 Regionale Energie Strategie 2.0
••••
Figuur 5 laat de groei van grootschalig zon op dak vanaf 2015 zien. Deze is gebaseerd op de SDE++ lijst en kent een kleine afwijking in opwek omdat locaties die niet via een SDE++ subsidie worden gerealiseerd, niet inzichtelijk zijn. Het laat wel de groeitrend van opwek zien. Na een relatieve grote stijging van 2017 tot en met 2020 zwakt de groei af vanaf 2021, waarna jaarlijks minder nieuw grootschalig zon op dak wordt gerealiseerd.
• Er zijn sinds de RES 1.0 geen nieuwe zon op veld-projecten met SDE++ subsidies bijgekomen • Het overgrote deel van de opwek is nog ambitie. De opwek van de gerealiseerde zon op veld-projecten en de projecten in de pijplijn uit de lopende zon op veld-projecten is samen circa 0,03 TWh • Er is een versnelling voor zon op veld nodig om de opgave (0,1 TWh) te halen. In deel B
Uit het bovenstaande kunnen we de volgende conclusies trekken: •
Er is een afvlakking in de groeitrend van grootschalige opwek van zon op dak
•
Er is 0,053 TWh duurzame grootschalige opwek via zon op dak gerealiseerd
•
Met correctie van de realisatiegraad op huidige opwek en pijplijn wordt in totaal circa 0,06 TWh opwek via grootschalige zon op dak verwacht
•
Er is een versnelling voor zon op dak nodig om de ambitie (0,2 TWh) te kunnen halen. In deel B staan de stappen die hiervoor nodig zijn
•
Solar carports komen moeilijk van de grond door een toename van materiaalprijzen en doordat dubbel ruimtegebruik in de SDE regeling (nog) niet wordt ondersteund en juridische belemmeringen (bijvoorbeeld
3.3
staan de stappen die hiervoor nodig zijn
Totale opwek grootschalig zon op dak (TWh) 0,060 0,050
Zon op veld
0,010
bijgekomen, vertraagd en afgevallen. Een overzicht van veranderingen en de huidige
0,041
0,030 0,020
om 0,1 TWh zon op veld in 2030 gerealiseerd te hebben. Sindsdien zijn er projecten
0,050
0,040
verkrijgen van het opstalrecht)
De RES 1.0 bevatte in totaal (inclusief trede 4) 0,31 TWh zon op veld en de ambitie
0,047
0,020 0,013 0,002
0,003
0,005
2015
2016
2017
0,000 2018
2019
2020
2021
2022
stand van zaken is opgenomen in bijlage 4. Figuur 5: Totale opwek (TWh) van grootschalig zon op dak voor de RES regio Amersfoort
De totale opwek van zon op veld-projecten, zonder toepassing van realisatiegraden, is in de RES 2.0 gedaald naar 0,228 TWh. Rekening houdend met de rekenmethodiek van NP RES en netcongestie is de huidige opwek van zon op veld circa 0,03 TWh en zit er circa 0,001 TWh in de pijplijn. Uit tabel 4, figuur 6 en bijlage 4 kunnen we het volgende concluderen:
Stand van zaken Zon op veld
Gerealiseerd
Pijplijn (gecorrigeerd o.b.v. realisatiegraden)
Ambitie 2030
0,0299 TWh
0,001 TWh
0,1 TWh
• Het aantal gerealiseerde initiatieven met SDE++ subsidies is gegroeid. De zonnevelden Maatweg, Eemnes, Hoevelakense Beek en drie waterschapslocaties zijn inmiddels gerealiseerd
Tabel 4: Huidige gerealiseerde opwek en pijplijn t.o.v. de ambitie in 2030
21 Regionale Energie Strategie 2.0
••••
Zon op veld voortgang t.o.v. ambitie (0,1 TWh)
3.4
Wind op land
De RES 1.0 bevatte (inclusief trede 4) in totaal 0,44 TWh wind op land. Sindsdien zijn er projecten van status veranderd en afgevallen. De totale optelsom van wind op land is in de RES 2.0 gedaald naar 0,15 TWh. Een overzicht van veranderingen en de huidige stand van zaken is opgenomen in bijlage 5. In tabel 5 en figuur 7 worden de projecten en initiateven die nu in beeld zijn geplaatst in de context van de 0,2 TWh ambitie uit de RES 1.0. Hieruit kunnen we het volgende
Opwek TWh
concluderen: •
Er is nog geen wind op land-project gerealiseerd binnen de RES regio Amersfoort
•
Met toepassing van de bijbehorende realisatiegraden zit er momenteel circa 0,001 TWh in de pijplijn. Dit betreft alleen de locatie Isselt die voor
0
0,02
0,04
0,06
0,08
0,1
10% in de pijplijn is meegenomen (status: voortraject). Wanneer deze
0,12
windturbines worden gerealiseerd draagt Isselt voor ca. 10% bij aan de totale opgave voor wind op land
Figuur 6: Visualisatie Opwek van gerealiseerde opwek en pijplijn t.o.v. 0,1 TWh ambitie gerealiseerd
•
Pijplijn (gecorrigeerd o.b.v. realisatiegraad
Rekening houdend met de doorlooptijd van wind op land-projecten is een inhaalslag nodig om 0,2 TWh wind op land in 2030 te realiseren. In deel B
Wind op land voortgang t.o.v. ambitie (0,2 TWh) Resterende ambitie
staan de stappen die hiervoor nodig zijn
Stand van zaken Wind op land
Gerealiseerd
Pijplijn (gecorrigeerd o.b.v. realisatiegraden)
Ambitie 2030
-
0,0012 TWh
0,2 TWh
Tabel 5: Huidige gerealiseerde opwek en pijplijn t.o.v. de ambitie in 2030
0
0,05
0,1
Pijplijn (gecorrigeerd o.b.v. realisatiegraad
0,15
0,2
Resterende ambitie
Aandeel windturbines Isselt bij onherroepelijke vergunning
Figuur 7: Visualisatie van gerealiseerde opwek en pijplijn t.o.v. 0,1 TWh ambitie
0,25
22 Regionale Energie Strategie 2.0
••••
3.5
Impact rekenmethodiek NP RES
•
initiatieven in treden ingedeeld. Er is toen geen correctiefactor toegepast op de
•
De gerealiseerde projecten (0,083 TWh) en pijplijn (0,008 TWh) tellen samen op tot 0,091 TWh wat in de RES 2.0 wordt meegeteld door NP RES
verwachte opwek van projecten en initiatieven. Met de rekenmethode van NP RES
en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)
wordt de opwek van projecten en initiatieven in de pijplijn wel gecorrigeerd met een realisatiegraad. In tabel 6 is, op basis van de realisatiegraden uit tabel 2, de huidige stand
Circa 16% van de RES-opgave van 0,5 TWh is ten tijde van de RES 2.0 gerealiseerd
In de RES 1.0 is gebruik gemaakt van de tredebenadering. Hierbij zijn projecten en
•
Een groot deel van de huidige projecten is momenteel nog ambitie
van zaken uiteengezet. Uit de doorrekening met de rekenmethodiek van NP RES blijkt
en deze projecten tellen daarom niet mee in de realisatie volgens de
het volgende:
rekenmethode van NP RES •
Er is behoefte aan het concreter maken van de projecten in de ambitiefase
•
Tabel 6: Huidige tussenstand RES 2.0, volgens de rekenmethode van NP RES
Zon-PV (TWh) Zon op Veld >15 kWp
Zon op Dak > 15kWp
Wind of zon onbepaald (TWh)
0,000
0,013
0,148
0,000
0,293
0,138
0,152
0,003
0,000
Ten gevolge van realisatiegraad in pijplijn
0,067
0,011
0,032
0,024
-
Totaal (TWh)
Wind op Land (TWh)
Ambitie (niet uitgewerkt)
0,161
Ambitie (uitgewerkt)
Ambitie totaal
0,521
0,149
0,197
0,175
0,000
Voortraject
0,001
0,001
0,000
-
-
Vergunningsaanvraag
0,001
0,000
0,001
-
-
Vergunningsverlening
0,000
0,000
0,000
-
-
Subsidiebeschikking en bouw
0,006
0,000
0,000
0,006
-
Pijplijn totaal
0,008
0,001
0,001
0,006
-
Huidig
0,083
0,000
0,030
0,053
-
0,612
0,150
0,228
0,234
0,000
Totaal RES bod volgens RES 1.0
0,959 Tabel 6: Huidige tussenstand RES 2.0, volgens de rekenmethode van NP RES
23 Regionale Energie Strategie 2.0
••••
3.6
Samenvatting
In de vorige paragrafen zijn we uitvoerig ingegaan op de huidige stand van zaken van
maar nog niet gerealiseerd •
De ambitie van 0,2 TWh verdeeld over bedrijventerreinen,
de grootschalige opwek van energie. In deze paragraaf vatten we alles samen.
overheidsgebouwen en buitengebieden is sinds de RES 1.0 beperkt
We hebben als regio de opgave om in 2030 0,5 TWh duurzame energie op te wekken in
gerealiseerd: 26,5% van de totale opgave is gerealiseerd, zie tabel 3 (0,053 TWh van de beoogde 0,2 TWh)