CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Lijst van ambtshalve wijzigingen BP Schrans 2 Castelré

Gemeenteraad (openbaar) 18 september 2024, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Raadsvoorstel tot vaststellen bestemmingsplan Schrans 2 te Castelré23.969 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 21

Figuur 12: Kaart met Archis vondstlocaties. 11 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer. 11 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem), http://archis.cultureelerfgoed.nl

Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 22

Figuur 13: Kaart met Archisonderzoeksmeldingen. 12 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.

12 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem), http://archis.cultureelerfgoed.nl

Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 23

Figuur 13: Uitsnede uit de gemeentelijke beleidskaart. 13 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.

13 Bron: Gemeente Baarle-Nassau

Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 24

2.5 Historie (LS03) Op de kaarten van Ferraris uit 1770 en Verheesch uit omstreeks 1780 (zie figuur 15 en 16), is slechts te zien dat het plangebied direct aan de beek grenst. Volgens de kaart van de historische landschappen en historische relicten (zie figuur 17 en 18) ligt het zuidoostelijke deel van plangebied van oudsher binnen een open akkercomplex en liggen de overige delen van oudsher op grasland. In beide gevallen gaat het om gebieden met een inrichting die al (deels) van voor 1500 dateert. Op de kadastrale kaart uit de periode 1811-1832 ligt het plangebied nog vrijwel volledig op agrarische percelen en is alleen bebouwing aanwezig op de locatie waarop ook nu nog een woning staat. Deze woning dateert volgens de BAG-viewer uit 1970. Dit geldt ook voor de bijbehorende schuur. Figuur 21 toont achtereenvolgens topografische kaarten van het onderzoeksgebied uit 1845, 1899, 1958 en 2016. Op deze kaarten is te zien dat gedurende de afgelopen tweehonderd jaar nauwelijks iets is veranderd binnen het plangebied. De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME), toont in en nabij het plangebied geen militaire elementen. Ook de site traces of war geeft in of nabij het plangebied geen bijzonderheden. Niettemin ligt het plangebied tegen de grens met België waarlangs gedurende de eerste wereldoorlog de zogenaamde dodendraad liep.

De door de Duitsers gebouwde geëlektrificeerde grensversperring moest vermijden dat vluchtelingen en oorlogsvrijwilligers vanuit België naar Nederland konden komen. Het plangebied ligt langs de dodendraadroute en pal naast de huidige woning staat een informatiebord over deze route (zie figuur 14).

Figuur 14: Het informatie bord over de dodendraadroute dat pal naast de huidige woning staat (bron: Google Streetview) Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 25

Figuur 15: Uitsnede uit de kaart van Ferraris uit 1770. 14 Het plangebied is rood omlijnd.

14 Bron: Verheesch

Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 26

Figuur 16: Uitsnede uit de kaart van Verheesch uit ca. 1780. 15 Het plangebied is rood omlijnd.

15 Bron: Verheesch

Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 27

Figuur 17a: Uitsnede uit de kaart met historisch landschap (naar Renes, 1985) 16 Het plangebied is rood omlijnd.

16 Bron: Renes, J., West-Brabant, een cultuurhistorisch landschapsonderzoek, Waalre, 1985

Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 28

Figuur 17b: Legenda van de kaart met historische landschapselementen (naar Renes, 1985)

Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 29

Figuur 18a: Uitsnede uit de kaart met historische relicten (naar Renes, 1985) 17 Het plangebied is rood omlijnd.

17 Bron: Renes, J., West-Brabant, een cultuurhistorisch landschapsonderzoek, Waalre, 1985

Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 30

Figuur 18b: Legenda van de kaart met historische relicten (naar Renes, 1985) 18 Het plangebied is rood omlijnd 18 Bron: Renes, J., West-Brabant, een cultuurhistorisch landschapsonderzoek, Waalre, 1985

Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 31

Figuur 19: Uitsnede uit de kaart cultuurhistorische monumenten. 19 Het plangebied is rood omlijnd.

19 Bron: Monumentenregister Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Amersfoort 2018

Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 32

Figuur 20: Uitsnede uit de kadastrale kaart uit 1832 20

20 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Emmen 2008

Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 33

Figuur 21: Uitsneden uit de topografische kaarten uit achtereenvolgens: 1845, 1899, 1958 en 2016. 21 Het plangebied is telkens rood omlijnd.

21 Bron: Kadaster Topografische Dienst

Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

2.6 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 34

(LS05)

Specifieke ligging (locatie) en verwachte perioden (datering) Het plangebied ligt op de rand van een beekdal en op de overgang hiervan naar relatief hooggelegen terreindelen. Het plangebied heeft daardoor een archeologische verwachting die uiteenloopt van laag voor resten uit alle perioden tot laag voor nederzettingsresten van jagers-verzamelaars en middelhoog voor nederzettingsresten van landbouwers en hoog voor nederzettingsresten van jagers-verzamelaars en laag voor nederzettingsresten van landbouwers. Het deel van het plangebied waarop de huidige woning zal worden gesloopt en waarop vervolgens nieuwbouw zal plaatsvinden, ligt in een zone met deze laatste verwachting. Voor dit deel van het plangebied geldt gezien de aanwezigheid van (historische) bebouwing op deze locatie op negentiende eeuwse kaarten, tevens een hoge verwachting voor resten van bebouwing uit de Nieuwe tijd. Complextypen en uiterlijke kenmerken Vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum of mesolithicum binnen het plangebied kunnen uit vuursteenconcentraties bestaan die nauwelijks meer hoeven te zijn dan de neerslag van een enkele (jacht)activiteit of een kortstondig kamp. Resten hiervan zullen uit concentraties van vuursteen bestaan die door grondbewerking deels tot aan het maaiveld kunnen voorkomen. De omvang hiervan kan beperkt zijn tot enkele (tientallen) vierkante meters.

Resten uit het neolithicum, de bronstijd, de ijzertijd, de Romeinse tijd of de vroege middeleeuwen betreffen doorgaans nederzettingsresten van minimaal honderden vierkante meters grootte. Deze worden gekenmerkt door grondsporen en door losse vondsten die veelal al aan het maaiveld zichtbaar kunnen zijn. Tevens kunnen resten van begravingen, zowel in de vorm van crematiegraven als van inhumatiegraven, aanwezig zijn. Zowel nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen als sporen van begraving uit deze perioden kunnen worden verwacht op de (destijds) relatief hooggelegen delen van het (dekzand)landschap. De omvang hiervan kan uiteenlopen van enkele honderden tot enkele duizenden vierkante meters. Uit de middeleeuwen en de nieuwe tijd kunnen tevens resten van bebouwing binnen het oostlijke delen van het plandgebied bewaard gebleven zijn. Voor terreindelen met een nog deels intacte veenbedekking geldt dat hier rekening moet worden gehouden met vondstcomplexen die kenmerkend zijn voor veengebieden en/of beekdalen. In verband hiermee is in de KNA Leidraad archeologisch onderzoek van beekdalen in Pleistoceen Nederland de volgende lijst van punt- en lijnelementen opgenomen waarmee rekening moet worden gehouden: Puntelementen: 1.

houten en stenen constructies die verband houden met infrastructuur, bijvoorbeeld Restanten van voorden, bruggen, sluizen en stuwen; 2. voorzieningen voor de visvangst en jachtattributen: fuiken, visweren, eendenkooien, Strikken en netten, pijlen en harpoenen; 3. plaatsen van ‘rituele depositie’ van stenen of metalen voorwerpen, potten aardewerk en Van menselijk en dierlijk botmateriaal3; 4. tijdelijke verblijfplaatsen of kampementen van laat-paleolithische, mesolithische en (Vroeg-) neolithische jagers en verzamelaars; 5. vaartuigen, waaronder uitgeholde boomstammen (kano’s) en boten; 6. fenomenen uit historische tijd: watermolens, kastelen, moated sites; 7. archeobotanische resten met sporen van menselijke bewerking, bijvoorbeeld Boomstammen met kapsporen. Lijnelementen en vlaklocaties: 1. perceleringssystemen, hooiwinnings- en beweidingarealen;

Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 35

2. knuppelpaden, wegen en dammen; 3. gegraven waterwerken uit historische tijd: grachten, kanalen, molentakken; 4. winningszones van grondstoffen, zoals vuursteen, leem, veen en ijzeroer; 5. stortzones of dumps van (nederzettings-)afval Gaafheid en diepteligging Door agrarisch gebruik in het verleden zal in elk geval een dertig tot veertig centimeter dikke bouwvoor ontstaan zijn waarbinnen de bodem verstoord is. Eventuele diepere graafactiviteiten (bijvoorbeeld om veevoer in te kuilen) kunnen tot diepere bodemverstoring hebben geleid. Ook ter plaatse van de bestaande woning zal de bodem naar verwachting relatief diep zijn verstoord.

2.7 Onderzoeksstrategie (LS05) Tijdens het veldwerk moet allereerst worden vastgesteld hoe de bodem is opgebouwd, in hoeverre deze intact is en of hierin archeologische indicatoren aanwezig (kunnen) zijn. Om de bodemopbouw zo exact mogelijk te kunnen bestuderen kan het beste gebruik gemaakt worden van een zandguts. Indien blijkt dat de huidige grondbewerking tot in de natuurlijke bodem reikt en een goede vondstzichtbaarheid heerst, is een oppervlaktekartering een geschikte methode voor het opsporen van archeologische indicatoren. Gezien de geplande bodemingrepen is er voor gekozen om niet het gehele plangebied door middel van booronderzoek te onderzoeken (wat gebruikelijk is bij een bestemmingsplan) maar alleen het deel met de bestemming ‘Wonen’. Binnen het deel van het plangebied waarin de huidige woning zal worden gesloopt en waarin nieuwbouw zal plaatsvinden wordt aanbevolen is gekozen om een booronderzoek te verrichten met een dichtheid van twintig boringen per hectare uit te voeren. Aan de hand van de resultaten hiervan kan vervolgens worden bepaald hoe de bodem is opgebouwd binnen het plangebied, in welke mate deze nog intact is en of hierin nog behoudenswaardige archeologische resten aanwezig kunnen zijn die eventueel nader onderzoeken vereisen.

Figuur 22: Het plangebied nabij boorpunt 4, gezien in zuidelijke richting

Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 36

3. Veldonderzoek 3.1 Verrichte werkzaamheden (VS03) Positie boringen: Gebruikt boormateriaal: Totaal aantal boringen: Boorgrid: Boordichtheid: Geboorde diepte: Inmeten boorlocaties: Boorbeschrijving:

Regelmatige verdeling over het plangebied (figuur 25). Zandguts met een diameter van twee centimeter. Zeven 20 x 15m Ruim dertig boringen per hectare 1 – 1,5m –Mv GPS, meetlint en waterpas Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB 5.2)

Inspectie bodemontsluitingen en/of oppervlaktekartering: In verband met de bebouwing en begroeiing van het plangebied was geen oppervlaktekartering mogelijk. Evenmin waren bodemontsluitingen aanwezig die geïnspecteerd konden worden op de aanwezigheid van archeologische indicatoren.

3.2 Resultaten booronderzoek (VS03) De boringen zijn gezet in drie noordoost-zuidwest gerichte boorraaien van achtereenvolgens drie, twee en twee boringen. De ligging van de boorpunten is weergegeven op de boorpuntenkaart. De resultaten van het booronderzoek zijn opgesomd in Bijlage 1. Tijdens het veldonderzoek is bovenin alle boringen een bouwvoor aangetroffen van humusrijk zand. De dikte hiervan loopt uiteen van dertig centimeter op boorpunt 5 tot bijna zestig centimeter op de boorpunten 3 en 7. Hieronder is op de boorpunten 1, 2, 5, 6 en 7, moerig zand aangetroffen. De moerigheid van dit zand wordt veroorzaakt door de aanwezigheid hierin van sterk veraarde veenresten. Op boorpunt 5 is onder het pakket moerig zand een vijf centimeter dik pakket intact veen aangetroffen. Een overeenkomstig veenpakket ligt op boorpunt 4 ingebed in venig zand (zie figuur 23).

Figuur 23: Foto van boring 4 met geheel links venig zand en links van het midden een dun laagje beekklei ingebed in geelgrijs zand met rechts daarvan een laagje veen dat via een laag venig zand overgaat in het schone geelgrijze zand van de C-horizont. In boring 4 ligt in het boven het veenpakket gelegen venige zand, een dun laagje beekklei. Op boorpunt 3 is direct onder de bouwvoor een dergelijk laagje beekklei aangetroffen. De top van het hieronder gelegen geelgrijze zand van de C-horizont is venig. Ook op de boorpunten 4 en 5 is de top van het geelgrijze zand van de C-horizont venig. Op de boorpunten 1, 2, 6 en 7 is direct onder het moerige zand het schone geelgrijze zand van de C-horizont

Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 37

aangetroffen. Al met al worden zijn de afzettingen binnen het plangebied kenmerkend voor een zeer slecht ontwaterd milieu met zeer hoge grondwaterstanden waardoor veengroei kon plaatsvinden en regelmatige overstromingen plaatsvonden waarbij beekklei werd afgezet. In geen van de boringen zijn resten van de voorganger van de huidige woning aangetroffen. In de zone waarin op negentiende eeuwse kaarten de historische bebouwing staat aangegeven, is onder de bouwvoor en het daaronder gelegen moerige zand, nog slechts het schone zand van de C-horizont aangetroffen (boringen 6 en 7). De historische bebouwing is derhalve waarschijnlijk volledig gesloopt voorafgaande aan de bouw van de huidige woning.

Figuur 24: Boorprofielen

Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 38

Figuur 25: Boorpunten met verstoringsdiepten

Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

4. Conclusies en aanbevelingen

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 39

(VS07)

Het plangebied als geheel ligt op de rand van een beekdal en op de overgang hiervan naar relatief hooggelegen terreindelen en heeft daardoor een archeologische verwachting die uiteenloopt van laag voor resten uit alle perioden tot laag voor nederzettingsresten van jagers-verzamelaars en middelhoog voor nederzettingsresten van landbouwers en hoog voor nederzettingsresten van jagers-verzamelaars en laag voor nederzettingsresten van landbouwers. Het deel van het plangebied waarop de huidige woning zal worden gesloopt en waarop vervolgens nieuwbouw zal plaatsvinden, ligt naar verwachting in een gradiënt zone. Deze zal gedurende de steentijd een aantrekkelijke vestigingslocatie zijn geweest voor jagers-verzamelaars maar was niet erg geschikt voor bewoning door landbouwers. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied dan ook een hoge verwachting voor nederzettingsresten van jagers-verzamelaars en een lage verwachting voor nederzettingsresten van landbouwers. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied zeven boringen gezet met behulp van een zandguts.

Op basis van de resultaten van het booronderzoek kunnen de onderzoeksvragen als volgt beantwoord worden: -Hoe is de bodem opgebouwd binnen het plangebied? De bodem binnen het onderzochte deel van het plangebied wordt gekenmerkt door perioden van veenvorming die werden onderbroken door de afzetting van zand en of klei. Het veen is voor een deel door bodembewerking opgenomen waardoor deze vaak moerig zijn. Vanaf zeventig centimeter beneden het maaiveld is overal binnen het plangebied het geelgrijze zand van de C-horizont aangetroffen. De top hiervan is doorgaans enigszins venig. Plaatselijk resteert nog een intacte veenlaag. Deze is echter nergens dikker dan vijf centimeter. Ook de laagjes beekklei die binnen het plangebied zijn aangetroffen zijn maximaal slechts enkele centimeters dik. -In welke mate is de bodem verstoord? De verstoorde delen van de bodem bestaan uit de bouwvoor en het onderliggende moerige zand. De dikte van deze pakketten bedraagt gezamenlijk veertig tot zeventig centimeter. -Kunnen binnen het plangebied nog behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn? Zo ja, in welke zones en op welke diepten is dit het geval? Het plangebied ligt niet in de verwachte gradiëntzone die aantrekkelijk zal zijn geweest voor jagers-verzamelaars maar in een zeer slecht ontwaterde laagte die bovendien regelmatig overstroomde.

De aangetroffen laagjes veen en klei zijn dermate dun dat daarin de kans op de aanwezigheid van (resten) van vondstcomplexen van organisch materiaal die kenmerkend zijn voor beekdalen, eveneens bijzonder klein is. In geen van de boringen zijn resten van de voorganger van de huidige woning aangetroffen. In de zone waarin op negentiende eeuwse kaarten de historische bebouwing staat aangegeven, is onder de bouwvoor en het daaronder gelegen moerige zand, nog slechts het schone zand van de Chorizont aangetroffen. De historische bebouwing is derhalve waarschijnlijk volledig gesloopt voorafgaande aan de bouw van de huidige woning.

4.1. Selectieadvies In verband met het bovenstaande geven de resultaten van het booronderzoek geen aanleiding tot het adviseren van archeologisch vervolgonderzoek in het deel van het plangebied waarin de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden zullen plaatsvinden en dat door middel van booronderzoek is onderzocht. Tevens geldt geen verdere onderzoeksverplichting voor het deel van het plangebied dat binnen beleidscategorie 6 valt

Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 40

(het lichtgroene deel op figuur 13). Voor de overige terreindelen geldt dat hier de archeologische dubbelbestemming gehandhaafd dient te blijven. In alle gevallen blijft onverminderd van kracht dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren om dit te doen bij de gemeente Baarle-Nassau.

Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 41

5. Literatuur en bronnen Bronnen Encyclopedie van Noord-Brabant (red. A. van Oirschot, A.C. Jansen en L.S.A. Kroesen; Baarn 1985) Grote historische Provincie Atlas van Nederland; deel 4 Zuid-Nederland 1838-1857 1:50.000. Topografische dienst Wolters Noordhoff Groningen 1990 Grote historische topografische Provincie Atlas Noord-Brabant; 1905 1:25.000. Nieuwland Tilburg 2006 Grote topografische atlas van Nederland 1:50.000 Deel 4 Zuid-Nederland. Topografische dienst. Wolters Noordhoff Groningen 1997 Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN-kaarten, Emmen 2008 Luchtfoto, http://maps.google.nl Provincie Noord-Brabant, brabant.nl/CHW)

Cultuurhistorische

waardekaart

(http://www.noord-

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, IKAW 3.0 (Indicatieve kaart Archeologische Waarden), Amersfoort. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, AMK (Archeologische monumentenkaart), Amersfoort. Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft. Stichting voor Bodemkartering, Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968. Stichting voor Bodemkartering: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000, Staring Centrum, Wageningen, 1989 Stichting voor Bodemkartering, Geologische kaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968. Tranchot en v. Muffling, Kartenaufnahme der Rheinlande 1803-1820 Twaalf provinciën 2007. Atlas van topografische kaarten. Nederland 1955-1965. Uitgeverij twaalf provinciën. Landsmeer.

Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 42

Digitale bronnen Ruimtelijke plannen http://www.ruimtelijkeplannen.nl Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed - Archis III http://archis.cultureelerfgoed.nl Luchtfoto, http://www.pdok.nl

Literatuur Cate, J. A. M. ten. A. F. van Holst, H. Kleijer en J. Stolp, 1995. Handleiding bodemgeografisch onderzoek; richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem. Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A. Cohen, K.M. & E. Stouthamer, 2012. Beknopte toelichting bij het digitaal basisbestand paleogeografie van de Rijn-Maas Delta, Utrecht, 2012. Es. Van W.A., Sarfatij, H. & P.J. Woltering (red.) 1988. Archeologie in Nederland; De rijkdom van het bodemarchief. Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Amersfoort. Kuiper, M. 2006/2007. Atlas van topografische kaarten Nederland, 1955-1965. Uitgeverij 12 Provinciën, Landsmeer. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (SIKB, 2006) Renes, J., West-Brabant, een cultuurhistorisch landschapsonderzoek, Waalre, 1985 Pel H. 2007. Op de kaart gezet: Hendrik Verhees. Politicus, kaartenmaker en waterstaatkundige (1744-1813)

Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 43

6. Bijlages Bijlage 1: Verklarende woordenlijst Verklarende woordenlijst AHN Actueel Hoogtebestand Nederland AMK Archeologische Monumentenkaart ASB Archeologische Standaard Boorbeschrijving Archis Archeologisch Informatie Systeem BP Before Present (present=1950) GIS Geografische Informatie Systemen GPS Global Positioning System IKAW Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden IVO Inventariserend VeldOnderzoek KLIC Kabels en Leidingen Informatie Centrum KNA Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie -mv Onder maaiveld NAP Normaal Amsterdams Peil PVA Plan van Aanpak PVE Programma van Eisen RCE Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed SBB Standaard Boor Beschrijvingsmethode SIKB Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer

Bijlage 2: Archeologische tijdschaal Periode Midden- en Laat Paleolithicum (oude steentijd) Mesolithicum (middensteentijd) Neolithicum (nieuwe steentijd) Bronstijd IJzertijd Romeinse tijd Vroege middeleeuwen Volle middeleeuwen Late middeleeuwen Nieuwe tijd

Versie: 09-01-2024

Datering 250.000

- 9000

9000 4500 2000 800 12 v chr. 500 1000 1250 1500

-

4500 2000 800 12 v. chr. 500 n. chr. 1000 1250 1500 Heden

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 44

Bijlage 3: Overzicht vondstlocaties Zaak nr: Coördinaat 3269406100 112868/381564 3269414100 112534/381467 4774095100 112052/381333

Versie: 09-01-2024

Periode Neoliticum, Bronstijd, IJzertijd, Middeleeuwen Neoliticum, Bronstijd, IJzertijd, Middeleeuwen

Vondsten Keramiek

Complexen Onbekend

Keramiek

Onbekend

Middeleeuwen, Nieuwe Tijd

Geen

Bewoning

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 45

Bijlage 4: Boorbeschrijving Algemene boorgegevens Soort boring Projectnummer Projectnaam Deelgebied Organisatie Archis meldingsnummer Coördinaatsysteem Coördinaatsysteemdatum Locatiebepaling Referentievlak Bepaling maaiveldhoogte Boormethode Boordiameter Opdrachtgever

BAR 23-164 Schrans 2, Castelré NVT ArcheoPro 5460245100 RD2000 ETRS89 GPS en meetlint NAP AHN – Waterpas Guts en edelman 3 cm en 15 cm Van Dun Advies

Posities van de boringen (boorlocaties) Boornummer XCO 1 112251.2 2 112243.6 3 112235.5 4 112261.4 5 112254.4 6 112270.4 7 112257.3

Versie: 09-01-2024

YCO 381210.0 381192.4 381174.4 381197.4 381180.2 381184.6 381163.7

Meters t.o.v. NAP 12.41 12.27 12.30 12.35 12.26 12.61 12.75

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 46

Boorbeschrijving volgens ASB 5.2 Boor Nr. 1

2

3

4

5

6

7

LDO 40 45 80 37 42 80 57 62 70 100 35 48 52 55 58 62 70 100 32 48 54 63 95 38 57 100 56 72 100

Versie: 09-01-2024

Lithologie GD BK Z Z Z Z Z Z Z K Z Z Z Z Z K Z V Z Z Z Z V Z Z Z Z Z Z Z Z

BS

BZ

BV

BH 3 3

1 3 3 1 3 1

2 1 1

1 3

1 1

1 2

1

1 1 1

1 3 3

1 1

1 3 3

1 3 3 1

Kleur HK BR BR GR BR BR GR BR GR GR GR BR GR GR GR GR BR GR GR BR BR BR GR GR BR BR GR BR BR GR

TK GR GE GR GE GR BR GE GE GR GE GE BR GE RO GE GE GR RO GE GE GR GE GR GE

IK DO DO LI DO DO LI DO LI

VLK

Overige kenmerken CO PLH VS

ZW

2

ZW

BI BOV VRG

GI

DEZ BOV VRG

2 BHC

DEZ BOV

BR

2

BHC BHC

BR

2

BHC BHC

FLUV DEZ DEZ BOV

LI LI LI DO

LI DO DO LI DO DO LI

BHN

BHC

LI DO

LI DO DO DO

AIS SST

FLUV FLUV FLUV FLUV HOL DEZ DEZ

BHC BR

2

ZW

2

BR

2

ZW

2

BHC BHC BOV VRG

HOL DEZ DEZ

BHC BHC BOV VRG BHC

ZW

2 BHC

www.ArcheoPro.nl

DEZ BOV VRG DEZ

Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.

ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 47

Betekenis van de afkortingen: LDO – Onderzijde boortraject in cm -mv Lithologie: GD – Onverharde sedimenten: G = grind, K = klei, L = leem, V = veen, Z = zand, P = puin Korrelgrootte: uf = uiterst fijn, zf = zeer fijn, mf = matig fijn, mg = matig grof, zg = zeer grof, ug = uiterst grof Bijmengsels: BK = bijmengsel klei, BS = bijmengsel silt, BZ =bijmengsel zand, BG= bijmengsel grind, BH = bijmengsel humus. Betekenis toegevoegde cijfers: 1 = zwak, 2 = matig, 3 = sterk en 4 = uiterst. Kleur: HK = hoofdkleur, BL = blauw, BR = bruin, GE = geel, GN = groen, GR = grijs, OL = olijf, OR =oranje, PA = paars, RO = rood, RZ = roze, WI = wit, ZW = zwart. TK = Tweede kleur (kleurafkortingen als boven).

IK = Intensiteit kleur: LI = licht en DO = donker VLK = Vlekken (V): 2e en 3e letter is kleurafkorting als boven, 1 = weinig, 2 = matig, 3= veel Overige kenmerken: SO = Sortering: 1 = slecht, 2 = matig, 3 = goed, 4 = zeer goed CO = Consistentie (C): ZSL-zeer slap, SLA-slap, MSL-matig slap, MST-matig stevig, STV-stevig PLH = plantenresten (PL): PL0 = geen, PL1 = spoor, PL2 = weinig, PL3 = veel) NVS = nieuwvormingen: MNC = mangaanconcreties, ROV = roestvlekken, FEC = ijzerconcreties, FFV = fosfaatvlekken TL = trends in de laag; FUA = naar boven toe fijner, TOH = aan de top humeus, TOK = top kleiig SST = Sedimentaire structuren; STKL = kleilagen, STLL = leemlagen, FLA = fijn gelaagd LG = laaggrens; BSE = basis scherp, BGE = basis geleidelijk, BDI = basis diffuus BHN = Bodemhorizont; BHA = A-horizont, BHAa = esdek, BHB = B-horizont, BHBs = B-horizont met sesquioxiden, BHBt = B-horizont met lutuminspoeling, BHC = C-horizont, BHCg = C-horizont met gleykenmerken, BHCr = gereduceerde C-horizont BI = Bodemkundige interpretaties; BOV = bouwvoor, VRG = vergraven, XM = verveend, VEG = veengrond, OPG = opgebracht, SLO = slootvulling, PD = plaggendek, AD = antropogeen dek, MPG = moderpodzol, BO = begraven oud oppervlak, CL = cultuurlaag GI = Geologische interpretaties; DEZ = dekzand, HOL = Hollandveen, FLUV = fluviatiel, FPG = fluvioperiglaciaal AIS = Archeologische indicatoren; BST =

baksteen, SKO = steenkool, HKF = houtskool fijn verdeeld, AWF = aardewerkfragmenten, PUI = puin, SIN = sintels, ASF = asfaltbeton, MXX = metaal, SVU = vuursteenfragmenten, GLS = glas, SLA = slakken/sintels, VKL = verbrande klei/leem, SXX = Natuursteen, PLC = plastic, OXBO = onverbrand bot

Versie: 09-01-2024

www.ArcheoPro.nl

Aanvullende bijlage bij archeologisch onderzoek: selectiebesluit

Selectiebesluit

Plangebied

Castelre - Schrans 2

Gemeente

Baarle-Nassau

Type onderzoek

BOZ en IVO-v

Opsteller

ArcheoPro

Rapport

Algemene informatie Selectiebesluit

R. Exaltus en J. Orbons, 2023: Schrans 2, Castelré, gemeente Baarle-Nassau, Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek, ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 23095. Versie januari 2024 Aanleiding: sloop bestaande woning en nieuwbouw Oppervlakte plangebied: 17.370 m2 Beleidskaart: hoog en laag

☒ De gemeente volgt het advies van haar adviseur Regioarcheologie RWB op. Het advies treft u hieronder. ☐ De gemeente volgt het advies van haar adviseur Regioarcheologie RWB niet op. ☒ De gemeente stemt in met het advies van het archeologisch onderzoeksbureau. ☐ De gemeente stemt niet in met het advies van het archeologisch onderzoeksbureau. ☒ Geen vervolgonderzoek noodzakelijk ☒ Het onderzochte gedeelte wordt vrijgegeven voor de geplande werkzaamheden ☒ Waarde Archeologie kan bij het onderzochte gedeelte vervallen in bestemmingsplan ☒ Vervolgonderzoek is noodzakelijk ☐ Booronderzoek ☐ Proefsleuvenonderzoek ☐ Archeologische opgraving ☐ Archeologische begeleiding ☒ Buiten onderzocht gedeelte: Waarde Archeologie opnemen/handhaven in bestemmingsplan conform onderstaande afbeelding

Bevoegde overheid

Namens burgemeester en wethouders van de gemeente BaarleNassau, mw. drs. E. (Elke) de Rooij, 088-3821623, elkederooij@abg.nl

BaarleNassau, 13-3-2024

Advies Selectiebesluit

De RWB geeft advies aan de gemeente. De adviezen maken geen expliciet onderdeel uit van het bestemmingsplan (zoals een bijlage), maar zijn als deskundigenadvies een document ter besluitvorming voor de gemeente in haar rol als bevoegde overheid voor het aspect archeologie. Conclusie en waardering rapport

Adviseur

Het rapport is compleet. Uit het onderzoek blijkt dat het onderzochte gedeelte van het plangebied een lage archeologische verwachting kan krijgen. De rest van het plangebied behoudt de dubbelbestemmingen ‘WaardeArcheologie’ conform de beleidskaart (zie onder). Mevr. drs. L. (Leonie) Weterings-Korthorst Etten-Leur, Tel. 076-5027229, regioarcheologie@west-brabant.eu 11-3-2024

Pagina 1 van 2

Advies selectiebesluit Het advies aan de gemeente Baarle-Nassau is om in te stemmen met het advies van ArcheoPro om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren binnen het onderzochte gedeelte. Uit het onderzoek blijkt dat de kans op het aantreffen van behoudenswaardige archeologische waarden daarbinnen klein is. Geadviseerd wordt om de Archeologische Monumentenzorg af te ronden en het plangebied vrij te geven voor de geplande bouwactiviteiten. De dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie’ in het bestemmingsplan kan voor het plangebied verwijderd worden. Hieronder is te zien welk deel van het plangebied is onderzocht en voor welke delen voorzien moet worden/blijven in de verschillende dubbelbestemmingen ‘Waarde-Archeologie’ (WR-a). - De lichtgroene zone en het onderzochte gedeelte behoeven geen WR-a - Opnemen verschillende WR-a’s conform beleidskaart betreffende * zone 2 (lichtbruin minus onderzochte deel) * zone 3 (blauw) * zone 4 (geel)

Beleidskaart met verschillende beleidscategorieën Geen WR-a nodig voor lichtgroen

Onderzoeksgebied binnen het plangebied waarvoor geen WR-a opgenomen hoeft te worden

Let wel: als men tijdens bouw- of andere werkzaamheden ondanks vooronderzoek toch op archeologische resten stuit, dan moet dit volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 zo spoedig mogelijk gemeld worden bij de Minister van OC&W (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. In dit geval kan het ook bij de gemeente.

Pagina 2 van 2

Bijlage C: ecologische quickscan

ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling

Locatie: Schrans 2 Castelré Rapportnummer: 2023-BE-0680 In opdracht van: Van Dun Advies Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze

Ecologische quickscan Schrans 2 Castelré, BE-0680

Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2023-BE-0680 Opdrachtgever Van Dun Advies Contactpersoon Mevrouw M. Raymakers Locatie Schrans 2 Castelré Auteur Freek Rovers Collegiale controle Frenk van de Wal Opleverdatum 9 mei 2024

De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.

Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.

1

Ecologische quickscan Schrans 2 Castelré, BE-0680

Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................... 3 1.

INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................. 4 1.2 Doelstelling ........................................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling .......................................................................................................... 4 1.4 Criteria................................................................................................................................... 4 1.5 Geldigheid onderzoek........................................................................................................... 5

2.

BELEIDSKADER .............................................................................................................. 6 2.1 Gebiedsbescherming ............................................................................................................ 6 2.2 Soortenbescherming ............................................................................................................ 6 2.3 Bescherming van houtopstanden ........................................................................................ 8 2.4 Zorgplicht .............................................................................................................................. 8

3.

PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................... 9 3.1 Huidige situatie ..................................................................................................................... 9 3.2 Voorgenomen ontwikkeling ............................................................................................... 10

4.

PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN .......................................................................... 11 4.1 Bureauonderzoek ............................................................................................................... 11 4.2 Veldonderzoek .................................................................................................................... 12 4.3 Beschrijving plangebied ..................................................................................................... 12

5.

BESCHERMDE NATUURWAARDEN .............................................................................. 14 5.1 Gebiedsbescherming .......................................................................................................... 14 5.2 Soortenbescherming .......................................................................................................... 16 5.3 Houtopstanden ................................................................................................................... 25

6.

RESULTATEN EN ADVIES ............................................................................................. 26 6.1 Resultaten ........................................................................................................................... 26 6.2 Advies en aanbevelingen .................................................................................................... 26

7.

BRONNEN ................................................................................................................... 28

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

2

Ecologische quickscan Schrans 2 Castelré, BE-0680

SAMENVATTING

Initiatiefnemer is voornemens om de bestaande woning met bijgebouw op de planlocatie Schrans 2 te Castelré te slopen. Daarna zal een nieuwe woning elders op het perceel gerealiseerd worden. Hiervoor wordt de woonbestemming en de maximale bouwvolume vergroot. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. De te slopen bebouwing is afgesloten en daardoor volledig ongeschikt voor verblijf- schuil- en nestplaatsen van beschermde diersoorten.

Langs de Hoogstratensebaan is een potentiële vliegroute voor vleermuizen. Deze zal behouden blijven door zo min mogelijk gebruik te maken van kunstlicht in zowel de aanleg- als de gebruiksfase en door de verstrooiing van kunstlicht te voorkomen. De foerageermogelijkheden voor vogels in het invloedsgebied zullen met de landschappelijke inpassing niet afnemen. Bepaalde beschermde amfibieën zouden in het invloedsgebied in de landfase voor kunnen komen. Echter zal ook voor hen de kwaliteit van het leefgebied niet afnemen. De aanwezigheid van beschermde ongewervelden wordt op voorhand uitgesloten. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen. Freek Rovers Brabant Eco Mei 2024

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

3

Ecologische quickscan Schrans 2 Castelré, BE-0680

1. INLEIDING EN ONDERZOEK

1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever Van Dun Advies is het voornemen om de woonbestemming van de planlocatie aan de Schrans 2 te Castelré te wijzigen. De bestaande woning met bijgebouw zal gesloopt worden, waarna ten noorden van de bestaande woning een nieuwe woning gerealiseerd zal worden. Hiervoor wordt de woonbestemming en maximale bouwvolume van de woning vergroot. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Ingeschat wordt of er binnen het invloedsgebied planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloeden kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving.

Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.

1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?

1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o De uitkomsten en vervolgstappen van het natuuronderzoek zijn te begrijpen voor de opdrachtgever. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

4

Ecologische quickscan Schrans 2 Castelré, BE-0680

1.5 Geldigheid onderzoek Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. De bevoegde gezagen (provincies) hanteren de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens mogen maximaal drie jaar oud zijn in gebieden waar weinig of geen ruimtelijke of kwalitatieve veranderingen zijn opgetreden in de afgelopen drie jaar. In gebieden waar dit niet voor geldt, moeten de gegevens recenter zijn.”.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

5

Ecologische quickscan Schrans 2 Castelré, BE-0680

2. BELEIDSKADER

De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.

2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn en de EU-habitatrichtlijn. In Natura 2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000 gebieden.

2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast ongeveer 20 Nationale parken, meren, rivieren en de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.

2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.

2.2.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

6

Ecologische quickscan Schrans 2 Castelré, BE-0680

o

o

Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.

2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De EU-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).

Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.

2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.

2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

7

Ecologische quickscan Schrans 2 Castelré, BE-0680 beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming

2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat, dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.

2.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

8

Ecologische quickscan Schrans 2 Castelré, BE-0680

3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING

3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de Schrans 2, ten zuidwesten van de kern van Castelré, in de gemeente BaarleNassau. Baarle-Nassau is een gemeente gelegen in de provincie Noord-Brabant en bestaat uit de kernen BaarleNassau, Castelré en Ulicoten en heeft daarnaast tal van buurtschappen. De gemeente telde op 31 januari 2023 7.080 inwoners (bron CBS) en heeft een oppervlakte van 76,29 km2. Samen met de Belgische gemeente Baarle-Hertog vormt Baarle-Nassau het Kempense dorp Baarle. Castelré is gelegen in een Nederlandse bijna-exclave, vrijwel geheel omsloten door Belgisch gebied, dat slechts over een breedte van 200 meter aan de rest van Nederland vastzit. De dichtstbijzijnde Belgische plaats Minderhout ligt op één kilometer afstand, terwijl de dichtstbijzijnde Nederlandse plaats, Ulicoten, op acht kilometer afstand ligt. De planlocatie is gelegen in het buitengebied van Castelré, gemeente Baarle-Nassau, op circa 10,3 kilometer van de kern van Baarle-Nassau en op circa 300 meter van de kern van Hoogstraten (België), aan de kruising Hoogstratensebaan en Schrans. In de directe omgeving van de planlocatie zijn hoofdzakelijk woningen, landbouwgronden en natuurgronden gelegen. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.

Castelré

Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld. Bron: Google Earth.

Het plangebied bestaat uit bebouwing, grasvelden en verharding. Het invloedsgebied van de ingreep bestaat uit cultuurgronden en de oostelijke rand van het Belgische dorp Hoogstraaten. Het invloedsgebied bestaat dan ook voornamelijk uit akkerbouwgrond en burgerbebouwing. Op 160 meter naar het oosten stroomt de Hollandsche Loop welke de grens tussen Nederland en Belgie aangeeft. Ervoor is een bosschage gelegen en vooral ten noorden van het plangebied zijn enkele bomenrijen aanwezig. Ook naast de zuidelijk

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

9

Ecologische quickscan Schrans 2 Castelré, BE-0680 van het plangebied gelegen Hoogstratense Baan is een bomenrij aanwezig. Het invloedsgebied is gedurende de quickscan geheel meegenomen bij de effectbeoordeling. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.

Globaal omlijnde planlocatie in blauw. Bron: Google Earth.

3.2 Voorgenomen ontwikkeling Alle aanwezige bebouwing op de planlocatie zal in de beoogde situatie worden gesloopt. Vervolgens zal er een nieuwe woning met nieuwe bijgebouwen worden gebouwd. De nieuwe woning zal op een grotere afstand van de weg worden gesitueerd. Daarnaast zal de woning een aantal graden westwaarts worden gedraaid, zodat er geen overlast van koplampen kan worden ondervonden. Daarnaast zal de beoogde ontwikkeling gecombineerd worden met een zorgvuldige landschappelijke inpassing. De landschappelijke inpassing zal aansluiten bij de omgeving.

Landschappelijk inpassingsplan. Bron: Van Dun Advies

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

10

Ecologische quickscan Schrans 2 Castelré, BE-0680

4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN

Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.

Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het invloedsgebied van de voorgenomen ontwikkeling aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving. Het is een momentopname en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, als nationaal. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl, zie bijlage 1, aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon en FLORON. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a.

gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

11

Ecologische quickscan Schrans 2 Castelré, BE-0680

4.2 Veldonderzoek Op donderdag 10 augustus 2023 in de ochtend hebben ecologen Frenk van de Wal en Freek Rovers in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren zonnig, onbewolkt met een zuiderwind met windkracht 2 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 18 graden Celsius. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van het invloedsgebied in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. In het plangebied en omgeving is zoveel mogelijk informatie verzameld over de aan- of afwezigheid van beschermde soorten. Hierbij zijn waarnemingen, zowel visueel als auditief, en sporenonderzoek cruciaal. Er is gekeken naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Daarnaast is op basis van terreinkenmerken beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit de NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. De waarnemingen uit de NDFF zijn bij de beoordeling betrokken. Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.

4.3 Beschrijving plangebied Het plangebied bestaat uit de woning uit de jaren ’30 en de bijbehorende schuur. De woning bestaat uit bakstenen muren zonder spouw. Het zadeldak is belegd met dakpannen. De kozijnen en de deurpost zijn goed onderhouden en zitten nog strak in het gebouw. Aan de noordelijke zijgevel van de woning staat een kleine houten aanbouw die in gebruik is voor de opslag van o.a. brandhout. Het platte dak van deze kleine aanbouw is waterdicht gemaakt met een bitumendakbedekking. Het schuurtje in het plangebied bestaat uit wanden van betonelementen met een niet geïsoleerd golfplaten dak. Aan de voorzijde zijn twee metalen deuren aanwezig. Tussen de woning en de schuur is het plangebied verhard met betontegels. Verder bestaat het plangebied uit een gecultiveerd gazon met enkele fruitbomen.

Staatzijde woonhuis

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14427198/1