Bijlage 6 Lijst van ambtshalve wijzigingen BP Schrans 2 Castelré
Tekst van het document
Lijst van ambtshalve wijzigingen ontwerpbestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’
18 september 2024 Lijst van ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’
1
Inhoud 1. Leeswijzer 2. Gevolgde procedure 3. Reden om ambtshalve wijzigingen aan te brengen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan 4. Lijst van ambtshalve wijzigingen
18 september 2024 Lijst van ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’
2
1. Leeswijzer In de hierna volgende hoofdstukken worden de ambtshalve wijzigingen behandeld. Hoofdstuk 2 zet de gevolgde procedure uiteen. In hoofdstuk 3 wordt onderbouwd welke redenen er zijn om ambtshalve wijzigingen aan te brengen te opzichte van het ontwerpbestemmingsplan Tot slot is aangegeven op welke punten het plan aangepast zal worden
2. Gevolgde procedure De bekendmaking van de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan Schrans 2 Castelré is op 29 december 2023 gepubliceerd in het gemeenteblad. Onderhavig beleidsvoornemen lag van 29 december 2023 tot en met 8 februari 2024 ter inzage. Tijdens deze termijn kon iedereen zowel schriftelijk als mondeling een zienswijze indienen.
3. Redenen om ambtshalve wijzigingen aan te brengen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan Tegen het ontwerpbestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’ zijn geen zienswijzen ontvangen. Desondanks zijn er redenen om bij de vaststelling van het bestemmingsplan wijzigingen aan te brengen ten opzichte van het ontwerp. Allereerst is geconstateerd dat het archeologisch onderzoek en de ecologisch quikscan die voor de planwijziging zijn uitgevoerd ten tijde van de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan nog enkele onvolkomenheden bevatte. Zo bevatte de ecologische quickscan enkele feitelijke onjuistheden (o.m. met betrekking tot de afstanden van de planlocatie tot de kernen) en werden verschillende soorten die in het plangebied voorkomen niet of onvoldoende besproken. De ecologische quickscan is daarom op deze punten verbeterd. Bij het archeologisch onderzoek betroffen de onvolkomenheden voornamelijk dat de historische bebouwing niet was meegewogen in relatie tot de boorresultaten en werd voorgesteld om de archeologische dubbelbestemming te hanteren op gronden die, op grond van de figuren in het rapport, lage archeologische waarden bevatten. Daarnaast ontbrak bij het archologisch onderzoeksrapport het selectiebesluit, welke in het vast te stellen bestemmingsplan ook aan het plan zal worden toegevoegd. De overige onvolkomenheden betroffen enkel redactionele fouten.
Het archeologisch onderzoek is op deze punten aangepast. Daarnaast heeft initiatiefnemer na afloop van de terinzagelegging een verzoek gedaan om de ligging van het bouwvlak met enkele meters ten opzichte van het bouwvlak in het ontwerpbestemmingsplan te wijzigen. Initiatiefnemer had namelijk geconstateerd dat met de ligging van het bouwvlak zoals deze in het ontwerpbestemmingsplan en was vormgegeven en door initiatiefnemer destijds zelf was voorgesteld, het niet mogelijk was om de woning te bouwen die initiatiefnemer voor ogen had. Hoewel het wenselijk was geweest dat initiatiefnemer eerder had gevraagd om het bouwvlak anders vorm te geven, zien wij ruimtelijk gezien geen reden om voor deze situatie hieraan geen medewerking te verlenen. Het verplaatsen van het bouwvlak ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan heeft geen invloed op de uitkomsten van de onderzoeken die voor het bestemmingsplan zijn uitgevoerd. Voorts merken wij hierbij
18 september 2024 Lijst van ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’
3
op dat het gaat om een wijziging van enkele meters, het bouwvlak qua oppervlakte gelijk blijft en er in de directe nabijheid van de nieuwe locatie van het bouwvlak (op een afstand van minder dan 100 meter) geen derden woonachtig zijn of agrarische bedrijfsbebouwing hebben. Ook zal het bestemmingsplan met betrekking tot het aspect archeologie gewijzigd worden ten opzichte van het ontwerp. Inmiddels ligt voor de gehele gemeente een paraplubestemmingsplan ter inzage. Dit paraplubestemmingsplan voorziet met betrekking tot archeologie in een nieuwe planregeling en gaat voor de ligging van de dubbelbestemmingen met betrekking tot archeologie uit van de meest actuele archeologische kaarten. Omdat het ontwerpbestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’ op dit ontwerp, zowel op het gebied van de regels als de verbeelding, verschillen vertoond met het paraplubestemmingsplan is besloten om het bestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’ te laten aansluiten bij het paraplubestemmingsplan voor zowel de regels in de archeologische dubbelbestemmingen als de ligging van deze bestemmingen. Dit laatste plan bevat immers, zoals al is gesteld, de meer actuele regels die door de gemeente op dit ontwerp gehanteerd worden en gaat uit van de meest actuele archeologische kaarten met betrekking tot dit onderwerp.
Daarnaast zal ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ook de functieaanduiding ‘woning uitgesloten’ worden opgenomen. Aan deze aanduiding is een planregel gekoppeld waarmee geborgd wordt dat op deze gronden geen woning mag worden gebouwd. De reden hiervoor is gelegen in de geluidsbelasting die de woning zou ondervinden op de gronden waarvoor deze aanduiding wordt opgenomen. Uit het akoestisch onderzoeksrapport (bijlage 9 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan) blijkt voor de geluidscontour van de Hoogstratensebaan dat de waarde van maximaal 48dB op enkele delen van het bestemmingsvlak en het bouwvlak van de bestemming ‘Wonen’ wordt overschreden (zie figuur 4 op pagina 20 van het reeds genoemde akoestisch onderzoeksrapport). Aangezien initiatiefnemer niet voornemens is om op deze gronden de woning terug te bouwen, is in dit geval het opnemen van de aanduiding voldoende om te waarborgen dat deze gronden niet gebruikt kunnen worden voor de bouw van de nieuwe woning. De aanduiding en de bijbehorende planregel waren abusievelijk niet opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan dat als ontwerp ter inzage lag. Met deze wijziging wordt deze fout hersteld. Als laatste zullen ook enkele redactionele wijzingen in de planregels worden doorgevoerd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan.
Zo worden definities van de begrippen ‘bestaande woning’ en ‘nieuwe woning’ toegevoegd om interpretatieproblemen te voorkomen bij het interpreteren van de voorwaardelijke verplichting in de planregels van het ontwerpbestemmingsplan met betrekking tot de sloop van de woning (art. 5.3.4. van het ontwerpbestemmingsplan). Ook wordt ten aanzien van het maximumaantal woningen dat is toegestaan in de bouwregels op dit perceel een nuancering opgenomen in de zin dat de bestaande woning niet tot dit maximumaantal wordt meegerekend voor zover deze nog niet gesloopt is. Wanneer deze nuancering niet zou worden opgenomen kan dit, strikt gezien gelet op het limitatief-imperatief stelsel, tot gevolg hebben dat een omgevingsvergunning voor de bouw van de nieuwe woning niet wordt verleend enkel omdat de bestaande woning nog niet gesloopt zou zijn en daardoor het maximumaantal woningen op het perceel zou worden overschreden. Dit zou tot een onwenselijke situatie leiden, omdat de bestaande woning eerst gesloopt zou moeten worden voordat de vergunning
18 september 2024 Lijst van ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’
4
verleend kan worden en de initiatiefnemers in de bestaande woning nog wensen te wonen totdat de nieuwe woning gereed is voor ingebruikname. Wel blijft middels de voorwaardelijke verplichting tot sloop voldoende geborgd dat de bestaande woning, nadat de nieuwe woning in gebruik wordt genomen, ook feitelijk op het perceel zal verdwijnen. Voor een volledig overzicht van de wijzigingen in de regels wordt verwezen naar paragraaf 4 van deze lijst van ambtshalve wijzigingen.
18 september 2024 Lijst van ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’
5
4. Lijst van ambtshalve wijzigingen De volgende ambtshalve wijzigingen worden bij vaststelling doorgevoerd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan: Toelichting: - Wijziging 1: Vanwege de wijziging van het bouwvlak en het bestemmingsvlak van de woonbestemming ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan voor de Schrans 2 in Castelré wordt op diverse milieuaspecten in de toelichting van het bestemmingsplan ingegaan op de vraag of deze wijziging gevolgen heeft voor de conclusies die getrokken werden op basis van de toetsing aan deze milieuaspecten. In het bijzonder worden de volgende passages toegevoegd aan de toelichting: Aan het einde van paragraaf 4.4.2 op bladzijde 33, wordt de volgende passage toegevoegd: < Na de ter ontwerplegging van het bestemmingsplan is besloten het bouwvlak iets van vorm te veranderen ten opzichte van het ontwerp, waarbij de grootte van het bouwvlak niet veranderd. Hiervoor is het van belang dat dit geen invloed heeft op het archeologisch onderzoek.
Zoals blijkt uit de kaart met boorpunten uit het archeologisch onderzoek (figuur 25) zijn de boorpunten evenredig verdeeld over het bouwvlak, waardoor geconcludeerd wordt dat de verandering van het bouwvlak geen nadelige gevolgen heeft voor wat betreft de archeologisch waarden en waardoor nog steeds uitgegaan kan worden van de uitkomsten uit het archeologisch onderzoek.> Aan het einde van paragraaf 4.6, op bladzijde 35, wordt de volgende passage toegevoegd: < Na de ter ontwerplegging van het bestemmingsplan is besloten het bouwvlak iets van vorm te veranderen ten opzichte van het ontwerp, waarbij de grootte van het bouwvlak niet veranderd. Hiervoor is het van belang dat dit geen invloed heeft op het bodemonderzoek. Zoals blijkt uit de kaart met boorpunten uit het bodemonderzoek (Bijlage 2 van het bodemonderzoek) zijn de boorpunten evenredig verdeeld over de planlocatie waar het beoogde bouwvlak wordt gesitueerd, waardoor geconcludeerd wordt dat de verandering van het bouwvlak geen nadelige gevolgen heeft voor wat betreft het bodemonderzoek en waardoor nog steeds uitgegaan kan worden van de uitkomsten uit het bodemonderzoek.> -
Wijziging 2: Het archeologisch onderzoek (bijlage 6) en de ecologische quickscan (bijlage 5) zullen, vanwege de redenen genoemd in de eerste alinea van paragraaf 3 van deze Lijst van ambtshalve wijzigingen, ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan aangepast worden. De aangepaste versies van deze onderzoeken zijn opgenomen als respectievelijk bijlage B en bijlage C bij deze Lijst van ambtshalve wijzigingen. Het selectiebesluit zal tevens aan het einde van het archeologisch onderzoeksrapport worden toegevoegd.
18 september 2024 Lijst van ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’
6
-
Wijziging 3: De AERIUS-berekening zal geactualiseerd worden met toepassing van de nieuwste versie van de AERIUS-calculator. De nieuwe berekening is opgenomen als bijlage D (berekening realisatiefase, bijlage 3 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan en bijlage E (berekening gebruiksfase, bijlage 4 bij de toelichting van het bestemmingsplan). Inhoudelijk zijn er geen verschillen met de resultaten van deze berekeningen met die van het ontwerpbestemmingsplan.
De toevoegingen aan de toelichting zijn formeel-juridisch geen wijzigingen bij vaststelling, aangezien het geen aanpassing van de regels of verbeelding betreft. Verbeelding: - Wijziging 1: Het bouwvlak en het bestemmingsvlak van de woonbestemming wordt ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan met enkele meters aangepast. Aan de noordzijde zal het bestemmingsvlak/bouwvlak verkleind worden terwijl aan de westzijde het bestemmingsvlak/bouwvlak zal toenemen. De totale oppervlakte van het bestemmingsvlak/bouwvlak zal gelijk blijven. - Wijziging 2: De aanduiding ‘woning uitgesloten’ wordt toegevoegd en zal op een deel van het bestemmingsvlak/bouwvlak van de woonbestemming komen te liggen. - Wijziging 3: De dubbelbestemming ‘Archeologie 2’ wordt voor het plangebied conform het ontwerp paraplubestemmingsplan Baarle-Nassau 2023 (idn=NL.IMRO.0744.BPBaarleNassau23-ON01) opgesplitst in ‘Waarde – Archeologie 2- en ‘Waarde – Archeologie 4’. Voor de ligging van deze dubbelbestemmingen op de verbeelding wordt ook aangesloten bij dit paraplubestemmingsplan. De enige uitzondering hierop zijn de gronden die zijn meegenomen in het archeologisch onderzoek (bijlage 6 bij de toelichting van het bestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’) waarvoor geen archeologisch vervolgonderzoek wordt geadviseerd.
Deze gronden zullen, net als in het ontwerpbestemmingsplan, geen archeologische dubbelbestemming krijgen. Voor de nieuwe verbeelding van het bestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’ wordt verwezen naar bijlage A bij deze Lijst van ambtshalve wijzigingen. Regels: - Wijziging 1: Artikel 1 Begrippen zal als volgt worden gewijzigd: A. De volgende begrippen worden ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan opgenomen: 1.18 bestaande woning De woning welke op het moment van de vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan feitelijk op
18 september 2024 Lijst van ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’
7
het perceel aanwezig is. 1.39 nieuwe woning De woning welke op het moment van de vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan niet feitelijk op het perceel aanwezig is en waarvoor een vergunning zal worden aangevraagd na vaststelling van het
-
-
bestemmingsplan. B. De bestaande begripsbepalingen zullen vernummerd worden wegens de toevoeging van bovenstaande begripsbepalingen. Wijziging 2: Artikel 3 Agrarisch met waarden – Landschapswaarden zal als volgt worden gewijzigd: A. In artikellid 3.2.1. wordt het zinsdeel <tenzij een afwijking is verleend op grond van artikel 5.3.1> gewijzigd naar <tenzij een afwijking is verleend op grond van artikel 3.3.1>. B. In artikellid 3.6.1 wordt onder b het zinsdeel <zoals opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Baarle-Nassau, herziening 1a’> gewijzigd naar <zoals opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2008’>. Wijziging 3: Artikel 5 Wonen zal als volgt worden gewijzigd: A. In artikellid 5.1 onder a wordt het zinsdeel <woningen met bijbehorende voorzieningen, met dien verstande dat per bouwvlak één wooneeindheid is toegestaan> gewijzigd naar <het wonen in een woning met bijbehorende voorzieningen>. B. Artikellid 5.2.1. onder a wordt als volgt gewijzigd: <a. maximaal één woning, waarbij geldt dat algehele herbouw van een burgerwoning uitsluitend mag plaatsvinden op de bestaande fundamenten en de woning wordt gebouwd binnen het aangegeven bouwvlak.> Wordt gewijzigd naar: <a.
maximaal één woning, waarbij geldt dat algehele herbouw van een burgerwoning uitsluitend mag plaatsvinden binnen het aangegeven bouwvlak, met dien verstande dat de bestaande woning, voor zover nog aanwezig, niet wordt meegerekend tot het maximum aantal woningen;> C. In artikellid 5.2.1. wordt een nieuw sublid toegevoegd, luidende: <c. de woning mag niet worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'woning uitgesloten';>
18 september 2024 Lijst van ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’
8
D. In verband met de voorgaande toevoeging wordt artikel 5.2.1. onder c tot en met i van het ontwerpbestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’ vernummerd. E. In artikellid 5.3.2. wordt het zinsdeel <indien de landschappelijke inpassing als opgenomen binnen de bestemming 'Groen' uiterlijk binnen 2 jaar na de start van de bouw van de nieuwe woning is gerealiseerd> gewijzigd naar < indien de landschappelijke inpassing als opgenomen in Bijlage 1 uiterlijk binnen 2 jaar na de start van de bouw van de nieuwe woning is gerealiseerd>. F. In de artikelleden 5.4.1 en 5.4.2. wordt diverse malen verwezen naar artikelleden in hoofdstuk 4. Het hoofdstuk waar deze artikelen instaan is niet hoofdstuk 4 maar hoofdstuk 5. De verwijzing zal derhalve worden aangepast door de vervanging van het cijfer 4 naar het cijfer 5. G. Artikellid 5.4.1. Algehele herbouw buiten fundamenten uit het ontwerpbestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’ wordt verplaatst naar een nieuwe paragraaf, luidende: 5.5 Afwijken van de bouwregels. De nummering van dit artikel zal worden aangepast naar 5.5.1. De artikelleden die in het ontwerpbestemmingsplan onder artikellid 5.4.1. stonden zullen wegens deze wijziging vernummerd worden. -
Wijziging 4: Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’ zal een nieuw artikel worden toegevoegd, luidende: <Artikel 7 Waarde – Archeologie 4 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van de archeologische (verwachtings)waarden en archeologische vindplaatsen, waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' voorrang heeft op de andere daar voorkomende enkelbestemming. 7.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: 7.2.1 Verbod Het is verboden om te bouwen of te laten bouwen op de mede voor 'Waarde - Archeologie 4' bestemde gronden. 7.2.2 Uitzonderingen Het in lid 7.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a. bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd met een oppervlakte groter dan 1.000 m² en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemmingen, of;
18 september 2024 Lijst van ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’
9
b. bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,40 meter onder het bestaande maaiveld, dan wel dieper dan 0,10 meter onder het bestaande maaiveld ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bosgebied' en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; c. de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bouwwerken krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid; d. gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 7.3 Nadere eisen 7.3.1 Behoud archeologische waarden in situ Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.
7.4 Afwijken van de bouwregels 7.4.1 Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid 7.2.1 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits: a. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad, of; c. één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord: 18 september 2024 Lijst van ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’
10
1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; 3. een verplichting de uitvoering van de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). 7.4.2 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 7.4.3 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een afwijking als bedoeld in lid 7.4.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
7.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.5.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag: a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het aanbrengen van heipalen; b. het wijzigen van de waterhuishouding, zoals het aanleggen van drainage en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het verlagen of verhogen van het waterpeil; e. het aanleggen of uitbreiden van oppervlakteverhardingen, zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; f. het aanbrengen of rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting, waarbij de stobben worden 18 september 2024 Lijst van ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’
11
verwijderd; g. het ophogen van gronden. 7.5.2 Uitzonderingen Het in lid 7.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. het werken of werkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 1.000 m², of; b. het werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 7.5.1 onder a t/m f betreft die niet dieper reiken dan 0,40 meter onder het bestaande maaiveld, dan wel niet dieper reiken dan 0,10 meter onder het bestaande maaiveld ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bosgebied', of; c. de werken en of werkzaamheden het normale onderhoud en beheer betreffen, waaronder begrepen onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte, of; d. de werken of werkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of; e. de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; f. de werken en werkzaamheden gericht zijn op archeologisch onderzoek, waaronder begrepen het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; g.
het gronden betreft waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag. Bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige, of; h. het werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 7.5.1 onder g betreft, waarbij: 1. de bodem als gevolg van het ophogen niet meer wordt belast dan 0,8 ton/m²; 2. het ophogen plaatsvindt op gronden die naar het oordeel van het bevoegd gezag niet zettingsgevoelig zijn; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een
archeologisch deskundige.
18 september 2024 Lijst van ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’
12
7.5.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.5.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; c. één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; 3.
een verplichting de uitvoering van de werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). 7.5.4 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 7.5.5 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.5.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
18 september 2024 Lijst van ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’
13
7.6 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 7.6.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden bouwwerken te slopen of te laten slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag. 7.6.2 Uitzonderingen Het in lid 7.6.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. het sloopwerkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 1.000 m², of; b. het sloopwerkzaamheden betreft die niet dieper reiken dan 0,40 meter onder het bestaande maaiveld, dan wel niet dieper reiken dan 0,10 meter onder het bestaande maaiveld ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bosgebied', of; c. de sloopwerkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, of; d. de sloopwerkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; e. het sloopwerkzaamheden betreft op gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 7.6.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.6.1 wordt slechts verleend indien: a.
op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of; c. één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen
18 september 2024 Lijst van ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’
14
worden behouden, of; 2. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; 3. een verplichting de uitvoering van de sloopwerkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). 7.6.4 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 7.6.5 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.6.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 7.7 Wijzigingsbevoegdheid 7.7.1 Wijziging op basis van archeologisch onderzoek Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
7.7.2 Advies Alvorens de in lid 7.7.1 bedoelde wijziging wordt toegepast, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
-Wijziging 5: in verband met de toevoeging van artikel 7 Waarde - Archeologie 4 zullen de artikelen 7 tot en met 13 uit het ontwerpbestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’ vernummerd worden.
18 september 2024 Lijst van ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Schrans 2 Castelré’
15
Bijlage A: gewijzigde verbeelding Schrans 2 Castelré
Plangebied
Plangebiedgrens
Bestemmingen
AW-L
G
W
Agrarisch met waarden Landschapswaarden
Groen
Wonen
Dubbelbestemmingen
G
WR-A2
WR-A2
WR-A4
Waarde - Archeologie 2
Waarde - Archeologie 4
Gebiedsaanduidingen
G
overige zone - behoud en herstel van watersystemen
G
WR-A2
overige zone - cultuurhistorisch waardevol gebied
overige zone - groenblauwe mantel
W
AW-L
overige zone - reservering waterberging
Functieaanduidingen
(-w) (-w)
WR-A4
woning uitgesloten
WR-A2 G Bouwvlak
bouwvlak
Vestiging Gilze Tel: (013) 51 99 458 Vestiging Someren Tel: (0493) 745 015 www.ontwerp-planologie.nl info@ontwerp-planologie.nl
Schrans 2 Castelré Gemeente Baarle-Nassau Projectnummer: 22115
Status:
Vastgesteld
Getekend door: BK
Datum:
Juni 2024
0
5
10
15m
A3 schaal 1:1000
NL.IMRO.0744.BPSchrans2-VG01
Bijlage B: archeologisch onderzoek
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 23095 Schrans 2, Castelré Gemeente Baarle-Nassau Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek
Richard Exaltus Joep Orbons
Januari 2024
ArcheoPro
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 2
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr. 23095 Schrans 2, Castelré Gemeente Baarle-Nassau Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Colofon Opdrachtgever Projectcode Bestandsnaam Versie Status Archis melding (zaaknummer) Bevoegd gezag Deskundige namens de bevoegde overheid Opslagplaats documentatie ISSN Auteur(s) Projectleider Projectmedewerkers Onderaannemers Autorisatie
Van Dun Advies, Postel 8, 5711 ET Someren 23-164 ArcheoPro Rapport Schrans 2, Castelré 2024 01 09 09-01-2024 Definitief 5460245100 Gemeente Baarle-Nassau Programmabureau Regio West-Brabant Provincie Noord-Brabant 1569-7363 Richard Exaltus (actorregistratie 92909010) Joep Orbons (actorregistratie 55660015) Richard Exaltus (actorregistratie 92909010) Richard Exaltus (actorregistratie 92909010) Joep Orbons (actorregistratie 55660015) Niet van toepassing Drs R.P. A. Paulussen, senior KNA archeoloog
Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2023 ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro Sint Jozefstraat 45 NL 6245 LL Eijsden Nederland
Versie: 09-01-2024
Tel : 0(0 31) 43 3672586 www.archeopro.nl
Kamer van Koophandel Limburg: 14117581 e-mail: info@archeopro.nl
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 3
Inhoudsopgave SAMENVATTING ........................................................................................................................................ 4 1. INLEIDING ............................................................................................................................................... 5 1.1 ALGEMEEN .................................................................................................................................................................................................... 5 1.2 LOCATIEGEGEVENS (LS02) .................................................................................................................................................................. 5 1.3 AARD VAN DE INGREEP (LS01) ............................................................................................................................................................ 5 1.4 ONDERZOEK (LS01) ........................................................................................................................................................................ 6 1.5 DOEL- EN VRAAGSTELLING .........................................................................................................................................................................
6 1.6 BELEID EN RANDVOORWAARDEN .............................................................................................................................................................. 6
2. BUREAUONDERZOEK ........................................................................................................................ 11 2.1 METHODE EN BRONNEN ...........................................................................................................................................................................11 2.2 GEO(MORFO)LOGIE, AARDKUNDE EN BODEM (LS04) ...................................................................................................................13 2.3 ARCHEOLOGIE (LS01/LS04) .........................................................................................................................................................20 2.4 INFORMATIE AMATEURARCHEOLOGEN (LS01/LS04) ..................................................................................................................20 2.5 HISTORIE (LS03) ............................................................................................................................................................................24 2.6 GESPECIFICEERD ARCHEOLOGISCH VERWACHTINGSMODEL (LS05) ...........................................................................................34 2.7 ONDERZOEKSSTRATEGIE (LS05) ......................................................................................................................................................35
3. VELDONDERZOEK .............................................................................................................................. 36 3.1 VERRICHTE WERKZAAMHEDEN (VS03) ...........................................................................................................................................36 3.3 RESULTATEN BOORONDERZOEK (VS03) .........................................................................................................................................36
4. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
(VS07) ............................................................................. 39
4.1. SELECTIEADVIES .......................................................................................................................................................................................39
5. LITERATUUR EN BRONNEN ............................................................................................................ 41 6. BIJLAGES................................................................................................................................................ 43 BIJLAGE 1: VERKLARENDE WOORDENLIJST ..................................................................................................................................................43 BIJLAGE 2: ARCHEOLOGISCHE TIJDSCHAAL...................................................................................................................................................43 BIJLAGE 3: OVERZICHT VONDSTLOCATIES ....................................................................................................................................................44 BIJLAGE 4: BOORBESCHRIJVING ......................................................................................................................................................................45
Versie: 09-01-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 4
Samenvatting Op 30 september 2023 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVOO) uitgevoerd op een terrein aan de Schrans 2 te Castelré in de gemeente Baarle-Nassau. Het plangebied als geheel ligt op de rand van een beekdal en op de overgang hiervan naar relatief hooggelegen terreindelen en heeft daardoor een archeologische verwachting die uiteenloopt van laag voor resten uit alle perioden tot laag voor nederzettingsresten van jagers-verzamelaars en middelhoog voor nederzettingsresten van landbouwers en hoog voor nederzettingsresten van jagers-verzamelaars en laag voor nederzettingsresten van landbouwers. Het deel van het plangebied waarop de huidige woning zal worden gesloopt en waarop vervolgens nieuwbouw zal plaatsvinden, ligt naar verwachting in een gradiënt zone. Deze zal gedurende de steentijd een aantrekkelijke vestigingslocatie zijn geweest voor jagers-verzamelaars maar was niet erg geschikt voor bewoning door landbouwers. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied dan ook een hoge verwachting voor nederzettingsresten van jagers-verzamelaars en een lage verwachting voor nederzettingsresten van landbouwers. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied zeven boringen gezet met behulp van een zandguts.
Op basis van de resultaten van het booronderzoek kunnen de onderzoeksvragen als volgt beantwoord worden: -Hoe is de bodem opgebouwd binnen het plangebied? De bodem binnen het onderzochte deel van het plangebied wordt gekenmerkt door perioden van veenvorming die werden onderbroken door de afzetting van zand en of klei. Het veen is voor een deel door bodembewerking opgenomen waardoor deze vaak moerig zijn. Vanaf zeventig centimeter beneden het maaiveld is overal binnen het plangebied het geelgrijze zand van de C-horizont aangetroffen. De top hiervan is doorgaans enigszins venig. Plaatselijk resteert nog een intacte veenlaag. Deze is echter nergens dikker dan vijf centimeter. Ook de laagjes beekklei die binnen het plangebied zijn aangetroffen zijn maximaal slechts enkele centimeters dik. -In welke mate is de bodem verstoord? De verstoorde delen van de bodem bestaan uit de bouwvoor en het onderliggende moerige zand. De dikte van deze pakketten bedraagt gezamenlijk veertig tot zeventig centimeter. -Kunnen binnen het plangebied nog behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn? Zo ja, in welke zones en op welke diepten is dit het geval? Het plangebied ligt niet in de verwachte gradiëntzone die aantrekkelijk zal zijn geweest voor jagers-verzamelaars maar in een zeer slecht ontwaterde laagte die bovendien regelmatig overstroomde.
De aangetroffen laagjes veen en klei zijn dermate dun dat daarin de kans op de aanwezigheid van (resten) van vondstcomplexen van organisch materiaal die kenmerkend zijn voor beekdalen, eveneens bijzonder klein is. In geen van de boringen zijn resten van de voorganger van de huidige woning aangetroffen. In de zone waarin op negentiende eeuwse kaarten de historische bebouwing staat aangegeven, is onder de bouwvoor en het daaronder gelegen moerige zand, nog slechts het schone zand van de Chorizont aangetroffen. De historische bebouwing is derhalve waarschijnlijk volledig gesloopt voorafgaande aan de bouw van de huidige woning.
Versie: 09-01-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 5
1. Inleiding 1.1 Algemeen Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever Datum uitvoering bureaustudie Datum uitvoering veldwerk Archis onderzoeksmelding Onderzoekskader Bevoegd gezag Deskundige namens de bevoegde overheid Bewaarplaats vondsten Bewaarplaats documentatie
1.2 Locatiegegevens
Van Dun Advies, Postel 8, 5711 ET Someren Marjolijn Raymakers September 2023 29-09-2023 5460245100 Bestemmingsplanwijziging Gemeente Baarle-Nassau Programmabureau Regio West-Brabant Provincie Noord-Brabant Provincie Noord-Brabant
(LS02)
Provincie Gemeente Plaats Toponiem Globale ligging Hoekcoördinaten plangebied (bounding box)
Oppervlakte plangebied Eigendom Grondgebruik Hoogteligging Bepaling locaties
Noord-Brabant Baarle-Nassau Castelré Schrans 2, Castelré Tegen de Belgische grens ten westen van Castelré 112082 / 381135 112082 / 381275 112278 / 381275 112278 / 381135 1.71 Hectare Particulier Grasland, tuin en bebouwing 13 meter +NAP GPS Garmin, meetlinten
1.3 Aard van de ingreep (LS01) Aard ingreep Wijze fundering Onderkeldering Diepte bodemverstoring Verwachte wijziging grondwaterstand Toekomstige ligging boven- en ondergrondse infrastructuur Toekomstige ligging verharding
Versie: 09-01-2024
De bouw van een woning Nog niet bekend Nog niet bekend Nog niet bekend Nog niet bekend Nog niet bekend Nog niet bekend
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
1.4 Onderzoek
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 6
(LS01)
Op 30 september 2023 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVOO) uitgevoerd op een terrein aan de Schrans 2 te Castelré in de gemeente Baarle-Nassau. De aanleiding tot het onderzoek vormt de voorgenomen sloop van de huidige woning binnen het plangebied en vervanging hiervan door iets noordelijker gelegen nieuwbouw. Hiertoe benodigde graafwerkzaamheden kunnen tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden leiden. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de vasstelling van een nieuw bestemmingsplan. Op de gemeentelijke beleidskaart ligt het westelijke deel van het plangebied, waarbinnen de geplande bouw- en sloopactiviteiten zullen plaatsvinden, binnen een zone van categorie 2. Hier is de verwachting hoog voor nederzettingsresten van jagers-verzamelaars en laag voor nederzettingsresten van landbouwers. Binnen deze zone geldt in het bestemmingsplan een dubbelbestemming voor archeologie en dient onderzoek plaats te vinden voorafgaande aan bodemingrepen die meer dan honderd vierkante meter beslaan en die dieper reiken dan veertig centimeter. Om hier een omgevingsvergunning te kunnen verkrijgen, dient de initiatiefnemer een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld.
In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. Het archeologisch onderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) met bureaustudie.
1.5 Doel- en vraagstelling Bureauonderzoek heeft tot doel om op basis van beschikbare informatie te komen tot een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel op basis waarvan de volgende vragen beantwoord kunnen worden: -Hoe is de bodem opgebouwd binnen het plangebied? -In welke mate is de bodem verstoord? -Kunnen binnen het plangebied nog behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn? Zo ja, in welke zones en op welke diepten is dit het geval? -Welke vorm van vervolgonderzoek is geschikt om eventueel aanwezige resten nader te onderzoeken? ArcheoPro voert haar onderzoeken uit conform de hiervoor vastgelegde normen en richtlijnen (KNA 4.1 en SIKB BRL 4000) en is in het bezit van de daarvoor vereiste BRL 4000 certificaten 4002 en 4003. Het onderzoek is uitgevoerd door drs. R.P. Exaltus (senior KNA-archeoloog), en drs. ing. P.J. Orbons (senior KNA-archeoloog/senior vakspecialist).
1.6 Beleid en randvoorwaarden Het plangebied ligt in een gebied waarvoor een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld. Op grond van het gemeentelijk archeologiebeleid ligt het oostelijke deel van het plangebied, waarbinnen de geplande bouw- en sloopactiviteiten zullen plaatsvinden, binnen een zone van categorie 2. Hier is de verwachting hoog voor nederzettingsresten van jagersverzamelaars en laag voor nederzettingsresten van landbouwers en dient onderzoek plaats te vinden voorafgaande aan bodemingrepen die meer dan honderd vierkante meter beslaan en die dieper reiken dan veertig centimeter. Het centrale deel van het plangebied ligt binnen een zone van categorie 6. Hier is de verwachting laag voor resten van bewoning uit alle perioden en is geen onderzoek vereist. Het zuidwestelijke deel van het plangebied ligt in Versie: 09-01-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 7
een zone van categorie 4. Hier is de verwachting laag voor nederzettingsresten van jagersverzamelaars en middelhoog voor nederzettingsresten van landbouwers. Hier is onderzoek vereist bij bodemingrepen die meer dan duizend vierkante meter beslaan. Tegen de uiterste westrand van het plangebied ligt één klein terreindeel in een zone van categorie 3. Hier geldt gezien de natte context een verwachting voor specifiek aan natte laagten gebonden archeologische resten en dient onderzoek plaats te vinden voorafgaande aan bodemingrepen die meer dan vijfhonderd vierkante meter beslaan en die dieper reiken dan veertig centimeter.
Figuur 1: De ligging van het plangebied (rood omlijnd) op de topografische kaart. 1 De cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied aan.
1 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Emmen 2008.
Versie: 09-01-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 8
Figuur 2: De binnen het plangebied gepland sloop van de huidige woning en vervanging hiervan door nieuwbouw.
Versie: 09-01-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 9
Figuur 3: Het plangebied op de bestemmingsplankaart 2 2 Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl
Versie: 09-01-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 10
Figuur 4: Het plangebied op de kadasterkaart 3
3 Bron: www.kadaster.nl
Versie: 09-01-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 11
2. Bureauonderzoek 2.1 Methode en bronnen Het bureauonderzoek wordt uitgevoerd conform de KNA 4.1, protocol 4002. Tijdens het bureauonderzoek wordt door de bestudering van de beschikbare bronnen, kennis vergaard omtrent de bodem en geologie van het onderzoeksgebied en de in en rondom het plangebied aanwezige bekende en te verwachten archeologische waarden. Op basis hiervan wordt op het schaalniveau van het plangebied een locatie specifiek verwachtingsmodel geformuleerd. Dit model kan gedetailleerder zijn dan de verwachtingsmodellen (trefkansen) zoals deze op de gemeentelijke verwachtingskaarten worden gepresenteerd. Eventueel worden ook lokale deskundigen geraadpleegd. Aan de hand van de resultaten van het bureauonderzoek kan de beste aanpak voor het veldonderzoek worden bepaald. Het veldonderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen c.q. nader te detailleren. Het bureauonderzoek kent de volgende onderdelen: • Afbakenen plan- en onderzoeksgebied en vaststellen consequenties van mogelijk toekomstig gebruik; • Aanmelden onderzoek bij Archis; • Beschrijven huidig gebruik; • Beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen; • Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden in de ondergrond; • Beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke waarden; • Opstellen gespecificeerde verwachting; • Opstellen rapport bureauonderzoek.
Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) • Archeologische MonumentenKaart (AMK) • ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) • Atlas van topografische kaarten Nederland 1955-1965, 1:50.000 • Bodemkaart van Nederland 1:50.000 • Gemeente Baarle-Nassau, Archeologische beleidskaart • Historische topografische atlas van Noord-Brabant 1836-1843, 1:25.000 • Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 • Geologische kaart 1:50.000 • Grote historische atlas van Nederland 1:50.000 1838-1857 (Deel Zuid) • Grote historische topografische atlas van Nederland, provincie Noord-Brabant 1:25.000 1894-1926 • Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) • Kadastrale minuutplan met aanwijzende tafels, 1830 • Provincie Noord-Brabant, Cultuurhistorische waardekaart Bovenstaande bronnen zijn gebruikt omdat deze relevante informatie bevatten over de historische en/of archeologische en/of aardkundige achtergrond van het plangebied. De informatie uit deze bronnen wordt gebruikt voor het opstellen van de gespecificeerde verwachting. Niet opgenomen bronnen hebben geen relevante informatie opgeleverd en zijn verder niet beschreven.
Versie: 09-01-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 12
De kaart Archeologie in Nederland is een combinatie van de Archeologische Monumentenkaart (AMK) en de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Hierop zijn bekende behoudenswaardige archeologische terreinen verzameld, gecombineerd met de trefkans (hoog, middelhoog, laag) op archeologische resten. Sinds 2014 wordt de AMK niet meer bijgehouden door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De huidige AMK kan dan ook beschouwd worden als een statisch bestand.
Figuur 5: Luchtfoto uit 2021 met daarop rood omlijnd het plangebied 4
4 Bron: http://www.pdok.nl
Versie: 09-01-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
2.2 Geo(morfo)logie, aardkunde en bodem
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 13
(LS04)
Tijdens een groot deel van de laatste ijstijd (het Weichseliën), heerste in Nederland een poolklimaat. Door het ontbreken van begroeiing had de wind vrij spel en kon vanuit het Noordzeebekken en de brede riviervlaktes dekzand worden afgezet. Dit dekzand behoort tot het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel). Daarbij werden de oude rivierafzettingen van de Maas afgedekt. Deze rivierafzettingen bestaan hoofdzakelijk uit matig grof tot uiterst grof grindhoudend zand en grind en worden tot de Formatie van Sterksel gerekend. In het onderzoeksgebied liggen oude rivierafzettingen aan of dicht onder het maaiveld. Een groot deel van de formatie is door een verwilderd riviersysteem afgezet. De Formatie van Sterksel is afgezet in het laatste deel van het Vroeg-Pleistoceen (circa 1,1 miljoen jaar geleden) tot en met het Midden-Pleistoceen (circa 475.000 jaar geleden). In het Holoceen (11.755 jaar BP tot heden) steeg de temperatuur. Het landijs smolt, waardoor de zeespiegel steeg. Door de zeespiegelstijging steeg ook de grondwaterspiegel, waardoor lager liggende terreindelen natter werden. Hierdoor trad op steeds grotere schaal veenvorming op. Dit veen behoort tot de formatie van Nieuwkoop (laagpakket van Griendtsveen) en is vanaf de middeleeuwen in toenemende mate ontgonnen.
De veenkaart uit Verdwenen Venen (Leenders K.A.H.W, 2013), laat alleen veen zien in het beekdal langs de westrand van het plangebied (zie figuur 6). De geomorfologische kaart geeft hier de ligging aan van langgerekte ondiepe (legenda-eenheid 22R46 op figuur 8). Deze is volgens de paleogeografische kaart gevormd tussen 12.400 en 11.700 v.C. (zie figuur 7). Vrijwel het volledige plangebied ligt volgens de geomorfologische kaart op glooiing van beekdalzijde die ten oosten van het beekdal ligt (legenda-eenheid 4H42 op figuur 8). Ongeveer honderd meter ten oosten van het plangebied liggen vrij vlakke., met dekzand bedekte terrasafzettingswelvingen (figuur 8, legenda-eenheid 3L41d), die tweehonderd meter ten oosten van het plangebied overgaan in een dekzandrug (figuur 8, legenda-eenheid 3B53yc). Zowel deze dekzandrug als het beekdal zijn op de uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (figuur 9) goed te onderscheiden aan respectievelijk hun relatief hoge- en hun relatief lage ligging. Het verschil, in hoogteligging tussen deze twee geomorfologische eenheden loopt uiteen van ongeveer 12 meter boven NAP tot ruim 15 meter boven NAP. Binnen het plangebied ligt de maaiveldhoogte ongeveer op 12 meter boven NAP. Volgens de ondergrondgegevens uit het DINO-loket liggen nabij het plangebied geen voor het onderzoek bruikbare boringen.
Op voldoende ontwaterde delen van het zandlandschap zijn veelal veldpodzolgronden ontstaan. Deze worden gekenmerkt door een uitspoelingslaag (E-horizont) en een inspoelingslaag (B-horizont). De B-horizont gaat veelal via een overgangslaag (de BChorizont) over in het niet door bodemvorming beïnvloede zand (de C-horizont). De bodemkaart geeft op het westelijke deel van het plangebied de aanwezigheid aan van beekeerdgronden (figuur 10, legenda-eenheid pZg23). De bodems in de beekdalen zijn doorgaans zeer roestig en hebben veelal een zwarte humeuze bovengrond. De grondwatertrap bedraagt hier III, hetgeen betekent dat het met name in de winter, slecht ontwaterde bodems betreft. Op de oostelijke helft van het plangebied zijn volgens de bodemkaart hoge zwarte enkeerdgronden gevormd in leemarm en zwak lemig fijn zand met gerijpte oude klei, anders dan keileem of potklei beginnend tussen 40 en 120 cm en ten minste 20 cm dik (figuur 10, legenda-eenheid zEz21t. Dergelijke enkeerdgronden worden gekenmerkt door een tenminste 50 cm dikke zwarte humeuze bovengrond die veelal in de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd ( tot ± 1900), is ontstaan ten gevolge van eeuwenlange bemesting met potstalmest. Veelal gaat dit akkerdek geleidelijk aan over in het niet door plaggenbemesting met humus verrijkte zand.
Doordat enkeerdgronden vaak zijn aangelegd in gebieden waar oorspronkelijk podzolgronden zijn ontstaan, kunnen resten hiervan onder
Versie: 09-01-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 14
het esdek aanwezig zijn. De grondwatertrap bedraagt hier V, hetgeen betekent dat het in de winter slecht-, en in de zomer, goed ontwaterde bodems betreft.
Figuur 6: Uitsnede uit de veenkaart van Leenders. 5 In paars zijn de gebiedsdelen aangeven die (in het verleden) met veen zijn bedekt. Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.
5 Bron: Stichting voor Bodemkartering, Geologische kaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968
Versie: 09-01-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 15
Figuur 7: Uitsnede uit de paleogeografische kaart. 6 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer. 6 Bron: P Vernieuwd digitaal basistand basisbestand paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. K.M. Cohen, E. Stourhamer. 2012
Versie: 09-01-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 16
Figuur 8: Uitsnede uit de geomorfologische kaart. 7 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.
7 Bron: Universiteit Wageningen, 2017
Versie: 09-01-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 17
Figuur 9: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland. 8 Het plangebied is rood omlijnd en de cirkel geeft de buitengrens van het onderzoeksgebied weer.
8 Bron: Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft
Versie: 09-01-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 18
Figuur 10: Uitsnede uit de bodemkaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft. Voor uitleg van de codes, zie hoofdstuk 2.2 9
9 Bron: Universiteit Wageningen, 2017
Versie: 09-01-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 19
Figuur 11: Uitsnede uit de grondwatertrappenkaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 10
10 Bron: Universiteit Wageningen, 2017
Versie: 09-01-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.
ArcheoPro Rapport, 23095, Pagina 20
2.3 Archeologie (LS01/LS04) Synthetiserend onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis van het westelijk deel van het Brabants zandgebied (Tebbens L. A., 2016 in: Ontstaansgeschiedenis van het landschap, het gebruik en de locatiekeuze. Ball, E.A.G. & R.M. van Heeringen (red.), 2016) dat heeft plaatsgevonden in het kader van de Oogst van Malta, heeft door de geringe beschikbaarheid van data uit deze perioden, geen bijstelling van dit model opgeleverd voor resten uit het laat-paleolithicum tot en met het vroeg-neolithicum. Wel geldt specifiek voor het westelijk deel van het Brabants zandgebied dat rekening moet worden met de afdekking met veen van lage delen van het landschap in het mesolithicum en het neolithicum. Gedurende de late prehistorie verschuift de bewoning naar de allerhoogste delen. Dit is mogelijk het gevolg van geleidelijke vernatting van het landschap, waarbij juist de vernatte, moerassige delen niet meer bewoond worden. De bewoning in de periode ijzertijd – Romeinse tijd vertoont een sterke mate van continuïteit die plaatselijk al in de bronstijd begint. De bewoningslacune die in overige delen van Brabant na de Romeinse tijd wordt gezien, lijkt in West-Brabant door eerder optredende Merovingische kolonisatie, al tussen 450 en 500 AD tot een einde te zijn gekomen en daarmee ongeveer een eeuw vroeger dan in het oosten van Brabant.
Plaatselijk lijkt zelfs geen onderbreking te hebben bestaan. Tot in de volle- en late middeleeuwen loopt de bewoning ononderbroken door met een duidelijke verdichting van de bewoning in de late middeleeuwen. Binnen het onderzoeksgebied liggen slechts drie bekende archeologische vindplaatsen: Zaaknummer 3269406100 ligt ruim zevenhonderd meter ten noordoosten van het plangebied. Hier is een schansachtige structuur aanwezig van dertig bij dertig meter dij waarschijnlijk de resten van een boerenschans vormt. Tevens zijn hier enkele aardewerkscherven uit de periode neolithicum – ijzertijd aangetroffen. Zaaknummer 4774095100 vormt een gelijksoortige schans-achtige structuur die op het AHN is waargenomen. Deze ligt ruim honderd meter ten noordwesten van het plangebied. Zaaknummer 3269414100 ligt ruim vierhonderd meter ten noordoosten van het plangebied. Hier is in het kader van het archeologisch onderzoek ten behoeve van Ruilverkavelingsgebied Baarle-Nassau onderzoek gedaan waarbij twee scherven grijsbakkend aardewerk uit de late middeleeuwen zijn aangetroffen. 2.4 Informatie amateurarcheologen (LS01/LS04) ArcheoPro heeft contact opgenomen met Heemkundevereniging Amalia van Solms. Dit heeft met betrekking tot het plangebied geen informatie opgeleverd.
Versie: 09-01-2024
www.ArcheoPro.nl
Archeologisch onderzoek Schrans 2, Castelré, Gemeente Baarle-Nassau.