Bijlage 4 - Bijlage bij motivering
Tekst van het document
In de begripsbepalingen van de verordening is bedrijventerrein gedefinieerd als: "aaneengesloten terrein met een bruto oppervlakte van ten minste één hectare voor de bedrijfsmatige uitoefening van industriële, logistieke, ambachtelijke en dienstverlenende activiteiten en groothandel met de daarbij behorende voorzieningen, bedoeld voor de vestiging van meerdere bedrijven". In de toelichting bij de verordening is het volgende aangegeven: "De ontwikkeling van bedrijventerrein is belangrijk om ruimte te bieden aan bedrijven die vanwege hun bedrijfsvoering effect hebben op hun omgeving en daardoor overlast kunnen geven op hindergevoelige functies als wonen of zorgfuncties. Een bestemmingsplan moet inzicht bieden in de effecten op de omgeving maar zorgt ook dat een bedrijventerrein deze opvangfunctie blijvend kan vervullen." In het beleidskader wonen en werken (mei 2024) heeft de provincie de keuze gemaakt om te voorzien in voldoende en passende werkmilieus, waaronder ook ruimte voor bedrijven met een impact op de omgeving. De provincie hanteert als uitgangspunt een zorgvuldige en vraaggerichte ontwikkeling van bedrijventerreinen in passende werkmilieus. Ze streeft hierbij naar een balans in vraag en aanbod. Dit betekent dat de kwaliteit van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen aansluit bij de behoefte van bedrijven en de omgeving.
Zo zorgen we dat we goed omgaan met de schaarse ruimte. Ontwikkeling van voldoende geschikte terreinen voor grootschalige bedrijven en bedrijven met een impact op hun omgeving is ook van provinciaal belang. Bedrijven met weinig (milieu)impact op de omgeving passen in beginsel in woon- en gemengde gebieden. In dit gebied zijn alleen bedrijven in categorie 2 algemeen toelaatbaar. Het terrein kwalificeert als een bedrijventerrein, maar is niet bedoeld voor functies die niet mengbaar zijn. 2 Een Aldi beperkt het effectief gebruik van bedrijventerrein niet. Het provinciale belang is vooral gericht op behoud van voldoende ruimte voor bedrijven die niet te mengen zijn met de woonfunctie. Feitelijk en planologisch is op de beoogde locatie sprake van een gemengd werkgebied waar ruimte is voor werkfuncties die ook mengbaar zijn met de woonfunctie. Het gebied is een bufferzone tussen het woongebied en het gebied dat is bedoeld voor bedrijven die niet mengbaar zijn met de woonfunctie. Er wordt met de beoogde functie geen bedrijventerrein met algemene ruimte voor bedrijven in hogere milieucategorieën onttrokken. Een Aldi is een bedrijf in milieucategorie 1. Het vestigen van bedrijven met een milieucategorie 1 en 2 past ook in de visie van de gemeente, die is opgenomen in het bestemmingsplan Dorpen.
'Het gemeentelijk beleid van Baarle-Nassau is dat bedrijven met een milieucategorie 1 en 2 inpasbaar zijn binnen een woonomgeving. Milieucategorie 3 en hoger niet. Deze dienen gevestigd te worden op een bedrijventerrein zoals dat in de kern Baarle-Nassau. De maximale toegestane milieucategorie op het bedrijventerrein is in principe categorie 3.2. Voor het deel van het bedrijventerrein dat ten westen van de Smederijstraat ligt is alleen vestiging van bedrijvigheid tot en met milieucategorie 2
41/50
toegestaan vanwege de korte afstand tot de woonbebouwing. In de strook komen zijn in de huidige situatie twee bedrijven gevestigd met een hogere milieucategorie (3.2). Uit het bovenstaande blijkt de beleidslijn dat de gemeente cat. 1 en 2 bedrijven in principe niet wenst te vestigen op het bedrijventerrein van Baarle-Nassau, behalve ten westen van (het verlengde van) de Smederijstraat. I.v.m. aangrenzende woonbebouwing is daar wel cat. 1-2 bedrijvigheid gewenst in plaats van categorie 3. De locatie Industrieweg/Oordeelsestraat is gelegen ten westen van het verlengde van de Smederijstraat. Op grond van de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering behoren supermarkten tot categorie 1. Gelet hierop past een supermarkt binnen de door de gemeente BaarleNassau gehanteerde indeling van het bedrijventerrein van Baarle-Nassau. Uit het bovenstaande blijkt tevens de beleidslijn dat bedrijven uit milieucategorie 3, voor zover gelegen ten westen van (het verlengde van) de Smederijstraat, worden voorzien van een 'uitsterfconstructie'. Deze bedrijven krijgen een maatwerkbestemming, zodat zich daar géén cat. 3 bedrijven in het algemeen kunnen vestigen. Als dat specifieke bedrijf weggaat, bestaat de mogelijkheid daar cat. 1 - 2 bedrijvigheid te vestigen.
Onderdeel van het plangebied is een vrijgekomen locatie van een bedrijf met een maatwerkbestemming in milieucategorie 3 (alleen metaalverwerking). Het betreft hiermee geen locatie waar categorie 3 algemeen toelaatbaar is. Dat bedrijf is in 2016 gelegaliseerd, maar inmiddels verhuisd naar een geschikt bedrijventerrein in Tilburg met voldoende milieuruimte. De vestigingslocatie is bedoeld voor dergelijke bedrijven. De vertreklocatie staat sinds 2023 leeg en het is ook niet gewenst om hier opnieuw een bedrijf in milieucategorie 3 te vestigen, gelet op de korte afstand tot woningen. Het wegbestemmen van deze specifieke functie vermindert de effectieve ruimte voor bedrijven in milieucategorie 3 niet, gelet op de maatbestemming. Door de verplaatsing van Aldi naar de Industrieweg 5 wordt een daar juist onwenselijk bevonden metaalbewerkingsbedrijf (milieucategorie 3.2, zie Bp Dorpen, 1e herziening) 'wegbestemd'. De verplaatsing van Aldi draagt bij aan het gemeentelijke beleid tot het effectief benutten van het bedrijventerrein van Baarle-Nassau. 3 Aldi kan worden gevestigd in gemengd gebied Aldi is gelet op de functie en specifieke formule passend in een gemengd gebied. De kwalificaties 'bedrijventerrein' en 'gemengd gebied' sluiten elkaar niet uit.
Categorie 1-2 randen van een bedrijventerrein kwalificeren doorgaans als gemengd gebied, zeker als het gebied dat grenst aan het bedrijventerrein ook uit verschillende functies bestaat. Dit deel van het bedrijventerrein kwalificeert ook als gemengd gebied. Hier is bijvoorbeeld al perifere detailhandel mogelijk. De Aldi is mogelijk naast de woonfunctie en belemmert bedrijfsfuncties niet. Het is geen gevoelige functie. Ook is geen sprake van afname van gebruiksmogelijkheden voor dergelijke bedrijven. Bovendien blijft sprake van een werkgebied, waarbij werkgelegenheid behouden blijft. 4 De hard discount-supermarkt Aldi is geen publieksaantrekkende functie die per se in het centrum thuis hoort. Hier worden namelijk geen dagelijkse boodschappen gedaan, maar wordt een incidenteel bezoek gebracht vergelijkbaar met het bezoekmotief van perifere detailhandel. Een incidenteel bezoekmotief is niet zodanig dat een bedrijf in een centrumgebied thuis hoort. In een centrumgebied zijn juist bedrijven gevestigd met een frequent bezoekmotief (bv. horeca, niet-discount supermarkten). Het provinciale en regionale detailhandelsbeleid is gericht op ruimtelijke concentratie van detailhandelsfuncties, bij voorkeur binnen centra van steden en dorpen.
In het beleidskader wonen en werken (mei 2024) heeft de provincie aangegeven dat detailhandel, horeca en voorzieningen een essentieel onderdeel van de leefbaarheid van steden en dorpen zijn en dat het wenselijk is om detailhandel te concentreren. In dit geval gaat het om de verplaatsing en uitbreiding van een supermarkt. Er zijn, mede gelet op de complexe structuur van Baarle-Nassau, geen andere geschikte plekken in of rond het centrum beschikbaar voor een supermarkt met een toekomstbestendige maat. Om overaanbod te voorkomen, wordt de mogelijkheid voor een supermarkt op de vertreklocatie geschrapt.
42/50
Conclusie Doordat er feitelijk en vanuit kwalitatieve overwegingen aantoonbaar onvoldoende ruimte beschikbaar is in het centrumgebied van Baarle-Nassau, wordt gekozen voor verplaatsing en uitbreiding van een supermarkt naar een toekomstbestendige locatie buiten het centrum. De locatie sluit niet aan op een bestaand winkelgebied of een winkelconcentratie. Het provinciaal en regionaal beleid stuurt hier wel op. Met het voorliggende plan is er echter wel sprake van een versterking van de detailhandelsstructuur doordat de hard discount-supermarkt voor Baarle-Nassau behouden blijft en een toekomstbestendige omvang krijgt. De nieuwe detailhandelslocatie is voorzien binnen bestaand stedelijk gebied op een locatie die gezien wordt als een randzone van woongebieden en bedrijventerrein. De vestiging van de supermarkt op deze locatie past binnen de beleidsmatige inzet van de gemeente op functiemenging op deze locatie. De supermarkt belemmert op deze locatie omliggende bedrijven niet. Met de beoogde ontwikkeling van Aldi wordt de supermarkt weliswaar verplaatst naar een locatie buiten het centrumgebied, maar de supermarkt blijft wel behouden voor Baarle-Nassau zodat het verzorgingsniveau op peil blijft. De hard discount-supermarkt Aldi is geen cruciale centrumfunctie. Een incidenteel bezoekmotief is niet zodanig dat een bedrijf in een centrumgebied thuis hoort.
Bovendien blijft sprake van een werkgebied, waarbij werkgelegenheid behouden blijft. Op basis van het bovenstaande is ook sprake van een zorgvuldige ruimtelijke afweging.
REGIONAAL BELEID
Detailhandelsvisie West-Brabant 2014 - 2020 In 2014 heeft de regio West-Brabant de 'Detailhandelsvisie West-Brabant 2014 - 2020' vastgesteld. Omdat de omstandigheden in de detailhandel sterk waren veranderd en de oude visie niet meer voldoende aansloot bij de huidige problematiek en de te verwachten ontwikkelingen, was een nieuwe visie gewenst. Daarnaast was het ook nodig om afspraken rondom regionale afstemming bij detailhandelsontwikkelingen beter vast te leggen. In de visie worden trends en ontwikkelingen beschreven en is een beeld geschetst van de huidige en na te streven detailhandelsstructuur. De centrale doelstelling is: Het bijdragen aan het tot stand brengen van een evenwichtig en duurzaam detailhandelsapparaat in West-Brabant, waarbij rekening gehouden wordt met de aanwezige marktverhoudingen en ontwikkelingen, en gestreefd wordt naar een maatschappelijk verantwoorde, samenhangende en op elk niveau van de voorzieningen hiërarchie gezonde winkelstructuur.
Om dit te bereiken wordt ingezet op de volgende ambities: ● een versterking van de bovenregionale aantrekkingskracht van de detailhandel in West-Brabant (in combinatie met andere toeristisch-recreatieve voorzieningen); ● een kwaliteitsverbetering van het aanbod; ● behoud of versterking van die detailhandelsvoorzieningen die belangrijk zijn voor de consumentenverzorging in kleine(re) kernen waar het consumentendraagvlak ook voldoende perspectief geeft voor de langere termijn; ● een krachtige ontwikkeling van de hoofdwinkelcentra (in onderlinge samenhang); ● een sterke structuur van perifere detailhandel, complementair aan de reguliere winkelcentra; ● een accent op vernieuwing en herstructurering in plaats van uitbreiding van het aanbod; ● formele en informele sturing vooral op ruimtelijk-functionele kwaliteit: streven naar diversiteit en complementariteit; ● het beperken van de negatieve effecten van leegstand; ● verbetering van de samenwerking tussen ondernemers onderling en tussen ondernemers en de gemeente. Deze ambities zijn verder uitgewerkt in verschillende beleidsdoelen: Dynamiek detailhandel in goede banen leiden De detailhandel is steeds in beweging en dat houdt winkelgebieden interessant voor consumenten.
De Regio wil waar mogelijk en gewenst meewerken aan vernieuwing, maar uitgangspunt is daarbij wel dat dit op de juiste plek binnen de detailhandelsstructuur plaats vindt. Om ongewenste ontwikkelingen voor het b2020
43/50
bestaande aanbod te voorkomen, zullen de samenwerkende gemeenten nieuwe detailhandelsinitiatieven met een bovengemeentelijke impact, daadwerkelijk moeten toetsen op de (per saldo) toegevoegde waarde voor de regionale detailhandelsstructuur. Complementariteit en onderscheidend vermogen nastreven In een evenwichtige en duurzame voorzieningenstructuur vullen de verschillende winkelgebieden elkaar aan en heeft ieder een eigen functie binnen de structuur. Ze dienen dus eigen kenmerken en kwaliteiten te hebben. Dit schept duidelijkheid voor de consument, biedt aanknopingspunten voor strategie en investeringen van ondernemingen en biedt mogelijkheden voor elkaar versterkende effecten (doelgroepen, combinatiebezoeken). Door aan te sluiten bij de koopmotieven en het koopgedrag van consumenten kunnen winkelgebieden, maar ook delen van grotere centra, zich duidelijk profileren en hun eigen identiteit uitdragen. Ruimtelijke concentratie bevorderen Bij concentratie c.q. clustering van winkels ontstaat een meerwaarde voor de betreffende bedrijven en de consumenten. Nieuwe ontwikkelingen dienen daarom zoveel mogelijk plaats te vinden binnen de door de regiogemeenten aangewezen winkelcentra en locaties van perifere detailhandel.
Winkelontwikkelingen met een bovengemeentelijke impact worden daarbuiten in principe niet voorgestaan, tenzij de vestiging in een winkelgebied niet mogelijk is en er een aangetoonde meerwaarde is voor de regionale detailhandelsstructuur. Inzetten op behoud consumentenverzorging kleine kernen Winkels dragen in z'n algemeenheid in positieve zin bij aan de leefbaarheid van kernen en woonbuurten. Ze voorzien in de verzorging van de bewoners, hebben een functie als ontmoetingspunt en creëren door hun trekkracht vaak ook een draagvlak voor andere publieksgerichte voorzieningen. Met name supermarkten spelen hierbij een centrale rol. Leegstandsontwikkeling in goede banen leiden Algemene ontwikkelingen als de schaalvergroting, de toename van e-commerce, bevolkingskrimp en de (toenemende) gemiddelde leeftijd van ondernemers, hebben tot gevolg dat er de komende jaren in bepaalde winkelgebieden meer winkelaanbod zal verdwijnen. Dat kan negatieve gevolgen hebben voor de consumentverzorging van woongebieden en de uitstraling van winkelgebieden. De Regio wil een bijdrage leveren aan het voorkomen van dergelijke ontwikkelingen en het bestrijden van de negatieve consequenties door het aandragen van mogelijke oplossingen. Aandacht voor mogelijkheden fasering Het toevoegen van veel nieuwe winkelruimte in één keer kan soms ongewenste effecten hebben op de bestaande detailhandelsstructuur.
Om dit te voorkomen is een zekere mate van afstemming van de aanbodontwikkelingen op de vraagontwikkeling noodzakelijk. Dit kan door bepaalde grotere winkelontwikkelingen in fasen uit te voeren. Aandacht voor herstructurering In het licht van de gesignaleerde ontwikkelingen zijn er kansrijke en kansarme (delen van) winkelgebieden aan te wijzen. Inzetten op behoud of versterking van de kansrijke (delen van) winkelgebieden betekent in feite een herstructurering van de bestaande detailhandelsstructuur. Versterken toeristisch-recreatieve detailhandelsstructuur Winkelen is een belangrijke vorm van vrije tijdsbesteding en een belangrijk doel van veel toeristisch-recreatieve uitstapjes. Meer bezoekers van buiten de regio betekent tevens meer consumentendraagvlak voor de winkelvoorzieningen in de regio en daarmee wordt indirect een positieve bijdrage aan het verzorgingsniveau voor de eigen inwoners geleverd. Initiatieven voor winkelvestiging of –uitbreiding, worden, ongeacht de locatie of branchering, voor regionale toetsing voor gedragen als het initiatief de volgende omvang te boven gaat en het vigerende bestemmingsplan het initiatief niet toelaat: Winkelprojecten in de benoemde reguliere winkelcentra en perifere detailhandelslocaties met een bovenregionale verzorgingsfunctie: uitbreiding 10.000 m2 bvo.
44/50
Winkelprojecten in de benoemde reguliere winkelcentra en perifere detailhandelslocaties met een regionale verzorgingsfunctie: uitbreiding 5.000 m2 bvo. Winkelprojecten in de benoemde reguliere winkelcentra en perifere detailhandelslocaties met een kernverzorgingsfunctie: uitbreiding 2.500 m2 bvo. Bij initiatieven die niet stroken met het regionale beleid en er bestemmingsplanwijziging nodig is (bijvoorbeeld nieuwe solitaire vestiging op het platteland, of supermarktontwikkelingen met een effect op een buurgemeente).
Het centrale toetsingskader voor nader te boordelen nieuwe winkelontwikkelingen vormt de visie op de regionale detailhandelsstructuur, zoals in deze nota is verwoord. Aan nieuwe winkelontwikkelingen wordt in principe beleidsmatig meegewerkt als: Aangetoond wordt dat het initiatief een meerwaarde voor de lokale en/of regionale detailhandelsstructuur heeft. Deze meerwaarde kan zich uiten in: 1. een toename van de keuzemogelijkheden voor de consument, bijvoorbeeld omdat de branche zwak vertegenwoordigd is; 2. als er sprake is van een nieuwe formule die zich onderscheidt door kwaliteit, specialisatie en/ of gerichtheid op een of meer bepaalde doelgroepen; 3. als de ontwikkeling bijdraagt aan het onderscheidend vermogen van het betreffende winkelgebied; 4. als er sprake is van een bijdrage aan de beoogde clustering van winkelvoorzieningen; 5. het initiatief past bij het beoogde profiel van het betreffende winkelgebied. Aangetoond wordt dat het initiatief geen (blijvende) negatieve effecten heeft op de bestaande detailhandelsstructuur en/of de in de visie aangegeven ontwikkeling daarvan. Onder negatieve effecten wordt in ieder geval verstaan dat de keuzemogelijkheden voor de inwoners van een (kern in een) tot de regio behorende gemeente onaanvaardbaar afnemen door een winkelontwikkeling in een van de andere regiogemeenten.
Verder zal het initiatief getoetst worden op voor de ruimtelijke ordening relevante aspecten als: inpassing in de omgeving; bereikbaarheid; parkeermogelijkheden bezoekers en personeel; bevoorrading; beeldkwaliteit; etc. Doorwerking plangebied De voorgenomen ontwikkeling betreft verplaatsing van de Aldi binnen Baarle-Nassau, waarbij de supermarkt tevens wordt uitgebreid. Op de locatie aan de Industrieweg is sprake van de realisatie van een supermarkt met maximaal 1.100 m2 WVO en 1.650 m2 BVO. Daarmee is de uitbreiding dermate kleinschalig, dat het niet direct onder een van de categorieën valt waarbij regionale toetsing noodzakelijk is. Wel gaat het om de verplaatsing en uitbreiding van een supermarkt, waarvoor het omgevingsplan dient te worden gewijzigd en dit beperkte invloed heeft op naastgelegen gemeente Alphen-Chaam. Hierna zal het initiatief verder getoetst worden aan de ambities, beleidsuitgangspunten en ruimtelijk relevante aspecten. De Aldi is een bestaande supermarkt in Baarle-Nassau, waarmee het niet om volledige nieuwvestiging gaat, maar om verplaatsing en uitbreiding. Aldi als hard discount betreft een ander soort supermarkt dan de full-servicesupermarkten Jumbo en Albert Heijn, die ook in Baarle-Nassau gevestigd zijn. In de huidige omvang kan Aldi niet meer voldoen aan de wensen van de huidige consument.
Knelpunten met betrekking tot indeling, parkeren en bevoorrading kunnen niet op de huidige locatie worden opgelost. Modernisering van Aldi op een alternatieve locatie is belangrijk voor het behoud van de keuzemogelijkheden van de inwoners van Baarle-Nassau (en omgeving) en de kwaliteit en compleetheid van het supermarktaanbod. Met de
45/50
beoogde ontwikkeling van de supermarkt aan de Industrieweg wordt het mogelijk om de hard discount-supermarkt Aldi te behouden voor de inwoners van Baarle-Nassau. Daarmee blijft het winkelaanbod op sterkte én toekomstbestendig. In de visie wordt benoemd dat nieuwe ontwikkelingen zoveel mogelijk plaats dienen te vinden binnen winkelcentra en locaties van perifere detailhandel. Winkelontwikkelingen met een bovengemeentelijke impact worden daarbuiten in principe niet voorgestaan, tenzij de vestiging in een winkelgebied niet mogelijk is en er een aangetoonde meerwaarde is voor de regionale detailhandelsstructuur. Zoals hiervoor aangegeven is uitbreiding van de Aldi noodzakelijk en is het ook wenselijk om de Aldi te behouden voor Baarle-Nassau. Uit de uitgevoerde locatiestudie is gebleken dat elders in het centrum van Baarle-Nassau geen mogelijkheid is om een moderne vestiging van Aldi te realiseren. Als alternatieve vestigingslocatie is daarom uitgekomen op de locatie aan de Industrieweg. De beoogde ontwikkeling van Aldi aan de Industrieweg vindt plaats binnen stedelijk gebied op een locatie die in aanmerking komt voor functiemenging. De ontwikkeling houdt rekening met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving. Er heeft een laddertoets plaatsgevonden in de vorm van dit Ruimtelijk Economisch Onderzoek.
Hieruit blijkt dat geen onaanvaardbare effecten worden verwacht op de dagelijkse winkelstructuur. In het onderzoek is ook ingegaan op het voorkomen van leegstand. Het is niet te verwachten dat door de uitbreiding van Aldi andere supermarkten omvallen en hierdoor negatieve effecten in de vorm van (langdurige) leegstand ontstaat. Als gevolg van de verplaatsing van Aldi is het mogelijk dat er (tijdelijke) frictieleegstand ontstaat op de huidige locatie van Aldi, maar geen langdurige leegstand. De leegstand in Baarle-Nassau is in de huidige situatie beperkt. De leegstand van het Aldi-pand zal dus niet leiden tot onaanvaardbare leegstand als rekening wordt gehouden met het woon-, leef- en ondernemersklimaat in Baarle-Nassau. Afsprakenkader detailhandelsontwikkelingen De ‘Visie op de detailhandelsstructuur 2009-2020’ is bestuurlijk vastgesteld en er is (destijds) een convenant gesloten over de regionale afstemming van detailhandelsinitiatieven. Het doel van deze regionale afspraken was met name het voorkomen van structuurverstorende detailhandelsinitiatieven en het stimuleren van structuurversterkende initiatieven. Uitgangspunt daarbij was een sterke gemeentelijke autonomie, maar waar nodig wel regionale afstemming. Actualisatie van de visie is wenselijk gebleken.
De afstemming van detailhandelsontwikkelingen op regionaal niveau is in de praktijk niet tot de juiste uitvoering gekomen. Ook de ontwikkelingen in vraag en aanbod vragen om actualisatie van het beleid. Vooral het winkelen via internet en daar bovenop de stabiliserende en vergrijzende bevolking in West-Brabant zetten de omzetten van winkeliers onder druk, leiden tot minder bezoekers in de winkelstraten en tot een toename van de leegstand. Het nieuwe afsprakenkader is nadrukkelijk gebaseerd op de eerder vastgestelde 'Visie op de detailhandelsstructuur 20092020’ en de bijbehorende 'Regionale uitvoeringsagenda detailhandel West-Brabant'. De beleidsuitgangspunten in dit afsprakenkader komen daarom ook grotendeels overeen met de visie. In het afsprakenkader wordt vervolgens een indeling gehanteerd op welk schaalniveau een plan moet worden beoordeeld en afgestemd. Uitgangspunt is dat indien een plan kleiner is dan 2.500 m2 (de grens voor afstemming in de vastgestelde detailhandelsvisie) we het plan – in de basis – typeren als lokaal. Is een plan groter dan wordt dit minimaal als subregionaal aangemerkt. Daarnaast is de branchering van het plan bepalend. Voor sommige typen producten en winkels legt de consument immers een grotere afstand af en is het effect (reikwijdte/marktregio) van de ontwikkeling dus groter. Indicatief wordt de volgende indeling gehanteerd:
46/50
Figuur: Indeling detailhandelsplannen op schaalniveau ●
●
plannen met een lokale betekenis: voor (gemeenten met) plannen met een beperkte omvang en/of lokale reikwijdte is het in de eerste plaats een gemeentelijke verantwoordelijkheid om hierover keuzes te maken. De (voorzienbaarheid van deze) keuzes kunnen een plek krijgen in lokale detailhandelsvisies. Meerdere gemeenten in West-Brabant hebben reeds dergelijke visies en zijn hiermee reeds aan de slag in het kader van hun nieuwe detailhandelsbeleid. Gemeenten moeten zich er wel van bewust zijn dat overaanbod aan plannen, ook op lokale schaal, goede (nieuwe) plannen elders in de gemeente of subregio in de weg kan staan. (sub)regionale en (boven)regionale plannen: voor (gemeenten met) plannen met een (sub)regionale impact vindt afstemming met gemeenten op het relevante schaalniveau plaats. Dit zal per plan specifiek moeten worden bepaald. Dit schaalniveau kan zijn de gemeente met direct omliggende gemeenten, maar bijvoorbeeld ook op het niveau van de eigen subregio of zelfs de gehele regio West-Brabant.
In het afsprakenkader worden verder ook afspraken gemaakt om tot een gezonde detailhandelsstructuur te komen waarbij wordt ingezet op het faciliteren van kwalitatieve groei. De afspraken komen overeen met de gemaakte afspraken in de Regionale uitvoeringsagenda en zien toe op: ● Deprogrammeren van bestaande plannen ● Creëren van voorzienbaarheid ● Verplichte Ladder-toets bij nieuwe plannen / initiatieven ● Actieve leegstandsaanpak ● Versterken vitale kleine kernen ● Deprogrammeren van harde plancapaciteit Doorwerking plangebied De branche dagelijks (waar de Aldi onder valt) heeft een koopkrachtbinding van 90-95%. Zoals bij de Detaihandelsvisie al is beschreven, heeft de nieuwe vestiging van de Aldi een maximaal bvo van 1.650 m2. Gezien beide factoren, kan het plan gezien worden als een ontwikkeling met lokale betekenis (onder de grens van 2.500 m2 en koopkrachtbinding meer dan 70%). Nu blijkt het oppervlak in de praktijk binnen de Werkgroep Werken niet gehanteerd te worden als maximaal oppervlak bvo, maar als oppervlak van het volledige perceel. Ook al wordt in het afsprakenkader voor de grens van 2.500 m2 verwezen naar de gehanteerde grens voor afstemming in de vastgestelde detailhandelsvisie, waarin benoemd wordt 2.500 m2 bvo.
Uitgaande van het terreinoppervlak overschrijdt de locatie wel het oppervlak van 2.500 m2 en zou het initiatief lokaal/(sub)regionaal afgestemd moeten worden. Voor de volledigheid is uitgegaan van het laatste. Omdat de gemeente Alphen-Chaam binnen het verzorgingsgebied is gelegen, heeft afstemming met deze gemeente plaatsgevonden. Enkele afspraken uit het afsprakenkader houden daarnaast verband met de voorgenomen ontwikkeling. Het gaat hierbij om de leegstandsaanpak, een verplichte laddertoets bij nieuwe plannen, versterken vitale kernen en concentratie van winkels. Zie voor toetsing aan deze afspraken de toetsing hierboven.
GEMEENTELIJK BELEID
Omgevingsvisie gemeente Baarle-Nassau (2025) Op 23 april 2025 heeft de gemeenteraad van de gemeente Baarle-Nassau de nieuwe omgevingsvisie 'Omgevingsvisie gemeente Baarle-Nassau Baarle BRUIST!' vastgesteld. De omgevingsvisie is een integrale visie met strategische hoofdkeuzen
47/50
van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. De omgevingsvisie zet een koers naar 2040. De omgevingsvisie vervangt na vaststelling de eerdere ‘Omgevingsvisie Baarle-Nassau’, die onder de werking van de Wet ruimtelijke ordening tot stand is gekomen. De omgevingsvisie is beleidsarm opgesteld. Enkel een beperkt aantal thema’s omvatten nieuw beleid: transitie buitengebied, woningbouw, gezondheid en de energietransitie en duurzaamheid. Ten aanzien van de kern Baarle-Nassau streeft de gemeente naar een prettig en gezond woon- en leefklimaat voor jong en oud, met bereikbare voorzieningen zoals winkels, sport en onderwijs. De focus ligt dan ook op een duurzame exploitatie van voorzieningen en het zoeken van slimme verbindingen tussen partners en voorzieningen. Voor het centrum wordt ingezet op een compleet en kwalitatief goed aanbod van winkels, horeca en voorzieningen. Daarbij worden functies die het centrum versterken geconcentreerd. Functies die niet bijdragen aan deze versterking kunnen elders in de bebouwde kom gehuisvest worden. De gemeente wil ontwikkelingsruimte bieden zodat winkels en voorzieningen toekomstbestendig blijven. In de visie zijn in paragraaf 3.6 specifieke doelen voor het bedrijventerrein van Baarle-Nassau opgenomen.
Er wordt ingezet op een vitaal terrein waarbij ruimte is voor bedrijvigheid die niet in het centrum- of woongebieden gehuisvest kan worden. Er wordt actief gewerkt aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat met en voor het (lokale) midden- en kleinbedrijf. Op pagina 53 van de visie is specifiek het volgende opgenomen: "Het uitgangspunt blijft dat op het bedrijventerrein geen functiemenging plaatsvindt, met uitzondering van grootschalige detailhandel. Mocht er behoefte ontstaan aan transformatie van dat deel van het bedrijventerrein dat tegen woonbebouwing is gelegen, dan kan daar functiemening een oplossing bieden. Voorwaarden zijn: ● geen vraag naar gebruik van een dergelijke locatie voor bedrijven; ● niet-bedrijfsfuncties mogen het functioneren van het bedrijventerrein niet in de weg staan; ● de nieuwe functie kan niet elders in de bebouwde kom worden gehuisvest." De locatie Industrieweg 3-5/Oordeelsestraat 7a komt in aanmerking voor transformatie of functiemenging. De locatie ligt in een overgangsgebied direct naast woningen, waardoor hier geen (middelzware) bedrijvigheid gevestigd kan worden die zich niet verhoudt tot de woonfunctie. Bovendien is de locatie verouderd.
Met de opening van de nieuwe Randweg in Baarle-Nassau is het accent van het bedrijventerrein ten behoeve van bedrijven in hogere milieucategorieën verschoven richting het oosten, waar uitbreiding van het bedrijventerrein plaatsvindt. Ook aan de noordzijde van het bedrijventerrein is Baarle-Hertog bezig met de voorbereidingen voor de ontwikkeling van een bedrijventerrein. In de directe omgeving van de projectlocatie worden in beperkte mate bedrijfsfuncties afgebouwd. Er is een principebesluit genomen om de locatie (Industrieweg 2/2a) van garagebedrijf De Jong (tegenover de projectlocatie) te transformeren tot woningbouw. Ook is op de projectlocatie een kringloopwinkel gevestigd en is grootschalige detailhandel mogelijk. Gezien de ligging naast woongebieden is ter plaatse van het projectgebied feitelijk sprake van een gemengd gebied als buffer tussen het woongebied en het bedrijventerrein. De vestiging van een supermarkt op de locatie Industrieweg 3-5/Oordeelsestraat 7a zal geen afbreuk doen aan het functioneren van het bedrijventerrein en zorgt bovendien voor behoud van werkgelegenheid. Met de beoogde ontwikkeling wordt het mogelijk om de hard discount-supermarkt Aldi te behouden voor de inwoners van Baarle-Nassau. Daarmee blijft het winkelaanbod op sterkte én toekomstbestendig.
Op de huidige locatie is de benodigde uitbreiding niet mogelijk, en is daarmee niet toekomstbestendig. Op de beoogde locatie kan een moderne supermarkt gerealiseerd worden, op een goed bereikbare locatie waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande stedelijke gronden. De locatie ligt op een randzone van woongebieden en het bedrijventerrein en er is door de ligging, omvang en gesteldheid van de locatie functiemenging met behoud van voorzieningen en werkgelegenheid mogelijk. In deze motivering wordt aangetoond dat de winkel het functioneren van andere bedrijven op het bedrijventerrein niet in de weg staat (zie paragraaf 4.7). In Bijlage 2 is onderbouwd dat de functie niet elders binnen de bebouwde kom gehuisvest kan worden en dat de nieuwe locatie een geschikte locatie is voor de noodzakelijke schaalvergroting van Aldi.
48/50
Beleid bedrijventerrein Het gemeentelijk beleid is gericht op een effectief gebruik van het bedrijventerrein bij de kern Baarle-Nassau. Dit is opgenomen op pagina 77 en 80 in de toelichting van het bestemmingsplan “Dorpen”. Het gemeentelijk beleid van Baarle-Nassau is dat bedrijven met een milieucategorie 1 en 2 inpasbaar zijn binnen een woonomgeving. Milieucategorie 3 en hoger niet. Deze dienen gevestigd te worden op een bedrijventerrein zoals dat in de kern Baarle-Nassau. De maximale toegestane milieucategorie op het bedrijventerrein is in principe categorie 3.2. Voor het deel van het bedrijventerrein dat ten westen van de Smederijstraat ligt is alleen vestiging van bedrijvigheid tot en met milieucategorie 2 toegestaan vanwege de korte afstand tot de woonbebouwing. In de strook komen zijn in de huidige situatie twee bedrijven gevestigd met een hogere milieucategorie (3.2). […] Beide bedrijven zijn specifiek op de plankaart aangeduid. Uit het bovenstaande blijkt de beleidslijn dat de gemeente cat. 1 en 2 bedrijven in principe niet wenst te vestigen op het bedrijventerrein van Baarle-Nassau, behalve ten westen van (het verlengde van) de Smederijstraat. I.v.m. aangrenzende woonbebouwing is daar wel cat. 1-2 bedrijvigheid gewenst in plaats van categorie 3. De locatie Industrieweg/Oordeelsestraat is gelegen ten westen van het verlengde van de Smederijstraat.
Op grond van de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering behoren supermarkten tot categorie 1. Gelet hierop past een supermarkt binnen de door de gemeente BaarleNassau gehanteerde indeling van het bedrijventerrein van Baarle-Nassau. Uit het bovenstaande blijkt tevens de beleidslijn dat bedrijven uit milieucategorie 3, voor zover gelegen ten westen van (het verlengde van) de Smederijstraat, worden voorzien van een 'uitsterfconstructie'. Deze bedrijven krijgen een maatwerkbestemming, zodat zich daar géén cat. 3 bedrijven in het algemeen kunnen vestigen. Als dat specifieke bedrijf weggaat, bestaat de mogelijkheid daar cat. 1 – 2 bedrijvigheid te vestigen. Door de verplaatsing van Aldi naar de Industrieweg 5 wordt een daar juist onwenselijk bevonden metaalbewerkingsbedrijf (milieucategorie 3.2, zie Bp Dorpen, 1e herziening) 'wegbestemd'. De verplaatsing van Aldi draagt bij aan het gemeentelijke beleid tot het effectief benutten van het bedrijventerrein van Baarle-Nassau.
49/50
Bijlage 4 Locatieafweging Aldi Baarle-Nassau
50/50
Locatieafweging Aldi Baarle -Nassau
26 november 2020 Update 1: 21 april 2023 Update 2: 1 december 2025
Locatieafweging Aldi Baarle -Nassau
De winkel van Aldi aan de Stationsstraat 29 in Baarle-Nassau is te klein geworden voor een (toekomstig) duurzame exploitatie. Afgelopen jaren is gezocht naar uitbreidingsmogelijkheden op huidige en mogelijk nieuwe locaties in het centrumgebied. Na een intensieve zoektocht is geconcludeerd dat deze niet voorhanden - of op afzienbare termijn te realiseren - zijn. Om de harddiscounter voor de inwoners van Baarle-Nassau te behouden hebben gemeente en Aldi gezocht naar een locatie net buiten het centrumgebied, waarbij de locatie aan de Industrieweg 3-5 als meest wenselijk wordt beschouwd. Vanuit provinciale retailadviescommissie is hier in eerste instantie negatief op gereageerd; uitplaatsing van Aldi zou het centrum negatief beïnvloeden.
Om deze reden is RHO gevraagd om het zorgvuldig door gemeente en initiatiefnemer uitgevoerde locatieonderzoek en de afwegingen hierin nogmaals in beeld te brengen. Het gaat om de volgende afwegingscriteria: •
Ruimtelijk – omvang perceel, bereikbaarheid, verkeersveiligheid en ontsluiting, planologische mogelijkheden en ligging ten opzichte van centrumgebied;
•
Financieel – verwerving en exploitatie;
•
Beschikbaarheid – aankoop en fasering;
•
Draagvlak – politiek en andere stakeholders.
•
Omvang (575 m² wvo) is te klein voor een toekomstig duurzame exploitatie
•
Knelpunten in bevoorrading (op straat) en parkeren → klachten bewoners
•
Parkeerdruk / routing op gezamenlijk parkeerterrein AH
Knelpunten huidige locatie
Provincie Brabant
Uitgangspunten beleid
• • •
Zorgvuldig ruimtegebruik Nabijheid en functiemenging van functies Ontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied
Regio West Brabant • •
evenwichtig en duurzaam detailhandelsapparaat kwantitatief en kwalitatief opzicht zo compleet, gevarieerd en attractief mogelijk pakket aan winkels
Gemeente Baarle-Nassau • •
Duurzame exploitatie van voorzieningen Indien mogelijk concentratie in centrum
3 varianten onderzocht
• Aankoop 9 – 11 percelen • Geraamde verwervingskosten: €4,3 – 7,2 mln. Uitbreidingsmogelijkheden huidige locatie Stationsstraat 2015: +
Ligging t.o.v. voorzieningen: centrum
-
Bereikbaarheid: minder parkeerplaatsen
-
Verkeersveiligheid/ontsluiting: slechte routing en bevoorrading op straat + blokkering laad - en loszone AH
-
Alle omliggende percelen benodigd
-
Zowel financieel als in fasering niet haalbaar
-
Ruimtelijk: stedenbouwkundig niet gewenst
Variant 1
Variant 2
2020: +
Bereikbaarheid: parkeergelegenheid op parkeerdek
-
Zowel financieel als in fasering niet haalbaar
Variant 3
Uitbreidingsmogelijk heden centrum overig •
Panden > 1.000 m² beperkt aanwezig, deze zijn • Monumentaal, • Niet op afzienbare termijn beschikbaar óf;
•
in gebruik als supermarkt
•
Leegstand alleen kleinschalig
•
Beleid: kernwinkelgebied bedoeld voor hoogwaardige functies
Uitbreidingsmogelijk heden centrum overig •
Conclusie: er zijn geen bestaande panden van voldoende omvang beschikbaar
•
Zijn deze wel te realiseren? Ruimtelijk zijn 3 locaties denkbaar
Alternatieve locaties in centrumgebied -
Ruimtelijk: percelen te klein (parkeren niet op te lossen)
-
Verkeersveiligheid/ ontsluiting
-
Planologisch niet mogelijk i.v.m. monumentenstatus
-
Niet te verwerven
-
Plein van Baarle functioneel en sociaal belangrijk plein; ombouw naar supermarkt niet gewenst
-
Financieel onhaalbaar i.v.m. huidige bebouwing
Conclusie: nieuwe locatie realiseren in centrumgebied niet mogelijk
8 10 12 12
Alternatieve locaties in centrumgebied 1.
Stationsstraat
2.
Nieuwstraat
3.
Sint Annaplein
4.
Kerkpad
Alternatieve locatie 2 e schil 5.
Loswal
6.
Parallelweg
7.
Chaamseweg I
8.
Hoogbraak
9.
Chaamseweg II
10.
Limfraterrein
11.
Molenstraat
12.
Zoekgebied Industrieweg
13.
Zoekgebied Smederijstraat
13 13 9
7
2
5
3 4
1
6
11
5. Loswal (2014) Afstand tot centrum: 50 m (Baarle-Nassau)
+ Ligging aan rand centrumgebied + Omvang perceel + Ontsluiting / verkeersveiligheid + Bereikbaarheid
- Politiek draagvlak – niet wenselijk vanuit gemeente Baarle -Hertog - Locatie is aangekocht voor ontwikkeling cultureel centrum Baarle
6. Parallelweg (2019) Afstand tot centrum: 150 m (Baarle-Nassau + Baarle -Hertog) + Ligging aan rand centrumgebied + Planologisch mogelijk - gebruik bestaande plancapaciteit - Omvang perceel: huidig pand Boerenbond slechts 850 m ² - Verwerving omliggende percelen (fasering) - Bereikbaarheid: uitbreiding gaat ten koste van parkeerruimte - Gedeeltelijk Belgisch grondgebied nodig (blauw gearceerd)
850 m²
7. Chaamseweg I (2015) Afstand tot centrum: 150 m (Baarle-Nassau)
+ Goede bereikbaarheid via Chaamseweg
- Omvang perceel, ruimtelijk niet inpasbaar - Verwerving, financieel niet haalbaar
8. Hoogbraak (2015) Afstand tot centrum: 850 m (Baarle-Nassau)
+ Omvang perceel + Bereikbaarheid + Ontsluiting
- Geen draagvlak voor supermarkt i.r.t. directe omgeving (ruimtelijke kwaliteit) - Verwerving niet mogelijk
9. Chaamseweg II (2015) Afstand tot centrum: 500 m (Baarle-Nassau)
+ Omvang perceel + Bereikbaarheid
- Planologisch niet mogelijk i.v.m. monumentenstatus Chaamseweg 9/9a - Politiek draagvlak: aantasting landschappelijke kwaliteit
10. Limfaterrein (2014) Afstand tot centrum: 500 m (Baarle-Nassau)
+ Bereikbaarheid: voldoende parkeren / goed bereikbaar - Verwerving niet mogelijk - Verkeersveiligheid: ontsluiting laden/lossen richting de school - Realisering groter boodschappencluster beleidsmatig niet gewenst - Alleen draagvlak voor woningbouw (bestemmingsplan wordt voorbereid)
11. Molenstraat (2019) Afstand tot centrum: 50 m (Baarle-Hertog)
+ Omvang perceel + Bereikbaarheid + Verkeersveiligheid / ontsluiting
- Geen (politiek) draagvlak voor supermarkt op deze locatie
12. Zoekgebied industrieweg (2019) Afstand tot centrum: 300 m (Baarle-Hertog) + Omvang perceel 3 -5 + Bereikbaarheid + Verkeersveiligheid + ontsluiting
+ (politiek) draagvlak voor functiemenging op deze locatie + Beschikbaarheid en verwerving - Omvang perceel 2/2a
13. Zoekgebied Oordeelsestraat (2016) Afstand tot centrum: 300 m (Baarle-Hertog)
+ Omvang perceel + Bereikbaarheid
- Geen (politiek) draagvlak voor functiemenging op deze locatie - Verkeersveiligheid en ontsluiting - Planologisch niet mogelijk: externe veiligheid
Ruimtelijk
Financieel Beschikbaarheid Draagvlak
Omvang perceel Bereikbaarheid verkeersveiligheid / ontsluiting Planologische mogelijk Ligging t.o.v. voorzieningen Verwerving exploitatie te koop/te huur fasering Politiek Stakeholders
13. Zoekgebied Smederijstraat
12. Zoekgebied Industrieweg
11. Molenstraat
10. Hoogbraak
9. Limfraterrein
8. Chaamseweg II
7. Chaamseweg I
6. Parallelweg
5. Loswal
4. Kerkpad
3. Sint Annaplein
2. Nieuwstraat
1. Stationsstraat
Afwegingsmatrix
Resultaat
Op basis van de locatieafweging heeft gemeente de voorkeur uitgesproken voor locatie 12: Industrieweg 3-5. De plannen zijn uitgewerkt, blijken zowel ruimtelijk als financieel haalbaar en de vergunningsaanvraag staat inmiddels gereed. Onderstaand een impressie van het plan.
Resultaat
Aanvulling 2025
In 2025 is in het kader van de Ladderonderbouwing een nieuwe leegstandsanalyse uitgevoerd. Op dit moment hangen er 3 grotere panden boven de markt in/rondom het centrum, die eerder al onderzocht zijn: 14. Stationsstraat 8, een rijksmonument dat niet geschikt is om te transformeren naar een supermarkt. Deze locatie wordt aangeboden met een uitgewerkt plan met woningen. 15. Singel 1 Gemeentehuis, dat in gebruik is als kantoor met baliefunctie, in deze hoedanigheid niet geschikt is voor een supermarkt en niet op afzienbare tijd beschikbaar komt. 16. Singel 4, het voormalige kantoorpand van Rabobank dat (constructief) niet geschikt is voor een supermarkt. De nieuwe eigenaar is voornemens het pand te herontwikkelen naar appartementen met detailhandel of daghoreca op een deel van de begane grond. Geconcludeerd wordt dat de panden die nog boven de markt hangen, niet geschikt zijn voor een supermarkt.
Alternatieve locaties in/ rond centrumgebied 2025 14. Stationsstraat 8
15. Singel 1 16. Singel 4
16 14
15
Bijlage 3
87/534
Akoestisch onderzoek industrielawaai
AKOESTISCH ONDERZOEK INDUSTRIELAWAAI INDUSTRIEWEG-OORDEELSESTRAAT BAARLE-NASSAU
De Roever Omgevingsadvies Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel T 073 594 10 11 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01
Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:
Akoestisch onderzoek industrielawaai, Industrieweg-Oordeelsestraat Baarle-Nassau 20251118.v02 7 november 2025 Rho Adviseurs
Akoestisch onderzoek industrielawaai, Industrieweg-Oordeelsestraat, Baarle-Nassau Datum: 7 november 2025 ; Referentie: 20251118.v02
2
INHOUDSOPGAVE INLEIDING ....................................................................................................................................... 4 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
Algemeen ..................................................................................................................................... 4 Ligging van de beoogde locatie ................................................................................................... 4 Omgevingstype en richtafstanden ............................................................................................... 5 Akoestisch onderzoek industrielawaai ........................................................................................ 7 TOETSINGSKADER ....................................................................................................................... 8
2.1. Geluidvoorschriften omgevingsplan ............................................................................................ 8 2.1.1. Geluid door activiteiten ........................................................................................................ 8 2.1.2. Specifieke zorgplicht ............................................................................................................ 9 2.2. Geluidvoorschriften Besluit kwaliteit leefomgeving ..................................................................... 9 2.2.1. Standaardwaarden en grenswaarden Bkl ......................................................................... 10 2.2.2. Uitzonderen van geluidbronnen ......................................................................................... 11 2.3.
Definitie periodes ....................................................................................................................... 11 REKENONDERZOEK ................................................................................................................... 12
3.1.
Representatieve bedrijfssituatie (RBS) ..................................................................................... 12 Vrachtwagens ............................................................................................................................................... 12 3.1.1. Laden/lossen vrachtwagens .............................................................................................. 13 3.1.2. Koelaggregaat ................................................................................................................... 13 3.1.3. Gaskoeler .......................................................................................................................... 13 3.1.4. Bijzondere geluiden ........................................................................................................... 13
3.2. 3.3. 3.4.
Geluidbronnen ........................................................................................................................... 15 Maatregelen ............................................................................................................................... 15 Berekeningswijze ....................................................................................................................... 16 RESULTATEN............................................................................................................................... 18
4.1. Representatieve bedrijfssituatie (RBS) ..................................................................................... 18 4.1.1. Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau ............................................................................. 18 4.1.2. Maximale geluidsniveaus .................................................................................................. 19 CONCLUSIES ............................................................................................................................... 21 BIJLAGE I. GEGEVENS ............................................................................................................... 22 BIJLAGE II. AFBEELDINGEN REKENMODEL ............................................................................ 23 BIJLAGE III. INVOERGEGEVENS REKENMODEL ...................................................................... 24 BIJLAGE IV. REKENRESULTATEN LA_EQ ................................................................................ 25 BIJLAGE V. REKENRESULTATEN LA_MAX .............................................................................. 26
Akoestisch onderzoek industrielawaai, Industrieweg-Oordeelsestraat, Baarle-Nassau Datum: 7 november 2025 ; Referentie: 20251118.v02
3
INLEIDING 1.1.
Algemeen
De initiatiefnemer heeft het voornemen om een supermarkt aan de Industrieweg 3-57/Oordeelsestraat 7a in Baarle-Nassau te realiseren. Hiertoe zal de bestemming/functie worden gewijzigd naar ‘Detailhandel’. In het kader van deze beoogde ontwikkeling en de aanwezigheid van het geluidgevoelige gebouw aan de Oordeelsestraat 7c, is een akoestisch onderzoek naar industrielawaai nodig.
1.2.
Ligging van de beoogde locatie
Het plangebied is gelegen aan de Industrieweg 3-5-7/Oordeelsestraat 7a in Baarle-Nassau. De supermarkt wordt gerealiseerd ten zuiden van het plangebied. Het plangebied waarbinnen geluidrelevante activiteiten ten behoeve van de supermarkt plaats kunnen vinden (rode kader) en het geluidgevoelige gebouw aan de Oordeelsestraat 7c (blauwe kader) zijn weergegeven in afbeelding 1.
Afbeelding 1. Beoogde supermarkt (rood kader) En het bestaande geluidgevoelige gebouw aan de Oordeelsestraat 7c (blauw kader)
De woning aan de Oordeelsestraat 7c betreft een bedrijfswoning. Deze bedrijfswoning is binnen de bestaande regels specifiek aangeduid en heeft als contour de bestaande bebouwing. Bebouwing ten behoeve van wonen buiten deze aanduiding is niet toegestaan. Toetsing kan daarom plaatsvinden op de gevels van de bestaande bedrijfswoning.
Akoestisch onderzoek industrielawaai, Industrieweg-Oordeelsestraat, Baarle-Nassau Datum: 7 november 2025 ; Referentie: 20251118.v02
4
De beoogde indeling van de supermarkt zijn weergegeven op afbeelding 2 en in bijlage I.
Afbeelding 2. Beoogde (concept) indeling van de ontwikkellocatie
1.3.
Omgevingstype en richtafstanden
De VNG publicatie ‘Handreiking Activiteiten en milieuzonering 2024’ vervangt de veelgebruikte publicatie ‘Handreiking Bedrijven en milieuzonering uit 2009’. De nieuwe handreiking ondersteunt de uitvoeringspraktijk bij keuzes over de toelaatbaarheid en inpassing van milieuhinderlijke activiteiten onder de Omgevingswet. De nieuwe VNG handreiking gaat uit van twee soorten woongebieden. De exacte definitie van deze woongebieden is weergegeven in paragraaf 2.2 van de handreiking. De woongebieden betreffen: 1. Gemengd gebied met wonen 2. Rustig woongebied Een gemengd gebied met wonen is een gebied waar zowel milieugevoelige als milieuhinderlijke activiteiten plaats kunnen vinden. Daarbij kan gedacht worden aan het mengen van wonen met detailhandel, horeca, onderwijs, zorg, dienstverlening, cultuur en (lichte) bedrijvigheid. Met een rustig woongebied wordt in deze handreiking de gebruikelijke woonwijk en woonbuurt bedoeld.
Akoestisch onderzoek industrielawaai, Industrieweg-Oordeelsestraat, Baarle-Nassau Datum: 7 november 2025 ; Referentie: 20251118.v02
5
Op afbeelding 3 is een uitsnede van de directe omgeving van het plangebied weergegeven, inclusief de verschillende functies/bestemmingen in de omgeving.
Afbeelding 3. Functies/bestemmingen in de omgeving van het plangebied
In de directe omgeving van het plangebied zijn diverse functies aanwezig (met name bedrijven en wonen). De omgeving wordt daarom aangemerkt als een ‘Gemengd gebied met wonen’. Op basis van bijlage A5 ‘Indicatieve lijst met activiteiten met inschatting geluid en geur’ uit de handreiking kan worden ingeschat of bepaalde activiteiten inpasbaar zijn binnen een gemengd gebied met wonen. Een supermarkt valt onder SBI-2008 code 471 met de positie ‘FM’ voor het aspect geluid. Dit wil zeggen dat de activiteit in veel gevallen geschikt zal zijn om zich te vestigen in een gemengd gebied met wonen. Vanwege de zeer korte afstand tussen de beoogde activiteit en milieugevoelige functie aan de Oordeelsestraat 7c wordt in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties nader akoestisch onderzoek uitgevoerd. De standaard (gebiedsgerichte) regels in het omgevingsplan (en in eerste instantie de Bruidsschat) bieden daarbij de basis om activiteiten wat betreft hun milieugebruiksruimte evenwichtig aan locaties toe te kunnen delen. Voor geluid gelden, in de periode tot wijziging van het omgevingsplan, de waarden en regels in de Bruidsschat (paragraaf 22.3.4.2 Geluid door activiteiten).
Akoestisch onderzoek industrielawaai, Industrieweg-Oordeelsestraat, Baarle-Nassau Datum: 7 november 2025 ; Referentie: 20251118.v02
6
1.4.
Akoestisch onderzoek industrielawaai
Om de geluidbelasting vanwege de activiteiten ter plaatse van de beoogde supermarkt aan de Industrieweg 3-5-7/Oordeelsestraat 7a in Baarle-Nassau ter plaatse van het geluidgevoelige gebouw aan de Oordeelsestraat 7c vast te stellen is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd overeenkomstig Bijlage IVh van de Omgevingsregeling (meet- en rekenmethode geluid industrie). Het onderzoek geeft inzicht in de volgende aspecten: - de akoestisch representatief te achten invulling van de beoogde activiteit(en) bij de te realiseren supermarkt; - het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; - de maximale geluidniveaus; - het verkeer van en naar de supermarkt (zorgplicht) Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende gegevens: - informatie verstrekt door de initiatiefnemer, inclusief (concept) terreinplan; - het akoestisch onderzoek industrielawaai ‘Werklandschap fase 2 Overasselt’ met projectnummer 190506.01, d.d. 20 februari 2020; - openbaar toegankelijke informatie verkregen via het Omgevingsloket voor de te onderzoeken locatie, waaronder het omgevingsplan gemeente Baarle-Nassau; - via internet toegankelijke informatie zoals Streetview en Bing Maps en digitale ondergronden (PDOK); - gegevens en bureauexpertise De Roever Omgevingsadvies.
Akoestisch onderzoek industrielawaai, Industrieweg-Oordeelsestraat, Baarle-Nassau Datum: 7 november 2025 ; Referentie: 20251118.v02
7
TOETSINGSKADER In deze rapportage worden de berekende geluidbelastingen in eerste instantie getoetst aan de geluidwaarden volgend uit het omgevingsplan van de gemeente Baarle-Nassau (de Bruidsschat). Als blijkt dat niet geheel aan deze geluidwaarden kan worden voldaan, dan zal getoetst worden aan de geluidwaarden (standaardwaarden én grenswaarden) volgend uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het bevoegd gezag zal uiteindelijk beoordelen of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).
2.1.
Geluidvoorschriften omgevingsplan
2.1.1.
Geluid door activiteiten
Totdat de gemeente specifieke regels voor het aspect geluid voor het omgevingsplan heeft opgesteld, zijn de regels volgens het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Baarle-Nassau (de Bruidsschat) van toepassing. De geluidvoorschriften voor milieubelastende activiteiten zijn opgenomen in paragraaf 22.3.4 ‘Geluid door activiteiten, anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen’ van de regels bij het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Voor deze situatie zijn de Artikelen onder paragraaf 22.3.4.2 van toepassing. Artikel 22.63 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen 1. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.1. Tabel 22.3.1 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw 07.00 – 19.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,Lt als 50 dB(A) gevolg van activiteiten Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van 70 dB(A) activiteiten
19.00 – 23.00 uur
23.00 – 07.00 uur
45 dB(A)
40 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
3. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit, in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.3. Tabel 22.3.3 Waarde voor geluid in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw 07.00 – 19.00 19.00 – 23.00 23.00 – 07.00 uur uur uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,Lt als 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) gevolg van activiteiten Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) activiteiten
Akoestisch onderzoek industrielawaai, Industrieweg-Oordeelsestraat, Baarle-Nassau Datum: 7 november 2025 ; Referentie: 20251118.v02
8
4. De in het eerste tot en met derde lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op het laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur. Artikel 22.70 Geluid: buiten beschouwing laten van geluidbronnen 1. Bij het bepalen van de geluidniveaus, bedoeld in de artikelen 22.63 tot en met 22.69 en 22.71, blijft buiten beschouwing: b. Het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein. 3. De maximale geluidniveaus (LAmax), bedoeld in de artikelen 22.63 tot en met 22.69, zijn tussen 23.00 en 7.00 uur niet van toepassing op aandrijfgeluid van motorvoertuigen bij het laden en lossen als: a. Voor die activiteit het in die periode geldende maximale geluidniveau (L Amax) niet te bereiken is door het treffen van maatregelen; en b. het niveau van het aandrijfgeluid op een afstand van 7,5 m van het motorvoertuig niet hoger is dan 65dB(A). Artikel 22.74 Geluid: meet- en rekenbepalingen Op het bepalen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) of het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in deze paragraaf, zijn de artikelen 6.6 en 6.7 van de Omgevingsregeling van toepassing.
2.1.2.
Specifieke zorgplicht
In Artikel 22.44 ‘Specifieke zorgplicht’ zijn bepalingen opgenomen om nadelige gevolgen naar de omgeving, zoveel als mogelijk, te voorkomen. In het omgevingsplan zijn geen (geluid)waarden opgenomen ten aanzien van het verkeer van personen en goederen van en naar een activiteit. Onder de specifieke zorgplicht valt ten minste: Artikel 22.44 Specifieke zorgplicht 3. De plicht, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval ook in dat: a. De nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit zo veel mogelijk worden voorkomen of beperkt.
In deze rapportage zullen de geluidsniveaus vanwege het verkeer van en naar de beoogde activiteit aanvullend in beeld worden gebracht.
2.2.
Geluidvoorschriften Besluit kwaliteit leefomgeving
De instructieregels uit paragraaf 5.1.4.2.2 'Geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten' van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) past het bevoegd gezag toe bij het toelaten van één activiteit op een locatie (artikel 5.64 Bkl).
Akoestisch onderzoek industrielawaai, Industrieweg-Oordeelsestraat, Baarle-Nassau Datum: 7 november 2025 ; Referentie: 20251118.v02
9
2.2.1.
Standaardwaarden en grenswaarden Bkl
De standaardwaarden zorgen in het algemeen voor voldoende bescherming tegen geluid. Daarom is een uitgebreide motivering van een aanvaardbaar geluid bij hanteren van deze waarde niet nodig (artikel 5.64, lid 1 Bkl). Voor de bescherming van het binnenmilieu zijn grenswaarden van toepassing. Artikel 5.65. Geluid: (standaardwaarden en grenswaarden voor geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen) 1. Een omgevingsplan bevat: a. als waarden de standaardwaarden, bedoeld in tabel 5.65.1, voor het toelaatbare geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw. Tabel 5.65.1 Standaardwaarde toelaatbaar geluid op een geluidgevoelig gebouw 07.00 – 19.00 19.00 – 23.00 uur uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,Lt als 50 dB(A) 45 dB(A) gevolg van activiteiten Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door 70 dB(A) aandrijfgeluid van transportmiddelen Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door 65 dB(A) andere piekgeluiden
23.00 – 07.00 uur 40 dB(A) 70 dB(A) 65 dB(A)
b. als waarden de grenswaarden, bedoeld in tabel 5.65.2, voor het toelaatbare geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen. Tabel 5.65.2 Grenswaarde toelaatbaar geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen 07.00 – 19.00 19.00 – 23.00 23.00 – 07.00 uur uur uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,Lt
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
-
55 dB(A)
55 dB(A)
-
45 dB(A)
45 dB(A)
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden Artikel 5.66. (flexibiliteit – afwijken tot grenswaarden)
1. Een omgevingsplan kan, gelet op de aard of locatie van de activiteit of cumulatie, andere waarden bevatten dan de standaardwaarden, bedoeld in artikel 5.65, eerste lid, aanhef en onder a, tweede, derde, of vierde lid. 2. Een omgevingsplan bevat op grond van het eerste lid alleen hogere waarden als:
Akoestisch onderzoek industrielawaai, Industrieweg-Oordeelsestraat, Baarle-Nassau Datum: 7 november 2025 ; Referentie: 20251118.v02
10
a. dat niet leidt tot een overschrijding van de grenswaarden, bedoeld in tabel 5.66, in geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen, anders dan binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen. Tabel 5.66 Grenswaarden toelaatbaar geluid in geluidgevoelige ruimten binnen geluidgevoelige gebouwen, anders dan binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen 07.00 – 19.00 19.00 – 23.00 23.00 – 07.00 uur uur uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,Lt Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
-
55 dB(A)
55 dB(A)
-
45 dB(A)
45 dB(A)
3. Het tweede lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing op geluidgevoelige gebouwen als: a. zwaarwegende bezwaren van bouwkundige aard bestaan tegen het treffen van maatregelen aan de gevel die nodig zijn om voor dat gebouw te voldoen aan de grenswaarden, bedoeld in tabel 5.66, mits, als andere maatregelen mogelijk zijn om de geluidwering zoveel mogelijk te verbeteren, die andere maatregelen wel worden getroffen; b. de eigenaar geen medewerking verleent aan het onderzoek naar het geluid in geluidgevoelige ruimten binnen zijn gebouw en naar de noodzakelijke geluidwerende maatregelen; of c. de eigenaar geen medewerking verleent aan het treffen van geluidwerende maatregelen. 4. Voor de toepassing van het tweede lid blijven buiten beschouwing: a. geluid door de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval; en b. onversterkt menselijk stemgeluid.