Bijlage 2 - Ontwerpbestemmingsplan Lanen van Baerle
Tekst van het document
Wijzigingsbevoegdheid Voordeurverplaatsing Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming wijzigen teneinde mee te werken aan woningvermeerdering via het verplaatsen van de voordeur van België naar Nederland. Hierbij dient aan het volgende te worden voldaan: a het dient een bestaand hoofdgebouw ten behoeve van wonen te zijn; b de voordeur dient geplaatst te worden aan die zijde van het hoofdgebouw die georiënteerd is op de openbare weg, dan wel aan de daaraan grenzende zijgevel, maar dan niet meer dan 3 meter achter de voorgevel; c de voordeur mag eventueel in een bijbehorend bouwwerk worden opgenomen, mits dit in de vorm van een entreeportaal is dat zich niet meer dan 3 meter achter de voorgevel bevindt.
21
Artikel 7
Waarde – Archeologie
7.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen.
7.2 7.2.1
Bouwregels Omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning ten behoeve van het bouwen een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Dit geldt voor het bouwen van bouwwerken, gelegen in gebieden/categorieën zoals weergegeven op de 'Archeologische beleidskaart' (bijlage 2 bij deze regels), die een diepte hebben, die meer is dan de op de kaart aangegeven 'diepte - ondergrens' en een omvang hebben die meer is dan de op kaart aangegeven 'omvang - ondergrens'.
7.2.2
Voorwaarden Indien uit het in artikel 7.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. b De verplichting tot het doen van opgravingen. c De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. Bouwverbod Indien uit het in artikel 7.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in artikel 7.2.2 genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan wordt de vergunning geweigerd.
7.2.3
7.3
Afwijking van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2 en toestaan dat in de andere bestemming gebouwen worden gebouwd zonder het overleggen van een archeologisch onderzoek als - voldoende onderbouwd - kan worden aangetoond dat: a in het gebied reeds verstoring plaats heeft gevonden die dieper reikt - dan de verwachte archeologische vondstlaag; b het behoud van archeologische waarden voldoende is gewaarborgd (er worden bijv. technische beschermende maatregelen getroffen of de archeologie wordt ingepast in het plan); c de archeologische resten door de verstoring niet worden geschaad (diepteligging archeologische resten is bijv. groter dan de diepte van de beoogde ingreep);
22
d of in andere gevallen dan hierboven beschreven waarbij vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg (zijnde de regioarcheoloog van de Regio WestBrabant).
7.4 7.4.1
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Verbod Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde-Archeologie', artikel 7.2.1 lid b zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a Het ophogen van de bodem, zulks indien de oppervlakte gelijk is aan, of meer bedraagt, dan de aangegeven oppervlakte zoals weergegeven op de 'Archeologische beleidskaart' (bijlage 2 bij deze regels). b Het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de oppervlakte gelijk is aan, of meer bedraagt dan de aangegeven oppervlakte zoals weergegeven op de 'Archeologische beleidskaart' (bijlage 2 bij deze regels). c Het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren, zulks indien de oppervlakte gelijk is aan, of meer bedraagt dan de aangegeven oppervlakte zoals weergegeven op de 'Archeologische beleidskaart' (bijlage 2 bij deze regels). d Het verlagen of het verhogen van het waterpeil.
e Het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, zulks indien de oppervlakte gelijk is aan, of meer bedraagt dan de aangegeven oppervlakte zoals weergegeven op de 'Archeologische beleidskaart' (bijlage 2 bij deze regels), waarbij de breedte van deze werken tenminste 1,25 meter bedraagt. f Het bebossen van gronden die op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan niet als bos zijn bestemd, zulks indien de oppervlakte gelijk is aan, of meer bedraagt dan de aangegeven oppervlakte zoals weergegeven op de 'Archeologische beleidskaart' (bijlage 2 bij deze regels) en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 40 centimeter. g Het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd, zulks indien de oppervlakte gelijk is aan, of meer bedraagt dan de aangegeven oppervlakte zoals weergegeven op de 'Archeologische beleidskaart' (bijlage 2 bij deze regels) en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 40 centimeter. h Het aanleggen van bos of boomgaard, zulks indien de oppervlakte gelijk is aan, of meer bedraagt dan de aangegeven oppervlakte zoals weergegeven op de 'Archeologische beleidskaart' (bijlage 2 bij deze regels) en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 40 centimeter.
i Het scheuren van grasland, zulks indien de oppervlakte gelijk is aan, of meer bedraagt dan de aangegeven oppervlakte zoals weergegeven op de 'Archeologische beleidskaart' (bijlage 2 bij deze regels) en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 40 centimeter. j Het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 40 centimeter, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen
23
van drainage en ontginnen, zulks indien de oppervlakte gelijk is aan, of meer bedraagt dan de aangegeven oppervlakte zoals weergegeven op de 'Archeologische beleidskaart' (bijlage 2 bij deze regels). 7.4.2
Uitzonderingen Het in lid 7.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a het normale onderhoud en/of gebruik betreffen. b reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. c op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. d de werken en werkzaamheden op inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht.
7.4.3
Toelaatbaarheid a De omgevingsvergunning wordt verleend, indien is gebleken dat de in 7.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal. b Voor zover de in 7.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning één van de volgende voorschriften wordt verbonden: 1 de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2 de verplichting tot het doen van opgravingen, 3 De verplichting de uitvoering van werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, zijnde een archeologisch bedrijf met een opgravingsvergunning, zich conformerend aan de vigerenden KNA. c De vergunning wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld.
Het bevoegd gezag mag zich ter onderbouwing van zijn oordeel laten adviseren door de deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg, waarbij het bevoegd gezag ten alle tijden gemotiveerd kan afwijken van een dergelijk advies indien zij van mening is dat de eventuele verstoring van archeologische waarden van het terrein in voldoende mate is vastgesteld.
7.5
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk a Het is verboden voor de in artikel 7.2.1 aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een vergunning voor het slopen van een bouwwerk, de aanwezige bouwwerken te slopen indien de oppervlakte groter is dan de aangegeven oppervlakte zoals weergegeven op de 'Archeologische beleidskaart' (bijlage 2 bij deze regels) en de diepte meer dan 40 cm bedraagt;
24
b Aan de omgevingsvergunning kan in ieder geval de voorwaarde worden gesteld dat de sloop wordt begeleid door een gekwalificeerd deskundige (zijnde een archeologisch bedrijf met een opgravingsvergunning). Hiervoor is een door de door het bevoegd gezag schriftelijk goedgekeurd Programma van Eisen vereist dat is opgesteld conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). c Indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarden worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning. d De vergunning kan niet worden verleend indien blijkt dat de sloop een onevenredige aantasting van de archeologische waarden van de gronden tot gevolg heeft. 7.6 7.6.1
7.6.2
Wijzigingsbevoegdheid Geheel of gedeeltelijk doen vervallen bestemming Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door de bestemming "Waarde - Archeologie" geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Archeologische beleidsadvieskaart Burgemeester en wethouders kunnen de bij het plan behorende 'Archeologische beleidskaart' wijzigen, dit met inachtneming dat een wijziging onder andere betrekking kan hebben op: a het toevoegen van soorten verwachtingsgebieden; b het wijzigen van de onderzoeksplicht' c het wijzigen van de voorwaarden van een verwachtingsgebied; d het geheel actualiseren van de 'Archeologische beleidskaart'.
25
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8
Anti-dubbeltelbepaling Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 9
Algemene bouwregels
9.1 9.1.1
Algemene bepalingen m.b.t ondergronds bouwen Ondergrondse werken Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.
9.1.2
Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels: a Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak b Het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m² c In aanvulling op het bepaalde sub a en b is maximaal 1 niet - overdekt zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1 Het zwembad dient te worden gebouwd achter de achtergevel of het verlengde daarvan en op een afstand van ten minste 3 meter van zijdelingse en achterste perceelsgrens. 2 Het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor bijbehorende bouwwerken als bedoeld in 6.2.2 in acht wordt genomen. 3 Het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut. 4 Per perceel mag maximaal 1 zwembad worden gebouwd. d De ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter onder peil. e Bij het berekenen van de blijkens de digitale verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen niet in aanmerking genomen.
9.2 9.2.1
Ondergeschikte bouwdelen Overige ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, trappenhuizen, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
26
9.2.2
Dakkapellen Voor dakkappellen geldt dat wanneer deze niet meer dan 2/3 van het dakvlak beslaan de bouwhoogte van de dakkapel niet als goothoogte wordt aangemerkt.
9.3 9.3.1
Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten Maximale maatvoering Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.
9.3.2
Minimale maatvoering In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
9.3.3
Heroprichting In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in 9.3.1 en 9.3.2 uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
27
Artikel 10
Algemene gebruiksregels Het is verboden de in de artikelen 3 tot en met 7 bedoelde gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de bestemmingsomschrijving.
28
Artikel 11
Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het volgende: a de in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages, tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen, of bouwvlakken worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c de bestemmingsbepalingen en toestaan dat voorzieningen van algemeen nut, wachthuizen ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwen ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen, worden gebouwd, mits de inhoud per gebouw maximaal 50 m³ bedraagt; d de bestemmingsbepalingen en toestaan dat een gebouw wordt gebouwd ten behoeve van het houden van dieren of het kweken van planten, zoals een volière of een groente-kas, mits: 1 de oppervlakte van een gebouw maximaal 10 m² bedraagt; 2 de bouwhoogte van een gebouw maximaal 4,50 m bedraagt; 3 achter de bebouwingsgrens wordt gebouwd; e de bestemmingsbepalingen en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van communicatievoorzieningen, wordt vergroot tot niet meer dan 40 meter; f de bestemmingsbepalingen en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 6 meter mits de gebruiksfunctie op de aanliggende
percelen niet wordt beperkt en de belangen van derden niet worden geschaad.
29
Artikel 12
Algemene wijzigingsregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a het aanbrengen van wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen ten behoeve van de praktische uitvoering van het plan met dien verstande dat de afwijking ten hoogste 2 meter mag bedragen, mits het wijzigingen betreft waarbij geen belangen van derden worden geschaad, dan wel ter correctie van afwijkingen of onnauwkeurigheden op de verbeelding; b het oprichten van transformatorgebouwen, gemaalgebouwen en andere gebouwen voor voorzieningen van algemeen nut met een inhoud van ten hoogste 35 m³ en een bouwhoogte van ten hoogste 3,5 meter, welke in het kader van de voorzieningen van algemeen nut nodig zijn en welke op grond van het bepaalde in de voorafgaande artikelen niet kunnen worden gebouwd; c de Lijst van bedrijven te wijzigen, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven.
30
Artikel 13
Overige regels
13.1
Algemeen Overtreding van het bepaalde in artikel 10, 3.4.1 en 7.4.1 is een economisch delict in de zin van artikel 1a, sub 2° van de Wet op de economische delicten en als zodanig strafbaar op grond van deze wet.
13.2
Parkeren Tenzij in Hoofdstuk 2 expliciet is voorzien in een andere regel ten aanzien van de aanwezigheid van voldoende parkeergelegenheid, geldt de volgende regeling: a bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van: 1 een omgevingsvergunning voor het bouwen ten behoeve van het bouwen van een gebouw; of 2 een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan;
dient tenminste voldaan te worden aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen, zoals opgenomen in de ‘Nota Parkeernormen Baarle-Nassau 2011’ als vastgesteld op 4 januari 2011; b het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld onder a. indien: 1 het voldoen aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2 op andere wijze in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, met dien verstande dat wordt voldaan aan de regels voor maatwerk (ontheffing) zoals neergelegd in de onder a. bedoelde nota parkeernormen; c indien het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld onder a. of de regels voor maatwerk (ontheffing) als bedoeld onder b. gedurende de planperiode van dit bestemmingsplan worden gewijzigd, wordt bij de verlening van de omgevingsvergunning rekening gehouden met die wijziging; d parkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient aldus in stand te worden gehouden.
13.3
Laden en lossen Tenzij in Hoofdstuk 2 expliciet is voorzien in een andere regel ten aanzien van de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte, geldt de volgende regeling: a een omgevingsvergunning voor het bouwen ten behoeve van het bouwen van een gebouw of een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan wordt uitsluitend verleend indien in een als gevolg van het beoogde gebruik van het gebouw te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen wordt voorzien op eigen terrein; b het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a. indien: 1 het voldoen aan de bepaling ten aanzien van het laden en lossen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2 op andere wijze in de nodige laad- en losruimte wordt voorzien; c het bepaalde onder a. is niet van toepassing op de herbouw van een gebouw zónder wijziging van het gebruik; d voorzieningen die zijn gerealiseerd om te voorzien in de nodige laad- en losruimte dienen aldus in stand te worden gehouden.
31
32
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 14
Overgangsrecht
14.1
Overgangsrecht bouwwerken a Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1 gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2 na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
14.2
Overgangsrecht gebruik a Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
14.3
Hardheidsclausule Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kan het bevoegd gezag ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.
33
Artikel 15
Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Lanen van Baerle’.
34
4 3
22
2 3
3904 24
0 3 8 2
6 2
16
14
3910
3909
3905 3906
8
4534
4897
6
3907 4478 4482
4
4479 2
4481
4480
4753 4892 4751
4752
4750
3
19
17
15
13
W
4535
6 Plangebied
11,5
Plangebiedgrens
17 4895
Bestemmingen
[sba-aazp]
G
V-VB
[sba-gs]
W
11,5
WR-A
W
Wonen
Waarde - Archeologie
Bouwvlak t raa st ol ho Sc
14
Verkeer - Verblijfsgebied
Dubbelbestemmingen
6
V-VB
Groen
9,5
453
9,5 7
[sba-gs]
7
W
bouwvlak
Bouwaanduidingen [sba-ah]
specifieke bouwaanduiding - afwijkende hoogte
6 [sba-aazp]
specifieke bouwaanduiding - afwijking afstand zijdelingse perceelgrens
9,5 9,5
W 7
[sba-ah]
7
[sba-gs]
Maatvoeringaanduidingen A
4
specifieke bouwaanduiding - gestapeld
B
maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)
7 9,5 7
E
maximum aantal wooneenheden
W Verklaringen
[sba-ah] 9,5
bestaande bebouwing en kadastrale ondergrond
WR-A
9,5
G
Bestemmingsplan 'Lanen van Baerle' Gemeente Baarle-Nassau NL.IMRO.0744...
25
5230
23
Projectnr. :
EP-RO-2025_103
Status:
Ontwerp
Schaal:
1:1000
Datum:
17-11-2021
Formaat:
A4
Tekenaar:
IvW
Deelplan:
1 van 1
Laatste wijziging:
18-06-2021
BuroGkracht
www.burogkracht.nl
the People Group
www.thepeoplegroup.nl
Almystraat 14
E: info@burogkracht.nl
Middelweg 2
E: RO@thepeoplegroup.nl
5061 PA Oisterwijk
T: +31(0) 6 232 74 307
5253 CA Nieuwkuijk
T: +31(0) 85 224 00 00
0
5
10
15m
17 52
Beeldkwaliteit plan ‘Lanen van Baerle’ te Baarle-Nassau In deze paragraaf worden randvoorwaarden gesteld die de na te streven beeldkwaliteit vastleggen. Het plangebied bestaat uit rijwoningen, tweekappers, vrije kavels en senioren woningen. De architectonische randvoorwaarden gelden voor alle woningtypes. Als toelichting zijn beelden opgenomen die indruk geven van de gewenste sfeer en uitstraling. Deze beelden zijn illustratief voor de beschreven aspecten. Architectuur: Massa en vorm De hoofdgebouwen worden op de kavels gepositioneerd zoals vastgelegd in het stedenbouwkundigplan. De noordelijke blokken hebben een nokrichting parallel aan de weg. Daar waar dit in het stedenbouwkundig plan is aangegeven, bevinden zicht topgevels als accent. De eenheid in het plan zal ontstaan door kleur en materiaal gebruik, in vorm is de vrijheid te vinden. Verschillende dak- en gootdetailleringen worden toegepast. Zo zijn strakke topgevels, zowel doorgemetseld als met kantpan voorstelbaar, maar kunnen ook grotere dak overstekken toegepast worden. Zowel een mastgoot als getimmerde goot is voorstelbaar mits deze op een eigentijdse manier worden toegepast.
In het zuidelijke deel van het plan zijn twee blokken met platdak gesitueerd, ook daar zal differentiatie in de massa gevonden worden (hoogte/diepte) en wordt de eenheid gevonden in kleur en materiaalgebruik.
Kleuren en materialen Het plangebied kenmerkt zich door een eigentijdse metselwerk architectuur in lichte grijsbruine genuanceerde tinten. De combinatie met lichte grijs-witte egale stenen/ wit schilderwerk wordt gezocht. Schuine daken zullen afgewerkt worden met donkere grijze/zwarte pannen. Voor vrije kavels is wit stucwerk ook voorstelbaar.
Gevelopbouw - detaillering De detaillering van de woningen zal zich kenmerken door veel detaillering in het metselwerk. De kozijnen zullen wit, grijs of grijsbruin zijn. Extra elementen die toegepast worden zullen uitgevoerd worden in beton of qua kleur aansluiten op de kozijnen. Denk hierbij aan spekbanden, luifels, kaders en dakkapellen.
Detaillering in het metselwerk
Betonkaders
Betonnen luifels
accenten in de kleur van het kozijn
10.000
Kavel 40 329,86 m2
Kavel 44 233,27 m2
Kavel 43 276,86 m2
Kavel 42 286,40 m2
Kavel 41 306,15 m2
Kavel 51 Kavel 50 196,73 m2 Kavel 48 121,05 m2 123,10 m2 Kavel 46 Kavel 49 119,00 m2 121,97 m2 Kavel 47 Kavel 45 117,42 m2 128,38 m2
Kavel 39 336,57 m2 11.100
Kavel 38 354,61 m2 00 11.1
Kavel 37 447,88 m2
5.750
5.350
5.950
0 5.75
60 11.0
Kavel 35 418,99 m2
5.100
5.100
0 3.00
0 5.95
Kavel 36 370,03 m2
5.100
5.100
5.100
5.100
5.350
50 6.2 50 6.2
0 10.00
00 6.5 00 10.0
00 6.5
5.350
00 10.0
00 6.5
0 5.75
Kavel 20 123,07 m2
Kavel 29 196,15 m2
Kavel 19 117,32 m2
Kavel 30 194,89 m2
Kavel 18 117,32 m2
Kavel 14 Kavel 13 184,91 m2 203,55 m2
Kavel 17 117,32 m2 Kavel 16 117,32 m2
50 5.3
Kavel 10 179,90 m2 Kavel 9 179,95 m2
Kavel 2 97,83 m2
Kavel 15 123,07 m2
Kavel 8 187,79 m2
00 5.1
Kavel 3 96,97 m2
0 5.35
Kavel 11 202,17 m2
Kavel 1 103,55 m2
0 5.10
Kavel 12 229,83 m2
Kavel 33/34 197,07 m2
00 9.0
0 9.00
Kavel 28 189,47 m2
0 5.10
00 6.7 00 1.5
Kavel 26 188,40 m2
Kavel 27 192,28 m2
0 5.10
Kavel 31 187,53 m2 Kavel 32 98,59 m2
00 4.5
Kavel 24 178,45 m2
Kavel 25 193,36 m2
0 5.10
50 5.3
0 5.95
Kavel 21/22 192,76 m2
0 5.35
00 10.0
0 5.95
50 5.9 50 5.7
0 5.75
1.500
6.700
4.500
Kavel 23 92,06 m2
6.100
00 5.1
Kavel 4 96,11 m2
6.250
50 6.2
00 5.1
Kavel 6 94,39 m2 00 5.1
Kavel 7 98,11 m2
00 6.1 0 .00 100.000 1
00 5.1
Kavel 5 95,25 m2
00 6.1 00 6.1 50 6.3
42 5.3
Woningbouw De Lanen van Baerle Situatie 8 april 2021 1:1000
project onderdeel datum schaal
Advies
advies
Ladder voor Duurzame Verstedelijking Lanen van Baerle
project Ladder voor Duurzame Verstedelijking Lanen van Baerle datum 4 december 2020 opdrachtgever Gispro Projectontwikkeling B.V. projectnummer P03585 opgesteld door GW, DB
Ladder voor Duurzame Verstedelijking Lanen van Baerle
Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten.
Aanleiding Voor de locatie gelegen westelijk van de Schoolstraat in de gemeente Baarle-Nassau bestaat het voornemen om 55 woningen te realiseren. Het gaat om een gemixt programma qua segment (koop en huur) en woningtype (levensloopbestendig, hoekwoningen, tweekappers, vrijstaand). Binnen het huidige bestemmingsplan “Dorpen” (vastgesteld 11-04-2012) is de beoogde ontwikkeling Lanen van Baerle niet toegestaan. Om de ontwikkeling formeel mogelijk te maken is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. In art 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat de toelichting bij een bestemmingsplan of projectafwijking moet voldoen aan de systematiek van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (hierna: ‘ladder’). De ladder is een wettelijk verplicht motiveringsinstrument waaraan iedere ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ (art 1.1.1 Bro) moet worden getoetst. Per 1 juli 2017 luidt het tweede lid van art. 3.1.6. als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.”
Planinitiatief Het voornemen bestaat om op de locatie 55 woningen te realiseren. Het gaat om een gemixt programma met diverse woninggroottes (tabel 1), dat een diversiteit aan doelgroepen bedient. De invulling wordt als volgt: 20-25% betaalbare koop- en huurwoningen; 10-15% levensloopbestendige of levensloopgeschikte woningen; 30-35% middeldure gezinswoningen (midden en hoekwoningen); 35-40% dure koopwoningen (tweekappers, vrijstaande geschakelde en vrijstaande woningen). Het gebied is onderdeel van het Limfa-terrein (figuur 1). Het Limfa-terrein ligt in de kern Baarle (enclavedorp dat zich uitstrekt over het Nederlandse Baarle-Nassau en het Belgische Baarle-Hertog) en betreft voor de gemeente Baarle-Nassau voor de korte en middellange termijn de belangrijkste locatie waar woningbouw kan plaatsvinden.
Tabel 1
Woninggrootte initiatief Lanen van Baerle
Type woningen
BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl
Door de omvang van de uitbreiding en wijziging van de bestemming moet het initiatief beschouwd worden als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Bij het opstellen van de bestemmingsregeling is het uitgangspunt dat niet méér dan 55 woningen mogelijk gemaakt zullen worden.
Woningen groter dan 100 m²
Aantal 7
Woningen tussen de 60-100 m²
9
Woningen kleiner dan 60 m²
36
Totaal
55
1
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Lanen van Baerle
Het plan is onderdeel van een grotere grensoverschrijdende locatie, waarbij ook woningbouw op Belgisch grondgebied (gemeente Baarle-Hertog) is gerealiseerd.
Opzet onderzoek Voor het initiatief wordt onderzocht of en op welke manier de toevoeging van 55 woningen in Lanen van Baerle te verantwoorden is vanuit de methodiek van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt: Voorziet het initiatief in een (kwantitatieve en kwalitatieve) behoefte en is er sprake van duurzaam ruimtegebruik binnen het verzorgingsgebied?
Perspectief op wonen & woningbouw regio Breda e.o. (2019/2020) Fakton, Marktonderzoek Effectieve vraag Subregio Breda (2017) Omgevingsvisie gemeente Baarle-Nassau (2019) Woonvisie Baarle-Nassau 2018-2023 Woningbouwprogramma 2020 en woningbouwprognose 2021-2025 gemeente Baarle-Nassau Statistiek Vlaanderen, onderzoeksrapport Baarle-Hertog in cijfers (2018) Statbel, België in cijfers (2020)
De beoogde ontwikkeling is hierna getoetst aan de ladder.
Het antwoord op de hoofdvraag uit dit onderzoek wordt verkregen door middel van ruimtelijk-functioneel onderzoek, waarbij zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte aan de ontwikkeling wordt onderzocht binnen het verzorgingsgebied. Ook wordt gekeken naar de locatieafweging binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. Bovendien worden door middel van het onderzoek de te verwachten effecten van de beoogde ontwikkeling in beeld gebracht. Met de resultaten van het onderzoek is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking doorlopen. Voor het bepalen van de behoefte en het duurzaam ruimtegebruik is onder andere gekeken naar: Omgevingsvisie Noord-Brabant (2018) Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (2020) Brabantse Agenda Wonen (2017) en Voortgangsrapportage (2020) Bevolkings- en woningbouwbehoefteprognose NoordBrabant (2020) Monitor Bevolking en Wonen Noord-Brabant (2020) Regionale Agenda Wonen West-Brabant (2014) Figuur 1: Planlocatie initiatief Lanen van Baerle
vrijdag 4 december 2020
2
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Lanen van Baerle
Ladder voor Duurzame Verstedelijking
Sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling De beoogde ontwikkeling Lanen van Baerle betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit blijkt uit de volgende gegevens: 1. Het plangebied heeft in dit bestemmingsplan “Dorpen” (vastgesteld 11-04-2012) de bestemming Agrarisch. Op basis van dit bestemmingsplan is wonen op de locatie niet toegestaan en is een wijziging van de bestemming noodzakelijk. 2. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het initiatief om maximaal 55 woningen te bouwen kan onder deze definitie worden geschaard, gezien het hier gaat om de ontwikkeling van een agrarische locatie naar een woningbouwlocatie. 3. Vanaf 12 nieuwe woningen is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Aangezien het om de toevoeging gaat van maximaal 55 woningen, kan het initiatief gekwalificeerd worden als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Passend binnen beleidskaders Het planinitiatief past binnen de gestelde beleidskaders en draagt bij aan de beleidsdoelstellingen van Rijk, provincie, regio en gemeente: De provincie Noord-Brabant streeft naar duurzame verstedelijking met zorgvuldig ruimtegebruik als uitgangspunt. Ook in de subregio Brede e.o. is dit een belangrijk uitgangspunt.
Met de invulling van de locatie wordt ingespeeld op het aspect zorgvuldig ruimtegebruik doordat er sprake is van inbreiding binnen de kern Baarle en herstructurering door het toekennen van nieuwe functies.
vrijdag 4 december 2020
In de regio West-Brabant hebben de gemeenten afgesproken de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogrammering periodiek te monitoren. De actuele provinciale behoefteprognose wordt als de basis gebruikt voor de gemeentelijke woningbouwprogrammering en – planning. De gemeente Baarle-Nassau herkent zich niet in de prognosecijfers van de provincie uit 2017 en voelt zich daardoor beperkt. Ook de nieuwe provinciale prognose uit 2020 ligt nog altijd lager dan het gemeentelijk ambitieniveau. De gemeente ziet deze cijfers daarom als richtinggevend, maar niet als maximum. De gemeente zet in op het op peil houden van het bouwtempo en richt zich de komende jaren op ontwikkeling van de rest van Limfa en de locatie Maaijkant (Ulicoten). Het initiatief Lanen van Baerle is onderdeel van het Limfa-terrein. De gemeente Baarle-Nassau streeft naar een toekomstbestendige woningvoorraad die duurzaam is en aansluit op de behoefte van inwoners, ook op langere termijn. De locatie van onderhavig initiatief is in de Omgevingsvisie opgenomen als ‘nieuw woongebied / reservering’. Het initiatief voldoet aan de gestelde kaders voor dit type gebied: Zorgvuldig ruimtegebruik door de focus op het bestaand stedelijk gebied. Met de invulling van de locatie aan de Schoolstraat is sprake van inbreiding binnen de kern Baarle.
Het plan betreft de realisatie van 55 woningen, bestaande uit diverse woningtypen, als aanvulling op het bestaande woningaanbod. Tevens is er sprake van een integrale ontwikkeling aangezien er samenhang bestaat met de ontwikkeling van het Limfa-terrein op Belgisch grondgebied. Dit komt ten goede aan de stedenbouwkundige samenhang en ruimtelijke kwaliteit van Baarle.
Passend binnen behoefte van het ruimtelijk verzorgingsgebied Voor de onderbouwing van de woonbehoefte is gekeken naar de afbakening van de relevante regio, om zo de behoefte in beeld te brengen. Hiervoor is gekeken naar de regionale woningmarkt, die gedefinieerd wordt op basis van verhuisbewegingen. In dit behoefteonderzoek is het primaire verzorgingsgebied de gemeenten Baarle-Nassau en BaarleHertog en het secundaire verzorgingsgebied de subregio Breda e.o. Het initiatief wordt passend geacht binnen de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Hieronder volgt een beknopte toelichting. De volledige onderbouwing van de woningbehoefte is opgenomen in bijlage 1 van deze notitie. Kwantitatieve behoefte Het beoogde initiatief Lanen van Baerle voorziet met de realisatie van 55 woningen in een kwantitatieve behoefte. Hoewel de bevolking in de gemeenten Baarle-Nassau en Baarle-Hertog volgens de provinciale prognoses af gaat nemen in de periode tot 2030, neemt het aantal huishoudens nog toe. Daarnaast zet de gemeente Baarle-Nassau vraagtekens bij het moment waarop de geprognotiseerde een bevolkingsafname daadwerkelijk realiteit wordt. De gemeente signaleert sinds 2016 weer een bevolkingsgroei terwijl de prognoses uit 2017 een daling voorspelden. Ook eerdere provinciale prognoses voorspelden krimp van de bevolking. Vaak werden deze prognoses echter geen realiteit.
Eenzelfde trend is te zien in Baarle-Hertog. De praktijk leert dat Baarle-Nassau en Baarle-Hertog aantrekkelijk zijn en blijven voor nieuwe inwoners. Een toename van het aantal huishoudens (en inwoners) vraagt om een groei van de woningvoorraad. In de gemeente Baarle-Nassau bestaat een woningbehoefte van
3
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Lanen van Baerle
165 woningen tot 2030. Een toestroom vanuit België levert naar schatting een aanvullende vraag van 5 tot 10 woningen per jaar op. Dit resulteert in een extra woningbehoefte in de gemeente Baarle-Nassau van 55 woningen tot 2030, opgeteld een woningbehoefte van 210 woningen. Volgens de provinciale plancapaciteit is er op dit moment onvoldoende harde plancapaciteit beschikbaar in de gemeente Baarle-Nassau (110 woningen) om in de woningbehoefte tot 2030 te voorzien (165 tot 210 woningen, al dan niet rekening houdend met de extra toestroom/behoefte vanuit België). Dit betekent dat er nog ruimte is voor het toevoegen van (minimaal) 55 extra woningen. De beoogde ontwikkeling om 55 woningen te realiseren in Lanen van Baerle voorziet daarmee in een kwantitatieve behoefte binnen het verzorgingsgebied. De ontwikkeling past ook binnen de gemeentelijke woningbouwprognose 2021-2025 van 116 woningen, waarin het initiatief Lanen van Baerle als zachte plancapaciteit is opgenomen. Het college van B&W heeft daarnaast aangegeven positief te staan tegenover deze ontwikkeling.
Kwalitatieve behoefte Het initiatief Lanen van Baerle, met een gemixt programma van betaalbare koop- en huurwoningen, levensloopbestendige/levensloopgeschikte woningen, middeldure gezinswoningen en dure koopwoningen, voorziet in een kwalitatieve behoefte. Binnen de subregio Breda is het voor de kernen rondom het stedelijk concentratiegebied (o.a. Baarle) aantrekkelijk om het landelijk dorpse karakter te koesteren en verder te versterken. Dorpse en landelijke woonmilieus, met stedelijke kenmerken, zijn veelgevraagd in de gemeente Baarle-Nassau. Het initiatief Lanen van Baerle speelt 1
hierop in door woningen te realiseren in een dorpswoonmilieu met een landelijke Kempische architectuurstijl. De gemeente Baarle-Nassau streeft naar een divers woonprogramma en gemixte wijken. De ambitie van de gemeente is om een woningvoorraad te bieden met een passend aanbod voor gezinnen (ruimere, dure koopwoningen), maar ook voldoende aanbod voor huishoudens met lagere en middeninkomens (onder andere jongeren en starters). Ook oudere inwoners worden niet vergeten. De gemeente heeft de ambitie om passend woningaanbod voor deze doelgroep uit te breiden door levensloopgeschikte woningen te realiseren. Het initiatief Lanen van Baerle zet in op een gemixt programma dat voor het merendeel bestaat uit woningen geschikt voor gezinnen, namelijk middeldure gezinswoningen (30-35%) en dure koopwoningen (35-40%). Daarnaast worden betaalbare koop- en huurwoningen gerealiseerd (20-25%) voor huishoudens met een lager inkomen, waaronder jongeren en starters. Het initiatief zet bovendien in op de realisatie van levensloopbestendige dan wel levensloopgeschikte woningen (10-15%). Met dit woningbouwprogramma sluit Lanen van Baerle aan op de wens om een woningvoorraad te realiseren die gedurende een lange periode inspeelt op de woonwensen van verschillende doelgroepen. In de gemeente Baarle-Nassau is enerzijds behoefte aan duurdere gezinswoningen in de koopsector (vanaf 275.000 à 300.000 euro).
Anderzijds is er vraag naar goedkopere eengezinswoningen en appartementen. Binnen het initiatief Lanen van Baerle worden beide type woningen gerealiseerd met de nadruk op gezinswoningen in de koopsector (30-35% middeldure gezinswoningen, 35-40% dure koopwoningen), gevolgd door betaal-
bare koop- en huurwoningen (20-25%). Daarmee voorziet het initiatief in een kwalitatieve behoefte binnen de gemeente. Geen onaanvaardbare effecten Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het realiseren van 55 woningen in Lanen van Baerle onaanvaardbare effecten zullen optreden. De locatie is opgenomen als de meest belangrijke ontwikkellocatie voor woningbouw in de gemeente en de vraag naar nieuwbouw is groot. Daarnaast draagt het realiseren van woningen bij aan het creëren van een levendig woon- en leefklimaat in Baarle-Nassau. Gesitueerd binnen bestaand stedelijk gebied Voor de onderbouwing via de Ladder is relevant of de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan een agrarische bestemming. Hoewel de locatie bestemmingsplanmatig aangemerkt moet worden als “buiten bestaand stedelijk gebied” (vanwege de agrarische bestemming), kan het gebied door de ligging gekarakteriseerd worden als ‘binnen bestaand stedelijk gebied’.
Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en ook de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.1 De locatie is een laatste stuk oud agrarisch gebied binnen de bebouwde kom van Baarle. Het plangebied wordt omringd door bestaande stedelijke functies (woningbouw, maatschappelijke functies) en sluit aan op het bestaand stedelijk gebied. Om die reden maakt de locatie
Handreiking Ladder duurzame verstedelijking (Infomil).
vrijdag 4 december 2020
4
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Lanen van Baerle
onderdeel uit van een ‘bestaand stedelijk samenstel van bebouwing’. Bovendien is de locatie van het planinitiatief volgens de provinciale Omgevingsverordening (2020) onderdeel van het stedelijk gebied. Gezien het voorgaande kan de ligging gekarakteriseerd worden als ‘binnen bestaand stedelijk gebied’ en is een verder motivering op dit punt niet nodig.
vrijdag 4 december 2020
5
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Lanen van Baerle
Bijlage 1: Onderbouwing woningbouwbehoefte B1.1 Afbakening verzorgingsgebied Het verzorgingsgebied is het gebied waarbinnen vraag en aanbod van woonruimte plaatsvindt, ook wel de woningmarkt. De woningmarktafbakening verschilt per initiatief en valt niet per definitie samen met een bestuurlijke regio. Een belangrijke indicator voor het functioneren van de regionale woningmarkt is het aantal verhuisbewegingen/migratiestromen binnen en naar de betreffende gemeente/woonplaats. De gemeente Baarle-Nassau vormt samen met de Belgische gemeente Baarle-Hertog het Kempense dorp Baarle. Het grondgebied van beide gemeenten loopt flink door elkaar. Om die reden is zowel gekeken naar verhuisbewegingen binnen Nederland als naar de relatie met België. Uit tabel 2 blijkt dat 40% van de verhuisbewegingen in de gemeente Baarle-Nassau voortkomt uit bewegingen binnen de eigen gemeente. Dit is relatief laag, maar is te verklaren doordat hierin nog niet de verhuisbewegingen met Baarle-Hertog meegenomen zijn. De data van het CBS geeft helaas geen inzicht in het aantal verhuizingen van de gemeente Baarle-Nassau
Tabel 2
naar België en vice versa. Het is echter zeer waarschijnlijk dat een groot deel van de verhuizingen vanuit België naar de gemeente Baarle-Nassau uit de gemeente Baarle-Hertog komt. Het gaat dan zowel om Belgen die in Nederland een huis kopen, maar ook om Nederlanders die eerder in Baarle-Nassau woonden en terug verhuizen. Zo wonen er relatief veel Nederlanders in de gemeente Baarle-Hertog: ca. 45% van de inwoners in Baarle-Hertog heeft een Nederlandse nationaliteit.2 Naar aanleiding van een aantal nieuwbouwprojecten in de gemeente Baarle-Hertog heeft de gemeente in beeld gebracht waar de kopers of huurders vandaan komen. Dit betrof projecten uit de periode 2013-2017: 65% hiervan kwam uit Baarle-Nassau/Ulicoten, 18% uit andere Nederlandse gemeenten en 17% uit België.3 Ook onderzoek van Fakton (2017) schat in dat het aantal verhuisbewegingen van en naar België voor Baarle-Nassau ongeveer 20% van het totaal uitmaakt. Opgeteld bij de 40% verhuisbewegingen binnen de gemeente Baarle-Nassau, betekent dit dat ca. 55-60% van de verhuisbewegingen binnen de ‘eigen’ gemeente zou plaatsvinden. Dit komt overeen met gebruikelijke cijfers: in Nederland vindt veelal ca. 60% van de verhuisbewegingen binnen de eigen gemeente plaats.4
Verhuisstromen gemeente Baarle-Nassau (CBS, 2018) Gemeenten
2 3
Aandeel
Binnen de gemeente Baarle-Nassau
Baarle-Nassau
40%
Vanuit België
Baarle-Hertog
ca. 15-20%
Vanuit subregio Breda e.o.
Baarle-Nassau, Alphen-Chaam, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Oosterhout, Zundert
Lokale Inburgerings- en Integratiemonitor, Baarle-Hertog, 2018. Woonvisie Baarle-Nassau 2018-2023.
vrijdag 4 december 2020
32%
Daarnaast komt nog eens 32% van de verhuizingen uit de subregio Breda e.o. De sterkste verhuisrelatie bestaat met de gemeente Breda (15%).
Gezien het voorgaande wordt voor dit initiatief het primaire verzorgingsgebied afgebakend als de gemeenten BaarleNassau en Baarle-Hertog en het secundaire verzorgingsgebied als de subregio Breda e.o.
B1.2 Kaderstellend beleid Provincie Noord-Brabant Met de Omgevingsvisie Noord-Brabant (2018) en Interim omgevingsverordening (2020) formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij wil dat de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zal zien. De provincie streeft naar duurzame verstedelijking. Zorgvuldig ruimtegebruik is hierbij het uitgangspunt. Dat betekent dat een stedelijke ontwikkeling voor wonen in beginsel plaatsvindt binnen stedelijk gebied en dat de ruimte binnen stedelijk gebied zo goed als mogelijk wordt benut. Hierbij past ook dat er wordt gekeken naar eventuele hergebruiksmogelijkheden van leegstaand of leegkomend erfgoed, zoals industriële complexen, kloosters, verzorgingshuizen etc. Vanuit de Ladder voor duurzame verstedelijking die in het Besluit ruimtelijke ordening is opgenomen gelden dienaangaande ook voorwaarden. Bij woningbouw zijn omvang en ligging van de ontwikkeling belangrijke punten. De bouw van een enkele woning heeft andere gevolgen dan een grote herstructurerings- of inbreidingslocatie langs het spoor of drukke wegen. In de Brabantse Agenda Wonen (2017) benoemt de provincie de volgende richtinggevende principes voor de regionale woningmarkten:
4
CBS Statline, Verhuisde personen: binnen gemeenten, tussen gemeenten, per gemeente (2018)
6
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Lanen van Baerle
Het woningbouwprogramma zet optimaal in op (toekomstige) binnenstedelijke locaties – inbreiden, herstructureren, transformeren – en op het herbestemmen van leegstand en leegkomend kantoor-, winkel-, en ander vastgoed, met als uitgangspunt dat zorgvuldig ruimtegebruik voor zuinig ruimtegebruik gaat. Ruim baan voor “goede woningbouwplannen” binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen: woningbouw op geschikte inbreidings-, herstructureringsen transformatielocaties en bestaand leegstaand vastgoed, die aansluit op een actuele vraag en snel in aanbouw genomen kan worden. Meer nadruk op de bestaande woningvoorraad, met specifieke aandacht voor herstructurerings- en transformatie-opgaven, verduurzaming van de voorraad en het geschikt maken van woningen en de woonomgeving voor mensen met een zorgvraag. Vraaggerichte woningbouwplannen ontwikkelen, die aansluiten op de vraag van huishoudens en met oog voor nieuwe, flexibele en tijdelijke woonvormen en strategische toevoegingen aan de bestaande woningvoorraad. Om tijdig en adequaat in te kunnen spelen op de dynamiek op de woningmarkt, veranderende woonwensen en onvoorziene ruimtelijke ontwikkelingen zorgen voor realisme en flexibiliteit in de regionale en gemeentelijke woningbouwplanning en –programmering. De samenwerking op de regionale woningmarkt versterken, met de gemeenten als eerste aan zet.
Middels de jaarlijkse Voortgangsrapportage Brabantse Agenda Wonen (2020) wordt verslag gedaan van ontwikkelingen op de (regionale) woningmarkt.
vrijdag 4 december 2020
Ten aanzien van de (sub)regio Breda e.o. wordt aangegeven dat het ‘Perspectief op wonen en woningbouw regio Breda e.o.’ (2019) opnieuw bekrachtigd is voor het jaar 2020. Verder wordt genoemd dat de regio Breda e.o. als sterke woonregio fungeert en als een van de grootste groeiregio’s voor wonen buiten de Randstad wordt gezien.
Regio In de Regionale Agenda Wonen West-Brabant (2014) hebben de gemeenten verschillende doelen opgesteld: Met het oog op goede en voldoende woningbouwproductie in de regio is een realistisch aanbod en planning van woningbouwplannen van gemeenten essentieel. De kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogrammering en –planning worden periodiek gemonitord en de regionale woningbouwafspraken worden jaarlijks geactualiseerd. Doel is om woningbouw te realiseren die beter aansluit bij de (veranderende) vraag van de woonconsument. De gemeenten zijn primair aan zet om sturing te geven zodat aanbod en vraag beter op elkaar aansluiten. Bovendien willen de gemeenten inzichtelijk krijgen welke gevolgen de veranderende zorg- en woonvraag heeft voor de gemeenten. Perspectief op wonen subregio Breda e.o. (2019/2020): Op basis van de richtinggevende principes van de provincie Noord-Brabant (Brabantse Agenda Wonen) komt de subregio Breda met de volgende uitgangspunten voor wonen en woningbouw: Focus op de bestaande woningvoorraad. De bestaande kwaliteiten van de woningvoorraad vormt de basis voor de lokale en regionale woonopgave. Deze woonopgave bestaat voornamelijk in de verbetering van de woonom-
geving in diverse onderscheiden woonbuurten, de verduurzaming van de woningvoorraad, het meer toekomstbestendig maken gelet op de vergrijzing en de ontwikkelingen in wonen met zorg. Focus op de kwaliteit van de bestaande omgeving. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik wordt primair ingezet op bestaand stedelijk gebied en de kansen voor transformatie en herbestemming. De focus ligt op het optimaal benutten van het bestaand stedelijk gebied door middel van zorgvuldig ruimtegebruik, waarbij de gemeenten aansluiten bij de conclusies en aanbevelingen uit het Faktononderzoek (2016). Vraaggericht ontwikkelen en woonmilieus. Differentiatie van de vraag vraagt om ruimte voor nieuwe, soms ook tijdelijke en flexibele woonconcepten en combinaties van wonen, werken en zorg. Nieuwbouw: reële woningbehoefte en bespreken plannen/ambities. De actuele provinciale behoefteprognose wordt als de basis gebruikt voor de gemeentelijke woningbouwprogrammering en –planning.
In 2018 zijn nieuwe coalitieakkoorden vastgesteld waarbij regionaal afspraken zijn gemaakt over de (toekomstige) nieuwbouw ambities in de betreffende gemeenten. Voor de gemeente Baarle-Nassau geldt: Nieuwe opgave: 20-25 woningen per jaar. Accenten: divers programma, gemixte wijkjes, appartementen in centrum Baarle. Transformatie: is onderdeel van diverse inbreidingsprojecten. Specifieke opgaven: volgens de cijfers van de provincie (2017) is er een extra woningbehoefte van +85 tot +155 woningen in de periode 2017-2027. De gemeente herkent zich niet in de prognosecijfers van de provincie, voelt zich daardoor beperkt. De gemeente wil geen Vinex-wijken bouwen, maar zo’n 20-25 woningen per jaar
7
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Lanen van Baerle
kunnen bouwen. Dat sluit aan bij de behoefte en de, naar verhouding, grote inwonersgroei in 2016 en 2017. Inmiddels zijn er nieuwe prognoses gepubliceerd voor de provincie Noord-Brabant, waarin bijstelling van de woningbehoefte in Baarle-Nassau heeft plaatsgevonden. Echter, de provinciale prognose van de woningbehoefte (165 woningen) ligt nog altijd lager dan de ambitie van de gemeente (20-25 woningen per jaar c.q. 200-250 woningen tot 2030). Gemeente Baarle-Nassau In de Omgevingsvisie gemeente Baarle-Nassau (2019) wordt richting gegeven aan ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente met een visie op thema’s en op deelgebieden. De gemeente kent op dit moment al grotere woningbouwlocaties die op korte termijn gerealiseerd worden en die al grotendeels vastliggen in plannen. Gelet op de bevolkingsontwikkeling lijken nieuwe grote woningbouwplannen niet meer nodig. Dit betekent niet dat er geen nieuwbouw meer nodig is, maar de focus wordt meer gelegd op de bestaande woningvoorraad. Doelen: Een toekomstbestendige woningvoorraad die duurzaam is en aansluit op de behoefte van inwoners, ook op langere termijn. Een geschikte (levensloopbestendige) woning voor iedereen. De locatie van onderhavig planinitiatief is opgenomen als ‘nieuw woongebied / reservering’. Voor deze gebieden gelden enkele aandachtspunten: Zorgvuldig ruimtegebruik door de focus op het bestaand stedelijk gebied.
vrijdag 4 december 2020
Benutten van nieuwe woningbouwlocaties voor toevoeging van (vanzelfsprekend duurzame) woningen in aanvulling op het bestaande woningaanbod. Faciliteren van verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. Nieuwe woningbouwprojecten bij laten dragen aan verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Inzetten op ruimtelijke kwaliteit.
In de Woonvisie 2018-2023 krijgen vijf thema’s de komende jaren prioriteit in de gemeente Baarle-Nassau: Identiteit van het wonen in Baarle-Nassau. Inzetten op het behoud en waar mogelijk versterken van de bruisende identiteit van de gemeente en de kernen. Bij woningbouwinitiatieven wordt aangesloten bij de kernwaarden van de gemeente: dorps karakter en een groene landschappelijke uitstraling. Bovendien wordt rekening gehouden met de schaal en het karakter van de kernen. Vooral in de kern Baarle onderzoeken in hoeverre de regionale aantrekkingskracht van de gemeente kan worden benut. Demografie en de woningbehoefte. De provinciale prognoses worden als richtinggevend beschouwd, nadrukkelijk niet als maximum. De gemeente streeft naar een woningvoorraad die kwantitatief en kwalitatief aansluit op de woonbehoeften van huidige en toekomstige inwoners. De focus ligt op de bestaande woningvoorraad, nieuwbouw is aanvullend. Desalniettemin wordt gestreefd naar een continue nieuwbouwproductie. Met de focus op het bieden van een passend aanbod voor gezinnen (ruimere, dure koopwoningen). Voldoende aanbod voor huishoudens met lagere en middeninkomens blijft een aandachtspunt, waaronder voor jongeren en/of starters.
-
Bij nieuwbouw op centrumlocaties wordt ingezet op toevoeging van levensloopgeschikte woningen, geschikt voor meerdere doelgroepen. De gemeente zet in op het op peil houden van het bouwtempo en richt zich de komende jaren op ontwikkeling van de rest van Limfa en de locatie Maaijkant (Ulicoten). Betaalbaar wonen. Hierbij zet de gemeente in op voldoende beschikbaar woningaanbod in de sociale huursector en een toereikend aanbod betaalbare koopwoningen. Kwaliteit van de woningvoorraad. In de bestaande voorraad is structureel aandacht voor woningverduurzaming, zowel in de sociale huursector als in de particuliere huur en de koopsector. Nieuwbouw is in principe gasloos en gaat waar mogelijk verder dan het Bouwbesluit. Wonen met zorg en welzijn. Met als ambitie dat er voor ouderen die willen verhuizen voldoende geschikte woningen beschikbaar zijn.
Conclusie beleidskaders Het planinitiatief past binnen de gestelde beleidskaders en draagt bij aan de beleidsdoelstellingen van Rijk, provincie, regio en gemeente: De provincie Noord-Brabant streeft naar duurzame verstedelijking met zorgvuldig ruimtegebruik als uitgangspunt. Ook in de subregio Brede e.o. is dit een belangrijk uitgangspunt. Met de invulling van de locatie wordt ingespeeld op het aspect zorgvuldig ruimtegebruik doordat er sprake is van inbreiding binnen de kern Baarle en herstructurering door het toekennen van nieuwe functies. In de regio West-Brabant hebben de gemeenten afgesproken de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogrammering periodiek te monitoren. De actuele provinciale behoefteprognose wordt als de basis gebruikt
8
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Lanen van Baerle
5
voor de gemeentelijke woningbouwprogrammering en – planning. De gemeente Baarle-Nassau herkent zich niet in de prognosecijfers van de provincie uit 2017 en voelt zich daardoor beperkt. Ook de nieuwe provinciale prognose uit 2020 ligt nog altijd lager dan het gemeentelijk ambitieniveau. De gemeente ziet deze cijfers daarom als richtinggevend, maar niet als maximum. De gemeente zet in op het op peil houden van het bouwtempo en richt zich de komende jaren op ontwikkeling van de rest van Limfa en de locatie Maaijkant (Ulicoten). Het initiatief Lanen van Baerle is onderdeel van het Limfa-terrein. De gemeente Baarle-Nassau streeft naar een toekomstbestendige woningvoorraad die duurzaam is en aansluit op de behoefte van inwoners, ook op langere termijn. De locatie van onderhavig initiatief is in de Omgevingsvisie opgenomen als ‘nieuw woongebied / reservering’. Het initiatief voldoet aan de gestelde kaders voor dit type gebied: Zorgvuldig ruimtegebruik door de focus op het bestaand stedelijk gebied. Met de invulling van de locatie aan de Schoolstraat is sprake van inbreiding binnen de kern Baarle. Het plan betreft de realisatie van 55 woningen, bestaande uit diverse woningtypen, als aanvulling op het bestaande woningaanbod. Tevens is er sprake van een integrale ontwikkeling aangezien er samenhang bestaat met de ontwikkeling van het Limfa-terrein op Belgisch grondgebied.
Dit komt ten goede aan de stedenbouwkundige samenhang en ruimtelijke kwaliteit van Baarle.
B1.3 Kwantitatieve behoefte In deze paragraaf is de kwantitatieve behoefte in beeld gebracht aan de hand van de nieuwste cijfers van de Bevolkings- en woningbehoefteprognose van de provincie Noord-Brabant (september, 2020). De vraagbehoefte is afgezet tegen het huidige aanbod, de ontwikkelde woningaantallen van de afgelopen jaren en de plancapaciteit. Op basis daarvan wordt duidelijk of er nog ruimte is voor de ontwikkeling van extra woningen. Bevolkings- en huishoudensprognose
Tabel 3
Bevolkingsprognose tot 2030 2020
2025
2030
Verschil
6.855
6.865
6.785
-1,0%
Gemeente BaarleHertog (B)
2.845
2.720
2.685
-5,6%
Subregio
371.840
380.470
388.880
+4,6%
Gemeente BaarleNassau
Breda e.o.
Inwoners Uit de nieuwste provinciale prognoses blijkt dat het aantal inwoners in de gemeente Baarle-Nassau in de periode 20202030 afneemt met 1,0% oftewel 70 personen. Ook voor Baarle-Hertog geldt dat de bevolking de komende jaren zal afnemen met circa 5,6%.5 In de hele subregio Breda e.o. neemt het aantal bewoners toe met circa 4,6% (tabel 3). Nuance hierop is dat de gemeente Baarle-Nassau sinds 2016 feitelijk een bevolkingsgroei signaleert (figuur 2), terwijl de prognoses een daling voorspelden. Na een dip in de bevolking rond 2014, stijgt de bevolking weer. Eenzelfde trend is te zien in Baarle-Hertog. In 2017 werd verwacht dat het aantal inwoners in 2020 2.726 personen zou zijn, terwijl dit in werkelijkheid 2.845 is. De praktijk leert dat Baarle-Nassau en Baarle-Hertog aantrekkelijk zijn en blijven voor nieuwe inwoners. Wat hier meespeelt is dat bewoners over en weer verhuizen. Zij zijn met name gebonden aan de kern Baarle (als sociale omgeving). De beschikbaarheid van een woning is het belangrijkste criterium bij een verhuizing, het grondgebied is daarbij minder relevant. Mensen verhuizen dus bijvoorbeeld naar België / Nederland vanwege de beschikbaarheid van een woning en eventueel later weer terug.