Bijlage 2 - Ontwerpbestemmingsplan Lanen van Baerle
Tekst van het document
Tabel 4
Huishoudensprognose tot 2030
Gemeente
2020
2025
2030
Verschil
3.130
3.200
3.195
+2,1%
171.120
177.610
183.670
+7,3%
BaarleNassau Subregio Breda e.o. Tabel 5
Woningbehoefteprognose tot 2030
Gemeente
2020
2025
2030
Verschil
2.875
2.995
3.040
+165
166.935
174.530
181.700
+14.765
BaarleNassau Subregio Breda e.o.
Statistiek Vlaanderen, Baarle-Hertog in cijfers, 2018.
vrijdag 4 december 2020
9
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Lanen van Baerle
vergrijzing). De verwachting is dat deze trend zich in de toekomst door zal zetten. Stagnatie bevolkingsgroei als gevolg van corona In 2020 is er een abrupt einde gekomen aan de steeds groter wordende groei van de Nederlandse bevolking. Door de uitbraak van het coronavirus in maart is de groei van de bevolking gehalveerd, met name door het uitblijven van immigratie. De stagnerende bevolkingsgroei betekent enige verlichting van de druk op de woningmarkt in Nederland, maar niet significant minder behoefte aan woningen. Ondanks de stagnerende groei blijft de vraag naar woningen nog altijd groter dan het aanbod. Bovendien is de verwachting dat op termijn de immigratie weer herstelt. Figuur 2:
Bevolkingsontwikkeling Baarle Nassau 2005-2020; prognose 2020-2030
De prognose van de provincie Noord-Brabant voorspelt voor de periode 2020 tot 2030 opnieuw een geleidelijke afname van de bevolking. De krimp van de bevolking gaat wel minder hard dan in de prognose van 2017 werd voorspeld. Gezien het voorgaande zet de gemeente Baarle-Nassau zet wederom vraagtekens bij het moment waarop een bevolkingsafname daadwerkelijk realiteit wordt. Ook in de gemeente Baarle-Hertog zal de afname van de bevolking zich waarschijnlijk later voordoen dan in de huidige prognoses wordt verwacht. Huishoudens Tegelijkertijd gaat het aantal huishoudens in de gemeente Baarle-Nassau en de subregio Breda e.o. sowieso toenemen met respectievelijk 2,1% en 7,3% (tabel 4). Uit de loop van het aantal huishoudens in Baarle-Hertog6 blijkt dat het aantal huishoudens in de afgelopen 10 jaar sterk is toegenomen met circa 13%. De toename van het aantal huishoudens is groter dan het aantal inwoners, wat duidt op een verkleining van de huishoudens (groei aantal eenpersoonshuishoudens,
6
Statistiek Vlaanderen, Baarle-Hertog in cijfers, 2018.
vrijdag 4 december 2020
Woningbehoefte Als afgeleide van de bevolkings- en huishoudensprognose kan een inschatting worden gemaakt van de woningbehoefte. Op basis van de provinciale woningbehoefteprognose (2020) blijkt dat er in de gemeente Baarle-Nassau een woningbehoefte bestaat van 165 woningen tot 2030 (tabel 5). In de subregio Breda e.o. ligt een woningbehoefte van 14.765 woningen, waarvan meer dan de helft in de gemeente Breda. Onderzoek van Fakton (2017) schat in dat de effectieve vraag naar nieuwbouwwoningen in Baarle-Nassau een bandbreedte van 15 tot 30 woningen per jaar kent. Een toestroom vanuit België levert naar schatting een aanvullende vraag van 5 tot 10 woningen per jaar op, oftewel een aanvullende
Tabel 6
vraag op de reguliere woningbehoefte van circa 33%. Dit resulteert in een extra woningbehoefte in de gemeente BaarleNassau van 55 woningen tot 2030, bovenop de reeds geconstateerde behoefte van 165 woningen. Aanbod De gemeente Baarle-Nassau telt anno 2020 circa 2.850 woningen, waarvan 2.350 woningen in de hoofdkern Baarle en 500 in Ulicoten, Castelré en het buitengebied. Ontwikkeling in de afgelopen jaren In de periode 2012-2015 (crisisjaren) is in de gemeente Baarle-Nassau te weinig gebouwd. Met de ongeveer 100 nieuwe woningen die in 2016 en 2017 in aanbouw waren, heeft de gemeente de inhaalvraag voor een belangrijk deel ingelopen. Er zijn woningen gerealiseerd op onder andere de locaties Nassauveste, Limfa en de voormalige scholenlocatie in Baarle-Nassau en op de locatie Hof van Bernardus in Ulicoten. Ook in de gemeente Baarle-Hertog is flink gebouwd sinds 2016, met gemiddeld 54 woningen per jaar.8 Desondanks is nog altijd een aanhoudende vraag naar nieuwbouwwoningen te zien. Plancapaciteit Uit de meest actuele plancapaciteit van de provincie NoordBrabant9 blijkt dat de gemeente Baarle-Nassau tot 2029 235
Plancapaciteit gemeente Baarle-Nassau, stand per 1 januari 20207 2020 t/m 2024
7
2025 t/m 2029
Totaal
Harde plancapaciteit
110
0
110
Zachte plancapaciteit
115
15
130
Totaal
220
15
235
De in de tabel opgenomen gegevens zijn afgerond op 5-tallen. Hierdoor kunnen kleine verschillen bestaan.
8 9
Statbel (2020), Bouwvergunningen naar gemeente. Monitor bevolking en wonen, provincie Noord-Brabant, september 2020.
10
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Lanen van Baerle
woningen in de plannen heeft, waarvan 110 met een harde status en 130 met een zachte status (tabel 6). Alle harde plancapaciteit staat gepland voor de periode 2020 t/m 2024. De harde plancapaciteit (110 woningen) is onvoldoende om in de woningbehoefte tot 2030 te voorzien, namelijk 165 woningen (tabel 5). Dit betekent dat er, volgens de cijfers van de provincie, nog ruimte is voor het toevoegen van extra woningen in de gemeente Baarle-Nassau. Het initiatief Lanen van Baerle betreft zachte plancapaciteit. Woningbouwplanning gemeente Baarle-Nassau De gemeente Baarle-Nassau merkt de laatste jaren een spanning op tussen de woningbouwprogrammering en de provinciale prognoses. Om die reden zijn diverse acties ingezet om de woningbouwplanning meer in lijn te brengen met de prognoses, waaronder het reduceren van de gemeentelijke planvoorraad. Het blijft belangrijk om goede keuzes te maken welke nieuwbouw nog benodigd is en te zorgen voor voldoende flexibiliteit, maar ook in te spelen op de aanhoudende vraag naar woningen. De gemeente spant zich in om ruimere bouwmogelijkheden te krijgen aangezien de vraag naar nieuwbouw aanhoudt. Dit mede in het licht van de Brabantse Agenda Wonen, waarin de provincie benadrukt dat er de komende jaren flink moet worden bijgebouwd in NoordBrabant. De gemeente Baarle-Nassau wil hier haar steentje aan bijdragen.
In de Woningbouwplanning 2020 (start bouw/uitgifte) van de gemeente zijn 31 woningen opgenomen voor de kern Baarle. In de woningbouwprognose 2021-2025 zijn 116 woningen opgenomen voor de kern Baarle. Dit betreft harde én zachte plancapaciteit. De woningbouwprognose geeft een indicatie van de woningbouwplannen en het aantal woningen voor de komende jaren. Deels bevinden de plannen zich in de ontwikkelfase. Het
vrijdag 4 december 2020
aantal en type woningen kan nog wijzigen, inspelend op de toekomstige behoefte. Het initiatief Lanen van Baerle betreft zachte plancapaciteit. Het college van B&W heeft aangegeven positief te staan tegenover deze ontwikkeling.
Conclusie Het beoogde initiatief Lanen van Baerle voorziet met de realisatie van 55 woningen in een kwantitatieve behoefte. Hoewel de bevolking in de gemeenten Baarle-Nassau en Baarle-Hertog volgens de provinciale prognoses af gaat nemen in de periode tot 2030, neemt het aantal huishoudens nog toe. Daarnaast zet de gemeente Baarle-Nassau vraagtekens bij het moment waarop de geprognotiseerde een bevolkingsafname daadwerkelijk realiteit wordt. De gemeente signaleert sinds 2016 weer een bevolkingsgroei terwijl de prognoses uit 2017 een daling voorspelden. Ook eerdere provinciale prognoses voorspelden krimp van de bevolking. Vaak werden deze prognoses echter geen realiteit. Eenzelfde trend is te zien in Baarle-Hertog. De praktijk leert dat Baarle-Nassau en Baarle-Hertog aantrekkelijk zijn en blijven voor nieuwe inwoners. Een toename van het aantal huishoudens (en inwoners) vraagt om een groei van de woningvoorraad. In de gemeente Baarle-Nassau bestaat een woningbehoefte van 165 woningen tot 2030. Een toestroom vanuit België levert naar schatting een aanvullende vraag van 5 tot 10 woningen per jaar op. Dit resulteert in een extra woningbehoefte in de gemeente Baarle-Nassau van 55 woningen tot 2030, opgeteld een woningbehoefte van 210 woningen.
Volgens de provinciale plancapaciteit is er op dit moment onvoldoende harde plancapaciteit beschikbaar in de gemeente Baarle-Nassau (110 woningen) om in de
woningbehoefte tot 2030 te voorzien (165 tot 210 woningen, al dan niet rekening houdend met de extra toestroom/behoefte vanuit België). Dit betekent dat er nog ruimte is voor het toevoegen van (minimaal) 55 extra woningen. De beoogde ontwikkeling om 55 woningen te realiseren in Lanen van Baerle voorziet daarmee in een kwantitatieve behoefte binnen het verzorgingsgebied. De ontwikkeling past ook binnen de gemeentelijke woningbouwprognose 2021-2025 van 116 woningen, waarin het initiatief Lanen van Baerle als zachte plancapaciteit is opgenomen. Het college van B&W heeft daarnaast aangegeven positief te staan tegenover deze ontwikkeling.
B1.4 Kwalitatieve behoefte Kwalitatieve behoefte Het Marktonderzoek Effectieve vraag Subregio Breda (2017) geeft inzicht in de kwalitatieve woningbehoefte voor de gemeenten Baarle-Nassau, Drimmelen, Geertruidenberg en Zundert. Deze landelijke gemeenten kennen over het algemeen een groen profiel: geborgen, veilig en rustig. In de subregio Breda zijn vrijwel alle woonmilieus aanwezig. Kenmerkend is het hoge aandeel in het ‘landelijk woonmilieu’ en in mindere mate het aandeel ‘dorps woonmilieu’ in de gemeenten Baarle-Nassau, Drimmelen, Geertruidenberg en Zundert. Elk woongebied in de regio kent een eigen karakter. De profielen tezamen geven de breedte van het aanbod weer. Voor de kernen rondom het stedelijke concentratiegebied (o.a. Baarle-Nassau) is het aantrekkelijk het landelijk dorpse karakter te koesteren en verder te versterken.
11
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Lanen van Baerle
De Woonvisie Baarle-Nassau 2018-2023 geeft inzicht in de kwalitatieve behoefte aan woningen, op basis van het marktonderzoek van Fakton (2017). Enkele belangrijke conclusies: De gemeente Baarle-Nassau kent een landelijk profiel. Baarle is een dorp met stedelijke kenmerken. BaarleNassau kan haar profiel versterken door een dorps woningaanbod met stedelijke kenmerken toe te voegen. De woonmilieus ‘dorps’ en ‘landelijk’ (bijlage 2) zijn veelgevraagd (figuur 3). Het aanbod in de gemeente Baarle-Nassau sluit redelijk goed aan op de (verwachte) vraag. In de nieuwbouw liggen vooral kansen in de toevoeging van dure gezinswoningen in de koopsector (vanaf 275.000 à 300.000 euro), zo blijkt uit figuur 4. De vraag naar dit type woningen is hoog. Gezien de lokale vraag van lage inkomens, die nu vaak uitstromen naar omliggende gemeenten, kan BaarleNassau eveneens inzetten op versterking van goedkopere eengezinswoningen en appartementen. De gemeente wil passend woningaanbod voor oudere inwoners uitbreiden, passend bij de behoefte in de gemeente en aansluitend op de woonvoorkeuren van een nieuwe generatie ouderen. Dit door levensloopgeschikte woningen in verschillende prijsklassen en voor meerdere doelgroepen te realiseren.
Volgens cijfers van het CBS (2019) heeft de gemeente Baarle-Nassau een woningleegstand van ca. 3%. Dit is relatief veel in vergelijking met het gemiddelde in de provincie Noord-Brabant (1%) en het landelijk gemiddelde (1%). Dit is een indicatie dat het aanbod aan woningen in de gemeente kwalitatief onvoldoende aansluit bij de vraag.
Kwalitatieve plancapaciteit De woningbouwplanning 2020 en woningbouwprognose 2021-2025 geven inzicht in het type woningen dat wordt gerealiseerd in de gemeente Baarle-Nassau, al kunnen de precieze aantallen nog wijzigen. In de woningbouwplanning 2020 zijn 31 woningen opgenomen voor de kern Baarle. 12 van deze woningen betreffen grote, vrijstaande woningen en 16 woningen betreffen huurappartementen. In de woningbouwprognose 2021-2025 zijn 116 woningen opgenomen voor de kern Baarle, waarvan 22 grote, vrijstaande woningen en 41 huurappartementen. Voor het merendeel van de woningen (52 stuks) is het woontype nog niet bekend. De woningen opgenomen in de woningbouwplanning (2020) en -prognose (2021-2025) sluiten in theorie goed aan bij de geconstateerde behoefte aan dure gezinswoningen (koop) en, in mindere mate, huurappartementen.
Figuur 3: Effectieve vraag nieuwbouw naar woonmilieu
Kwalitatief aanbod
De meeste van de woningen in de gemeente BaarleNassau behoren tot de koopsector. Dit is niet ongebruikelijk voor een landelijke gemeente als Baarle-Nassau. Woningcorporatie Leystromen bezit ongeveer 350 sociale huurwoningen in de gemeente, wat overeenkomt met 12% van de totale woningvoorraad. Daarnaast zijn er nog diverse particuliere verhuurders die circa 50 huurwoningen bezitten in de gemeente.
Conclusie Het initiatief Lanen van Baerle, met een gemixt programma van betaalbare koop- en huurwoningen, levensloopbestendige/levensloopgeschikte woningen, middeldure gezinswoningen en dure koopwoningen, voorziet in een kwalitatieve behoefte. Binnen de subregio Breda is het voor de kernen rondom het stedelijk concentratiegebied (o.a. Baarle) aantrekkeFiguur 4: Effectieve vraag nieuwbouw naar productsegment
vrijdag 4 december 2020
12
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Lanen van Baerle
lijk om het landelijk dorpse karakter te koesteren en verder te versterken. Dorpse en landelijke woonmilieus, met stedelijke kenmerken, zijn veelgevraagd in de gemeente Baarle-Nassau. Het initiatief Lanen van Baerle speelt hierop in door woningen te realiseren in een dorpswoonmilieu met een landelijke Kempische architectuurstijl. De gemeente Baarle-Nassau streeft naar een divers woonprogramma en gemixte wijken. De ambitie van de gemeente is om een woningvoorraad te bieden met een passend aanbod voor gezinnen (ruimere, dure koopwoningen), maar ook voldoende aanbod voor huishoudens met lagere en middeninkomens (onder andere jongeren en starters). Ook oudere inwoners worden niet vergeten. De gemeente heeft de ambitie om passend woningaanbod voor deze doelgroep uit te breiden door levensloopgeschikte woningen te realiseren. Het initiatief Lanen van Baerle zet in op een gemixt programma dat voor het merendeel bestaat uit woningen geschikt voor gezinnen, namelijk middeldure gezinswoningen (30-35%) en dure koopwoningen (35-40%). Daarnaast worden betaalbare koop- en huurwoningen gerealiseerd (20-25%) voor huishoudens met een lager inkomen, waaronder jongeren en starters. Het initiatief zet bovendien in op de realisatie van levensloopbestendige dan wel levensloopgeschikte woningen (10-15%).
Met dit woningbouwprogramma sluit Lanen van Baerle aan op de wens om een woningvoorraad te realiseren die gedurende een lange periode inspeelt op de woonwensen van verschillende doelgroepen. In de gemeente Baarle-Nassau is enerzijds behoefte aan duurdere gezinswoningen in de koopsector (vanaf 275.000 à 300.000 euro). Anderzijds is er vraag naar goedkopere eengezinswoningen en appartementen. Binnen het initiatief Lanen van Baerle worden beide type woningen gerealiseerd met de nadruk op gezinswonin-
vrijdag 4 december 2020
gen in de koopsector (30-35% middeldure gezinswoningen, 35-40% dure koopwoningen), gevolgd door betaalbare koop- en huurwoningen (20-25%). Daarmee voorziet het initiatief in een kwalitatieve behoefte binnen de gemeente.
13
Advies Ladder voor Duurzame Verstedelijking Lanen van Baerle
Bijlage 2: Toelichting op woonmilieus
Figuur 5: Toelichting woonmilieus ‘dorps’ en ‘landelijk’ (Marktonderzoek Fakton, subregio Breda, 2017)
vrijdag 4 december 2020
14
Projectnr:
20TB116
Project:
De Lanen van Baerle
Documentnr:
20TB116-WA01
Versie
1.0
Opdrachtgever:
Bouwbedrijf gebroeders van Gisbergen
Onderwerp:
Waterhuishoudkundig plan
Status:
Definitief
revisie
1
Datum
01-10-2021
Rev. datum
17-11-2021
Inleiding
Bouwbedrijf gebroeders van Gisbergen is in Baarle-Nassau bezig met de ontwikkeling van De lanen van Baerle. Deze ontwikkeling is een onderdeel van het ontwikkelingsplan Limfa. TB infra is ingeschakeld voor de uitwerking van de openbare inrichting. Een onderdeel hierin is de uitwerking van de waterhuishouding. Deze notitie gaat in op de vormgeving van het gescheiden rioolstelsel in het plangebied. Het betreft hier een onderscheid in de zogenaamde droogweerafvoer stelsel (DWA-Stelsel) en het Hemelwaterafvoer stelsel (HWA-Stelsel). Bij de vormgeving van het HWA stelsel wordt ook de wateropgave van het plangebied nader uitgewerkt
Oorspronkelijke basisplan
Voor het bestemmingsplan Limfa is in 2014 een rioleringsplan gemaakt. Vanuit dit plan kunnen de volgende richtlijnen worden overgenomen: Vuilwaterriool (DWA) • Aantal inwoners per woning: 3 • Belasting per inwoner: 15 l/u • Minimale diameter hoofdriool: 250 mm Hemelwaterriool (HWA) • Infiltratiecapaciteit (k-waarde) van de bodem: 5,47 m/dag, met een veiligheidsfactor van 2 resulteert dit in een rekenkundige infiltratiecapaciteit van 2,7 m/dag • Gemiddelde hoogte grondwaterstand: 3 m-mv • De waterbergingsopgave wordt statisch vastgesteld. • Een infiltratieriool in combinatie met bergingsvoorzieningen. Een nadere beoordeling van de waterberging in dit rioolplan maakt duidelijk dat in dit plan is gerekend met een statische berging van 78 mm voor het verhard oppervlak. Voor het vaststellen van de het verhard oppervlak is hierbij rekening gehouden met de openbare verharding en waarbij 50% van de kaveloppervlakten als verhard is beschouwd. Wanneer wij deze gegevens vertalen naar het huidige beleid en de ontwikkelingsplannen van ‘’De lanen van Baerle’’ moeten we constateren dat een aanpassing ten opzichte van het basisplan noodzakelijk is. Allereerst blijkt de norm van 78 mm naar 60 mm te zijn gegaan. De gemeente heeft dan ook aangegeven dat we de huidige normering van 60 mm kunnen aanhouden.
Daarnaast blijkt dat het niet mogelijk is het uitgangspunt om 50% van het kaveloppervlak als verhard te beschouwen te handhaven. Op basis van de huidige bebouwingsplannen blijkt ongeveer 47% van de kavels voor meer dan 50% te worden bebouwd. Binnen de uitwerking van het plan is het verhard oppervlak anders bepaald. In het plan zijn daarom de volgende percentages aangehouden. Tabel 1 Percentage verhard oppervlak deelgebieden
Onderdeel
Percentage verhard (%)
Openbare verharding incl. brandgangen
100
Kavel bebouwing Tuinoppervlak
100 14
1
Projectnr:
20TB116
Project:
De Lanen van Baerle
Documentnr:
20TB116-WA01
Versie
1.0
Opdrachtgever:
Bouwbedrijf gebroeders van Gisbergen
Onderwerp:
Waterhuishoudkundig plan
Status:
Definitief
revisie
1
Datum
01-10-2021
Rev. datum
17-11-2021
Het Hemelwaterstelsel
De uitwerking van het hemelwaterstelsel (HWA-stelsel) bestaat uit 2 onderdelen. Enerzijds het vaststellen van de wateropgave en anderzijds de vormgeving van de riolering.
Verhard oppervlak
In de bestaande situatie is het gebied volledig onverhard en tot op heden in gebruik geweest als agrarisch gebied. De nieuwbouw veroorzaakt daarmee een grote verandering. Van het totale oppervlak van ca 1,63 ha wordt 0,94 ha verhard. In de onderstaande tabel staan de veranderingen weergegeven. Tabel 2 Verandering in terreininrichting plangebied
Onderdeel
Bestaand
Nieuw
Saldo
0
3.842
3.842
0 0
4.871 671
4.871 671
Onverhard (m2)
16.327
6.942
-9.384
Totaal oppervlak (m2)
16.327
16.327
0
Bebouwd (m ) 2
Terreinverharding (m ) 2
Openbaar Particulier
Wateropgave
Conform de nieuwbouwplannen wordt 9.385 m2 van het plangebied verhard. Met een bergingseis van 60 mm resulteert dit in een berginsopgave van 564 m3 (563,10 m3). Voor de uitwerking is ervoor gekozen deze bergingsopgave volledig in een bovengrondse waterberging te realiseren. Hierbij is de vormgeving van de waterberging achter de kavels 34 t/m 38 als uitgangspunt aangehouden. Deze waterberging heeft een maximale diepte van 1,20 m en een taludverhouding van 1 : 3. In overleg met de gemeente mogen wij ervan uitgaan dat deze waterberging tot aan maaiveld mag stijgen. Voor ons plangebied is daarmee een maximale waterpeil van 1,20 m vastgesteld.
2
Projectnr:
20TB116
Project:
De Lanen van Baerle
Documentnr:
20TB116-WA01
Versie
1.0
Opdrachtgever:
Bouwbedrijf gebroeders van Gisbergen
Onderwerp:
Waterhuishoudkundig plan
Status:
Definitief
revisie
1
Datum
01-10-2021
Rev. datum
17-11-2021
Vormgeving HWA stelsel
Bij de vormgeving van het stelsel in ‘’De Lanen van Baerle’’ is rekening gehouden met het omringende stelsel. In de omgeving zijn momenteel 3 stelsels te onderscheiden. In de onderstaande tabel staan de stelsels benoemd in combinatie met de positie ten opzichte van het plangebied. Tabel 3 Omringende stelsel plangebied
Stelsel 1 2 3
Gebied Positie De wijk Hoogbraak Noordelijk Schoolstraat Oosterlijk Limfa (Beugelflesstraat, Zuid-westerlijk Kogelflesstraat en Limfalaan)
Belangrijk is op te merken dat het precieze functioneren van het bestaande stelsel niet bekend is. Desondanks kan op basis van de vormgeving wel een inschatting worden gemaakt. De in de voorgaande paragraaf genoemde waterberging achter de kavels 34 t/m 38 vormt feitelijk de verbinding tussen het stelsel in de Schoolstraat en de wijk Hoogbraak. De uitstroomvoorziening van het stelsel in de Schoolstraat is voorzien van een terugslagklep, wat doet vermoeden dat het peil in de waterberging kan stijgen tot aan het maaiveld van 26,46 m+NAP. Dit peil ligt ongeveer 10 cm boven het laagste maaiveldpunt in de Schoolstraat (26,35 m+NAP). Beide stelsels hebben alleen een uitstroomvoorziening met een overstortdrempel op 23,50 m+NAP in de Loverenbeemd. Verder heeft het stelsel geen noodvoorziening. De maximale druklijn in het stelsel zal zich gaan vormgeven in de waterberging achter de kavels 34 en 38. (verdere opbouw is vanwege de terugslagklep niet mogelijk) Het stelsel Limfa staat momenteel op zichzelf en heeft geen verbinding met andere stelsels. Tevens loopt het maaiveld in dit gebied van ongeveer 26,30 m+NAP naar 25,58 m+NAP. Het laagste punt ligt daarmee 0,72 m lager dan het plangebied. Dit stelsel heeft conform de rioolrevisie geen ondergrondse noodvoorziening richting het gemengde stelsel. Wel blijkt er een put met roosterdeksel te zijn.
Desondanks is het wel de verwachting dat dit stelsel in de nabije toekomst (binnen nu en ca 10 jaar) wordt aangesloten op de Chaamseweg i.v.m. de aanleg van een gescheiden stelsel. Het stelsel zelf is voorzien van diverse waterbergingen. Aan de hand van deze gegevens is het rioolstelsel in het plangebied vormgegeven. Vanwege de hoogte ligging is een aansluiting gezocht met de Schoolstraat. Wij zijn ons daarbij bewust dat dit stelsel geen noodvoorziening heeft. Ook moeten wij er rekening mee houden dat het stelsel vanuit de wijk Hoogbraak een zodanige tegendruk ondervindt dat afvoer naar de waterberging achter de kavels 34 t/m 38 niet altijd mogelijk is. Een extra belasting op de schoolstraat is dus niet wenselijk. Het riool in het plangebied is daarom op hetzelfde niveau gelegd als het stelsel in de Schoolstraat. Het stelsel heeft daarmee een B.O.B. van 24,70 m+NAP. 3
Projectnr:
20TB116
Project:
De Lanen van Baerle
Documentnr:
20TB116-WA01
Versie
1.0
Opdrachtgever:
Bouwbedrijf gebroeders van Gisbergen
Onderwerp:
Waterhuishoudkundig plan
Status:
Definitief
revisie
1
Datum
01-10-2021
Rev. datum
17-11-2021
Ook de waterberging in het plangebied heeft een bodemniveau van 24,70. Het stelsel in het plangebied en de Schoolstraat vormen daarmee 1 systeem met een aansluiting op de wijk Hoogbraak. We moeten ons daarbij ervan bewust zijn dat de rijbaan de enige weg is om het water kwijt te kunnen indien het stelsel wordt overbelast bij extreme en/of langdurige neerslag. In die hoedanigheid hebben we besloten om het stelsel middels een interne overstort ook aan te sluiten op de Beugelflesstraat. Hierdoor kan het water bij overbelasting ook richting het stelsel in de Chaamseweg 1. Lettend op de vormgeving van de overstortput is een interne overstort te realiseren met een drempelniveau van 25,66 m+NAP. In de waterberging van het plangebied treedt daardoor een maximaal peil op van 0,96 m. De volledige waterberging van 564 m3 wordt gerealiseerd in de groenstrook aan de zuidzijde van het plangebied. De riolering kan daardoor worden aangelegd met een diameter van 300 mm. Echter is op verzoek vanuit de gemeente gekozen om een diameter van 400 mm toe te passen. Het is daarbij wel van belang dat de riolering 2 aansluitingen heeft op de waterberging.
Verdeling van het verhard oppervlak op het stelsel
Het vormgegeven rioolstelsel bestaat in totaal uit 11 rioolstrengen en een waterberging. Dit stelsel is op 2 punten aangesloten op de omringende bestaande stelsels. Het betreft streng 5 die de verbinding vormt met de Schoolstraat en streng 11 die de verbinding vormt met de Beugelflesstraat. De overstortput H101 staat echter voor streng 11. Het straatoppervlak (219 m2) dat op streng 11 is aangesloten voert daarmee af op de Beugelflesstraat en op de berging die in dat deel van het stelsel aanwezig is. Rekenkundig is dit oppervlak meegenomen in de waterberging van het plangebied. Doordat streng 11 door de aanwezige overstortmuur niet kan afwateren op de waterberging. Het aangesloten verhard oppervlak bedraagt daarmee 9.166 m2 i.p.v. de 9.385 m2 dat totaal wordt aangelegd. In de onderstaande tabel is de verdeling van het verhard oppervlak weergegeven. Waarbij streng 3 en streng 10 de aansluiting vormen op de waterberging.
Volgens de huidige planning wordt in de komende 10 jaar de Chaamseweg voorzien van een gescheiden stelsel. In de overbruggingsperiode zal het stelsel via het roosterdeksel van put N11168 (mv: 25,58 m+NAP) oppervlakkig kunnen overstorten naar het gemengde stelsel in de Chaamseweg.
1
4
Projectnr:
20TB116
Project:
De Lanen van Baerle
Documentnr:
20TB116-WA01
Versie
1.0
Opdrachtgever:
Bouwbedrijf gebroeders van Gisbergen
Onderwerp:
Waterhuishoudkundig plan
Status:
Definitief
revisie
1
Datum
01-10-2021
Rev. datum
17-11-2021
Tabel 4 Verdeling verhard oppervlak op het HWA stelsel
Streng
Put
Dakoppervlak Terreinverharding Tuinverharding Totaal oppervlak Cumulatief oppervlak m2 m2 m2 m2 m2
Begin Eind 1
H103
H102
929
871
237
2.037
2.037
2 3
H102 H101
H101 H109
387 976
630 0
47 66
1.065 1.042
3.102 4.144
4 5
H103 H104 N11134 H104
1.040 178
844 26
232 42
2.115 246
2.115 246
6 7 8 9
H104 H108 H107 H105
H105 H107 H105 H106
0 0 0 332
225 129 279 1.161
0 0 0 46
225 129 279 1.539
2.586 129 408 4.532
10
H106
Wadi
Waterberging 11
H101 N11174
0
0
0
0
4.532
0
489
0
489
9.166
0
219
0
219
219
Wat opvalt is dat een deel van de verharding rechtstreeks op de waterberging zit aangesloten. Het aangesloten verhard oppervlak bestaat uit een directe en indirecte aansluiting. De indirecte aansluiting betreft het verhard oppervlak dat kan afwateren op de groenstrook en daarmee niet per definitie een belasting veroorzaakt op de waterberging. De waterberging zelf heeft een rekenkundig oppervlak van 676 m2. Met een maximale waterpeil van 0,96 m heeft de waterberging een inhoud van 648,96 m3. De vormgeving is aangegeven in de onderstaande tabel. Tabel 5 Vormgeving waterberging
Vormgeving waterberging Basis gegevens Onderdeel
Waarde Eenheid
Totaal verhard oppervlak Bergingseis
9.385 60
m2 mm
Bergingsopgave Maximale waterpeil
563,09 0,96
m3 m
rekenkundig oppervlak wadi 587 m2 Taludhelling 1:3 Ontwerp gegevens Onderdeel Waarde Eenheid Ontworpen rekenkundig oppervlak wadi
676
m2
Bodemoppervlak (24,70 m+NAP)
374
m2
Waterschijf max. peil (25,66 m+NAP)
989
m2
Bovenoppervlak (insteek)
1572
m2
Bovenoppervlak eilanden (insteek)
137
m2
Insteek waterberging excl eilanden
1435
m2
Bergingscapaciteit
648,96
m3
5
Projectnr:
20TB116
Project:
De Lanen van Baerle
Documentnr:
20TB116-WA01
Versie
1.0
Opdrachtgever:
Bouwbedrijf gebroeders van Gisbergen
Onderwerp:
Waterhuishoudkundig plan
Status:
Definitief
revisie
1
Datum
01-10-2021
Rev. datum
17-11-2021
Belasting op het stelsel.
Voor het hydraulisch functioneren is uitgegaan van ontwerpbui 08 en 09 van de kennisbank stedelijk water. Uitgaande dat het water zich in 2 richtingen kan verplaatsen is de belasting op het stelsel weergegeven conform het aangesloten verhard oppervlak. Respectievelijk vanuit streng 1 t/m streng 3 en streng 4 t/m streng 10. Tabel 6 Optredende belastingen op het HWA stelsel bij ontwerpbui 08
Streng 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Waterberging 11
Belasting Bui 8 Minimum (l/s) Gemiddelde (l/s) Maximum (l/s) 2,04 11,20 22,41 3,10 17,06 34,12 4,14 22,79 45,58 2,11 11,63 23,26 0,25 1,35 2,71 2,59 14,22 28,45 0,13 0,71 1,42 0,41 2,24 4,48 4,53 24,93 49,86 4,53 24,93 49,86 9,17 50,41 100,82 0,22 1,20 2,41
Tabel 7 Optredende belastingen op het HWA stelsel bij ontwerpbui 09
Streng 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Waterberging 11
Belasting Bui 9 Minimum (l/s) Gemiddelde (l/s) Maximum (l/s) 2,04 16,70 32,59 3,10 25,43 49,63 4,14 33,98 66,30 2,11 17,34 33,84 0,25 2,02 3,94 2,59 21,20 41,38 0,13 1,06 2,06 0,41 3,34 6,52 4,53 37,17 72,52 4,53 37,17 72,52 9,17 75,16 146,65 0,22 1,80 3,50
Middels de maximale neerslag intensiteit (respectievelijk 110 l/s/ha en 160 l/s/ha) is voor beide ontwerpbuien nagegaan welk stijghoogteverschil optreed in het stelsel bij afvoer naar 6
Projectnr:
20TB116
Project:
De Lanen van Baerle
Documentnr:
20TB116-WA01
Versie
1.0
Opdrachtgever:
Bouwbedrijf gebroeders van Gisbergen
Onderwerp:
Waterhuishoudkundig plan
Status:
Definitief
revisie
1
Datum
01-10-2021
Rev. datum
17-11-2021
de waterberging. Bij ontwerpbui 08 treedt een verschil op van ca 0,052 m en bij ontwerpbui 09 treedt een verschil op van ca. 0,11 m. (het toepassen van de methode Cross voor het handmatig berekenen van een vermaast stelsel laat een iets kleinere stijging zijn. Bui 08 laat een stijging zien van 0,034 m en bui 09 een stijging van 0,068 m) Tabel 8 Stijghoogte in het stelsel bij afvoer naar de waterberging indien de vermaasing wordt genegeerd (ontwerpbui 08)
Streng lengte Belasting Bui 08
stijghoogte (m)
(m)
Maximum (l/s)
1
58
0,022
Leiding Stelsel 0,006
0,052
2 3
68 62
0,034 0,046
0,018 0,028
0,046 0,028
4 5
62 18
0,023 0,003
0,007 0,001
0,04 0,034
6 7 8 9
26 25 54 40
0,028 0,001 0,004 0,050
0,002 0,001 0,001 0,02
0,033 0,033 0,032 0,031
10
22
0,050
0,011
0,011
Tabel 9 Stijghoogte in het stelsel bij afvoer naar de waterberging indien de vermaasing wordt genegeerd (ontwerpbui 09)
Streng lengte Belasting Bui 09
stijghoogte (m)
(m)
Maximum (l/s)
1
58
0,033
Leiding Stelsel 0,014
0,112
2 3 4 5 6 7 8 9 10
68 62 62 18 26 25 54 40 22
0,050 0,066 0,034 0,004 0,041 0,002 0,007 0,073 0,073
0,037 0,061 0,016 0,001 0,01 0,001 0,001 0,043 0,023
0,098 0,061 0,092 0,077 0,076 0,068 0,067 0,066 0,023
De berekende stijghoogte zal niet veranderen als de noodoverstort in werking treedt. Onder deze situatie zal namelijk een extra peilopzet van ca 0,14 m optreden in de bovengrondse waterberging waardoor extra berging wordt gerealiseerd. In het stelsel treedt daarmee een maximaal peil op van respectievelijk 25,95 m+NAP en 26,12 m+NAP. Het stelsel houdt daarmee een waking over van ca 0,55 m. Ruim voldoende om aan de gestelde eisen te voldoen.
7
Projectnr:
20TB116
Project:
De Lanen van Baerle
Documentnr:
20TB116-WA01
Versie
1.0
Opdrachtgever:
Bouwbedrijf gebroeders van Gisbergen
Onderwerp:
Waterhuishoudkundig plan
Status:
Definitief
revisie
1
Datum
01-10-2021
Rev. datum
17-11-2021
Noodoverstort.
Voor de afvoercapaciteit is uitgegaan dat de noodoverstort voldoende ontwerpcapaciteit moet hebben voor het verwerken van de maximale neerslag capaciteit van ontwerpbui 8. Ofwel een intensiteit van 110 l/s/ha. Achter de overstort ligt een verhard oppervlak van 9166 m2 wat resulteert in een belasting van 101 l/s. (De totale extra belasting onder deze omstandigheden op de roosterdeksel van put N11168 bedraagt 100 l/s) Uitgaande van een drempelbreedte van 1.0 m ontstaat op de muur een overstortende straal van 0,16 m. In de onderstaande tabel staat dit weergegeven. Tabel 10 Afvoercapaciteit noodoverstort Ontwerpgegevens Aangesloten verhard oppervlak 9166 Ontwerpneerslag (mm/uur) 19,8 maximale intensiteit (l/s/ha) 110 Debiet (m3/s) 0,050 Maximaal debiet (m3/s) 0,101 Drempelbreedte 1,0 Overstort put Afvoerdebiet Hoogte overstortende straal Drempelbreedte m m m3/s m3/uur mm/uur 0,01 1,0 0,0017 6,12 0,67 0,02 1,0 0,0048 17,31 5,03 0,03 1,0 0,0088 31,80 9,24 0,04 1,0 0,0136 48,96 14,23 0,05 1,0 0,0190 68,42 19,89 0,06 1,0 0,0250 89,95 26,15 0,07 1,0 0,0315 113,34 32,95 0,08 1,0 0,0385 138,48 40,26 0,09 1,0 0,0459 165,24 48,03 0,10 1,0 0,0538 193,53 56,26 0,11 1,0 0,0620 223,28 64,91 0,12 1,0 0,0707 254,40 73,95 0,13 1,0 0,0797 286,86 83,39 0,14 1,0 0,0891 320,59 93,19 0,15 1,0 0,0988 355,54 103,35 0,16 1,0 0,1088 391,68 113,86 0,17 1,0 0,1192 428,97 124,70 0,18 1,0 0,1298 467,37 135,86
0,19 1,0 0,1408 506,85 147,34 0,20 1,0 0,1521 547,39 159,12
Lediging stelsel.
De lediging van het stelsel vindt plaats via infiltratie. Enerzijds via het infiltratieriool en anderzijds via de bovengrondse waterberging. Dit onderscheid is noodzakelijk i.v.m. een verschil in k-waarde. Voor de riolering kan een kwaarde van 2,7 m/dag worden aangehouden, maar voor de bovengrondse waterberging dient i.v.m. de grasmat gerekend te worden met een k-waarde van 0,5 m/dag. Middels deze gegevens word de ledigingstijd van het stelsel bepaald.
8