CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Fiches voor werksessie gemeenteraad 12 februari

Gemeenteraad (openbaar) 23 april 2025, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Raadsvoorstel uitgangspunten Ravijnjaar20.876 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het moet daarom anders: een sterkere sociale basis met meer veerkracht en samenredzaamheid waarin verschillen gewoner zijn en niet elk probleem professioneel opgelost hoeft te worden én meer preventief en collectief aanbod om duurdere specialistische hulp en zorg te voorkomen te vervangen. En daarvoor moeten we nú aan de slag. Strategie De financiële uitdagingen van onze gemeente benaderen we vanuit deze lange termijn / schaarste strategie. We doen voorstellen voor: 1. versoberen (financieel effect korte termijn) - niet meer alles - niet voor iedereen - en/of met lagere budgetten 2. veranderen (transformatie gericht op maatschappelijk effect en financieel effect op korte en lange termijn) - bestaande budgetten anders inzetten - extra (tijdelijk) investeren om veranderingen en besparingen te bewerkstelligen 3. behouden versterken (maatschappelijk effect en financieel effect lange termijn) - bestaande budgetten behouden om het fundament van een sterke sociale basis te bestendigen en om de versoberingen en veranderingen op te kunnen vangen. Formats Voor beïnvloedbare kosten hebben we formats ingevuld met daarbij een advies. Dit advies geeft aan of en hoe de bezuiniging een bijdrage levert aan bovenstaande strategie. We onderscheiden daarin formats die bijdragen aan ‘versoberen’ en formats die bijdragen aan ‘veranderen’.

Ook zijn er formats die we ontraden omdat ze de strategie ondermijnen en de haalbaarheid van voorstellen voor versoberen en veranderen in negatieve zin beïnvloeden. Deze passen in de strategie ‘behouden’. 38

We adviseren u om deze budgetten niet te verlagen, maar wel het maatschappelijk rendement te verhogen en op langere termijn kostenstijging te remmen. Dit doen we door opdrachten te wijzigen zodat bestaande budgetten optimaal bijdragen aan deze schaarste strategie.

39

21 Ombuigingsvoorstel voor activiteitensubsidies sociaal domein Afdeling Programma Taakveld Onderdeel Portefeuillehouder FCL Wettelijke taak ja/nee? Welke wet- en regelgeving geldt?

Sociaal beleid 6. Sociaal domein Budget activiteitensubsidies Janneke van de Laak 60670011 Nee Algemene wet bestuursrecht (Awb)

1 Hoe op dit moment geregeld? We verlenen subsidies aan verenigingen en organisaties om activiteiten die bijdragen aan onze maatschappelijke doelstellingen en die aansluiten bij de behoeften van inwoners mogelijk te maken. Denk aan activiteiten op het gebied van zorg, sport en bewegen of kunst, cultuur en educatie. De gemeenteraad bepaalt in de begroting welk budget er in totaal beschikbaar is voor activiteitensubsidies in het sociaal domein. Dat budget is het subsidieplafond: wanneer er in totaliteit meer subsidie wordt aangevraagd dan er aan budget beschikbaar is, worden subsidieaanvragen afgewezen. Alle aanvragen voor jaarlijks terugkerende activiteiten (structurele subsidies) moeten voor 1 oktober 2025 worden aangevraagd voor een periode van drie jaar. Subsidies worden verleend op basis van een begrotingsvoorbehoud, wanneer een begroting nog niet is vastgesteld. Indien het subsidieplafond voor structurele activiteiten wordt bereikt, maken we een kwalitatieve afweging tussen de ingediende aanvragen. Voor aanvragen voor incidentele activiteiten (incidentele subsidies) geldt dat deze 8 tot 16 weken voor de start van de activiteit moeten worden aangevraagd. Deze aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij subsidieaanvragen worden geweigerd wanneer het subsidieplafond voor incidentele activiteiten is bereikt.

De meerjarenraming is als volgt: 2024 2025 105.560 105.560

2026 105.560

2027 105.560

2028 105.560

2 Wat is het concrete voorstel? De gemeenteraad kan besluiten minder budget beschikbaar te stellen voor structurele activiteitensubsidies en/of incidentele activiteitensubsidies in het sociaal domein. 3 Wat is het effect van het voorstel? We kunnen minder activiteiten mogelijk maken. Dat heeft effect op: - verenigingen en organisaties die de subsidie nodig hebben om hun begroting rond te krijgen. - inwoners die deelnamen aan activiteiten die vanwege minder / geen subsidie geen doorgang kunnen vinden. - De preventieve werking van (de meeste van) deze activiteiten neemt hierdoor af. Dit kan leiden tot meerkosten op andere voorzieningen in het sociaal domein.

4 Randvoorwaarden Hiervoor is nodig: 40

-

het beschikbare subsidiebudget lager vaststellen in de gemeentebegroting. het aanpassen van de Nadere regels subsidies sociaal domein (verdeelsystematiek). een redelijke overgangstermijn bieden: gemeenten kunnen subsidies niet in één keer beëindigen, maar zijn wettelijk verplicht om een redelijke afbouwtermijn te bieden (Awb). Hoe lang die termijn is, hangt af van het aantal jaar dat de gemeente al subsidie verleent, de hoogte van de subsidie en de mogelijkheden die de subsidieontvanger heeft om de financiële effecten op te vangen.

5

Risico’s bij uitvoeren voorstel Inhoudelijk / financieel: Eerder is het bezuinigingsvoorstel aangeleverd met 10% bezuiniging. Wanneer dit 15% wordt gelden dezelfde risico’s alleen zullen deze nog scherper zijn of harder gevoeld worden. We ontraden deze bezuiniging omdat het de sociale basis raakt. Het levert financieel relatief weinig op en heeft impact op veel inwoners (deelnemers, leden en vrijwilligers van onze verenigingen/stichtingen etc.) terwijl we een sterke sociale basis keihard nodig hebben. - minder vrij toegankelijke, voorliggende activiteiten voor kwetsbare inwoners waardoor zij sneller gebruik (moeten) gaan maken van zorgaanbod (wat op termijn kan leiden tot kostenverhoging); - er ontstaan minder verbindingen tussen inwoners, dit heeft impact op (vorming van) sociale netwerken van inwoners. Wanneer inwoners geen beroep kunnen doen op een sociaal netwerk, wordt sneller professionele ondersteuning ingezet (wat leidt tot kostenverhoging); - activiteiten worden onbereikbaar voor inwoners met een lager inkomen.

Zij komen daardoor (verder) op achterstand te staan; - minder draagvlak bij inwoners, verenigingen en organisaties om zich in te zetten voor maatschappelijke doelen (dit is een belangrijke randvoorwaarde voor de transformatie van het sociaal domein); - een aantal verenigingen / organisaties wordt mogelijk opgeheven omdat zij hun begroting niet meer rond krijgen vanwege verlaging / beëindiging van de gemeentelijke subsidie; - op dit moment staat het beschikbare budget al onder druk, omdat het subsidiebudget niet structureel wordt geïndexeerd. Subsidieaanvragers hebben wel te maken met kostenstijgingen (loonkosten, huren, energiekosten, etc.) en vragen daarom meer subsidie aan. - dit voorstel sluit niet aan bij de strategie om tot een structureel toekomstbestendig en betaalbaar sociaal domein te komen: versterken van de sociale basis ten behoeve van het verantwoord kunnen beperken van individuele voorzieningen (versoberen en versmallen). Activiteitensubsidies dragen bij aan het versterken van de sociale basis. Juridisch: - redelijke overgangstermijn voor structurele subsidies is een juridische randvoorwaarde: het mag en kan niet sneller. 6

Hoe kan voorstel worden uitgevoerd? We informeren de huidige subsidieaanvragers over uw besluit en de gevolgen daarvan voor hun subsidie.

7

Financiële consequenties (+ = voordeel, - = nadeel) Voordeel (baten) : verlaging van het subsidiebudget in de begroting Nadeel (lasten) : aanpassing subsidiebeleid (uren) Begroting 2024

Lasten Invoeringskosten Besparing

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

- 4.000

10.556

10.556 (-10%)

10.556 (-10%)

-1.600

41

(-10%) 15.834 (-15%)

15.834 (-15%)

15.834 (-15%)

Baten

Toelichting: De afgelopen jaren zijn de activiteiten subsidies niet geïndexeerd. Impliciet is hiermee een besparing ter hoogte van de inflatie reeds doorgevoerd. 8

Check financiën Akkoord, besparing in 2024 en 2025 is niet mogelijk m.i. In 2025 eenmalig extra budget beschikbaar gesteld 4.000 voor subsidies voor incidenteel activiteiten. Na 2025 staat dit subsidieplafond vooralsnog op nul euro.

42

22 Ombuigingsvoorstel voor de Meedoenregeling Afdeling Programma Taakveld Onderdeel Portefeuillehouder FCL Wettelijke taak ja/nee? Welke wet- en regelgeving geldt?

1

Sociaal Beleid 6 Werk Inkomen en Inburgering Wethouder van de Laak 60614000 Nee Er is geen wettelijke verplichting om als gemeente een Meedoenregeling te faciliteren. Wel moeten we vanuit de Grondwet (artikel 20) beleid voeren gericht op bestaanszekerheid van de bevolking en spreiding van de welvaart. Een Meedoenregeling draagt bij aan de bestaanszekerheid van inwoners.

Hoe op dit moment geregeld?

Per 1 juli 2024 is in Baarle-Nassau de nieuwe Meedoenregeling ingegaan. Deze regeling vervangt het Sociaal Cultureel Fonds. Deze wijziging is voortgekomen uit de aanbevelingen van het armoedeonderzoek dat in 2023 is uitgevoerd. Inwoners van Baarle-Nassau met een inkomen van 130% van het wettelijk sociaal minimum kunnen gebruik maken van deze regeling. Wanneer een inwoner dit aanvraagt en voldoet aan de voorwaarden, dan krijgt diegene €200,- p.p.p.j. om te besteden aan maatschappelijke participatie. Dit is voor zowel voor volwassenen en kinderen beschikbaar. De Meedoenregeling zorgt ervoor dat meer inwoners mee kunnen doen in de samenleving. Meedoen is voor iedereen anders en deze regeling geeft de inwoners de ruimte om dit zelf op een passende manier in te vullen. De meerjarenraming is als volgt: 2024 2025 209.000 209.000

2

2026 209.000

2027 209.000

2028 209.000

Wat is het concrete voorstel?

De inkomensgrens van de Meedoenregeling te verlagen van 130% naar 110% van het wettelijk sociaal minimum. 3

Wat is het effect van het voorstel?

Door het verlagen van de inkomensgrens wordt de doelgroep van inwoners in Baarle-Nassau die gebruik kunnen maken van de regeling kleiner. Daardoor zullen er minder aanvragen zijn en zal er een bezuiniging gerealiseerd worden. Uit het armoedeonderzoek (2023) zijn onderstaande aantallen per inkomensgrens bekend over de totale doelgroep, het gebruik van de regeling en het procentuele bereik van de regeling.

Inkomensgrens

Doelgroep

Gebruik

Bereik

43

110%

130%

313 volwassenen 90 kinderen Totaal: 403 482 volwassenen 132 kinderen Totaal: 614

54 volwassenen 10 kinderen Totaal: 70 96 volwassenen 26 kinderen Totaal: 122

17% volwassenen 18% kinderen 20% volwassenen 20% kinderen

4

Randvoorwaarden - De verordening Meedoenregeling moet worden aangepast en opnieuw worden vastgesteld. Het vaststellen van een verordening is een raadsbevoegdheid. - De (aanvraag)formulieren, websites en het communicatiemateriaal rondom de Meedoenregeling moet worden aangepast. - Daarnaast goed communiceren naar de inwoners, maatschappelijke partners en de collega’s van de uitvoering dat de inkomensgrenzen zijn veranderd.

5

Risico’s bij uitvoeren voorstel - Minder inwoners met een laag inkomen kunnen meedoen in de maatschappij d.m.v. culturele, maatschappelijke, sportieve of sociale activiteiten. - Het vertrouwen in de overheid onder inwoners en onder maatschappelijke partners kan dalen. De verordening Meedoenregeling is relatief nieuw (ingegaan per 01-07-2024). Hier is breed over gecommuniceerd in Q3 en Q4 van 2024. Het kan verwarrend zijn voor inwoners dat de inkomensgrens voor de regeling op korte termijn veranderd. Dit kan (negatieve) reacties onder de inwoners en de maatschappelijke partners oproepen. De laagdrempeligheid van de nieuwe regeling en de daarbij behorende toegankelijkheid blijft met dit bezuinigingsvoorstel wel in stand. - Uit het armoedeonderzoek is gebleken dat wanneer er een inkomensgrens van 130% wordt gehanteerd, de minste huishoudtypen te maken hebben met een inkomstenterugval en geen enkel huishouden te maken heeft met een armoedeval als zij meer gaan verdienen. Bij het hanteren van een inkomensgrens van 110% hebben meer huishoudtypen hier wel mee te maken. In die zin kan het zijn dat voor inwoners meer werken minder gaat lonen.

6

Hoe kan voorstel worden uitgevoerd? De verordening Meedoenregeling moet worden aangepast en opnieuw worden vastgesteld. Daarnaast moeten de interne werkprocessen, formulieren en het communicatiemateriaal worden aangepast. Ook moeten we de wijzigingen communiceren naar inwoners, maatschappelijke partners en collega’s.

7

Financiële consequenties (+ = voordeel, - = nadeel) Begroting 2024

Lasten Baten

Begroting 2025

Begroting 2026

-5.000 11.000

Begroting 2027

Begroting 2028

-5.000

-5.000

11.000

11.000

Lasten: kosten ambtelijke inzet rondom aanpassen verordening, interne documenten (aanvraagformulieren etc.) en contact met inwoners.

44

Baten: in de begroting is vanaf 2024 structureel een verhoging van €11.000 opgenomen om de stijging van 110% naar 130% op te vangen. Als deze inkomensgrens weer teruggedraaid wordt realiseert dit een besparing van €11.000 per jaar.

45

23 Ombuigingsvoorstel voor subsidies voor basisvoorzieningen sociaal domein Afdeling Programma Taakveld Onderdeel Portefeuillehouder FCL Wettelijke taak ja/nee? Welke wet- en regelgeving geldt?

Sociaal beleid 4. Onderwijs, 5. Sport, cultuur en recreatie, 6. Sociaal domein, 7. Volksgezondheid en milieu Subsidies voor basisvoorzieningen sociaal domein Wethouder Van de Laak Nee Algemene wet bestuursrecht (Awb)

1 Hoe op dit moment geregeld? We verlenen subsidies voor het creëren en in stand houden van een goed basisvoorzieningenniveau in onze gemeente, waardoor iedere inwoner kan participeren. Basisvoorzieningen zijn randvoorwaardelijk om tot maatschappelijke activiteiten en participatie te komen. Vaak ligt er ook een wettelijke taak aan een basisvoorziening ten grondslag. Met de organisaties en verenigingen die we beschouwen als basisvoorziening, maken we meerjarige subsidieafspraken zodat de continuïteit is geborgd, professionals onderdeel uit maken van de netwerken in onze gemeente en samenwerking tussen organisaties en professionals wordt bevorderd. De subsidieafspraken zijn gericht op instandhouding van ondersteunende voorzieningen en dienstverlening en op het behalen van maatschappelijke resultaten. De meeste meerjarige subsidieafspraken lopen tot en met 2026. Per basisvoorziening wordt het beschikbare budget in de gemeentebegroting vastgelegd. Op dit moment actualiseren we het subsidiebeleid voor het sociaal domein. We herijken daarbij ook de basisvoorzieningen, zodat ze aansluiten bij onze Visie sociaal domein en (nieuwe) wettelijke taken. Bij het vaststellen van de perspectiefnota 2025 zijn op basisvoorzieningen CCB, Theek 5, en Dienstencentrum Ulicoten al bezuinigen doorgevoerd. Deze zijn in onderstaand overzicht van de meerjarenraming verwerkt.

De meerjarenraming is als volgt: Basisvoorziening 2024 2025 2026 2027 Lichte ondersteuning 331.557 331.557 331.557 331.557 (dorpsteam) (60670013) Bibliotheekwerk 218.099 202.530 204.530 204.530 (60510000) Dorpsraden (60670004) 83.472 73.472 73.472 73.472 Voor- en vroegschoolse 125.00 95.000 95.000 95.000 educatie(60650001) Cultureel Centrum Baarle 389.219 369.219 342.219 342.219 (60670006) Collectieve preventie GGZ 2.100 2.100 2.100 2.100 Collectieve preventie 2.300 2.300 2.300 2.300 Verslavingszorg E.H.B.O. Vereniging 7569 7569 7569 7569 (60714001)

2028 331.557 204.530 73.472 95.000 342.219 2.100 2.300 7569

46

Antidiscriminatievoorziening( 60670008) Slachtofferhulp(60140000) Stichting Rechtswinkel Tilburg

?

2585 1.100

2 Wat is het concrete voorstel? De gemeenteraad kan besluiten minder budget beschikbaar te stellen voor één of meerdere basisvoorzieningen in het sociaal domein. Voorstel past in de sterategie behouden. Basisvoorzieningen spelen een cruciale rol in een sterke sociale basis en betrokkenheid van de samenleving. We willen het rendement van de basisvoorzieningen vergroten door met hen aan de slag te gaan met de verandervoorstellen. 3 Wat is het effect van het voorstel? Dit voorstel heeft effect op de beschikbaarheid van basisvoorzieningen voor onze inwoners gericht op ontmoeten, ontwikkelen / ontplooien, ondersteunen en belangenbehartiging. 4 Randvoorwaarden Hiervoor is nodig: - het beschikbare subsidiebudget lager vaststellen in de gemeentebegroting. - aanpassen van de subsidiekaders voor de betreffende basisvoorziening. - afspraken maken met de betreffende basisvoorziening over de gevolgen van de bezuiniging voor hun dienstverlening en/of activiteiten. - een redelijke overgangstermijn bieden: gemeenten kunnen subsidies niet in één keer beëindigen, maar zijn wettelijk verplicht om een redelijke afbouwtermijn te bieden (Awb). Hoe lang die termijn is, hangt af van het aantal jaar dat de gemeente al subsidie verleent, de hoogte van de subsidie en de mogelijkheden die de subsidieontvanger heeft om de financiële effecten op te vangen. 5

Risico’s bij uitvoeren voorstel - Minder mogelijkheden voor inwoners om te ontmoeten en te ontwikkelen / ontplooien en hun persoonlijk netwerk te versterken. - minder vrij toegankelijke, voorliggende ondersteuning voor kwetsbare inwoners waardoor zij sneller gebruik moeten gaan maken van geïndiceerde zorg (wat leidt tot kostenverhoging); - kwetsbare inwoners verdwijnen uit beeld waardoor problematiek verergert wat leidt tot meer kosten en maatschappelijke impact / onrust; - organisaties trekken zich terug uit de gemeente Alphen-Chaam omdat zij binnen het verlaagde budget geen mogelijkheden meer zien om invulling te geven aan hun opdrachten; - gemeente voldoet niet meer aan wettelijke kaders; - dit voorstel sluit niet aan bij de strategie om tot een structureel toekomstbestendig en betaalbaar sociaal domein te komen: versterken van de sociale basis en collectieve voorzieningen ten behoeve van het verantwoord kunnen beperken van individuele voorzieningen (versoberen en versmallen). Basisvoorzieningen zijn belangrijke collectieve voorzieningen die bijdragen aan het versterken van de sociale basis. Het zijn kernpartners is de realisatie van onze strategie. - de transformatie van het sociaal domein wordt minimaal vertraagd, waardoor we de bezuinigingen op individuele voorzieningen (Wmo, Jeugdhulp, Participatiewet) niet kunnen realiseren.

- De meerjarige afspraken met de meeste basisvoorzieningen lopen nog tot en met eind 2026. De subsidie gedurende deze subsidieperiode verlagen maakt de gemeente een onbetrouwbare partner. Dat zal ook impact hebben op de samenwerking met onze basisvoorzieningen na 2026.

47

6

Hoe kan voorstel worden uitgevoerd? We informeren de huidige subsidieaanvragers over uw besluit en gaan met hen in gesprek over de gevolgen daarvan voor hun dienstverlening en/of activiteiten.

7

Financiële consequenties (+ = voordeel, - = nadeel) Voordeel (baten) : verlaging van subsidiebudgetten in de begroting Nadeel (lasten) : ambtelijke uren voor maken van nieuwe afspraken en behandelen eventuele bezwaarschriften Begroting 2024

Lasten

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

PM

PM

PM

PM

Baten

Er zijn geen bedragen ingevuld omdat wij dit voorstel afraden. Wanneer de gemeenteraad besluit toch te willen bezuinigen op één of meerdere basisvoorzieningen kunnen we lasten en baten kwantificeren. 8

Check financiën Ondanks dat SB dit voorstel afraad zou een kwantificering wel op zijn plaats zijn. Dit om een afgewogen besluit te kunnen nemen.

48

24 Ombuigingsvoorstel voor basisondersteuning (dorpsteam) Afdeling Programma Taakveld Onderdeel Portefeuillehouder FCL Wettelijke taak ja/nee? Welke wet- en regelgeving geldt?

Sociaal beleid Sociaal domein Lichte ondersteuning Basisondersteuning / dorpsteam Janneke van de Laak 60670013 Ja Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Jeugdwet, Participatiewet

1 Hoe op dit moment geregeld? We hebben subsidie verleend voor de periode juli 2023 t/m december 2026 aan penvoerder ContourdeTwern namens een samenwerkingsverband bestaande uit 5 organisaties die gezamenlijk uitvoering geven aan de basisondersteuning in Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen. Basisondersteuning is ondersteuning gericht op het versterken van de sociale basis in de gemeente en lichte ondersteuning bij vragen of problemen, die als basisvoorziening voor alle inwoners van de gemeenten beschikbaar is zonder verwijzing of indicatie. Ondersteuning wordt individueel en groepsgewijs geboden, waar mogelijk preventief maar ook bij concrete hulpvragen van inwoners. Daarnaast richten activiteiten in de basisondersteuning zich op het versterken van de lokale sociale basis, zodat inwoners zoveel mogelijk zichzelf en elkaar kunnen helpen. Basisondersteuning is daarmee een belangrijke voorliggende voorziening, waarmee we het beroep op geïndiceerde zorg(voorzieningen) vanuit de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet willen uitstellen en verminderen. De samenwerkende organisaties hebben de basisondersteuning georganiseerd in integrale dorpsteams.

Het dorpsteam van Baarle-Nassau bestaat uit professionals van IMW Breda, MEE West-Brabant en ContourdeTwern en kent een omvang van 3,4 FTE: - 0,2 FTE (7 uur per week) jongerenwerk - 0,9 FTE (32 uur per week) sociaal werk, waaronder dorpsverbinding, mantelzorg- en vrijwilligersondersteuning en maatschappelijke begeleiding van statushouders - 1,0 FTE (36 uur per week) cliëntondersteuning & jeugdprofessionals, waaronder ondersteuning bij leven met een (verstandelijke) beperking en bij problemen met opvoeden en opgroeien. - 1,3 FTE (47 uur per week) maatschappelijk werk, waaronder schoolmaatschappelijk werk, ondersteuning bij psychosociale problematiek en bij financiële problemen. De meerjarenraming is als volgt: 2024 2025 388.371 388.371

2026 388.371

2027 388.371

2028 388.371

2 Wat is het concrete voorstel? Het voorstel is om vanaf de nieuwe subsidieperiode (vanaf 2027) de hoogte van de subsidie basisondersteuning (Dorpsteam) te verlagen met 10%. In de wet- en regelgeving (WMO, Jeugdwet, P-wet etc.) is de zorgplicht van gemeenten vastgelegd, maar niet hoe gemeenten ondersteuning en hulp lokaal moeten inrichten; oftewel welke voorliggende / algemene voorzieningen er worden geboden en waarvoor inwoners een beroep moeten doen op geïndiceerde specialistische zorg. De gemeente kan daarmee zelf de omvang van de basisondersteuning bepalen. Het is dus wettelijk gezien mogelijk om de subsidie te verlagen.

49

Gezien de looptijd van de huidige subsidieafspraken kent het verlagen van de subsidie voor 1-1-2027 wel juridische risico’s. Wat is het effect van het voorstel? Bezuiniging op de subsidie uitgaven aan basisondersteuning. - Minder beschikbare lichte ondersteuning - Minder inzet op versterken van de sociale basis, (o.a. in de samenwerking met inwoners en partners) Een bezuinigingsopgave van 10% leidt tot vermindering van 0,35 Fte. Dat komt neer op ongeveer 3 dagdelen minder professionele inzet op bijv. jongerenwerk, jeugdprofessional of mantelzorgondersteuning. 3 Randvoorwaarden Het dorpsteam heeft al een heel beperkte omvang. Voor de uitvoerende partijen is kaasschaven over de verschillende vormen van ondersteuning en hulp niet uitvoerbaar. Dit leidt tot te grote versnippering, waardoor functies niet of nauwelijks meer in te vullen zijn. Wanneer de gemeente de subsidie verlaagt, dan horen daar keuzes bij in onze vraag aan het dorpsteam: welke inzet komt dan te vervallen? Er zijn ombuigingsvoorstellen gedaan, waarbij inzet van het dorpsteam nodig is om deze te kunnen realiseren. Deze zijn niet haalbaar wanneer er op het dorpsteam wordt bezuinigd. Ook vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA) hervormingsagenda Jeugd en Toekomstscenario Kind&Gezin worden transformaties voorbereid waarbij de inzet van het dorpsteam noodzakelijk is.

- IZA Integraal Zorgakkoord Om ons stelsel van zorg en ondersteuning toekomstbestendig te maken vindt er vanuit het medisch domein een verschuiving plaats richting lichte ondersteuning en de sociale basis. Dit geldt vooral op het gebied van ouderenzorg en GGZ. Het dorpsteam heeft hier een belangrijk rol in. - Hervormingsagenda Jeugd Ook vanuit de hervormingsagenda Jeugd wordt ingezet op een verdere tarnsformatie richting lichte ondersteuning en sociale basis: het Dorpsteam vervult een cruciale rol in – de in te richten - Sterke Lokale Teams en een sterke pedagogische sociale basis. - Toekomstscenario Kind&Gezin Van gemeenten wordt verwacht dat zij nog meer vanuit gezins-perspectief integraal en preventief hulp en ondersteuning bieden aan gezinnen waar huiselijk geweld aan de orde is. De inzet van het Dorpsteam is ook hierbij essentieel. 4

Risico’s bij uitvoeren voorstel Voor inwoners en partners - Kwaliteit ondersteuning dorpsteam onder druk; hetzelfde doen met minder geld en mensen is onmogelijk. - Ook continuïteit van lichte hulp en ondersteuning aan onze inwoners staat onder druk. Datzelde geldt ook voor ondersteuning van inwoners initiatieven en verenigingen. -

Continuïteit dorpsteam onder druk, kans dat medewerkers vertrekken bij nog kleiner contract (concurrentiepositie op de arbeidsmarkt) en/of nog kleiner team (werkdruk). Samenwerking met partners, bijv. onderwijs, kan onder druk komen.

Financieel - Toename van kosten aan de geïndiceerde zorg(voorzieningen) in de Wmo, aan Jeugdhulp, aan reintegratie en uitkeringen - Toename van kosten ABG organisatie (toegang tot geïndiceerde zorg). 50

Deze risico’s nemen in kans en omvang toe vanwege de actuele ontwikkelingen in het sociaal domein die juist een extra beroep doen op het dorpsteam/ basisondersteuning. (zie hierboven bij randvoorwaarden) 5

Hoe kan voorstel worden uitgevoerd? Door keuzes te maken in welke ondersteuning beschikbaar blijft voor inwoners in Baarle-Nassau (individueel en als gemeenschap) en deze keuzes te vertalen naar nieuwe (subsidie)afspraken vanaf 2027. Alternatief: a. We ontwikkelen dit voorjaar een Strategie voor het versterken van de sociale basis en werken met partners aan herinrichting van de toegang tot zorg en ondersteuning (Sterke Lokale Teams 0-100). Als we nu een bezuiniging aankondigen vormt dat een risico voor de ontwikkeling en het draagvlak ervoor. Te overwegen valt om eventuele bezuinigingen pas te bepalen nadat de strategie voor de sociale basis en inrichting van de toegang (lokale teams) zijn vastgesteld b. Middels het uitvoeren van de ombuigingsvoorstellen zoals aangeleverd in afzonderlijke formats/fiches verwachten we op langere termijn een financiële voordelen.

6

Financiële consequenties (+ = voordeel, - = nadeel) Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

39.000 (10%)

39.000 (10%)

Lasten Baten Besparing

7

Check financiën

Uit: Uitvoeringsplan Dorpsteam 2025 ‘Een van de grootste thema’s in dit verband is de toenemende zorgvraag, met daarbij een afname van de zorgkwaliteit. In de huidige praktijk komt dit erop neer dat de zorg vaker wordt afgeschaald, waardoor het voorliggend veld steeds meer wordt geconfronteerd met zwaardere, tijdsintensieve zorgtrajecten. Daarnaast zien we ook een toename van de kosten, waar de gemeenten juist worden geconfronteerd met het aankomende ravijnjaar. Er moet dus meer en zwaarder werk worden gedaan, met minder mensen. Deze ontwikkelingen hebben grote impact op de medewerkers van het samenwerkingsverband, waarbij ook wordt verwacht dat er ruimte en tijd wordt vrijgemaakt om te komen tot transformatie. Dit vraagt om duidelijke keuzes, om de medewerkers te ondersteunen in het tot stand komen van de transformatie’.

51

25 Ombuigingsvoorstel voor Bibliotheek Afdeling Programma Taakveld Onderdeel Portefeuillehouder FCL Wettelijke taak ja/nee? Welke wet- en regelgeving geldt? 1

Sociaal beleid

Janneke van de Laak 60510000 Ja WSOB (wet Stelsel Openbare Bibliotheken)

Hoe op dit moment geregeld?

In Baarle-Nassau subsidiëren we samen met Baarle-Hertog de bibliotheek organisatie Theek5. De opdracht die Theek5 krijgt is gebaseerd op zowel de Nederlandse als Belgische wet en regelgeving. De hoogte van onze subsidie voor Theek5 is daarmee relatief hoog. Theek5 ontvangt deze subsidie van ons voor het organiseren van het bibliotheekwerk in Baarle-Nassau. Wat opgenomen is in de Wet stelsel openbare bibliotheken (Wsob) is daarbij het uitgangspunt In BN is er vanaf 2023 een bezuiniging ter hoogte van € 32.000op het bibliotheekwerk ingeboekt. In eerste instantie was het idee vanaf 2024 € 64.000 te bezuinigen. Dit bleek, mede vanwege de samenwerking met Baarle Hertog, niet realistisch. Inmiddels is van de ingeboekte bezuiniging ter hoogte van € 32.000, €18.500 gerealiseerd. In de begroting is nu structureel € 204.530 opgenomen Vanaf 2025 ontvangen gemeenten (naar verwachting) extra middelen via een decentralisatie uitkering. Het rijk bereidt nieuwe wetgeving voor die in 2026 verwacht wordt met beoogde ingangsdatum 1-1-21027. . Het rijk zet in op het versterken van het bibliotheek werk. In die wet wordt daarom een zogenaamd normenkader vastgesteld waar gemeenten aan moeten voldoen. In dat normenkader staat bijvoorbeeld hoeveel uur de bibliotheek minimaal open moet zijn, hoeveel uur er minimaal professionele bezetting moet zijn en dat de stelselbibliotheek gecertificeerd moet zijn.

Gemeenten ontvangen hiervoor vanaf 2025 extra middelen via een aanvankelijk decentralisatie uitkering, vanaf 2026 via het gemeentefonds. De verwachting is dat dit ongeveer € 100.000 per jaar zal zijn. De extra rijksmiddelen die we worden niet ingezet ter dekking/compensatie van de eerdere bezuingingsopgave. Daar is Theek 5 (in samenspraak met BN en BH) eerst zelf voor aan zet. 2

Wat is het concrete voorstel?

We stellen voor om een deel van de extra middelen (jaarlijks € 100.000) die de gemeente voor bibliotheek werk ontvangt niet in te zetten voor bibliotheekwerk. •

2025 en 2026 De decentralisatieuitkering voor 2025 en 2026 wenden we – indirect - aan voor het dekken van de inrichtingskosten van de bibliotheek in het nieuwe CCB. Dit heeft de wethouder al met Theek 5 gecommuniceerd en is ook bekend bij het projectteam (bouw CCB). (Financieel technisch vallen de middelen voor 2025 en 2026 vrij in de algemene reserves en worden ze daaruit onttrokken voor inrichtingskosten CCB) 52

•

Vanaf 2027 We verwachten dat, om aan het normenkader te voldoen, niet het volledige bedrag nodig zal zijn. Daarom kan een deel hiervan bespaard worden. Omdat dit normenkader nog niet definitief is vastgesteld hebben we hier geen zekerheid over. We gaan indicatief uit van 50%.

3 Wat is het effect van het voorstel? Voor de inwoners is er geen negatief effect. Mogelijk is er een positief effect voor hen wanneer de bieb vanwege de afspraken (o.b.v. normenkader rijk) meer open gaat en meer professioneel bemand is. De kwaliteit blijft overeind (of wordt beter) en als we daar niet alle extra rijksmiddelen voor nodig hebben levert het een financieel voordeel op. (als PM op te nemen) 4

Randvoorwaarden Voldoen aan het normenkader en afspraken hierover met Baarle-Hertog

5

Risico’s bij uitvoeren voorstel De kans bestaat dat er meer dan 50% van het budget nodig is om aan het normenkader te kunnen voldoen. De besparing kan niet (volledig) worden gerealiseerd.

6

Hoe kan voorstel worden uitgevoerd? - Middelen 2025 en 2026 alloceren in de meerjarenbegroting zodat ze kunnen worden aangewend voor inrichting bibliotheek in het nieuwe CCB - Analyse en afspraken met Theek5 en Baarle-Hertog gericht op realiseren normenkader en dit voor 2027 en verder financieel vertalen

7

Financiële consequenties (+ = voordeel, - = nadeel) Begroting 2024

Lasten investering

Baten Besparing

8

Begroting 2025

Begroting 2026

100.000 (reserveren voor inrichting ccb)

100.000 (reserveren voor inrichting ccb)

100.000 0

100.000 0

Begroting 2027

50.000

100.000 50.000

Begroting 2028

50.000

100.000 50.000

Check financiën

53

26 Ombuigingsvoorstel voor versoberen Bijzondere Bijstand Afdeling Programma Taakveld Onderdeel Portefeuillehouder FCL Wettelijke taak ja/nee? Welke wet- en regelgeving geldt?

Sociaal Beleid 6 Werk Inkomen en Inburgering Wethouder van de Laak 60614000 Ja Participatiewet, artikel 35 (Individuele en categoriale bijzondere bijstand) Naast de algemene bijstand is bijzondere bijstand mogelijk voor noodzakelijke kosten die iemand vanwege bijzondere omstandigheden moet maken en die nergens anders vergoed kunnen worden. Welke kosten precies in aanmerking komen voor bijzondere bijstand hangt af van de omstandigheden in het individuele geval.

Bijzondere bijstand is een uitkering waarmee extra en bijzondere kosten worden betaald. Voorbeelden hiervan zijn zorgkosten voor een operatie die niet gedekt worden door een zorgverzekering, kosten voor een verhuizing, kosten voor bewindvoering of kosten voor een babyuitzet. Als gemeente verlenen we de bijzondere bijstand. Dit doen we alleen als de uitgaven noodzakelijk zijn en de inwoner deze uitgaven niet kan betalen. Het College heeft de beleidsvrijheid om de bijzondere bijstand inhoudelijk te bepalen. In Baarle-Nassau zijn in de beleidsregels ‘Bijzondere Bijstand gemeente Baarle-Nassau 2024’ de voorwaarden en kostensoorten opgenomen waarvoor we de bijzondere bijstand verstrekken. Deze beleidsregels worden jaarlijks geactualiseerd. De inwoners die hier gebruik van kunnen maken hebben een inkomen tot 110% van het wettelijk sociaal minimum, exclusief vakantiegeld en er wordt rekening gehouden met eigen vermogen. Elke aanvraag voor bijzondere bijstand wordt getoetst op de vragen: - Is er een voorliggende voorziening? - Zo nee, doen de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voor? - Zo ja, zijn die kosten noodzakelijk in het individuele geval? - Zo ja, vloeien de kosten voort uit de bijzondere omstandigheden? De grootste posten binnen de bijzondere bijstand zijn inrichtingskosten en bewindvoeringskosten.

De meerjarenraming is als volgt: hoe zit het NU in de meerjarenbegroting 2024 2025 2026 2027 169500 169500 169500 169500

1

2028 169500

Wat is het concrete voorstel?

Het voorstel is om te versoberen op een aantal artikelen uit de bijzondere bijstand. In ieder geval op - inrichtingskosten/opknapkosten (bedoeld om een huis mee in te richten/op te knappen) - en zorgkosten (voor zover deze niet vergoed worden door zorgverzekering). Er zijn daarnaast kleinere kostensoorten met lagere bedragen die wellicht een bezuiniging kunnen opleveren, maar er is meer tijd nodig om dit in detail te bekijken en te berekenen

54

Inrichtingskosten/opknapkosten In Baarle-Nassau is voor deze kosten een vastgestelde maximale vergoeding (jaarlijkse indexatie). Afhankelijk van de persoonlijke situatie verschilt de hoogte van het bedrag (bv. bij een éen-oudergezin € 6.833), en of het een gift of een lening betreft. Inwoners kunnen zowel inrichtingskosten als opknapkosten aanvragen. In vergelijking met andere gemeenten is deze regeling in Baarle-Nassau ruimhartig. Het voorstel is om het volgende te wijzigen: - Inrichtingskosten zijn altijd een lening met terugbetalingsafspraken. Met maatwerk kan het achteraf omgezet worden in ‘bijstand om niet’. - Aanvragen voor opknapkosten strenger te beoordelen; zeker wanneer er ook sprake is van een aanvraag voor inrichtingskosten. - In de beleidsregels opnemen dat aanschaf of vervanging van goederen op de goedkoopst mogelijke manier moet en indien mogelijk in vorm van gebruikte goederen. Zorgkosten De gemeente heeft hier geen wettelijke verplichting in. In Baarle-Nassau komen een aantal zorgkosten wel in aanmerking voor bijzondere bijstand met een maximum bedrag van € 300. Het betreft kosten die niet via een (aanvullende) zorgverzekering vergoed worden. Deze zijn genoemd in de beleidsregels bijzondere bijstand, artikel 27, lid 2. Het betreft bijvoorbeeld eigen bijdrage bij de zorgverzekeraar, brillen en fysiotherapie.

Gezien de vergrijzing zouden deze kosten toe kunnen gaan nemen. Door deze zorgkosten - opnieuw tegen het licht te houden of een aantal benoemde kosten geschrapt kunnen worden, omdat er alternatieven zijn - en strenger te beoordelen (bv. bij een bril geen varilux glazen, maar wel gewone glazen) en het financiële en maatschappelijke effect van de voorziening zwaarwegend mee te nemen in de boordeling realiseren we een bezuiniging. Van het omzetten van deze gift in een lening verwachten we geen rendement, omdat de administratiekosten hiervan in relatie tot de hoogte van de bedragen niet in verhouding staan. Samenhang met andere besluiten of fiches: In Baarle-Nassau is recent besloten om de bijdragen van de gemeente op de gemeentepolis voor minima te verlagen. Hierdoor hebben deze inwoners al hogere zorgkosten dan voorheen. In dat besluit is meegewogen dat er een vangnet is vanuit de bijzondere bijstand. Met een mogelijk vervolgbesluit om op de bijzondere bijstand voor de zorgkosten te bezuinigen, valt dat vangnet grotendeels weg.

2 Wat is het effect van het voorstel? Inrichtingskosten/opknapkosten - Door het omzetten van een gift naar een lening kunnen mensen wel gebruik blijven maken van de regeling maar komt het geld op langere termijn wel (deels) terug. Dit betekent een vermindering in de totale kosten. - Het sturen op goedkopere goederen of gebruikte goederen ipv dure nieuwe goederen realiseert een bezuiniging en draagt bij aan een duurzame samenleving. We verwachten hiermee 25% op deze post te kunnen bezuinigen. Zorgkosten - Door strenger te zijn op het verlenen van zorgkosten, verminderen de uitgaven hier op. - Voor mensen bij wie het vergoeden van zorgkosten kan zorgen voor een doorbraak blijft deze hefboomwerking bestaan. Hiermee verwachten we op deze post, ondanks de vergrijzing, 10% te kunnen bezuinigen. 55

Andere kleinere posten op eenzelfde wijze tegen het licht houden zal naar verwachting een kleinere mate van bezuiniging opleveren. Hier gaan we uit van een bezuiniging van 3% op deze kleinere posten De uitvoering hiervan vergt meer tijd, er moet een verdieping en wijziging voorbereid worden. 3

Randvoorwaarden - Tijdige besluitvorming rondom de beleidsregels Bijzondere Bijstand door het college - Communicatiestrategie om versobering te communiceren naar inwoners die momenteel gebruik maken van Bijzondere Bijstand - Rekening houden met formatie/budget rondom het inrichten en uitvoeren van de nieuwe werkwijze.

4

Risico’s bij uitvoeren voorstel - Mensen kunnen de inrichtingskosten niet terugbetalen krijgen mogelijk financiële problemen. Dit betekent als risico dat het geld maar gedeeltelijk of wellicht niet terugkomt en dat er mogelijk andere kosten bijkomen rondom de schuldhulpverleningtrajecten. - Mensen kunnen minder zorgkosten declareren. Recent is besloten om de bijdragen van de gemeente op de gemeentepolis voor minima te verlagen zodat inwoners meer zelf moeten betalen. De vergoeding via de bijzondere bijstand diende als vangnet. Dit vangnet valt weg en leidt mogelijk tot gezondheidsproblemen en zorgmijding.

5

Hoe kan voorstel worden uitgevoerd? Indien er wordt gekozen voor het versoberen van een aantal artikelen in de Bijzondere Bijstand, moeten deze artikelen in de beleidsregels worden aangepast. Deze beleidsregels moeten dan vervolgens worden vastgesteld door het college. Ook moet er duidelijke en tijdige communicatie uitgaan naar de inwoners die op deze artikelen eerder wel bijzondere bijstand hebben ontvangen. Dit doen we onder andere door de communicatiematerialen, de website en de informatie op tools zoals de Voorzieningenwijzer aan te passen. Daarnaast is het in de communicatie van belang om de interne collega's betrekken zodat ook zij op de hoogte zijn van de wijzigingen. Ook moeten ook de maatschappelijke partners zoals het Budgetcafe op de hoogte worden gebracht van de wijzigingen omdat zij voor veel inwoners een eerste aanspreekpunt zijn rondom dit thema.

6

Financiële consequenties (+ = voordeel, - = nadeel)

Begroting 2024

Lasten Baten

7

Begroting 2025

-10.000

Begroting 2026

-7.500 nvt

11000

Begroting 2027

-7.500 12500

Begroting 2028

-7.500 12500

Check financiën

56

27 Ombuigingsvoorstel voor vitaal oud worden Afdeling Programma Taakveld Onderdeel Portefeuillehouder FCL Wettelijke taak ja/nee? Welke wet- en regelgeving geldt?

Sociaal beleid 6. Sociaal domein Maatschappelijke ondersteuning Wmo maatwerkvoorzieningen Wethouder Van de Laak 60661000 – 60661002 - 60661003 Ja Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

1 Hoe op dit moment geregeld? De gemeente heeft de wettelijke taak om inwoners te ondersteunen om zelfstandig te blijven wonen en om mee te doen in de samenleving. We kennen individuele maatwerkvoorzieningen toe aan inwoners die extra ondersteuning nodig hebben: hulp bij het huishouden, woningaanpassingen, hulpmiddelen, vervoersvoorzieningen, begeleiding en dagopvang. De vergrijzing zorgt voor een toenemende vraag naar ondersteuning en hulp vanuit de Wmo. Vanwege tekorten op de arbeidsmarkt kunnen we die ondersteuning en hulp niet meer bieden en dit probleem zal de komende jaren steeds groter worden. Het ravijnjaar voegt daaraan urgentie toe vanuit financieel oogpunt; we kunnen het ook niet meer betalen. De meerjarenraming is als volgt: Vervoer(60662001) Hulp bij het huishouden ZIN & PGB(60662000/60672000) Begeleiding ZIN & PGB(60662002/60672001) Wmo dagbesteding(60671100)

2024 186.000 939.936

2025 240.600 865.068

2026 246.200 864.869

2027 254.900 864.869

2028 262.000 864.869

600.931

601.261

601.623

601.623

601.623

60.000

60.000

60.000

60.000

60.000

2 Wat is het concrete voorstel? We willen maken onze lokale ondersteuning en hulp toekomstbestendig. Niet vanuit het perspectief van ‘zorg voor ouderen’, maar vanuit het perspectief van ‘(voorbereiden op) vitaal oud worden in onze gemeente’. We werken dit samen met maatschappelijke partners en inwoners verder uit. We denken daarbij bijvoorbeeld aan: • Vrij toegankelijke dagactiviteiten / -opvang voor ouderen Als onderdeel van de vergrijzing neemt ook de behoefte aan dagactiviteiten / -opvang voor ouderen toe. Dagopvang speelt een belangrijke rol in het ontlasten van mantelzorgers. Door te investeren in vrij toegankelijke voorliggende voorzieningen gericht op het elkaar ontmoeten en ondersteunen, ontplooien en ontspannen voor senioren kan Wmo dagopvang worden uitgesteld en mogelijk zelfs voorkomen. Het Baals Bakske en de ontwikkelingen van “de Gasterij” zien wij als kansrijk initiatief om op door te bouwen.

57

• Versterken van mantelzorgondersteuning Als gevolg van de vergrijzing neemt ook het aantal mantelzorgers in onze gemeente toe. Door mantelzorgers goed te ondersteunen willen we ervoor zorgen dat zij hun informele zorgtaken beter en langduriger kunnen dragen, waarmee specialistische zorg beperkt kan worden. Welke ondersteuning daaraan bijdraagt moet samen met mantelzorgers en maatschappelijke partners worden uitgewerkt. • Collectieve voorzieningen inrichten rondom hulp bij het huishouden Om hulp bij het huishouden beschikbaar te houden voor inwoners die dat echt nodig hebben, willen we investeren in preventie en slimmere, effectievere inzet zoals - collectieve voorzieningen voor bijvoorbeeld klusjes rond het huis, boodschappen doen, tuinonderhoud of een woonservicedienst. - investeren in gezond blijven (bijvoorbeeld valpreventie) en reablement (bijvoorbeeld door middel van ergotherapie). - investeren in sociale netwerkversterking (dorpsverbinding en vrij toegankelijke dagbesteding: stimuleren van ontmoeten en verbinden). • Uitbreiden collectieve vervoersvoorzieningen We willen alternatieve vervoersoplossingen ontwikkelen ten behoeve van verhogen van continuïteit (chauffeurstekorten), vergroten van kwaliteit (instrument voor netwerkversterking, eigen regie vergroten) en financiële haalbaarheid (kosten doelgroepenvervoer terugdringen).

We denken bijvoorbeeld aan het uitbreiden en intensiveren van ANWB automaatje, het als instrument uitwerken en actiever inzetten van vrijwilligersvergoedingen en/of kansen onderzoeken van creëren van reintegratiebanen in het doelgroepenvervoer. Dit voorstel past in de strategie veranderen. Ondersteuning en hulp vanuit de Wmo staat onder druk als gevolg van de vergrijzing en personeelstekorten. Om hulp en ondersteuning beschikbaar te kunnen houden voor de inwoners is transformatie nodig. Dit voorstel is daarop gericht. 3 Wat is het effect van het voorstel? Er komen meer voorliggende activiteiten en ondersteuningsmogelijkheden voor jeugdigen en gezinnen in onze gemeente. We zullen kritischer zijn in het toekennen van individuele Wmo maatwerkvoorzieningen en vaker naar deze voorliggende voorzieningen verwijzen. De veranderingen dragen bij aan: ✓ langer thuis kunnen blijven wonen. ✓ een zinvolle daginvulling. ✓ gezondheidsbevordering, zowel fysiek als mentaal. ✓ het voorkomen van eenzaamheid. ✓ het kunnen volhouden van mantelzorg. ✓ het remmen van de toename van zorggebruik en het besparen van kosten in het kader van de Wmo en gezondheidszorg. ✓ vergroten van re-integratie mogelijkheden. 4 Randvoorwaarden Deze maatregelen zijn alleen uitvoerbaar wanneer de drie gemeenten gelijke keuzes maken. Het vraagt een investering en er is schaalgrootte nodig om die te laten renderen.

Daarnaast is afstemming met en draagvlak bij maatschappelijke partners en inwoners nodig om deze maatregelen te kunnen realiseren. 5

Risico’s bij uitvoeren voorstel - Veranderingen kunnen onrust en ontevredenheid geven bij inwoners en zorgaanbieders. 58

-

-

De maatregelen moeten goed juridisch getoetst worden, voordat we ze tot uitvoering brengen. Versoberen kan extra bezwaarschriften opleveren. Wetgeving kan veranderen waardoor we voorstellen niet of op een andere manier moeten uitvoeren. Wetgeving kan het effect van maatregelen uiteraard ook versterken. Zo verwachten we een daling van het aantal inwoners dat een beroep doet op maatwerkvoorzieningen in de Wmo zodra het abonnementstarief vervalt. Autonome veranderingen en stijgingen, denk aan vergrijzing, kunnen invloed hebben op de kosten, waardoor minder grote bezuinigingen gerealiseerd kunnen worden. Uitgaven bijzondere bijstand kunnen toenemen, afhankelijk van beleidskeuzes ten aanzien van eigen bijdragen voor collectieve voorliggende voorzieningen. Bij hulp bij het huishouden is een risico dat we de bezuiniging niet direct halen omdat we door maatregelen te treffen eerst wachtlijsten gaan inlopen. Binnen dezelfde uren en kosten, kunnen dan meer inwoners geholpen worden. Dat heeft nog geen kostendaling tot gevolg.

6 Hoe kan voorstel worden uitgevoerd? Er moet beleidscapaciteit beschikbaar worden gesteld voor het verder uitwerken van voorstellen met maatschappelijke partners en inwoners. Op basis daarvan kunnen we een verdere financiële vertaling uitwerken. 7

Financiële consequenties (+ = voordeel, - = nadeel) Begroting 2024

Lasten Ontwikkelkosten (1 FTE ABG breed) Uitvoeringskosten Vervoer Hulp bij het huishouden Wmo begeleiding en dagopvang Baten

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

-37.675

-37.675

-37.675

PM PM 60.000

PM PM 60.000

PM PM 60.000

-20.000

Toelichting: We hebben u geadviseerd het mantelzorgcompliment te versoberen. Deze besparing € 7.300 kan worden ingezet als dekking voor dit verandervoorstel. 8

Check financiën Akkoord.

59

28 Ombuigingsvoorstel voor Collectieve Zorgverzekering (gemeentepolis) Afdeling Programma Taakveld Onderdeel Portefeuillehouder FCL Wettelijke taak ja/nee? Welke wet- en regelgeving geldt?

Sociaal Beleid 6 Werk Inkomen en Inburgering Wethouder van de Laak 60614004 Nee Geen wettelijke taak van de gemeente. De gemeentepolis draagt bij aan wettelijke taken - op gebied preventie in het kader van de wet gemeentelijke schuldhulpverlening en gemeentelijke armoedebeleid. - Opgave GALA en IZA om gezondheidsachterstanden te verkleinen.

.

1 Hoe op dit moment geregeld? Gemeenten mogen voor inwoners met lagere inkomens een collectieve zorgverzekering aanbieden. Dit betreft een aanvullende zorgverzekering (de gemeentepolis). Jaarlijks worden hiervoor afspraken gemaakt met de zorgverzekeraars. De ABG gemeenten hebben bij CZ en VGZ ieder een drietal pakketten hiervoor beschikbaar gesteld voor inwoners met een inkomen tot 110 % van het wettelijk sociaal minimum. Daarnaast biedt CZ een collectiviteitskorting aan. De gemeente dekt een deel van de kosten van deze collectieve gemeentepolis. Per pakket verschilt de gemeentelijk bijdrage: - op de basispakketten draagt de gemeente € 13 bij (52% van dit aanvullende pakket); - op de middenpakketten € 16 (31%); - op de uitgebreide pakketten € 42 (48%). De meeste inwoners die gebruik maken van de gemeentepolis kiezen voor het uitgebreide pakket. In het verleden deden veel van deze inwoners een beroep op de bijzondere bijstand voor medische kosten. Gemeenten kunnen jaarlijks zelf keuzes maken over de hoogte van de inkomensgrens en over de hoogte van de bijdragen per pakket. Hierdoor zien we verschillen tussen gemeenten in de regio. De meerjarenraming is als volgt: 2024 2025 52.000 52.000

2026 52.000

2027 52.000

2028 52.000

2 Wat is het concrete voorstel? Advies: - per 2025 de gemeentelijke bijdrage verlagen voor de pakketten in de gemeentepolissen. De inkomensgrens op 110% WSM (Wettelijke Sociaal Minimum) te behouden.

60

-

Bij ieder pakket van de gemeentepolis eenzelfde percentage bijdragen vanuit de gemeente, namelijk 33%. Dit betekent dat we als gemeente minder gaan bijdragen aan de pakketten van de gemeentepolis (huidige situatie is: 52%, 31% en 48% van de pakketten als bijdrage). Daarmee zitten we meer in lijn met de bedragen die nu bij andere gemeenten gemiddeld bijgedragen worden. Omdat de meeste inwoners gebruik maken van de gemeentepolis kiezen voor het uitgebreide pakket zit hier de grootste besparing (bijdrage van gemeente van €42 (48%) naar €30 (33%)). Dit voorstel past in de strategie versoberen. De Gemeentepolis draagt bij aan bestaanszekerheid d.m.v. voorkomen betalingsachterstanden, zorgmijding, ernstige gezondheidsproblemen. Met de voorgestelde bezuiniging houden we hiervoor voldoende mogelijkheden. 3 Wat is het effect van het voorstel? Inwoners die het goedkoopste of duurste pakket kiezen moeten een groter deel zelf betalen. We verwachten dat het gebruik van het duurste pakket hierdoor afneemt. Voor kosten waarvoor inwoners niet meer aanvullend verzekerd zijn, kunnen zij een beroep doen op de bijzondere bijstand. De aanspraak hierop kan toenemen. Dit heeft een negatief beperkt financieel effect en vraagt personele inzet voor afhandeling van deze vragen.

Mogelijk zullen de betalingsachterstanden bij de zorgverzekeraar oplopen, waarvan wij als gemeenten een vroegsignaal van betaalachterstanden ontvangen en het Vroeg Erop Af team inschakelen. 4

Randvoorwaarden - Tijdige besluitvorming hierover, om in begin oktober de afspraken met de zorgverzekeraars te kunnen maken. - Goede communicatie naar inwoners over de kosten van de pakketten. - Ophoging van het budget van bijzondere bijstand (indien blijkt dat budget bij de huidige werkwijze al te krap/niet toereikend is)

5 Risico’s bij uitvoeren voorstel Behalve de effecten op termijn, zien we geen risico’s. Grotere toename van aanspraak op bijzondere bijstand voor ziektenkosten 6 Hoe kan voorstel worden uitgevoerd? Door de gewijzigde gemeentelijke bijdrage aan CZ en VGZ door te geven. En de nieuwe kosten per polis te communiceren aan inwoners (wat nu ook jaarlijks gebeurt).

7

Financiële consequenties (+ = voordeel, - = nadeel)

Lasten – extra bijz bijstand Besparing CZV

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

0 0

-1.050

-1.050

-1.050

-1.050

13.451

13.451

13.451

13.451

Baten

Lasten zijn berekend door uit te gaan van een toename van 10% op de kosten van bijzondere bijstand medische kosten (omdat hier mogelijk meer beroep op wordt gedaan bij het verlagen van de gemeentepolis). De besparing is berekend op 25% van het begrote bedrag aan Collectieve zorgverzekering. Toelichting: 61

De regering heeft in het zogenaamde hoofdlijnen akkoord verlaging van het eigen risico voor ziektekosten opgenomen. Op het moment dat dit geeffectueerd is (beoogde invoering 2027) kan de gemeente overwegen om de gemeentelijke bijdrage aan de ziektekosten verzekering verdere af te bouwen of te beeindigen. Tot het zover is kunnen we de effecten volgen in gemeente in Breda (waar ze dit al gaan doen) op o.a. schuldhulpverlening en oplopende bijzondere bijstand en andere neveneffecten. 8

Check financiën Akkoord

62

29 Ombuigingsvoorstel voor kansrijk opgroeien (hervormingsagenda jeugd) Afdeling Programma Taakveld Onderdeel Portefeuillehouder FCL Wettelijke taak ja/nee? Welke wet- en regelgeving geldt?

Sociaal beleid 6. Sociaal domein Jeugd en onderwijs Hervormingsagenda jeugd Wethouder van de Laak 60672130 Ja Jeugdwet

AANRADEN: DIT VOORSTEL PAST IN DE STRATEGIE VERANDEREN We anticiperen op de Hervormingsagenda Jeugd door het lokale ondersteunings- en hulpaanbod te transformeren. Hiermee kunnen we op langere termijn ook besparingen realiseren op jeugdhulp. 1 Hoe op dit moment geregeld? Gemeenten zijn op grond van de Jeugdwet verantwoordelijk voor preventie, ondersteuning, hulp en zorg aan kinderen en jongeren (jeugdigen) en hun ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. Basisvoorzieningen zoals onderwijs, kinderopvang, dorpsteam en GGD spelen in onze gemeente een belangrijke rol bij preventie en lichte ondersteuning. Specialistische jeugdhulp hebben we samen met de regiogemeenten in Hart van Brabant ingekocht bij diverse zorgaanbieders. In 2023 is op landelijk niveau de Hervormingsagenda Jeugd vastgesteld. De Hervormingsagenda Jeugd bevat een omvangrijk pakket afspraken met als doel de jeugdzorg te verbeteren en financieel gezond te maken. Dit heeft ook gevolgen voor de inrichting van ondersteuning en hulp in onze gemeente. De reikwijdte van Jeugdwet wordt mogelijk beperkt, waardoor alleen bij ernstige zorgbehoeften jeugdhulp ingezet hoeft te worden. Dit heeft vooral gevolgen voor de jeugdhulp die we op dit moment inkopen binnen segment 3 (specialistische dagopvang) en segment 4 (veelvoorkomende jeugdhulp, waaronder jeugd GGZ).

De meerjarenraming is als volgt: 2024 Jeugdhulp 37.000 Segment 3 Jeugdhulp 178.000 Segment 4

2025

2026

2027

2028

2 Wat is het concrete voorstel? We willen anticiperen op maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd door vooruitlopend op een wetswijziging onze lokale ondersteuning en hulp toekomstbestendig en inclusief te maken. Niet vanuit het perspectief van ‘jeugdhulp voor kinderen met ernstige zorgbehoeften’, maar vanuit het perspectief van ‘kansrijk opgroeien voor alle kinderen in onze gemeente’. We werken dit samen met maatschappelijke partners en inwoners verder uit. We denken daarbij bijvoorbeeld aan: 63

• Inclusieve buitenschoolse opvang We willen voor alle kinderen toegankelijke buitenschoolse opvang realiseren: - dus ook financieel toegankelijk voor kinderen van ouders die niet in aanmerking komen voor tegemoetkoming kosten kinderopvang (geen tweeverdieners); - dus ook toegankelijk voor kinderen die extra aandacht nodig hebben, bijvoorbeeld omdat zij de taal nog niet spreken of omdat zij extra aandacht en/of ondersteuning nodig hebben. • Collectief en preventief hulpaanbod rondom echtscheidingen In veel situaties waarin jeugdhulp wordt ingezet spelen echtscheidingen een rol. De vraag is of jeugdhulp het beste instrument is om in te zetten. We zetten in op (bewezen effectieve) interventies, die we voorliggend kunnen inzetten om echtscheidingsproblematiek eerder, effectiever en duurzamer (generationele jeugdhulp) aan te pakken. • Doorontwikkelen aanbod mentale gezondheid Er wordt veel gebruik gemaakt van jeugdhulp in segment 4 en dan in het bijzonder van jeugd GGZ. We zetten in op voorliggend aanbod gericht op het versterken van de mentale gezondheid van kinderen en jongeren. Daarbij denken we aan het doorontwikkelen van de POH GGZ-Jeugd tot preventieve voorziening bij alle huisartsenpraktijken voor vragen rondom mentale gezondheid en hulp bij psychische kwetsbaarheid. We zien hier kansen om te verbinden met GALA en IZA ambities en afspraken.

In dat kader moeten we ons voorbereiden om instroom vanuit het medisch domein in het sociaal domein. • Uitbreiden en veranderen van de opdracht van het jongerenwerk Wanneer we specialistische jeugdhulp willen beperken is het noodzakelijk om de sociale basis van kinderen en jongeren te verstevigen. Het jongerenwerk kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren: - door te investeren in sociale verbanden en netwerken voor jeugdigen: verenigingen ondersteunen, jongereninitiatieven aanjagen en ondersteunen / mogelijk maken. We zien hier ook kansen om jongerenparticipatie duurzaam te borgen; - door present te werken: geen hulpverlening, maar nabijheid (in de buurt, op school, bij de verenigingen) en ondersteuning op maat bieden aan jeugdigen. - door te zorgen voor regie in kwetsbare gezinnen, ook wanneer er geen specialistische zorg betrokken is. Dit vraagt een aanpassing en uitbreiding van de opdracht aan het jongerenwerk. 3 Wat is het effect van het voorstel? Er komen meer voorliggende activiteiten en ondersteuningsmogelijkheden voor jeugdigen en gezinnen in onze gemeente. We zullen kritischer zijn in het toekennen van specialistische jeugdhulp en vaker naar deze voorliggende voorzieningen verwijzen. De veranderingen dragen bij aan: - gelijke ontwikkelingskansen voor alle kinderen. Beter bereiken van kwetsbare kinderen en gezinnen.

Alle kinderen kunnen deelnemen en zich ontwikkelen, ook kinderen met een lagere SES. - een inclusieve samenleving. Elkaar ontmoeten en samen opgroeien vergroot begrip en tolerantie. - inburgering en re-integratie. Wachtlijsten en kosten in de kinderopvang zijn daarin nu een belemmerende factor. Voor kinderen ondersteunt dit o.a. bij hun taalontwikkeling. - het versterken van informele zorg. - verminderen van schooluitval door verzuim sneller te signalen en in contact te staan met jongeren. - voorkomen van verergering en escalatie van problematiek door deze eerder in beeld te krijgen. - gezondheidsbevordering, zowel fysiek als mentaal: bewegen, (buiten) spelen, ontmoeten! (*overgewicht is een indicator voor jeugdhulp, gezondheid bevorderen is onderdeel preventie jeugdhulp). Investeren in een gezonde generatie. - remmen van de toename van zorggebruik en kostenbesparing in de jeugdhulp. 64

4 Randvoorwaarden Deze maatregelen zijn alleen uitvoerbaar wanneer de drie gemeenten gelijke keuzes maken. Het vraagt een investering en er is schaalgrootte nodig om die te laten renderen. Daarnaast is afstemming met en draagvlak bij maatschappelijke partners en inwoners nodig om deze maatregelen te kunnen realiseren.

-

-

5 Risico’s bij uitvoeren voorstel Veranderingen kunnen onrust en ontevredenheid geven bij jongeren en ouders. Veranderingen kunnen onrust en ontevredenheid geven bij zorgaanbieders. Het inperken van de reikwijdte van de Jeugdwet is nodig om tot meer besparingen te komen. Tot de wetswijziging blijft ook de weg naar de specialistische jeugdzorg open en lopen we bij afwijzingen risico’s op bezwaar en beroep. We boeken daarom nu nog voorzichtige besparingen in. Het werkelijke besparingspotentieel is hoger na aanpassing wettelijke kaders. Op landelijk niveau is er een beleidsvoornemen om kinderopvang gratis te maken. Naar verwachtingen zullen de middelen hiervoor beschikbaar komen aan / via gemeenten. Wij lopen hierop vooruit door nu al te investeren in het realiseren van het benodigde lokale aanbod. We hebben nu echter nog geen zekerheid en duidelijkheid over het regeringsbeleid ten aanzien van kinderopvang.

6 Hoe kan voorstel worden uitgevoerd? Er moet beleidscapaciteit beschikbaar worden gesteld voor het verder uitwerken van voorstellen met maatschappelijke partners en inwoners. 7

Financiële consequenties (+ = voordeel, - = nadeel) Begroting 2024

Lasten Ontwikkelkosten (ABG breed 1 FTE) Uitvoeringskosten Baten Besparing jeugdhulp segment 3 (-25%) Besparing jeugdhulp segment 4 (-10%)

8

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

€ 20.000 PM

PM

PM

€ 10.000

€ 10.000

€ 18.000

€ 18.000

Check financiën

65

Gemeente Alphen-Chaam

9 Ombuigingsvoorstel voor Wmo maatwerkvoorzieningen Afdeling Programma Taakveld Onderdeel Portefeuillehouder FCL Wettelijke taak ja/nee? Welke wet- en regelgeving geldt?

Sociaal beleid 6. Sociaal domein Maatschappelijke ondersteuning Wmo maatwerkvoorzieningen Wethouder Van de Laak 60661000 – 60661002 – 60661003 - 60662000 - 60662001 Ja Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

1 Hoe op dit moment geregeld? De gemeente heeft de wettelijke taak om inwoners te ondersteunen om zelfstandig te blijven wonen en om mee te doen in de samenleving. We zorgen voor de beschikbaarheid van algemene voorzieningen voor alle inwoners en kunnen individuele maatwerkvoorzieningen toekennen aan inwoners die extra ondersteuning nodig hebben. Vervoersvoorzieningen Wmo-vervoersvoorzieningen zijn bedoeld voor inwoners die niet langer in staat zijn om hun vervoer, zoals reizen met de auto, bus of trein, zelfstandig of met behulp van familie of vrienden te regelen. Het inzetten van de Wmo voorziening vervoer kan dan een oplossing bieden. Inwoners mogen per kalenderjaar max. 1.500 km (voorheen 2.000 km) reizen (25 km enkele rit van deur tot deur) met de deeltaxipas. Hiervoor betalen zij een gereduceerd tarief. Na verbruik van deze kilometers moeten zij het volledige tarief betalen. Daarnaast kunnen mensen met een Wmo indicatie voor vervoer ook gebruik maken van de Voor Elkaar Pas. Voor afstanden verder dan 25 km, kan de Valys worden ingeschakeld. Hulpmiddelen Sommige mensen kunnen zich door een ziekte of beperking niet goed verplaatsen. Dan kan een rolstoel of een scootmobiel een oplossing zijn. Met deze hulpmiddelen kunnen inwoners langer zelfstandig thuis blijven wonen en zich in en buiten huis verplaatsen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15418201/1