CConstaterende datBaarle-Nassau
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Cultuurhistorische waardenkaart

Gemeenteraad (openbaar) 24 september 2025, gemeente Baarle-NassauBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart32.812 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

meestal gelegen aan de randen van de heidegebieden. Slechts een klein deel is nu nog in gebruik als bos. De onregelmatige jonge heidebebossingen bestaan uit percelen van wisselende g rootte en vorm. Doordat ze veelal gelegen zijn aan de randen van de grote heidegebieden, zijn het de reststukjes die opgevuld zijn nadat de meerderheid van de heide regelmatig ontgonnen werd. In de omgeving van Castelré kwamen ook kleinere heidegebiedjes voor, die overwegend onregelmatig ontgonnen zijn. Wegen liggen overwegend aan de randen. Hoewel de bebossingen aanvankelijk vooral uit naaldhout bestonden, zijn ze in de loop der tijd hier en daar gemengder geworden, of in het geheel vervangen door loofbos. De oorspronkelijke aanplant is immers overal al gerooid en vervangen door nieuwe aanplant. Deze cyclus blijft zich in een productiebos herhalen. Een groot deel van de bossen is op rabatten aangelegd. Soms is historisch reliëf van stuifzanden of karrensporen ‘vastgelegd’ in een bosaanplant. In de heidebebossingen kwam en komt geen reguliere bebouwing voor. Wel ligt in het zuiden van de gemeente in een onregelmatige heidebebossing een MOB-complex, dat door de beplanting makkelijker aan het zicht onttrokken kon worden. Historische ruimtelijke kenmerken •

Percelen van wisselende grootte en vorm.

•

Overwegend aangelegd op rabatten.

•

Sloten en bospaden als perceelsgrens.

•

Wegen overwegend aan de randen.

•

Geen reguliere bebouwing.

Figuur 19. In de jonge heidebebossing bij Reth is langs de hoofdweg de tweede generatie beplanting (geschatte leeftijd 75 jaar) aanwezig. In dit gemengde en diverse bos is stuifzandreliëf vastgelegd en bevinden zich oudere padenstructuren en karrensporen. (RAAP, 25-07-2024). RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[49]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

P0h8o - jonge heidebebossing, onregelmatig verkaveld, later ontgonnen Het grootste deel van de onregelmatige jonge heidebebossingen, voornamelijk gelegen in het westen van de gemeente, is sinds de aanplant ontgonnen voor agrarisch grondgebruik. De m eeste van deze gebieden hebben één generatie loofbos gehad voor ze ontgonnen werden. Mogelijk heeft de aanwezigheid van de bosvegetatie bijgedragen aan een verbetering van de bodemstructuur. Ook werd het door verder gaande landbouw-technische ontwikkelingen mogelijk ook op slechtere gronden landbouw te plegen. Landbouw brengt doorgaans ook meer op dan bosbouw omdat er elk jaar geoogst kan worden. De oudste ontginningen, uit de jaren 20 en 30 van de 20 e eeuw, vonden plaats in de omgeving van Strumpt. Bij Haldijk 5 is nog een oorspronkelijke boerderij uit deze periode aanwezig, zij het in bouwvallige staat. Ook de Olga Hoeve en Beem Dun Hoeve aan de Beemdendreef 3 en 4 zijn voorbeelden van boerderijen uit de vooroorlogse periode. Na de Tweede Wereldoorlog zij n, waarschijnlijk mede gevoed door de wens tot zelfvoorzienendheid van Nederland, de overige ontgonnen heidebebossingen ontstaan. Een mooi voorbeeld van boerderijen uit deze periode is de Clemens Hoeve aan de Oude Strumptse Baan 5. De hoofdstructuur van wegen is veelal intact gebleven, veel bospaden zijn echter verdwenen.

De ontginningen bestonden voornamelijk uit weilanden, maar verspreid kwamen ook akkers voor. Met de ontginningen kwamen zoals gezegd ook nieuwe boerderijen, die verspreid langs de wegen ge legen zijn op grote erven. Bij de inrichting van deze gebieden is duidelijk al rekening gehouden met de mechanisatie van de landbouw. Perceelsrandbegroeiing is zeldzaam, maar op verschillende plaatsen kwamen wel bomenrijen langs de wegen voor. Verspreid ko men ook niet-ontgonnen delen van de heidebebossingen voor, die voor een afwisseling in het landschapsbeeld zorgen. Historische ruimtelijke kenmerken •

Percelen van wisselende grootte en vorm, overwegend in gebruik als grasland.

•

Wegen meestal recht.

•

Weinig perceelsrandbegroeiing, wel bomenrijen langs wegen.

•

Bebouwing verspreid langs de wegen op grote erven.

Figuur 20. De opvallende Clemens Hoeve gelegen aan de bomenrijke zessprong te midden van het open landschap van de ontgonnen onregelmatige heidebebossingen. (RAAP, 25-07-2024). RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[50]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

P0h9 - jonge heidebebossing, regelmatig verkaveld Grote delen van de heide zijn bebost na het verdwijnen van het potstalsysteem en bemesting met heideplaggen. De nutteloos geworden arme gronden werden het meest rendabel door ze aan te planten met bomen, overwegend naaldbomen. Deze groeien snel en waren ideaal voor het gebruik in de mijnen. Naaldhout kraakt voor het breekt en waarschuwt mijnwerkers zo voor een naderende instorting. Het grootste deel van de jonge heidebebossingen in de gemeente had een regelmatig karakter. De grote open heideterreinen zijn rationeel verkaveld alvorens de bossen werden aangeplant. Een deel is nu nog in gebruik als bos. In de grote heidebebossingen is een regelmatig patroon van re chte wegen en bospaden aanwezig. Een groot deel van de bossen is op rabatten aangelegd. Soms is historisch reliëf van stuifzanden of karrensporen ‘vastgelegd’ in een bosaanplant. Hoewel de bebossingen aanvankelijk vooral uit naaldhout bestonden, zijn ze in de loop der tijd hier en daar gemengder geworden, of in het geheel vervangen door loofbos. De oorspronkelijke aanplant is immers overal al gerooid en vervangen door nieuwe aanplant. Deze cyclus blijft zich in een productiebos herhalen. In de heidebebossingen kwam en komt geen reguliere bebouwing voor.

Wel zijn rondom Baarle campings en vakantieparken aangelegd; de bosrijke omgeving zorgt voor een idyllische verblijfplaats. Bijvoorbeeld Het Goordonk is om die reden een villawijk geworden. Bij de Hollandsche Bosschen bevinden zich twee MOB-complexen, die door de beplanting makkelijker aan het zicht onttrokken konden worden.

Figuur 21. De Oude Bredasebaan geeft het klassieke beeld van regelmatige jonge heidebebossingen: lange recht e (zand)wegen omgeven door bos. Het gemengde bos langs deze weg is waarschijnlijk de derde generatie en heeft een verwilderd karakter. (RAAP, 25-07-2024).

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[51]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

Historische ruimtelijke kenmerken •

Percelen van wisselende grootte en regelmatige vorm.

•

Overwegend aangelegd op rabatten.

•

Bospaden als perceelsgrens.

•

Rechte wegen en bospaden doorkruisen het gebied.

•

Geen reguliere bebouwing.

P0h9o - jonge heidebebossing, regelmatig verkaveld, later ontgonnen Zeker driekwart van de regelmatige jonge heidebebossingen is sind s de aanplant ontgonnen voor agrarisch grondgebruik. De meeste van deze gebieden hebben één generatie loofbos gehad voor ze ontgonnen werden. Mogelijk heeft de aanwezigheid van de bosvegetatie bijgedragen aan een verbetering van de bodemstructuur. De oudste ontginningen vonden al plaats rond het begin van de 20 e eeuw. Bebouwing komt in de ontgonnen regelmatige heidebebossingen niet veel voor. Verspreid door het gebied liggen enkele boerderijen. Vooral de voormalige Bedafse Heide is opvallend leeg qua bebouwing. De lanenstructuren die daar zijn, dateren pas van het laatste kwart van de 20 e eeuw. Oorspronkelijk was dit dus een weids open landschap.

Figuur 22. Laanbeplanting doorsnijdt sinds het laatste kwart van de 20 e eeuw de oorspronkelijk zeer open bosontginningen van de voormalige Bedafse Heide. De bomenrijen in het verder nog steeds zeer open landschap zorgen voor een schilderachtig beeld. (RAAP, 25 -07-2024).

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[52]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

De tegenhanger van deze open ontginning is de ontginning rond de Bre daseweg. Dit gebied, dat in zijn geheel Huisvennen wordt genoemd, is zeer regelmatig verkaveld en bebost door de koopman Ch. Mayer, die maar liefst 150 hectare van de voormalige Baulse Heide in 1869 verwierf. Hij bouwde hier zijn landhuis Hooghuis (Bredaseweg 39). 44 Vanaf de jaren 30 werden, na het rooien van de eerste generatie bomen, de bossen ontgonnen voor de landbouw. De padenstructuur bleef intact en werd geaccentueerd door de aanplant van laanbomen. Dit is nog steeds een van de meest in het oog springende systematische ontginningen van de gemeente. De hoofdstructuur van wegen is overal wel intact gebleven, veel bospaden zijn echter verdwenen. De ontginningen bestonden voornamelijk uit weilanden, maar akkers kwamen en komen ook regelmatig voor. Perceelsrandbegroeiing is zeldzaam, maar met uitzondering van de Bedafse Heide en de Ulicootse Heide kwamen wel bomenrijen langs de wegen voor. Verspreid komen ook niet -ontgonnen delen van de heidebebossingen voor, die voor een afwisseling in het landschapsbeeld zorgen Historische ruimtelijke kenmerken •

Percelen van wisselende grootte en regelmatige vorm.

•

Gebruik als grasland en bouwland.

•

Wegen meestal recht.

•

Weinig perceelsrandbegroeiing, wel bomenrijen langs wegen.

•

Bebouwing zeldzaam, met uitzondering van de Huisvennen.

Figuur 23. Kenmerkend voor de zeer regelmatige ontginning van de Huisvennen zijn de lanen die rechthoekige ‘kamers’ begrenzen. (Google Streetview).

44

Amaliavansolms.org, z.j., W andelommetje Huisvennen.

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[53]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

P0h9l - jonge heidebebossing, regelmatig verkaveld, met landgoedkenmerken Verspreid over de gemeente zijn drie gebieden binnen de regelmatige jonge heidebebossingen die landgoedkenmerken hebben. Omdat elk gebied anders is, worden ze hier afzonderlijk kort behandeld. Hollandsche Bosschen Deze gronden waren eigendom van de Belgische familie Jacquemyns-Rolin. Omdat de bossen in Nederland lagen werden ze de Hollandse bossen genoemd. Ze bestonden uit het ronde Wolvenven en de omgeving daarvan. Rond 1900 verloor de familie veel geld door verkeerde investeringen in de spoorlijn Turnhout-Tilburg en station Weelde en werd ze gedwongen het landgoed te verkopen. Burgemeester H.A.J. (Henri) van Gilse 45 van Baarle-Hertog kocht het landgoed, dat sindsdien via vererving langs de vrouwelijke kant in bezit is gebleven van vier generaties totdat het door Natuurmonumenten werd aangekocht. 46 Tijdens de Tweede Wereldoorlog bood het landgoed onderdak aan onderduikers en Britse piloten. 47 In de 20 e eeuw werd het Wolvenven drooggelegd. Het landgoed bestaat uit een min of meer haaks raster van bospaden waarb innen bospercelen met rabatten liggen. Het Wolvenven heeft een bijzondere vierkante en radiale rabattenstructuur. In het bos is het oorspronkelijke reliëf herkenbaar, en zijn ook karrensporen aanwezig.

Door de door Natuurmonumenten ingezette natuurontwikkeling, en mogelijk ook achterstallig onderhoud, is het bos verwilderd. Grote rododendrons zijn relicten van de landgoedaanleg.

Figuur 24. Grote rododendrons flankeren de ringsloot rond het voormalige Wolvenven, gezien vanaf de wes tzijde van het ven in zuidelijke richting. (RAAP, 25 -07-2024).

45

Amaliavansolms.org, z.j., Henricus A.J. van Gilse. W andelpaden.com, De Hollandsche Bosschen route. 47 DeStem, 2009. 46

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[54]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

De Kievit Aan het eind van de 19 e eeuw is bij het Groot Landreiven ten zuidoosten van Liefkenshoek landgoed De Kievit gesticht. Rond het ven werd een ringweg aangelegd die via een rechte weg ha aks aansloot op de centrale weg op het landhuis. Dit wegenkruis werd later uitgebreid met meer wegen in schaakbordpatroon, waarbinnen bossen merendeels op rabatten waren aangeplant. Het ven werd ontwaterd door een centrale watergang en vergraven tot vijver . Aan de randen maakte een radiale rabattenstructuur de aanplant van bos mogelijk. In latere jaren zijn in het bos stukken gerooid en ingericht als grasland. De lanenstructuur van het landgoed is aan het begin van de 21 e eeuw uitgebreid in zuidwestelijke richting en omvat nu het hele gebied tussen het huis en de Belgische grens. Het landgoed is altijd privébezit gebleven en niet toegankelijk.

Figuur 25. Door de nieuw aangelegde lanenstructuur tussen het oorspronkelijke landgoedbos en de Belgische grens krijgt ook dit agrarische gebied een karakter dat past bij het landgoed. (RAAP, 25 -07-2024).

Berkenheide De jongste bosontginning met landgoedkarakter is Berkenheide, dat in de jaren 60 aangelegd is. 48 De oorspronkelijke bungalow is vervangen door een riante villa met rieten dak. 49 Om het huis ligt een ruim gazon met daar omheen parkachtig bos. Het geheel is omgeven door een hoge haag met onder meer rododendrons. Het goed is privébezit en niet toegankelijk.

48 49

Regionaal Archief Tilburg, tg. 2248, inv. 178. Getuige recente luchtfoto’s.

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[55]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

Figuur 26. Het parkachtige bos bij landgoed Berkenheide wordt voor een groot deel aan het zocht onttrokken door een hoge heg van onder meer rododendrons, die bijdragen aan het landgoedkarakter. (RAAP, 25 -07-2024).

P0h10o - kleinschalige jonge heidebebossing, later ontgonnen In het zuiden van de gemeente, ingeklemd tussen de spoorlijn en de Belgische grens, zijn te midden van kleinschalige heideontginningen ook kleinschalige heidebebossingen geweest. Het gebied tussen de Eindegoorweg in het noorden, Schaluinen in het oosten, de grens in het zuiden en de spoorlijn in het westen was een lappendeken van bospercelen, weilanden en akkers. Vanaf de jaren 30 van de 20 e eeuw werd het bos gerooid – om in deze crisisjaren inkomen te genereren – en werden de gronden ook als agrarisch land in gebruik genomen. Sindsdien is het gebied in hoofdlijnen ongewijzigd gebleven. Historische ruimtelijke kenmerken •

Percelen van wisselende grootte, merendeels rechthoekig van vorm.

•

Gebruik als grasland en bouwland.

•

Rechte wegen, deels voorzien van laanbeplanting.

•

Weinig perceelsrandbegroeiing.

•

Bebouwing uitsluitend langs de randen en met name langs de doorgaande weg naar België.

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[56]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

P0h11 - verboste heiderestant Op verschillende plaatsen, met name in de westelijke helft van de gemeente, kome n plekken voor waar er nu bos staat op de voormalige heide, maar waar dat bos niet (grootschalig) lijkt te zijn aangeplant. In de bodem komt er bijvoorbeeld niet of nauwelijks een begreppeling voor. In de Hollandse bossen en langs de Oude Hoogstratensebaan zijn gebieden waar stuifzandreliëf en karrensporen nog helemaal aanwezig zijn, vastgelegd door het begroeid raken van het gebied nadat het niet meer werd gebruikt. Omdat deze gebieden niet onder de (systematische) heidebebossingen zijn onder te brengen, n oemen we ze verboste heiderestanten. Historische topografische kaarten laten vaak ook zien dat de hier aanwezige heide langzaam dichtgroeide, in plaats van in één keer bebost te zijn. Historische ruimtelijke kenmerken •

Bos met onregelmatige, natuurlijke begroeiing.

•

Oorspronkelijk reliëf grotendeels aanwezig.

•

Geen sporen van systematische bebossing zoals rabatten.

•

Wegen langs de rand, soms wel doorsneden door paden.

Figuur 27. Reliëfkaart (AHN2) van het verboste gebied tussen de Hoogstratensebaan en Oude Hoogstratensebaan. Het oorspronkelijke reliëf is hier nog nagenoeg intact, waardoor van een systematische bebossing geen sprake lijkt te zijn. RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[57]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

4.5 Historische dorpskernen P0x1 - historische dorpskern Een aparte categorie binnen de cultuurlandschappen zijn de historische dorpskernen. Dit zijn de gebieden waar in de eerste helft van de 19 e eeuw sprake was van een cluster van min of meer aaneengesloten bebouwing en wegen. Hier is daarom geen sprake van historisch cultuurlandschap maar van een bebouwde kom. Natuurlijk lag deze kom of dorpskern te midden van cultuurlandschap. De grootste aaneengesloten dorpskern is die van Baarle, met uitlopers langs de Kapelstraat en de Pastoor de Katerstraat. Loveren vormde een eigen dorpskern. In alle dorpsk ernen zijn plaatsen te vinden, dit zijn verbrede wegen die onder andere dienden om het vee te verzamelen. Zie ook § 5.2.1.

Figuur 28. Loveren ademt met zijn begroeide plaatse en karakteristieke vrijst aande bebouwing nog de sfeer van de oude dorpskernen van de gemeente. (RAAP, 25 -07-2024).

Ook in Ulicoten en Castelré en de gehuchten Keizershoek en Nijhoven was spraken van een cluster van bebouwing en wegen. Nijhoven is bijzonder omdat midden in deze ker n een grote plas ligt, de Buyckse Kuil. Deze is in 1650 gegraven om het vee te laven en vis te kweken, tevens diende de plas als bluswater. De plas is genoemd naar de familie Buycks, die later eigenaar was van het land waarin de plas ligt. 50 In bijvoorbeeld Loveren werd de watervoorziening geregeld door een pomp op de plaatse.

50

Amaliavansolms.org, z.j., Buyckse Kuil.

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[58]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

Figuur 29. De Buyckse Kuil vormt met zijn aangrenzende weiland en omringende bomen nog altijd het idyllische centrum van Nijhoven. (RAAP, 25-07-2024).

Historische ruimtelijke kenmerken •

Geclusterde bebouwing, vaak afgewisseld met onbebouwde percelen.

•

Meestal gelegen rond een plaatse of een bredere weg.

•

Hoofgebouw van een erf meestal direct tegen de weg aan gelegen.

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[59]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

4.6 Waardering en herkenbaarheid Hierna wordt per waarderingsklasse en ‘herkenbaarheidsgraad’ een korte toelichting gegeven op waar de gebieden met deze scores te vinden zijn en wat algemene karakteristieken van deze gebieden zijn. In het GIS is per gebied een korte toelichting op de score gegeven.

4.6.1

Waardering van het historisch cultuurlandschap

Zeer hoge waarde De gemeente Baarle-Nassau kent een groot aantal gebieden van zeer hoge cultuurhistorische waarde. Het merendeel van deze gebieden bestaat uit jonge heidebebossingen. Vanwege hun intacte landgebruik (bos), geslotenheid en ruimtelijke structuur scoren deze met de gebruikte waarderingscriteria bijna zonder uitzondering zeer hoog. Andere gebieden van zeer hoge cultuurhistorische waarde zijn met name te vinden aan de bovenloop van het Merkske, de zeer regelmatige ontginning van de Huisvennen rond de Bredaseweg, de akker ten zuiden van Loveren en de akker en beemden rond Castelré. Het samenspel van een intact verkavelingspatroon, landgebruik, open/geslotenheid en de situering of afwezigheid van bebouwing maakt dat deze gebieden de cultuurlandschappelijke hoogtepunten van Baarle-Nassau vormen.

Figuur 30. Een zeer waardevol cultuurlandschap: de open akker ten zuiden van Loveren, grenzend aan bebouwingslinten en met vergezichten op de dorpskern. (RAAP, 25-07-2024).

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[60]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

Hoge waarde Een groot deel van het overige landelijk gebied valt onder de categorie ‘hoge waarde’. Hier is het landschap eveneens nog heel erg gaaf, maar op onderdelen gewijzigd, ofwel de waarde als geheel ligt iets lager. Het gaat hier onder meer om veel jonge heideontginning of ontgonnen jonge heidebebossingen. Vaak zijn de hoofdstructuur en het grondgebruik in hoofdlijnen wel origineel, maar zijn de details te veel veranderd om van zeer hoge waarde te spreken. Naast de jongere ontginningen is ook een groot deel van de omgeving van Castelré van hoge cultuurhistorische waarde, evenals de (voormalige) beemden rond het Merkske en De Manke Gooren en een deel van de akkers rond Baarle. In de jonge ontginningen en op de akkers spelen het verdwijnen van historisch groen (bomenrijen, houtwallen of -singels) en het lokaal omzetten van bouwland in grasland een rol. In de beemden is het vooral het verdwijnen van perceelsrandbeplanting dat maakt dat gebieden niet meer helemaal gaaf zijn.

Figuur 31. Rond Castelré en Schootsenhoek zijn bouwlanden omgezet in gras - of weiland waardoor het karakter van de gebieden veranderd is, zeker zoals hier in combinatie met het houden van paarden. (RAAP, 25-07-2024).

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[61]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

Gemiddelde waarde Met name de akkers ten westen van Baarle en die rond Ulicoten, de heideontginningen daartussen en rond de Lei ten oosten van Baarle komen gebieden voor van een gemiddelde cultuurhistorische waarde. Vaak is hier de combinatie van ruimtelijke structuur, landgebruik, open-geslotenheid en de situering van bebouwing maar ten dele origineel. De gemiddelde score is echt wat de naam zegt; deze gebieden zijn in zoverre nog intact dat ze geen lage score verdienen, maar dermate gewijzigd dat ze ook geen hoge score kunnen krijgen. Op sommige plekken is bijvoorbeeld de ruimtelijke structuur wel intact, maar is de geslotenheid verdwenen, waardoor het karakter volledig veranderd is.

Figuur 32. Van de akker ten westen van Baarle is het zeer gesloten karakter met houtwallen of -singels op vrijwel alle perceelsgrenzen geheel verdwenen, terwijl de locaties van bebouwing en het landgebruik niet ingrijpend zijn veranderd. (RAAP, 25-07-2024).

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[62]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

Lage waarde Met name rond Ulicoten, maar ook op plekken ten oosten van Baarle en ten zuiden van Castelré, is het landschap zodanig aangetast, dat het historische cultuurlandschap haast onherkenbaar is veranderd. Het gaat hier vaak om een combinatie van het volledig veranderen van het landgebruik, he t verdwijnen van en substantiële hoeveelheid opgaand groen, een compleet veranderd verkavelingspatroon of een grote toename in de bebouwing. Anders dan in compleet bebouwde gebieden is in gebieden met een lage waarde wel sprake van ruraal gebied.

Figuur 33. Van de door bomenrijen omgeven kleinschalige akkers op de overgang van de grote akker van Schootsenhoek naar het dal van de Hollandsche Loop is niets meer te herkennen. (RAAP, 25-07-2024).

Geringe waarde Op drie plaatsen is het landschap zodanig aangepast, dat van een historisch cultuurlandschap eigenlijk geen sprake meer is. Deze gebieden hebben een geringe cultuurhistorische waarde. Het gaat om de Forellenvijver aan de grens, bij de Eindegoorweg, de crossbaan aan de Nieuwe Strumptse Baan en een volledig vergraven terrein bij Liefkenshoek tussen Parc de Kievit en de rijksgrens.

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[63]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

4.6.2

Herkenbaarheid van het prestedelijk landschap

Hoge herkenbaarheid In met name de historische dorpskernen, de uitlopers daarvan en in enkele bosgebiede n is het landschap van voor de grote toename van de bebouwing nog herkenbaar. Dit vertaalt zich in de dorpskernen in de aanwezigheid van historische kleinschalige en agrarische bebouwing, alsmede de diversiteit aan bebouwing uit verschillende periodes. Soms zijn er ook onbebouwde percelen langs de weg of doorzichten tussen de huizen, zodat het historisch cultuurlandschap tot in de oude dorpskern of het lint beleefbaar is. De huidige verkaveling in deze gebieden is vaak ook een verdichting van het oorspronkelijke verkavelingspatroon. Een groot deel van de uitlopers van Baarle met een hoge herkenbaarheid ligt in Baarle-Hertog. In de bosgebieden met een hoge herkenbaarheid is vaak sprake van de aanwezigheid van een camping of bungalowpark. Het bos is hier slechts plaatselijk gerooid, waarbij overwegend het ‘bosachtige’ karakter van het gebied behouden is. In deze gebieden met hoge herkenbaarheid is ook het patroon van bospaden grotendeels opgenomen in de ontwikkeling.

Figuur 34. De Kapelstraat is een van de uitlopers van Baarle waar het prestedelijk – dat wil hier zeggen het dorpse landelijke – karakter goed herkenbaar is. (Google Streetview).

Middelmatige herkenbaarheid Gebieden waar alleen op enkele hoofdlijnen nog prestedelijke spore n aanwezig zijn, hebben een ‘middelmatige herkenbaarheid’ gekregen. Hieronder vallen onder meer de MOB-complexen en enkele campings, waarbij het bosachtige karakter behouden is maar de wegenstructuur losstaat van de oorspronkelijke structuur van het bos.

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[64]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

De oostkant van de kern van Baarle, en de omgeving van het Hertog Hendrik I Plein en het Nassaupark hebben een middelmatige herkenbaarheid omdat hierin een deel van de historische perceelsgrenzen en ook de enclavegrenzen leidend zijn geweest voor de hoofdrichting van de huidige verkaveling. In de oostkant van Baarle zijn ook prestedelijke wegen opgenomen in de huidige bebouwde kom. Lage herkenbaarheid In gebieden met een lage herkenbaarheid zijn geen structuren van het oorspronkelijke landschap opgenomen in de stedelijke ontwikkeling, of is door de schaal van de (agrarische) bebouwing de relatie met het historisch cultuurlandschap geheel verdwenen. Onder deze laatste vallen bijvoorbeeld de grote stallencomplexen aan het Hoogeind of in Klein Bedaf, maar ook het mengvoederbedrijf en de enorme kassen bij Ulicoten. De dorpsuitbreidingen en sportcomplexen aan de zuid- en noordkant van Baarle (gelegen in resp. Baarle-Hertog en Baarle-Nassau) hebben ook een lage prestedelijke herkenbaarheid. Historische wegen, verkavelingen of groenstructuren zijn volledig verdwenen en vervangen door een geheel nieuw stedelijk weefsel. In het noordelijk deel van het dorp hebben zelfs de enclavegrenzen geen rol gespeeld bij de inrichting van de woonwijken.

Figuur 35. De enclavegrens (rijksgrens) gaat diagonaal over de Hertogenstraat en doorsnijdt enkele van de rijtjeshuizen aan weerszijden van de weg. De grens is niet gemarkeerd op de straat en bij het ontwerp van de wijk heeft de grens ook geen rol gespeeld. (Google Streetview).

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[65]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

5 Landschapselementen 5.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een korte toelichting gegeven op de landschapselementen die gekarteerd zijn voor de cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Hierin worden de achtergrond van hun bestaan en hun functioneren beschreven om een algemeen beeld te schetsen van dit type element in de gemeente. Waar mogelijk worden bijzonderheden genoemd.

5.2 Verkeer en vervoer 5.2.1

Wegen

Met de ontginningen vanaf de middeleeuwen kwam een groot deel van het huidige wege npatroon tot stand. De wegen dienden vooral om de desbetreffende akkers of graslanden te bereiken, slechts enkele hadden een belangrijke doorgaande functie. De wegen werden aangepast aan de landschappelijke situatie en kenden dan ook een slingerend verloop . Tussen de ‘cultuurgronden’ lagen de wegen min of meer vast. Om reizigers op het bestaande pad te houden werden langs de wegen bomen aangeplant en greppels uitgegraven. Zodra deze wegen de woeste gronden bereikten waren ze niet meer plaatsvast en ‘waaierden’ ze uit. Doordat vooral in winterperiodes in de diep ingesneden karrensporen water bleef staan, werd op de woeste gronden regelmatig een nieuwe route gevolgd, veelal parallel aan de oude weg. De wegen lagen voornamelijk op de hogere delen van het lands chap, veelal aan de rand van de dalen. Deze ligging op de overgang tussen akkerlanden en de hooi - en weilanden was bovendien de ideale locatie voor de boerderijen. Deze ‘grensligging’ kwam voort uit de eisen die het gemengde landbouwbedrijf stelde. Tussen de boerderij en het bouwland werden mest, plaggen en oogst vervoerd. Het was bijgevolg zeer gunstig om de bouwlanden dicht bij de boerderij te hebben. Het vee had anderzijds weidegrond nodig.

Bij gebrek aan goede graslanden dienden de gemeenschappelijke heidegebieden als extensief weidegebied. Doordat de boerderijen tussen het bouwland en het weidegebied lagen, kon het vee niet op de akkerarealen terecht komen. 51 Baarle-Nassau ligt, zoals bekend, op de grens van België en Nederland, maar is niet een van de belangrijkste oversteekplaatsen tussen de twee landen. Het ligt tussen Breda en Eindhoven, waar over de grote wegen meer verkeer langskomt. Het oorspronkelijke wegenpatroon is grotendeels intact gebleven. Een enkele weg is uitgebouw tot provinciale weg en in recente jaren is een rondweg om het dorp aangelegd. Echt grootschalige weginfrastructuur komt in de gemeente niet voor. De eerste wegen in de gemeente zijn mogelijk al aangelegd in de Romeinse tijd, met belangrijke verbindingen zoals Turnhout-Breda, Nijmegen-Antwerpen, en Maastricht-Domburg. 52 Vervolgens is het wegenpatroon steeds uitgebreid met wegen en paden tussen de bewoningskernen, voornamelijk zandpaden waarover men zich met karren vervoerde. In de zeventiende en achttiende eeuw werden de wegen in de Baronie van Breda verbeterd. 53 De weg tussen Turnhout en Ginneken, die ook door Baarle -Nassau loopt, werd geëffend. Voorheen kronkelde deze weg over de heide tussen Baarle en Ginneken.

Om de weg te verbeteren, werden dennenbomen geplant langs de route en greppels gegraven om regenwater af te voeren, zodat er geen modderpoel

51

Renes 1999. Joosen, 2006, 22. 53 Joosen, 2006, 23. 52

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[66]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

zou ontstaan. Uiteindelijk werd de weg verhard met kasseien, vooral omdat er tijdens de Spaanse Successieoorlog (1701-1713) veel gebruik van de wegen werd verwacht. De kosten van deze verbeteringen werden verdeeld over Baarle, Goirle en Alphen, waarbij elk dorp verantwoordelijk was voor het onderhoud binnen hun bebouwde kom, maar niet voor de wegen tussen de dorpen. In de Franse tijd vielen de Fransen de Baronie van Breda binnen. De weg b ij Boschoven, genaamd de Franse Baan, diende als route voor de Fransen om met hun geplunderde voorraad naar Tilburg op te trekken. 54 Deze historische wegen vormen nog steeds belangrijke verbindingen tussen Baarle -Nassau en de omliggende dorpen binnen en buiten de gemeente. Het wegenpatroon van de kaart van 1832 laat zien hoe de wegen vanuit Baarle-Nassau als het ware uitwaaieren naar de dorpen (figuur 36).

Figuur 36. Kaart van Baarle-Nassau met de ingetekende wegen en paden van vóór 1832.

54

Joosen, 2006, 26.

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[67]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

Door de heidegebieden, zoals de Strumptsche Heide, de Groote Heide, de Turnhoutsche Heide en de Rethsche Heide, liepen in 1832 grotendeels nog geen vaste wegen. Hoewel op de woeste gronden al eerder paden konden ontstaan door herhaald gebruik – bijvoorbeeld uitwaaierende karrensporen – werden deze niet als bestendige wegen vastgelegd en zijn ze op kaarten uit die tijd nauwelijks terug te vinden. In de loop van de negentiende en twintigste eeuw werden de heidegebieden geleidelijk ontgonnen en ontsloten, waardoor ook daar een steeds dichter netwerk van wege n ontstond. Deze gebieden worden gekenmerkt door veelal rechte wegen. De bossen en landgoederen die op de heidevelden ontstaan zijn, hebben ook een kaarsrecht wegen- en padenpatroon en zijn planmatig aangelegd. Over de Tommelsche Heide liepen in de 19e eeuw al enkele kronkelende wegen, maar die zijn in de loop van de tijd verdwenen en hebben plaatsgemaakt voor een rechtere wegenstructuur. Naast wegen kwamen veel paden voor, die de ontsluiting van percelen vergemakkelijkten of kortere verbindingen mogelijk maakten. Veel van deze paden zijn inmiddels ook alweer verdwenen, waarschijnlijk door de mechanisering van de landbouw. Sommige middeleeuwse dorpen en gehuchten kenmerken zich door het voorkomen van een driehoekig pleintje of ‘plaatse’. 55 Deze pleintjes waren gemeenschappelijk en dienden voor het verzamelen van het vee.

Vanuit de hoekpunten vertrokken wegen, voornamelijk veedriften, naar de weidegronden. De plaatsen waren veelal voorzien van een poel voor het drenken van het vee, voor bluswater en zelfs voor het kweken van vis (o.a. in Nijhoven). In Nijhoven (de Buyckxe kuil) en het centrum van Loveren (met de Kranenpoel) is een plaatse aanwezig. 56 Al in 1655 krijgen de buurtbewoners van de Buyckxe kuil toestemming om onder meer vis te kweken. De langwerpige, driehoekige plaatse in het gehucht, waarvan de oudste vermelding uit 1333 stamt, is nog steeds herkenbaar . Verder valt uit historische kaarten af te leiden dat o.a. Keizershoek, Tommel en Eikelenbos ook een plaats e hadden.

5.2.2

Spoorwegen

De eerste en enige spoorverbinding in Baarle-Nassau staat bekend als het Bels Lijntje, een verbinding tussen Tilburg en Turnhout via Baarle-Nassau. 57 De bouw van dit spoor begon in 1865 door de Grand Central Belge (GCB), wat ook de naam 'Bels Lijntje' verklaart. Later, in 1898, w erd het Nederlandse deel van de spoorlijn eigendom van de Staatsspoorwegen, omdat de kortste route tussen Amsterdam en Parijs via deze lijn liep en men de verbinding wilde verbeteren. De komst van deze spoorlijn had veel invloed op de omgeving omdat er div erse gebouwen nodig waren voor het goed functioneren van het spoor. Zo kwam er een groot station in het centrum van Baarle Nassau en werden er tien wachthuisjes binnen de gemeente naast het spoor gezet op verschillende locaties. Het station is nog steeds intact en wordt nu gebruikt als restaurant. Van de wacht- en seinhuisjes is er ook nog een aantal bewaard gebleven. In 1906 werd het spoorwegemplacement Weelde-Statie / Baarle-Nassau Grens in gebruik genomen zodat doorvoer van personen en goederen via de douane op de grens kon plaatsvinden. 58 Op deze plaats kwam een locomotievenloods met plaats voor acht locomotieven, draaischijf en een groot rangeerterrein. Dit rangeerterrein strekte zich uit aan beide zijden van de grens en bestond uit 24 parallelle sporen, wat nog steeds zichtbaar is in de huidige verkaveling van het gebied.

De draaischijf was 18 meter in doorsnede en woog ongeveer 67.000 kilo, zodat locomotieven op zes sporen binnen konden rijden (figuur 37). De plek waar de draaischijf zich bevond is nu bebost, maar de contouren van de schijf zijn nog goed te zien (figuur 38).

55

De Bont, 1989. Leenders, 1999. 57 Van de Meene en Veen, 1977, 194. 58 Van der W eerden, van der Veken & Janssens, 2020, 52. 56

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[68]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

Figuur 37. De draaischijf in aanbouw in 1906. (Heemkundekring Amalia van Solms, objectnummer #002096-11).

Figuur 38. Overblijfsel van de locomotieven-draaischijf in 2004. (Heemkundekring Amalia van Solms, objectnummer 416.A.040a).

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[69]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het spoor bij de grens afgesloten vanwege het prikkeldraad dat door de Duitsers langs de hele grens was gespannen. 59 Na 1918 werd het spoor weer geopend. Echter, door de opkomst van het busverkeer werd het personenvervoer op het Bels Lijntje gestaakt, hoewel het goederenvervoer doorging tot 1 juni 1973. Van 1974 tot 1982 werden er nog toeristische stoomtreinritten georganiseerd van Tilburg tot aan de grens en terug. 60 Het onderhoud van de spoorlijn nam echter sterk af en de Stichting Stoomtrein Tilburg-Turnhout ging failliet, waardoor al het verkeer op deze spoorlijn definitief stopte. Inmiddels is het tracé van het Bels Lijntje omgevormd tot fietspad: een praktische herbestemming van het re chte, obstakelvrije spoortracé én een blijvende herinnering aan de voormalige spoorlijn, met onderweg nog zichtbare sporen van het spoorverleden.

5.3 Waterstaat In het gebied van Baarle-Nassau behoort het Merkske tot een van de meest herkenbare waterlopen of beekjes van de gemeente. De beek is geheel intact gebleven en nooit vergraven omdat het precies op de grens tussen Nederland en België ligt waardoor het nooit duidelijk was wie er beslissingen over mocht maken. 61 De meanders zijn dus geheel natuurlijk, wat vrij ongebruikelijk is in rationeel Nederland. Voor het grootste gedeelte volgt de grens nog steeds de huidige meanders, op een paar kleine afwijkingen na. De loop van de beek komt ook nog zo goed als overeen met hoe die op de kaart van 1832 staat aangegeven. De beekdal is naar Brabantse normen relatief diep ingesneden. 62 Verder komen er in de gemeente geen grote kanalen voor, maar lopen er veel smalle waterlopen en beekjes tussen de percelen en langs de wegen. 63 Die werden vooral voor de ontwatering aangelegd. Aan het eind van de 19 e eeuw vond er namelijk een ontwateringspiek plaats ten tijde van de herbebossing. In de loop van de 20 e eeuw verdween het bos geleidelijk weer, waarbij het overging in landbouwgrond. Hierbij werd de ontwatering verder gereguleer d. Ook kwamen er in het gebied veel poelen en vennen voor, waar inmiddels een groot deel weer van is verdwenen. Vennen zoals de Eende goor Ven en de Huys Ven zijn nog wel aanwezig.

De afwatering van het gebied gebeurt via verschillende stroomgebieden die vanaf het hoger gelegen gedeelte aan de oostzijde afwateren naar het westen. Op de hoogtekaart is goed te zien waar deze stroomgebieden zich bevinden (figuur 39). Een deel van het water wordt afgevoerd via het Merkske, die overgaat in de Mark. Deze beek stroomt door tot Breda, waar hij verdergaat als rivier en uiteindelijk via het Volkerak in de Noordzee uitmondt.. Ook de Reutsche loop en de Bremer zijn belangrijke afwateringsbeken. De laatste twee voegen net voor de westelijke grens van de gemeente samen en gaan verder als de Heerlese loop. Deze mondt uiteindelijk uit in de Mark bij Groot Eisel.

59

Joosen 2006, p. 80. Van der W eerden, van der Veken & Janssens, 2020, 52. 61 Everts & de Vries, 2002, 26. 62 Everts & de Vries, 2002, 26. 63 Everts & de Vries 2002, 26. 60

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[70]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

Figuur 39. De inventarisatie van Waterstaat geprojecteerd de hoogtekaart.

5.4 Bestuur en recht Grenzen Baarle-Nassau staat bekend om het ingewikkelde grenzenpatroon. In de gemeente zijn 30 enclaves, 22 van België en 8 van Nederland. In 1198 vond een belangrijke verdeling plaats. Baarle kwam door vererving in handen van hertog Hendrik I van Brabant 64. Als beloning voor bewezen krijgsdiensten schonk hij ontgonnen gronden aan zijn manschappen. Hij stichtte steden zoals 's-Hertogenbosch, Eindhoven, Turnhout en Hoogstraten. Door deze ontginningen kon de hertog zijn macht uitbreiden naar het noorden, wat leidde tot conflicten met Dirk VII, graaf van Holland. Tussen Brabant en Holland bevond zich echter Godfried II van Schoten, Heer van Breda. Beide partijen wilden Breda in hun bezit krijgen en maakten er aanspraak op. Uiteindelijk droeg Godfried II zijn eigendomsrechten over in ruil voor bescherming door de hertog van Brabant. Als compensatie kreeg de heer van Breda uitgestrekte woeste gronden van de hertog. Hij gaf grote stukken heide en vennen op, maar behield expliciet de leengoederen die hij al aan zijn trouwe dienaren had toevertrouwd, waaronder het dorp Baarle, vanwege de accijnzen die hij daar kon innen. Later ontstond er een bestuurlijke scheiding tussen de heerlijkheden, wat resulteerde in Baarle -onderBreda en Baarle-onder-den-Hertog. De laatste werd later onderdeel van het Land van Turnhout. Er

64

Van der W eerden, van der Veken & Janssens, 2020, 44.

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[71]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

waren echter weinig verschillen tussen de twee Baarles; beide vielen ond er het hertogdom Brabant: Baarle-Hertog rechtstreeks en Baarle-Nassau via de heer van Breda, die een leenman was van de hertog van Brabant. Bij de Vrede van Münster in 1648 werd een grens getrokken tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. Hierdoor werd het Land van Turnhout, met Baarle-Hertog, onderdeel van de Zuidelijke Nederlanden, en de Baronie van Breda, met Baarle -Nassau, onderdeel van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. De enclavegrenzen werden vanaf dat moment rijksgrenzen. Toen in 1843 de grens tussen Nederland en België officieel werd vastgesteld, was het in BaarleNassau onmogelijk om de grens als doorlopende lijn te markeren. 65 Er werd dus besloten om de grenspaal 214 te plaatsen op het punt waar de gemeente Alphen stopte en grensp aal nummer 215 te plaatsen waar gemeente Chaam begon. De grens tussen Baarle -Nassau en Baarle-Hertog is dus nooit met grenspalen gemarkeerd. Bovendien werden de enclavegrenzen pas in 1995 als rijksgrenzen erkend. Tegenwoordig zijn de grenzen gemarkeerd op straat en zijn de huisnummers van de huizen in de gemeente voorzien van de kleuren van de vlaggen van het land waarin ze staan (figuur 40). Op die manier is het duidelijk in welk land men zich bevindt.

Figuur 40. Grensaanduiding door speciale stoeptegels op voetpaden . (Heemkundekring Amalia van Solms, objectnummer GN2008-3340).

65

Janssen, 2021, 41.

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[72]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

5.5 Landbouw en bosbouw Voor het thema landbouw en bosbouw is al het historisch groen gekarteerd in de gemeente wat er in 1959 was, en nu nog steeds is. Baarle-Nassau, als plateaulandschap met een laag dekzand, wordt gekenmerkt door de vele houtwallen en bomenrijen die langs wegen, percelen en in het beekdal voorkomen. Ze zorgen voor een kleinschalig landschap en het patroon dateert vaak al uit de middeleeuwen toen de landen rondom het beekdal werden ontgonnen. 66 De primaire functie van een houtwal is het binnen houden van vee of het buiten houden van wilde dieren. Om later zandverstuiving tegen te gaan, kregen houtwallen een secundaire functie als stuifzandvanger. Door de begroeiing op de wallen werd het zand immers vastgelegd. Waarschijnlijk werden ook vele wallen en bossen aangelegd om de zandverstuivingen te stoppen. Vooral in het zuidoosten, waar de beekdal van het Merkske ligt, komen de houtwallen voor en ook broekbosjes rond natte graslanden. Daarnaast is er in de gemeente veel bos aanwezig. Het bosareaal bereikte zijn hoogtepunt rond 1900, toen grote delen van de voormalige heide waren bebost. Sindsdien zijn veel heidebebossingen ontgonnen voor de landbouw. Bij Landgoed het Hooghuis, gelegen bij Huisvennen, dat in de negentiende eeuw is ontstaan, werden bijvoorbeeld productiebossen aangelegd met naaldhout.

67 Tussen 1920 en 1930 werden delen hiervan weer ontgonnen als landbouwgebied, maar de hoofdstructuur is nog te herkennen aan het wegen- en percelenpatroon. Landgoed de Kievit, ten zuidoosten van het dorp Baarle-Nassau, zorgde ook voor bebossing rond het jaar 1900. In de jaren 20 is dit park opnieuw aangelegd naar ontwerp van een Franse tuinarchitect. Aan de weg Keltenvelden is in het reliëf nog een groot complex van raatakkers aanwezig. Raatakkers worden ook wel celtic fields genoemd, vertaald Keltische velden. De straatnaam zal hiernaar verwijzen. Het reliëf is het best bewaard gebleven in het bosperceel, al is hier ook een structuur van rabatten overheen aangelegd. Aan de oostzijde van de weg, op de open akker, is vanwege het gebruik van de grond het reliëf veel minder sterk aanwezig.

Figuur 41. Het raatakker-reliëf rondom de Keltenvelden is goed zichtbaar op de hoogtekaart. ( Leenders & Arnoldussen, 2021, fig. 3.8).

66 67

Everts & de Vries, 2002, 26. Cultuurhistorische W aardenkaart Noord-Brabant, 2024.

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[73]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

5.6 Funerair erfgoed In Ulicoten ligt het rooms-katholiek kerkhof achter de Sint-Bernarduskerk. Dit kerkhof heeft een rechthoekig grondplan, omgeven door een haag en afgesloten door een tweedelige metalen poort. Op het kerkhof bevinden zich ook drie oorlogsgraven van het Gemenebest, van Britse soldaten van het 1/4th Battalion The King's Own Yorkshire Light Infantry die gesneuveld zijn op 13 oktober 1944. 68 Bij Nijhoven ligt de Sint-Salvatorkapel op een plek met een rijke geschiedenis. In de 8 e eeuw stond hier al een houten kapel met een begraafplaats. 69 In de 10 e eeuw werd deze vervangen door een houten zaalkerkje. Vervolgens werd in de 11 e eeuw een drieschepige houten kerk gebouwd, die in de 14 e eeuw plaats maakte voor een stenen kerkgebouw. Dit gebouw werd helaas in 1582 verwoest door een brand. Daarna werd er nog een kapel gebouwd maar die werd omstreeks 180 7 op het koor na weer afgebroken. Uiteindelijk verrees in 1930 de huidige Sint-Salvatorkapel op deze historische plek. Tijdens opgravingen in 2020 werden er 131 graven gedefinieerd, waarvan de meeste buiten de kapel liggen, vooral ten zuiden daarvan. 70 Vanaf 1778 werd het verboden om in een kapel of kerk te begraven vanwege de stankoverlast, andere ongemakken en het gevaa r voor de volksgezondheid. Daarna werd er dus uitsluitend op het kerkhof begraven.

Het dorp Baarle-Nassau heeft ook een bijzonder rooms-katholiek kerkhof. Dit kerkhof ligt naast de Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand-kerk aan de Nieuwstraat. Hier zijn twee Nede rlandse verzetsstrijders, Adrianus van Gestel en Gradus Gerritsen, begraven. 71

5.7 Oorlog en defensie 5.7.1

Middeleeuwen

In de huidige provincie Noord-Brabant werden in de middeleeuwen zo’n driehonderd kastelen gebouwd , met als doel een plek te verdedigen en macht over de omgeving uit te stralen. 72 Ook in Baarle-Nassau heeft een kasteel gestaan (figuur 42). Rond het jaar 1358 werd het kasteel Bruhese, ook wel kasteel Loveren genoemd, voor het eerst vermeld. 73 Het kasteel bevond zich ten zuidwesten van het dorpje Loveren. Het was dan nog een eenvoudige hoeve, maar in 1448 werd die voorzien van een brug en was het kasteel dus omgracht. In 1870 werd het kasteel, inmiddels vervallen, afgebroken en in 1914 werden de grachten gedempt. Inmiddels is er niks meer over van het kasteel . Aan de Goorweg in Loveren ligt het omgrachte terrein van wat het huis van de meier zou zijn geweest. Het perceel is nog intact en in de lager gelegen randen zijn de contouren van de gracht nog herkenbaar. Op het terrein zouden nog funderingsresten van het huis aanwezig moeten zijn. 74

68

Oorlogsgravenstichting.nl Van der W eerden, van der Veken & Janssens 2020, 66. 70 Van der W eerden, van der Veken & Janssens 2020, 61. 71 Oorlogsgravenstichting.nl 72 SKBL 73 Van Boven, 1982, 148. 74 Informatie aangeleverd door Heemkundekring Amalia van Solms. 69

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[74]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

Figuur 42. Kasteel Loveren (Bruheze). Zwartkrijttekening door D.L. Schurman s, 1870 te Baarle-Hertog. (Beeldbank Regionaal Archief Tilburg, fotonummer: 084592).

5.7.2

Lange 19 e eeuw (1815-1914)

In 1900 werd op initiatief van oud-KNIL’er Simon Slockers “Schietvereniging Oranje” opgericht, niet voor de sport maar ‘ter verhoging van ’s lands weerbaarheid’. Door de vereniging werd op grond die deels van Slockers zelf was, en deels van anderen is aangekocht, in 1902 een schietbaan aangelegd. Een duin, dat verder werd opgehoogd, diende als kogelvanger. Langs de lange schietbaan werden greppels gegraven en er werden twee blokhutten gebouwd. De schietbaan bleef in gebruik tot en met de Tweede Wereldoorlog, doen de Duitse bezetter ze voor oefeningen gebruikte. Na de oor log is de schietbaan in verval geraakt. Het tracé van de schietbaan, met deels nog de greppel erlangs, en de kogelvanger (Schietberg genoemd) zijn nog herkenbaar. 75

5.7.3

Eerste Wereldoorlog (1914-1918)

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Nederland neutraal, maar België was wel onder staat van beleg. De Duitsers – die België bezetten – konden echter de Belgische enclaves in Baarle niet in bezit nemen zonder over Nederlands grondgebied te gaan. De Belgische enclaves behoorden daarom tot ‘Vrij België’. Vanwege deze situatie werd het postkantoor in Baarle-Hertog niet gecontroleerd, wat erin resulteerde dat het veel gebruikt werd om brieven te smokkelen naar het front. 76 Verder stond er in een van de enclaves een zendstation, met de naam MN7, gebouwd door de Belgen in 19 15. Dit werd via Nederland binnen gesmokkeld. Via de zendmast konden de Belgen Duitse berichten onderscheppen en contact houden met het hoofdkwartier. Een replica staat nu op het kruispunt van de Leliestraat en de Boschovenseweg (figuur 43).

75 76

Benschop, 2022, 75. Busio, 2023.

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[75]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

Figuur 43. Zendmast MN7, gelegen op de grens van een enclave. (Zendstation MN7 – Baarle-Hertog, Belgium Atlas Obscura).

De grens aan de rand van de gemeente werd goed bewaakt door aan de ene kant het Nederlandse leger, dat de neutraliteit moest bewaren, aan de andere kant door het Duitse leger dat moest voorkomen dat smokkelaars, gevangenen of spionnen de grens overstaken naar het neutrale Nederland. Om dit makkelijker te maken spanden de Duitsers het zogenoemde ‘dodendraad’ langs de grens. 77 Dit hek met stroomdraden onder een elektrische spanning van 2000 volt moest mensen tegenhouden om de oversteek te maken. Er werden toch pogingen gedaan, die soms fatale gevolgen hadden, vandaar de naam ‘dodendraad’. Tegenwoordig zijn er op verschillende plaatsen replica’s van het Dodendraad neergezet langs de grens, zo ook bij Baarle-Nassau in Zondereigen, vlakbij de Belgisch-Nederlandse grens.

77

Joosen 2006, p. 80.

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[76]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

Figuur 44. Duitse soldaat aan de elektrische draadversperring bij Baarle -Nassau. (Heemkundekring Amalia van Solms).

5.7.4

Tweede Wereldoorlog

De Tweede Wereldoorlog heeft meer fysieke sporen nagelaten in de gemeente dan de Eerste Wereldoorlog. Zo werden er in 1944 loopgraven gegraven door Duitse troepen ter verdediging van dit gebied. 78 In 2020 zijn ze opnieuw uitgegraven en weer te zien in het bos ten westen van het voormalig station Baarle-Nassau Grens. Ten oosten van het huidige landgoed Hooghuys is in het bos een krater van 2 meter diep te vinden. Deze is veroorzaakt door een inslag van een V1 -raket.Omdat de raketten niet erg nauwkeurig waren, raakten ze niet altijd het beoogde doel. 79 De exacte reden waarom hier een raket is ingeslagen is dus niet bekend, en de exacte datum van de inslag ook niet . Rondom Baarle-Nassau verstopten de Duitsers hun tanks in zogenaamde tankgaten. Ze hadden een hellende bodem en waren aan drie zijden omgeven met een aarden wal. Op die manier konden de Duitsers ongemerkt op de vijand schieten. Verder liggen er op de rooms-katholieke begraafplaats in Baarle-Nassau zes gesneuvelde soldaten begraven uit het Gemenebest. 80 Tevens liggen er twee verzetsstrijders uit Nederland in een gemeenschappelijk graf en een Britse piloot die in oktober 1944 overleden is , en op het kerkhof in Ulicoten liggen drie Britse soldaten die op 13 oktober 1944 zijn gesneuveld.

78

Tracesofwar.nl Tracesofwar.nl 80 Oorlogsgravenstichting.nl 79

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[77]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

5.7.5

Koude Oorlog (1945-1991)

Tijdens de Koude Oorlog werden er tussen 1951 en 1961 zogenaamde mobilisatiecomplexen (MOB complexen) gebouwd op strategische plekken door het land ter voorbereiding op een mogelijke aanval door de Sovjet-Unie. Het waren militaire faciliteiten die mobilisatie en concentratie van NAVOstrijdkrachten faciliteerden. In Baarle-Nassau werden een mobilisatiecomplex en drie munitiemagazijncomplexen, genoemd Ulicoten A, B en C, gebouwd. 81 Inmiddels zijn alle gebouwen van het MOB-complex en de munitiemagazijncomplexen A en C gesloopt, maar zijn ze nog wel goed te herkennen in het landschap. Complex B is inmiddels afgestoten, maar nog wel volledig intact ( figuur 45). In de periode van de Koude Oorlog zijn er enkele kelders van het klooster aan de Pastoor de Katerstraat beoordeeld door instanties van Defensie. De kelder van de ‘tussenbouw’, het deel met de lange gevel aan de Pastoor de Katerstraa staat en min of meer Amsterdamse School -stijl heeft, is toen als een atoombestendige schuilplaats beoordeeld.

Figuur 45. Luchtfoto van Munitiemagazijncomplex Ulicoten B. (defensiefotografie.nl).

5.8 Nutsvoorziening Bovengrondse laagspanningsleiding Castelré is een van de weinige plaatsen in Nederland waar de stroomvoorziening van woningen en bedrijven nog bovengronds geplaatst is, en de enige buiten de laagveengebieden van Zuid -Holland. 82

81 82

Defensiefotografie.nl Energeia, 2022.

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[78]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

Deze stroomleiding met zijn voor Nederland unieke betonnen palen bepaalt voor een belangrijk deel de beleving van deze omgeving vanaf de openbare weg. De leidingen hebben een totale lengte van 7 kilometer en er staan 181 palen. Het net kwam vanaf 1952 tot stand nadat de gemeente Baarle-Nassau een overeenkomst had gesloten met de Belgische gemeente Minderhout. Castelré lag dichter bij Minderhout dan bij Baarle en de inwoners van Castelré waren parochianen van Minderhout. Daarom was het logisch dat h et gehucht op het stroomnet vanuit Minderhout zou worden aangesloten. Ook had de P.N.E.M. aangegeven geen interesse te hebben in uitbating van de stroomvoorziening van Castelré. Besloten werd dat de gemeente Baarle-Nassau de kosten bijeen zou brengen voor de aanleg van het net, maar dat de gemeente Minderhout over een periode van 30 jaar deze kosten zou afdragen aan Baarle-Nassau, waarmee de palen en leidingen eigendom zouden worden van Minderhout. Jaarlijks werd hiervoor een vaste annuïteit van 49.000 frank betaald. De gemeente Baarle-Nassau verplichtte zich gedurende zeker 40 jaar jaarlijks 22.000 kW af te nemen, waarvan 15.000 kW licht en 7.000 kW kracht, tegen een tarief van 5,- fr. resp. 3,75 fr.. daarnaast was de huur van de “compteur” (stroommeter) 20 fr. en de abonnementsvergoeding 10 fr.

Tot aanleg en exploitatie van het stroomnet onder deze voorwaarden werd gesloten op de zitting van de gemeenteraad van Minderhout van 19 juli 1952. 83

Figuur 46. Het voor Nederland unieke straatbeeld van Castelré met bovengrondse stroomleidingen aan betonnen palen. (RAAP, 25-07-2024).

83

Uittreksel uit het register van beraadslagingen van de gemeenteraad van Minderhout, zitting van 19 juli 1952. Aangeleverd doo r de Heemkundekring Amalia van Solms. RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[79]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

6 Bouwkunst en stedenbouw 6.1 Inleiding De gemeente Baarle-Nassau kent een groot aantal waardevolle bouwwerken en stedenbouwkundige ensembles. We hebben ze op de kenmerkenkaart (als kaartbijlage bijgevoegd) onderscheiden naar hun aard (bouwkunst of stedenbouw) en waar nodig naar beschermingsniveau.

6.2 Historische bouwkunst 6.2.1

Resultaten bouwkunstinventarisatie

De bouwkunstinventarisatie omvat 357 objecten. In de meeste geval len gaat het om individuele gebouwen zoals boerderijen en woningen, of kleinere objecten, bijvoorbeeld veldkapellen, kruisen en oorlogsmonumenten. Dubbele woningen, woningblokken of woningcomplexen zijn, indien ze vanuit één ontwerp zijn ontstaan, als één item geïnventariseerd. Dit geldt ook voor kleine complexen die bestaan uit een hoofdgebouw en één of meer bijgebouwen. Denk hierbij aan boerenerven met een boerderij en een bijschuur. Ook gesplitste gebouwen (bijvoorbeeld in twee woningen gesplitste langgevelboerderijen) zijn als bouwkundig geheel en dus als één item op de kaart gezet. De geïnventariseerde objecten zijn geordend in verschillende erfgoedthema’s en typologische onderverdelingen. Rijksmonumenten De huidige lijst van rijksmonumenten, zoals gehanteerd door de gemeente Baarle-Nassau en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed omvat 15 items. We zijn bij het karteren uitgegaan van de bouwkundige eenheden met afzonderlijke registratienummers. Objecten met meer dan één huisnummer, maar met één reg istratienummer, zijn als één item in de inventarisatie opgenomen. Verder is de omschrijving van het monument, met eventueel aanwezige bijgebouwen, zoals vastgelegd in de redengevende omschrijvingen, leidend geweest voor het karteren van de rijksmonumenten.

Door ons geconstateerde onjuistheden in de adressering of in de ligging van objecten op de kaart met rijksmonumentenpunten en rijksmonumentencontouren van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zijn in de inventarisatie zoveel mogelijk gecorrigeerd. Gemeentelijke monumenten De huidige lijst van gemeentelijke monumenten, zoals gehanteerd door de gemeente Baarle -Nassau omvat, na enige correcties, 40 bouwkundige eenheden. Eén van de gemeentelijke monumenten, de kapel met kruiswegstatie aan de Bosstraat bij Ulicoten, blijkt op Belgisch grondgebied te staan. Ook hier zijn we bij het karteren uitgegaan van de bouwkundige eenheden. Objecten met meer dan één huisnummer, maar met één registratienummer, zijn als één item in de inventarisatie opgenomen. Verder is de omschrijving van het gemeentelijke monument, met eventueel aanwezige bijgebouwen, zoals vastgelegd in de redengevende omschrijvingen, leidend geweest voor het karteren van de gemeentelijke monumenten.

RAAP-rapport 7401 / versie 06-05-2025

[80]

Cultuurhistorische waardenkaart van Baarle-Nassau. Inventarisatie en waardering van historisch cultuurlandschap, bouwkunst en stedenbouw .

Karakteristieke panden De gemeente Baarle-Nassau heeft geen karakteristieke of beeldbepalende panden aangewezen. Nieuwe inventarisaties Er zijn 302 objecten en complexen aan de inventarisatie toegevoegd die op dit moment geen status als rijksmonument, gemeentelijk monument of karakteristiek hebben. Zo ’n 38% van deze nieuwe inventarisaties bestaat uit gebouwen, complexen en objecten uit de periode na 1940. Nog eens 56% dateert uit de eerste helft van de 20 e eeuw. De rest van de objecten is gebouwd in de periode voor 1900. De onderstaande tabel geeft een beeld van de aantallen geïnventariseerde rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, karakteristieke panden en de nieuwe inventarisaties. Voor de toelichting bij de waardering zie § 2.3.2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15887133/1