3.7 - Bijlage 1 - TAM Omgevingsplan Grens 32
Tekst van het document
Motivering TAM- Omgevingsplan, Grens 32 Baarle-Nassau
|53
motivering (Archeologisch rapport: AM23550, d.d. 08 februari 2024). Op basis van dit onderzoek wordt geconcludeerd dat er in het plangebied geen archeologisch sporen te verwachten zijn. Selectiebesluit Op 17 december 2024 is er een selectiebesluit genomen door de gemeente Baarle-Nassau (opgenomen als bijlage 8). Het advies is om in te stemmen met het advies van uit het archeologisch onderzoek om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Uit het onderzoek blijkt dat de kans op het aantreffen van behoudenswaardige archeologische waarden klein is. Geadviseerd wordt om de Archeologische Monumentenzorg af te ronden en het plangebied vrij te geven voor de geplande bouwactiviteiten. De dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie’ in het bestemmingsplan kan voor het plangebied verwijderd worden. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning BOPA.
Het planvoornemen wordt op basis van artikel 5.129g Bkl niet aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Verdere toetsing aan de Ladder is derhalve niet noodzakelijk. Landschappelijke waarden en ruimtelijke kwaliteit Op basis van de Omgevingsvisie van de gemeente Baarle-Nassau bevindt het plangebied zich in het landschapstype ‘jonge landschap’. Voor de omgevingsvisie wordt het jonge landschap als één gebied aangemerkt vanwege de overeenkomsten in karakter en dynamiek. Om het overzicht te behouden, zijn echter wel subgebieden benoemd, zoals De Bedafsche Heide, De Rethsche Heide, De Tommelsche Heide, De Strumptsche Heide en de Ulicootsche Heide. Het plangebied bevindt zich in het subgebied de Tommelsche Heide. De belangrijkste landschappelijke kwaliteit van het buitengebied van Baarle-Nassau is de herkenbaarheid van de verschillende landschapstypen. De kenmerken van de landschapstypen zijn verschillend, zorgen voor afwisseling, maken oriëntatie mogelijk en maken het landschap leesbaar. Hierdoor is de ontstaansgeschiedenis als het ware uit het landschap af te lezen. De landschappelijke kenmerken binnen het plangebied zullen worden versterkt met een landschapsplan en kwaliteitsverbetering. In de planregels van dit TAM Omgevingsplan is hiervoor een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Zodoende zijn de landschappelijke karakteristieken gewaarborgd.
Conclusie Het aspect landschappelijke en stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
Motivering TAM- Omgevingsplan, Grens 32 Baarle-Nassau
|54
8.
NATUURBESCHERMING
Wettelijk kader De Wet natuurbescherming (Wnb) is opgegaan in de Omgevingswet: de Aanvullingswet natuur het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de huidige Wet natuurbescherming. Er is sprake van een beleidsneutrale overgang. Het huidige normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht blijft ongewijzigd. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Gebiedsbescherming De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst de Natura 2000-gebieden aan. Op grond van artikel 2.43 Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit.
Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en Habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk.
Echter, ook decentrale overheden kunnen hierover actief beleid voeren. Hierbij kan worden gedacht aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of er soorten aanwezig zijn en welke soorten dat zijn. Onderzoek Voor het planvoornemen is een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd door BRO. Het volledige rapport is opgenomen als bijlage bij deze motivering (Projectnr: P07084 d.d. 6 december 2023). De quickscan geeft inzicht of ter plaatse beschermde dier- en/of plantsoorten voorkomen.
Motivering TAM- Omgevingsplan, Grens 32 Baarle-Nassau
|55
Soortenbescherming De sloop van de bebouwing binnen het plangebied kan negatieve gevolgen hebben voor vleermuizen en/of huismus. Door de herinrichting van het terrein kunnen verblijfplaatsen en/of leefgebied van marterachtigen, eekhoorn, poelkikker, vinpootsalamander, alpenwatersalamander en kamsalamander verloren gaan. Vervolgonderzoek naar deze soorten is noodzakelijk Gebiedsbescherming De groenstroken gelegen binnen het plangebied betreffen houtopstanden. Indien deze gekapt worden kan een vergunning benodigd zijn. Quick scan houtopstanden De bestaande bomen in het plangebied zijn door middel van een quick scan houtopstanden nader in beeld gebracht (zie paragraaf 2.2.). Hieruit komen de volgende conclusies: • Uitvoeren BEA in vervolgfase voor vakken 1 en 2 • Behouden bomen in vakken 4 en 6 • Mogelijkheid tot kappen bomen in vakken 3, 5 en 7. In de planregels is hiervoor een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Natuur Netwerk Brabant (NNB) Het provinciale ruimtelijke beleid voor het NNB is vastgelegd in paragraaf 5.2.5. van de Omgevingsverordening van de Provincie Noord-Brabant. De instructieregels bevatten de kern voor de bescherming van het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Bij het opstellen van een omgevingsplan zijn gemeenten verplicht aansluiting te zoeken bij de wezenlijke ecologische kenmerken en waarden die in het natuurbeheerplan zijn beschreven.
Deze waarden en kenmerken zijn per gebied vastgelegd in een beheertypenkaart en in een ambitiekaart. Beide kaarten vormen de kern van het natuurbeheerplan. De beheertypenkaart brengt in beeld wat de actuele situatie is. De ambitiekaart geeft de gewenste eindsituatie (ambitie) aan. Zolang er geen sprake is van een significante aantasting, is er vanwege het NNB geen grond om de activiteit tegen te houden. Wel wordt de activiteit uiteraard nog getoetst aan ander beleid of regelgeving. Naast behoud en ontwikkeling van ecologische waarden en kenmerken streeft de provincie binnen het NNB ook behoud na van cultuurhistorische waarden en andere wezenlijke kenmerken zoals rust en stilte. Op provinciaal niveau zijn de cultuurhistorische waarden en kenmerken vastgelegd op de Cultuurhistorische waardenkaart van Noord-Brabant. Uit de provinciale Omgevingsverordening blijkt dat aan de noordwestelijke zijde van het plangebied, grenzend aan het “Bels Lijntje” een kleine strook Natuur Netwerk Brabant ligt. Hoewel deze strook onderdeel is van het plangebied blijft dit gedeelte in de toekomstige situatie onbebouwd en krijgt dit de functie natuur. Het planvoornemen is gericht op de realisatie van vrijstaande woningen. Dit type woning past goed bij de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteiten van de omgeving, waar rust, ruimte en natuur centraal staan.
De groenstructuur zal daarnaast waar mogelijk verder worden versterkt. Bij de herontwikkeling blijft het behoud van het landschap centraal staan. De ligging nabij het “Bels Lijntje”, een belangrijke recreatieve en ecologische verbinding, biedt mogelijkheden om de groene
Motivering TAM- Omgevingsplan, Grens 32 Baarle-Nassau
|56
infrastructuur in het gebied te versterken. Het aanplanten van houtwallen en het creëren van een groene overgang rond de woningen zijn concrete maatregelen om de omgevingskwaliteit te verbeteren en de natuurwaarden te beschermen. Stikstof Voor het planvoornemen is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Het plangebied ligt op circa 180 meter van Natura 2000 gebied. Hiervoor is een Aerius berekening gemaakt. Uit de berekening blijkt dat het planvoornemen geen significante effecten heeft. Op basis van de berekening neemt de stikstof zelfs af op de omliggende Natura 2000-gebieden vanwege de interne saldering met de situatie van de markthal. Het volledige stikstofonderzoek is opgenomen als bijlage bij deze motivering (Ordito, projectnr: 24134, d.d. 26 november 2024). Samenvattend kan geconcludeerd worden dat met de herontwikkeling geen negatieve effecten te verwachten zijn op het NNB. Conclusie In de vervolgfase is vervolgonderzoek nodig naar de diverse soorten voordat er gebouwd/gesloopt/gekapt kan worden.
Het gaat om de volgende soorten: • (vervolg)onderzoek naar de huismus; • (vervolg)onderzoek naar vleermuizen binnen de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding sloop bedrijfsbebouwing'; • (vervolg)onderzoek naar kleine marters, steenmarters en eekhoorns binnen de aanduiding "specifieke aanduiding-groenstroken'; • (vervolg)onderzoek naar de aanwezigheid van de levendbarende hagedis; • (vervolg)onderzoek naar de aanwezigheid van poelkikker, vinpootsalamander, alpenwatersalamander en kamsalamander.
Motivering TAM- Omgevingsplan, Grens 32 Baarle-Nassau
|57
9.
BEHOUDEN VAN DE STAAT EN WERKING VAN INFRASTRUCTUUR EN VOORZIENINGEN
Kabels en leidingen Binnen het plangebied en in de nabijheid van het plangebied kunnen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig zijn. Dit betreft kabels en leidingen voor hoofdinfrastructuur en voor nutsvoorzieningen. Voorbeelden zijn aardgasleidingen, hoogspanningskabels, afvalwaterleidingen en gas- en olieproducten. De locaties van de kabels en leidingen worden in het gemeentelijke omgevingsplan weergegeven. Onderzoek Er bevinden zich geen kabels en/of leidingen in de nabijheid van het plangebied die bedoeld zijn voor hoofdinfrastructuur of nutsvoorzieningen. De dichtstbijzijnde leiding en/ of kabel die bedoeld is voor hoofdinfrastructuur of nutsvoorziening bevinden zich nabij Alphen op een afstand van circa 8 kilometer. Het plangebied bevindt zich derhalve op ruim voldoende afstand van het invloedsgebied van relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen. Conclusie Vanuit het aspect kabels en leidingen is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
Motivering TAM- Omgevingsplan, Grens 32 Baarle-Nassau
|58
10.
MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
Wettelijk kader De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r.) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als ingang (eerste kolom) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de m.e.r.-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. In dit geval is dat de omgevingsvergunning. Het betreft dan overigens altijd een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit (of een ontgrondingenactiviteit, wateractiviteit e.d.). Of er voor het besluit een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, volgt uit de tweede en derde kolom. Als het project voldoet aan de voorwaarden van kolom 2, geldt een m.e.r.-plicht. Anders geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht, tenzij ook in kolom 3 nog voorwaarden staan. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije m.e.r.-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is dus nog maar één m.e.r.beoordelingsprocedure.
Onderzoek Het planvoornemen maakt de realisatie van 12 woningen mogelijk op een locatie waar thans de functie bedrijf (detailhandel met ondergeschikte horeca en een bedrijfswoning) geldt. De nieuwe functie Woongebied met de toevoeging van 11 woningen is te beoordelen als project “Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen” zoals opgenomen in bijlage V onder J11 in de bijlagen behorende bij het Besluit milieueffectrapportage. De m.e.r. beoordelingsplicht geldt voor besluiten over het omgevingsplan, zodoende ook voor een TAM-omgevingsplan. Ten aanzien van het planvoornemen geldt daarom een m.e.r beoordelingsplicht. Hiertoe dient een motivering opgesteld te worden c.q. een beschrijving gegeven te worden, op basis waarvan beoordeeld kan worden of sprake is van aanzienlijke milieueffecten. In de motivering/beschrijving wordt in ieder geval verwezen naar de kenmerken en maatregelen, bedoeld in artikel 11.10, derde lid (deze kenmerken en maatregelen zijn vergelijkbaar met de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling). Gelet op de geringe omvang van het plan, ver onder de drempelwaarden (> 2.000 woningen), worden geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. Het milieubelang wordt in de navolgende paragrafen van deze motivering afgewogen.
Hieruit volgt dat milieu- en omgevingsaspecten geen belemmering vormen voor de uitvoerbaarheid van de gewenste ontwikkeling. Gelet op het kleinschalige karakter is uit te sluiten dat significante gevolgen als gevolg van dit plan plaatsvinden. Ook een nadere beoordeling in een m.e.r.-beoordeling of plan m.e.r. is niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect milieueffectrapportage vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
Motivering TAM- Omgevingsplan, Grens 32 Baarle-Nassau
|59
11.
UITVOERBAARHEID
11.1
Economische uitvoerbaarheid
Voor de economische uitvoerbaarheid zijn in het omgevingsplan exploitatieregels opgenomen. De exploitatieregels hebben ook een toelichting, zie bijlage 11. Met de exploitatieregels wordt het kostenverhaal geregeld en hieruit blijkt dat de ontwikkeling economisch uitvoerbaar is.
11.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Participatie Participatie bij planvormingsprocessen is een belangrijke ambitie binnen de Omgevingswet. Participatie is maatwerk: per gemeente, per instrument, per gebied of per onderwerp kan het verschillen op welke manier participatie wordt toegepast. Ongeacht de ontwikkeling, dient bij elk initiatief onderbouwd te worden of en hoe er participatie heeft plaatsgevonden. Afhankelijk van de aard en omvang van het initiatief verschilt ook de omvang van participatie. In het kader van participatie is er een brief verzonden aan omwonenden en belanghebbenden. In deze brief is het planvoornemen uitgelegd en hebben de omwonenden en belanghebbenden de kans gekregen om op de plannen te reageren. Er zijn 2 omwonenden die op het plan hebben gereageerd. De reacties zijn beantwoord en hebben geleid tot een kleine tekstuele aanpassing van de motivering van het omgevingsplan. Advies en instemming In het kader van advies en instemming, wordt Tam omgevingsplan toegezonden aan de volgende overleginstanties: de provincie Noord-Brabant, het Waterschap Brabantse Delta en de veiligheidsregio. Vaststellingsprocedure Op voorliggende aanvraag is conform artikel 16.62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4.1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn is acht weken.
Motivering TAM- Omgevingsplan, Grens 32 Baarle-Nassau
|60
12.
JURIDISCHE TOELICHTING
12.1
Algemeen
Voorliggend TAM-omgevingsplan vormt een wijziging van het omgevingsplan. De beoogde ontwikkeling aan de Grens 32 in Baarle-Nassau is in strijd met het tijdelijke deel, onderdeel uitmakende van het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2008, herziening 1b’, waardoor het omgevingsplan gewijzigd moet worden. Het TAM-omgevingsplan is op het oog een omgevingsplan dat losstaat van de rest van het omgevingsplan. Toch is het functioneel en juridisch een integraal onderdeel van het omgevingsplan. Om te zorgen dat het TAM-omgevingsplan juridisch één geheel is met het omgevingsplan van rechtswege, wordt het als het ware als een nieuw hoofdstuk toegevoegd. Onderhavig TAM omgevingsplan dient dus ook als dusdanig gelezen te worden, in samenhang met de bruidsschat van het omgevingsplan. Daarom is er in de regels van onderhavig TAM-omgevingsplan een preambule opgenomen, waarin staat dat het plan vigeert als hoofdstuk 22.1 van het omgevingsplan.
12.2
Regels
Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen Dit TAM-omgevingsplan maakt onderdeel uit van het omgevingsplan van de gemeente AlphenChaam. Dat betekent dat alle regels uit het omgevingsplan ook van toepassing zijn op voorliggende ontwikkeling aan de Grens 32 in Baarle- Nassau (tenzij ze daarmee strijdig zijn). Daarom worden in de regels alleen maar bepalingen opgenomen welke specifiek relevant zijn voor de ontwikkeling van de Grens 32. Zo is er voor dit plan ook gekozen om niet de specifieke bepaling over het afwijken van bepalingen uit de bruidsschat op te nemen, aangezien er bij dit TAM-omgevingsplan nauwelijks wordt afgeweken van de bruidsschat. Op de onderdelen waar dit wel gebeurt (bijvoorbeeld rekenen meetbepalingen) zijn specifieke voorrangsbepalingen opgenomen. Hoofdstuk 2 -Functies Conform de eisen vanuit de Omgevingswet worden in dit hoofdstuk de toegestane functies en activiteiten beschreven voor de specifieke locatie. Alhoewel de regels niet hoeven te voldoen aan de SVBP, en er dus over 'functies en activiteiten' wordt gesproken in plaats van 'bestemmingen', staan deze op de verbeelding behorend bij voorliggend plan nog wel aangeduid als zijnde 'bestemming'. Dit vanwege het feit dat het plan anders niet juist gepubliceerd kan worden op de (nog tijdelijke) landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl.
Voor het TAM- omgevingsplan Grens 32 in Baarle- Nassau is beoogd zoveel mogelijk aansluiting te vinden bij de regels en bepalingen voor vergelijkbare functies en activiteiten uit het tijdelijk deel omgevingsplan. (Buitengebied 2008, herziening 1b). Deze zijn wel dusdanig omgevormd dat deze voldoen aan de regels van de Omgevingswet. Voor de bestemmingen zijn een functieomschrijving opgenomen, alsmede regels voor bouwactiviteiten, vergunningplicht voor afwijken en specifieke functieregels. Hoofdstuk 3- Thema's In dit hoofdstuk zijn de nadere gebruiksregels en bouwregels opgenomen. Hier zitten bijvoorbeeld algemene bouw- en functieregels in die gelden voor het gehele grondgebied van de ontwikkellocatie.
Motivering TAM- Omgevingsplan, Grens 32 Baarle-Nassau
|61
Hoofdstuk 4- Procesregels In dit hoofdstuk zitten de Algemene bepalingen met betrekking tot rangorde en algemene indienings- en aanvraagvereisten melding en omgevingsvergunning. Hoofdstuk 5- Overgangsrecht en slotbepalingen In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen voor het overgangsrecht. Dit zijn het overgangsrecht bouwwerken, gebruik ten dienste van de functie en de eerbiedigende werking overige activiteiten. Bijlage 1: Begripsbepalingen Bijlage 1 bevat de begripsbepalingen behorende bij dit TAM- omgevingsplan.
12.2
Verbeelding
De verbeelding die is opgesteld voor het voorbeeld TAM-omgevingsplan dient te worden opgesteld conform de technische eisen van IMRO2012. Dat betekent dat er op de verbeelding wel 'bestemmingen' zijn te zien, en dat specifieke functies als zijnde 'functieaanduidingen' worden benoemd. Dit vanwege het feit dat het plan anders niet door de validator van ruimtelijke plannen komt. Het betreft een wijziging van het TAM omgevingsplan, waarbij de locatie Grens 32 in Baarle- Nassau van functie veranderd. De bestemmingen en alle andere aanduidingen uit het vigerende bestemmingsplan worden overgenomen en blijven van kracht.
Motivering TAM- Omgevingsplan, Grens 32 Baarle-Nassau
PLANREGELS
|3
pre-ambule
4
1 Algemene bepalingen
5
Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen Artikel 3 Toepassingsbereik en voorrangsbepaling
5 6 7
2 Functies
8
Artikel 4 Woongebied Artikel 5 Natuur Artikel 6 Verkeer
8 12 13
3 Thema's
14
Artikel 7 Gebruik Artikel 8 Bouwen Artikel 9 Parkeren Artikel 10 Geluidszone - geluidsaandachtsgebied
14 15 17 18
4 Procesregels
20
Artikel 11 Algemene bepalingen
20
5 Overgangsrecht en slotbepalingen
21
Artikel 12 Overgangsrecht
21
6 Kostenverhaalregels
22
Artikel 13 Algemene regels kostenverhaal Artikel 14 Kostenverhaalsregels voor het kostenverhaalsgebied Grens 32
22 24
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|4
PRE-AMBULE Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het mogelijk maken van een woonfunctie ter plaatse van een voormalige bedrijfsfunctie voor detailhandel met ondergeschikte horeca in het landelijk gebied. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22a) in het omgevingsplan van de gemeente Baarle-Nassau. Technisch is het nog vormgegeven en gepubliceerd als een bestemmingsplan. Dus is het niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOPTPOD beschikbaar te stellen. Daarom moeten de hoofdstukken van dit plan worden gelezen als paragrafen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van de gemeente Baarle- Nassau. Dus: • • • • • •
hoofdstuk 1 (Algemene bepalingen) moet worden gelezen als hoofdstuk 22a, paragraaf 1; hoofdstuk 2 (Functies) moet worden gelezen als hoofdstuk 22a, paragraaf 2; hoofdstuk 3 (Thema's) moet worden gelezen als hoofdstuk 22a, paragraaf 3; hoofdstuk 4 ( Procesregels) moet worden gelezen als hoofdstuk 22a, paragraaf 4; hoofdstuk 5 (Overgangsrecht en slotbepalingen) moet worden gelezen als hoofdstuk 22a, paragraaf 5. bijlage 1 moet worden gelezen als bijlage 22a.1
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|5
1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen a. b.
Bijlage 1 bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan. De bijlage bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige toepassing op dit TAM-omgevingsplan, tenzij in bijlage 1 daarvan is afgeweken.
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|6
Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen In dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende meet- en rekenbepalingen: a.
b. c. d.
e. f. g. h.
i.
j. k.
l.
de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk. de afstand tot de weg: de afstand tot de bebouwing en de as van de weg. het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen. het bebouwingspercentage: het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming. de breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van scheidingsmuren. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. de inhoud van een bouwwerk: tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. de bouwhoogte van een windmolen: vanaf het peil tot en met de as van de molen. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. peil: 1. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg; 2. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|7
Artikel 3 Toepassingsbereik en voorrangsbepaling 3.1 Toepassingsbereik a.
b. c.
De besluiten op grond van artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie bedoeld in het derde lid. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. De regels in dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Grens 32, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
3.2 Voorrangsbepaling a.
b.
De regels in dit hoofdstuk gaan voor op de regels in de bestemmingsplannen: 1. 'Buitengebied 2018’ waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.07440000BPBuitengeb20082. ‘Buitengebied 2008 herziening 1b’ waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in GML-bestand NL.IMRO.07440000BPBg2008Herz1b 3. ‘Paraplubestemmingsplan Baarle- Nassau 2023’ waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0744.BPBaarleNassau23-ON01 De regels in dit hoofdstuk gaan voor op de regels van het omgevingsplan opgenomen in: 1. hoofdstuk 22, afdeling 22.2 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan (vergunningsvrije activiteiten), en 2. hoofdstuk 22, afdeling 22.3 Milieubelastende activiteiten, voor zover de regels bedoeld in sub a en b in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|8
2 FUNCTIES Artikel 4 Woongebied 4.1 Toepassingsbereik Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten en bouwactiviteiten binnen 'Woongebied‘. 4.2 Toegestane gebruiksactiviteiten 4.2.1 Aanwijzing toegestane gebruiksactiviteiten a.
b.
Het is toegestaan de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten of te laten verrichten: 1. wonen in een woning; 2. het exploiteren van een bed and breakfast. De volgende voorzieningen ten behoeve van deze gebruiksactiviteiten zijn toegestaan: 1. tuinen en erven; 2. in- en uitritten; 3. parkeervoorzieningen 4. water, watergangen en waterhuishoudkundige voorzieningen; en, 5. groen- en speelvoorzieningen.
4.2.2 Voorwaardelijke verplichtingen 4.2.2.1 Stedenbouwkundig plan met analyse cultuurhistorische waarden Het (doen/laten) gebruik(en) voor wonen als bedoeld in subsubparagraaf 4.2.1 is uitsluitend toegestaan op basis van een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd stedenbouwkundig plan, waarin mede op basis van een cultuurhistorische analyse rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische waarden in en rondom het plangebied. 4.2.2.2 Sloop bestaande bebouwing Het (doen/laten) gebruik(en) voor wonen als bedoeld in subsubparagraaf 4.2.1 is uitsluitend toegestaan als de bebouwing ter plaatse van de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding sloop bedrijfsbebouwing' heeft plaatsgevonden maximaal na 1 jaar na onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofgebouw als bedoeld in 4.6.2. 4.2.2.3 Landschappelijke inpassing Het (doen/laten) gebruik(en) voor wonen als bedoeld in subsubparagraaf 4.2.1 is uitsluitend toegestaan als: a. b. c. d.
een landschappelijke inpassing is opgesteld en goedgekeurd door het college van burgemeester en wethouders; de landschappelijke inpassing voldoet aan de Omgevingsverordening Noord-Brabant of de rechtsopvolger daarvan; ten minste 1% van de grondopbrengsten dient te worden geïnvesteerd als landschappelijke kwaliteitsverbetering; de landschappelijke kwaliteitsverbetering zoals bedoeld in sub a t/m c binnen maximaal 1 jaar na onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofgebouw als bedoeld in 4.6.2. wordt uitgevoerd en vervolgens in stand wordt gehouden.
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|9 4.2.2.4 Ecologisch onderzoek Het (doen/laten) gebruik(en) voor wonen als bedoeld in subsubparagraaf 4.2.1 is uitsluitend toegestaan als de aanvullende ecologische onderzoeken voortkomend uit de quickscan Flora en Fauna zijn uitgevoerd en goedgekeurd door bevoegd gezag, maximaal na 1 jaar na onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofgebouw als bedoeld in 4.6.2. Dit betreft in ieder geval: a. b. c. d. e.
(vervolg)onderzoek naar de huismus; (vervolg)onderzoek naar vleermuizen binnen de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - sloop bedrijfsbebouwing'; (vervolg)onderzoek naar kleine marters, steenmarters en eekhoorns binnen de aanduiding "specifieke aanduiding-groenstroken'; (vervolg)onderzoek naar de aanwezigheid van de levendbarende hagedis; (vervolg)onderzoek naar de aanwezigheid van poelkikker, vinpootsalamander, alpenwatersalamander en kamsalamander.
4.2.2.5 Waterberging Het (doen/laten) gebruik(en) van de gronden met de functie ‘Woongebied’ is uitsluitend toegestaan indien een waterberging met een capaciteit van minimaal 78 mm voor de toename en 7 mm voor de vervanging, binnen 2 maanden na het oprichten van het bouwwerk en/of aanleggen van de verharding, is gerealiseerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden. 4.2.2.6 Bomeneffectenanalyse (BEA) Het (doen/laten) gebruik(en) voor wonen als bedoeld in subsubparagraaf 4.2.1 is uitsluitend toegestaan als: a. b.
De bomen in vakken 4 en 6 uit de Quick scan houtopstanden (bijlage bij toelichting) behouden blijven; Voor de bomen in de vakken 1 en 2 uit de Quick scan houtopstanden (bijlage bij toelichting) een nadere bomeneffectenanalyse (BEA), waarin de effecten op de bomen en eventuele compensatiemaatregelen worden onderzocht, is uitgevoerd en goedgekeurd door bevoegd gezag, maximaal na 1 jaar na onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofgebouw als bedoeld in 4.6.2.
4.2.2.7 Bodemonderzoek Het (doen/laten) gebruik(en) voor wonen als bedoeld in subsubparagraaf 4.2.1 is uitsluitend toegestaan als: a. b.
c.
De sanering volgens de BUS IMMO Melding conform het vooronderzoek bodem (bijlage bij toelichting) is uitgevoerd; Voor het niet eerder onderzochte deel van de onderzoekslocatie (zie de situatietekening in bijlage 3 in de bijlage bij de toelichting 'vooronderzoek bodem') een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 is uitgevoerd. Dit onderzoek dient conform de strategie ‘VED-HE_NL’ uitgevoerd te worden waarbij de bovengrond verdacht is op het voorkomen van zware metalen, PAK, OCB, minerale olie en PFAS. Tijdens het vervolgonderzoek zal er tevens inpandig onderzoek uitgevoerd dienen worden. Dit om eventuele bronnen van bodemverontreiniging in kaart te brengen en/of uit te sluiten. ter plaatse van de (granulaat) weg en de druipzone (asbestverdachte dak) een verkennend onderzoek asbest in bodem conform de NEN 5707 / 5897 is uitgevoerd.
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|10 4.3 Vergunningplichtige gebruiksactiviteiten 4.3.1 Aanwijzing vergunningplichtige gebruiksactiviteiten Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten of te laten verrichten: a.
bedrijfsactiviteiten aan huis, voor zover niet verboden op basis van 4.4.
4.3.2 Aanvraagvereisten en beoordelingsregels bedrijfsactiviteit aan huis a.
b.
Onverminderd het bepaalde in 9.2, verstrekt de aanvrager bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bedrijfsactiviteit aan huis de volgende gegevens en bescheiden: 1. informatie over de parkeervoorziening, de ruimte en voorzieningen voor laden en lossen en de verkeersafwikkeling. De omgevingsvergunning voor een bedrijfsactiviteit aan huis wordt verleend als: 1. degene die de activiteit uitvoert, een eenmanszaak heeft en de bewoner van de woning is; 2. voor de activiteit maximaal 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken met een (gezamenlijk) maximum van in totaal 60 m² wordt aangewend; 3. geen buitenopslag en buitenactiviteiten; 4. de activiteit niet leidt tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer of tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten; en, 5. de activiteit niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat en geen onevenredige afbreuk doet aan het woonkarakter van de wijk of buurt.
4.4 Verboden gebruiksactiviteiten Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten in 4.2 en 4.3 is verboden. In ieder geval omvat het verbod: a. b. c. d. e. f. g.
het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning en/of afhankelijke woonruimte; het wonen en verblijven in kampeermiddelen; activiteiten gericht op verblijfsrecreatie en recreatief nachtverblijf, met uitzondering van het exploiteren van een bed and breakfast; het exploiteren van een groothandels-, horeca- en/of detailhandelsbedrijf; het exploiteren van een seks- en/of pornobedrijf en het uitoefenen van prostitutie; het parkeren voor de voorgevellijn van het hoofdgebouw, met uitzondering van in/uitritten behorende bij een woning, tenzij op de kaart anders geregeld; en, het opslaan van (afgedankte) goederen, stoffen en materialen, met uitzondering van de (tijdelijke) opslag in het kader van de verwezenlijking van de toegedeelde functie en het bijbehorende beheer en onderhoud.
4.5 Toegestane bouwactiviteiten Het is toegestaan de volgende bouwactiviteiten ten behoeve van de woonfunctie als bedoeld in dit artikel te verrichten of te laten verrichten: a.
het bouwen van pergola’s in het achtererfgebied van het hoofdgebouw met een bouwhoogte van maximaal 3 meter.
4.6 Vergunningplichtige bouwactiviteiten 4.6.1 Algemene beoordelingsregels De omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt verleend als:
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|11 a.
gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erfafscheidingen, die binnen een bouwvlak worden gebouwd.
4.6.2 Beoordelingsregels hoofdgebouwen De omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw wordt verleend als: a. b. c. d. e.
f. g. h.
per bouwvlak maximaal 1 hoofdgebouw wordt gebouwd, tenzij ter plaatse op de verbeelding een ander aantal is aangegeven, dan geldt dit aantal woningen; ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' zijn vrijstaande woningen toegestaan; de inhoud van een woning niet meer bedraagt dan 1.000 m3; de goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduidingen 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' is aangegeven; het hoofdgebouw wordt afgedekt door een hellend dakvlak, met dien verstande dat de helling minimaal 12 en maximaal 60 graden bedraagt, tenzij ter plaatse op de kaart een vlak dak is aangegeven, dan geldt dat een vlak dak verplicht is; de minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen minimaal 3 meter bedraagt; de minimale afstand tot de achterste perceelsgrenzen minimaal 8 meter bedraagt; de minimale afstand tot de voorste perceelsgrenzen minimaal 5 meter bedraagt.
4.6.3 Beoordelingsregels bijbehorende bouwwerken De omgevingsvergunning voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een woning wordt verleend als: a. b.
c. d.
de afstand tot de voorgevellijn van het hoofdgebouw niet minder bedraagt dan 2 meter en de afstand tot de woning niet minder dan 1 meter; de goothoogte niet meer bedraagt dan 3,5 meter en de bouwhoogte niet meer dan 6 meter, tenzij ter plaatse op de kaart een andere goot- en/of bouwhoogte is aangegeven, dan geldt deze goot- en/of bouwhoogte; de goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk niet meer bedraagt dan de bovenkant van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; en, de gezamenlijke oppervlakte, inclusief de oppervlakte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken, die niet voldoen aan de eisen van het hoofdgebouw als bedoeld in 4.6.1, bedraagt maximaal 100 m².
4.6.4 Beoordelingsregels bouwwerken, geen gebouwen zijnde De omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt verleend als: a. b. c. d.
voor de voorgevellijn van het hoofdgebouw de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedraagt dan 1 meter; achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedraagt dan 2 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer bedraagt dan 3 meter; de bouwhoogte van windturbines en antennes niet meer bedraagt dan 15 meter.
4.7 Verboden bouwactiviteiten 1.
Het is verboden een bouwactiviteit te verrichten en het bouwwerk in stand te houden en te gebruiken, anders dan de bouwactiviteiten als bedoeld in 4.5 en 4.6 ten behoeve van de woonfunctie als bedoeld in dit artikel.
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|12
Artikel 5 Natuur 5.1 Toepassingsbereik Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten en bouwactiviteiten binnen de functie Natuur. 5.2 Toegestane gebruiksactiviteiten a.
b.
Het is toegestaan de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten of te laten verrichten: 1. behoud en/of herstel en ontwikkeling van ecologische, landschappelijke en natuurwaarden, zoals beboste en niet-beboste gronden (inclusief poelen, waterpartijen, heide en graslanden) 2. behoud van abiotische, natuurlijke, cultuurhistorische en aardkundige waarden; 3. extensief recreatief verblijven. De volgende voorzieningen zijn toegestaan ten behoeve van bovenstaande activiteiten: 1. onverharde wegen en paden; 2. informatievoorzieningen (bewegwijzering, banken, etc.); 3. waterhuishoudkundige voorzieningen; en, 4. landschapselementen passend bij de natuurfunctie.
5.3 Verboden gebruiksactiviteiten Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten in artikel 4.2 is verboden. In ieder geval omvat het verbod: a. b. c. d. e.
het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, tenzij strikt noodzakelijk voor natuurbeheer; motorcrossen of andere vormen van intensieve recreatie; grootschalige (openlucht)evenementen; het inrichten van een kampeerterrein; activiteiten die de natuurwaarden aantasten, zoals aanleg van parkeerterreinen of teeltondersteunende voorzieningen.
5.4 Vergunningplichtige bouwactiviteiten De omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt verleend als: a. b. c.
er sprake is van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de gebruiksactiviteiten als bedoeld in 5.2; de bouwhoogte het bouwwerk niet meer bedraagt dan 2 meter; de oppervlakte van het bouwwerk niet meer dan 12 m² is.
5.5 Verboden bouwactiviteiten a.
Het is verboden een bouwactiviteit te verrichten en het bouwwerk in stand te houden en te gebruiken, anders dan de bouwactiviteiten als bedoeld in 5.4 ten behoeve van de natuur functie als bedoeld in dit artikel. 1. Het verbod omvat in ieder geval het oprichten, in stand houden en gebruiken van: 2. paardenbakken; 3. trayvelden; 4. permanente teeltondersteunende voorzieningen; 5. foliemestbassins; 6. kassen; 7. bouwwerken ten behoeve van intensieve recreatie; en, 8. permanente voorzieningen die niet binnen de functie Natuur passen.
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|13
Artikel 6 Verkeer 6.1 Toepassingsbereik Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten en bouwactiviteiten binnen de functie Verkeer. 6.2 Toegestane gebruiksactiviteiten a.
b.
Het is toegestaan de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten of te laten verrichten: 1. verkeersdoeleinden 2. behoud, herstel en/of ontwikkeling van aanwezige natuur- en landschapswaarden in relatie tot verkeersvoorzieningen, De volgende voorzieningen zijn toegestaan ten behoeve van bovenstaande activiteiten: 1. verharde wegen (maximaal twee rijstroken); 2. onverharde wegen; 3. fietspaden en wandelpaden; 4. verkeersvoorzieningen 5. wildbegeleidende en wildbeschermingsvoorzieningen; 6. geluidwerende voorzieningen; 7. parkeervoorzieningen en parkeerterreinen; 8. openbare nutsvoorzieningen; 9. bermen, sloten en wegbeplantingen.
6.3 Verboden gebruiksactiviteiten Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten in 6.2 is verboden. In ieder geval omvat het verbod: a. b.
het opslaan, storten of bergen van materialen en producten, tenzij strikt noodzakelijk voor het verkeersgebruik; intensief gebruik dat niet verband houdt met de verkeersfunctie, zoals: 1. evenementen op parkeerterreinen zonder specifieke aanduiding; 2. opslagdoeleinden die de verkeersfunctie aantasten. 3. het inrichten van een kampeerterrein;
6.4 Vergunningplichtige bouwactiviteiten De omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt verleend als: a.
b.
er sprake is van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de gebruiksactiviteiten als bedoeld in 6.2, zoals verkeersregelinstallaties, wegverlichting, aanwijsborden, en portalen en wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 8,5 meter; Er sprake is van bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen en wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. de maximale oppervlakte bedraagt niet meer 20 m²; 2. de bouwhoogte bedraagt niet meer 4 meter.
6.5 Verboden bouwactiviteiten Het is verboden bouwwerken op te richten, in stand te houden of te gebruiken anders dan bedoeld in 6.4. In ieder geval omvat het verbod: a. b.
verkooppunten voor motorbrandstoffen; permanente voorzieningen die niet passen binnen de functie Verkeer, zoals: 1. opslagplaatsen voor niet-verkeersdoeleinden; 2. voorzieningen die niet bijdragen aan de verkeersveiligheid of -functionaliteit.
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|14
3 THEMA'S Artikel 7 Gebruik 7.1 Verboden gebruiksactiviteiten a.
b.
c.
Gebruiksactiviteiten die in strijd zijn met de aan locatie toegedeelde functie(s) in hoofdstuk 2 zijn verboden, een en ander behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gebruik van de gronden en bouwwerken. Het verbod in het eerste lid omvat in ieder geval het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor niet-bestaande activiteiten die voldoen aan de omschrijvingen in kolom 1 (type projecten) en aan de bijbehorende omschrijvingen in kolom 2 (mer-plicht) van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Gebruiksactiviteiten die op grond dit hoofdstuk niet zijn toegestaan - rechtstreeks danwel na melding of middels een omgevingsvergunning - zijn verboden.
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|15
Artikel 8 Bouwen 8.1 Algemene bepalingen 8.1.1 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. 8.1.2 Bestaande maatvoering toegestaan a.
b.
c. d.
Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken meer bedragen dan ingevolge dit artikel danwel hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toegestaan worden aangehouden. In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, minder bedragen dan ingevolge dit artikel danwel hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toegestaan worden aangehouden. In het geval van (her)oprichting van gebouwen is dit uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. Het bepaalde 8.1.2. onder 1 en 2 is niet van toepassing op oppervlakte bijbehorende bouwwerken bij de functie 'Wonen', waarop meer dan 200 m² bijbehorende bouwwerken aanwezig is, voor zover in overeenstemming met verleende vergunning(en) tot stand gekomen.
8.2 Vergunningplichtige bouwactiviteiten 8.2.1 Algemene beoordelingsregels vergunningplichtige bouwactiviteiten a.
b.
c.
In afwijking van de bouwregels in hoofdstuk 2 wordt de omgevingsvergunning voor het verrichten van bouwactiviteiten ook verleend als de daar voorgeschreven maatvoerings- en situeringseisen met ten hoogste 10% worden overschreden mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Onverminderd de bouwregels in hoofdstuk 2 wordt de omgevingsvergunning voor het verrichten van ondergrondse bouwwerken verleend als: 1. onder bovengrondse bebouwing, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen en direct aansluitende inritconstructies; 2. met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 3,5 meter onder peil. Bij de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het verrichten van bouwactiviteiten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatie- en rookkanalen, voorzieningen voor (hemel)waterafvoer, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, galerijen, reclamevoorzieningen, schoorstenen, balkons en overstekende daken, te realiseren, in stand te houden en te gebruiken buiten beschouwing gelaten mits de overschrijding van maatvoeringsnormen niet meer dan 1 meter bedraagt en plaatsvindt binnen het bouwperceel.
8.2.2 Inwinning advies welstand Voordat op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt beslist, wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit over de welstandsaspecten.
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|16 8.3 Verboden bouwactiviteiten Het is verboden een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken, anders dan de toegelaten en vergunningplichtige bouwactiviteiten bedoeld in hoofdstuk 2 en 3.
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|17
Artikel 9 Parkeren 9.1 Parkeren Ten aanzien van het parkeren geldt de volgende regeling: a.
bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van: 1. een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht; of 2. een omgevingsvergunning voor het afwijken van het omgevingsplan;
dient te worden verzekerd dat wordt voorzien in de realisatie en instandhouding van voldoende parkeergelegenheid. Dit wordt getoetst aan de hand van de normen en uitgangspunten, als vastgelegd in de Nota Parkeernormen Baarle-Nassau 2011, inclusief de daarin opgenomen mogelijkheden tot maatwerk; b.
c.
het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sub a en toestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, indien de structuur van de omgeving daartoe aanleiding geeft en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid; indien het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld onder a. gedurende de werkingsperiode van dit Tam- omgevingsplan wordt gewijzigd, wordt bij de verlening van de omgevingsvergunning rekening gehouden met die wijziging.
9.2 Laden en lossen Ten aanzien van de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte, geldt de volgende regeling: a.
b.
c. d.
een omgevingsvergunning voor het bouwen ten behoeve van het bouwen van een gebouw of een omgevingsvergunning voor het afwijken van het omgevingsplan wordt uitsluitend verleend indien in een als gevolg van het beoogde gebruik van het gebouw te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen wordt voorzien op eigen terrein; het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a. indien: 1. het voldoen aan de bepaling ten aanzien van het laden en lossen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2. op andere wijze in de nodige laad- en losruimte wordt voorzien; het bepaalde onder a. is niet van toepassing op de herbouw van een gebouw zónder wijziging van het gebruik; voorzieningen die zijn gerealiseerd om te voorzien in de nodige laad- en losruimte dienen aldus in stand te worden gehouden.
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|18
Artikel 10 Geluidszone - geluidsaandachtsgebied 10.1 Toepassingsbereik Dit lid is alleen van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor zover de aanvraag betrekking heeft op het bouwen, in stand houden en gebruiken van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied van een weg, spoorweg of industrieterrein. 10.2 Waar waarden gelden De waarden voor het geluid door een activiteit gelden: a. b. c. d.
als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel; en als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen; als het gaat om een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen; en als het gaat om een geluidgevoelige ruimte: in de geluidgevoelige ruimte.
10.3 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een geluidgevoelig gebouw te bouwen, in stand houden en gebruiken. 10.4 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een geluidsgevoelig gebouw worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a.
b. c. d. e.
een akoestisch rapport waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de standaardwaarde danwel de grenswaarde zoals opgenomen in tabel 5.78t Bkl en tabel 5.78u Bkl, alsmede waarin het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelig gebouw is bepaald; het beoogde gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; bij grondgebonden woningen: het geluid op de gevel van de begane grond; bij gestapelde woningen: het geluid op de gevel ter plaatse van te openen delen; en het aantal woningen of de bruto vloeroppervlakte in m2 van de activiteit.
10.5 Beoordelingsregels a.
b.
Een omgevingsvergunning voor het toevoegen van een geluidgevoelig gebouw wordt verleend als naar het oordeel van het college sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Er is sprake van een aanvaardbaar akoestisch klimaat als: 1. geluidgevoelige gebouwen voldoen aan de in tabel gestelde standaardgrenswaarden voor geluid zoals opgenomen in tabel 5.78t Bkl per bron; 2. iedere woning op de begane grond een gevel heeft waar de geluidbelasting voldoet aan de standaardwaarde(n) zoals opgenomen in tabel 5.78t Bkl ; 3. gestapelde woningen hebben een gevel hebben waarin ter plaatse van te openen delen de geluidbelasting voldoet aan de standaardwaarde(n) zoals opgenomen in tabel 5.78t Bkl; 4. iedere woning heeft een buitenruimte heeft waar voldaan wordt aan de standaardwaarde(n) zoals opgenomen in tabel 5.78t Bkl ; 5. onder een buitenruimte kan mede worden verstaan een serre of afgesloten balkon, voor zover in die ruimte sprake is van buitenlucht condities; 6. de geluidwering van de gevel wordt berekend aan de hand van de cumulatieve geluidbelasting van alle wegen (rijkswegen, provinciale wegen en lokale wegen inclusief 30 km-wegen), spoorwegen en gezoneerde industrieterreinen.
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|19 10.6 Aanvullende beoordelingsregels omgevingsvergunning bij overschrijding standaardwaarde a.
b.
c.
d.
e.
Indien blijkt dat de geluidbelasting op een geluidgevoelig gebouw hoger is dan de standaardwaarde als bedoeld in tabel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving, dan kan een omgevingsvergunning voor het toevoegen van een geluidgevoelig gebouw eveneens worden verleend als de geluidbelasting aanvaardbaar is. 1. De geluidbelasting zoals bedoeld onder a kan aanvaardbaar zijn als: 2. geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen; 3. de overschrijding van de standaardwaarde door het treffen van geluidbeperkende maatregelen zoveel mogelijk wordt beperkt; en 4. het geluid op geluidgevoelige gebouwen niet hoger is dan de grenswaarde, bedoeld in tabel 5.78u van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Geluidbeperkende maatregelen als bedoeld onder b, punt 1, worden in aanmerking genomen als die financieel doelmatig zijn en daartegen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan.
Als de aanvraag betrekking heeft op een gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan, en geluidbeperkende maatregelen om aan de standaardwaarden te voldoen gelet op het bepaalde onder b niet doelmatig of bezwaarlijk zijn, is sprake van een aanvaardbare geluidbelasting als elke afzonderlijke woning beschikt over een geluidluwe gevel waarop ten hoogste de standaardwaarde, bedoeld als bedoeld in tabel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is berekend. Als de aanvraag betrekking heeft op een gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan, en geluidbeperkende maatregelen om aan de standaardwaarden te voldoen gelet op het bepaalde onder b niet doelmatig of bezwaarlijk zijn, en niet elke afzonderlijke woning beschikt over een geluidluwe gevel waarop ten hoogste de standaardwaarde, als bedoeld in tabel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is berekend, kan sprake zijn van een aanvaardbare geluidbelasting als: 1. elke afzonderlijke woning beschikt over een bijna-geluidluwe gevel; en 2. zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen. Artikel 5.78u, tweede en vierde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn van overeenkomstige toepassing.
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|20
4 PROCESREGELS Artikel 11 Algemene bepalingen 11.1 Rangorde De regels in dit TAM-omgevingsplan gaan – voor zover deze in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet - voor op het tijdelijke deel van het omgevingsplan. 11.2 Algemene indienings- en aanvraagvereisten melding en omgevingsvergunning a. b. c. d.
De aanvrager van een omgevingsvergunning draagt er zorg voor dat de aanvraag betrekking heeft op alle onlosmakelijke activiteiten binnen het betrokken project. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit of een melding op grond van dit plan worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: het e-mailadres (voor zover beschikbaar) van de melder of aanvrager; en, de verwachte datum van het begin van de activiteit ingeval van een melding.
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|21
5 OVERGANGSRECHT EN SLOTBEPALINGEN Artikel 12 Overgangsrecht 12.1 Overgangsrecht bouwwerken a.
b. c.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan op de betreffende locatie aanwezig of in uitvoering is, of gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit TAM- omgevingsplan mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10%. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende omgevingsplan van rechtswege, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.
12.2 Overgangsrecht gebruik ten dienste van functie a.
b.
c.
d.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan op de betreffende locatie en dat als gevolg van dit TAMomgevingsplan in strijd is met de gebruiksregels in hoofdstuk 2 ten 3, mag worden voortgezet. Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit TAM-omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM- omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik, dat al in strijd was met de voorheen geldende gebruiksregels voor die locatie in het omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.
12.3 Eerbiedigende werking overige activiteiten a.
b.
c.
Zodra een regeling in dit TAM-omgevingsplan een activiteit als vergunning- of meldingsplichtig aanwijst, dan geldt een onherroepelijke ontheffing of vergunning zoals die luidde direct voor die regeling als een omgevingsvergunning respectievelijk melding voor die activiteit. Zodra een regeling in dit TAM-omgevingsplan een activiteit als meldingsplichtig aanwijst, dan geldt een melding of kennisgeving zoals ingediend voor die regeling als een melding voor die activiteit. Op activiteiten anders dan bedoeld in de artikelen 10.1 en 10.2 die op het moment van de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan krachtens de tot dan geldende wetgeving en voorschriften plaatsvinden, zijn de bepalingen van dit TAM-omgevingsplan direct van toepassing.
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|22
6 KOSTENVERHAALREGELS Artikel 13 Algemene regels kostenverhaal 13.1 Verdeling van de kosten over de activiteiten Voor het verdelen van de kosten worden de in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit aangewezen categorieën bouwactiviteiten per kostenverhaalsgebied onderverdeeld in uitgiftecategorieën. 13.2 Per uitgiftecategorie wordt: a.
b. c.
een basiseenheid vastgesteld, uitgedrukt in een hoeveelheid vierkante meters grondoppervlakte of vloeroppervlakte, een aantal woningen of een daarmee vergelijkbare maatstaf; het gewogen aandeel per basiseenheid berekend door de opbrengsten van de grond per basiseenheid te delen door de totale opbrengsten in het kostenverhaalsgebied, en; het bedrag van de te verhalen kosten per basiseenheid berekend door het totaal van de te verhalen kosten in het kostenverhaalsgebied te vermenigvuldigen met het gewogen aandeel als bedoeld onder b.