3.7 - Bijlage 1 - TAM Omgevingsplan Grens 32
Tekst van het document
13.3 De opbrengsten van de grond per basiseenheid, bedoeld in het tweede lid, onder b, worden geraamd: a. b.
op basis van de in het grondprijzenbeleid 2024 van de ABG- gemeenten vastgestelde grondprijzen, of; met toepassing van de residuele methode, de comparatieve methode of een daarmee vergelijkbare methode voor raming van grondprijzen.
13.4 Te verhalen kosten Onder het totaal van de te verhalen kosten wordt verstaan: a. b.
bij kostenverhaal met tijdvak: het bedrag van de kosten dat op grond van artikel 13.14, tweede lid, van de Omgevingswet ten hoogste kan worden verhaald, en; bij kostenverhaal zonder tijdvak: het maximum van de kosten, bedoeld in artikel 13.15, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet.
13.5 Methode raming plankosten Bij de raming van de kosten per kostenverhaalsgebied wordt in dit omgevingsplan voor de plankosten uitgegaan van het bedrag aan plankosten dat kan worden verhaald op grond van artikel 13.2 van de Omgevingsregeling. 13.6 Aanvraagvereisten kostenverhaalbeschikking Bij de aanvraag van een kostenverhaalsbeschikking moeten de volgende gegevens en bescheiden aan de gemeente worden verstrekt: a. b.
een aanduiding van de met de kostenverhaalplichtige activiteiten te realiseren aantallen bouwwerken, oppervlakten en gebruiksfuncties, en; een aanduiding van de gronden waarop de kostenverhaalplichtige activiteiten worden uitgevoerd.
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|23 13.7 Eindafrekening a.
b.
c.
Binnen drie maanden na het uitvoeren van de in een kostenverhaalsgebied voorziene werken, werkzaamheden en maatregelen stellen burgemeester en wethouders bij beschikking een eindafrekening van het kostenverhaal in het kostenverhaalsgebied vast. Bij de eindafrekening wordt de geldsom die op het moment van de afgifte van de kostenverhaalsbeschikking zou zijn verschuldigd, herberekend overeenkomstig de rekenmethodiek die is opgenomen in artikel 13.1, met dien verstande dat: 1. het bedrag van de te verhalen kosten de daadwerkelijke kosten betreft van de werken, werkzaamheden en maatregelen die zijn uitgevoerd of nog zullen worden uitgevoerd. 2. de totale opbrengsten van de grond worden herberekend op basis van het aantal basiseenheden per uitgiftecategorie dat is gerealiseerd of nog zal worden gerealiseerd. 3. voor de opbrengsten van de grond per basiseenheid van een uitgiftecategorie hetzelfde bedrag wordt toegepast als bij de afgifte van de kostenverhaalsbeschikking. 4. bij kostenverhaal met tijdvak de kosten, bedoeld in artikel 13.18, tweede lid, van de Omgevingswet in mindering worden gebracht. Indien een aanvrager van een kostenverhaalsbeschikking op basis van artikel 13.20, tweede lid, van de Omgevingswet recht heeft op terugbetaling, wordt rente vergoed vanaf de datum van de afgifte van de kostenverhaalsbeschikking.
13.8 Indexering Tenzij voor een kostenverhaalsgebied anders is bepaald, wordt bij de raming van de te verhalen kosten en opbrengsten, het vaststellen van een kostenverhaalbeschikking, een eindafrekening of een eindafrekening op verzoek: een door het bevoegd gezag te kiezen, objectieve index toegepast. 13.9 Rente a.
b.
Tenzij voor een kostenverhaalsgebied anders is bepaald, worden bij de te verhalen kosten en opbrengsten, het vaststellen van een kostenverhaalbeschikking, een eindafrekening of een eindafrekening op verzoek de volgende renteparameters toegepast: 1. voor de debetrente in perioden waarin de gerealiseerde kosten, met uitzondering van de kosten van de inbrengwaarden, hoger zijn dan de opbrengsten met toepassing van renteparameter 2,0%. 2. voor de creditrente in perioden waarin de opbrengsten hoger zijn dan de gerealiseerde kosten, met uitzondering van de kosten van de inbrengwaarden, door toepassing van renteparameter 2,0%. Als bij een eindafrekening terugbetaling plaatsvindt, wordt het terug te betalen bedrag verhoogd met een samengestelde rente met toepassing van renteparameter 0,5%.
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|24
Artikel 14 Kostenverhaalsregels voor het kostenverhaalsgebied Grens 32 14.1 Aanduiding van het tijdvak Het 'Kostenverhaalsgebied Grens 32' kent een tijdvak van 4 jaar met ingang van de dag van inwerkingtreding van dit artikel. 14.2 Gehanteerde parameters Op basis van de geraamde fasering worden alle kosten en opbrengsten, met inachtneming van indexeringen, naar het einde van het tijdvak gerekend (de eindwaarde) en vervolgens naar het begin van het tijdvak (de contante waarde). In onderstaande tabel 1 zijn de parameters voor rente en indexering van de totale kosten en totale opbrengsten opgenomen.
14.3 Raming van de inbrengwaarde De totale inbrengwaarde, gevormd door de waarde van de gronden en opstallen, kosten voor vrijmaken van de grond van rechten en kosten sloop, voor zover toe te rekenen aan het kostenverhaalsgebied, wordt geraamd op € 1.249.380,-. Voor de onderbouwing van de inbrengwaarde wordt verwezen naar bijlage Toelichting Kostenverhaalregels. 14.4 Raming van de overige kosten De overige aan het kostenverhaalsgebied Grens 32 toe te rekenen kosten worden geraamd op € 1.851.993,- nominaal, zie onderstaande tabel 2 en de onderbouwing in bijlage Toelichting Kostenverhaalregels.
14.5 Raming van de opbrengsten In het Kostenverhaalsgebied worden tot de raming van de opbrengsten gerekend: • • •
opbrengsten van uitgifte van de gronden in het Kostenverhaalsgebied; opbrengsten van bijdrage en subsidies van derden; opbrengsten die worden verkregen of toegekend in verband met het in exploitatie brengen van gronden die in de naaste toekomst voor bebouwing in aanmerking komen. In onderstaande tabel 3 is aangegeven welke opbrengsten worden verkregen uit de uitgifte van gronden in het Kostenverhaalsgebied. Voor de onderbouwing wordt verwezen naar bijlage Toelichting Kostenverhaalregels.
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|25
14.6 Toets maximaal verhaalbare kosten Uit tabel 4 blijkt dat in het kostenverhaalsgebied de geraamde kosten de geraamde opbrengsten, op contante waarde, met € € 454.446,- overtreffen. Derhalve is er sprake van een macro-aftopping en zijn niet alle kosten in het kostenverhaalsgebied te verhalen.
14.7 Berekening Kostenverhaalsbijdrage per gewogen eenheid De bruto Kostenverhaalsbijdrage, die bij het verlenen van de aanvraag voor een Bouwactiviteit moet worden berekend, wordt als volgt berekend: a. b.
c. d. e.
Ten eerste worden de uitgiftecategorieën vastgesteld (zie artikel 19.5 van deze Kostenverhaalsregels). Zo nodig wordt daarbinnen een verder onderscheid aangebracht. Vervolgens wordt per onderscheiden categorie een basiseenheid vastgesteld in een hoeveelheid vierkante meters grondoppervlakte, een hoeveelheid vierkante meters vloeroppervlakte of een andere hiermee vergelijkbare maatstaf. Daarna worden, door elke basiseenheid te vermenigvuldigen met een per categorie vastgestelde gewichtsfactor, gewogen eenheden vastgesteld. Vervolgens worden de gewogen eenheden in het Kostenverhaalsgebied bij elkaar opgeteld tot een totaal van gewogen eenheden van het Kostenverhaalsgebied. Ten slotte is het verhaalbare bedrag per gewogen eenheid het ten hoogste verhaalbare bedrag, bedoeld in artikel 13.14 lid 2 Ow, gedeeld door het overeenkomstig het totaal berekende aantal gewogen eenheden. In onderstaande tabel 5 is de berekening van de gewogen basiseenheden weergegeven en in tabel 6 het verhaalbare bedrag per gewogen eenheid weergegeven per contante waarde datum 1 januari 2025. Voor de onderbouwing wordt verwezen naar bijlage Toelichting Kostenverhaalregels.
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
|26
14.8 Kostenverhaalsbijdrage voor een activiteit a.
b.
c.
Op basis van de aanvraag voor de Bouwactiviteit kan de bruto kostenverhaalsbijdrage in het kostenverhaalsgebied worden berekend. De bruto kostenverhaalsbijdrage wordt bepaald door het verhaalbare bedrag per gewogen eenheid te vermenigvuldigen met de uitgiftecategorieën die in de aanvraag voor de Bouwactiviteit zijn opgenomen. De bepaalde bruto Kostenverhaalsbijdrage wordt met de navolgende kosten verminderd: 1. de inbrengwaarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, en; 2. de kosten die door de aanvrager zijn gemaakt, voor zover die kosten gelijk zijn aan of 3. lager zijn dan de raming van de kosten in het omgevingsplan, de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 13.14, derde lid, onder a. Na aftrek van de bovenstaande inbrengwaarde van de Uitgeefbare gronden en de bovenstaande kosten resteert de netto Kostenverhaalsbijdrage. Deze netto Kostenverhaalsbijdrage is de aanvrager van de Bouwactiviteit aan de gemeente verschuldigd en wordt door Burgemeester en wethouders bij beschikking vastgesteld.
NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau
VERBEELDING
LEGENDA plangebied
Enkelbestemmingen (sg-gs)
30a
(sg-gs)
N
(sg-gs)
(sg-gs)
N
Natuur
V
Verkeer
WG
Woongebied
Gebiedsaanduidingen
V
geluidzone - geluidsaandachtsgebied
(sg-gs)
Functieaanduidingen specifieke vorm van groen - groenstroken
(sg-gs)
95a
Bouwvlakken bouwvlak
(sg-gs)
Bouwaanduidingen
WG
specifieke bouwaanduiding - sloop bedrijfsbebouwing
[sba-sbb]
[vrij] 7
vrijstaand
[vrij]
11 12
Maatvoeringen 30
12
maximum aantal wooneenheden
7
maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)
11
(sg-gs) 32a 38
97
ondergrond 40
42
(sg-gs) 38
V
36a
36 32
34
[sba-sbb]
34a
40
42
Verbeelding TAM-omgevingsplan "Hoofdstuk 22a, Grens 32 Baarle Nassau"
Gemeente: 2
IMRO-code:
Baarle-Nassau NL.IMRO.0744.TAMGrens32-ON01
4 32
Tekening nr:
1-A
..-..-....
datum:
22-01-2025
ontwerp:
..-..-....
getekend:
FH
vastgesteld:
..-..-....
schaal:
1:1000
onherroepelijk:
..-..-....
formaat:
A3
voorontwerp:
BIJLAGEN BIJ DE REGELS
BIJLAGE REGELS 1 BEGRIPPEN
Bijlagen bij regels Bijlage 1 Bij artikel 1 (Begripsbepalingen) In dit 'TAM-IMRO omgevingsplan Hoofdstuk 22a Grens 32 Baarle Nassau' wordt verstaan onder:
-
-
Aanbestedingsprotocol: het gemeentelijk document waarin staat aangegeven op welke wijze de opdracht voor de uitvoering van werken en werkzaamheden wordt gegund. achtererfgebied: gebouwerf zoals bedoeld in bijlage 1 bij artikel 1.1 van het Bbl, uitgaande van de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 3 m achter de voorkant; afhankelijke woonruimte: een bijgebouw/bedrijfsgebouw dat een ruimtelijke en planologische eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit het oogpunt van mantelzorg is gehuisvest; agrarisch bedrijf: een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, nader te onderscheiden in: • • • • •
• • • • • •
akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, waaronder bollenteelt, daaronder niet begrepen sier- en fruitteelt, boomkwekerij en bosbouw; boomkwekerij: een bedrijf gericht op het telen van bomen al dan niet gecombineerd met de verhandeling daarvan; bosbouw: de teelt van bomen ten behoeve van de houtproductie; grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond, waaronder tevens wordt verstaan een paardenfokkerij; intensieve veehouderij: een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen; glastuinbouw: de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; sierteelt: de teelt van tuin- en potplanten en/of bomen; fruitteelt: de teelt van fruit; bollenteelt: de teelt van bloembollen in samenhang met de teelt van bolbloemen; intensieve kwekerij: de teelt van gewassen of dieren (anders dan bij wijze van intensieve veehouderij) (nagenoeg) zonder gebruik te maken van daglicht; paardenfokkerij: het houden van paarden ten behoeve van de fokkerij waarbij het africhten van en de handel in paarden in ondergeschikte mate
plaatsvindt; onder paardenfokkerij wordt niet verstaan paardenstalling en manege.
- bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; - bebouwingspercentage: een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwperceel/bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; - bed and breakfast: recreatief nachtverblijf in de vorm van logies met ontbijt, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf, binnen de bestaande (bedrijfs)woning of bijgebouw dat door de beperkte omvang in een woning, met behoud van de woonfunctie, door de bewoner van de woning wordt uitgeoefend; - bedrijfsactiviteiten aan huis: het door een bewoner van een woning: • het uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten; • bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk; waarbij de woning in een overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een internethandel. Hieronder dient niet te worden begrepen de uitoefening van detailhandel en sexinrichtingen;
- begane grond: bouwlaag waarvan bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer ter hoogte van het (straat)peil ligt, dan wel de bouwlaag boven een onderbouw; - bestaand: a. het gebruik op een locatie dat op het tijdstip van vaststelling van het besluit tot wijziging van het omgevingsplan op de betreffende locatie aanwezig is en/of bebouwing die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning; b. het onder a bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met de voorheen geldende gebruiks- en/of bouwregels voor die locatie in het omgevingsplan, daaronder mede begrepen de overgangsbepalingen, of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; - Bestekken: de vastlegging naar plaats, omvang, materiaal en kwaliteit van tot stand te brengen objecten, tevens omvattende de administratieve voorwaarden, de algemene technische bepalingen en de bepalingen met betrekking tot de arbeidsomstandigheden waaraan tijdens de totstandkoming van deze objecten moet worden voldaan, dienende ter verkrijging van prijsopgaven van inschrijvers en ter contractuele vastlegging tussen opdrachtgever en aannemer/leverancier, welke vastlegging gebaseerd is op de systematiek van de RAW;.
- bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde bouwperceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; - Bouwactiviteit: een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. - bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; - bouwlaag: een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; - bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; - Bouwrijp maken: in het Kostenverhaalsgebied zijn de volgende werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken voorzien: • het ontdoen van bebouwing, bouwresten, verhardingen, funderingen, kabels- en leidingen en andere boven- en ondergrondse obstakels, inclusief afvoeren en storten volgen de geldende wet- en regelgeving; • het ontgraven, ophogen en egaliseren van het terrein, inclusief afvoeren en storten volgens de geldende wet- en regelgeving; • het verwijderen van struiken,
gewassen, bomen en boomstronken, inclusief afvoeren en storten volgende de geldende wet- en regelgeving; • het dempen van sloten en watergangen; • het aanbrengen van drainage in de openbare ruimte; • het afvoeren van grondwater en reguleren van grondwater; • het aanleggen van duikers, rioleringen ((verbeterd) gescheiden stelsel) en (riool)gemalen, persleidingen; • het aanbrengen van wadi's en/of andere waterbergingsvoorzieningen inclusief eventueel noodzakelijke grondkerende constructies zoals beschoeiing en/of damwand; • het aanleggen van de aansluiting op het omliggende wegennet;
•
het aanleggen van bouwwegen, (tijdelijke) openbare verlichting en (tijdelijke) parkeerplaatsen; en overige voorkomende werkzaamheden. - bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; - bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; - dakopbouw: een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie (deels) boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlak(ken) is (zijn) geplaatst; - detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met uitzondering van het bieden van gelegenheid om gekochte etenswaren ter plaatse te nuttigen; - dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een belwinkel en internetcafé; - eerste bouwlaag: de eerste volledige
bouwlaag boven het peil; - eenmanszaak: onderneming die door één persoon wordt geëxploiteerd, maar wel personeel in dienst kan hebben; - Eindafrekening: afrekening van betaalde kostenverhaalsbijdragen als bedoeld in artikel 13.14, eerste lid, onder e, onder 2°, van de Omgevingswet. - druiplijn: de lijn die van onderen het dak begrenst; - erker: een aan nader bepaalde maatvoeringeisen verbonden ondergeschikt aangebouwd gedeelte (aanbouw) van een woning aan een gevel in één bouwlaag, eventueel met een schuin kapje; - extensief recreatief verblijven: een extensieve recreatieve niet-bedrijfsmatige gebruiksvorm, welke zich beperkt tot bijvoorbeeld wandelen, paardrijden, fietsen, picknicken, kanoën en natuurgerichte recreatie zoals vogelobservatie en de daarbij behorende extensieve recreatieve voorzieningen zoals banken, bewegwijzering en picknicktafels, ondergeschikt aan de overige ingevolge de functie toegestane gebruiksactiviteiten, en dientengevolge niet het primaire c.q.
hoofdgebruik betreffende; - gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; - gevellijn: de als zodanig aangegeven lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd; - bewoner: iemand die officieel als bewoner van een woning of ander gebouw geregistreerd is en daarmee onder andere verantwoordelijk is voor het betalen van bepaalde lasten; - hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken - huishouden: persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; - internethandel: verkoop via internet aan particulieren, zonder showroom en waarvan de bestelling en betaling voornamelijk via internet verloopt en bezorging per post, alsmede opslag zonder dat producten ter plaatse worden afgehaald, bekeken of betaald; - kap: een constructie van één of meer dakvlakken;
- kamerverhuur: gebouw en/of gedeelte van een gebouw waarin onzelfstandige woonruimte wordt verleend aan personen die geen huishouden vormen; - kampeermiddelen: niet als een bouwwerk aan te merken vouwwagens, campers, tenten, caravans of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief dag- en/of nachtverblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben;
-
Kostenverhaalbeschikking: beschikking als bedoeld in artikel 13.18 van de Omgevingswet. - Kostenverhaalsbijdrage: de door een aanvrager van een bouwactiviteit aan de gemeente verschuldigde betaling in de kosten op grond van artikel 13.11 Omgevingswet. - Kostenverhaalsgebied: het kostenverhaalsgebied Grens 32, zoals aangeduid op de verbeelding, waarop de kostenverhaalsregels uit hoofdstuk 6 en de overige regels van dit plan, waarin specifiek wordt verwezen naar het Kostenverhaalsgebied, van toepassing zijn. - Kostenverhaalsplichtige activiteiten: de activiteiten, bedoeld in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. - Kostenverhaalsopzet: de kostenverhaalsopzet zoals opgenomen in bijlage @@ bij de toelichting. - Kostenverhaalsregels: de kostenverhaalsregels als bedoeld in artikel 13.14 en artikel 13.15 van de Omgevingswet.
- mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussenpersonen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring (zorgindicatie) van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeenteaangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; - Nutsvoorzieningen: in het Kostenverhaalsgebied zijn de volgende werken en werkzaamheden voor de aanleg van nutsvoorzieningen, inclusief bijbehorende bovengrondse voorzieningen, voorzien: aanleg van en, indien van toepassing, verplaatsing of aanpassing van nutsvoorzieningen. Hieronder worden in ieder geval verstaan: leidingen voor water, elektra, datatelecom zoals glasvezel of kopernetwerk en bestaande leidingen voor gas, inclusief de nodige onder- en bovengrondse voorzieningen, zoals transformatorhuisjes, verdeelkasten en installaties/gebouwen voor duurzame energievoorzieningen. Hierbij moet worden uitgegaan van standaard nutsinfra die wordt aangeboden. Er is geen sprake van extra nutsvoorzieningen die noodzakelijk zijn voor een bepaalde bedrijfsvoering.
- ondergeschikt bouwdeel: • een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk met uitzondering van een uitgebouwd gedeelte van een gebouw dat dient ter uitbreiding van het oppervlak en/of; • ondergeschikte delen van een ondergronds bouwwerk die zichtbaar zijn boven peil; - ondergronds bouwwerk: een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil; - ondergrondse werken: werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden; - Open constructie erf- en terreinafscheiding: constructie met een doorkijk, voor minimaal 80 % voorzien van open delen, zoals een constructie als een hekwerk. - Openbare ruimte: de gronden in en ten behoeve van het Kostenverhaalsgebied waarop de openbare voorzieningen worden gereconstrueerd of gerealiseerd, waaronder openbare wegen, waterwegen en groenvoorzieningen. - overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van maximaal één gesloten wand;
- peil: • voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; • voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; - Plankosten: plankosten als bedoeld in bijlage I bij de Omgevingsregeling. - pré-mantelzorg: mantelzorg waarbij de behoefte met een verklaring (zorgindicatie) van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeenteaangewezen sociaalmedisch adviseur nog niet kan worden aangetoond maar deze gezien de gevorderde leeftijd, een progressieve ziekte en/of een psychische beperking mogelijk wel op termijn te verwachten is; - stedenbouwkundige samenhang: het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaald beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte(n); - stedenbouwkundige waarde/kwaliteit: de waarde die een gebied heeft in verband met stedenbouwkundige elementen, zoals de stedenbouwkundige situatie en infrastructuur, alsmede de ligging en hoogte van bouwwerken in dat gebied; - straatmeubilair: verkeersgeleiders, rampalen/amsterdammertjes, verkeersborden, brandkranen, lichtmasten, zitbanken, bloembakken, papier-, glas- en andere inzamelbakken, toegangsconstructies voor
ondergrondse voorzieningen, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame, telefooncellen, abri's en kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen en daarmee vergelijkbare objecten; - Teeltondersteunende voorziening: (teelt)ondersteunende voorzieningen, die onderdeel zijn van de totale agrarische bedrijfsvoering van een (grondgebonden) open- of vollegronds tuinbouwbedrijf(stak), boom- of vaste plantenteeltbedrijf(stak) en die gebruikt worden om de bedrijfsvoering te optimaliseren; hierdoor vindt (een deel van) de productie onder meer gecontroleerde omstandigheden plaats, waardoor gezorgd kan worden voor een verbetering van de productiekwaliteit en/of arbeidsomstandigheden, teeltvervroeging of -verlating en het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffengebruik. • Permanentate teeltondersteunende voorziening: teeltondersteunende voorzieningen die voor een periode langer dan 6 maanden worden gebruikt. • Tijdelijke teeltondersteunende voorziening; teeltondersteunende voorzieningen die op dezelfde locatie gebruikt kunnen worden zo lang de teelt dit vereist, met een minimum van 1 maand en een maximum van 6 maanden. Deze tijdelijke voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik.
Hieronder worden verstaan folies, insectengaas, acryldoek, wandelkappen, schaduwhallen, hagelnetten, stellingen met eventueel regenkappen; • overige (teelt)ondersteunende voorzieningen: permanente (teelt)ondersteunende voorzieningen in de vorm van een afscheiding, eventueel in de vorm van een hek , met een hoogte van niet meer dan 2,5 m, op boomteeltpercelen waarmee dieren van die percelen geweerd kunnen worden.
- Uitgeefbare gronden: de gronden waarop één of meer bouwactiviteiten mogelijk zijn met bijbehorend erf. - voorgevel: een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad toegekeerde gevel van een hoofdgebouw; - voorgevellijn: denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de grenzen van het bouwperceel; - openbare nutsvoorzieningen: op het openbare net aangesloten werken en/of bouwwerken ten behoeve van het openbaar nut, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer;
- water, watergangen en waterhuishoudkundige voorzieningen: al het oppervlakte water zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.; - werken en werkzaamheden: alle door menselijk toedoen ontstane of te maken constructies, geen bouwwerken zijnde, en inrichtingen en de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om deze te realiseren; - Werken en werkzaamheden: werken en werkzaamheden, zoals bedoeld in de omschrijving van bouwrijp maken van het Kostenverhaalsgebied, de aanleg van Nutsvoorzieningen en het Woonrijp maken van het Kostenverhaalsgebied.
- Woonrijp maken: in en ten behoeve van het Kostenverhaalsgebied zijn de volgende werken en werkzaamheden voor het (her)inrichten van de openbare ruimte voorzien: • het aanleggen, aanpassen dan wel herstellen van wegen en pleinen, zowel met een open verharding als asfalt, met bijbehorende (verkeers- en verkeersregulerende) voorzieningen en bermen; • het aanleggen van inritten, trottoirs, voet- en rijwielpaden en (definitieve) parkeerplaatsen; • het aanleggen van (definitieve) openbare verlichting; • het aanleggen van bluswatervoorzieningen of brandputten indien noodzakelijk vanuit veiligheidsdienst, waaronder begrepen brandkranen met aansluitingen; • het plaatsen van straatnaamborden, markeringen, verkeers- en waarschuwingsborden, bebakening en belijning; • het plaatsen van straatmeubilair, speelvoorzieningen, hondentoiletten, sierende elementen en afrasteringen in de openbare ruimte; • het aanleggen van groenvoorzieningen plus plantvakverbetering en watertoevoer / beluchtingsvoorzieningen inclusief het verzorgen van het eerstejaarsonderhoud hiervan; • het aanleggen van waterbergingsvoorzieningen; • het aanleggen van geluidwerende voorzieningen; en overige voorkomende werkzaamheden.
- woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, of voor de huisvesting buiten het verband van een huishouden tot en met maximaal vier personen.
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING