RU24.03.06D 04 3 Ontwikkelperspectief de Peel versie 12 Februari 2024 - Digitale versie-gecomprimeerd
Tekst van het document
Glastuinbouw
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
61
Weinig geurhinder aaneengesloten landschap zonder geurhinder
Hemelhelderheid (MCD*) in de nacht, onbewolkt <250 250-500 500-1000 1000-2000 >2000 *sterkte van het licht is
+
gemeten in MCD >
3.4 Weinig geluidshinder aaneengesloten landschap zonder geurhinder en zonder geluidshinder
Milicandella
+ Weinig lichtvervuiling aaneengesloten landschap zonder geurhinder, zonder geluidshinder en zonder lichtvervuiling
AANDACHT VOOR MINDER ZICHTBARE WAARDEN Met de voorgaande kaarten en analyses is geprobeerd de werking van het natuurlijke systeem te ontrafelen. Door het water en bodemsysteem van nu en het verleden te onderzoeken, en door boven- en ondergrond in samenhang te bekijken, ontstaat een beeld van de kansen en knelpunten voor de Peel in 2050. Deze systematische aanpak vormt de basis voor het ontwikkelperspectief. Tegelijkertijd zijn onzichtbare kwaliteiten, ook al zijn deze lastig in kaart te vangen, minstens zo belangrijk. In deze kaartenreeks wordt stil gestaan bij de onzichtbare waarde geur, geluid, licht en aardkundig (geologie). Wanneer de kaarten de kaarten over elkaar heen worden gelegd, ontstaat ook hier een contrast tussen de horst en de flanken. Naast de openheid van de horst (3.3), het eenduidige grondwatersysteem (3.2) en de samenhangende structuren in het landschappelijk casco (3.4) is de combinatie van rust en donkerte ook uniek voor de Peel. Deze, in Nederland schaarse waarden, waarden zouden beschermd moeten worden. Dit vraagt in bepaalde delen van de Peel om passende maatregelen met oog voor inwoners, economie en natuur. Zeker in de context van de metropoolregio Eindhoven, Venlo en Arnhem is de combinatie van donkerte en rust een kwaliteit, bijvoorbeeld als ‘rustgebied’ of ‘retraitelandschap’ tussen de verstedelijkte kernen.
+ Bijzondere geologische waarde aaneengesloten landschap zonder geurhinder, zonder geluidshinder, zonder lichtvervuiling, met geologische waarden
44
Een donker landschap. Lichtvervuiling heeft een negatief effect op onze gezondheid en biodiversiteit. Hier in de Peel is een van de weinige plekken in Nederland waar je ‘s-nachts de melkweg nog zou kunnen zien. Bron: Donkerste plek Nederland - PDF Free download. (z.d.). https://docplayer.nl/105116100-Donkerste-plek-nederland.html
45
Deelkaarten; aandacht voor minder zichtbare waarden.
4. DRIE DENK RICHTINGEN
Natuurlijk, ondernemend en leefbaar. In dit hoofdstuk verkennen we mogelijke toekomstbeelden voor de Peel aan de hand van drie denkrichtingen: de natuurlijke Peel, de ondernemende Peel en de Peel als woon- en recreatielandschap. In zekere zin zijn deze denkrichtingen die we met ontwerpend onderzoek hebben uitgewerkt tot scenario’s uitersten of uitvergrotingen van een bepaalde, gerichte toekomst. Daarbij hebben we de drie perspectieven waar het Rijk mee werkt (zie 2.1) in het achterhoofd gehouden. Het denken in scenario’s en hoe we tot de utopische scenario’s zijn gekomen wordt uitgelegd in paragraaf 4.2. De betekenis van deze scenario’s wordt duidelijk als we ze afzetten tegen het nul scenario: niets doen. Daar beginnen we dan ook mee.
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
64
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
47
Verdroging is een groot probeem in de Peel, zowel voor de natuur als voor de opbrengst van de huidige landbouw (Bron: NRC, 2022).
48
De luchtkwaliteit in de Peel is erg slecht door de grote hoeveelheid fijnstof. Een belangrijke bron hiervan is ammoniak uit de veehouderij (Bron foto: Eindhovens Dagblad, 2017).
65
4.1 NIETS DOEN IS GEEN OPTIE De gevolgen van klimaatverandering zijn immens, ook voor De Peel. Daarbij is de teruggang van de natuur en het verlies aan biodiversiteit een groot zorgpunt. Er is sprake van verdroging in de Peel. Dit levert problemen op voor de natuur, de landbouw en de mensen die er wonen en werken. Zo zet een tekort aan water de voedselproductie onder druk en verdwijnt zeldzame natte natuur (hoogveen). Tijdens piekbuien is het te veel aan water dat in korte tijd in het gebied komt ook een probleem door overstromingen. De manier waarop de grond op veel plaatsen wordt gebruikt versterkt die problemen. Gewassen die veel water nodig hebben in perioden dat er weinig water beschikbaar is vragen om beregening terwijl de natuur dat water niet kan missen. Gewassen die niet van ‘natte voeten’ houden lopen in natte perioden schade op. Monoculturen putten bovendien de bodem uit.
Droogtestress gematigd (in 2050) Droogtestress hoog (in 2050) Natuur gevoelig voor grondwater Natuur zeer gevoelig voor grondwater
Een ander groot probleem voor de natuur is de grote hoeveelheid stikstof die in deze gebieden terecht komt en ertoe leidt dat zeldzame soorten verdwijnen. Dit probleem is inmiddels zo groot dat ook andere ontwikkelingen zoals de woningbouw erdoor geraakt worden. De stikstofkraan moet dichtgedraaid, maar de gevolgen daarvan voor de landbouw in de Peel zijn groot. Vooral intensieve veehouderijbedrijven (kippen en varkens) zullen niet op dezelfde manier verder kunnen en ook melkveebedrijven zullen hun bedrijfsvoering moeten aanpassen. Al deze boeren wachten dringend op duidelijkheid om keuzes te kunnen maken over hun toekomst. Ze vragen zich af of ze nog welkom zijn in de Peel en die vraag moet beantwoord worden. En snel ook.
Verstedelijking Veehouderij Verstedelijking Snelweg Geurhinder Ernstige stikstof depositie Maasdal Horst Uiterwaarden of winterbed Maas Stiltegebied Naaldbos Beken
46
De Peel in 2050 als we niets veranderen aan de huidige inrichting van het landschap. Bron data, o.a. klimaateffectatlas.
Onduidelijkheid over de toekomst heeft ook sociaalmaatschappelijke gevolgen. Mensen verlaten het gebied, ondernemers investeren niet meer, werkgelegenheid neemt af, voorzieningen en bereikbaarheid gaan achteruit. Er ontstaat een
neerwaartse spiraal die steeds moeilijker is te keren naar mate het langer duurt. De noodzaak om in te grijpen wordt ook ingegeven door de gevolgen van vergrijzing. Veel oudere boeren overwegen om te stoppen waardoor de (voedsel)productiecapaciteit van De Peel gaat omlaag en er minder kan worden bijgedragen aan de welvaart van de regio. De vergrijzing beïnvloedt ook de vastgoedmarkt. Wat moet er gebeuren met vrijkomende agrarische gronden en gebouwen? Daarnaast kan er een grotere vraag naar zorgvoorzieningen en naar kleinere woningen worden verwacht. Maar ook de verstedelijkingdruk vanuit de Brainport straalt al uit in de Peel. Zonder een duidelijk perspectief op de toekomst kunnen de bijzondere kwaliteiten van de Peel, zoals de eigen identiteit van de dorpen, verloren gaan. Veranderingen die volgen uit een duidelijk perspectief kunnen met zich meebrengen dat afscheid van bepaalde gebruiken, bedrijfsvormen en verschijningsvormen in het landschap moet worden genomen. Dat kan niet van de ene op de andere dag, maar omdat de urgentie om problemen aan te pakken hoog is, moet nu wel een start worden gemaakt. Een start die ook als inspirerend voorbeeld kan dienen en soms voor het oprapen ligt. Bijvoorbeeld vanuit de energietransitie en circulaire economie, andere/ nieuwe verdienmodellen, productie van biobased bouwstoffen, biologische landbouw, agrarisch natuurbeheer.
Ook deze kansen vragen om duidelijkheid want anders zijn investeringen te risicovol. Onze conclusie: niets doen is geen optie. Sterker nog: stilstand vormt een grote bedreiging voor welzijn en welvaart van de Peel. Met een ontwikkelperspectief kan een nieuw hoofdstuk aan de bewogen geschiedenis van de Peel worden toegevoegd. Kiezen voor een meerkleurige toekomst en daar samen in doorpakken.
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
66
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
46 45
67
4.2 DENKEN VANUIT SCENARIO’S Om de toekomst van De Peel te verkennen is het behulpzaam te denken vanuit scenario’s en mogelijke denkrichtingen uit te vergroten. Dat helpt in het identificeren van kansen en bedreigingen die op de Peel af komen en daar goed op te anticiperen. Denken vanuit scenario’s past goed bij ontwerpend onderzoek: samen opties verkennen. Hierbij is gebruik gemaakt van een studie die begin 2023 door Het Planbureau voor de Leefomgeving (hierna: Pbl) is uitgebracht. In deze studie zijn meerdere toekomstbeelden voor de ruimtelijke inrichting van Nederland in 2050 verkend. Het Pbl onderscheidt Mondiaal Ondernemen, Groen Land, Regionaal Geworteld (gericht op respectievelijk profit, planet en people) en daarnaast Snelle Wereld (met focus op gevolgen digitalisering). Deze scenario’s sluiten aan bij de opgaven uit het startpakket voor dit NOVEX-gebied. Let op: in alle scenario’s is het water- en bodemsysteem uiteindelijk leidend. In het eerste atelier rondom het ontwikkelperspectief is samen met kenners van De Peel de toekomst besproken en uitgetekend op kaarten. Hierbij is gebruik gemaakt van de scenario’s van het Pbl, maar zijn ze tegelijk ‘Peel-eigen’ gemaakt en vervolgens teruggebracht tot drie kleuren:
Accent in scenario op: productie
natuur
duurzame energie
gezondheid
bereikbaarheid
1. 2. 3.
ACCENTEN PER SCENARIO; HET RADARDIAGRAM
Tijdens verschillende ateliers zijn met gebiedspartners scenario’s verkend. Toekomstbeelden met een natuurlijk, ondernemend, of leefbaar karakter. Het bespreken van de verschillen en overeenkomsten in deze scenario’s leidde tot inzicht in de belangrijkste thema’s voor het ontwikkelperspectief. Deze zijn vervolgens in vijf hoofdthema’s samengevoegd; natuur, productie, duurzame energie, gezondheid en mobiliteit. In elk scenario ligt het accent op deze vijf thema’s anders. Zo richt scenario 1 zich op natuur met ecologische waarde, waar de natuur in scenario 2 nadrukkelijk een productieve component heeft en de natuur in scenario 3 een recreatieve component. Door het accent per scenario te verleggen onderzoeken we de ‘hoeken van het speelveld’, maar wel wat past binnen het karakter van de Peel. Door in een radardiagram de verschillende thema’s op een assenkruis uiteen te zetten, is het in één oogopslag helder welke functie of mix van functies kenmerkend is. Daarbij geldt dat hoe groter de balk in het diagram is, hoe meer het accent ligt op dit onderwerp. Als een balk kleiner is, geldt dat deze functie minder past binnen het scenario.
Natuurlijke Peel (het groene scenario gericht op ecologische optimalisatie) Ondernemende Peel (het gele scenario gericht op economische optimalisatie) Leefbare Peel (het rode scenario gericht op leefbaarheid & beleving, op de bewoners en bezoekers)
Bij elk van deze scenario’s liggen de accenten dus anders. In het atelier en de verwerking van de opbrengsten is gekeken naar verbindende thema’s zoals natuur, productie, energie, gezondheid en bereikbaarheid en hoe die zich ruimtelijk vertalen. Het denken vanuit scenario’s werkt daarbij als een gekleurde bril: de kleur van het scenario bepaalt voor welk thema in meer of mindere mate ruimte moet worden gevonden. In het vervolg van dit hoofdstuk beschrijven we elk van de drie kleuren van De Peel in relatie tot de kaartbeelden die we op basis van de ateliers met de deelnemers hebben gemaakt. Steeds zijn een aantal essenties benoemd: ontwikkelingen die karakteristiek zijn voor dit toekomstbeeld. Maar let op: dat zijn dus uitvergrotingen. De kleuren en kaartbeelden vormen bouwstenen om te komen tot een synthese, tot een wenkend ontwikkelperspectief voor 2050 dat een gezond midden zoekt.
VIJF THEMA’S, 15 KEUZEMOGELIJKHEDEN
Waar leggen we de nadruk op in elk scenario?
Natuur: biodiversiteit, recreatief of productieve natuur? Productie / teelten: kleinschalige landbouw, hoogproductief voedselteelt, of transitie naar grondstoffenteelt? Duurzame energie: grootschalig energielandschappen, kleinschalig wind & zonnevelden, import van elders? Gezondheid: nadruk op leefbaarheid kernen, meer wonen in het groen, beschermen van donkerte en stilte? Bereikbaarheid: Nadruk op automobiliteit, inzetten op (kleinschalig) openbaar vervoer, of nieuwe duurzame/gezonde mobiliteit?
49
Foto’s van atelier 3. Ronde tafelgesprekken met input van o.a. gemeenten, waterschappen, provincies en rijksoverheid.
SCENARIO’S: DRIE DENKRICHTINGEN VOOR DE TOEKOMST VAN DE PEEL
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
68
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
69
4.3 DE NATUURLIJKE PEEL
De natuur staat met stip op één. 5.
Het natuurlijk grondwatersysteem herstellen levert een landschap met veel verschillende habitats op. Dat betekent:
10.
1. 2. 3. 4.
5.
8.
9.
5. 6.
4.
• 1.
Hoogveennatuur wordt versterkt en uitgebreid
• 2.
Kilometers brede bufferzones rondom Peelvenen met natte natuur die ontoegankelijk is voor de mens
• 3.
Regenwater wordt vastgehouden en gebiedsvreemd water beperkt
3.
Peelhorst: jonge ontginningen • 4.
Reactiveren van Vliegbasis de Peel niet mogelijk door grondwaterstand
• 5.
Groenblauwe dooradering verbindt verschillende biotopen
Steden en dorpen • 6.
Beken krijgen de ruimte in stad en dorp
• 7.
Natuurinclusieve landbouw op esgronden rond oude kernen
Beekdalen • 8.
Peelrandbreuk fungeert als continue groene verbinding in het gebied
• 9.
Hermeanderen beken en een breed beekdalprofiel, langzame afvoer en veel infiltratie
Dekzandgronden • 10.
Uitbreiding loofbossen, dienen ook als natuurlijke buffer voor o.a. stikstof van buiten het gebied, ze beschermen het hoogveen voor invloed van buitenaf
Een en ander resulteert in een groots aaneengesloten landschap. Ecosysteemdiensten (waterzuivering, CO2 opslag, en bodemherstel) vormen het verdienmodel.
6.
2.
Peelhorst: veengebied
7.
Vernatten en verruigen van de Peelhorst Beekdalen als leidende structuur Omliggende stedelijke gebieden als ruimte voor verstedelijking Ecoysteemherstel en beschermen van de horst als functie voor de flanken Landbouw vooral dienend aan de natuur Het landschap als basis voor leefkwaliteit, recreatie en ontspanning
1.
Belangrijkste kenmerken van dit scenario: Richting 2050 ruimte bieden aan oernatuur en ecoysteemherstel. Oorspronkelijk was De Peel een woest en onbewoond gebied dat bestond uit uitgestrekte moerassen, heidevelden en bossen. De natuur was bepalend voor het landschap en de natuur was gebaseerd op het natuurlijk bodem- en watersysteem Dit landschap veranderde door de veenontginning. Uit afgravingen ontstonden plassen, deze werden droog gelegd voor de landbouw. De watergangen om gewonnen turf te vervoeren voerden te veel water af uit het gebied. Ondertussen was De Peel bewoonbaar gemaakt voor mensen. De woeste Peel was veranderd. Het natuurlijk systeem van De Peel is van grote ecologische waarde door de bijzondere bodemopbouw. Om dit te herstellen en versterken is de natuur in dit scenario met stip op één gezet. In 2050 is De Peel een ecosysteem waarin inkomsten volgen uit natuurinclusieve landbouw en het leveren van diensten die bijdragen aan het behoud en de ontwikkeling van het ecosysteem. Er is weinig ruimte voor duurzame energieopwekking (alleen in stedelijk gebied). De natuur vormt de aantrekkingskracht van het gebied en leidt tot een woonvraag uit de stedelijke gebieden. De realisatie van de woningen roept een vraag op naar bijbehorende voorzieningen. Deze beweging draagt bij aan het behoud van de leefbaarheid in de bestaande kernen en brengt ‘nieuw volk’ naar de Peel.
Deze aantrekkingskracht mag nooit de flora en fauna, maar ook de ruimtelijke kwaliteit van De Peel aantasten. Inwoners van De Peel verplaatsen zich via hoogwaardige OV-verbindingen aan de flanken, snelfietsroutes tussen de kernen en een minimaal aantal autowegen voor stille auto’s tussen de kleine dorpen. Op de flanken is de natuur minder dominant, maar wordt de natuur gecombineerd met ander ruimtegebruik en versterking van de landschapsstructuur. De reactivering van Vliegbasis De Peel lijkt lastig, vanwege de mogelijke gevolgen voor grondwaterreserves en de ecologische potenties van de Peelvenen. 50 51
Scenariokaart ‘De natuurlijke Peel’. Radardiagram van de natuurlijke Peel.
SCENARIO’S: DRIE DENKRICHTINGEN VOOR DE TOEKOMST VAN DE PEEL
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
70
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
71
4.4 ONDERNEMENDE PEEL
Made in de Peel: een nieuwe balans tussen economie en ecologie.
9.
5. 10.
Een toekomstbestendige Peel is een ondernemende Peel. De Peel pakt een rol in de eiwit- en grondstoffentransitie en is straks een belangrijke leverancier van grondstoffen. In de ondernemende Peel staan efficiëntie en economisch denken op één. Dat betekent: 1.
4.
2.
8.
3. 4.
Peelhorst: veengebied • 1.
minimale overgangszone rond hoogveen, vooral om water vast te houden
• 2.
Griendtsveen wordt een energieconversiecluster, elektriciteit uit grootschalige wind- en zonnenergie-velden wordt omgezet in groene waterstof en via buisleiding vervoerd
Peelhorst: jonge ontginningen 3. •
samenkomst van kV-lijnen, buisleidingen en de Brabant route maakt de Peel tot aantrekkelijk vestigingsklimaat voor de biobased industrie (Moerdijk, Tilburg, Chemelot)
4. •
de landbouwkavels langs de Peelkanalen worden ingericht voor natte teelten
5. •
gradient van productieve natuur, natte teelten en droge gewassen
Steden en dorpen 6. •
verdichting stationsgebieden op EindhovenVenlo-as, goed verbonden met omgeving.
7. •
clustering van intensieve veeteelt en industrie op agro-industrieterreinen
Beekdalen 8. •
opgedeeld in productieve zone’s a.d.h.v. grondwaterstand
9.
esgronden zijn vruchtbare gronden geschikt voor grondgebonden landbouw
•
Dekzandgronden •
10.
nieuwe bosgebieden worden bodembewust ingezet voor agroforestry
6.
2.
Netwerken voor mobiliteit en energie vormen de leidende structuren Stationsgebieden en werklocaties als knooppunten voor wonen en (nieuwe, circulaire) economie Maximale efficiëntie en hightech oplossingen, landbouw en natte teelten en energie op de Peelhorst Akkerbouw, veeteelt, bosbouw en incidenteel glastuinbouw vinden plaats aan de flanken
Een en ander resulteert in een hyperefficiënt landschap ingericht voor duurzame voedselproductie, biobased economie en energieopwekking. Ruimte voor nieuwe economische dragers op het vlak van hightech maakindustrie, ICT, logistiek en energieconversie.
3.
7. 1.
Belangrijkste kenmerken van dit scenario: Inzetten op duurzaamheid, maar ook productiviteit en efficiency. Net als nu zal in 2050 De Peel bekend staan om zijn productieve grond en lange agrarische traditie. De agrifoodsector en de grondgebonden landbouw vormen dan ook een belangrijke economische sector in de regio. Het gebied biedt een grote diversiteit aan gewassen en veeteelt, van akkerbouw en tuinbouw tot veehouderijen. Met grootschalige zonneweiden en geclusterde windturbines wordt er duurzame energie opgewekt. De hoge agrarische grondprijzen in het gebied maken het moeilijk om nieuwe teelten te stimuleren, maar richting 2050 wordt er ingezet op het volop ontwikkelen van een biobased industrie/ economie in De Peel. Hierdoor kan de aanwezige landbouw met geavanceerde technologie een hoge productiewaarde bereiken/ behouden met een minimale belasting van de omgeving. Dit vraagt wel investeringen in innovatie en goede monitoring. Bosgebieden worden bodembewust (organische stofopbouw en koolstofvastlegging) ingezet voor agroforestry. Naast voordelen voor de ecologie, wordt er ook ingezet op houtproductie en voedselbossen. Verschillende vormen van kringlooplandbouw* zijn in dit scenario de toekomst: innovaties in grondbewerking, nieuwe teelten en extensieve landbouw bieden hierbij kansen. Een toekomstbestendige Peel is een ondernemende Peel.
Deze Peel is goed bereikbaar door investeringen in gezonde vormen van mobiliteit, spoor- en weginfrastructuur en deelmobiliteitsopties tussen de kernen en kleine dorpen. 52 53
Scenariokaart ‘De ondernemende Peel’ Radardiagram van de ondernemende Peel
* Bron: SPLENDID, 2021. Typeringen voor kringlooplandbouw, WUR
SCENARIO’S: DRIE DENKRICHTINGEN VOOR DE TOEKOMST VAN DE PEEL
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
72
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
73
4.5 DE LEEFBARE PEEL
Thuisvoelen, ontspannen en onthaasten.
De Peel is aantrekkelijk zowel voor de huidige Peelbewoners als voor (kennis)werkers uit de Brainport Eindhoven en Greenport Venlo. De Peel is zowel woon- en leefgebied als recreatiegebied. De bewoners van de Peel voelen zich er thuis en waarderen hun leefomgeving. Daarnaast wordt de toeristische aantrekkingskracht waar dit kan vergroot zonder dat dit tot overlast of schade aan de natuur leidt. Aanplant van historische lanen, houtwallen en groenstructuren maken de geschiedenis beleefbaar en het landschap aantrekkelijker. De negatieve effecten van de vliegbases Volkel en De Peel op de leefbaarheid worden op een minimaal niveau gehouden. Leefbaarheid, brede welvaart, mens, identiteit en cultuur staan centraal.
9. 3.
Een en ander resulteert in een kleinschalig rustiek landschap waar het goed wonen is en ook steeds meer als recreatieve trekpleister wordt ontdekt door en ingericht voor bezoekers.
4.
2.
9. 7.
6. Peelhorst: veengebied 1. •
één groot Dark Sky Park met donkerte en stilte als kernkwaliteit
2. •
afwisselend en kleinschalig landschap waar lokale streekproducten worden verkocht
1.
(pluktuinen, B&B, etc.)
Peelhorst: jonge ontginningen 3. •
landschapsinclusieve landbouw verkleint het landschap en versterkt de leesbaarheid van de Peel
4. •
de Peel-raamstelling wordt een belangrijke toeristische-as die peeldorpen verbindt
Steden en dorpen 5. •
steden en dorpen zijn verbonden met het aantrekkelijke middengebied door fietssnelwegen, struinpaden en ruiterpaden
6. •
de peelrandbreuk wordt beleefbaar gemaakt en in dorpskernen een toeristische attractie
7.•
peelkerndorpen behouden voorzieningen door toename verblijfsrecreatie
10.
8.
5.
Beekdalen 8. •
op esgronden kleinschalige landbouw die recreatief aantrekkelijk is (pluktuinen) op esgronden
9. •
in beekdal extensieve melkvee
Dekzandgronden •
10.
uitbreiding recreatieve kwaliteiten van bestaande en nieuwe bossen
54 55
Scenariokaart ‘De leefbare Peel’ Windroos van de leefbare Peel
Belangrijkste kenmerken van dit scenario: Verstedelijkingsdruk vanuit de Metropoolregio Eindhoven (hierna: MRE) is een kans om de leefbaarheid in de kernen de versterken. In 2050 staat de Peel bekend om zijn aantrekkelijke, groene leefomgeving waarin rust en stilte belangrijke waarden zijn. Het is een kleinschalig belevingslandschap en vormt het groene hart tussen de steden Eindhoven, Nijmegen, Venlo en Weert. In de leefbare Peel wonen mensen in een groene setting. Het is een gebied waar inwoners en recreanten genieten van een afwisselend agrarisch landschap, natuur en aanwezige cultuurhistorie. Recreatie en toerisme vormen een mogelijk verdienmodel, maar ook beroepen aan huis of in VABs kunnen (na sloop overtollige bebouwing en verhardingen) met digitale voorzieningen sterk groeien. In dit scenario is sprake van een sterk ontwikkelde lokale economie. In De Peel ontsnappen mensen aan de drukte van het dagelijks leven en kopen hun voedsel direct bij de boer of produceren het samen. Een belangrijke factor is ook duisternis. De Peel is in 2050 een van de weinige plekken in Nederland waar het ‘s nachts nog echt donker is. Hierdoor kan men er genieten van de sterrenhemel en helemaal tot rust komen. Ook is plaatselijk de stilte in De Peel opvallend. Het behoud van deze rust en stilte is dan ook een belangrijk thema in de ontwikkeling van De Peel.
Functies als Raceway Venray en vliegbases Volkel en De Peel zijn moeilijk inpasbaar in dit scenario. De duurzame bereikbaarheid van steden en landelijke kernen wordt gestimuleerd met stille, actieve vervoersmiddelen die tevens bijdragen aan de gezondheid van de peelbewoners. Daarom worden er mobiliteitshubs met elektrische deelauto’s- en fietsen bij OV-knopen aangeboden en worden fiets- en wandelroutes verbeterd en uitgebreid. Langs het defensiekanaal zien we in dit scenario een snelfietsroute die in noord-zuidrichting delen van de Peel verbindt. Streekproducten zijn populair bij de inwoners van de Peel en in de steden en dorpen daaromheen. De laatste groep komt op de boerderijen regelmatig een dagje langs en helpt een handje mee. Ook vanuit scholen worden regelmatig bezoekjes georganiseerd. Zo zien ‘kinderen uit de grote stad’ weer waar hun voedsel vandaan komt en is er veel aandacht voor dierenwelzijn. Het landschap van De Peel wordt alom gewaardeerd en er wordt bezield gewerkt aan het behoud en de versterking van deze waardevolle kenmerken.
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
74
LES UIT SCENARIO 1: Richting 2050 ruimte bieden aan oernatuur en ecoysteemherstel. Peelhorst: vernatten en verruigen Flanken: ecosysteemherstel en beschermen horst Leidend structuur: beekdalen Verstedelijking: omliggende stedelijke gebieden
LES UIT SCENARIO 2: Inzetten op duurzaamheid, maar ook productiviteit en grootschalig. Peelhorst: maximale efficientie, landbouw, natte teelten en energie Flanken: grondgebonden landbouw en bosbouw Leidend structuur: kV-lijnen, buisleiding en kanalen Verstedelijking: stationsgebieden en werklocaties
LES UIT SCENARIO 3: Verstedelijkingsdruk vanuit de MRE, Nijmegen en Venlo is een kans voor de leefbaarheid van de kernen. Peelhorst: kleinschalig cultuur landschap Flanken: recreatieve bossen Leidend structuur: cult. historische lijnen Verstedelijking: stationsgebieden, peelkernen en VABs
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
75
4.6
ALLES OP EEN RIJ
In elk scenario is water en bodem sturend, dat is nadrukkelijk Kabinetsbeleid, net als de bescherming van de Natura2000 gebieden. Voor de Peel heeft deze combinatie grote consequenties. Vanuit het watersysteem bezien betekent het dat de Peelvenen, Deurnsche Peel-Mariapeel, de Bult, en de Groote Peel, in alle gevallen moet worden hersteld en beschermd. Hiermee geven we invulling aan de verplichtingen die voor Nederland voortvloeien uit de Europese Vogel- en Habitat-richtlijn en aan de opgave om klimaat robuust te worden. De in de Peelvenen aanwezige strategische grondwaterreserves vormen in elk scenario een essentieel onderdeel: het blauwe fundament. In het zuidelijk deel van de Peel herbergen met name de hoogveenrestanten bijzondere (Europese) waarden en zijn niet voor niks aangewezen als Natura2000-gebieden. Bescherming van die natuur en die van de beekdalen op de flanken van de horst vraagt om brede bufferzones, dat leren we uit het scenario van de Natuurlijke Peel. Behoud van kwetsbare natuur betekent ook dat de depositie van stikstof drastisch moet worden verminderd. Maar ook voor andere ontwikkelingen in de Peel is het terugdringen van de stikstofuitstoot essentieel. Als gevolg van de huidige wet- en regelgeving omtrent stikstof zit de Peel feitelijk op slot.
Voor het beoogde natuurherstel zijn verder hogere waterpeilen en het langer vasthouden van gebiedseigen water noodzakelijk. Hiermee wordt niet alleen de verdroging tegengegaan maar wordt ook de hoogveenregeneratie een kans geboden. Tevens wordt met vernatting de kans op onbeheersbare natuurbranden verkleind. Vooral in veengebieden is de vernatting belangrijk omdat veenbranden bijzonder moeilijk te bestrijden zijn. Na een eerdere veenbrand in 2018 woedde in 2020 de grootste natuurbrand uit de Nederlandse geschiedenis die bijna twee maanden lang aanhield en ruim 700 hectaren in de Deurnsche Peel in de as legde. Vernatting leidt hiermee direct tot bescherming van de natuur. Met het oog op biodiversiteit is het versterken van het natuurnetwerk van belang, net als verbindingszones en meer variatie in inrichting en grondgebruik. Toename van de groenblauwe dooradering past in elk toekomstbeeld en past ook bij het vergroenen en klimaatadaptief maken van steden en dorpen. Het scenario van de Ondernemende Peel laat zien dat in de streek van morgen zowel ruimte is voor de bestaande (agrarische) economie als voor nieuwe economische dragers. Wel zien we dat hier, net is in de rest van Nederland, een verdere slag in de verduurzaming richting een circulaire economie in 2050 gemaakt moet worden. In deze tranisitie liggen ook de kansen voor de toekomst van de Peel.
Kijkend naar de netwerken die voor economische activiteiten van belang zijn (mobiliteit en energie) zien we belangrijke west-oost lijnen die op knooppunten kansen bieden voor nieuwe initiatieven. Langs deze lijnen kan gedacht worden aan hightech maakindustrie uit de Brainport of agrologistiek vanuit de Greenport. Ruimte geven aan productie van biobased materialen is een rode draad in de scenario’s en lijkt daarmee een no-regret ontwikkeling. Dit scenario sluit intensieve veehouderij niet uit op voorwaarde dat oplossingen worden gevonden voor de stikstofemissie en het gevaar van zoönosen, en er meer aandacht komt voor dierenwelzijn. De openheid van de Peelhorst leent zich voor grootschalige (energie)landschappen. Het verschil in zienswijze tussen NoordBrabant en Limburg over zon-op-landbouwgrond maakt het behouden van eenheid op de Peelhorst nog lastig. Daarbij zullen de aanwezige hoogspanningsstations sturend zijn in de ordening van energie-opwek en energiegrootverbruik.
Vuistregel is dat beiden, dus zowel opwek als gebruik, idealiter binnen 5km van de stations dienen te liggen. Kijkend naar de Peel is dit met name op de flanken mogelijk. De mogelijke heropening van Vliegbasis De Peel met de bijbehorende radarzone beperkt de mogelijkheden voor windturbines. Uit de scenario-analyses blijkt de meeste potentie voor grootschalig wind- en zonneenergie op de flank tussen Gemert en Sint Anthonis, maar enkel op gronden die vanuit landbouwoogpunt minder geschikt zijn. Vanuit de landschappelijke analyse, diverse RES’en en mogelijke inpassingsmogelijkheid tussen beide radarzones komt een zoekgebied voor grootschalige opwek van wind- en zonne-energie naar voren. Verder komen kansen voor kleinschalig ingepaste zonne-energievelden op de dekzandgronden boven, met name binnen de 5km zones. Het scenario van de Leefbare Peel zet het gebied op de kaart als tuin (met tuinhuisjes) of groen hart met rode bloemen van de omringende stedelijke regio’s. Leefbaarheid, sociale cohesie tussen de Peelbewoners en een aantrekkelijke, veilige en gezonde leefomgeving waarin mensen zich thuis voelen bepalende koers van dit scenario. We zetten in dit scenario in op leefkwaliteit en welzijn, het behoud/bereikbaar houden van voorzieningen voor de bewoners in kleinere kernen en het voorkomen van vervoersarmoede.
Daarom omvat dit scenario passende groeimogelijkheden voor de kleine kernen zodat inwoneraantallen op peil gehouden kunnen worden. De Peel mag in dit scenario echter geen woonpark voor hogere inkomens worden, maar dient aan alle inkomensgroepen een thuis te kunnen bieden. Wel kan in dit scenario worden ingezet op de onzichtbare kwaliteiten van de Peel (rust en duisternis) en zouden Wellness en gezondheidtoerisme kunnen bijdragen aan de nieuwe economie. Versterken van de verstedelijkte kernen op de flanken via groenblauwe aders verbonden met het landschap en het koesteren van de dorpse charme van de kernen op de horst de passen in alle scenario’s. Zo kunnen de ruimtelijke kwaliteit en recreatieve waarde worden verhoogd. Dit geldt ook voor de grotere stedelijke kernen zoals Helmond, waar het juist binnenstedelijk de opgave voor versterking van groenblauwe netwerk urgent is, niet alleen vanuit ecologie, maar juist ook vanuit klimaatadaptatie, reduceren hittestress en recreatie. Minder passend in de drie scenario’s is de reactivering van vliegbasis de Peel. Daardoor zouden natuur en leefbaarheid verder onder druk komen, terwijl de mogelijkheden voor duurzame energieopwekking verminderen. Dit verklaart waarom in geen van de scenario’s de reactivering als een wenkend perspectief op de kaart is gezet.
Genoeg ruimte bieden voor energieopwekking in de Peel is ook een must en in meer of mindere mate onderdeel van elk scenario. Het maken van slimme combinaties met andere functies vormt hierbij de uitdaging ook in het licht van het bij elkaar brengen van vraag en aanbod.
5. SYNTHESE
Het ontwikkelingsperspectief 2050 voor De Peel In dit hoofdstuk vertalen we de analyses en conclusies uit de vorige hoofdstukken naar het ontwikkelperspectief door eerst verschillende kaartlagen te onderscheiden en deze vervolgens te combineren tot een samenhangend kaartbeeld. Dit kaartbeeld met uitgebreide legenda treft u direct aan het begin van dit hoofdstuk aan. Daarna volgt de uitleg. We eindigen met een overzicht van de hoofdpunten van het ontwikkelperspectief.
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
78
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
79
KAARTBEELD ONTWIKKELPERSPECTIEF, MEERKLEURIGE TOEKOMST IN DE PEEL Toelichting op de kaartlagen en de verschillende ingrediënten van het OP2050 Waar we in het vereenvoudigde c.q. geschematiseerde kaartbeeld (bladzijde 6) door de oogharen kijken naar de Peel, is dit uiteindelijke kaartbeeld van het Ontwikkelperspectief een stuk gedetailleerder en dus genuanceerder. Groen is niet uitsluitend groen, ondernemen en natuur gaan vaak hand in hand, de leefbare Peel is niet beperkt tot steden en dorpen, ontwikkelruimte is er op een aantal assen maar ook elders. In hoofdstuk 6 gaan we in op deelgebieden en denkrichtingen voor 2030 in deze gebieden.
80
81
56
LAAG 6: Thematische accenten
LAAG 5: Samenkomst van energie- en grondstofstromen
LAAG 4: Duurzame bereikbaarheid
LAAG 3: Verbindende natuur
5.1 VAN SCENARIO’S NAAR SYNTHESE:
LAAG 2: Inpassing in het historisch raamwerk
LAAG 1: Een klimaatrobuust systeem
In hoofdstuk 4 zijn drie scenario’s geschetst die allemaal een bepaald type toekomstbeeld – één kleur – laten prevaleren. Dit om te ontdekken wat hiervan de consequenties zijn. Maar zoals ook in de titel van dit ontwikkelperspectief verpakt zit: de toekomst van de Peel is meerkleurig. Op bepaalde plekken en vlekken geven we volop ruimte aan natuur en water, andere delen van de Peel lenen zich voor landbouw & ondernemen met grond – grootschalig of kleinschalig – en in de verstedelijkte gebieden en de ontginningsdorpen, (zoals Helenaveen, Griendtsveen, Vredepeel) speelt leefbaarheid en kwaliteit van de leefomgeving een belangrijke rol. Maar niet alles kan overal, zoals Johan Remkes al in 2020 concludeerde in zijn advies over de aanpak van stikstof. Er zijn dus keuzes en combinaties gemaakt door de kaarten op elkaar te leggen en na te gaan waar functies kunnen blijven gegeven de noodzakelijke veranderingen in het bodem- en watersysteem, en waar het ruimtegebruik zich zal moeten aanpassen aan de nieuwe situatie. Daarbij zijn de opgaven die door het Rijk zijn meegegeven opgepakt en zichtbare (cultuurhistorisch raamwerk) en minder zichtbare waarden (stilte en duisternis) een rol gespeeld.
56
Sfeerimpressie van de toekomstige landbouw in de Peel. De Peel kenmerkt zich door een productieve kant waar gepionierd wordt. Het landelijk productielandschap gaat transformeren naar circulaire en natuurinclusieve landbouw. Multifunctioneel ruimtegebruik zal diverse teelten met duurzame energieopwekking en recreatie combineren. De Peel-Raamstelling als cultuurhistorische drager wordt een natuurlijke en recreatieve as.
DE KAARTEN OP ELKAAR De volgorde waarin de kaarten op elkaar worden gelegd is bepalend voor het resulterende eindbeeld. Van onder naar boven is het Ontwikkelperspectief 2050 voor de Peel opgebouwd uit de volgende lagen: 1.
Een klimaatrobuust systeem (blz 82) (water & bodem) : is de basis voor alle toekomstige ontwikkelingen
2.
Inpassing in het historisch raamwerk (blz. 83): vanuit het vertrekpunt dat (behoud van) de culturele en landschappelijke identiteit van de Peel leidend moet zijn, is op de natuurlijke basis het ruimtelijk raamwerk van cultuurhistorische structuren en landschapstypen gelegd.
3.
Verbindende natuur (blz.84): speciale aandacht is besteed aan condities voor het creëren van een robuust natuurnetwerk en klimaatadaptatie
4.
Duurzame bereikbaarheid (blz.86): vervolgens zijn de belangrijkste mobiliteitsstromen, alsmede knooppunten in het ruimtegebruik (wonen, werken enz.) toegevoegd. De meest geschikte vervoerwijze per knooppunt wordt gestimuleerd, met de nadruk op het beperken van de groei van autoverkeer en toename van fiets- en openbaar vervoer.
5.
Samenkomst van stromen (blz.88): vervolgens is een occupatielaag toegevoegd met de belangrijkste energie-, grondstof- en mobiliteitsstromen, alsmede knooppunten in het ruimtegebruik (wonen, werken enz.) gerelateerd aan deze stromen.
6.
Thematische accenten (blz.90): tot slot zijn thematische accenten geplaatst aan de hand van de drie scenario’s (natuurlijk, ondernemend, leefbaar).
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
82
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
VERSTERKEN WIJSTGRONDEN DOOR HERSTEL GRONDWATERSTROMEN
BEKEN GEVOED DOOR HORST
KLIMAATBESTENDIGE LANDBOUW DOOR WATERBUFFER
WATERBUFFER VOOR HELE HORST
VASTHOUDEN REGENWATER ROND PEELVENEN
Maas
Peel-Raamstelling
Aanvoer vanuit de Maas bij hoge waterstand
Landgoed
Kanalen
Peelrandbreuk
Kanaalwater inlaten in hoogproductieve zone
Ontginningsdorpen
Beken, van oorsprong natuurlijk ontstaan, water vasthouden en vertraagd afvoeren
Beerse Overlaat Historische beekdalen
Beken, kunstmatig gegraven
INLATEN, BUFFEREN EN ZUIVEREN BIJ HOGE MAASSTAND
Veen ontginningen
Stroomrichting
Landgoederenzone
Blauwe hart van de Peel, bufferzone rondom Peelvenen
Natura2000 gebied
Natuurlijk filter voor gebiedsvreemd water uit de Maas
Veenrestanten / Peelvenen
Water vasthouden op de horst Sluizen in hoofdwatersysteem voor efficiënte aanvoer gebiedsvreemd water
LAAG 1: EEN KLIMAATROBUUST SYSTEEM
57
Bodem en water vormen de landschappelijke onderlegger voor toekomstige ontwikkelingen. Dit natuurlijk systeem is gebaseerd op een synthese van de historische grondwatertrappen, het huidig watersysteem en diverse geomorfologische eenheden. Het historisch grondwatersysteem van vóór de grootschalige ontwatering (omstreeks 1850) vormt een van de referentiepunten. Ten eerste wordt de grondwaterstand op de peelhorst flink verhoogd en wordt gestuurd op verbetering van de waterkwaliteit. Dit is in lijn met de visie van de twee waterschappen voor 2027, maar in het ontwikkelperspectief 2050 wordt de grondwaterstand verder verhoogd. Hiermee ontstaat een grote buffer rond de peelvenen, waar regenwater opgevangen wordt en waarmee het grondwater wordt gevoed. Deze buffer beschermt de Peelvenen voor weersextremen en zorgt ervoor dat gebiedsvreemd water vanuit de Maas minder nodig is ten tijde van droogte. Deze buffer op de zuidzijde van de peelhorst kan tevens dienen als watervoorraad voor de noordelijk gelegen productiegronden. Ook hier wordt de grondwaterstand verhoogd, maar minder dan rond de Peelvenen en meer rekening houdend met de landbouw.
In het waterbeheer is ook aandacht voor de kwaliteit van het water. Het grondwatersysteem is in natuurlijke omstandigheden arm aan nitraat en sulfaat en bevat verhoogde gehalten calcium, magnesium en ijzer. Deze moet zoveel mogelijk worden beschermd. Uitspoeling van (kunst)meststoffen naar het grondwater moet zo veel mogelijk worden voorkomen.
Geïnspireerd op input waterschappen, maar geëxtrapoleerd naar 2050 situatie. Bron: Waterschap Limburg, 2022. Waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Limburgs water in een veranderend klimaat’ en Waterschap Aa en Maas, 2022. Waterbeheerplan 2022-2027
De horst en de flanken zijn dus nadrukkelijk samen één watersysteem, waar het verhogen van de grondwaterstand op de horst zorgt voor een robuuste waterbeschikbaarheid voor de beken op de flanken, en herstel van grondwaterstromen bijdraagt aan meer wijstgronden.
LAAG 2: INPASSING IN HET HISTORISCH RAAMWERK Cultuurhistorische structuren zijn lijnen, vlakken, punten en ensembles die de ruimtelijke identiteit van de Peel kenmerken en betekenisvol zijn voor mensen. Zoals in hoofdstuk 3.3 aan de orde gekomen, zijn de belangrijkste verbindende structuren voor de Peel; het turfwinningslandschap, de Peelraamstelling, de Peelrandbreuk, de Landgoederenzone op de Horst, de Beerse overlaat, de oude dorpen in de beekdalen, ontginningsdorpen en pioniersnederzettingen. Deze structuren zijn belangrijk om de eenheid en de samenhang van de Peel te accentueren en het unieke karakter zichtbaar te houden. De cultuurhistorische elementen hebben vaak ook een toeristische waarde.
58
Boven: Laag 2; historisch raamwerkkaart.
83
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
84
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
85
59 58 57
59
Kaart laag 3; verbindende natuur.
LAAG 3: VERBINDENDE NATUUR De Peel is een van de weinige gebieden met hoogveennatuur in Nederland en kan een belangrijke rol spelen in het ecosysteem op Europees niveau. Het extreme milieu van hoogveenmoeras is belangrijk voor diverse planten, libellen en vlinders. Daarnaast worden de Peelvenen minder druk bezocht door mensen, wat met het hoogveenmoeras ook aantrekkelijk kan zijn voor de nog zeldzame kraanvogel. Langzaam komt deze bijzondere soort weer terug in de Nederlandse hoogveengebieden. De Peelvenen kunnen een belangrijke stapsteen worden in de migratieroute van deze bijzondere soort. Op hoofdlijnen worden natuurverbindingen versterkt tussen de grotere gebieden De Maasduinen en de Kempen, met onderling verbonden via de veengebieden op de horst, de beekdalen, het Maasdal en de Peelkanalen. Zo heeft het zuidelijk deel van de horst potentie als het blauwe hart van de Peel. Hier zal vernatting de Peelvenen beschermen en gelegenheid bieden om regenwater te laten infiltreren. Bovenstrooms wordt dan zoveel regenwater vastgehouden zodat de Peel minder droogtegevoelig wordt. Het landgebruik zal zich aanpassen aan nattere bodemgesteldheid. Rondom Natura-2000
gebieden is geen ruimte voor intensieve veeteelt. Wel mogelijk zijn vormen van akkerbouw en veeteelt die passen binnen de nagestreefde natuurwaarden. Om bodemverdichting tegen te gaan is er geen ruimte voor landbouw waarbij zware machines nodig zijn. Wel kan een omschakeling naar bijvoorbeeld natte teelten nog steeds biodiversiteit, waterzuivering en andere ecosysteemdiensten stimuleren. Het beekdallandschap is een fijnvertakt netwerk van waterlopen die de hogere horst met de lagere flanken verbinden. Dit zijn de ideale groenblauwe lijnen om natuurverbindingen te versterken. Het beekdalprofiel wordt breder, krijgt meer gradiënten en daarmee meer natuurwaarde. Een diversiteit aan natuurtypen maakt het beeksysteem tot een robuuste ecologische dooradering van de Peel. Door verhoogde grondwaterstand op de horst worden beken bovenstrooms beter gevoed door meer uittredend grondwater. Het Maasdal leent zich voor een lange natuurverbinding parallel aan de Maas doordat hier al een groot areaal aan NNN-gebied ligt (Natuurnetwerk Nederland). De boscomplexen en rijkdom aan landschappelijke beplantingen zijn van grote waarde als
migratieroutes, voedsel- en schuilplaatsen voor diverse vogels, insecten en kleine tot middelgrote zoogdieren. Het Maasdal in combinatie met de uiterwaarden van de rivier vormen zo een aaneengesloten groene zone. In de uiterwaarden wordt extra overstroombare ruimte gecreëerd en wordt de natuurkwaliteit verbeterd met meer gradiënten en structuurvariatie. De Peelkanalen worden benut als ecologische noord-zuidcorridor tussen de Peelvenen en de Maas. Hier kan de natuurwaarde als groenblauwe migratieroute bevorderd worden met inrichting van de oevers, aangrenzende bermen en beplantingen, en betere passeerbaarheid van stuwen in het kanaal. Waarschijnlijk blijven de Peelkanalen – ondanks vernatting op de horst – nog steeds nodig voor aanvullende wateraanvoer in periodes van droogte. Het aangevoerde water afkomstig van de Maas is basenrijk en zal nabij de hoogveennatuur vooral doorgeleid worden richting het noordelijk deel van de horst. Zo wordt het contact tussen basenrijk water en zuurminnende hoogveennatuur zoveel mogelijk vermeden.
60
Sfeerimpressie van de toekomstige natuur in de Peel. De Peelvenen vormen het groenblauwe hart van de Peel waar natte natuur voorop staat. De hoger gelegen horst kampt momenteel met verdroging en wordt vernat. Er wordt stevig ingezet op waterinfiltratie op de horst en waterbuffering rondom de Peelvenen. Natte natuur en natte teelten voeren hier de boventoon. Vrijkomende agrarische bebouwing biedt kansen voor functieverandering, bijvoorbeeld voor passende verblijfsrecreatie, wonen evt. met zorg of milieuen natuurvriendelijke vormen van werkgelegenheid.
Overgangszone Peelvenen Natuurontwikkeling in Maasdal Beken benutten voor natuurverbindingen Natuurverbindingen - noord-zuid corridor Versterken aaneenschakeling natuurgebieden Maasdal NNN gebied bestaand - globaal N2000 gebied
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
86
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
62
Knooppunt van HOV HOV verbinding Knooppunt met fietssnelweg Fietssnelweg Knooppunt van N- of A-wegen Snelweg
87
Sfeerimpressie van de toekomstige verstedelijking in de Peel. Verstedelijkingsdruk vanuit Brainport heeft invloed op de westflank van de Peel. Stationsgebieden in dorpen zijn aanleiding om in de vraag naar woningen te voorzien vanwege de gunstige connectie met OV. Woningen kunnen met lokaal geteelde grondstoffen uit de Peel worden gebouwd. Daarnaast worden natuur en stad beter met elkaar verbonden middels OV en fietssnelwegen.
N-weg Peeldorpen Bebouwde omgeving
61
Kaart laag 4; duurzame bereikbaarheid
LAAG 4: DUURZAME BEREIKBAARHEID Boven op het natuurlijk systeem en het ruimtelijk landschappelijk raamwerk is er een netwerklaag opgenomen met de belangrijkste energie- en grondstoffenstromen, mobiliteitsstromen en knooppunten in het ruimtegebruik (wonen, werken e.d.) gerelateerd aan deze stromen. Netwerken die door de Peel lopen kunnen zichtbare of minder zichtbare elementen in het landschap zijn. Denk bijvoorbeeld aan het OV-netwerk, rijks- en provinciale wegen en diverse recreatieve (fiets)routes, maar ook hoogspanningsleidingen als het om zichtbare netwerken gaat. Maar onder de grond ligt ook veel, vaak in de vorm van buisleidingen. Belangrijk is om na te gaan welke stromen gestimuleerd kunnen worden en kansen bieden voor de toekomst. Knooppunten Knooppunten van wonen en werken liggen o.a. in de Brainport regio (Helmond), Venlo en Weert. Dit zijn ook knooppunten die goed te bereiken zijn met zowel auto als OV. Het spoor is daarmee een belangrijke OV-verbinding vanuit Eindhoven, Venlo en Nijmegen richting de Peel. Dt maakt ook dorpen als Deurne, Horst, Venray, Boxmeer en Cuijk goed bereikbaar met de trein. Het zijn vooral deze stationsgebieden die kansrijk zijn om woon- en werkruimte te ontwikkelen en bij te dragen aan de verstedelijkingsopgave van de Brainport. Dit vraagt echter ook investeringen in het mobiliteitssysteem.
Stationsgebieden kunnen een HUB-functie vervullen en versterkt worden met voorzieningen. Zeker als de ontwikkeling op verdichting is gericht, kan het gebruik
van openbaar vervoer toenemen. Daarmee kunnen ze ook een rol vervullen om de bereikbaarheid van de kernen zonder station of HOV-knoop te verbeteren via goede fietsroutes en ondersteunend HOV of MaaS-diensten. Een integrale mobiliteitsvisie voor de Peel als geheel zou hierbij kunnen helpen. Mobiliteitsnetwerk Het mobiliteitsnetwerk bestaat uit het netwerk van openbaar vervoerlijnen, fietsroutes en wegen. In de directe woonomgeving spelen ook looproutes een rol. De belangrijkste verbindingen lopen tussen woon- en werkgebieden en naar (dagelijkse) voorzieningen. Qua spoorverbindingen loopt alleen de lijn Eindhoven-Venlo door de Peel. Over de oostflank loopt de Maaslijn vanuit Nijmegen naar Roermond waarmee de kernen aan deze kant van de Peel over een redelijk goede OV-verbinding beschikken. Aan de westzijde en op de horst is de spoorontsluiting beperkt. Kernen als Uden, Gemert, Asten en Someren missen een station. In het zuiden heeft Weert spoorverbindingen met Eindhoven en Roermond-Maastricht. In de plaatsen met stations bieden stationsomgevingen gunstige omstandigheden voor woningbouw en werkgelegenheid, zeker voor de kernen die goed verbonden zijn met de Brainport. Openbaar vervoer in kleine kernen als Liessel, Odiliapeel en De Rips beperkt zich tot een enkele buslijn. Helenaveen en Griendtsveen, hoewel gelegen aan het spoor, moeten het doen met een buurtbus.
In deze gebieden zou Mobility-as-a-Service (MaaS) de
bereikbaarheid voor mensen zonder auto kunnen verbeteren. Voor het goederenvervoer is de Brabantroute is een cruciale spoorverbinding tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen en het achterland. Echter het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze route die door diverse steden loopt is een aandachtspunt. Hiervoor kan de buisleidingenstraat Delta Rhine Corridor tussen Rotterdam, Chemelot en Nordrhein-Westfalen als een belangrijk ondergronds transportnetwerk van gevaarlijke stoffen mogelijk soelaas bieden. Gedacht wordt aan transport van onder andere waterstof en ammoniak tussen haven- en industrieclusters. Mogelijk liggen er in de Peel kansen voor het transport van waterstof dat lokaal geproduceerd wordt via deze corridor. Knooppunten bij de buisleiding, de Brabantroute en de A67 kunnen aanleiding zijn voor vestigingszones voor nieuwe (biobased) economieën. De Peel is met de auto goed te bereiken via de A67 en A73 en diverse N-wegen. In het noorden en zuiden raken respectievelijk de A50 en de A2 aan de Peel. Voor de A67 tussen Eindhoven en Venlo bestaan ideeën om van de snelweg een klimaatcorridor te maken waar duurzame energie-opwekking en natuurontwikkeling langs de snelweg wordt ontwikkeld. De structuurvisie van de A67 voorziet bij toekomstige optimalisering al meekoppelkansen voor ecologie en natuur, bijvoorbeeld goede noord-zuidverbindingen die de snelweg doorkruisen.
De A67 ligt ook tussen N2000-gebieden. Het verdient aandacht om te kijken hoe stikstofuitstoot van wegverkeer naar
deze N2000 gebieden zoals de Mariapeel beperkt kan worden. Het verminderen van de uistoot van wegverkeer is sowieso een doelstelling ook in het kader van de kwaliteit leefomgeving. De provinciale weg N279 aan de westkant van de Peel en en de Middenpeelweg (N277) vormen belangrijke doorlopende regionale noord-zuidverbindingen. De Middenpeelweg doorsnijdt het centrale gebied van de Peel. Dit is ook een belangrijke verbinding tussen recreatieve clusters. Op het lokale wegennet is de verkeersveiligheid een aandachtspunt, onder andere in relatie tot groot en zwaar landbouwverkeer. In de loop der tijd zijn er verschillende langzaam verkeersroutes in het gebied aangelegd waardoor een uitgebreid utilitair en recreatief netwerk is ontstaan. Hoewel de oversteek van Venray naar Deurne ongeveer een uur fietsen is, zijn veel afstanden tussen de kernen zijn fietsbaar, zeker met elektrische fietsen en als er vrij liggende fietspaden zijn. Het recreatief netwerk bestaat onder andere uit diverse (landelijke) fietsroutes, wandelnetwerken, mountainbikeroutes en ruiterroutes. In gebieden als de Peelbergen worden veel toeristische overnachtingen geboekt juist vanwege de aanwezigheid van deze routes. Deze routes en de verdere ontwikkeling daarvan zijn dan ook een cruciale factor in de recreatieve laag van het Peellandschap.
Met name de fietsroutes hebben daarnaast ook betekenis voor de mobiliteitstransitie en het streven naar meer gezonde manieren van verplaatsen.
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
88
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
89
64 63 62 61
zonPV binnen bebouwd gebied kleinschalig ingepaste zonne-energievelden op minder vruchtbare dekzandgronden binnen 5km van hoogspanningsstation potentie voor grootschalige energieopwek o.b.v. principes OPP2050 zoekgebieden zonne-energie volgens RESsen overlap zoekgebied RES en geschikte locatie volgens ontwikkelperspectief 5km kring rond transformatorstation hoogspanningsstation nieuw hoogspanningsstation 2030 380kV-lijn 150kV-lijn klimaatcorridor A67 DeltaRhine Corridor, indicatief tracé spoornetwerk Mogelijke aftakking DeltaRhine Corridor (nog in studie) bevaarbaar water recyclehub op bedrijventerrein, indicatieve locatie biobased hub, samenkomst energie en hernieuwbare grondstofstromen. indicatieve locatie
63
economische ontwikkelzone. Knooppunten op deze assen vormen een aantrekkelijk vestigingsklimaat dankzij de bundeling van grondstoffen- mobiliteits- en energiestromen.
Kaart laag 5; samenkomst van energie- en grondstofstromen.
64
Sfeerimpressie van de toekomstige landbouw in de Peel. De Peel kenmerkt zich door een productieve kant waar gepionierd wordt. Het landelijk productielandschap gaat transformeren naar circulaire en natuurinclusieve landbouw. Multifunctioneel ruimtegebruik zal diverse teelten met duurzame
LAAG 5: SAMENKOMST VAN ENERGIE- EN GRONDSTOFSTROMEN Energienetwerk Uit oogpunt van de energietransitie kijken we bij het energienetwerk vooral naar het elektriciteitsnetwerk. Dat is van belang als we duurzaam opgewekte energie op het net willen aansluiten en als we functies willen plannen die elektriciteit nodig hebben. We hebben de hoog- en middenspanningsleidingen door de Peel in kaart gebracht en verdeelstations waar mogelijk opgewekte elektriciteit van worden aangeboden aangegeven. Knelpunt in vrijwel heel Nederland op dit moment is netwerkschaarste, zo ook in de Peel. Qua duurzame energie is in dit ontwikkelperspectief daarom belangrijk om vraag en aanbod binnen de Peel zo veel mogelijk te koppelen. Een concept als energie producerend landschap kent daarmee zijn beperkingen. Kijkend naar het energiesysteem van de Peel in 2050 zien we een systeem waar vraag en aanbod binnen het gebied zo veel mogelijk op elkaar aansluiten, waarbij slim gebruik wordt gemaakt van de momenten waarop er veel aanbod is en het alleen op piekmomenten noodzakelijk is energie te importeren van buiten. De openheid van de Peelhorst leent zich, landschappelijk gezien, voor grootschalige (energie)landschappen. Het verschil in zienswijze tussen Noord-Brabant en Limburg over zon-op-landbouwgrond
maakt het behouden van eenheid op de Peelhorst lastig. Daarbij zullen de aanwezige hoogspanningsstations sturend zijn in de ordening van energie-opwek en energiegrootverbruik. Vuistregel is dat beiden, dus zowel opwek als gebruik, idealiter binnen 5km van de stations dienen te liggen. Kijkend naar de Peel is dit met name op de flanken mogelijk. De mogelijke heropening van Vliegbasis De Peel met de bijbehorende radarzone beperkt de mogelijkheden voor windturbines. Vanuit het ontwikkelperspectief en bovenstaande analyses zien wij de meeste potentie voor grootschalig wind- en zonne-energie op de flank tussen Gemert en Sint Anthonis, maar enkel op gronden die vanuit landbouwoogpunt minder geschikt zijn. Vanuit de landschappelijke analyse, diverse RES’en en mogelijke inpassing tussen beide radarzones komt dit zoekgebied voor grootschalige opwek van wind- en zonne-energie naar voren. Efficiënt dubbel ruimtegebruik (zonPV en blauwe bessenteelt) vinden met name hier plaats. Verder zien wij kansen voor kleinschalig ingepaste zonne-energievelden op de dekzandgronden, met name binnen de 5km zones.
Goederen- en grondstoffenvervoer Voor het goederenvervoer is de Brabantroute is een cruciale spoorverbinding tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen en het achterland. Echter het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze route die door diverse steden loopt is een aandachtspunt. Hiervoor kan de buisleidingenstraat Delta Rhine Corridor tussen Rotterdam, Chemelot en Nordrhein-Westfalen als een belangrijk ondergronds transportnetwerk van gevaarlijke stoffen mogelijk soelaas bieden. Gedacht wordt aan transport van onder andere waterstof en ammoniak tussen haven- en industrieclusters. Mogelijk liggen er in de Peel kansen voor het transport van waterstof dat lokaal geproduceerd wordt via deze corridor. Knooppunten bij de buisleiding, de Brabantroute en de A67 kunnen aanleiding zijn voor vestigingszones voor nieuwe (biobased) economieën. Knooppunten van stromen Knooppunten van stromen bieden goede kansen voor nieuwe economische activiteiten op duurzame basis. Denk aan punten waar mensen, energie en goederen bij elkaar komen. Knooppunten van wonen en werken liggen o.a. in de Brainport regio (Helmond), Venlo en Weert. Dit zijn ook knooppunten die goed te
bereiken zijn met zowel auto als OV. Het spoor is daarmee een belangrijke OV-verbinding tussen Eindhoven, Venlo en Nijmegen. Die maakt ook dorpen als Deurne, Horst, Venray, Boxmeer en Cuijk goed bereikbaar met de trein. Vooral stationsgebieden zijn kansrijk om woon- en werkruimte te ontwikkelen. Stationsgebieden kunnen een HUB-functie vervullen en versterkt worden met voorzieningen. Zeker als de ontwikkeling op verdichting is gericht, kan het gebruik van openbaar vervoer toenemen. Knooppunten waar goederen/stoffen en energie bij elkaar komen of bij elkaar kunnen worden gebracht, bijvoorbeeld een bedrijventerrein nabij een verdeelstation kunnen een rol gaan spelen bij de stap naar een circulaire economie. Deze knooppunten bieden kansen voor recyclehubs gericht op hergebruik, reparatie en recycling van goederen en onderdelen, verwerking van reststoffen (bijv. uit de landbouw) tot nieuwe, biobased producten. Hier kunnen vraag en aanbod van energie goed gekoppeld worden en zouden ondanks netwerkschaarste nieuwe activiteiten kunnen worden ontplooid.
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
90
ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL
aan de mobiliteitstransitie en het minimaliseren van de negatieve effecten van mobiliteit op de leefomgeving. In de Peeldorpen is leefbaarheid, verblijfskwaliteit en sociale veiligheid belangrijk. Een kleine groei, zo veel mogelijk binnen de contouren van het dorp, ten gunste van leefbaarheid moet ook daar mogelijk zijn. Voorzieningen dienen voor iedereen goed bereikbaar te zijn, met OV, en zo veel mogelijk met de fiets, zodat auto-afhankelijkheid en vervoersarmoede minder wordt. Ook mobiele voorzieningen zoals, een rijdende huisartsenpost, zouden een uitkomst kunnen bieden. In langer leegstaande agrarische bebouwing kunnen zich ongewenste praktijken gaan voordoen. VABs zijn daarom gebaat bij snelle sloop of indien passend bij omgevingskwaliteiten en marktvraag vlotte herbestemming. Toekomstige mogelijkheden voor landbouw verkleuren afhankelijk van bodemtypen en de toekomstige watersituatie. Jonge ontginningen, met name in het noordelijk deel van de Peel, lenen zich ook in de toekomst voor grootschalige productielandschappen gezien de historie van deze ontginningen en de huidige rationale verkavelingsstructuur. Dekzanden op de flanken hebben een overwegend afwisselend karakter. Ook hier kan het accent op landbouw liggen gezien de historische ontwikkeling en huidig gebruik van gewassenteelten en graslanden op de overgang van hoog- en laaggelegen terrein.
De esgronden zijn de meest vruchtbare gronden die beschikbaar moeten blijven voor landbouw. Ontwikkelingen die niet afhankelijk zijn van een vruchtbare bodem (zoals kassen, bedrijventerreinen of datacenters) zijn ongewenst om op de esgronden een plek te geven. LEGENDA BIJ KAART:
65
Kaart laag 6; thematische accenten.
Groenblauwe hart
Oude akkercomplexen
Vitale beekdalen
Centrale steden
Natuurlijk Maasdal
Verstedelijkte kernen
Grootse productielandschappen
Leefbare dorpen
Afwisselende dekzanden
LAAG 6: THEMATISCHE ACCENTEN Met de thematische accenten geven we aan waar welke ontwikkelingen kansrijk zijn, rekening houdend met de onderliggende lagen. Zo krijgen opgaven meer of minder nadruk in bepaalde gebieden, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, zoals bodem en water en huidig grondgebruik, en aanwezige structuren. Niet alles kan overal, maar wat kan dan waar wel? Productieve landschappen en ondernemerschap zijn kenmerkend voor de Peel en vormen een fundamenteel onderdeel van de regio samen met natuur en verstedelijking. Thematische accenten van natuur, landbouw en verstedelijking worden concreter als de basis van het natuurlijk systeem en de huidige landschapscondities over elkaar gelegd worden. Accent op het ene thema sluit een ander thema niet uit, maar geeft een hoofdkoers van een bepaalde zone aan. Natuur kan dus bijvoorbeeld samengaan met landbouw, maar in de ene zone is de landbouw meer leidend en in een andere zone de natuur. Met dit ontwikkelperspectief drukken we daar geen stempel op maar geven een richting aan.
De centrale steden, verstedelijkte kernen, oude dorpen op de flanken en ontginningsdorpen op de horst verschillen van elkaar in karakteristiek en in opgaven. Op de westflank heeft de groeiende verstedelijkingsdruk vanuit de Brainport-regio invloed op de Peel en komt verstedelijking als accent boven. Plaatsen als Helmond en Deurne staan in directe (spoor)verbinding met Eindhoven en kunnen de verstedelijkingsdruk gedeeltelijk opvangen. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk binnenstedelijk te verdichten nabij stationsgebieden onder andere vanwege de gunstige bereikbaarheid met OV. In de flankdorpen- en steden nabij het spoornetwerk ligt de nadruk op goede bereikbaarheid onderling en met de regio. Gebieden rondom treinstations kunnen ontwikkeld worden tot levendige knooppunten waar verschillende vervoersvormen aan elkaar geschakeld worden, zoals OV, elektrische deelauto’s en deelfietsen. Hierdoor worden deze knooppunten beter bereikbaar en gunstige locaties voor voorzieningen en ontmoeting. Door voor een concentratie op deze knooppunten in de verstedelijkte kernen te kiezen behoudt de rest van de Peelhorst haar open, landelijk karakter. Ook draagt dit bij