CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU24.03.06D 04 3 Ontwikkelperspectief de Peel versie 12 Februari 2024 - Digitale versie-gecomprimeerd

Raadscommissie Ruimte 12 maart 2024, gemeente AstenBij agendapunt: Stukken van het college van b&w ter kennisneming35.702 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

• Gezonde leefomgeving (lucht, geluid, externe veiligheid, trillingen)

Hoogproductieve kringlooplandbouw passend binnen het bodem- en watersysteem

31

2.2 •

Ontwikkeling biobased economie

Natuur- en landschapinclusieve landbouw: o.a. met natuurinclusieve boeren, 15% areaal biologische landbouw

OPGAVEN WONEN, WERKEN EN MOBILITEIT

Emissiereductieopgave: Reductie opgave methaan: 3,12 Mton in Nederland

OPGAVEN ENERGIE EN (CIRCULAIRE) ECONOMIE

OPGAVEN LANDELIJK GEBIED

Oppervlakte- en grondwater voldoen aan KRW-norm in 2027

30

Verbeteren sociale leefbaarheid en veiligheid in wijken

zijn (behoud van) een gezonde (groene) leefomgeving, een goed voorzieningenniveau en bereikbaarheid essentieel. Daaraan kan een bij de kern passende groei van het aantal woningen, vooral binnen de kern door transformatie en herbestemming van bestaande gebouwen, aan bijdragen. Ook de beleefbaarheid van het landschap en het behoud van cultuurhistorische elementen zijn belangrijke doelen. Mede met het oog op de economische krachtige (verblijfs)recreatie in De Peel. Ook voor deze opgaven geldt dat bodem en water sturend zijn en bijvoorbeeld het verder afdekken van de bodem zo veel mogelijk moet worden voorkomen. Ook zijn we bij deze opgave zuinig op goede landbouwgrond. •

Opgaven leefbaarheid: In algemene zin staat de leefbaarheid in het landelijk gebied onder druk. Het is in kleine kernen vaak moeilijk het voorzieningenniveau op peil te houden en openbaar vervoer is in het landelijk gebied vaak niet rendabel. Hierin schuilt het gevaar dat mensen in het landelijk gebied minder makkelijk toegang hebben tot voorzieningen zoals onderwijs, medische zorg en cultuur en meer autoafhankelijk worden. Mensen die niet over een auto beschikken kunnen in de knel komen. Daarom is een versterking van het regionale fiets- en openbaar vervoernetwerk nodig. Deze problematiek zien we ook in de Peel, met name in de ontginningsdorpen. Ook in gebieden met veel milieudruk (geluid, stank, licht) kan de leefbaarheid en gezondheid van bewoners onder druk staan. Opgave voor de Peel is om de leefbaarheid te verbeteren.

•

Mooi Nederland: staat in nauwe verbinding met het programma NOVEX. Programma Mooi Nederland stelt de belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde centraal bij het ordenen van de ruimte. Dat zorgt ervoor dat de inrichting van Nederland esthetisch en kwalitatief goed uitpakt. Dit wordt gedaan aan de hand van wenkende toekomstperspectieven waarbij nationale opgaven en lokale opgaven aan elkaar verbonden worden. Omdat de thematiek complex is, wordt in Mooi Nederland gebiedsgericht ontwikkeld. Samen met partners wordt het handelingsperspectief uitgewerkt.

•

Opgaven landelijk gebied: de Peel is vanuit haar historie een gebied met een groot aandeel landbouw en daaraan verbonden toeleverende industrie. De agrifoodsector, landbouw en toeleverende industrie vormen nog steeds een dominante economische factor in de regio. Het gebied is divers: van akkerbouw en tuinbouw tot (intensieve) veehouderij. Een enorme uitdaging voor de landbouw in De Peel is het verminderen van de milieudruk en wateronttrekking, mede in relatie tot de kwetsbaarheid van natuurgebieden op de Horst. Het voorkomen van watertekorten is zo ook aan de orde. Daarnaast ligt er een stevige opgave om de hoeveelheid

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

32

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

broeikasgassen door landbouw en landgebruik terug te dringen. Verduurzaming van de landbouw, aanpak van de stikstofproblematiek, voorkomen van verdroging, verbeteren waterkwaliteit, natuurherstel en terugbrengen biodiversiteit op het platteland zijn de belangrijkste doelen. •

•

13

Kaart met stikstofuitstoot (indicatief) en stikstofdepositie in N2000 gebieden. In de Peelvenen wordt de kritische depositie waarde (KDW) overschreden. Hier wordt meer dan twee keer de KDW waarde gemeten. De ingetekende stikstofuitstoot van wegverkeer en veehouderij is slechts indicatief. De grootte van de veehouderijen is gebaseerd op de Nederlandse grootte-eenheid (Nge) en niet de stikstofuitstoot. Bron: Compendium voor de Leefomgeving, 2023. www.clo.nl/indicatoren/nl0626-overschrijding-van-kritische-depositiewaarde-in-natura-2000-gebieden De kaart is op basis van de meest recent beschikbare informatie getekend, hier kunnen specifieke bedrijven niet in staan of missen. Dit is echter niet van invloed op de conclusie van de kaart.

Herstel biodiversiteit en oplossen stikstofprobleem: De invloed van stikstofuitstoot op grond- en oppervlaktewater en de invloed van stikstofdepositie op de gebiedseigen natuur is schadelijk en moet worden teruggedrongen. Het belang van het behoud van natuur is voor ons mensen groot want behoud en herstel van de biodiversiteit is essentieel voor ons voortbestaan. Niet alleen vanuit Europese en nationale wet- en regelgeving, maar ook vanuit de samenleving via protesten en gerechtelijke procedures, staat er druk op het terugdringen van de stikstofuitstoot. Dat terugdringen gaat niet zomaar, en heeft vergaande gevolgen in De Peel. Landbouw en automobiliteit zijn belangrijke oorzaken van het stikstofprobleem. Agrarische bedrijfsvormen, met name in de intensieve veehouderij, komen onder druk te staan door de gevraagde verduurzaming. Niet alle bedrijfsvormen zijn te verduurzamen en niet overal is perspectief voor bedrijven met een hoge veehouderijdichtheid. Veranderingen zijn noodzakelijk, hoe lastig dit soms ook is, maar er zijn ook wegen om uit deze problematiek te komen en daar willen we met dit ontwikkelperspectief aan bijdragen. Overigens zijn deze veranderingen voor de landbouw niet alleen noodzakelijk vanwege stikstof, maar ook vanwege het herstel van het bodem en watersysteem dat andere productieomstandigheden met zich meebrengt.

Nieuwe vormen van veehouderij, andere agrarische activiteiten, andere vormen van bedrijvigheid behoren tot de mogelijkheden. Uiteraard hebben dergelijke veranderingen gevolgen voor de financiële situatie van deze boerenbedrijven, de persoonlijke levenssfeer en de identiteit van De Peel. Landbouw en natuur bestaan in De Peel naast elkaar en de bedoeling is dat dit zo blijft, een passende manier hiervoor moet worden gevonden. Voor mens, dier en natuur. De aanpak van stikstofproblematiek vraagt daarom veel en bijzondere aandacht. Ruimte voor defensie: ook de eventuele reactivering van het militair vliegveld de Peel is onderdeel van het NOVEXstartpakket. Alhoewel daarover bij aanvang van dit traject nog geen definitief besluit is genomen, dient rekening te worden gehouden met vigerend ruimtelijk beleid zoals vastgelegd in Barro, Rarro en NOVI, waarin alle Defensieterreinen en de daar bijbehorende geluids- en veiligheidszones zijn vastgelegd. Dit vliegveld, maar ook de nabijgelegen basis Volkel, én het gebruik daarvan hebben als claim grote impact op de schaarse ruimte voor natuur, ondernemen en wonen/ recreëren. De op nationaal niveau nog te maken afweging raakt dit ontwikkelperspectief 2050: indien wordt besloten tot reactivering van de vliegbasis zullen onderdelen van het ontwikkelperspectief mogelijk opnieuw moeten worden afgewogen.

33

TOTALE DEPOSITIE STIKSTOF BINNEN N2000 (mol/ha/jaar) NB. binnen onderzoeksgebied overal overschrijding. Bron: RIVM, 2022. >2.000 1.000 - 2.000 250 - 1.000 >250

STIKSTOFDIOXIDE 2021 (NO2) VAN WEGVERKEER NO2 conc. (μg/m3) Bron: Atlas voor de Leefomgeving, 2023. >30 20 - 30 14 - 20

ONDERDELEN AGRIFOODSECTOR Veehouderijen en bedrijven gelinkt aan voedselindustrie Mestverwerker Biomassa energiecentrale Voedingsmiddelenindustrie diervoederindustrie Veehouderij (grootte in NGE) NNN

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

34

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

35

13

2.3 DE PEEL IN BREDERE CONTEXT We kijken naar de Peel vanuit het water- en bodemsysteem, maar de Peel is geen eiland en in economische, ecologische en sociaal-culturele zin verbonden met een veel groter gebied in Zuid-Nederland en over de grenzen.

DE PEEL IN ECOLOGISCHE CONTEXT

14

De Peel was ooit onderdeel van het veenmoeras dat indertijd een twintigste deel van Nederland besloeg. De hoogveennatuur die resteert is slechts een fractie van dit ooit grootse veenmoeras. Ondanks de huidige, kleine oppervlaktes hoogveen vormt de Peel toch een belangrijke schakel in het ecologisch netwerk. De Peel vormt een verbinding tussen de Kempen in het zuidoosten en de Veluwe in het noorden. Wanneer we nog breder kijken, zien we dat de Peel via de Maas en de Kempen ook de Ardennen en verschillende andere natuurgebieden over de grens met Nederland verbindt. Ook voor trekvogels vormen de Peelvenen een pleisterplaats tussen het hoge noorden en het diepe zuiden. De rol van de Peel als schakel in dit grensoverschrijdend netwerk is relevant en kan aanleiding zijn om de Peelhorst als robuuste ecologische backbone door te ontwikkelen.

15

14

De Peel in grensoverschrijdende ecologische context.

Kraanvogels op besneeuwde akker

Bron: ARK Natuurontwikkeling, 2023.

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

36

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

17

DE PEEL IN ECONOMISCHE CONTEXT De Peel wordt omringd door de Brainport Eindhoven, de Greenport Venlo, de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen en Agrifood Capital van Noordoost-Brabant. De Peel vormt tegelijkertijd een gebied waar verschillende belangrijke stromen samenkomen. Via de Delta Rhine Corridor worden er ondergronds door de Peel heen verschillende stoffen richting de grens van Duitsland vervoerd en over de Brabantroute worden industriële stoffen vanaf de Maasvlakte, door de Peel en richting de Duitse grens vervoerd. Ook komen in het peelgebied hoogspanningslijnen en wateren als de Zuid-Willemsvaart en de Maas samen. De Peel vormt in potentie dan ook ‘een spin in het web’ tussen deze stromen. Deze aanwezige infrastructuur in combinatie met de chemische, farmaceutische en maakindustrie rondom de Peel, biedt economische kansen. In het kader van NOVEX-gebied de

16 17

18

Peel wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor nieuwe economische dragers (door adviesbureau Buck Consultants International). In de eerste onderzoeksfase is een combinatie nieuwe en hernieuwde economische dragers geïdentificeerd, namelijk: verbrede landbouw, ketenontwikkeling plantaardige eiwitten, ketenontwikkeling biobased bouwen, clusterontwikkeling agrotech bedrijven en regionale energiesystemen. Deze dragers zijn kansrijk en hebben een positieve impact op de brede welvaart, het regionale ruimtegebruik, ecologie, werkgelegenheid en welzijn. De dragers worden bovendien economisch haalbaar geacht. Bij de ontwikkeling van een aantal nieuwe economische dragers vormt de transitie van de landbouw een belangrijk aanknopingspunt.

De Peel in grensoverschrijdende economische context Bewerking van de ruimtelijke strategie voor het energiesysteem van kabels, leidingen en locaties voor de opslag en het omzetten van energie van nationaal belang op land via het Programma Energiehoofdstuctuur. In zwart de beoogde DeltaRhine Corridor, in blauw de beoogde waterstofintrastructuur. Bron: Ministerie BZK, 2023. De Peel in grensoverschrijdende stedelijke context

16

DE PEEL IN LEEFBARE EN STEDELIJKE CONTEXT Het moerasgebied dat zich ooit midden in de Peel bevond is lange tijd bepalend geweest voor de bewoning en stedelijke groei in de regio. De barrière die deze ooit vormde tussen oost en west is nog altijd terug te zien in het huidige landschap, maar ook in dynamiek en vitaliteit van de kernen. Tussen de kernen is als het ware spraken van een tweedeling. Zo zijn er enerzijds de peeldorpen, kernen die tijdens de ontginning van de Peel ontstaan zijn en zich midden in het voormalig moeras bevinden. Anderzijds zijn er de kernen op de flanken rondom de horst. Deze kernen zijn ouder en staan meer onder invloed van de stedelijke ontwikkeling van omliggende steden als Eindhoven, Nijmegen en Venlo. Hoewel de fysieke barrière al lang verleden tijd is, lijkt de tweedeling in de Peel ook op andere onderwerpen nog steeds invloed te hebben. Woonen werkverkeer gaan grotendeels buiten de Peel om. Daarnaast kenmerken de Peeldorpen zich door een lage dynamiek, rust en ruimte en soms krimp. Terwijl de verstedelijkte gemeenten op de flanken gekenmerkt worden door een hogere dynamiek en een vestigingsklimaat dat nog steeds aantrekt. Met een toenemende verstedelijkingsdruk vanuit Eindhoven, Venlo en Nijmegen wordt het steeds belangrijker om te bezien hoe het karakter van de Peeldorpen kan worden beschermd (Programma Mooi Nederland).

De rust, ruimte en lage dynamiek die deze kernen karakteriseert, zien we als tegenhanger van de toenemende hoog dynamische netwerkeconomie is een kwaliteit waarop in de streek ingespeeld kan worden.

37

18

Het woeste landschap - tot de 19e eeuw

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

38

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

Een energiek landschap - hoogtij in de 19e eeuw

2.4 SPOREN UIT HET VERLEDEN Een productief landschap - Eind 19e eeuw tot nu

Een strijdbaar landschap - 1939 tot nu

Dit ontwikkelperspectief focust zich op de Peelhorst en flanken, maar zal zijdelings ook de omliggende gebieden beschrijven om de Peel goed in de context te plaatsen. Zoals de doorsneden hiernaast laten zien vormt de Peelhorst het kerngebied. Dit kerngebied wordt geflankeerd door het Maasdal aan de oostzijde en het Aa-dal aan de westzijde. Deze drie gebieden hebben elk een verschillende geschiedenis en landschapsbiografie. Voor een uitgebreide beschrijving van deze omliggende landschappen en de ontstaansgeschiedenis ervan verwijzen we naar de rapporten ‘De kracht van het Aa-dal’ uit 2016 en ‘De Maasterrassen’* uit 2018. De Peelhorst bestond ooit uit uitgestrekte veenmoerassen en hoogvenen. Het woord ‘Peel’ is zelfs afgeleid van het Romeinse ‘Locus paludosus’ wat moerasgebied betekende. Het weidse hoogveenlandschap is nu vrijwel helemaal afgegraven en ontgonnen voor brandstof. Enkele restanten zijn overgebleven als natuurgebieden, op de horst zijn dit de Mariapeel en de Deurnsche Peel, op de flank van het Aa-dal is dit de Groote Peel. Hoewel de natuurgebieden kenmerkend zijn voor het landschap is De Peel van nu meer dan dat. In deze paragraaf wordt de ontwikkeling van de Peel door de tijd beschreven aan de hand van vijf thema’s. Hun verhaal dient als inspiratie voor De Peel van de toekomst: 1) 2) 3) 4) 5)

Het woeste landschap, Het energieke landschap, Het productieve landschap, Het strijdbare landschap Het levendige landschap.

Een leefbaar / gezond landschap - Eind 20ste eeuw tot nu

19

Doorsnedes van karakteriserende thema’s uit de geschiedenis van de Peel.

* Bureau Nieuwe Gracht, Waterschap Aa en Maas en regio-gemeenten 2016. De Kracht van het Aa-dal. ARK, Staatsbosbeheer, WWF en Stichting het Limburgse Landschap, 2018. De Maasterrassen.

39

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

40

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

41

20

N

WOEST LANDSCHAP Een combinatie van natuurlijke processen heeft van De Peel een uniek woest landschap gemaakt. De aanwezige breuklijnen, wijstgronden, het veenmos, de bossen op de Peelflanken, en de Maasterrassen zijn hier het bewijs van.

‘ HOIS’

Breuklijnen in Nederland zijn grotendeels onzichtbaar maar veroorzaken met aardbevingen verzakkingen en verschuivingen in de bodem. Deze verschuivingen leidden miljoenen jaren geleden tot het ontstaan van de Peelhorst. Er is een verdeling ontstaan tussen de hoger gelegen Peelhorst in het midden en de lager gelegen slenken aan de randen. De hoogteverschillen waren aanvankelijk nog sterk te zien bij de breuklijnen, maar zijn door de tijd heen afgevlakt naar subtiele hoogteverschillen die vaak nog nauwelijks zichtbaar zijn. De meest bekende breuk, de Peelrandbreuk, is een actieve breuklijn waar in 1992 nog een zware aardbeving plaatsvond nabij Roermond. Bij Uden is de Peelrandbreuk nog duidelijk zichtbaar maar inmiddels zijn op veel andere plaatsen de breuklijnen grotendeels gemaskeerd door dekzand.

BRABANTIA

MILHESE

Opmerkelijk is dat de hoger gelegen Peelhorst natter was dan de lager gelegen slenken. In de Peelhorst stagneert de afvoer van grondwater, de slecht doorlatende leemlaag (de Waalre Formatie) voorkomt dat het grondwater verder naar beneden kan zakken. Het grondwater stroomt van grof rivierzand (Beegden Formatie) in fijn dekzand in de flanken (Boxtel Formatie) wat de grondwaterafvoer naar de slenken verder belemmert. Het grondwater stijgt hierdoor op in de bodem en komt als uittredend kwelwater tevoorschijn bij het breukvlak. Dit ijzerrijke kwelwater heeft een roestbruine kleur en wordt wijst genoemd. De wijstgronden van De Peel zijn uniek, ze komen elders in Europa niet voor. Het Sint Annabos is een van de laatste resten van het wijstlandschap. Vlak bij de breuklijnen is de opstuwing van grondwater het sterkst en ontstaan de natste gronden.

DEURNE

‘ HOES’

GELDRIA

De Peel als grensgebied. Over het gebruik van de Peel zijn uit de geschiedenis veel conflicten bekend. Vooral tussen de dorpen en buurtschappen Bakel, Milheeze, Deurne en Liessel aan de Brabantse kant en Merselo en Venray aan de andere, Gelderse kant. Deze twisten gingen vooral over de exacte locatie van de grens met de grenspalen. Naast ruzies over de grensligging waren er ook over en weer verwijten over illegaal turfsteken op elkaars grondgebied. Aan een lange tijd van grensincidenten en oorlogshandelingen in de Peel werd in 1716 een eind gemaakt. Den Haag en Pruisen sloten in 1716 het “Tractaet van Venlo”. Daarbij werden de oude grenskwesties geregeld en beslecht. De grens van de Peel werd hierin definitief bepaald. Dit wel tot ongenoegen van de Brabantse dorpen, die vonden dat ze van een groot deel van hun Peel bestolen waren.

20

Kaart van de Peel 1716. De Peel vormde lange tijd een natuurlijke grens tussen Limburg en Noord-Brabant. Dit zien we terug in de verschillende dialecten. (Maker: Draak, datum 1716, Bron: Nationaal Archief ‘s-Gravenhage, 2023).

Elk dorp markeerde zijn grens met een nieuwe grenssloot tussen de grenspalen. Deze sloten en palen zijn soms nog zichtbaar in het landschap (zie kaart 3.3). Tot op de dag van vandaag vormt dit traktaat alweer bijna 300 jaar de (provinciale) grens.

De horst is een waterscheidingsgebied waar de afwatering naar het westen en oosten stroomt via enkele beken. In de nattere delen van de Peelhorst ontstond veen door ophoping van plantenresten. Het voedselarme hoogveen dat zich ontwikkelde bestaat vrijwel geheel uit veenmos. Het veenmos fungeert als een spons en vormt dikke kussens die zich volzuigen met regenwater. Van onderen sterft het veenmos af terwijl het aan de bovenzijde doorgroeit. Het veenmos is zelfvoorzienend in zijn waterhuishouding en daardoor alleen afhankelijk van regenwater. Deze processen resulteerden in een weidse, open en natte Peelhorst die als gebied lastig te doorkruisen was. In tegenstelling tot de Mariapeel en Deurnesche Peel ligt de Groote Peel niet op de natte horst, maar in een lager gelegen bekken tegen de westflank van de horst aan. Oude dalen die dit bekken ontwaterden zijn aan het einde van de laatste ijstijd dicht gestoven waardoor de ontwatering afnam en ook hier veengroei mogelijk werd.

500 v. Chr Het hoogveengebied de Peel strekte zich ooit uit van Grave tot Weert.

1250 n. Chr De zandrug van Meijel was een eiland in het natte veengebied.

1850 n. Chr Ontginning begon aan de randen van het veen op kleine schaal, het midden werd met veenkolonien en turfmaatschappijen ontgonnen.

De flanken van de Peelhorst bestonden uit voedselarme dekzanden met voornamelijk eiken-berkenbossen, en de meer voedselrijke dekzanden met beuken-eikenbossen. Verder oostwaarts heeft de Maas door insnijding en verbreding het landschap in traptreden uitgesleten. Deze traptreden, bekend als Maasterrassen, zijn overal in het gebied zichtbaar. Soms zijn de terrasranden goed herkenbaar en vormen ze een duidelijke overgang tussen hooggelegen Maasdorpen en de lager gelegen, natte weidegronden (bijvoorbeeld bij Meerlo, Broekhuizen en Grubbenvorst).

2000 n. Chr Nu zijn er enkel restanten over van

SEVENUM

21

De ontwikkeling van het areaal van het hoogveen in de Peel. Bewerking gebaseerd op paleografische kaarten van (Vos et al., 2018).

het uitgestrekte veenlandschap. Nu zijn dit beschermde natuurgebieden.

42 21

22

43 24

Afbeeldingen van het turf landschap (Bron: Geschiedenis Peel, 2023).

ENERGIEK LANDSCHAP De veengronden van De Peel werden gebruikt als brandstof en handelswaar, zo leverde het landschap energie op. De grond was namelijk te zuur en nat voor landbouw en werd daarom afgegraven, gedroogd en gebruikt als brandstof. Eerst voor eigen huishoudens (koken en verwarmen) en later voor industrie, zoals ovens en brouwerijen. Eeuwenlang werd turf gestoken op kleine schaal met nauwelijks ontwatering. Veenputten liepen daardoor weer snel vol met water. Turf werd verkocht in de stad en omgekeerd werd mest aangevoerd naar de Peel ten behoeve van de landbouw. De Aa fungeerde daarvoor lange tijd als vaarverbinding met ‘s-Hertogenbosch. Later in de 19e eeuw werd het turf steken opgeschaald voor de industrialisatie. Op de Limburgse zijde werd turf kleinschalig gestoken en afgevoerd met paarden en karren via uitgespaarde ‘peelbanen’. Op de Brabantse zijde werd het veen door Maatschappij Helenaveen (grootschalig) gewonnen en ging men systematisch te werk met kanalen. De Helenavaart is bijvoorbeeld zo’n kanaal dat werd gegraven voor de afvoer van turf. Wegen werden aangelegd en huizen werden gebouwd voor de veenarbeiders. Dorpen als Helenaveen en Griendtsveen zijn gebouwd als veenkoloniën in Zuid-Nederland. Op provinciaal niveau werd de Zuid-Willemsvaart aangelegd om de ontsluiting van het zuiden en de handel in het noorden te bevorderen.

De handel in Peelse turf nam toe dankzij de kanalen. Na de introductie van steenkool werd turf minder belangrijk als brandstof. Uiteindelijk zijn de overgebleven veengebieden de Groote Peel, Deurnsche Peel en Mariapeel slechts fracties van wat het veenlandschap ooit was. Deze hoogveengebieden dreigen momenteel te verdrogen met achteruitgang van de natuurkwaliteit als gevolg. Compleet hoogveen komt in Nederland niet meer voor en ook elders in Europa wordt hoogveen steeds zeldzamer.

22

25

De Peel-Raamstelling in 1940, met op de voorgrond kazemat 533 en loopgraven (Bron: Canon van Nederland, 2023).

STRIJDBAAR LANDSCHAP

23

Transport te paard. (Bron: Geschiedenis Peel, 2023).

23

Nog voor de ontginning vormde het moerasgebied van De Peel vormde een ondoordringbare grens. Later, in de 20e eeuw fungeerden de Peel-Raamstelling, het Defensiekanaal en de kazematten met schootsvelden als weerstandslinie tegen de Duitse inval. Nog weer later werden er in de regio vliegbases aangelegd. Vandaag de dag vormen deze landschapselementen cultuurhistorische kenmerken van een strijdbaar landschap. Heel lang geleden was de Peelhorst als moerassige zone een ondoordringbare grens. Het gebied vormde een natuurlijke barrière waar men vooral omheen moest, of op trage wijze erdoorheen. Dat bleef door de eeuwen zo. De grootschalige ontginning en ontwatering van de Peelhorst zorgde er echter voor dat de Peel nu makkelijk te doorkruisen was. In 1939 werd daarom de Peel-Raamstelling als Nederlandse verdedigingslinie aangelegd. De stelling maakte gebruik van de resterende veenmoerassen en bestaande kanalen zoals de Graafse Raam, Helenavaart en Noordervaart. Het Defensiekanaal werd als versterking van de barrière aangebracht. Langs de kanalen werden kazematten gebouwd met vrije schootsvelden. De Peel-Raamstelling was

24

Transport via trein. (Bron: Geschiedenis Peel, 2023).

ondanks alle inspanningen niet bestand tegen de Duitse invasie, op de eerste dag van de inval, 10 mei 1940, viel deze stelling. Tot op heden zijn de kazematten en het schootsveld cultuurhistorisch interessante landschapselementen. In 1940 is Vliegbasis Volkel aangelegd door de Duitsers. Na de oorlog werd de beschadigde vliegbasis hersteld en gebruikt door de Koninklijke Luchtmacht. Tot op heden is de vliegbasis actief voor luchtsteun en luchtverdediging. Later is in 1954 is Vliegbasis De Peel aangelegd als reservebasis. Tot 1993 werd het vliegveld incidenteel gebruikt door de luchtmacht. In 2019 heeft Defensie aangegeven voornemens te zijn de vliegbasis opnieuw in gebruik te nemen en is daartoe gestart met de voorbereiding van een Luchthavenbesluit en planMER. Inmiddels heeft de Staatsecretaris op 5 juli 2023 in een brief aan de TK het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie aangekondigd. Dit programma is erop gericht de ruimte die Defensie in de toekomst nodig heeft voor haar operationele gereedheid in kaart te brengen, af te wegen, en juridische-planologisch te borgen. Het (al dan niet demissionaire) kabinet zal naar verwachting in de loop van 2024 een besluit nemen over de positie van vliegbasis De Peel in dit programma.

44

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

45

26

wel vruchtbare landbouwgrond was. In de Peel werd de bolster grootschalig geëxporteerd als turfstrooisel naar o.a. Engeland. Aanvankelijk waren er in Zuid-Nederland minder regels voor de vervening dan in Noord-Nederland. Gevolg was dat de Peelhorst was veranderd in een onvruchtbare zandvlakte. Ter vergelijking, in Noord-Nederland was het verplicht om de bolster na vervening te mengen met de onderliggende zandbodem zodat een goede landbouwgrond overbleef. De achtergelaten onvruchtbare zandgronden maakte landbouw onmogelijk, tot de introductie van kunstmest rond 1870. De Peel transformeert daardoor eind 19e eeuw naar een landbouwlandschap met veel gras- en bouwlanden. Langs de natte Peelrandbreuk ligt vooral grasland. De agrarische sector in de Peel bestaat tot WOII vooral uit gemengde boerenbedrijven met voedselgewassen zoals rogge en aardappelen in combinatie met veeteelt. Tijdens de oorlog ontstond een tekort aan textielvezel. Boeren en ondernemers zijn toen massaal overgeschakeld naar een ander gewas: de teelt van vlas. Onder andere in de Princepeel werd vlas op grote schaal verbouwd. Gebeurtenissen als deze illustreren het aanpassingsvermogen van de Peelbewoner.

26

Na de oorlog is men zich meer gaan specialiseren en werd vooral veeteelt en de productie van veevoer overheersend. Veel akkers worden dan omgevormd tot weiland. Er komt een grote toename van maïsakkers ten behoeve van veevoer. Maïs wordt zowel op de oude bouwlanden als in de beekdalen en jonge heideontginningen verbouwd. Varkens- en pluimveehouderijen maar ook veevoederbedrijven komen veel voor. Het landschap van de Peel staat grotendeels tot dienst van de landbouw en is sterk ontwaterd. De Peel is nu een intensief landbouwgebied dat dierlijke producten over de hele wereld exporteert, met meer dan 2 miljoen varkens, 4,5 miljoen stuks pluimvee en meer dan 150 duizend stuks rundvee. Ter vergelijking, dat is 20% van alle varkens in Nederland op slechts 5% van het landoppervlak.

Het huidige grootschalig productielandschap langs de Middenpeelweg.Bron: NRC, 2022.

PRODUCTIEF LANDSCHAP

27

Het landschap van De Peel vormt al eeuwenlang een productiesysteem voor de landbouw. De eerste boeren in Nederland waren actief op de vruchtbare lössgronden van Zuid-Limburg, vanaf ongeveer 5000 jaar voor Chr. Later werden ook de zandgronden in het zuiden en oosten van Nederland gebruikt voor landbouw. Eeuwenlang was de landbouw op de flanken van de Peel, het Aa-dal en het Maasdal kleinschalig met gemengde zelfvoorzienende boerderijen. Het gemengd boerenbedrijf bedreef zowel akkerbouw als veeteelt en moest beschikken over zowel bouwland als wei- en hooiland. Het Maasdal aan de oostzijde van de Peel is al sinds de prehistorie relatief dicht bevolkt. Op de Maasterrassen zijn op tal van plaatsen bewoningssporen en grafvelden gevonden uit verschillende archeologische perioden. Dorpen ontstonden dicht bij de rivier of aan zijbeken vanuit de Peelhorst, veelal op hoger gelegen zandruggen. De hooggelegen terrassen zijn vruchtbare bouwlanden, de laaggelegen terrassen zijn goede hooilanden. Die hooilanden waren over het algemeen fijn verkaveld. Hier danken wij het Unesco Biosfeergebied de Maasheggen aan.

Het landschap van de Peel staat grotendeels in het teken van dit productiesysteem; meer dan 70%(!) van het landoppervlak van de Peel bestaat uit mais en raaigras, ingericht om deze veestapel van voer te voorzien. De Peel is dus niet (enkel) een voedsellandschap, maar ook een voederlandschap.

27

LEVENDIG LANDSCHAP Naast een productief landschap kent de Peel ook een sterk recreatieve kant. Dat is mede te danken aan het landschap en erfgoed in de regio. Bossen, heidevelden, akkervelden en gemoedelijke dorpsheid zijn in trek bij jonge en oude mensen. Vanaf 1965 was de Peel van noord naar zuid goed ontsloten toen de Midden-Peelweg (N277) gereedkwam. Aan de Midden-Peelweg zijn daarna recreatieve clusters ontstaan. De Peel biedt diverse bestemmingen in verblijfsrecreatie, dagrecreatie en recreatieve routes zoals ruiterpaden en mountainbikeroutes. Naast grotere iconen zoals Attractiepark Toverland (700.000 bezoekers per jaar) of BillyBird Park Hemelrijk (jaarlijks ruim 250.000 bezoekers) ook landschappelijke bestemmingen zoals de Maashorst, Nationaal Park De Groote Peel, Strabrechtse Heide, Kraaijenbergse Plassen en de Stippelberg. Plaatselijk is de dichtheid van recreatieve bestemmingen en de samenhangende druk op de natuur erg groot. Zo is het afwisselend natuurlandschap in het Maasdal erg aantrekkelijk om te fietsen- en te wandelen, en wordt ook het Aa-dal recreatief steeds interessanter. Typerend voor de Peel is ook het aanbod van verblijfstoerisme in de vorm van bungalows, hotels en campings: verblijfstoerisme in de Peel is een factor van betekenis. Ter illustratie: in De Peel vinden jaarlijks ca.

1,3 miljoen overnachtingen plaats, meer dan in Maastricht en Valkenburg samen (1,1 miljoen overnachtingen in 2017). Daarnaast is de lokale, nationale en internationale paardensport actief in de hippische zone Grandorse en elders in de Peel. Paardensport en – fokkerij is inmiddels een economische factor van betekenis. Een bijzondere kwaliteit van de Peel is de donkerte in de nacht. In de centrale zone is de Peel dunbevolkt en is gespaard van lichtvervuiling. Daar is de hemelhelderheid in de nacht zo hoog dat zelfs sterren van de melkweg gezien kunnen worden. De echte donkerte heeft een positief effect op gezondheid en biodiversiteit en heeft als belevingswaarde voor de verblijfsrecreatie. Zie de Peel als tegenhanger van de lichtstad Eindhoven.

Uitgestrekt maislandschap als veevoedergewas. Bron: BN De Stem, 2016.

28

29

30

Gedurende de Middeleeuwen nam de bewoning toe en heeft de ontbossing op de flanken van de Peelhorst een vlucht genomen door houtkap en beweiding. In 1850 bestond Nederland slechts voor 1% uit bos (inmiddels bestaat Nederland voor 11 procent uit bos). De grootschalige kap van het bos had zijn keerzijde. Bomenkap, afplagging van heide en overbeweiding creëerden stuifzandvlaktes die veel overlast gaven. Het landschap werd steeds meer bepaald door gras- en heidevelden zonder bomen. Vanaf eind 19e eeuw worden stuifzanden geleidelijk ingeperkt met de aanplant van naaldhoutbossen. Het dennenhout werd benut voor tunnels in de mijnbouw. Veel van de huidige bossen op de flanken van de Peel zijn ontstaat uit deze productiebossen. De bodem- en het watersysteem op Peelhorst waren door de grootse ontginning van het veen eind 19e eeuw compleet verandert. Niet alleen het zwartveen werd afgegraven en verkocht, maar ook de bolster. De bolster is de bovenste laag van het hoogveen die ongeschikt was als brandstof, maar in combinatie met bemesting

28

Oude akkercomplex bij Bakel, deze akkers zijn eeuwenlang verrijkt via dierlijke mest vermengd met turf. Ze zijn zichtbaar door hun bolle vorm, waarbij het midden van de akker hoger ligt dan de randen, en de hoeken het laagst. Bron: Leestekens van het Landschap, 2016.

29

Grandorse paardensport. Bron: www.grandorsehorsetrials.nl, 2019.

30

Attractiepark Toverland. Bron: Toverland, 2023.

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

46

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

47

2.

3.

4.

1.

31

Landschapsdoorsnede van de Peel

2.5 Legenda: Hoewel de Peel hoger gelegen ligt, is het ook een natter gebied. Dit komt door de Peelrandbreuk en de Breuk van Venlo, waartussen het grondwater hoger in de bodem aanwezig blijft door een ondoorlaatbare bodemlaag die relatief hoog in de grond zit. Regenwater dat op de Peelhorst valt kan moeilijk wegzakken in de bodem door een slecht waterdoorlatende leemlaag 1. . Dit heeft gezorgd voor het bijzondere hoogveenlandschap van de Peel, met de natte wijstgronden vlak langs de breuken. Grondwater wordt omhoog gestuwd en op de breuk ontstaat kwel. Het ijzerrijke water komt op de breuklijn aan de oppervlakte en oxideert. Dit zijn de wijstgronden 2. . Het water daalt vervolgens af via de slenken. Dit is een belangrijke bron voor de naastliggende beken 3. .

MET MENSENHANDEN GEMAAKT Tegenwoordig vindt de zoetwateraanvoer steeds vaker plaats via het Peelkanaal. Het Maasterrassenlandschap loopt van de natte rivieroevers tot de drogere ruggen, met een afwisselende structuur van hogere en lagere delen, gevormd door de vlechtende Maas. Verder stroomafwaarts liggen de rivierengebieden, met buitendijkse natte uiterwaarden en vruchtbare oeverwallen direct binnen de dijk 4. .

De Peel heeft met zijn historische ontwikkeling vele transformaties ondergaan, met name in het recentere verleden. De bijzondere geschiedenis van turfwinning, landsverdediging en waterinfrastructuur hebben duidelijke sporen nagelaten. Waar het ooit begon als onbegaanbare moerassige hoogveenvlakte is het landschap nu verworden tot een groene regio met actief ondernemerschap en bijzondere kwaliteiten ten opzichte van het stedelijk gebied. De Peel heeft landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten, maar ook economische en sociaalmaatschappelijke kwaliteiten. Belangrijk is om deze kwaliteiten mee te nemen in de uitgangspunten voor het ontwikkelperspectief. Bedenk daarbij dat de Peel in zijn huidige vorm grotendeels door mensenhanden gemaakt en door generaties Peelbewoners en Peelondernemers met pioniersgeest. Het naar de hand zetten van het landschap – de Peel steeds opnieuw uitvinden – zit in het DNA van de mensen en de streek. De sterke verwevenheid van natuur, stad, dorp en land – meerkleurigheid – is een kernwaarde.

Bronnen Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans (2018) Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam (Prometheus). Provincie Limburg (2017) Toeristische trendrapportage Limburg 2016-2017 Perspectief Vrijetijdseconomie De Peel 2030 (2019) Gemeente Horst aan de Maas (2018) De Peelbergen: een frisse kijk op de toekomst Berendsen, H.J.A. (2006) Landschappelijk Nederland: Fysische geografie van Nederland Haartsen, A. (2010) Ontgonnen verleden: Landschappen en deellandschappen https://www.myllesheem.nl/historie-stichting-myllesheem ?subaction=showfull&id=1637870595&archive=&start_ from=&ucat=22& https://eenvandaag.avrotros.nl/item/ een-eeuw-geleden-bestond-slechts-1-procent-van-ons-landuit-bos/ https://www.staatsbosbeheer.nl/wat-we-doen/natura-2000-gebieden/life/life-peelvenen

3. UITGANGS- PUNTEN Hoofdrol voor het natuurlijk systeem met tegelijk perspectief voor ondernemers en vitale dorpsgemeenschappen. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op een aantal gebiedsspecifieke uitgangspunten die we in combinatie met de opgaven hanteren bij de uitwerking van scenario’s en de synthese naar een ontwikkelperspectief. Dit zijn de uitgangspunten: 3.1

Het water- en bodemsysteem sturend

3.2

Voortbouwen op het landschappelijk casco

3.3

Ook aandacht voor minder zichtbare waarden

3.4

Rekening houden met gezondheid, welzijn en demografie

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

50

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

3.1 WATER EN BODEM STUREND Water en bodem sturend betekent dat het natuurlijk bodem- en watersysteem een fundamentele basis wordt bij de inrichting van Nederland. Een bodem- en watersturende aanpak benut de werking van het natuurlijk systeem en streeft ernaar dit systeem robuust te maken voor de toekomst. Leidend hierbij is het NOVI-principe om niet af te wentelen in tijd en plaats. De klimaatscenario’s en concrete incidenten als gevolg van hevige regenval én hitte en droogte geven op dit moment geen aanleiding tot optimisme. Daarom is het belangrijk om in ons beleid en onze aanpak veel meer dan nu rekening te houden met extremen. In het verleden waren bodem en water bepalend voor waar mensen konden leven: was de grond voldoende vruchtbaar om voedsel op te leveren, was er voldoende drinkwater. Dat bepaalde van oudsher waar de mens zich vestigde. Maar technische innovaties hebben ertoe geleid dat functies mogelijk werden op plekken die daar eigenlijk niet geschikt voor zijn. Eerst waren dat irrigatiesystemen, daarna kwam kunstmest. Gevolg is dat inmiddels het bodem- en watersysteem flink is aangepast. Kijken we naar de Peel, dan is dit ooit zo drassig moeraslandschap door een uitgebreid stelsel van ontwateringskanalen en sloten geschikt gemaakt voor de traditionele landbouw.

Door de lagere grondwaterstand kon het land bewerkt worden en de arme gronden werden door de uitvinding van en op grote schaal toepassing van kunstmest winstgevend. Inmiddels zien we de gevolgen hiervan: verdroging, problemen met de kwaliteit van beschikbaar water en een overbelasting van stikstof. Kijken we naar de kaart, dan zien we een groot contrast tussen de bodemopbouw van de peelhorst (schrale zandgronden en restanten hoogveen) en de peelflanken (oude akkers en beekdalen). Bewegen wij ons door dit landschap, dan zien we echter weinig verschil in landgebruik ongeacht de ondergrond: de maïs staat overal.

Archeologisch monument Wijstgronden

Hoogveen Ontgonnen hoogveen Dekzandrug Dekzandrugvlakte Oude akkers Beekdal zand Beekdal veen Rivierdal Rivierterras klei Rivierterras zand Rivierduin Breuklijnen Peelrandbreuk

32

Analysekaart bodem en geomorfologie.

In de Peel staat het bodem- en watersysteem behoorlijk onder druk. Dat merken we bijvoorbeeld aan optredende watertekorten voor natuur én landbouw in droge perioden, wateroverlast bij beken en de Maas in natte perioden, problemen met bodemdaling, en het voortbestaan van plant- en diersoorten. De waterkwaliteit is slecht en door langdurig gebruik van kunstmest vindt eutrofiëring plaats. Hierdoor zijn veel algemene plantensoorten in de Peel verschenen, ten koste van de zeldzame hoogveensoorten. Daarnaast vindt door te eenzijdige gewassenteelt verschraling van de bodem plaats. Dat niet alles overal (meer) kan wordt steeds voelbaarder. Om de bodem en het watersysteem robuust en gezond te maken voor de toekomst, kijken we terug naar de tijd voor grootschalige ingrepen in het natuurlijke systeem. De lessen die we uit dit historische (grond)watersysteem leren, gebruiken we als inspiratie voor de toekomst. Een gezond water- en bodemsysteem levert veel voordelen op. Allereerst wordt onze omgeving weerbaarder tegen klimaatextremen, dus beter bestand tegen hitte, droogte en wateroverlast. Dat is gunstig voor zowel mensen als planten en dieren. Een gezonde bodem houdt meer water vast. Dat voorkomt wateroverlast en (drink-) watertekort in droge tijden.

Belangrijk is te weten welk type landbouw past op een bepaalde plek zodat deze beter tegen extremen kan en bijvoorbeeld minder afhankelijk wordt van kunstmest of het kunstmatig laaghouden van grondwaterstanden.

Maas Kanalen Beken, van oorsprong natuurlijk ontstaan Beken, kunstmatig gegraven Stroomrichting Waterwingebied Gevoeligheid grondwaterafhankelijke natuur Risico droogtestress - hoog Risico droogtestress - matig Aanvoer basenrijk Maaswater nabij hoogveennatuur Beekdal

33

Analysekaart huidig watersysteem. Input kaartbeeld o.a. van: https://klimaatadaptatienederland.nl/kennisdossiers/droogte/gevolgen-toenemende-droogte/

51

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

52

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

GRONDWATERTRAPPEN 2023 Nat

GRONDWATERTRAPPEN 1850

I

Nat

II

Droog

I II

III

Periodiek verzadigd met water

III

Periodiek verzadigd met water

IV

(bv. Nat in voorjaar/droog in zomer)

IV

(bv. Nat in voorjaar/droog in zomer)

V

Droog

VI VII

34

53

V VI

Zeer droog

Analysekaart grondwatertrappen huidig.

VII

35

Landbouw en het bodem-watersysteem worden zo weer in balans gebracht. Als water beter vastgehouden wordt zullen dieren en planten afhankelijk van water beter gedijen. Zeker in het kwetsbare hoogveengebied wordt de biodiversiteit hiermee verbeterd. Tegelijkertijd is het huidig watersysteem van beken en kanalen is een gegeven waar rekening mee moet worden gehouden. De kanalen blijven cruciaal in het aanvoeren van water om verdroging te beperken. De aanvoer vanuit de Maas is hierin erg belangrijk. Ook de beken zijn niet allen op natuurlijke wijze ontstaan, sommige zijn extra verbreed of verlengt om water af te voeren om de Peel te ontwateren. Nu spelen ze een belangrijke rol in de wateraanvoer voor de beken op de flanken.

eerste systematische landbouwactiviteiten in de Middeleeuwen plaats. Deze doorgaans vruchtbare gronden zijn waardevol voor toekomstige gewassenteelten. Het Maasdal ligt lager en ligt als een langgerekte bocht aan de zuidoost- en noordoostzijde van de Peel. Deze zone is voornamelijk rivierklei en bestaat doorgaans uit terrasvlaktes, dalvlakteterrassen, oeverwallen en soms rivierkommen. Kenmerkend is een afwisselend en kleinschalig landschap van weilanden, akkers en landschappelijke beplantingen. Kanalen zoals de Zuid-Willemsvaart, Peel-Raamstelling en Noordervaart vormen hun eigen entiteit als continue structuren. De verschillende geomorfologische eenheden geven aanleiding voor verschillend landgebruik.

De bodemopbouw van de Peel is erg verschillend. De Peel kent een zuidelijk deel waar waardevolle restanten van hoogveen liggen in de Deurnsche Peel en ook andere (natte) natuur aanwezig is, zoals De Groote Peel in de Roerdalslenk. In het noordelijk deel van de Peel liggen veel jonge ontginningen op dekzandgronden waar productielandschappen de boventoon voeren. De beekdalen zijn een typerend element die vanouds een ander landgebruik kenden dan de drogere dekzanden. Denk aan ecologisch waardevolle broekbossen en natte hooilanden. Dekzanden bestaande uit dekzandvlaktes en landduinen zijn droger en in vele gevallen beplant met (arm) bos. Op de esgronden vonden de

VAN EEN GRONDWATERSYSTEEM GERICHT OP DE TRADITIONELE GEWASSENTEELT... In de huidige situatie zijn de grondwaterstanden in de Peel redelijk gelijk aan elkaar: de Peel is sterk ontwaterd. Enkele zones hebben grondwatertrap II (GHG 25 tot 40 cm, GLG 50 tot 120 cm onder maaiveld) maar verder zijn de grondwatertrappen V tot VII (GHG > 40 cm tot GLG ca. 180 cm onder maaiveld). De drogere bodemgesteldheid is het gevolg van een gegraven watersysteem

Analysekaart grondwatertrappen circa. 1850.

van kanalen en sloten dat erop gericht was om water zo snel mogelijk af te voeren en het gebied geschikt te houden voor de traditionele landbouw. De rek is echter uit dit systeem. De watervoorraad in het gebied is te klein en tijdens perioden van langdurige droogte kan onvoldoende water via de Peelkanalen aangevoerd worden op de Peelhorst om dit aan te vullen. Bovendien is dit gebiedsvreemd water te nutriëntrijk voor het kwetsbare hoogveengebied. Ook het oppompen van grondwater ten behoeve van de landbouw staat onder druk. De urgentie is voelbaar en beide provincies én de twee waterschappen willen meer water vasthouden op en rond de Peelhorst*. Het verhogen van het grondwaterpeil op de horst kan hier uitkomst bieden en het landgebruik weerbaar maken tegen weersextremen. Het zoveel mogelijk vasthouden van regenwater in de nattere perioden in de ondergrond is hier het uitgangspunt. Hiervoor kijken we naar de bodemgeschiktheid en grondwatertrappen vóór grootschalige ingrepen, naar circa 1850.

...NAAR LANGE TERMIJN KLIMAATROBUUST GRONDGEBRUIK IN 2050.

Omstreeks 1850 was er meer variatie in de grondwaterstand. Grondwatertrappen waren kleiner en verschilde veel in hoogte.

Zeer droog

*Deze kaart is ontwikkeld op basis van de huidige bodemtypenkaart, in combinatie met de historische GWT/landgebruik kaart van de provincie NoordBrabant en Limburg uit 1850, hoewel de kaart gebaseerd is op grondig onderzoek, bevat het ook enkele schattingen en aannames.

De hoger gelegen horst was natter, en de lagere flanken droger. Opvallend is dat de Peelhorst een redelijk gelijke waterstand heeft. Regenwater dat hier viel, infiltreerde en werd aan bij de slenken omhooggestuwd, hierdoor had de horst een hoge grondwaterstand waarmee periodes van droogte minder voorkwamen. In het ontwikkelperspectief in hoofdstuk 4 nemen we dit mee; wij ontwerpen de peelhorst als één gezamenlijk watersysteem met een hogere grondwaterstand. Ook de voormalig nattere bodemgesteldheid van beekdalen dient als inspiratie voor een weerbaarder landschap in de toekomst. Kijken we naar de flanken dan zien we een breed pallet aan grondwatertrappen en bodemtypen. Door het toekomstig landgebruik meer toe te spitsen op deze diversiteit aan condities, ontstaat een veel kleinschaliger en meer divers landschap. Een aantrekkelijker landschap dat gebaseerd is op water- en bodemcondities en zo ook weerbaar is naar de toekomst. We zien een duidelijk verschil in water- en bodem tussen de horst en de flank. Het contrast tussen de aanpak van de horst en de flanken past bij de historische ontwikkeling van het landschap. De volgende kaart en paragraaf gaan hier verder op in. * Waterschap Limburg, 2022. Waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Limburgs water in een veranderend klimaat’ en Waterschap Aa en Maas, 2022. Waterbeheerplan 2022-2027.

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

54

VEENONTGINNINGEN OP DE PEEL Contrast tussen jonge en diepe ontginningen (midden in de Peelkern) en tussen verschillende verkavelingspatronen per dorp.

kenmerkende structuren van het turfverleden die deels nog zichtbaar zijn in het landschap, de uitsneden op de pagina hiernaast laten de situatie zien in 1850.

1.

oude veenontginning jonge veenontginning

2.

3. 4.

3.2 VOORTBOUWEN OP HET LANDSCHAPPELIJK CASCO

36

Al lange tijd maakten omwonenden gebruik van de Peel om er turf te winnen. Op kleine schaal werd er vanaf de randen richting de kern ontgonnen. *Bron: Pionieren in de Peel. Bijdrage Pierre Bos – burgemeester Boekel Springtijforum 2020.

Kijkend naar de geschiedenis dan is de veenontginning voor een groot deel bepalend geweest voor het ontstaan van het huidige landschap en de identiteit van de Peel. We danken het contrast tussen de open en weidse peelhorst en de kleinschalige flanken hieraan, maar ook subtiele landschapselementen en historische relicten. Deze waardevolle landschappelijke structuren vormen het casco waarbinnen het ontwikkelperspectief voor de Peel vormgegeven wordt. Turfwinninglandschap Het veengebied werd onderverdeeld in meerdere gebieden tussen de omliggende dorpen, waarbij in diverse grensconflicten grenspalen werden gezet. Vervolgens is het dorpseigen veengebied in een eigen tempo en op een eigen manier verkaveld en ontgonnen, waarbij de lange lijnen van de dorpsgrenzen vaak richtinggevend waren (zie lijnen op de kaart). De oudste ontginningen/verkavelingen, in de oude Peelrand, waren vaak kleinschaliger en vooral particulier (lichte kleur op kaart). De jongste ontginningen, dieper de Peelkern in, waren grootschaliger, deels met grote landgoederen, landgoedachtige laanstructuren, jonge ontginningsdorpen en systematische verveningen (donkere kleur). Bij gebruik, verkaveling en ontginning van De Peel golden per tijd en per plaats andere wetten en regels. Uitsneden uit de historische kaart van laten dit verschil goed zien.

De turfwinning heeft het landschap op grootse, en soms ook op subtiele wijze,

getekend. Hiervan zijn nog diverse cultuurhistorische elementen te zien zoals waterlopen, kaden, uitgeveende percelen en grotere veenplassen. Ook zijn er sporen van individuele boerenkuilen ‘turfputten’ in het landschap zichtbaar, onder andere in het Nationaal Park de Groote Peel. Peelraamstelling De restanten van de Peelraamstelling lopen noord-zuid dwars over de Peel. De Peelraamstelling is een direct gevolg van de turfwinning. Ooit was het moerassige landschap een natuurlijke barrière aan onze landsgrens. Maar door het op grote schaal ontginnen van het landschap was de Peel plotseling makkelijk doorkruisbaar. De aanleg van deze stelling met meer dan 400 kazematten en een breed defensiekanaal zijn grotendeels nu nog herkenbaar in het landschap.

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

Peelrandbreuk Buiten het turfverleden is de Peelrandbreuk ook een grote ‘Peelbrede’ structuur, die veel dorpen (Nistelrode, Uden, Gemert, Deurne, Lijssel, Meijel) met het water- en bodemsysteem verbindt. De Peelrandbreuk is vooral zichtbaar bij Uden, het hoogteverschil is elders grotendeels gemaskeerd door dekzanden. Het roestbruin water op de wijstgronden is een uniek natuurverschijnsel en getuigt van het geologisch proces die de Peel heeft gevormd. De sporen van de randbreuk en het geologisch proces zijn zichtbaar in het Geopark Peelhorst en Maasvallei i.o. Met het water- en bodem sturend gedachtegoed in ons achterhoofd is het leesbaarheid van de Peelrandbreuk, met name in de eerder genoemde dorpskernen, een nobel streven.

55

1. Historische grens gemeenten nog zichtbaar in het landschap.

Landgoederen Landgoederenzones zoals de Stippelberg, de Groote Slink, Sint Anthonisbos en Princepeel bestaan vaak uit oudere bebossingen met laanbeplantingen en landhuizen. Op de Maasterrassen vindt men oude akkercomplexen. Karakteristiek hier zijn de open akkers die afgewisseld worden met weilanden, loofhoutbosjes, kleinschalige dorpen en buurtschappen. Het Maasheggengebied van kleinschalige en onregelmatige graslanden in de uiterwaarden met een fijnmazige omzoming van meidoornhagen is een zeer herkenbaar en uitzonderlijk landschap Brabant en Limburg. Beerse Overlaat Noordelijk bij de Maas ligt de Beerse Overlaat, ook wel ‘groene rivier’ genoemd: een laaggelegen gebied waar in de Middeleeuwen in geval van nood de Maas mocht overstromen. Vanouds was dit gebied grotendeels onbebouwd en open terrein maar inmiddels een afwisselend landschap door bosaanplant. Kenmerkend hier zijn: agrarische gronden afwisselend met grasland, bouwland en gemengd bos langs de Raam, rastervormige infrastructuur van zandwegen met laanbeplantingen gericht op de Raam, kazematten van de Peel-Raamstelling, oude landgoederen met bomenlanen op de hogere gronden, en enkele kastelen (bijv. De Tongelaar).

Typerend aan de oost- en zuidoostzijde zijn rivier- en stuifduinen die veelal bebost zijn, natuurlijke waterlopen die in de Maas uitmonden, oude grenzen die nog herkenbaar zijn in het terrein en gevarieerde cultuurlandschappen met typerend verkavelingspatroon.

2. Het veengebied is vervolgens door het eigen dorp in een eigen

tempo en op een eigen manier verkaveld en ontgonnen.

Verbintenis tussen ontginning en nederzettingen op de Peel Zoals in hoofdstuk 2 uitgebreid toegelicht, de Peel is door mensenhanden grotendeels gevormd en daarmee de nodige sporen achtergelaten. De verbintenis tussen de ontginning van het landschap en het ontstaan van nederzettingen is bijzonder voor de Peel*. Zo is tijdens de turfwinning door onder andere de Turfwinningmaatschappij Helenaveen de dorpen Helenaveen (1853), Griendtsveen (1850) ontstaan. Om het land vervolgens te ontginnen ten behoeve van de landbouw zijn, onder andere door de Nederlandse Heidemaatschappij, de landbouwdorpen Ysselsteyn (1921), Princepeel (1850), Lactaria (1909), Stevensbeek (1950) en Vredepeel (1955) opgericht. Door de aanplant van naaldhoutbossen, aangelegd door welgestelde ondernemers zijn de landgoederen Stippelberg (1893), De Vinkenpeel (1910), Bunthorst (1903), Bronlaak (1948) gebouwd.

3. Aan Brabantse zijde werd veen op grote schaal door een maat-

schappij gewonnen. Voor transport werden vaarten gegraven.

Deze relicten, verhalen of dorpsgezichten zijn waardevol om te beschermen, dienen ter inspiratie voor toekomstig landgebruik, en om de geschiedenis van het landschap te ontrafelen en de gelaagdheid ervan inzichtelijk te maken. Structuren als bebossingen, landgoederen, de Peelraamstelling, de Peelrandbreuk en typerende verkavelingspatronen kunnen behouden en eventueel versterkt worden. De kaart op de volgende pagina toont de ruimtelijke structuren die belangrijk zijn voor het ontwikkelperspectief. De tekst beschrijft waardevolle kenmerken per landschapstype.

4. Aan Limburgse zijde werd op kleine schaal door particulieren turf

gestoken en via ‘peelbanen’ afgevoerd. 37

Cultuurhistorische structuren in de Peel (Bron: Topotijdreis, 2023).

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

56

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

Kenmerken per landschapstype in de Peel

57

37

Grofweg zien we in de Peel de volgende landschapstypen – mede op basis van kenmerken van het natuurlijk systeem – die het vertrekpunt zijn voor toekomstige, landschapseigen ontwikkelingen. Deze landschapstypen krijgen een vertaling in de verschillende deelgebieden waarop we in hoofdstuk 6 dieper in gaan. Beekdalen • Oorspronkelijk vochtige hooilanden met kleine broekbossen en houtsingels • Kastelen, kloostercomplexen en landgoederen • Afwisselend open en besloten zones rondom de beken • Stromend water • Zandpaden Dekzanden, oude zandontginningen en essen • Essen, kampen, oude erven • Kleinschalige onregelmatige verkaveling deels omzoomd door houtsingels • Afwisselend landschap met open en meer besloten gebieden • Kronkelende wegenstructuur • Bouwland hogerop, weilanden bij de beken • Microreliëf van essen en kampen, bolle akkers • Verspreide bebouwing en linten van losse boerderijen

39

Relicten in het landschap: Kerkdorp Merselo. Bron: Visit Noord Limburg, 2023.

38

Dekzanden, jonge zandontginningen • Grootschaliger dan oude zandontginningen, ontwikkeling vanaf ca. 1850 • Rationele, orthogonale verkaveling • Openheid, lange zichtlijnen • Lange, rechte wegen met bomenrijen als grofmazig raamwerk • Rechte kanalen en sloten • Grootschalige functies (bijv. kassen) • Heide- en bosgebieden op zandruggen, droog met heide en dennen • Boerenerven met erfbeplanting Horst – jonge ontginningen en hoogveennatuur • Restanten van hoogveennatuur met open water, moeras en schrale graslanden • Natte en droge heidegebieden • Rationale, orthogonale blokverkaveling of strokenverkaveling • Rechte kanalen en wegen met bomenlanen • Grootse openheid afgewisseld met grote bosgebieden • Peel-Raamstelling van kanaal, kazematten en open schootsveld • Verspreide bebouwing • Ontginningsdorpen zoals Helenaveen en Griendtsveen • Hoogteverschil Peelrandbreuk • Wijstgronden met roestbruin water

40

Relicten in het landschap: Helenavaart. Bron: Waterschap Limburg, 2021.

39

Maasdal • Afwisselend en kleinschalig landschap van weilanden, akkers, landschappelijke beplantingen en soms kastelen • Vanouds vele hooilanden op kleinschalige en onregelmatige verkaveling 41 36 38

Analysekaart Landschapsstructuren. zie voor verdere toelichting de tekst op bladzijden 54 en 55.

Relicten in het landschap: Kazemat Peelraamstelling. Bron: BHIC, 2012.

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

5.3 ha

58

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

59

geplande zonne-energievelden

Veehouderij

zoekgebied zonne-energie volgens RESsen

Zeer goed

zoekgebied windenergie volgens RESsen

Goed

aanduiding bestaand zonneveld

Vrij matig

vliegzone 300m

Matig

vliegzone 500m

Onvoldoende

indicatief tracé DeltaRhine Corridor

Ruim onvoldoende

reservering tracé DeltaRhine Corridor hoogspanningstation, incl 5km cirkel nieuw hoogspanningstation 2030 380kV-lijn 150kV-lijn zoekgebied geothermie dedrijventerreinen, potentie voor leverancier of afnemer restwarmte. glastuinbouw, mogelijke schakel in het optimaal gebruiken van (rest)warmte door cascadering en buffering. bebouwd gebied, mogelijke afnemer warmte.

42

ZOEKGEBIEDEN VOOR WIND- EN ZONNE-ENERGIE

De Peel wordt doorsneden door 2 hoogspanningslijnen (380 KV) en één buisleidingenstraat die elkaar kruisen net ten noorden van Griendtsveen. Op de flanken lopen middenspanningslijnen (150KV) met verdeelstations langs de kernen. De buisleidingenstraat wordt mogelijk in 2030 uitgebreid met meerdere energie- en grondstofstromen en zal dan de Delta Rhine Corridor heten. Het gaat vooralsnog om de mogelijke aanleg van drie buisleidingen voor het transport van waterstof, CO2 en ammoniak en meerdere ondergrondse gelijkstroomverbindingen voor de industrie. De samenkomst van deze energie- en grondstofstromen maakt het gebied tot aantrekkelijk vestigingsklimaat voor de biobased economie. Deze kaart toont de zoekgebieden voor wind- en zonne-energie van de 3 verschillende RES’en. Daarbij is de A67 als zoekgebied voor energie-opwek ook ingetekend; de Klimaatcorridor A67**. Dit is een innovatieve groene geluidswal tussen de A67 en de Strabrechtse Heide. De wal voorkomt geluids- en lichthinder en wekt daarnaast energie op. De Peel speelt in elk van deze plannen een grote rol als energielandschap. Met name de Peelhorst is in beeld voor grootschalige opwek uit zon-op-land. Daarbij moet altijd gebruik gemaakt worden van de zonne-ladder:

1. 2. 3. 4.

Energievraagstukken komen samen in de Peel. Bron: RES Noordoost Brabant, 2022; RES Noord-Midden Limburg, 2021, bladzijde 13, Potentiegebieden zon 2030; RES Metropoolregio Eindhoven, 2021.; Enexis 2022. Netbeheer investeringsplan. Blz. 100

Eerst te kijken naar lege daken, onbenutte bebouwde locaties en infrastructurele werken, voor de plaatsing van zonnepanelen. Daarna gebieden langs infrastructurele werken, industriële plassen en pauzelandschappen. Vervolgens naar land langs de stads- of dorpsrand, midden efficiënte landbouwgrond, andere plassen, land rondom natuurgebieden en recreatiegebieden. Dan pas naar productieve landbouwgrond om zonneproductievelden op aan te leggen.

In het coalitieakkoord van de Provincie Limburg wordt de zonneladder verder aangescherpt met een ‘nee, tenzij’principe voor zon-op-landbouwgrond en een motivatieplicht van gemeenten bij afwijking daarvan*. Bij zon-op-land gaat de provincie maximaal inzetten op meervoudig ruimtegebruik en stimuleren van biodiversiteit. De uiteindelijke inpassing van winden zonne-energie is maatwerk. Een deel van de voorgestelde zoekgebieden betreft waardevolle cultuurlandschappen. Meestal kunnen zonnevelden vaak op een cultuurhistorisch verantwoorde manier worden ingepast. In sommige gevallen zal energieproductie niet verenigbaar zijn met het beoogde behoud van het waardevolle cultuurlandschap.

3.3 REKENING HOUDEN MET GEZONDHEID, WELZIJN EN DEMOGRAFIE Een aantal specifieke risico’s in de Peel vraagt aandacht in het toekomstperspectief 2050. Allereerst de plaatselijk zeer hoge veedichtheid. Deze dichtheid draagt mogelijk risico’s (bv. stalbranden) en schadelijke effecten voor de dier – en volksgezondheid met zich mee. Door intensieve veehouderijbedrijven op soms korte afstand van elkaar is er een groter risico op verspreiding van dierziekten en zoönose. Voorbeelden uit het verleden zijn varkenspest, vogelgriep en Q-koorts. De Peel blijft zonder maatregelen een risicogebied. De aanwezigheid van veel (intensieve) veehouderij draagt, samen met wegverkeer, ook plaatselijk bij aan hoge concentraties van fijnstof (PM10) in de lucht. Dat is van invloed op de luchtkwaliteit en verhoogt kans op ziekten aan longen en luchtwegen. Dat gezondheid en welzijn daarmee onder druk staat, blijkt onder andere uit een recent onderzoek van de GGD Limburg waarin geconstateerd wordt dat de levensverwachting van Peelbewoners 11 maanden korter is dan gemiddeld.

* Bron: coalitieakkoord van de provincie Limburg, 2023. ** Bron: ‘Anderzijds A67’; Paul de Kort, Isabelle, Eddy Wymenga en Arno Eisses.

43

Gezondheidskaart GES Geur veehouderij o.b.v. hinderpercentages 2019. Bron: Gezondheidskaart GES 2019. Atlas Leefomgeving. Data uit 2019. Bewoners op de Peel hebben relatief veel gezondheidsklachten en -problemen door de grote hoeveelheid fijnstof in de Peel.

Tegelijkertijd verandert de Peel demografisch. Richting 2035 is de verwachte groei van de bevolking in de Brainport enorm terwijl de Peelgemeenten met ontginningsdorpen een wisselend beeld tonen tussen kleine krimp en kleine groei. De vergrijzing van inwoners in de Peel is bovengemiddeld. Dit draagt risico’s met zich mee voor de toekomstige economische positie van de regio: er verdwijnt ondernemerschap en arbeidspotentieel. Ook in de landbouw zien we dat een groot aantal boeren geen opvolgers heeft en de toekomst van die bedrijven onzeker is.

UITGANGSPUNTEN VOOR ONTWIKKELPERSPECTIEF

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

60

UITGANGSPUNTEN VOOR ONTWIKKELPERSPECTIEF

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=9e6f30a0-b2ea-4806-afeb-ed2c46a1c11e