CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU24.03.06D 04 3 Ontwikkelperspectief de Peel versie 12 Februari 2024 - Digitale versie-gecomprimeerd

Raadscommissie Ruimte 12 maart 2024, gemeente AstenBij agendapunt: Stukken van het college van b&w ter kennisneming35.702 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

EEN ONTWIKKELEND PERSPECTIEF OP WEG NAAR 2050

MEERKLEURIGE TOEKOMST IN DE PEEL

Ontwikkelperspectief NOVEX De Peel Versie voor het gesprek met de streek 14 december 2023

INHOUD

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

3

VOORWOORD

5

SAMENVATTING

7

Voor bestuur en management

1

PROLOOG

21

Waarom dit NOVEX-perspectief?

2

FUNDAMENTEN

27

Opgaven van vandaag en sporen uit het verleden

3

UITGANGSPUNTEN

49

Hoofdrol voor het natuurlijk systeem

4

DRIE DENKRICHTINGEN

63

Natuurlijk, ondernemend en leefbaar

5

SYNTHESE

77

Het ontwikkelperspectief 2050 voor De Peel

6

OP WEG NAAR 2030

95

Deelgebieden en lijnen naar de toekomst

7

Disclaimer Dit ontwikkelperspectief is opgesteld in de periode april - oktober 2023. Een kort tijdsbestek voor een complex vraagstuk. Voor de analyses die aan dit ontwikkelperspectief ten grondslag liggen is gebruik gemaakt van openbare, in genoemde periode beschikbare bronnen. Tegelijkertijd is beleid voortdurend in ontwikkeling en verschijnen er regelmatig nieuwe onderzoeksrapporten met nieuwe informatie. Daardoor kan informatie in dit rapport verouderen.

Ravenoord 238 3523 DB, Utrecht info@fluxlandscape.nl +31 30 3031094

Royal HaskoningDHV www.royalhaskoningdhv.nl Laan 1914 nr. 35 3818 EX, Amersfoort +31 88 348 20 00

117

De toekomst is vandaag al zichtbaar

8

CONCLUDEREND

123

Aandachtspunten voor het overleg tussen rijk en regio

9 Flux landscape architecture BV www.fluxlandscape.nl

PRAKTIJKVOORBEELDEN

In opdracht van Stuurgroep NOVEX De Peel Datum oplevering 7 december 2023

EPILOOG Hoe verder?

127

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

4

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

VOORWOORD De afgelopen decennia zijn er nogal wat plannen gemaakt voor de Peel. Is dit weer het zoveelste plan? Nee, al durven we onze hand daar niet voor in het vuur te steken. De wereld staat niet stil. Daarnaast is het ook geen vastomlijnd plan. Het schetst de horizon van 2050. Dromen we niet allemaal van een Peel waarin het grondgebruik in balans is met water en natuur? Waar een goede boterham verdiend wordt met voedselproductie en er ook ruimte is voor nieuwe economie. Een groene streek waar geleefd wordt in vitale dorpen tussen de Brainport en andere stedelijke regio’s. Een Peel waarin we als streek zelf aan het stuur zitten en richting geven aan onze toekomst. We weten allemaal wel ongeveer welke kant het op moet: de mens en haar omgeving moeten weer in evenwicht komen en als we niks doen gaat het simpelweg van kwaad tot erger. Zowel de biodiversiteit, de landbouw als de waterkwaliteit en onze gezondheid staan op het spel.

1

De vraag is: hoe komen we daar? Linksom of rechtsom staat De Peel aan de vooravond van een grote verandering. Maar feitelijk is de transitie van het landelijk gebied al lang begonnen met ondernemers en bewoners die het gewoon anders doen. Het oude systeem loopt tegen grenzen aan en ondertussen wordt aan een nieuwe Peel gewerkt. Dit is zonder meer een ongemakkelijke tijd waarin mensen op zoek zijn naar duidelijkheid en perspectief. Vooral in deze streek waar veel opgaven met elkaar botsen en er dus scherpe keuzes gemaakt moeten worden. Het helpt dat De Peel in het verlengde van de Nationale Omgevingsvisie c.q. het Programma NOVEX is aangeduid als één van de 16 nationale aandachtsgebieden. Dat betekent dat het Rijk samen met de regionale overheden – provincies, waterschappen en gemeenten – de schouders wil zetten onder de toekomst van de Peel, sneller tot besluitvorming wil komen en bereid is in de streek te investeren. Wil je als overheden het gesprek kunnen voeren met de Peelbewoner, dan zul je eerst moeten weten waar jezelf staat. Dit NOVEX-perspectief is daarvoor de onderlegger. Het is een kompas waarmee we als overheden richting willen geven en het gesprek willen aangaan met de streek. Wat wel en wat liever niet op weg naar 2050? Daarin zullen keuzes moeten worden gemaakt. Die keuzes zullen soms vast ook pijnlijk zijn, daar moeten we niet omheen draaien.

Juist daarom is het belangrijk samen verantwoordelijkheid te nemen, om als één overheid samen met de streek te acteren. Als overheden van de Peel – en dat is dus inclusief de rijksoverheid - leggen we ons kompas op tafel. Het is goed over die koers het gesprek aan te gaan. Dit NOVEX-perspectief is geen blauwdruk of beleidsnota, maar een zich ontwikkelend perspectief naar een volhoudbare toekomst. Dat perspectief willen we samen met ondernemers, bewoners en de politiek inkleuren en omzetten in actie. Samen de regie nemen. In de vorm van projecten die bijdragen aan herstel van bodem en water en natuur, aan het verminderen van stikstofuitstoot en daarmee aan het maken van ontwikkelruimte, aan toekomstbestendige landbouw en aan nieuwe economische dragers en aan vitale dorpen die goed bereikbaar zijn. Hierover willen we met u in gesprek gaan. Niet om met elkaar te verdwalen in abstracte discussies over doelen, jaartallen of beleidsteksten. Maar om met elkaar een praktische beweging te maken naar een Meerkleurige Toekomst van de Peel. Morgen samen aan de slag, dat is wat we voorstaan. Namens de NOVEX-Stuurgroep van rijksoverheid, de provincies Brabant en Limburg, de drie betrokken waterschappen en de regio’s Midden-Limburg, Noord-Limburg, Noordoost-Brabant en Zuidoost-Brabant.

Mario Jacobs, voorzitter van de NOVEX-stuurgroep, Dijkgraaf van Aa en Maas Christianne van de Wal, coördinerend minister voor Natuur en Stikstof (demissionair) 1

Natuurgebied de Mariapeel, een restant van een ooit uitgestrekt hoogveengebied op de grens van Noord-Brabant en Limburg. Bron: Eigen foto, 2023.

5

6

2

Vlekkenkaart ontwikkelperspectief 2030.

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

denkrichtingen voor 2030. Geen plan in formele zin, wel een toekomstvisie die de betrokken overheden samen én met partijen uit de streek willen uitwerken. Onder meer via uitvoeringsstrategie en een regionale investeringsagenda. Maar uiteraard ook via gebiedsgerichte programma’s en arrangementen met marktpartijen en maatschappelijke partners. Een toekomstvisie die we komende jaren in praktijk willen brengen en die gelukkig nu al op veel plekken in praktijk gebracht wordt. De transitie naar de meerkleurige Peel is al in volle gang! Tegelijkertijd beseffen we ons dat de Peel ook een geschiedenis heeft onder andere van boeren die generaties lang gevestigd zijn in het gebied. Voor hen kunnen de veranderingen lastig en ingrijpend zijn en willen we samen zoeken naar passende oplossingen met dit perspectief in de hand.

3.

Volop ruimte voor de Ondernemende Peel (gele legenda): grootschalig productielandschap vooral aan de noordzijde van de horst met ruimte voor hightech circulaire landbouw en biobased productie. Combinaties met duurzame energieopwek zijn hier vanuit het gebied gezien kansrijk. Veelzijdige landbouw – zowel kleinschalig als grootschaliger – op de dekzanden. We koesteren de oude vruchtbare esgronden als waardevolle landbouwgrond. In vrijkomende agrarische bebouwing kunnen zich nieuwe, kleinschalige economische activiteiten ontwikkelen. Rondom de natuurgebieden zijn agrarische activiteiten straks in balans met natuur en landschap en wordt onder meer verdiend aan biologisch boeren, productie van biobased grondstoffen en agrarisch natuurbeheer.

EEN HOOFDROL VOOR HET NATUURLIJK SYSTEEM

4.

Verschuiven naar nieuwe e conomie: ook nieuwe verdienmodellen zoals de (high tech) maakindustrie, ICTdienstverlening en foodtech vinden in deze toekomstvisie een plek in de Peel. Met name rondom de centrale steden en in verstedelijkte kernen op de flanken. Daarnaast ruimte voor economische ontwikkeling op de knooppunten van stromen (energie en mobiliteit): versterken van de connectie met Brainport en Greenport. Ook in de landbouw zullen nieuwe verdienmodellen ontstaan met andere ruimtebehoeften. Bijvoorbeeld als het gaat om de verwerking van biobased bouwmaterialen of nieuwe vormen van voedselproductie.

5.

De streek is aantrekkelijk om te leven en beleven: (rode legenda) manifesteert zich in de verstedelijkte kernen met ruimte voor groei en in de leefbare dorpen met aandacht voor leefbaarheid. Verbeteren van de leefbaarheid door instandhouding en betere bereikbaarheid van voorzieningen, behouden van dorpse karakteristieken en gemeenschappen en een kleine groei van het aantal woningen horen daarbij. Verder ruimte voor passende vormen van recreatie; toegankelijkheid van het landschap is een voorwaarde. Net als het versterken van de vitaliteit en culturele aantrekkingskracht van de ontginningsdorpen.

6.

Opvang verstedelijkingsdruk Brainport: Zuidoost-Brabant concentreert toekomstige verstedelijking rond de stedelijke centra en subregionale knooppunten. Richting 2050 zal de verstedelijkingsdruk op de westzijde van de Peel waarschijnlijk toenemen (het zogenaamde ‘Brainport cluster’).

7.

Ruimte voor energie: windparken en zonnevelden vooral aan noordzijde van de Peel en – kleinschaliger, passend in het landschap – binnen de dekzandgebieden en rondom verstedelijkte kernen. Ook geothermie kan kansrijk zijn in de Peel. Wellicht kansen voor een knooppunt in multimodale infrastructuur van grondstoffen (buisleidingen, spoor, water) en/of voor een energieconversiecluster.

8.

Ruimte voor klimaatadaptatie: hoogwaterbescherming onder meer via het Deltaprogramma voor de Maas, maar ook opvang wateroverlast in brede buffers van de beekdalen. Peilen gaan in grote delen de Peel omhoog, op de horst zelfs fors omhoog. Waterretentie is combineerbaar met ander grondgebruik en dan met name op de dekzanden. Water langer vasthouden betekent meer reserves in droge tijden. In de kernen dragen bij aan de klimaatadaptatie door het beperken van verdere afdekking van de bodem en groenblauwe dooradering.

9.

Zuinig op cultuurhistorie en landschapselementen: de geologie van breuklijnen en de sporen uit de ontginningsgeschiedenis maken de Peel uniek. Aandacht voor de bijbehorende cultuurhistorie biedt de kans om het water- en bodemsysteem te begrijpen. Ontwikkelen van de leesbaarheid van het landschap is een uitdaging. Denk aan de Peelrandbreuken, wijstgronde n, de Pe elraamstelling, Pe elkanale n , laanbeplantingen en oude verkavelingsstructuren.

Water en bodem sturend betekent dat het natuurlijk systeem een fundamentele basis wordt bij de inrichting van Nederland. Een bodem- en watersturende aanpak veronderstelt dat de werking van het natuurlijk systeem inzichtelijk wordt gemaakt, en ook hoe dit natuurlijk systeem robuust gemaakt kan worden voor de toekomst. Leidend hierbij is het principe om niet af te wentelen op andere delen van het systeem of op volgende generaties. Conform het NOVEX-startpakket is de kern van de beleidslijn: weerbaarheid tegen klimaatextremen, zorgen voldoende en schoon (drink) water in de toekomst en een gezonde bodem voor voedselteelt, het verbouwen van grondstoffen en herstel van de natuur. In dit toekomstperspectief is dat vertaald door inspiratie te halen uit de grondwaterstanden van vóór het grootschalige ingrijpen. Dus een omslag van een grondwatersysteem gericht op ontwatering ten behoeve van hoogproductieve landbouw naar lange termijn klimaat robuuste oplossingen zoals het vasthouden en vertraagd afvoeren van water en een goede bodemkwaliteit.

HET ONTWIKKELPERSPECTIEF 2050 SAMENGEVAT Op bladzijde 12 ziet u de voorlopige (eind)kaart van dit Ontwikkelperspectief 2050 gevolgd door een aantal impressies van hoe de Peel er straks uit kan zien. In het rapport wordt die eindkaart uitvoerig toegelicht en de ruimtelijke analyse die daaraan ten grondslag ligt. Het meerkleurige perspectief is hiernaast vereenvoudigd weergegeven. Als u door de oogharen kijkt is dit de kern:

SAMENVATTING ONZE AMBITIE De toekomst van de Peel is meerkleurig: het gebied moet nu en straks een aantrekkelijk thuis zijn voor agrarische en andere ondernemers (geel) en voor bewoners en bezoekers (rood). Maar ook voor flora & fauna (groen) en met een stabiel natuurlijk systeem als basis. Dat betekent verandering want nu zetten we nog met steeds meer inspanning het natuurlijk systeem naar onze hand en dat is op termijn niet vol te houden. We moeten gaan meebewegen en de kracht van het natuurlijk systeem gaan benutten. Die toekomst geven we samen vorm en dat betekent ook met lef en vertrouwen in elkaar werken aan deze verandering. Dit ontwikkelperspectief is daarvoor de onderlegger, de inspiratiebron om met elkaar te praten over hoe we dat dan kunnen doen. Doel voor NOVEX-gebied de Peel is het realiseren van een toekomstbestendige, gezonde en natuurlijke leefomgeving voor de mensen die er wonen, werken en recreëren. Daarin moeten we bestuurlijke keuzes maken en soms schuren die keuzes: niet alles kan overal, niets doen is geen optie en keuzes vooruitschuiven helpt niemand. Het perspectief geeft richting aan wat we graag willen en wat liever niet. Daarbij kijken we naar 2050 en wat dat betekent richting 2030.

1.

WAAROM DIT ONTWIKKELPERSPECTIEF EN WAT IS DE STATUS?

Dit perspectief voor de Peel is in het kader van het Programma NOVEX gemaakt, in opdracht van Stuurgroep De Peel. Het is een visie en geen beleidsnota, bedoeld om over bestuurlijke grenzen heen te stappen en richting te geven aan samen werken aan de toekomst van De Peel. Een toekomst die zonder visie steeds meer in de knel komt, want in de Peel stapelen grote ruimtelijke en andere opgaven zich op. Meest in het oog springend is het creëren een gezond evenwicht tussen natuur en landbouw waarvoor water en bodem de drager zijn: de transitie van het landelijk gebied. Maar ook de energietransitie en klimaatadaptatie, het opvangen van verstedelijkingsdruk, de leefbaarheid in de kleine kernen en het ontwikkelen van nieuwe economische dragers vragen veel aandacht. Op basis van het kabinetsbeleid moeten de condities van bodem en water daarbij leidend zijn. Hoe dat precies in te vullen is onderdeel van de zoektocht. De Peel staat daarmee aan de vooravond van een ingrijpende herinrichting. De betrokken overheden – 2 provincies, 2 waterschappen, 18 gemeenten en LNV, BZK en andere departementen – willen daarvoor samen de koers uitzetten. Vandaar dit Ontwikkelperspectief 2050 met

7

2.

Het water- en bodemsysteem sturend: de Peel wordt een stuk natter, zowel op de horst als aan beide flanken met waardevolle beekdalen. Naast de natuur profiteren ook veel landbouwgronden die te maken hebben met droogte hier uiteindelijk van. Er blijft straks ook een aantal goed ontwaterde productielandschappen. We werken naar een minimaal verstoorde bodem die in balans is en vol leven, een vitale bodem. De Natuurlijke Peel wordt versterkt (groene legenda): met dit ontwikkelperspectief werken we aan een duurzame instandhouding van de Natura 2000 habitattypes. We koesteren allereerst de hoogveenrestanten en natte natuur van de Peelvenen (Deurnsche Peel en Groote Peel). Een andere drager van de Natuurlijke Peel is het Maasdal met onder andere de Maasheggen en Maaspark Ooijen-Wanssum. Het ontwikkelen van de beekdalen met brede bufferzones op de flanken van de Peelhorst is een belangrijke groene opgave richting 2050. Deze beekdalen maken onderdeel uit van een groenblauw raamwerk waarvan de aders doorlopen tot in het stedelijk gebied. De horst zien wij als een kansrijke ecologische ontwikkelzone en tegelijk als klimaat robuuste backbone.

SAMENVATTING

3

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

8

Overzicht van de deeluitwerkingen van het ontwikkelperspectief.

LEEFBARE PEEL

Vitale beekdalen

ONDERNEMENDE PEEL

NATUURLIJKE PEEL

Groenblauwe hart

Grootse productielandschappen

Afwisselende dekzanden

Centrale steden

Verstedelijkte kernen

SAMENVATTING

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

10. Aandacht voor minder zichtbare waarden: vooral de Peelhorst kent weinig stilteverstoring, geurhinder en lichtvervuiling. De horst vormt zelfs één van de grootste aaneengesloten donkergebieden van ons land. De moeite waard om te beschermen, maar ook aantrekkelijk vanuit recreatief oogpunt. De Peel heeft veel potentie op dat vlak.

rond de horst en daar kunnen ook recreatieve functies floreren. Rood is de kleur van de Leefbare Peel in drie nuances: de centrale steden, de verstedelijkte kernen en leefbare dorpen.

11. Geleidelijk verminderen ruimte voor intensieve veehouderij: grote uitstoot van stikstof, geurhinder en de risico’s van verspreiding dierziekten zijn belangrijke argumenten om ruimte voor intensieve veehouderij te verminderen. Afhankelijk van het type vee zijn er verschillende transitiepaden. Minder dieren per hectare, andere soorten, minder krachtvoer, het introduceren van gesloten systemen en andere ordening en vormen van ruimtegebruik kunnen opties zijn. 12. Heropenen militair vliegveld: in geen van de scenario’s een wenkend perspectief, want het zet grote aanvullende druk om de andere nationale (en regionale) doelen in de volle omvang te realiseren. Immers: deze functie ligt op de dekzandrug in een inzijggebied, doorsnijdt de ecologische zone, neemt agrarisch productielandschap weg, verstoort recreatief gebruik en draagt niet bij aan leefbaarheid. Niettemin beseffen alle partijen dat uit een oogpunt van nationale veiligheid en operationele gereedheid van de krijgsmacht indringende vraagstukken aan de orde kunnen zijn. In verband met de vanuit Het Rijk aangedragen mogelijke reactivering van Vliegbasis De Peel worden in die omgeving vooralsnog geen onomkeerbare ruimtelijke ontwikkelingen in gang gezet.

DEELGEBIEDEN EN ONTWIKKELZONES

Natuurlijk maasdal

Oude akkercomplexen

Leefbare dorpen

Vanuit het toekomstbeeld voor 2050 geven we met dit NOVEXperspectief ook richting op weg naar 2030. Via gebiedsgerichte deeluitwerkingen, als inspiratiebron voor ruimtelijke ontwikkelingen, als kompas voor ondernemers, inwoners en overheid. Maar wat is nou waar kansrijk en wat juist niet? Immers: niet alles kan overal en niet alles kan nog op de huidige manier. Soms zullen scherpe keuzes moeten worden gemaakt tussen ecologie, economie, energie en woonfuncties in de Peel. Wat we in ruimtelijke zin graag zouden willen zien en wat liever niet, is uitgewerkt voor 9 typen deelgebieden - met elk een eigen kleurnuance groen, geel of rood - en via 3 ontwikkelzones voor respectievelijk ecologie, economie en verstedelijking. Basis voor de deelgebieden vormen de landschapstypen die in hoofdstuk 5 zijn beschreven, aangevuld met een typering vanuit de Natuurlijke Peel, de Ondernemende Peel of de Leefbare Peel. Het ontwikkelperspectief heeft de volgende kleuren: Groen: hier geven we voorrang aan natuur, aan bodem en water en

Ecologische ontwikkelzone

Economische ontwikkelzone

Schaalsprong Brainport

gezondheid. Er blijft ruimte voor agrarisch grondgebruik, maar dat zal in balans moeten zijn met het natuurlijk systeem. Deze delen van de Peel worden natter en natuurlijker. Dit zal op plaatsen forse aanpassingen vragen, bijvoorbeeld via schaalverkleining, gesloten systemen of andere bedrijfsvoering (andere teelten, ander en minder vee, agrarisch natuurbeheer). Groen is de kleur van de Natuurlijke Peel in drie nuances: de Peelvenen, de beekdalen en het Maasdal.

Geel: ruimte voor economische activiteiten en energieopwekking hebben hier prioriteit. Ook hier zijn functies in balans met het natuurlijk systeem en de omgeving en zal water langer worden vastgehouden. Geel is de kleur van de Ondernemende Peel in drie nuances: het grootse productielandschap van de noordelijke horst (globaal ten noorden van de lijn Helmond-Venray), de afwisselende dekzanden op de flanken en de oude vruchtbare gronden.

Rood: leefbaarheid, beleving en een gezonde leefomgeving staan hier voorop. Woonfuncties horen bij de (groei)gemeenten op de flanken en er is beperkte ruimte om verstedelijkingsdruk in vanuit de Brainport op te vangen. We koesteren de dorpsheid en de stille waarden op en

9

De Ontwikkelzones zijn denkrichtingen voor de Peel van morgen. Zoals de noord-zuid verlopende ecologische zone (groen) die de Peelnatuur gaat verbinden met andere natuurgebieden in binnen- en buitenland. Die ecologische zone gaat ook fungeren als klimaatrobuuste backbone, waar water wordt vastgehouden en vertraagd afgevoerd en waar de bodemkwaliteit goed is. Daarnaast onderscheiden we een de economische zone die vooral bij samenkomst van stromen (mensen, grondstoffen, energie) kansen biedt. Met name aan de flanken nabij Eindhoven en Venlo en op de knooppunten zien wij economische ontwikkelmogelijkheden. Op en rond de Peelvenen prevaleert de ecologische as boven de economische. De schaalsprong Brainport symboliseert het zoeken naar ruimte voor wonen en werken door de sterke groei van de Brainport die zich in de Peel vooral in Zuidoost-Brabant (Helmond, Deurne, Asten) en Midden-Limburg (richting Weert) manifesteert.

RUIMTE VOOR NATIONALE OPGAVEN

Met de groene legendaeenheden geven we primair invulling aan de transitie landelijk gebied, natuurdoelen en klimaatopgaven. Met de gele legendaeenheden aan de transitie energie en (circulaire) economie, in het geval van de Peel vooral aan de transitie naar kringlooplandbouw en nieuwe teelten (biobased economie). De rode legendaeenheden geven invulling aan de leefbaarheids- en verstedelijkingsopgaven die in en om de Peel spelen. Bij die woonen werkopgaven hoort een bereikbaarheidsopgave: uitdaging is het garanderen van een op duurzame manier bereikbare Peel.

LIJNEN NAAR DE TOEKOMST

Voor elk van de 12 deeluitwerkingen is in hoofdstuk 6 van dit NOVEX-perspectief aangegeven wat de ambities zijn voor 2050 en de richtingen voor 2030. Er zijn meestal verschillende routes of beleidsrichtingen om daarnaartoe te werken. Aan de ene kant zijn er ontwikkelingen die wenselijk zijn en grondgebruik dat de voorkeur heeft. Via beleid, instrumenten en investeringen kunnen overheden daarop sturen. Maar vooral initiatieven vanuit markt of samenleving die hierop inspelen zijn interessant en willen we stimuleren. Aan de andere kant zijn er ontwikkelingen die we in bepaalde deelgebieden liever niet zien of grondgebruik dat minder goed past in het toekomstbeeld. Ook daar kunnen de betrokken overheden op sturen met ruimtelijke instrumenten, regelgeving, financiële prikkels of bijvoorbeeld (water)beheer. Denkrichtingen 2030 zijn de lijnen naar de toekomst: ontwikkelingen die we graag stimuleren of juist willen ontmoedigen. Deze richtingen kunnen straks ingevuld worden met beleid en concrete maatregelen of projecten. Die maken straks deels onderdeel uit van de uitvoeringsstrategie en het regionaal investeringsprogramma voor NOVEX-gebied de Peel. Maar worden waarschijnlijk ook voor een belangrijk deel ingekleurd met maatregelen die opgenomen zijn in de Provinciale programma’s landelijk gebied (PPLG’s) en de uitvoering daarvan door waterschappen en gemeenten.

Denk bijvoorbeeld aan het instrumentarium van de Omgevingswet. Met dit Ontwikkelperspectief 2050 geven we richting aan een meerkleurige toekomst van de Peel gebaseerd op het herstel van het natuurlijk systeem, de biodiversiteit daarin inbegrepen. Daaraan koppelen we behoud van de eigenheid van de Peel - de groene omgeving, de leefbaarheid in de Peeldorpen en cultuurhistorische waarden én van brede welvaart. De hervorming van de Peel moet in onze ogen resulteren in een streek waarin iedereen zich thuis kan blijven voelen en een goede boterham verdient. Met agrarisch grondgebruik maar ook met nieuwe economische verdienmodellen. De transitie van de Peel is een enorme opgave en gaat stap voor stap: wat gaan we eerst doen en wat komt daarna? Dat is de essentie van adaptief programmeren zoals beoogd met de Regionale InvesteringsAgenda (RIA).

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

10

11

3. Opvangen verstedelijkingdruk Brainport: de Metropoolregio Eindhoven wil de grote verstedelijkingsopgave van de regio primair opvangen in Eindhoven en omringende kernen. Deze verstedelijkingsopgave betreft o.a. opgaven voor wonen, werken en mobiliteit en bereikbaarheid. De opgave is echter van een omvang dat een deel van de verstedelijkingsdruk ook een weg kan gaan zoeken in de Peel. Verstedelijkte kernen aan de westzijde van de Peel zijn daarbij in beeld. Maar ook Midden-Limburg ziet mogelijkheden. Tegelijk is de bestuurlijke vraag – met name voor gemeenten - hoeveel druk je in de Peel moet willen opvangen onder welke voorwaarden en welke groepen je bedient. 4. Andere landbouw en nieuwe economische dragers: de vernatting en noodzakelijke herinrichting van de Peel raakt primair de landbouw. Er blijft uiteraard ruimte voor circulaire voedselproductie. Maar daarnaast wordt veel verwacht van anders ondernemen met grond: teelt van biobased materialen en dubbeldoelgewassen, eiwitproductie, energieopwekking enzovoorts. Ook kan de Peel op gunstige locaties op andere manieren een boterham gaan verdienen, bijvoorbeeld via hightech maakindustrie, ICT-dienstverlening of natuurbewuste vormen van toerisme en recreatie. Parallel aan dit OP2050 is een studie naar nieuwe economische dragers gestart.

De Peel kan binnen Nederland gaan fungeren als toonkamer voor transitie naar nieuwe verdienmodellen. 5. De gevolgen van extensivering rondom natuurgebieden: met het oog op behoud en herstel van de Natura2000-gebieden (hoogveenrestanten en waardevolle natte natuur) zullen de grondwaterpeilen fors omhoog moeten gaan. Dat vermindert gelukkig ook de kwetsbaarheid van natuur voor stikstof. Rondom natuurgebieden hebben biologische landbouw (akkerbouw èn veeteelt), agrarisch natuurbeheer en landbouw met verbrede doelen toekomst. Het opvangen van of compenseren voor de gevolgen van noodzakelijke extensivering is een belangrijk aandachtspunt.

4

BESTUURLIJKE AANDACHTSPUNTEN RIJK-REGIO Voor het overleg tussen rijk en regio wordt in dit Ontwikkelperspectief 2050 (hierna: OP2050) een aantal bestuurlijke aandachtspunten meegeven. Soms zijn dat ‘schuurpunten’: kwesties waar partijen het nog over eens moeten worden. Andere punten gaan over de gevolgen van de ingrijpende herinrichting van de Peel: hoe gaan we om met bedreigingen en kansen? En hoe kunnen we kansrijke ontwikkelingen stimuleren of de pijn van ingrepen zoals vernatting verzachten? Bestuurlijke aandachtspunten kunnen aanleiding vormen voor verdieping van dit NOVEX-perspectief of voor nadere besluitvorming. 1. Stikstof en natuur: de depositie van stikstof op kwetsbare Natura2000-gebieden en het herstel van natuur is overal in Nederland een grote uitdaging, maar in gebieden met een hoge veedichtheid zoals de Peel is die uitdaging gigantisch. Toch is deze toekomstvisie op de Peel alleen te realiseren als er (stikstof)ruimte ontstaat voor de blijvers, voor nieuwe vormen van ondernemen met

Kaart met bestuurlijke aandachtspunten voor de Peel.

grond en ook voor nieuwe economie. Ook de Peel moet van het slot, dat is het eerste aandachtspunt. Rijk en regio staan daarvoor aan de lat via het NPLG en de programma’s landelijk gebied van Brabant en Limburg. 2. Heropenen militair vliegveld: eventuele heropening van Vliegbasis De Peel is een vraagstuk uit het NOVEX-startpakket. Vanuit voorliggend OP2050 en de ruimtelijke opgaven die te realiseren zijn in de Peel is het echter lastig voorstelbaar dat er ook plek is voor reactivering van het vliegveld en daarbij behorende vliegbewegingen. In geen van de scenario’s wordt dat gezien als een wenkend perspectief. Het is in de huidige ambitiekaarten voor 2050 dus ook niet opgenomen. Daar staat tegenover dat Defensie meer ruimte nodig heeft voor de inzet van de F35 en dat Vliegbasis de Peel daarbij nadrukkelijk in beeld is als mogelijke optie. In de twee helft van 2024 wordt naar verwachting, als onderdeel van de beleidsvisie Ruimte voor Defensie, meer duidelijk over reactivering van vliegbasis de Peel. Op dit moment is reactivering van de vliegbasis enkel mogelijk binnen de kaders van het vigerende ruimtelijk beleid.

6. Houdbaarheid van hoogveennatuur en nieuwe ecologische dragers: ofschoon de Peelreservaten in de Nederlandse context zeer waardevol zijn (met allerlei rode lijstsoorten) en het behoud ervan een plicht is in Europees verband, zal het veel inspanningen vragen om te behouden wat er nu is en maakt de klimaatverandering dat naar verwachting nog moeilijker. Net zoals we bij de economie naar nieuwe dragers op zoek gaan, zou in de Peel ook gezocht kunnen worden naar nieuwe ecologische dragers. Naar wilde natuur die tegen een stootje kan en nieuwe vormen van biodiversiteit en ecologische milieus toevoegt. Ook als alternatief voor de arme (naald)bossen op de dekzandgronden. In dit verband speelt ook de vraag over het behoud en de uitbreiding van Nationaal Park De Groote Peel. 7. Ruimte voor zon en wind: met de turfwinning heeft de Peel een geschiedenis als ‘energiek landschap’ dat zowel in de eigen behoeften voorziet als exporteert. Anno 2023 is de Peel is zoekgebied voor windenergie en vooral zonnevelden (RES-en). Binnen dit OP2050 geven wij aan dat verdienen aan energieopwekking één van de routes is voor de ondernemende Peel, zowel in het grootse productielandschap (noordelijke horst) als op de dekzanden. De visies van beide provincies op zonnevelden verschillen echter waardoor een samenhangende ontwikkeling nog lastig is.

Ook heropening van vliegbasis de Peel kan tot beperkingen leiden. Aandachtspunt is een nadere (kwantitatieve) uitwerking van deze toekomstvisie op het realiseren van ruimte voor opwekking, koppeling van vraag en aanbod en de benodigde infrastructuur daarvoor. 8. Leefbaarheid Peeldorpen en omgaan met vrijkomende agrarische bebouwing (VABs): niet alleen de natuur van de Peel is goud, maar ook de charme van het kleinschalige landschap rond de Peelvenen, rond oude kernen op de flanken en bij de Peeldorpen.

Tegelijk staan daar de leefbaarheid en het voorzieningenniveau onder druk. Bovendien zal ook hier agrarische bebouwing vrij komen die leiden tot nieuwe gebruikers maar ook nieuwe (en soms ondermijnende) bedrijvigheid. Brede welvaart van de Peel gaat voor een belangrijk deel over het behoud van vitale dorpen en dorpse eigenheid. Het versterken daarvan is een aandachtspunt op weg naar 2030 en verder. Waarbij ruimte voor kwalitatieve functies, passend bij de hoofdkoers (kwaliteit en opgaven) van het gebied een hefboom kunnen zijn. 9. Waterbeschikbaarheid en verhogen waterpeil: hogere grondwaterstanden zijn nodig voor het herstel van het natuurlijk systeem, maar door de klimaatverandering is er hiervoor in droge periodes weinig zoet water beschikbaar en staat de kwaliteit daarvan onder druk. Water uit de Maas kan maar één keer worden ingezet en is niet alleen voor de Peel van belang, maar ook voor drinkwater, de landbouw, proceswater voor industrie, de binnenscheepvaart en tegen de verzilting in west Brabant. Dit vraagt afstemming en afweging van belangen.

HOE NU VERDER?

De eerste versie (aug 2023) was bedoeld om de bestuurlijke (en eventueel ambtelijke) achterbannen mee te nemen in het denken en eerste reacties op te vangen. De hoeveelheid ‘eerste reacties’ was aanzienlijk en in de beschikbare tijd slechts deels verwerkbaar. Onjuistheden en belangrijke verbeteringen zijn opgepakt, details en discussiepunten nog even geparkeerd. Daarna is een tweede versie (sept 2023) gemaakt waarin een groot deel van de nog openstaande punten is verwerkt. Dit 2e concept is voorgelegd aan de NOVEX-stuurgroep op 4 oktober. In de stuurgroep is, gehoord de reacties, besloten nog een verbeterronde in te lassen gericht op een aantal specifieke thema’s en aandachtspunten, te weten mobiliteit, verstedelijking, duurzame energie en circulaire economie, en enkele (recente) regionale beleidsafspraken. In de voorliggende versie van november 2023 zijn deze thema’s en aandachtspunten verwerkt. Ook heeft de stuurgroep aangegeven om voorafgaand aan het besluit om het Ontwikkelperspectief voor bredere consultatie vrij te geven (op 14 december 2024) dit eerst binnen colleges en dagelijkse besturen te kunnen bespreken. Ook is er behoefte aan (betere) afstemming met andere trajecten zoals de ruimtelijk voorstellen van Brabant en Limburg, BPLG en LPLG.

De verdere consultatie (na de jaarwisseling) richt zich met name op gemeenteraden, waterschapsbesturen, Provinciale Staten, stakeholders en maatschappelijke partners. Idee is dat daarvoor komend voorjaar tenminste een Marktplaats (‘Café de Peel’) wordt georganiseerd en wellicht een webinar. Het is van groot belang dat we ook vanuit dit NOVEXontwikkelperspectief tijdig toe werken naar een eerste proeve van een RIA (regionale investeringsagenda) en andere samenwerkings- en uitvoeringsafspraken voor de Peel. Juist daar ligt de kans om te laten zien dat we met dit ontwikkelperspectief serieus veranderingen in gang gaan zetten en het niet blijft bij wensdenken. Relevant is verder de economische verdieping (nieuwe economische dragers) die in opdracht van het DB van de NOVEX-stuurgroep is gestart en een rol gaat spelen bij de nadere uitwerking van de lijnen naar de toekomst. Maar het allerbelangrijkste is misschien wel dat de bal van onderaf gaat rollen: dat de veranderingen naar de Meerkleurige Peel van morgen in gang worden gezet en dat de betrokken gemeenten, waterschappen, provincies en departementen als één overheid samen de schouders zetten onder één Peel, samen met de partners in de streek. Daarbij horen uiteraard allerlei uitvoeringsen regievraagstukken. Maar het begint met verlangen naar de toekomst: daar willen we met dit NOVEX-perspectief aan bijdragen.

partners in de streek. Daarbij horen uiteraard allerlei uitvoeringsen regievraagstukken. Maar het begint met verlangen naar de toekomst: daar willen we met dit NOVEX-perspectief aan bijdragen.

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

12

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

13

KAARTBEELD ONTWIKKELPERSPECTIEF MEERKLEURIGE TOEKOMST IN DE PEEL Toelichting op de kaartlagen en de verschillende ingrediënten van het OP2050 Waar we in het vereenvoudigde c.q. geschematiseerde kaartbeeld (bladzijde 6) door de oogharen kijken naar de Peel, is dit uiteindelijke kaartbeeld van het Ontwikkelperspectief een stuk gedetailleerder en dus genuanceerder. Groen is niet uitsluitend groen, ondernemen en natuur gaan vaak hand in hand, de leefbare Peel is niet beperkt tot steden en dorpen, ontwikkelruimte is er op een aantal assen maar ook elders. In hoofdstuk 5 bouwen we dit eindbeeld op door zes thematische kaartlagen met elkaar te combineren. In hoofdstuk 6 gaan we in op deelgebieden en denkrichtingen voor 2030 in deze gebieden.

SAMENVATTING

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

14

SAMENVATTING

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

5

Incidenteel kan kleinschalige verblijfsrecreatie in vrijkomende agrarische bebouwing mogelijk zijn, met name rond de aantrekkelijke Peelvenen.

5

Sfeerimpressie van de toekomstige natuur in de Peel. De Peelvenen vormen het groenblauwe hart van de Peel waar natte natuur voorop staat. De hoger gelegen horst kampt momenteel met verdroging en wordt vernat. Er wordt stevig ingezet op waterinfiltratie op de horst en waterbuffering rondom de

Peelvenen. Natte natuur en natte teelten voeren hier de boventoon. Vrijkomende agrarische bebouwing biedt kansen voor functieverandering, bijvoorbeeld voor passende verblijfsrecreatie, wonen evt. met zorg of milieuen natuurvriendelijke vormen van werkgelegenheid.

Leegstaande silo’s kunnen ingericht worden als vogeluitkijkhut.

Een natte schil met waterbufferende natuur en natte teelten beschermt de Peelvenen.

15

SAMENVATTING

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

16

SAMENVATTING

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

6

Natuurlijke en recreatieve-as langs de Peel-raamstelling.

Groots en open productielandschap in het schootsveld.

6

Sfeerimpressie van de toekomstige landbouw in de Peel. De Peel kenmerkt zich door een productieve kant waar gepionierd wordt. Het landelijk productielandschap gaat transformeren naar circulaire en natuurinclusieve landbouw. Multifunctioneel ruimtegebruik zal diverse teelten met duurzame

energieopwekking en recreatie combineren. De Peel-Raamstelling als cultuurhistorische drager wordt een natuurlijke en recreatieve as.

Efficiënt dubbelgebruik van de gronden: zelfrijdende zonnepanelen.

17

SAMENVATTING

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

18

SAMENVATTING

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

7

Natuur en stad worden beter met elkaar verbonden; bv. met fietssnelwegen en ruiterroutes.

Lokale streekproducten worden hier verkocht.

Verdichting rondom kernen bij de Brainport: bv. Deurne.

7

Sfeerimpressie van de toekomstige verstedelijking in de Peel. Verstedelijkingsdruk vanuit Brainport heeft invloed op de westflank van de Peel. Stationsgebieden in dorpen zijn, vanwege de gunstige connectie met OV, de ideale plekken voor woningbouw. Woningen kunnen met lokaal geteelde

grondstoffen uit de Peel worden gebouwd. Daarnaast worden natuur en stad beter met elkaar verbonden middels OV en fietssnelwegen.

Er wordt gebouwd met lokaal geteelde grondstoffen direct uit de Peel.

19

1. PROLOOG Waarom dit NOVEX-perspectief?

8

1.1

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

22

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

23

WAAROM DIT ONTWIKKELPERSPECTIEF? In de Peel komen veel opgaven samen die om een oplossing vragen, elkaar beïnvloeden en ruimte vragen. Denk aan de landbouw- en energietransitie, aanpak van droogte, verbeteren van natuur en waterkwaliteit, leefbaarheid, verstedelijking, economische vitaliteit, beschikbaarheid van voorzieningen en reactivering van vliegbasis de Peel. Opgaven van zowel regionaal, provinciaal als nationaal belang. Dit heeft ertoe geleid dat het Rijk in het Programma NOVEX (2022) de Peel heeft aangewezen als NOVEX-gebied. Dit zijn gebieden waar de nationale opgaven dusdanig stapelen dat een gebiedsgerichte aanpak en prioritering van nationale opgaven noodzakelijk is om tot een richtinggevende koers voor de toekomst te komen. Met de Peel als NOVEX-gebied wordt ingezet op een gezamenlijke gebiedsgerichte regie op deze samenkomende opgaven. Dit ontwikkelperspectief dat voor u ligt is het eerste resultaat van deze gezamenlijke gebiedsgerichte aanpak en is in opdracht van stuurgroep NOVEX De Peel, waarin rijk en regio samen optrekken, gemaakt. De betrokken overheden – 2 provincies, 2 waterschappen, 18 gemeenten en LNV & BZK mede namens andere departementen – willen hiermee samen de koers uitzetten. Dat is nodig omdat de toekomst van De Peel onder druk staat door de vele vraagstukken die hier samenballen.

Vandaar dit Ontwikkelperspectief 2050 met beleidsrichtingen voor 2030. Het is geen plan of beleidsnota in formele zin, wel een toekomstvisie die inspiratie en houvast biedt aan de betrokken overheden om samen én met partijen uit de streek te werken aan een vitale toekomst voor de Peel. Dat kan onder meer via uitvoerings- en investeringsafspraken tussen rijk, provincies en gemeenten. Maar uiteraard ook via arrangementen met betrokken regio’s, marktpartijen en maatschappelijke partners. Het is een perspectief dat we komende jaren in praktijk willen brengen en dat nu al op tal van plekken in praktijk gebracht wordt. De transitie naar de Peel van morgen is al in volle gang!

een belangrijk voorbeeldgebied voor de “wederombouw van het plattelandschap”, zoals Joks Janssen (hoogleraar brede welvaart) dat treffend noemt. Als we het in De Peel voor mekaar krijgen gaat het ook elders in ons land lukken, is de gedachte.

9

NPLG EN PROVINCIALE PROGRAMMA’S LANDELIJK GEBIED

Daarmee raken we meteen aan het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Met de focus op de natuur-, water- en bodemopgaven – en daarmee op de noodzaak om het agrarische grondgebruik toekomstbestendig in te richten – zitten we dicht op de gebiedsgerichte uitwerking van de provinciale programma’s landelijk gebied. En op de inspanningen van waterschappen, gemeenten, natuurorganisaties en de agrarische sector om de transitie landelijk gebied te helpen realiseren. Er is naar gestreefd de beleidsrichtingen in dit Ontwikkelperspectief in lijn te houden met de programma’s (Provinciale Programma’s Landelijk Gebied, PPLG’s) van Brabant en Limburg, maar er was sprake van parallelle processen. Daarom vindt in de consultatieronde nog nadere afstemming plaats. En er is meer: denk aan de opgave om ruimte te maken voor energieopwekking, voor het bufferen en vasthouden van water of het opvangen van verstedelijkingsdruk en economische groei vanuit de Brainport. Of bijvoorbeeld de opgave om ruimte te maken voor militair vliegen. De Minister van Natuur en Stikstof is namens het demissionaire kabinet de coördinerende bewindspersoon voor NOVEX-gebied De Peel. Daarnaast er is een Stuurgroep onder leiding van de Dijkgraaf van Waterschap Aa en Maas en de Minister van Natuur en Stikstof die fungeert als integrerend platform.

Ook de verantwoordelijke gedeputeerden maken deel uit van die NOVEX-stuurgroep. Het motto is: als één overheid werken aan één Peel.

MEERKLEURIGE TOEKOMST

De toekomst van de Peel is meerkleurig: het gebied moet nu en straks een aantrekkelijk thuis zijn voor agrarische en andere ondernemers (geel) en voor bewoners en bezoekers (rood). Maar ook voor flora & fauna (groen) met de strategische grondwatervoorraden van de Peelhorst als blauw fundament. Dat betekent verandering want nu zetten we nog met steeds meer inspanning het natuurlijk systeem naar onze hand en dat is op termijn niet vol te houden. We moeten gaan meebewegen en de kracht van het natuurlijk systeem gaan benutten. Die toekomst geven we samen vorm met dit ontwikkelperspectief als onderlegger, als inspiratiebron om met elkaar te praten over hoe we dat dan kunnen doen. Doel voor NOVEX-gebied de Peel is het realiseren van een toekomstbestendige, gezonde en natuurlijke leefomgeving voor de mensen die er wonen, werken en recreëren (formulering uit NOVI-startnotitie 2021). Daarbij zijn bodem en water sturend en borgen, bevorderen we de ruimtelijke kwaliteit in het gebied (overkoepelende hoofdopgaven uit de provinciale startpakketten) en verbeteren de leefbaarheid waar die onder druk staat. Dit betekent dat we bestuurlijke keuzes moeten maken en soms schuren die keuzes: niet alles kan overal en niet alles kan op de gebruikelijke manier. Het OP2050 geeft de richting aan waar we naar toe willen.

Grens plangebied Grens waterschap Grens gemeente Landsgrens Gemeentelijk samenwerkingsverband Gemeente Samenwerkingsverband

9

De Peel was ooit een ondoordringbaar moeras. In 1919 schatte een landmeter, A.F. van Beurden, dat het gebied vijftien uur ‘gaans’ (lopen) lang en vier uur breed was. Bron: Rijksmuseum, 2023. Kaart van Brabant, De Peel, in 1688 uitgegeven door Frederik de Wit.

NOVEX-GEBIEDEN EN RUIMTELIJKE VOORSTELLEN PROVINCIES

De druk op de ruimte in Nederland is groot en verschillende majeure transitieopgaven – landelijk gebied, energie & klimaat, wonen & mobiliteit – moeten worden ingepast. Ordenen is kiezen. De ruimtelijke ordening heeft daarom onder het huidige (inmiddels demissionaire) kabinet een impuls gekregen. In het kader van het programma NOVEX heeft het Rijk alle provincies gevraagd met ruimtelijke voorstellen te komen op basis van een aangereikt startpakket (dec. 2022). Het is de bedoeling dat het Rijk en de provincies op basis van deze ruimtelijke voorstellen eind 2023 komen tot zogeheten ‘ruimtelijk arrangementen’. Daarin maken zij afspraken over de toekomstige inrichting van de schaarse ruimte. Dit ontwikkelperspectief voor de Peel vormt een bouwsteen voor de ruimtelijke voorstellen van Limburg en Noord-Brabant. Bijzonder aan NOVEX-gebied De Peel is dat het – anders dan in veel andere aandachtsgebieden waar vooral de verstedelijkingsopgave dominant is – hier primair draait om de toekomst van het landelijk gebied. De Peel aan Brabantse en Limburgse zijde is daarmee

8

Bestuurlijke grenzen die deel uitmaken van de Peelregio.

BEGRENZING VAN HET PLANGEBIED Er is maar één Peel en toch zijn er verschillende manieren om het gebied te begrenzen. We hebben er in dit OP2050 qua begrenzing voor gekozen om het watersysteem leidend te laten zijn. Dit laat zich verklaren vanuit de sturende werking van bodem en water. Daarom kijken we zowel naar centrale (hogere) Peelhorst met Deurnsche Peel als naar de beide (lagere) flanken die hydrologisch verbonden zijn: in het oosten de zogenaamde Venloslenk tot aan het Maasdal en in het westen de Roerdalslenk waarin De Groote Peel ligt. Gevolg is dat het plangebied niet exact samenvalt met bestuurlijke (i.e. gemeentelijke) grenzen en de begrenzing ook niet als harde lijn moet worden gezien. In nadere uitwerking kan de precieze invloedsfeer van dit ontwikkelperspectief beter worden bepaald. Het geschetste plangebied van de Peel omvat 14 gemeenten in het geheel, maar van 4 overige (meest stedelijke) gemeenten slechts het buitengebied. Daarnaast hebben we in de analyse gekeken naar een nog breder economisch invloedgebied: je kunt de Peel alleen begrijpen in groter verband: als vitale streek tussen de Brainport Eindhoven, Greenport Venlo, Agrifood Capital Noordoost-Brabant en – iets verder weg – Health Valley Nijmegen. Ook ecologisch bekijken we de groenblauwe kern in brede samenhang.

* Dat zijn Helmond, Land van Cuijk, Meijerijstad, Venlo.

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

24

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

TOTSTANDKOMING VAN DIT ONTWIKKELPERSPECTIEF

Voor het opstellen van dit ontwikkelperpectief 2050 is opdracht gegeven aan de combinatie van Royal HaskoningDHV (procesontwerp en -begeleiding) en FLUX Landscape Architecture (ontwerpend onderzoek). Zij hebben hiervoor een interactief traject ingericht rondom meerdere ateliers met ambtenaren van departementen, provincies, waterschappen en gemeenten. En daarnaast zijn bestuurlijke gesprekken en reflectiesessies met een aantal maatschappelijke partners georganiseerd. Bij wijze van start is basisinformatie verzameld over actuele opgaven en de kenmerken en historie van het gebied. In een eerste atelier zijn vervolgens drie scenario’s verkend (groen, ondernemend en leefbaar), mede geïnspireerd door studies van het Planbureau leefomgeving. In een tweede atelier is geprobeerd een synthese te maken door de kaarten op elkaar te leggen en te kijken waar het past of waar het wringt. De beleidslijn ‘water en bodem sturend’ was daarbij steeds het vertrekpunt. Een en ander is vervolgens uitgewerkt naar ambities voor de verschillende deelgebieden c.q. landschapstypen van de Peel. Wat willen we idealiter behouden of ontwikkelen op de lange termijn (2050) en wat betekent dat voor het beleid van morgen (2030)? Wat is kansrijk? Via een derde ambtelijk atelier, werksessies met het bestuur en reflectiegesprekken met een aantal maatschappelijke partners is de koers verdiept.

De weerslag staat in dit NOVEX-ontwikkelperspectief dat op zijn beurt weer input is voor een uitvoerings- en investeringsagenda van rijk en regio én voor inkleuring van de ruimtelijke voorstellen van Brabant en Limburg.

10

STATUS VAN DIT DOCUMENT Met de Omgevingswet krijgt het ruimtelijk beleid juridische vorm via een aantal kerninstrumenten (omgevingsvisies, programma’s, algemene rijksregels, projectbesluiten en omgevingsvergunningen). Een Ontwikkelperspectief valt daar niet onder en heeft bij gevolg geen juridische status. Dat is de intentie ook niet. Het is primair een gezamenlijke stip op de horizon van de betrokken overheden die richting geeft aan te zetten beleidsmatige vervolgstappen en aan te maken afspraken over uitvoering en investeringen. Het is een inspiratiebron. Denk aan nader te verkennen thema’s en de relaties daartussen, te agenderen kwesties in het overleg tussen rijk en regio, bespreekpunten met bewoners, ondernemers en andere maatschappelijk betrokken partijen in het gebied, weg te nemen praktische belemmeringen enzovoorts. Alles vanuit één narratief. Omdat dit NOVEX-perspectief ook input is voor de ruimtelijke voorstellen van de twee provincies – die uiteindelijk moeten doorwerken in een volgende generatie provinciale omgevingsvisies en daarop gebaseerde besluiten – ontstaat op termijn enige bindende werking. Maar vooralsnog gaat het dus vooral om de vertaling van een groot aantal opgaven in een samenhangend, richtinggevend en inspirerend toekomstperspectief en het weten te vertalen van dit perspectief in concrete projecten en investeringen.

Elkaar bestuurlijk vasthouden en als één overheid samen werken aan een meerkleurige toekomst van de Peel - aan brede welvaart en een thuishaven – dat is de functie van dit OP2050.

10

Foto’s van ateliers in samenwerking met o.a. gemeenten, waterschappen, LNV, provincies en het rijk.

25

2. FUNDAMENTEN Opgaven van vandaag en sporen uit het verleden. In dit hoofdstuk gaan we in op de basisinformatie die voor dit ontwikkelperspectief is verzameld: de opgaven van vandaag en de sporen uit het verleden.

De uitdaging voor dit ontwikkelperspectief is te komen tot een nieuw natuurlijk evenwicht waar dat door menselijk ingrijpen - zowel binnen als buiten de Peel – de afgelopen decennia verstoord is geraakt. We lopen namelijk tegen de grenzen van de natuurlijke systemen aan en ondervinden daarvan inmiddels de gevolgen. Overstromingen en perioden van droogte, epidemische uitbraken van dierziekten, achteruitgang van de biodiversiteit, toenemende gezondheidsrisico’s en groeiende onzekerheid over de beschikbaarheid van voedsel en energie, zijn voorbeelden van deze gevolgen. Het voorkomen van deze gevolgen vraagt steeds meer inspanningen en wordt steeds duurder. De omvang van schades neemt toe. Dit alles zet onze welvaart en ons welbevinden onder druk. Duidelijk is dat het bestrijden van de symptomen niet meer werkt en er grote transities nodig zijn. Om deze transities in gang te zetten heeft het Rijk een aantal nationale, landsdekkende programma’s met opgaven ontwikkeld. In dit ontwikkelperspectief worden deze opgaven met een gebiedsgerichte aanpak gekoppeld aan de Peel. Om deze koppeling te kunnen maken moeten we zowel de Peel als de opgaven snappen. In dit hoofdstuk leggen we hiervoor een fundament. De basis voor de opgaven van vandaag en de oplossingen van morgen liggen voor een belangrijk deel in het verleden.

Het nieuwe hoofdstuk van het verhaal van de Peel wordt immers toegevoegd aan de vele hoofdstukken die maken dat het gebied is geworden zoals het nu is. Van woeste natuur via een ontginningenlandschap naar het huidige productielandschap. Heel belangrijk zijn daarbij de mensen die wonen en werken in de streek: de Peel is door mensenhanden gemaakt, een grootse aanpak is niet geschuwd en Peelwerkers zijn van oudsher gezegend met een gezonde pioniersgeest. Ook die cultuur is basis voor de toekomst: het thuisgevoel combineren met verandering.

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

28

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

29

11

2.1 STARTPAKKET EN VERSCHILLENDE PERSPECTIEVEN Vanuit het programma NOVEX zijn met het oog op de ruimtelijke voorstellen een pakket van uitgangspunten en opgaven meegegeven aan de provincies Brabant en Limburg, het zogenaamde startpakket. Die uitgangspunten en opgaven moeten dus ook in meer of mindere mate aandacht krijgen in het ontwikkelperspectief voor de Peel. De opgaven zijn gekoppeld aan drie perspectieven zoals benoemd in de Ruimtelijke ordeningsbrief van 17 mei 2022: (1) creëren perspectief voor landbouw en natuur; (2) realiseren ordenende netwerken voor energie en circulaire economie; (3) zorgen voor leefbare steden en regio’s. Bij elk van deze opgaven is de draagkracht van het natuurlijk systeem het uitgangspunt: water en bodem zijn sturend, samen met het borgen en bevorderen van ruimtelijke kwaliteit (programma Mooi Nederland). Om verstandige keuzes in te maken binnen en tussen opgaven worden in het startpakket de drie afwegingsprincipes uit de NOVI onder de aandacht gebracht: •

Streef naar meervoudig ruimtegebruik

•

Zet kenmerken en identiteit van het gebied centraal (ruimtelijke kwaliteit)

•

Voorkom afwenteling.

PERSPECTIEF VOOR LANDBOUW EN NATUUR De ambitie van het kabinet is een sterke en veerkrachtige natuur, een robuust en klimaatbestendig watersysteem en een schone vitale bodem. Een gezonde leefomgeving en robuuste natuur is een voorwaarde voor een toekomstbestendige en vitale Peel. Het is de bedoeling dat het landelijk gebied aantrekkelijk en bruikbaar blijft voor voedselproductie, (nieuwe) economische activiteiten, recreatie en ontspanning, voorzieningen en uiteraard wonen. Het grondgebruik moet in balans worden gebracht met de natuurlijke grenzen van het water- en bodemsysteem. Dit betekent dat het natuurlijk hydrologisch samenspel tussen hoge ruggen, breuklijnen, flanken en beekdalen bepalend wordt en het grondgebruik zich daarnaar voegt. In het NPLG staan structurerende keuzes die vertaald zijn in de PPLG’s van Brabant en Limburg. In het startpakket zijn vrij vertaald de volgende aandachtspunten meegegeven die relevant zijn voor de Peel:

11

De Peelrandbreuk met verstoorde sedimentlagen in een gegraven sleuf bij Bakel (Bron: VU - Ronald van Balen, 2023).

•

Concurrerende ruimteclaims vragen om slimme combinaties, zoals groenblauwe dooradering en verweving van natuur- en landbouwdoelen.

•

Er dreigt een tekort aan zoetwater: vasthouden en bergen van gebiedseigen water is een must.

•

We moeten ons aanpassen aan klimaatverandering en zorgen voor voldoende ruimte voor het opvangen van wateroverlast en retentie van water voor langere periodes van droogte.

ORDENENDE NETWERKEN VOOR ENERGIE EN (CIRCULAIRE) ECONOMIE De ambitie van het kabinet is om in 2050 klimaatneutraal en circulair te zijn. De uitwerking heeft betrekking op het opwekken van duurzame energie (via de RES-en), ruimte voor bedrijvigheid en de milieudruk van industrie en bedrijvigheid. In het startpakket is onder meer gevraagd om een goede afweging maken voor de uitbreiding van nationale energienetwerken in relatie tot de draagkracht het water- en bodemsysteem. Voor circulaire economie is de doelstelling in 2050 volledig circulair te zijn, voor 2030 wordt gemikt op een vermindering van het gebruik van primaire abiotische grondstoffen van 50%. Dit betekent een verschuiving naar hergebruik en recycling, en het gebruik van biotische grondstoffen als alternatief. Dit maakt in de Peel het telen van biobased grondstoffen interessant.

LEEFBARE STEDEN EN REGIO’S Het is de ambitie van het demissionaire kabinet om de stedelijke netwerken verder te versterken. Het netwerk van goed bereikbare en compacte steden met een sterke economie en hoge leefkwaliteit maakt dat wonen, werken en voorzieningen in heel Nederland altijd relatief nabij zijn. Bovendien worden de steden omgeven door landelijk gebied met een rijk palet aan natuurgebieden en waardevolle landschappen. Juist dat laatste is relevant voor de Peel als groenblauwe hart omringd door stedelijke netwerken van Eindhoven, Nijmegen en Venlo. Vanuit het startpakket wordt onder meer aandacht gevraagd voor verstedelijking in relatie tot de draagkracht van het water en bodemsysteem, het realiseren van voldoende energie infrastructuur en een gezonde leefomgeving. Ondermijning is een probleem in heel Zuid-Nederland. Maar in een transitiegebied zoals de Peel kan leegstaande agrarische bebouwing een verhoogd risico op ondermijning opleveren. Vlot aansturen op passend hergebruik is dus ook een aandachtspunt. Verder wordt in het startpakket aandacht gevraagd voor culturele identiteit en erfgoed: bij de inpassing van de nationale en provinciale opgaven dienen erfgoed en ruimtelijke kwaliteit gepositioneerd te worden als integraal onderdeel van de herinrichtingsopgave en dienen deze waarden te worden behouden of versterkt.

Sluit zoveel mogelijk aan bij de kenmerken en identiteit van het gebied, is het principe. In de Peel doen wij dat volop (zie hoofdstuk 2). Tenslotte is meegegeven dat naast het streven naar een gezonde en groene leefomgeving in meer algemene zin ‘brede welvaart’ leidend moet zijn. Ook dat uitgangspunt omarmen wij uiteraard in dit OP2050.

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

30% natuurherstel Vogel- en Habitatsrichtlijn, met een areaal en kwaliteitsopgave

Natuurnetwerk (NNN): verwerven of van functie veranderen van een groot deel van het bestaande natuurnetwerk

Uitvoering van de RES’en: 35TWh hernieuwbare energieproductie op land

Ruimtelijke inpassing transitie naar duurzame energie en een circulaire economie

100% Energieneutrale woonen werkomgeving in 2050

Nieuw bos 2030: 37.000 hectare aan bos erbij in heel Nederland. Ook revitaliseren van bestaand bos

10% groenblauwe dooradering

Hydrologische condities op peil

Woningbouwopgave stijgt naar 981.000 tot en met 2030

Zo min mogelijk afdekken van de bodem

Water en bodem sturend: waterveiligheid, wateroverlast, bodemdaling en waterbeschikbaarheid als uitgangspunt voor nieuwe woon- en werklocaties

Versterken stedelijk netwerk

ONTWIKKELPERSPECTIEF DE PEEL

NATIONALE OPGAVEN De startpakketten voor de ruimtelijke voorstellen van Brabant en Limburg bevatten ruim 40 nationale opgaven. In de Peel ligt het accent uiteraard op de transitieopgaven voor het landelijk gebied: natuur, natuurlijk systeem en (agrarisch) grondgebruik dat daarmee in balans dient te zijn. Echter ook opgaven voor energie en klimaat, wonen, circulaire economie en mobiliteit spelen een rol in het perspectief voor de Peel (zie schema). Deze opgaven zijn het vertrekpunt voor beleidsrichtingen die we in H6 schetsen voor deelgebieden.

Nabijheid tussen wonen, werken en voorzieningen

Energietransitie integraal onderdeel van verstedelijkingsopgave

Volledig circulaire economie in 2050. Tussendoel: 50% minder gebruik van primaire abiotische grondstoffen in 2030

Nederland klimaatneutraal in 2050

Beschikbaar maken dan wel in stand houden van (milieu) ruimte voor grootschalige bedrijfsvestigingen en industrie

Invulling geven aan de benodigde (milieu)ruimte voor werklocaties

Duurzame slimme en veilige mobiliteit, goede regionale verbindingen

Toepassen landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving

•

Behouden en versterken van cultureel erfgoed

Verhoging grondwaterpeilen met 10-35cm op hoge zandgronden

49% minder CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990. Met een streven naar een vermindering van 55%

Verduurzaming, vergroening en verdichting bestaande wijken

Beleid, inrichting en beheer aangepast aan veranderend klimaat, 5-10%ruimte in diepste delen watersysteem reserveren voor waterberging

Emissiereductie van 14,3 Mton CO2-reductie in 2030 t.o.v. 1990 voor industrie

Groen groeit mee met de verstedelijking

0,5 Mton CO2 vastleggen in landbouwbodems (heel NL)

Ruimte voor eigen keuzes, ondernemerschap en ondersteuning van de transitie van agrarische bedrijven

Opgaven (circulaire) economie: Ook de nationale doelstelling om in 2050 een volledig circulaire economie te hebben bereikt (Nationaal Programma Circulaire Economie) heeft gevolgen voor de Peel. Het betekent kringlopen identificeren en sluiten, met een zo kort mogelijke lus. Het betekent (niet alleen in de Peel) dat we ons consumptiegedrag moeten veranderen, veel zuiniger moeten opspringen met grondstoffen en reststoffen moeten gaan benutten. Dat biedt kansen voor nieuwe en hernieuwde economische dragers, bijvoorbeeld in de hoek van reparatie, hergebruik en biobased grondstoffen en producten. Dat vraagt weer innovatie, hightech, ICT en slim ondernemerschap. Dit laat onverlet dat een ieder in de Peel een fatsoenlijke boterham moet kunnen verdienen en het ontwikkelperspectief ook een duurzaam perspectief voor ondernemers moet bieden. Opgaven wonen, werken en mobiliteit: met name ZuidoostBrabant heeft een enorme verstedelijkingsopgave met bijbehorende uitdagingen op het vlak van (slimme) mobiliteit. Een belangrijk deel van die opgaven zal worden opgevangen in de Eindhoven en andere stedelijke centra, bijvoorbeeld aan de westzijde van de stad. Maar te verwachten valt dat de verstedelijkingsdruk ook een weg gaat zoeken in de richting van De Peel, inclusief Midden-Limburg.

Dit kan een bedreiging vormen voor de kwaliteiten van de Peel zoals verlies goede landbouwgrond, maar ook kansen bieden ons kwetsbare aspecten bijvoorbeeld leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit te versterken. Voor de steden en dorpen in de Peel

12

Drie grote nationale transitieopgaven en uitsplitsing naar 40 doelstellingen.

Schone lucht: in 2030 gem. minimaal 50% gezondheidswinst t.o.v. 2016 voor de negatieve gezondheidseffecten van Nederlandse bronnen Goed toegankelijke landschappen en natuurgebieden

In stand houden en ontwikkelen van infrastructuur (hoofdwegennet, hoofdspoornet, hoofdvaarwegennet, zeehavens en transportkanalen luchthaveninfrastructuur)

Opgaven energietransitie: De overstap van fossiele brandstoffen naar duurzame energievormen vraag t ook aandacht en ruimte in De Peel. Vanuit de Regionale Energiestrategieën is de regio in beeld als zoekgebied voor de opwekking van duurzame energie. Dit betekent dat er zowel naar plaatsing van zonnevelden als windmolens gekeken gaat worden. De mogelijkheden voor windmolens worden beperkt door luchtvaart vanuit onder meer vliegbases Volkel en de Peel. En hoewel er discussie is over de wenselijkheid van zonnevelden in het landelijk gebied, zijn hiervoor in de Peel minder fysieke beperkingen. Echter, het bij elkaar brengen van vraag en aanbod, wat gezien de netwerkbelasting steeds belangrijker wordt, is ook een aandachtspunt. Ook zijn er mogelijkheden voor geothermie. De te realiseren internationale buisleidingencorridor (DeltaRhine corridor) biedt wellicht mogelijkheden voor de Peel en voor energieconversie. Voorts is een belangrijk doel van de energietransitie het verminderen van de CO2 uitstoot. Daar kan de akkerbouw een rol in spelen doordat veel gewassen CO2 binden tijdens de groei. Bij de keuze voor nieuwe teelten voor bijvoorbeeld biobased materialen kan hiermee rekening worden gehouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=9e6f30a0-b2ea-4806-afeb-ed2c46a1c11e