RU23.06.07B Bijlage d - Ruimtelijke onderbouwing Tureluurweg 7.pdf
Tekst van het document
Bestaand (ongewijzigd): Geen extra waterberging wordt vereist.
2.
Drukriool buitengebied: Hier geldt een algeheel verbod om hemelwater af te voeren op de drukriolering. Afgedwongen kan worden dat regenwater niet op de drukriolering mag worden geloosd.
3.
Nieuwbouw (uitbreiding, inbreiding en bijgebouwen > 40 m², herbouw, aanbouw van 90 m² of meer: Er dient te worden voorzien in een gescheiden afvoer / verwerking van schoon hemelwater
Crijns Rentmeesters bv
29
Ruimtelijke onderbouwing – ‘Tureluurweg 7’ – gemeente Asten
en afvalwater. Voor nieuwbouw vereist de gemeente een waterbergingsvoorziening van 60 mm/m² verhard oppervlak. Ook bij herbouw dient eveneens een waterbergingsvoorziening van 60 mm/m² verhard oppervlak te worden aangebracht op eigen terrein met een minimum van 0,5 m³. 4.
Verbouw, aanbouw (tot 90 m²), vrijstaande bijgebouwen (tot 40 m²) bij bestaande gebouwen en woonunits op bouwlocaties: Flexibiliteit wordt gegeven om ruimte voor wateropvang te creëren. De gemeente stimuleert initiatieven van particulieren, bedrijven en instellingen voor duurzame omgang met water.
5.
Aanleg van bescheiden riolering: Bio rioolverzwaring of rioolvervanging legt de gemeente een separaat hemelwaterriool aan of wordt het hemelwater ter plaatse geborgen en geïnfiltreerd of geloosd op oppervlaktewater.
De beoogde ontwikkelingen op de camping maken een vergroting van de oppervlakte ondersteunende bebouwing ten behoeve van recreatief verblijf. Er dient dan ook te worden voorzien in een waterbergingsvoorziening van 60 mm/m² nieuw verhard oppervlak op eigen terrein met een minimum van 0,5 m³.
5.2.3
Hemelwaterafvoer na herontwikkeling
De beoogde ontwikkelingen op de landschapscamping hebben een toename van verhard oppervlak van 150 m² tot gevolg. Ten behoeve van het klimaatneutraal aanleggen van nieuwe bebouwing wordt 60 mm waterberging voor het nieuwe verharde oppervlak gevraagd. Dat betekent 60 liter waterberging per vierkante meter verhard oppervlak, ofwel 600 m³ per hectare. Op basis van de berekende 150 m² nieuw verhard oppervlak is dus 9 m³ waterberging nodig. In de nieuwe situatie zal het hemelwater dat valt op de daken van de nieuwe bebouwing worden afgekoppeld en worden geïnfiltreerd op eigen terrein. Dit wordt bewerkstelligd door het schone hemelwater via dakgoten, regenpijpen, infiltratieriool dan wel goot dan wel laagte in het terrein af te voeren naar een infiltratieveld dan wel een van de poelen binnen de projectlocatie. De locatie biedt hiervoor meer dan voldoende ruimte. De afvoer van het hemelwater dient boven de GHG te worden aangelegd.
5.2.4
Kwaliteit van te lozen en infiltreren hemelwater
Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd. Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen, dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van zink, lood of asfalt etcetera). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.
Crijns Rentmeesters bv
30
Ruimtelijke onderbouwing – ‘Tureluurweg 7’ – gemeente Asten
5.2.5
Afvalwater na herontwikkeling
Als gevolg van de uitbreiding van het aantal kampeerplaatsen neemt de hoeveelheid afvalwater toe. De bestaande pompput waarop de camping is aangesloten, heeft voldoende capaciteit om de toename van het afvalwater te verwerken. Bij het eventueel ledigen van het zwembad dient speciale aandacht geschonken te worden aan de rioleringscapaciteit.
Crijns Rentmeesters bv
31
Ruimtelijke onderbouwing – ‘Tureluurweg 7’ – gemeente Asten
5.3
Cultuurhistorie
Als gevolg van de Wet Modernisering Monumentenzorg dient binnen een ruimtelijk plan aandacht aan cultuurhistorie te worden besteed. Cultuurhistorie dient gebiedsgericht benaderd te worden, waarbij niet te veel focus op losse elementen ligt, maar meer op samenhang en context. Het karakter van een gebied of structuur is hierbij een uitgangspunt. Het ruimtelijk erfgoed binnen de provincie Noord-Brabant wordt weergegeven op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). De projectlocatie ligt op basis van de cultuurhistorische waardenkaart in de regio ‘Peelkern’. De regio Peelkern ontleent zijn cultuurhistorische betekenis in eerste instantie aan de veenwinning. De kanalen, wijken, ontginningsdorpen en wegen met beplanting geven een beeld van de grootschalige vervening die hier vanaf 1850 heeft plaatsgevonden. Op enkele plaatsen komen Peelbanen en veenputjes voor die wijzen op kleinschalige turfwinning. In de regio ligt een groot deel van de Peel-Raamstelling. Aan de projectlocatie is geen specifieke cultuurhistorische waarde toegekend. De beoogde herontwikkeling is in het kader van cultuurhistorie dan ook geen bezwaar.
Crijns Rentmeesters bv
32
Ruimtelijke onderbouwing – ‘Tureluurweg 7’ – gemeente Asten
5.4 Archeologie 5.4.1
Inleiding
De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Deze wet betreft één integrale wet die betrekking heeft op archeologie (op het land en onder water), museale objecten, musea en monumenten. Het uitgangspunt van de Erfgoedwet is een zorgvuldige omgang met cultureel erfgoed. Voor wat betreft de archeologie staat hierin het verdrag van Malta (Valetta) en de uitwerking hiervan in de voormalige Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) centraal. Met de invoering van de Wamz in 2007 hebben gemeenten veel meer bevoegdheden gekregen inzake beheer en behoud van archeologische (rijks)monumenten en overige archeologische (verwachtings)waarden, deze bevoegdheden zijn in de Erfgoedwet behouden. Om een goede uitvoering te geven aan deze bevoegdheden en de bijbehorende verantwoordelijkheden hebben de meeste gemeenten archeologiebeleid ontwikkeld.
5.4.2
Archeologiebeleid Asten
Het archeologisch beleid van de gemeente Asten is vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Asten Archeologie 2012’. Dit is vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Asten Archeologie 2012’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 24 juni 2013 en omvat het gehele grondgebied van de gemeente Asten waarover het gemeentelijk archeologiebeleid geïmplementeerd moet worden. De regels van het bestemmingsplan ‘Asten Archeologie 2012’ zijn één op één in het bestemmingsplan ‘Asten Verzamelplan 2019-1 (herstelbesluit)’ overgenomen. In het bestemmingsplan ‘Asten Verzamelplan 2019-1 (herstelbesluit)’ kent de projectlocatie gedeeltelijk de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Ter plaatse van gronden met deze dubbelbestemming geldt een onderzoeksplicht naar archeologische monumenten op of in de grond bij een bodemingreep van meer dan 2.500 m² en dieper dan 0,4 meter beneden maaiveld. Als gevolg van de voorgestelde herontwikkeling zal geen bodemingreep van meer dan 2.500 m² en dieper dan 0,4 meter plaatsvinden. Archeologisch onderzoek ten behoeve van de voorgesteld herontwikkeling is dan ook niet noodzakelijk.
Crijns Rentmeesters bv
33
Ruimtelijke onderbouwing – ‘Tureluurweg 7’ – gemeente Asten
5.5
Flora en fauna
5.5.1
Inleiding
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht geworden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in de bescherming van gebieden (gebiedsbescherming) en de bescherming van soorten (soortenbescherming).
5.5.2
Gebiedsbescherming
5.5.2.1
Inleiding
In de Wet natuurbescherming is de Europese regelgeving omtrent natuurbescherming, zoals vastgelegd in de Vogel- en Habitatrichtlijn als uitgangspunt genomen. De gebiedsbescherming van de Wnb richt zich in hoofdzaak op de bescherming van de Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van gebiedsbescherming is in de Wet natuurbescherming opgenomen dat beoordeeld dient te worden of plannen (en projecten) significante gevolgen kunnen hebben voor de Natura 2000gebieden. Een plan kan worden vastgesteld indien op grond van objectieve gegevens kan worden uitgesloten dat een plan, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, een verslechterend of een significant verstorend effect kan hebben voor de Natura 2000-gebieden. Er gelden dan geen verdere restricties of procedurele vereisten vanuit de Wet natuurbescherming. Het dichtstbijzijnde gelegen Natura 2000-gebied betreft het Vogel- en Habitatrichtlijngebied ‘Groote Peel’. Dit gebied is op een afstand van circa 300 meter ten zuiden van de projectlocatie gelegen. De Groote Peel vormt tezamen met de nabijgelegen Deurnsche Peel en Mariapeel het restant van wat eens een uitgestrekt oerlandschap van levend hoogveen was. Deze peelhoogvenen werden grotendeels afgegraven tot op de zandondergrond.
De Groote Peel is samen met de Deurnsche Peel en Mariapeel de zuidelijkste representant van de vlakke subatlantische hoogvenen, die elders en ook in de Peelregio door afgraving, ontginning en verveningen grotendeels zijn verdwenen. De Groote Peel wordt gekenmerkt door een complex van horsten en slenken. Het gebied kent daardoor een grote landschappelijke afwisseling van open vochtige en droge heideterreinen, pijpestrootjessavannen, struwelen en bosjes en moerassige laagten met veenputten en plaatselijk bossen en natte heide. Door eerdere vernattingsmaatregelen zijn verschillende grote plassen ontstaan. In enkele veenputten vindt veengroei plaats. Natura 2000-gebieden kunnen schade ondervinden wegens diverse aspecten, zoals verdroging, oppervlakteverlies, verontreiniging, versnippering, verzilting, optische verstoring, verzuring en vermesting.
Crijns Rentmeesters bv
34
Ruimtelijke onderbouwing – ‘Tureluurweg 7’ – gemeente Asten
5.5.2.2
Potentiële externe effecten, niet zijnde stikstof
De beoogde ontwikkelingen vindt plaats binnen de bestaande landschapscamping. Als gevolg van de interne uitbreiding van de landschapscamping zal er geen sprake zijn van oppervlakteverlies, verontreiniging, optische verstoringen, geluids- en lichtverstoring of mechanische effecten op het Natura 2000-gebied ‘Groote Peel’. 5.5.2.3
Stikstof
In Nederland zijn er 118 (van de 161) Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats, waarvan de kritische depositiewaarde (KDW) reeds wordt overschreden. De KDW geeft aan bij welke mate van stikstofdepositie wordt aangenomen dat niet langer op voorhand kan worden uitgesloten dat er een risico is dat de kwaliteit van het habitattype wordt aangepast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van de stikstofdepositie. Indien een planvoornemen geen stikstofdepositie veroorzaakt op de Natura 2000-gebieden, of per saldo geen toename ten opzichte van de referentiesituatie, kan worden uitgesloten dat het plan een significant gevolg kan hebben. Met Aerius Calculator wordt de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling berekend. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is met Aerius Calculator een Aerius-berekening uitgevoerd voor de gebruiksfase. De memo behorende bij deze berekening d.d. 24 februari 2022 is als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd. De conclusie uit de memo luidt als volgt: “Uit dit onderzoek blijkt dat de emissie die als gevolg van dit plan vrijkomt ten opzichte van de referentiesituatie leidt tot een depositieresultaat van 0,00 mol N/ha/jaar. In bijlage 1 is de complete Aerius-berekening bijgevoegd.
Om die reden kan de conclusie worden getrokken dat het plan aan de Tureluurweg 7 te Asten niet leidt tot significante effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied. Een passende beoordeling is niet aan de orde. Stikstofdepositie vormt daarmee geen belemmeringen voor de haalbaarheid van de bestemmingsplanprocedure.”
5.5.3
Soortenbescherming
De Wet natuurbescherming heeft tot doel in het wild levende planten en dieren te beschermen met het oog op de instandhouding van soorten. De verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden in de Wet natuurbescherming zijn uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit de vereisten van de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern, het Verdrag van Bonn, het Biodiversiteitsverdrag en de Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming. Het gaat daarbij om alle op het Europees grondgebied in het wild levende vogels en voorts om de dieren en planten van de soorten van Europees belang die van nature op het Nederlands grondgebied voorkomen. Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient dus vooraf een beoordeling plaats te vinden. Derhalve is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. De rapportage van deze quickscan d.d. 22
Crijns Rentmeesters bv
35
Ruimtelijke onderbouwing – ‘Tureluurweg 7’ – gemeente Asten
februari 2023 met rapportnummer 2310 is als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd. De eindconclusie uit de rapportage luidt als volgt:
- “Met de interne uitbreiding van Camping Wetland gaan geen beschermde natuurwaarden verloren, overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming zijn niet aan de orde.
- Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag zijn niet nodig. - De interne uitbreiding van de camping zal niet leiden tot significante negatieve effecten op het nabijgelegen Natura 2000-gebied.
- De voorzorgsmaatregelen voor Vogels algemeen en Toepassing algemene zorgplicht (zie paragraaf 8 onder Voorzorgsmaatregelen) voor vrijgestelde soorten dient te worden opgevolgd.” Als gevolg van de beoogde ontwikkeling ontstaan geen conflicten met beschermde dier- en plantensoorten.
Crijns Rentmeesters bv
36
Ruimtelijke onderbouwing – ‘Tureluurweg 7’ – gemeente Asten
5.6
Geluid
De Wet geluidhinder (Wgh) biedt bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de Wgh is beperkt tot een geluidszone langs wegen. Binnen deze geluidszone zijn de regels van de Wgh van toepassing. De Wgh niet geldt voor 30-km wegen en voor woonerven. De systematiek van de zonering Wet geluidhinder voor wegverkeer houdt in dat langs een (toekomstige) verkeersweg een geluidszone ligt waarbinnen in een aantal situaties bescherming wordt geboden aan geluidsgevoelige bestemmingen. Deze bescherming geldt in de volgende situaties: -
via een ruimtelijk besluit de aanleg van een weg mogelijk maken;
-
via een ruimtelijk besluit een geluidsgevoelige bestemming in de zone realiseren;
-
de reconstructie/wijziging van een bestaande weg.
De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten:
-
woningen; andere geluidsgevoelige gebouwen (onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, kinderdagverblijven)
-
geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen, ligplaatsen voor woonschepen).
Recreatiewoningen, verblijfsmiddelen en kampeerterreinen zijn niet geluidgevoelig. Er wordt dan ook geen nieuwe geluidsgevoelige bestemming dan wel functie binnen een geluidszone mogelijk gemaakt. Akoestisch onderzoek inzake de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer is niet aan de orde. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient getoetst te worden of er ter plaatse van de projectlocatie sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Onderstaand figuur laat zien dat ter plaatse sprake is van een geluidsbelasting van 0-48 dB. Hiermee kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
Figuur 12: Geluidbelasting ter plaatse van projectlocatie
Crijns Rentmeesters bv
37
Ruimtelijke onderbouwing – ‘Tureluurweg 7’ – gemeente Asten
5.7
Agrarische bedrijvigheid
Bij besluitvorming omtrent de (her)ontwikkeling van nieuwe geurgevoelige objecten dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen:
-
Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object). Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).
Bovenstaande vragen zijn slechts relevant als er sprake is van de toevoeging van nieuwe geurgevoelige objecten. Uit artikel 1 Wgv geeft de definitie van geurgevoelig object. Daaruit blijkt dat het moet gaan om:
-
gebouw bestemd voor bewoning of verblijf geschikt voor bewoning of verblijf permanent - of daarmee vergelijkbaar – gebruik
De nieuwe kampeerplaatsen zijn niet als geurgevoelig aan te merken. Wat betreft de nieuwe vakantiehuisjes geldt dat een gebouw een geurgevoelig object is indien dit bedoeld is om te worden gebruikt voor menselijk verblijf, dat gebruik structureel is en gedurende een bepaalde periode plaatsvindt door dezelfde personen, zodat sprake is van langdurige blootstelling van die personen aan geurhinder in dat gebouw. Om te voorkomen dat sprake is van een permanent of daarmee vergelijk gebruik van de vakantiehuisje voor verblijf, zijn in de regels van het bestemmingsplan ‘Asten verzamelplan 2022-2’ beperkingen gesteld aan de duur van het verblijf in de vakantiehuisjes. Personen mogen maximaal 3 weken aaneengesloten verblijven in de vakantiehuisjes, waarbij de periode tussen twee verblijfsperiodes door diezelfde personen minimaal 2 weken dient te bedragen. Als gevolg van deze beperking in combinatie met de niet-jaarronde openstelling van de camping, kan gesteld worden dat er geen sprake zal zijn van permanent of daarmee vergelijkbaar gebruik en derhalve geen sprake is van geurgevoelige objecten binnen de projectlocatie. Als gevolg van de voorgestelde ontwikkeling worden dan ook geen veehouderijbedrijven in de omgeving onevenredig in hun belangen geschaad.
Crijns Rentmeesters bv
38
Ruimtelijke onderbouwing – ‘Tureluurweg 7’ – gemeente Asten
5.8
Bedrijven en milieuzonering
5.8.1
Inleiding
Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking “Bedrijven en Milieuzonering”. De (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die planologisch mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’.
5.8.2
Bedrijven en milieuzonering binnen projectlocatie
Als gevolg van de beoogde interne uitbreiding, blijft zowel de bestemming als de begrenzing van de bestemming ongewijzigd. De uitbreiding heeft dan ook geen gevolgen in het kader van bedrijven en milieuzonering. De activiteiten ter plaatse van de projectlocatie vallen op de basis van de (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ onder de omschrijving ‘Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken)’ (SBI 561). Ten aanzien van deze activiteiten dient een afstand van 30 meter in het kader van geur, 50 meter in het kader van geluid en 30 meter in het kader van gevaar aangehouden te worden ten aanzien van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Binnen een straal van 50 meter rondom de projectlocatie zijn geen gevoelige objecten gelegen.
5.8.3
Bedrijven en milieuzonering in omgeving projectlocatie
In de omgeving van de projectlocatie vindt geen niet-agrarische bedrijvigheid plaats. De beoogde ontwikkelingen zijn dan ook in het kader van bedrijven en milieuzonering geen bezwaar.
Crijns Rentmeesters bv
39
Ruimtelijke onderbouwing – ‘Tureluurweg 7’ – gemeente Asten
5.9
Externe veiligheid
5.9.1
Inleiding
Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risico is daarbij gedefinieerd als ‘de kans op overlijden’ voor personen. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: risicovolle inrichtingen, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg en het water) en kabels en leidingen. Deze aspecten worden in de navolgende (sub)paragrafen nader toegelicht.
5.9.2
Risico’s
Ten aanzien van risico’s wordt onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR): Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar contour. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen (minimaal 10) overlijdt, als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen.
5.9.3
Beleidskader
5.9.3.1
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)
Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. Met het besluit wordt beoogd een wettelijke grondslag te geven aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het besluit bevat eisen voor het PR en regels voor het GR. 5.9.3.2
Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb)
Het externe veiligheidsbeleid bij buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd is sinds 1 januari 2011 vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In dit besluit is vastgelegd hoe gemeenten moeten omgaan met de externe veiligheid van buisleidingen bij het vaststellen van ruimtelijke besluiten.
Crijns Rentmeesters bv
40
Ruimtelijke onderbouwing – ‘Tureluurweg 7’ – gemeente Asten
5.9.3.3
Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt)
Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) waarborgt een basisbeschermingsniveau door te voorkomen dat bij ruimtelijke ontwikkelingen mensen worden blootgesteld aan een hoger risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen dan maatschappelijk aanvaardbaar wordt geacht. Het besluit van 11 november 2013 bevat eisen voor het PR en regels voor het GR.
5.9.4
Beoordeling van de projectlocatie
5.9.4.1
Bedrijven
De projectlocatie is op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied van een bedrijf met betrekking tot de externe veiligheid. Ter plaatse van de projectlocatie is echter wel sprake van een privézwembad, waarbij incidenteel gebruik wordt gemaakt van (opslag van) chloor. Ter plaatse wordt echter dermate weinig gebruik gemaakt van (opslag van) chloor, dat deze opslag kan worden verwaarloosd. Dit vormt in het kader van externe veiligheid geen risico waarbij kans op overlijden voor personen bestaat. De projectlocatie is dan ook niet als zodanig opgenomen op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant. 5.9.4.2
Vervoer van gevaarlijke stoffen
Vervoer over het spoor Op het grondgebied van de gemeente Asten bevindt zich geen spoortracé. Dit aspect is dus niet van toepassing. Vervoer over de weg Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. De grotere doorgaande wegen in de gemeente waarover dergelijke transporten zullen plaatsvinden zijn de autosnelweg A67 en de provinciale weg N279. De A67 is op een afstand van ruim 3 kilometer ten noorden van de projectlocatie gelegen. De N279 is op ruim 500 meter ten zuiden van de projectlocatie gelegen. Plaatsgebonden risico In het Bevt wordt voor het plaatsgebonden risico van een weg een veiligheidszone gehanteerd. Dit is een zone langs een weg waarbinnen geen nieuwe kwetsbare objecten zijn toegestaan. De veiligheidszone wordt gemeten vanaf het midden van de weg en begrensd door de maximale 10-6/jaar contour. Ten aanzien van de A67 dient ter plaatse van het projectgebied een veiligheidsafstand van 29 meter te worden aangehouden. De projectlocatie ligt buiten deze veiligheidszone. Voor de provinciale weg N279 geldt geen veiligheidsafstand. Groepsrisico In het Bevt is aangegeven dat de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico doorlopen moet worden voor ruimtelijke ontwikkelingen wanneer deze (gedeeltelijk) binnen 200 meter van risicovolle infrastructuur liggen.
De projectlocatie ligt buiten 200 meter van de A67. Ook ligt het groepsrisico van de rijksweg A67 en de provinciale weg N279 ruim beneden de oriëntatiewaarde.
Crijns Rentmeesters bv
41
Ruimtelijke onderbouwing – ‘Tureluurweg 7’ – gemeente Asten
Invloedsgebied Een (beperkte) verantwoordingsplicht voor de hoogte van het groepsrisico is aan de orde indien het projectgebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van de A67. Het invloedsgebied wordt bepaald door de 1% letaliteitsafstand van de stofcategorieën die getransporteerd worden. Voor de A67 zijn dit vloeibare toxische stoffen (LT1, LT2 en LT3). De A67 kent dan ook een invloedsgebied van 4.000 meter. De projectlocatie is dan ook gelegen in het invloedsgebied van de A67. Specifiek voor vloeibare toxische stoffen kan in het kader van de (beperkte) verantwoording van het groepsrisico gebruik worden gemaakt van het standaard advies van de veiligheidsregio: -
Communiceer actief met de omwonenden in het plangebied over de risico’s van de gevaarlijke stoffen. Geef daarbij aan wat omwonenden moeten doen bij een incident, namelijk vluchten van de risicobron af. Dit bevordert de zelfredzaamheid van omwonenden. Dit advies geldt ook voor bedrijfshulpverleningsorganisaties.
-
Pas de beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening van VRBZO toe. Wanneer een beoogde oplossing aan de beleidsregels voldoet, kunt u ervan uitgaan dat een goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten en een adequate bluswatervoorziening gerealiseerd wordt.
-
Nieuw op te richten gebouwen moeten aan het Bouwbesluit 2012 voldoen. In dit besluit is geregeld dat gebouwen uitgevoerd moeten worden met een mechanische ventilatie die uitgezet kan worden. Aanvullend op deze regelgeving adviseren wij om de aanzuigopeningen van deze ventilatie bij voorkeur hoog en afgekeerd van de risicobron te realiseren.
Vervoer over het water Op het grondgebied van de gemeente Asten bevindt zich geen waterwegverbinding waarover gevaarlijke stoffen vervoerd worden. Dit aspect is dus niet van toepassing. Buisleidingen Aan de westzijde van de gemeente Asten, parallel aan de gemeentegrens met Someren, bevindt zich een gasleiding. De projectlocatie is op een afstand van circa 7 kilometer van deze buisleiding gelegen. Deze aardgasleiding Z-540-01 heeft een diameter van 368 mm en een gasdruk van maximaal 40,0 bar. De aardgasleiding Z-540-01 heeft een invloedsgebied (1% letaal) van 180 meter. De projectlocatie is buiten dit invloedsgebied gelegen.
5.9.4.3
Hoogspanningsleidingen
Aan de westzijde van de gemeente Asten, parallel aan de gemeentegrens met Someren, bevindt zich een hoogspanningslijn. Deze hoogspanningslijn bevindt zich op een afstand van circa 7 kilometer van de projectlocatie en vormt daarmee geen risico voor de beoogde herontwikkeling.
Crijns Rentmeesters bv
42
Ruimtelijke onderbouwing – ‘Tureluurweg 7’ – gemeente Asten
5.10 Luchtkwaliteit 5.10.1 Inleiding Het beleid om tot een goede luchtkwaliteit te komen volgt twee sporen: 1. beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen en; 2. voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm).
5.10.2 Uitstoot van schadelijke stoffen De borging van de luchtkwaliteit vindt onder andere plaats middels een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma (NSL). Binnen het NSL werken het rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bij één ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto. Bij twee ontsluitingswegen geldt een aantal van 3.000 woningen netto.
Aangezien de beoogde ontwikkeling geen toename van de verkeersbewegingen tot gevolg heeft die vergelijkbaar is met aantal verkeersbewegingen bij de nieuwbouw van 1.500 woningen, kan worden gesteld dat dit plan onder het begrip NIBM valt en de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht.
5.10.3 Blootstelling aan verontreiniging 5.10.3.1 Fijnstof In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijnstof:
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³. de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde.
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.
Ter plaatse van de projectlocatie is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 18 µg/m³ (bron: Atlas Leefomgeving). De jaargemiddelde concentratie PM 2,5 bedraagt 11 µg/m³ (bron: Atlas Leefomgeving).
Crijns Rentmeesters bv
43
Ruimtelijke onderbouwing – ‘Tureluurweg 7’ – gemeente Asten
De grenswaarde van maximaal 35 dagen boven een daggemiddelde concentratie PM 10 van 50 µg/m³ is sinds 2011 op geen enkele meetlocatie meer overschreden. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van fijnstof geen bezwaar is. 5.10.3.2 Stikstofdioxide De Europese richtlijn luchtkwaliteit geeft de volgende grenswaarde voor stikstofdioxide:
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m³.
Ter plaatse van het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie NO2 van 15 µg/m³ (bron: Atlas Leefomgeving). Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van stikstofdioxide geen bezwaar is.
5.10.4 Besluit gevoelige bestemmingen Het ‘Besluit gevoelige bestemmingen’ (luchtkwaliteitseisen) is in de Wet milieubeheer verankerd. Deze AMvB beperkt de vestiging van ‘gevoelige bestemmingen’ in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. Het besluit richt zich op de bescherming van mensen die verhoogd gevoelig zijn voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Recreatiewoningen/kampeerplaatsen en horeca zijn geen gevoelige bestemmingen, zoals bedoelt in het ‘Besluit gevoelige bestemmingen’. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in het kader van ‘Besluit gevoelige bestemmingen’ geen bezwaar is.
Crijns Rentmeesters bv
44
Ruimtelijke onderbouwing – ‘Tureluurweg 7’ – gemeente Asten
5.11 Gezondheid 5.11.1 Endotoxine De intensieve veehouderijen binnen de agrarische sector dragen bij aan de emissies van fijn stof PM 10 in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Op 7 juli 2016 zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een relevante component in de (fijn)stof emissie uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. Deze notitie haakt in op de lopende ontwikkeling van het landelijke endotoxinetoetsingskader en maakt
gebruik
van
de
daaruit
voortkomende
onderzoeksresultaten.
De
voorlopige
onderzoeksresultaten zijn voor de Gezondheidsraad in 2012 aanleiding geweest om voor de algemene bevolking een gezondheidskundige advieswaarde voor endotoxine van 30 EU/m³ aan het Rijk te adviseren. Deze advieswaarde wordt tevens gehanteerd in de notitie. Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van een gevoelig object en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. Als gevolg van de beoogde ontwikkelingen worden geen gevoelige objecten opgericht. De beoogde ontwikkelingen aan Tureluurweg 7 zijn in het kader van endotoxine dan ook geen bezwaar.
5.11.2 Geitenhouderijen Mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, hebben meer kans op longontsteking dan gemiddeld. Het gaat om een straal van twee kilometer rondom geitenhouderijen. Een eerdere studie, over de periode 2007-2013, gaf dit verband al aan. Het nieuwste onderzoek naar Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (rapportage VGO 3, september 2018) bevestigt deze bevindingen voor de jaren 2014-2016 in het oosten van Noord-Brabant en het noorden van Limburg. Beide onderzoeken zijn uitgevoerd door het Nivel in samenwerking met IRAS/UU, WUR en het RIVM. Naar aanleiding van het rapport VGO adviseert de GGD aan gemeenten geen nieuwe gevoelige objecten planologisch mogelijk te maken binnen een afstand van 2 kilometer tot een geitenhouderij. Als gevolg van de beoogde ontwikkelingen worden geen gevoelige objecten opgericht. De beoogde ontwikkelingen aan Tureluurweg 7 zijn in het kader van geitenhouderijen dan ook geen bezwaar.
Crijns Rentmeesters bv
45
Ruimtelijke onderbouwing – ‘Tureluurweg 7’ – gemeente Asten
5.12 Besluit milieueffectrapportage 5.12.1 Inleiding De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (mer) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een mer moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een mer te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarden dient een mer te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof d.d. 15 oktober 2009 en het daarop per 1 april 2011 aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een mer nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarden uit lijst D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project immers nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit mer dient een vormvrije mer-beoordeling plaats te vinden. Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit mer in werking getreden.
In dit besluit is de vormvrije merbeoordeling voor activiteiten uit lijst D, ook beneden de grenswaarden, vervangen door de merbeoordelingsplicht.
5.12.2 Toets beoogde ontwikkeling De beoogde ontwikkeling valt op basis van het Besluit mer onder de activiteit “de aanleg, wijziging of uitbreiding
van
skihellingen,
skiliften,
kabelspoorwegen,
jachthavens,
vakantiedorpen
en
hotelcomplexen buiten stedelijke zones, permanente kampeer- en caravanterreinen of themaparken”.
5.12.3 Vormvrije m.e.r. beoordeling Als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling bijgevoegd. Uit deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan geconcludeerd worden dat, gelet op de kenmerken van het plan, de locatie van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten, het plan niet leidt tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’. De effecten blijven beperkt tot de projectlocatie en de directe omgeving daarvan. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.(beoordelings)procedure of m.e.r.-procedure.
Crijns Rentmeesters bv
46
Ruimtelijke onderbouwing – ‘Tureluurweg 7’ – gemeente Asten
6.
UITVOERBAARHEID
6.1
Economische uitvoerbaarheid
Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel dat mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie, worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. De beoogde ontwikkelingen zoals omschreven in onderhavige ruimtelijke onderbouwing biedt geen nieuwe bouwmogelijkheden. Een overeenkomst in het kader van het bepaalde in de Grexwet is dan ook niet aan de orde. Wel is tussen initiatiefnemer en de gemeente Asten een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten, welke regelt dat eventuele planschade als gevolg van de beoogde ontwikkeling verhaald wordt op initiatiefnemer. Op deze wijze is de financiële haalbaarheid van het plan gegarandeerd.
6.2
Omgevingsdialoog
Door initiatiefnemer is met de bewoners van een zevental adressen in de nabijheid van de projectlocatie een dialoog gevoerd waarin de omwonenden in de gelegenheid zijn gesteld hun visie te geven op de voorgenomen ontwikkeling. De gemeente Asten heeft het verslag van deze omgevingsdialoog ontvangen.
6.3
Vooroverleg
In het kader van het wettelijk vooroverleg wordt deze ruimtelijke onderbouwing als onderdeel van het bestemmingsplan ‘Asten verzamelplan 2022-2’ aangeboden aan de vooroverlegpartners.
6.4
Zienswijzen
In het kader van de bestemmingsplanprocedure wordt deze ruimtelijke onderbouwing als onderdeel van het bestemmingsplan ‘Asten verzamelplan 2022-2’ ter inzage gelegd.
Crijns Rentmeesters bv
47
Ruimtelijke onderbouwing ‘Tureluurweg 7’ gemeente Asten
Crijns Rentmeesters bv
48
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Totale emissie
Aanlegfase - Beoogd
Resultaten
Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
Rzn4eUgWLnWd (23 maart 2023)
NOX Advies Tureluurweg 7 , 5721 RZ Asten Tureluurweg 7 te Asten Aanlegfase Rzn4eUgWLnWd 23 maart 2023, 21:56 Wnb-rekengrid Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
2024 -
33,9 g/j
1,6 kg/j
2/7
Projectberekening
Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Wonen en Werken | Recreatie | Plangebied 3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Inzet mobiele werktuigen Verkeersnetwerk
Rzn4eUgWLnWd (23 maart 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
26,4 g/j 7,5 g/j
1,4 kg/j 0,2 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.
Rzn4eUgWLnWd (23 maart 2023)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
Rzn4eUgWLnWd (23 maart 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/7
Projectberekening
Aanlegfase, Rekenjaar 2024 1
Wonen en Werken | Recreatie
Naam Plangebied Uittreedhoogte Locatie X:186662,53 Warmteinhoud Y:375418,21 Spreiding Oppervlakte 1,62 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Bouwverkeer X:186817,4 Y:374998,18 1.103,57 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
1,0 m 0,000 MW 1m
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
-
-
Aantal voertuigen
In file
100 p/jaar 0 p/jaar 50 p/jaar 0 p/jaar
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Inzet mobiele werktuigen X:186511,73 Y:375407,1 2,24 ha
Stageklasse
Mobiele werktuigen < Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, 75 kW diesel, SCR: ja Mobiele werktuigen > Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, 75 kW diesel, SCR: ja
0,2 kg/j 59,9 g/j 7,5 g/j
NOₓ NH₃
1,4 kg/j 26,4 g/j
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik
80 l/j
16 u/j
5 l/j
30 l/j
2 u/j
0 l/j
Stof Emissie
NOₓ
0,4 kg/j NH₃ 19,2 g/j NOₓ 1,0 kg/j NH₃ 7,2 g/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rzn4eUgWLnWd (23 maart 2023)
6/7
Projectberekening
Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230315_cd85399aac Database versie 2022_cd85399aac Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
Rzn4eUgWLnWd (23 maart 2023)
7/7
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Totale emissie
Referentiesituatie - Referentie Toekomstige situatie - Beoogd
Resultaten
Referentiesituatie - Referentie Toekomstige situatie - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
RSWj52Pe2tDJ (23 maart 2023)
NOX Advies Tureluurweg 7 , 5721 RZ Asten Tureluurweg 7 te Asten Gebruiksfase in relatie tot referentiesituatie RSWj52Pe2tDJ 23 maart 2023, 23:03 Wnb-rekengrid Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
2024 2024
0,05 mol/ha/j 0,05 mol/ha/j 0,00 ha 66,25 ha 0,00 mol/ha/j 0,01 mol/ha/j
0,2 kg/j 0,4 kg/j
2222622 2218035
37,2 kg/j 10,3 kg/j
Groote Peel Groote Peel
2/10
Projectberekening
Toekomstige situatie (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Wonen en Werken | Recreatie | Plangebied 4 Mobiele werktuigen | Landbouw | Tractor (Stage IIIB of hoger) 5 Mobiele werktuigen | Consumenten mobiele werktuigen | Zitmaaiers 6 Wonen en Werken | Woningen | Woning 7 Wonen en Werken | Recreatie | Sanitairgebouw (elektrisch) 8 Wonen en Werken | Recreatie | Recreatieve units Verkeersnetwerk
RSWj52Pe2tDJ (23 maart 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,2 kg/j 3,8 g/j 0,3 kg/j
4,8 kg/j 2,0 kg/j 1,1 kg/j 70,0 g/j 2,3 kg/j
3/10
Projectberekening
Referentiesituatie (Referentie), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Wonen en Werken | Recreatie | Plangebied 4 Mobiele werktuigen | Landbouw | Tractor 5 Mobiele werktuigen | Consumenten mobiele werktuigen | Zitmaaiers 6 Wonen en Werken | Woningen | Woning 7 Wonen en Werken | Recreatie | Sanitairgebouw 8 Wonen en Werken | Recreatie | Recreatieve units Verkeersnetwerk
RSWj52Pe2tDJ (23 maart 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
7,5 g/j 3,0 g/j 0,2 kg/j
30,6 kg/j 1,6 kg/j 1,1 kg/j 2,3 kg/j 20,0 g/j 1,5 kg/j
4/10
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie
De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie.
RSWj52Pe2tDJ (23 maart 2023)
5/10
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Toekomstige situatie" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
66,25
Per gebied
Berekend (ha gekarteerd)
Groote Peel (140)
66,25
RSWj52Pe2tDJ (23 maart 2023)
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
1.896,85
1.896,85
0,00
0,00
0,00
0,00
66,25
66,25
0,01
0,01
6/10
Projectberekening
Toekomstige situatie, Rekenjaar 2024 1
Wonen en Werken | Recreatie
Naam Plangebied Uittreedhoogte Locatie X:186662,53 Warmteinhoud Y:375418,21 Spreiding Oppervlakte 1,62 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Verkeersaantrekkende werking (Zuid, 50%) X:186816,51 Y:374932,68 Type scherm 995,32 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Mobiele werktuigen | Landbouw
Naam Locatie Oppervlakte
Naam Stageklasse
Tractor (Stage IIIB of hoger) X:186510,21 Y:375407,1 2,22 ha
-
Aantal voertuigen
1,0 kg/j 0,2 kg/j 0,1 kg/j
In file
6355 p/jaar 0 p/jaar 0 p/jaar 0 p/jaar
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
4,8 kg/j 0,2 kg/j
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik Stof Emissie
Tractor Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, SCR: ja 784 l/j
RSWj52Pe2tDJ (23 maart 2023)
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
1,3 kg/j 0,3 kg/j 0,1 kg/j
In file
6355 p/jaar 0 p/jaar 40 p/jaar 0 p/jaar
Verkeersaantrekkende werking (Noord, 50%) X:186861,5 Y:375405,32 Type scherm 777,19 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
-
Aantal voertuigen
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
4
1,0 m 0,000 MW 1m
112 u/j 47 l/j
NOₓ 4,8 kg/j NH₃ 0,2 kg/j
7/10
Projectberekening
5
Mobiele werktuigen | Consumenten mobiele werktuigen
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Zitmaaiers X:186655,38 Y:375446,76 0,87 ha
Stageklasse
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik Stof Emissie
Zitmaaiers alle werktuigen op benzine, 4takt 500 l/j 6
Wonen en Werken | Woningen
Naam Woning Uittreedhoogte Locatie X:186661,73 Warmteinhoud Y:375391,23 Spreiding Oppervlakte 0,02 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 7
Wonen en Werken | Recreatie
Naam Sanitairgebouw Uittreedhoogte (elektrisch) Warmteinhoud Locatie X:186669,44 Spreiding Y:375430,64 Oppervlakte 0,01 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 8
Wonen en Werken | Recreatie
Naam Recreatieve units Uittreedhoogte Locatie X:186693,49 Warmteinhoud Y:375462,59 Spreiding Oppervlakte 0,10 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
RSWj52Pe2tDJ (23 maart 2023)
2,0 kg/j 3,8 g/j
NOₓ 2,0 kg/j NH₃ 3,8 g/j
8,0 m 0,000 MW 4m
NOₓ
1,1 kg/j
NOₓ
70,0 g/j
3,0 m 0,000 MW 2m
2,0 m 0,000 MW 1m
8/10
Projectberekening
Referentiesituatie, Rekenjaar 2024 1
Wonen en Werken | Recreatie
Naam Plangebied Uittreedhoogte Locatie X:186662,53 Warmteinhoud Y:375418,21 Spreiding Oppervlakte 1,62 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
Verkeersaantrekkende werking (zuid, 50%) X:186816,51 Y:374932,68 Type scherm 995,32 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
Max. snelheid
Max. snelheid
Naam Locatie Oppervlakte
Naam Stageklasse
Tractor X:186510,21 Y:375407,1 2,22 ha
0,6 kg/j 0,1 kg/j 71,5 g/j
In file
4129 p/jaar 0 p/jaar 0 p/jaar 0 p/jaar
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
30,6 kg/j 7,5 g/j
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik Stof Emissie
Tractor Stage-I, <= 2001, <= 56 kW, diesel, SCR: nee 1000 l/j
RSWj52Pe2tDJ (23 maart 2023)
-
Aantal voertuigen
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Mobiele werktuigen | Landbouw
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
0,9 kg/j 0,2 kg/j 95,2 g/j
In file
4129 p/jaar 0 p/jaar 40 p/jaar 0 p/jaar
Verkeersaantrekkende werking (Noord, 50%) X:186861,5 Y:375405,32 Type scherm 777,19 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
-
Aantal voertuigen
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
4
1,0 m 0,000 MW 1m
122 u/j
NOₓ 30,6 kg/j NH₃ 7,5 g/j
9/10
Projectberekening
5
Mobiele werktuigen | Consumenten mobiele werktuigen
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Zitmaaiers X:186655,38 Y:375446,76 0,87 ha
Stageklasse
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue verbruik Stof Emissie
Zitmaaiers alle werktuigen op benzine, 4takt 400 l/j 6
Wonen en Werken | Woningen
Naam Woning Uittreedhoogte Locatie X:186661,73 Warmteinhoud Y:375391,23 Spreiding Oppervlakte 0,02 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 7
Wonen en Werken | Recreatie
Naam Sanitairgebouw Uittreedhoogte Locatie X:186669,44 Warmteinhoud Y:375430,64 Spreiding Oppervlakte 0,01 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 8
Wonen en Werken | Recreatie
1,6 kg/j 3,0 g/j
Naam Recreatieve units Uittreedhoogte Locatie X:186693,49 Warmteinhoud Y:375462,59 Spreiding Oppervlakte 0,10 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie
NOₓ 1,6 kg/j NH₃ 3,0 g/j
8,0 m 0,000 MW 4m
NOₓ
1,1 kg/j
3,0 m 0,000 MW 2m
NOₓ
2,3 kg/j
2,0 m 0,000 MW 1m
NOₓ
20,0 g/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022_20230315_cd85399aac Database versie 2022_cd85399aac Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RSWj52Pe2tDJ (23 maart 2023)
10/10
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
2
Inhoud 1. INLEIDING ...............................................................................................................................3 1.1 Aanleiding .............................................................................................................................3 1.2 Kader van het onderzoek. .....................................................................................................3 1.3 Doelstelling onderzoek ..........................................................................................................3 2. BESCHRIJVING PLANGEBIED....................................................................................................4 2.1 Ligging en beschrijving plangebied.........................................................................................4 2.2 Beoogde ontwikkeling ...........................................................................................................4 2.3 Foto- impressie plangebied....................................................................................................6 3. WERKWIJZE ............................................................................................................................8 4.
NATUURBESCHERMING IN NEDERLAND .................................................................................9 4.1 Soortenbescherming .............................................................................................................9 4.2 Gebiedsbescherming ........................................................................................................... 12 4.3 Bescherming van houtopstanden ........................................................................................ 13 5. RESULTATEN ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING............................................................. 14 5.1 Flora .................................................................................................................................... 14 5.2 Vogels ................................................................................................................................. 14 5.3 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................................ 16 5.4 Vleermuizen ........................................................................................................................ 17 5.5 Ongewervelden ...................................................................................................................
18 5.6 Vissen, reptielen en amfibieën............................................................................................. 19 6. RESULTATEN ONDERZOEK GEBIEDSBESCHERMING .............................................................. 20 6.1 Natura 2000 ........................................................................................................................ 20 6.2 Natuurnetwerk Brabant/ Ecologische hoofdstructuur .......................................................... 23 6.3 Houtopstanden ................................................................................................................... 23 7. SAMENVATTING EN CONCLUSIE ........................................................................................... 24 8. VOORZORGSMAATREGELEN ................................................................................................. 26 9. GERAADPLEEGDE BRONNEN ................................................................................................. 26 Bijlage 1. Beschermde soorten Vogelrichtlijn Bijlage 2. Beschermde soorten Habitatrichtlijn Bijlage 3. Beschermde soorten Provincie Noord- Brabant, ‘Andere soorten’ Bijlage 4. Vrijgestelde soorten
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
3
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding
Initiatiefnemer is voornemens om landschapscamping Wetland aan de Tureluurweg 7 in Asten intern uit te breiden. Hiervoor dient het vigerende bestemmingsplan te worden herzien. Crijns rentmeesters te Asten begeleidt de initiatiefnemer tijdens de te doorlopen planologische procedure. Ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing voor het nieuwe bestemmingsplan dient een Quickscan Flora en fauna (een verkennende natuurtoets) uitgevoerd te worden. Aan Lomans Ecoworks is door de initiatiefnemers opdracht verleend tot het uitvoeren van deze quickscan.
1.2
Kader van het onderzoek
Projecten of handelingen dienen te worden getoetst aan de wet- en regelgeving voor natuur. De natuurbescherming in Nederland bestaat uit de volgende kaders: • Wet natuurbescherming: o Soortenbescherming o Gebiedsbescherming o Houtopstanden
1.3
• o
Provinciale verordening: Natuurnetwerk Nederland (NNN)
• o
Gemeentelijke regelgeving: APV bomenkap
Doelstelling van het onderzoek
Middels dit verkennende onderzoek wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen/uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. En op welke wijze en in welke mate de beoogde ontwikkeling effect kan hebben op het (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten. Aanvullend wordt bepaald of ontwikkelingen effect hebben op beschermde natuurwaarden van nabijgelegen Natura 2000- gebieden, gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland en houtopstanden die op basis van de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Indien de beoogde ontwikkeling kan leiden tot negatieve effecten, leidt de quickscan tot aanbeveling voor vervolgstappen om te voorkomen dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
4
2.
BESCHRIJVING PLANGEBIED