RU23.06.07B Bijlage d - Ruimtelijke onderbouwing Tureluurweg 7.pdf
Tekst van het document
2.1
Ligging en beschrijving plangebied
Landschapscamping Wetland (het plangebied) ligt in het buitengebied ten zuidoosten van Asten op ruim 300 meter ten noorden van Natura 2000-gebied ‘Groote Peel’. Het bestaat uit de percelen kadastraal bekend als gemeente Asten, sectie R, nummers 133,134 (ged.), 365, 366, 369 en 370 met een totale oppervlakte van 58.115 m².
Figuur 1. Overzicht plangebied landschapscamping Wetland (oranje omkaderd).
Bron: Google earth.
De directe omgeving van de landschapscamping kenmerkt zich door open agrarisch landschap. Camping Wetland bestaat uit een ruim opgezette landschapscamping met 60 kampeerplaatsen, trekkershutten, een bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen. De camping heeft een groene en natuurlijke uitstraling met bomengroepjes, struwelen, hagen, fruitboomgaardjes, stroken met ruigtebegroeiing, bloemrijke randen, extensieve graslandjes, een grote natuurvijver en enkele kleine poeltjes omgeven door struweel. Het terrein wordt ecologisch beheerd en een hoge biodiversiteit ter plaatse is een belangrijke doelstelling.
2.2
Beoogde ontwikkeling
In de afgelopen jaren is het aantal verblijfsrecreanten op Camping Wetland sterk toegenomen. Om te kunnen voorzien in deze vraag is er een grote behoefte aan uitbreidingsmogelijkheden. Deze uitbreiding bestaat concreet uit: 1. Toevoeging recreatiehuisjes; Er zullen 10 recreatiehuisje verspreid over de camping worden geplaatst zonder dat afbreuk wordt gedaan aan het landschappelijke karakter van de camping. 2. Vergroten van de oppervlakte aan ondersteunende bebouwing; Uitbreiding van faciliteiten voor verblijfsrecreanten binnen en buiten het bouwblok. 3. Vestiging van route gebonden horeca; Vestiging van ondergeschikte horecavoorziening voor fietsers en wandelaars. Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
5 4. Uitbreiding kampeerplaatsen op het zuidoostelijke deel van het terrein; Deze beoogde 40 kampeerplaatsen zullen kleine standplaatsen zijn, die als overloopplaatsen in gebruik worden genomen in het hoogseizoen. Het perceel bestaat momenteel uit een begraasde ponyweide met daarin een poel omringd door wilgenstruweel en kent geen recreatieve functie. In de noordwesthoek bevindt zich een schuilgelegenheid voor dieren. Het perceel is grotendeels omgeven door een strook ruigtebegroeiing en opgaand groen in de vorm van gemengde bossachages en bomenrijen. Voor de uitbreiding van het aantal kampeerplaatsen wordt de huidige dierenweide in twee delen opgesplitst. De beide delen worden gescheiden door een struweelhaag met overstaanders. Het noordwestelijke deel wordt in gebruik genomen als kampeerterrein. De aanwezige poel blijft gehandhaafd. Het oostelijke deel zal in gebruik blijven als weiland en begraasd worden door de pony’s.
Figuur 2. Schets landschappelijke inpassing in het zuidoostelijke deel van de landschapscamping. Bron: Vinken Landschapsontwikkeling.
Het terrein zal verder landschappelijk worden ingepast met struweelhagen, inheems bosplantsoen en bomengroepjes. Aan de noordzijde worden de bosschages aan de perceelsgrens verder aangevuld en parallel aan de Tureluurweg wordt een bloemrijke akkerrand gerealiseerd. In de zuidhoek wordt voorzien in een picknickplaats.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
6
2.3
Foto- impressie plangebied
Zicht op de boerderij/receptie, rode cirkel is steenuilenkast en zicht vanuit de receptie/ boerderij richting de camping.
Op het achtererf de bedrijfsgebouwen ten behoeve van opslag en horeca.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
7 Indruk van de landschapscamping in de winterperiode.
De ruim opgezette camping met de trekkershutten op de achtergrond en de grote recreatievijver in winterrust.
Zicht op de te herontwikkelen dierenweide vanuit noordoost en vanuit zuidwest.
Zicht op de dierenweide vanuit zuidoost, kijkrichting noordwest en kijkrichting noordoost, richting Tureluurweg.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
8
Zicht op de poel in de dierenweide vanuit de Tureluurweg en een indruk van de poel.
3.
WERKWIJZE
De quickscan bestaat uit een bronnenonderzoek, een verkennend veldbezoek en een biotoopgeschiktheidsbeoordeling. Bronnenonderzoek In het kader van de quickscan heeft een bronnenonderzoek plaatsgevonden, waarbij is gekeken naar mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied en directe omgeving en Voor het soortenonderzoek is o.a. gebruik gemaakt van actuele verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), diverse verspreidingsatlassen, soortspecifieke literatuur en kennisdocumenten. De bron van de NDFF gegevens die in deze rapportage worden vermeld betreft: ‘NDFF - quickscanhulp.nl 17 februari 2023’. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (EHS). Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord- Brabant. Veldbezoek Er heeft een veldbezoek plaatsgevonden op 17 februari in de voormiddag. Het was een bewolkte dag met een matige westenwind bij een relatief hoge temperatuur van 13°C. Daarbij zijn de aanwezige biotopen in het plangebied en directe omgeving opgenomen.
Bij de biotoopgeschiktheidsbeoordeling worden de aangetroffen biotopen tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF vergeleken met de habitatvereisten van beschermde soorten, waarop ingeschat kan worden welke soorten er potentieel voorkomen. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. Opmerking: De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van de plangebied en directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
9
4.
NATUURBESCHERMING IN NEDERLAND
Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming staat in het teken van verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in Soortenbescherming en Gebiedsbescherming.
4.1
SOORTENBESCHERMING
Beschermingsniveaus De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Alle van nature in Europa in het wild levende vogels worden beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Soorten worden Europees beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Het derde beschermingsregime betreft: ‘Andere soorten,’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt beschermd zijn. Het zwaarste beschermingsregime geldt voor de Europees beschermde soorten welke vallen onder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en welke hier als strikt beschermd worden aangeduid. Voor nationaal beschermde soorten ‘Andere soorten’ geldt een zwakker beschermingsregime en kan per provincie en per soort vrijstelling verleend worden voor ingrepen die betreffen ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud. Van de soorten die worden beschermd onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature op het grondgebied van de Europese unie voorkomen. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, in totaal ca. 290 soorten. (met uitzondering van exoten die hier ook kunnen broeden).
Op alle vogels is het beschermingsregime van § 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De Europees beschermde soorten bestaan uit soorten van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a inclusief het verdrag van Bern bijlage II en het verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van § 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De ‘andere’ nationale soorten staan vermeld in een bijlage van de wet die hoort bij artikel 3.10 en 3.11. Op deze bijlage staan soorten uit de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Het betreft een limitatieve lijst. Op deze soorten (zie bijlage 3), is het beschermingsregime van § 3.3 van de Wet natuurbescherming van toepassing.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
10 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Niet van toepassing
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun Natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Tabel 1. Overzicht beschermingsregime met verbodsbepalingen Wet natuurbescherming.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
11 Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Naast soorten beschermt de Wet Natuurbescherming ook verblijfplaatsen die als ‘vast’ kunnen worden aangemerkt. Deze bescherming geldt alleen de vaste verblijfplaatsen van vogels en zoogdieren. (zie bijlage 1 en 2) Een vaste verblijfplek betreft een verblijfplek waar een dier regelmatig terugkeert en niet slechts eenmalig voor een specifieke functie gebruikt wordt, zoals de nesten van de meeste vogels. Ook hier zijn er verschillende gradaties in beschermingsniveau, afhankelijk hoe kwetsbaar de instandhouding van de soort is in relatie tot gebruik van de vaste verblijfplek. In samenhang met de verblijfplek wordt ook de leefomgeving beschermd zover voor deze van belang is om het functioneren van de verblijfplek mogelijk te maken. Ontheffingsplicht en vrijstelling Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. Vaak kunnen maatregelen getroffen worden zodat verbodsbepalingen niet worden overtreden, zoals de werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare periode, het aanpassen van de werkvolgorde of de werkzaamheden faseren in ruimte en tijd. In sommige gevallen kan er gebruik gemaakt worden van vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgelegd voor een van tevoren bepaalde categorie van gevallen.
Een toegepaste vorm van vrijstelling is onder meer door het werken met een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode, door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Toetsing Elke categorie beschermde soorten kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Voor de drie categorieën beschermde soorten moeten de effecten op populatieniveau worden getoetst. Daarbij dient de staat van instandhouding van de gehele populatie in aanmerking genomen te worden. Een ontheffingsaanvraag wordt o.a. beoordeeld op de volgende punten: • aanwezigheid van aanvaardbare alternatieve mogelijkheden • aanwezigheid van een wettelijk belang • de staat van instandhouding van de soort en behoud van functionaliteit van de verblijfplek. Het wettelijk belang betreft, afhankelijk van de status van de soort, een Nationaal wettelijk belang (Vrijstellingsbesluit) of een Europees wettelijk belang (Habitatrichtlijn of Vogelrichtlijn). Deze wettelijke belangen hebben o.a. betrekking op de openbare veiligheid, volksgezondheid, veiligheid luchtvaart en bescherming van flora en fauna. Zorgplicht De wet erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende dieren. Dit is de waarde die de plant of dier in zichzelf heeft. De waarde die wordt gehecht aan kwaliteiten van een soort, ongeacht de waarde die de soort heeft voor mensen.
Artikel 1.11 van de Wnb stelt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. De zorg houdt in ieder geval in dat eenieder die weet of kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om zodoende die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. De zorgplicht geldt altijd, en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
12 Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringfunctie en geen juridische status. Plaatsing op de lijst betekent daarom niet automatisch dat de soort beschermd is. Daarvoor is opname van de soort nodig onder de Wet natuurbescherming. De Rode lijsten zijn richtinggevend voor toekomstig beleid. Van overheden en terreinbeherende organisaties wordt verwacht dat zij bij beleid en beheer rekening houden met de Rode lijsten.
4.2
GEBIEDSBESCHERMING
De gebiedenbescherming onderscheidt twee typen beschermde natuurgebieden • •
Gebieden die op Europees niveau beschermd zijn en aangewezen zijn in het kader van de Habitatrichtlijn (HR), Vogelrichtlijn (VR) en Verdrag van Ramsar (wetlands) en vallen onder de noemer Natura 2000- gebieden. Planologisch beschermde natuurgebieden en verbindingsstructuren die op landelijke basis zijn ingesteld en vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (EHS). In de provincie NoordBrabant geheten; Natuurnetwerk Brabant (NNB).
Natura 2000 Natura 2000- gebieden betreffen gebieden van grote ecologische waarde. In Nederland zijn 164 Natura 2000- gebieden aangewezen. Per Natura 2000- gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Iedereen die vermoedt, of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000- gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Uitgezonderd zijn activiteiten binnen Natura 2000- gebied die uitgevoerd worden in het kader van vastgelegde beheersplannen ten behoeve van Natura 2000- doelen. Een ontheffing wordt alleen verleend indien er geen reële alternatieven zijn, de staat van instandhouding van soorten niet in gevaar komt en er sprake is van een groot openbaar belang, dat o.a. de volksgezondheid en openbare veiligheid kan betreffen. De ontheffingsverlening gaat veelal gepaard onder strikte voorwaarden en beperkingen en er is altijd sprake van een compensatieplicht. Natuurnetwerk Nederland De natuurgebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland vormen door hun onderlinge verbindingen een samenhangend ecologisch netwerk. Het Natuurnetwerk Nederland is de opvolging van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) waarvan de naam de EHS nog in de wetgeving verankerd is.
De beleidsmatige bescherming van het Natuurnetwerk Nederland is vastgelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Omgevingsvisie febr. 2020 vooruitlopend op de Omgevingswet). In de provincie Noord- Brabant (Natuurnetwerk Brabant) bestaat het Natuurnetwerk Nederland uit de Rijks EHS en de provinciale EHS. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen de Rijks- en de provinciale EHS. Provincies kunnen zelf bepalen welke gebieden beschermd worden via het provinciaal beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of – landschap. De wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle mogelijke effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De bescherming van NNNgebieden verloopt via het ruimtelijk ordeningsrecht Barro (bestemmingsplannen) en niet via natuurwetgeving.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
13
4.3
BESCHERMING VAN HOUTOPSTANDEN
Bos valt onder de Wet natuurbescherming als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft, uit meer dan 20 bomen bestaat. Alleen als bos buiten de bebouwde kom ligt, valt het onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet. Bomen op erven en tuinen en een rij wilgen of populieren op of langs landbouwgronden zijn uitgezonderd van de meldingsplicht. Verder is in de Wet natuurbescherming ruimte gecreëerd voor vellen voor de productie van hout als biomassa. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd van de meld- en herplantplicht indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd. De uitzondering van de oude Boswet voor Italiaanse populieren, linden, paardenkastanjes en treurwilgen gaat onder de Wet natuurbescherming niet meer op. De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod.
De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Meldingsplicht Wanneer een boseigenaar voornemens is om een houtopstand die onder de Wet Natuurbescherming valt, te gaan vellen dan moet hij dit voornemen minstens een maand van tevoren melden bij Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie. (art. 4.2 Wnb). Herplantplicht De eigenaar van grond waarop een houtopstand is geveld, of op andere wijze teniet is gegaan, is verplicht binnen drie jaar te herplanten. (art. 4.2 Wnb). Het is niet van belang hoe het bos is ontstaan of in welke staat het verkeerde. Wanneer de herplant niet aanslaat, moet binnen drie jaar daarna de herplant worden vervangen. Er geldt een algehele vrijstelling voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Kapverbod In uitzonderingsgevallen kunnen Gedeputeerde Staten een kapverbod opleggen wanneer het natuurof landschapsschoon ernstig in gevaar is. In de praktijk gebeurt dat slechts af en toe, zoals in gevallen waarbij het om zeer oude bomen of buitengewoon waardevolle boomgemeenschappen gaat.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
14
5.
RESULTATEN ONDERZOEK SOORTENBESCHERMING
De aangetroffen soorten en het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in het plangebied wordt beschreven. Per soortgroep wordt beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving op basis van de NDFF, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
5.1
FLORA
Het plangebied bestaat uit de landschapscamping en het dierenweiland grotendeels omgeven door een ruigtestrook, struwelen en bomenrijen. Tijdens het veldbezoek zijn op het terrein algemene grassen en plantensoorten van graslanden aangetroffen als kropaar, gestreepte witbol, gewone hoornbloem, paardenbloem en zachte ooievaarsbek. Plaatselijk is ruigtevegetatie met braamstruwelen en grote brandnetel aanwezig. In de extensief beheerde groenstrook rond de dierenweide is o.a. fluitenkruid en paarse dovenetel gespot. Volgens gegevens uit het NDFF komen binnen een afstand van 0-1 kilometer van het plangebied geen beschermde vaatplanten voor. Op enige afstand van 1-5 kilometer zijn waarnemingen bekend van drijvende waterweegbree (§ 3.2 Wnb). Drijvende waterweegbree is een soort van helder, voedselarm tot matig voedselrijk (fosfaatarm), zwak zuur water. Ze komt voor in laaglandbeken, vennen, kanalen en poelen. De waterkwaliteit van het oppervlaktewater op de landschapscamping is ongeschikt voor deze kritische soort. Plantensoorten die op de lijsten vermeld staan van de strikt beschermde plantensoorten van de Habitatrichtlijn en provinciaal beschermde soorten worden niet verwacht. Voor dergelijke soorten, die veelal specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving, ontbreken geschikte biotopen in het plangebied en omringend agrarisch landschap.
Conclusie In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aanwezig en worden gezien de aanwezige biotopen ook niet verwacht.
5.2
VOGELS
In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval aanwezig is. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’ (zie bijlage 1). Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. Voorkomen Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in gebouwen Binnen een straal van één kilometer vermelden de NDFF gegevens vogels met jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen als steenuil, huismus, gierzwaluw, grote gele kwikstaart en slechtvalk. Op enige afstand van 1-5 kilometer zijn waarnemingen bekend van kerkuil. -Steenuil en huismus De steenuil is een honkvaste vogel die in gebieden met kleinschalig cultuurlandschap en vaak aan randen van dorpen leeft. Het territorium is vrij klein, en het jachtgebied varieert in grootte afhankelijk van het voedselaanbod. Van de steenuil is niet alleen de vaste verblijfplaats (nest)
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
15 beschermd maar ook de directe, functionele omgeving waar op prooien gejaagd en gerust wordt. In een boom nabij de boerderij met de receptie hangt een steenuilenkast. De kast wordt jaarlijks gecontroleerd door de lokale steenuilenwerkgroep. De steenuil broedt de laatste jaren niet meer in de nestkast maar ze wordt wel regelmatig op het terrein gespot. De begraasde dierenweide, delen van het terrein van de landschapscamping, een drietal fruitboomgaardjes en de moestuin vormen onderdeel van het functionele leefgebied van de steenuil. Met de beoogde interne uitbreiding zal ruim de helft van het dierenweiland in gebruik genomen worden voor campingfaciliteiten. Hierbij zal een relatief klein deel van het foerageergebied voor de steenuil verdwijnen dan wel minder geschikt zijn. Echter blijft op het gehele terrein ruim voldoende functioneel leefgebied van goede kwaliteit en omvang beschikbaar voor de steenuil. Nesten van huismussen zijn in de regel te vinden in allerlei bebouwing onder dakpannen, achter regenpijpen, in kieren en spleten in muren, in nestkasten en een enkele keer in dichte struiken. Tijdens het veldbezoek zijn huismussen gespot op het dak van de receptie/boerderij. Volgens de beheerder nestelen de huismussen onder de dakpannen van de boerderij. De boerderij blijft ongewijzigd, alle groenstructuren blijven gehandhaafd en worden aangevuld in het nieuwe plan.
Aan de rand van de te herontwikkelen dierenweide is een open paardenstalletje met een dakbedekking van dakleer aanwezig. Het stalletje is ongeschikt voor huismussen om te nestelen. -Gierzwaluw, grote gele kwikstaart, slechtvalk en kerkuil Gierzwaluwen broeden in Nederland vrijwel nooit in het buitengebied. De grote gele kwikstaart nestelt bij voorkeur nabij stromend water in natuurlijke oevers of onder bruggen en de slechtvalk is afhankelijk van hoge gebouwen, torens en nestkasten in hoogspanningsmasten. De kerkuil is een standvogel van (half)open cultuurlandschap. De soort broedt in donkere boerenschuren en kerktorens. Door het ontbreken van geschikte bebouwing binnen het plangebiedkan de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van bovengenoemde soorten bij voorbaat worden uitgesloten. Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in bomen Volgens gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna komt op een afstand van minder dan één kilometer uit deze categorie buizerd, havik, sperwer, roek en wespendief voor. Op een afstand van 1-5 kilometer zijn waarnemingen bekend van boomvalk en ransuil. Tijdens het veldbezoek is een buizerd gespot ten zuiden van het plangebied. De bomen en struwelen aan de randen van het plangebied zijn gecontroleerd op aanwezigheid van grote nesten/horsten van jaarrond beschermde vogels.
Er zijn geen nesten aangetroffen die mogelijk een jaarrond beschermde status hebben. Het merendeel van bovengenoemde vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen vinden broed- en foerageerbiotoop in de nabijgelegen Groote Peel en de randzones met bosen heidegebieden, moerasbossen, hoge naaldbomen en hoge boomgroepjes. Vaste rust- en verblijfplaatsen categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Het betreft hier voornamelijk holenbroeders, zoals spechten en mezen, makers van grote nesten, zoals ekster en zwarte kraai of makers van kleinesten aan bebouwing als boerenzwaluw en huiszwaluw. Het gaat hierbij om algemeen voorkomende soorten die meestal ook in de directe omgeving voldoende broedgelegenheid ter beschikking hebben. Uit de gegevens van het NDFF blijken aan aantal soorten in de omgeving bekend zoals o.a. ekster, zwarte roodstaart, zwarte,- groene-, en kleine bonte specht, zwarte kraai, torenvalk en ijsvogel. Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie spreeuwen, koolmees, pimpelmees en grote bonte specht gespot. In de zomerperiode nestelen boerenzwaluwen in één van de bijgebouwen op de landschapscamping en in een boom nabij het receptiegebouw is een eksternest aangetroffen.
Onder de golfplaten van een bijgebouw hebben spreeuwen genesteld gezien de uitwerpselen tegen de muur onder de nestingang. In de bomen en struwelen in en rondom het plangebied zijn verder geen jaarrond beschermde nesten cat. 5 aangetroffen. Ook zijn in de bomen geen geschikte holtes voor cat. 5 holenbroeders als Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
16 groene specht of boomklever aanwezig. Alle bomen blijven gehandhaafd en aangevuld met nieuw opgaand groen met de interne uitbreiding van de landschapscamping. Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn legio mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige algemene vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn, zoals zanglijster, roodborst, heggenmus, vink, houtduif en merel. Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied op minimaal tien locaties oude éénmalige nesten van merel, houtduif, winterkoninkje etc. in een bedrijfsgebouw, in bomen, struwelen en in een prieeltje aangetroffen. Tijdens het veldbezoek werden soorten gespot als roodborst, kauw, vink en houtduif. Conclusie Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen Het plangebied vormt onderdeel van het functionele leefgebied van de steenuil. Met de beoogde interne uitbreiding van de campingfaciliteiten zullen foerageermogelijkheden verminderen. Op overige delen binnen het plangebied en de omliggende omgeving is voldoende foerageergebied van goede kwaliteit en omvang beschikbaar. Huismussen nestelen in de boerderij/receptie van de landschapscamping. Nestgelegenheid en functioneel leefgebied voor huismussen blijven gehandhaafd en worden versterkt met de aanvullende landschappelijke inpassing.
Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen In de bomen en struwelen binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten waargenomen. Voor de meeste vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen ontbreekt geschikt broedhabitat, de dagelijkse menselijke activiteit leidt tot teveel verstoring voor deze groep broedvogels. Overige Vogelrichtlijnsoorten Binnen het plangebied zijn legio mogelijkheden voor nestgelegenheid voor algemene vogelrichtlijnsoorten met een éénmalig nest. Alle opgaand groen blijft behouden. Met de landschappelijke inpassing in het uitbreidingsplan zullen nest- en foerageergelegenheid voor vogels met een éénmalig nest versterkt worden. Bij de planning van de werkzaamheden dient wel rekening gehouden worden met broedende vogels. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot eind juli. Echter voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wnb. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Het is verboden om nesten van broedende vogels te beschadigen of te vernietigen.
5.3
GRONDZOOGDIEREN GRONDGEBONDEN
Voorkomen Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Volgens bronnenonderzoek komen bever (§ 3.2 Wnb), eekhoorn, das en wild zwijn (§ 3.3 Wnb) voor in de omgeving binnen een afstand van 1 kilometer van het plangebied. Het NDFF vermeldt bunzing, hermelijn en wezel (§ 3.3 Wnb), op 1-5 kilometer afstand. -Bever Het leefgebied van de bever bevindt zich in overgangsgebieden tussen land en water bij beken, rivieren en meren. Binnen het plangebied ontbreekt leefgebied voor de bever. -Eekhoorn De voorkeurshabitat voor eekhoorn bestaat uit gemengde bossen, bosrijke tuinen, parken en houtwallen, daar waar voedselmogelijkheden voorhanden zijn. Binnen het plangebied zijn geen
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
17 sporen van aanwezigheid van de eekhoorn aangetroffen zoals vraatsporen, een jaarrond beschermd nest of geschikte boomholtes. Das en wild zwijn Bovengenoemde soorten met beschermde verblijfplaatsen vinden leefgebied in bosgebieden met aangrenzend akkerland en voedselrijke loofbossen met moerassige plekken. Binnen het plangebied ontbreken vestigingsmogelijkheden voor das en wild zwijn. -Steenmarter De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt tegenwoordig behalve in kleinschalige cultuurlandschappen nabij boerderijen, ook binnen dorpen en steden voor. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en/of kruipruimten. De steenmarter zal tijdens nachtelijke foerageertochten het plangebied bezoeken om op prooien te jagen. Door het intensieve gebruik van de gebouwen kunnen vaste rust- en verblijfplaatsen redelijkerwijs worden uitgesloten. Met de uitbreiding van de campingfaciliteiten blijft alle bebouwing in de huidige staat gehandhaafd. -Kleine marterachtigen Kleine marterachtigen als bunzing, wezel en hermelijn zijn sinds de invoering van de Wet natuurbescherming in 2017 beschermd in de provincie Noord- Brabant. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a.
oppervlaktewater, struwelen, droge greppels, hoge graslandvegetaties, stapels stenen of takkenrillen. Kleine marterachtigen zullen de ruige perceelsranden van het plangebied benutten om zich te ongezien te verplaatsen door het landschap. Ook biedt de ruim opgezette en ecologisch beheerde landschapscamping tal van mogelijkheden voor schuilgelegenheid, jachtgebied en voortplantingsbiotoop voor kleine marterachtigen. Negatieve effecten op leefgebied van kleine marterachtigen door de plaatsing van 10 recreatiehuisjes verspreid over het terrein worden niet verwacht. Ter plaatse van de geplande uitbreiding van kampeerplaatsen op de dierenweide zijn geen negatieve effecten te verwachten op kleine marterachtigen. Alle landschappelijke elementen ten gunste van kleine marterachtigen blijven behouden en worden versterkt met de landschappelijke inpassing. Vrijgestelde soorten Voor soorten uit deze categorie geldt bij ruimtelijke ontwikkeling een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Daarbij dient wel de zorgplicht te worden nageleefd. Er nog enkele zoogdieren verwacht die gebruik maken van het plangebied uit de categorie ‘Vrijgestelde soorten’ zoals haas, konijn, egel en enkele algemene spits- en woelmuizen. Conclusie Op basis van het veldbezoek worden binnen het plangebied geen beschermde soorten verwacht die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn.
Het is aannemelijk dat soorten als steenmarter en kleine marterachtigen ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) gebruik maken van het plangebied. Alle landschapselementen in een optimaal geschikt habitat voor steenmarter en kleine marterachtigen zijn aanwezig, blijven aanwezig en worden versterkt in het nieuwe plan. Verder worden enkele landgebonden zoogdieren verwacht waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Echter de zorgplicht is altijd van kracht. Beschermd of niet. Voor maatregelen ter naleving van de zorgplicht zie blz. 27 paragraaf 8.
5.4
VLEERMUIZEN
Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn strikt beschermd. Alle vleermuizen staan vermeld in de Europese Habitatrichtlijn (§ 3.2 Wnb). Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
18 niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voorkomen In dit deel van het land kunnen o.a. de volgende soorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, bosvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone, - en grijze grootoorvleermuis, baard/Brandtsvleermuis en watervleermuis. Belangrijke vliegroutes en foerageergebied Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen, rietkragen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden en vice versa. Binnen het plangebied zijn aanééngesloten lijnvormige groenstructuren aanwezig welke mogelijk fungeren als vaste vlieg- en foerageerroute voor vleermuizen. Alle groenstructuren blijven gehandhaafd en worden aangevuld met de beoogde interne uitbreiding van de campingfaciliteiten. Het plangebied en directe omgeving vormt jachtgebied van goede kwaliteit voor vleermuizen. Met de geplande uitbreiding van de landschapscamping en de daarbij behorende landschappelijke inpassing zullen foerageermogelijkheden ter plaatse toenemen ten opzichte van de huidige situatie.
Verblijfplaatsen Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden, soorten die in gebouwen verblijven en enkele soorten die zowel in bebouwing als in bomen verblijfplaatsen hebben. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De boerderij /receptie en enkele andere bedrijfsgebouwen zijn potentieel geschikt als vleermuisverblijfplaats. Het open stalletje met dakleren dak in de dierenweide is ongeschikt als vleermuisverblijfplaats. Alle bebouwing blijft ongewijzigd gehandhaafd. De bomen binnen het plangebied zijn gecontroleerd op potenties voor vleermuisverblijfplekken. Er zijn geen potentiële vleermuisbomen met gaten, holtes, stamspleten of loshangende schors aangetroffen waarin vleermuizen kunnen verblijven. Vleermuisverblijfplaatsen in bomen kunnen uitgesloten worden. Conclusie Belangrijke vliegroutes en foerageergebied Binnen het plangebied zijn aanééngesloten lijnvormige groenstructuren aanwezig welke mogelijk fungeren als vaste vlieg- en foerageerroute voor vleermuizen. Alle groenstructuren blijven gehandhaafd. Het plangebied en directe omgeving vormt foerageergebied van goede kwaliteit voor vleermuizen.
Met de geplande interne uitbreiding van de campingfaciliteiten en de daarbij behorende landschappelijke inpassing zullen foerageermogelijkheden voor vleermuizen worden versterkt ten opzichte van de huidige situatie. Verblijfplaatsen Het is niet uit te sluiten dat in de bestaande bebouwing vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn. Alle gebouwen blijven in de huidige staat gehandhaafd. Door het ontbreken van geschikte vleermuisbomen kunnen vleermuisverblijfplaatsen in bomen uitgesloten worden. Alle groen blijft behouden en wordt versterkt in de nieuwe situatie door landschappelijke inpassing. Negatieve effecten op vleermuizen worden niet verwacht.
5.5
ONGEWERVELDEN
Voorkomen Vlinders en libellen Tijdens het veldbezoek zijn geen vlinders en libellen gespot. Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
19 De NDFF vermeldt binnen een afstand van 1 kilometer het spiegeldikkopje (§ 3.2 Wnb) en grote vos (§ 3.3 Wnb). Op enige afstand van 1-5 km komen soorten voor als teunisbloempijlstaart en gevlekte witsnuitlibel (§ 3.2 Wnb), gevlekte glanslibel, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder en beekrombout (§ 3.3 Wnb). Het plangebied ligt in een overwegend agrarische omgeving. Beschermde dagvlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat. Bij het habitat is het belangrijk dat aan de eisen van alle stadia van de vlindersoort wordt voldaan. Beschermde soorten zijn meestal gebonden zijn aan zeldzame waardplanten, die vaak alleen in natuurterreinen zijn te vinden. Voor beschermde, zeldzame libellen geldt dat er oppervlaktewater van een specifieke waterkwaliteit, (onder)waterplanten en oeverbegroeiing nodig is ter voortplanting. De poelen binnen het plangebied staan deels van het jaar droog en worden vooral door eenden bezocht. De grote recreatievijver is tevens als visvijver in gebruik. Het oppervlaktewater binnen het plangebied is ongeschikt bevonden als voortplantingswater voor beschermde libellen. Alle oppervlaktewateren binnen het plangebied blijven ongewijzigd. Overige beschermde soorten zoals de vermiljoenkever, vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoorn zijn binnen het plangebied te sluiten.
Er is geen geschikt habitat voor dergelijke beschermde soorten aanwezig en er zijn ook geen waarnemingen bekend uit de directe omgeving van het plangebied. Conclusie Tijdens het veldbezoek zijn geen vlinders en libellen waargenomen. Binnen het plangebied ontbreken specifieke biotopen en specifieke voortplantingswateren voor beschermde dagvlinders en libellen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan worden uitgesloten. Gelet op de aanwezige biotopen bieden het plangebied en directe omgeving uitsluitend leefgebied voor algemene vlindersoorten als atalanta, citroenvlinder en dagpauwoog, enkele (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden.
5.6
VISSEN, REPTIELEN EN AMFIBIEËN
Voorkomen Vissen Waarnemingen van beschermde vissoorten in de omgeving zijn niet bekend volgens de NDFF. Gelet op de waterkwaliteit van het aanwezige oppervlaktewater binnen het plangebied worden ook geen beschermde vissoorten verwacht. Met de interne uitbreiding van de landschapscamping blijft alle oppervlaktewater in de huidige vorm gehandhaafd. Reptielen en amfibieën Op basis van de NDFF gegevens komen heikikker (§ 3.2 Wnb), levendbarende hagedis en gladde slang (§ 3.3 Wnb) voor binnen een afstand van 0-1 kilometer van het plangebied. Op enige afstand van 1-5 kilometer zijn waarnemingen bekend van poelkikker (§ 3.2 Wnb), alpenwatersalamander en vinpootsalamander (§ 3.3 Wnb). Voor bovengenoemde beschermde amfibieën en reptielen ontbreken geschikte biotopen binnen het plangebied zoals specifiek voortplantingswater, pijpenstrootjesvegetaties, bosgebied, hoogveen en vochtige en droge heideterreinen. Conclusie Het voorkomen van beschermde vissen, reptielen en amfibieën kan worden uitgesloten door het ontbreken van geschikt oppervlaktewater en specifiek landhabitat. Het is aannemelijk dat algemene amfibieënsoorten als kleine watersalamander, bruine kikker en gewone pad overwinteren aan de randen van het plangebied. Kleine watersalamander, bruine kikker en gewone pad behoren tot de ‘Vrijgestelde soorten’ waarvoor bij ruimtelijke ontwikkeling geen verbodsbepalingen gelden.
Echter de algemene zorgplicht is altijd van kracht. Voor toepassing van de zorgplicht zie blz. 27 paragraaf 8. Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
20
6.
RESULTATEN ONDERZOEK GEBIEDSBESCHERMING
6.1
Natura 2000
Uit gegevens van het Natuurbeheerplan van de provincie Brabant blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op ruim 300 meter ten zuiden van het plangebied. Het betreft Natura 2000gebied ‘Groote Peel’. De Groote Peel is aangewezen als Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijngebied. De Groote Peel wordt gekenmerkt door een grotendeels afgegraven hoogveengebied met horsten en slenken. Het gebied kent daardoor een grote afwisseling van open vochtige en droge heideterreinen, pijpenstrootjessavannen, struwelen, bosjes en moerassige laagten met veenputten en plaatselijk bossen en natte heide. Door eerdere vernattingsmaatregelen zijn verschillende grote plassen ontstaan. In enkele veenputten vindt hoogveengroei plaats.
Figuur 3. Ligging plangebied (blauwe cirkel) t.o.v. Natura 2000- gebied (rood gearceerd). Bron: https://noord-brabant.maps.arcgis.com/
In de Wet natuurbescherming is het uitgangspunt dat activiteiten die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, de kwaliteit van habitats kunnen verslechteren of die een significant verstorend effect kunnen hebben, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Voortoets Effectenindicator Om inzichtelijk te maken of en welke effecten een negatieve invloed kunnen hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Groote Peel’ als gevolg van de interne uitbreiding van de landschapscamping, is de effectenindicator van het Ministerie van LNV geraadpleegd. https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx. De effectenindicator is een hulpmiddel waarmee mogelijke schadelijke effecten ten gevolge van de beoogde plannen kunnen worden verkend. Op basis van de effectenindicator zijn de effecten die specifiek van toepassing zijn op de aanwezige soorten en habitattypen beschreven.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
21
Figuur 4. Uitsnede uit de effectenindicator, de selectie is uitgevoerd op het gebied ‘Groote Peel’ en de activiteit ‘Recreatie’.
Nr Storingsfactor 1 Oppervlakteverlies: afname beschikbaar oppervlakte leefgebied soorten en/of habitattypen. 7
Verontreiniging: Er is sprake van verontreiniging als er verhoogde concentraties van stoffen in een gebied voorkomen welke onder natuurlijke omstandigheden niet of in zeer lage concentraties aanwezig zijn. Bij verontreiniging is sprake van een zeer brede groep van ecosysteem/ gebiedsvreemde stoffen: organische verbindingen, zware metalen, schadelijke stoffen die ontstaan door verbranding of productieprocessen, straling, geneesmiddelen, endocryn werkende stoffen etc. Deze stoffen werken in op bodem, grondwater en lucht.
Lomans Ecoworks
Effect De ontwikkeling vindt niet plaats in Natura 2000-gebied. Er is geen significant effect op de instandhoudingsdoelstellingen door oppervlakteverlies. Bij een normale gang van zaken binnen een recreatiebedrijf zullen genoemde verontreinigingen geen onderdeel vormen. Er is geen sprake van een significant effect op de instandhoudingsdoelstellingen door verontreiniging.
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
22 13 Verstoring door geluid: verstoring door onnatuurlijke geluidsbronnen: permanent geluid zoals wegverkeer of tijdelijke geluidsbelasting zoals bij evenementen. Geluid is een hoorbare trilling, gekenmerkt door geluidsdruk en frequentie.
14 Verstoring door licht: Verstoring door kunstmatige lichtbronnen, zoals licht uit woonwijken en industrieterreinen, glastuinbouw etc.
16 Optische verstoring: betreft verstoring door aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. Dit leidt vooral tot vluchtgedrag van dieren. 17 Verstoring door mechanische effecten: onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding, golfslag, luchtwervelingen etc, ten gevolge van menselijke activiteiten. De oorzaken en gevolgen zijn bij deze storende factor zeer divers.
De productie van geluid door recreanten is normaal gesproken beperkt bij normaal toegestaan gebruik. Daarbij gelet op de ligging op 300 meter afstand van Natura 2000 zal de uitbreiding niet leiden tot een verhoogde geluidsbelasting op de omgeving. De geluidseffecten van de extra standplaatsen worden periodiek mogelijk overstemd door geluidsbelasting van het verkeer van de N279 (dwars door de Groote Peel) en het tussenliggende open landschap. Er is geen significant effect op de instandhoudingsdoelstellingen door geluid. De lichtuitstraling in de aanleg- of gebruiksfase van kampeermiddelen zal zeer beperkt zijn. Bovendien zijn de plekken afgeschermd door omringende beplanting (landschappelijke inpassing). Er is geen significant effect op de instandhoudingsdoelstellingen door lichtverstoring. Gelet op de afstand van 300 meter tussen het plangebied en Natura2000-gebied Groote Peel zal geen sprake zijn van optische verstoring. Er is geen significant effect op de instandhoudingsdoelstellingen door optische verstoring. Gelet op de aard van de ontwikkeling en de afstand van 300 meter tussen het plangebied en Natura2000-gebied Groote Peel zal geen sprake zijn van verstoring door mechanische effecten. Er is geen significant effect op de instandhoudingsdoelstellingen door mechanische effecten.
Conclusie Voortoets De beoogde interne uitbreiding van Camping Wetland zal niet leiden tot verslechtering van habitattypes of leefgebieden van Habitatrichtlijn- of Vogelrichtlijnsoorten.
Stikstofdepositie Ten behoeve van de interne uitbreiding van de landschapscamping wordt met behulp van de Aerius Calculator 2022 een stikstofberekening uitgevoerd. Met het gebruik van Aerius Calculator kunnen projecten doorgang vinden waar kan worden aangetoond dat een activiteit niet tot een toename, (groter dan 0,00 mol/ha/jaar) van depositie leidt.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
23 6.2
Natuurnetwerk Brabant / Ecologische Hoofdstructuur
Op het kaartje van het Natuurbeheerplan Interim Omgevingsverordening van de provincie Brabant is te zien dat het dichtstbijzijnde gebied begrensd als Natuurnetwerk Brabant ligt op een afstand van ruim 170 meter ten zuiden van het plangebied. Het betreft een gemengd bosgebied aangeduid met natuuurbeheertype N15.02 ‘Dennen,- eiken, en beukenbos.
Figuur 5. Ligging plangebied (blauwe cirkel) t.o.v. Natuurnetwerk Brabant. Bron: https://noord-brabant.maps.arcgis.com/
In of in de directe nabijheid van een NNB-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. De Interim omgevingsverordening NB stelt in § 3.23 art. 3.16 lid 1 en 3, dat een ontwikkeling buiten het Natuurnetwerk Brabant leidt tot een aantasting van de wezenlijke ecologische waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Brabant, negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd. Door de ligging van het plangebied op ruime afstand tot het dichtstbijzijnde NNBgebied en de aanvullende landschappelijke inpassing zal geen sprake zijn van aantasting van wezenlijke waarden of kenmerken het NNB-gebied.
6.3 Houtopstanden Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling zullen geen bomen worden gekapt. Art. 4.2 Wnb is niet aan de orde.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
24
7.
SAMENVATTING EN CONCLUSIE (Toetsing aan de Wet natuurbescherming)
BESCHERMDE SOORTEN Vogels beschermd op grond van de Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb Delen van het plangebied vormen onderdeel van het functionele leefgebied van de steenuil. Met de beoogde interne uitbreiding op het zuidoostelijke perceel zal een relatief klein deel foerageergebied voor de steenuil verdwijnen. Echter zijn ruim voldoende alternatieven van goede kwaliteit en omvang beschikbaar binnen het plangebied. Huismussen hebben vaste rust- en verblijfplaatsen (nesten) onder het dak van de boerderij/receptie. De boerderij/receptie blijft ongewijzigd gehandhaafd. Het functionele leefgebied voor steenuil en huismus blijven behouden en worden versterkt met de landschappelijke inpassing. In de bomen binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten cat. 1-4 waargenomen. Uit de cat. 5 beschermde verblijfplaatsen zijn geen nesten in bomen aangetroffen. Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig. Alle groen blijft gehandhaafd. Overtreding van art. 3.1 lid 2,4 en 5 van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Overige vogelrichtlijnsoorten Het plangebied vormt bijzonder geschikt foerageergebied en nestgelegenheid voor een aantal algemene vogelrichtlijnsoorten. Alle groen blijft behouden in het nieuwe plan en wordt versterkt door landschappelijke inpassing. Europees beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn art.
3.2 Wnb Vleermuizen: vliegroutes en foerageergebied Binnen het plangebied zijn lijnvormige groenstructuren aanwezig welke mogelijk fungeren als vaste vlieg- en foerageerroute voor vleermuizen. Alle groenstructuren blijven gehandhaafd. Het plangebied vormt foerageergebied van goede kwaliteit. Met de landschappelijke inpassing in de nieuwe situatie zullen foerageermogelijkheden versterkt worden. Vleermuizen: verblijfplaatsen Mogelijk zijn vleermuisverblijfplaatsen aanwezig in de bestaande bebouwing. Alle gebouwen blijven in de huidige staat behouden. Vleermuisverblijfplaatsen in bomen kunnen worden uitgesloten. Negatieve effecten op vleermuizen worden niet verwacht. Nationaal beschermde / Andere soorten art. 3.3 Wnb Het plangebied vormt geschikt leefgebied voor steenmarter en kleine marterachtigen. Met het beoogde nieuwe plan blijven alle elementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen blijven onveranderd aanwezig. Binnen het plangebied worden eveneens een aantal landgebonden zoogdieren verwacht waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. De algemene zorgplicht is altijd van kracht, of het nu gaat om een beschermde of een vrijgestelde soort. Vrijgestelde soorten Er worden enkele soorten verwacht uit deze categorie die gebruik maken van het plangebied zoals haas, konijn, egel, bruine kikker, gewone pad en enkele algemene spits- en woelmuizen.
Voor deze soorten geldt wel vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, maar de algemene zorgplicht (zie blz. 11) is altijd van kracht. Voor maatregelen ter naleving van de zorgplicht zie paragraaf 8 blz. 27.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
25
BESCHERMDE GEBIEDEN Natura 2000- gebied Stikstofdepositie Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied ligt op een afstand van 300 meter van het plangebied. Ten behoeve van de interne uitbreiding van de landschapscamping wordt met behulp van de Aerius Calculator 2022 een stikstofberekening uitgevoerd. Natura 2000- Voortoets De uitgevoerde Voortoets op basis van de Effectenindicator Natura 2000-gebieden heeft als conclusie dat de beoogde ontwikkeling geen significante externe effecten op het nabijgelegen Natura2000-gebied zal veroorzaken. Natuurnetwerk Brabant Het plangebied ligt niet in of in de directe omgeving van een NNB- gebied. Met de beoogde ontwikkeling is geen sprake van aantasting van ‘wezenlijke waarden en kenmerken’ van NNBgebieden. Houtopstanden Met de beoogde ontwikkeling worden geen bomen gekapt. Art. 4.2 Wet natuurbescherming is niet van toepassing.
Eindconclusie: •
• • •
Met de interne uitbreiding van Camping Wetland gaan geen beschermde natuurwaarden verloren, overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming zijn niet aan de orde. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag zijn niet nodig. De interne uitbreiding van de camping zal niet leiden tot significante negatieve effecten op het nabijgelegen Natura 2000-gebied. De voorzorgsmaatregelen voor Vogels algemeen en Toepassing algemene zorgplicht (zie paragraaf 8 onder Voorzorgsmaatregelen) voor vrijgestelde soorten dient te worden opgevolgd.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
26
8.
VOORZORGSMAATREGELEN
Vogels algemeen Gedurende de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met broedende vogels. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot half juli. Echter voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wnb. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Het is verboden om nesten van broedende vogels te beschadigen of te vernietigen. Als werkzaamheden niet buiten het broedseizoen gepland kunnen worden, dan geldt de aanbeveling om de locatie voorafgaande aan het broedseizoen ongeschikt te maken. Ook bestaat de mogelijkheid om voorafgaande aan de werkzaamheden door een ter zake deskundige te laten controleren op broedende vogels. Hierbij bestaat het risico dat de werkzaamheden uitgesteld moeten worden als een broedgeval geconstateerd wordt. Als aanbeveling geldt om met zekerheid schade aan broedgevallen uit te sluiten, de werkzaamheden geheel buiten de broedtijd van vogels uit te voeren. Toepassing Algemene zorgplicht voor vrijgestelde soorten Voor de te verwachten algemene soorten geldt dat werkzaamheden verstorend kunnen werken. Het plangebied vormt leefgebied voor een aantal landzoogdieren en amfibieën waarvoor een provinciale vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling.
In het kader van de zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor individuen en al het redelijkerwijs mogelijk gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen Voor toepassing van de zorgplicht zijn onderstaande maatregelen van belang; • Voorafgaand aan de werkzaamheden voor ingebruikname van het deel van de dierenweide voor campingfaciliteiten en het plaatsen van de recreatiehuisjes op de camping, dient het gras ter plekke kort gemaaid te worden. Als het gras hoog staat, dan eerst maaien in één richting van binnen naar buiten in een laag tempo zodat kleine zoogdieren of amfibieën de kans krijgen om te kunnen vluchten.
9.
GERAADPLEEGDE BRONNEN
Literatuur • Broekhuizen, S., K. Spoelstra. J.N.M.Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. • Creemers, R.M.C.& J.J.C.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. • Handreiking Kleine marters in relatie tot soortenbescherming, Sander Bouwens 2017. • Kennisdocument Steenuil, Athene Noctua, Versie 1.0, juli 2017, BIJ12. • Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie december 2016. • SOVON broedvogelonderzoek Nederland 2018. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. • Veldgids Vleermuizen van Europa, Christian Dietz & Andreas Kiefer 2017. • Wet natuurbescherming, 16 december 2015, gepubliceerd Staatscourant 19 januari 2016. Internetsites • www.asten.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.verspreidingsatlas.nl • www.quickscanhulp.nl
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
27
BIJLAGE 1
BESCHERMDE SOORTEN VOGELRICHTLIJN
Onder dit beschermingsregime vallen de Europees beschermde soorten als bedoeld in art 3.1 van de Wnb. Vogels met vaste verblijfplaatsen De Vogelrichtlijn onderscheidt de volgende categorieën beschermde vaste verblijfplaatsen: Nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd, de nesten van soorten in categorie 5 zijn beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn.
1.
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
2.
3.
4. 5.
Soortgroep
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Bescherming
Vogels
steenuil
Athene noctua
Categorie 1
Vogels
gierzwaluw
Apus apus
Categorie 2
Vogels
huismus
Passer domesticus
Categorie 2
Vogels
roek
Corvus frugilegus
Categorie 2
Vogels
grote gele kwikstaart
Motacilla cinerea
Categorie 3
Vogels
kerkuil
Tyto alba
Categorie 3
Vogels
oehoe
Bubo bubo
Categorie 3
Vogels
ooievaar
Ciconia ciconia
Categorie 3
Vogels
slechtvalk
Falco peregrinus
Categorie 3
Vogels
boomvalk
Falco subbuteo
Categorie 4
Vogels
buizerd
Buteo buteo
Categorie 4
Vogels
havik
Accipiter gentilis
Categorie 4
Vogels
ransuil
Asio otus
Categorie 4
Vogels
sperwer
Accipiter nisus
Categorie 4
Vogels
wespendief
Pernis apivorus
Categorie 4
Vogels
zwarte wouw
Milvus migrans
Categorie 4
Vogels
blauwe reiger
Ardea cinerea
Categorie 5
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Tureluurweg 7 te Asten
28
Vogels
boerenzwaluw
Hirundo rustica
Categorie 5
Vogels
bonte vliegenvanger
Ficedula hypoleuca
Categorie 5
Vogels
boomklever
Sitta europaea
Categorie 5
Vogels
boomkruiper
Certhia brachydactyla
Categorie 5
Vogels
bosuil
Strix aluco
Categorie 5
Vogels
brilduiker
Bucephala clangula
Categorie 5
Vogels
draaihals
Jynx torquilla
Categorie 5
Vogels
eidereend
Somateria mollissima
Categorie 5
Vogels
ekster
Pica pica
Categorie 5
Vogels
gekraagde roodstaart
Phoenicurus phoenicurus
Categorie 5
Vogels
glanskop
Parus palustris
Categorie 5
Vogels
grauwe vliegenvanger
Muscicapa striata
Categorie 5
Vogels
groene specht
Picus viridis
Categorie 5
Vogels
grote bonte specht
Dendrocopos major
Categorie 5
Vogels
hop
Upupa epops
Categorie 5
Vogels
huiszwaluw
Delichon urbicum
Categorie 5
Vogels
ijsvogel
Alcedo atthis
Categorie 5
Vogels
kleine bonte specht
Dendrocopos minor
Categorie 5
Vogels
kleine vliegenvanger
Ficedula parva
Categorie 5
Vogels
koolmees
Parus major
Categorie 5