CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

RU22.02.06C Bijlagen bij Toelichting - 3x Ruimtelijke onderbouwing.pdf

Raadscommissie Ruimte 8 februari 2022, gemeente AstenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Asten Verzamelplan 2021-2 (adviserend)28.585 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Koningsplein 3 kantoorfunctie

bouwplan

Marktstraat 3 woonfunctie

Marktstraat 1/ Markt 2 woonfunctie

Markt 6-6a horeca Marktstraat 7- 9 detailhandel Markt 8 horeca Markstraat 13 woonfunctie

Kleine Markstraat 2 detailhandel

Kleine Marktstraat 1-3 woonfunctie/detailhandel Julianastraat 1 horeca

Julianastraat 3

Kleine Marktstraat 4 woonfunctie

Kleine Marktstraat 3a woonfunctie

Kleine Marktstraat 5,7 en 7a woonfunctie/detailhandel

Kleine Markstraat 13 woonfunctie Kleine Marktstraat 9 woonfunctie

Figuur 15: Uitsnede BAG viewer Asten omgeving bouwplan

Aan de Marktstraat-Kleine Marktstraat te Asten is de bestemming volgens het vigerend bestemmingsplan Centrum -1. De gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. detailhandel; c. dienstverlening, waaronder kantoren; d. horeca, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'horeca';

Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

18

PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN

e. horeca in de vorm van de horecavoorziening aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - restaurant' en uitsluitend in de aangeduide vorm; f. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; g. een aan huis gebonden beroep, een aan huis gebonden bedrijf of ambachtelijk bedrijf; h. en de daarbij behorende voorzieningen, met dien verstande dat o.a. wonen overal binnen de bestemming is toegestaan; Uit de BAG-viewer (figuur 15) is gebleken dat de woonfunctie, detailhandel, kantoor en bijeenkomstfunctie (horeca) in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn. Wonen is zowel op de begane grond alsmede de verdieping toegestaan en feitelijk ook aanwezig. Op de Markstraat 5 is boven de winkel altijd een bovenwoning aanwezig geweest. De VNG-publicatie “Handreiking bedrijven en milieuzonering” is een instrument om na te gaan of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening in situaties waar bedrijven dicht bij woningen of woningen dicht bij bedrijven worden voorzien. Bij de inventarisatie is gebruik gemaakt van de editie 2009. De VNG-publicatie geeft richtafstanden per bedrijfscategorie en omgevingstype. Milieucategorie

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk Richtafstand tot omgevingstype en rustig buitengebied gemengd gebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m 4.1 200 m 100 m 4.2 300 m 200 m 5.1 500 m 300 m 5.2 700 m 500 m 5.3 1.000 m 700 m 6 1.500 m 1.000 m Figuur 16: Richtafstanden volgens de VNG-publicatie editie 2009 Bedrijven en milieuzonering

De bedrijfsactiviteiten in de directe omgeving van het plan, zoals geïnventariseerd in figuur 15, behoren allemaal tot milieucategorie 1, zoals detailhandel en horeca. Dit betekent dat voor de activiteiten met een milieucategorie 1 sprake is van een richtafstand van 0 meter. Er wordt aan de richtafstand voldaan. Aan de richtafstand van 0 meter voor milieucategorie 1 wordt voldaan en de bedrijven worden niet geschaad in hun functioneren en ter plaatse van de nieuwe woningen is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, omdat in de directe omgeving reeds woningen boven bedrijven toegestaan zijn, waaronder de bovenwoning aan de Marktstraat 5, de bovenwoning 7-9 en de Kleine Marktstraat 9. De nieuwe woningen komen qua afstand niet dichter op bestaande bedrijven te liggen. Daarmee vormen de nieuwe woningen geen belemmering voor de bestaande bedrijven, omdat op kortere afstanden dan de voorziene nieuwbouwwoningen reeds woningen planologisch toegestaan zijn en deze woningen maatgevend zijn. Voor Bakkerij Koolen Marktstraat 7-9 zal specifiek ingegaan worden op de bedrijfssituatie i.v.m. het aspect geur. Vanwege de bakkerij dienen de geluidbelasting (o.a.

laden en lossen) en geurbelasting op de nieuwe gevoelige objecten inzichtelijk te worden gemaakt, zodat duidelijk is of de belangen van de bakkerij worden geschaad en of er ter plaatse van de nieuwe gevoelige objecten sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

19

PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN

Bakkerij Koolen Markstraat 7- 9 is een detailhandel in brood en banket met bakken voor eigen winkel (SBI-2008, 4724) milieucategorie 1, voor geur en geluid geldt een afstand van 10 meter. Geluid De belangrijkste geluidbron betreft het laden en lossen aan de achterzijde aan de Kleine Marktstraat. De transportbewegingen vinden uitsluitend plaats in de dagperiode (07.00 tot 19.00 uur) met kleine vrachtwagens en zijn als volgt:  1 x per week Beko stopt in de Julianastraat (grondstoffen);  1 x per 2 weken Zeelandia (grondstoffen);  1 x per 3 weken Koopmans bulkwagen (meel en bloem). Het Activiteitenbesluit bevat algemene regels voor bedrijven om het milieu te beschermen en bevat ook regels om geluidoverlast door bedrijven te voorkomen. Het Activiteitenbesluit bevat standaard waarden voor het beschermingsniveau tegen geluidhinder. Het gaat om het toegestane langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidniveau (LAmax). Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de dagperiode mag op gevoelige gebouwen/ functies maximaal 50 dB(A) bedragen en het maximale geluidniveau 70 dB(A) volgens tabel 2.17a van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor het aspect geluid is geen onaanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwbouwwoningen te verwachten als gevolg van het beperkt laden en lossen bij de bakkerij aan de Kleine Marktstraat.

Daarnaast was in het plan Marktstraat 5 reeds een bovenwoning aanwezig, waardoor er sprake was van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Met het initiatief wordt wonen op de begane grond mogelijk gemaakt met 2 appartementen en 1 extra appartement op de verdieping. Geur Het bereiden van voedingsmiddelen, waaronder brood en andere deegwaren met ovens, valt onder afdeling 3.6 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het Activiteitenbesluit is het aspect geur uitputtend geregeld. Het bedrijf heeft bij oprichting of wijziging van zijn activiteit de keuze uit:  een afvoerpijp 2 meter bovendaks binnen 25 meter;  een doelmatige ontgeuringsinstallatie. Dit houdt in dat er geen maatwerkvoorschriften voor geur mogelijk zijn, waarin andere eisen worden gesteld. De bakkerij moet voldoen aan de standaard eisen op grond van het Activiteitenbesluit. Andersom geldt dat, aangezien het aspect geur in het Activiteitenbesluit uitputtend is geregeld, er van uit moet worden gegaan dat daarmee geurhinder voor de omgeving dan tot een aanvaardbaar niveau is beperkt. Geconcludeerd dient te worden dat in de nabijheid van het project geen bedrijven dan wel inrichtingen gesitueerd zijn die een belemmering vormen voor de realisatie van het project en anderzijds worden de bestaande bedrijven niet beperkt in hun vergunde situatie.

Daarmee vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling van de nieuwe appartementen. Geurwetgeving Voor de realisering van het plan is het aspect geur relevant vanwege de ligging naast de bakkerij aan de Marktstraat 7-9. De bakkerij moet voldoen aan de standaard eisen op grond van het Activiteitenbesluit, waardoor sprake zal zijn van een aanvaardbaard niveau van geurhinder. Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

20

PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN

Wet luchtkwaliteit Voor het aspect luchtkwaliteit is het van belang na te gaan of het plan gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit ter plaatse. Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vormt het kader voor de beoordeling van de luchtkwaliteit in de buitenlucht. De Wet milieubeheer spreekt van grenswaarden en plandrempels. Grenswaarden zijn normen waaraan in een bepaald jaar voldaan dient te worden. Plandrempels zijn normen die jaarlijks strenger worden en langzaam groeien naar het niveau van de uiteindelijk te bereiken grenswaarde. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe ‘Wet luchtkwaliteit’ geen belemmering voor een ruimtelijke ontwikkeling als:  er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt;  een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging;  een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking treedt nadat de EU derogatie heeft verleend. Het onderhavige plan voorziet in de realisering van 4 woningen. Hiermee wordt ruimschoots onder de aantallen gebleven, zoals genoemd in de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ van de Wet milieubeheer. Woningbouwlocaties vallen onder de 3% norm indien via een ontsluitingsweg niet meer dan 1.500 nieuwe woningen worden ontsloten.

Geconcludeerd kan worden dat de Wet luchtkwaliteit geen belemmering oplevert voor de realisering van het project. 4.3.

Externe veiligheid

Beleid Bij externe veiligheid gaat het om de risico’s die samenhangen met het produceren, verwerken, opslaan en vervoeren van gevaarlijke stoffen. Deze risico’s doen zich voor rondom risicovolle inrichtingen, zoals transportassen, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Hierbij dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) beoordeeld te worden op een eventuele toename als gevolg van een ruimtelijk plan. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans op een bepaalde plaats om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats onbeschermd aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.

Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is de kans dat een groep van 10 of meer personen overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Voor veranderingen van het groepsrisico in een invloedsgebied dient een verantwoording afgelegd te worden over de wijze waarop de toelaatbaarheid van de verandering in de besluitvorming is betrokken. Bij ruimtelijke besluiten waarbij het groepsrisico relevant is moet het besluit gemotiveerd en verantwoord worden, als maat voor de maatschappelijke impact van een ongeval met veel slachtoffers. Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

21

PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN

Het beleid voor inrichtingen (bedrijven) is vastgelegd in het “Besluit externe veiligheid inrichtingen” (Bevi) dat op 29 oktober 2004 van kracht is geworden. Het beleid voor transport over weg, water en spoor is beschreven in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, de Wet Basisnet en het besluit externe veiligheid transportroutes. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is het externe veiligheidsbeleid met betrekking tot buisleidingen weergegeven. Het Bevb is op 1 januari 2011 van kracht geworden. Gemeentelijk beleid In 2008 heeft de gemeente Asten een Beleidsvisie Externe Veiligheid opgesteld. Het gemeentelijke beleid is gericht op het beperken van de risico’s, die de burgers lopen als gevolg van risicovolle activiteiten, met als doel een veiliger woon- en werkklimaat. De wettelijke normen zijn daarbij de minimale basis. Door middel van strategische uitgangspunten, uitgewerkt in een gebiedsgerichte benadering, wordt gestreefd naar een hoger ambitieniveau. Het plan betreft het realiseren van 4 appartementen aan de Marktstraat 5 te Asten. In het kader van de externe veiligheidsregelgeving wordt een woning aangemerkt als een kwetsbaar object. Ten behoeve van het plan heeft er een inventarisatie via de Risicokaart plaatsgevonden van de risicovolle activiteiten, zoals transportroutes voor gevaarlijke stoffen, buisleidingen en Bevi-bedrijven.

In het centrumgebied Asten zijn de volgende Bevi-bedrijven gelegen:  Aan de Tuinstraat 18 is een tankstation gelegen. Het betreft een tankstation met de verkoop van lpg. De minimumafstanden waaraan dit tankstation moet voldoen staan in het besluit externe veiligheid (BEVI). Het invloedsgebied van dit tankstation bedraagt 150 meter. Het plangebied ligt op ruim 250 meter, dus buiten het invloedsgebied.  Aan de Emmastraat 73 is een tankstation met verkoop van lpg gelegen. Het vulpunt van dit tankstation is in november 2008 verlegd, waardoor er geen kwetsbare objecten meer binnen de PR-contour zijn gelegen volgens het bestemmingsplan “Asten centrumgebied”.  In de omgeving van het plangebied zijn geen buisleidingen aanwezig, deze liggen op grote afstand en vormen geen belemmering voor het plan.  Het plan is op ongeveer 1,8 km van de rijksweg A67 gesitueerd, welke als transportroute gevaarlijke stoffen geldt. Het invloedsgebied van de A67 bedraagt 4 km, zodat het plan formeel binnen het invloedsgebied is gesitueerd.

Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

22

PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN

Figuur 17: Fragment risicokaart met locatie (bron: Risicokaart.nl)

Voor de beperkte verantwoording van het groepsrisico voor de A67 kan het standaardadvies van de Veiligheidsregio Brabant Zuid-Oost (VRBZO)worden gehanteerd:  Communiceer actief met de omwonenden in het plangebied over de risico’s van de gevaarlijke stoffen. Geef daarbij aan wat omwonenden moeten doen bij een incident, namelijk vluchten van de risicobron af. Dit bevordert de zelfredzaamheid van omwonenden. Dit advies geldt ook voor bedrijfshulpverlenings-organisaties.  Pas de beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening van VRBZO toe. Wanneer een beoogde oplossing aan de beleidsregels voldoet, kunt u ervan uitgaan dat een goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten en een adequate bluswatervoorziening gerealiseerd wordt. De beleidsregels staan op https://www.vrbzo.nl/wpcontent/uploads/2018/04/170307- beleidsregelsbereikbaarheiden-bluswatervoorzieningbrabant-definitief-1-0-vastgesteld.pdf  Bij bestemmingplannen waarbij zich een toxisch scenario (giftige schadelijke stoffen) kan voordoen, wordt geadviseerd dat nieuw op te richten gebouwen moeten voldoen aan het Bouwbesluit 2012. In dit besluit is geregeld dat gebouwen uitgevoerd moeten worden met een mechanische ventilatie die uitgezet kan worden. Aanvullend op deze regelgeving wordt geadviseerd om de aanzuigopeningen van deze ventilatie bij voorkeur hoog en afgekeerd van de risicobron te realiseren.

In artikel 7 van het Bevt is bepaald dat voor plannen binnen het invloedgebied van een weg, spoorweg of binnenwater waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, in de ruimtelijke onderbouwing in elk geval ingegaan dient te worden op de bestrijdbaarheid en de zelfredzaamheid. Vanwege de ligging binnen de invloedgebieden van de genoemde transportroute is het noodzakelijk om het groepsrisico te verantwoorden. Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

23

PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN

Ontwikkeling groepsrisico Door de realisatie van de woningen vindt er een zeer beperkte toename plaats van de personendichtheid binnen de invloedgebieden van de autosnelweg A67. Het groepsrisico zal niet significant toenemen, vanwege:  de afstand tot de plaats van het mogelijke incident;  de aard van incident (blootstelling aan toxisch gas);  de reeds hoge personendichtheden binnen de gemeente Asten De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval. Op deze afstand van de risicobron speelt het bestrijdbaarheidsvraagstuk niet of nauwelijks. De bestrijding vindt plaats bij de bron, op ruime afstand van het plangebied. Ten aanzien van de algemene mogelijkheden van de bestrijdbaarheid wordt verwezen naar desbetreffende onderdelen van de visie. Conclusie Het plangebied ligt niet binnen een plaatsgebonden risicocontour of een invloedsgebied van een risicovolle inrichting, spoorweg, vaarweg of buisleiding. Het plangebied ligt wel binnen het invloedsgebied voor toxische vloeistoffen en gassen van de rijksweg A67. Daarom is een beperkte verantwoording van het groepsrisico gegeven. Ongeacht de inzet van gemeente en hulpverleningsdiensten om de situatie zo veilig mogelijk te maken zal er altijd sprake zijn van een restrisico. Immers, de kans op een ongeval, hoe klein ook, blijft altijd aanwezig.

Het restrisico is in dit geval onder déze omstandigheden en afgezet tegen een breder kader aanvaardbaar. Het is daarom vanuit het oogpunt van externe veiligheid verantwoord om medewerking te verlenen aan de bouw van de woningen. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat vanuit externe veiligheid geen belemmeringen gelden voor de planontwikkeling. 4.4.

Verkeer en parkeren

Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het motiveren van een mogelijk effect van een nieuw initiatief op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. Verkeersontsluiting De vier appartementen zijn gesitueerd op het perceel sectie G nr. 4411, dat voor verkeer en voetgangers ontsloten wordt via de Kleine Marktstraat en voor voetgangers tevens aan de Marktstraat. Het realiseren van de vier appartementen heeft (bijna) geen gevolgen voor het aantal verkeersbewegingen en zal dus geen effect hebben op de verkeerssituatie van deze weg. Parkeren Conform de Nota Parkeernormen 2016 van de gemeente Asten zal voor de 4 appartementen in 6 parkeerplaatsen voorzien moeten worden; hiervan maximaal 2 op eigen terrein door middel van de realisatie van een 2-tal parkeerplaatsen op de begane grond aan de kant van de Kleine Marktstraat. De overige 4-tal parkeerplaatsen wordt in de openbare ruimte voorzien. De parkeervakken dienen samen met de rijbaan Kleine Marktstraat 11 meter diep te zijn. Dit om de uitdraai te kunnen garanderen. Daarnaast dienen de parkeerplaatsen 2,5 meter breed te zijn.

Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

24

PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN

Figuur 18/19: Situering woningen en doorsnedes met dubbele parkeerplaats op begane grond (bron SAND studio voor architectuur 30-09-2020)

Het project is gesitueerd in het gebied “Centrum Asten” volgens de nota Parkeernormen 2016. Dit resulteert voor vier woningen in een behoefte van 5,6 (4x1,4 p. woning) afgerond 6 parkeerplaatsen. (segment: Koop, etage, midden & Huur, etage, duur). Verwacht kan worden dat de totale parkeerdruk met 4 appartementen ten opzichte van de oude situatie (1 winkel met 1 bovenwoning) iets zal toenemen van 4 naar maximaal 6 parkeerplaatsen. De parkeerbelasting op het openbare gebied blijft echter nagenoeg ongewijzigd in de nieuwe situatie. Het aspect infrastructuur vormt op grond van het bovenstaande geen belemmering voor realisering van het project.

Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

25

PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN

4.5.

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie In het vastgestelde bestemmingsplan “Centrumgebied Asten” heeft de projectlocatie een dubbelbestemming “Waarde-Archeologie 2” ter bescherming van archeologische belangen. Er is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten van projectgebieden die groter zijn dan 250 m² en dieper gaan dan 0,3 meter onder maaiveld. Het oude bebouwde oppervlak in het plangebied met bodemingrepen bedraagt circa 113 m2 en in de nieuwe situatie is dat 195 m2 bij een perceeloppervlak van 254 m2. Nu het te bebouwen oppervlak beneden de 250 m2 blijft is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk. Tevens is naar alle waarschijnlijkheid de bodem van het perceel in ruime mate geroerd door de bouwwerkzaamheden in het verleden. Uit de historische kaarten (bron: http://www.topotijdreis.nl en kaart J. Kuyper) blijkt dat de locatie in 1868 al reeds bebouwd was. Uit gegevens van BAG volgt dat de huidige bebouwing omstreeks 1900 is gebouwd. De gemeente Asten heeft in het principebesluit van 20 oktober 2020 eveneens aangegeven dat de voorgenomen planontwikkeling niet onderzoeksplichtig is. Een archeologisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Legenda

Figuur 20: Uitsnede Archeologische Beleidskaart Asten met locatie

Geconcludeerd kan worden dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor de realisering van het project. Cultuurhistorie In de directe omgeving van het project zijn geen cultuurhistorische elementen aanwezig. Het te slopen pand is eveneens geen gemeentelijk- of rijksmonument. Geconcludeerd kan worden dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor de realisering van het plan. Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

26

PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN

4.6.

Natuur en landschap

Het project is gesitueerd in de bebouwde kom (Centrumgebied) van Asten en wordt aangemerkt als bestaand bebouwd gebied. Het projectgebied maakt geen deel uit van een Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied. Het projectgebied is gesitueerd op ca. 6 kilometer afstand van de Natura 2000-gebieden Strabrechtse Heide & Beuven en Groote Peel. Er zijn in de directe omgeving van het project geen bijzondere landschapswaarden aanwezig welke als gevolg van de realisering van het project aangetast kunnen worden. 4.7.

Water

In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze in het plan rekening is gehouden met het aspect water. In ruimtelijke plannen is dit een relevant aspect. Algemeen beleid Op nationaal niveau is het “Nationaal waterplan” (NWP) van belang. Het NWP is het rijksplan voor het waterbeleid voor de periode 2016-2021. Het NWP richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan. Het NWP beschrijft de maatregelen die genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Bij het opstellen en uitvoeren van het waterbeleid wordt gewerkt volgens de stroomgebiedsbenadering. De wateropgaven worden beschouwd binnen een natuurlijke en geografische eenheid, waarbij bestuurlijke grenzen ondergeschikt zijn. Provinciaal beleid Op regionaal niveau is de provincie verantwoordelijk voor het beleidsveld water. Vigerend is het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021. Het PMWP is een kaderstellende nota die op hoofdlijnen weergeeft wat de beleidsdoelen en voorgestelde aanpak zijn.

De doelen van het PMWP zijn:  Voldoende water voor mens, plant en dier  Schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht)  Bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s  Verduurzaming van onze grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening Het waterbeheer voor het bebouwd gebied wordt gekenmerkt door het afkoppelen en vervolgens laten infiltreren van regenwater. Gemeenten dienen bij nieuwbouw en herstructurering 100% af te koppelen volgens de provinciale richtlijnen. Beleid gemeente Asten Het beleid van de gemeente Asten is dat bij nieuwbouwprojecten 100% van het regenwater dat valt op bebouwing en andere oppervlakteverhardingen van de gemeentelijke riolering afgekoppeld dient te worden. Tevens is in de bouwverordening opgenomen dat op eigen terrein hiervoor voorzieningen moeten worden getroffen. Bij nieuwbouw en bij herstructurering of renovatie van bestaande bebouwing dient het regenwater binnen de grenzen van doelmatigheid maximaal afgekoppeld te worden van het riool (droogweerafvoer). In het kader van de waterhuishouding dient nagegaan te worden hoe met regenwater en afvalwater wordt omgegaan in het plangebied. Het waterschap AA en Maas en de gemeente Asten eisen een scheiding van beide waterstromen. Voor het regenwater is het principe: vasthouden, bergen en dan pas afvoeren.

Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

27

PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN

1. Waterbergingsopgave. De afvoer van het hemelwater van de nieuwe woningen wordt geborgen op eigen terrein. Het (horizontaal gemeten) dakoppervlak bedraagt circa 195 m2. Op basis van het toekomstig verhard oppervlak en de bergingseis van 60 mm bedraagt de waterbergingsopgave voor het plangebied als gevolg van het dakoppervlak circa 12 m3 (195 m2 x 0,060 m). De civieltechnische uitwerking van de afwatering en de te creëren berging zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de gemeente Asten bij de verdere uitwerking van het plan. De voorziening moet aan de volgende eisen voldoen:  Controleerbaar op werking (dus zichtbaar of toegankelijk).  Mogelijkheid tot reinigen, inspectie en onderhoud.  De afvoer uit een voorziening naar oppervlaktewater of riolering mag maximaal 2 l/s/ha zijn.  De voorziening moet binnen 5 dagen leeggelopen zijn (bij maximaal 2 mm neerslag per etmaal) door afvoer en/of infiltratie in de bodem.  De bodem van de voorziening ligt boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG).  De verwerking van het hemelwater moet altijd zodanig ontworpen worden dat het bijdraagt aan het verminderen van piekafvoeren en niet leidt tot wateroverlast.  De waterbergingsvoorziening moet 60mm per m2 verhard oppervlak (dak en verharding) kunnen bergen, oftewel 60 liter per m2 verhard oppervlak.

Hierbij worden groene daken niet gezien als verhard oppervlak en half verharding wordt wel gezien als verhard oppervlak, tenzij aangetoond wordt (incl. aanleg- en onderhoudsvereisten) dat de half verharding ook op lange termijn gedeeltelijk als onverhard functioneert.  De aanwezigheid van een overloopvoorziening (indien mogelijk bovengronds) voor de afvoer van water bij hevige buien als de voorziening vol is, is zo ontworpen dat deze wateroverlast voorkomt. 2. Riolering. Bij nieuwbouw dient hemelwater en afvalwater gescheiden aangeleverd te worden. Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater toenemen. Voor de berekening van het toekomstige aanbod en eventuele toename hierin, is voor de berekening uitgegaan van een gemiddeld verbruik van 120 liter per dag geproduceerd per IE. Per woning wordt uitgegaan van een gemiddelde woningbezetting van 2,5 bewoners. Dit betekent dat er dus 2,5 x 120 liter = 300 liter per dag per woning wordt geloosd. Conform het planontwerp zullen er 4 woningen worden gerealiseerd. Dit komt overeen met een aanbod c.q. toename van circa 1200 liter per dag. Het plan hoeft niet aangemeld te worden bij het Waterwetloket ter verkrijging van een positief wateradvies vanwege de beperkte omvang. De gemeente Asten is in deze derhalve de toetsende instantie.

Geconcludeerd kan worden dat realisering van het project niet belemmerd wordt vanuit het aspect water.

Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

28

PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN

4.8.

Flora- en fauna

Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse van het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming (flora en fauna). Inzichtelijk moet gemaakt worden of door de geplande ontwikkeling negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde gebieden en soorten en wordt aangegeven welke stappen doorlopen dienen te worden als natuurwaarden mogelijk in het geding komen. Het plan dient derhalve getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming (Wn) en het provinciale gebiedsbeschermingsregime in de ‘Interim Verordening Ruimte Noord-Brabant’. Gebiedsbescherming Afwegingskader Wet natuurbescherming Het projectgebied maakt geen deel uit van een Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied. Het projectgebied is gesitueerd op circa 6 kilometer afstand van de Natura 2000-gebieden 'Strabrechtse Heide & Beuven' en Groote Peel. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient zekerheid geboden te worden omtrent het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten. Directe aantasting en verstoringsfactoren als gevolg van de realisering van het plan zijn gezien de zeer ruime afstand tot aan de Natura 2000-gebieden 'Strabrechtse Heide & Beuven' en “Groote Peel” uitgesloten.

Daarnaast worden indirecte effecten, zoals een toename van stikstofdepositie of drastische grondwaterstanddaling, gezien de bouw van slechts vier woningen niet verwacht. Gebiedsbescherming vormt geen belemmering voor de bouw van de vier appartementen.

Figuur 21: Ligging Natura 2000 gebieden nabij het plangebied

Interim Verordening Ruimte Noord-Brabant De provinciale groenstructuur is vastgelegd in de ‘Interim Verordening Ruimte NoordBrabant’ door middel van het Natuur Netwerk Brabant (NNB), de Groenblauwe Mantel en het attentiegebied Natuur Netwerk Brabant.

Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

29

PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN

Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuur Netwerk Brabant (NNB) of een ecologische verbindingszone (EVZ). De dichtstbijzijnde onderdelen van het NNB liggen beiden op ongeveer 1 kilometer ten noordwesten (rondom de Dijkstraat) en ten zuidoosten van het besluitgebied (oostelijk van de Polderweg). Dit betreffen Droog bos met productie) Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van de huidige staat van het NNB/EVZ niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB/EVZ wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Daarnaast ligt het plangebied niet binnen de Groenblauwe mantel.

Figuur 22: Ligging plangebied ten opzichte van het natuurnetwerk en verbindingszones

Ter onderbouwing van de natuurwaarden is een Quickscan Flora en Fauna uitgevoerd door Archimil B.V. De rapportage is ingesloten als bijlage 3 en bekend onder rapportnummer 3616R001-5 d.d. 23 december 2020 met de volgende conclusies:  Op de locatie is geen beschermde flora en fauna waargenomen die een belemmering kan vormen voor de voorgenomen activiteit.  Ook worden, op basis van het gebruik van de locatie en de directe omgeving, geen beschermde flora en fauna verwacht. Opgemerkt wordt dat het onderzoek is uitgevoerd buiten de broedperiode van de huismus en gierzwaluw. Aan de achterzijde van het pand zijn enkele potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen.  Ter plaatse zijn geen aanwijzingen gevonden welke duiden op de daadwerkelijke aanwezigheid van vleermuizen.  Bij de bouw dient voorkomen te worden dat bouwlampen voor lichtverstoring voor foeragerende vleermuizen zorgen. Stikstofdepositie Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 dient het effect van de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt te worden. Na de uitspraak van de Raad van State mag het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis voor toestemming voor activiteiten die stikstof uitstoten worden gebruikt. Daarom moet per activiteit duidelijk worden gemaakt dat beschermde natuurgebieden daardoor niet worden aangetast.

De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de aanvoer van materialen i.v.m. de realisatie van het plan. De nieuwbouw zal niet worden aangesloten op het gasnet. Uitgaande van gasloos bouwen behoeft volgens de “Handreiking woningbouw en AERIUS, januari 2020” geen emissie-berekening uitgevoerd te worden. Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

30

PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN

De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) vinden derhalve in de gebruiksfase enkel plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. Hiervan kan gesteld worden dat als gevolg van de planwijziging het uitgesloten is dat de verkeersaantrekkende werking van de 4 nieuwe woningen tot een significante toename in de stikstofdepositie zal leiden. De verkeersaantrekkende werking van 4 woningen bedraagt maximaal 32 motorvoertuigen (volgens de CROW-publicatie 381) per etmaal. Op basis van de tabel indicatieve depositie uit de "Handreiking woningbouw en Aerius" van de rijksoverheid https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/ 2020/02/Handreiking-woningbouwen-AERIUS.pdf kan gesteld worden het project voor 4 woningen geen depositie zal veroorzaken bij de gebruiksfunctie op de natuurgebieden die op 6 km afstand gelegen zijn. Vanwege de afstand tot Natura-2000 zal een aanvullende berekening echter geen stikstofdepositie opleveren. Op basis van het bovenstaande blijkt dat er voor het aspect stikstof geen belemmeringen zijn voor het vaststellen en realiseren van het plan. Soortenbescherming Het plangebied ligt in stedelijke bebouwing, omsloten door verhardingen en wegen en grenst aan verkeersluwe wegen. Op grond van de ligging en het aangetroffen habitat is de aanwezigheid van een groot aantal beschermde soorten op voorhand uit te sluiten.

Aan de achterzijde van het pand zijn enkele potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Ter plaatse zijn geen aanwijzingen gevonden welke duiden op de daadwerkelijke aanwezigheid van vleermuizen. Bij de bouw van de woningen worden geen beschermde planten of dieren verstoord. Soortenbescherming vormt geen belemmering voor de bouw van de vier woningen. Geconcludeerd kan worden dat het project niet belemmerd wordt door de gebiedsbescherming en de soortenbescherming in het kader van flora en fauna. 4.9.

Vormvrije m.e.r.-beoordeling / m.e.r.-plicht

Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is verplicht voor besluiten van de overheid over initiatieven van particulieren of marktpartijen, zoals bij de bouw van woonwijken de aanleg van auto(snel)wegen, spoorwegen, vliegvelden, pijpleidingen voor gas of olie en (stuw)dammen. Een m.e.r. kan ook verplicht zijn voor plannen van de overheid, zoals een bestemmingsplan. Ingevolge het Besluit milieueffectrapportage (verder: Besluit m.e.r.) wordt getoetst of het bestemmingsplan voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hiervoor zijn in de bijlage bij het Besluit m.e.r. lijsten opgenomen waarin activiteiten zijn aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (lijst C) of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (lijst D). In de lijsten zijn (indicatieve) drempelwaarden opgenomen. Onderhavig plan voorziet in een woningbouwontwikkeling. Woningbouwontwikkelingen zijn opgenomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r., nummer 11.2. In geval van woningbouw is een (indicatieve) drempelwaarde opgenomen van >2000 woningen. Dit plan voorziet in de ontwikkeling van 4 woningen, gelegen aan de Markstraat 5 in de kern van Asten, omringd door woningen (binnenstedelijk gebied).

Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

31

PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN

Deze woningbouwontwikkeling ligt ver beneden de genoemde drempelwaarde. Ook gezien de in deze toelichting beschreven milieu-aspecten in de hoofdstukken van deze ruimtelijke onderbouwing wordt geconcludeerd dat er géén sprake is van significante effecten, die een m.e.r.-aanmeldnotitie / m.e.r.-plicht noodzakelijk maken.

4.10.

Economische uitvoerbaarheid en kostenverhaal

Op grond van de Wet ruimtelijke ordening rust op de gemeente de verplichting tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan. De gemeente kan hiervan afzien indien: het kostenverhaal anderszins is verzekerd; en het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is; en het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan werken en werkzaamheden met betrekking tot bouwrijp maken, aanleg van nutsvoorzieningen, inrichten van de openbare ruimte en uitvoerbaarheid niet noodzakelijk is; óf in de volgende bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen: het totaal der exploitatiebijdragen bedraagt minder dan € 10.000; óf er zijn geen verhaalbare kosten als bedoeld in het besluit ruimtelijke ordening (Bro); óf de verhaalbare kosten als bedoeld in het Bro betreffen uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen. Voorliggend plan heeft betrekking op een initiatief voor de realisatie van 4 appartementen. Ten behoeve van de planning van de bestemmingsplanprocedure, het kostenverhaal (plankosten) en het risico op planschade zal met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst afgesloten worden.

In artikel 6.1 sub 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is bepaald dat indien een belanghebbende ten gevolge van een planologische wijziging schade lijdt of zal lijden, welke redelijkerwijs niet of niet geheel tot zijn last behoort te blijven, de gemeente op aanvraag een schadevergoeding kan toekennen. In de anterieure overeenkomst is het aspect planschade vastgelegd, waarin bepaald is dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer zal zijn.

Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

32

PROCEDURE EN OVERLEG

5.

PROCEDURE EN OVERLEG

5.1.

Procedure

Deze ruimtelijke onderbouwing wordt toegevoegd aan een verzamelbestemmingsplan dat de gemeente Asten in procedure zal brengen. Na afloop van de bestemmingsplanprocedure kan de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen regulier worden afgehandeld. 5.2.

Vooroverleg

Het vooroverleg wordt gevoerd in het kader van de bestemmingsplanprocedure voor het veegplan. Met de directe buren/aanwonenden is het plan besproken. Het verslag van de omgevingsdialoog is als bijlage 4 ingesloten. 5.3.

Planmethodiek en verbeelding

In het nieuwe verzamelbestemmingsplan wordt aan het onderhavige perceel een aantal woontitels toegevoegd met passende bouwregels voor maximale goothoogte, nokhoogte en bouwlagen. Deze ruimtelijke onderbouwing wordt toegevoegd aan de toelichting van het nieuwe bestemmingsplan.

Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

33

CONCLUSIES

6.

CONCLUSIES

6.1.

Inleiding

In de voorliggende ruimtelijke onderbouwing zijn de specifieke omstandigheden beschreven en de mogelijke belemmeringen onderzocht van de realisering van 4 appartementen aan de Marktstraat 5 te Asten. Afsluitend worden de effecten van het project beschreven met:  ruimtelijke gevolgen en afweging;  conclusie. 6.2.

Ruimtelijke gevolgen en afweging

De gewenste ontwikkeling betreft het realiseren van vier appartementen op het perceel Asten sectie C nr. 4130. Voor het Rijksbeleid is een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij het ruimtelijke besluit van toepassing. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking levert op dat er sprake is van een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte door binnen het bestaand stedelijke gebied te intensiveren t.b.v. een woonsegment waaraan behoefte is. De Ladder voor duurzame verstedelijking behoeft niet te worden doorlopen voor het project nu het handelt om slechts vier appartementen. Door de ligging in het bebouwd gebied van Asten is er geen provinciaal belang bij de ontwikkeling van het appartementencomplex. Inhoudelijk bestaat er met het Provinciaal Beleid geen strijdigheid. Voor de gemeentelijke kaders bestaat er strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan “Asten Centrumgebied”, vanwege de afwijking met de bouwregels van de bestemming “woongebied”. Het bouwplan is in voldoende mate stedenbouwkundig onderbouwd. Het geldende bestemmingsplan biedt geen basis om medewerking te verlenen.

Vanuit de beschreven planologisch relevante aspecten zijn geen belemmeringen aanwezig voor realisering van het project en andersom worden de bestaande waarden en de ruimtelijke structuur niet onevenredig aangetast, met de volgende conclusies:  Voor het aspect “bodemkwaliteit” is met een verkennend bodemonderzoek in voldoende mate onderbouwd dat de realisering van de 4 appartementen milieutechnisch verantwoord is.  Voor het aspect “geluid wegverkeerslawaai” is het plan is gelegen in de (verkeersluwe) zone van de Marktstraat en de Kleine Marktstraat. De Marktstraat is eenrichtingsverkeer en kent een snelheidsregime van 30 km/uur en de Kleine Marktstraat is alleen toegankelijk voor bestemmingsverkeer en zijn dus niet. Geconcludeerd kan worden dat het plan akoestisch niet belemmerd wordt.  Voor het aspect “milieuzonering” dient geconcludeerd te worden dat in de nabijheid van het plangebied geen bedrijven dan wel inrichtingen gesitueerd zijn die een belemmering vormen voor de realisatie van de woningen en anderzijds worden de bestaande bedrijven niet beperkt in hun vergunde situatie. Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

34

CONCLUSIES

 Door de beperkte omvang van het plan met slechts 4 appartementen vormt het aspect “luchtkwaliteit” geen belemmering voor de realisering van het plan.  Het plangebied ligt niet binnen een plaatsgebonden risicocontour of een invloedsgebied van een risicovolle inrichting, spoorweg, vaarweg of buisleiding. Het plangebied ligt wel binnen het invloedsgebied voor toxische vloeistoffen en gassen als gevolg van transport op de snelweg A67. Daarom is een beperkte verantwoording van het groepsrisico gegeven.  Op grond van de berekende parkeerbehoefte als gevolg van de realisering van 4 appartementen is gebleken, dat met 2 te realiseren parkeerplaatsen op eigen terrein en de overige 4 parkeerplaatsen in de openbare ruimte in de extra parkeerbehoefte voorzien kan worden. Het aspect infrastructuur vormt op grond van het bovenstaande geen belemmering voor realisering van het project.  Uit de nadere onderbouwing van het aspect “water” is gebleken dat infiltratie van het hemelwater op het perceel mogelijk is en dat de waterberging gerealiseerd zal worden met een infiltratievoorziening op eigen terrein.  Voor het aspect “flora en fauna” is met een Quickscan Flora en Fauna in voldoende mate onderbouwd dat de realisering van de 4 appartementen verantwoord is. Er kan voor het plangebied worden geconcludeerd, dat vanuit de gebieds- en soortenbescherming geen belemmeringen aanwezig zijn.

 Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is gezien de omvang van het plan niet aan de orde.  De economische uitvoerbaarheid van het plan en het mogelijke verhaal van planschadekosten is voldoende afgezekerd met een overeenkomst tussen de gemeente Asten en de initiatiefnemer. 6.3.

Conclusie

Alles overwegende dient geconcludeerd te worden dat aan het project medewerking verleend kan worden vanwege het feit dat er geen negatieve consequenties voor de directe omgeving optreden en het project uit ruimtelijk-planologisch oogpunt aanvaardbaar is. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening.

Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

35

7.

BIJLAGEN

Bijlage 1: Definitief ontwerp d.d. 30-09-2020, SAND - studio voor architectuur Bijlage 2: Verkennend Bodemonderzoek Marktstraat 5 te Asten, Archimil B.V. (Afdeling Bodem en Bouwstoffen), rapportnummer 3616R001-4 d.d. 23 december 2020 Bijlage 3: Rapportage Quickscan Flora en Fauna Marktstraat 5 te Asten, Archimill B.V. (Afdeling Ecologie), rapportnummer 3616R001-5 d.d. 23 december 2020 Bijlage 4: Verslag omgevingsdialoog d.d. 21 mei 2021

Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten

36

Bodem en Bouwstoffen

Verkennend Bodemonderzoek Marktstraat 5 Asten rapport 3616R001-4

datum: opdrachtgever:

23 december 2020 M.J.T. Koolen Beheer B.V., Moussaultstraat 9, 5721 KE ASTEN.

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en / of openbaar gemaakt zonder schriftelijke toestemming van Archimil BV. Op al onze werkzaamheden zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Eindhoven, onder nummer 17159750.

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

I

VERANTWOORDING

P. Heesakkers Adviseur

Ing. B. van den Bosch Teamleider

Archimil B.V. Koningsplein 18, 5721 GJ Asten, Tel.nr. 0493-671818 – Faxnr. 0493-671800, Email: info@archimil.nl Archimil BV, Laagheidehof 5, 5804 XB Venray, telnr. 0478-515736 Rabobank Iban NL70RABO01636.28.580, Kvk nr. 17159750

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

II

SAMENVATTING Voor een verklaring van de gebruikte terminologie met betrekking tot eventuele verontreinigingen verwijzen wij naar de ‘Circulaire Bodemsanering 2013’ en het ‘Besluit bodemkwaliteit’. Op een terrein aan de Marktstraat 5 te Asten is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Nederlandse norm NEN 5740. De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht: Gemeente

Asten

Adres

Marktstraat 5 te Asten

Kadastraal

Sectie: G

Nr: 4411

Coördinaten

X: 179.966

Y: 379.447

Oppervlakte onderzoekslocatie

254 m2

Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de resultaten van het vooronderzoek van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Op basis van de in het vooronderzoek verzamelde gegevens is de locatie als nietverdacht beschouwd. Veld- en laboratoriumwerkzaamheden zijn derhalve uitgevoerd conform de strategie onverdacht uit de NEN 5740. Uit het onderzoek volgt dat in de bovengrond plaatselijk lichte bijmengingen met puin of baksteen zijn aangetroffen. De bijmengingen worden, gelet op de leeftijd van de bebouwing, als historisch beschouwd. De zwak puinhoudende grond uit de bovenlaag (0,04-0,58 m-mv) is licht verontreinigd met cadmium, koper, kwik, lood, zink en PAK’s. De grond uit de onderlaag (0,5-2 m-mv) is zeer licht verontreinigd met kwik. Het grondwater is niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. De hypothese niet-verdachte locatie kan voor het grondwater worden aangenomen en dient voor de boven- en ondergrond formeel te worden verworpen op basis van de onderzoeksresultaten.

Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merken wij op dat er ons inziens, op basis van de onderzoeksresultaten, geen restricties gesteld hoeven te worden aan toekomstige bouwactiviteiten op de onderzochte locatie; Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

III

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1

INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK ................................................................................ 1

2

VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 3 2.1 GEOGRAFISCHE GEGEVENS.......................................................................................................... 3 2.2 HUIDIG EN VOORMALIG BODEMGEBRUIK ........................................................................................ 3 2.2.1 Bodemonderzoeken........................................................................................................... 4 2.3 TOEKOMSTIG GEBRUIK .............................................................................................................. 6 2.4 BODEMOPBOUW EN (GEO-)HYDROLOGIE ......................................................................................... 7 2.4.1 Algehele bodemkwaliteit................................................................................................... 7 2.4.2 PFAS................................................................................................................................ 8 2.5 CONCLUSIE VOORONDERZOEK ..................................................................................................... 8

3

OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK.......................................................................... 9 3.1 3.2 3.3

OPZET BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 9 ANALYSEPAKKETTEN ................................................................................................................ 9 UITVOERING BODEMONDERZOEK .................................................................................................. 9

4

WIJZE VAN BEOORDELEN EN INTERPRETATIE ........................................................................11

5

RESULTATEN...............................................................................................................................12 5.1 VELDWERK GROND .................................................................................................................. 12 5.2 AANPASSING ONDERZOEKSOPZET .............................................................................................. 12 5.3 VELDWERK GRONDWATER ........................................................................................................ 12 5.4 ANALYSERESULTATEN ............................................................................................................. 12 5.4.1 Grondmengmonsters ....................................................................................................... 13 5.4.2 Grondwatermonsters ...................................................................................................... 13

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...........................................................................................14

TABELLEN ...........................................................................................................................................15 Bijlage 1 ............................................................................................................ overzichtstekening Bijlage 2 .................................................................................................................. vooronderzoek Bijlage 3 ............................................................................................................locatie en boringen Bijlage 4 ........................................................................................................................ boorstaten Bijlage 5 ............................................................................................................. analyseresultaten Bijlage 6 ........................................................................................................................ referenties

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

1

1

INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK

In verband met de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de locatie aan de Marktstraat 5 te Asten is door M.J.T. Koolen Beheer B.V. schriftelijk opdracht verleend om een verkennend bodemonderzoek op bovengenoemde locatie uit te voeren. Het doel van het onderzoek bestaat uit het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de grond en het freatische grondwater op het te onderzoeken terrein. Voor de milieuhygiënische verklaring kan dit onderzoek dienen als bewijs voor de kwaliteit van de ontvangende bodem (Regeling bodemkwaliteit artikel 4.3.4) in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van NEN 5740 [2] conform de BRL2000 met bijhorende protocollen van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsboring Bodemonderzoek [3]. De grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn geanalyseerd op de parameters welke opgenomen zijn in het NEN-pakket of op eventueel verdachte componenten. De analyseresultaten zijn getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden, zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering 2013 [8]. Het rapport is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de verzamelde gegevens van de onderzoekslocatie en/ of de daaromheen liggende percelen, welke tijdens het vooronderzoek naar voren zijn gekomen. De opzet en uitvoering van het onderzoek worden besproken in hoofdstuk 3.

In hoofdstuk 4 wordt het toetsingskader van de resultaten gepresenteerd waarna in hoofdstuk 5 de gevonden resultaten besproken zullen worden. Tot slot worden in hoofdstuk 6 de conclusies besproken en worden enkele aanbevelingen gedaan. De in de tekst aangehaalde literatuurbronnen zijn opgenomen in bijlage 6. Contactpersoon voor de opdrachtgever was de heer Koolen.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

2

Luchtfoto onderzoekslocatie en omgeving

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

2

3

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek met betrekking tot het bodemonderzoek is uitgevoerd op het standaardniveau, conform NEN 5725. Het vooronderzoek heeft zich gericht op de onderzoekslocatie en de direct aanliggende percelen vanaf de grens van het onderzoeksgebied tot aan 25 meter buiten het onderzoeksgebied. Het doel van het vooronderzoek is het verzamelen van relevante informatie over de locatie van het bodemonderzoek, door het opvragen van informatie bij de opdrachtgever, de eigenaar en de gemeente, houden van interviews, uitvoeren van terreininspectie en archiefonderzoek. De te verzamelen informatie heeft betrekking op het voormalige gebruik, het huidige gebruik, het toekomstige gebruik, de bodemopbouw, de geohydrologische situatie en financieel-juridische aspecten. Hiervoor worden de volgende informatiebronnen geraadpleegd: milieuvergunningdossiers, archief bodemonderzoeken, etc. In bijlage 2 is een overzicht weergegeven van deze (geraadpleegde) informatiebronnen en de verkregen informatie. Op basis van de verzamelde informatie wordt het veld- en chemisch onderzoek goed voorbereid en wordt de onderzoekshypothese voor het verkennend of nader bodemonderzoek opgesteld. Ook worden de resultaten van het vooronderzoek gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek.

2.1 Geografische gegevens De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht:

Gemeente

Asten

Adres

Marktstraat 5 te Asten

Kadastraal

Sectie: G

Nr: 4411

Coördinaten

X: 179.966

Y: 379.447

Oppervlakte onderzoekslocatie

254 m2

Op de onderzoekslocatie is er voor zover bekend geen sprake van een calamiteit of overtreding van voorschriften in het kader van de Wet Milieubeheer en/of Wet Bodembescherming en/of andere milieuregelgeving. 2.2 Huidig en voormalig bodemgebruik De onderzoekslocatie is gelegen in het historische centrum van Asten en is momenteel in gebruik als voormalige groentewinkel met bovenwoning en met tegels verhard buitenterrein. Het pand is voorzien van een plat dak met regengoten.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

4

Het onderzoeksterrein is voor zover bekend niet opgehoogd met bodemvreemde materialen zoals puin, sintels of gebroken asfalt. Op de onderzoekslocatie hebben voor zover bekend geen olietanks in of op de bodem gelegen. Er zijn geen gegevens bekend omtrent eventuele activiteiten of calamiteiten op de onderzoekslocatie welke geleid kunnen hebben tot een bodemverontreiniging. Uit de historische kaarten (bron: http://www.topotijdreis.nl en kaart J. Kuyper) blijkt dat de locatie in 1868 al reeds bebouwd was. Uit gegevens van BAG volgt dat de huidige bebouwing omstreeks 1900 is gebouwd.

Omstreeks 1930

1967

1993

2015

2.2.1 Bodemonderzoeken In het archief van de gemeente Asten noch in het eigen archief van Archimil zijn gegevens bekend van reeds uitgevoerde bodemonderzoeken op deze locatie. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Koningsplein Ter plaatse van het Koningsplein en de directe omgeving is door Grontmij in 1999 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in rapport 31.9764.2, Grontmij, d.d. 22-11-1999. De aanleiding voor het onderzoek was de geplande reconstructie van het Koningsplein en de aangelegen wegen en riolering. In de bovengrond werd destijds een lichte verontreiniging met chroom aangetroffen. De ondergrond bleek niet verontreinigd te zijn met een van de componenten waarop is onderzocht. Het grondwater bleek licht verontreinigd te zijn met arseen. Voor

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

5

deze verontreinigingen waren geen duidelijke bronnen aanwezig. Ze zijn beschouwd als verhoogde achtergrondwaarden. Markt eo. In 2010 is, voor de vervanging van de riolering en de reconstructie van de verhardingen, een bodemonderzoek uitgevoerd (rapport 0302R109-4, Archimil, d.d. 4 maart 2010). Uit de rapportage volgt dat plaatselijk zwakke tot sterke bijmengingen met puin zijn aangetroffen. Bij boring 401 (binnen de bekende verontreinigingscontour van ‘garagebedrijf de Wit’) is van 1,05 tot 3,30 m-mv (einddiepte boring en grondwaterstand) een zwakke tot matige oliegeur en oliewaterreactie waargenomen. Nabij de huidige onderzoekslocatie is boring 403 gesitueerd. In de bovengrond zijn sporen puin aangetroffen. De bovengrond van boring 403 is opgenomen in een mengmonster van de puin-houdende bovengrond. Het mengmonster was licht verontreinigd met zink en minerale olie. De mengmonsters van de zintuiglijk niet-puinhoudende bovengrond en de ondergrond waren destijds niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. Stomerij Aan de Burgemeester Wijnenstraat 12 is sinds 1973 een stomerij gevestigd geweest. Ter plaatse is een verontreiniging van de grond geconstateerd met per. Circa 16 m3 grond bleek tot boven de interventiewaarde verontreinigd te zijn. Circa 3000 m3 grondwater wass tot boven de interventiewaarde verontreinigd met per.

Circa 9000 m3 grondwater was licht verontreinigd met per. Ook zijn verontreinigingen met dichloormethaan en trichloorethaan aangetoond in het middeldiepe grondwater (14-15 m-mv). Circa 1500 m3 grondwater in het middeldiepte grondwater was tot boven de interventiewaarde verontreinigd met deze stoffen en circa 2000 m3 was tot boven de streefwaarde verontreinigd. Garagebedrijf De Wit Ten noorden van de locatie ligt tevens het voormalig garagebedrijf de Wit. In de periode 1920-1986 is hier een tankstation gevestigd geweest. In de periode 1986-heden zijn hier een groot aantal onderzoeken uitgevoerd door verschillende bureaus. Ter plaatse is een verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten in grond en grondwater aangetroffen. In 1989/1990 heeft een drijflaagsanering plaatsgevonden waarbij circa 19 ton puur product is verwijderd. In 2010 was nog circa 2700 m3 grondwater sterk verontreinigd met minerale olie. Ook werd een verontreiniging met vluchtige aromaten (BTEX) in het grondwater aangetroffen tot een diepte van meer dan 50 m-mv. Minimaal 38.500 m3 grondwater was sterk verontreinigd met BTEX en minimaal 750.000 m3 grondwater was licht verontreinigd met BTEX. Over de oorzaak van de verontreiniging bestaan meningsverschillen. De oliemaatschappij stelt dat de aanwezige verontreinigingen niet te wijten zijn aan de pompstation activiteiten.

Het gerucht gaat dat deze verontreiniging in de oorlog bij een bombardement zou zijn ontstaan. Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4

6

Sanering stomerij en de Wit Voor de locaties de Wit en de naastgelegen stomerij is in 2009 door Grontmij een saneringsplan opgesteld, momenteel (2010). Als terugsaneerwaarden geldt voor de bovengrond (tot 1,0 m-mv) de klasse Wonen. Voor de ondergrond en het grondwater geldt de interventiewaarde. Door de diepte van de verontreiniging zal na afloop van de sanering de locatie voldoen aan trede 3 (grote restverontreiniging) van de saneringsladder. Het uiteindelijke saneringsresultaat dient een stabiele eindsituatie te zijn, waarbij zonder actieve zorgmaatregelen: * geen verdere verspreiding optreedt; * geen risico’s (humaan, ecologisch) aanwezig zijn; * geen kwetsbare objecten worden bedreigd; In 2013 is, voor de gewenste herontwikkeling van de locatie, een grond-sanering uitgevoerd, welke is geëvalueerd door Promeco BV (rapport 181213-GN, d.d. 18 december 2013). Uit de saneringsevaluatie volgt dat in de putbodems (4,5-5,5 m-mv) overwegend een sterke restverontreiniging met benzeen, tolueen en xylenen (som) is achtergebleven. In de putwanden was geen sprake van een overschrijding van de terugsaneerwaarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=11e7bb86-dff4-4c45-b1d0-bd74ffb79982