RU22.02.06C Bijlagen bij Toelichting - 3x Ruimtelijke onderbouwing.pdf
Tekst van het document
Nadien is door Tritium en Promeco een grondwatermonitoring uitgevoerd. Op 27 maart 2020 is door Promeco een evaluatie ingediend van de grondwatersanering (rapport 010619-AN, d.d. 27 maart 2020). Uit de evaluatie volgt dat in het middeldiepe grondwater, op ca 10 m – mv, een restverontreiniging met vluchtige aromaten (vnl. benzeen) en met vluchtige chloorkoolwater-stoffen (vnl. tetrachlooretheen) is achtergebleven. De omvang van de restverontreiniging in het grondwater bedraagt ca. 700 m2. De restverontreiniging wordt begrenst door een slecht doorlatende leemlaag. Gelet de op de grondwaterstroming (noordwestelijk) hebben de activiteiten geen negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit van de huidige onderzoekslocatie. 2.3 Toekomstig gebruik Ter plaatse van het onderzoeksterrein zal in de nabije toekomst een herontwikkeling plaatsvinden. De bestaande bebouwing zal worden vervangen door een appartementencomplex met parkeerplekken en bergingen.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4
7
2.4 Bodemopbouw en (geo-)hydrologie Het te onderzoeken terrein heeft een hoogteligging gelijk aan ca. 26,7 m + N.A.P. De opbouw van de ondergrond is schematisch weergegeven in figuur A. Figuur A: opbouw ondergrond.
Formatie van Boxtel Formatie van Beegden Formatie van Sterksel Formatie van Stramproy
Zwak siltig fijn tot matig grof zand Zandige leem tot grind, uitkomst van Maasafzettingen Grof zand en grind Uiteenlopende korrelgroottes, met plaatselijke leem, grind en kleilagen
De freatische grondwaterspiegel bevindt zich op circa 3,5 m-mv. De stromingsrichting van het grondwater in het eerste watervoerende pakket is globaal noordwestelijk gericht. Voorgenoemde geohydrologische gegevens zijn ontleend aan de grondwaterkaart van Nederland [6]. 2.4.1 Algehele bodemkwaliteit De gemeente Asten maakt geen gebruik van een goedgekeurde bodemkwaliteitskaart. De gemeente Asten maakt wel gebruik van een bodemfunctieklassenkaart (juni 2009). De locatie bevindt zich in de zone bestaande woongebieden. Opgenomen is dat in deze zone overwegend sprake is van de kwaliteitsklasse wonen. Van de regio zuidoost Brabant, noord- en midden Limburg is bekend dat er zich verhoogde achtergrondwaarden aan zware metalen in het grondwater manifesteren. Deze zijn enerzijds toe te schrijven aan uitloging uit deze verhardingen van zinkassen en depositie van zware metalen door het productieproces van deze zinkassen in de fabriek in Budel-Dorplein (diffuse verontreinigingen). Wanneer dit het geval is op een locatie zal de stof zink overheersen bij de verontreinigingen. Een andere bron van verontreiniging met zware metalen in het grondwater zijn de chemische processen die optreden wanneer anaeroob grondwater opkwelt. Doordat in de bodem ijzerhoudende lagen aanwezig zijn kunnen zware metalen in oplossing gaan en in het grondwater terechtkomen.
Over het algemeen zijn arseen en nikkel overheersende componenten wanneer deze situatie zich voordoet.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4
8
2.4.2 PFAS In het rapport “Aanwezigheid PFAS in Nederland Deelrapport B Verdachte locaties” 2 is een overzicht opgenomen van potentiële risico-locaties voor het voorkomen van PFAS-verbindingen. Voor de locatie van herkomst is geen sprake van een bronlocatie. Opgemerkt wordt dat op basis van recente gegevens de bovengrond van een groot deel van Nederland mogelijk in lichte mate verontreinigd is met PFASverbindingen1 en dat uitspoeling naar de ondergrond kan plaatsvinden. Door het ministerie is een tijdelijk handelingskader PFAS opgesteld (versie 2 juli 2020) voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie, waarbij een achtergrondwaarde van 1,9 µg/kgds (PFOA) danwel 1,4 µg/kgds (overige PFAS) is vastgesteld 3. De gezamenlijke omgevingsdiensten in Brabant hebben eind 2019 tijdelijke lokale achtergrondwaarden opgesteld welke, zolang een gemeente geen bodemkwaliteitskaart heeft, gebruikt kunnen worden als toepassingsnorm voor de ontvangende bodem 4. Hierin is ondermeer een lokaal verhoogd gehalte PFOA vastgesteld van 1,1 µg/kgds. 1
https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/grond-bagger/handelingskader-pfas/tijdelijk/ https://www.expertisecentrumpfas.nl/images/Handelingskader/DDT219-1-18-008.228-rapd-Voorkomen_PFAS_in_Nederland__deelrapport_B_Verdachte_locaties_-_definitief.pdf 3 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2020/07/03/bijlage-geactualiseerd-tijdelijkhandelingskader/bijlage-geactualiseerd-tijdelijk-handelingskader.pdf 4 https://odzob.nl/file-download/download/public/1570 2
2.5 Conclusie vooronderzoek Het vooronderzoek heeft zich gericht op de onderzoekslocatie en de direct aanliggende percelen vanaf de grens van het onderzoeksgebied tot aan 25 meter buiten het onderzoeksgebied. Op basis van bovenstaande gegevens kan de locatie, ondanks zijn historie, vooralsnog als onverdacht worden beschouwd. In de bovengrond kunnen, gezien de historie, diffuus verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK’s worden aangetroffen. In het grondwater is diffuus verontreinigd met zware metalen. Op basis van de historische informatie is er vooralsnog geen aanleiding om een overschrijding van de normen uit het Tijdelijke handelingskader voor PFAS te verwachten. Onderzoek dient plaats te vinden conform de strategie onverdacht niet-lijnvormig (ONV-NL) uit NEN 5740. In bijlage 3 is een tekening van de geografische afbakening van de onderzoekslocatie voor het bodemonderzoek opgenomen.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4
3
9
OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK
3.1 Opzet bodemonderzoek Conform de strategie onverdacht niet-lijnvormig (ONV-NL) uit de NEN 5740 worden verspreid over de onderzoekslocatie onderstaand aantal boringen en peilbuizen geplaatst. Aantal boringen Boring tot 0,5 m 2
En boring tot grondwater 1) 1
Aantal te analyseren (meng)monsters. En boring met peilbuis 1
Grond Bovengrond 1
Grondwater Ondergrond
1
1
1) Indien de grondwaterspiegel zich ondieper dan 1,0 m beneden het maaiveld bevindt, geldt een boordiepte van 1,0 m. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 2,0 m beneden het maaiveld bevindt, geldt een boordiepte van 2,0 m.
Van elke 50 cm bodemlaag of van iedere bodemlaag afzonderlijk worden tot de freatische grondwaterspiegel representatieve monsters genomen. De boringen worden gelijkmatig over de te onderzoeken locatie verdeeld volgens een systematisch patroon. In bijlage 3 is een situatieschets opgenomen waarin de plaatsen van de boringen en de peilbuizen zijn aangegeven. 3.2 Analysepakketten De toegepaste NEN-pakketten bestaan uit: Grond: standaardpakket grond: Droge stof, Metalen (Ba,Cd,Co,Cu,Hg,Mo,Ni,Pb,Zn), Minerale Olie (GC) (C10 - C40), PAK (10 VROM), PCB (7) Grondwater: standaardpakket grondwater: Metalen (Ba,Cd,Co,Cu,Hg,Mo,Ni,Pb,Zn), Minerale olie (GC), Aromaten (BTEXN), Styreen, VOCl (11), Vinylchloride, 1,1 Dichlooretheen, 1,1-Dichloorpropaan, 1,2-Dichloorpropaan, 1,3-Dichloorpropaan, Bromoform
Ter bepaling van de achtergrond- en interventiewaarden wordt tenminste één representatief grond(meng)monster onderzocht op het gehalte aan lutum en organisch stof. 3.3 Uitvoering bodemonderzoek De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd volgens de NEN-normen en de protocollen van de Stichting Infra Kwaliteitsborging Bodemonderzoek [4]. De activiteiten bestaan uit: 1. het uitvoeren van een globale locatie-inspectie; 2. het verrichten van de boringen en 3. het plaatsen van de peilbuis; 4. het bemonsteren van de grond en het grondwater; 5. visueel en organoleptisch onderzoek van de monsters.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4
10
De grondboringen worden voor zover mogelijk met handkracht uitgevoerd waarbij gebruik wordt gemaakt van een ongelakte Edelmanboor met een diameters van 6 tot 12 cm. Er wordt voor zover mogelijk geen werkwater gebruikt. Na elke boring wordt het boormateriaal met leidingwater schoongemaakt. Voor het plaatsen van de peilbuis wordt geboord tot circa 1,5 meter beneden de freatische grondwaterspiegel. Het materiaal van de buis is slagvast P.V.C.. Het geperforeerde gedeelte wordt omgeven door een gewassen, paraffinevrije filterkous en gegloeid en gezeefd filtergrind. Het nietgeperforeerde gedeelte wordt met de oorspronkelijke grond omstort. Het boorgat wordt afgedicht met een laag zwelklei van ca. 50 cm. De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters worden uitgevoerd door een AS3000 geaccrediteerd laboratorium. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de voorbehandelings-, opwerkings-, en analysemethoden zoals beschreven in de NEN-normen en de protocollen van de Stichting Infra Kwaliteitsborging Bodemonderzoek [4].
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4
4
11
WIJZE VAN BEOORDELEN EN INTERPRETATIE
Bij de beoordeling en interpretatie van de resultaten is gebruik gemaakt van de circulaire bodemsanering 2013. Deze circulaire definieert streefwaarden, achtergrondwaarden, interventiewaarden en tussenwaarden voor de beoordeling van de concentratieniveaus van diverse verontreinigingen in grond en grondwater. In onderstaand overzicht worden deze toegelicht: - de Achtergrondwaarde (grond) of Streefwaarde (grondwater) geeft het niveau aan waarbij, volgens de huidige inzichten, sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In geval er curatief gehandeld moet worden, geeft deze waarde het niveau aan dat bereikt moet worden om de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier of plant heeft, volledig te herstellen; - de interventiewaarde (I) geeft het niveau aan waarbij de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant, ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Bij gehalten boven deze waarde is normaliter sprake van een ernstige verontreiniging en zal moeten worden bekeken of sanering urgent is; - de tussenwaarde (T = [S + I] / 2) bevindt zich op de helft tussen de streef- en interventiewaarde. Boven deze waarde is in ieder geval, en onder deze waarde afhankelijk van bepaalde factoren zoals bodemtype, een nader onderzoek gewenst. Deze waarden zijn afhankelijk van de grondsoort.
Op basis van het lutum en het organische stofgehalte van de onderzochte grond, wordt een correctie uitgevoerd op de waarden zoals die voor een standaardbodem (lutum= 25% en humus= 10%) zijn vastgesteld. Om de mate van verontreiniging weer te geven wordt in dit rapport de onderstaande terminologie gebruikt: - niet verontreinigd concentratie lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde; - licht verontreinigd concentratie hoger dan de achtergrondwaarde, maar lager dan of gelijk aan de tussenwaarde; - matig verontreinigd concentratie hoger dan de tussenwaarde, maar lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; - sterk verontreinigd concentratie hoger dan de interventiewaarde. Specifiek voor verontreinigingen met zware metalen ten gevolge van zinkassen in projectgebied de Kempen zijn in de Regeling Uniforme Saneringen terugsaneerwaarden vastgesteld voor wonen met moestuin (ABdKM) en wonen met siertuin (ABdK-S). Deze normen zijn verruimd ten opzichte van de algemene terugsaneerwaarden zoals deze eerder in de bodemgebruikswaarden waren vastgelegd en die sinds 1 oktober 2008 zijn vervangen door de achtergrondwaarden (AW), maximale waarden voor wonen (MWW) en maximale waarden voor industrie (MWI) uit het besluit bodemkwaliteit. Voor asbest is alleen een interventiewaarde vastgesteld, er is geen achtergrondwaarde vastgesteld.
De interventiewaarde voor vaste bodem ligt op 100 mg/kgds (concentratie serpentijn plus 10 x concentratie amfibool). De interventiewaarde is gelijk aan de hergebruikswaarde voor asbest in puin.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4
5
12
RESULTATEN
5.1 Veldwerk grond Op 3 december 2020 is peilbuis 101 geplaatst. De grondmonsters zijn op 16 december 2020 genomen. De werkzaamheden zijn, onafhankelijk van de opdrachtgever, uitgevoerd door de heer J. Timmermans (erkend monsternemer SIKB 2001). Voor een beschrijving van de opgeboorde grond ter plaatse wordt verwezen naar de boorstaten (bijlage 4). Bij geen van de monsters is een verdachte en/ of afwijkende geur waargenomen. In de bovengrond zijn zwakke bijmengingen met baksteen of puin aangetroffen. Zintuiglijk zijn geen bijmengingen met asbest aangetroffen in of op de bodem. Gelet op de historie van het pand (bouwjaar omstreeks 1900) wordt aangenomen dat de bijmengingen met puin vóór 1945 in de bodem terecht zijn gekomen en derhalve niet als verdacht voor asbest behoeven te worden beschouwd. 5.2 Aanpassing onderzoeksopzet Op basis van de zintuiglijke waarnemingen is er geen noodzaak tot aanpassing van de geplande onderzoeksopzet gebleken. 5.3 Veldwerk grondwater De peilbuis is op 3 december 2020 geplaatst en voorgepompt. Het grondwater is op 16 december 2020 nogmaals voorgepompt en vervolgens bemonsterd door de heer J. Timmermans (erkend monsternemer SIKB 2002). De in het veld bepaalde gegevens met betrekking tot het grondwater staan vermeld in het volgende overzicht: Peilbuis nr.
Filterstelling (m-mv)
Datum
Gw-stand (m-mv)
pH
Ec (µS/cm)
Troebelheid (FTU)
Opmerkingen
101.1
4,05 – 5,05
16-01-2020
3,46
7.44
443
31.12
geen
Wanneer een watermonster troebel is (> 10 FTU), dus losgespoelde gronddeeltjes bevat, is er een kans dat er gronddeeltjes worden geanalyseerd in plaats van het grondwater. (An)organische stoffen (die zich hebben gehecht aan de gronddeeltjes) kunnen daardoor de analyseresultaten beïnvloeden.
5.4 Analyseresultaten De resultaten van de analyses van de grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn weergegeven in de tabellen. Tevens zijn de analyserapporten opgenomen in bijlage 5.
Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4
13
5.4.1 Grondmengmonsters Van de grondmonsters zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen twee mengmonsters samengesteld welke zijn onderzocht op de componenten uit het standaardpakket voor grond. Mengmonster bg og
Monsters (cm-mv) 101A: 4-50, 102: 4-50, 104: 4-54, 105: 8-58 101A: 50-100 & 100-150 & 150-200, 102: 140-190
Analyseresultaat Zink (170), PAK (7,2) >MWW Cadmium, koper, kwik, lood >AW Kwik >AW
Bodemkwaliteit Klasse Industrie Achtergrondwaarden (gehalte <2x AW)
De lichte verhogingen met zware metalen en PAK’s kunnen worden gerelateerd aan de bijmengingen met puin en baksteen. Bekend is in het historische centrum van Asten licht verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK’s kunnen worden aangetroffen. Gelet op de beperkte overschrijding van de achtergrondwaarde en het diffuse karakter achten wij een nader onderzoek of het treffen van sanerende maatregelen niet noodzakelijk. 5.4.2 Grondwatermonsters Het grondwater is onderzocht op de componenten uit het standaardpakket voor grondwater. In onderstaande tabel zijn de getoetste resultaten weergegeven. Peilbuis 101.1.1
Filtertraject (m-mv) 4,05 – 5,05
Analysepakket Standaardpakket
Analyseresultaat <streefwaarde
Uit de toetsingstabel volgt dat het grondwater niet verontreinigd is met één van de componenten uit het standaardpakket.
Foto van de onderzoekslocatie – d.d. 16 december 2020 Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4
6
14
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Het onderzoek heeft betrekking op het terrein gelegen aan de Marktstraat 5 te Asten. Het doel van een verkennend bodemonderzoek is door een relatief geringe inspanning een inzicht te verkrijgen van de bodemgesteldheid. Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: 1. 2. 3. 4. 5.
In de bovengrond zijn plaatselijk lichte bijmengingen met puin of baksteen aangetroffen. De bijmengingen worden, gelet op de leeftijd van de bebouwing, als historisch beschouwd. De zwak puinhoudende grond uit de bovenlaag (0,04-0,58 m-mv) is licht verontreinigd met cadmium, koper, kwik, lood, zink en PAK’s. De grond uit de onderlaag (0,5-2 m-mv) is zeer licht verontreinigd met kwik. Het grondwater is niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. De hypothese niet-verdachte locatie kan voor het grondwater worden aangenomen en dient voor de boven- en ondergrond formeel te worden verworpen op basis van de onderzoeksresultaten.
Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merken wij het volgende op: 1. 2.
3.
Archimil BV
Ons inziens behoeven er, op basis van de onderzoeksresultaten, geen restricties gesteld te worden aan toekomstige bouwactiviteiten op de onderzochte locatie; De lichte verontreinigingen met zware metalen en PAK’s in de bovengrond vormen geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek conform de Circulaire Bodemsanering [8]. De aanwezigheid van bovengenoemde componenten vormt, gezien de concentraties, vanuit milieuhygiënisch oogpunt, geen bezwaar; Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit.
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
23 december 2020 rapportnummer: 3616R001-4
15
TABELLEN
Archimil BV voert zijn bodemonderzoeken zorgvuldig en volgens de geldende normen uit. Elk bodemonderzoek is echter gebaseerd op een beperkt aantal grondboringen: ten opzichte van het totale bodemvolume is slechts een klein deel (chemisch) onderzocht. Het is dus mogelijk dat plaatselijk afwijkingen in de bodem voorkomen, of dat zich verontreinigende stoffen in de bodem bevinden die niet met dit onderzoek naar voren zijn gekomen. Een bodemonderzoek is een momentopname en heeft een beperkte geldigheid: na monstername kan immers een nieuwe verontreiniging geïntroduceerd zijn, terwijl een mobiele verontreiniging zich misschien verplaatst. Archimil BV acht zich dan ook niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard dan ook. Archimil BV
Afdeling Bodem en Bouwstoffen
BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum
3616r001 vbo Marktstraat 5, Asten
Analyse
Eenheid
16-12-2020 Jan Timmermans 2020203302 16-12-2020 21-12-2020
Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) mg/kg ds Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds
1
GSSD
Analytico-nr
Monster
1
11771338
bg, 101A: 4-50, 102: 4-50, 104: 4-54, 105: 8-58
Eindoordeel:
Gestandaardiseerd gehalte Achtergrondwaarde
<= AW
kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde
RG Eis
Vereiste rapportagegrens
IW
Interventiewaarde
Wonen
Industrie
IW
0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140
1,2 35 54 0,83 88 210 200
4,3 190 190 4,8 190 100 530 720
920 13 190 190 36 190 100 530 720
85,7 2,5 97 3,6
85,7 2,5
88 0,47 <3,0 24 0,28 <1,5 5,8 110 170
284,2 0,7723 6,283 46,3 0,3906 1,05 14,93 166,7 368,7
Industrie
20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20
<3,0 <5,0 <5,0 19 8,4 <6,0 36 Zie bijl.
8,4 14 14 76 33,6 16,8 144
<=AW
35
190
190
500
5000
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049
0,0028 0,0028 0,0028 0,0028 0,0028 0,0028 0,0028 0,0196
<=AW
0,0049
0,02
0,04
0,5
1
<0,050 0,36 0,073 1,4 1 1,5 0,63 0,67 0,65 0,78 7,2
0,035 0,36 0,073 1,4 1 1,5 0,63 0,67 0,65 0,78 7,098
Industrie
0,5
1,5
6,8
40
40
3,6
Gebruikte afkortingen AW
AW
Uitgevoerd
Klasse industrie
GSSD
RG Eis
2,5 3,6
Legenda Nr.
Oordeel
Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/
Wonen <=AW Wonen Wonen <=AW <=AW Wonen