RU22.02.06C Bijlagen bij Toelichting - 3x Ruimtelijke onderbouwing.pdf
Tekst van het document
In het noorden wordt de grens gevormd door het beekdal van de Esperloop, in het zuiden door het beekdal van de Aa. De genoemde beekdalen ontspringen op de oostelijker gelegen Peelhorst. Navolgend is een uitsnede weergegeven van de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. De planlocatie is hierbij aangeduid in de zwarte cirkel.
Figuur 16: Cultuurhistorische waardenkaart ter plaatse van planlocatie en omgeving
De Diesdonk en de Diesdonkerweg betreffen historische geografische lijnen van redelijk hoge waarde. Op historische kaarten van omstreeks 1850 zijn deze wegen reeds zichtbaar. Ook de bomenrijen rondom de planlocatie zijn op de Cultuurhistorische waardenkaart aangeduid als ‘Historisch groen’: ‘Wegbeplanting Diesdonkerweg e.o.’ en kent conform de kaart een redelijk hoge
Crijns Rentmeesters
31
Ruimtelijke onderbouwing ‘Diesdonkerweg 49 Ommel’ gemeente Asten
waarde. Sprake is van “wegbeplantingen van zomereik en grauwe abeel, in een oud cultuurlandschap. Het geheel dateert overwegend uit de periode 1880-1930.” Aan deze landschapselementen is in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Asten 2016’ reeds de gebiedsaanduiding ‘overige zone – landschapselement’ toegekend, waarmee is vastgelegd dat de gronden aldaar mede bestemd zijn voor het behoud en herstel van de aanwezige landschapselementen. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling ter plaatse van de planlocatie zal geen afbreuk worden gedaan aan deze historische elementen. De planlocatie wordt verder landschappelijk ingepast, passende bij de structuur in de omgeving. De voormalige agrarische bedrijfswoning Diesdonkerweg 49 te Ommel is op de Cultuurhistorische waardenkaart aangeduid als ‘Overige bouwkunst’, zijnde een MIP-monument in de vorm van een boerderij. Op de provinciale kaart zijn geen nadere onderbouwingen hierover beschreven. Met de beoogde herontwikkeling zullen geen wijzigingen plaatsvinden aan de boerderij ter plaatse, waarmee dan ook geen cultuurhistorische waarden verloren zullen gaan. De beoogde herontwikkeling is in het kader van cultuurhistorie dan ook geen bezwaar.
5.4
Archeologie
5.4.1
Inleiding
De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het Verdrag van Valletta. De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het archeologische stelsel. Tijdens het opstellen van bestemmingsplannen houden ze rekening met archeologische waarden. Ook maken zij meestal de afweging of archeologische waarden in situ behouden moeten blijven of kunnen worden opgegraven.
5.4.2
Archeologiebeleid gemeente Asten
De gemeente Asten heeft in het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg en de Wet ruimtelijke ordening een eigen archeologiebeleid ontwikkeld. Dit is vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Asten Archeologie 2012’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 24 juni 2013 en omvat het gehele grondgebied van de gemeente Asten waarover het gemeentelijk archeologiebeleid geïmplementeerd moet worden. De regels van het bestemmingsplan ‘Asten Archeologie 2012’ zijn één op één in het bestemmingsplan
‘Buitengebied
Asten
2016’
overgenomen.
Aan
de
planlocatie
is
geen
dubbelbestemming voor archeologie opgenomen. Ter plaatse geldt dan ook geen onderzoeksplicht naar archeologische verwachtingen. Indien er tijdens toekomstige grondwerkzaamheden toch onverwacht archeologische vondsten worden aangetroffen, dient men dit zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en de gemeente
te melden (Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11). Om te voorkomen dat
archeologische resten ongezien verdwijnen, wordt aan de initiatiefnemer geadviseerd om de lokale heemkundekring dan ook mee te laten kijken bij de uitvoering van de geplande bodemingrepen.
Crijns Rentmeesters
32
Ruimtelijke onderbouwing ‘Diesdonkerweg 49 Ommel’ gemeente Asten
5.5
Flora en fauna
5.5.1
Inleiding
Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijnen zijn geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving middels de Wet natuurbescherming.
5.5.2
Gebiedsbescherming
De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura 2000-gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Het dichtstbijzijnde gelegen Natura 2000-gebied betreft het Vogel- en Habitatrichtlijngebied ‘Strabrechtse Heide & Beuven’. Dit gebied is op een afstand van circa 4,6 kilometer ten zuiden van de planlocatie gelegen. De beoogde herontwikkeling heeft op een dergelijke afstand geen invloed op het Vogel- en Habitatrichtlijngebied. Het dichtstbijzijnde Natuur Netwerk Brabant (NNB-gebied) is gelegen op een afstand van circa 230 meter ten oosten van de planlocatie. De provincie hanteert geen externe werking voor NNB, waardoor kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van negatieve invloed. Daarbij wordt de vergunning voor het houden van kippen als gevolg van de beoogde herontwikkeling ingetrokken, wat enkel leidt tot een afname van stikstofdepositie op het NNB.
5.5.3
Soortenbescherming
De Wet natuurbescherming heeft tot doel in het wild levende planten en dieren te beschermen met het oog op de instandhouding van soorten. De verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden in de Wet natuurbescherming zijn uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit de vereisten van de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern, het Verdrag van Bonn, het Biodiversiteitsverdrag en de Benelux-overeenkomst op het gebied van de jacht en de vogelbescherming. Het gaat daarbij om alle op het Europees grondgebied in het wild levende vogels en voorts om de dieren en planten van de soorten van Europees belang die van nature op het Nederlands grondgebied voorkomen. Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient dus vooraf een beoordeling plaats te vinden. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling wordt een passende andere bestemming gegeven aan de voormalige agrarische bedrijfslocatie ter plaatse van de planlocatie Diesdonkerweg 49 te Ommel. Een voormalige kippenstal zal grotendeels worden gesloopt, evenals de werktuigenloods. In oudere
Crijns Rentmeesters
33
Ruimtelijke onderbouwing ‘Diesdonkerweg 49 Ommel’ gemeente Asten
kippenstallen kunnen vleermuizen zitten. Alle vleermuizensoorten zijn zwaar beschermde soorten. De kippenstallen zijn als gevolg van de hagelbui op 23 juni 2016 voorzien van nieuwe daken. De stallen zijn hiermee hermetisch afgesloten en niet (meer) toegankelijk voor vleermuizen. Niet aannemelijk wordt dan ook geacht dat sprake kan zijn van (verblijfplaatsen voor) vleermuizen. Met de beoogde herontwikkeling gaan geen landschapselementen verloren. Beoogd wordt een hoogstamfruitboomgaard aan te planten, wat enkel een positief effect kan hebben op de flora en fauna in de omgeving. Niettemin dient met de sloopwerkzaamheden altijd rekening te worden gehouden met broedende vogels, mogelijk in de bestaande beplanting in de directe nabijheid van de te slopen bebouwing. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot half juli. Echter voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Verstoring van broedgevallen dient te worden voorkomen. Werkzaamheden vinden dan ook bij voorkeur plaats buiten het broedseizoen. Vanuit de algemene zorgplicht dient tijdens de werkzaamheden continu gelet te worden op aanwezigheid van al dan niet beschermde planten en dieren. Bij aantreffen van deze planten en dieren moet worden voorkomen dat deze worden verstoord.
De beoogde herontwikkeling is derhalve in het kader van de Wet natuurbescherming geen bezwaar.
5.6
Geluid
5.6.1
Wegverkeerslawaai
De Wet geluidhinder (Wgh) biedt geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de Wgh is beperkt tot een geluidszone langs wegen. Binnen deze geluidszone zijn de regels van de Wgh van toepassing. De Wgh niet geldt voor 30-km wegen en voor woonerven. De systematiek van de zonering Wet geluidhinder voor wegverkeer houdt in dat langs een (toekomstige) verkeersweg een geluidszone ligt waarbinnen in een aantal situaties bescherming wordt geboden aan geluidsgevoelige bestemmingen. Deze bescherming geldt in de volgende situaties: -
via een ruimtelijk besluit de aanleg van een weg mogelijk maken;
-
via een ruimtelijk besluit een geluidsgevoelige bestemming in de zone realiseren;
-
de reconstructie/wijziging van een bestaande weg.
Middels deze herontwikkeling wordt geen nieuwe geluidsgevoelige bestemming dan wel functie binnen een geluidszone mogelijk gemaakt. Akoestisch onderzoek inzake de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer is dan ook niet aan de orde.
5.6.2
Industrielawaai
De voormalige agrarische bedrijfswoning wordt met de beoogde herontwikkeling omgezet naar bedrijfswoning behorende bij het niet-agrarisch bedrijf. Het beschermingsniveau wijzigt daarmee dan ook niet. Andersom kan met realisatie van een niet-agrarisch bedrijf industrielawaai worden
Crijns Rentmeesters
34
Ruimtelijke onderbouwing ‘Diesdonkerweg 49 Ommel’ gemeente Asten
geproduceerd. Met de herontwikkeling wordt verhuur van opslagruimte in opslaggebouwen mogelijk gemaakt (SBI-2008 code 52109). Binnen de gebouwen vindt geen bedrijvigheid plaats, anders dan het laden en lossen ten behoeve van materiaal en klein materieel door de huurders. Ook zal sporadisch sprake zijn van vervoersbewegingen van bedrijfsbusjes. Conform de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ dient ten aanzien van het beoogde bedrijf op grond van het aspect ‘geluid’ een afstand van ten minste 10 meter aangehouden te worden tot gevoelige functies. Binnen een straal van 10 meter bevinden zich geen gevoelige objecten. De beoogde herontwikkeling is in het kader van het aspect ‘industrielawaai’ dan ook geen bezwaar.
5.7
Agrarische bedrijvigheid
De beoogde herontwikkeling van de planlocatie heeft geen geuruitstoot tot gevolg. De vergunning voor het houden van kippen wordt met de beoogde herontwikkeling ingetrokken. Het woon- en leefklimaat zal dan ook verbeteren. Andersom wordt met de beoogde herontwikkeling ook geen geurgevoelig object opgericht. Herontwikkeling van de planlocatie belemmert de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijbedrijven in de omgeving daarmee dan ook niet meer dan in de huidige situatie. Het aspect geur is in het kader van de beoogde herontwikkeling dan ook geen bezwaar.
5.8
Bedrijven en milieuzonering
Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’. De (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. De richtafstanden in de VNG-publicatie kunnen in ‘gemengd gebied’, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap verlaagd worden. Het kan in dergelijke gebieden gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen.
Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid wordt hieronder verstaan. De planlocatie aan Diesdonkerweg 49 te Ommel kan worden getypeerd als ‘gemengd gebied’. Met de herontwikkeling wordt verhuur van opslagruimte in opslaggebouwen mogelijk gemaakt (SBI2008 code 52109). Het bedrijf valt daarmee binnen de milieucategorie 2. In een gemengd gebied dient een afstand van ten minste 10 meter aangehouden te worden tussen de bedrijfsbestemming en een gevoelig object. Binnen een straal van 10 meter bevinden zich geen gevoelige objecten. Voldaan kan hiermee worden aan de voorwaarden in het kader van Bedrijven en Milieuzonering.
Crijns Rentmeesters
35
Ruimtelijke onderbouwing ‘Diesdonkerweg 49 Ommel’ gemeente Asten
5.9
Externe veiligheid
Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risico is daarbij gedefinieerd als ‘de kans op overlijden’ voor personen. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: risicovolle inrichtingen, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg en het water) en kabels en leidingen. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling wordt geen nieuw gevoelig object gerealiseerd. Andersom wordt ook geen nieuwe risicovolle inrichting beoogd en is in de huidige situatie ook geen sprake van de ligging binnen een risicocontour van een risicovolle inrichting. Het aspect Externe veiligheid vormt dan ook voor de beoogde herontwikkeling geen bezwaar.
5.10 Luchtkwaliteit 5.10.1 Inleiding Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. Met de Wet luchtkwaliteit en de bijbehorende bepalingen en hulpmiddelen wil de overheid zowel de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen als ook de gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang laten vinden. De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma. Binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Het Nationaal Samenwerkingsprogramma is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De programmaaanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bij 1 ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto.
Bij twee ontsluitingswegen geldt een aantal van 3.000 woningen netto. Aangezien het plan slechts de herbestemming van een agrarische bedrijfsbestemming naar een niet-agrarische bedrijfsbestemming mogelijk maakt, kan worden gesteld dat dit plan onder het begrip NIBM valt en de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht.
5.10.2 Blootstelling aan verontreiniging In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof: -
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³.
-
de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde .
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.
Crijns Rentmeesters
36
Ruimtelijke onderbouwing ‘Diesdonkerweg 49 Ommel’ gemeente Asten
Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 ter plaatse van de planlocatie en directe omgeving weer. De planlocatie is aangeduid met een zwarte cirkel.
Figuur 17: Fijnstof 2017 PM10 (bron: Atlas leefomgeving)
Figuur 18: Fijnstof 2017 PM2,5 (bron: Atlas leefomgeving)
Ter plaatse van de planlocatie is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 19-20 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 11-12 µg/m³. Hiermee wordt ruim voldaan aan de normen voor fijn stof Op grond van fijn stof kan worden gesteld dat ter plaatse van de planlocatie Diesdonkerweg 49 sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling wordt de vergunning voor het houden van kippen ingetrokken, waarmee het woon- en leefklimaat ter plaatse van de planlocatie en de omgeving hiervan zal verbeteren.
Crijns Rentmeesters
37
Ruimtelijke onderbouwing ‘Diesdonkerweg 49 Ommel’ gemeente Asten
De beoogde herontwikkeling is in het kader van luchtkwaliteit geen bezwaar.
5.11 Verkeer en parkeren 5.11.1 Ontsluiting De planlocatie wordt op twee plekken ontsloten op de Diesdonkerweg. De woning en de stallen worden ontsloten middels de inrit rechts van de woning. Links van de woning is een tweede ontsluiting, waarvan de huurders van de bedrijfsgebouwen gebruik maken. Met de beoogde herontwikkeling zal dit niet wijzigen. Door huurders gebruik te laten maken van de tweede ontsluiting, blijft het bedrijf wat meer gescheiden van het privégedeelte. Op navolgende figuur is deze situatie weergegeven op luchtfoto.
Figuur 19: Ontsluiting planlocatie
5.11.2 Parkeren Parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. De beoogde bedrijfsactiviteiten vergen nauwelijks parkeerruimte, daar enkel wordt geladen en gelost door de huurders van de opslagruimten. De planlocatie biedt voldoende ruimte voor de benodigde voorzieningen.
5.12 Besluit m.e.r. Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, een toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Wanneer dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking
Crijns Rentmeesters
38
Ruimtelijke onderbouwing ‘Diesdonkerweg 49 Ommel’ gemeente Asten
opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEGrichtlijn milieu-effectbeoordeling. De beoogde herontwikkeling van de planlocatie komt niet voor op de D-lijst van het Besluit m.e.r. en zal dan ook niet worden beoordeeld in het kader van het Besluit m.e.r. Onderdeel C van het Besluit m.e.r. wijst de activiteiten en gevallen aan waarvoor een directe m.e.r.plicht geldt. In dit onderdeel staan de activiteiten benoemd die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. De beoogde herontwikkeling van de planlocatie komt ook niet voor op de Clijst van het Besluit m.e.r. en is derhalve ook niet m.e.r.-plichtig.
Crijns Rentmeesters
39
Ruimtelijke onderbouwing ‘Diesdonkerweg 49 Ommel’ gemeente Asten
6.
UITVOERBAARHEID
6.1
Economische uitvoerbaarheid
Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel, die mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemers van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Asten zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. De initiatiefnemer zal derhalve met de gemeente Asten een anterieure overeenkomst sluiten. Op deze wijze is de financiële haalbaarheid van het plan gegarandeerd.
6.2
Omgevingsdialoog
Door initiatiefnemer is in april 2021 een omgevingsdialoog gevoerd met omwonenden. Uit de gevoerde dialoog zijn geen reacties naar voren gekomen welke hebben geleid tot aanvullend overleg dan wel aanpassing van de ruimtelijke onderbouwing.
Crijns Rentmeesters
40
Ruimtelijke onderbouwing ‘Diesdonkerweg 49 Ommel’ gemeente Asten
BIJLAGE 1: OMGEVINGSDIALOOG
Crijns Rentmeesters
Verslag omgevingsdialoog April 2021 Betreft Diesdonkerweg 49, het perceel kadastraal bekend als gemeente Asten, sectie M, nummer 1843 en nummer 1887. Beoogd wordt om een passende herbestemming toe te kennen aan de voormalige agrarische bedrijfslocatie Diesdonkerweg 49 te Ommel. De voormalige agrarische bedrijfslocatie zal daarmee worden herbestemd naar niet-agrarisch bedrijf in de vorm van verhuur van opslagruimten aan derden. Een gedeelte van de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen zal daartoe worden gesloopt. Door de initiatiefnemers is, in het kader van de omgevingsdialoog, op 10 april 2021 de beoogde ontwikkeling besproken met de omwonenden. Initiatiefnemer had tevens tekeningen bij zich ter illustratie van de beoogde situatie. Reactie bewoners: Diesdonk 45 Geen bezwaar tegen voorgenomen plannen. Diesdonkerweg 24 Geen bezwaar tegen voorgenomen plannen. Diesdonkerweg 29 Geen bezwaar tegen voorgenomen plannen. Diesdonkerweg 46 Geen bezwaar tegen voorgenomen plannen.
Conclusie Uit de gevoerde dialoog zijn geen reacties naar voren gekomen welke hebben geleid tot aanvullend overleg dan wel aanpassing van de ruimtelijke onderbouwing voor de locatie Diesdonkerweg 49 te Ommel.
Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een bestemmingsplanherziening voor de realisering van 4 appartementen aan de Marktstraat 5 te Asten
Planherziening verzamelplan 2021 gemeente Asten
Opdrachtgever: M.J.T. Koolen Beheer B.V. Moussaultstraat 9 5721 KE ASTEN Status: Ontwerp 25 mei 2021
INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
INLEIDING Inleiding Aanleiding Ligging projectgebied Leeswijzer
1 1 1 2 2
2. 2.1. 2.2. 2.3.
PROJECT- EN GEBIEDSPROFIEL Inleiding Projectbeschrijving Gebiedsprofiel
3 3 3 6
3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5.
KADERS RUIMTELIJK BELEID Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Het regionaal beleid Het gemeentelijk beleid
8 8 8 10 12 13
4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6. 4.7. 4.8. 4.9. 4.10.
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN Inleiding Milieuaspecten Externe veiligheid Verkeer en parkeren Archeologie en cultuurhistorie Natuur en landschap Water Flora- en fauna Vormvrije m.e.r.-beoordeling / m.e.r.-plicht Economische uitvoerbaarheid en kostenverhaal
15 15 15 21 24 26 27 27 29 31 32
5. 5.1. 5.2. 5.3.
PROCEDURE EN OVERLEG Procedure Vooroverleg Planmethodiek en verbeelding
33 33 33 33
6. 6.1. 6.2. 6.3.
CONCLUSIES Inleiding Ruimtelijke gevolgen en afweging Conclusie
34 34 34 35
7.
BIJLAGEN
36
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten
INLEIDING
1.
INLEIDING
1.1.
Inleiding
In opdracht van de heer M.J.T. Koolen Beheer B.V. (hierna: initiatiefnemer) te Asten is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld ten behoeve van de realisering van 4 appartementen aan de Marktstraat 5 te Asten. Het plan betreft een particulier initiatief dat in een verzamelbestemmingsplan opgenomen zal worden. Als er een nieuwe strijdige planontwikkeling plaatsvindt, moet de initiatiefnemer zelf een ruimtelijke onderbouwing (met de eventueel benodigde onderzoeken) laten opstellen als motivering bij de te volgen procedure. Deze ruimtelijke onderbouwing zal onderdeel uitmaken van het eerstvolgende verzamelplan van de gemeente Asten. Per besluit van 15 oktober 2020 is door het college van Burgmeester en Wethouders van de gemeente Asten een principemedewerking verleend voor de bouw van 4 appartementen op de locatie Marktstraat 5. 1.2.
Aanleiding
De initiatiefnemer heeft het voornemen om de locatie Marktstraat 5 in Asten, kadastraal genummerd G4411, van circa 254 m2 te herontwikkelen. Het plan is om de huidige bebouwing op de kavel, die tot voor kort gebruikt werd als winkel met opstallen en bovenwoning, te slopen. Ter vervanging van dit gebouw wil de initiatiefnemer een kleinschalig appartementengebouw met een 4-tal appartementen realiseren. Het zal om koop- of eventueel huurappartementen gaan voor senioren en/ of starters. De locatie is gelegen in het centrumgebied van Asten. De gemeente Asten heeft onder voorwaarden ingestemd met het initiatief per brief van 20 oktober 2020, naar aanleiding van een ingediend principeverzoek d.d. 14 mei 2020. Er is tevens een stedenbouwkundig kader opgesteld, waarmee bij de uitwerking van het plan rekening moet worden gehouden. Voor het bouwplan is een schetsontwerp beschikbaar van SAND - studio voor architectuur, dat als basis dient. Het schetsplan d.d. 30 september 2020 is ingesloten als bijlage 1. De locatie ligt in het vigerende bestemmingsplan ‘Asten Centrumgebied' dat is vastgesteld op 2 juli 2014. In dit bestemmingsplan heeft de locatie de bestemming ‘Centrum-1'. Er is sprake van een bouwvlak, waarin bebouwing mogelijk is met een maximum goothoogte van 7,0 meter en een maximum bouwhoogte van 12,0 meter.
Omdat het planvoornemen zowel qua bebouwingsdiepte, goothoogte en qua functie (er mogen geen woningen worden toegevoegd) niet (geheel) past binnen het vigerende bestemmingsplan, zal voor realisering van het planvoornemen een ruimtelijke procedure nodig zijn. De gemeente Asten opteert voor een bestemmingsplanwijzing in een verzamelplan. In de ruimtelijke onderbouwing zal aangetoond worden dat er geen belemmeringen zijn voor de omgeving en dat het plan ruimtelijk inpasbaar is. In de ruimtelijke onderbouwing worden de verschillende aspecten beschreven, voor zover die van toepassing zijn en met inachtneming van de gemeentelijke randvoorwaarden, zoals verwoord in de in de brief van de gemeente Asten d.d. 29 mei 2020.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten
1
INLEIDING
1.3.
Ligging projectgebied
Het projectgebied is gesitueerd in het centrum van Asten. Het object werd voor kort gebruikt als winkel met opstallen en bovenwoning en wordt aan de voorkant omsloten door de Marktstraat en aan de achterkant door de Kleine Marktstraat. Het perceel ligt aan de Marktstraat, uitkomend tussen de panden Marktstraat 1-3 en Marktstraat 7-9, beiden in gebruik (geweest) als woonwinkelpand. De oppervlakte van het perceel bedraagt circa 254 m2. Het project is gericht op het realiseren van vier appartementen op het perceel kadastraal bekend Asten sectie G, nummer 4411. Op de onderstaande luchtfoto is de projectlocatie tevens kadastraal weergegeven.
Figuur 1: Ligging projectgebied Marktstraat 5 (Kadaster en KadastraleKaart.com, 2019)
1.4.
Leeswijzer
Het project is gericht op het realiseren van vier appartementen op het perceel van de Marktstraat 5 te Asten. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het project- en gebiedsprofiel beschreven. In hoofdstuk 3 worden het relevante Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleidskader beschreven. In hoofdstuk 4 wordt het project getoetst aan de hand van de planologisch relevante aspecten. Hoofdstuk 5 omvat de procedure en overleg. Tenslotte worden in hoofdstuk 6 de conclusies beschreven.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten
2
PROJECT- EN GEBIEDSPROFIEL
2.
PROJECT- EN GEBIEDSPROFIEL
2.1.
Inleiding
In dit hoofdstuk zal het project en het gebied waarin het initiatief is gesitueerd beschreven worden. 2.2.
Projectbeschrijving
Omschrijving huidige situatie Het pand, met twee bouwlagen, is gelegen in het historische centrum van Asten en was in gebruik als voormalige groentewinkel met een bovenwoning en verhard erf. De oude functies van winkel (ca. 100 m2 bvo met 1 bovenwoning/etage) vergde een parkeercapaciteit van minimaal 3 en maximaal 4 parkeerplaatsen in het openbaar gebied. Het perceel sectie G nr. 4411 heeft een oppervlakte van ca. 254 m2.
Figuur 2: Zicht op pand/perceel Marktstraat 5 Asten en ligging projectgebied (Google Maps)
Toekomstige situatie Na de volledige sloop en het bouwrijp maken worden vier appartementen gerealiseerd op het perceel. De appartementen zijn geschikt voor starters en senioren. De appartementen hebben de volgende kenmerken:
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten
3
PROJECT- EN GEBIEDSPROFIEL
Naast de woonkamer en keuken is er ook een slaapkamer, badkamer, toilet en berging op de begane grond aanwezig. Parkeren ten behoeve van de nieuwe woningen wordt gedeeltelijk opgelost op eigen terrein d.m.v. de realisatie van een 2-tal parkeerplaatsen aan de Kleine Marktstraat en door parkeren in de openbare ruimte. De oppervlakte van de vier appartementen varieert tussen ca. 64 m2 en 73 m2 per appartement. Het maximaal aantal bouwlagen bedraagt 3 lagen.
Figuur 3: Situering bebouwing perceel (bron: schetsontwerp SAND - studio voor architectuur 30-09-2020)
Onderstaand zijn de gevelbeelden van het nieuwe complex weergegeven op basis van het schetsontwerp van 30 september 2020.
Figuur 4: Gevelbeelden Marktstraat bestaand en nieuw (bron: SAND - studio voor architectuur 30-09-2020)
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten
4
PROJECT- EN GEBIEDSPROFIEL
Figuur 5: Gevelbeelden Kleine Marktstraat (bron: SAND - studio voor architectuur 30-09-2020)
Figuur 6: Doorsnedes (bron: SAND - studio voor architectuur 30-09-2020)
Figuur 7: Plattegronden nieuwe toestand (bron: SAND - studio voor architectuur 30-09-2020)
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten
5
PROJECT- EN GEBIEDSPROFIEL
Bij het principebesluit van 14 oktober 2020 is een stedenbouwkundig kader opgesteld, waarmee bij de uitwerking van het plan rekening is gehouden: maximaal 4 appartementen; voorgevelrooilijn sluit aan bij de voorgevels van de belendingen; maximaal 3 bouwlagen, waarvan de bovenste laag uitgevoerd is met kap. Nieuwe ontwikkelingen in Asten worden eveneens getoetst aan de Welstandnota. In deze nota is de kom Asten verdeeld naar tien welstandsthema’s. Aan ieder thema zijn afzonderlijke afwegingscriteria gesteld, waaraan een bouwplan moet voldoen. Het gaat daarbij om de ruimtelijke verschijningsvorm en beeldkwaliteit. Het welstandsthema van het project betreft 1a. historische centrum Asten. Geconcludeerd kan worden dat het plan met de functiewijziging naar volledig wonen en een verdichting van de bebouwing stedenbouwkundig passend is in de omgeving. De kwaliteiten van het centrumgebied worden niet aangetast met een aangepast ontwerp, waarbij de oriëntatie op de voorzijde aan de Marktstraat en de achterzijde aan de Kleine Marktstraat verschillend is. 2.3.
Gebiedsprofiel
Algemeen Het project is gesitueerd in het historische centrum van Asten. De bebouwd in 1886.
locatie was reeds
Profiel Marktstraat De Marktstraat is een uitloper van de Markt. Voor voetgangers is het de route van de parkeerplaats achter het gemeentehuis naar de winkels en horeca aan de Markt. De zijgevel van het gemeentehuis is relatief hoog en vormt een lange zakelijke wand. De bebouwingshoogte van de tegenoverliggende gevels loopt op richting de Markt. De nieuwe inpassing sluit hierbij aan. Het woonprogramma aan de voorzijde zal bijdragen aan de beleving van en levendigheid in de straat.
Figuur 8: Perceel voorzijde Marktstraat 5
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten
6
PROJECT- EN GEBIEDSPROFIEL
Profiel Kleine Marktstraat De achterzijde van de Marktstraat schetst voornamelijk het beeld van "achterzijde" met veelal garagedeuren en erfafscheidingen. De leefbaarheid van de Kleine Marktstraat zal toenemen wanneer, zoals in dit voorstel, een woonsituatie aan deze zijde wordt toegevoegd, welke overeenstemt met de overzijde van de kleine Marktstraat.
Figuur 9: Perceel achterzijde Kleine Marktstraat
Huidig grondgebruik in de omgeving van het project De locatie is gelegen in het historische centrum van Asten. De directe omgeving van de locatie bestaat uit: Noordzijde: Marktstraat en gemeentehuis van Asten Oostzijde: Marktstraat 3 (woning), Markt 2 (winkelpand, woning en siertuin) Zuidzijde: Kleine Marktstraat Westzijde: Marktstraat 7-9 (Bakkerij Koolen)
Figuur 10: Marktstraat 1-3 linkervoorzijde project
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten
Figuur 11: Marktstraat 7-9 rechtervoorzijde project
7
KADERS RUIMTELIJK BELEID
3.
KADERS RUIMTELIJK BELEID
3.1.
Inleiding
Voor een beoordeling van het project is het noodzakelijk in te gaan op het vigerend ruimtelijk beleid in het algemeen. Hierbij zal aansluiting worden gezocht bij het Rijksbeleid, het provinciale beleid (De Structuurvisie 2010), het regionale beleid en de beleidsplannen van de gemeente Asten. 3.2.
Rijksbeleid
Voor het project is vanuit het nationale beleidskader de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) relevant. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) In het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de Nota Ruimte vervangen door de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De definitieve Structuurvisie is op 13 maart 2012 vastgesteld. Onder het motto “Nederland, concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig” heeft het Rijk het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid geactualiseerd met een selectieve inzet van het rijksbeleid op 13 nationale belangen, vertaald in een visie hoe Nederland er in 2040 voor moet staan. Buiten deze 13 belangen hebben de decentrale overheden beleidsvrijheid. Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR beschikt het Rijk, op basis van de Wro, over instrumentarium in de vorm van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Daarin zijn de 13 nationale belangen opgenomen. De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de mogelijkheid de kaders te stellen via o.a. het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Het Barro geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen, met daarin opgenomen de 13 nationale belangen. Daarbuiten ligt de verantwoordelijkheid bij de lokale overheden. In het Barro staat aan welke regels de gemeenten en provincies zich moeten houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De nationale belangen zijn: 1. een goed vestigingsklimaat in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainport, greenports en valleys; 2. de hoofdnetwerken voor (duurzame) energie en de energietransitie (overgang van grijze naar groene energie); 3. ruimte voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4. efficiënt gebruik van de ondergrond; 5. een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s en achterlandverbindingen; 6. de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem (weg, spoor en vaarwegen) beter benutten; 7. de hoofdnetwerken van weg, spoor en vaarwegen in stand houden, zodat de netwerken blijven functioneren; 8. de milieukwaliteit (lucht, bodem en water) verbeteren en mensen beschermen tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s; Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten
8
KADERS RUIMTELIJK BELEID
9.
ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en bescherming tegen (ingrijpende) klimaatveranderingen; 10. behoud van unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten (zoals de werelderfgoederen); 11. ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor de biodiversiteit 12. ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13. zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen. Voor de doorwerking in het plangebied is in dit geval sprake van een nationaal belang, namelijk: Nationaal belang 13: Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit moet met behulp van de “ladder van duurzame verstedelijking” worden onderbouwd, conform artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De Ladder is wettelijk verankerd in het Bro. De Ladder is opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van het Rijk en geldt als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Overheden moeten op grond van het Bro alle nieuwe stedelijke ontwikkelingen motiveren aan de hand van de Ladder. Om te kunnen bepalen of een ontwikkeling onder het regime van artikel 3.1.6 tweede lid Bro valt, dient eerst de vraag beantwoord te worden of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling.
Het project voor de realisering van de vier appartementen dient op grond van de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak d.d. 28 juni 2017 (uitspraak 201608869/1/R3) niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd te worden. Op 28 juni 2017 heeft de Afdeling een overzichtsuitspraak gedaan over de ladder voor duurzame verstedelijking. De uitspraak bevat de hoofdlijnen van de jurisprudentie van de Afdeling over de eisen waaraan een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen. Voor woningbouw is het volgende bepaald: “Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen, die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt”. De Ladder hoeft dan ook niet te worden doorlopen voor het project nu het handelt om slechts vier woningen. Vanuit het Barro zijn geen overig door het Rijk geformuleerde belangen relevant die doorwerken in het plan. Conclusie De locatie betreft een bestaand stedelijk gebied met een niet wijzigende wegenstructuur. Het rijksbeleid vormt geen belemmering voor het realiseren van de vier appartementen woningen aan de Marktstraat 5 te Asten.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten
9
KADERS RUIMTELIJK BELEID
3.3.
Provinciaal beleid
Voor de provinciale beleidskaders zal ingegaan worden op De Structuurvisie 2010 – Partiële herziening 2014. Op 7 februari 2014 is de Partiële herziening door de Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant vastgesteld. Met dit document legt de provincie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 vast. Daarnaast is de vastgestelde Verordening ruimte Noord-Brabant relevant. Deze is door de Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant opgesteld en op 7 juli 2017 door de Provinciale Staten vastgesteld. De Verordening is met ingang van 14 juli 2017 in werking getreden. Met de Verordening ruimte Noord-Brabant wordt beoogd om de doorwerking van het provinciaal beleid naar gemeenten en andere partners te borgen. De Omgevingsverordening omvat regels en een toelichting o.a. ten aanzien van stedelijke ontwikkelingen. Om te kunnen voldoen aan de uitgangspunten van de Verordening Ruimte Noord-Brabant dient het initiatief nader te worden gemotiveerd in het kader van de Ladder duurzame verstedelijking, welke als een provinciaal (ruimtelijk) belang aangemerkt dient te worden. Structuurvisie ruimtelijke ordening 2010 – partiële herziening 2014 De Structuurvisie Ruimtelijke ordening (vastgesteld door Provinciale Staten d.d. 1 oktober 2010) geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040).
Op 7 februari 2014 hebben de Provinciale Staten de Structuurvisie 2010, partiële herziening 2014 vastgesteld. Hierin zijn een aantal wijzigingen opgenomen ten aanzien van de Structuurvisie uit 2010. De provincie kiest voor een duurzame ontwikkeling waarin de kwaliteiten van de provincie sturend zijn bij de ruimtelijke keuzes die de komende jaren op de provincie afkomen. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de kracht en identiteit van Noord-Brabant. De vijf grote steden Tilburg, Breda, 's-Hertogenbosch, Eindhoven en Helmond, zijn met de omliggende suburbane gebieden uitgegroeid tot de brandpunten van de verstedelijking in Noord-Brabant. Hier wordt het merendeel van de verstedelijkingsopgaven opgevangen. Samen vormen zij het stedelijk netwerk BrabantStad. De groene geledingszones tussen de steden en (suburbane) kernen verbinden de steden met het omliggende landelijke gebied en vervullen een belangrijke rol als stedelijk uitloopgebied. Ook dat is een belangrijke kwaliteit van de stedelijke structuur in Brabant. De provincie Noord-Brabant wil het navolgende bereiken: 1. Concentratie van verstedelijking 2. Inspelen op demografische ontwikkelingen 3. Zorgvuldig ruimtegebruik 4. Meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit 5. Betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur 6.
Versterking van de economische clusters Het voorliggende plan is ingevolge de structurenkaart van de Structuurvisie gelegen binnen het perspectief ‘kernen in het landelijk gebied’. Noord-Brabant is naast een provincie met grote steden, een provincie met veel (verschillende) kernen waar het aantrekkelijk is om te wonen en te werken. De kernen in Noord-Brabant hebben elk hun eigen karakter en relatie met het Brabantse landschap.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten
10
KADERS RUIMTELIJK BELEID
De kleinere kernen maken meer deel uit van het omliggende landschap en hebben nog een natuurlijke overgang richting het landschap. Dit verschil in ontwikkeling heeft geleid tot de meer suburbane kernen, de dorpen en de plattelandskernen. Voor de kernen die meer geleidelijk zijn gegroeid en hun dorpse karakter nog hebben behouden, zoals Asten, vraagt de provincie aandacht voor een goede ruimtelijke inpassing van nieuwe werklocaties in het dorp en het omliggende landschap. Voor wat betreft de functie wonen is in de structuurvisie opgenomen, dat de kernen in het landelijk gebied bouwen voor de eigen woningbehoefte volgens het principe van 'migratiesaldo-nul'. Er is ruimte beschikbaar voor specifieke verbeterprojecten van enige omvang. Het gaat om kwalitatieve verbeteringen in bestaand stedelijk gebied. Legenda
Figuur 12: Structurenkaart Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014 Noord-Brabant met locatie Marktstraat 5 Asten
Op basis van de ‘Integrale plankaart met structuren en aanduidingen’ is het plangebied gelegen binnen de ‘bestaand stedelijk gebied, kern in landelijk gebied’. Hierdoor is artikel 4 van toepassing op het initiatief. In artikel 4.2 ‘Stedelijke ontwikkeling’ is aangegeven dat bestemmingsplannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling, uitsluitend zijn gelegen in bestaand stedelijk gebied. Aan deze voorwaarde wordt voldaan. Het onderhavige plan is dermate beperkt in omvang dat dit past binnen de eigen woningbouwbehoefte. Het initiatief is hiermee passend binnen de ‘Structuurvisie ruimtelijke ordening 2010 – partiële herziening 2014’. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de ‘Interim omgevingsverordening Noord-Brabant’ vastgesteld. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de huidige regels zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten
11
KADERS RUIMTELIJK BELEID
De omgevingsverordening is een van de instrumenten die de provincie inzet om haar doelen en ambities te realiseren, waaronder de doelstellingen zoals geformuleerd in de Omgevingsvisie. De omgevingsverordening bevat de spelregels en randvoorwaarden met een bindende werking voor het handelen van burgers en bedrijven, gemeenten en waterschappen. Uit de interim verordening volgt dat de woningbouwlocatie niet gelegen is binnen een milieubeschermingsgebied. Conclusie Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Asten en is daarmee geschikt voor de ontwikkeling van woningbouw. Wonen is een centraal thema in het provinciale beleid. Door het realiseren van een vier woningen op een bestaande locatie door middel van sloop, is er sprake van zorgvuldig ruimtegebruik met verdichting. Het provinciaal beleid vormt geen belemmering voor het realiseren van de vier appartementen, aan de Marktstraat 5 te Asten. 3.4.
Het regionaal beleid
Voor het regionale beleid zijn de onderstaande kaders relevant. Regionale woonvisie 2011-2020 SRE De Regionale woonvisie 2011-2020 van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (SRE, tegenwoordig Metropoolregio Eindhoven geheten) is een ambitiedocument en richt zich op de uitdagingen die de 21 SRE-gemeenten gezamenlijk kunnen en moeten oppakken. Er zijn drie thema’s die aandacht vragen van het regionaal woonbeleid en de daarin samenwerkende woningmarktpartijen: 1. Oog voor kenniswerkers en lage-lonen-arbeidsmigranten; 2. Naar een nieuw evenwicht van sterke steden en een vitaal landelijk gebied; 3. Duurzaam vernieuwen en transformeren van de bestaande voorraad. Voor dit plan is thema 3 relevant, en daarbinnen met name het uitgangspunt van het kleinschalig toevoegen van woningen aan de bestaande voorraad door middel van nieuwbouw. Dit initiatief voorziet in een kleinschalige toevoeging van woningbouw op een inbreidingslocatie in het centrum van Asten t.b.v. kleinere huishoudens (één- en tweepersoonshuishoudens waaronder senioren en starters). Hiermee is het plan in lijn met de Regionale Woonvisie 2011-2020 van het SRE. Regionale Agenda Wonen 2016 regio Zuidoost-Brabant In de Regionale Agenda Wonen 2016 voor de regio Zuidoost-Brabant is afgesproken dat de gemeente Asten in de periode van 2016 t/m 2025 nog 915 woningen mag toevoegen aan de woningvoorraad.
Het voorliggende plan voor vier woningen wordt passend geacht binnen deze regionale afspraken. Geconcludeerd kan worden dat het plan passend is binnen het regionale beleid.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten
12
KADERS RUIMTELIJK BELEID
3.5.
Het gemeentelijk beleid
Voor de gemeentelijke beleidskaders zal achtereenvolgens ingegaan worden op: 1. Toekomstvisie “De Avance”. 2. Vigerend bestemmingsplan “Asten Centrumgebied”. 3. Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving 2014 en actualisatie 2018-2021. 4. Toekomstagenda Asten 2030. Ad. 1. Toekomstvisie “De Avance” Op 2 februari 2006 heeft de gemeenteraad van Asten de Toekomstvisie “De Avance” vastgesteld. Deze visie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van Asten tot het jaar 2030 weer. Volgens de kaarten bij de structuurvisie ligt de planlocatie binnen een bebouwingskern. In de gemeentelijke toekomstvisie is aangegeven dat zuinig ruimtegebruik in de vorm van inbreiding, herstructurering, herbestemming en intensivering voor uitbreiding gaat. De beoogde ontwikkeling van vier appartementen in het centrum van Asten is passend binnen de bovengenoemde uitgangspunten van de toekomstvisie “De Avance”. Ad. 2. Vigerend bestemmingsplan “Asten Centrumgebied” De projectlocatie sectie G nummer 4411 heeft volgens het vigerend bestemmingsplan “Asten Centrumgebied” (vastgesteld door de gemeenteraad op 2 juli 2014) de volgende hoofdbestemming: Artikel 4 “Centrum - 1”. Binnen deze bestemming is de woonfunctie geregeld. Het toevoegen van nieuwe woningen is binnen deze bestemming niet toegestaan. Het aantal bouwlagen en de goothoogte zijn tevens afwijkend.
Het bestemmingsplan heeft geen wijzigingsbepalingen om medewerking te verlenen. Verder geldt de volgende dubbelbestemming: Artikel 5 “Waarde – Archeologie 2”. Deze bestemming is gericht op de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. De verbeelding is onderstaand weergegeven.
Figuur 13: Fragment verbeelding bestemmingsplan “Asten Centrumgebied”
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten
13
KADERS RUIMTELIJK BELEID
Geconcludeerd kan worden dat het project in strijd is met het vigerende bestemmingsplan “Asten Centrumgebied”. Ad. 3. Woonvisie gemeente Asten 2015 t/m 2024 De gemeenteraad van Asten heeft op 8 november 2016 de Woonvisie gemeente Asten 2015 t/m 2024 vastgesteld (hierna: de woonvisie). Deze woonvisie is een actualisatie van de ‘Woonvisie 2010 t/m 2019 gemeente Asten’. In deze woonvisie richt Asten zich op het realiseren van een woningvoorraad die past bij de woonbehoeften van de Astense bevolking, in kwantitatieve en kwalitatieve zin. Nieuw toe te voegen woningen moeten aansluiten bij geconstateerde en verwachte tekorten in de bestaande woningvoorraad. Toevoeging van woningen dient primair binnen het bestaand stedelijk gebied plaats te vinden, met voorrang voor locaties nabij voorzieningen, herstructureringslocaties en leegstaand en vrijkomend vastgoed. Voorliggend initiatief omvat het toevoegen van slechts drie woningen, waarbij in een bestaand stedelijk gebied nabij voorzieningen een bestaande woning met leegstaande winkel wordt gesloopt en hiervoor in de plaats vier appartementen worden gerealiseerd. Het onderhavige initiatief past dan ook in de woonvisie. Ad 4. Toekomstagenda Asten 2030. Op 27 juni 2017 heeft de gemeenteraad van Asten de Toekomstagenda Asten 2030 vastgesteld.
De gemeenteraad heeft samen met inwoners, maatschappelijk middenveld en collegeleden een interactief proces doorlopen om te komen tot het visiedocument 'Toekomstagenda Asten 2030'. De vier centrale onderwerpen zijn: 1. Transformatie buitengebied; 2. Vitale kernen; 3. Centrumontwikkeling; en 4. Klimaatbestendig en energieneutraal Asten. Het plan voor de vier appartementen is passend binnen de toekomstagenda Asten 2030 door de invulling met 4 betaalbare (huur)woningen waaraan behoefte is. Geconcludeerd moet worden dat het planvoornemen passend is in de beschreven gemeentelijke beleidskaders met uitzondering van het vigerend bestemmingsplan.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten
14
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
4.
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
4.1.
Inleiding
Voor het bepalen van de effecten van het plan is het van belang om na te gaan of realisatie zal leiden tot een mogelijke aantasting van de ruimtelijke structuur en de aanwezige functies ter plaatse. De ruimtelijke gevolgen in de directe omgeving van het plan staan hierbij centraal. Voor de bestaande en toekomstige situatie zal achtereenvolgens ingegaan worden op de volgende aspecten: milieuaspecten (bodem, geluid, milieuzonering, geur en luchtkwaliteit); externe veiligheid; verkeer en parkeren; archeologie en cultuurhistorie; natuur en landschap; water; flora- en fauna; economische uitvoerbaarheid en kostenverhaal. 4.2.
Milieuaspecten
Bodem In het kader van een ruimtelijk plan dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de bodem in het plangebied in overeenstemming moet zijn met het beoogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet Bodembescherming. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Ter onderbouwing is een ‘Verkennend Bodemonderzoek’ uitgevoerd door Archimil B.V. De rapportage is ingesloten als bijlage 2 en bekend onder rapportnummer 3616R001-4 d.d. 23 december 2020 met de volgende conclusies: Uit het onderzoek volgt dat in de bovengrond plaatselijk lichte bijmengingen met puin of baksteen zijn aangetroffen. De bijmengingen worden, gelet op de leeftijd van de bebouwing, als historisch beschouwd. De zwak puinhoudende grond uit de bovenlaag (0,04-0,58 m-mv) is licht verontreinigd met cadmium, koper, kwik, lood, zink en PAK’s. De grond uit de onderlaag (0,5-2 m-mv) is zeer licht verontreinigd met kwik. Het grondwater is niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. De hypothese niet-verdachte locatie kan voor het grondwater worden aangenomen en dient voor de boven- en ondergrond formeel te worden verworpen op basis van de onderzoeksresultaten. Naar aanleiding van bovenstaande conclusies is in het bodemonderzoek het volgende aanbevolen: 1.
Op basis van de onderzoeksresultaten behoeven er geen restricties gesteld te worden aan toekomstige bouwactiviteiten op de onderzochte locatie; 2. De lichte verontreinigingen met zware metalen en PAK’s in de bovengrond vormen geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek conform de Circulaire Bodemsanering. De aanwezigheid van bovengenoemde componenten vormt, gezien de concentraties, vanuit milieuhygiënisch oogpunt, geen bezwaar; Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten
15
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
3. Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit. De beoordeling van het bodemonderzoek door de gemeente Asten heeft tot het volgende geleid: Op een aantal technische aandachtspunten dient in een aangepaste bodemrapportage nader ingegaan te worden; De bodemkwaliteit dient na sloop van de bebouwing in voldoende mate definitief vastgesteld worden. Het is de verwachting dat er vanuit het aspect bodem geen belemmeringen aanwezig zijn voor de planontwikkeling. Geluid De vier nieuwe woningen betreffen een geluidgevoelige bestemming in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh), derhalve dient er rekening te worden gehouden met geluid uit de omgeving, zoals wegverkeer, railverkeer en industrielawaai. De Wgh stelt dat de geluidbelasting op de gevels van gevoelige bestemmingen niet hoger mag zijn dan de hoogst toelaatbare waarden. Kan hier niet aan worden voldaan dan is de realisatie van geluidgevoelige bestemmingen niet toegestaan. Blijft de geluidbelasting onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, zoals gesteld in de Wgh, dan zijn er akoestisch gezien geen belemmeringen en hoeven er geen procedures gevolgd te worden. Krachtens de Wgh worden aan weerszijden van een weg zones aangegeven (art. 74 Wgh).
Binnen deze zones worden eisen gesteld aan de geluidbelasting. Buiten de zones worden geen eisen gesteld. Een weg is niet zoneplichtig indien er sprake is van: wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied (art. 74 lid 2a. Wgh) of; wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/h geldt (art. 74 lid 2b. Wgh). De breedte van de geluidzones als functie van het aantal rijstroken van de weg en het soort gebied is maatgevend. In een stedelijk gebied met een weg met 1 of 2 rijstroken bedraagt de breedte van de geluidzone 200 meter. Voor het plangebied kan het volgende gesteld worden: Het plan is gelegen binnen de gezoneerde wegen conform artikel 74 van de Wgh zoals de Tuinstraat. Het plan is gelegen in de (verkeersluwe) zone van de Marktstraat en de Kleine Marktstraat. De Marktstraat is eenrichtingsverkeer en kent een snelheidsregime van 30 km/uur en de Kleine Marktstraat is alleen toegankelijk voor bestemmingsverkeer en zijn niet gezoneerd in het kader van de Wgh. Normen met betrekking tot de geluidbelasting in 'nieuwbouw situaties' zijn in artikel 82 t/m 87 van de Wgh vermeld. In eerste instantie wordt ervan uitgegaan dat een zogenaamde voorkeursgrenswaarde niet mag worden overschreden. In de Wgh worden voor nog niet geprojecteerde woningen in binnenstedelijk gebied de volgende eisen gesteld: voorkeursgrenswaarde: 48 dB (art.
82 lid 1); maximale ontheffingswaarde binnenstedelijk gebied 63 dB (art. 83 lid 2). Uit de indicatieve kaart van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant is gebleken dat de geluidbelasting op de gevels van het plan onder de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB ligt. De kaart is onderstaand weergegeven.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten
16
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
Figuur 14: Uitsnede indicatieve geluidsbelasting wegverkeerslawaai
Geconcludeerd kan worden dat de Wgh geen belemmering vormt voor de geplande woningbouw. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Railverkeer en industrielawaai De locatie valt niet binnen een geluidzone van spoorwegen industrieterreinen. Verder onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.
en gezoneerde
Milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient nagegaan te worden of in de omgeving van het plangebied bedrijven dan wel inrichtingen aanwezig zijn die het realiseren van de woning kunnen belemmeren en andersom of de aanwezige bedrijven in de omgeving van de nieuwe woningen niet belemmerd worden door het plan. Om mogelijke hinder van bedrijven te voorkomen wordt de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gebruikt. In deze uitgave is de potentiële milieubelasting voor een hele reeks van bedrijven bepaald aan de hand van een aantal milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. De milieubelasting is voor die aspecten vertaald in richtlijnen voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Bovendien zijn deze afstanden alleen van toepassing op nieuwe situaties en niet op bestaande situaties. Het milieuaspect met de grootste afstand is maatgevend en bepaalt in welke milieucategorie een bedrijfstype wordt ingedeeld. De richtafstanden dienen verder te worden bepaald tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die met de in geding zijnde ruimtelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt.
De VNG-publicatie maakt voor de te hanteren richtafstanden ten opzichte van bedrijvigheid een onderscheid tussen een rustige woonwijk en een gemengd gebied. Een rustige woonwijk is volgens de VNG-publicatie een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen, aldus de VNG-publicatie.
Adviesbureau Theelen Ruimtelijke onderbouwing 4 appartementen Marktstraat 5 Asten
17
PLANOLOGISCH RELEVANTE ASPECTEN
De afstanden worden gegeven voor een aantal milieuaspecten, met name geur, stof, geluid en gevaar. In de voorliggende situatie is sprake van een gemengd gebied. Dit betekent dat de standaard richtafstanden, zonder dat dit ten koste van het woon- en leefklimaat gaat, met 1-stap worden verlaagd. Binnen de gebieden met functiemenging heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. In het centrum van Asten is dit het geval. Er is specifiek onderzocht of in de directe omgeving van het plangebied bedrijven zijn gevestigd die hun belangen geschaad worden en of ter plaatse van de nieuwe woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In onderstaande figuur is een overzicht opgenomen met de aanduiding van functies (bron: BAG-viewer).