CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

GR22.11.09B Begroting 2023.pdf

Gemeenteraad 8 november 2022, gemeente AstenBij agendapunt: Begroting 202328.388 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Totaal

€ 640.474

€ 90.634

Ad 3. Post onvoorzien De post onvoorzien is een buffer voor onvoorziene uitgaven. Ad 4. Stille reserves Als activa onder de waarde in het economische verkeer zijn gewaardeerd is sprake van een stille reserve. Indien deze stille reserve meegenomen wordt in de weerstandscapaciteit is het van belang dat de activa direct verkoopbaar zijn. Bij verkoop ontstaan winsten die eenmalig vrij aanwendbaar zijn. Actualisatie van de stille reserves heeft plaats gevonden bij deze begroting 2023. De stand per 01-01-2023 is gebaseerd op de boekwaarde per 01-01-2023 en de WOZ grondslag (voor de gebouwen) van de aanslag gemeentelijke belastingen van 2022. Ad 5. Onbenutte belastingcapaciteit De gemeente kan haar lokale belastingen verhogen om financiële tegenvallers op te vangen. Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit indien het gemeentelijke OZBtarief onder het maximumtarief valt zoals is opgenomen in de gemeentewet en/of wanneer de afvalstoffenheffing/rioolheffing niet kostendekkend zijn. Deze laatste twee heffingen zijn in Asten allebei wel kostendekkend. Bij de berekening van de onbenutte capaciteit van de OZB wordt uitgegaan van de jaarlijkse macronorm van het OZB-tarief (redelijk peil) zoals aangegeven in de meicirculaire 2022. Het OZB-tarief is daarin bepaald op 0,1729% van de gemiddelde WOZwaarde.

Het verschil tussen de begrote opbrengsten OZB in 2023 en het redelijk peil is de onbenutte belastingcapaciteit, deze bedraagt € 726.921,=. Onderdeel 3: berekening ratio weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (buffer) en de benodigde weerstandscapaciteit (gekwantificeerde risico's) en wordt uitgedrukt in een verhoudingsgetal (ratio). Om de ratio weerstandsvermogen te beoordelen wordt gebruik gemaakt van de onderstaande normering van NARIS (Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement): Ratio weerstandsvermogen Meer dan 2,0 Tussen 1,4 en 2,0 Tussen 1,0 en 1,4 Tussen 0,8 en 1,0 Tussen 0,6 en 0,8 Minder dan 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

69

Beschikbare weerstandscapaciteit (totaal)

€ 14.610.190

Benodigde weerstandscapaciteit:

€ 7.272.400

Ratio weerstandsvermogen (totaal):

2,00

Conform bovenstaand overzicht is de weerstandsratio uitstekend en dit betekent dat er ruim voldoende middelen zijn om de gekwantificeerde risico’s af te dekken wanneer zij zich voordoen. Kengetallen Op basis van het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) is het voor gemeente sinds 2016 verplicht om een basisset financiële kengetallen op te nemen in de begroting en jaarrekening. Door middel van deze kengetallen wordt de onderlinge vergelijkbaarheid van gemeenten bevorderd en krijgt de gemeenteraad een globaal inzicht in de verwachte financiële ontwikkelingen in de gemeente. Het is niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven over de financiële positie. Signaleringswaarden Aan de bovenstaande kengetallen zijn (nog) geen normen verbonden. De wetgever heeft de manier waarop gemeenten de kengetallen laten meewegen nadrukkelijk bij de gemeente gelaten. Wel is meegegeven dat het behulpzaam kan zijn om de kengetallen te relateren aan bijvoorbeeld signaleringswaarden. Dit zijn (normen)kaders waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de signaleringswaarden afkomstig uit de stresstest voor 100.000+ gemeenten.

In de onderstaande tabel zijn de signaleringswaarden te zien en in welke categorie (A, B of C) deze vallen. Hierbij is categorie A het minst risicovol en categorie C het meest risicovol. Signaleringswaarden kengetallen

Categorie A minst risicovol

Categorie B neutraal

Categorie C meest risicovol

1a. Netto schuldquote

< 90%

90 - 130%

> 130%

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio

< 90%

90 - 130%

> 130%

> 50%

20 - 50%

< 20%

3.

Grondexploitatie

< 20%

20 - 35%

> 35%

4.

Structurele exploitatieruimte

> 0%

0%

< 0%

5.

Gemeentelijke belastingcapaciteit

< 95%

95 - 105%

> 105%

70

1a. Netto schuldquote 200% 150% 100% 50% 0%

15%

32%

30%

24%

18%

2022

2023

2024

2025

2026

-32%

-50%

2021

Minst risicovol

200%

Neutraal

Meest risicovol

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

150% 100% 50% 0%

15%

32%

30%

24%

18%

2022

2023

2024

2025

2026

-32%

-50%

1a. Netto schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen.

2021

Minst risicovol

Neutraal

Meest risicovol

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager deze percentages, hoe beter.

2. Solvabiliteitsratio 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

44%

46%

46%

46%

2021

2022

2023

2024

Meest risicovol

Neutraal

50%

49%

2025

2026

Minst risicovol

71

2. Solvabiliteit Dit cijfer drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer.

3. Grondexploitatie 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

3%

1%

6%

10%

5%

2%

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Minst risicovol

Neutraal

Meest risicovol

3. Grondexploitatie Dit cijfer geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar.

4. Structurele exploitatieruimte 10,0% 8,0% 6,0% 4,0% 2,0% 0,0% -2,0% -4,0% -6,0%

7,0% 2,4%

100%

2021

2022

1,4%

2023

2024

Neutraal

2025

2026

Minst risicovol

5. Gemeentelijke belastingcapaciteit

102%

101%

50% 0%

0,5%

-2,8%

Meest risicovol

150%

0,3%

4. Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen.

2021 2022 Minst risicovol

90%

90%

90%

90%

2023 2024 2025 2026 Neutraal Meest risicovol

5. Gemeentelijke belastingcapaciteit Dit cijfer geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt is een beleidskeuze.

Conclusie gemeente Asten Op basis van de bovenstaande kengetallen kan de conclusie getrokken worden dat de financiële positie van de gemeente gezond is, maar vanaf 2026 onder druk staat.

72

3. Bedrijfsvoering Wat willen we bereiken? Het bedrijfsplan van nu De maatschappij, de gemeente Asten en omgeving en het bestuur, zowel in bezetting als beoogde doelstellingen en ambities, zijn dynamisch. Om die reden bekijken we geregeld of er aanleiding is om ons bedrijfsplan, ook dynamisch, daarop bij te stellen. In de huidige doelstellingen en ambities van de raad en het college (terug te vinden in de Toekomstagenda, onderliggende beleidsplannen, coalitieakkoord e.d.) zien we een bevestiging dat het bestaande bedrijfsplan (de HOE) nog volledig aansluit bij de inhoud (de WAT). We blijven het bedrijfsplan daarom als instrument hanteren bij de gemeentelijke dienstverlening en uitvoering van (beleids)plannen en regelgeving. Missie en Visie van ons bedrijfsplan We leveren publieke dienstverlening aan de Astense samenleving. Gezamenlijk bouwen we aan een prettige woon-, werk-, en leefomgeving, vanuit eigen kracht, dichtbij de burger (in diens verschillende rollen). We zijn klantgericht en (re)ageren flexibel op veranderingen in de maatschappij. Leidende principes 1. Onze Klanthouding is: Ja, tenzij….. 2. De burgers blijven zelf verantwoordelijk (Faciliterende overheid). 3. We zijn klantgericht, flexibel en omgevingsbewust. 4. High trust-low tolerance: ruimte voor onze professionals (werken vanuit de ‘bedoeling’) met een beperkt aantal kaders/regels. 5.

We maken plezier van ons werk. Waarom en waartoe doen we dit? Omdat het noodzakelijk is aansluiting te houden met de veranderende eisen en wensen in de gemeenschap met actieve burgers die zelf aangeven wat nodig is. We doen de dingen waaraan behoefte is en doen deze dingen goed. Deze aansluiting bepaalt ons bestaansrecht. Én we willen een aantrekkelijke gemeente zijn om voor te werken.

Wat doen we daarvoor? Wat betekent dit voor onze burgers en voor ons? We maken hierover goede afspraken met onze burger, met onze medewerkers en met onze partners in ons netwerk. En we komen (deze) afspraken na! Daarop focussen we ons. Daarvoor is het nodig om:  De begrippen ‘klantgerichtheid’, ‘flexibiliteit’ en ‘omgevingsbewustzijn’ te concretiseren.  De ‘andere’ relatie tussen gemeente en burger daadwerkelijk in te vullen.  Te sturen op klanttevredenheid en professionalstevredenheid.  Duidelijk en daadkrachtig te zijn, ook in lastige situaties, talent te benutten, elkaar te ondersteunen en niet te voorzichtig te zijn (lef tonen). Hoe doen we dat?  We voeren de Toekomstagenda uit, hier in het bijzonder het Programma Vitale Democratie en als onderliggend instrument o.m. de Omgevingswet.  We geven ruimte aan onze medewerkers in hun werk en het vergroten van hun probleemoplossend en communicatief vermogen.  We ontwikkelen ieders eigenaarschap en ambassadeurschap.  We voeren dialoog (UIT-, BE-, AF-, AANspreken) in onze teams.  We gebruiken (alleen) regels en systemen die we nodig hebben.

73

  

We maken geen nieuwe nota’s maar doen het (gewoon). We bespreken casuïstiek in de teams en in individuele personele gesprekken. Ieder ervaart zelf en leert ervan. We bieden collectieve en individuele trainingen. EN we brengen plezier (terug) in ons werk en in onze organisatie.

Actieplan Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) De gemeente heeft in 2017 het landelijk Manifest Duurzaam Inkopen (MVI) 2016-2021 ondertekend. Als uitvloeisel hiervan heeft de gemeente voor die jaren een actieplan MVI opgesteld met daarin opgenomen concrete activiteiten en inkopen die wij als gemeentelijke organisatie zelf uitvoeren. In mei 2022 is een nieuw landelijk Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI) 2022-2025 gepubliceerd. In 2022/2023 volgt besluitvorming over deelname door de gemeente Asten. Bij deelname zullen de doelstellingen en actiepunten hieruit worden opgenomen in het actieplan MVOI. Dit laatste geldt ook voor bepalingen over MVOI vanuit het nieuwe gemeentelijk beleidsdocument en Plan van aanpak Duurzaamheid 2022-2025. Samenwerking Informatisering & Automatisering (I&A) De besluitvorming over de samenwerking met ICT-NML is afgerond. In 2021 en 2022 operationaliseren we deze samenwerking in deze gemeenschappelijke regeling. Hierdoor realiseren we: 1. Toekomstbestendigheid; 2. Kwaliteit, waaronder het voldoen aan de wettelijke eisen t.a.v. veiligheid; 3. Minder kwetsbaarheid door meer massa; 4. Kostenbeheersing.

Daaronder verstaan we dat we grip hebben op de uitgaven, dat de uitgaven minder zijn dan we zouden hebben wanneer we op de oude voet waren doorgegaan (gerelateerd aan de wettelijke eisen) en dat we met ICT-NML in de benchmark goed scoren t.o.v. andere samenwerkingsverbanden. De huidige kostenontwikkeling bij ICT-NML is zodanig dat we beneden gemiddelde structurele uitgaven hebben per inwoner, als gevolg van de 'slimme' investeringen die we nu doen. Zoals u weet is de tijd dat automatisering leidt tot vermindering van kosten allang voorbij. Robotisering is voor het werk dat wij doen nog ver weg en zou bovendien grote investeringen vergen. Werkprocessen zijn geautomatiseerd waar het kan. Nieuwe taken en processen automatiseren we meteen, maar dit leidt dan tot minder méérkosten bij de invoering van de nieuwe werkzaamheden. Voorts wijzen wij erop dat investeringen in de digitalisering en beveiliging nodig zijn om te voldoen aan de toenemende uitdagingen in de maatschappij. Privacy De gemeente Asten vindt een betrouwbare dienstverlening, waarin inwoners open en respectvol worden behandeld, belangrijk. Goede bescherming van persoonsgegevens is daarbij cruciaal. Inwoners kunnen erop vertrouwen dat de gemeente zorgvuldig, veilig en vertrouwelijk omgaat met persoonsgegevens.

De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) versterkt de privacyrechten van inwoners, geeft organisaties die persoonsgegevens verwerken meer verantwoordelijkheden en verscherpt het toezicht. Om hieraan te voldoen heeft de gemeente een Functionaris gegevensbescherming (FG) en privacy officers. Via het privacybeleid wordt uitvoering gegeven aan de AVG. Wet open Overheid (WOO) Op 1 mei 2022 is de Wet Open Overheid (WOO) in werking getreden. Deze wet richt zich op een transparante overheid en vraagt een cultuurverandering rond de omgang met informatie. Bepaalde informatie moet verplicht en actief openbaar gemaakt worden. Dit raakt een deel van de processen in onze gemeente. Ook informatieverzoeken aan de overheid (voorheen WOB-verzoek) vallen onder de nieuwe wet. Om aan de nieuwe eisen te kunnen voldoen, moet onze gemeentelijke informatiehuishouding op orde zijn, de 74

juiste it-voorzieningen aanwezig en vooral bekend zijn wat de wet voor ambtenaar en bestuurder betekent. Het grijpt in op het dagelijks handelen van een groot deel van onze organisatie en heeft daarmee de komende jaren een flinke impact op onze bedrijfsvoering. In 2027 moet de WOO geïmplementeerd zijn, met nog 3 jaar extra voor het op orde krijgen van het informatiebeheer. Ten behoeve van de definitieve planning moeten nog Koninklijke Besluiten genomen worden. In het coalitieakkoord 2022-2026 van de gemeente Asten staat op welke manier wij invulling geven aan goed bestuur. Elementen zoals transparant en integer zijn, open communicatie zijn hierin van groot belang. Laten zien wat de gemeente Asten voor haar inwoners doet en op een passende wijze communiceren naar alle doelgroepen. Ambities die goed passen in de doelstellingen van de WOO. Ook het anders besturen en werken vanuit onze Toekomstagenda Asten 2030 / Vitale democratie sluit hier goed op aan. We zijn hier druk mee bezig, passen dit toe in de praktijk en ontwikkelen dit steeds verder door. In relatie tot de WOO starten we qua ambitie met het basisniveau wat wettelijk verplicht is. In 2023 leggen we de uitgangspunten voor gemeente Asten als open overheid vast. In 2024 bepalen we ons uiteindelijke ambitieniveau. Dit wordt onderdeel van het te actualiseren informatiebeheersplan. We maken hiervoor een beleidsnota.

Ten tweede werken we uit wat dit betekent voor de noodzakelijke veranderingen in onze informatievoorziening; zowel in een doelarchitectuur (een ontwerp voor de lange termijn) als in concrete projecten en acties. Ten derde werken we verder aan het verbeteren van het afhandelen van de WOO-verzoeken. Tot slot zorgen we voor een passende veranderstrategie en nemen we een scala aan acties om de organisatie mee te nemen en op te leiden.

Wat mag het kosten? Beleidsindicatoren Beleidsindicator

W 2021

1. Formatie (aantal fte per 1.000 inwoners)

B 2022

B 2023

7,20 7,14

7,09

7,12

2. Bezetting (aantal fte per 1.000 inwoners)

6,55

6,79

3. Apparaatskosten (kosten per inwoner)

658

739,79

780,63

4. Externe inhuur (kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen

10,53%

2,88%

3,36%

5. Overhead (overhead / totale lasten)

15,23%

17,35%

17,31%

Beleidsindicatoren Toelichting beleidsindicatoren 2023: 1. Formatie (aantal Fte per 1.000 inwoners). Berekening op basis van 121,53 begrote fte in 2023 en 17.068 inwoners (peildatum 1-1-2022). 2. Bezetting (aantal Fte per 1.000 inwoners). Berekening op basis van 115,97 fte en 17.068 inwoners (peildatum 1-1-2022). 3. Apparaatskosten (Kosten per inwoner). Berekening op basis van apparaatskosten € 13.323.861,= en 17.068 inwoners (peildatum 1-1-2022). 4. Externe inhuur (Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen). Berekening op basis van raming externe inhuur 2023 (€ 328.900,=) / kosten totale loonsom + extern inhuur (€ 9.779.676,=). 5. Overhead. Berekening op basis van kosten overhead (€ 8.422.268,=) / totale lasten (€ 48.661.158,=). 75

4. Grondbeleid Het grondbeleid heeft veel invloed op de realisatie van programma’s zoals op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, verkeer, cultuur, sport, recreatie en economische zaken. Het grondbeleid heeft daarnaast een grote financiële impact en brengt hierdoor risico’s met zich mee.

Wat willen we bereiken? De gemeente wil haar ruimtelijke doelstellingen zoals vastgelegd in de ruimtelijke (structuur)visies en -programma's op een economisch verantwoorde wijze realiseren. Enerzijds voor ontwikkelingen waarbij de gemeente ondernemend deelneemt en anderzijds voor ontwikkelingen waarbij de gemeente enkel onder voorwaarden de planologische maatregel faciliteert.

Wat doen we daarvoor? Uitvoering geven aan het gemeentelijk grondbeleid Het gemeentelijk grondbeleid is erop gericht om de gemeente op economisch verantwoorde wijze de gewenste ruimtelijke doelstellingen te laten realiseren zoals opgenomen in de ruimtelijke (structuur)visies en -programma's van de gemeente. De grondbeleidskaders zoals die zijn vastgelegd in de Nota grondbeleid zijn nog onverkort van kracht. Regie op de ruimtelijke ontwikkelingen is daarbij van belang. Deze gemeentelijke regierol wordt mede bepaald door de gemeentelijke grondposities. Met het geldende gemeentelijk grondbeleid stelt de gemeenteraad het college in staat om binnen kaders:  ondernemend deel te nemen aan en de regie te voeren bij de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente (actief grondbeleid);  bij gewenste ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de gemeente niet ondernemend deelneemt, zo veel mogelijk regie te voeren door het sluiten van privaatrechtelijke overeenkomsten of door het opstellen van een exploitatieplan (faciliterend grondbeleid). Actief grondbeleid Het college voert overeenkomstig genoemde kaders, waar mogelijk en wenselijk, een actief grondbeleid. Het college verwerft (strategische) grond voor eigen rekening en risico, maakt deze grond bouw- en woon/vestigingsrijp en verkoopt de bouwrijpe grond.

Voor de (strategische) grondaankopen is een werkkrediet van twee miljoen euro beschikbaar. De gemeente zal, indien nodig, gebruikmaken van de wettelijke verwervingsinstrumenten die de gemeente ter beschikking staan op basis van de Onteigeningswet en de Wet voorkeursrecht gemeenten. Facilitair grondbeleid Het college voert bij ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de gemeente niet ondernemend deelneemt, zo veel mogelijk regie. Uitgangspunt daarbij is om dit te doen middels het aangaan van een anterieure overeenkomst waarin de gemeente de economische uitvoerbaarheid anderszins verzekerd en voorwaarden stelt aan het faciliteren van de planologische maatregel. Als partijen er niet uitkomen, overweegt de gemeente via de publiekrechtelijke weg op te treden door het vaststellen van een exploitatieplan. Grondprijsbeleid De marktwaarde van bouwrijpe grond is niet eenvoudig te bepalen omdat deze waarde afhankelijk is van de kenmerken van het betreffend project. De gemeente voert een marktconform grondprijsbeleid. Per project wordt de marktwaarde van de uitgeefbare gronden vastgesteld op basis van een deskundigenrapportage waarbij uitdrukkelijk rekening gehouden dient te worden met kenmerken van het betreffend project. 76

Risico’s grondbeleid en bepaling hoogte algemene reserve Bij het grondbeleid zijn grote bedragen en risico’s in het geding. Omdat de planning en uitvoering vaak jaren duren, kunnen de verwachte en werkelijke winst flink verschillen. Om toekomstige risico’s in de grondexploitaties af te dekken is de algemene reserve grondbedrijf gevormd. Bij de berekening van de hoogte van de reserve worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Bouwgrond in exploitatie:  Op basis van scenario’s worden de risico’s berekend;  Wanneer scenario berekeningen niet aanwezig zijn, wordt de IFLO norm (afdeling Inspectie Financiën Lokale Overheden) gebruikt. Deze norm bepaalt dat de gewenste reserve 10% van het geïnvesteerd vermogen en 10% van de nog te maken kosten bedraagt. Algemene reserve grondbedrijf Algemene reserve grondbedrijf per 31-12-2021 Afromen reserve naar reserve eenmalige bestedingen Vennootschapsbelasting Prognose resultaat op projecten 2022

4.463.382 -1.000.000 p.m. 715.239

Algemene reserve grondbedrijf per 31 december 2022 Prognose resultaat 2023 Vennootschapsbelasting

4.178.621 398.437 p.m.

Algemene reserve grondbedrijf per 31 december 2023

4.577.058

Afromen reserve In de jaarrekening 2021 staat dat de algemene reserve grondbedrijf "na afroming in 2022" € 1,7 miljoen hoger is dan noodzakelijk. In verband met de versnellingsagenda (toename boekwaarde grondexploitaties wat leidt tot een hogere risico en dito reserve), de nog te betalen Vennootschapsbelasting (Vpb) en de mogelijke prijsstijgingen is de reserve intact gelaten en niet afgeroomd. Wanneer meerjarige ervaringscijfers het toelaten, zal de reserve afgeroomd worden. Bij het opstellen van de jaarrekening 2022 worden de exploitaties geactualiseerd en de bijbehorende risico's geïnventariseerd.

Wat zijn de belangrijkste randvoorwaarden?      

Woningbouwmonitor; Versnellingsagenda woningbouw; Nota grondbeleid; Voldoende vraag naar grond voor woningen/bedrijven; Wet ruimtelijke ordening Omgevingswet

77

Resultaat grondbedrijf Positieve resultaten van het grondbedrijf worden toegevoegd aan de algemene reserve grondbedrijf. Deze reserve heeft een plafond. Als de resultaten boven dit plafond uitkomen, wordt het meerdere toegevoegd aan de Reserve Eenmalige Bestedingen. Negatieve resultaten van het grondbedrijf worden ten laste van de algemene reserve grondbedrijf gebracht. De reserve wordt dan, indien nodig, aangevuld om de algemene reserve grondbedrijf op niveau te houden. Voor winstneming van de grondexploitatie geldt de percentage of completion methode (POC methode): voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Voor verliezen moeten voorzieningen worden gevormd of deze moeten direct in mindering worden gebracht op de boekwaarde. Grondexploitaties In onderstaand overzicht zijn de prognoses van het grondbedrijf opgenomen, deze zijn gebaseerd op de cijfers van de jaarrekening 2021. Indien nodig worden de prognoses in de tussentijdse rapportages bijgesteld. In het 4e kwartaal 2022 worden de berekeningen van de grondexploitaties geactualiseerd. De consequenties hiervan zullen bij de jaarrekening 2022 worden gepresenteerd. De prognoses van de resultaten per project: Project ( + = positief resultaat - = negatief resultaat )

Bouwgrond in exploitatie Loverbosch oostzijde (fase 1) Loverbosch (fase 2) Loverbosch (fase 3) resultaat in 2029 Heusden Oost (fase 1) Heusden Oost (fase 2) Heusden Oost (fase 3) Florapark Niet in exploitatie genomen gronden Ommel Oost (fase 1) Strategische grondaankopen Ontwikkelingskrediet Totaal project resultaat Resultaat t.l.v. of t.g.v. algemene reserve grondbedrijf

Begroot 2022

2023

10.746 120.924

60.462

27.433 226.154 297.820 92.162

20.575 56.539 297.820 23.041

-15.000 -45.000 715.239 715.239

Meerjarenbegroting 2024 2025

96.711 60.462

60.461

20.575 297.820

297.820

297.820

-15.000 -45.000

-15.000 -45.000

-15.000 -45.000

-15.000 -45.000

398.437 398.437

415.568 237.820 298.281 415.568 237.820 298.281

In de komende periode wordt nog een aantal grondexploitaties, na vaststelling in de raad, toegevoegd. Het gaat bijvoorbeeld om Ommel Oost (fase 1), ontwikkeling van een aantal vrijkomende schoollocaties etc. In de verwachte resultaten van het grondbedrijf is geen rekening gehouden met de te betalen vennootschapsbelasting (vpb). Daarom worden deze resultaten in eerste instantie toegevoegd of onttrokken uit de algemene reserve grondbedrijf. Afhankelijk van de werkelijk gerealiseerde resultaten, de te betalen vpb en toekomstige ontwikkelingen zal de reserve grondbedrijf afgeroomd worden ten gunste van de Reserve eenmalige bestedingen.

78

2026

5. Onderhoud kapitaalgoederen De gemeente Asten is qua oppervlakte uitgestrekt (ruim 7.000 ha). Er vinden veel activiteiten plaats zoals wonen, werken en recreëren. Voor de activiteiten zijn veel gemeentelijke kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, verlichting, (openbaar) groen, civiele kunstwerken en gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. Met het onderhoud van deze kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. In deze paragraaf wordt het beleidskader geschetst voor het onderhoud van kapitaalgoederen en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties.

Wat willen we bereiken? Inzicht in, en realisatie van, het gewenste onderhoudsniveau van de gemeentelijke kapitaalgoederen. Dit kan onder andere bepaald worden aan de hand van de gewenste kwaliteit of landelijk gehanteerde normen.

Wat doen we daarvoor? Algemeen beleidskader Het uitgangspunt bij het onderhoud van gemeentelijke kapitaalgoederen is dat deze op een adequate wijze worden onderhouden. Onderhoudslasten worden gemaakt om een kapitaalgoed in goede, oorspronkelijke staat te houden, zodat het naar behoren kan functioneren. Onderhoudslasten zijn dus niet van invloed op de vastgestelde gebruiksduur of afschrijvingstermijn. Dit is dus een essentieel verschil met het uitvoeren van een (vervangings)investering, aangezien die leidt tot verlenging van de gebruiksduur. Een dergelijke investering moet worden geactiveerd op de balans, maar onderhoud mag daarentegen nooit worden geactiveerd. Onderhoud wordt volledig in de begroting opgenomen, waarbij onderscheid gemaakt worden in klein en groot onderhoud. Klein onderhoud Dagelijkse niet voorziene reparaties of jaarlijks terugkerende onderhoudslasten (o.a. preventieve maatregelen en onderhoudscontracten) die nodig zijn om het kapitaalgoed in functionele en veilig staat te houden. De lasten die gepaard gaan met klein onderhoud worden volledig geraamd in het jaar waarin het onderhoud daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. De lasten van klein onderhoud mogen nooit (ook niet van een voorziening) over meerdere jaren worden geëgaliseerd en worden dus volledig opgenomen in de exploitatie.

Groot onderhoud Onderhoud van een meer ingrijpende aard, dat in feite betrekking heeft op een langere periode. Met dit type onderhoud kunnen jaarlijks fluctuerende lasten gemoeid zijn. De noodzaak voor het verrichten van groot onderhoud doet zich (normaliter) pas na een langere periode van gebruik van het actief voor, als gevolg van slijtage. De lasten die gepaard gaan met groot onderhoud worden in het jaar van uitvoering ten laste van een vooraf gevormde onderhoudsvoorziening gebracht. Deze onderhoudsuitgaven maken dus geen onderdeel uit van het saldo van baten en lasten. De enige last in de exploitatie betreft de dotatie aan de voorziening.

79

De voorwaarde om groot onderhoud op deze manier te verwerken is dat er een recent (maximaal 5 jaar oud) en vastgesteld beheerplan aan ten grondslag ligt. Specifieke beleidskaders Wegen Op grond van de Wegenwet zijn wij als wegbeheerder verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van gemeentelijke wegen en bermen. De wegen worden beheerd op het in het beheer- en beleidsplan Wegen 2014-2022 vastgestelde kwaliteitsniveau C. Om de kwaliteit op het gewenste niveau te houden, wordt jaarlijks planmatig onderhoud uitgevoerd. In 2020 is de meerjarenplanning van het wegonderhoud geactualiseerd (2023-2024) op basis van dezelfde uitgangspunten als het beheer- en beleidsplan. Deze actualisering is verwerkt in de begroting 2021-2024. Bij de actualisering is onderscheid gemaakt in klein onderhoud en groot onderhoud (planmatig). Op basis van het beheer- en beleidsplan Wegen wordt er jaarlijks een storting gedaan in de onderhoudsvoorziening voor het groot onderhoud. Het klein onderhoud is opgenomen in de exploitatie. In 2021 wordt er nieuw beheer- en beleidsplan Wegen opgesteld, welke per 1-1-2022 ingaat. Civiele kunstwerken Civieltechnische kunstwerken in eigendom van de gemeente worden 1x per 5 jaar geïnspecteerd. Op basis hiervan vindt regulier en groot onderhoud plaats. De eerstvolgende inspectie staat gepland in 2024.

Op basis van de inspectie wordt ook inzichtelijk wat de kosten zijn voor het regulier onderhoud. Op basis hiervan wordt jaarlijks een storting gedaan in de onderhoudsvoorziening voor de kunstwerken. Grootschalig onderhoud en/of vervanging van bruggen en duikers is niet binnen de onderhoudsvoorziening meegenomen. Openbare verlichting Het kader voor openbare verlichting is gesteld in het beleidsplan Openbare Verlichting 2020-2025. Dit beleidsplan is in december 2019 vastgesteld door de gemeenteraad en hierin zijn de missie en visie op het gebied van verlichtingsthema's binnen de gemeente vastgelegd. Belangrijke thema's hierin zijn duurzaamheid, technologische ontwikkelingen en veiligheid. Verder formuleert het beleidsplan Openbare Verlichting richtlijnen en ambities om te voldoen aan landelijke en wettelijke doelstellingen ten aanzien van energiebesparing en wetgeving. Voor de renovatie openbare verlichting is jaarlijks € 99.635 beschikbaar (groot onderhoud). Voor het jaarlijkse onderhoud aan de openbare verlichting (klein onderhoud) is een onderhoudscontract opgesteld en dit budget is opgenomen in de exploitatie.

80

Riolering en Water Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad het Gemeentelijk Rioleringsplan Asten 2021-2025 (GRP) vastgesteld. Het GRP beschrijft het riolerings- en waterbeleid van de gemeente Asten inclusief de financiële middelen. De gemeente geeft hierin aan hoe zij invulling geeft aan haar zorgplichten vanuit Wet milieubeheer (Wm) en de Waterwet (Wtw):  Inzameling en transport van stedelijk afvalwater (afvalwaterzorgplicht);  Inzameling en verwerking van (overtollig) afvloeiend hemelwater (hemelwaterzorgplicht);  Inzameling en verwerking van overtollig grondwater (grondwaterzorgplicht). Alle kosten die gemaakt worden vanuit deze drie zorgplichten worden gedekt door de rioolheffing (100% kostendekkend). Met de blik vooruit en de volksgezondheid voorop koersen we naar een duurzame, klimaatbestendige, professionele en participerende waterketen en naar een klimaatbestendig, schoon, geordend en beleefbaar watersysteem, door voortvarend aan de slag te gaan tegen aanvaardbare kosten. Groen Bij groen wordt ingezet om het huidige onderhoudsniveau te behouden. Waar mogelijk worden kansen aangegrepen om, binnen budget, door bijvoorbeeld een uitgekiende soortenkeuze en inrichting de gebruikswaarde, biodiversiteit en klimaatbestendigheid te vergroten. Het op niveau houden van het bomenbestand als groenelementen (klein onderhoud) wordt jaarlijks gedaan uit de reguliere exploitatie.

Voor het renoveren van boomlanen (groot onderhoud) is een bomenrenovatieplan opgesteld voor 2021-2025 en hiervoor is een apart bedrag beschikbaar gesteld. Voor bosbeheer wordt jaarlijks een beheerplan gemaakt en daarin wordt o.a. gedund en hout geoogst en de opbrengsten van het hout worden gebruikt om onderhoud uit te voeren. Gemeentelijke gebouwen De gemeentelijke gebouwen worden eens per 2 jaar geschouwd voor groot onderhoud. Afhankelijk van de resultaten van de schouw, met inachtneming van het gewenste onderhoudsniveau, welke is bepaald op het wettelijk minimum om het gebouw in stand te houden, heeft dit financiële consequenties voor de meerjarige onderhoudsplanning (MJOP). Op basis van deze onderhoudsplanningen worden de benodigde jaarlijkse stortingen in de onderhoudsvoorzieningen bepaald. De stortingen worden jaarlijks geïndexeerd. De onderhoudsplanningen zijn in 2022 geactualiseerd waarna de stortingen zijn herrekend en in de begroting 2023 verwerkt. De lasten die gepaard gaan met klein onderhoud worden volledig geraamd in het jaar waarin het onderhoud daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. De geraamde lasten zijn gebaseerd op ervaringscijfers.

81

Sportvelden De gemeente Asten beschikt over een drietal sportparken. Op park-niveau is een onderhoudsvoorziening gevormd voor groot onderhoud, rekening houdend met de aanwezige verenigingen. De onderliggende onderhoudsplanningen zijn eind 2021 geactualiseerd en uitgebreid naar 40 jaar. De financiële consequenties zijn opgenomen in de begroting. Doel is om te komen tot een constante storting in de onderhoudsvoorziening waarmee gespaard wordt voor het volledige groot onderhoud van de gemeentelijke sportparken. De gevolgen van de privatisering van de sportkantines worden hierbij verwerkt. De kosten voor klein onderhoud stijgen de laatste jaren fors door o.a. veranderde weten regelgeving. Denk hierbij aan de discussie over rubberkorrels bij voetbalvelden en het beperken van chemische bestrijdingsmiddelen bij onder andere beregening van de velden. Alternatieven zijn in sommige gevallen voorhanden, maar werken vaak kostenverhogend. De lasten die gepaard gaan met klein onderhoud worden volledig geraamd in het jaar waarin het onderhoud daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. De geraamde lasten zijn gebaseerd op de geactualiseerde onderhoudsplanning.

Wat mag het kosten? Financiële consequenties In onderstaande tabel zijn de financiële consequenties van het groot onderhoud aan de bovenstaande kapitaalgoederen weergegeven, voor zover hier een onderhoudsvoorziening aan ten grondslag ligt. Zoals in het algemene beleidskader beschreven, wordt het klein onderhoud van de diverse kapitaalgoederen betaald uit de reguliere exploitatie. Voorzieningen

Onderhoud wegen Onderhoud civiele kunstwerken Onderhoud riolering Onderhoud groen Onderhoud gebouwen Onderhoud sportvelden Totaal

Saldo

Storting

Onttrekking

Saldo

1-1-2023

2023

2023

31-12-2023

2.150.120

836.845

903.486

2.083.479

20.049

9.950

0

29.999

4.899.850

720.503

3.290.000

2.330.353

19.174

0

0

19.174

1.953.669

619.456

295.553

2.277.572

98.016

123.053

91.500

129.569

9.140.878

2.309.807

4.580.539

6.870.146

82

6. Financiering De paragraaf financiering heeft betrekking op de gemeentelijke financieringsfunctie (treasuryfunctie). De financieringsfunctie zorgt ervoor dat er voldoende middelen zijn zodat de gemeente aan alle financiële verplichtingen kan voldoen. Hiervoor worden kortlopende en langlopende leningen aangetrokken. Onder de financieringsfunctie valt ook het verstrekken van leningen/garanties en het beheersen van financiële risico’s.

Wat willen we bereiken?    

Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; Het beschermen van het gemeentelijke vermogen tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, valutarisico’s en liquiditeitsrisico’s; Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido, aanvullende regelgeving en respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.

Wat doen we daarvoor? Wettelijk kader Het wettelijk kader van de treasuryfunctie ligt voor een deel besloten in de nationale regelgeving en voor een deel in Europese regelgeving. Binnen de nationale regelgeving zijn de kaders voornamelijk:  Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido);  Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof);  Wet verplicht schatkistbankieren;  Besluit Begroting en Verantwoording (BBV);  De Gemeentewet. Deze wettelijke kaders zijn verder uitgewerkt en vastgelegd in het gemeentelijke Treasurystatuut 2014 dat op 11 maart 2014 is vastgesteld door de gemeenteraad. Schatkistbankieren Op basis de Wet Fido zijn decentrale overheden verplicht om hun overtollige liquide middelen via een rekening-courant, met eventueel een daaraan gekoppelde depositorekening, in 's Rijks schatkist aan te houden. De uitzondering hierop is dat decentrale overheden hun liquide middelen in de vorm van leningen kunnen uitzetten bij andere decentrale overheden, mits zij niet met het financiële toezicht op dit lichaam zijn belast. Uitgezette gelden Het saldo op de rekening courant van de schatkist bedraagt op 30 augustus 2022 € 29.239.000,=. Drempelbedrag Daarnaast mogen decentrale overheden liquide middelen buiten 's Rijks schatkist houden mits deze, gerekend over een kwartaal, het drempelbedrag niet te boven gaan.

Naar aanleiding van een landelijke evaluatie wordt vanaf 1 juli 2021 voor gemeenten (en provincies, waterschappen en hun gemeenschappelijke regelingen) met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen de drempel voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd naar 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen. 83

Risicobeheer De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn koersrisico’s, renterisico’s en kredietrisico’s. Hieronder wordt weergegeven in welke mate deze risico’s zich bij onze gemeente voordoen en op welke wijze de gemeente deze risico’s beheerst. 1. Koersrisicobeheer De koersrisico’s van de gemeente zijn zeer beperkt omdat uitsluitend middelen worden uitgezet bij de schatkist of bij andere overheden. Dit gebeurt in vastrentende waarden. Vastrentende waarden garanderen dat op de einddatum de nominale waarde wordt uitgekeerd. Op de einddatum is dus geen sprake van koersrisico’s. 2. Renterisicobeheer Door schommelingen in de rentevoet loopt een gemeente renterisico. Het renterisico kan worden gemeten door middel van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet begrenst de omvang van de korte financiering (korter dan een jaar). De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal van de gemeente bij aanvang van het jaar, met een minimum van € 300.000,=. Voor 2023 bedraagt de kasgeldlimiet voor de gemeente Asten € 4,1 miljoen. Momenteel zijn er geen leningen aangegaan met een looptijd van maximaal een jaar. Dat betekent dat het renterisico onder de kasgeldlimiet uitkomt. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel om het renterisico bij het opnemen van leningen te beheersen.

Het effect van de renterisiconorm op de financieringswijze is dat de herfinanciering van vaste leningen niet ineens plaatsvindt, maar over een periode van minimaal vijf jaar wordt gespreid. Dit betekent dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen voor gemeenten niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Voor 2023 bedraagt de renterisiconorm voor de gemeente Asten € 9,6 miljoen. In 2023 zijn geen leningen aan renteherziening onderhevig. Dat betekent dat het renterisico onder de renterisiconorm uitkomt. 3. Kredietrisicobeheer De gemeente loopt tenslotte risico bij het uitzetten van gelden en verlenen van garanties ten behoeve van de publieke taak. De gemeente loopt hierbij het risico dat de kredietnemer zijn financiële verplichting niet kan voldoen, Uitzettingen geschieden daarom uitsluitend aan tegenpartijen die aan de in het treasurystatuut genoemde eisen voor kredietwaardigheid voldoen. Door deze maatregel worden kredietrisico’s zoveel mogelijk beperkt. Opgenomen geldleningen Medio 2020 is een lening opgenomen van € 5 miljoen, tegen een negatieve rente van -0,12% voor een periode van 4 jaar vast. Dit betekent een rentebaat van € 6.000,= per jaar. Begin 2021 is nog een lening van € 10 miljoen aangetrokken tegen een negatieve rente van -0,25% voor een periode van 10 jaar vast. Dit betekent een rentebaat van € 25.000,= per jaar.

Verstrekte geldleningen Er zijn geen leningen verstrekt.

84

Garantstellingen In 2023 staat de gemeente garant voor € 33,7 miljoen aan leningen van Bergopwaarts. Voor Wocom staat de gemeente garant voor een bedrag van € 13,5 miljoen en voor Mooiland Grave voor een bedrag van € 46.000,=. Renteresultaat In het Besluit Begroting & Verantwoording is opgenomen dat de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken naast de beleidsvoornemens en het gerealiseerde beleid ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille ook inzicht moet geven in: - de rentelasten uit externe financiering - het renteresultaat - de wijze van rentetoerekening Aangezien er opgenomen geldleningen zijn met een rentebaat en verstrekte hypothecaire-geldleningen met rentebaten is het renteresultaat 2023 op het taakveld treasury € 61.000,=. Alle rentebaten van de hypothecaire-geldleningen zijn rechtstreeks toegerekend aan het taakveld. De rentebaat op het taakveld treasury bestaat uit € 31.000,= van de opgenomen geldlening en van € 30.000,= voor dividend BNG.

85

7. Verbonden partijen Verbonden partijen zijn die privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijke belang én een financieel belang heeft.

Wat willen we bereiken? In het algemeen geldt dat voor een verbonden partij wordt gekozen indien de gemeente dit beleid niet alleen of niet doeltreffend kan uitvoeren. De verbonden partijen voeren beleid en beheer op verschillende terreinen uit voor de gemeente Asten. Het beleid omtrent deze verbonden partijen, met als doel om de governance te verstevigen, is beschreven in de "Nota Verbonden partijen gemeente Asten 2015". De website Overheid.nl is de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheidsorganisaties in Nederland. Deze website is een initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Op deze website worden per verbonden partij de algemene gegevens vermeld. De algemene gegevens van de gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente Asten deelneemt staan op deze site: https://almanak.overheid.nl/30279/Gemeente_Asten/. De gegevens omtrent deze gemeenschappelijke regelingen in deze paragraaf zijn dan ook een aanvulling op de vermelde website.

86

Wat doen we daarvoor? In de tabellen op de volgende pagina's is te zien op welke manier de gemeente Asten een bestuurlijk- en financieel belang heeft in de verbonden partijen waarin zij participeert. Daarnaast zijn per verbonden partij een aantal (financiële) gegevens te vinden die verplicht dienen te worden opgenomen op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Verbonden partij (Beleidsmatig)

Bestuurlijk belang

Gemeenschappelijke regelingen Belastingsamenwerking Lid AB+DB Oost-Brabant BLINK

Lid AB

GGD Brabant-Zuidoost

Lid AB

GR Peelgemeenten

Lid AB (2x) + Lid DB

Metropoolregio Eindhoven

Lid AB

Openbaar belang

Risico’s

Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB) is een samenwerkingsverband tussen waterschap Aa en Maas en elf Brabantse gemeenten op het gebied van gemeentelijke- en waterschapsbelastingen. BLINK heeft tot doel zorg te dragen voor gemeentelijke uitvoeringstaken op het vlak van afvalinzameling en reiniging van de openbare ruimte, die bij wet aan de deelnemende gemeenten zijn opgedragen. Daarnaast exploiteert zij de gemeentelijke milieustraat.

De risico’s komen conform de regelingen voor rekening van de deelnemende gemeente naar rato van hun aandeel in de bedrijfsactiviteiten (financiële bijdragen). BLINK beschikt niet over eigen vermogen om niet begrote en onvoorziene kosten te dekken. De opzet van BLINK als gemeenschappelijke regeling is dat risico’s opgevangen worden door de deelnemende gemeenten in de jaarlijkse reguliere exploitatie. Wel is er met ingang van 2022 een post onvoorzien opgenomen in de begroting van Blink. De post onvoorzien is 1,2% van de totale begrotingswaarde en dient ter afdekking van operationele risico's met van buitenkomend onheil (schadeclaims, plotselinge tariefsmutaties e.d.). De risico's zijn benoemd in de begroting 2023 van GGD Brabant-Zuidoost in de risicoparagraaf en in de financiële risicoinventarisatie.

Gemeenten hebben binnen de Wet Publieke Gezondheid de plicht om een plan ter bevordering van de lokale gezondheidssituatie vast te leggen in een nota Lokaal gezondheidsbeleid. De gemeente is in dit proces de regisseur. De GGD ondersteunt de gemeenten bij het voorbereiden, opstellen en implementeren van dit beleid. Per gemeente is er een lokaal team. Doel van GGD Brabant Zuidoost is om een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg (PG) en de ambulancezorg (AZ). Draagt zorg voor kwaliteit en continuïteit voor de uitvoering van de door de lokale overheden opgedragen taken op het gebied van jeugd, WMO, Bijzondere Bijstand, Minimaregelingen en Schulddienstverlening. Strategisch bestuurlijke samenwerking op de thema's: economie, mobiliteit, energietransitie en transitie van het landelijk gebied. Daarnaast het fungeren als archiefbewaarplaats van de

87

Aangesloten gemeenten zijn aansprakelijk voor tekorten. In de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen (juli 2018) is bepaald welke risico's door de MRE worden gedragen

overgebrachte archieven van de overheidsorganen binnen de regio Zuidoost-Brabant. Voor het Regionaal Historisch Centrum: Programma 2021/2022 is vastgesteld. Missie, visie en koers zijn opgesteld. Er worden stappen ondernomen tot voorstellen over de positionering van dienstonderdelen MRE en RHCe binnen de MRE. Een werkgroep informatisering is gestart op 29-6-2021.

en welke door de deelnemende gemeenten. Uiteindelijk zijn de aangesloten gemeenten aansprakelijk voor tekorten.

Het risico op verlaging van de baten ODZOB als gevolg van mogelijke bezuinigingen bij de deelnemende gemeenten. Dit risico ligt meer in de invloedssfeer van de gemeenten dan van de ODZOB en daarom is door hen besloten dit risico niet af te dekken. Diverse onzekere ontwikkelingen maken de prognose lastig. Denk hierbij o.a. aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, provinciale eisen voor stalaanpassingen en landelijke opkoopregelingen voor bedrijven. Sterke afhankelijkheid van rijksbeleid met betrekking tot de financiering. Omzet is afhankelijk van economische ontwikkelingen. Aangesloten gemeenten zijn op basis van solidariteit gezamenlijk aansprakelijk voor tekorten. Op dit moment worden de resultaten van de evaluatie van de GR Senzer onderzocht en verder uitgewerkt. Dit geeft mogelijk aanleiding tot aanpassing van beleidsuitgangspunten en financieringssystematiek. Afhankelijk van de uitkomsten heeft dit gevolgen voor onze gemeente.

Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

Lid AB

Samen zorgen voor balans tussen ondernemen en een veilige en gezonde leefomgeving. Voor en met gemeenten, provincie en netwerkpartners voert de ODZOB taken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, en geeft zij advies op het gebied van omgevingsrecht.

Senzer

Lid AB (2x) + Lid DB

Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost

Lid AB

Het werkbedrijf Senzer is per 1 januari 2016 formeel gevormd uit Werkbedrijf Atlant De Peel, de afdeling Werk & Inkomen van de gemeente Helmond en het Werkgeversplein. Senzer voorziet mensen conform de Participatiewet van een uitkering in de noodzakelijke kosten van het bestaan voor levensonderhoud. Senzer verstrekt die uitkering niet langer dan noodzakelijk en begeleidt deze mensen naar maximale participatie en het liefst naar werk. Senzer heeft hiertoe diverse instrumenten beschikbaar die zij kan inzetten bij mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Het uiteindelijke doel is om mensen structureel te laten uitstromen naar (gesubsidieerde) arbeid. Is dit (nog) niet haalbaar, dan wordt er naar gestreefd dat mensen een maatschappelijk nuttige tijdsbesteding hebben. Er wordt hiertoe nauw samengewerkt met de gebiedsteams van de gemeenten. Senzer opereert regionaal zowel op de publieke als private markten. Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) is een samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio ZuidoostBrabant waarin de brandweer, de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) en de regionale ambulancevoorziening (RAV) samenwerken om incidenten en rampen te voorkomen, te beperken en te bestrijden.

ICT Noord- en Midden Limburg (ICT NML)

Lid AB

ICT NML is een samenwerkingsverband van gemeenten in Noord- en Midden Limburg. ICT NML verzorgt voor de aangesloten partners het

88

In hoofdstuk 6.1 paragraaf Risicobeheersing en weerstandsvermogen van de Begroting 2019 zijn de risico’s en de bijbehorende weerstandcapaciteit benoemd. In het jaarverslag 2019 is deze paragraaf geactualiseerd. Het beleid rond risicomanagement en weerstandsvermogen is in 2019 geactualiseerd en door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Aangesloten gemeenten zijn aansprakelijk voor tekorten.

ICT-beheer, ICT-onderhoud en faciliteert bij automatiseringsvraagstukken. Wij streven naar uniforme werkprocessen, eenduidige dienstverlening en de vorming van een regieorganisatie. ICT NML is een organisatie waar vernieuwing en verandering een constante factor is. Vennootschappen en coöperaties Bank Nederlandse Gemeenten Stemrecht AvA Brabant Water

Stichtingen en verenigingen Bureau Inkoop en Aanbestedingen ZuidoostBrabant Zorg- en Veiligheidshuis Brabant-Zuidoost

Overige verbonden partijen Overlegorgaan Nationaal Park De Groote Peel

Stemrecht AvA

Lid VvA

Lid AB

Lid periodiek overleg

BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burgers. Brabant Water levert drink- en industriewater aan 2,5 miljoen inwoners en aan bedrijven in Noord-Brabant. Zij winnen, zuiveren en distribueren water van uitstekende kwaliteit, tegen de laagst mogelijke kosten en met een hoge leveringsbetrouwbaarheid.

Niet van toepassing.

Voor een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering is een professioneel georganiseerde inkoopfunctie van belang. Door samenwerking op inkoopgebied wordt voordeel op financieel, kwalitatief en procesmatig gebied behaald. Het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant-Zuidoost is een netwerksamenwerking tussen partners uit de straf-, en zorgketen en gemeenten. Zij komen onder eenduidige regie van het openbaar bestuur tot een ketenoverstijgende aanpak van complexe problematiek. Met als doel bij te dragen aan de veiligheid(sbeleving) als onderdeel van het integrale veiligheidsbeleid; het voorkomen en verminderen van recidive, (ernstige) overlast, criminaliteit en maatschappelijke uitval bij complexe problemen, door een combinatie van repressie, bestuurlijke interventie en zorg.

De termijn van een individuele, bilaterale samenwerkingsovereenkomst is van onbepaalde duur met een opzegtermijn van minimaal 2 jaar. De risico's blijven beperkt tot de inleg van financiële middelen.

Voor het doelmatig functioneren van De Groote Peel als nationaal park is het overlegorgaan ingesteld in mei 1985.

Niet van toepassing.

89

Waardevermindering van het aandelenkapitaal.

Wat mag het kosten? Verbonden partij (Financieel) Gemeenschappelijke regelingen Belastingsamenwerking Oost-Brabant

Jaar

Prognose financiële bijdrage

Eigen vermogen 1/1

Eigen vermogen 31/12

Vreemd vermogen 1/1

Vreemd vermogen 31/12

Prognose financieel resultaat

2023

€ 309.313

€ 299.000

€ 299.000

€ 14.733.000

€ 14.733.000

€0

€0

€0

€ 4.787.000

€ 4.431.000

€0

€ 735.000

BLINK

2023

GGD Brabant-Zuidoost

2023

€ 606.055

€ 4.400.000

€ 4.160.000

€ 14.840.000

€ 15.720.000

€0

GR Peelgemeenten

2023

€ 1.797.972

€ 300.000

€ 300.000

€ 17.000.100

€ 17.062.500

€0

Metropoolregio Eindhoven

2023

1

€ 235.964

€ 17.742.682

€ 14.324.968

€ 8.699.393

€ 8.341.533

€0

Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

2023

€ 736.632

€ 1.319.451

€ 1.486.451

€ 7.782.415

€ 7.632.415

€0

Senzer

2023

€ 5.529.434

€ 11.796.000

€ 23.366.000

€ 15.178.000

€ 14.800.000

€0

2023

€ 977.339

€ 2.145.354

€ 2.145.354

€ 35.191.663

€ 32.376.461

€0

2023

€ 616.158

€ 310.000

€ 424.000

€ 350.000

€ 616.000

€0

Bank Nederlandse Gemeenten

20232

Aandelenbezit

€ 5.097 mln.

€ 5.062 mln.

€ 155.262 mln.

€ 143.995 mln.

€ 236 miljoen

Brabant Water

20233

Aandelenbezit

€ 674.183.000

€ 684.676.000

€ 523.344.000

€ 534.399.000

€ 974.598

€ 974.598

€ 1.008.732

€ 1.008.732

€ 11.586

€ 110.446

€ 90.902

€ 195.318

€ 279.284

€0

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost ICT Noord- en Midden Limburg (ICT NML)

(excl. milieustraat)

Vennootschappen en coöperaties

Stichtingen en verenigingen Bureau Inkoop en 20234 € 138.772 Aanbestedingen Zuidoost-Brabant Zorg- en Veiligheidshuis 20235 € 4.257 Brabant-Zuidoost Overige verbonden partijen Overlegorgaan Nationaal Park 2023 Niet van toepassing De Groote Peel 1,2,3,4,5,6 Balanscijfers komen uit de jaarrekening 2020 en 2021

90

€ 10.493.000 (resultaat 2021)

8. Toekomstagenda 2030 Samen met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties werken we aan een vitale, leefbare en aantrekkelijke gemeente Asten. Hiervoor hebben we de Toekomstagenda Asten 2030 gemaakt. Samen hebben we opgeschreven wat de komende jaren belangrijk is voor de ontwikkeling van de gemeente Asten en met welke uitdagingen we te maken hebben. De Toekomstagenda Asten 2030 is een kompas om koers te houden én een uitnodiging om mee te doen.

Wat willen we bereiken?

Wat doen we daarvoor? De volgende maatschappelijke opgaven staan centraal in de Toekomstagenda Asten 2030: KLIMAATBESTENDIG EN ENERGIENEUTRAAL ASTEN Wij streven naar een gemeente die in staat is de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. De maatregelen die we moeten nemen zien we nadrukkelijk als kansen voor toekomstbestendige economische ontwikkeling. We onderschrijven de doelstellingen van duurzame ontwikkeling en het Brabants Energie Akkoord en stimuleren maatregelen die bijdragen aan versnelling daarvan. Resultaat: In 2030 zijn we klimaatbestendig: we zijn een gemeente met minder verstening en meer groen, een betere wateropvang, minder hittestress en een grote biodiversiteit in flora en fauna. We volgen de provinciale trend om zo snel als mogelijk energieneutraal te zijn. TRANSFORMATIE VAN HET BUITENGEBIED We streven in Asten naar een maatschappelijke geaccepteerde en gewaardeerde agrofoodsector met toekomstperspectief binnen de kaders van duurzaamheid, gezondheid en welzijn van mens en dier in een mooi en beleefbaar buitengebied. In Asten is ruimte voor een duurzame en verantwoorde agrarische sector. Technologische ontwikkeling en innovatie zijn de dominante middelen binnen deze opgave.

91

Onze kenmerkende landschappen en natuur willen we minimaal behouden en waar mogelijk versterken en meer vervlechten met onze kernen. We zetten in op ontwikkeling van meer aansprekende (natuur) parels. Resultaat: We realiseren in 2030 een substantiële reductie van de uitstoot van emissies door de agrarische sector. VITALE KERNEN Om een aantrekkelijke woongemeente te zijn, voeren we een actief woonbeleid. Ons beleid is flexibel en gericht op de lokale woonbehoeften. Gelet op de vergrijzing werken we gericht aan combinaties met zorg, zodat mensen met een beperking zo veel mogelijk zelfstandig kunnen wonen. Wij versterken verder ook onze aantrekkingskracht voor mensen die graag rustig landelijk willen wonen, dichtbij stedelijke voorzieningen en werk. Resultaat: Asten, Heusden en Ommel koersen vanuit de eigen identiteit en kracht. Maatschappelijk initiatief is het vertrekpunt voor ontwikkeling van de kernen. Ruimte voor eigen initiatief betekent dat dorpen, gebieden en gemeenschappen zich ieder op een eigen wijze ontwikkelen. Dit kan tot gevolg hebben dat de ene kern meer voor elkaar krijgt dan een andere. We zetten in op behoud van voortgezet onderwijs in Asten, Dit is cruciaal in de ontwikkeling van onze jongeren en het vormen van netwerken, die wellicht stimuleren dat onze jongeren zich binden aan Asten of overwegen om er later terug te keren.

We koesteren de verbindingen tussen onderwijs en bedrijfsleven. In 2030 liggen de scores van onze kernen op het gebied van bevolkingsopbouw, sociale samenhang, veiligheid en voorzieningenniveau (Leefbaarometer.nl) boven het regionaal gemiddelde van de vijf landelijke Peelgemeenten. CENTRUMONTWIKKELING Levendige dorpscentra met ruimte voor ontmoeting in een gemoedelijke sfeer zijn belangrijk voor de vitaliteit en aantrekkelijkheid van onze kernen. Wij werken aan een centrum in Asten dat uitnodigend is voor inwoners en bezoekers. We sluiten aan bij onze kernkwaliteiten van natuur en voedselproductie. Beleven en genieten staan centraal. Het centrum is de plek voor ontmoeten, eten en drinken en ook werken. De sfeer wordt bepaald door kleinschalige diensten en ambachtelijk werk. Een bruisend centrum is een belangrijke troef in het binden van jongeren en jonge gezinnen. We ontwikkelen in het centrum passende woningen en voorzieningen. Resultaat: In 2030 heeft het centrum van Asten de lokale verzorgende functie voor winkelen behouden en is er een positieve balans (meer inkomende dan uitgaande stromen) op het gebied van restaurantbezoek, café bezoek en cultuurbezoek. OMGEVINGSWET Met het programma Omgevingswet werken we aan ruimte voor ontwikkeling met waarborg voor kwaliteit en zorgen we ervoor dat we voldoen aan de nieuwe wet die per 1 januari 2023 ingaat.

VITALE DEMOCRATIE Met het programma Vitale democratie werken we aan de cultuuromslag die nodig is om de maatschappelijke opgaven te realiseren. Meer loslaten vanuit de gemeente en faciliteren van burgerinitiatief, meer oppakken van verantwoordelijkheid door de samenleving zelf.

92

Wat doen we daarvoor? Realiseren doelen uit maatschappelijke opgaven Binnen elk inhoudelijk programma lopen diverse projecten die geïnitieerd worden door de gemeente, door de samenleving, door de regio of het Rijk en veelal in verbinding met de partners in het netwerk waarin we werken. Daarnaast wordt overkoepelend gekeken naar verbinding tussen de projecten uit verschillende programma's. Bijv. het thema energieneutraal speelt ook een rol bij de realisatie van een project in het programma vitale kernen. Naast deze inhoudelijke verbinding is er vanuit de faciliterende programma's Omgevingswet en Vitale democratie verbinding met elk inhoudelijk programma en project. Bijvoorbeeld over de procesaanpak van een project en hoe de participatie vanuit de samenleving wordt ingevuld. Op www.asten.nl/2030 staan de actuele projecten en nieuwe ideeën gepubliceerd. Stimuleren van burgerinitiatieven Onderdeel van de realisatie van de Toekomstagenda Asten 2030 is de uitnodiging aan inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen om mee te doen en zelf ook met burgerinitiatieven te komen. Op www.asten.nl/2030 staan alle programma's online, met de lopende projecten en ingekomen burgerinitiatieven, zowel klein als groot.

93

94

Financiële begroting

95

1.

Overzicht van baten en lasten

1. Overzicht van baten en lasten Onderstaande tabel geeft het totaaloverzicht van baten en lasten van de individuele programma's weer. Begroting

Meerjarenbegroting

bedragen x € 1.000

2023

Lasten

-48.970 -48.343 -47.640 -47.474

1. Bestuur en Veiligheid

-11.908

-11.742

-11.300

-11.266

2. Ruimtelijk Domein

-10.512

-10.620

-10.280

-10.271

3. Sociaal Domein

-22.772

-22.522

-22.546

-22.410

4. Financiën, Control en Economie

-3.779

-3.459

-3.514

-3.528

Baten

47.152

47.742

48.154

46.157

1. Bestuur en Veiligheid

1.512

1.444

1.444

1.444

2. Ruimtelijk Domein

5.399

5.412

5.375

5.364

3. Sociaal Domein

6.301

6.143

6.095

6.063

4. Financiën, Control en Economie

33.940

34.743

35.240

33.285

Saldo van baten en lasten

-1.818

-601

514

-1.318

Stortingen in reserves

-502

-505

-327

-387

Onttrekkingen aan reserves

2.363

1.333

469

397

Mutaties reserves

1.861

828

142

10

43

227

656

-1.308

Resultaat

2024

2025

2026

Onderstaande tabel geeft de baten en lasten per programma weer inclusief de volgens het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) verplichte presentatie van de Algemene dekkingsmiddelen, overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien. Begroting

Meerjarenbegroting

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=20d09179-84ff-4bfb-b2b9-88eaea45b112