CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Notitie Kansrijke Alternatieven N279 Veghel-Asten

Raadscommissie Ruimte 20 mei 2025, gemeente AstenBij agendapunt: Zienswijze tegen Notitie Reikwijdte en Detailniveau N279 Veghel-Asten (adviserend)40.759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Naast deze drie pakketten is ook de referentiesituatie doorgerekend. De 3 rekenpakketten die zijn gemodelleerd in zeef 1 betreffen nog niet de kansrijke alternatieven, dat volgt na analyse van zeef 1 (zie eerder).

Afbeelding 3.4 Rekenpakketten

30 | 71

De in zeef 1 gemodelleerd rekenpakketten zijn: 1 nulpluspakket: · dit pakket laat zien wat de bijdrage is aan het doelbereik bij enkel het optimaliseren of aanpassen van de gelijkvloerse kruispunten om de capaciteit te verbeteren; 2 pakket omleidingen: · dit pakket richt zich op het inzichtelijk maken van het effect van de omleidingen binnen de scope van het project. In dit pakket zijn omleidingen om Veghel en Helmond (Dierdonk) opgenomen. De oorspronkelijke tracés van de N279 zijn in de modellering afgewaardeerd naar een lagere maximum snelheid (30 km/u en 50 km/u), zodat de omleidingen een aantrekkelijk alternatief vormen; 3 maximaal pakket: · dit pakket laat zien wat het uitbreiden van de capaciteit op de wegvakken naar 2x2, het toevoegen van ongelijkvloerse kruispunten, het toevoegen van een weefvak op de A50, het gelijkvloers uitbreiden van de aansluiting A50 en het uitbreiden van de capaciteit van de aansluiting N270 en herstellen van het Ei van Ommel betekent voor het doelbereik en wat de effecten zijn. Naast de drie rekenpakketten zijn drie varianten op rekenpakket 2 ‘pakket omleidingen’ doorgerekend om beter inzicht te krijgen in de effecten van specifieke oplossingen binnen dit rekenpakket: - variant 1 - omleiding Veghel met extra aansluiting op de A50: binnen deze variant is de omleiding rond Veghel direct aangesloten op de A50 ten zuiden van aansluiting 10.

De huidige aansluiting 10 komt binnen deze variant te vervallen. De in rekenpakket 2 opgenomen nieuwe aansluiting van de omleiding op de N622 direct naast aansluiting 10 vervalt in deze variant niet; - variant 2 - omleiding Veghel met afwaardering huidig tracé naar 50 km/u: binnen deze variant is onderzocht wat het effect is van het afwaarderen van het huidige tracé van de N279 bij Veghel naar 50 km/u ten opzichte van 30 km/u dat als uitgangspunt was gehanteerd in pakket 2; - variant 3 - zonder verplaatsen rotonde Bosscheweg/Middenweg: uit de modelresultaten bleek dat het verplaatsen van de rotonde Bosscheweg/Middenweg en het toevoegen van de aansluiting Aarle-Rixtel overlappende effecten hebben. Hierdoor was het effect van de afzonderlijke oplossingen niet goed te bepalen. Een variant van rekenpakket 2 is doorgerekend zonder het verplaatsen van de rotonde Bosscheweg/Middenweg. Een uitgebreide beschrijving van de uitgangspunten in de rekenpakketten en doorgerekende varianten is beschreven in de Rapportage verkeersmodellering rekenpakketten, versie 31 januari 2025.

31 | 71

4 BESCHOUWDE OPLOSSINGEN: TRACÉ OVERKOEPELEND Dit hoofdstuk beschrijft de tracé overkoepelende maatregelen. Dit zijn de maatregelen die op meerdere delen van het tracé of over het gehele tracé kunnen worden toegepast. Hoofdstuk 5 tot en met 8 beschrijft de locatiespecifieke oplossingsrichtingen. Een nadere toelichting op de tracé overkoepelende oplossingen die in zeef 1 zijn onderzocht zijn opgenomen in de factsheets (bijlage II). De volledige onderbouwing van zeef 0 is terug te vinden in de rapportage Mogelijke oplossingen (zeef 0), versie 27 november 2024. Paragraaf 4.1 beschrijft de resultaten van zeef 0, paragraaf 4.2 de resultaten van zeef 1 op hoofdlijnen, paragraaf 4.3 de flankerende maatregelen en paragraaf 4.4 gaat in op de stikstofanalyse.

4.1

Resultaten zeef 0 tracé overkoepelend

Tabel 4.1 geeft een overzicht van de tracé overkoepelende oplossingsrichtingen die in zeef 0 zijn beschouwd. In de tabel is aangegeven welke oplossingen nader worden onderzocht in zeef 1, in zeef 0 zijn afgevallen of als ‘aan het project’ zijn gecategoriseerd.

Tabel 4.1 Beoordelingen zeef 0 Oplossing

Beoordeling

Toelichting

2x1 rijstroken

ter beoordeling in zeef 1

het aanbrengen van een 2x1 dwarsprofiel voor de inrichting van de weg met 1 rijstrook per rijrichting en een middenberm. Deze oplossing maakt het uitwijken naar een andere weghelft niet mogelijk waardoor de verkeersveiligheid wordt vergroot, met name doordat frontale botsingen worden voorkomen. Vanuit de richtlijnen is deze weginrichting momenteel de standaard weginrichting voor gebiedsontsluitingswegen met 80 km/u buiten de bebouwde kom

2x2 rijstroken

ter beoordeling in zeef 1

bij een 2x2 dwarsprofiel voor de inrichting van de weg wordt voor beide rijrichtingen een extra rijstrook toegevoegd ten opzichte van de huidige situatie. Tussen de twee rijrichtingen wordt een middenberm gerealiseerd. Met deze oplossing wordt de capaciteit van de weg vergroot waardoor het meer wegverkeer kan afwikkelen. In het coalitieakkoord van de provincie NoordBrabant is vastgelegd deze weginrichting te onderzoeken in de verkennende studie van de N279

multimodale mobiliteit

ter beoordeling in zeef 1

met concrete oplossingen voor het verbeteren van het OV, hub’s en fietsvoorzieningen kan bijgedragen worden aan de mobiliteitstransitie. In het werkspoor multimodale bereikbaarheid zijn multimodale mobiliteitsmaatregelen die van invloed zijn en/of raken aan de N279 tussen Veghel en Asten verkend. Voor de mogelijke kansrijke oplossingen die een directe relatie hebben met de N279 is op basis van de potentie bepaald of ze kansrijk zijn bijdragen aan de doelstellingen voor de N279. Daarbij is gekeken naar: de potentie om de reistijd te verkorten en de concurrentiepositie van het OV ten opzichte van de auto te verbeteren; de potentie om de doorstroming op de N279 te verbeteren en duurzame mobiliteit te stimuleren; de potentie om korte autoritten te verminderen en de fiets als aantrekkelijk alternatief te promoten

32 | 71

Oplossing

Beoordeling

Toelichting

aanpassen voorziene vrachtwagenheffing

afgevallen in zeef 0

er zijn plannen voor het toepassen van een vrachtwagenheffing in Nederland. De N279 maakt onderdeel uit van het netwerk waarop de vrachtwagenheffing gaat gelden. De vrachtwagenheffing is een Rijksinitiatief en valt niet binnen de bevoegdheid van de provincie. Verkeersmodellering laat zien dat bij het afschaffen van de vrachtwagenheffing een groter aandeel vrachtverkeer gebruik gaat maken van de N279, dit is niet wenselijk vanuit de functie van de N279

Vervoer over water

afgevallen in zeef 0

de huidige functie van de Zuid-Willemsvaart en de doorvaartknelpunten, bruggen en sluizen, belemmeren een snelle en frequente doorvaart. Het stimuleren van meer vervoer via water valt niet binnen de bevoegdheid van de provincie en het project. Vanuit de bevoegde overheden is er geen intentie om te investeren in een modal shift naar water op deze locatie

snelheidsverhoging naar 100 km/u

afgevallen in zeef 0

het verhogen van de snelheid naar 100 km/u past niet bij de functie van de N279. Bij een snelheidsverhoging wijzigt het type weg van een gebiedsontsluitingsweg naar een regionale stroomweg. Dit is niet passend bij de functie in het netwerk en heeft een te grote impact op de leefbaarheid in het gebied

op zichzelf staande aanpassingen aan de bestaande bruggen over de Zuid-Willemsvaart

afgevallen in zeef 0

de bruggen zijn niet in beheer bij de provincie Noord-Brabant. NB het integreren van aanpassingen aan de kunstwerken kan onderdeel van de projectscope worden als een aanpassing van de brug benodigd is vanwege de reconstructie van de N279

weren vrachtverkeer op N279 of omliggende infrastructuur

afgevallen in zeef 0

de oplossing sluit niet aan bij de functie van de weg als robuuste rand. Diverse vrachtverkeer georiënteerde bestemmingen, als bedrijventerreinen zijn gelegen langs de N279. Het weren van vrachtverkeer verslechtert de bereikbaarheid van deze bestemmingen en sluit niet aan bij de doelstellingen van het project. In zeef 1 wordt nog wel onderzoek gedaan naar de potentie voor het weren van doorgaand vrachtverkeer, dat geen bestemming heeft langs de N279

landbouwverkeer toelaten op de N279

afgevallen in zeef 0

de oplossing sluit niet aan bij de functie van de weg als robuuste rand. Het toelaten van landbouwverkeer op de N279 leidt tot grote snelheidsverschillen, wat de verkeersveiligheid verslechtert en doorstroming belemmert en sluit niet aan bij de doelstelling van het project

4.2

Resultaten zeef 1 tracé overkoepelend

4.2.1

Wegvakinrichting (1x2, 2x1 of 2x2)

Onderzocht is op welke delen van het tracé een andere weginrichting met 2x1 of 2x2 rijstroken wenselijk en kansrijk is. Bij een weginrichting met een 2x1 dwarsprofiel is er per rijrichting 1 rijstrook, welke gescheiden wordt door een fysieke middenberm, waardoor het verkeer niet op de andere weghelft kan komen. Het type middenberm dat wordt toegepast is onderdeel van de nadere uitwerking in de volgende fasen, denk aan een geleiderail of groenstrook. Bij een 2x2 dwarsprofiel zijn twee rijstroken per rijrichting aanwezig. Ook bij deze weginrichting worden de twee rijrichtingen van elkaar gescheiden door een fysieke middenberm. In de factsheets in bijlage II is een nadere beschrijving van de oplossingen en de onderbouwing van de beoordeling van zeef 1 opgenomen. Tabel 4.2 geeft aan op welke wegvakken op de N279 tussen Veghel en Asten een 2x1- of een 2x2 dwarsprofiel kansrijk is. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen ‘kansrijk’ en ‘groter effect op doelbereik’. Alle kansrijke locaties hebben effect op het doelbereik verkeersveiligheid en bereikbaarheid. Op de locaties in de kolom ‘groter effect op doelbereik’ heeft een 2x1 of 2x2 wegprofiel een grotere bijdrage aan de verbetering van de verkeersveiligheid of bereikbaarheid dan op de overige kansrijke wegvakken.

Ook het huidige profiel van 1x2 rijstroken (zonder middenberm) kan bij de inrichting van de weg nog toegepast worden en onderdeel zijn van de kansrijke alternatieven.

33 | 71

Uit de verkeersveiligheidseffecten blijkt dat een 2x1 profiel (met middenberm) over het gehele tracé kansrijk is, behalve ter hoogte van Veghel. Hier is vanwege de hoge intensiteiten en dicht op elkaar liggende kruisingen een 2x2 wegprofiel benodigd. Op de locaties met een lange rechtsstand (langer dan de richtlijnen adviseren) raden wij aan een 2x1 profiel, toe te passen. Op deze locaties heeft het toepassen van een middenberm nog een groter positief effect op de verkeersveiligheid, vanwege het hoge kans op frontale ongevallen waarbij verkeer op de andere weghelft komt. Naast de locatie bij Veghel zien we hoge spitsintensiteiten op de N279 tussen de rotonde Gemertseweg (N272/N615) en de Waterleliesingel in Helmond. Voor een robuuste oplossing is het daarom raadzaam om op dit wegvak de capaciteit uit te breiden naar 2x2, maar minder noodzakelijk als bij Veghel. Hierdoor is voor het wegvak Gemertseweg - Waterleliesingel zowel 2x2 als 2x1 als kansrijk beoordeeld, waarbij een 2x2 nog meer bijdraagt aan de verbetering van de bereikbaarheid maar ook grotere effecten heeft op het ruimtebeslag. Daarom raden we aan beiden te onderzoeken in een volgende fase.

Tabel 4.2 Kansrijkheid wegvakindeling N279 Deelgebied

Wegvak

Veghel - Keldonk

2x1 kansrijk

2x1 groter effect op doelbereik

2x2 kansrijk

2x2 groter effect op doelbereik

aansluiting A50 - De Amert

X

X

Veghel - Keldonk

De Amert - N.C.B.-laan

X

X

Veghel - Keldonk

N.C.B.-laan - Zuidkade

X

X

Veghel - Keldonk

Zuidkade - Rembrandtlaan

X

X

Veghel - Keldonk

Rembrandtlaan Morgenstraat

X

X

X

Veghel - Keldonk

Morgenstraat Middenweg/Bosscheweg

X

X

X

Beek en Donk

Middenweg/Bosscheweg Gemertseweg (N272/N615)

X

X

Beek en Donk

Gemertseweg (N272/N615) - Waterleliesingel

X

X

X

Helmond

Waterleliesingel Helmond-Rembrandtlaan

X

X

X

Helmond

Helmond-RembrandtlaanCoendersberglaan

X

X

Helmond

Coendersberglaan - N607

X

X

Helmond

N607 - Aansluiting N270

X

X

Helmond

aansluiting N270 Rochadeweg

X

X

Asten

Rochadeweg Deurneseweg

X

Asten

Deurneseweg - Aansluiting A67

X

4.2.2

Multimodale bereikbaarheid

X

Conform de mobiliteitsladder (ook wel ‘ladder van Verdaas’) dient eerst gekeken te worden hoe het aanleggen of uitbreiden van infrastructuur zo veel mogelijk uitgesteld of beperkt kan worden, door het

34 | 71

toepassen van andere oplossingen. Vanuit deze systematiek is in de verkenning voor de N279 ook gekeken naar mobiliteitsmanagement of het optimaliseren van het openbaar vervoer. Als deze maatregelen onvoldoende oplossend vermogen bieden, kan het aanpassen en uitbreiden van de infrastructuur overwogen worden. Vanuit het werkspoor multimodale bereikbaarheid (spoor 3 van de verkenning) zijn mobiliteitsmaatregelen die van invloed zijn op de N279 tussen Veghel en Asten in beeld gebracht. Dit onderzoek is beschreven in de Eindrapportage Mobiliteitsmaatregelen, MuConsult, 16 september 2024. De analyse in dit werkspoor laat zien dat de multimodale maatregelen onvoldoende effect hebben om de groei van het verkeer op de N279 tegen te gaan. Hieruit blijkt dat infrastructurele maatregelen voor uitbreiding van de capaciteit op de N279 en met name bij de kruisingen nodig zijn om de bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid in de toekomst te kunnen garanderen. De analyse laat ook zien dat de corridor Asten - Veghel in de huidige situatie wordt gedomineerd door autogebruik. Er is geen directe busverbinding over de N279 en tussen Veghel en Helmond en de fietsvoorziening en overstapmogelijkheden zijn beperkt.

Door naast de infrastructurele maatregelen in te zetten op multimodale maatregelen kan bijgedragen worden aan een betere leefbaarheid en een inclusiever en sterker mobiliteitssysteem. Daarbij worden in het gebied met name mogelijkheden gezien op het gebied van openbaar vervoer (OV), fiets en hubs. In het onderzoek naar de multimodale bereikbaarheid is een set aan mobiliteitsmaatregelen geanalyseerd. Een deel van deze maatregelen is gecategoriseerd als mogelijk kansrijke oplossingen die in samenhang met de reconstructie van de N279 kunnen worden uitgevoerd. Deze oplossingen zijn in zeef 1 nader uitgewerkt en beoordeeld op verwachtte kansrijkheid. De selectie en uitwerkingen is opgenomen in de Rapportage uitwerking mobiliteitsmaatregelen, versie 31 januari 2025. In de beoordeling is rekening gehouden met het ‘Beleidskader mobiliteit: koers 2030’ van de provincie Noord-Brabant. De mobiliteitsmaatregelen die als kansrijk zijn gecategoriseerd en verder worden onderzocht in de volgende fase van de verkenning, zijn ingedeeld in drie categorieën. Deze categorieën zijn: maatregelen voor Openbaar Vervoer (OV) verbindingen, maatregelen voor hubs, en maatregelen voor de fiets.

Resultaten kansrijke alternatieven (zeef 1) Maatregelen Openbaar Vervoer (OV) verbinding De maatregelen voor OV zijn beoordeeld op hun potentie om de reistijd te verkorten en de concurrentiepositie van het OV ten opzichte van de auto te verbeteren. Er is gekeken naar de directheid van de verbinding, het aantal haltes, de halteertijden en de mogelijkheden voor voor- en natransport. Tevens zijn de verwachte gebruikersaantallen en de bijdrage aan de bereikbaarheid en verkeersveiligheid op de N279 meegenomen. Daarnaast is de haalbaarheid van infrastructurele aanpassingen, zoals vrijliggende busbanen en gelijkvloerse kruispuntverbeteringen, in overweging genomen. Tot slot is gekeken naar de aansluiting op bestaande OV-concessies en de mogelijkheden voor integratie in toekomstige concessies. Maatregelen fiets De maatregelen voor de fiets zijn beoordeeld op hun potentie op basis van het aantal korte autoritten. Met goede fietsvoorziening kan de fiets een aantrekkelijk alternatief voor de auto zijn. Er is gekeken naar de huidige en potentiële fietsverbindingen en hun directe invloed op de reistijd en veiligheid voor fietsers. Tevens zijn de verwachte gebruikersaantallen en de bijdrage aan de bereikbaarheid en verkeersveiligheid op de N279 meegenomen.

Daarnaast is de haalbaarheid van infrastructurele verbeteringen, zoals hoogwaardige fietsroutes, fietstunnels en fietsbruggen, in overweging genomen. Tot slot is gekeken naar de aansluiting op bestaande en geplande snelfietsverbindingen en de integratie met andere mobiliteitsmaatregelen. Maatregelen hubs De maatregelen voor hubs zijn beoordeeld op hun potentie om de bereikbaarheid van het gebied rondom de N279 te verbeteren en duurzame mobiliteit te stimuleren. Er is gekeken naar de locatie van de hubs in relatie tot belangrijke verkeersstromen en hun potentie om automobilisten te verleiden over te stappen op openbaar vervoer of fiets. Tevens zijn de verwachte gebruikersaantallen en de beschikbaarheid van

35 | 71

voorzieningen, zoals parkeergelegenheid, fiets- en deelmobiliteit, meegenomen. Daarnaast is de haalbaarheid van de locatie, waaronder de beschikbare ruimte en de mogelijkheden voor integratie met bestaande en geplande infrastructuur, in overweging genomen. Tot slot is gekeken naar de aansluiting van de hubs op het totale regionale hub-netwerk en de synergie met andere mobiliteitsmaatregelen. Beoordeling kansrijkheid Uit de beoordeling blijkt dat een gecombineerde aanpak met verbeterde OV-verbindingen, hubs en hoogwaardige fietsvoorzieningen kan bijdragen aan een duurzame mobiliteitstransitie in de regio van de N279. Een nieuwe OV-verbinding tussen ’s-Hertogenbosch en Asten biedt potentie om het autoverkeer te verminderen, de mobiliteit te verduurzamen en een inclusiever mobiliteitsaanbod te bieden. Gelijkvloerse infrastructurele verbeteringen, zoals opstelstroken en by-passes, kunnen de reistijd van het OV inkorten wat de potentie vergroot. De OV-verbinding ‘s-Hertogenbosch-Veghel-Helmond-Asten kan halteren op de mogelijke locaties voor de hubs, waarmee zowel de potentie voor de hub als de OV-verbinding wordt verbeterd. Bij aansluiting van de fietsverbindingen op de hubs wordt de multimodale bereikbaarheid verder versterkt.

Nader onderzoek is noodzakelijk in het kader van de nieuwe OV-concessie voor Zuidoost-Brabant om de daadwerkelijke potentie van een nieuwe verbinding te bepalen. Hiermee kan de meerwaarde van de OV-verbinding in relatie tot het totale lijnennet van Zuidoost-Brabant beter worden onderzocht. Op basis van het huidige aanbod aan OV-voorzieningen wordt verwacht dat een OV-verbinding tussen Veghel, Helmond en Asten beperkte potentie heeft. Daarom wordt geadviseerd deze verbinding te combineren met hubs, een goed fietsnetwerk en een werkgeversaanpak. Hubs, met name bij Nobis in Asten en ter hoogte van de Rembrandtlaan in Helmond, kunnen eveneens bijdragen aan een afname van autoverkeer zowel op de N279 als naar de omliggende kernen, mits ze zijn voorzien van goede OV-verbindingen en haltevoorzieningen. Er zijn verschillende niveaus van hubs mogelijk, waarbij de aanwezige voorzieningen verschilt. Bij een halte zijn bijvoorbeeld minder voorzieningen aanwezig als bij een regionale hub. Welk type hub op welke locatie wenselijk is en het meeste potentie biedt is onderdeel van het onderzoek van de volgende fase. Het aanleggen van een hoogwaardige fietsverbinding langs het gehele tracé van de N279 kan ook een effectief alternatief kan zijn voor korte autoritten. Op delen van het tracé liggen al goede fietsvoorzieningen, op andere delen is het kansrijk deze te verbeteren.

Het realiseren van de voorgestelde fietsmaatregelen vergroot de aantrekkelijkheid en veiligheid van fietsen op de N279-corridor, wat de overstap van auto naar fiets kan stimuleren. Of in combinatie met een busverbinding ook voor langere afstanden kan bijdrage aan een modal shift. Een integrale aanpak die zich richt op OV, hubs en fietsvoorzieningen heeft potentieel om de bereikbaarheid en duurzaamheid te bevorderen. Tabel 4.3 geeft een overzicht van de kansrijke mobiliteitsmaatregelen. De afgevallen oplossingsrichtingen of oplossingsrichtingen die als aan of buiten zijn gecategoriseerd zijn opgenomen in de factsheets (bijlage II) en nader toegelicht in de Rapportage uitwerking mobiliteitsmaatregelen, versie 31 januari 2025. In de volgende fase moet de haalbaarheid, inpasbaarheid en potentie in relatie tot kosten nader beschouwd worden om te bepalen welke van de kansrijke maatregelen ook daadwerkelijk wenselijk zijn om uit te voeren.

Tabel 4.3 Kansrijke multimodale maatregelen N279 Veghel-Asten Categorie

Maatregelen

Toelichting

Openbaar Vervoer verbinding

busverbinding 's-Hertogenbosch – Veghel – Helmond - Asten

directe HOV-busverbinding die belangrijke steden en dorpen langs de N279 verbindt, met potentie om reistijd te verkorten en mobiliteit te verduurzamen

hubs

haltes ter hoogte van het Gazellepad en de Maxwell Taylorbrug in Veghel

strategisch gelegen haltes die de bereikbaarheid van bedrijventerreinen De Amert en De Dubbelen verbeteren en mogelijk kunnen worden gecombineerd met een hub

36 | 71

Categorie

fiets

4.3

Maatregelen

Toelichting

hub ter hoogte van kruising N272 N279 - N615

hub die de inwoners van Beek en Donk en Gemert bedient, met overstapmogelijkheden naar het openbaar vervoer

hub ter hoogte van de Rembrandtlaan in Helmond (toe- en afrit N279)

hub met hoge potentie door de nabijheid van Helmond Rembrandtlaan en veel verkeersstromen, voorzien van ov-verbindingen en haltevoorzieningen

hub bij station Helmond Brouwhuis (meer regionaal gericht)

hub die directe verbinding biedt met de trein, aantrekkelijk voor regionale reizigers, en mogelijk meerwaarde heeft buiten de N279-doelgroep

halte ter hoogte van de Rochadeweg voor BTZOB

halte die het bedrijventerrein Zuidoost-Brabant (BZOB) bedient, met potentie om een deel van de werknemers te verleiden tot reizen met het OV

hub ten zuiden van A67 bij Nobis Asten

hub die verkeer vanaf de A67 en inwoners van Asten, Ommel en Someren bedient, met overstapmogelijkheden naar openbaar vervoer en voorzieningen voor deelmobiliteit

hoogwaardige fietsverbinding Asten Veghel

doorfietsroute langs de gehele N279-corridor die steden en dorpen langs het tracé verbindt, en aansluit op geplande snelfietsverbindingen, wat de overstap van auto naar fiets stimuleert

fietstunnel ter hoogte van de Vonderweg (De Bemmer) en verbeteren fietsroute Gemert – Veghel

nieuwe fietstunnel die de fietsverbinding tussen Gemert en Beek en Donk verbetert en aansluit op de doorfietsroute Asten - Veghel, wat de fiets aantrekkelijker maakt als alternatief voor de auto

Flankerende maatregelen

Naast de tracé overstijgende (paragraaf 4.1), multimodale (paragraaf 4.2) en locatiespecifieke (hoofdstuk 5 tot en met 8) oplossingen die bijdragen aan de projectdoelstellingen zijn ook oplossingsrichtingen aangedragen die de neveneffecten van de hoofdoplossingen wegnemen/beperken of faciliterend bijdragen aan de projectdoelstellingen. De volgende type oplossingen betreffen oplossingen die in zeef 0 en zeef 1 zijn aangedragen, maar in deze fase niet verder zijn beschouwd. Deze worden uitgewerkt in de milieueffectenrapportage en planstudiefase: - geluidmaatregelen, zoals wallen, schermen, overkapping of stil asfalt. NB als geluidsoverlast boven de normen niet met dergelijke maatregelen oplosbaar is kan de provincie het opkopen van woningen als mitigerende maatregel onderzoeken; - oplossingen ter verbetering van de luchtkwaliteit, zoals luchtzuiverende of fijnstof wegvangende oplossingen; - natuurversterkende, mitigerende of compenserende oplossingen, waaronder inrichting watersysteem, berminrichting, faunapassages of oplossingen om fauna te sturen bij de weg; - snelheidsmanagement, zoals trajectcontroles, groene golf, visuele oplossingen of plateaus ter hoogte van kruisingen; - afwisseling in het wegbeeld creëren, bijvoorbeeld met beplanting kan vermoeidheid van bestuurders op de weg voorkomen, ter verbetering van de verkeersveiligheid.

Deze oplossingen zijn geen opzichzelfstaande oplossingen en in deze fase van het project niet onderscheidend, kunnen aan alle kansrijke alternatieven worden toegevoegd of de daadwerkelijke invulling is afhankelijk van de impact van de gekozen oplossing. Deze oplossingen worden als (mitigerende) maatregel in de milieueffectrapportage uitgewerkt of worden meegenomen in het voorkeursalternatief in de planstudiefase als nadere optimalisatie. Vanuit de omgeving zijn al wel gedetailleerde ideeën ingebracht voor deze oplossingen.

37 | 71

Twee type mogelijke oplossingsrichtingen die zijn aangedragen in zeef 0 en vallen onder deze categorisering zijn in zeef 1 wel nader beschouwd om het probleem en de potentie beter in beeld te krijgen. Het betreft de volgende twee oplossingsrichtingen, waarvan de uitkomsten van de analyse hieronder nader zijn toegelicht: - weren doorgaand vrachtverkeer; - maatregelen ten behoeve van de bereikbaarheid landbouwverkeer. Weren doorgaand vrachtverkeer De N279 als robuuste rand heeft als doel het regionaal verkeer in Oost-Brabant te faciliteren en waar van toepassing af te wikkelen richting de A2, A50 en A67. Het faciliteren van doorgaand (vracht)verkeer, zonder herkomst of bestemming langs de N279, past niet bij deze functie, en leidt tot extra impact op de leefbaarheid in het gebied. Met deze oplossingsrichting is bekeken of het mogelijk is het doorgaande (vracht)verkeer weren bijvoorbeeld door kentekenheffing of een bestemmingsvignet. In de analyse is in beeld gebracht hoeveel vrachtverkeer het betreft en wat de mogelijkheden zijn. Het doorgaand vrachtverkeer in zuidelijke richting stijgt in de referentiesituatie (zonder aanpassingen aan de N279) van ongeveer 400 naar ruim 1.100 vrachtauto’s per etmaal, en in noordelijke richting van ongeveer 500 naar 1.200 per etmaal. Het aandeel doorgaand vrachtverkeer is hoger in noordelijke richting (44 %) dan in zuidelijke richting (28 %)..

De N279 wordt een aantrekkelijker alternatief voor doorgaand vrachtverkeer door knelpunten op de snelwegroutes A67, A50 en A2 en door invoering van vrachtwagenheffing. Capaciteitsuitbreidingen en verbeteringen van de afwikkeling bij kruisingen en verkeersveiligheid maken de route nog aantrekkelijker, wat leidt tot een verdere toename van het doorgaand vrachtverkeer. In de stuurgroep is overeengekomen om de (boven)regionale functie van de weg te behouden1. Verbeteringen in de verkeersafwikkeling mogen niet leiden tot het aantrekken van verkeer dat bedoeld is voor de rijkswegen. Vanuit het Rijk is voorzien om vrachtwagenheffing toe te passen op het Nederlandse hoofdwegennet, en het uitgangspunt is dat dit ook wordt ingevoerd op de N279. Dit is eveneens vanuit de provincie en het project N279 wenselijk. Uit de verkeersmodellering blijkt dat het aandeel vrachtverkeer op de N279 nog sterker toeneemt bij een vrachtwagenheffing op de rijkswegen zonder vrachtwagenheffing op de N279. Maatregelen voor het weren van verkeer zijn lastig te implementeren vanwege handhaving, geldende wetgeving, administratieve taken en de bevoegdheden van de provincie. Daarnaast is extra heffing boven op de al voorziene vrachtwagenheffing niet realistisch.

Het advies is om in de volgende fase bij het uitwerken en beoordelen van de kansrijke alternatieven met infrastructurele maatregelen op de N279, ook te kijken naar de impact op de aantrekkende werking van doorgaand vrachtverkeer en dit waar mogelijk te voorkomen. Maatregelen ten behoeve van de bereikbaarheid landbouwverkeer Vanuit het participatieproces kwam naar voren dat er zorgen zijn over de bereikbaarheid voor en verkeersveiligheid als gevolg van landbouwverkeer. Er heeft een gesprek plaatsgevonden met agrarische partijen om inzicht te krijgen in de huidige situatie en hun wensen en ideeën voor de toekomst. Voor landbouwverkeer geldt momenteel een verbod op de meeste provinciale wegen, inclusief de N279, met uitzondering van het tracé ter hoogte van Dierdonk. De landbouwsector uitte bezorgdheid over de barrièrewerking van de N279 voor landbouwverkeer, en dat het ongewenst is dat deze toeneemt. Ook zijn er zorgen over de impact van aanpassingen aan de N279, zoals afsluitingen van oversteekplaatsen en toegangswegen, op de oversteekbaarheid, en bereikbaarheid van landbouwpercelen. Voor een goede en veilige bedrijfsvoering is er behoefte aan voldoende veilige en brede wegen, bruggen en onderdoorgangen. Het is wenselijk dat landbouwverkeer fysiek wordt gescheiden van fietsers, bij voorkeur via parallelwegen.

Het advies is om in de volgende fase van de verkenning in gesprek te blijven met de agrarische sector, zodra de oplossingsrichtingen concreter worden.

1

Plan van Aanpak - Heroriëntatiefase Brede belangenbenadering N279 Veghel - Asten, BMC Yacht Group, 8 december 2022.

38 | 71

4.4

Stikstofanalyse

In het project N279 worden oplossingen onderzocht die afwikkeling van het verkeer beïnvloeden. Daarmee verandert de plek en hoeveelheid van de uitstoot en neerslag van stikstofoxiden. Deze zogeheten stikstofdepositie kan in de daarvoor gevoelige natuur in Natura 2000-gebieden zorgen voor verlies van biodiversiteit en het niet behalen van natuurdoelen. Omdat de impact van het project op Natura 2000gebieden bepalend is voor de vergunbaarheid van het project is hier al in de verkennende studie naar gekeken voor de gebruiksfase. Dat is de fase na het in gebruik nemen van de aangepaste N279 in 2040. De (tijdelijke) effecten door bouw van de weg (aanlegfase) zijn niet meegenomen omdat daar op dit moment nog onvoldoende zicht op bestaat en deze effecten minder doorslaggevend zijn. Om inzicht te krijgen in de stikstofdepositie in de gebruiksfase zijn voor de in paragraaf 3.3 beschreven pakketten voor de verkeersmodellering indicatieve stikstofberekeningen uitgevoerd en is een voortoets uitgevoerd. De Rapportage Voortoets Natura-2000, versie 31 januari 2025. PM: het gesprek met de provincie over de impact van de resultaten, de interpretatie van diverse gerechtelijke uitspraken en de strategische keuzes voor het vervolg van het project lopen op het moment van oplevering van deze NKA nog.

Voortschrijdend inzicht wordt betrokken in de volgende fase van het project (MER) of voor zover nodig op een eerder moment tot vaststelling van de NRD. Onderstaand de eerste voorlopige conclusies uit de Voortoets Natura-2000, versie 31 januari 2025. In de voortoets is op basis van conservatieve aannames een indicatie gegeven van de hoogte van de permanente stikstofdepositietoename van het project N279 Veghel-Asten. De uitkomsten van de indicatieve stikstofberekeningen laten zien dat bij alle 3 de doorgerekende pakketten een toename is op de permanente stikstofdepositie gedurende de gebruiksfase. Deze toename als gevolg van het project verschilt als volgt per pakket: - pakket 1 (2x1 met gelijkvloerse kruisingen) toename van de depositie op 9 Natura 2000-gebieden, met name als gevolg van een lichte toename van het verkeer; - pakket 2 (omleidingen bij Veghel en Helmond met 2x1 en gelijkvloerse kruisingen) toename van de depositie op 16 Natura 2000-gebieden, met name als gevolg van een verschuiving van de verkeersstromen; - pakket 3 (2x2 met ongelijkvloerse kruisingen) toename van de depositie op 17 Natura 2000-gebieden, als gevolg van een sterke toename van het verkeer op de N279 en een verschuiving van de verkeersstromen.

Uit de ecologische effectindicatie (hoofdstuk 4 en bijlage I van de Voortoets Natura-2000, versie 31 januari 2025), blijkt dat significante gevolgen van de permanente stikstofdepositietoename niet op voorhand uit te sluiten zijn. Een reductie van de stikstofdepositiebijdrage tot nul is voor sommige, zo niet alle habitattypen nodig om significante gevolgen van een permanente stikstofdepositietoename uit te sluiten. Het is in ieder geval noodzakelijk om mitigerende maatregelen en ontwerpoptimalisaties toe te passen. Mogelijkheden hiervoor zijn: - intern salderen: salderen met bijvoorbeeld landbouwgronden die door de aanpassing van de N279 tijdelijk of permanent niet meer in gebruik zijn, kan bijdragen aan het reduceren van de stikstofdepositietoename. Op dit moment kan niet worden uitgesloten dat de vrijkomende stikstofrechten die ingezet wordt bij intern salderen niet al nodig zijn om de natuur te herstellen en instandhoudingsdoelstellingen te halen (additionaliteitsvereiste); - extern salderen: salderen met stikstofrechten die uit projecten buiten de N279 vrijkomen, heeft potentie voor het beperken van de stikstofdepositietoename door de aanpassing van de N279.

Op dit moment kan niet worden uitgesloten dat de vrijkomende stikstofrechten die ingezet wordt bij extern salderen niet al nodig zijn om de natuur te herstellen en instandhoudingsdoelstellingen te halen (additionaliteitsvereiste); - reduceren omvang project: door de ontwerpoptimalisaties op gunstige plekken uit te voeren kan het totaal van de permanente stikstofdepositietoename omlaag gebracht worden;

39 | 71

-

ADC-toets: wanneer bovenstaande maatregelen niet of onvoldoende resultaat hebben, behoort ook het doorlopen van een ADC-toets tot de mogelijkheden. Voor het succesvol doorlopen van een ADC-toets is een gedegen alternatievenafweging nodig. Er moet worden aangetoond dat er geen alternatieven zijn binnen de scope van het project die beter zijn voor Natura 2000. Daarnaast moet er een dwingende reden voor groot openbaar belang worden aangetoond, zoals verkeersveiligheid of leefbaarheid. Tot slot moeten er compenserende maatregelen getroffen worden. Op dit moment is het onduidelijk in hoeverre een ADC-toets kansrijk is. Omdat verkeersveiligheid en leefbaarheid belangrijke doelen zijn van het project N279, bestaan er aanknopingspunten om deze mogelijkheid verder te verkennen.

De rapportage Voortoets Natura 2000, versie 31 januari 2025 geeft hiermee een eerste inzicht in mogelijkheden, maar is geen ‘kant-en-klaar plan’. In de verdere uitwerking van het project NRD N279 zijn aanvullende stikstofberekeningen nodig en is het opstellen van een uitgebreidere ecologische beoordeling in een passende beoordeling noodzakelijk. Dit is nodig voor zowel de gebruiksfase als de aanlegfase. Gerechtelijke uitspraken: Op 18 december 2024 heeft de Raad van State twee uitspraken gedaan en op 22 januari 2025 heeft Rechtbank Den Haag een uitspraak gedaan. Deze drie uitspraken zijn van invloed op de voorwaarden voor het toepassen van intern en extern salderen en op het onderbouwen van de additionaliteitsvereiste. De belangrijkste gevolgen van de uitspraken zijn in de voortoets opgenomen.

40 | 71

5 BESCHOUWDE OPLOSSINGEN: DEELGEBIED 1 - VEGHEL Dit hoofdstuk beschrijft de resultaten van zeef 0 (paragraaf 5.1) en zeef 1 (paragraaf 5.2) voor deelgebied Veghel op hoofdlijnen. In bijlage I zijn in een factsheet per deelgebied de mogelijk kansrijke oplossingen, analyse en beoordeling nader toegelicht. De volledige onderbouwing van zeef 0 is terug te vinden in de rapportage Mogelijke oplossingen (zeef 0), versie 27 november 2024.

5.1

Resultaten zeef 0

Tabel 5.1 geeft samengevat de beoordeling en onderbouwing van de trechtering in zeef 0.

Tabel 5.1 Beoordeling mogelijke oplossingen deelgebied Veghel (zeef 0) Oplossingsrichtingen

Beoordeling

Toelichting

zuidelijke omleiding Veghel

beoordeling in zeef 1

een omleiding ten zuiden van Veghel en langs de A50 in combinatie met het afwaarderen van het bestaande tracé ter hoogte van Veghel heeft mogelijk doelbereik door de ontlasting van de wegvakken in Veghel met daarbij als gevolg een afname van de leefomgevingseffecten op de nabijgelegen wijken. De beperkte ruimte in Veghel voor de inpassing van capaciteitsvergrotende maatregelen op het huidige tracé maakt het mogelijk nodig om naar een alternatief tracé te kijken

parallelstructuur ter hoogte van Veghel

beoordeling in zeef 1

door het lokale verkeer te scheiden van het doorgaande verkeer wordt de kruispuntdichtheid op de doorgaande N279 verlaagd. De verlaging verbetert naar verwachting de verkeersveiligheid en doorstroming op de N279

minder aansluitingen N279 ter hoogte van Veghel

beoordeling in zeef 1

het reduceren van het aantal kruispunten in Veghel kan de bereikbaarheid en verkeersveiligheid bevorderen. Deze oplossing heeft waarschijnlijk doelbereik bij behoud van de ligging van de N279

herinrichting van aansluiting 11 - A50

beoordeling in zeef 1

aanpassing van de kruispuntvorm van de twee met verkeerslichten geregelde kruisingen bij de aansluiting van de N279 met de A50, o.a. door de verkeersstromen verder te ontvlechten, opstelstroken toe te voegen en het gebruik van verkeerslichten te minimaliseren. Dit kan de bereikbaarheid en verkeersveiligheid bevorderen

ongelijkvloers (directe) aansluiting N279 - Maxwell Taylorbrug

beoordeling in zeef 1

een directe aansluiting draagt bij aan de verbetering van de verkeersveiligheid en afwikkeling van het verkeer. De impact op leefbaarheid moet nader onderzocht worden, hier worden zowel positieve effecten als negatieve effecten verwacht

verbeteren van de capaciteit en verkeerveiligheid kruising Morgenstraat

beoordeling in zeef 1

de kruising met de Morgenstraat en Hool bij de Erpse brug zorgt voor een knelpunt, zowel in de afwikkeling van het verkeer op de N279 als voor een veilige oversteek van de N279 voor langzaam verkeer. Gelijkvloerse of ongelijkvloerse aanpassingen kunnen mogelijk de situatie verbeteren

aanpassingen aan de Rembrandtlaan

aan het project

de gemeente Meierijstad is verantwoordelijk voor een mogelijke herinrichting van de Rembrandtlaan. Bij aanpassingen aan de kruising met de Rembrandtlaan en/of de Taylorbrug kan er een raakvlak

41 | 71

Oplossingsrichtingen

Beoordeling

Toelichting ontstaan en kan in het kader van synergie de aanpassingen worden geïntegreerd als ‘aan het project’

optimalisatie en aanpassen (overige) kruispunten ter hoogte van Veghel

beoordeling in zeef 1

om de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid op de kruispunten te verbeteren is gekeken naar optimaliseren en gelijkvloers of ongelijkvloers aanpassen van de kruisingen

oplossingen aan de A50, zoals verbreden van de A50 of een weefvak

aan het project, maar effect wordt onderzocht in zeef 1

een aanpassing aan de A50 valt onder de verantwoordelijkheid van het Rijk. Hoewel deze oplossing op de A50 als aan het project is gecategoriseerd, is onderzocht wat het effect is op de N279 en de aansluiting met de A50. Bij een positief effect kan in samenspraak met Rijkswaterstaat en het ministerie van IenW besproken worden welke aanpassingen mogelijk zijn. NB de zuidelijke omleiding Veghel gaat ook gedeeltelijk langs of over de A50, dit is een aparte oplossingsrichtingen die los is beschouwd in zeef 1

aanvullende aansluiting richting Erp

buiten het project

de verantwoordelijkheid voor de ontsluiting van Erp en het verkeer door Keldonk ligt bij de gemeente Meierijstad. Indien de gemeente plannen heeft voor een nieuwe ontsluiting welke raakvlakken heeft met de N279, vanwege bijvoorbeeld een extra aansluiting op de N279 kan dit mogelijk vanuit een synergie kans (gedeeltelijk) als ‘aan het project’ worden geïntegreerd. Het daadwerkelijk realiseren van een dergelijke weg ligt ‘buiten het project’. Vooralsnog zijn hiervoor geen concrete plannen

OV-maatregelen zoals bus op de vluchtstrook op de A50

buiten het project

OV-maatregelen op de A50 vallen onder de verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat en wordt buiten het project N279 opgepakt

tunnel of verdiepte ligging over lange lengte ter hoogte van Veghel

afgevallen in zeef 0

op basis van zowel de maakbaarheid als de kosten is geconcludeerd dat een tunnel en verdiepte ligging over een lengte van enkele kilometers ter hoogte van Veghel afvalt. De realisatie van een tunnel is technisch niet haalbaar vanwege de beperkte ruimte tussen het kanaal en de bebouwing langs het tracé. Tijdens de bouw is er onvoldoende ruimte voor zowel de tunnel als het verkeer. De N279 moet afgesloten worden ter hoogte van Veghel, wat economisch niet mogelijk is vanwege de ontsluiting van bedrijven en wijken. Een tijdelijke weg zou veel sloop en impact op bedrijven veroorzaken. Bovendien brengt de bouw in dichtbebouwd gebied hoge risico’s op bouwschade met zich mee. De aftakking van de ZuidWillemvaart naar de Oude Haven te Veghel maakt de tunnel extra complex vanwege de te overbruggen diepte. Ook een verdiepte ligging is niet inpasbaar omdat ook die extra ruimte voor lokaal verkeer en de ongelijkvloerse kruisingen vraagt in een dichtbebouwd gebied. De verdiepte ligging vraagt aanzienlijk meer ruimte dan een parallelstructuur vanwege de wanden en vrije ruimte. Dit is niet realistisch binnen de beschikbare ruimte. Een kostenindicatie op basis van een indicatief schetsontwerp laat zien dat de kosten, mede vanwege de complexe maakbaarheid ver boven het beschikbare projectbudget liggen.

De kosten voor een tunnel worden ingeschat op M€ 640 tot 1.200, afhankelijk van risico’s, ontwerp en inpassingsmogelijkheden. De kosteninschatting voor een verdiepte ligging (tunnel zonder dak) liggen in de range M€ 390 tot 730

oostelijke omleiding Veghel

afgevallen in zeef 0

uit de analyses blijkt dat het oplossend vermogen van een oostelijke omleiding via Mariaheide voor verkeer op de N279 zeer laag is

aanvullende aansluitingen op de N279

afgevallen in zeef 0

de kruispuntdichtheid van de N279 ter hoogte van Veghel is in de huidige situatie al hoog, wat knelpunten veroorzaakt voor de verkeersveiligheid en bereikbaarheid op de N279. Extra kruispunten versterken deze knelpunten en zijn daarmee niet doelmatig. De aanwezige aansluitingen zorgen voor een voldoende mate van ontsluiting en daarmee bereikbaarheid van het gebied

42 | 71

Oplossingsrichtingen

Beoordeling

Toelichting

verbod op vrachtwagens rondom Bloemenwijk

afgevallen in zeef 0

het weren van vrachtverkeer op een deel van de N279 is niet realistisch omdat dit niet aansluit bij de functie van de N279 als robuuste rand en gebiedsontsluitingsweg voor een regio met een belangrijke logistieke functie

5.2

Resultaten zeef 1

In tabel 5.2 is de beoordeling van zeef 1 beschreven per oplossing. In de factsheets in bijlage II is een gedetailleerdere onderbouwing per oplossingsrichting terug te vinden.

Tabel 5.2 Beoordeling mogelijke oplossingsrichtingen deelgebied Veghel (zeef 1) Oplossing

Beoordeling

Toelichting

weefvak A50 - tussen aansluiting 10 en aansluiting 11

aan het project

een weefvak op de A50 tussen aansluiting 10 en aansluiting 11 als combinatie met een N279 door Veghel via het huidige tracé (niet in combinatie met een omleiding) verbetert de bereikbaarheid voor verkeer tussen de N279 richting Den Bosch en het bedrijventerrein Veghel-Zuid. Het weefvak verandert de verkeersstromen op de N279 en kruispunten bij aansluiting 11 enkel bij calamiteiten op de A50, daarmee zijn de effecten voor de N279 beperkt. Mogelijk kan het weefvak bijdragen aan het verkleinen van de kans op terugslag bij files op de A50 richting Eindhoven, wat de impact op de kruisingen met de aansluitingen A50 verkleint. Een weefvak is gecategoriseerd als ‘aan het project’ omdat een weefvak verwachtte positieve effecten heeft voor de verkeersstroom van en naar het bedrijventerrein en de verkeersveiligheid op de A50, maar beperkte effecten heeft op de N279. Verder onderzoek naar de effecten van een weefvak op het rijkswegennet van de A50 is een opgave voor het ministerie I&W en RWS, dat eventueel in samenwerking met het project N279 kan worden opgepakt. Bij realisatie ontstaat mogelijk een raakvlak met de N279, waardoor eventueel synergie kan worden bereikt

parallelstructuur Veghel

kansrijk

een parallelstructuur langs de doorgaande N279 ter hoogte van Veghel heeft doelbereik op bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Bij de kansrijke uitvoering ligt de parallelweg voor lokaal verkeer aan de oostzijde en de weg voor het doorgaande verkeer aan de zijde van het kanaal. Er zijn twee varianten voor de lengte van de parallelstructuur in beeld: een variant met een parallelstructuur tussen ten noorden van de kruising Amert tot ten zuiden van de Maxwell Taylorbrug en een variant die aan de noordzijde aansluit op de N279 ten noorden van de aansluiting 11 A50.. De parallelstructuur is inpasbaar, maar heeft een aantal aandachtspunten in de nadere uitwerking, zoals verschuiving van de as van de weg, de versterking van de oeverconstructie langs de ZuidWillemsvaart, de aansluitingen bij het begin en einde van de parallelstructuur en de impact van ruimtebeslag

aanpassen kruisingen N279 in Veghel naar ongelijkvloerse kruisingen

gedeeltelijk kansrijk

het ongelijkvloers maken van alle kruisingen in Veghel heeft doelbereik op bereikbaarheid en verkeersveiligheid, maar is niet kansrijk vanuit inpassing. Vier ongelijkvloerse kruisingen past niet door de benodigde lengte van de hellingbanen en de kort op elkaar liggende kruisingen en brug over het water naar de oude Haven. Een volledig ongelijkvloerse oplossing is alleen inpasbaar bij een grotendeels verdiepte of verhoogde ligging van de N279. Wat niet te realiseren is zonder grote impact op de omgeving en de bereikbaarheid tijdens de uitvoering, wat samen met de hoge kosten door de inpassing langs het kanaal en de aanpassingen aan kunstwerken geen kansrijke oplossing is. het aanpassen van 2 van 4 kruisingen in Veghel is wel kansrijk. Dit heeft minder impact tijdens de realisatie en is ook inpasbaar met de hellingbanen. Vanwege de hoge intensiteiten van de kruisingen de Amert en Rembrandtlaan is het kansrijk om deze twee kruisingen ongelijkvloers te maken en de andere twee kruisingen gelijkvloers te houden. Bij een ongelijkvloerse oplossing voor de Rembrandtlaan sluit de N279 aan op de Maxwell Taylorbrug en vervalt de kruising bij de Rembrandtlaan. Hoewel ook deze oplossing veel uitdagingen

43 | 71

Oplossing

Beoordeling

Toelichting kennen door de inpassing langs het kanaal en de grote benodigde aanpassingen aan de Maxwell Taylorbrug, die hoge kosten met zich meebrengen

gelijkvloers aanpassen kruisingen N279 in Veghel

kansrijk

het aanpassen van de kruisingen op de N279 draagt bij aan het verbeteren van de bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Voor een soepele afwikkeling van het verkeer is de verwachting dat 2 opstelstroken voor het doorgaande verkeer benodigd zijn. In samenhang met de kort op elkaar liggende kruisingen betekent dit dat een 2x2 profiel noodzakelijk is voor een betrouwbare en verkeersveilige afwikkeling van het verkeer

verminderen aantal kruispunten in Veghel

niet kansrijk

gezien hoge hoeveelheden afslaand verkeer op de kruisingen, wordt het laten vervallen van aansluitingen op de N279 in Veghel als niet kansrijk beschouwd en niet nader onderzocht in de volgende fase

gelijkvloers aanpassen kruisingen aansluiting A50

kansrijk

Gelijkvloers aanpassing van de kruisingen ter hoogte van aansluiting 10 is kansrijk. De capaciteit van de kruisingen blijft een aandachtspunt voor de afwikkeling van het verkeer. Bij een verkeersaantrekkende werking bij een 2x2 wegprofiel over het gehele tracé is de verwachting dat het gelijkvloers aanpassen van de kruisingen onvoldoende oplossend vermogen biedt. In dat geval zijn andere oplossingen om de capaciteit te verwerken benodigd, zoals het scheiden van verkeersstromen zoals bij een parallelstructuur onder de A50 door

ongelijkvloers aanpassen kruising aansluiting A50

niet kansrijk

Het inpassen van een ongelijkvloerse knoop tussen de A50 en de N279 is vanwege het benodigde ruimtebeslag en de ligging naast het kanaal niet kansrijk

gelijkvloerse oplossing kruising Morgenstraat/ Hool -

kansrijk

een gelijkvloerse oplossing biedt verlichting van de verkeersdruk en verbetering van de verkeersveilig. Hoewel het doelbereik van een gelijkvloerse oplossing lager is dan een ongelijkvloerse oplossing, liggen de kosten ook significant lager. Vanwege de complexe verkeerssituatie met de Erpsebrug en de al hoge belasting van het kruispunt vraagt deze kruising in de volgende fase extra aandacht, om te bepalen of een gelijkvloerse, minder dure oplossing voldoende oplossend vermogen biedt. In de nadere uitwerking dient tevens aandacht te zijn voor een veilige oversteek voor langzaam verkeer over de N279

kruispunt Morgenstraat/ Hool met ongelijkvloerse oversteek langzaam verkeer

kansrijk

een gelijkvloerse oplossing met een ongelijkvloerse oversteek voor fietsers en voetgangers over de N279 biedt een verlichting van de verkeersdruk en verbetering van de verkeersveiligheid. Hoewel het doelbereik lager is dan een ongelijkvloerse oplossing voor gemotoriseerd verkeer, liggen de kosten ook lager. Ook voor deze variant geldt dat een nadere uitwerking op kruispuntniveau inzicht moet geven in het oplossend vermogen van de oplossing in relatie tot de complexe situatie met de Erpsebrug en de verkeersaantrekkende werking. Indien aanpassingen aan de Erpsebrug nodig blijken als gevolg van de gekozen oplossingsrichting, dient dit in samenwerking met RWS als beheerder opgepakt te worden. De Erpsebrug staat bij RWS op de lijst voor Vervanging en Renovatie (V&R)

ongelijkvloerse oplossing kruispunt Morgenstraat/Hool

kansrijk

de hoge intensiteiten (V/C-ratio) maken dat een ongelijkvloerse kruising meer doelbereik biedt op bereikbaarheid en verkeersveiligheid ten opzichte van de gelijkvloerse varianten. De kosten van een ongelijkvloerse kruising liggen wel significant hoger dan een gelijkvloerse oplossing door de ligging tegen de Zuid-Willemsvaart aan, waardoor mogelijk grondkerende constructies nodig zijn bij een ongelijkvloerse kruisingen. Daarnaast kunnen aanpassingen aan de Erpse brug of een nieuwe brug nodig zijn om de kruising ongelijkvloers te maken

omleiding Veghel (zuidzijde en langs A50)

kansrijk

een omleiding ten zuidwesten van Veghel wordt op basis van de nu beschikbare informatie als kansrijk beschouwd. Er zijn echter nog veel onzekerheden in de haalbaarheid en inpasbaarheid van delen van de omleiding die de daadwerkelijke kansrijkheid van de omleiding kunnen beïnvloeden. Het alternatieve tracé leidt tot een grote verschuiving van verkeer naar de omleiding, en biedt een volwaardig alternatief. Met een omleiding en afwaardering van de huidige N279 kan zowel het lokale verkeer op de oude N279 als het verkeer over de omleiding soepel afgewikkeld worden. Daarnaast is de hoge kruispuntdichtheid op de bestaande N279 geen onderdeel meer van

44 | 71

Oplossing

Beoordeling

Toelichting de doorgaande route, wat de bereikbaarheid van de aansluitingen in Veghel verbetert, de bereikbaarheid van doorgaand verkeer verbetert en de verkeersveiligheidsknelpunten wegneemt. De analyse in zeef 1 heeft het zoekgebied en de varianten die kansrijk zijn verfijnd: een aansluiting op de A50 is nodig voor meer doelbereik bereikbaarheid; de omleiding dient aan te sluiten op de A50 Noord om een volwaardig alternatief te zijn voor doorgaande verkeer van de N279; een kortere omleiding leidt tot meer doelbereik, omdat het aantrekkelijker is om de omleiding te nemen in plaats van het huidige tracé (met een lagere snelheid) te blijven volgen; een lange omleiding vanaf de N279 ten zuiden van Keldonk is niet kansrijk, vanwege de grote impact op het landschap door het langere tracé, de leefomgevingseffecten en beperkt doelbereik vanwege de lengte; langs de A50 dient een omleiding ten westen van de A50 zo dicht mogelijk tegen de A50 gerealiseerd te worden, zodat de impact op het Wijboschbroek zoveel als mogelijk beperkt wordt; bij een omleiding die tussen de voorziene ontwikkeling Foodpark en NNB-gebied Eerdse Bergen loopt kan bij het kruisen van de A50 alleen een aansluiting ingepast worden die de Eerdse Bergen raakt; een omleiding door het Wijboschbroek is niet kansrijk omdat er dichter bij de A50 langs de rand van het Wijboschbroek nog voldoende alternatieven mogelijk

zijn. Deze hebben een vergelijkbaar doelbereik, zonder daarbij onnodig het Wijboschbroek te doorsnijden. Daarmee kan de waarde van het Wijboschbroek voor natuur en als (cultuurhistorische) waardevolle ontginningsstructuur beter behouden blijven en worden de geplande investeringen in natuurherstel niet ongedaan gemaakt Deze afbakening van het zoekgebied heeft geresulteerd in 2 kansrijke varianten ten zuiden van Veghel (A en B), zie de volgende afbeelding. variant A: omleiding Eerdse Bergen; variant B: omleiding Corsica en 3 kansrijke varianten langs/over van de A50 (1, 2 en 3): variant 1: omleiding langs A50; variant 2: paralelstructuur op A50; variant 3: weefvak met 2 rijstroken op A50 De 2 varianten A en B aan de zuidzijde kunnen gecombineerd worden met de varianten langs/op de A50. Nader onderzoek is nodig om het doelbereik en de haalbaarheid van de combinaties en de inpassing in beeld te brengen. Gezien de benodigde aanpassingen aan en/of raakvlakken met het rijkswegennet is nauwe afstemming met Rijkswaterstaat en Ministerie I en W nodig in de nadere uitwerking

45 | 71

Afbeelding 5.1 Varianten omleiding Veghel

46 | 71

6 BESCHOUWDE OPLOSSINGEN: DEELGEBIED 2 - BEEK EN DONK Dit hoofdstuk beschrijft de resultaten van zeef 0 (paragraaf 6.1) en zeef 1 (paragraaf 6.2) voor deelgebied Beek en Donk op hoofdlijnen. In bijlage II zijn in een factsheet per deelgebied de mogelijk kansrijke oplossingen, analyse en beoordeling nader toegelicht. De volledige onderbouwing van zeef 0 is terug te vinden in de Rapportage mogelijke oplossingen (zeef 0), versie 27 november 2024 .

6.1

Resultaten zeef 0

Tabel 6.1 geeft de beoordeling en samengevatte onderbouwing van de trechtering in zeef 0.

Tabel 6.1 Beoordeling mogelijke oplossingen deelgebied Beek en Donk (zeef 0) Oplossing

Beoordeling

Toelichting

verplaatsen rotonde Bosscheweg/Middenweg

beoordeling in zeef 1

verplaatsing van de rotonde richting het oosten zorgt ervoor dat de rotonde verder van de bocht in de N279 komt te liggen. Hierdoor zijn eventuele wachtrijen beter zichtbaar. Daarnaast kan deze verplaatsing mogelijk leiden tot een verbetering van de leefbaarheid in Beek en Donk en kan er minder sluipverkeer zijn over de onder andere de Bosscheweg

optimaliseren of aanpassen rotonde Bosscheweg/Middenweg

beoordeling in zeef 1

optimalisaties of aanpassingen (gelijkvloers of ongelijkvloers) aan de rotonde Bosscheweg/Middenweg zijn mogelijk nodig om de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid te verbeteren

optimaliseren of aanpassen rotonde N279/N272/N615

beoordeling in zeef 1

optimalisaties of aanpassingen (gelijkvloers of ongelijkvloers) aan de rotonde N272/N615 zijn mogelijk nodig om de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid te verbeteren

extra aansluiting bij AarleRixtel

aan het project, maar beoordeling in zeef 1

het creëren van een extra aansluiting op de N279 ter hoogte van AarleRixtel biedt mogelijk kansen voor een betere bereikbaarheid in het gebied. De oplossing kan mogelijk een verlichting brengen op de N615 en de Beeksebrug. De oplossing kan mogelijk ook (positieve of negatieve) impact hebben op de reistijden op de N279 en het sluipverkeer in het gebied

aanpassingen N615/ Beekse brug

aan het project

de provincie kijkt in een aparte studie naar de verbetering van de leefbaarheid rondom de N615 en de afwikkeling van het verkeer over de Beekse brug. Aanpassingen aan de N615 en de Beekse brug maken geen onderdeel uit van de scope van het project N279. De ontwikkelingen hebben afhankelijk van de oplossingsrichtingen een sterk raakvlak met de aansluiting op de N279, waardoor deze bij duidelijke synergie mogelijk als ‘aan het project’ geïntegreerd kunnen worden

project N272

buiten het project

de provincie werkt in een ander project aan de N272. Dat project bevindt zich in de fase van het voorkeursalternatief en loopt daarmee in tijdsplanning voor op de N279. De aanpassingen vallen buiten het project N279 en worden als autonome ontwikkeling meegenomen. De kruising van de Professor Dondersweg met de N272 ligt dicht bij de rotonde van de N272 met de N279 en N615 en valt in verband met de

47 | 71

Oplossing

Beoordeling

Toelichting samenhang met de oplossing voor de rotonde wel binnen de scope van de N279 en wordt meegenomen in de uitwerking voor de oplossing voor de rotonde N272/N615

nieuwe oost-west verbinding naar Eindhoven

buiten het project

nieuwe verbindingen in oost-west richting tussen de N279 en de A50 of Eindhoven sluiten niet aan bij de doelstellingen van de N279. Deze oplossingen kunnen mogelijk de druk op de N615 door Beek en Donk ontlasten en kunnen eventueel in dat project worden meegenomen

extra aansluiting Beek en Donk Noord

afgevallen in zeef 0

een extra aansluiting op dit deel van het tracé is niet realistisch omdat deze aansluiting te dicht op het bestaande rotonde Bosscheweg/Middenweg komt te liggen

nieuwe ontsluiting N616 vanuit Gemert

afgevallen in zeef 0

deze oplossingen verbetert de ontsluiting van Gemert en heeft geen directe invloed op de projectdoelstellingen van de N279. Gemert is voor de verbinding met de N279, via de (aangepaste) N272, goed ontsloten

6.2

Resultaten zeef 1

In tabel 6.2 is de beoordeling van zeef 1 beschreven per oplossing. In de factsheets in bijlage II is een gedetailleerdere onderbouwing per oplossingsrichting terug te vinden.

Tabel 6.2 Beoordeling mogelijke oplossingen deelgebied Beek en Donk (zeef 1) Oplossing

Beoordeling

Toelichting

gelijkvloers aanpassen of optimaliseren rotonde Bosscheweg/Middenweg

kansrijk

het gelijkvloers aanpassen van de rotonde Bosscheweg/Middenweg op de huidige locatie heeft doelbereik vanuit bereikbaarheid en verkeersveiligheid

ongelijkvloers aanpassen rotonde Bosscheweg/ Middenweg

kansrijk

een ongelijkvloerse kruising maken van de rotonde Bosscheweg/Middenweg op de huidige locatie heeft doelbereik vanuit bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Door de rotonde aan te passen naar een ongelijkvloerse kruising is de verkeersafwikkeling meer robuust

verplaatsen rotonde Bosscheweg/Middenweg richting het zuiden ter hoogte van de Vonderweg

niet kansrijk

het verplaatsen van rotonde Bosscheweg/Middenweg heeft beperkt doelbereik voor de N279. Daarnaast heeft de gemeente Laarbeek aangegeven dat het verplaatsen van de rotonde niet wenselijk is, onder andere vanwege het voorziene tankstation. Tevens is een belemmering geconstateerd in de uitvoerbaarheid van de verplaatsing en inpassing van de kruising ter hoogte van de Rotterdam Rijn pijpleiding en een reservering voor de Delta Rhine Corridor. Het verplaatsen van rotonde Bosscheweg/Middenweg is daarom als niet kansrijk beschouwd, en wordt niet nader onderzocht

gelijkvloers aanpassen rotonde N272/N615

kansrijk

het gelijkvloers aanpassen van de dubbelstrooksrotonde van de provinciale wegen N272, de N615 en de N279 heeft doelbereik op bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Een ongelijkvloerse kruising heeft meer doelbereik, echter de kosten van een gelijkvloerse oplossing liggen significant lager en bieden ook een verlichting van de verkeersdruk en verbetering van de verkeersveiligheid. Het aanpassen van de rotonde dient in samenhang met de kruising van de Professor Dondersweg met de N272 beschouwd te worden, omdat deze dicht bij deze rotonde ligt

ongelijkvloers aanpassen kruising N272/N615

kansrijk

een ongelijkvloerse kruising maken van de dubbelstrooksrotonde van de provinciale wegen N272, de N615 en de N279 heeft meer doelbereik op bereikbaarheid en verkeersveiligheid dan een gelijkvloerse oplossing. Een ongelijkvloerse kruising leidt tot een robuuste verkeersafwikkeling. Het aanpassen van de rotonde dient in samenhang met de kruising van de Professor Dondersweg met de N272 beschouwd te worden, omdat deze dicht bij deze rotonde ligt

48 | 71

Oplossing

Beoordeling

Toelichting

extra aansluiting ter hoogte van Aarle-Rixtel

aan het project

een directe aansluiting van de N279 naar Aarle-Rixtel heeft positieve effecten op de bereikbaarheid voor de N615. De aansluiting is een extra oost-westverbinding, waarmee de N615 en Beekse brug mogelijk ontlast worden. Het doelbereik voor de N279 is beperkt. Daarom is de oplossingsrichting als aan het project gecategoriseerd. Het vinden van een passende locatie en de kansrijkheid van een extra aansluiting en oost-westverbinding vraagt nader onderzoek. Het advies is om dit nader te onderzoeken binnen de, mogelijk nog te starten, pre-verkenning N615

49 | 71

7 BESCHOUWDE OPLOSSINGEN: DEELGEBIED 3 - HELMOND Dit hoofdstuk beschrijft de resultaten uit zeef 0 (paragraaf 7.1) en zeef 1 (paragraaf 7.2) voor deelgebied Helmond op hoofdlijnen. In bijlage II zijn in een factsheet per deelgebied de mogelijk kansrijke oplossingen, analyse en beoordeling nader toegelicht. De volledige onderbouwing van zeef 0 is terug te vinden in de Rapportage mogelijke oplossingen (zeef 0), versie 27 november 2024.

7.1

Resultaten zeef 0

Tabel 7.1 geeft de beoordeling en samengevatte onderbouwing van de trechtering in zeef 0.

Tabel 7.1 Beoordeling mogelijke oplossingen deelgebied Helmond (zeef 0) Oplossing

Beoordeling

Toelichting

omleiding Helmond

beoordeling in zeef 1

een omleiding aan de noordoost kant van Helmond, om de wijk Dierdonk, heeft mogelijk een positief effect op de bereikbaarheid en verkeersveiligheid voor de knelpunten op de Wolfsputterbaan. Bij een omleiding is ook onderzocht of het bestaande tracé ter hoogte van Dierdonk (Wolfsputterbaan) afgewaardeerd kan worden. Er is een breed zoekgebied in kaart gebracht voor het mogelijke tracé, naast de kansrijkheid van een omleiding is in zeef 1 ook gekeken naar de dwangpunten en verfijning van het zoekgebied voor een mogelijk tracé

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=5818b24b-ae3e-4c15-8405-2f88646a622f