CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Jaarstukken 2025

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente AstenBij agendapunt: Jaarrekening 2025 gemeente Asten (hamerstuk)30.823 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

11 Regionale arbeidsmarktstrategie 70% € 125.000 € 87.500 De arbeidsmarkt staat al een langere periode onder druk. In de volle breedte ervaren we dat het meer inspanning en geld kost om gekwalificeerd personeel aan te trekken of in te huren. Het gaat zowel om geschikte kwalificaties als de juiste persoonskenmerken. Naast de kosten voor het aantrekken van personeel is er een risico op onze taken en werkzaamheden. 12 Stikstof 50% € 125.000 € 62.500 De stikstofwetgeving zal druk op onze capaciteit leggen: de toekomst van het buitengebied zal nog meer aandacht gaan krijgen. Wat de kosten en/of vergoeding daarvan zijn is nog niet in te schatten. We pakken veel van deze zaken gebiedsgericht (in GGA Vitale Peel-, Peel-, NOVEX- of MRE-verband) op. 13 Imagoschade 50% € 125.000 € 62.500 Gemeente verstrekt verkeerde informatie, misbruik gegevens naar aanleiding van cybercriminaliteit. Privacyregels worden geschonden en er wordt een bestuurlijke boete opgelegd door de Autoriteit Persoonsgegevens. Gemeente is verantwoordelijk voor actueel houden (basis)registraties zoals risicokaart, BRK-PB (beperkingenregister) etc. Gegevens kunnen kwijt raken of onbedoeld wijzigen. Middels audits van externe partijen en interne controles werken we continu aan de kwaliteit van gegevens.

14 Gemeentelijke borgstellingen 1% € 53.259.000 € 532.590 De gemeente heeft een achtervangfunctie indien een corporatie in financiële problemen komt. Voor nu het percentage op 1% gezet (komt van 10%). 10% was niet reëel. Er is een Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Zij staat borg (garant) voor de rente- en aflossingsverplichtingen van woningcorporaties. In de nabije toekomst zal het percentage specifieker worden onderbouwd en geduid. 15 Verzekeringsrisico’s en 10% € 700.000 € 70.000 aansprakelijkheid 56

Risico op mogelijke schade aan inventaris, brandschade aan naburige panden of aansprakelijkheden die niet onder de dekking van een verzekering valt. 16 Realisatie (grote) projecten 30% € 1.000.000 € 300.000 (Grote) projecten zoals bijvoorbeeld herstructurering wegen, strategisch huisvestingsplan onderwijs, binnensportaccommodatie: investeringsbedrag gemeente is niet toereikend en / of betrokken partijen bereiken geen overeenstemming over uitwerking / onderlinge samenwerking planontwikkeling. Brandstofprijzen: gezien de huidige situatie rondom de olieproducerende landen is de brandstofprijs enorm gestegen. Onbekend is hoe dit zich gaat ontwikkelen. Een verhoogde brandstofprijs leidt tot kostenverhoging. Civieltechnisch: bodemverontreiniging, verleggen kabels en leidingen, nadeelcompensatieregeling (overlast tijdens de uitvoering), scheuren in bebouwing a.g.v. verzakking (bronbemaling) waarbij de kosten hoger zijn dan de geraamde post hiervoor in het project. Riolering: bij sommige projecten wordt een (groot) deel van de kosten ten laste van de reserve riolering gebracht. Wanneer bij inspectie blijkt dat de riolering nog voldoende is, maar de weg toch vervangen moeten worden, stijgen de structurele (afschrijving)lasten in de begroting omdat minder kosten ten laste van de reserve kunnen worden gebracht.

Explosieven: we beschikken over een risicokaart waaruit blijkt dat grote delen van de gemeente verdacht zijn. We moeten hier nog beleid op ontwikkelen. Bij projecten en werken in de grond kan dit kostenverhogend werken. Grondexploitaties: stijgende kosten zijn een risico. In de reserve grondbedrijf is budget gereserveerd voor afdekking van deze risico's. Beheersmaatregel: brede inzet in projectgroepen en monitoring tijdens project. 17 Garantstelling regionaal 50% € 300.000 € 150.000 bedrijventerrein In het kader van de ontwikkeling van een nieuw regionaal bedrijventerrein staat gemeente Asten garant voor een bepaald bedrag. Aangezien de ontwikkeling complex is en mogelijk extra kosten met zich mee brengt, kan dit een risico vormen. De deelnemende gemeenten staan garant voor de onrendabele top en de bijkomende kosten. De oprichting van gemeenschappelijke regeling is voorzien in 2026. 18 Verbonden partijen 5% € 4.500.000 € 225.000 Een aantal verbonden partijen heeft geen (GR Blink) of een laag (GR Peelgemeenten en Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost) weerstandsvermogen. De kosten van de VRBZO (Veiligheidsregio) gaan de komende jaren omhoog. Door het beperkte weerstandsvermogen om hogere kosten op te vangen, is dit een risico voor de gemeenten. Beheersmaatregel: monitoring financiële situatie van hierboven genoemde verbonden partijen met weinig of geen weerstandsvermogen.

Totaal € 1.647.590

Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit op basis van de reguliere risico's is als volgt: 57

Totaal bedrag reguliere risico's - rood Totaal bedrag reguliere risico's - oranje Totaal bedrag risico's

€ 3.037.500 € 1.647.590 € 4.685.090

De reguliere risico's worden vermenigvuldigd met een zekerheidspercentage van 90%, omdat niet alle risico's zich tegelijk voor doen. De bandbreedte voor de totaal benodigde weerstandscapaciteit is uiteindelijk als volgt: De reguliere risico's worden vermenigvuldigd met een zekerheidspercentage van 90%, omdat niet alle risico's zich tegelijk voor doen. De bandbreedte voor de totaal benodigde weerstandscapaciteit is uiteindelijk als volgt: Benodigde weerstandscapaciteit = € 4.216.581

Onderdeel 2: berekening beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt, of kan beschikken, om niet begrote kosten te dekken. Deze bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Algemene reserve 2. Bestemmingsreserves (vrij aanwendbaar) 3. Post onvoorzien 4. Stille reserves 5. Onbenutte belastingcapaciteit. Overzicht beschikbare weerstandscapaciteit In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de geprognosticeerde beschikbare weerstandscapaciteit per 31-12-2025. Beschikbare weerstandscapaciteit per 31-12-2025 1. Algemene reserve 2. Bestemmingsreserves (vrij aanwendbaar) 3. Stille reserves Totaal beschikbaar

Incidenteel

Structureel

14.307.852 624.322 2.452.153 17.384.327

De beschikbare weerstandscapaciteit op basis van de optelsom van de incidentele en structurele buffer is als volgt: Totaal beschikbare weerstandscapaciteit = € 17.384.327 Ad 1. Algemene reserve De algemene reserve is vrij aanwendbaar voor nieuw beleid (of het opvangen van tegenvallers in het jaarrekeningresultaat). Daarnaast kan deze reserve worden ingezet ter afdekking van (niet begrote) financiële tegenvallers. De stand van de Algemene reserve ontwikkelt zich als volgt:

58

Algemene reserve Stand Algemene Reserve 31-12-2025

2025 € 14.307.852

Ad 2. Bestemmingsreserves (vrij aanwendbaar) Indien er bestemmingsreserves zijn waarbij de raad nog vrij kan besluiten over de bestemming van het geld én de rente wordt niet als dekkingsmiddel voor de exploitatie ingezet, dan kan dit deel worden ingezet voor de beschikbare weerstandscapaciteit. Het gevolg kan wel zijn dat geplande investeringen (bijvoorbeeld gedekt uit de Reserve Eenmalige Bestedingen) niet door kunnen gaan. Deze vrij aanwendbare bestemmingsreserves omvatten de volgende (stand 31-12-2025): Bestemmingsreserves (vrij aanwendbaar)

2025

Reserve I&A algemeen Reserve info- en computertechniek Reserve groenfonds Totaal

€ 37.074 € 28.033 € 559.215 € 624.322

Ad 3. Stille reserves Als activa onder de waarde in het economische verkeer zijn gewaardeerd is sprake van een stille reserve. Indien deze stille reserve meegenomen wordt in de weerstandscapaciteit is het van belang dat de activa direct verkoopbaar zijn. Bij verkoop ontstaan winsten die eenmalig vrij aanwendbaar zijn. Actualisatie van de stille reserves heeft plaats gevonden bij de begroting 2026. Onderdeel 3: berekening ratio weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (buffer) en de benodigde weerstandscapaciteit (gekwantificeerde risico's) en wordt uitgedrukt in een verhoudingsgetal (ratio). Om de ratio weerstandsvermogen te beoordelen wordt gebruik gemaakt van de onderstaande normering van NARIS (Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement): Ratio weerstandsvermogen Meer dan 2,0 Tussen 1,4 en 2,0 Tussen 1,0 en 1,4 Tussen 0,8 en 1,0 Tussen 0,6 en 0,8 Minder dan 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Beschikbare weerstandscapaciteit (totaal)

€ 17.384.327

Benodigde weerstandscapaciteit:

€ 4.216.581

Ratio weerstandsvermogen (totaal):

4,12 59

Conform bovenstaand overzicht is de weerstandsratio uitstekend en dit betekent dat er ruim voldoende middelen zijn om de gekwantificeerde risico’s af te dekken wanneer zij zich voordoen. Kengetallen Op basis van het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) is het voor gemeente sinds 2016 verplicht om een basisset financiële kengetallen op te nemen in de begroting en jaarrekening. Door middel van deze kengetallen wordt de onderlinge vergelijkbaarheid van gemeenten bevorderd en krijgt de gemeenteraad een globaal inzicht in de verwachte financiële ontwikkelingen in de gemeente. Het is niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven over de financiële positie. Signaleringswaarden Aan de bovenstaande kengetallen zijn (nog) geen normen verbonden. De wetgever heeft de manier waarop gemeenten de kengetallen laten meewegen nadrukkelijk bij de gemeente gelaten. Wel is meegegeven dat het behulpzaam kan zijn om de kengetallen te relateren aan bijvoorbeeld signaleringswaarden. Dit zijn (normen)kaders waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de signaleringswaarden afkomstig uit de stresstest voor 100.000+ gemeenten.

In de onderstaande tabel zijn de signaleringswaarden te zien en in welke categorie (A, B of C) deze vallen. Hierbij is categorie A het minst risicovol en categorie C het meest risicovol. Signaleringswaarden kengetallen

Categorie A minst risicovol

Categorie B neutraal

Categorie C meest risicovol

1a. Netto schuldquote

< 90%

90 - 130%

> 130%

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio

< 90%

90 - 130%

> 130%

> 50%

20 - 50%

< 20%

3.

Grondexploitatie

< 20%

20 - 35%

> 35%

4.

Structurele exploitatieruimte

> 0%

0%

< 0%

5.

Gemeentelijke belastingcapaciteit

< 95%

95 - 105%

> 105%

60

61

Conclusie gemeente Asten Op basis van de bovenstaande kengetallen kan de conclusie getrokken worden dat de financiële positie van de gemeente over het boekjaar 2025 gezond is. Op de solvabiliteitsratio na staan alle kengetallen in het groen. Bij de kengetallen over de schuldquote (1a en 1b) is er een groot verschil tussen het begrote % en het gerealiseerde %. Dit heeft te maken met planningsoptimisme. Investeringen worden doorgeschoven naar een volgend jaar waardoor niet alle geplande investeringen voor 2025 conform planning in de Begroting zijn gerealiseerd. Als wel alle geplande investeringen in 2025 waren gerealiseerd hadden we geld moeten lenen en daardoor is de schuldquote bij de begroting hoger dan in werkelijkheid bij de jaarrekening. Het rekeningresultaat is in 2025 een stuk lager dat in 2024 en dat heeft invloed op de structurele exploitatieruimte.

62

3. Bedrijfsvoering Wat wilden we bereiken? Het Organisatieplan 'Dit is Asten' Vanuit de overtuiging dat een steeds sneller veranderende en minder voorspelbare omgeving, vraagt om aanpassing en (door)ontwikkeling van de ambtelijke organisatie, is op 8 mei 2025 officieel het vernieuwde organisatieplan gepresenteerd. We hebben behouden wat ons kracht geeft en aangevuld met wat ons helpt om onze dienstverlening richting onze inwoner, ondernemers en maatschappelijk partners te borgen. Missie en Visie van ons organisatieplan Bij de gemeente Asten werken we samen aan een fijne en veilige plek om te wonen en te werken voor iedereen. We staan dicht bij onze inwoners en zorgen ervoor dat ze gehoord worden. We hebben een open houding, zijn professioneel, luisteren en denken mee. We zijn flexibel, klantgericht, omgevingsbewust en we hebben oog voor elkaar. We weten wat onze inwoners, ondernemers en partners belangrijk vinden, spelen in op veranderende behoeften en op in- en externe ontwikkelingen. We doen dat in samenwerking met partijen in ons netwerk in de (Peel)regio. Onze kracht ligt in het samen optrekken. We zijn een betrouwbare partner en een aantrekkelijke werkgever. Leidende principes 1. Trots en plezier We zijn trots op wat we bereiken en leren, en hebben plezier in ons werk. Mijlpalen vieren we samen. 2.

Leren en vernieuwen Als organisatie en als collega staan we open voor nieuwe ideeën en durven we te veranderen. We ontwikkelen ons in kennis en vaardigheden en leren van onze fouten. 3. Persoonlijk leiderschap We nemen verantwoordelijkheid voor de invulling van ons werk en dragen daarmee actief bij aan organisatie-, team- en persoonlijke doelen. We zijn een ambassadeur van onze organisatie. 4. Duidelijke afspraken We maken duidelijke afspraken met onze inwoners, partners en collega’s en houden ons daaraan. 5. Denken in kansen We luisteren, zien kansen en zoeken oplossingen. Nee zeggen mag, we leggen uit waarom. We bieden een alternatief als dat kan. 6. Korte lijnen We houden het simpel en gaan met elkaar in gesprek. We geven elkaar feedback. 7. Samenleving Inwoners en ondernemers hebben hun eigen verantwoordelijkheid. We ondersteunen en stimuleren waar dat mogelijk en nodig is. 8. Ruimte en vertrouwen We zijn bevlogen professionals en nemen de ruimte om zelf de juiste dingen goed te doen. We ondersteunen collega’s vanuit vertrouwen en we coachen elkaar.

63

Wat hebben we hiervoor gedaan? Wat betekent dit voor onze inwoners en voor ons? We blijven trouw aan onze kracht, namelijk korte lijnen en dicht op onze samenleving staan. Van belang zichtbaar, bereikbaar en beschikbaar te zijn. Dat betekent afspraak = afspraak. Het is van belang vanuit openheid, transparantie en met inlevingsvermogen voor de belangen van de ander, in gesprek te gaan. Dat betekent meebewegen wanneer nodig gewenst, maar duidelijk zijn en grenzen stellen wanneer nodig. Daarbij bewust zijn van onze bijzondere rol als lokale overheid, vanuit de verschillende rollen die we hebben. Hoe doen we dat? • Dat doen we door te doen wat we met elkaar hebben afgesproken. • Vanuit deze leidende principes onze organisatie aan te sturen. • Elkaar hierop te coachen en ondersteunen (feedback geven & ontvangen). • We geven ruimte aan onze medewerkers in hun werk en het vergroten van hun probleemoplossend en communicatief vermogen. • We ontwikkelen ieders eigenaarschap, taakvolwassenheid en ambassadeurschap. Samenwerking Informatisering & Automatisering (I&A) De transitie van de automatisering naar de gemeenschappelijke regeling ICT NML is afgerond. Hierdoor hebben we gerealiseerd: 1. Toekomstbestendigheid; 2. Kwaliteit, waaronder het voldoen aan de wettelijke eisen t.a.v. veiligheid; 3. Minder kwetsbaarheid door meer massa; 4. Kostenbeheersing.

Daaronder verstaan we dat we grip hebben op de uitgaven, dat de uitgaven minder zijn dan we zouden hebben wanneer we op de oude voet waren doorgegaan (gerelateerd aan de wettelijke eisen) en dat we met ICT-NML in de benchmark goed scoren t.o.v. andere samenwerkingsverbanden. 5. Kennisdeling onder de deelnemende gemeenten. De tijd dat automatisering leidt tot vermindering van kosten is allang voorbij. Robotisering is voor het werk dat wij doen nog ver weg en zou bovendien grote investeringen vergen. Toepassing van Artificial Intelligence biedt ons nog kansen, maar zover zijn we nog niet. Werkprocessen zijn geautomatiseerd waar het kan. Nieuwe taken en processen automatiseren we meteen, maar dit leidt dan vaak tot minder méérkosten bij de invoering van de nieuwe werkzaamheden. Investeringen in de digitalisering en beveiliging zijn nodig om te voldoen aan de toenemende uitdagingen in de maatschappij. We monitoren de kosten voor ICT via de tweejaarlijkse benchmark van M&I. Zowel voor het deel bij ICT NML als voor ons eigen deel. In de commissie Samenleving en bestuur van januari 2025 presenteerden we de afronding van de transitie naar ICT NML én de uitkomsten van de laatste M&I benchmark. Privacy De gemeente Asten vindt een betrouwbare dienstverlening, waarin inwoners open en respectvol worden behandeld, belangrijk. Goede bescherming van persoonsgegevens is daarbij cruciaal.

Inwoners kunnen erop vertrouwen dat de gemeente zorgvuldig, veilig en vertrouwelijk omgaat met persoonsgegevens. De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) versterkt de privacyrechten van inwoners, geeft organisaties die persoonsgegevens verwerken meer verantwoordelijkheden en verscherpt het toezicht. Om hieraan te voldoen heeft de gemeente een Functionaris

64

gegevensbescherming (FG) en privacy officers. Via het privacybeleid wordt uitvoering gegeven aan de AVG. Wet open Overheid (WOO) Op 1 mei 2022 is de Wet Open Overheid (WOO) in werking getreden. Deze wet richt zich op een transparante overheid en vraagt een cultuurverandering rond de omgang met informatie. Bepaalde informatie moet verplicht en actief openbaar gemaakt worden. Dit raakt een deel van de processen in onze gemeente. Ook informatieverzoeken aan de overheid (voorheen WOB-verzoek) vallen onder de nieuwe wet. Om aan de nieuwe eisen te kunnen voldoen, moet onze gemeentelijke informatiehuishouding op orde zijn, de juiste it-voorzieningen aanwezig en vooral bekend zijn wat de wet voor ambtenaar en bestuurder betekent. Het grijpt in op het dagelijks handelen van een groot deel van onze organisatie en heeft daarmee de komende jaren een flinke impact op onze bedrijfsvoering. In 2027 moet de WOO geïmplementeerd zijn, met nog 3 jaar extra voor het op orde krijgen van het informatiebeheer. Ten behoeve van de definitieve planning moeten nog Koninklijke Besluiten genomen worden. Voor een verdere toelichting op de Wet open Overheid verwijzen we naar paragraaf 9 Wet open overheid.

Wat heeft het gekost? Beleidsindicatoren Toelichting beleidsindicatoren 2025: 1. Formatie (aantal Fte per 1.000 inwoners). Berekening op basis van 144,98 werkelijke fte in 2025 en 17.385 inwoners (peildatum 1-1-2025). 2. Bezetting (aantal Fte per 1.000 inwoners). Berekening op basis van 133,52 fte bezetting en 17.385 inwoners (peildatum 1-12025). 3. Apparaatskosten (Kosten per inwoner). Berekening op basis van apparaatskosten € 16.981.360,= en 17.385 inwoners (peildatum 1-1-2025). 4. Externe inhuur (Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen). Berekening op basis van raming externe inhuur 2025 (€ 1.945.739,=) / kosten totale loonsom + extern inhuur (€ 14.720.760,=). 5. Overhead. Berekening op basis van kosten overhead (€ 9.836.051,=) / totale lasten (€ 75.329.311,=). Beleidsindicatoren Beleidsindicator 1. Formatie (aantal fte per 1.000 inwoners) 2. Bezetting (aantal fte per 1.000 inwoners) 3. Apparaatskosten (kosten per inwoner) 4. Externe inhuur (kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen 5. Overhead (overhead / totale lasten)

65

Werkelijk 2023

Werkelijk 2024

Werkelijk 2025

7,35 7,00 813

8,07 7,54 939

8,34 7,68 977

13,65%

14,90%

13,22%

12,38%

14,85%

13,06%

Rechtmatigheid Tot 2022 gaf de accountant naast de getrouwheid een oordeel over de rechtmatigheid van de gemeente. Met ingang van 2023 geeft het college van burgemeester en wethouders een rechtmatigheidsverantwoording af. De gemeenteraad heeft hiervoor regels vastgelegd in de financiële verordening 2025. De financiële verordening is voor wat betreft de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening met terugwerkende kracht vastgesteld. De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld volgens de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en de financiële- en controleverordeningen van onze gemeente. In de financiële verordening heeft de gemeenteraad met het college van burgemeester en wethouders afgesproken dat begrotingsonrechtmatigheden over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeente worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Dit betekent een bedrag van € 1.374.140,= (€ 68.707.004,= * 2%). Aanvullend is afgesproken dat afwijkingen boven de € 25.000,= worden toegelicht In de rechtmatigheidsverantwoording zijn een drietal criteria opgenomen, welke hieronder zijn toegelicht. Begrotingscriterium De uitwerking van het begrotingscriterium in de rechtmatigheidsverantwoording volgt uit de financiële verordening artikel 12.

Daarnaast is in 2024 de kadernota rechtmatigheid aangepast met een nadere uitwerking rondom het thema begrotingscriterium. Daarbij wordt het volgende schema gehanteerd:

Voor de jaarrekening 2025 wordt zoveel mogelijk de nieuwe kadernota aangehouden. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: • Op basis van de financiële verordening artikel 4.3 moet er een raadsbesluit worden voorgelegd bij afwijkingen van baten en lasten groter dan 10% op taakveldniveau. Om deze reden is de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op taakveldniveau. • Overschrijdingen op lasten en/of investeringskredieten zijn altijd onrechtmatig, maar kunnen wel als acceptabel worden aangemerkt. In artikel 12.4 van de 66

•

financiële verordening zijn situaties gemeld waarbij overschrijdingen als acceptabel worden aangemerkt. Financiële voordelen (onderschrijdingen van lasten en/of investeringen en afwijkingen op baten) zijn in aard niet onrechtmatig. In de financiële verordening 2025 is afgesproken dat het melden van afwijkingen in de jaarrekening nog geld als tijdig.

Rekeninghoudende met bovenstaande voorwaarden is onderstaande tabel opgesteld met als basis de cijfers van deze jaarrekening 2025 om een duidelijk inzicht te verwerken in het kader van de rechtmatigheid. De rechtmatigheid wordt getoetst op het niveau van Taakveld.

1. De overschrijding op het taakveld Sport, cultuur en recreatie is te wijten aan het project Revitalisering Dennendijkse bossen dat in 2025 is uitgevoerd om deze bossen weer natuurlijker, weerbaarder en aantrekkelijker te maken. De kosten van dit project zouden volledig gedekt worden uit subsidies vanuit provincie en EU. Bij de uiteindelijke vaststelling zijn er echter diverse correcties en sancties opgelegd waardoor we veel minder ontvangen dan aan ons was toegezegd. Bij de verschillenanalyse van programma 2 is dit nog nader toegelicht. 2. De overschrijding bij Bestuur en ondersteuning heeft voornamelijk te maken met de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2025 welke betaald moet worden als gevolg van het resultaat in het grondbedrijf. 3. De overschrijding betreft de gemaakte kosten inzake de bouwgrondexploitatie. Hier tegenover staan ook opbrengsten. Per saldo worden deze kosten gecompenseerd door de baten en is deze overschrijding als acceptabel aangemerkt. Voor andere verschillen wordt verwezen naar de verschillenanalyse in paragraaf 3.3 van de jaarrekening.

67

Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. Deze eisen zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. Het referentiekader voor een onrechtmatigheid op het gebied van inkoop is opgenomen in het normenkader. Inkopen met bedragen boven de drempel voor Europees aanbesteden moeten Europees aanbesteed worden. Gebeurt dit niet dan is er sprake van een onrechtmatigheid. Er zijn over 2025 twee onrechtmatigheden geconstateerd. De eerste betreft de uitgave voor langdurige inhuur van een adviesbureau. Dit was reeds aangekondigd en gemotiveerd in een B&W voorstel dat vastgesteld is op 10 juni 2025. Het concrete bedrag dat onrechtmatig is bedraagt: € 74.017,= De tweede betreft een verlenging via een addendum van een applicatie. De looptijd van het addendum en de oorspronkelijke overeenkomst waarnaar in het addendum verwezen wordt lopen niet synchroon. Dit is veroorzaakt door een andere ingangsdatum van de oorspronkelijke overeenkomst dan oorspronkelijk gepland. Dit betekent dat de verlenging als nieuwe opdracht moest worden gezien en aanbesteed en derhalve als onrechtmatig moet worden beschouwd.

Het concrete bedrag dat onrechtmatig is bedraagt: € 416.356,=. De hoogte wordt veroorzaakt doordat er een 4-jarig contract is afgesloten (alle jaren worden hierbij meegenomen). Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium Het misbruik en oneigenlijk gebruik heeft betrekking op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen. Binnen gemeente Asten zijn uit de (verbijzonderde) interne controle noch andere kanalen signalen naar voren gekomen omtrent misbruik en oneigenlijk gebruik.

68

4. Grondbeleid Het grondbeleid heeft veel invloed op de realisatie van programma’s zoals op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, verkeer, cultuur, sport, recreatie en economische zaken. Het grondbeleid heeft daarnaast een grote financiële impact en brengt hierdoor risico’s met zich mee.

Wat wilden we bereiken? De gemeente Asten staat, voor grote opgaven waarvoor in de fysieke leefomgeving oplossingen moeten worden gevonden (beleidsdoelen). Hierbij valt te denken aan betaalbaar wonen, voldoende woningen, de energietransitie, economie, klimaatadaptatie, maar ook, water vasthouden, behoud monumenten, het voorkomen en/lof terugdringen van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden en landschappelijke inpassing. Grondbeleid is één van de middelen om de beleidsdoelen en opgaven van de gemeente te realiseren. Grondbeleid is nooit een doel op zich. Dit betekent ook dat grondbeleid kansen biedt om doelen en opgaven te realiseren.

Wat hebben we hiervoor gedaan? Uitvoering geven aan het gemeentelijk grondbeleid. Doel grondbeleid Het doel van het grondbeleid is om de gemeente op economisch verantwoorde wijze de gewenste ruimtelijke doelstellingen te laten realiseren zoals opgenomen in de ruimtelijke (structuur)visies van de gemeente. Regie op de ruimtelijke ontwikkelingen is daarbij van belang. Deze gemeentelijke regierol wordt in belangrijke mate bepaald door de gemeentelijke grondposities. De gemeenteraad stelt het college met het grondbeleid in staat om binnen kaders • ondernemend deel te nemen aan en de regie te voeren bij de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente (actief grondbeleid); • bij gewenste ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de gemeente niet ondernemend deelneemt, zo veel mogelijk regie te voeren door het sluiten van privaatrechtelijke overeenkomsten of door het opstellen van een exploitatieplan (faciliterend grondbeleid). Om adequaat te kunnen handelen op het vlak van zogenaamde strategische en gelegenheidsaankopen maakt het college gebruik van een door de gemeenteraad beschikbaar gesteld (onafgedekt) krediet van € 2 miljoen. De grondaankopen tot en met 2024 van Ommel Hogeweg waren “tijdelijk” op dit krediet geboekt. Door het vaststellen van de grondexploitatie Ommel Hogeweg zijn deze gronden overgeheveld naar deze grondexploitatie.

Vanaf 31-12-2025 is weer € 2 miljoen beschikbaar. Grond, bestemd voor gebiedsontwikkeling Strategische grondaankoop Strategische grondaankoop Ommel Oost (2023) Ommel Hogeweg Naar grondexpl Ommel Hogeweg Totaal

Begroot 2025 2.000.000 342.376 -342.376 2.000.000

69

Werkelijk

m2

waarde per m2

2025 342.376 1.385.334 -1.727.710 0

7.435 23.730 -31.165 0

46 58 -55

Nota grondbeleid Op 12 december 2023 is de nota grondbeleid vastgesteld. In de raad van 3 juni 2025 is deze nota bijgesteld "eerste wijziging Nota Grondbeleid 2023". Een actuele en integrale Nota Grondbeleid zorgt voor een transparant en consequent beeld van het gemeentelijke grondbeleid. Het doel van de nota is om te komen tot een transparante en eenduidige werkwijze bij de uitvoering van het grondbeleid door de gemeente Asten. De strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente Asten is hierin beschreven. Alle aspecten die een rol kunnen spelen bij het grondbeleid, zoals grondprijzenbeleid en gebruik van beschikbare instrumenten zijn toegelicht. De gemeenteraad heeft de kaders vastgesteld waarbinnen het college van burgemeester en wethouders de komende jaren het grondbeleid uitvoert. Uitgangspunt is dat de nota eens in de 4 jaar wordt geactualiseerd, tenzij zich omstandigheden voordoen. Grondbeleid De gemeente Asten kiest voor situationeel grondbeleid, waarbij per situatie, afhankelijk van factoren als wenselijkheid van de ontwikkeling, grondeigendom en risico’s, wordt afgewogen voor welke vorm van grondbeleid (actief, faciliterend of een samenwerkingsvorm) wordt gekozen. Grondprijsbeleid De marktwaarde van bouwrijpe grond is niet eenvoudig te bepalen omdat deze waarde afhankelijk is van de kenmerken van het betreffend project.

De gemeente Asten voert een functioneel en marktconform grondprijsbeleid. De grondprijzen voor de diverse types onroerende zaken worden door het college van burgemeester en wethouders jaarlijks, per complexen (eventueel) gedifferentieerd, vastgesteld. Resultaat grondbedrijf Positieve resultaten van het grondbedrijf worden toegevoegd aan de algemene reserve grondbedrijf. Deze reserve heeft een plafond. Als de resultaten boven dit plafond uitkomen, wordt het meerdere toegevoegd aan de Reserve Eenmalige Bestedingen. Negatieve resultaten van het grondbedrijf worden ten laste van de algemene reserve grondbedrijf gebracht. De reserve wordt dan, indien nodig, aangevuld om de algemene reserve grondbedrijf op niveau te houden. Voor winstneming van de grondexploitatie geldt de percentage of completion methode (POC methode): voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd kan tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst worden genomen. Voor verliezen moeten voorzieningen worden gevormd of deze moeten direct in mindering worden gebracht op de boekwaarde. Grondexploitaties In onderstaand overzicht zijn de begrote resultaten van het grondbedrijf 2025 vergeleken met de werkelijk resultaten 2025. Ook de prognose van de resultaten van het grondbedrijf zijn geactualiseerd (2025-2028).

Bij de vaststelling van de jaarrekening worden tevens de geactualiseerde prognoses (exploitaties) in de begroting 2026 verwerkt.

70

De resultaten per project: Project ( + = positief resultaat - = negatief resultaat ) Bouwgrond in exploitatie Loverbosch (fase 1) Loverbosch (fase 2) Loverbosch (fase 3) Biesvelden (fase 1) resultaat in 2031 verlies -174.970,= uit voorziening Herontwikkeling Lambertusschool Heusden Oost (fase 1) (afgesloten) Heusden Oost (fase 3) Ommel Hogeweg resultaat in 2033 verlies -1.080.000 uit voorziening Florapark bedrijventerrein Niet in exploitatie genomen gronden Ontwikkelingskrediet Totaal project resultaat Resultaat t.g.v. Reserve (groen, speel,verkeer) 10% Resultaat t.l.v of t.g.v. algemene reserve grondbedrijf 90% inclusief ontwikkelingskrediet Resultaat schoollocaties wordt ingezet voor afboeken boekwaarde conform SHP

Begroot 2025

Werkelijk 2025

Begroot 2026

108.100

21.729

106.614

134.069

89.967 71.731

103.799

56.881 175.156

310.536 459.991

141.867

10.605

0

10.605

-45.000 439.811 48.481

0 953.954 95.395

391.330

858.559

Begroot 2027

49.124 103.799

Begroot 2028

138.399

495.355 141.866

0

-45.000 317.885 36.288

-45.000 249.789 29.479

-45.000 588.754 13.840

281.596

220.310

79.559

495.355

In de resultaten per project is geen rekening gehouden met de vennootschapsbelasting (VPB). De VPB wordt op het taakveld VPB geboekt en vervolgens ten laste van de algemene reserve grondbedrijf gebracht. De resultaten per project worden in eerste instantie toegevoegd of onttrokken uit de algemene reserve grondbedrijf. De verwachte resultaten 2025 tot en met 2028 zijn een inschatting op basis van de zogenaamde POC-methode. Toelichting resultaten projecten In onderstaand overzicht worden de geactualiseerde resultaten van de diverse exploitaties vergeleken met de verwachte resultaten van het voorgaande jaar. Daarnaast is zichtbaar wat de gerealiseerde resultaten zijn tot en met 2025 en de nog te verwachten resultaten. Voor het negatieve resultaat van Biesvelden fase 1 en Ommel Hogeweg is een voorziening gevormd.

71

Project

Bouwgrond in exploitatie Loverbosch (fase 1) Loverbosch (fase 2) Loverbosch (fase 3) Biesvelden (fase 1) Herontwikkeling Lambertusschool Heusden Oost (fase 1) afgesloten Heusden Oost (fase 3) Ommel Hogeweg Florapark bedrijventerrein Totaal bouwgronden in exploitatie

Resultaat += positief

Resultaat += positief

Gerealiseerd resultaat

Inschatting 2024

Inschatting 2025

tot en met 2025

1.337.474 163.963 529.046 -394.877 256.955 568.781 1.189.409 3.058.848 6.709.599

1.358.208 252.257 499.878 -174.970 495.355 822.436 1.349.279 -1.080.000 3.058.848 6.581.291

1.251.594 203.133 153.882 0 0 822.436 1.065.546 3.048.243 6.544.834

Nog te realiseren resultaat exclusief VPB

Verwachte afsluitdatum

106.614 49.124 345.996 -174.970 495.355 0 283.733 -1.080.000 10.605 36.457

2026 2027 2028 2031 2028 2025 2027 2033 2026

Toelichting grondexploitaties Hoofdontsluiting grondexploitaties Loverbosch en Biesvelden Voor de ontsluiting van de woningbouwlocaties Loverbosch en Biesvelden is aanleg van een weg (hoofdontsluiting) nodig. De kosten hiervan zijn opgenomen in de geactualiseerde grondexploitaties Loverbosch fase 3 en Biesvelden fase 1. De totale kosten van de weg € 3,3 miljoen. Andere dekkingsmogelijkheden zoals subsidies en grondexploitaties Loverbosch fase 1 en 2 worden nog uitgewerkt. Hoofdontsluiting Loverbosch Biesvelden Bijdrage Loverbosch (fase 3) Bijdrage Biesvelden (fase 1) Bijdrage Biesvelden (fase 2 en verder)

begroot 2025 620.704 620.704

werkelijk 2025

raming 2026 620.704 620.704 p.m.

Loverbosch (fase 1) Het resultaat o.b.v. actualisatie 2025 is gestegen van € 1.337.474,= positief naar € 1.358.208,= positief. Loverbosch (fase 2) Calculatie is geactualiseerd, het resultaat is gestegen van € 163.963,= naar € 252.257,= positief door daling van de kosten bouwrijpmaken en overige kosten. Loverbosch (fase 3) Bijstelling resultaat Loverbosch (fase 3) van € 529.046,= positief naar € 499.878,= positief. Biesvelden (fase 1) Bijstelling resultaat Biesvelden (fase 1) van € 394.877,= negatief naar € 174.970,= negatief. Het voordeel is ontstaan door lagere kosten en opbrengsten stijging. Vanuit het voorzichtigheidsbeginsel wordt een voorziening gevormd van afgerond € 174.970,=. Herontwikkeling Lambertusschool In de raad van 31-10-2023 is deze grondexploitatie vastgesteld het resultaat is € 256.955,= voordelig. Het plan is nu concreter en financieel geactualiseerd ten opzichte

72

project

van 2023. Het resultaat is nu € 495.355,= voordelig. Deze positieve bijstelling komt voornamelijk door opbrengstenstijging. Het resultaat van dit plan wordt conform het strategisch huisvestingsplan onderwijs ingezet voor het afboeken van de boekwaarden scholen. Heusden Oost (fase 1) Deze grondexploitatie is in 2025 afgesloten, het resultaat is gestegen van € 568.781,= naar € 822.436,= positief. Het voordeel komt voornamelijk door minder hoge kosten woonrijp maken € 175.000,= en minder uren € 53.000,=. Heusden Oost (fase 3) Het plan Heusden Oost fase 3 is geactualiseerd. Het geprognotiseerd resultaat is gestegen van € 1.189.409,= positief naar € 1.349.279,= positief. Ommel Hogeweg De grondexploitatie Ommel is vastgesteld in de raad van 23 september 2025. Het plan is € 1.080,000,= negatief (eindwaarde). Voor deze negatieve grondexploitatie is een voorziening gevormd van € 1.080.000,=. Deze grondexploitatie wordt nog bijgesteld met aankoop naastliggend pand. Florapark Het plan wordt afgesloten in 2026. Gronden in exploitatie De totale mutaties voor 2025 en de boekwaarde per project per 31-12-2025 zijn in de volgende tabel weergegeven. Project

Grond Investeringen Inkomsten in Reserve (+) Winst (-) bestemd voor 2025 2025 (groen,spe Verlies gebiedsontwi el,verkeer) reserve kkeling grondbedrijf

Bouwgrond in exploitatie Loverbosch (fase 1) Loverbosch (fase 2) Loverbosch (fase 3) Biesvelden (fase 1) Herontwikkeling Lambertusschool Heusden Oost (fase 1) Heusden Oost (fase 3) Ommel Hogeweg Florapark bedrijventerrein Grond gebiedsontwikkeling Ontwikkelingskrediet

0 593.442 351.562 268.027 141.049 200.000 491.509 1.981.678

0

4.027.266

-5.738.618

2.173 8.997 7.173

19.556 80.970 64.558

-519.911

31.054 45.999

279.482 413.992

-6.258.530

95.396

858.558

(+) Winst Boekwaarde (-) Verlies per 31-12reserve 2025 eenmalig e bestedin gen

Bouwgrond in exploitatie (BIE) De boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie per 31-12-2025 bedraagt € -944.275,=. De projecten Biesvelden fase 1 en Ommel Hogeweg hebben de hoogste boekwaarde.

73

-749.464 -150.102 -4.740.129 3.371.731 243.582 0 -865.281 1.981.678 -36.290

0

-944.275

Risico’s grondbeleid, algemene reserve grondbedrijf, voorziening verlieslatende grondexploitaties Bij het grondbeleid zijn grote bedragen en risico’s in het geding. Omdat de planning en uitvoering vaak jaren duren, kunnen de verwachte en werkelijke winst flink verschillen. Om toekomstige risico’s in de grondexploitaties af te dekken is de algemene reserve grondbedrijf gevormd en voor verlieslatende grondexploitaties een voorziening. De volgende uitgangspunten gehanteerd: Bouwgrond in exploitatie: Voor verlieslatende exploitaties wordt een voorziening gevormd; Op basis van scenario’s worden de risico’s berekend; Wanneer scenario berekeningen niet aanwezig zijn, wordt het risico op basis van de IFLO norm (afdeling Inspectie Financiën Lokale Overheden) gebruikt. Deze norm bepaalt dat de gewenste reserve 10% van het geïnvesteerd vermogen en 10% van de nog te maken kosten bedraagt. De voorziening verlieslatende exploitaties is gevormd voor de verlieslatende grondexploitaties Biesvelden fase 1 en Ommel Hogeweg.

Voorziening verlieslatende grondexploitaties Biesvelden fase 1 bijstelling naar € 174.970,= Ommel Hogeweg (raad 23-9-2025) (€ 1.180.000 - rente €100.000)

174.970 1.080.000

31 december 2025

1.254.970

Bij het opstellen van de jaarrekening 2025 zijn de exploitaties geactualiseerd en de bijbehorende risico's geïnventariseerd. Volgens de uitgangspunten moet de reserve per 31-12-2025 ten minste € 2.857.299,= bedragen. De reserve is te laag voornamelijk doordat in 2025 een voorziening is gevormd voor de verlieslatende grondexploitatie Ommel Hogeweg. De reserve is aangevuld met € 836.729,= ten laste van het rekeningresultaat. Algemene reserve grondbedrijf Algemene reserve grondbedrijf per 1 januari 2025 Afrekening vennootschapsbelasting 2024 (turap najaar) Voorziening verlieslatende exploitatie Ommel Hogeweg (raad 23 september 2025) (minus rente € 100.000) Resultaat Loverbosch (fase 1) Resultaat Loverbosch (fase 2) Resultaat Loverbosch (fase 3) Resultaat Heusden Oost (fase 1) Afgesloten Resultaat Heusden Oost (fase 3) Biesvelden fase 1 voorziening waardevermindering gronden Voorlopig berekening VPB grondexploitaties Tussenstand reserve Aanvulling reserve grondbedrijf, voornamelijk door vormen voorziening Ommel Hogeweg. Algemene reserve grondbedrijf per 31 december 2025

74

3.150.119 -578.137 -1.080.000 19.556 80.970 64.558 279.482 413.992 220.030 -550.000 2.020.570 836.729 2.857.299

Reserve ‘10%-afdracht openbare voorzieningen’ In de grondnota is opgenomen om 10% van het positief exploitatieresultaat bij woningbouwplannen in samenspraak met inwoners te gebruiken om te investeren in voorzieningen: bijvoorbeeld meer groen, speelgelegenheden of verkeersveiligheidsmaatregelen. Om dit te realiseren is een bestemmingsreserve (groen, speel, verkeer) gevormd. Jaarlijks bij het uitboeken van de positieve resultaten (minus vennootschapsbelasting) wordt 10% van dit resultaat toegevoegd aan deze reserve. Wanneer een beroep wordt gedaan op deze reserve, wordt daartoe een afzonderlijk voorstel aan de gemeenteraad gedaan. Reserve (groen,speel,verkeer) Per 1 januari 2025 Resultaat Loverbosch (fase 1) Resultaat Loverbosch (fase 2) Resultaat Loverbosch (fase 3) Resultaat Heusden Oost (fase 1) Afgesloten Resultaat Heusden Oost (fase 3) 31 december 2025

0 2.173 8.997 7.596 31.054 45.999 95.819

75

5. Onderhoud kapitaalgoederen De gemeente Asten is qua oppervlakte uitgestrekt (ruim 7.000 ha). Er vinden veel activiteiten plaats zoals wonen, werken en recreëren. Voor de activiteiten zijn veel gemeentelijke kapitaalgoederen nodig: wegen, riolering, verlichting, (openbaar) groen, civiele kunstwerken en gebouwen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud ervan is bepalend voor het voorzieningenniveau en uiteraard de (jaarlijkse) lasten. Met het onderhoud van deze kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. In deze paragraaf wordt het beleidskader geschetst voor het onderhoud van kapitaalgoederen en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties.

Wat wilden we bereiken? Inzicht in, en realisatie van, het gewenste onderhoudsniveau van de gemeentelijke kapitaalgoederen. Dit kan onder andere bepaald worden aan de hand van de gewenste kwaliteit of landelijk gehanteerde normen.

Wat hebben we hiervoor gedaan? Algemeen beleidskader Het uitgangspunt bij het onderhoud van gemeentelijke kapitaalgoederen is dat deze op een adequate wijze worden onderhouden. Onderhoudslasten worden gemaakt om een kapitaalgoed in goede, oorspronkelijke staat te houden, zodat het naar behoren kan functioneren. Onderhoudslasten zijn dus niet van invloed op de vastgestelde gebruiksduur of afschrijvingstermijn. Dit is dus een essentieel verschil met het uitvoeren van een (vervangings)investering, aangezien die leidt tot verlenging van de gebruiksduur. Een dergelijke investering moet worden geactiveerd op de balans, maar onderhoud mag daarentegen nooit worden geactiveerd. Onderhoud wordt volledig in de begroting opgenomen, waarbij onderscheid gemaakt worden in klein en groot onderhoud. Klein onderhoud Dagelijkse niet voorziene reparaties of jaarlijks terugkerende onderhoudslasten (o.a. preventieve maatregelen en onderhoudscontracten) die nodig zijn om het kapitaalgoed in functionele en veilig staat te houden. De lasten die gepaard gaan met klein onderhoud worden volledig geraamd in het jaar waarin het onderhoud daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. De lasten van klein onderhoud mogen nooit (ook niet van een voorziening) over meerdere jaren worden geëgaliseerd en worden dus volledig opgenomen in de exploitatie.

Groot onderhoud Onderhoud van een meer ingrijpende aard, dat in feite betrekking heeft op een langere periode. Met dit type onderhoud kunnen jaarlijks fluctuerende lasten gemoeid zijn. De noodzaak voor het verrichten van groot onderhoud doet zich (normaliter) pas na een langere periode van gebruik van het actief voor, als gevolg van slijtage. De lasten die gepaard gaan met groot onderhoud worden in het jaar van uitvoering ten laste van een vooraf gevormde onderhoudsvoorziening gebracht. Deze

76

onderhoudsuitgaven maken dus geen onderdeel uit van het saldo van baten en lasten. De enige last in de exploitatie betreft de dotatie aan de voorziening. De voorwaarde om groot onderhoud op deze manier te verwerken is dat er een recent (maximaal 5 jaar oud) en vastgesteld beheerplan aan ten grondslag ligt. Specifieke beleidskaders Wegen Op grond van de Wegenwet zijn wij als wegbeheerder verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van gemeentelijke wegen en bermen. De wegen werden in 2025 beheerd op het in het beheer- en beleidsplan Wegen 2024-2028 vastgestelde kwaliteitsniveau C. Om de kwaliteit op het gewenste niveau te houden, wordt jaarlijks planmatig onderhoud uitgevoerd. Op basis van het beheer- en beleidsplan Wegen wordt er jaarlijks een storting gedaan in de onderhoudsvoorziening voor het groot onderhoud. Het klein onderhoud is opgenomen in de exploitatie. Civiele kunstwerken Civieltechnische kunstwerken in eigendom van de gemeente worden 1x per 5 jaar geïnspecteerd. Op basis hiervan vindt regulier en groot onderhoud plaats. In 2024 heeft er een inspectie plaatsgevonden. Op basis van de inspectie wordt inzichtelijk wat de kosten zijn voor het regulier onderhoud. Op basis hiervan wordt jaarlijks een storting gedaan in de onderhoudsvoorziening voor de kunstwerken.

Grootschalig onderhoud en/of vervanging van bruggen en duikers is niet binnen de onderhoudsvoorziening meegenomen. Openbare verlichting Het kader voor openbare verlichting was gesteld in het beleidsplan Openbare Verlichting 2020-2025. Deze liep eind 2025 af en het nieuwe beheer- en beleidsplan 2026-2030 is eind 2025 vastgesteld door de gemeenteraad. Het plan vormt de kapstok waaraan alle verlichtingsplannen en ontwerpen worden opgehangen, geeft antwoord op alle beleidsvragen over verlichting en brengt de onderhouds- en vervangingsopgaven in beeld inclusief financiële doorberekening. Voor de renovatie openbare verlichting is jaarlijks € 99.635,= beschikbaar (groot onderhoud). Voor het jaarlijkse onderhoud, inspecties en reiniging van de openbare verlichting (klein onderhoud) is een onderhoudscontract opgesteld en dit budget is opgenomen in de exploitatie. Riolering en Water Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad het Gemeentelijk Rioleringsplan Asten 2021-2025 (GRP) vastgesteld. Het GRP beschrijft het riolerings- en waterbeleid van de gemeente Asten met daarin opgenomen het kostendekkingsplan riolering. Het kostendekkingsplan riolering is in 2024 herberekend en is op 10 december 2024 vastgesteld door de gemeenteraad.

De gemeente geeft in het GRP aan hoe zij invulling geeft aan haar zorgplichten vanuit Wet milieubeheer (Wm) en de Waterwet (Wtw): • Inzameling en transport van stedelijk afvalwater (afvalwaterzorgplicht); • Inzameling en verwerking van (overtollig) afvloeiend hemelwater (hemelwaterzorgplicht); • Inzameling en verwerking van overtollig grondwater (grondwaterzorgplicht).

77

Alle kosten die gemaakt worden vanuit deze drie zorgplichten worden gedekt door de rioolheffing (100% kostendekkend). Met de blik vooruit en de volksgezondheid voorop koersen we naar een duurzame, klimaatbestendige, professionele en participerende waterketen en naar een klimaatbestendig, schoon, geordend en beleefbaar watersysteem, door voortvarend aan de slag te gaan tegen aanvaardbare kosten. Groen Bij groen wordt ingezet om het huidige onderhoudsniveau te behouden. Waar mogelijk worden kansen aangegrepen om de biodiversiteit, gebruikswaarde, weerbaarheid en klimaatbestendigheid te vergroten en te vergroenen. Het op niveau houden van het bomenbestand als groenelementen (klein onderhoud) wordt jaarlijks gedaan uit de reguliere exploitatie. Voor het renoveren van boomlanen (groot onderhoud) is een bomenrenovatieplan opgesteld voor 2021-2025 en hiervoor is een apart bedrag beschikbaar gesteld. Voor bosbeheer wordt jaarlijks een beheerplan gemaakt en daarin wordt o.a. gedund en hout geoogst en de opbrengsten van het hout worden gebruikt om onderhoud uit te voeren. Gemeentelijke gebouwen De gemeentelijke gebouwen worden eens per 2 jaar geschouwd voor groot onderhoud.

Afhankelijk van de resultaten van de schouw, met inachtneming van het gewenste onderhoudsniveau, welke is bepaald op het wettelijk minimum om het gebouw in stand te houden, heeft dit financiële consequenties voor de meerjarige onderhoudsplanning (MJOP). Op basis van deze onderhoudsplanningen worden de benodigde jaarlijkse stortingen in de onderhoudsvoorzieningen bepaald. De stortingen worden jaarlijks geïndexeerd. De onderhoudsplanningen zijn in 2024 gedeeltelijk geactualiseerd waarna de stortingen in de begroting zijn verwerkt. De lasten die gepaard gaan met klein onderhoud worden volledig geraamd in het jaar waarin het onderhoud daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. De geraamde lasten zijn gebaseerd op ervaringscijfers. Sportvelden De gemeente Asten beschikt over een drietal sportparken. Op park-niveau is een onderhoudsvoorziening gevormd voor groot onderhoud, rekening houdend met de aanwezige verenigingen. De onderliggende onderhoudsplanningen zijn eind 2025 geactualiseerd en uitgebreid naar 40 jaar. In 2025 zijn deze onderhoudsplanningen geactualiseerd, de financiële consequenties zijn verwerkt in de begroting 2026. De kosten voor klein onderhoud stijgen de laatste jaren fors door o.a. veranderde wet- en regelgeving.

Denk hierbij aan de discussie over rubberkorrels bij voetbalvelden en het beperken van chemische bestrijdingsmiddelen bij onder andere beregening van de velden. Alternatieven zijn in sommige gevallen voorhanden, maar werken vaak kostenverhogend.

78

De lasten die gepaard gaan met klein onderhoud worden volledig geraamd in het jaar waarin het onderhoud daadwerkelijk zal worden uitgevoerd. De geraamde lasten zijn gebaseerd op de geactualiseerde onderhoudsplanning.

Wat heeft het gekost? Financiële consequenties In onderstaande tabel zijn de financiële consequenties van het groot onderhoud aan de bovenstaande kapitaalgoederen weergegeven, voor zover hier een onderhoudsvoorziening aan ten grondslag ligt. Zoals in het algemene beleidskader beschreven, wordt het klein onderhoud van de diverse kapitaalgoederen betaald uit de reguliere exploitatie.

Voorzieningen

Saldo Storting Onttrekking Saldo 1-1-2025 2025 2025 31-12-2025 Onderhoud wegen 2.277.494 1.353.011 635.129 2.995.376 Onderhoud civiele kunstwerken 39.987 10.633 5.789 44.831 Onderhoud riolering 4.846.129 1.123.966 1.017.394 4.952.700 Onderhoud groen 18.674 0 0 18.674 Onderhoud gebouwen 2.945.374 868.631 307.927 3.506.078 Onderhoud sportvelden 547.997 273.252 52.234 769.014 Totaal 10.675.655 3.629.493 2.018.473 12.286.673

79

6. Financiering De paragraaf financiering heeft betrekking op de gemeentelijke financieringsfunctie (treasuryfunctie). De financieringsfunctie zorgt ervoor dat er voldoende middelen zijn zodat de gemeente aan alle financiële verplichtingen kan voldoen. Hiervoor worden kortlopende en langlopende leningen aangetrokken. Onder de financieringsfunctie valt ook het verstrekken van leningen/garanties en het beheersen van financiële risico’s.

Wat wilden we bereiken? • • • •

Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; Het beschermen van het gemeentelijke vermogen tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, valutarisico’s en liquiditeitsrisico’s; Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet Fido, aanvullende regelgeving en respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.

Wat hebben we hiervoor gedaan? Wettelijk kader Het wettelijk kader van de treasuryfunctie ligt voor een deel besloten in de nationale regelgeving en voor een deel in Europese regelgeving. Binnen de nationale regelgeving zijn de kaders voornamelijk: • Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido); • Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof); • Verplichting tot schatkistbankieren (onderdeel Wet Fido); • Besluit Begroting en Verantwoording (BBV); • De Gemeentewet. Deze wettelijke kaders zijn verder uitgewerkt en vastgelegd in het gemeentelijke Treasurystatuut 2025 dat op 8 april 2025 is vastgesteld door de gemeenteraad. Schatkistbankieren Op basis de Wet Fido zijn decentrale overheden verplicht om hun overtollige liquide middelen via een rekening-courant, met eventueel een daaraan gekoppelde depositorekening, in 's Rijks schatkist aan te houden. De uitzondering hierop is dat decentrale overheden hun liquide middelen in de vorm van leningen kunnen uitzetten bij andere decentrale overheden, mits zij niet met het financiële toezicht op dit lichaam zijn belast. Uitgezette gelden Het saldo op de rekening courant van de schatkist bedraagt op 31 december 2025 € 19.239.000,=.

80

Drempelbedrag Daarnaast mogen decentrale overheden liquide middelen buiten 's Rijks schatkist houden mits deze, gerekend over een kwartaal, het drempelbedrag niet te boven gaan. Naar aanleiding van een landelijke evaluatie wordt vanaf 1 juli 2021 voor gemeenten (en provincies, waterschappen en hun gemeenschappelijke regelingen) met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen de drempel voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd naar 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen. Risicobeheer De belangrijkste financiële risico’s bij de uitvoering van het treasurybeleid zijn koersrisico’s, renterisico’s en kredietrisico’s. Hieronder wordt weergegeven in welke mate deze risico’s zich bij onze gemeente voordoen en op welke wijze de gemeente deze risico’s beheerst. 1. Koersrisicobeheer De koersrisico’s van de gemeente zijn zeer beperkt omdat uitsluitend middelen worden uitgezet bij de schatkist of bij andere overheden. Dit gebeurt in vastrentende waarden. Vastrentende waarden garanderen dat op de einddatum de nominale waarde wordt uitgekeerd. Op de einddatum is dus geen sprake van koersrisico’s. 2. Renterisicobeheer Door schommelingen in de rentevoet loopt een gemeente renterisico. Het renterisico kan worden gemeten door middel van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet begrenst de omvang van de korte financiering (korter dan een jaar).

De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal van de gemeente bij aanvang van het jaar, met een minimum van € 300.000,=. Voor 2025 bedraagt de kasgeldlimiet voor de gemeente Asten € 4,79 miljoen. Momenteel zijn er geen leningen aangegaan met een looptijd van maximaal een jaar. Dat betekent dat het renterisico onder de kasgeldlimiet uitkomt. Renterisiconorm De renterisiconorm heeft tot doel om het renterisico bij het opnemen van leningen te beheersen. Het effect van de renterisiconorm op de financieringswijze is dat de herfinanciering van vaste leningen niet ineens plaatsvindt, maar over een periode van minimaal vijf jaar wordt gespreid. Dit betekent dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen voor gemeenten niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Voor 2025 bedraagt de renterisiconorm voor de gemeente Asten € 11,73 miljoen. In 2025 zijn er geen leningen afgelost of aangegaan. 3. Kredietrisicobeheer De gemeente loopt tenslotte risico bij het uitzetten van gelden en verlenen van garanties ten behoeve van de publieke taak. De gemeente loopt hierbij het risico dat de kredietnemer zijn financiële verplichting niet kan voldoen. Uitzettingen geschieden daarom uitsluitend aan tegenpartijen die aan de in het treasurystatuut genoemde eisen voor kredietwaardigheid voldoen.

Door deze maatregel worden kredietrisico’s zoveel mogelijk beperkt. 81

Opgenomen geldleningen Begin 2021 is een lening van € 10 miljoen aangetrokken tegen een negatieve rente van 0,25% voor een periode van 10 jaar vast. Dit betekent een rentebaat van € 25.000,= per jaar. In juli 2024 heeft een herfinanciering moeten plaatsvinden in het kader van de af te lossen lening van € 5 miljoen alsmede een nieuwe financiering voor toekomstige investeringen van € 9 miljoen voor een periode van 7 jaar tegen een rente percentage van 3,18%. Verstrekte geldleningen Er zijn geen leningen verstrekt. Garantstellingen In 2025 staat de gemeente garant voor € 22,4 miljoen aan leningen van Bergopwaarts. Voor Wocom staat de gemeente garant voor een bedrag van € 13,5 miljoen en voor Mooiland Grave voor een bedrag van € 46.000,=.

Wat heeft het gekost? Renteresultaat In het Besluit Begroting & Verantwoording is opgenomen dat de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken naast de beleidsvoornemens en het gerealiseerde beleid ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille ook inzicht moet geven in: a. de rentelasten uit externe financiering b. het renteresultaat c. de wijze van rentetoerekening a. In 2025 zijn er zowel geldleningen met rentebaten als lasten. De rentebaten zijn in totaal € 25.000,= en rentelasten € 286.200,= in 2025. Per saldo een negatief resultaat van € 261.200,=. b. Een renteresultaat is ontstaan op de tegoeden bij de schatkist voor een bedrag van € 312.720,=. c. Rentetoerekening is niet van toepassing omdat het per saldo rentebaten betreffen.

82

7. Verbonden partijen Verbonden partijen zijn die privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijke belang én een financieel belang heeft.

Wat wilden we bereiken? In het algemeen geldt dat voor een verbonden partij wordt gekozen indien de gemeente dit beleid niet alleen of niet doeltreffend kan uitvoeren. De verbonden partijen voeren beleid en beheer op verschillende terreinen uit voor de gemeente Asten. Het beleid omtrent deze verbonden partijen, met als doel om de governance te verstevigen, is beschreven in de "Nota Verbonden partijen gemeente Asten 2015". De website Overheid.nl is de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheidsorganisaties in Nederland. Deze website is een initiatief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Op deze website worden per verbonden partij de algemene gegevens vermeld. De algemene gegevens van de gemeenschappelijke regelingen waarin de gemeente Asten deelneemt staan op deze site: https://almanak.overheid.nl/30279/Gemeente_Asten/. De gegevens omtrent deze gemeenschappelijke regelingen in deze paragraaf zijn dan ook een aanvulling op de vermelde website.

Wat hebben we hiervoor gedaan? In de tabellen op de volgende pagina's is te zien op welke manier de gemeente Asten een bestuurlijk- en financieel belang heeft in de verbonden partijen waarin zij participeert. Daarnaast zijn per verbonden partij een aantal (financiële) gegevens te vinden die verplicht dienen te worden opgenomen op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Verbonden partij (Beleidsmatig)

Bestuurlijk belang

Gemeenschappelijke regelingen Belastingsamenwerking Lid AB+DB Oost-Brabant

BLINK

Lid AB

Openbaar belang

Risico’s

Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB) is een samenwerkingsverband tussen waterschap Aa en Maas en elf Brabantse gemeenten op het gebied van gemeentelijkeen waterschapsbelastingen.

De risico’s komen conform de regelingen voor rekening van de deelnemende gemeente naar rato van hun aandeel in de bedrijfsactiviteiten (financiële bijdragen). BLINK beschikt niet over eigen vermogen om niet begrote en onvoorziene kosten te dekken. De opzet van BLINK als gemeenschappelijke regeling is dat risico’s opgevangen worden door de deelnemende gemeenten in de jaarlijkse reguliere exploitatie. Wel is er met ingang van 2022 een post onvoorzien opgenomen in de begroting van Blink. De post onvoorzien is 1,2% van de totale begrotingswaarde en dient ter afdekking van operationele risico's met van buitenkomend onheil (schadeclaims,

BLINK heeft tot doel zorg te dragen voor gemeentelijke uitvoeringstaken op het vlak van afvalinzameling en reiniging van de openbare ruimte, die bij wet aan de deelnemende gemeenten zijn opgedragen. Daarnaast exploiteert zij de gemeentelijke milieustraat.

83

plotselinge tariefsmutaties e.d.). GGD Brabant-Zuidoost

Lid AB

GR Peelgemeenten

Lid AB (2x) + Lid DB

Metropoolregio Eindhoven

Lid AB

Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

Lid AB

Gemeenten hebben binnen de Wet Publieke Gezondheid de plicht om een plan ter bevordering van de lokale gezondheidssituatie vast te leggen in een nota Lokaal gezondheidsbeleid. De gemeente is in dit proces de regisseur. De GGD ondersteunt de gemeenten bij het voorbereiden, opstellen en implementeren van dit beleid. Per gemeente is er een lokaal team. Doel van GGD Brabant Zuidoost is om een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg (PG) en de ambulancezorg (AZ). Draagt zorg voor kwaliteit en continuïteit voor de uitvoering van de door de lokale overheden opgedragen taken op het gebied van jeugd, WMO, Bijzondere Bijstand, Minimaregelingen en Schulddienstverlening. Strategisch bestuurlijke samenwerking op de thema's: ruimte en wonen, economie (inclusief voorzieningen), mobiliteit, energietransitie en vitale groene leefomgeving. Daarnaast het fungeren als archiefbewaarplaats van de overgebrachte archieven van de overheidsorganen binnen de regio Zuidoost-Brabant.

De risico's zijn benoemd in de begroting 2024 van GGD Brabant-Zuidoost in de risicoparagraaf en in de financiële risico-inventarisatie.

Samen zorgen voor balans tussen ondernemen en een veilige en gezonde leefomgeving. Voor en met gemeenten, provincie en netwerkpartners voert de ODZOB taken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, en geeft zij advies op het gebied van omgevingsrecht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=26a31e4c-0dc7-4010-a4aa-b0fe689d089f