AZC21.06.03A 10 Concept Jaarstukken van Veiligheidsregio Brabant Zuidoost.pdf
Tekst van het document
Door de inzet van medewerkers in de crisisorganisatie Corona heeft het nieuwe beleidsplan vertraging opgelopen. Verwachting is dat eind 2021 het beleidsplan wordt aangeboden aan het bestuur (als onderdeel van de nieuwe visie).
29
Jaarstukken 2020 Doelstelling jaarplan 2020
Wat wilden we bereiken en wat gingen we daarvoor doen?
Status
Toelichting
VRBZO realiseert
Gemeenten hebben behoefte aan één samenhangend integraal advies
Achter op
Over het algemeen is het traject enigszins vertraagd. Dit is acceptabel
multidisciplinaire
van VRBZO. De Omgevingswet vraagt om afgestemde adviezen van
schema
aangezien de ingang van de Omgevingswet met een jaar is uitgesteld naar
samenhang in beleid en
partijen die verbonden zijn, zoals GGD en ODZOB. Al deze adviezen
2022. Tegelijk is gestart met de implementatie van een nieuwe IT applicatie
uitvoering door integrale
mogen niet tegenstrijdig zijn met elkaar.
die het proces tussen gemeenten, VRBZO, ODZOB en de burger moet
advisering
versimpelen. Deze applicatie wordt in 2021 opgeleverd. 1.
Uitbreiden van de Handreiking Veilige Leefomgeving met a) de bruidsschat, b) de landelijke crisistypen en c) een kernwaarde i.s.m. Brabantse veiligheidsregio's en relevante ketenpartners.
2.
Relevante gemeenteambtenaren zijn bekend met de dienstverlening van VRBZO voor een fysiek veilige leefomgeving.
VRBZO vernieuwt de
In 2015 was de verwachting dat de vernieuwing van de
Gereed
De reorganisatie wordt in Q1 2021 afgerond. In het traject is een sociaal plan
brandweerorganisatie op
brandweerorganisatie (sector Incidentbestrijding) aan het einde van het
voor de organisatie vastgesteld, daarnaast is de organisatorische
basis van kwaliteit,
beleidsplan in 2019 was afgerond. Er was echter meer tijd nodig voor
herinrichting van de sector Incidentbestrijding afgerond.
capaciteit & continuïteit
dit traject.
VRBZO maakt afspraken met
Het borgen van de continuïteit van zorg tijdens crisissituaties is een
Achter op
Door de coronacrisis zijn nut en noodzaak van deze afspraken extra duidelijk
zorginstellingen over de
belangrijke opdracht voor VRBZO en zorgpartners. Hierin wordt
schema
geworden. De crisis heeft ervoor gezorgd dat in de praktijk veel plannen zijn
voorbereiding op
onderscheid gemaakt tussen acute en niet-acute zorgpartners. Met alle
ontstaan. Een voorbeeld is de oprichting van Regionaal Overleg Niet-Acute
crisissituaties
acute zorginstellingen zijn afspraken gemaakt over de zorgcontinuïteit
Zorg (RONAZ), waarin VVT-instellingen knelpunten op het gebied van zorg
bij crises via convenanten. Niet-acute zorgpartners zijn de VVT-
continuïteit bespreken. Deze overlegstructuren moeten na de crisis nog wel
instellingen (Verzorging, Verpleging en Thuiszorg). De VVT stelt
worden geformaliseerd.
plannen op die hen helpt bij het continueren van zorg tijdens een interne en externe crisis en stemt deze af met de Veiligheidsregio.
30
Jaarstukken 2020 Doelstelling jaarplan 2020
Wat wilden we bereiken en wat gingen we daarvoor doen?
Status
Toelichting
VRBZO organiseert
De uitvoering van de processen van Bevolkingszorg staat onder druk
Achter op
Corona heeft de noodzaak en nut van bevolkingszorg als collectieve taak
Bevolkingszorg vanuit
door capaciteitsuitdagingen bij het centrale bureau Bevolkingszorg en
schema
bewezen. Tegelijk is door de inzet voor de coronacrisis vertraging
collectieve taak
sommige gemeenten. Het risico ontstaat dat er onvoldoende aansluiting
opgetreden in de borging van deze collectieve taak in de organisatie.
is bij crisisbeheersingsprocessen. Door de organisatie en uitvoering van de processen te verbeteren moet Bevolkingszorg een volwaardig
Medio 2021 wordt een voorstel aangeboden aan het bestuur om de
partner blijven binnen de regio en een bijdrage leveren aan een veilige
regiefunctie en regionale taak van Bevolkingszorg te borgen in capaciteit en
samenleving.
budget.
VRBZO kan prestaties
VRBZO streeft naar transparantie en voorspelbaarheid van haar
verantwoorden en sturen op
prestaties. Die komen terug in de diverse indicatoren in de rapportages.
Gereed
Het inrichten van een datawarehouse en optimaliseren van rapportages is een continu proces. Deze ontwikkeling zal ook de komende jaren worden
prestaties
De cijfers laten de kwantitatieve resultaten op de reguliere taken zien.
voortgezet. In de afgelopen periode zijn met name managementrapportages vanuit het financiële en HR-systeem ontsloten en aan elkaar gekoppeld en vindt een verdere ontsluiting plaats van operationele prestaties.
VRBZO bespaart op
Efficiënt omgaan met publiek geld en medewerkers een inspirerende,
Achter op
De business case wordt nog verder uitgewerkt om te bespreken bij de
huisvestingskosten
moderne en efficiënte werkomgeving bieden. Dat zijn de voornaamste
schema
Adviescommissie Financiën & Bedrijfsvoering (AFB). De eerste
doelen. De brandweer ervaart problemen in de dekking en spreiding in
besluitvorming wordt in de 2e helft van 2021 verwacht.
Zuidwest-Eindhoven. Daarnaast zijn er plannen bij de gemeente Eindhoven om het gebied rondom de huidige locatie in het centrum van
Het onderhoud aan post Helmond en het ROC wordt kleinschalig uitgevoerd
Eindhoven te herontwikkelen. VRBZO stelt een business case op
met het oog op het nog vast te stellen strategisch huisvestingplan.
waarin deze strategische huisvestingsvraagstukken worden opgenomen.
31
Jaarstukken 2020 Doelstelling jaarplan 2020
Wat wilden we bereiken en wat gingen we daarvoor doen?
Status
Toelichting
VRBZO ontwikkelt
VRBZO heeft sinds de regionalisering stappen gemaakt van een
Op schema
Na vaststelling van het implementatieplan ‘Vakbekwaamheid in de regio’ is
personeelsbeleid richting
organisatie met een klassieke P&O-afdeling, naar een organisatie met
opdracht gegeven voor de uitvoering van de startfase van HRD. Dit omvat
human resource
de basiskenmerken van HRM. Daarbij is oog voor de ontwikkeling van
onder meer een strategisch personeelsplan en 2e loopbaanbeleid voor
development (HRD)
medewerkers, bijvoorbeeld door een structureel opleidings- en
beroeps brandweermedewerkers. Deze ontwikkelingen passen in de
ontwikkelbudget. Duurzame inzetbaarheid en de transitie naar een
beweging van de nieuwe visie, waarin investeren in de competenties en
lerende organisatie (andere kenmerken van HRD) zijn nog belangrijke
vaardigheden van medewerkers een belangrijke rol heeft.
uitdagingen voor VRBZO.
Allereerst willen we HRD inrichten zodat we inzicht krijgen in de bekwaamheid, ontwikkelbehoefte en -mogelijkheden van medewerkers met een aanstelling binnen VRBZO, zodat medewerkers optimaal kunnen worden ingezet om organisatiedoelstellingen te bereiken.
VRBZO ontwikkelt een nieuwe bestuurlijke
Op schema
Voor een toelichting verwijzen we naar het onderdeel Visie 2025 bij ‘actuele ontwikkelingen’ in hoofdstuk 1.
toekomstvisie (Visie 2025)
32
Jaarstukken 2020
4. Verplichte paragrafen Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat een aantal paragrafen verplicht onderdeel uitmaakt van het jaarverslag. In dit hoofdstuk zijn deze verplichte paragrafen opgenomen. Gezien de aard van onze organisatie zijn de paragrafen Lokale heffingen en Grondbeleid weggelaten.
4.1
Risicomanagement en weerstandsvermogen
VRBZO heeft in 2019 de beleidsnota Risicomanagement & Weerstandsvermogen geëvalueerd en herijkt. De beleidsnota is door het Algemeen Bestuur vastgesteld voor de periode 2020 - 2023. De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor VRBZO op gebied van risicomanagement zijn: •
Risico’s in een cyclisch proces inventariseren, beoordelen en monitoren via een continuïteitsplan;
•
De instelling van een weerstandsvermogen heeft als doel om een stabiele (trendmatige) ontwikkeling van de gemeenschappelijke bijdrage te waarborgen.
•
Streven naar een ratio weerstandsvermogen van 1 of hoger. De hoogte van de algemene reserve is vastgesteld op € 2,0 miljoen.
4.1.1
Risico inventarisatie
Het risico-overzicht in het continuïteitsplan gaat uit van een indeling die bestaat uit een matrix waarbij de assen worden gevormd door de factoren kans en impact. Met kans wordt bedoeld welke mate van waarschijnlijkheid er bestaat dat een risico zich manifesteert. Met impact wordt bedoeld de negatieve financiële invloed die een risico mogelijk heeft op de continuïteit van de dienstverlening. Door het inschatten van kans en (financiële) impact
Kans
(scoren op een schaal van 1 tot 5) vindt rangordening van risico’s plaats. 5
5
10
15
20
25
Score
Kans
Impact
4
4
8
12
16
20
1
Zeer onwaarschijnlijk / nihil
< € 0,10 mln
3
3
6
9
12
15
2
Onwaarschijnlijk
€ 0,10 mln - € 0,25 mln
2
2
4
6
8
10
3
Reëel (50/50)
€ 0,25 mln - € 0,50 mln
1
1
2
3
4
5
4
Waarschijnlijk
€ 0,50 mln - € 1,00 mln
1
2
3
4
5
5
Zeer waarschijnlijk
> € 1,00 mln
Impact
De kans of impact van onderstaande risico’s zijn van die mate dat er rekening mee moet worden gehouden dat dat ze zich voordoen. Tijdens de reguliere planning en control gesprekken worden de risico’s besproken en bijgesteld. De risico’s, en eventueel genomen beheersmaatregelen om de impact te dempen, worden gemonitord en periodiek gewogen door het managementteam. De risico’s met betrekking tot algemene bedrijfsvoering en majeure wijzigingen in model brandweerzorg hebben op onderdelen een structureel karakter. Bij de kwantificering van de impact is rekening gehouden met incidentele risicobedragen. Dit betekent dat bij het voordoen van een risico incidenteel vanuit het weerstandsvermogen een onttrekking kan worden gedaan.
33
Jaarstukken 2020 Onderwerp
Kans
Impact (€ mln)
1. Risico’s in de algemene bedrijfsvoering, voornamelijk door:
Zeer
€ 0,5 – € 1,0
-
Stijging premies voor (vrijwilligers)verzekeringen en pensioenen,
waarschijnlijk
wijzigingen in beleid FLO-regeling beroepsbrandweer; -
Kosten die voortvloeien uit bedrijfskritische specialistische functies (bijvoorbeeld kostbare opleidingen of inhuur op gebied van branden
omgevingsveiligheid,
business
intelligence,
ICT,
kosten
juridische ondersteuning etc.); -
Eigen risicodrager WW.
2. Majeure wijzigingen in het bestaande model van brandweerzorg: -
Waarschijnlijk
€ 0,5 – € 1,0
Reëel
€ 0,5 – € 1,0
Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) en Europese richtlijn rechtspositie brandweervrijwilligers.
3. Ernstige verstoring door incidenten, rampen en crises: -
Kosten voortvloeiend uit bestrijding van een groot (GRIP) incident. € 1,5 – € 3,0
Totaal
Het is niet reëel dat bovengenoemde risico’s zich gelijktijdig voordoen. Tevens is de impact van een ernstige verstoring en de grote wijzigingen in model brandweerzorg (nog) lastig te kwantificeren. Mede gelet op bovenstaande houdt VRBZO rekening met een totaal risicobedrag van € 2,0 miljoen. 4.1.2
Financiële kengetallen VRBZO
Het BBV schrijft voor dat enkele financiële kengetallen standaard zijn opgenomen in de verplichte paragraaf Risicomanagement en Weerstandsvermogen. De realisatie van deze financiële kengetallen zijn hieronder benoemd voor 2020. Financiële kengetallen conform BBV-richtlijn:
Jaarrekening 2019
Jaarrekening 2020
Norm (%)
Netto schuldquote
36%
33%
<100
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte
36%
33%
<100
Solvabiliteitsratio
15%
5%
>10
Structurele exploitatieruimte
0%
0%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
leningen
VBRZO heeft eind 2020 een solvabiliteitsratio van 5% en voldoet hiermee niet aan de norm voor de solvabiliteitsratio (eigen vermogen versus balanstotaal). Dit is een direct gevolg van gekozen beleid om de benodigde investeringen zoveel mogelijk te financieren met vreemd vermogen (binnen de grenzen van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm). VBRZO is een gemeenschappelijke regeling, waardoor de vraag relevant is of deze normen realistisch zijn. Het risico dat VRBZO op (middel-)lange termijn niet kan voldoen aan haar financiële verplichtingen is immers volledig afgedekt door de deelnemende gemeenten. 4.1.3
Weerstandsvermogen en –capaciteit
De weerstandscapaciteit wordt gevormd door de gemeenschappelijke middelen en is bedoeld om niet begrote kosten te dekken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Incidentele weerstandscapaciteit De incidentele weerstandscapaciteit is het vermogen dat ingezet kan worden om eenmalige tegenvallers op te vangen. De middelen die dat vermogen bepalen zijn: 34
Jaarstukken 2020 •
de algemene reserve en de reserves waaraan het Algemeen Bestuur een bestemming heeft gegeven die kan worden gewijzigd (bestemmingsreserves);
•
de in de begroting opgenomen ramingen voor onvoorziene uitgaven voor zover hier nog geen bestemming aan is gegeven;
•
de stille reserves, voor zover deze op korte termijn materieel te maken zijn (reserves waarvan de omvang en/of het bestaan niet uit de balans blijkt, voortkomend uit de onderwaardering van activa of overwaardering van schulden bij het volgen van normale waarderingsmethoden).
Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit heeft betrekking op het vermogen om onverwachte tegenvallers structureel in de lopende begroting op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. De middelen die dat vermogen bepalen zijn: •
bezuinigingsmogelijkheden (voor zover nog niet meegenomen in de begroting en meerjarenramingen);
•
cumulatief geraamde onvoorziene uitgaven;
•
de resterende (onbenutte) belastingcapaciteit (niet van toepassing voor VRBZO).
Op basis van de cijfers uit de jaarrekening 2020 levert dit de volgende weerstandscapaciteit op: Incidentele weerstandscapaciteit Algemene reserve
€
2.000.000
Bestemmingsreserves
€
217.807
Stille reserves
€
Totale incidentele weerstandscapaciteit (a)
€
2.217.807
Structurele weerstandscapaciteit
€
0
Cumulatief geraamde onvoorziene uitgaven
€
0
Totale structurele weerstandscapaciteit (b)
€
0
Totale weerstandscapaciteit (a + b)
€
2.217.807
VRBZO streeft naar een ratio in
weerstandsvermogen van 1,0. Bij deze ratio is de beschikbare
weerstandscapaciteit voldoende voor de benodigde risicoafdekking (€ 2,0 miljoen). Het werkelijke ratio weerstandsvermogen bedraagt 1,1 over 2020. Hiermee is voldaan aan de beleidslijn.
4.2
Financiering
In de financieringsparagraaf komen onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeleid van VRBZO. Uitgangspunten voor dit beleid zijn intern vastgelegd in de financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet en in het treasury statuut. In overleg met de 4 gemeenschappelijke regelingen in Zuidoost-Brabant is één model van financiële verordeningen, treasury statuten en ‘Nota activeren, waarderen en afschrijven’ opgesteld. Deze zijn in 2017 door het Algemeen Bestuur vastgesteld.
35
Jaarstukken 2020 4.2.1
Renterisicomanagement
Renterisicomanagement is een van de grootste aandachtsgebieden van de Wet FIDO. In deze paragraaf gaan we in op de renterisico’s en het beleid, dat is verbonden met de uitvoering van de treasury functie. Vanuit de optiek van de Wet FIDO zien we renterisico’s op de korte en op de langere termijn. Renterisico op korte termijn: de kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet is in de Wet FIDO een norm gesteld voor het maximumbedrag, waarop VRBZO haar financiële bedrijfsvoering via middelen met een looptijd van maximaal een jaar mag financieren. De kasgeldlimiet is een voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument om het renterisico op de korte schuld te beperken. Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt de omvang van de jaarbegroting per 1 januari voor het gehele begrotingsjaar aangehouden. Voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt het percentage voor de berekening van de kasgeldlimiet 8,2% dat voor onbepaalde tijd is vastgesteld. Toetsing vindt plaats door het berekende bedrag te vergelijken met de werkelijke omvang van de kasgeldlimiet. Indien de werkelijke omvang lager is dan wettelijk toegestane omvang, is er sprake van ruimte; indien de werkelijke omvang hoger is dan is er sprake van overschrijding. Kasgeldlimiet Grondslag € 77.091.013
Omvang primaire begroting 2020 Toegestane kasgeldlimiet
In percentage van de grondslag
8,2%
In bedrag
€ 6.321.463
Toetsing Omvang vlottende schuld
€ 12.346.228
Af: vlottende middelen
€ 12.165.300
Saldo netto vlottende middelen
€ 180.928
Toegestane kasgeldlimiet
€ 6.321.463
Saldo netto vlottende middelen
€ 180.928
Ruimte
€ 6.140.535
Renterisico op langere termijn: de renterisiconorm VRBZO loopt renterisico op het moment dat nieuwe leningen moeten worden aangetrokken (herfinanciering) of als een renteherziening van toepassing is. Om het renterisico te beheersen is in de Wet FIDO de renterisiconorm geformuleerd. Het doel van deze norm is om overmatige afhankelijkheid van het renteniveau in één bepaald jaar te voorkomen, één en ander ter bescherming van de financiële positie. Met deze norm bevordert de Wet FIDO een solide financieringswijze bij openbare lichamen. Conform voorschrift van de geactualiseerde Wet FIDO wordt het renterisico in onderstaande tabel voor de komende 4 jaar bepaald, terwijl de renterisiconorm alleen betrekking heeft op het totaal van de rekening van het komende jaar. De norm schrijft voor dat maximaal 20% van het begrotingstotaal in een bepaald jaar gebruikt mag worden voor aflossing of herfinanciering van een lening. VRBZO voldoet hieraan voor elk van de vier jaarschijven.
36
Jaarstukken 2020 Renterisiconorm Grondslag
2020
2021
2022
2023
Omvang begroting
€ 77.091.013
€ 78.118.666
€ 78.039.557
€ 77.879.600
20% norm
€ 15.418.203
€ 15.623.733
€ 15.607.911
€ 15.575.920
Aflossing
€ 4.410.199
€ 4.410.199
€ 3.550.199
€ 3.015.199
Herfinanciering of renteverandering
€0
€0
€0
€0
Totaal
€ 4.410.199
€ 4.410.199
€ 4.410.199
€ 3.350.199
Ruimte
€ 11.008.004
€ 11.213.534
€ 12.057.712
€ 12.560.721
Toetsing
Rentevisie VRBZO baseert haar rentevisie op die van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG).
4.3
Onderhoud kapitaalgoederen
4.3.1
Gebouwbeheer
De gebouwen die in beheer zijn van VRBZO kunnen we onderverdelen in diverse categorieën, te weten: •
huur van de gemeenten (31 gebouwen);
•
huur van derden (2 gebouwen);
•
in eigendom van VRBZO (1 gebouw);
•
tijdelijk in eigendom van VRBZO (2 gebouwen);
•
tijdelijk in eigendom van VRBZO door een Vereniging van Eigenaren (2 gebouwen).
De overname van de kazernes jonger dan 10 jaar was noodzakelijk om te voorkomen dat (een deel van) de BTWcompensatie die de gemeenten teruggevorderd hebben bij de belastingdienst ten tijde van de bouw, moest worden terugbetaald. Met de betreffende gemeenten is afgesproken dat, zodra de BTW-herzieningsperiode is verlopen, deze gebouwen worden terug geleverd tegen de dan geldende boekwaarden. Omdat de gemeenten op termijn weer eigenaar worden is het groot onderhoud van deze kazernes bij de gemeenten belegd. 4.3.2
Investeringsbeleid
VRBZO hanteert een meerjareninvesteringsbegroting. Uitgangspunt daarin is dat investeringen worden vervangen op het moment dat zij economisch volledig zijn afgeschreven. De vervangingswaarde wordt bepaald op basis van een jaarlijkse indexering. Alleen als op basis van recent aangeschafte vergelijkbare producten de aanschafprijs fors afwijkt dan wordt de meeste courante marktprijs gehanteerd. Begrotingstechnisch worden investeringen in het jaar geraamd aansluitend aan het moment dat het oude activum is afgeschreven. Zodra de vervanging dichterbij komt, wordt de begroting aangepast aan de inhoudelijke planning. Werkelijke aanschaf van investeringsgoederen worden geactiveerd op 1 januari na het moment van ingebruikname.
37
Jaarstukken 2020 4.4
Verbonden partijen
Een organisatie wordt gezien als een ‘verbonden partij’ als VRBZO belanghebbende is bij de organisatie, zowel vanuit bestuurlijk als financieel oogpunt. VRBZO is een samenwerkingsverband op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan 21 gemeenten deelnemen. De deelnemende gemeenten zorgen dat VRBZO over voldoende (financiële) middelen beschikt om aan haar verplichtingen te kunnen voldoen, waarmee de exploitatie en het afdekken van financiële risico’s gewaarborgd is. Hierdoor is VRBZO een verbonden partij voor de 21 gemeenten. VRBZO had op 31 december 2020 zelf geen verbonden partijen.
4.5
Bedrijfsvoering
Bedrijfsvoering is geen programma of programmaproduct binnen de financiële verslaglegging en begroting 2020. De sector Bedrijfsvoering heeft wel doelstellingen gedefinieerd. De belangrijkste speerpunten voor bedrijfsvoering in 2020 waren: •
Doorontwikkelen van eHRM en vakbekwaamheidsmanagement systeem;
•
Ondersteunen en adviseren bij het traject voor de Visie 2025.
•
Beleidskader vaststellen voor de rechtmatigheidsverantwoording en treffen van de voorbereidingen van de invoering.
•
Faciliteren van coronaveilig werken op locaties en faciliteren van thuiswerken.
De laatste doelstelling is toegevoegd na de uitbraak van de coronacrisis. Voor medewerkers die thuiswerken zijn diverse (2e hands) middelen beschikbaar gesteld om op een Arbo-technisch verantwoorde manier thuis te werken. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld beeldschermen, toetsenborden en bureaustoelen. Deze middelen zijn tijdelijk beschikbaar gesteld in afwachting van het resultaat van Cao-onderhandelingen en een eventuele thuiswerkvergoeding. Tot slot zijn enkele geplande ICT-ontwikkelingen versneld (bijvoorbeeld uitrol MS Office365) waardoor digitaal (samen)werken en vergaderen zo optimaal mogelijk kan worden uitgevoerd.
4.6
Covid-19
De uitbraak van COVID-19 (Coronavirus) eind februari 2020 heeft een enorme impact op Nederland en zeker ook op VRBZO. Dit raakt veel beleidsterreinen van de organisatie. De veiligheidsregio staat in de frontlinie bij de bestrijding van de effecten van de crisis. De voorzitter van de veiligheidsregio heeft op aanwijzing van het Rijk verregaande maatregelen afgekondigd in de vorm van een noodverordening. Veel bedrijven worden hierdoor geraakt in hun bedrijfsvoering waardoor omzetderving ontstaat. Het is mogelijk dat hier aansprakelijkheidsclaims zijn te verwachten. De toewijzing van eventuele claims daargelaten, brengt dit incidenteel juridische kosten met zich mee. In de risicoparagraaf is dit verdisconteerd in de kosten voor de algemene bedrijfsvoering. Verder is duidelijk dat de voornaamste financiers van VRBZO, de gemeenten, (financieel) geraakt worden door de crisis. Het Rijk vangt veel kosten op, maar zal niet op alle vlakken de kosten vergoeden. Vooralsnog zijn er (nog) geen concrete signalen dat de begroting(en) voor 2021 of 2022 onder druk komen te staan. Door VRBZO zijn kosten gemaakt in de bestrijding van de Coronacrisis. In totaal is voor € 598.000 incidenteel aan kosten gemaakt in de bestrijding van de Coronacrisis. Circa €532.000 van de kosten worden vergoed door het Rijk.
Voor VRBZO resteert circa €66.000 aan kosten die andere bedrijven en organisaties ook hebben moeten maken als gevolg van de Coronacrisis, bijvoorbeeld voor thuiswerkfaciliteiten of veiligheidsvoorzieningen in gebouwen.
38
Jaarstukken 2020
Jaarrekening In de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over het in 2020 gevoerde financiële beleid en beheer van Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO). Daarbij is rekening gehouden met de in de loop van 2020 vastgestelde wijzigingen van de begroting 2020. De structuur van de jaarrekening sluit aan bij de vastgestelde programmabegroting. De jaarrekening 2020 bestaat uit: •
grondslagen voor waardering en resultaatbepaling;
•
de balans voorzien van een toelichting;
•
overzicht van baten en lasten met toelichting;
•
WNT verantwoording;
•
SiSa verantwoording.
•
overige financiering en algemene dekkingsmiddelen
•
ondersteuning organisatie. VRBZO rekent in hoofdlijnen de activiteiten van de sector bedrijfsvoering en de leidinggevenden van het primaire proces tot ondersteuning organisatie. Huisvesting heeft in de organisatie vooral een functie voor de brandweerzorg en wordt daarom niet tot de ondersteuning van de organisatie gerekend. De medewerkers die onder de ondersteuning van de organisatie vallen hebben vaak ook een uitvoerende of leidinggevende functie bij grote incidenten of rampen.
De jaarrekening kent conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) een programmagerichte benadering die voor 2020 voor VRBZO is opgebouwd uit 5 programma’s met daarin 13 programmaproducten: •
•
•
•
•
2
Programma 1 Brandweerzorg -
Risicobeheersing
-
Incidentbestrijding
Programma 2 Veiligheid -
GHOR
-
Crisisbeheersing
-
Bevolkingszorg
-
Gemeenschappelijke Meldkamer (exclusief Meldkamer Ambulancezorg)
Programma 3 Zorg -
Ambulancezorg
-
Meldkamer Ambulancezorg (MKA)
Programma 4 Financiering -
Bijdragen Gemeenten
-
Bijdragen Rijk
-
Overige financiering en algemene dekkingsmiddelen
-
Ondersteuning organisatie2
Programma 5 Reserves -
Mutaties Algemene Reserve
-
Mutaties Bestemmingsreserves
VRBZO rekent in hoofdlijnen de activiteiten van de sector bedrijfsvoering en de leidinggevenden van het primaire proces tot de
ondersteuning van de organisatie. Huisvesting heeft in de organisatie vooral een taak voor de brandweerzorg en wordt daarom niet tot de ondersteuning van de organisatie gerekend. De medewerkers die onder de ondersteuning van de organisatie vallen hebben vaak ook een uitvoerende of leidinggevende functie bij grote incidenten of rampen.
39
Jaarstukken 2020
1. Begroting 2020 1.1
Primitieve begroting 2020
De begroting VRBZO 2020 is opgesteld in lijn met de uitgangspunten zoals vastgesteld in het Algemeen Bestuur d.d. 13 december 2018. De begroting is vastgesteld in het Algemeen Bestuur d.d. 3 juli 2019. De belangrijkste uitgangspunten betreffen: •
De toegepaste wijze van indexeren van de gemeentelijke bijdrage is conform de afspraken die gemaakt zijn tussen de gemeenten en de 4 gemeenschappelijke regelingen en bedraagt 2,73%.
•
De reguliere indexering voor loonkosten is aangevuld voor de autonome stijging van pensioenkosten. Van de structureel geraamde hogere pensioenkosten compenseren de gemeenten structureel €250.000 via een verhoging van de gemeentelijke bijdrage.
Met het hanteren van bovenstaande uitgangspunten was nog geen oplossing voor structurele dekking van arbeidshygiëne ad €585.000 gevonden. Deze oplossing volgde via een begrotingswijziging in 2020.
1.2
Begrotingswijzigingen 2020
In 2020 zijn 3 begrotingswijzigingen door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Hieronder worden per wijziging de redenen benoemd: 1.2.1
1e begrotingswijziging
In de wijziging zijn de volgende onderwerpen behandeld: 1.
Het actualiseren van de begroting 2020 voor begrotingswijzigingen uit 2019 die zijn goedgekeurd nadat de primaire begroting 2020 was opgesteld. Deze wijzigingen zijn in 2019 goedgekeurd en betreffen: de aanpassing
van
de
huisvesting
van
de
RAV,
het
in
eigen
beheer nemen
van
C2000
communicatiemiddelen, de inrichting van de functie Calamiteiten coördinator, het centraliseren van de piketkosten Crisisbeheersing en een verlaging van de BDuR vanwege een indexatieverschil. 2.
Een aanpassing van de investeringsbegroting ICT. Op hoofdlijnen zijn investeringskredieten en kapitaallasten omgezet in exploitatielasten voor licenties. VRBZO beheert software steeds minder zelf op eigen systemen, maar stapt steeds meer over naar de cloud. Software wordt dan bij de leverancier beheerd en VRBZO betaalt daarvoor een jaarlijkse licentievergoeding. Op dit moment beheert VRBZO de meeste software nog zelf op eigen servers. De software wordt daarbij eenmalig aangeschaft en de kosten van de licenties worden geactiveerd en afgeschreven. Voor de exploitatie is de wijziging neutraal, wel vervalt een bedrag van € 717.000 aan geplande investeringen ICT.
3.
De actualisering van de investeringsbegroting 2020. Als gevolg hiervan zijn de volgende aanpassingen uitgevoerd: •
Circa €4,5 miljoen aan investeringen doorgeschoven naar 2021;
•
Circa €135.000 aan investeringen doorgeschoven naar 2022;
•
De investering in arbeidshygiëne valt circa €800.000 lager uit dan eerder begroot;
•
Op overige investeringen is een voordeel gerealiseerd van circa €105.000.
40
Jaarstukken 2020 1.2.2
2e begrotingswijziging
In de wijziging zijn de volgende onderwerpen behandeld: 1.
De structurele dekking van de meerkosten van arbeidshygiëne. VRBZO onttrok de afgelopen jaren jaarlijks een bedrag uit een bestemmingsreserve voor de afdekking van de meerkosten van arbeidshygiëne. Op basis van een advies van de Adviescommissie Financiën en Bedrijfsvoering is deze onttrekking komen te vervallen en dekt VRBZO deze kosten structureel binnen de begroting af door: •
Een voordeel van €210.000 op de overdracht van de Gemeenschappelijke Meldkamer aan de Landelijke Meldkamer Organisatie.
•
De meerkosten van arbeidshygiëne komen €145.000 lager uit dan oorspronkelijk verwacht.
•
Voordelen van €230.000 uit eerdere jaren die tijdelijk waren ingezet voor de afdekking van loonkosten, maar die bedoeld waren voor de structurele dekking van de meerkosten van arbeidshygiëne. De loonkosten zijn inmiddels afgedekt door de gemeentelijke bijdragen en bezuinigingen.
2.
De overdracht van de Meldkamer Ambulancezorg aan de GGDBZO. Het budget van de Meldkamer Ambulancezorg van €1,9 miljoen is samengevoegd met het budget voor de Regionale Ambulancezorg.
3.
Functioneel
leeftijdsontslag
(FLO)
geeft
medewerkers
die
voor 2006
in
dienst
waren
bij
rechtsvoorgangers van onze organisatie het recht op een vorm van vroegpensioen, het functioneel leeftijdsontslag (FLO). De kosten van de regeling dekt onze organisatie uit de reguliere begroting. Deze regeling is de afgelopen jaren al meermaals aangepast. De laatste wijziging van de regeling zorgt echter voor een grote aanpassing. Hoewel de totale kosten van de regeling voor de gehele looptijd gelijk blijven, nemen ze de eerste jaren juist sterk toe. In de begrotingswijziging is voor het betreffende onderdeel van de totale kosten de verandering weergegeven. In de periode tot 2028 ontstaat een cumulatief tekort van ongeveer €5 miljoen. Op basis van een advies van de Adviescommissie Financiën en Bedrijfsvoering is de reserve arbeidshygiëne van €3,5 miljoen omgevormd in een reserve FLO en aangevuld met het jaarrekeningresultaat van 2019 van €647.000. De reserve FLO van €4,2 miljoen volstaat voor tenminste 4 jaar. De resterende periode kan overbrugd worden met een tussentijdse toevoeging aan de reserve óf door in de laatste jaren via de Kadernota incidentele middelen vrij te maken. 1.2.3
3e begrotingswijziging
In de wijziging zijn de volgende onderwerpen behandeld: 1.
De Provincie heeft de 2e begrotingswijziging voor de vorming van een reserve FLO niet geaccepteerd. De Provincie adviseert de vorming van een voorziening in plaats van een reserve vanwege de structurele aard van de FLO kosten. De voorziening dient daarnaast op het moment van vorming dekkend te zijn voor de totale kosten van de FLO regeling (ook na 4 jaar). Die dekking komt uit de reserve FLO van €4,2 miljoen aangevuld met het saldo van de GMK reserve van €0,5 miljoen en een extra toevoeging ten laste van de exploitatie van €0,6 miljoen. De voorziening FLO bedraagt dan €5,3 miljoen. Op basis van de overdracht van de Gemeenschappelijke Meldkamer aan de Landelijke Meldkamer Organisatie en de Meldkamer Ambulancezorg aan de GGDBZO is de GMK reserve niet meer nodig en beschikbaar voor alternatieve aanwending zoals de reserve FLO.
2.
De vervanging van 2 hoogwerkers door aankoop van 1 tweedehands voertuig en de inzet van 1 huurvoertuig. De vervanging is noodzakelijk doordat 1 hoogwerker verloren is gegaan bij een inzet in Hapert en een 2e hoogwerker aanhoudende technische storingen heeft. De vervanging resulteert in een investering van €315.000 en een incidentele exploitatielast van €212.000.
3.
De aanschaf van extra bluskleding voor €78.000 doordat operationele medewerkers structureel vanuit meerdere posten ingezet gaan worden om de paraatheid te vergroten.
41
Jaarstukken 2020 Voor 2020 resulteert dit in onderstaande begroting voor en na wijziging. In de jaarrekening wordt in analyses en toelichtingen in alle gevallen uitgegaan van de begroting na wijziging. Begroting Programma's
primitief
2020 lasten wijzigingen
definitief
primitief
2020 baten wijzigingen
definitief
Programma Brandweergzorg Product Risicobeheersing Product Incidentbestrijding Totaal Programma Brandweerzorg
€ 5.760.421 € 33.489.153 € 39.249.574
Programma Veiligheid Product Crisisbeheersing Product Bevolkingszorg Product GHOR Product GMK (exc.MKA) Totaal Programma Veiligheid
€ 860.226 € 330.660 € 449.013 -€ 2.000 € 991.069 -€ 6.000 € 1.016.286 -€ 1.016.286 € 3.316.594 -€ 693.626
Programma Zorg Product Ambulancezorg Product MKA Totaal Programma Zorg
€ 22.931.569 € 661.070 € 23.592.639 € 1.810.844 -€ 1.733.257 € 77.587 € 24.742.413 -€ 1.072.187 € 23.670.226
€ 22.931.569 € 738.657 € 23.670.226 € 1.888.431 -€ 1.888.431 €0 € 24.820.000 -€ 1.149.774 € 23.670.226
Programma Financiering Bijdrage Gemeenten Bijdrage Rijk Overig Fin & Alg Dekking Ondersteuning organisatie Totaal Programma Financiering
€0 €0 € 307.669 € 9.474.763 € 9.782.432
€0 €0 €0 -€ 253.518 -€ 253.518
€0 €0 € 307.669 € 9.221.245 € 9.528.914
€ 42.629.163 € 7.120.260 € 323.887 €0 € 50.073.310
€0 €0
€0 €0
€0 €0
€ 584.697 € 584.697
Programma Reserves Mutaties Bestemmingsreserves Totaal Programma Reserves Totaal Programma's
€ 127.500 € 5.887.921 -€ 279.834 € 33.209.319 -€ 152.334 € 39.097.240
€ 1.190.886 € 447.013 € 985.069 €0 € 2.622.968
€ 77.091.013 -€ 2.171.665 € 74.919.348
€ 577.200 € 976.106 € 1.553.306
€ 196.500 -€ 44.737 € 151.763
€ 773.700 € 931.369 € 1.705.069
€ 14.500 €0 €0 € 45.200 € 59.700
€0 €0 €0 -€ 45.200 -€ 45.200
€ 14.500 €0 €0 €0 € 14.500
€ 0 € 42.629.163 -€ 543.757 € 6.576.503 €0 € 323.887 €0 €0 -€ 543.757 € 49.529.553
-€ 584.697 -€ 584.697
€0 €0
€ 77.091.013 -€ 2.171.665 € 74.919.348
42
Jaarstukken 2020
2. Resultaat jaarrekening 2020 De jaarrekening 2020 sluit af met een positief exploitatieresultaat van € 265.198. Dit is 0,4% van de totale begroting van € 74,9 miljoen. In onderstaande tabel is weergegeven op welke onderdelen van de programma’s van VRBZO dit resultaat behaald is. Saldo lasten en baten Incidentbestrijding
Risicobeheersing Crisisbeheersing Bevolkingszorg GHOR GMK (exc.MKA) Ambulancezorg MKA Bijdrage Gemeenten Bijdrage Rijk Financiering & Alg Dekkingsmiddelen Ondersteuning organisatie Saldo lasten en baten
2.1
Begroting 2020
Realisatie 2020
€ 32.277.950 € 5.114.221 € 1.176.386 € 447.013 € 985.069 €0 -€ 77.587 € 77.587 -€ 42.629.163 -€ 6.576.503 -€ 16.218 € 9.221.245 €0
€ 31.997.627 € 5.030.261 € 1.274.317 € 491.019 € 1.042.539 € 45.152 €0 € 37.000 -€ 42.629.164 -€ 6.465.264 -€ 551.774 € 9.463.090 -€ 265.198
Afwijking € 280.323 € 83.960 -€ 97.931 -€ 44.006 -€ 57.470 -€ 45.152 -€ 77.587 € 40.587 €1 -€ 111.239 € 535.556 -€ 241.845 € 265.198
Analyse van het resultaat 2020
In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is een uitgebreide analyse per programma onderdeel opgenomen op de afwijkingen tussen de begroting en de realisatie gesplitst naar loonkosten, kapitaallasten, overige lasten, overhead en overige verrekeningen (intern) en de baten. Dit zijn de belangrijkste redenen voor het positieve resultaat:
Loonkosten € 823.000
Kapitaalslasten € 524.000 Resultaat € 265.000
Overig € -33.000
Corona € -66.000
Peelbrand € -332.000
Zware voertuigen € -241.000 HRM € -410.000
43
Jaarstukken 2020 Peelbrand Tijdens de brand in de Deurnese Peel is de brandweer met ruim 40 personen volcontinu voor anderhalve week aan het werk geweest bij de grootste natuurbrand ooit in Nederland. Ook in de weken daarna laaide de brand op en zijn nog diverse eenheden bezig geweest met bluswerkzaamheden. Dit resulteert in ongeveer €270.000 aan inzetkosten voor vergoedingen aan vrijwilligers en overuren van functionarissen. Ook waren er ruim € 62.000 kosten voor verbruikt materiaal, materiele schades en diverse facilitaire voorzieningen (catering e.d.). Corona Door VRBZO zijn kosten gemaakt in de bestrijding van de Coronacrisis. In totaal is voor € 598.000 incidenteel aan kosten gemaakt in de bestrijding van de Coronacrisis. Hierin zitten o.a. kosten voor aanschaf en distributie van persoonlijke beschermingsmiddelen (bv. mondkapjes), kosten voorbereiding cohortverpleging in zorghotels en kosten voor de opvang van arbeidsmigranten die geen quarantainemogelijkheid hadden in een hotel in Geldrop. Daarnaast is extra expertise ingehuurd op bijvoorbeeld juridisch gebied, operationele leiding en hebben diverse functionarissen in de crisisorganisatie overuren gemaakt. Circa €532.000 van de kosten worden vergoed door het Rijk.
Voor VRBZO resteert circa €66.000 aan kosten die andere bedrijven en organisaties ook hebben moeten maken als gevolg van de Coronacrisis, bijvoorbeeld voor thuiswerkfaciliteiten of veiligheidsvoorzieningen in gebouwen. Loonkosten Het voordeel op loonkosten van €823.000 is volledig incidenteel en opgebouwd uit een aantal componenten: •
Onvervulde vacatureruimte bij de sector Incidentbestrijding veroorzaakt door personeelsverloop. In 2020 zijn enkele leidinggevenden in deze sector vertrokken en zijn diverse personen met pensioen gegaan. Gelet op de reorganisatie in de sector is deze formatieruimte tijdelijk niet ingevuld. Dit leverde een incidenteel voordeel op. In 2020 is dit intern opgevangen, maar in het verlengde van de reorganisatie bij de sector Incidentbestrijding worden de functies in de loop van 2021 opnieuw ingevuld. Zo is bijvoorbeeld de vacature voor sectorhoofd Incidentbestrijding in november 2020 opengesteld en per 1 februari 2021 ingevuld.
•
De activiteiten op het gebied van opleiden, trainen en oefenen lagen in de eerste helft van 2020 nagenoeg stil door de inzet bij de Peelbrand en de Coronacrisis. Hierdoor zijn minder trainings- en oefenvergoedingen aan vrijwilligers uitbetaald. Dit resulteert in een incidenteel voordeel. In de tweede helft van 2020 is het trainings- en oefenprogramma in aangepaste vorm doorgegaan voor de organisatieonderdelen die niet direct ingezet zijn voor de crisisorganisatie.
•
Uitkeringen en andere bijdragen van derden voor medewerkers dit tijdelijk niet inzetbaar waren voor VRBZO. Indien mogelijk is de afwezigheid intern opgevangen of zijn werkzaamheden tijdelijk uitgesteld. In een aantal gevallen is gebruik gemaakt van externe ondersteuning om de afwezigheid op te vangen (bijvoorbeeld HRM).
Kapitaalslasten In de begroting is rekening gehouden met een omvangrijke investeringskalender waarvoor kapitaalslasten zijn begroot. Op verzoek van de Adviescommissie Financiën en Bedrijfsvoering heeft VRBZO de planning van de investeringsbegroting kritisch beoordeeld. Er is daarbij gekeken naar (restant) kredieten die kunnen vervallen en kredieten waarvan de verwachting is dat ze niet in 2020 besteed worden. In de 1e begrotingswijziging voor 2020 is dit bestuurlijk vastgesteld. Gelet op de genoemde begrotingswijziging is een incidenteel voordeel van €524.000 gerealiseerd.
44
Jaarstukken 2020 Zware voertuigen Bij een industriebrand in Hapert is een hoogwerker verloren gegaan. Hiervoor hebben we een andere hoogwerker moeten huren om de dekking te kunnen borgen. Daarnaast waren er diverse storingen aan andere hoogwerkers en viel regulier onderhoud hoger uit dan begroot. Hierdoor ontstaat een incidenteel nadeel van €241.000. De afgelopen jaren zijn er steeds vaker technische problemen met de hoogwerkers wat hoge onderhoudskosten met zich meebrengt. Vooralsnog worden de lasten nog als incidenteel beschouwd. Mede door een recente aanbesteding voor nieuwe hoogwerkers die succesvol is afgerond. HRM Dit betreft incidentele kosten gerelateerd aan ondersteuning op het gebied van personeelsmanagement. Het zijn voornamelijk kosten voor begeleiding van de reorganisatie bij Incidentbestrijding, het eigen risico voor WW bij het UWV en een inhaalslag op het gebied van Arbo. Hierdoor ontstaat een incidenteel nadeel van €410.000. Overig Diverse nadelen en voordelen die incidenteel van aard zijn (o.a. ICT projecten, inkoopadvies, boekwinsten op desinvesteringen, indexatieverschil BDuR).
45
Jaarstukken 2020
3. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgemaakt op basis van de voorschriften uit het BBV.
3.1
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. 3.1.1
Bezittingen
Vaste activa De investeringen met economisch nut zijn gewaardeerd tegen de verkrijging- of vervaardigingprijs en bijkomende kosten. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Afschrijving vindt plaats vanaf 1 januari na het moment van ingebruikname volgens de lineaire methode, waarbij geen rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. De afschrijvingspercentages zijn gebaseerd op de verwachte levensduur. Afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Op grond wordt niet afgeschreven. Er wordt niet langer afgeschreven dan de vooraf vastgestelde termijn en niet verder dan dat de boekwaarde nihil is. De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren: Gronden en terreinen
Geen
Gebouwen: Nieuwbouw, semi permanent / hout, renovatie
15jr., 20 jr., 40 jr.
Componenten van gebouwen: o.a. Cv-installatie, liften, noodstroomaggregaat
10 jr., 20 jr.
ICT: o.a. telefooncentrale, glasvezelverbinding, servers, computers
3 jr., 4 jr., 5 jr., 8 jr., 10 jr.
Brandveiligheidsvoorzieningen: o.a. C2000-apparatuur, bepakking, kleding, brandput, ademlucht
3 jr., 5 jr., 7 jr., 10 jr., 15 jr., 50 jr.
Voertuigen: div. soorten auto’s en brandweervoertuigen, containers
7 jr., 8 jr., 10 jr., 15 jr.
46
Jaarstukken 2020 Machines en werktuigen: machines en werktuigen inclusief inrichting
15 jr., 20 jr.
Overige materiële vaste activa: audio-, video- en communicatieapparatuur
5 jr., 10 jr.
Indien een investering buiten gebruik wordt gesteld dient een extra afschrijving plaats te vinden indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde. De opbrengstwaarde van een investering die buiten gebruik is gesteld wordt niet in mindering gebracht op een nieuwe investering, maar wordt als bijzondere bate verantwoord. Indien de waarde van een investering duurzaam vermindert in enig jaar wordt deze waardevermindering onafhankelijk van het resultaat in aanmerking genomen. Waardeverminderingen worden op de investering in mindering gebracht. Ook indien een vast actief buiten gebruik gesteld wordt, heeft op het moment van buitengebruikstelling een afwaardering van de boekwaarde plaatsgevonden naar de lagere restwaarde. De lasten samenhangend met de uitvoering van klein en groot onderhoud zijn niet levensduur verlengend en zijn daarom niet geactiveerd, maar direct ten laste van de exploitatie of de gevormde voorziening gebracht. Er is geen sprake van gronden in erfpacht. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor oninbaarheid wordt, indien noodzakelijk, een voorziening dubieuze debiteuren getroffen. Liquide middelen Liquide middelen worden tegen nominale waarde verantwoord. 3.1.2
Schulden
Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. Voorzieningen De definitie van een voorziening is een schatting van voorzienbare lasten waarvan het ontstaan in het verleden ligt. De exacte omvang hiervan is onzeker evenals het tijdstip van optreden. Voorzieningen worden opgenomen tegen de nominale waarde. De onderhoudsvoorziening gebouwen stoelt op een meerjarig onderhoudsplan voor het uit te voeren groot onderhoud. De voorziening FLO wordt bepaald conform de volgende uitgangspunten: •
De rechten van personeelsleden inzake FLO-overgangsrecht zijn gebaseerd op de huidige bepalingen uit hoofdstuk 9a tot en met 9f van de CAR;
•
De FLO-rechten zijn gewaardeerd op basis van het bij het opmaken van de jaarrekening bekende caoloon. Er is geen rekening gehouden met mogelijke toekomstige stijgingen;
•
Bij het opnemen van de verplichting wordt rekening gehouden met de jaarlijkse FLO-bijdrage van gemeenten;
47
Jaarstukken 2020 •
Bij het opnemen van de verplichtingen wordt geen rekening gehouden met de kans op vervallen van rechten door natuurlijk verloop.
Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
48
Jaarstukken 2020
4. Balans per 31 december 2020 Hieronder is de balans per 31 december 2020 opgenomen. Activa Vaste Activa Investeringen met economisch nut Bedrijfsgebouwen Gronden en terreinen Machines, apparaten, installaties Vervoermiddelen Overig Totaal Investeringen
Totaal Vaste Activa
Passiva 31-dec-20
31-dec-19
€ 6.869.176 € 8.601.475 € 801.079 € 921.079 € 1.016.596 € 1.382.655 € 18.398.634 € 16.728.949 € 6.283.467 € 6.553.276 € 33.368.951 € 34.187.434
€ 33.368.951 € 34.187.434
Vlottende Activa Uitzettingen Rekening courant Rijk Vorderingen openbare lichamen Overige vorderingen Totaal Uitzettingen < 1 jaar Liquide Middelen Kas en bank Totaal Liquide Middelen Overlopende Activa Overige overlopende activa Totaal Overlopende Activa
Vaste Passiva
31-dec-20
31-dec-19
Eigen Vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve Gerealiseerd resultaat Totaal Eigen Vermogen
€ 2.000.000 -€ 4.451.319 € 265.198 -€ 2.186.122
€ 2.000.000 € 4.240.062 € 646.870 € 6.886.932
Voorzieningen Voorzieningen Totaal Voorzieningen
€ 4.941.923 € 4.941.923
€ 647.238 € 647.238
Vaste Schulden Onderhandse bankleningen Totaal Vaste Schulden
€ 25.763.096 € 30.173.295 € 25.763.096 € 30.173.295
Totaal Vaste Passiva
€ 28.518.898 € 37.707.465
Vlottende Passiva
€ 8.987.217 € 10.717.311 € 296.849 € 564.639 € 97.088 € 79.445 € 9.381.154 € 11.361.395
€ 1.270 € 1.270
€ 2.140 € 2.140
€ 2.782.876 € 2.782.876
€ 1.056.211 € 1.056.211
Vlottende Schuld Overige vlottende schulden Totaal Vlottende Schuld < 1 jaar
€ 4.097.750 € 4.097.750
€ 4.548.284 € 4.548.284
Overlopende Passiva Overige overlopende passiva Totaal Overlopende Passiva
€ 8.248.478 € 8.248.478
€ 4.351.431 € 4.351.431
€ 8.899.715
Totaal Vlottende Activa
€ 12.165.300 € 12.419.747
Totaal Vlottende Passiva
€ 12.346.228
Totaal Activa
€ 45.534.252 € 46.607.180
Totaal Passiva
€ 40.865.126 € 46.607.180
49
Jaarstukken 2020
4.1
Toelichting op de balans
4.1.1
Investeringen met economisch nut
Verloopoverzicht Investeringen met economisch nut Gronden en terreinen Investeringen met economisch nut Boekwaarde 1 januari 2020 Gekapitaliseerd Desinvestering Afschrijvingen Boekwaarde 31 december 2020
€ 921.079 €0 -€ 120.000 €0 € 801.079
Onderhanden Investeringen met economisch nut Boekwaarde 1 januari 2020 Mutaties lopende kredieten Overboeken afgeronde kredieten Boekwaarde 31 december 2020 Totaal Investeringen met economisch nut
€0 €0 €0 €0 € 801.079
Machines, apparaten en installaties
Overig
Totaal
€ 1.377.086 € 107.335 €0 -€ 467.824 € 1.016.596
€ 6.343.704 € 745.498 €0 -€ 1.153.023 € 5.936.178
€ 33.505.600 € 5.009.010 -€ 1.706.655 -€ 3.786.293 € 33.021.663
€ 460.276 € 3.695.902 -€ 4.156.178 €0
€ 5.569 € 101.766 -€ 107.335 €0
€ 209.572 € 883.215 -€ 745.498 € 347.289
€ 681.833 € 4.674.467 -€ 5.009.010 € 347.290
€ 6.869.176 € 18.398.634
€ 1.016.596
€ 6.283.467
€ 33.368.952
Aanschaf w aarde
Cum . afschrijvingen
Boekw aarde bij verkoop
Bedrijfs gebouwen
Vervoer middelen
€ 8.595.059 € 16.268.673 €0 € 4.156.178 -€ 1.384.824 -€ 201.831 -€ 341.059 -€ 1.824.386 € 6.869.176 € 18.398.634
€ 6.416 -€ 6.416 €0 €0
Onderstaand worden de mutaties per categorie nader uiteengezet:
Gronden en terreinen De desinvesteringen voor gronden en terreinen betreffen: Ondergrond kazerne Heeze Totaal desinvesteringen bedrijfsgebouwen
€ 120.000 € 120.000
De desinvesteringen in gronden en terreinen hebben per saldo niet geresulteerd in een boekwinst of boekverlies.
Bedrijfsgebouwen De desinvesteringen voor bedrijfsgebouwen betreffen: Gebouw kazerne Lieshout Gebouw kazerne Heeze Totaal desinvesteringen bedrijfsgebouwen
Aanschaf w aarde
Cum . afschrijvingen
Boekw aarde bij verkoop
€ 889.631 € 495.193 € 1.384.824
De desinvesteringen in bedrijfsgebouwen hebben per saldo niet geresulteerd in een boekwinst of boekverlies. De totale verzekerde waarde per 1 januari 2020 bedraagt voor opstal van de bedrijfsgebouwen € 9.130.630 en voor de inventaris € 13.152.124. De totale WOZ-waarde voor de bedrijfsgebouwen bedraag € 5.534.000. Per 1 januari 2020 heeft een afboeking plaatsgevonden in verband met het niet realiseren van een project.
50
Jaarstukken 2020 Vervoermiddelen Aanschaf w aarde
De investeringen voor vervoermiddelen betreffen: 4 Tankautospuiten Stedelijk Gebied 6 Water Transport Systemen 400 1 Multidisciplinaire Commando Unit 1 Hoogwerker 4 Dienstauto's 1 Ombouw logistiek voertuig 1 Heftruck 1 Ombouw ademluchtbus Totaal investeringen voor vervoermiddelen
De desinvesteringen voor vervoermiddelen betreffen: 2 Hoogwerkers 5 Dienstauto's 1 Verbindings Commando voertuig 4 Tankautospuiten Stedelijk Gebied Totaal desinvesteringen voor vervoermiddelen
€ 1.812.269 € 1.407.959 € 462.973 € 313.961 € 73.473 € 32.414 € 27.170 € 25.959 € 4.156.178
Aanschaf w aarde
Cum . afschrijvingen
Boekw aarde bij verkoop
€ 201.831 €0 €0 €0 € 201.831
De desinvesteringen voor vervoermiddelen hebben per saldo geresulteerd in een boekwinst van € 32.571.
Machines, apparaten en installaties Aanschaf w aarde
De investeringen voor machines, apparaten en installaties betreffen: Aanleg glasvezelnetwerk Backup-storage Mobiele telefoons Werkplekken en randapparatuur Totaal investeringen voor machines, apparaten en installaties
€ 44.015 € 29.391 € 23.128 € 10.801 € 107.335
Overig Aanschaf w aarde
De investeringen voor overige investeringen betreffen: Bepakking Water Transport Systeem 400 Blushandschoenen Bepakking Tankautospuiten Stedelijk Gebied Explosie- en gevaarmeters Bluskleding Ademluchtcilinders Alarmontvangers Lockers Totaal investeringen voor overige investeringen Het onderhanden werk overige investeringen betreft: Alarmontvangers Totaal onderhanden werk overige investeringen
€ 173.440 € 144.563 € 140.060 € 98.225 € 75.873 € 54.926 € 40.758 € 17.652 € 745.497
€ €
51
347.289 347.289
Jaarstukken 2020 4.1.2
Vlottende activa
Uitzettingen De uitzettingen zijn als volgt opgebouwd: Vorderingen op openbare lichamen: Vorderingen op openbare lichamen Totaal vorderingen op openbare lichamen
31-dec-20 € 296.849 € 296.849
31-dec-19 € 564.639 € 564.639
€ 8.987.217 € 10.717.311 € 97.088 € 79.445 € 9.381.154 € 11.361.395
Rekening courant Ministerie van Financien (Schatkistbankieren) Overige vorderingen Totaal Uitzettingen
Het drempelbedrag voor schatkistbankieren bedraagt in 2020 €578.183 (0,75% van het primaire begrotingstotaal ad €77.091.013). In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren gedurende de vier kwartalen 2020 is geweest: Kwartaal Drempelbedrag Aangehouden middelen Aantal dagen Dag gem. Onder-/overschrijding
Q1 € 578.183 € 173.675 90 € 1.930 € 576.253
Q2 € 578.183 € 137.434 91 € 1.506 € 576.677
Q3 € 578.183 € 45.127 92 € 491 € 577.692
Liquide Middelen De liquide middelen bestaan uit de volgende banken en kassen: NL38 INGB 0004 6097 46 NL63 INGB 0678 2427 71 NL45 INGB 0747 7096 45 Kassen Totaal Liquide Middelen
Q4 € 578.183 € 101.791 92 € 1.106 € 577.077
31-dec-20
31-dec-19
€ 1.223 €0 €0 € 48 € 1.270
€ 1.560 €0 €0 € 580 € 2.140
31-dec-20 € 775.712 € 306.727 € 1.040.364 € 2.122.803
31-dec-19 € 100.121 € 544 € 505.355 € 606.020
€ 83.216 € 575.364 € 1.492 € 660.072 € 2.782.876
€ 37.143 € 412.738 € 311 € 450.192 € 1.056.211
Overlopende Activa De overlopende activa zijn als volgt opgebouwd: Overlopende activa voor openbare lichamen: Te ontvangen van openbare lichamen Vooruitbetaald aan openbare lichamen NZA Nog in tarieven te verrekenen AHV Totaal overlopende activa voor openbare lichamen Overige overlopende activa: Overige nog te ontvangen bedragen Overige vooruitbetaalde bedragen Nog te verrekenen personeel Totaal overige overlopende activa Totaal Overlopende Activa
52
Jaarstukken 2020 Verloopoverzicht nog te ontvangen subsidies van openbare lichamen
1-jan-20
Toevoeging
Ontvangst
31-dec-20
IOV DP 1: Brzo coördinatie IOV DP 1: Brzo projecten IOV DP 4A + 4B: Ondersteuning bevoegde gezagen Landelijke coördinatie Impuls programma
€ 22.125 € 5.130 € 35.000 €0
€0 €0 € 303.496 € 15.000
-€ 22.125 -€ 5.130 -€ 338.496 -€ 15.000
€0 €0 €0 €0
Totaal nog te ontvangen subsidies van openbare lichamen
€ 62.255
€ 318.496
-€ 380.751
€0
IOV Deelprogramma 4: Ondersteuning bevoegde gezagen Omgevingsveiligheid In 2015 is gestart met uitvoering te geven aan deelprogramma 4. Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost heeft voor 2020 namens de Brabantse veiligheidsregio’s een gezamenlijke aanvraag ingediend voor IOV Deelprogramma 4A: Ondersteuning bevoegde gezagen Omgevingsveiligheid. De gezamenlijke aanvraag bestond uit een bedrag van €303.496. Deze gelden zijn verdeeld tussen de drie Brabantse veiligheidsregio’s. Veiligheidsregio Midden- en West Brabant heeft een bedrag van €154.751 ontvangen, Veiligheidsregio Brabant Noord een bedrag van €63.495 en tot slot heeft Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost een totaal bedrag van €85.250 ontvangen. Tevens ontvangt VRBZO in 2020 in verband met de werkzaamheden met betrekking tot de landelijke coördinatie van het IOV Deelprogramma 4C een subsidie van €15.000.
53
Jaarstukken 2020 4.1.3
Eigen vermogen
Resultaat bestemming
Uitkering resultaat
Toevoeging
Herbestemmen FLO reserve
Herbestemmen FLO voorziening
Eigen Vermogen
1-jan-20
Algemene Reserve
€ 2.000.000
€0
€0
€0
€0
€0
€ 2.000.000
Bestemmingsreserve Investeringen Arbeidshygiene GMK reserve FLO reserve Totaal Bestemmingsreserve
€ 217.807 € 3.522.256 € 500.000 €0 € 4.240.062
€0 €0 €0 € 646.870 € 646.870
€0 €0 €0 €0 €0
€0 €0 €0 €0 €0
€0 -€ 3.522.256 €0 € 3.522.256 €0
€0 €0 -€ 500.000 -€ 4.169.126 -€ 4.669.126
€ 217.807 €0 €0 €0 € 217.806
€0
€0
€0
€0
€0
€ 646.870
-€ 646.870
€0
€ 265.198
€0
€0
€ 265.198
€ 6.886.932
€0
€0
€ 265.198
€0
-€ 4.669.126
€ 2.483.004
Uit te keren resultaat Exploitatie Saldo Totaal Eigen Vermogen
31-dec-20
€0
Algemene reserve Deze reserve is bestemd voor het opvangen van financiële risico’s en van schommelingen in de exploitatiesfeer. In december 2019 is door het Algemeen Bestuur het risicoprofiel vastgesteld. Op basis daarvan is de omvang van het benodigde weerstandsvermogen bepaald op €2.000.000. Op basis van het jaarlijks op te stellen continuïteitsplan, zoals benoemd in het rapport over risicomanagement (dat onderdeel uitmaakt van de P&Ccyclus) worden de risico’s gemonitord. Daarbij kunnen ook risico’s worden toegevoegd danwel komen te vervallen. Investeringen Deze bestemmingsreserve is in 2008 in gevormd ter dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten voor investeringen in software (bedrijfsvoeringssystemen). Aan deze reserve zullen geen middelen meer worden toegevoegd. Zodra deze volledig is benut zal deze komen te vervallen. Arbeidshygiëne De meerkosten van arbeidshygiëne onttrok VRBZO de afgelopen jaren jaarlijks uit deze bestemmingsreserve. Op basis van een advies van de Adviescommissie Financiën en Bedrijfsvoering heeft het Algemeen Bestuur op 7 juli 2020 besloten deze kosten structureel binnen de begroting af te dekken. De bestemmingsreserve Arbeidshygiëne is daarmee in 2020 vervallen. De vrijgevallen middelen €3.522.256 zijn door het Algemeen Bestuur herbestemd om de meerkosten FLO af te dekken via de vorming van een bestemmingsreserve FLO.
FLO reserve Functioneel leeftijdsontslag geeft medewerkers die voor 2006 in dienst waren het recht op een vorm van vroegpensioen, het functioneel leeftijdsontslag (FLO). De kosten van de regeling dekt VRBZO uit de reguliere begroting. Deze regeling is de afgelopen jaren al meermaals aangepast. De laatste wijziging van de regeling zorgt echter voor een grote aanpassing. Hoewel de totale kosten van de regeling voor de gehele looptijd gelijk blijven, nemen ze de eerste jaren juist toe. In de periode tot 2028 ontstaat een cumulatief tekort van ongeveer €5 miljoen. Op basis van een advies van de Adviescommissie Financiën en Bedrijfsvoering heeft het Algemeen Bestuur op 7 juli 2020 de bestemmingsreserve Arbeidshygiëne van €3.522.256 herbestemd in een reserve FLO en aangevuld met het jaarrekeningresultaat van 2019 van €647.870. De reserve FLO van €4.169.126 zou daarmee volstaan voor tenminste 4 jaar. De resterende periode tot 2028 kon overbrugd worden met een tussentijdse toevoeging aan de reserve óf door in de laatste jaren via de Kadernota incidentele middelen vrij te maken.
54
Jaarstukken 2020
Bij de behandeling van de begroting 2021 heeft de Provincie de vorming van een reserve FLO niet geaccepteerd en de vorming van een voorziening geadviseerd in plaats van een reserve vanwege de structurele aard van de FLO kosten. De voorziening dient daarnaast op het moment van vorming dekkend te zijn voor de totale kosten van de FLO regeling (ook na 4 jaar). De Adviescommissie Financiën en Bedrijfsvoering heeft het advies van de Provincie overgenomen en het Algemeen Bestuur heeft hiermee op 15 december 2020 ingestemd. De voorziening FLO wordt gevormd uit het saldo van de reserve FLO van €4.169.126 aangevuld met het saldo van de GMK reserve van €500.000 en een extra toevoeging ten laste van de exploitatie van €605.874. De voorziening FLO bedraagt dan €5.275.000. GMK reserve Vanuit het Rijk ontving VRBZO een eenmalige compensatie van €500.000 bedoeld voor het afdekken van frictiekosten voor de vorming van de landelijke meldkamer. Dit bedrag is niet gebaseerd op een onderbouwing van werkelijke frictiekosten, maar betreft een lumpsum vergoeding die elke veiligheidsregio heeft ontvangen. Met de afronding in 2020 van de overdracht van de Gemeenschappelijke Meldkamer aan de Landelijke Meldkamer Organisatie en de Meldkamer Ambulancezorg aan de GGDBZO komt de GMK reserve te vervallen.
Op basis van een advies van de Adviescommissie Financiën en Bedrijfsvoering heeft het Algemeen Bestuur op 15 december 2020 besloten de vrijgevallen middelen €500.000 toe te voegen aan de voorziening FLO. De voorziening FLO is gevormd om de meerkosten FLO af te dekken.
55
Jaarstukken 2020 4.1.4
Voorzieningen Toevoeging uit reserves FLO en GMK
Toevoeging uit exploitatie
Onttrekking
31-dec-20
Voorzieningen
1-jan-20
Onderhoud Gebouw ROC FLO
€ 647.238 €0
€0 € 70.058 € 4.669.126 € 1.936.108
-€ 33.057 -€ 2.347.550
€ 684.239 € 4.257.684
Totaal Voorzieningen
€ 647.238
€ 4.669.126 € 2.006.166
-€ 2.380.607
€ 4.941.923
Onderhoud Gebouw ROC Doelstelling van deze voorziening is het egaliseren van het groot onderhoud aan het pand Engelse Tuin te Waalre, waarin het opleidingscentrum is gehuisvest. De middelen uit deze voorziening worden verkregen uit de exploitatierekening waarbij het uitgangspunt wordt gehanteerd dat de jaarlijks gelijke storting voldoende moet zijn om de meerjarig te onttrekken onderhoudskosten af te dekken. De hoogte van deze toevoeging aan de voorziening berust op een meerjarenonderhoudsplan gebaseerd op 20 jaar. Dit plan is opgesteld in 2019 en heeft als einddatum 2032. FLO Functioneel leeftijdsontslag geeft medewerkers die voor 2006 in dienst waren het recht op een vorm van vroegpensioen, het functioneel leeftijdsontslag (FLO). De kosten van de regeling dekt VRBZO uit de reguliere begroting. Deze regeling is de afgelopen jaren al meermaals aangepast. De laatste wijziging van de regeling zorgt echter voor een grote aanpassing. Hoewel de totale kosten van de regeling voor de gehele looptijd gelijk blijven, nemen ze de eerste jaren juist toe. In de periode tot 2028 ontstaat een cumulatief tekort van ongeveer €5 miljoen. Op basis van een advies van de Adviescommissie Financiën en Bedrijfsvoering heeft het Algemeen Bestuur op 15 december 2020 ingestemd met de vorming van een voorziening FLO om de meerkosten FLO af te dekken.
De voorziening FLO wordt gevormd uit het saldo van de reserve FLO van €4.169.126 aangevuld met het saldo van de GMK reserve van €500.000 en een extra toevoeging ten laste van de exploitatie van €605.874. De beginstand van de voorziening FLO bedraagt €5.275.000. In 2020 is daarnaast een reguliere toevoeging van €1.330.234 en een reguliere onttrekking van €2.347.550 gedaan.