22.06.03A 26 Bijlage 1 Concept-jaarstukken 2021, jaarverslag en jaarrekening VRBZO.pdf
Tekst van het document
4.4
Verbonden partijen
Een organisatie wordt gezien als een ‘verbonden partij’ als VRBZO belanghebbende is bij de organisatie, zowel vanuit bestuurlijk als financieel oogpunt. VRBZO is een samenwerkingsverband op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan 21 gemeenten deelnemen. De deelnemende gemeenten zorgen dat VRBZO over voldoende (financiële) middelen beschikt om aan haar verplichtingen te kunnen voldoen, waarmee de exploitatie en het afdekken van financiële risico’s gewaarborgd is. Hierdoor is VRBZO een verbonden partij voor de 21 gemeenten. VRBZO had op 31 december 2021 zelf geen verbonden partijen.
4.5
Bedrijfsvoering
Bedrijfsvoering is geen programma of programmaproduct binnen de financiële verslaglegging en begroting 2021. De sector Bedrijfsvoering heeft wel doelstellingen gedefinieerd. De belangrijkste speerpunten voor bedrijfsvoering in 2021 waren: •
Doorontwikkelen van eHRM en vakbekwaamheidsmanagement systeem.
•
Ondersteunen en adviseren bij het traject voor de Visie 2025.
•
Voorbereiden rechtmatigheidsverantwoording.
•
Faciliteren van coronaveilig werken op locaties en faciliteren van thuiswerken.
•
Invoering van baseline informatiebeveiliging overheid (BIO).
34
Jaarstukken 2021
4.6
Covid-19 (Coronacrisis)
Ook in 2021 had Covid-19 een grote impact op VRBZO, vooral door de inzet van medewerkers van de crisisorganisatie, GHOR en Bevolkingszorg. Hiervoor is extra capaciteit ingehuurd om de werkzaamheden op goede wijze uit te voeren. Het Rijk vangt veel kosten op, maar zal niet op alle vlakken de kosten vergoeden. Door VRBZO zijn kosten gemaakt in de bestrijding van de Coronacrisis in 2021. In totaal is voor € 823.774 incidenteel aan kosten gemaakt in de bestrijding van de Coronacrisis. Circa € 770.000 van de kosten worden vergoed door het Rijk. Voor VRBZO resteert circa € 53.774 aan kosten die andere bedrijven en organisaties ook hebben moeten maken als gevolg van de Coronacrisis, bijvoorbeeld voor thuiswerkfaciliteiten of veiligheidsvoorzieningen in gebouwen. Vooralsnog zijn er (nog) geen concrete signalen dat de begroting voor 2022 onder druk komen te staan.
4.7
Crisis Oekraïne
Het kabinet heeft aan alle 25 veiligheidsregio’s waaronder VRBZO, de opdracht gegeven om samen met gemeenten voor opvangplekken voor vluchtelingen uit Oekraïne te zorgen. Het gaat hierbij om het volledig realiseren van locaties, het inrichten van locaties en de daadwerkelijke zelfstandige exploitatie. Deze opvang zal mogelijk geruime tijd, maanden of zelfs nog langer duren. De uitvoering van de opdracht zal effect hebben op de inzet van medewerkers uit de producten crisisbeheersing, GHOR en bevolkingszorg en op de exploitatie van de organisatie. Op dit moment zijn er geen signalen dat eventuele extra kosten leiden tot een mogelijk tekort op de algehele begroting 2022. De realisatie en exploitatie van opvang van Oekraïners brengen kosten met zich mee voor gemeenten en veiligheidsregio’s. Het kabinet zal van Rijkswege de kosten (nadelen) die gemaakt zullen worden integraal vergoeden. Over de wijze van vergoeden worden nog nadere afspraken gemaakt.
35
Jaarstukken 2021
5. Begroting 2021 5.1
Primitieve begroting 2021
De begroting VRBZO 2021 is opgesteld in lijn met de uitgangspunten zoals vastgesteld in het Algemeen Bestuur d.d. 16 december 2019. De begroting is vastgesteld in het Algemeen Bestuur d.d. 25 juni 2020. De belangrijkste uitgangspunten betreffen: •
De toegepaste wijze van indexeren van de gemeentelijke bijdrage is conform de afspraken die gemaakt zijn tussen de gemeenten en de 4 gemeenschappelijke regelingen en bedraagt 2,35%.
5.2
Begrotingswijzigingen 2021
In 2021 zijn 4 begrotingswijzigingen door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Hieronder worden per wijziging de redenen benoemd: 1e begrotingswijziging Functioneel leeftijdsontslag (FLO) geeft medewerkers die voor 2006 in dienst waren bij rechtsvoorgangers van onze organisatie het recht op een vorm van vroegpensioen, het functioneel leeftijdsontslag (FLO). De kosten van de regeling dekt onze organisatie uit de reguliere begroting. Deze regeling is de afgelopen jaren al meermaals aangepast. De laatste wijziging van de regeling zorgt echter voor een grote aanpassing. Hoewel de totale kosten van de regeling voor de gehele looptijd gelijk blijven, nemen ze de eerste jaren juist sterk toe. Hierdoor is moet VRBZO verplicht een voorziening FLO vormen voor de totale kosten van de regeling. In 2020 is de voorziening FLO gevormd en in overleg met de Provincie en de accountant aangepast. In deze begrotingswijziging zijn de betreffende aanpassingen verwerkt in de begroting 2021. De voorziening dient op het moment van vorming (in 2020) dekkend te zijn voor de totale kosten van de FLO regeling (ook na 4 jaar). Die aanvullende dekking komt uit de bestaande reserve FLO van €4,2 miljoen aangevuld met het saldo van de GMK reserve van €0,5 miljoen en een extra toevoeging ten laste van de exploitatie (in 2020) van €0,6 miljoen. De voorziening FLO bedraagt dan €5,3 miljoen.
Op basis van de overdracht van de Gemeenschappelijke Meldkamer aan de Landelijke Meldkamer Organisatie en de Meldkamer Ambulancezorg aan de GGDBZO is de GMK reserve niet meer nodig en beschikbaar voor alternatieve aanwending zoals de reserve FLO. 2e begrotingswijziging In de wijziging zijn de volgende onderwerpen behandeld: 1.
Binnen de Veiligheidsregio richten enkele collega’s zich op de multidisciplinaire opleidingen, gericht op crisisbeheersing. Deze opleidingen werden voorheen beschouwd als onderdeel van risicobeheersing. Met deze begrotingswijziging wordt deze taak beschouwd als onderdeel van crisisbeheersing. Er verschuiven daardoor zowel enkele loonbudgetten als exploitatiebudgetten ter hoogte van € 233.343.
2.
Er heeft een verschuiving plaatsgevonden van formatie van incidentbestrijding naar risicobeheersing. Deze verschuiving biedt meer ruimte voor het uitvoeren van de taken van de afdeling Vakbekwaamheid en bedraagt € 40.050,-.
3.
De structurele onderdelen van begrotingswijzigingen in 2020 die zijn goedgekeurd nadat de primaire begroting 2021 is vastgesteld, moeten formeel nog toegepast worden op de begroting 2021 en derhalve formeel voorgelegd worden aan het bestuur. Het betreft: 36
Jaarstukken 2021
4.
a.
Actualiseren budgetten ambulancezorg
b.
Beëindiging activiteiten gemeenschappelijke meldkamer
c.
Structurele dekking arbeidshygiëne
d.
Effect exploitatiebegroting op omzetting reserve FLO in voorziening FLO
Een aanpassing heeft plaatsgevonden in een van de operationele functies bij crisisbeheersing. Eén van de piketfuncties komt te vervallen, voor een andere piketfunctie geldt een verplichte opkomsttijd waarvoor een dienstvoertuig nodig is met zwaailicht en sirene. De kapitaals- en exploitatielasten van het voertuig komen ongeveer overeen met de piketkosten van de functie die vervalt. De wijziging is daarmee voor de exploitatie neutraal. Ten behoeve van het voertuig is een investeringskrediet van €24.000 aangevraagd.
5.
Gelijktijdig met het opstellen van de jaarplannen 2021 heeft de Veiligheidsregio eind 2020 de investeringsbegroting geactualiseerd. Met betrekking tot een aantal onderwerpen is voorgesteld investeringskredieten door te schuiven naar 2022. Het betreft: a.
Duurzaamheid: Gepland was om dit jaar 44 personenvoertuigen te vervangen. Het betreft zowel voertuigen die bedoeld zijn om met zwaailicht en sirene ingezet te worden, als voertuigen die hoofdzakelijk worden ingezet om zonder spoed te rijden. Deze voertuigen blijven zeven tot acht jaar in dienst. Tot nu toe kiezen we om fiscale redenen altijd voor dieselvoertuigen. Vanuit duurzaamheidsoverweging willen we onderzoeken of een deel van deze voertuigen voorzien kan worden van alternatieve brandstoffen, bijvoorbeeld door te kiezen voor elektrische voertuigen. Om dit onderzoek goed uit te voeren, wordt voorgesteld de kredieten door te schuiven naar 2022. De technische staat van de voertuigen is voldoende om het uitstel te kunnen toepassen. Het betreft een geplande investering van € 1.287.310.
b.
Tankautospuit: Er stond gepland om dit jaar een tankautospuit te vervangen. De technische staat van het voertuig is goed genoeg om de vervanging een jaar door te schuiven. Het betreft een investering van €500.000.
c.
Communicatiemiddelen: De portofoons worden gezamenlijk met de andere veiligheidsregio’s landelijk aanbesteed. In de landelijke aanbesteding is een vertraging opgetreden, waardoor de portofoons niet in 2021 geleverd konden worden. Om die reden is voorgesteld de geplande investering van € 413.940 door te schuiven naar 2022.
d.
Redgereedschap: VRBZO is bezig met de voorbereiding van de aanbesteding van het redgereedschap. Rondom redgereedschap is veel innovatie, waardoor de beschikbare budgetten onder druk staan. Ook hangt deze aanbesteding nauw samen met de operationele inrichting van incidentbestrijding. Om een goede, integrale afweging te maken over het aan te schaffen redgereedschap is voorgesteld de geplande investering van € 637.100 door te schuiven naar 2022. Enkele jaren geleden is een deel van het redgereedschap vervangen door 2 e hands redgereedschap uit een andere regio, waardoor we door dit uitstel niet in operationele problemen komen.
e.
Huisvesting: De oorspronkelijke verbouwingsplannen waarvoor krediet is aangevraagd zijn vervangen door de plannen voor huisvesting Eindhoven Zuidwest. Als gevolg hiervan zal besteding van deze kredieten niet in 2021 plaatsvinden. Voorgesteld is om de geplande investering van € 1.747.714 door te schuiven naar 2022.
3e begrotingswijziging In de wijziging zijn de volgende onderwerpen behandeld: 1.
Een andere wijze van het presenteren van de opbouw van de gemeentelijke bijdrage is voorgelegd. Voortaan wordt expliciet benoemd dat een bedrag van €1.330.000 is gereserveerd voor de kosten van de FLO regeling. Deze begrotingswijziging heeft geen effect op de hoogte van de gemeentelijke bijdrage.
2.
Binnen de investeringsbegroting zijn onderstaande wijzigingen aan de begroting toegebracht:
37
Jaarstukken 2021
a.
Groot watertransport: In de Begroting 2022 is een nieuwe investering in Groot Watertransport opgenomen. Verwacht werd dat de investering pas in 2022 kon worden uitgevoerd. Uiteindelijk is het gelukt om de middelen in 2021 geleverd te krijgen. Het huidige systeem is al lang financieel afgeschreven en ook technisch aan vervanging toe. VRBZO maakt dus graag gebruik van de mogelijkheid het systeem nog dit jaar in gebruik te nemen. De versnelde in gebruik name zorgt in 2022 voor extra kapitaalslasten die we afdekken uit het voordeel op kapitaalslasten dat in de vorige begrotingswijziging is ontstaan. Door deze wijziging verhoogt de investeringsbegroting voor 2021 met €757.000.
b.
Extra stalling post Woensel: De post Woensel wordt door de ambulancezorg en brandweer gezamenlijk gebruikt. Dit gezamenlijke gebruik levert VRBZO een financieel voordeel op. Door groei van de omvang van de ambulancezorg en daarmee van het aantal ambulances passen de voertuigen binnenkort niet meer allemaal in de kazerne. De aanpassing op post Woensel vraagt een investering van ca. € 217.000. Dit leidt tot € 14.100 aan kapitaalslasten per jaar, op basis van 20 jaar afschrijftermijn. Daarnaast verwacht VRBZO dat de exploitatiekosten met € 2.500 zullen toenemen. De totale jaarlijkse kosten komen daarmee uit op € 16.600. Dekking hiervoor komt uit een stijging van de huurinkomsten en bijdrage aan beheerskosten van de RAV van € 16.000. Daarnaast besparen we jaarlijks € 7.000 doordat we de huur van een extra locatie in Reusel kunnen beëindigen. Omdat de verbouwing pas eind dit jaar gereed zal zijn, heeft de wijziging geen effect op de exploitatiebegroting 2021.
4e begrotingswijziging In de wijziging zijn de volgende onderwerpen behandeld: 1.
Het onderdeel ambulancezorg verdwijnt in zijn geheel van de begroting zoals in de primaire begroting 2022 is opgenomen en vastgesteld. Daarnaast nemen zowel de baten en lasten bij het onderdeel Incidentbestrijding structureel met € 50.000,- toe vanwege de veranderde wijze van verreken van de First Responder inzet.
2.
Voordelen behaalt binnen het ene programma worden ingezet binnen een ander programma. Het betreft onderstaande incidentele wijzigingen: a.
Inzet van €300.000 voor risicobeheersing ten behoeve van de voorbereiding op de omgevingswet. Het betreft zowel de kosten van aanvullende opleidingen als de ondersteuning bij de implementatie van een nieuw zaaksysteem.
b.
Inzet van €270.000 voor risicobeheersing ten behoeve van de meerkosten van de opleiding van de hogere instroom van nieuwe incidentbestrijders.
c.
Inzet van €325.000 voor ondersteuning organisatie ten behoeve van projecten die processen stroomlijnen, informatieveiligheid vergroten en het leiderschapsprogramma ondersteunen.
d.
Inzet van €200.000 voor ondersteuning organisatie voor de vervanging bij ziekte en de meerkosten van de inhuur van een interim afdelingshoofd bij de afdeling HRM.
e.
De dekking van bovenstaande voorstellen komt uit het bewust openhouden van vacatures, een incidenteel voordeel op huisvestingskosten en uit een incidenteel voordeel op kapitaalslasten doordat vorig jaar niet alle investeringen conform planning zijn uitgevoerd. Al deze onderdelen zitten binnen de begroting van incidentbestrijding.
3.
De MCU die samen met Brabant-Noord is aangeschaft is al een tijdje volledig operationeel. Via deze begrotingswijziging ronden we het traject ook financieel technisch af. Op basis van het contract ontvangt VRBZO een jaarlijkse bijdrage van Brabant Noord van €32.000, die precies kostendekkend is. Deze bijdrage is afhankelijk van de werkelijke kosten van de inzet van het voertuig en zal daarmee jaarlijks wat schommelen. Als gevolg van de wijziging nemen zowel de baten als de lasten van crisisbeheersing structureel met €32.000 toe.
38
Jaarstukken 2021
4.
In de begroting 2022 heeft VRBZO de wijziging rondom de impuls omgevingsveiligheid benoemd. Kort samengevat: VRBZO ontving voor enkele regio’s een landelijke subsidie. Het grootste deel van de subsidie stelden we beschikbaar aan andere regio’s, een deel was bestemd voor eigen activiteiten. Vanaf dit jaar vervalt de subsidie. In de begroting 2022 is het structurele beeld al goed opgenomen, via deze wijziging verwerken we het beeld voor 2021. We laten daarom de gehele subsidie en de bijbehorende lasten vervallen. Zowel de baten als lasten dalen voor 2021 met €428.000. Bij de uitvoering van de plannen was hier al rekening mee gehouden.
5.
VRBZO heeft enkele jaren geleden in bulk voor meer dan €2.000.000 aan bluskleding gekocht. Deze kleding is niet persoonsgebonden. Zodra de kleding gewassen moet worden, wordt deze naar de centrale wasplaats verstuurd en voor de medewerker is gelijk een vervangende set kleding in zijn maat beschikbaar. De kleding is daarmee ook financieel geactiveerd. Indien enkele stuks kleding bijgekocht moeten worden, wordt dit vanuit de exploitatie opgevangen. Dit jaar heeft VRBZO meer dan €10.000 besteed, waardoor de activeringsgrens wordt overschreden. De investering bedraagt €29.000, met een afschrijftermijn van 7 jaar. De kapitaalslasten zijn daarmee beperkt tot iets minder dan €5.000 per jaar en zullen binnen de bestaande exploitatie worden opgevangen.
Voor 2021 resulteert dit in onderstaande begroting voor en na wijziging. In de jaarrekening wordt in analyses en toelichtingen in alle gevallen uitgegaan van de begroting na wijziging. Begroting Programma's
primitief
2021 lasten wijzigingen
definitief
Programma Brandweergzorg Product Risicobeheersing Product Incidentbestrijding Totaal Programma Brandweerzorg
€ 5.871.109 € 35.098.462 € 40.969.571
Programma Veiligheid Product Crisisbeheersing Product Bevolkingszorg Product GHOR Product GMK (exc.MKA) Totaal Programma Veiligheid
€ 1.221.146 € 458.367 € 1.018.490 €0 € 2.698.003
€ 260.343 -€ 2.000 -€ 6.000 €0 € 252.343
€ 1.481.489 € 456.367 € 1.012.490 €0 € 2.950.346
Programma Zorg Product Ambulancezorg Product MKA Totaal Programma Zorg
€ 22.931.569 -€ 22.931.569 € 1.810.844 -€ 1.810.844 € 24.742.413 -€ 24.742.413
€0 €0 €0
Programma Financiering Bijdrage Gemeenten Bijdrage Rijk Overig Fin & Alg Dekking Ondersteuning organisatie Totaal Programma Financiering
€0 €0 € 307.669 € 9.401.010 € 9.708.679
Programma Reserves Mutaties Bestemmingsreserves Totaal Programma Reserves Totaal Programma's
€0 €0
-€ 85.293 € 5.785.816 -€ 2.875.550 € 32.222.912 -€ 2.960.843 € 38.008.728
€0 €0 €0 €0 €0 € 307.669 € 598.213 € 9.999.223 € 598.213 € 10.306.892
€0 €0
€0 €0
€ 78.118.666 -€ 26.852.700 € 51.265.966
primitief
2021 baten wijzigingen
definitief
€ 577.200 € 931.369 € 1.508.569
-€ 428.000 -€ 477.500 -€ 905.500
€ 149.200 € 453.869 € 603.069
€ 14.500 €0 €0 € 45.200 € 59.700
€ 32.000 €0 €0 -€ 45.200 -€ 13.200
€ 46.500 €0 €0 €0 € 46.500
€ 22.931.569 -€ 22.931.569 € 1.888.431 -€ 1.888.431 € 24.820.000 -€ 24.820.000
€0 €0 €0
€ 43.630.949 € 6.678.585 € 306.863 €0 € 50.616.397
€ 1.114.000 € 1.114.000
€ 0 € 43.630.949 € 0 € 6.678.585 €0 € 306.863 €0 €0 € 0 € 50.616.397
-€ 1.114.000 -€ 1.114.000
€0 €0
€ 78.118.666 -€ 26.852.700 € 51.265.966
39
Jaarstukken 2021
6. Analyse resultaat 2021 De jaarrekening 2021 sluit af met een negatief gerealiseerd saldo van baten lasten van € 72.817. Dit is 0,1% van de totale begroting van € 51,3 miljoen. In onderstaande tabel is weergegeven op welke onderdelen van de programma’s van VRBZO dit tekort ontstaan is. Saldo lasten en baten Incidentbestrijding
Risicobeheersing Crisisbeheersing Bevolkingszorg GHOR Bijdrage Gemeenten Bijdrage Rijk Financiering & Alg Dekkingsmiddelen Ondersteuning organisatie Gerealiseerd saldo van baten en lasten
Begroting 2021
Realisatie 2021
€ 31.769.043 € 5.636.616 € 1.434.989 € 456.367 € 1.012.490 -€ 43.630.949 -€ 6.678.585 € 806 € 9.999.223 €0
€ 31.531.090 € 5.821.144 € 1.503.662 € 493.450 € 1.094.372 -€ 43.630.948 -€ 6.638.698 -€ 57.910 € 9.956.654 € 72.817
€ 237.953 -€ 184.528 -€ 68.673 -€ 37.083 -€ 81.882 -€ 1 -€ 39.887 € 58.716 € 42.569 -€ 72.817
€0 €0 €0
€0 €0 € 72.817
€0 €0 -€ 72.817
Mutaties Algemene Reserves Mutaties Bestemmingsreserves Gerealiseerd resultaat
6.1
Afwijking
Analyse van het resultaat 2021
In de toelichting op het overzicht van baten en lasten is een uitgebreide analyse per programma onderdeel opgenomen op de afwijkingen tussen de begroting en de realisatie gesplitst naar loonkosten, kapitaallasten, overige lasten, overhead en overige verrekeningen (intern) en de baten. Dit zijn de belangrijkste redenen voor het negatieve resultaat:
40
Jaarstukken 2021
Kapitaalslasten € -/- 151.000 Er zijn minder kosten voor huisvesting na het verlaten van een kantoorgebouw in Eindhoven. Deze gelden zijn beoogd om in te zetten voor projectkosten van toekomstige huisvesting waar nog uitdagingen zijn. Loonkosten € -/- 416.000 Het voordeel op loonkosten is volledig incidenteel en opgebouwd uit een aantal componenten: •
Onvervulde vacatureruimte bij de sector Incidentbestrijding veroorzaakt door personeelsverloop en de reorganisatie.
•
Onderbesteding op loonkosten voor vrijwilligers, omdat er minder (langdurige) inzetten waren. Vooral het relatief lage aantal branden in de zomermaanden is een belangrijke oorzaak.
•
Inkomsten van medewerkers die gedetacheerd zijn bij het Rijk, gemeenten of andere veiligheidsregio’s.
Opleiden brandweermedewerkers € +/+ 297.000 Het tekort voor extra investeringen in medewerkers in het primaire proces van de brandweer is volledig incidenteel en opgebouwd uit twee componenten: •
De afgelopen jaren zijn actief nieuwe vrijwilligers geworven om voorziene uitstroom op te vangen. Deze vrijwilligers moeten een 2-jarig opleidingstraject doorlopen voordat ze inzetbaar zijn, waardoor er in 2021 meer geïnvesteerd is in opleidingskosten voor deze medewerkers.
•
Daarnaast was een kwaliteits- en capaciteitsimpuls aan instructeurs noodzakelijk door verdiepende vakopleidingen en het aanstellen van extra instructeurs.
Onderhoud brandweervoertuigen € +/+ 209.000 De afgelopen jaren zijn er steeds vaker technische problemen met de hoogwerkers wat hoge onderhoudskosten met zich meebrengt. Daarnaast is de ervaring dat regulier tussentijdse onderhoud van voertuigen en materialen vaak duurder uitvalt dan begroot. Hiermee krijgt het tekort in deze post steeds meer een structureel karakter. Covid-19 kosten € +/+ 54.000 Door VRBZO zijn kosten gemaakt in de bestrijding van de Coronacrisis. In totaal is voor € 823.774 incidenteel aan kosten gemaakt in de bestrijding van de Coronacrisis. Hierin zitten hoofdzakelijk kosten voor personeel en kosten voor aanschaf en distributie van persoonlijke beschermingsmiddelen (bv. mondkapjes. De kosten van personeel zit in het inhuren van extra expertise op bijvoorbeeld juridisch gebied, operationele leiding en hebben diverse functionarissen in de crisisorganisatie overuren gemaakt. Circa € 770.000 van de kosten worden vergoed door het Rijk. Voor VRBZO resteert circa € 53.774 aan kosten die andere bedrijven en organisaties ook hebben moeten maken als gevolg van de Coronacrisis, bijvoorbeeld voor thuiswerkfaciliteiten of veiligheidsvoorzieningen in gebouwen. Diverse overig € +/+ 80.000 Diverse nadelen en voordelen die incidenteel van aard zijn (o.a. ICT projecten, inkoopadvies, Brandveilig Leven, boekwinsten op desinvesteringen, indexatieverschil BDuR).
41
Jaarstukken 2021
DEEL 2: Jaarrekening In de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over het in 2021 gevoerde financiële beleid en beheer van Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO). Daarbij is rekening gehouden met de in de loop van 2021 vastgestelde wijzigingen van de begroting 2021. De structuur van de jaarrekening sluit aan bij de vastgestelde programmabegroting. De jaarrekening 2021 bestaat uit: •
grondslagen voor waardering en resultaatbepaling;
•
de balans voorzien van een toelichting;
•
overzicht van baten en lasten met toelichting;
•
WNT verantwoording;
•
SiSa verantwoording.
De jaarrekening kent conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) een programmagerichte benadering die voor 2021 voor VRBZO is opgebouwd uit 4 programma’s met daarin 10 programmaproducten: •
•
•
•
2
Programma 1 Brandweerzorg -
Risicobeheersing
-
Incidentbestrijding
Programma 2 Veiligheid -
GHOR
-
Crisisbeheersing
-
Bevolkingszorg
Programma 3 Financiering -
Bijdragen Gemeenten
-
Bijdragen Rijk
-
Overige financiering en algemene dekkingsmiddelen
-
Ondersteuning organisatie2
Programma 4 Reserves -
Mutaties Algemene Reserve
-
Mutaties Bestemmingsreserves
VRBZO rekent in hoofdlijnen de activiteiten van de sector bedrijfsvoering en de leidinggevenden van het primaire proces tot de
ondersteuning van de organisatie. Huisvesting heeft in de organisatie vooral een taak voor de brandweerzorg en wordt daarom niet tot de ondersteuning van de organisatie gerekend. De medewerkers die onder de ondersteuning van de organisatie vallen hebben vaak ook een uitvoerende of leidinggevende functie bij grote incidenten of rampen.
42
Jaarstukken 2021
1. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin het algemeen bestuur de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld.
1.1
Corona
Continuïteit Het COVID-19 (Corona) virus heeft door de compensatie van het Rijk beperkte financiële gevolgen voor de jaarrekening 2021. We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. We bewaken onze liquiditeitspositie periodiek en nemen zo nodig maatregelen om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren. Onderstaand een actuele analyse op basis van de situatie medio maart 2022. 2021 Door VRBZO zijn kosten gemaakt in de bestrijding van de Coronacrisis. Over de hele linie van de crisisorganisatie zijn extra kosten gemaakt vanwege externe inhuur (Crisisbeheersing, GHOR en Bevolkingszorg). De duur en de omvang van de crisis liggen hieraan ten grondslag. De kosten worden grotendeels vergoed door het Rijk. Voor VRBZO resteren kosten die andere bedrijven en organisaties ook hebben moeten maken als gevolg van de Coronacrisis, bijvoorbeeld voor thuiswerkfaciliteiten of veiligheidsvoorzieningen in gebouwen. De extra kosten voor Corona bedragen € 823.774 waarvan € 770.000 gecompenseerd wordt door het Rijk. 2022 In 2022 verwachten we opnieuw over de hele linie van de crisisorganisatie extra kosten vanwege externe inhuur (Crisisbeheersing, GHOR en Bevolkingszorg). De duur en de omvang van de crisis liggen hieraan ten grondslag.
1.2
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening
De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.
43
Jaarstukken 2021
Bezittingen Vaste activa De investeringen met economisch nut zijn gewaardeerd tegen de verkrijging- of vervaardigingprijs en bijkomende kosten. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Afschrijving vindt plaats vanaf 1 januari na het moment van ingebruikname volgens de lineaire methode, waarbij geen rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. De afschrijvingspercentages zijn gebaseerd op de verwachte levensduur. Afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Op grond wordt niet afgeschreven. Er wordt niet langer afgeschreven dan de vooraf vastgestelde termijn en niet verder dan dat de boekwaarde nihil is. De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren: Gronden en terreinen
Geen
Gebouwen: Nieuwbouw, semi permanent / hout, renovatie
15jr., 20 jr., 40 jr.
Componenten van gebouwen: o.a. Cv-installatie, liften, noodstroomaggregaat
10 jr., 20 jr.
ICT: o.a. telefooncentrale, glasvezelverbinding, servers, computers
3 jr., 4 jr., 5 jr., 8 jr., 10 jr.
Brandveiligheidsvoorzieningen: o.a. C2000-apparatuur, bepakking, kleding, brandput, ademlucht
3 jr., 5 jr., 7 jr., 10 jr., 15 jr., 50 jr.
Voertuigen: div. soorten auto’s en brandweervoertuigen, containers
7 jr., 8 jr., 10 jr., 15 jr.
Machines en werktuigen: machines en werktuigen inclusief inrichting
15 jr., 20 jr.
Overige materiële vaste activa: audio-, video- en communicatieapparatuur
5 jr., 10 jr.
Indien een investering buiten gebruik wordt gesteld dient een extra afschrijving plaats te vinden indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde. De opbrengstwaarde van een investering die buiten gebruik is gesteld wordt niet in mindering gebracht op een nieuwe investering, maar wordt als bijzondere bate verantwoord. Indien de waarde van een investering duurzaam vermindert in enig jaar wordt deze waardevermindering onafhankelijk van het resultaat in aanmerking genomen. Waardeverminderingen worden op de investering in mindering gebracht. Ook indien een vast actief buiten gebruik gesteld wordt, heeft op het moment van buitengebruikstelling een afwaardering van de boekwaarde plaatsgevonden naar de lagere restwaarde. De lasten samenhangend met de uitvoering van klein en groot onderhoud zijn niet levensduur verlengend en zijn daarom niet geactiveerd, maar direct ten laste van de exploitatie of de gevormde voorziening gebracht. Er is geen sprake van gronden in erfpacht. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor oninbaarheid wordt, indien noodzakelijk, een voorziening dubieuze debiteuren getroffen. Deze voorziening wordt statisch bepaald. Liquide middelen Liquide middelen worden tegen nominale waarde verantwoord. Schatkistbankieren 44
Jaarstukken 2021
In principe dienen alle overtollige middelen in de schatkist te worden aangehouden. Er zijn echter een aantal uitzonderingen. Een daarvan is het drempelbedrag. Dat is een minimumbedrag (afhankelijk van de omvang van de decentrale overheid) dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag is bedoeld om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen: niet elke laatste euro hoeft in de schatkist te worden aangehouden. In principe hoeven alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan in de schatkist te worden aangehouden. Reserves In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van de reserves is een zaak van het algemeen bestuur. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra het algemeen bestuur aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo boekjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene reserve genoemd. Schulden Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen.
De vaste schulden hebben een rente typische looptijd van één jaar of langer. Voorzieningen De definitie van een voorziening is een schatting van voorzienbare lasten waarvan het ontstaan in het verleden ligt. De exacte omvang hiervan is onzeker evenals het tijdstip van optreden. Voorzieningen worden opgenomen tegen de nominale waarde. De onderhoudsvoorziening gebouwen stoelt op een meerjarig onderhoudsplan voor het uit te voeren groot onderhoud. De voorziening FLO wordt bepaald conform de volgende uitgangspunten: •
De rechten van personeelsleden inzake FLO-overgangsrecht zijn gebaseerd op de huidige bepalingen uit hoofdstuk 9a tot en met 9f van de CAR;
•
De FLO-rechten zijn gewaardeerd op basis van de bij het opmaken van de jaarrekening actuele CAO, actuele inzichten en het actuele FLO beleid. Dit geldt specifiek voor de FLO bijdrage voor het spaartegoed (circa €6.700 per jaar per medewerker), maar ook voor de andere onderdelen van de regeling.
•
Er is rekening gehouden met een indexatie van 2% per jaar.
•
Bij het opnemen van de verplichting wordt rekening gehouden met de jaarlijkse FLO-bijdrage van gemeenten;
•
Bij het opnemen van de verplichtingen wordt rekening gehouden met de kans op vervallen van rechten door het overlijden van medewerkers. We hanteren hierbij de sterftecijfers van het CBS al basis.
Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
45
Jaarstukken 2021
2. Balans per 31 december 2021 Hieronder is de balans per 31 december 2021 opgenomen.
46
Jaarstukken 2021
2.1
Toelichting op de balans Investeringen met economisch nut
Bedrijfsgebouwen De desinvesteringen voor bedrijfsgebouwen betreffen: Gebouw kazerne Lieshout Gebouw kazerne Heeze Totaal desinvesteringen bedrijfsgebouwen
Aanschaf w aarde
Cum . afschrijvingen
Boekw aarde bij verkoop
€ 889.631 € 495.193 € 1.384.824
De desinvesteringen in bedrijfsgebouwen hebben per saldo niet geresulteerd in een boekwinst of boekverlies. De totale verzekerde waarde per 1 januari 2020 bedraagt voor opstal van de bedrijfsgebouwen € 9.130.630 (2019: € 10.874.838) en voor de inventaris € 13.152.124 (2019: € 12.945.004). De totale WOZ-waarde voor de bedrijfsgebouwen bedraag € 5.534.000 (2019: € 6.241.000). Per 1 januari 2020 heeft een afboeking van € 6.416 plaatsgevonden in verband met het niet realiseren een project (verbouwing post Helmond).
47
Jaarstukken 2021
48
Jaarstukken 2021
Vlottende activa
49
Jaarstukken 2021
Eigen vermogen
Algemene reserve Deze reserve is bestemd voor het opvangen van financiële risico’s en van schommelingen in de exploitatiesfeer. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van januari 2018 is het Nota algemene reserve vastgesteld. Daarmee is tevens besloten dat de hoogte van de algemene reserve niet is gebaseerd op de risico’s waar de organisatie mee te maken heeft, maar gekoppeld is aan de totale baten van de organisatie. Op basis van die notitie is voor VRBZO een gewenste omvang van de algemene reserve vastgesteld tussen de €2.000.000 en €2.400.000. Via het continuïteitsplan, zoals benoemd in het rapport over risicomanagement en dat onderdeel uitmaakt van de P&C-cyclus, worden de risico’s wel nog steeds gemonitord. Daarbij kunnen ook risico’s worden toegevoegd of komen te vervallen. Bestemmingsreserve t.b.v. investeringen Deze bestemmingsreserve is in 2008 in het leven geroepen naar aanleiding van de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording. Investeringen in software dienen geactiveerd te worden onder de materiële vaste activa en de hiervoor bestemde financiële middelen worden aangewend ter dekking van de jaarlijkse afschrijvingslasten. Het betreft hier vooral investeringen in pakketten ter verbetering van de bedrijfsvoering. Aan deze reserve zullen geen middelen weer worden toegevoegd.
Er zijn op dit moment ook geen activa waarvoor een onttrekking plaatsvindt. Zodra deze volledig is benut, zal deze komen te vervallen.
Voorzieningen
50
Jaarstukken 2021
Onderhoud Gebouw ROC Doelstelling van deze voorziening is het egaliseren van het groot onderhoud aan het pand Engelse Tuin te Waalre, waarin het opleidingscentrum is gehuisvest. De middelen uit deze voorziening worden verkregen uit de exploitatierekening waarbij het uitgangspunt wordt gehanteerd dat de jaarlijks gelijke storting voldoende moet zijn om de meerjarig te onttrekken onderhoudskosten af te dekken. De hoogte van deze toevoeging aan de voorziening berust op een meerjarenonderhoudsplan gebaseerd op 20 jaar. Dit plan is opgesteld in 2019 en heeft als einddatum 2044. FLO Functioneel leeftijdsontslag geeft medewerkers die voor 2006 in dienst waren het recht op een vorm van vroegpensioen, het functioneel leeftijdsontslag (FLO). In 2021 heeft de Veiligheidsregio geconstateerd dat er geen sprake is van gelijkblijvende lasten in de meerjarenbegroting. Het bestuur heeft derhalve besloten om vanaf 2020 een voorziening te vormen, mede op aanwijzing van de Provincie als toezichthouder. De voorziening bestaat uit een inschatting van de toekomstige verplichtingen naar rato toegerekend van het aantal gewerkte jaren per balansdatum. Daarop is in mindering gebracht de geschatte bijdrage van de deelnemende gemeentes van het uitgangspunt van budgetneutraliteit. Doordat we toekomstige gemeentelijke bijdragen mogen meerekenen, kan de voorziening lager uitkomen.
Om die reden is het deel van de gemeentelijke bijdrage dat we gebruiken voor de FLO regeling expliciet zo benoemd in de begroting en is transparant gemaakt voor gemeenten dat een gedeelte van de gemeentelijke bijdrage wordt gebruikt als dekking voor de FLO kosten. Daarbij is expliciet opgenomen dat deze bijdrage niet voor een ander doel kan worden aangewend. Impliciet was dit altijd al het geval. Als we het geld van de FLO kosten aan iets anders zouden uitgeven, is de begroting niet langer reëel in evenwicht. Het bedrag dat we bestemmen voor de FLO regeling sluit aan bij de meerjarig begrote kosten voor de FLO regeling. Wanneer de FLO regeling is afgewikkeld in 2044 dan kan dit leiden tot een vermindering de gemeentelijke bijdrage. Naar verwachting is het mogelijk de jaarlijkse bijdrage al eerder te verlagen. Vaste schulden
51
Jaarstukken 2021
In onderstaand overzicht wordt nadere informatie over de individuele leningen verstrekt:
Leningen
Bank
Opname datum
Opname bedrag
Looptijd Rente % Rente en aflossing Ten behoeve van
40.81663.02 40.108.861 40.108.862 40.111.225 40.111.226 40.111.424 10.029.473 10.029.474 40.111.227 40.111.228 40.111.229
BNG BNG BNG BNG BNG BNG NWB NWB NWB NWB NWB
31-dec-93 17-dec-13 23-dec-13 15-jun-17 15-jun-17 15-jun-17 15-jun-17 3-jan-18 3-jan-18 3-jan-18 3-jan-18
€ 505.965 € 6.000.000 € 8.000.000 € 7.000.000 € 2.000.000 € 3.100.000 € 6.600.000 € 3.500.000 € 1.500.000 € 6.300.000 € 1.200.000
30 jaar 8 jaar 12 jaar 15 jaar 20 jaar 5 jaar 10 jaar 10 jaar 5 jaar 15 jaar 20 jaar
2,32% 1,75% 2,325% 0,93% 1,23% 0,01% 0,507% 0,674% 0,170% 1,065% 1,365%
Lineair per jaar Lineair per kwartaal Lineair per kwartaal Lineair per kwartaal Lineair per kwartaal Lineair per kwartaal Lineair per kwartaal Lineair per kwartaal Lineair per kwartaal Lineair per kwartaal Lineair per kwartaal
Investeringen Regionaal Opleidingscentrum Overname Brandweer overige gemeenten Overname Brandweer overige gemeenten uitvoering investeringsprogramma uitvoering investeringsprogramma uitvoering investeringsprogramma uitvoering investeringsprogramma uitvoering investeringsprogramma uitvoering investeringsprogramma uitvoering investeringsprogramma uitvoering investeringsprogramma
Vlottende passiva Vlottende Schulden De vlottende schulden zijn als volgt opgebouwd:
31-dec-21
31-dec-20
Schulden aan openbare lichamen Overige schulden Loonheffingen Pensioen Te betalen netto loon Omzetbelasting Totaal Vlottende Schulden
€ 113.822 € 1.170.698 € 1.863.651 € 399.481 € 763.081 € 38.191 € 4.348.924
€ 89.394 € 1.357.618 € 1.300.286 € 35.241 € 1.289.087 € 26.124 € 4.097.750
52
Jaarstukken 2021
2.2
Niet uit de balans blijkende rechten en plichten Huurcontracten
De VRBZO huurt op basis van meerjarige huurovereenkomsten 33 locaties waarvan 31 rechtstreeks bij de deelnemende gemeenten en 2 van derden (1 van de Nationale Politie en 1 van een commerciële verhuurder). De huurcontracten zijn aangegaan voor een periode van 5 + 5 jaar (gemiddeld tot en met 2023). De jaarlijkse huurlast bedraagt € 1,8 miljoen. Terugkoopverplichting De 4 koopkazernes zijn aangekocht voor de periode van de (BTW-) herzieningstermijn. Na het verstrijken van deze termijn, welke 10 jaar omvat, te starten met tellen in het jaar van ingebruikname, verkoopt VRBZO het gebouw terug aan de gemeente. Het gebruik van het pand wordt daarna vastgelegd in de huurovereenkomst. De bepaling rondom de terugkoop staat beschreven in de terugkoopverplichting welke onderdeel uitmaakt van de koopakte. Hieronder zijn de belangrijkste gegevens opgenomen. Terugkoopverplichting Mierlo Luyksgestel Son Valkenswaard
Verkoopdatum 1-5-2022 1-5-2022 1-5-2022 1-1-2024
Verkoopprijs € 914.095,19 € 443.578,00 € 939.014,00 € 2.389.250,00
Onderhoudsfondsen koopkazernes Gezien de tijdelijke aankoop van de koopkazernes is de insteek gekozen om voor de kooppanden dezelfde rolverdeling aan te houden als bij de huurpanden. Dit betekent dat de gemeenten kunnen kiezen tussen ofwel de gezamenlijk opgestelde demarcatielijst ofwel de algemene bepalingen van het ROZ-model rondom onderhoud en beheer. De gemeente blijft operationeel verantwoordelijk voor de uitvoer van het groot onderhoud, VRBZO stort jaarlijks een bedrag in de voorziening groot onderhoud voor deze werkzaamheden. Het bedrag is gebaseerd op het meerjarig onderhouds- plan (MJOP) van de gemeente aangepast naar de taken conform de gekozen demarcatie, met als doel het uitvoeren van groot onderhoud ten behoeve van instandhouding. Op deze wijze kan de gemeente haar werkwijze voortzetten en de eventueel hieraan gekoppelde formatie in stand houden zodat hierin bij terugkoop door de gemeente geen wijzigingen plaats hoeven te vinden. Tevens wordt de werkwijze al in gang gezet welke ook zal gelden op het moment dat VRBZO het gebouw gaat huren van de gemeente.
Om
deze
samenwerking
en
de
insteek
rondom
de
kosten
vast
te
leggen
is
een
samenwerkingsovereenkomst toegevoegd aan de koopakten. Hierin staat beschreven dat overeen is gekomen dat de gemeente het groot onderhoud uitvoert op basis van het MJOP ten behoeve van de kazerne en dat VRBZO hiervoor een jaarlijkse storting doet. Hierbij wordt de jaarlijkse storting voor 10 jaar groot onderhoud gebaseerd op de geraamde kosten voor de looptijd van 10 jaar inclusief de indexering, waarbij de reeds beschikbare reserves en de renteopbrengsten in mindering gebracht worden op het op te bouwen bedrag. In overleg kan afgeweken worden van de termijn van 10 jaar. Na de termijn van eigendom door VRBZO wordt er een afrekening gemaakt waarbij een vergelijk gemaakt wordt tussen de werkelijke en de begrote kosten van het uitgevoerde onderhoud.
53
Jaarstukken 2021
Overige lease- en huurovereenkomsten •
Per 1 januari 2019 is met Konica een huurovereenkomst afgesloten voor de huur van multifunctionele printers. De overeenkomst heeft een duur van 5 jaar met een gemiddelde jaarlijkse verplichting van € 40.000,-
•
Per 1 juni 2019 is met Volvo Car Lease een overeenkomst afgesloten betreffende de operational lease van een personenvoertuig met een jaarlijkse verplichting van €10.000,- voor de duur van 4 jaar.
•
Voor de inhuur van medewerkers zijn in 2021 overeenkomsten afgesloten met Yacht die doorlopen in 2022 (uiterlijk 31 december). Dit resulteert in een resterende verplichting van €350.000,- in 2022.
Vennootschapsbelasting Met ingang van 1 januari 2016 zijn overheidsinstellingen Vpb plichtig. Veiligheidsregio’s hebben hierover landelijk overleg gevoerd met de Belastingdienst. Uit een analyse van de activiteiten van VRBZO is in overleg met de Belastingdienst geconcludeerd dat er geen sprake is van ondernemersactiviteiten danwel dat vrijstellingen van toepassing zijn. Voor de jaren 2018, 2019 en 2020 zijn nihil aangiften ingediend. Voor 2021 wordt eveneens een nihil aangifte ingediend. Gebeurtenissen na balansdatum Het kabinet heeft aan alle 25 veiligheidsregio’s waaronder VRBZO, de opdracht gegeven om samen met gemeenten voor opvangplekken voor vluchtelingen uit Oekraïne te zorgen. Het gaat hierbij om het volledig realiseren van locaties, het inrichten van locaties en de daadwerkelijke zelfstandige exploitatie. Deze opvang zal mogelijk geruime tijd, maanden of zelfs nog langer duren. De uitvoering van de opdracht zal effect hebben op de inzet van medewerkers uit de producten crisisbeheersing, GHOR en bevolkingszorg en op de exploitatie van de organisatie. Op dit moment zijn er geen signalen dat eventuele extra kosten leiden tot een mogelijk tekort op de algehele begroting 2022. De realisatie en exploitatie van opvang van Oekraïners brengen ook kosten met zich mee voor gemeenten en veiligheidsregio’s.
Het kabinet zal van Rijkswege de kosten (nadelen) die gemaakt zullen worden integraal vergoeden3. Over de wijze van vergoeden worden nog nadere afspraken gemaakt. VRBZO zal deze mogelijke aanvullende inkomsten via een begrotingswijziging in de begroting verwerken.
3
Bron: https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2022/03/08/tk-opvang-vluchtelingen-uit-
oekraine/tk-opvang-vluchtelingen-uit-oekraine.pdf
54
Jaarstukken 2021
3. Overzicht baten en lasten 2021 3.1
Overzicht baten en lasten 2021
Programma's Programma Brandweerzorg Product Risicobeheersing Product Incidentbestrijding
Programma Veiligheid Product Crisisbeheersing Product Bevolkingszorg Product GHOR Product GMK (exc.MKA)
Programma Zorg Product Ambulancezorg Product MKA
Programma Financiering Bijdrage Gemeenten Bijdrage Rijk Overig Fin & Alg Dekking Ondersteuning organisatie
Totaal saldo baten en lasten Mutaties Reserves Algemene reserve Bestemmingsreserves
Bedrag van heffing Vpb Gerealiseerd resultaat
Begroting lasten
2021 Begroting lasten
2021 Begroting baten
Definitief
Primair
Definitief
€ 5.871.109 € 5.785.816 € 6.032.802 € 35.098.462 € 32.222.912 € 32.246.644 € 40.969.571 € 38.008.728 € 38.279.447
Primair
€ 577.200 € 931.369 € 1.508.569
€ 149.200 € 453.869 € 603.069
€ 211.658 € 715.554 € 927.212
-€ 5.821.144 -€ 31.531.090 -€ 37.352.235
-€ 184.528 € 237.953 € 53.424
Realisatie baten
2021 Realisatie resultaat
2021
Begroting baten
Realisatie lasten
Begroting tov Realisatie
€ 1.221.146 € 458.367 € 1.018.490 €0 € 2.698.003
€ 1.481.489 € 456.367 € 1.012.490 €0 € 2.950.346
€ 1.866.456 € 749.629 € 1.282.097 €0 € 3.898.182
€ 14.500 €0 €0 € 45.200 € 59.700
€ 46.500 €0 €0 €0 € 46.500
€ 362.794 € 256.178 € 187.725 €0 € 806.698
-€ 1.503.662 -€ 493.450 -€ 1.094.372 €0 -€ 3.091.484
-€ 68.673 -€ 37.083 -€ 81.882 €0 -€ 187.638
€ 22.931.569 € 1.810.844 € 24.742.413
€0 €0 €0
€0 €0 €0
€ 22.931.569 € 1.888.431 € 24.820.000
€0 €0 €0
€0 €0 €0
€0 €0 €0
€0 €0 €0
€0 €0 €0 €0 € 0 € 2.019.840 € 307.669 € 307.669 -€ 23.237 € 9.401.010 € 9.999.223 € 10.016.340 € 9.708.679 € 10.306.892 € 12.012.944
€ 43.630.949 € 43.630.949 € 43.630.948 € 6.678.585 € 6.678.585 € 8.658.538 € 306.863 € 306.863 € 34.674 €0 €0 € 59.686 € 50.616.397 € 50.616.397 € 52.383.846
€ 43.630.948 € 6.638.698 € 57.910 -€ 9.956.654 € 40.370.902
-€ 1 -€ 39.887 € 58.716 € 42.569 € 61.397
€ 78.118.666 € 51.265.966 € 54.190.572
€ 77.004.666 € 51.265.966 € 54.117.755
-€ 72.817
-€ 72.817
€0 €0 €0
€0 €0 €0
€0 €0 €0
€0 € 1.114.000 € 1.114.000
€0 €0 €0
€0 €0 €0
€0 €0 €0
€0 €0 €0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€ 78.118.666 € 51.265.966 € 54.117.755
-€ 72.817
-€ 72.817
€ 78.118.666 € 51.265.966 € 54.190.572
55
Jaarstukken 2021
3.2
Toelichting op overzicht baten en lasten Product Risicobeheersing
Lasten en baten
Begroting 2021
Realisatie 2021
Afwijking
Loonkosten Kapitaalslasten Overige lasten Overhead verrekeningen Overige verrekeningen Totaal lasten
€ 4.806.936 € 34.357 € 1.243.794 -€ 516.927 € 217.656 € 5.785.816
€ 5.076.336 € 34.357 € 1.193.801 -€ 486.986 € 215.295 € 6.032.802
-€ 269.400 €0 € 49.993 -€ 29.941 € 2.361 -€ 246.986
Overige baten Totaal baten
-€ 149.200 -€ 149.200
-€ 211.658 -€ 211.658
€ 62.458 € 62.458
Saldo lasten en baten
€ 5.636.616
€ 5.821.144
-€ 184.528
Loonkosten De hogere loonkosten zijn met name het gevolg van hogere kosten voor opleiden, trainen en oefenen van (nieuwe) brandweervrijwilligers. De afgelopen jaren zijn actief vrijwilligers geworven om voorziene uitstroom op te vangen. Deze vrijwilligers moeten een 2-jarig opleidingstraject doorlopen voordat ze inzetbaar zijn, waardoor we nu meer moeten investeren in deze medewerkers. Daarnaast was het noodzakelijk om instructeurs een kwaliteits- en capaciteitsimpuls te geven door verdiepende vakopleidingen en het aanstellen extra instructeurs. Ook zijn de loonkosten hoger dan begroot doordat gebruik is gemaakt van extern personeel voor het uitvoeren van aanvullende diensten voor gemeenten. De baten voor deze aanvullende diensten zijn ook hoger dan begroot. Overige lasten Er is een voordeel gerealiseerd op de begroting voor Brandveilig Leven door het achterblijven van activiteiten. Overhead en overige verrekeningen De invulling van de functie afdelingshoofd vakbekwaamheid is vertraagd waardoor de doorbelasting van kosten voor overhead lager zijn dan begroot. Door het achterblijven van de activiteiten voor Brandveilig Leven zijn minder kosten doorbelast vanuit het product Incidentbestrijding voor hun inzet voor Brandveilig Leven. Overige baten De overige baten zijn hoger dan begroot door aanvullende diensten voor gemeenten.
Deze bouwplanbeoordelingen worden geleverd door extra inzet van intern en extern personeel. Daarnaast zijn de verhuurbaten voor het ROC wederom lager dan begroot, voornamelijk als gevolg van de beperkingen rondom Corona. De lagere baten worden nagenoeg volledig gecompenseerd door lagere loonkosten en overige lasten.
56
Jaarstukken 2021
Product Incidentbestrijding Lasten en baten
Begroting 2021
Realisatie 2021
€ 19.241.647 € 3.959.492 € 9.037.889 € 68.400 -€ 1.211.190 -€ 203.560 € 30.892.678
€ 19.041.734 € 3.878.207 € 9.329.281 € 71.810 -€ 1.204.582 -€ 226.406 € 30.890.044
€ 199.913 € 81.284 -€ 291.392 -€ 3.410 -€ 6.608 € 22.846 € 2.634
Overige baten Totaal baten
-€ 453.869 -€ 453.869
-€ 715.554 -€ 715.554
€ 261.685 € 261.685
FLO Saldo FLO
€ 1.330.234 € 1.330.234
€ 1.356.600 € 1.356.600
-€ 26.366 -€ 26.366
Saldo lasten en baten
€ 31.769.043
€ 31.531.090
€ 237.953
Loonkosten Kapitaalslasten Overige lasten Reserveringen Overhead verrekeningen Overige verrekeningen Totaal lasten
Afwijking
Loonkosten De loonkosten zijn lager dan begroot door het tijdelijk niet of vertraagd invullen van vacatures door personeelsverloop en de reorganisatie. Daarnaast waren er in de zomermaanden minder langdurige inzetten waardoor de loonkosten voor vrijwilligers lager zijn dan begroot. Kapitaalslasten Diverse geplande investeringen vinden later dan verwacht plaats. Dit zorgt voor incidenteel lagere kapitaalslasten. Overige lasten Het nadeel op overige lasten wordt vooral veroorzaakt door: •
Technische problemen met hoogwerkers die zich de afgelopen jaren al vaker hebben voorgedaan. Dit brengt hoge onderhoudskosten met zich mee. Daarnaast is de ervaring dat regulier tussentijds onderhoud van voertuigen en materialen vaak duurder uitvalt dan begroot. Hiermee krijgt het tekort in deze post steeds meer een structureel karakter.
•
Een hogere bijdrage aan de Meldkamer Oost-Brabant dan begroot.
Overhead verrekeningen Het nadeel op overhead verrekeningen is het gevolg van incidenteel lagere loonkosten voor afdelingshoofden van het product Incidentbestrijding. De onderliggende oorzaak hiervan is de onvervulde vacatureruimte ontstaan door personeelsverloop en de reorganisatie. Overige verrekeningen Het voordeel op overige verrekeningen voor het product incidentbestrijding is het gevolg van: •
Hogere interne doorbelastingen aan het product Risicobeheersing voor instructeurs opleiden, trainen en oefenen.
•
Hogere interne doorbelastingen aan het product Crisisbeheersing voor de Multidisciplinaire Commando Unit.
57
Jaarstukken 2021
Overige baten Het voordeel op overige baten is het gevolg van detacheringen van vaste medewerkers. Vaste medewerkers zijn gedetacheerd aan de Nationale Politie, Defensie, de GGDBZO, de gemeente Helmond en het IFV. FLO lasten & reserveringen Het negatieve resultaat op FLO wordt veroorzaakt door het feit dat in de begroting geen indexatie is toegepast voor de FLO toevoeging aan de voorziening. De werkelijke toevoeging wordt jaarlijks geïndexeerd. Product Crisisbeheersing
Lasten en baten Loonkosten Kapitaalslasten Overige lasten Overhead verrekeningen Overige verrekeningen Totaal lasten Overige baten Totaal baten Saldo lasten en baten
Begroting 2021
Realisatie 2021
Afwijking
€ 1.008.694 € 42.257 € 531.699 -€ 101.161 €0 € 1.481.489
€ 1.415.997 € 43.760 € 580.907 -€ 186.882 € 12.674 € 1.866.456
-€ 407.303 -€ 1.503 -€ 49.208 € 85.721 -€ 12.674 -€ 384.967
-€ 46.500 -€ 46.500
-€ 362.794 -€ 362.794
€ 316.294 € 316.294
€ 1.434.989
€ 1.503.662
-€ 68.673
Loonkosten en overhead verrekeningen Het nadeel op loonkosten bestaat uit een combinatie van meerkosten voor externe inhuur, interne piketfunctionarissen en overuren van het vast personeel voor extra inzetten in verband met Corona. Door de hogere loonkosten is ook de overhead doorbelasting hoger dan begroot. Overige lasten Onder de overige lasten zijn in 2021 met name hogere kosten gerealiseerd voor het FieldLab. Overige baten De meerkosten voor loonkosten die het gevolg zijn van Corona worden volledig gecompenseerd door het Rijk. De compensatie (baten) zijn verantwoord onder de Overige baten.
58
Jaarstukken 2021
Product Bevolkingszorg
Lasten en baten
Begroting 2021
Realisatie 2021
Loonkosten Kapitaalslasten Overige lasten Totaal lasten
€ 274.727 € 6.240 € 175.400 € 456.367
€ 523.696 € 5.925 € 220.008 € 749.629
-€ 248.969 € 316 -€ 44.608 -€ 293.262
€0 €0
-€ 256.178 -€ 256.178
€ 256.178 € 256.178
€ 456.367
€ 493.450
-€ 37.083
Overige baten Totaal baten Saldo lasten en baten
Afwijking
Loonkosten en overige lasten Het nadeel op loonkosten en overige lasten bestaat uit een combinatie van meerkosten voor externe inhuur, interne en externe piketfunctionarissen en overuren van het vast personeel voor extra inzetten in verband met Corona. Deze meerkosten worden volledig gecompenseerd door het Rijk. Het nadeel op overige lasten is daarnaast met name het gevolg van hogere kosten voor opleiden, trainen en oefenen. Overige baten De meerkosten voor loonkosten die het gevolg zijn van Corona worden volledig gecompenseerd door het Rijk. De compensatie (baten) zijn verantwoord onder de Overige baten. Product GHOR
Lasten en baten Loonkosten Kapitaalslasten Overige lasten Overhead verrekeningen Totaal lasten Overige baten Totaal baten Saldo lasten en baten
Begroting 2021
Realisatie 2021
Afwijking
€ 926.674 € 7.601 € 196.627 -€ 118.412 € 1.012.490
€ 1.104.924 € 3.397 € 196.056 -€ 22.280 € 1.282.097
-€ 178.250 € 4.204 € 571 -€ 96.132 -€ 269.607
€0 €0
-€ 187.725 -€ 187.725
€ 187.725 € 187.725
€ 1.012.490
€ 1.094.372
-€ 81.882
Loonkosten en overhead verrekeningen De afwijkingen op loonkosten en overhead verrekeningen zijn allemaal personeel gerelateerd. Het nadeel op loonkosten bestaat uit een combinatie van meerkosten voor externe inhuur, interne piketfunctionarissen en overuren van het vast personeel voor extra inzetten in verband met Corona. De kosten van het interim afdelingshoofd/crisismanager GHOR worden deels door het Rijk gecompenseerd. Daarnaast zijn de kosten voor opleiden, trainen en oefenen hoger dan begroot.
59
Jaarstukken 2021
Overige baten De meerkosten voor loonkosten die het gevolg zijn van Corona worden volledig gecompenseerd door het Rijk. De compensatie (baten) zijn verantwoord onder de Overige baten. Bijdrage Rijk (BDuR) Lasten en baten
Begroting 2021
Realisatie 2021
Afwijking
Overige lasten Totaal lasten
€0 €0
€ 2.019.840 € 2.019.840
-€ 2.019.840 -€ 2.019.840
Bijdragen Rijk Totaal baten
-€ 6.678.585 -€ 6.678.585
-€ 8.658.538 -€ 8.658.538
€ 1.979.953 € 1.979.953
Saldo lasten en baten
-€ 6.678.585
-€ 6.638.698
-€ 39.887
Het nadeel op de bijdrage van het Rijk betreft de indexatie van de BDuR die gedurende 2021 vast is gesteld. Door het vaststellingsmoment is de aanpassing niet meer verwerkt in de begroting. Onder dit product is ook de bijdrage van het Rijk (€2.019.840) voor de controle op Corona Toegangsbewijzen (CTB) gepresenteerd. De bijdrage is op 1-op-1 doorgestort naar de gemeenten. Op het moment dat de definitieve verantwoording van de gemeenten over de CTB beschikbaar is (gemeentelijke jaarrekeningen 2021 met accountantsverklaring) zal VRBZO de definitieve verantwoording in haar jaarrekening 2022 presenteren. Bijdrage gemeenten
Lasten en baten
Begroting 2021
Realisatie 2021
€0
€0
€0
Bijdragen gemeenten Totaal baten
-€ 43.630.949 -€ 43.630.949
-€ 43.630.948 -€ 43.630.948
-€ 1 -€ 1
Saldo lasten en baten
-€ 43.630.949
-€ 43.630.948
-€ 1
Totaal lasten
Afwijking
Overige financiering en algemene dekkingsmiddelen Lasten en baten
Begroting 2021
Realisatie 2021
Overige lasten Totaal lasten
€ 307.669 € 307.669
-€ 23.237 -€ 23.237
€ 330.906 € 330.906
Overige baten Totaal baten
-€ 306.863 -€ 306.863
-€ 34.674 -€ 34.674
-€ 272.189 -€ 272.189
€ 806
-€ 57.910
€ 58.716
Saldo lasten en baten
Afwijking
Overige lasten en baten Het voordeel op het product Overige financiering en algemene dekkingsmiddelen wordt veroorzaakt door boekwinsten op desinvesteringen die zijn ingeruild of afgestoten en een wijziging in de berekeningswijze en verantwoording van de voorbelasting (BTW). 60
Jaarstukken 2021
Ondersteuning organisatie
Lasten en baten Loonkosten Kapitaalslasten Overige lasten Overhead verrekeningen Overige verrekeningen Totaal lasten
Begroting 2021
Realisatie 2021
€ 4.699.592 € 463.943 € 2.887.998 € 1.947.690 €0 € 9.999.223
€ 4.802.126 € 397.094 € 2.917.952 € 1.900.731 -€ 1.563 € 10.016.340
-€ 102.534 € 66.849 -€ 29.954 € 46.959 € 1.563 -€ 17.117
€0 €0
-€ 59.686 -€ 59.686
€ 59.686 € 59.686
€ 9.999.223
€ 9.956.654
€ 42.569
Overige baten Totaal baten Saldo lasten en baten
Afwijking
Loonkosten en overige baten Het nadeel op loonkosten wordt met name veroorzaakt door externe inhuur voor projecten en tijdelijke vervanging. Het nadeel op loonkosten wordt deels gecompenseerd door het voordeel op overige baten dat vooral detacheringsvergoedingen en uitkeringen voor personeel betreft. Kapitaalslasten Diverse geplande investeringen vinden later dan verwacht plaats. Dit zorgt voor incidenteel lagere kapitaalslasten. Overige lasten Het nadeel op overige lasten wordt veroorzaakt door ICT projecten (o.a. BIO). Overhead verrekeningen Het voordeel op de overhead doorbelasting is met name het vertraagd of tijdelijk niet invullen van vacatures bij de producten Incidentbestrijding, Risicobeheersing en GHOR.
61
Jaarstukken 2021
3.3
Overzicht incidentele baten en lasten per programma
Saldo lasten en baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Saldo
Product Incidentbestrijding € 32.246.644 € 715.554 € 32.222.912 € 453.869 Product Risicobeheersing € 6.032.802 € 211.658 € 5.785.816 € 149.200 Product Crisisbeheersing € 1.866.456 € 362.794 € 1.481.489 € 46.500 Product Bevolkingszorg € 749.629 € 256.178 € 456.367 €0 Product GHOR € 1.282.097 € 187.725 € 1.012.490 €0 Product GMK (exc.MKA) €0 €0 €0 €0 Product Ambulancezorg €0 €0 €0 €0 Product MKA €0 €0 €0 €0 Bijdrage Gemeenten € 0 € 43.630.948 € 0 € 43.630.949 Bijdrage Rijk € 2.019.840 € 8.658.538 €0 € 6.678.585 Product Financiering & Alg Dekking -€ 23.237 € 34.674 € 307.669 € 306.863 Ondersteuning organisatie € 10.016.340 € 59.686 € 9.999.223 €0 Saldo lasten en baten
S
€ 237.953 -€ 184.528 -€ 68.673 -€ 37.083 -€ 81.882 €0 €0 €0 -€ 1 -€ 39.887 € 58.716 € 42.569 -€ 72.817
€ 237.953 -€ 184.528 -€ 68.673 -€ 37.083 -€ 81.882 €0 €0 €0 -€ 1
€0 €0
€0 €0
€0 €0
€ 54.190.572 € 54.117.755 € 51.265.966 € 51.265.966
-€ 72.817
-€ 32.930
€ 54.190.572 € 54.117.755 € 51.265.966 € 51.265.966 €0 €0
Mutaties Algemene Reserves Mutaties Bestemmingsreserves Saldo lasten en baten
I
€0 €0
€0 €0
-€ 39.887 € 58.716 € 42.569 -€ 32.930
-€ 39.887
-€ 39.887
Op basis van de realisatie in 2021 is de exploitatie exclusief mutaties van de reserves structureel niet in balans voor een bedrag van € 39.887 als gevolg van een lagere indexatie van de Rijksbijdrage dan verwacht. In de begroting van 2022 wordt dit tekort structureel afgedekt via de reguliere indexatie. Hieronder worden de belangrijkste incidentele lasten en baten toegelicht per product (indien relevant): Product Incidentenbestrijding De hogere baten dan begroot zijn hoofdzakelijk afkomstig door de detacheringen in 2021. Deze baten zijn incidenteel. De hogere lasten zijn met name het gevolg van onderhoudskosten voor voertuigen die vooralsnog als incidenteel beschouwd worden. Product Risicobeheersing Het voordeel op de baten is een gevolg van de aanvullende diensten die uitgevoerd zijn voor enkele gemeenten. Het gevolg hiervan is het nadeel op de lasten voor het inhuren van extra personeel voor de uitvoer van onder andere deze diensten. Het resterende nadeel komt uit de extra investeringen die zijn gedaan in het opleiden, trainen en oefenen van medewerkers in het primaire proces van de brandweer. Deze onderdelen zijn alle incidenteel. Producten Crisisbeheersing, Bevolkingszorg en GHOR De voor- en nadelen voor deze producten betreffen met name meerkosten voor personeel (intern en extern) als gevolg van de Coronacrisis en de compensatie voor deze meerkosten.
Overige financiering en algemene dekkingsmiddelen De afwijkingen zijn het gevolg van een wijziging van de presentatie van de interne verrekening van de rente (per saldo geen resultaat) en de boekresultaten op desinvesteringen (incidenteel). Ondersteuning organisatie Het nadeel op de lasten is vooral het gevolg van inhuur voor tijdelijke vervanging en projecten (HRM en ICT), kosten voor ICT projecten en kosten voor extern advies. Alle onderdelen zijn incidenteel in 2021. Het voordeel op de baten heeft betrekking op uitkeringen en detacheringsvergoedingen voor personeel die compenseren voor de incidenteel hogere loonkosten door vervanging.
62
Jaarstukken 2021
3.4
Overzicht aanwending van bedrag onvoorzien
Er is geen bedrag onvoorzien.
3.5
Overzicht structurele toevoegingen en onttrekkingen reserves
Er zijn geen structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves.