CConstaterende datAsten
Koppel je AI →
Document · PDF

22.05.03A 8 Bijlage 1 Rapport Natuurinclusief Nederland - natuur overal en voor iedereen.pdf

Raadscommissie Ruimte 31 mei 2022, gemeente AstenBij agendapunt: Ingekomen stukken, gericht aan de raad: Voor kennisgeving aannemen36.237 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

digheden de energie te richten op bodemzuivering en het tegengaan van

niet in de marktprijs van producten of diensten doorberekend. De financiële

verdroging. In plaats daarvan wordt de laatste tijd steeds vaker gekeken

prikkels in het huidige economische systeem stellen niet of nauwelijks

of er in Natura 2000-gebieden méér drinkwater kan worden gewonnen.

voorwaarden aan het voorkomen van natuurschade en belonen nauwelijks

Onder de huidige wetgeving is de ruimte om daar water uit de grond te

activiteiten die bijdragen aan natuur.

halen echter beperkt, met het oog op de instandhouding van deze gebieden. Sommige drinkwaterbedrijven zien de bescherming van natuurgebieden

We zien dit mechanisme in de praktijk onder meer terug in de manier

daarom als een sta-in-de-weg (Harmsen, 2022). Hiermee onderschatten ze

waarop Europese landbouwsubsidies worden toegekend. Hierbij wordt

de waarde van de natuur voor de drinkwaterwinning.

natuur- en biodiversiteitsverlies niet of maar heel beperkt meegewogen. Voor het ontvangen van deze subsidies moeten agrarische bedrijven

Formeel wordt het natuurbelang door beleidsmakers standaard meege-

voldoen aan landelijke richtlijnen voor ‘goede landbouw- en milieucondi-

nomen in maatschappelijke kosten-batenanalyses. Dergelijke analyses

ties’. Deze condities zijn echter niet gericht op het voorkomen van schade-

beperken zich echter veelal tot de mogelijk nadelige effecten op wettelijk

lijke effecten van agrarische activiteiten op beschermde natuurgebieden.

beschermde soorten en habitats. De belevingswaarde van natuur voor

Alleen aan subsidies voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer worden

burgers of de beschikbaarheid van essentiële ecosysteemdiensten zijn

voorwaarden gesteld die betrekking hebben op bescherming van de

moeilijker te kwantificeren en laten zich vaak alleen in kwalitatieve termen

biodiversiteit in het landelijk gebied. Maar natuur- en landschapsbeheer

omschrijven (CE Delft & Arcadis, 2018). Het risico daarvan is dat deze

(zie ook § 3.1) vormen slechts een zeer klein onderdeel van het Europese

factoren in de afweging naar de achtergrond verdwijnen (Rli, 2021c).

landbouwbeleid.

Bovendien is het gebruik van maatschappelijke kosten-batenanalyses niet in alle gevallen verplicht. Overheden kunnen besluiten een lichter instru-

In het nieuwe Europese landbouwbeleid zal toekomstbestendig boeren

mentarium te hanteren.

sterker worden beloond, zo is de bedoeling (LNV, 2021a). Boeren krijgen dan een toeslag per hectare als ze ervoor kiezen te voldoen aan concrete

Natuur wordt in de praktijk als ‘gratis’ en onuitputtelijk beschouwd

eisen op het gebied van bijvoorbeeld koolstofvastlegging, verbetering van

Voor economische activiteiten zijn de diensten die de natuur ons levert

bodem- en waterkwaliteit, vermindering van gewasbeschermingsmiddelen

ogenschijnlijk ‘gratis’ beschikbaar. In de besluitvorming over economische

en verbetering van natuurkwaliteit. Boeren moeten een minimaal aantal

activiteiten is er nauwelijks oog voor het risico dat deze hulpbronnen op

punten behalen op elk van de doelen om voor vergoeding in aanmerking te

NATUURINCLUSIEF NEDERLAND | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 3

PRINT

30

komen. Voor extra punten boven het minimum wordt een hogere vergoe-

effectief gebleken. Een samenhangende aanpak van natuur met maatschap-

ding uitbetaald (LNV, 2021a). Enkele Nederlandse gemeenten hebben nu

pelijke opgaven komt hierdoor moeilijk van de grond.

al een subsidieregeling voor agrariërs die gebaseerd is op een dergelijk puntensysteem (zie kader).

Rol provincies, gemeenten en waterschappen De invulling en uitvoering van het natuurbeleid ligt sinds 2013 grotendeels

Groenfonds Midden-Delfland

in handen van de provincies. De beleidsambities waaraan zij gestalte

Vier gemeenten rond Midden-Delfland financieren via een gezamenlijk

moeten geven zijn vastgelegd in het Natuurpact (IPO & LNV, 2013) en later

groenfonds het behoud en beheer van natuur, landschap en cultuurhis-

verbreed in een gezamenlijk ‘ambitiedocument’ (IPO & LNV, 2019). Het is

torie in dat gebied. Het fonds betaalt agrarische bedrijven voor groene

aan de provincies om de vastgelegde ambities en doelen te verwezenlijken.

diensten op basis van een puntensysteem. De bedoeling is hiermee het

Daarbij zullen zij op veel punten moeten afstemmen met elkaar en met

agrarisch cultuurlandschap in stand te houden en de relatie tussen stad

waterschappen en gemeenten. De effectiviteit van het eigen provinciale

en land te versterken.

natuurbeleid is immers mede afhankelijk van de maatregelen die in de naastgelegen gebieden worden getroffen. Bijvoorbeeld als het gaat om het regelen van de waterhuishouding of om de aanpak van exoten (zie

Ook voor andere sectoren bevat het overheidsbeleid tot op heden weinig

hoofdstuk 7 in deel 2). Juist deze onderlinge afhankelijkheden blijken in de

financiële prikkels om natuurschade te voorkomen of natuurverrijking te

praktijk evenwel een voetangel. Van de benodigde afstemming is te weinig

belonen. Zo wordt industriële grondwateronttrekking gefaciliteerd door de

sprake en er wordt vaak langs elkaar heen gewerkt. Mede daardoor worden

lage prijs die daarvoor wordt gerekend (Waterforum, 2020).

de nationale doelen van het natuurbeleid niet gehaald (PBL, 2020a; zie hoofdstuk 3 in deel 2).

3.4 Niet genoeg samenwerking tussen overheden

Rol rijkoverheid

Er zijn de afgelopen jaren opeenvolgende (sector)afspraken gemaakt tussen

Logischerwijs is het in een situatie als deze aan het Rijk (in casu de

Rijk en provincies om de natuurkwaliteit te verbeteren. Vooralsnog zonder

minister van LNV) om in te grijpen. Daar ligt immers de eindverantwoor-

veel succes. Bij de invulling van het natuurbeleid is de samenwerking

delijkheid voor het behalen van de nationale natuurdoelen. Het is ook de

tussen overheden onderling en met andere partijen tot op heden weinig

minister van LNV die over een aantal van die doelen namens Nederland verantwoording moet afleggen aan de EU (Van den Berg & Korsten, 2020;

NATUURINCLUSIEF NEDERLAND | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 3

PRINT

31

Arcadis, 2021) en aan mondiale gremia zoals het platform van de bij het

een natuurinclusieve samenleving. Gemeenten zijn ook (net als de water-

Biodiversiteitsverdrag aangesloten partijen.

schappen) betrokken bij de aanpak van opgaven in gebieden in het kader van het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland en bij het bestuur van

Het Rijk heeft formeel de bevoegdheid om in te grijpen bij een provinciale

enkele Nationale Parken.

overheid, bijvoorbeeld als er bij de uitvoering van het natuurbeleid sprake is van taakverwaarlozing. Ook kan het Rijk eventuele Europese boetes

Een aantal gemeenten voert op dit moment actief beleid om openbare

wegens het niet-nakomen van afspraken over natuurbescherming op

ruimtes te vergroenen of de stedelijke groenopgave te verbinden met de

decentrale overheden verhalen.10 Dergelijk ingrijpen vereist echter zicht op

woningbouwopgave, en zo de biodiversiteit binnen de gemeentegrenzen

voortgang van de realisatie van de beleidsdoelen. Deze voortgang wordt

te versterken. Het bereiken van een samenhangende aanpak blijkt evenwel

op provinciaal niveau nog onvoldoende systematisch gemonitord. Zo is het

moeilijk, onder andere doordat er sprake is van schotten tussen rijks­

voor het Ministerie van LNV onduidelijk in hoeverre de uitvoering van de

programma’s, onvoldoende financiering van beheer en gebrek aan kennis

Natura 2000-beheerplannen op koers ligt. Er is op rijksniveau en op provin-

(LNV, 2021d).

ciaal niveau geen onafhankelijk toezicht op en monitoring van de realisatie van de beleidsdoelen (Van den Berg & Korsten, 2020). Rol gemeenten Gemeenten zijn niet betrokken geweest bij de opeenvolgende bestuursakkoorden over natuur, zoals het Natuurpact (2013), of bij de totstandkoming van het Programma Natuur. Ze voeren ook geen formele taken uit in het kader van de Wet natuurbescherming (IPO & LNV, 2013; LNV, 2020b). Gemeenten vervullen voor het natuurbeleid echter wel een loketfunctie. Ze zijn als vergunningverlener betrokken bij uitvoering van de Wet natuurbescherming en hebben een rol bij het inrichten en beheer van openbaar groen. Maar bovenal vervullen ze een prominente rol bij het werken aan 10 Het Rijk heeft deze bevoegdheid uit hoofde van de Wet revitalisering interbestuurlijk toezicht en de Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten (NErpe).

NATUURINCLUSIEF NEDERLAND | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 3

PRINT

32

4 OPLOSSINGSRICHTINGEN EN AANBEVELINGEN De analyse van het nationale natuurbeleid die wij in de voorgaande hoofdstukken hebben gepresenteerd, brengt ons tot de constatering dat er in ons land sprake is van een biodiversiteitscrisis. Het natuurvraagstuk is urgent en vergt politieke prioriteit. Wij zien vier oplossingsrichtingen voor ons die simultaan zouden moeten worden ingezet. Wat de overheid hiervoor kan doen, hebben we vertaald in een aantal concrete aanbevelingen.

Wereldwijd gaat de natuur in een zorgwekkend tempo achteruit. Dat geldt zeker ook voor Nederland. Van agrarische gebieden tot natuurgebieden, van binnenwateren tot stedelijke gebieden: overal lopen de natuurkwaliteit en de biodiversiteit terug. Dat is dramatisch, want vitale natuur vormt een basisvoorwaarde voor het menselijk bestaan. De biodiversiteitscrisis waarin ons land zich bevindt, hangt samen met de klimaatcrisis en is ook van eenzelfde orde. Het is cruciaal om de teruggang van natuur te keren en te zorgen voor herstel. De urgentie om nu in te grijpen en onherstelbare schade te voorkomen is groot. Doorgaan op dezelfde weg, met het huidige natuurbeleid,

PRINT

33

is volstrekt onvoldoende. Vanwege deze urgentie én de voorliggende

In figuur 4 laten we zien dat in onze ogen deze vier oplossingsrichtingen

kansen vergt het natuurvraagstuk naar ons oordeel een prominente plek

nodig zijn om het biodiversiteitverlies in Nederland om te buigen naar

op de ­politieke en bestuurlijke agenda. De plannen die staan vermeld in

biodiversiteitsherstel.

het coalitie­akkoord kunnen daaraan overigens zeker een bijdrage leveren. Het instellen van twee fondsen met in totaal € 60 miljard maakt veel van de noodzakelijke investeringen mogelijk. Daarnaast is de keuze voor een gebiedsgerichte aanpak naar ons oordeel een stap in de goede richting.

4.1 Verbreed de focus van het natuurbeleid: natuur overal en voor iedereen Het verbreden van de focus van het natuurbeleid is om verschillende

Wat wij voor ons zien is een natuurinclusief Nederland, met natuur overal

redenen van belang. Om te beginnen wordt natuur daarmee voor iedereen

en voor iedereen. Een Nederland met gezonde beschermde natuurgebieden,

bereikbaar, ook dichtbij huis. Dit draagt bij aan de gezondheid en het

met bijzondere plant- en diersoorten en met bijzondere landschappen. Een

welzijn van mensen. Bovendien maken we daarmee de natuur als geheel

Nederland dat ook buiten de beschermde gebieden, in het agrarisch gebied,

sterker. Dat is belangrijk, want de verschraling van natuurkwaliteit buiten

in dorpen en in steden, royaal is voorzien van openbaar groen en water.

de beschermde natuurgebieden is ernstig. Door de natuurkwaliteit ook daar

Een Nederland waar iedere Nederlander in de eigen straat en buurt volop

naar een gewenst minimumniveau te brengen, komen de natuurdoelen

natuurervaringen opdoet en zich fysiek en mentaal gezond voelt. En een

binnen de beschermde gebieden gemakkelijker binnen bereik en blijft

Nederland waarin het natuurbeleid een integraal onderdeel vormt van het

unieke en bedreigde natuur in Nederland als geheel behouden. Tegelijkertijd

overige beleid en de daarmee samenhangende economische en politieke

komen we op die manier onze internationale afspraken na. Een bredere

besluiten.

focus maakt de beleidsinzet, kortom, als geheel effectiever.11

Hieronder schetsen wij vier oplossingsrichtingen met aanbevelingen om te

Voor het streven naar een gewenst minimumniveau van natuurkwaliteit

komen tot een dergelijk natuurinclusief Nederland. Wij denken dat aanpas-

buiten beschermde gebieden (zowel in het landelijk als stedelijk gebied)

singen nodig zijn in: (1) de focus van het natuurbeleid, (2) de verbinding

biedt het concept ‘basiskwaliteit natuur’ houvast: het geheel van condities

met andere maatschappelijke opgaven, (3) de waardering en weging van

waaraan in een bepaald gebied ten minste moet zijn voldaan met het oog

natuur in economie en politieke besluitvorming en (4) de bestuurlijke samenwerking.

NATUURINCLUSIEF NEDERLAND | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 4

11 In het coalitieakkoord wordt het begrip ‘landschapsgrond’ geïntroduceerd als nieuwe ruimtelijke bestemming. Het begrip lijkt niet strijdig met een bredere focus voor natuur. Het is echter nog niet uitgewerkt en daarom niet in dit advies betrokken (zie hoofdstuk 3 in deel 2).

PRINT

34

Figuur 4: Vier oplossingsrichtingen zorgen voor biodiversiteitsherstel in Nederland

NATUURINCLUSIEF NEDERLAND | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 4

PRINT

35

op het bereiken dan wel in stand houden van een minimale kwaliteit van

inzet nodig in en rond de beschermde natuur. Het gaat om basiskwaliteit én

de natuur, waardoor algemene soorten weer algemeen worden of blijven

topkwaliteit. Wij doen in dit verband de volgende aanbevelingen:

(Biesmeijer et al., 2021; zie hoofdstuk 8 in deel 2). Aanbevelingen Concreet moeten, om basiskwaliteit natuur te realiseren, drie soorten condi-

• Rijk en provincies: maak de uitbreiding en de inrichting van het

ties op orde zijn:

Natuurnetwerk Nederland tijdig af en torn niet aan de bescherming van

1. de milieuomstandigheden (abiotische factoren zoals waterstanden en de

de Natura 2000-gebieden. Dit is een belangrijke voorwaarde om de inter-

kwaliteit van bodem en water); 2. de inrichting (zoals verkaveling en landschapselementen, weg- en waterinfrastructuur en recreatieve voorzieningen); 3. het gebruik en beheer (zoals intensiteit van het landgebruik en type beheer).

nationaal afgesproken instandhoudingsdoelen te bereiken. • Rijk, provincies en gemeenten: zorg dat in de regionale omgevingsvisies gebiedsgewijs en met betrokkenen in het gebied invulling wordt gegeven aan minimumvereisten voor basiskwaliteit natuur in die gebieden (zie ook § 4.4). Gemeenten: betrek deze minimumvereisten vervolgens bij de gemeentelijke omgevingsplannen en bij het opstellen van leidraden voor

De concrete condities waar het om gaat verschillen per gebied en worden

de inrichting van de openbare ruimte; dit is van betekenis zowel voor

gebaseerd op ecologische analyses, type landschap en gebruik en de

nieuwbouw als voor bestaande wijken.

cultuurhistorische en belevingswaarden van het gebied. Het referentiekader

• Rijk: richt – als onderdeel van de ecologische autoriteit zoals voorge-

voor wat algemene soorten flora en fauna zijn, wordt gebaseerd op ecologi-

steld in het coalitieakkoord – een landelijk kennisnetwerk natuur op, dat

sche analyses, en komt in nauwe samenspraak met bewoners en betrokken

provincies en gemeenten ondersteunt bij de gebiedsgewijze invulling van

partijen tot stand. Samen wordt besloten wat gebiedseigen is, welke

basiskwaliteit natuur.

soorten worden gekoesterd en moeten worden behouden. Wanneer wordt

• Rijk: pas de Wet natuurbescherming (later Omgevingswet) aan, zodat de

voldaan aan de (gebiedseigen) condities kunnen de bij het gebied beho-

natuurinclusieve ontwikkeling van grotere gebieden conform de stan-

rende algemene soorten daar ook daadwerkelijk voorkomen of terugkeren.

daard Nationale Parken Nieuwe Stijl wettelijk mogelijk wordt. • Rijk: ondersteun de beweging naar een natuurinclusieve samenleving

Het realiseren van een basiskwaliteit voor de natuur buiten natuurgebieden

met natuureducatie.

vergt een verbreding van de focus van het natuurbeleid. Daarnaast blijft

NATUURINCLUSIEF NEDERLAND | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 4

PRINT

36

Figuur 5: Proces om te komen tot gebiedseigen kenmerken van basiskwaliteit natuur

NATUURINCLUSIEF NEDERLAND | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 4

PRINT

37

4.2 Verbind natuurherstel met andere maatschappelijke opgaven

Ook op andere plekken in het land is de afgelopen jaren met succes de

Er liggen tal van kansen om het herstel van de natuur, zowel binnen als

van de natuurkwaliteit. Dit gebeurde bijvoorbeeld in het kader van het

buiten beschermde gebieden, te verbinden met de grote maatschappelijke

programma Ruimte voor de Rivier en het programma Maaswerken. De

opgaven waar ons land voor staat. Dit geldt als eerste voor de maatschap-

betekenis hiervan in termen van natuurwaarden overtreft op veel punten

pelijke opgaven die in de ruimte hun beslag krijgen: de woningbouwop-

de verwachtingen. Zo blijkt, met passend beheer, het aantal vissoorten

gave, de klimaat- en energieopgave en de verduurzaming van de landbouw.

spectaculair te stijgen (Stoffers et al., 2021).

opgave voor hoogwaterbescherming gecombineerd met verbetering

In ons advies Geef richting, maak ruimte (Rli, 2021b) constateerden wij al dat een geïntegreerde aanpak van de diverse maatschappelijke opgaven essentieel is omdat de beschikbare ruimte beperkt is. Ook het Rijk, de

De door ons voorgestelde integrale benadering sluit goed aan bij de Fit for

provincies en een brede coalitie van maatschappelijke organisaties hebben

55-voorstellen uit de Europese Green Deal en bij het internationale beleid

recent voorstellen geformuleerd voor een geïntegreerde en natuurin-

gericht op verduurzaming. De Europese Commissie en andere instellingen

clusieve aanpak in zowel steden als het landelijk gebied (Colleges van

bepleiten hierbij om natuurlijke processen leidend laten zijn bij het zoeken

Gedeputeerde Staten et al., 2021; Samen voor biodiversiteit, 2021; LNV

naar geïntegreerde oplossingen voor ruimtelijke opgaven, oftewel om te

et al., 2021). Ook de waterschappen kiezen voor een natuurinclusieve

werken met nature-based solutions; zie kader.

aanpak (Unie van Waterschappen [UvW], 2020). Wat geïntegreerde en natuur­gebaseerde oplossingen zoal kunnen opleveren, is de afgelopen

‘Natuurgebaseerde oplossingen’ voor ruimtelijke opgaven

jaren gebleken bij verscheidene ruimtelijke projecten in het landelijk gebied

Traditioneel worden ruimtelijke opgaven aangepakt met ‘harde’

en in steden (zie hoofdstuk 7 in deel 2; zie kader).

middelen, zoals beton en machines. Natuurgebaseerde oplossingen gaan uit van het idee dat het effectiever is om mét de natuur te werken dan

Voorbeelden van geïntegreerde en natuurgebaseerde oplossingen voor

ertégen. De kracht van de natuur wordt ingezet als bondgenoot in het

hoogwaterbescherming

oplossen van problemen.

Bij de Zandmotor bij Kijkduin is in 2011 een zandlichaam in zee aangelegd

De Europese Commissie (2021b) definieert natuurgebaseerde oplos-

ter bescherming van de kust. Daarmee werd naast hoogwaterbescher-

singen als “[solutions that are] inspired and supported by nature, which

ming tegelijkertijd de biodiversiteit versterkt én werden de mogelijk-

are cost-effective, simultaneously provide environmental, social and

heden voor recreatie vergroot.

economic benefits and help build resilience. Such solutions bring more,

NATUURINCLUSIEF NEDERLAND | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 4

PRINT

38

and more diverse, nature and natural features and processes into cities,

de preventieve als de curatieve zorg. Daarmee worden de kosten van de

landscapes and seascapes, through locally adapted, resource-efficient

zorg in ons land verlaagd. Dat rechtvaardigt – binnen de grenzen van de

and systemic interventions.”12 Dergelijke multifunctionele oplossingen

Zorgverzekeringswet – een financiële bijdrage van de zorgverzekeraars aan

versterken de biodiversiteit en ondersteunen de ecosysteemdiensten die

de verbetering van de kwaliteit van de natuur. Met het Programma Gezonde

de natuur mensen te bieden heeft (International Union for Conservation

Groene Leefomgeving is hiermee al een begin gemaakt.13

of Nature and Natural Resources [IUCN], 2020). Het combineren van natuurherstel met andere maatschappelijke opgaven biedt volgens ons dus grote kansen om werk te maken van een natuurincluIn het coalitieakkoord is overeengekomen om twee fondsen in het leven

sieve samenleving en om overal in het land natuur van (ten minste) basis-

te roepen, die een integrale aanpak van de natuur- en andere ruimtelijke

kwaliteit te realiseren. Wij doen in dat verband de volgende aanbevelingen:

opgaven kunnen ondersteunen: het Klimaat- en transitiefonds (€ 35 miljard voor de komende tien jaar) en het transitiefonds van het Nationaal

Aanbevelingen

Programma Landelijk Gebied (ook wel ‘Stikstoffonds’; € 25 miljard tot 2035).

• Rijk: maak natuur onderdeel van de gebiedsgerichte aanpak van het

Het Klimaatfonds is bestemd voor de aanleg van infrastructuur voor groene

stikstofprobleem en combineer die aanpak met andere nationale en

energie, versterking van groene industriepolitiek en verduurzaming van

­regionale opgaven in die gebieden. Maak hierover afspraken met provin-

mobiliteit en de gebouwde omgeving. Het Stikstoffonds gaat het kabinet

cies, gemeenten en waterschappen, en benut de in het coalitieakkoord

gebruiken om de natuurkwaliteit met een gebiedsgerichte aanpak te verbe-

voorgestelde fondsen om deze afspraken te ondersteunen. Maak hierbij

teren, door middel van stikstofbronmaatregelen, natuurherstelmaatregelen

ook gebruik van de nationale grondbank die in hetzelfde coalitieakkoord

en natuuruitbreiding.

is aangekondigd, voor de ondersteuning van gebieds­processen. Betrek daarbij ook de bossenstrategie.

Natuurherstel kan naast bovengenoemde maatschappelijke opgaven ook

• Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten: maak aan de bedrijven

bijdragen aan het realiseren van een betaalbare en houdbare gezondheids-

in de landbouwsector duidelijk welke normen voortvloeien uit de

zorg. Contact met natuur heeft bewezen positieve effecten op de geestelijk

ecologische opgaven in een gebied (Rli, 2021a). Vereisten voor de

en lichamelijke gezondheid en levert daarmee een bijdrage aan zowel 12 Zie https://ec.europa.eu/info/research-and-innovation/research-area/environment/nature-basedsolutions_en

NATUURINCLUSIEF NEDERLAND | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 4

13 Zorgverzekeraars zijn betrokken in het Programma Gezonde Groene Leefomgeving van van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en LNV, onder andere bij het verkennen van mogelijkheden om financiële stromen te combineren voor het investeren in een gezonde groene leefomgeving.

PRINT

39

gebiedsspecifieke basiskwaliteit natuur (zie § 4.1) bieden hierbij een

• Rijk: maak afspraken met zorgverzekeraars over hun bijdrage aan verbe-

houvast en kunnen ook bijdragen aan goede bedrijfscondities (o.a. weer-

tering van de natuurkwaliteit in de leefomgeving als onderdeel van

bare teelten en bestuiving).

preventieve en curatieve zorg.

• Rijk: sluit met de bouwsector 14 een bestuurlijk akkoord over de natuurinclusieve inrichting van woonwijken, natuurinclusieve nieuwbouw en dit akkoord op in woondeals. Leg daarnaast in het ‘Besluit bouwwerken

4.3 Weeg natuurwaarden volwaardig bij economische en politieke besluitvorming

leefomgeving’ vast dat natuurinclusief inrichten, bouwen en renoveren

Het langetermijnbelang van een robuuste economie veronderstelt de

moeten bijdragen aan de minimumvereisten voor een gebiedsspecifieke

beschikbaarheid van natuurlijke hulpbronnen. Die beschikbaarheid veron-

basiskwaliteit natuur. Onderzoek of de Wet natuurbescherming (later

derstelt op haar beurt een duurzame benutting van ecosysteemdiensten.

Omgevingswet) hiervoor een grondslag kan bieden. Zorg wel dat er

Om substantiële stappen te zetten naar een natuurinclusieve samenleving

ruimte blijft voor maatwerk, om een integrale aanpak van ruimtelijke

moeten de oorzaken van natuurverlies worden aangepakt en moeten activi-

opgaven mogelijk te maken en om rekening te kunnen houden met

teiten met positieve effecten op de natuur en biodiversiteit worden gestimu-

het gebiedsspecifieke karakter van basiskwaliteit natuur. De punten-

leerd. Dit vereist dat het natuurbelang volwaardig meetelt in economische

systemen die nu al in verschillende gemeenten worden gehanteerd,

en politieke besluitvorming.

renovatie, inclusief het gebruik van materialen. Neem de afspraken uit

kunnen als voorbeeld dienen. Neem een dergelijk puntensysteem op in de ‘Handreiking decentrale regelgeving klimaatadaptief bouwen en

Om stappen te zetten naar het verweven van natuur en economie bevelen

inrichten’ en betrek zo’n puntensysteem ook in de te maken afspraken

wij aan om gebruik te maken van diverse instrumenten: het ombuigen van

over woondeals.

financiële prikkels en een betere borging van het natuurbelang bij economi-

• Rijk: benoem samen met de VNG, het IPO en de UvW natuurinclusief

sche en politieke besluitvorming. De overheid kan hiertoe aansluiten bij de

handelen tot uitgangspunt voor de aanpak van de energieopgave.

Europese ‘Non-Financial Reporting Directive’ (die bedrijven verplicht om te

Maak daarvoor afspraken met de energiesector over natuurinclusief

rapporteren over de effecten van hun activiteiten op milieu en samenleving)

ontwerpen, bouwen en beheren van installaties en gebouwen. Neem

en de Europese ‘Green Taxonomy’ (een classificatiesysteem voor het cate-

deze afspraken op in de handreiking en de toolbox voor de regionale

goriseren van groene, milieuvriendelijke, bedrijfsactiviteiten).

energiestrategieën 2.0. 14 Het gaat hier om bouwers, project- en gebiedsontwikkelaars.

NATUURINCLUSIEF NEDERLAND | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 4

PRINT

40

De overheid kan daarnaast het gebruik van maatschappelijke kosten-

het belang van biodiversiteitsherstel daarin beter worden meegenomen.

batenanalyses bij overheidsbesluitvorming verplicht stellen en het belang

Besteed daarbij aandacht aan de belevingswaarde voor burgers en de

van biodiversiteitsherstel – inclusief de belevingswaarde voor burgers en de

beschikbaarheid van ecosysteemdiensten.

beschikbaarheid van ecosysteemdiensten – nadrukkelijker verankeren in het

• Gezamenlijke overheden: geef zelf het goede voorbeeld. In de eerste

gebruik van de Werkwijzer Natuur. Daarvoor kan ze onder andere gebruik-

plaats door grond in eigen bezit duurzaam en natuurinclusief te beheren,

maken van de ervaringen die zijn opgedaan met environmental economic

te verpachten en te verkopen. Bied daarbij voor pacht en beheer

accounting (UN SEEA, 2021).

langjarige overeenkomsten aan, zoals ook in het coalitieakkoord is voorgenomen (Rli, 2021a). In de tweede plaats door bij overheidsaanbe-

In het verlengde van het bovenstaande bevelen wij het volgende aan:

stedingen het maatschappelijk verantwoord inkopen uit te breiden met standaard vereisten voor biodiversiteit.

Aanbevelingen • Rijk: koppel de aangekondigde, strengere, voorwaarden voor Europese specifieke minimumvereisten voor basiskwaliteit natuur (§ 4.1). De mate

4.4 Werk gebiedsgericht samen: overheden en andere betrokkenen

waarin bedrijven hieraan voldoen om in aanmerking te komen voor

Het verbinden van ruimtelijke opgaven vergt een gebiedsgerichte aanpak,

ecoregelingen, kan worden gemonitord door een onafhankelijke certifi-

waaraan alle betrokken partijen – met onderscheiden rollen en taken –

ceringsautoriteit. Overheden moeten dan zorgen voor adequate handha-

­gezamenlijk invulling geven. We ondersteunen daarom de voorgenomen

ving (LNV, 2021a).

gebiedsgerichte aanpak van het kabinet voor integrale aanpak van opgaven

landbouwsubsidies (LNV, 2021a) aan de hiervoor genoemde gebieds-

• Rijk en provincies: koppel bestaande subsidies voor (agrarisch) natuurbe-

voor natuurherstel, klimaat en water in het landelijk gebied.

heer en landschapsbeheer ook aan gebiedsspecifieke minimumvereisten voor basiskwaliteit natuur.

Ook is er ruimte nodig voor een gebundelde inzet van publieke middelen.

• Rijk: neem fiscale maatregelen om natuurschade tegen te gaan. Dat kan

In ons advies Geef richting, maak ruimte! (Rli, 2021b) hebben wij de instel-

bijvoorbeeld door een stikstofheffing in te voeren of door zwaardere

ling bepleit van centrale tafels in elke regio, waar de sectorale ruimtelijke

heffingen te hanteren voor industriële grondwateronttrekking.

opgaven op regionaal niveau in samenhang worden beschouwd. We advi-

• Rijk en andere overheden: verbeter het gebruik van maatschappelijke kosten-batenanalyses zodanig dat het voorkomen van natuurschade en

NATUURINCLUSIEF NEDERLAND | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 4

seerden ook om rijksbudgetten te ontschotten om een integrale aanpak van opgaven gemakkelijker te maken.

PRINT

41

Een gebiedsgerichte aanpak van natuur en ruimtelijke opgaven vergt

Aanbevelingen

uiteraard ook regie. Provincies hebben een rol als gebiedsregisseur bij de

• Rijk, provincies en gemeenten: zorg dat de natuuropgave in een gebieds-

gebiedsprocessen (Rli, 2021b). Daarnaast is er meer nationale regie nodig

gerichte aanpak verbonden wordt met andere opgaven als wonen en

om provinciale doelen te verbinden aan nationale doelen (Natura 2000,

energie om daarbij inhoud te geven aan de beoogde basiskwaliteit natuur

Natuurnetwerk Nederland, natuurinclusieve samenleving, biodiversiteits-

(zie ook § 4.1). Hanteer daarbij de landelijke afspraken met betrokken

herstel). Overheden en ook private partijen in een gebied hebben elkaar

sectoren (zie ook § 4.2). Breng deze aanpak onder bij de eerder door de

nodig om voortgang te boeken in natuurkwaliteit. Daarbij is monitoring en

Rli (2021b) geadviseerde integrale regiotafels waardoor per gebied maat-

onafhankelijk toezicht nodig, om elkaar te kunnen aanspreken en zo nodig

werk mogelijk is bij een aanpak van opgaven.

bestuurlijk te kunnen ingrijpen.

• Provincies: pas deze gebiedsgerichte aanpak toe in alle regio’s, zowel landelijke als stedelijke regio’s. Betrek daarbij ook niet-overheidspartijen

In de afgelopen jaren is in verschillende gebieden ervaring opgedaan

en inwoners. Zorg voor verbinding met het Nationaal Programma

met een gebiedsgerichte aanpak. Zo werd in diverse experimenteer­

Landelijk Gebied.

gebieden samenwerking tussen overheden en private partijen gefaciliteerd.

• Rijk en provincies: maak afspraken over eenduidige verslaglegging van

Bijvoorbeeld op Schiermonnikoog, waar boeren, overheden en natuur­

uitvoeringsinformatie en monitoringsinformatie over de realisatie van de

organisaties in niet meer dan vijf jaar tot een gezamenlijke aanpak kwamen

doelen van het nationale natuurbeleid, zowel in beschermde gebieden

voor grootschalig natuurherstel én een aantrekkelijk langetermijnperspec-

als daarbuiten. Hiermee krijgt het Rijk als stelselverantwoordelijke zicht

tief voor boeren.

op de doelrealisatie. Daartoe moeten ook de dataverzameling en zelf­ rapportages door alle betrokken overheden op een gestandaardiseerde

Kortom: een goede samenwerking tussen overheden en andere betrokken partijen zorgt ervoor dat de natuur- en andere opgaven in een gebied

wijze plaatsvinden. • Rijk en provincies: beleg expliciet de thans ontbrekende onafhankelijke

sneller, beter en vaak met minder kosten worden opgepakt. Wij bevelen in

toezichthoudende en inspectietaken natuur op rijksniveau en provinciaal

dit verband het volgende aan:

niveau, bijvoorbeeld bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de omgevingsdiensten. Zorg daarbij voor adequate bemensing en financiering. Benut voorts indien nood­zakelijk de ter beschikking staande bevoegdheden om in te grijpen in het kader van interbestuurlijk toezicht.

NATUURINCLUSIEF NEDERLAND | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 4

PRINT

42

DEEL 2 | ANALYSE

1 AFBAKENING EN BEGRIPPEN In dit hoofdstuk geven we aan hoe we het onderwerp ‘natuur in Nederland’ hebben afgebakend en wat we verstaan onder een aantal centrale begrippen.

1.1 Afbakening Dit advies heeft betrekking op het Nederlands grondgebied. De Noordzee blijft, vanwege de specifieke internationale regelgeving en problematiek die daar aan de orde is, buiten beschouwing. We kijken evenmin naar de ecologische voetafdruk van Nederland elders in de wereld. Ons uitgangspunt is wel dat maatregelen gericht op biodiversiteitsherstel in Nederland geen negatieve gevolgen mogen hebben voor de natuur of de biodiversiteit elders. Verder betrekken we de situatie op Bonaire, Saba en Sint Eustatius niet in dit advies. Het Nederlandse natuurbeleid richt zich weliswaar óók op het Caribisch deel van Nederland, maar de maatschappelijke en beleidsmatige context van de staat van de natuur op de BES-eilanden (zie Ecorys, 2019) verschilt te sterk met het Europese deel van Nederland om in één advies eenduidige uitspraken over beide situaties te kunnen doen.

PRINT

43

1.2 Begrippen

Variatie tussen soorten en tussen ecosystemen is van belang voor het goed functioneren van voedselpiramides en het sluiten van kringlopen.

Natuur

Genetische diversiteit en daarmee de omvang van populaties is van belang

In dit advies hanteren we een breed natuurbegrip. We verstaan onder

om de kans op uitsterven van een soort te verkleinen. Daarom zijn ook

‘natuur’ niet alleen de beschermde natuurgebieden en de beschermde

verbindingen tussen ecosystemen en tussen natuurgebieden van belang

planten en dieren, maar ook de natuur in de stad en in het landelijk gebied.

om uitwisseling tussen populaties mogelijk te maken. Met andere woorden

We kijken bovendien zowel naar natuur op land als naar natuur in water.

de verscheidenheid aan soorten is van belang vanwege de vele onderlinge

Zo doen we recht aan de diversiteit van perspectieven van burgers op

relaties (CLO, 2017; Hoogwaterbeschermingsprogramma [HWBP], 2021).

natuur (Buijs & Boonstra, 2020; Buijs, 2009; PBL, 2012). Bovendien sluiten we op deze manier aan bij de definitie die de rijksoverheid sinds 2014 hanteert. In de Rijksnatuurvisie uit dat jaar is de keuze voor een breed

Figuur 6: Biodiversiteit: variatie binnen soorten, tussen soorten en tussen

natuurbegrip gemaakt, onder het motto ‘van voordeur tot Waddenzee’

ecosystemen

(Ministerie van Economische Zaken [EZ], 2014; Rli, 2013). Natuurkwaliteit en biodiversiteit Als we in dit advies spreken over ‘natuurkwaliteit’ bedoelen we zowel de mate waarin natuur tegen een stootje kan (robuustheid) als de mate waarin de natuur in staat is zich te herstellen van verstoringen of zich aan te passen aan wisselende omstandigheden (veerkracht). Een belangrijke maatstaf voor natuurkwaliteit is de biodiversiteit. Biodiversiteit heeft betrekking op de verscheidenheid aan soorten binnen de natuur. Die verscheidenheid heeft betrekking op de genetische ­variatie binnen soorten, de variatie tussen soorten (planten, dieren, microorganismen en schimmels) en de variatie tussen ecosystemen. Het gaat dus om verscheidenheid op verschillende schalen (zie figuur 6).

NATUURINCLUSIEF NEDERLAND | DEEL 2: ANALYSE | HOOFDSTUK 1

PRINT

44

Het bepalen van een maatstaf voor goede biodiversiteit in een gebied is

Ecosysteem

lastig om verschillenden redenen. Zo hebben we te maken met het feit dat

Een ecosysteem is een complex systeem van interacties tussen levende

onze eigen referentiekaders over ‘oorspronkelijke natuur’ in de loop der tijd

organismen en de omgeving waarin ze leven. Als in een gebied de natuur-

verschuiven (zie kader).

kwaliteit en de biodiversiteit op orde zijn, zijn er haast ontelbare relaties en interacties binnen ecosystemen. En ook tússen ecosystemen bestaan

Verschuivend referentiekaders voor ‘oorspronkelijke natuur’ in drie

interacties. Trekvogels bijvoorbeeld, leggen jaarlijks grote afstanden af

Achterhoekse generaties

en zijn zodoende afhankelijk van en onderdeel van diverse ecosystemen.

Iedere generatie neemt de natuur waarin zij opgroeit als referentiekader.

De milieu­kwaliteit en het natuurbeheer over de grens bepaalt mede hoe

Achteruitgang van natuur is een sluipend, zich langzaam voltrekkend

succesvol we in Nederland kunnen sturen op het verbeteren van onze

proces. En de natuur die ons omringt kan heel anders zijn dan die waarin

natuurkwaliteit, en vice versa.

onze ouders of grootouders zijn opgegroeid, en wordt daardoor vaak niet als zodanig ervaren.

Ecosysteemdiensten

In de buurtschap Wijnbergen bij Doetinchem groeiden in de jaren zestig

Ecosysteemdiensten zijn diensten die de natuur de samenleving levert.

van de vorige eeuw in de graanakkers klaprozen, korenbloemen en wilde

Hierbij wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen productiediensten

ridderspoor, terwijl er in het vroege voorjaar kieviten en veldleeuweriken

(zoals schoon drinkwater, houtproductie of voedsel), regulerende diensten

rondvlogen. In de bermen stonden veldbies en akkerhoornbloem. In de

(zoals bodemvruchtbaarheid, natuurlijke kustbescherming of natuurlijke

jaren negentig hadden de graanakkers plaatsgemaakt voor maisakkers en

plaagonderdrukking) en culturele diensten (zoals groene recreatie, natuurlijk

waren de bloeiende akkerkruiden vervangen door grassen als kweek en

erfgoed of natuur als inspiratiebron) (PBL, 2016a).

glad vingergras. De akkervogels waren verdwenen, er zeilden nu zwarte kraaien in het vroege voorjaar. In de wegbermen stond fluitenkruid. Sinds

Algemene soorten / sleutelsoorten

2010 is Wijnbergen bebouwd. Opgroeiende kinderen horen nu de zang

We weten steeds beter welke soorten een sleutelrol vervullen in de instand-

van merels en koolmezen. Wilde flora is alleen nog te vinden tussen de

houding van gezond functionerende ecosystemen. We kunnen echter niet

stoepstenen, waar straatgras en paardenbloemen bloeien.

met zekerheid zeggen welke algemene soorten in een bepaald gebied ‘thuishoren’. In dat opzicht zal de natuur ons blijven verrassen. Wel is duidelijk dat verlies van biodiversiteit ecosystemen kwetsbaar maakt. Daarmee

NATUURINCLUSIEF NEDERLAND | DEEL 2: ANALYSE | HOOFDSTUK 1

PRINT

45

worden ook de diensten die deze ecosystemen ons bieden kwetsbaar, zoals

bodemslib de terugkeer van onderwaterplanten tegengaan. De aanwe-

voedselproductie of beschikbaarheid van schoon drinkwater.

zigheid van witvis, zoals karper en brasem, is daarbij doorslaggevend: doordat ze veel watervlooien wegvangen, worden er veel minder algen

Als sleutelsoorten uit een ecosysteem verdwijnen, veranderen de onder-

gegeten door de weinige resterende watervlooien. Bovendien wervelen

linge relaties binnen het systeem. Het voedsel voor de ene soort verdwijnt

deze vissen bij het voedsel zoeken het bodemslib voortdurend op, waar-

of een andere soort gaat woekeren omdat hij niet meer wordt gegeten.

door het water troebel blijft en er onvoldoende licht kan doordringen

Door het veranderen van onderlinge relaties kan een ecosysteem kwetsbaar

voor groei van onderwaterplanten.

worden en kan het, als de verstoring aanhoudt, na verloop van tijd kantelen.

De overgang van een helder naar een troebel meer verloopt niet

Een ecosysteem verandert dan in korte tijd drastisch. Als dat proces van

hetzelfde als andersom. Om troebel water weer helder te krijgen is het

kantelen zich eenmaal heeft voltrokken, is het moeilijk de oude toestand

niet genoeg om het voedingsstoffenniveau onder de kritische belasting

weer terug te krijgen. De omslag van heldere meren naar troebele meren is

te brengen. Er zijn in de troebele toestand namelijk diverse factoren die

hier een voorbeeld van (zie kader).

kunnen verhinderen dat bij het bereiken van die kritische belasting weer helder water ontstaat: een hoge witvisstand, opwerveling van bodemslib

Rol van witvis bij omslag van helder naar troebel meer

door windwerking. Voordat een troebel meer uiteindelijk weer helder

Het water van meren en plassen kan helder en rijk aan onderwater-

wordt, moet er dus heel veel gebeuren.

planten zijn, maar ook troebel, arm aan onderwaterplanten en rijk aan algen. Dit hangt af van de mate waarin er sprake is van belasting door voedingsstoffen zoals stikstof en fosfaat. Bij een hoge voedingsstoffenbe-

Natuurinclusiviteit

lasting kan helder water plotseling troebel worden. De belasting waarbij

Natuurinclusiviteit heeft betrekking op de mate waarin maatschappelijke

dit omslagpunt optreedt heet de kritische belasting.

en economische activiteiten ‘verweven’ zijn met de natuur. Dit houdt in dat

De heldere c.q. troebele toestand van een meer is betrekkelijk stabiel en

bij de uitvoering van de activiteiten (en ook van tevoren, bij de besluitvor-

kan lange tijd blijven bestaan. Een meer blijft helder doordat een goed

ming erover) goed rekening is gehouden met de natuur. Het doel daarvan

ontwikkelde vegetatie van onderwaterplanten voedingsstoffen opneemt

is: (a) dat activiteiten geen negatieve effecten hebben op natuurwaarden,

en het bodemslib vasthoudt, waardoor algenetende vissen weinig kans

(b) dat optimaal gebruikgemaakt wordt van wat de natuur te bieden heeft

krijgen. Een water blijft troebel doordat de vele algen en opgewerveld

en (c) dat wordt bijgedragen aan versterking van de natuur. Het gaat bij

NATUURINCLUSIEF NEDERLAND | DEEL 2: ANALYSE | HOOFDSTUK 1

PRINT

46

natuur­inclusief handelen dus om drie componenten: voorkomen van natuurschade, benutten van natuurlijke kansen en verbeteren van natuurkwaliteit. Zie voor praktische voorbeelden hoofdstuk 7 in dit deel 2.

2 OPVATTINGEN OVER HET BELANG VAN NATUUR In dit hoofdstuk beschrijven we enkele onderzoeken naar het belang dat burgers hechten aan natuur. Aansluitend bespreken we actuele inzichten over de relatie tussen natuur en gezondheid en belichten we de huidige beleidsaandacht voor dit onderwerp. Tot slot staan we stil bij een aantal belangrijke thema’s die de standpunten bepalen in het internationale en nationale debat over natuur.

2.1 Belang dat Nederlanders hechten aan natuur Uit publieksonderzoek dat I&O Research (2021) op verzoek van de Rli heeft uitgevoerd, blijkt dat Nederlanders natuur van groot belang vinden. Negen op de tien Nederlanders vinden natuur ‘essentieel’. Dat vinden ze onder andere omdat natuur belangrijk is voor hun gezondheid, omdat ze ervan kunnen genieten en omdat natuur van belang is voor opgroeiende kinderen. In antwoord op de vraag welke van de door hen genoemde redenen de belangrijkste is, scoort ‘de natuur als basis voor alles wat leeft’ het hoogst (zie figuur 7).

NATUURINCLUSIEF NEDERLAND | DEEL 2: ANALYSE | HOOFDSTUK 1

PRINT

47

Figuur 3.3 - Redenen geordend naar mate van belangrijkheid (allen: N = 2.250, meerdere antwoorden mogelijk).

Figuur 7: Belangrijkste redenen waarom mensen natuur van belang vinden

mensen de lockdown tijdens de eerste golf van de coronapandemie dragelijker vonden omdat ze even konden ‘ontsnappen’ in de natuur. Volgens dit

5%

3% 1% 1%

● omdat de natuur de basis is voor alles ● omdat natuur belangrijk is voor de gezondheid van mensen

6%

● omdat de natuur bewaard moet worden voor toekomstige generaties ● omdat dieren en planten recht hebben op leven, net als mensen

8% 44%

● omdat kinderen moeten kunnen opgroeien met voldoende natuur ● omdat de natuur zorgt voor ons voedsel en water

9%

● omdat je er van kunt genieten ● omdat het bezoeken van natuur een leuke vrijetijdsbesteding is

10%

● omdat je veel kunt leren van de natuur 11%

● omdat de natuur gebruikt kan worden om medicijnen te maken

onderzoek hechten mensen daarbij vooral belang aan natuur in de stad of in de nabije omgeving van de stad (Motivaction, 2020). 2.1.1 Onderkenning van samenhang tussen natuur, milieu en klimaat Het belang dat mensen hechten aan natuur vertaalt zich echter niet in de prioriteitenlijstjes voor overheidsbeleid. Dit bleek ook al uit eerder onderzoek: onderwerpen als milieu en klimaat scoren hoger (De Boer & Langers, 2017). Het onderzoek van I&O Research werpt nieuw licht op deze uitkomst. Mensen maken zich wel zorgen over de natuur, maar associëren natuur vooral met iets positiefs, waarvan ze kunnen genieten. De onderwerpen milieu en klimaat daarentegen, worden wél als maatschappelijke problemen beschouwd. Tegelijkertijd onderstrepen mensen de samenhang tussen deze

Bron: I&O Research, 2021

onderwerpen: als het beter gaat met het milieu en het klimaat, gaat het ook beter met de natuur en de biodiversiteit (I&O Research, 2021). Daarnaast blijkt dat veel Nederlanders graag dichter bij de natuur willen staan. Van de Nederlanders die (bijna) nooit een natuurgebied bezoeken,

2.1.2 Bereidheid om bij te dragen aan natuurvriendelijke samenleving

zouden zes op de tien dat vaker willen doen. Veel mensen maken zich ook

De lage score die natuur in het publieksonderzoek krijgt als prioriteit voor

zorgen over de natuur. Ruim 80% van de mensen vindt het tamelijk tot

overheidsbeleid, heeft te maken met het idee dat bij veel respondenten leeft

zeer waarschijnlijk dat plant- en diersoorten uit Nederland verdwijnen en

dat de mens niet veel invloed heeft op de natuur. Ze zien natuur als iets

eenzelfde hoeveelheid mensen vindt dat erg (I&O Research, 2021).

wat er altijd is (ook als er geen mensen zijn) en wat zichzelf reguleert. Deze opstelling verandert in tweede instantie als respondenten mogelijkheden

Ook uit eerder publieksonderzoek komt naar voren dat Nederlanders zich

krijgen voorgeschoteld waarmee ze kunnen bijdragen aan een meer natuur-

verbonden voelen met de natuur en er belang aan hechten (PBL, 2020a; De

vriendelijke samenleving, door rekening te houden met wat goed is voor

Boer & Langers, 2017). Zo blijkt uit een onderzoek van Motivaction dat veel

de natuur. Mensen geven dan aan bereid te zijn hun eigen gedrag aan te

Natuuropvattingen in Nederland | DEEL 2: ANALYSE | HOOFDSTUK 2 NATUURINCLUSIEF NEDERLAND

24 van 84

PRINT

48

passen, bijvoorbeeld door bewuster boodschappen te doen, minder de auto

2.2 Relatie tussen natuur en gezondheid

te gebruiken of minder vlees te eten. Wel vinden de meeste Nederlanders dat niet zijzelf als eerste verantwoordelijk zijn voor de toestand van de van

2.2.1 Gezondheidseffecten van een groene omgeving

natuur in Nederland, maar de overheid (I&O Research, 2021).

Contact met de natuur heeft bewezen positieve effecten op de gezondheid van de mens, zowel lichamelijk als geestelijk (World Health Organization

Figuur 8: Maatregelen om bij te dragen aan een meer natuurvriendelijke

[WHO], 2021). Een groene leefomgeving kan dan ook worden ingezet als

samenleving

instrument in de zorg, niet alleen curatief maar ook preventief.

Auto minder gebruiken Planten op balkon/in tuin

13%

50%

Rondom huis vergroenen

50%

Vrijwilliger voor meer groen in de buurt Natuurorganisatie steunen

8%

28% 32%

20%

Ja zou ik (misschien) willen doen

40%

12% 6%

24%

36% 60%

Nee, zou ik niet willen doen

11 7% 1 2

40%

31% 0%

23%

47%

8%

2

4% 4% 2

31%

44%

Bewuster boodschappendoen

11%

29%

61%

Minder vlees eten

Ja doe ik al

28%

46%

2%

De positieve gezondheidseffecten van een groene leefomgeving zijn divers. Om te beginnen heeft een groene leefomgeving invloed op de levensstijl van mensen, wat gunstig is ter voorkoming van aandoeningen zoals harten vaatziekten, diabetes type II en depressie. Mensen die in een groene

7%

80%

n.v.t.

2

Positieve gezondheidseffecten van groen

7% 100%

Weet niet

omgeving wonen zijn zodoende gezonder en leven langer dan mensen in een minder groene woonomgeving, ook na correctie voor sociaal-economische status (Hartig et al., 2014; Gascon et al., 2016). Maar ook andere mechanismen spelen een rol in de gezondheidseffecten van een groene omgeving.

Bron: I&O Research, 2021

Zo verbetert groen de luchtkwaliteit, heeft blootstelling aan groen positieve psychologische effecten en bevordert een groene omgeving gezond gedrag zoals beweging en sociale contacten (Groenewegen, Van den Berg & De

Dat mensen belang hechten aan de natuur in Nederland en bereid zijn een

Vries, 2006; Maas, 2009; De Vries et al., 2013; Van den Berg, Joye & De Vries,

bijdrage te leveren aan een natuurvriendelijker samenleving, kan worden

2018; Beute et al., 2020). In een advies dat de Rli in 2018 uitbracht over de

beschouwd als een steun in de rug voor de transitie die de overheid

stad als ‘gezonde habitat’ wordt eveneens gewezen op het belang van de

nastreeft naar een natuurvriendelijke (‘natuurinclusieve’) samenleving.

leefomgeving voor de gezondheid van mensen (Rli, 2018).

NATUURINCLUSIEF NEDERLAND | DEEL 2: ANALYSE | HOOFDSTUK 2

PRINT

49

Geen ‘gouden standaard’ voor groene inrichting steden

Tabel 1: Verandering van het areaal groen in steden in hectare per periode

De effecten van een groene omgeving zijn niet voor iedereen gelijk.

gebaseerd op Landsat-satellietbeelden

Verschillende typen groen kunnen verschillende positieve effecten hebben. Mogelijk is het precieze effect ook afhankelijk van iemands persoonsken-

Periode

1984 - 1989

1989 - 1999

19999 - 2006

2006 - 2015

merken. Een ‘gouden standaard’ voor de inrichting van stedelijke ruimten

Den Haag

-60

-56

-25

+5

die voor íedereen het beste resultaat oplevert, bestaat dan ook niet (Beute

Utrecht

-141

-38

-82

+3

et al., 2020). Ook is nog niet duidelijk of een groene omgeving met meer

Rotterdam

-129

-53

-38

-3

biodiversiteit sterkere gezondheidseffecten heeft (De Vries & Snep, 2019;

Amsterdam

-44

-40

-24

+2

Marselle et al., 2020). Wel is zeker dat alleen al een groene inrichting van

Heel Nederland

-19542

-7180

-5002

+2077

buurten en straten een positief effect heeft op de gezondheid en het welzijn

Bron: Brand & De Nijs, 2020

van mensen (Spijker & De Vries, 2017). 2.2.2 Toegang tot ‘groen’ ongelijk verdeeld

De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) heeft in een recent

Groen in de leefomgeving is niet voor iedereen beschikbaar. Het Ministerie

rapport aandacht gevraagd voor de rol die de (groene) inrichting van

van LNV (2021b) constateert in dit verband: “Voor wijken waarin bijvoor-

de leefomgeving kan spelen bij het terugdringen van gezondheids­

beeld veel mensen met een lager inkomen wonen, geldt dat de fysieke

achterstanden (RVS, 2021). Volgens de raad zijn verscheidene departe-

leefomgeving vaak nog niet optimaal benut wordt voor een gezonde leef-

menten betrokken bij het terugdringen van die achterstanden en moet het

stijl. Het zijn vaak kwetsbare groepen in kwetsbare buurten. Deze groepen

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) hierin een regierol

hebben vaak minder toegang tot nabij en kwalitatief goed groen” (zie ook

vervullen. Het ministerie zou gebiedsgerichte programma’s moeten inzetten

De Vries, Buijs & Snep, 2020).

voor bevolkingsgroepen met de grootste gezondheidsachterstand.

Veel bewoners van de stad komen zodoende minder gemakkelijk, minder

2.2.3 Beleidsaandacht voor relatie natuur en gezondheid

vanzelfsprekend en minder spontaan in contact met natuur. In recente jaren

De positieve gezondheidseffecten van een groene omgeving bieden

(2006-2015)15 is er overigens een verandering zichtbaar en neemt het areaal

beleidsmakers een kans om het welzijn van mensen te vergroten met

groen in steden licht toe; zie tabel 1.

behulp van gericht natuurbeleid. De waarde van een hoge natuurkwaliteit in de leefomgeving is de laatste jaren dan ook niet alleen onderwerp van

15 Wij hebben geen cijfers beschikbaar over de periode na 2015

NATUURINCLUSIEF NEDERLAND | DEEL 2: ANALYSE | HOOFDSTUK 2

PRINT

50

wetenschappelijk onderzoek, maar ook van beleidsplannen. Voorbeelden

gezondheid integraal te kunnen meenemen in hun beleid rond de fysieke

zijn het Programma Gezonde Groene Leefomgeving (LNV, 2021e) en de

leefomgeving.

in februari 2021 ingediende initiatiefnota over groen in de stad (Tweede Kamer, 2021).

De vier grote steden hebben in het kader van het Programma Gezonde Groene Leefomgeving verschillende voorstellen gedaan, zoals het

Programma Gezonde Groene Leefomgeving

meenemen van de groenopgave van stedelijke regio’s in de uitvoering

In een brief van 16 april 2021 heeft de minister van LNV de Tweede Kamer

van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), het reserveren van nationale

geïnformeerd over het Programma Gezonde Groene Leefomgeving, dat de

budgetten voor de groenopgave in en rond steden (bijvoorbeeld in een

ministeries van LNV en VWS samen hebben opgezet. In het programma zijn

groenfonds), het prioriteren van natuuraankopen nabij steden in nieuwe

ambities opgenomen voor een gezonde en natuurinclusieve samenleving.

rijksprogramma’s (bijvoorbeeld met inzet van het geld voor de stiksto­

De ambitie is dat in 2024 gezondheid een vast onderdeel zal vormen van de

faanpak) en aandacht voor de beheeropgave van lokale overheden.

belangenafweging in het ruimtelijk beleid en dat bij landelijke en decentrale beleidsontwikkeling er meer verbinding tussen het fysieke en het sociale

Initiatiefnota over groen in de stad

beleidsdomein zal zijn. De minister legt in haar brief ook een verbinding met

In het voorjaar van 2021 hebben de Tweede Kamerleden Bromet (GL) en

de Habitatrichtlijn en met verkleining van de ecologische voetafdruk, aange­

Von Martels (CDA) een initiatiefnota over groen in de stad gepresenteerd

zien een gezonde en leefbare omgeving niet zonder natuur kan bestaan.

(Tweede Kamer, 2021). In de nota doen zij voorstellen om het welzijn van de inwoners te verbeteren door middel van meer groen in de stad. Ze stellen

Het Programma Gezonde Groene Leefomgeving past volgens de minister

onder meer voor om:

van LNV bij het doel van de nieuwe Omgevingswet om “… een veilige en

• geld vrij te maken voor de scholing van bermbeheerders;

gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit te bereiken

• een streefnorm te stellen voor de afstand tussen groen en bebouwing

en in stand te houden en de fysieke leefomgeving zodanig te beheren, te

van maximaal 350 meter; en

gebruiken en te ontwikkelen dat alle maatschappelijke functies ook op de

• bij de ontwikkeling van nieuwbouwwoningen in het bouwbesluit eisen

lange termijn duurzaam vervuld kunnen worden.” Doel van het programma

te stellen die de natuur en de biodiversiteit ten goede komen, zoals het

is om beleidsmakers van gemeenten, GGD’en en andere professionals

verplicht aanbrengen van groene daken en/of nestmogelijkheden voor

te helpen met kennis, data, infrastructuur en praktische instrumenten om

vleermuizen.

NATUURINCLUSIEF NEDERLAND | DEEL 2: ANALYSE | HOOFDSTUK 2

PRINT

51

In reactie op de initiatiefnota en de ingediende moties heeft de minister van

doen aan preventie (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid

LNV aangegeven dat zij financiering van opleidingen niet als het grootste

[WRR], 2021). Gezien de positieve gezondheidseffecten van een groene

obstakel voor ecologisch bermbeheer ziet. Zij wees daarnaast op bestaande

leefomgeving, kan deze daaraan bijdragen.

programma’s en kennisnetwerken die mogelijkheden bieden voor de verbe­ tering van scholing. De minister zal op korte termijn wel in gesprek gaan

Vergroening van de leefomgeving vergt investeringen en ondersteuning

met onder andere opdrachtgevers en uitvoerders van bermbeheer om te

van het Rijk. Een complicerende factor hierbij is dat de baten (zoals beteu­

bekijken hoe scholing kan worden verbeterd.

geling van de zorgkosten door preventie) vaak niet in dezelfde depar­ tementale begroting terechtkomen als de lasten. De RVS heeft onlangs

Verder zal de minister van LNV (samen met de minister van Binnenlandse

geadviseerd om op lokaal en regionaal niveau uitgebreider te experimen­

Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en in afstemming met de bewindsper­

teren met nieuwe financieringsvormen, zoals populatiegerichte financiering

sonen van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en van VWS, gemeenten

met shared savings (RVS, 2021). Ook kan samenwerking worden gezocht

en provincies) de mogelijkheden onderzoeken voor het instellen van een

met bijvoorbeeld aanbieders van zorg en welzijn en zorgverzekeraars voor

groennorm, bijvoorbeeld per woning. Hiermee geeft de overheid gehoor

cofinanciering.

aan een oproep uit het Manifest Bouwen voor Natuur (2021). Tot slot heeft de minister van LNV aangekondigd te gaan onderzoeken of natuur­ inclusiviteit kan worden opgenomen in het Besluit bouwwerken leef­

2.3 Veranderende opvattingen over natuur in Nederland16

omgeving (LNV, 2021d). 2.3.1 Opkomende natuurbeweging 2.2.4 Groene leefomgeving als bijdrage aan gezondheidswinst

De natuurbeweging in Nederland ontstond in de tweede helft van de 19e

De Nederlandse samenleving gebruikt steeds meer en steeds duurdere

eeuw in reactie op de opkomende industrialisering en verstedelijking van

zorg. In 2020 is € 116 miljard uitgegeven aan zorg en welzijn (inclusief

Nederland. Ze werd gedragen door een kleine, gedreven elite, die werd

kinderopvang); € 8,9 miljard meer dan het voorgaande jaar. De zorguitgaven

geïnspireerd door filosofen en schrijvers als Jean-Jacques Rousseau, John

als percentage van het bruto binnenlands product stegen van 13,2% (2019)

Muir en Henry David Thoreau. Aanvankelijk richtte de aandacht zich vooral

naar 14,4% (2020) (CBS, 2021b). Analyses laten zien dat ook de komende

op bijzondere soorten (zoals reigers en sterns) en bijzondere gebieden

decennia de zorgvraag blijft stijgen, onder andere door de vergrijzing en leefstijlfactoren zoals overgewicht. Het is dan ook cruciaal om meer te gaan

NATUURINCLUSIEF NEDERLAND | DEEL 2: ANALYSE | HOOFDSTUK 2

16 De inhoud van deze paragraaf is mede gebaseerd op bijlage III van het eindrapport van de commissie-Van Vollenhoven (Van Vollenhoven et al., 2015).

PRINT

52

(zoals het Naardermeer). Rond de eeuwwisseling ontstond ook in bredere

uit ‘halfnatuurlijk’ c.q. ‘halfcultuurlijk’ landschap. Beekdalen, heidevelden

kringen interesse voor de natuur, mede onder invloed van het werk van Jac.

en blauwgraslanden zijn immers mede door menselijk handelen gevormd.

P. Thijsse en Eli Heijmans. In deze periode werden ook de eerste natuurorga­

Instandhouding van deze natuur blijft daarmee ook afhankelijk van mense­

nisaties opgericht, zoals de Nederlandse Vereeniging tot Bescherming van

lijk ingrijpen.

Vogels (1898), de Nederlandsche Ornithologische Vereeniging (1901) en de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland (1905).

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw heeft het denken over natuurbescherming een nieuwe impuls gekregen onder invloed van

De groeiende maatschappelijke aandacht voor natuur leidde ook tot meer

een hernieuwde waardering van de rol van natuurlijke processen en

overheidsbemoeienis. Zo werd in 1912 de Vogelwet aangenomen, die

een groeiend milieubesef. Het latere programma Ruimte voor de Rivier

bijna alle inheemse vogelsoorten wettelijk beschermde. En in 1928 werd

weerspiegelt deze zienswijze. In het programma verschoof het accent van

de Natuurschoonwet van kracht, die particuliere landgoedeigenaren met

dijkversterking naar rivierverruiming, waarbij de benodigde vergroting

fiscale maatregelen stimuleerde tot ‘behoud van natuurschoon’. De toene­

van de afvoer- en bergingscapaciteit van de rivieren vanuit het oogpunt

mende aandacht voor natuur kreeg ook institutioneel vertaling: in 1944

van waterveiligheid wordt gecombineerd met verbetering van de natuur­

werd bij het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap een afdeling

kwaliteit en recreatie. Met deze vernieuwende vorm van rivierbeheer gooide

Oudheidkunde en Natuurbescherming ondergebracht. Later, in de jaren

Nederland internationaal hoge ogen. De benadering stond aan de wieg

tachtig van de vorige eeuw, verhuisde de afdeling Natuurbescherming naar

van het vernieuwende concept van nature-based solutions: het aanpakken

het toenmalige Ministerie van Landbouw en Visserij.

van ruimtelijke opgaven door middel van ‘natuurgebaseerde’ oplossingen (zie hoofdstuk 7 in dit deel 2).

2.3.2 Van halfnatuurlijk naar nature-based Het denken over natuurbescherming is in de loop der jaren flink veranderd.

2.3.3 Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000

Aanvankelijk richtte de aandacht zich op bescherming van plant- en dier­

In de jaren tachtig van de vorige eeuw onderkende de rijksoverheid dat

soorten. Later groeide de belangstelling voor leefgebieden (habitats) van

het cruciaal was om de natuur beter te beschermen tegen de negatieve

die soorten. Daarbij was de veronderstelling dat voor natuurbehoud mense­

invloeden van milieuvervuiling en kunstmatig waterbeheer, en om de

lijke invloeden zoveel mogelijk beperkt moesten blijven. Na de Tweede

leefgebieden van dieren en planten te vergroten. De talloze kleine natuurge­

Wereldoorlog veranderde dit inzicht. Onder invloed van de plantenbioloog

biedjes moesten zoveel mogelijk met elkaar worden verbonden (‘ontsnippe­

Victor Westhoff ontstond het inzicht dat natuur in Nederland vooral bestaat

ring’). Het toenmalige kabinet introduceerde hiertoe in 1990 de Ecologische

NATUURINCLUSIEF NEDERLAND | DEEL 2: ANALYSE | HOOFDSTUK 2

PRINT

53

Hoofdstructuur (EHS). Het EHS-beleid was gericht op het tot stand brengen

een obstakel voor economische ontwikkeling. Men vindt dat Nederland

van een samenhangend netwerk van in (inter)nationaal opzicht belangrijke,

als gevolg van de strenge wetgeving op milieu-, natuur- en watergebied

duurzaam te behouden ecosystemen. De EHS omvatte zowel natuurge­

‘op slot’ komt te zitten (Beunen & Aarts, 2020). Deze visie vond weerklank

bieden, rivieren, meren en bossen als landbouwgebieden waar nadrukkelijk

in het eerste kabinet-Rutte, dat forse bezuinigingen doorvoerde op het

rekening werd gehouden met inheemse planten en dieren (Joop & Bal,

natuurbeleid.

2006). De bezuinigingen hebben ertoe geleid dat het natuurbeleid de afgelopen In reactie op de al decennia achteruitgaande biodiversiteit in Europa

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Asten&id=39646913-6f85-43bf-bbbf-4c1528d449d8