Bijlage 2b Zienswijzennota geanonimiseerd
Tekst van het document
senioren niet richting de gevaarzone van de spoorlijn mag verhuizen conform het gemeentelijk Plan Gezonde Leefomgeving. Vervangende nieuwbouw voor senioren moet voldoen aan de criteria voor levensloopgeschikt bouwen. 9.4
9.5
Er zijn volgens indiener problemen met de aansluiting met de bestaande bebouwing. In bouwveld G is een flat van 4 tot 5 woonlagen gepland pal naast de flat van Vivare. Uit bezonningsonderzoek vermeldt voor de bestaande flat problemen met bezonning. Het is ongepast om een flat zo dicht (in het stedenbouwkundige plan als ruimte ongeveer een fietspad) bij bestaande bebouwing te plaatsen.
Een bedrijf is niet alleen een gebouw maar bestaat ook uit mensen, ondernemers en werknemers. Die mensen worden volgens indiener niet gezien. Indiener is teleurgesteld als mensen, ook de ondernemers en werknemers, uit de wijk moeten verhuizen.
Zie antwoord op hoofdlijnen 2.2. In het stedenbouwkundig plan zijn de twee Groene Lopers en de Middenstraat belangrijke ruimtelijke en functionele dragers van de toekomstige autoluwe woonbuurt. De opzet van het stedenbouwkundig plan is dat de bebouwing met hun voorzijde gericht is naar de Velperweg, groene lopers, Middenstraat, Esparantolaan en de Leonorastraat. Dit is niet alleen ruimtelijk van belang maar juist ook vanuit levendigheid, woonkwaliteit en sociale veiligheid dat de functies op deze De Middensstraat met zijn beek zijn gericht. Het complex Ernst Casimir is met zijn belangrijkste woonruimten georiënteerd naar de oostzijde op de binnentuin. Dit heeft tot gevolgd dat een vrij gesloten gevel en bergingen gericht zijn op de toekomstige Middenstraat. Om deze reden is er aan deze zijde bebouwing geprojecteerd zodat aan de Middenstraat een voorzijde kan ontstaan die recht doet aan deze straat. Aan de andere zijde is eveneens een bouwblok geprojecteerd met daarbinnen de HUB. Deze Hub moet een bepaalde maat hebben om ervoor te zorgen dat 50% van de 2 noordelijke- en 2 middenbouwblokken in de buurthub kunnen parkeren en 100% van de 2 zuidelijke bouwblokken. Hiermee kan de autoluwe woonwijk worden gerealiseerd. Het westelijke bouwblok, met de buurthub, sluit aan op de bestaande erven aan de Schaapsdrift.
De Hub moet op een zekere afstand van de de bestaande erven worden gesitueerd om ook daar een goede overgang te kunnen maken. Daarnaast zal de hub ook niet direct aansluiten op de nieuwe te bouwen woningen om te voorkomen dat er te veel eenzijdig georiënteerde woningen ontstaan. De Middenstraat met zijn beek, voet/fietspaden en groen/bomen heeft een maat van 27 meter nodig om recht te doen aan de groene aantrekkelijke centrale ontmoetingsruimte voor de buurt. Het bij de stukken gevoegde 'Verslag participatie voor stedenbouwkundig plan Schaapsdrift e.o. dd 18 november 2024' beschrijft het uitgebreide participatieproces dat de afgelopen jaren is doorlopen. Daarbij zijn, naast de diverse bewonersavonden, schetssessies en inloopspreekuren, ook de diverse overlegmomenten met het bestuur van de bewonersvereniging vermeld. Via de gemeentelijke webpagina Schaapsdrift en nieuwsbrieven is de voortgang van het proces gecommuniceerd. De gemeente is zich bewust van het effect op bewoners en ondernemers door de voorgestelde stedenbouwkundige ontwikkeling. Er zal ruimte blijven voor bedrijvigheid. 27
9.6
9.7
9.8
9.9
9.10
Bij de totstandkoming van het plan is uitgegaan van niet realistische kaders. Het plan dat er nu ligt kan niet en moeten we ook niet willen. In het stedenbouwkundig plan is aangegeven dat onderzoek later nog aandacht behoeft bij het maken van de bouwplannen. Deze werkwijze is volgens indiener niet correct. Bij het vaststellen van het omgevingsplan moeten alle onderzoeken zijn gedaan en alles vastgelegd worden. Het is niet uitvoerbaar om de bestaande woonhuizen grotendeels te laten staan en tegelijkertijd intensieve bebouwing te realiseren. De ambities zijn wat afgeschaald maar onvoldoende, het past niet. Er worden in de bijlages alleen deelvoorbeelden gegeven maar geen foto van een vergelijkbare wijk in Nederland. Het is onduidelijk hoe hoog de bebouwing gaat worden. Er wordt gesproken over minimaal en maximaal aantal bouwlagen met afbeeldingen waaruit blijkt dat niet elke bouwlaag even hoog gaat worden. Er zitten bouwlagen van 6 meter bij. Wat is de eerste bouwlaag? Is dat vanaf maaiveld of vanaf de verhoging die aangebracht zijn om auto’s onder te parkeren?
Voor bewoners die vanwege de plannen niet langer in hun woning kunnen blijven is het sociaal plan opgesteld, waarmee hen de mogelijkheid wordt geboden om in Schaapsdrift te blijven wonen. Na een zorgvuldige afweging en onderzoek is de gemeente gekomen tot dit plan. De gemeente acht het plan uitvoerbaar.
De onderzoeken die in het stedenbouwkundig plan benoemd zijn, zijn inmiddels uitgevoerd. Deze onderzoeken worden bijgevoegd aan de motivering bij het omgevingsplan bij de vaststelling van het plan. Er is dus geen sprake meer van de situatie die wordt omschreven.
Met het huidige stedenbouwkundig plan kunnen er voldoende nieuwe woningen worden gebouwd waarbij het aantal te slopen woningen is beperkt.
Elke stedenbouwkundige ontwikkeling heeft iets unieks. Dit geldt ook zeker voor Schaapsdrift. Om deze reden zijn er geen foto's van vergelijkbare wijken bijgevoegd. Zie reactie op hoofdlijnen 2.1. Het voorstel is om de bouwhoogtes in meters expliciet op te gaan nemen in de verbeelding van het omgevingsplan. Daarnaast zijn in het Omgevingskwaliteitsplan de bouwlagen vastgelegd.
In de regels van het omgevingsplan is een definitie opgenomen van een bouwlaag. Hierbij wordt onderbouw uitgesloten. Onderbouw betekent volgens het omgevingsplan: Een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer, waarvan de bovenkant minder dan 1,20 meter boven peil is gelegen.
Met deze onduidelijkheid kunnen er geen eerlijke studies gemaakt worden van uitzicht, schaduw en bezonning.
De bezonningstudie is uitgegaan van de massa’s die in het stedenbouwkundigplan zijn ontworpen. Indien er afgeweken gaat worden in het vervolgproces dan moet er een aanvullende bezonningsstudie worden uitgevoerd.
28
9.11
In de gebiedsvisie wordt uitgegaan van 450 nieuwe woningen. In het stedenbouwkundig plan 490. Het was volgens indiener netjes geweest om dit te vermelden in de aanpassingen t.o.v. de gebiedsvisie. Maar in werkelijkheid wordt er een bandbreedte aangehouden. Op de ontwikkelkaart voor het omgevingsplan staan andere cijfers waaruit indiener een bandbreedte van minimaal 567 tot maximaal 647 nieuwe woningen.
In het Stedenbouwkundig plan is uitgegaan van een lage en een hoge bandbreedte. Opgeteld creëren we zo’n 50.000 m2 BVO woonprogramma, inclusief terug te bouwen woningen, in het stedenbouwkundig plan. Als we uit gaan van een gemiddelde woninggrootte van 90m2 BVO maken we 458 (in plaats van 490) nieuwe woningen mogelijk in het aangepaste plan. Voor flexibiliteit is ook uitgegaan van een gemiddelde woninggrootte van 80m2 BVO, dan zouden er meer woningen gebouwd kunnen worden, binnen het zelfde volume, dat maakt ca. 530 woningen mogelijk, maar enkel als het toekomstige parkeerbeleid dit mogelijk maakt. Het aantal parkeerplaatsen is maatgevend. Hierboven moet de gesloopte woningen terug worden gebouwd in dit geval zijn dat er 82 (Nijenstede + Vivare + aantal particuliere woningen). Dat maakt een totaal van nieuwe woningen 458+82= 540 (gemiddelde woninggrootte 90 m2 BVO) of 530+82=612 woningen (gemiddelde woninggrootte 80 m2 BVO). In het TAM-Omgevingsplan wordt ook nog rekening gehouden met 11 te behouden woningen en, waardoor het aantal woningen in totaal uit komt op maximaal 623. Dus 458 nieuw toe te voegen woningen is het minimum.
9.12
9.13
9.14
De studies (ontsluiting, parkeerdruk, het geluid) moeten wel met het juiste woningaantal zijn gedaan. Voor zover indiener heeft kunnen controleren is dat niet altijd het geval.
Uit het onderzoek over omgevingsveiligheid van DGMR wordt volgens indiener duidelijk gesteld dat als je langs de spoorlijn bouwt, met de voordeur naar het spoor toe, je een achterdeur moet hebben om te vluchten bij calamiteiten. In het concept stedenbouwkundig plan is hier onterecht geen rekening mee gehouden. De ruimte langs het spoor moet volgens indiener als een risicogebied worden aangewezen door het bevoegd gezag.
In het omgevingsplan worden 530 nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Hier is in de onderzoeken rekening mee gehouden. Het verkeersonderzoek gaat uit van 450 extra woningen. Er is een scenario uitgevoerd met 70 meer woningen. Indien er meer dan 520 woningen (tot maximaal 530) worden toegevoegd moet worden aangetoond met aanvullend verkeersonderzoek dat de toevoeging van deze extra woningen geen invloed heeft op de ontsluiting en de parkeerdruk. In het DGMR omgevingsveiligheidsonderzoek staat dat voor woningen binnen 45 meter van het spoor er een vluchtweg van het spoor af moet zijn. Bij een voordeur aan de zijde van het spoor zal de vluchtweg via de achterzijde van het pand moeten plaatsvinden. Bij de verdere uitwerking van de plannen zal hier rekening mee worden gehouden.
Het gebied hoeft niet als risicogebied te worden aangewezen. Het aantal transporten met gevaarlijke stoffen op dit traject is niet dusdanig hoog dat er een 10-6 plaatsgebonden risicocontour is waarbinnen beperkingen gelden. Wel gelden er 29
9.15
9.16
9.17
9.18
9.19
Het is onverstandig om in dit risicogebied een energie opslag aan te leggen. Ook een garage met veel elektrische auto’s is een ongewenst groot risico. Het is niet logisch om eerst het risicogebied langs het spoor aan te wijzen, alvorens er een nieuwe woonwijk te plannen.
In het bezonningsonderzoek staat op pagina 9 (Schaduw 19 januari – toekomstige situatie) een foutje. Om 13.00 is niet de nieuwe bebouwing ingetekend. De binnenplaats van het bouwblok met de parkeerhub heeft de periode van 21 oktober tot en met 19 januari geen zon. De zon in de zomermaanden is volgens indiener vast niet genoeg om de in het stedenbouwkundig plan getekende begroeiing in leven te houden. Ook bij andere bouwblokken is er geen of nauwelijks zon op de binnenplaatsen. Het heeft geen zin om groen te plannen op plekken die altijd in de schaduw liggen. Het doel van het bezonningsonderzoek is het in beeld brengen van de bezonning op tuinen en gevels van de gehandhaafde woningen.
aandachtsgebieden, waardoor er rekening gehouden moet worden met transport van gevaarlijke stoffen via het spoor. Voor wat betreft de brand (30 meter) en explosie aandachtsgebieden (200 meter) heeft de gemeente Arnhem alleen als voorwaarde dat er binnen het 100% letaalgebied (150 meter van het spoor) geen zeer kwetsbare gebouwen mogen voor komen. Dat zijn bijvoorbeeld ziekenhuizen en bejaardentehuizen (gebouwen waarin veel mensen verblijven die zichzelf ten tijde van een incident/ramp niet goed in veiligheid kunnen brengen). De ontwikkeling bevindt zich weliswaar binnen de brand- en explosieaandachtsgebieden maar het gaat om woningen waar mensen verblijven die zichzelf ten tijde van een incident/ramp in veiligheid kunnen brengen. Wel is er aandacht voor vluchtwegen van het spoor af en de brandweer moet het spoor goed kunnen bereiken in het geval van een incident/ramp. Aan een energie opslag en aan een parkeergarage met elektrische auto's worden altijd regels/voorwaarden gesteld. Hierbij wordt rekening gehouden met externe factoren, zoals de ligging ten opzichte van het spoor. De brandweer zal hierbij ook adviseren en voorwaarden stellen voor de bouw van de energieopslag en parkeergarage. Het gebied hoeft niet als risicogebied te worden aangewezen.
Het aantal transporten met gevaarlijke stoffen op dit traject is niet dusdanig hoog dat er een 10-6 plaatsgebonden risicocontour is waarbinnen beperkingen gelden. Wel gelden er aandachtsgebieden, waardoor er rekening gehouden moet worden met transport van gevaarlijke stoffen via het spoor. Een terechte constatering, dank daarvoor. Inmiddels is het een en ander in de bezonningstudie gecorrigeerd.
Bij de nadere uitwerking van het stedenbouwkundig plan zal bekeken worden welke beplanting geschikt is voor de desbetreffende plaats in Schaapsdrift.
Bij de nadere uitwerking van het stedenbouwkundig plan zal bekeken worden welke beplanting geschikt is voor de desbetreffende plaats in Schaapsdrift.
De bezonningsstudie laat zien wat de effecten zijn van de voorgestelde bebouwing op de bestaande situatie en is niet bedoeld voor de nieuwbouw. Echter zal bij de verdere planvorming dit uiteraard wel meegenomen worden bij de nieuwbouw. Zie ook punt 2.2.
30
9.20
9.21
9.22
9.23
Dat het nieuw te bouwen deel weinig tot geen zon krijgt wordt hiermee verzwegen. Indiener ondervindt hinder van de geplande bebouwing op zijn eigendom. In de wintermaanden zal er geen zon zijn in zijn tuin. Ook de zonnepanelen zullen last van schaduw ondervinden. Dit is onrechtmatige hinder. Inkijk in de tuin is volgens indiener een grote inbreuk op zijn privacy.
In de gebiedsvisie wordt aangegeven dat de hoogte van de bebouwing deels door de bestaande bebouwing wordt bepaald. Dat is volgens indiener niet de hoogte die nu gepland is. Vanaf de Schaapsdrift zou het vanaf drie lagen gaan opbouwen. Dat is niet het geval. Drie lagen met kap zijn namelijk vier bouwlagen. Juist zou zijn twee lagen met kap. Dit is niet in lijn met het amendement op de gebiedsvisie waarin wordt gesproken over een oplopende bouwhoogte van drie tot 12 bouwlagen. De Laan van Presikhaaf is modern aangelegd maar eindigt onlogisch bij het snelfietspad. Het kruispunt bij "De Smulhoek" kampt met verkeersopstoppingen en gevaarlijke situaties, vooral voor fietsers. De aansluiting met de Oude Velperweg blijft problematisch, en er is geen plan om deze te verbeteren.
De gemeente begrijpt uw zorgen en we gebruiken de bezonningsstudie om een goede afweging te maken tussen ruimte voor nieuwbouw en bescherming van de bestaande woningen. De bezonningsstudie laat zien wat de effecten zijn binnen de gehanteerde, lichte TNO-norm dit gerelateerd aan de bestaande situatie. Voor de verdere onderbouwing van de bezonningstudie zie ook punt 2.2. In het huidige bestemmingsplan mag op circa op circa 10 meter van de woning bedrijfsbebouwing worden gerealiseerd met een hoogte van 7 meter. Afhankelijk waar raampartijen of balkons zijn gesitueerd kan dat inbreuk geven op de privacy. In de zone aan de achterzijde van de woningen aan de Schaapsdrift is maximaal 1 bouwlaag toegestaan. In het nieuwe plan kan op grotere afstand, circa 17 meter, bebouwing in 4 bouwlagen worden gerealiseerd.. Belangrijk in het vervolg ontwerpproces is om de belangrijkste (woon) leefruimten binnen en buiten zo te richten of te maken dat deze geen onevenredige impact geeft op de privacy in de achtertuinen. Dit is een belangrijk ontwerpuitgangspunt in het vervolg ontwerpproces van de bouwblokken. Een uitzondering op de hoogte van de bebouwing aan de Schaapsdrift vormt de stationsomgeving. Het toekomstige stationsplein heeft een ruimtelijk een massa nodig, en pleinwanden, om als plein te gaan ervaren en te functioneren.
Om deze reden is gekozen om bebouwing hier te projecteren die bestaat uit 3 lagen met een kap aansluitend aan de aanwezige 2-onder 1- kapwoning die bestaat uit 2 bouwlagen met een kap. De 3 lagen met kap wijkt af van het amendement dat uitgaat van 3 bouwlagen. Ook het kopgebouw zou ruimtelijk meer massa kunnen krijgen om de ervaring van het stationsplein te versterken. Dit heeft zich vertaald door de mogelijkheid te bieden om het gebouw met 1 lagen te kunnen optoppen.
De verkeersafwikkeling op kruispunt Eleonorastraat – Wichard van Pontlaan is onderzocht in de plansituatie. Met de beoogde woningbouwontwikkeling bedragen de verliestijden maximaal 15 seconden in de spitsuren. De verliestijd blijft daarmee ruimschoots binnen de indicatieve grenswaarden voor een goede verkeersafwikkeling op kruispunten. Op basis van de verliestijden is dus sprake van een goede verkeersafwikkeling op het kruispunt. Daarnaast is er voldoende opstelruimte beschikbaar op de rijbaan om de wachtrij te faciliteren.
31
9.24
9.25/9.26/9.27
9.28/9.29
9.30
9.31
Er zijn geen eenvoudige oplossingen voor het verkeersprobleem, maar het is volgens indiener onverantwoord om een nieuwe wijk te plannen zonder hier eerst een besluit over te nemen. Het kruispunt bij De Smulhoek is gevaarlijk en daarmee ongeschikt om 50% van het wijkverkeer te verwerken. Ambtenaren erkennen dat het kruispunt problematisch is, maar een oplossing ontbreekt. De verkeerssituatie bij Schaapsdrift Zuid en “De Smulhoek” wordt verzwegen in bijlage 30 bij het plan, wat wijst op een gebrek aan oplossingen. De plannen voor de Schaapsdrift negeren fietsveiligheid, ondanks ambities om het een fietsstraat te maken. De beschouwingen uit de bijlage over de rijrichting in de Schaapsdrift zijn niet afgestemd op de geplande bebouwing. Het plan om de rijrichting in de Schaapsdrift te veranderen verhoogt het risico voor fietsers door gewijzigde verkeersdynamiek. Het geplande verbod op linksaf slaan zal niet worden nageleefd, wat het sluipverkeer en onveilige situaties vergroot. Het parkeeronderzoek van Trajan is te beperkt (donderdag en zaterdag gemeten) en houdt geen rekening met piekdrukte, zoals bij de kerk op zondag.
9.32
Het plaatsen van een parkeerplaats direct naast de parkeerhub is volgens indiener raar.
9.33
In het stedenbouwkundig plan zijn geen laaden losplaatsen gesitueerd.
Zie beantwoording 9.23
Zie beantwoording 9.23
Mensen die naar het gebied Schaapsdrift rijden zullen naar verwachting via de Wichard van Pontlaan rijden, omdat rijden via de Schaapsdrift geen tijdswinst oplevert. Bovendien is linksaf slaan aan de zuidkant van de Schaapsdrift verboden. Er is daarom naar verwachting geen sprake van sluipverkeer. De verplichte rijrichting is van toepassing op gemotoriseerd verkeer en niet op fietsverkeer. Het aanpassen van de bestaande rijrichting zal tijdelijk voor iedere deelnemer extra aandacht vereisen. Echter is er geen aanleiding om aan te nemen dat de aanpassing leidt tot een vergroot risico voor (de verkeersveiligheid van) fietsers. Rijden via de Schaapsdrift levert geen tijdswinst op ten opzichte van rijden via de Wichard van Pontlaan. Daarnaast wordt met de inrichting van de weg ervoor gezorgd dat rechtsaf slaan de logische route is. Dit document is per abuis toegevoegd aan de stukken. Het document is bedoeld om de parkeersituatie inzichtelijk te maken, niet nodig voor het omgevingsplan. We gaan voor de piekdrukte bij kerken geen extra parkeerplaatsen aanleggen of verkeerskundige maatregelen treffen. Als de Schaapsdrift in samenspraak met bewoners kan worden vergroend dan zouden eventueel de parkeerplaatsen die verloren mogelijk hier gerealiseerd kunnen worden of inderdaad in de buurthub.
Dat is verder doorwerking van het vergoenen van de Schaapsdrift ten het toekomstige parkeerregime. In het inrichtingsplan voor de openbare ruimte zal dit vorm krijgen. In het stedenbouwkundig plan is aan de Elanorastraat aan de zijde van de bebouwing laaden losruimte gereserveerd.
32
9.34
9.35
9.36
9.37
9.38
Sommige toekomstige bewoners krijgen geen parkeerplaats in eigen gebouw maar moeten gebruik maken van de parkeerhub. Deze bewoners moeten na het uitladen een lange afstand afleggen naar de parkeerhub. De oplossing, niet alleen voor dit probleem maar ook voor veel andere problemen, is volgens indiener om de eis om minder parkeerplaatsen te realiseren dan nodig voor de nieuwbouw los te laten. In de huidige situatie, zonder de bouw van kantoorgebouwen en een intercity station, heeft de parkeerhub geen meerwaarde ten opzichte van andere parkeerdekken en garages. De parkeerhub kan volgens indiener vervallen of veel kleiner uitgevoerd worden. Er is toegezegd dat de parkeerhub, ter voorkoming van geluidhinder, dicht wordt uitgevoegd. De mechanische ventilatie (de luchtuitlaat) van de gesloten parkeerhub kan geluidsoverlast en technische uitdagingen opleveren. In het waterplan staat dat een deel van het regenwater dat in de wijk gaat vallen moet worden afgevoerd door wat nu het beekriool is. Er moet nog onderzocht worden of het beekriool en de duiker onder het spoor dat aankunnen. De wadi langs het spoor in Presikhaaf (de bestemming van het regenwater) functioneert niet, het is een vijver geworden zonder infiltrerend vermogen. Volgens indiener is uit niets gebleken dat het waterschap over deze constructie is geconsulteerd.
Er is bewust gekozen voor het centreren van parkeerplaatsen in een parkeer/buurthub. Een consequentie hiervan is dat bewoners moeten lopen naar de geparkeerde auto. Er is met de situering van de parkeerhub rekening gehouden met acceptabele loopafstanden voor verschillende doeleinden (zoals bewoners, bezoeker en werknemers). Voor de nieuwe functies worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd conform de gemeentelijke parkeernormen. Hierbij wordt rekening gehouden met de ligging van het ontwikkelgebied ten opzichte van het centrum, beleidskeuzen zoals een parkeerregime en beschikbaarheid van alternatieve vervoersmiddelen. De buurthub is met name bedoeld om een deel van de parkeerbehoefte van de nieuwbouwontwikkeling op te vangen. En heeft daarmee slechts een beperkte P+R functie.
Bij het ontwerp van de buurthub zullen het voorkomen van geluid- en lichthinder belangrijke ontwerpuitgangspunten zijn.
Het beekriool dat nu onder gebouwen ligt zal worden verwijderd, het deel dat in de openbare ruimte in de Schaapsdrift ligt zal worden herbestemd tot hemelwaterriool. Met deze leiding willen we het hemelwater afvoeren op de straat Schaapsdrift valt en op de nieuwebouw langs deze straat dat niet op andere manieren kan worden verwerkt. Tegelijk willen we de mogelijkheid bieden aan bestaande woningen aan de Schaapsdrift om hun hemelwater af te koppelen en eventueel ook af te voeren naar deze leiding. De capaciteit van deze leiding is groot genoeg om bij een zware bui het beoogde oppervlak af te kunnen voeren naar de eco-zone. De wadi langs het spoor in de eco-zone ten noorden van Presikhaaf 1 valt onder de verantwoordelijkheid en eigendom van de gemeente. De wadi is mede aangelegd om water uit de wijk Plattenburg te kunnen opvangen. De wadi heeft jaren goed gefunctioneerd, maar wordt nu tijdelijk gebruikt om beekwater op te vangen dat anders in het riool stroomt. Dat is een constante stroom water en een wadi is niet bedoeld voor dit soort oplossingen. Afvoer van hemelwater is geen constante aanvoer van water en dat geeft een wadi de tijd om het water kwijt te raken. Als de beek straks bovengronds wordt gehaald, dan is de overloop niet meer nodig. Dan vervalt ook de verantwoordelijkheid van het waterschap voor het beekriool. Het 33
waterschap krijgt dan wel de verantwoordelijkheid over de beek in het plangebied. Het waterschap is zeker betrokken geweest bij dit idee om de beek binnen het plangebied bovengronds te halen. Hoe de beek straks echt in het plangebied er uitziet, dat moet in het aankomende ontwerpproces samen met het waterschap verder worden vormgegeven. 9.39
9.40
9.41
9.42
9.43
Aan de Eleanorastraat is een eerste bouwlaag voorzien van 6 meter met roldeuren en is in de dwarsdoorsnede van de Eleanorastraat een grote vrachtauto getekend met een heftruck. Dit is tegenstrijdig met: - Het in het omgevingsplan gestelde dat er in de Eleanorastraat een levendige plint moet komen en - Hetgeen er in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte Arnhem staat ‘Maak geen ‘canvas’ voor graffiti spuiters’. Indiener vindt de geplande bouwvormen van niet rechthoekige bebouwing mooi maar deze bijzondere bouwvormen verhogen de kosten en verminderen de efficiëntie, waardoor realisatie onzeker wordt. Indiener is blij met ruimte voor vergroening in Schaapsdrift maar stelt daar wel als voorwaarde voor dat de beplanting de huidige en toekomstige zonnepanelen niet hindert door onder de hoogte van de dakgoot te blijven. Indiener mist in de plannen speel- en ontmoetingsruimte. Het groen dat is gepland heeft al diverse andere functies (Wadi, plek voor bomen en heesters etc. Volgens Handboek Inrichting Openbare Ruimte Arnhem had er een quickscan plaats moeten vinden in de initiatieffase. In de bijlagen zitten ramingen over kosten die gemaakt moeten worden, het gaat over veel geld dat gelukkig nog niet uit is gegeven. Er
In het stedenbouwkundig plan is aan de Eleanorastraat een bouwlaag van 6 meter ontworpen omdat binnen deze hoogte zowel een niet-wonen (bedrijvigheid) een plek kan krijgen als wonen. Het geeft dus flexibiliteit in de programmering. Juist rolluiken zijn niet gewenst wat er dient juist interactie te zijn tussen binnen en buiten.
In de gebiedsvisie en het stedenbouwkundig plan zijn bijzonder bouwvormen opgenomen en deze zijn vertaald naar het omgevingsplan. De bouwvelden moeten in de volgende fase vertaald worden door initiatiefnemers naar architectonische plannen en uiteindelijk bouwplannen. Als er al specials moeten worden gemaakt zijn dat de hoekoplossingen. Dit zorgt er mede voor dat er een architectonische differentiatie komt binnen de bouwblokken. Goed aandachtspunt om bij het opstellen van het inrichtingsplan rekening mee te houden.
In de vervolgfase worden inrichtingsplannen gemaakt waarin ook speel- en ontmoetingsruimte in de openbare ruimte mee ontworpen worden. In deze fase van de planvorming is dit nog te vroeg. Dit is zeker iets dat de gemeente met de bestaande en toekomstige nieuwe bewoners gezamenlijk op zal pakken.
Dat is een juiste constatering. Intern gemaakte kosten vanuit de gemeente worden niet per project geopenbaard. Verwervingskosten worden met de raad gedeeld. Het delen van deze informatie met derden kan mogelijk de financiële positie van de gemeente 34
9.44
9.45
ontbreekt een overzicht van het geld dat al wel is uitgegeven.
schaden. Alle gemaakte kosten worden bij de ontwikkelende partij naar ratio van het uitgeefbare programma verhaald.
Onderzoek of de oude spoorbrug onder het talud nog aanwezig is en deze doorgang, waar in september 1944 nog een verzetsdaad heeft plaatsgevonden, hersteld kan worden. De participatie beperkte zich tot details, terwijl hoofdlijnen van het plan nooit ter discussie stonden. Dat is volgens indiener zonde omdat er betere opties zijn dan nu op tafel liggen.
Er is voor de ontwikkeling van het plan geen onderzoek gedaan naar het spoor, omdat deze locatie ver buiten de gebiedsontwikkeling lag. De hoge archeologische verwachting blijft hier gehandhaafd.
9.46
Het is volgens indiener misplaatst om te stellen dat de oude beek hersteld wordt, omdat de oude beek niet wordt hersteld maar verlegd. 9.47 Indiener is blij dat er geen enorme woontorens gepland zijn, maar de geplande wijk voldoet niet aan de in het vooruitzicht gestelde kwaliteit en vergroening van de wijk. Het valt indiener op dat er altijd geschermd werd op inspraakmomenten met doelstellingen die gehaald moeten worden die door de gemeente zelf bedacht zijn. Waarom moeten deze doelstellingen worden gehaald en kunnen deze niet worden losgelaten? Zienswijze 10 Bewoners Oude Velperweg en Schaapsdrift #10 10.1 In bouwblok A is een bouwhoogte tot zes bouwlagen toegestaan. Dit staat volgens indiener in schril contrast met de bestaande bebouwing in onze omgeving. Aan indiener is voorgehouden dat de nieuwbouw qua bouwhoogte zal aansluiten op de bestaande woningen en vervolgens pas in bouwhoogte zal oplopen richting Park Sacré Coeur. Indiener verzoekt om de bouwhoogte grenzend aan de kavels op de Oude
In het participatieproces zijn er zogenaamde schetssessies geweest waarin een aantal belangrijke stedenbouwkundige vragen zijn behandeld. Een aantal van de in de gebiedsvisie vastgestelde uitgangspunten (minimum aantal woningen, groene lopers en dergelijke.) zijn in het participatieproces niet ter discussie gesteld, de inpassing ervan wel. Naar aanleiding van de uitkomsten van de schetssessies is het stedenbouwkundig plan gewijzigd. Inderdaad de beek wordt verlegd maar wel weer in zijn geheel bovengronds gebracht. In het verleden heeft de beek op verschillende plekken in het gebied gelegen.
In de gemeenteraad vastgestelde gebiedsvisie Schaapsdrift e.o. zijn een aantal belangrijke stedenbouwkundige doelstellingen geformuleerd. Deze vormen de basis voor het aangepaste stedenbouwkundig plan. Het aangepaste plan laat zien hoe deze doelstellingen worden gerealiseerd.
De bebouwing in bouwveld A1 heeft een andere situering gekregen ten opzichte van het stedenbouwkundig plan. Deze nieuwe situering zorgt ervoor dat de bebouwing met een kop aansluit aan de zijde van de bebouwing Oude Velperweg/Schaapsdrift. Groot deel van bouwblok zal bestaan uit een binnentuin die grenst aan de beek en de bestaande erven aan de Oude Velperweg Het merendeel van het zorggebouw is op ruime afstand gesitueerd van de bestaande erven. Ter informatie het huidige Nijenstede complex aan de Velperweg is 6 bouwlagen hoog. Daarmee is er geen sprake van een schril contrast. Het huidige voornemen en verwerkt in het stedenbouwkundigplan van Innoforte is maximaal 5 lagen hoog. Op 8m afstand
35
10.2
10.3
10.4
10.5
10.6
Velperweg en de Schaapsdrift te beperken tot drie verdiepingen, gestand op de eerder gedane mondelinge toezegging, zodat de nieuwbouw harmonisch aansluit op de huidige bebouwing. Het verlies van vier zonuren per dag (door het massieve bouwblok op veld A) is onacceptabel. Het is onbegrijpelijk in dit verband dat de door Innoforte bepleitte bouwvorm – een U-vormig nieuw Vreedenhoff, waarvan de opening van de U als binnentuin grenst aan indieners tuinen – niet terug te vinden is in het voorliggende plan. Indiener deelt deze voorkeur. De afstand van de nieuwbouw tot bestaande woningen moet bij Veld A minimaal gelijk zijn aan de afstand die is gehanteerd bij de groene lopers in Bouwveld B, C, D, F en G. De huidige beek die fungeert als natuurlijke afscheiding tussen de tuinen aan de Oude Velperweg en de Schaapsdrift en het geplande nieuwbouwgebied dient als zodanig behouden te blijven. Er is onvoldoende rekening gehouden met de ecologische en landschappelijke waarden van de beek Het huidige groen dat grenst aan de tuinen van indieners dient behouden te blijven. Dit groen is essentieel voor de privacy, het woongenot en de biodiversiteit. Het is wrang dat uitgerekend het groenste deel van de wijk weg moet. Er zullen parkeerproblemen in de wijk ontstaan. Parkeerhub is geen oplossing. Parkeerplaatsen verdwijnen door komst groene lopers.
van de achtererfgrens is 3 lagen toegestaan en pas op 12m afstand 5 lagen. Hiermee wordt voldoende aansluiting geborgd op de op de huidige context geborgen.
Er heeft een aanpassing van het stedenbouwkundig plan plaatsgevonden. Een Uvormig gebouw is in het stedenbouwkundig plan nu opgenomen. Uit de bezonningstudie blijkt nu dat de bebouwing een beperkte impact, in vergelijking met de bestaande situatie, heeft op de tuinen en de achtergevel van de woningen aan de Oude Velperweg
De afstand tot de bestaande woningen bedraagt 8 meter dit is ook in lijn met de andere velden zoals aan gerefereerd wordt. Daarnaast mag pas op 8m drie lagen hoog worden gebouwd en op 12m afstand vijf lagen. In de planvorming is er altijd voor gekozen om de bestaande beek te handhaven. Zeker aan de zijde van de bestaande erven aan de Oude Velperweg/Schaapsdrift. Dit wordt met het aangepast plan alleen maar versterkt. Daarnaast wordt altijd 8m gevrijwaard voor behoud van de beek en het bestaande groen. Dit wordt bestendigd door een groen bestemming op deze zone.
De bomen aan de Schaapsdrift, de Oude Velperweg en Velpwerweg blijven behouden en worden aangevuld met nieuwe bomen. De bomen op het groene terrein van Innoforte zullen deels behouden blijven en deels inderdaad verdwijnen. Er worden ook nieuwe inheemse bomen en ook struiken aangeplant. Zo blijft het woongenot behouden en wordt de biodiversiteit behouden en versterkt. Zie verder reactie op hoofdlijnen 2.3. Voor de nieuwe functies worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd conform de gemeentelijke parkeernormen. De te vervallen straatparkeerplaatsen worden gecompenseerd in de parkeerhub.
Zienswijze 11 Prorail
36
#11
11.1
Zienswijze 12 #12 12.1
12.2
Prorail geeft aan dat wat betreft Omgevingsveiligheid in het omgevingsplan rekening gehouden moet worden met de mogelijkheden tot het voorkomen, beperken en bestrijden van branden, rampen en crises, de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen en de geneeskundige hulpverlening. Bovenstaande aspecten dienen voor deze locatie nog te worden ingevuld.
Bij de verdere planuitwerking wordt met deze aspecten rekening gehouden.
In de toelichting op het omgevingsplan en het stedenbouwkundige plan staat opgenomen dat qua bouwhoogte wordt aangesloten bij de bestaande omliggende bebouwing. Dit uitgangspunt wordt door indienen onderschreven, maar is niet in het omgevingsplan geborgd. De woning van indiener is twee bouwlagen met een kap. De maximaal toegestane bouwhoogte bedraagt 11 meter. Het nieuwe omgevingsplan maakt rondom de woning vier of vijf bouwlagen mogelijk. Deze toegestane bouwhoogten kunnen significante impact hebben op het woon- en leefklimaat van indieners, want in het omgevingsplan is niet duidelijk gedefinieerd welke bouwhoogte is toegestaan. De beoogde artelierwoningen zijn ten zuiden van de woning van indiener beoogd. Deze woningen grenzen direct aan de bergingen van indiener. Voor de atelierwoningen geldt op basis van het stedenbouwkundige plan dat de eerste bouwlaag bestaat uit een plint met werkruimten met een levendige uitstraling. In het omgevingskwaliteitsplan wordt gesproken over een bouwhoogte van minimaal 3,5 meter hoog en hoger voor niet woonfuncties. Voor bedrijfsfuncties geldt zelfs minimaal 5 meter
De maximale toegestane bouwhoogte wordt in meters vastgelegd in het vast te stellen TAM-Omgevingsplan plan. Dit biedt meer zekerheid. Dit is uitgewerkt onder Reactie op hoofdlijnen 2.1. Daarnaast geldt dat moet worden gebouwd conform de bouwlagen die zijn vastgelegd in het Omgevingskwaliteitsplan.
In het stedenbouwkundig plan, het TAM-Omgevingsplan en Omgevingskwaliteitsplan is uitgegaan voor de atelierwoningen 3 lagen met een kap met een maximale hoogte van 13 meter. Deze hoogte zorgt ervoor dat er ruimtelijk qua massa een stationsplein kan ontstaan maar dat er een zorgvuldige overgang kan worden gecreëerd naar de bestaande woningen met bijbehorende erven. Dit wordt versterkt door direct aansluitend aan de woning maximaal 7 meter hoogte toe te staan. De plint van de atelierwoningen maken onderdeel uit van de maximale bouwhoogte zoals zijn opgenomen in het TAM-Omgevingsplan. De hoogte van de plint heeft geen invloed op de impact op de omliggende bebouwing omdat de maximale hoogte bepaald is op 13 meter en direct aansluitend aan de woning op 7 meter.
37
12.3
12.4
hoog. In het stedenbouwkundige plan staat zelfs een afbeelding met een plint van 6 meter. Het stedenbouwkundige plan schrijft voor dat de bouwhoogten van de atelierwoningen moeten aansluiten bij de bouwhoogte van de woning van indiener, maar dit is op geen enkele manier geborgd. De bouwhoogte kan variëren tussen de 12,5 en 15 meter. De maatvoering op de verbeelding dat maximaal 5 bouwlagen zijn toegestaan is te onzeker en geeft geen blijk van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het beoogde kopgebouw bevindt zich 15 meter ten zuidwesten van de woning van indiener. Op basis van het stedenbouwkundige plan moet het kopgebouw aansluiten bij de bestaande bebouwing aan de Schaapsdrift. Uit het amendement bij het stedenbouwkundige plan staat dat nog niet duidelijk is wat er met het kopgebouw gaat gebeuren. Dit kan zijn behoud, maar ook optoppen. Anderzijds wordt in hoofdstuk 5.2.3 aangegeven dat de bouwhoogte wordt teruggebracht naar 5 meter. In het omgevingsplan is opgenomen dat maximaal 5 bouwlagen zijn toegestaan (in geval van optoppen kan de hoogte dan 16 meter worden), ten opzichte van 3 bouwlagen nu (circa 12 meter). Dit wijkt significant af van de bestaande bouwhoogten en sluit dus niet aan bij bestaande bebouwing. De eis in het stedenbouwkundige plan om aan te sluiten bij bestaande bebouwing wordt dan ook niet geborgd in het omgevingsplan.
Aan de oostzijde van het perceel van indiener wordt, grenzend aan de achtertuin, bebouwing mogelijk gemaakt. Over de eerste 10 meter wordt eerst bebouwing van maximaal 1
Naast de atelierwoningen is aan de Eleanorastraat bebouwing geprojecteerd die maximaal 15 meter hoog mag zijn. Deze hoogte past bij het profiel van de straat en de totale omgeving die aansluit op het spoor. Daarnaast is de hoogte aan de achterzijde gemaximaliseerd op 6 meter dat min of meer overeenkomt met de huidige aanwezige bebouwing en de bebouwing is zo gesitueerd dat deze niet direct aansluit op de huidige erven.
Door het optoppen van het Kopgebouw zou deze een hoogte kunnen krijgen van maximaal 17 meter. Deze massa past ruimtelijk bij het stationsplein en sluit ook aan bij de aanwezige massa zoals die ook te zien is aan de Wichard van Pontlaan en in de toekomst aan de bebouwing aan de Eleanorastraat. Deze hoogte heeft geen onevenredig impact op het gebruik of de beleving van de bestaande woning of het bijbehorende erf. De hoogte aan de Schaapsdrift is preciezer gemaakt, enkel een kleine optopping is mogelijk tot gelijke hoogte van naastgelegen bebouwing. Enkel het hoofdvolume kan met één laag worden opgetopt. Het is aan de eigenaar om te bepalen of hij van deze mogelijkheid gebruik wil maken.
Zoals aangegeven onder 12.1 worden de maximale bouwhoogtes in meters vastgelegd in de verbeelding van het TAM-Omgevingsplan. De maximale bouwhoogte van de buurthub is aan de zijde van de Schaapsdrift 9 meter. Dit is onderzocht in de
38
bouwlaag toegestaan. Daarna wordt bebouwing van maximaal 5 bouwlagen toegestaan. Het is niet duidelijk welke bouwhoogte dan geldt.
12.5
In het stedenbouwkundige plan en de bezonningsstudie is ervan uitgegaan dat tussen 10 meter en 60 meter een buurthub wordt gesitueerd. Het dak van de buurthub komt op gelijke hoogte als de begane grond van indiener. Maar het omgevingsplan is hier onduidelijk in. Het gebied heeft de aanduiding ‘overige zone – activiteit entree buurthub’, maar er wordt een bouwhoogte van maximaal 5 bouwlagen toegestaan. Deze opgenomen hoogte is niet nodig om het beoogde bouwplan van de buurthub uit te voeren en dus niet nodig om op te nemen in het omgevingsplan. Dit maakt het plan onzeker en laat indiener ongewis over de mogelijke toekomstige bebouwing. De toetsing die nu heeft plaatsgevonden is gebaseerd op de beoogde bouwmogelijkheden en niet op de planologische mogelijkheden. Aanvaardbaarheid en verdraagzaamheid met de gebruiksmogelijkheden op het perceel van indienen zijn daarom niet aangetoond en aannemelijk gemaakt. In het amendement in het stedenbouwkundige plan is opgenomen dat de tuinen van o.a. woning van indiener worden vergroot. Indiener leest de verbeelding zo dat voor de eerste 10 meter vanaf zijn perceel een maximale bouwhoogte van één bouwlaag is toegestaan. Dit doet geen recht aan de voorgestelde situatie en houdt de onzekerheid in stand. Als het de wens is de achtertuin van indiener te vergroten, dan dienen de gronden een bestemming Wonen of iets soortgelijks te
bezonningsstudie. Daarnaast gelden voor de buurthub regels voor geluid die in het omgevingsplan staan. De zone tussen de bestaande achtertuinen en de mogelijke positie van de buurthub bedraagt minimaal 8-13 meter. In deze 8-13 meter moet een onderhoudspad worden gerealiseerd. Het plan is op dit onderdeel gewijzigd. In het ontwerp-plan was in deze zone alleen bedrijf aan huis, en bebouwing ten behoeve van bedrijf aan huis toegestaan. Het voorstel is om in deze zone bijbehorende bouwwerken mogelijk te maken in één bouwlaag .
Het uitgangspunt is om in het omgevingsplan de mogelijkheid te bieden om de tuinen op deze locatie te vergroten. De indiener merkt terecht op dat in het ontwerpplan binnen deze zone geen wonen is toegestaan, waardoor zowel het gebruik van de gronden als tuin als het realiseren van vergunningsvrije bouwwerken wordt beperkt. Daarom wordt voorgesteld om het omgevingsplan op dit punt aan te passen. Binnen deze zone wordt wonen toegestaan, en daarnaast wordt specifiek de mogelijkheid geboden om bijbehorende bouwwerken te bouwen. Op deze manier kunnen de gronden als tuin worden gebruikt en ingericht.
39
12.6
12.7
krijgen, zodat het gebied als achtererf te gebruiken is. Indiener wordt in de huidige situatie belemmerd in de vergunningsvrije bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het verzoek is dan ook de bestemming te wijzigen, zodat indieners de gronden ook als tuin kunnen gebruiken en inrichten. Indiener constateert dat de planwetgever met het omgevingsplan alle opties openhoudt over hoe het plangebied feitelijk gaat worden ingericht, zonder dat er enige duidelijkheid en zekerheid geboden wordt. Het omgevingsplan is veel te ruim opgezet. En, in het geval de eisen uit het stedenbouwkundig plan niet worden opgenomen of in het geval het stedenbouwkundig plan geen onderdeel uitmaakt van het omgevingsplan, is het stedenbouwkundig plan slechts een lege huls waarop geen rechtsgeldig beroep op kan worden gedaan. Nu in het stedenbouwkundig plan ook wensen van de bewoners zijn opgenomen, is het van belang dat het stedenbouwkundig plan geïntegreerd wordt in het omgevingsplan. In het kader van de rechtszekerheid hebben indieners belang bij duidelijke contouren en duidelijke vastlegging van bouw- en gebruiksmogelijkheden. De toename van bebouwing en bouwhoogte heeft significante en nadelige gevolgen voor de woon- en leefsituatie van indiener. In de bestaande situatie is er vrij zicht op bomen in park Presikhaaf en het Sacré Coeur Park.
Met hetgeen nu planologisch wordt mogelijk gemaakt wordt op een afstand van 20 meter rechtstreeks tegen een gebouw met een bouwhoogte van minimaal 15 meter aangekeken. Ook ten zuiden van hun perceel zal op een afstand van 10 meter en zelfs op een afstand van 4 meter vanaf de berging in
De uitgangspunten uit stedenbouwkundig plan zijn vertaald in het omgevingsplan. In het omgevingsplan is een koppeling opgenomen met het Omgevingskwaliteitsplan. Zo moet t.a.v. het uiterlijk van bouwwerken getoetst worden aan de eisen uit het OKP en mag alleen binnen de toegestane aantal bouwlagen worden gebouwd. Ook stellen wij voor om het omgevingsplan op dit punt aan te passen en de bouwhoogtes specifiek op te gaan nemen, zie reactie op hoofdlijnen 2.1.
Het is een terechte constatering dat de ontwikkelingen rondom Schaapsdrift 109 invloed hebben op de woon- en leefsituatie en de privacy van de bewoners. In het aangepaste stedenbouwkundige plan zijn deze negatieve gevolgen zo beperkt mogelijk gehouden. Bij de verdere planvorming zal bij het ontwerpen van de bebouwing de positie van de hoofdleefruimten (binnen en buiten) zo moeten worden gepositioneerd dat de impact op de privacy geminimaliseerd wordt.
40
12.8
12.9
de hoogte worden gebouwd. Op deze wijze wordt indiener aan de achterzijde van de woning voor tweederde ingebouwd. Dit geeft een beklemmend gevoel en tast de woon- en leefsituatie onaanvaardbaar aan. Daarnaast heeft het gevolgen voor privacy en bezonning. Indiener wordt aangetast in privacy. Met de nu voorgestelde planologische bouwmogelijkheden kunnen woningen worden gerealiseerd die rechtstreeks bieden op het perceel en in de woning. Deze verslechtering is onrechtmatig en er zullen op z'n minst maatregelen getroffen moeten worden om de privacy te waarborgen. Uit de verbeelding en planregels blijkt niet dat rekening met de belangen van indiener is gehouden. De geplande bebouwing heeft aanzienlijke gevolgen voor de inval van zonlicht en daglicht in de woning en in de tuin. De schaduwwerking van de bebouwing maakt onevenredige inbreuk op het woon- en leefklimaat. Door de ligging van de woning en de tuin ten opzichten van de beoogde bebouwing is het zonlicht een belangrijke lichten energiebron. Op het voordak van de woning liggen zes zonnepanelen en op het achterdakvlak 8 panelen. De hoge bebouwing zal het zon- en daglicht op veel momenten wegnemen. De hoge bebouwing van het kopgebouw is niet aantoonbaar meegenomen in het onderzoek. Uit het bezonningsonderzoek volgt dat wordt voldaan aan de lichte TNO-norm. Er wordt namelijk in de huidige situatie al niet voldaan.
Maar dat wordt voldaan aan de TNO-norm, betekent niet dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het is namelijk duidelijk dat de bezonningssituatie aanzienlijk verslechterd. Er is onvoldoende
Zie 12.7.
Zie reactie op hoofdlijnen 2.2. De gemeente beseft dat nieuwbouw impact op de bestaande bebouwing, ook voor wat betreft bezonning. Om die reden is er een uitgebreide bezonningsstudie uitgevoerd die de effecten van nieuwbouw weergeeft. Om te kunnen bepalen welke effecten acceptabel zijn, werkt de gemeente met de lichte TNO-norm. Deze norm geeft richtlijnen voor wat betreft het minimum aantal uren bezonning in de leefruimte op 28 februari. Nieuwbouwplannen worden getoetst aan deze norm. De bezonningsstudie gaat uit van de maximale toegestane bouwhoogte, die nu tevens ook in het TAMOmgevingsplan is vastgelegd.
41
onderbouwd dat met de nieuwe bebouwing sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bovendien is geen rekening gehouden met schaduwwerking op de rest van het perceel.
12.10
Daarnaast wordt niet duidelijk hoe het onderzoek tot stand is gekomen en welke uitgangspunten zijn gehanteerd. Er is geen rekening gehouden met vergunningsvrije bouwmogelijkheden en/of onderdelen van de achtertuin. Ook is het niet duidelijk van welke bouwhoogte is uitgegaan. Wel is duidelijk dat het onderzoek niet is uitgegaan van maximale planologische mogelijkheden. Alleen als hiervan wordt uitgegaan kan worden getoetst of het omgevingsplan aanvaardbaar is. Uit het omgevingsplan volgt dat om aan de parkeerbehoefte te voldoen voor maximaal 50% moet worden voorzien in parkeerplaatsen op eigen terrein en voor de overige 50% in parkeerplaatsen in de buurthub. In de buurthub zou plaats moeten zijn voor 250 parkeerplaatsen, waardoor de gemiddelde parkeernorm voor het gehele omgevingsplan iets meer dan 1 bedraagt. Dit ziet echter uitsluitend toe op parkeervoorzieningen voor bewoners incl. eventueel bezoek. Er is geen rekening gehouden met parkeervoorzieningen voor niet woon-functies. De levendige plinten zijn bedoeld voor bedrijvigheid met een zekere aantrekkende werking. In die parkeerbehoefte is niet aantoonbaar voorzien.
Met de invoering van betaald parkeren worden en er andere normen gehanteerd die op advies van Goudappel zijn toegepast en het duurzaam mobiliteitsplan van de gemeente. In het stedenbouwkundigplan is dus een onderbouwde aanname gedaan van de parkeerbehoefte, dubbelgebruik en inzet van beperkte deelmobiliteit inclusief het niet-woon programma van zorg t/m bedrijven etc. Hiernaast zal bij de uiteindelijke vergunning verlening opnieuw worden getoetst aan de parkeernormen.
Uit de verbeelding en regels blijkt niet hoe wordt voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein. Indiener acht het onaannemelijk dat met het plan aan de parkeerbehoefte wordt voldaan. 42
Daarnaast is niet aangetoond dat de voorgestelde parkeernorm in lijn is met de parkeernormen uit de ‘Beleidsregels parkeren Arnhem 2022’ en met de CROW-normen. Dat binnen de gemeente wordt ingezet op lagere parkeernormen, betekent niet dat ook daadwerkelijk sprake is van een lagere parkeerbehoefte. Er is hoogstens sprake van een beleidsvoornemen voor gereguleerd parkeren in de vorm van parkeervergunningen. Er is niet onderbouwd of aannemelijk gemaakt dat dit er daadwerkelijk gaat komen. Zienswijze 13 Damen #13 13.1
13.2
Door de in het omgevingsplan gewijzigde bestemmingen van de voornoemde percelen van de huidige bedrijfsbestemming en bedrijfswoning naar “Bouwveld A“ met aanpalende “groene loper” in zorg, wonen en groen, zal het onmogelijk zijn de huidige bewoning en bedrijfsvoeringen ter plaatse aan de Velperweg 152 te Arnhem, te continueren. Hierdoor dreigen, willens en wetens, alweer een tweetal unieke MKB bedrijven te verdwijnen, alsmede de bijbehorende bedrijfswoning. Dit alles met voor de direct betrokkenen grote negatieve (financiële) gevolgen. Het is onduidelijk, hierom is veelvuldig gevraagd, waarom de bedrijfs- en woonlocatie aan de Velperweg 152 niet zijn ingepast in het omgevingsplan. Andere bestaande bebouwing is wel ingepast, door het projectteam is er tot op heden geen enkele inspanning op gepleegd. Uit het gevoerde overleg met Innoforte is indiener gebleken dat een gezamenlijke inpassing in het plangebied zeer goed mogelijk is. Ook de directe buren aan de
Er is een ruimtelijke afweging gemaakt voor welke functies de gronden te gebruiken. De uitkomst van de afweging betekent in sommige gevallen dat er geen ruimte meer is voor bestaande bedrijven. De gemeente beseft dat dit impact heeft op de betrokken bedrijven. De gemeente werkt om die reden met een sociaal plan voor Schaapsdrift en een transformatieplan voor de Spoorzone Arnhem-Oost, zodat we perspectief kunnen bieden aan bedrijven die vanwege de gebiedsontwikkeling moeten verhuizen.
Zie antwoord 13.1. Om het nieuwbouwprogramma van Innoforte te kunnen realiseren, is meer ruimte nodig dan dat enkel het grondeigendom van Innoforte. Om die reden is er gekeken naar de mogelijkheden om een gedeelte van het nieuwbouwprogramma van Innoforte op de naastgelegen eigendommen te realiseren. Om dit mogelijk te maken zijn inmiddels gesprekken gevoerd met de eigenaar van het naastgelegen perceel om te inventariseren of een verwerving van de gronden door de gemeente mogelijk is, ten einde het nieuwbouwprogramma van Innoforte te kunnen realiseren.
43
13.3
13.4
Oude Velperweg en Schaapsdrift ondersteunt de zienswijze en staat positief tegenover het behoud. Mocht uiteindelijk na gezamenlijk onderzoek en positieve inspanningen onverhoopt blijken dat onze woon- en bedrijfslocatie aan de Velperweg 152 niet in te passen is in het omgevingsplan, dan eisen wij tenminste een gelijkwaardige woon- en bedrijfslocatie in het plangebied, dan wel elders in Arnhem Noord. Uiteraard wil indiener dit alternatief zelf mede bepalen en eisen daarnaast een ruimhartige wettelijke vergoeding voor alle direct en indirect te maken kosten, zowel voor de eigenaar en huurders Door het gevoerde beleid van de gemeente Arnhem worden thans, het ene na het andere bedrijventerrein opgeofferd ten behoeve van woningbouw. Door het huidige beleid is de actuele bedrijfsruimten markt in Arnhem oververhit en is er al helemaal geen plaats meer voor de kleinere ambachtelijke MKB-bedrijven. Er worden in de nieuwe plannen wel nieuwe bedrijfsruimten gecreëerd, het betreffen allemaal zogenaamde “stilte-werkplekken” geschikt zoals in het onderhavige Omgevingsplan genoemd “De moderne makers”.
Het transformatieplan Spoorzone Arnhem-Oost schetst de aanpak hoe duidelijkheid te creëren voor bedrijven over hun toekomstige huisvesting, waarbij het streven is om zoveel mogelijk bedrijven en banen te behouden voor Arnhem en eventueel de regio. Daarbij is duidelijk dat de potentiële nieuwe huisvesting in meer of mindere mate verschilt van de huidige situatie. De gemeente heeft hier een inspanningsverplichting. Te zijner tijd zullen de voorstellen uw kant op komen. Wij hopen gezamenlijk tot een passende oplossing te komen, want de gemeente snapt dat een dergelijke ontwikkeling een grote impact heeft. Daarnaast vindt de gemeente het behoud van werkgelegenheid in het gebied belangrijk.
We vinden het belangrijk dat er in de stad ruimte blijft voor verschillende soorten bedrijvigheid met bijbehorende verschillende typen banen. De grotere bedrijventerreinen, zoals Het Broek, moeten ruimte bieden aan bedrijven die aangewezen zijn op de bedrijventerreinen, bijvoorbeeld vanwege hun omvang en/of milieucategorie. We willen bedrijven die daar eigenlijk niet horen, gaan weren op dit soort bedrijventerreinen. Er zijn meer bedrijven die mengbaar zijn met wonen dan wellicht wordt gedacht, al zal er soms meer moeite moeten worden gedaan om tot menging over te gaan en om die menging succesvol te laten zijn. De betaalbaarheid van de werkruimtes is er één van. We zijn ons daar bewust van en onderzoeken hoe de juiste randvoorwaarden kunnen worden gecreëerd zodat de werkruimtes in Schaapsdrift een goede invulling krijgen.
Door het nieuwe “Omgevingsplan” dicht te timmeren met allerlei beperkingen en regelgeving, wordt het praktisch onmogelijk voor ambachtelijke MKB bedrijven om zich hier te vestigen. Daarnaast zullen de nieuwe huren torenhoog zijn, onbetaalbaar voor het MKB. Verder is maar zeer de vraag of door de snelle opkomst van kunstmatige intelligentie en in het bijzonder de volgende evolutie van 44
“zogeheten AI-agents”, die laatste zullen elke kantoorbaan veranderen en maken velen overbodig. Binnen vijf jaar hebben algoritmes en robots het meeste (kantoor-)werk overgenomen. De vrees is dus zeer terecht, dat de geplande bedrijfsplinten onder de nieuw te bouwen appartementen, worden gebouwd voor leegstand.
13.5
Er is verder in het omgevingsplan, dus helemaal geen plaats meer voor de huidige MKB-bedrijven, veelal huurders, die thans zijn gevestigd op het “bedrijventerrein Schaapsdrift”. De ambachtelijk-MKB wordt door voornoemd beleid, in rap tempo de stad uitgeduwd, dan wel zullen gewoon verdwijnen. Dit zal niet alleen de levendigheid van de wijken beïnvloeden, maar zal ook op termijn een meer dan gemiddelde economische invloed hebben op stad. Er zullen bij ongewijzigd beleid geen (ambachtelijke-) MKB bedrijven meer overblijven, die essentieel zijn voor de door het linkse college zo gewenste circulaire economie. De noodzakelijk (ambachtelijke) kennis en kunde gaat verloren en er zullen dan geen bedrijven meer zijn, die werkzaamheden zoals onderhoud, herstel en verbeteringen kunnen plegen, aan onroerende en roerende zaken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan huizen, vervoersmiddelen, meubelen, wit- en bruingoed en niet te vergeten de recycling. De indiener stelt dat de plannenmakers een misleidend beeld schetsen van een
Er is geen sprake van misleidende informatie. De toekomstige situatie wordt niet verslechterd. 45
13.6
uitzonderlijk groene buurt. Ondanks het streven naar verdichting "zonder groen geen verdichting", laat een analyse zien dat de groenbalans negatief uitvalt. • Vergelijking groenoppervlakte: In het nieuwe plan wordt netto 14.065,1 m² groen gerealiseerd, terwijl in het huidige bestemmingsplan indiener er op uit komt dat 17.666 m² groen aanwezig is. Dit omvat onder andere het semi-openbare “geitenweitje” bij Vreedenhoff, dat dagelijks door buurtbewoners wordt gebruikt. De afname van groenoppervlakte staat dus haaks op de claim dat de groenbalans positief zou zijn. • Misleidende voorstelling: Het plan introduceert 480 woningen en 2.500 m² bedrijfsruimte, waardoor de wijk een van de dichtstbevolkte van de stad wordt. Het benoemen van de wijk als “Parkbuurt” lijkt volgens de indiener onterecht gezien de negatieve groenbalans. • In strijd met regelgeving: Het huidige plan zou niet voldoen aan Europese regelgeving die bepaalt dat stedelijke gebieden geen groen mogen verliezen tot 2030. De indiener concludeert dat de groenbalans in het nieuwe plan feitelijk verslechtert en dat de voorstelling door de plannenmakers niet strookt met de realiteit.
Indiener heeft de groenbalans (park) grenzend aan de Velperweg berekend. Het gaat hier echter om de totale groenbalans van alle groene bestemmingen (park, groen, water en tuin) van het gehele plangebied. Deze is wel positief. Hiernaast is in de bestaande situatie het huidige groen hoofdzakelijk op privé terrein en wordt in de toekomstige situatie veel meer openbaar en daarmee gebruiksgroen toegevoegd, wat grotere bijdrage aan de leefbaarheid van Schaapsdrift e.o. geeft.
Verder blijkt uit het omgevingsplan, dat net buiten de bouwveld A en B, hier een tweetal monumentale bomen zijn gesitueerd en deze komen beiden voor op lijst van de gemeente Arnhem “waardevolle bomen”.
Een van de bomen staat aan de Velperweg en blijft behouden. De andere boom, de waardevolle particuliere Winterlinde uit 1930 kan worden verplant.
Zie voor de volledigheid de uitsnede van de groenbalans.
De winterlinde staat op de plek nieuwbouw is gepland. Om een ruime omsloten tuin te creëren voor het zorgcomplex worden de randen van het beschikbare plot bebouwd 46
13.7
13.8
Eén van de doelen van het Bomenplan is om meer buitengewone bomen in Arnhem te krijgen. Echter uit geen van alle stukken is ons gebleken, dat beschermde Hollandse Linde, plantjaar: 1945 en de beschermde Winterlinde, plantjaar 1930, een dusdanige status krijgen dat deze niet alleen beschermd zijn, maar ook op langere termijn kunnen floreren. Er staan slechts mooie volzinnen in het omgevingsplan 3.1.1 Groenvisie en huidige bomen, zoals “bij kap van bomen geldt een herplantplicht” en “Bij het verkrijgen van een kapvergunning kan een herplantplicht van toepassing zijn”. Het mogen duidelijk zijn dat er geen enkele zekerheid is dat uiteindelijk bestaande bomen, worden in gepast in het voorliggende omgevingsplan en/of er voldoende bomen zullen worden herplant. Er is hier sprake van een bijzondere biotoop, uniek gesitueerd met rondom op enige minuten hele fraaie parken en een landgoed met terreinen van zorginstellingen die hier naadloos op aansluiten met uitzonderlijk groen en een bijzondere fauna en flora. Door uitvoering van het voorliggende omgevingsplan zal deze bijzondere biotoop bijna nagenoeg verloren gaan. Door de situatie/ ligging van het plangebied, aan het einde van een beekdal is er een bijzonder groot risico voor overstromingen.
Het is onwaarschijnlijk dat de genomen maatregelen, zoals wadi’s, infiltratieputten en vergroting van het transportriool nu voldoende zijn om bij extreme regenbuien grote overstromingen te voorkomen. Door de plannenmakers is in het omgevingsplan, de Middenstraat
met als gevolg dat de linde verplaatst moet worden. De nieuwe binnentuin van Innoforte kan een goede nieuwe plek zijn voor deze boom.
De huidige natuurwaarden zijn onderzocht. Het gebied is interessant voor een diversiteit aan soorten, zoals diverse soorten vleermuizen, marterachtigen, egel, merel en houtduif. Maar geen nesten van bijvoorbeeld huismus en gierzwaluw. Tijdens de bouwfase wordt rekening gehouden met de aanwezige soorten (Omgevingswet onderdeel natuur). Daarnaast wordt natuurinclusief gebouwd en komt er meer inheems groen (bomen, struiken en kruiden). De verwachting is dat de aanwezige soorten een leefgebied behouden en dat er verblijfsruimte komt (neststenen) voor huismus en gierzwaluw, soorten waar nu geen nesten aanwezig zijn. Ervaringen die wij hebben opgedaan met de, ook landelijk gezien, extreme regenbui van juli 2014 hebben ons bewust gemaakt dat bij zulke extreme regenbuien nooit al het regenwater kan worden afgevangen. Dat is vaak al lastig, maar door de ligging van Arnhem-Noord op de helling van de Veluwe is dat gewoon niet mogelijk. Wel proberen we in die situaties de overlast zo klein mogelijk te maken. (zie het door de gemeenteraad vastgestelde beleid “Aanpak wateroverlast in Arnhem-Noord” in 2015). Arnhem zet daarom in om wateroverlast zoveel mogelijk te beperken door maatregelen te nemen over de gehele stad; - door het stimuleren van maatregelen door particulieren op hun eigen terrein (subsidieregeling)
47
geprojecteerd, deze ligt aan de Velperweg zijde, precies op het laagste punt van de Velperweg, het zogenaamde ‘Ezelgat’. Verder wordt de bestaande beek deels verlegd en die zal verder door de Middenstraat gaan stromen richting Presikhaaf. Het wordt nu gepresenteerd met idyllische plaatjes, als een liefelijk beekje dat stroomt door de wijk, met kinderspeelplaatsen en een tweetal bruggetjes. Bij extreme regenbuien zal de geprojecteerde beek in de Middenstraat, binnen de kortste keren, een grote boze stroom water kunnen worden, met enorme gevolgen voor de hele nieuwe wijk. Het is een voorspelbaar risico, dus onverzekerbare schaden! Met een reële kans op aansprakelijkheidsclaims voor de gemeente Arnhem?
13.9
Voor het omgevingsplan Schaapsdrift e.o. is intensieve participatie (level 3) vereist. Bij intensieve participatie staat nog niet alles vast en kunnen betrokkenen meedenken over een plan, met alternatieven en een inventarisatie van ideeën. Als belanghebbenden hebben wij totaal iets anders beleefd en meegemaakt. Van participatie voor (MK-) bedrijven is derhalve geen sprake geweest en voldoet zeker niet aan de gestelde wettelijke minimale normen. Als belanghebbenden hebben wij het gehele proces als bijzonder negatief ervaren, er zijn en worden wel mooie verhalen