CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b Zienswijzennota geanonimiseerd

Politieke Avond 14 mei 2025, gemeente ArnhemBij agendapunt: 21.45 uur - 23.15 uur: Vaststellen 'TAM-Omgevingsplan Schaapsdrift e.o.' en omgevingskwaliteitsplan ‘Schaapsdrift e.o.'25.237 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BIJLAGE 2b Onderdeel uitmakend van het raadsvoorstel Zienswijzennota behorende bij het raadsvoorstel tot vaststelling van TAM-Omgevingsplan Schaapsdrift e.o.

Geanonimiseerd

Inhoud 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 2

2.

Reactie op hoofdlijnen .................................................................................................................... 3 2.1 Aansluiting nieuwbouw op bestaande bouw .................................................................................. 3 2.2 Bezonning ...................................................................................................................................... 4 2.3

Groen .......................................................................................................................................... 8

2.4 Invoeren van vergunninghoudersparkeren ................................................................................... 8 3.

Overzicht ingediende zienswijzen ................................................................................................. 10

1

1. Inleiding Het ‘TAM-Omgevingsplan Schaapsdrift e.o.’ (hierna TAM-Omgevingsplan) en het bijbehorende stedenbouwkundig plan en Omgevingskwaliteitsplan hebben ter inzage gelegen. De zienswijzeperiode is donderdag 17 januari 2025 afgelopen. Er zijn in totaal 17 unieke zienswijzen ingediend. De Vereniging tot behoud van Schaapsdrift e.o. geeft aan dat voor de zienswijze meer dan 100 leden zijn benaderd. Een van de zienswijzen is ondertekend namens 6 huishoudens (kop Oude Velperweg en Schaapdrift). NR.

INDIENER

STRAAT

1 2 3

Vereniging tot behoud van Schaapsdrift e.o. NAAM NAAM

ADRES ADRES

4

Arnhem Hartveilig, NAAM

5 6

NAAM Bewoners Casimir State (contactpersoon NAAM)

ADRES ADRES

7 8

Innoforte (contactpersoon NAAM) NAAM

ADRES

9 10

NAAM Diverse bewoners

11 12

Prorail NAAM

13 14 15 16 17

Damen NAAM Neijenhuis (contactpersoon NAAM) Vivare (contactpersoon NAAM) NAAM

ADRES ADRES ADRES ADRES ADRES ADRES ADRES ADRES ADRES ADRES

ADRES

Een aantal zienswijzen gaat over dezelfde onderwerpen. Om de leesbaarheid van het stuk te verbeteren wordt in paragraaf 2 via een reactie op hoofdlijnen ingegaan op deze punten. In paragraaf 3 staat een overzicht van de zienswijzen met daarbij een verwijzing naar de reactie op hoofdlijnen of een inhoudelijke reactie van de gemeente. In het wijzigingenoverzicht is een overzicht opgenomen van de wijzigingen van het TAM-Omgevingsplan naar aanleiding van de zienswijzen. Deze zienswijzennota maakt onderdeel uit van het raadsvoorstel tot vaststelling van dit TAMomgevingsplan.

2

2. Reactie op hoofdlijnen 2.1 Aansluiting nieuwbouw op bestaande bouw Schaapsdrift en omgeving (e.o.) is een wijk waar wonen en werken met elkaar verweven zijn. Op 11 april 2024 heeft de raad Gebiedsvisie Schaapsdrift en omgeving vastgesteld. Het Stedenbouwkundig Plan is op 11 maart 2025 vastgesteld door het college. Het Stedenbouwkundig plan voor de wijk Schaapsdrift en omgeving biedt een visie voor een groene, toekomstgerichte stadsbuurt die de huidige kwaliteiten en ruimtelijke structuren van de buurt versterkt en verrijkt. De Gebiedsvisie en het Stedenbouwkundig plan bevatten de uitgangspunten voor de gebiedsontwikkeling in Schaapsdrift, en zijn vertaald in het TAM-Omgevingsplan en het omgevingskwaliteitsplan. In de Gebiedsvisie en het Stedenbouwkundig Plan is er gekozen om de bebouwing in hoogte op te laten lopen vanaf Schaapsdrift richting park Sacré Coeur en daarmee een goede aansluiting te kunnen maken met de bestaande bebouwing. Deze hoogte loopt op van 9 meter aansluitend aan de achtertuinen aan de Schaapsdrift tot een hoogte van 25 meter aan park Sacré Coeur met twee accenten die een maximale hoogte kunnen verkrijgen van 34 meter. Aan de Schaapsdrift waar woningen in het bebouwingslint worden toegevoegd is de hoogte maximaal 10 meter. Dat in lijn is met de bestaande bebouwing aan de Schaapsdrift.

Deze hoogte opbouw is terug te zien in het bijgevoegde kaartbeeld (afbeelding 1).

Afbeelding 1. Oplopende bouwhoogte uitgedrukt per pand, indicatief op basis van stedenbouwkundig plan, zoals opgenomen op p. 57 van het omgevingskwaliteitsplan.

3

Een uitzondering op de hoogte van de bebouwing aan de Schaapsdrift vormt de stationsomgeving. Het toekomstige stationsplein heeft een ruimtelijk een massa nodig, en pleinwanden, om als plein te gaan ervaren en te functioneren deze ruimte niet wegloopt. Dit heeft zich vertaald in een gebouw met 3 lagen met een kap aansluitend aan de aanwezige 2-onder 1- kapwoning die een opbouw kent van 2 bouwlagen met een kap. Ook het kopgebouw zou ruimtelijk meer massa kunnen krijgen om de wandvorming van het stationsplein te versterken. Dit heeft zich vertaald door de mogelijkheid te beiden om het gebouw met 1 laag te kunnen optoppen. Voorstel voor wijziging Het voorstel is om in het vast te stellen TAM-omgevingsplan de bouwhoogte in meters vast te gaan leggen. In het ontwerpplan was het aantal toegestane bouwlagen vastgelegd. Daarnaast was er in de regels van het omgevingsplan een koppeling opgenomen met de bouwhoogtes en de regels over het uiterlijk van bouwwerken uit het Omgevingskwaliteitsplan. De ontwerpwijziging van het omgevingsplan bevatte meer bouwmogelijkheden dan nodig om het beoogde stedenbouwkundige plan te realiseren.

Omdat in de bezonningsstudie, zoals opgenomen in het ontwerp, deze ruimere bebouwingsmogelijkheden niet waren onderzocht, gold als aanvullende eis dat indien hoger gebouwd zou worden dan waar in het stedenbouwkundig plan van uit is gegaan met een bezonningsstudie aangetoond moest worden dat er sprake is van een aanvaardbare situatie op de bestaande woningen. Naar aanleiding van de zienswijzen is duidelijk geworden dat deze regeling onduidelijk is. Om in het plan duidelijker aan te geven welke randvoorwaarden er precies gelden worden de maximale toegestane bouwhoogtes strakker in het TAM-omgevingsplan vastgelegd nabij de bestaande bebouwing. De verbeelding is hierdoor meer een één op één vertaling van afbeelding 1 geworden ten aanzien van de toegestane bouwhoogtes 1. Voor de benodigde flexibiliteit wordt in het omgevingsplan de mogelijkheid geboden om, onder voorwaarden af te wijken van de bouwhoogtes. Afwijken is alleen toegestaan met: - maximaal 10%, ofwel; - in een margezone van twee meter breed in de binnentuinen en bij het hoogteaccent op bouwveld D.

2.2 Bezonning Bezonning woonkamers De gemeente vindt het belangrijk dat bij nieuwe bebouwing zorgvuldig rekening wordt gehouden met de bezonning en schaduwvorming op bestaande woningen. Met een bezonningsstudie kunnen we een goede afweging te maken tussen ruimte voor nieuwbouw en bescherming van de bestaande woningen. Er bestaat geen wet- en regelgeving ten aanzien van bezonning. Wel bestaat er een TNOnorm2. De gemeente Arnhem beschikt niet over beleid ten aanzien van bezonnen en volgt de TNOnorm. Per opgave is het maatwerk en wordt er een afweging gemaakt of de bezonningssituatie aanvaardbaar is in relatie tot de totale opgave. Het plan Schaapsdrift betreft een binnenstedelijke ontwikkeling en er is in deze opgave de lichte TNO-norm. Deze lichte TNO-norm bepaalt dat er in de 1 Afbeelding 1 wijkt af van de toegestane bouwhoogtes ten aanzien van de buurthub. Het is

onderzocht of het mogelijk is om de buurthub te draaien, dit bleek stedenbouwkundig (o.a. uit de bezonningsstudie) aanvaardbaar. Het TAM-Omgevingsplan biedt hier dus om in plaats van 3 meter, 9 meter hoog te bouwen. 2 Een norm van het onafhankelijk onderzoeksinstituut Nederlandse organisatie voor toegepastnatuurwetenschappelijk onderzoek (TNO). 4

periode van 19 februari tot 21 oktober minimaal 2 uren bezonning per dag in het midden van de vensterbank van het raam van een hoofdwoonvertrek, waarbij 19 februari maatgevend is. Er is bewust geen strenge norm gehanteerd (4 uur) omdat het hier een binnenstedelijke opgave betreft. Het verschil in bezonning van het te realiseren plan wordt ten opzichte van de huidige situatie beschouwd. Schaduwwerking van bestaande en toekomstige bomen wordt hierbij niet meegenomen. De norm geldt alleen voor hoofdwoonvertrekken. Er zijn geen eisen voor tuinen. Voor de tuinen is de invloed van de nieuwbouw onderzocht. De bezonningsstudie is geactualiseerd na de terinzagelegging naar aanleiding van diverse zienswijzen. Zo is op meerdere momenten in het jaar onderzocht wat de bezonningssituatie is. Daarnaast is de laatste versie van het Stedenbouwkundig plan meegenomen. Uit de uitgevoerde bezonningsstudie volgt dat de norm van 2 uren zon op 5 plekken niet gehaald ten opzichte van de huidige situatie. Voor de bezonningssituatie jaarrond geldt echter dat er voor het overgrote deel van het jaar sprake is van minimaal 2 zonuren. De afbeelding geeft de afname van de bezonning weer in procenten op 19 februari. Uiteindelijk zijn er 5 woningen waarbij een gevel in de huidige situatie meer dan 2 uur zon ontvangt en in de toekomst minder dan twee uur.

Het betreft vier woningen aan de Wichard van Pontlaan (cirkel 3) en de woning Schaapsdrift 54 (cirkel 7). De overige woningen voldoen aan de TNO-richtlijn.

5

Wichard van Pontlaan 3-135 Bij deze woningen (cirkel 3) liggen de woonkamers aan de voorzijde. De begane grond is berging en wordt niet meegeteld. In totaal zijn er 4 woningen die in nieuwe situatie minder dan twee uur zonlicht krijgen. Desondanks de marginale reductie van 10-20% voldoen deze appartementen niet aan de TNO-norm. Schaapsdrift 54 Bij deze woning (cirkel 7) wordt in een nieuwe situatie het aantal zonuren minder dan 2 uur. Aan deze zijde bevindt zich de woonkamer. Daarom wordt voor deze woning in een nieuwe situatie niet voldaan aan de TNO-norm. Voorstel tot wijziging De optopping van het Kopgebouw met twee bouwlagen zorgt voor een afname van de zonuren op de gevel van de panden aan de Wichard van Pontlaan. Er is onderzocht wat de effecten zijn indien er in plaats van twee bouwlagen maximaal één bouwlaag wordt toegevoegd (zie afbeelding). Het voorstel is daarom om maximaal één extra bouwlaag toe te staan op het Kopgebouw. Aan de Schaapsdrift 54 wordt de afname van de bezonning veroorzaakt door de bouw van een nieuwe woning naast nummer 75. Indien de hoogte van deze woning wordt teruggebracht, ontstaat er 6

een ontwerp dat voldoet aan de bezonningsnormen. Het voorstel is daarom om de hoogte van deze woning te verlagen. Dit is verwerkt in de verbeelding van het TAM-Omgevingsplan.

Tuinen Hoewel volgens de lichte TNO-norm tuinen niet worden meegenomen in de bezonningsstudie, is voor de percelen aan de Oude Velperweg/Schaapsdrift toch inzichtelijk gemaakt wat de impact is van de nieuwe ontwikkelingen. De onderstaande afbeeldingen tonen de bestaande en de nieuwe situatie van de bezonning op 21 juni. Uit deze analyse blijkt dat een deel van de tuinen achter Schaapsdrift 7 – 9 al minder dan twee uur zon per dag ontvangen. In de nieuwe situatie loopt dit verder terug, met name voor de tuin van Schaapsdrift 9, een pand in bezit van de gemeente. Daarentegen krijgt de meest noordelijke twee-onder-een-kapwoning meer zon op de gevel en in de tuin dan in de huidige situatie, doordat het complex Nijenstede verdwijnt en wordt vervangen door een ander volume.

7

Conclusie: Op bovenstaande afbeelding is te zien dat aanpassingen aan het volume van het zorgcomplex en het kopgebouw (Hoek schaapsdrift/ Wichard van Pontlaan) bij het station leiden tot minder hinder / schaduwwerking. De optopping en behoud van de éénlaagse bebouwing aan de Wichard van Pontlaan geven geen extra schaduw op de aangrenzende tuinen van de rijwoningen in de zomer. Hoewel sommige achtertuinen aan de Oude Velperweg in de nieuwe situatie minder dan twee uur zon krijgen, wordt dit als aanvaardbaar beschouwd omdat de reductie ten opzichte van de huidige situatie slechts één tot twee uur bedraagt. Bovendien verbetert de bezonning voor woningen in het noordelijke deel van het plangebied, doordat er meer zon op de huizen en tuinen valt. Daarnaast worden hier vijf woningen in het betaalbare segment gerealiseerd en wordt er veel groen aan de wijk toegevoegd. Uiteraard zal in de verdere planvorming zorgvuldig worden gekeken naar de mogelijkheden om de massaopbouw zo te optimaliseren dat de bezonning zoveel mogelijk voldoet aan de lichte TNO-norm. Het huidige voorstel wordt wel als acceptabel beschouwd. Voor de twee-onder-een-kapwoning aan Schaapsdrift 108-109 wordt een verlenging van de tuin voorzien in het stedenbouwkundig plan, om de reductie van zonne-uren in de tuin te compenseren.

In de verdere planvorming zal door ontworpen moeten worden hoe de bouwplannen qua massa verder opgebouwd, zodat er goed voldaan kan worden aan de lichte TNO norm, waarbij het ontwikkelkader wel richtinggevend is. Eventuele afwijkingen ten opzichte van de huidige bezonningsstudie moeten in de omgevingsvergunningsfase opnieuw worden onderbouwd met een geactualiseerd bezonningsonderzoek.

2.3 Groen Het bestaande groen wordt gekoesterd en zoveel mogelijk behouden. Dat vindt de gemeente Arnhem ook belangrijk. Het draagt bij aan een vanaf het begin volwaardig groen karakter van de wijk, voor mens en dier. Zoveel mogelijk behoud van het bestaande groen is daarbij het uitgangspunt, maar is niet altijd mogelijk als er ook functies aan een gebied toe worden gevoegd. Nieuw groen krijgt een volwaardig karakter welke duurzaam uit kan groeien tot volwassen bomen en struiken. Volgroeide bomen kunnen echter niet worden aangeplant. Ze zijn niet te koop en/of er is een groot risico dat deze bomen het niet redden. De gemeente plant bomen aan die ongeveer 3 meter hoog zijn. Per saldo resulteert de voorgenomen ontwikkeling in een toename van groen en is er sprake van meer aaneengesloten en kwalitatief hoogwaardig groen. Daarnaast is een zone van 8m gevrijwaard van bebouwing en bestemd als groen om het bovengrondse deel van de bestaande beek en het aangrenzende groen te beschermen,

2.4 Invoeren van vergunninghoudersparkeren In meerdere zienswijzen zijn zorgen geuit over de toekomstige parkeersituatie in het gebied. De invoering van parkeerregulering is in Schaapsdrift nog niet uitgekristalliseerd, de volgende principes zijn leidend: • Betaald parkeren wordt ingevoerd. • Bestaande bewoners in het ontwikkelgebied maken aanspraak op een parkeervergunning voor parkeren op straat. Bij de mogelijkheid om te parkeren op eigen terrein wordt dit in mindering gebracht bij het aantal te vergeven parkeervergunningen voor dit huishouden/persoon. 8

• •

•

Nieuwe bewoners krijgen geen vergunning voor parkeren op straat, zij parkeren op eigen terrein of in de buurthub. Indien het aantal straatparkeerplaatsen onvoldoende is om te voorzien in het aantal te vergeven parkeervergunningen, wordt voor deze doelgroep toegang tot de buurthub verleend. In de grootte van de buurthub wordt hier rekening mee gehouden. Voor bezoekers geldt dat zij gebruik kunnen maken van parkeerplaatsen in de buurthu

9

3. Overzicht ingediende zienswijzen ZiensSamenvatting gronden wijze nummer Zienswijze 1 Vereniging tot behoud van Schaapsdrift e.o.

Reactie gemeente

#1

Het bij de stukken gevoegde 'Verslag participatie voor stedenbouwkundig plan Schaapsdrift e.o. dd 18 november 2024' beschrijft het uitgebreide participatieproces dat de afgelopen jaren is doorlopen. In het vast te stellen omgevingsplan wordt dit verslag bij de motivering gevoegd.

1.1

1.2

De huidige bewoners zijn volgens indiener niet goed meegenomen in de besluitvorming. De communicatie vanuit de gemeente is onvoldoende. Er zou niet gereageerd zijn op standpunten en voorstellen gedurende de afgelopen drie jaar. Overleg met gemeente is opgeschort vanwege vertrouwensbreuk.

De aansluiting nieuwbouw op de bestaande bebouwing is volgend indiener onacceptabel. Dit gaat ten koste van de privacy, bezonning en de waarde van de woningen.

In het participatieplan is een schematisch overzicht weergegeven van het doorlopen participatieproces, bestaande uit diverse bewonersavonden, schetssessies en inloopspreekuren. Ook de diverse overlegmomenten met het bestuur van de bewonersvereniging staan vermeld. Via de gemeentelijke webpagina Schaapsdrift en nieuwsbrieven is de voortgang van het proces gecommuniceerd. Het periodieke overleg tussen het bestuur van bewonersvereniging en de gemeente is door het bestuur van de bewonersvereniging opgeschort. Dat heeft geen invloed gehad op de door de gemeente gefinancierde ondersteuning van het bestuur door een tweetal onafhankelijke adviseurs. Het traject heeft geleid tot een aantal forse aanpassingen van het stedenbouwkundig plan. Deze aanpassingen zijn weergegeven op p. 40 van het Stedenbouwkundig Plan. Zie over de bezonningsstudie en het beoordelen van de bezonningsituatie de reactie op hoofdlijnen 2.1. In het definitieve TAM-Omgevingsplan worden de toegestane maximale bouwhoogtes in meters en de situering van de bebouwing vastgelegd. Met deze aanpassing wordt de hoeveelheid bebouwing nabij bestaande bebouwing ingeperkt. Dit zorgt ervoor dat de inbreuk op de privacy wordt geminimaliseerd en de bezonningssituatie verbetert ten opzichte van het ontwerpplan.

10

De bouwhoogte bij het nieuwe Vreedenhof van Innoforte (bouwveld A) mag tot zes verdiepingen. De bestaande bebouwing is maximaal drie verdiepingen. Indiener verzoekt om de bouwhoogte grenzend aan de kavels op de Oude Velperweg en de Schaapsdrift te beperken tot drie verdiepingen, gestand op de eerder gedane mondelinge toezegging, zodat de nieuwbouw harmonisch aansluit op de huidige bebouwing. De afstand van de nieuwbouw tot bestaande woningen moet bij Veld A minimaal gelijk zijn aan de afstand die is gehanteerd bij de groene lopers in Bouwveld B, C, D, F en G.

De nieuwbouw bij Station Presikhaaf is maximaal 5 verdiepingen en sluit niet aan op de bestaande bebouwing

Bij Casimirstate komt de bebouwing van vijf verdiepingen op sommige plekken op slechts enkele meters afstand van de gevel van de bestaande appartementen te liggen.

Voor eventuele waardedaling van woningen kan na het verlenen van de vergunningen voor de bouw van de nieuwe bebouwing een verzoek om nadeelcompensatie worden ingediend bij de gemeente. De maximale bouwhoogte wordt vastgelegd in meters in het TAM-Omgevingsplan. Zie voor meer informatie, de reactie op hoofdlijnen 2.1. De bouwhoogte van het gedeelte van het gebouw van het nieuwe Vreedenhof dat grenst aan de kavels op de Oude Velperweg en de Schaapsdrift is beperkt tot maximaal 10 meter en 3 bouwlagen. Voor het binnenterrein van Innoforte geldt een bouwhoogte van 4 meter, en maximaal 1 bouwlaag.

In bouwveld A is er in het stedenbouwkundig plan een aanpassing gedaan waardoor het bouwblok nu een U vorm heeft gekregen. Hierdoor sluiten alleen nog de twee poten van de U aan op de achtererven van de woningen aan de Schaapsdrift. De afstand van de poten tot aan de achterven bedraagt minimaal 8 meter zoals dat eerder ook is aangegeven. Vanwege deze nieuwe invulling is er voor gekozen om dit veld te splitsen in een bouwveld A1 (voor nieuwbouw Innoforte) en een bouwveld A2 (voor woningbouw). Zie reactie op hoofdlijnen 2.1, en specifiek: het toekomstige stationsplein heeft een ruimtelijk een massa nodig, en pleinwanden, om als plein te gaan ervaren en te functioneren deze ruimte niet wegloopt. Dit heeft zich vertaald in een gebouw met 3 lagen met een kap aansluitend aan de aanwezige 2-onder 1- kapwoning die een opbouw kent van 2 bouwlagen met een kap. Ook het kopgebouw zou ruimtelijk meer massa kunnen krijgen om de wandvorming van het stationsplein te versterken. Dit heeft zich vertaald door de mogelijkheid te beiden om het gebouw met 1 laag te kunnen optoppen. In het stedenbouwkundig plan zijn de twee Groene Lopers en de Middenstraat belangrijke ruimtelijke en functionele dragers van de toekomstige autoluwe woonbuurt.

De opzet van het stedenbouwkundig plan is dat de bebouwing met hun voorzijde gericht is naar de Velperweg, de groene lopers, de Middenstraat, de Esparantolaan en de Leonorastraat. Dit is niet alleen ruimtelijk van belang maar juist ook vanuit levendigheid, woonkwaliteit en sociale veiligheid dat de functies op deze De Middenstraat met zijn beek en de genoemde straten zijn gericht. Het complex Ernst Casimir is met zijn belangrijkste woonruimten georiënteerd naar de oostzijde op de binnentuin. Dit heeft tot gevolg dat een vrij gesloten gevel en bergingen 11

1.3

1.4

1.6

1.7

Het verlies van vier zonuren per dag door Bouwveld A en G is onacceptabel. Uit de bezonningsstudie volgt dat diverse plekken onder de TNO-norm zakken. Het verzoek is om de schaduwhinder te adresseren en het plan zodanig aan de passen dat de huidige bezonning van de bestaande woningen wordt gewaarborgd – zodat aan de zorgplicht om onaanvaardbare gevolgen voor bestaande bewoner kan worden voldaan. De huidige beek die fungeert als natuurlijke afscheiding tussen de tuinen aan de Oude Velperweg en de Schaapsdrift en het geplande nieuwbouwgebied dient als zodanig behouden te blijven. Er is onvoldoende rekening gehouden met de ecologische en landschappelijke waarden van de beek Groen behoeft protectie (tussen Vreedenhoff, Oude Velperweg en Schaapsdrift). Als afscheiding tussen bestaand en nieuwbouw wordt gepleit voor planten van reeds volgroeide en ‘volwassen’ bomen. Er zijn zorgen over de verkeersafwikkeling, druk en -veiligheid in de (nieuwe) buurt. Arnhem streeft naar een autoluwe stad – maar in de wijk zal de verkeersdrukte enkel toenemen. Terwijl er nu al een klein verkeersinfarct is op de Oude Velperweg en Wichard van Pontlaan in de avond- en ochtendspits. Met 490 nieuwe woningen en rijbaanversmalling van de Velperweg zal dit toenemen. Het gaat met name knellen bij de aansluiting Eleanorastraat op de Wichard van

gericht zijn op de toekomstige Middenstraat. Om deze reden is er aan deze zijde bebouwing geprojecteerd zodat aan de Middenstraat een voorzijde kan ontstaan die recht doet aan deze straat. De 1ste bouwlaag van de zijgevel van de nieuwe bebouwing staat op circa 8 meter uit de zijgevel van de bestaande bebouwing. De overige nieuwbouw staat op circa 12,5 meter van de bestaande bebouwing met hun galerij. Zie over de bezonningsstudie en het beoordelen van de bezonningsituatie de reactie op hoofdlijnen 2.1. Het plan voldoet aan de lichte TNO norm op de hoofdwoonvertrekken .

Het beektraject aan de achterzijde van de tuinen van de Oude Velperweg blijft behouden. Het beektraject wordt daarna geheel bovengronds doorgetrokken en wordt zo natuurlijk mogelijk en groen ingericht. De beek en oever vormen zo leefgebied voor vissen en amfibieën en watergebonden insecten. Daarnaast verbindt het, het noorden van het plangebied met het zuiden. Dit is een verbetering ten opzichte van de huidige situatie, waarbij de beek grotendeels ondergronds ligt. Het bestaande groen wordt gekoesterd en zoveel mogelijk behouden. Dat vindt de gemeente Arnhem ook belangrijk. Het draagt bij aan een vanaf het begin volwaardig groen karakter van de wijk, voor mens en dier. Zoveel mogelijk behoud van het bestaande groen is daarbij het uitgangspunt, maar is niet altijd mogelijk als er ook functies aan een gebied toe worden gevoegd. Zie verder reactie op hoofdlijnen 2.3 De verkeersafwikkeling op kruispunt Eleonorastraat – Wichard van Pontlaan is onderzocht voor de gewenste situatie. Met de beoogde woningbouwontwikkeling bedragen de verliestijden maximaal 15 seconden in de spitsuren. De verliestijd blijft daarmee ruimschoots binnen de indicatieve grenswaarden voor een goede verkeersafwikkeling op kruispunten. Op basis van de verliestijden is dus sprake van een goede verkeersafwikkeling op het kruispunt.

Daarnaast is er voldoende opstelruimte beschikbaar op de rijbaan om de wachtrij te faciliteren. Zowel voor en na de herinrichting van de Velperweg is de maximumsnelheid 50 kilometer per uur. De rijbaan voor de auto's wordt dan wel smaller, maar voor fietsers

12

Pontlaan vanwege extra in- en uitgaand verkeer nieuwe wijk en parkeerhub. Er is in het omgevingsplan geen adequaat verkeersonderzoek gepresenteerd. Verzoek om aanvullend onderzoek te presenteren naar de verkeersdruk en de haalbaarheid van maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid en – doorstroming. Voorstel toegang tot Schaapsdrift via de Reinaldstraat (met eenrichtingsverkeer links en rechts).

komt er een eigen fietspad. Per saldo heeft de versmalling geen invloed op de verkeersafwikkeling. Het verkeerde onderzoek is per ongeluk bij het ontwerp omgevingsplan gevoegd. Dit is later hersteld, door het juiste verkeersonderzoek via de gemeentelijke website beschikbaar te stellen. De indiener van de zienswijze is daarop geattendeerd. In het vast te stellen omgevingsplan wordt het juiste document bij de motivering gevoegd.

Met de voorgestelde wijziging wordt de rijrichting van een gedeelte van de Schaapsdrift aangepast. In het noordelijke deel blijft de rijrichting noordelijk, in het zuidelijke wordt in het voorstel de rijrichting zuidelijk. Een voordeel van deze inrichting is dat de Schaapsdrift als sluiproute voor de ontwikkeling hiermee wordt uitgesloten. Het omzetten van de rijrichting vraagt mogelijk om de herinrichting van het profiel. Met de voorgestelde structuur zal al het ingaande verkeer met bestemming Schaapsdrift via de Reinaldstraat gaan. Daarnaast dienen inzamelaars en postbezorgers mogelijk tweemaal gebruik te maken van de Reinaldstraat om de gehele Schaapsdrift te bedienen. De Reinaldstraat zal daardoor beperkt drukker worden omdat het verkeer in de huidige situatie verdeeld over een extra toegang. Doordat het eenrichtingsprofiel behouden blijft is dit waarschijnlijk acceptabel. Vanuit stedenbouw is de zuidelijke rijrichting op de Schaapsdrift ingezet om het voorkomen dat er autoverkeer vanuit de buurthub gebruik gaat maken van de Schaapsdrift en daarmee extra verkeersdruk ontstaat wat niet gewenst is in het kader van leefbaarheid en woonkwaliteit.

1.7

Er zullen parkeerproblemen in de wijk ontstaan. Parkeerhub is geen oplossing. Parkeerplaatsen verdwijnen door komst groene lopers. Oude wasserij moet ontmoetingsplek met horecafunctie worden. Daarvoor is behoud van de aanbouw nodig.

Zowel vanuit verkeerskundig als stedenbouwkundig oogpunt is het voorstel aanvaardbaar. Het voorstel zal dan ook mee worden genomen in de verdere uitwerking/invulling van de Schaapsdrift. Voor de nieuwe functies worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd conform de gemeentelijke parkeernormen. De te vervallen straatparkeerplaatsen worden gecompenseerd. De toegestane activiteiten op de oude wasserij worden ingeperkt, zodat alleen maatschappelijke activiteiten zijn toegestaan om te voorzien in de komst van het buurthuis. Het buurthuis zal ook dienen als ontmoetingsplek. Het omgevingsplan wordt hierop aangepast. De sloop van de aanbouw is nodig vanwege de te realiseren groene loper. 13

1.8

Vrijkomende panden moeten zo snel mogelijk in de verkoop worden gebracht om verkrotting en verloedering tegen te gaan. Degenen die noodgedwongen hun woning moeten verlaten moeten eerste kooprecht krijgen bij een van de 490 nieuw te bouwen woningen.

1.9

De fietsenstalling aan de Eleanorastraat moet worden verplaatst aan de Presikhaaf-kant van het spoor.

1.10

Een milieueffectrapport is noodzakelijk.

1.11

De energietransitie, verduurzaming en vergroening komen bijna uitsluitend ten goede aan de nieuwbouw. Vergroenen gaat ten koste van parkeerplaatsen. Ook opknappen verloederende panden is niet terug te vinden in plannen.

1.12

De vermelde fasering is niet reëel. De gemeente moet – in overleg met de huidige bewoners – er alles aan doen om te komen tot een snelle en goed onderbouwde fasering.

Het college heeft gelijktijdig met het ter inzage leggen van het omgevingsplan een sociaal plan opgesteld waarin zij een aantal opties heeft opgenomen voor huurders die vanwege de plannen niet langer in hun woning kunnen blijven. Met deze huurders wordt in het eerste kwartaal van 2025 contact opgenomen om onder andere te onderzoeken of zij belangstelling hebben voor de koop van één van de woningen in Schaapdrift e.o. die momenteel in eigendom zijn van de gemeente Arnhem. Hiermee wordt verloedering tegengegaan. Daarnaast werkt de gemeente Arnhem nauw samen met ontwikkelaars en zal zij afspraken maken om huurders die vanwege de plannen niet langer in hun woning kunnen blijven prioriteit te geven bij het toewijzen van nieuwbouwwoningen in Schaapdrift. Mocht een huurder hier belangstelling voor hebben, dan zal de gemeente hierover verder afspraken maken met de huurder en de ontwikkelaars. Aan de zuidkant van het station/spoor ligt een weiland dat onderdeel is van de stadsboerderij van het Natuurcentrum in park Presikhaaf. Dit wil de gemeente graag in huidige staat behouden. Daarom wordt ingezet op het handhaven en verbeteren van de fietsenstalling aan de noordzijde. Aangezien er sprake is van een plan voor een klein gebied, kan in eerste instantie worden volstaan met een plan-m.e.r.-beoordeling.

In de motivering bij de wijziging van het omgevingsplan is een plan-m.e.r.-beoordeling gedaan. Hieruit volgt dat er geen sprake is van mogelijke milieugevolgen. Op basis hiervan heeft het college van B en W geoordeeld dat er geen plan-m.e.r. benodigd is. Het bijbehorende besluit is als bijlage bij de motivering gevoegd. Naast de realisatie van diverse collectieve warmtenetten voor de nieuw te bouwen woningen in Schaapdrift wordt ook onderzocht op welke wijze de gemeente de verduurzaming van bestaande woningen kan stimuleren. Bewoners van Schaapsdrift zullen bij de verdere planvorming actief worden betrokken voor wat betreft de invulling van de groenstroken en de verdere vergroening van de wijk. Onderdeel daarbij zal zijn of vergroening ten koste mag gaan van parkeerplaatsen. De gemeente zal haar eigen panden goed onderhouden. De in de stukken genoemde fasering is een indicatie. In de Motivering is hierover het volgende opgenomen: ‘De gemeente acht het van belang een volgorde aan te brengen in de ontwikkeling van de locatie Schaapsdrift door een indeling in 4 deelgebieden te hanteren. In de regels van het omgevingsplan is een voorwaardelijke plicht opgenomen dat deelgebied 2 niet gebouwd mag worden of: 14

woningen niet in gebruik genomen mogen worden als deelgebied 3 (de parkeerhub) niet is gerealiseerd. Uitzondering geldt voor deelgebied 1. (…) Dit is vertaald naar een fasering qua tijd zodat er qua kostenverhaal gerekend kan worden met effecten van tijd (rente en indexering). De tijdsfasering is ook opgenomen om het belang van de voortgang vast te leggen, de urgentie van de ontwikkeling. Deze geeft aan met welk tempo de gemeente de realisatie van de woningbouw en de inrichting van de openbare ruimte gerealiseerd wil zien en gronden verworven wil hebben voor de inrichting van de openbare ruimte (waaronder de bedoelde parkeerhub).’ De functie van deze regel is blijkens de Motivering tweeledig: ze is a) bedoeld om voor het kostenverhaal te kunnen rekenen en b) om het belang van de voortgang vast te leggen. Dit laatste is te beschouwen als onderdeel van de wijze van planuitvoering. De fasering die is opgenomen in de kostenverhaalregels van het omgevingsplan wordt aangepast naar de actuele verwachte fasering van werken en werkzaamheden. De bewoners worden geïnformeerd over de daadwerkelijke fasering van werken en werkzaamheden. Zienswijze 2 In deze zienswijzenota wordt ingegaan op de inhoudelijke punten. In de mail worden ook technische vragen gesteld, deze zijn ambtelijk via de mail beantwoord.

#2 2.1 Is rekening gehouden met de wensen voor Er is een inventarisatie gemaakt van de cultuurhistorische waarden in het gebied. behoud aspecten cultuurhistorie? Vanuit de quick scan cultuurhistorie zijn verschillende waarden benoemd in het gebied en zijn aanbevelingen gedaan voor het behouden en versterken van cultuurhistorische waarden. Hieronder zijn de aanbevelingen samengevat. De bestaande verkaveling en percelering is sinds uitgifte van de percelen geënt op de beek langs de Schaapsdrift. Deze historische percelering kan een goed uitgangspunt vormen voor herontwikkeling van het gebied oostwaarts van de Schaapsdrift. Met het gedeeltelijk behouden of zichtbaar maken van de harde scheiding tussen bebouwing, verharding en anderzijds groen kan recht gedaan worden aan de twee verschillende en gescheiden karakters van de Schaapsdrift en omgeving. Hetzelfde geldt voor de ligging van de Schaapsdrift, de beek en de Esperantolaan. Handhaven en versterken van deze structuren moet een uitgangspunt zijn. Het gemengde karakter van de Schaapsdrift is van cultuurhistorische waarde en blijft bestaan door gedeeltelijk behoud van bedrijvigheid in onder andere de nieuwe bebouwing en (voormalige) bedrijfsbebouwing zoals de oude stoomwasserij.

15

Het stationsplein heeft niet lang gefunctioneerd zoals ontworpen. Het terugbrengen van groen en het omvormen tot een verblijfsplek doet recht aan de locatie. Het oorspronkelijke ontwerp kan hiervoor inspiratie bieden. Het pand aan de Schaapsdrift 96 vertelt de geschiedenis van de doorbraak (wederopbouwperiode/ Wichard van Pontlaan) die de Schaapsdrift en omgeving heeft gevormd. De locatie heeft potentie voor een stedenbouwkundig gebaar, als entree naar de buurt met de ligging aan het stationsplein. De destijds bedachte en nog steeds bestaande horecafunctie op de begane grond past daarbij. 2.2

Hoeveel tijd neemt de uitvoering?

Daar is op dit moment moeilijk een indicatie van te geven. De fasering die is opgenomen in de kostenverhaalsregels van het omgevingsplan is de actuele verwachte fasering van werken en werkzaamheden.

2.3

Wat rekent u tot de omgeving? Zie Esperantolaan en Park Sacre Couer.

Het plan heeft de naam Schaapsdrift e.o. (en omgeving). Met de titel wordt bedoeld dat het plan voor de Schaapsdrift vanuit een groter perspectief wordt bekeken. Ruimtelijk is gekeken hoe het plan aansluit op de Velperweg, de overgang naar park Sacré Coeur met de Esparantolaan. De inrichting van de groene lopers in het plan sluiten aan bij de sfeer van het landschapspark Sacré Coeur. De Eleanorastraat sluit aan bij de stationsomgeving. Er is ook gekeken naar de verbinding van het groen met de wijk Plattenburg. Indien hier in de toekomst ruimtelijk behoeften aan is, dan is kan dat. Functioneel is bijvoorbeeld door het verkeersonderzoek Schaapsdrift ook vanuit een groter geheel gekeken naar de impact van verkeer.

.Zienswijze 3 eigenaar Schaapsdrift #3 3.1 Het wegbestemmen van het perceel van indiener (Schaapsdrift XX) is voor een goede ruimtelijke ordening niet noodzakelijk. De kantoor en bedrijfsfuncties kunnen in het nieuwe plan in huidige toestand worden ingepast. 3.2 De economische uitvoerbaarheid is niet aangetoond volgens indiener. De enkele stelling dat de in de begroting 2024 middelen zijn gereserveerd en de diverse delen van de gebiedsexploitatie is door de gemeenteraad is vastgesteld, geeft mij onvoldoende basis om de economische uitvoerbaarheid te kunnen beoordelen.

Er is een ruimtelijke afweging gemaakt voor welke functies de gronden gebruikt kunnen worden. De uitkomst van de afweging betekent in sommige gevallen dat er geen ruimte meer is voor bestaande bedrijven. We beseffen dat dit impact heeft op de betrokken bedrijven. We werken om die reden met een sociaal plan voor Schaapsdrift en een transformatieplan voor de Spoorzone Arnhem-Oost, zodat we perspectief kunnen bieden aan bedrijven die vanwege de gebiedsontwikkeling moeten verhuizen. Het klopt dat er geen exploitatieplan is gepubliceerd. Dit heeft ermee te maken dat de Omgevingswet vanaf 1 januari 2024 in werking is getreden. De Omgevingswet heeft het instrument ‘Omgevingsplan’ geïntroduceerd in plaats van bestemmingsplannen en exploitatieplan. Een omgevingsplan is breder dan een bestemmingsplan en bevat ook kostenverhaalsregels. Het is dus niet nodig, en ook niet meer mogelijk, om een apart exploitatieplan te publiceren. Deze kostenverhaalsregels zijn terug te vinden onder hoofdstuk 10 van de regels Thema Kostenverhaal.

16

Er is ten onrechte geen exploitatieplan gepubliceerd.

Tijdens de terinzageperiode is de indiener van de zienswijze hierop gewezen via een mail. Daarnaast is de gebiedsexploitatie Spoorzone Arnhem, waar de gebiedsontwikkeling en gemeentelijke grondexploitatie Schaapsdrift deel van uit maakt, in november 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van het omgevingsplan Schaapsdrift geborgd.

Zienswijze 4 Arnhem Hartveilig #4 4.1 Indiener verzoekt om rekening te houden met plaatsing van een AED in een buitenkast. Zienswijze 5 Eigenaar Schaapsdrift #5 5.1 Nieuwe bestemming van perceel indiener (Schaapsdrift XX) geeft beperkingen voor bereikbaarheid, ontsluiting, parkeren en verkeersveiligheid. 5.2

De economische uitvoerbaarheid is niet aangetoond volgens indiener. De enkele stelling dat de in de begroting 2024 middelen zijn gereserveerd en de diverse delen van de gebiedsexploitatie is door de gemeenteraad is vastgesteld, geeft mij onvoldoende basis om de economische uitvoerbaarheid te kunnen beoordelen. Er is ten onrechte geen exploitatieplan gepubliceerd.

Wij onderschrijven het belang van een AED. Hier houden we rekening mee in de verdere uitwerking van het plan. Het parkeren zal plaats vinden in de HUB. Bij de verdere planvorming wordt gekeken of er langs de Schaapsdrift een laad/los plek kan worden gerealiseerd. De nieuwe bestemming heeft geen gevolgen voor de verkeersveiligheid en bereikbaarheid van Schaapsdrift. Het klopt dat er geen exploitatieplan is gepubliceerd. Dit heeft te maken met de Omgevingswet die vanaf 1 januari 2024 in werking is getreden. De Omgevingswet heeft het instrument ‘Omgevingsplan’ geïntroduceerd in plaats van bestemmingsplannen en exploitatieplan. Een omgevingsplan is breder dan een bestemmingsplan en bevat ook kostenverhaalsregels. Het is dus niet nodig, en ook niet meer mogelijk, om een apart exploitatieplan te publiceren. Deze regels zijn terug te vinden onder hoofdstuk 10 van de regels Thema Kostenverhaal. Tijdens de terinzageperiode is de indiener van de zienswijze hierop gewezen via een mail. Daarnaast is de gebiedsexploitatie Spoorzone Arnhem, waar de gebiedsontwikkeling en gemeentelijke grondexploitatie Schaapsdrift deel van uit maakt, in november 2024 door de gemeenteraad vastgesteld. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van het omgevingsplan Schaapsdrift geborgd.

Zienswijze 6 Bewoners Casimir State #6 6.1 Het plaatsen van een flatgebouw van 5 Bewoners woonlagen op het groene plein voor Casimir Casimir state en flat Sacre Coeur heeft indiener State behoorlijk laten schrikken. Dit idee is teruggetrokken, maar verbazing blijft.

Eén van de resultaten van het participatietraject is dat het geplande flatgebouw van 5 woonlagen uit het oorspronkelijke plan is gehaald. De gemeente kan uw verbazing begrijpen. Het maken van een stedenbouwkundig plan is en blijft een ruimte puzzel waarbij telkens belangen worden afgewogen.

17

6.2

Het gebouw staat op een zeer korte afstand van de westgevel van complex Casimir State. De bezonning is een knelpunt, waardoor leefbaarheid sterk negatief wordt beïnvloed. De TNO bereken methode, of een datum met een meer gemiddelde zonnehoogte, moet volgens indiener worden gebruikt. Een opname op 19 februari om verschil in bezonning aan te tonen klopt niet.

Zie ook reactie op hoofdlijnen 2.2 t.a.v. de bezonningsstudie en het beoordelen van de bezonningssituatie. Casimir State is een wooncomplex dat met zijn hoofdverblijf gericht is op de binnentuin die aan de zijde van Park Sacré Coeur is en dat de galerijen aan de zijde van de toekomstige bebouwing is gesitueerd. Het verlies aan zon door de nieuwbouw is aan galerijzijde en niet aan de hoofdverblijfzijde. Uit de onderstaande afbeelding blijkt dat door de nieuwe ontwikkeling op het tijdstip van 19 februari voor de onderste twee bouwlagen het aantal zonuren onder de 2 uur zakt. Echter, op 21 juni is er sprake van 6-9 zonuren. Daarnaast valt de schaduw voor een groot deel op een blinde zijmuur van het complex. Hiermee is er wel impact maar deze is niet zodanig dat de geprojecteerde massa in het stedenbouwkundig plan anders gepositioneerd moet worden.

19 februari wordt gebruikt om de ondergrens te berekenen (TNO norm), andere situaties met een hogere positie van zon (lente/herfst en zomer) vallen minder ongunstig uit om het effect te berekenen. De studie is uitgebreid om het verschil op meer lente/herfst en zomer dagen te duiden voor meer inzicht.

18

19

6.3

Er worden volgens indiener veel parkeerplaatsen geschrapt, terwijl het huidige aantal parkeerplaatsen al onvoldoende is. Bezoek bestaat vooral uit ouderen en wijkverpleegkundigen. Voor hen is het niet werkbaar de auto te parkeren in garage.

Bezoek bestaat vooral uit ouderen en wijkverpleegkundigen. Voor hen is het niet werkbaar de auto te parkeren in garage. Invoeren betaald parkeren voor velen een grote financiële last 6.3.1

6.3.2 6.3.3

6.3.4

Indiener stelt voor om de Esperantolaan als toegangsroute te behouden voor flat Sacre Coeur en Casimir State te behouden Hierdoor is: - verbreding fietspad Eleanorastraat niet nodig en - kunnen 7 parkeerplaatsen behouden blijven en - wordt bomenkap vermeden. Indiener stelt voor om Esperantolaan in te richten als woonerf. Indiener stelt voor om minimaal 10 parkeerplaatsen aan de Esperantolaan te behouden. Het te verwachten snelverkeer (fiets- en brommerverkeer) zal er voor zorgen dat het niet als Park-Pad kan fungeren. Indiener stelt voor om het gebouw ten westen van de Ernst Casimir state en flat Sacre Coeur te heroriënteren lager en westwaarts. Er is geen fysieke of praktische reden om de ligging van het geplande gebouw iets anders in te passen.

Voor de nieuwe functies worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd conform de gemeentelijke parkeernormen. Op straat komen parkeerplaatsen te vervallen om een meer leefbare straat te creëren met meer groen. De te vervallen straatparkeerplaatsen worden gecompenseerd, deels in de buurthub, waar ook bezoekers kunnen parkeren. Een deel van de parkeerplaatsen komt daarmee op een grotere loopafstand te liggen. Voor mensen met een gehandicaptenparkeerkaart wordt een uitzondering gemaakt. Zij kunnen een parkeerplaats op kenteken aanvragen binnen een beperkte loopafstand. Er zal voor de huidige bewoners een nader te bepalen parkeerregime worden vastgesteld. Zie antwoord hierboven.

Op dit moment is nog niet bepaald welk partkeerregime zal worden ingevoerd en wat daarvan de kosten zijn voor de individuele gebruiker. Uiteraard wordt er gestreefd om de financiële consequenties zo beperkt mogelijk te laten zijn voor huidige bewoners. In de gebiedsvisie en het stedenbouwkundig plan is ervoor gekozen om een autoluwe woonwijk te maken waarbij twee groene lopers de verbinding maken met Park Sacré Coeur. Anders gezegd het park wordt doorgetrokken door twee groene lopers naar de Schaapsdrift. Om deze verbinding te versterken wordt de Esparantolaan heringericht naar een voet/fietsstraat zodat er een goede landschappelijke overgang gemaakt kan worden en de toegankelijkheid naar het park wordt vergroot. Daarom is er gekozen om de ontsluiting van de twee wooncomplexen via de te herinrichten Elanorastraat te ontsluiten. Zie antwoord 6.4 Zie antwoord 6.4

In het stedenbouwkundig plan zijn de twee Groene Lopers en de Middenstraat belangrijke ruimtelijke en functionele dragers van de toekomstige autoluwe woonbuurt. De opzet van het stedenbouwkundig plan is dat de bebouwing met hun voorzijde gericht is naar de Velperweg, groene lopers, Middenstraat, Esparantolaan en de Leonorastraat. Dit is niet alleen ruimtelijk van belang maar juist ook vanuit levendigheid,

20

woonkwaliteit en sociale veiligheid dat de functies op deze De Middensstraat met zijn beek zijn gericht. Het complex Ernst Casimir is met zijn belangrijkste woonruimten georiënteerd naar de oostzijde op de binnentuin. Dit heeft tot gevolg dat een vrij gesloten gevel en bergingen gericht zijn op de toekomstige Middenstraat. Om deze reden is er aan deze zijde bebouwing geprojecteerd zodat aan de Middenstraat een voorzijde kan ontstaan die recht doet aan deze straat. Aan de andere zijde is eveneens een bouwblok geprojecteerd met daarbinnen de buurthub. Deze hub moet een bepaalde maat hebben om ervoor te zorgen dat 50% van de 2 noordelijke- en 2 middenbouwblokken in de buurthub kunnen parkeren en 100% van de 2 zuidelijke bouwblokken. Hiermee kan de autoluwe woonwijk worden gerealiseerd. Het westelijke bouwblok, met de buurthub, sluit aan op de bestaande erven aan de Schaapsdrift. De buurthub moet op een zekere afstand van de bestaande erven worden gesitueerd om ook daar een goede overgang te kunnen maken. Daarnaast zal de hub ook niet direct aansluiten op de nieuwe te bouwen woningen om te voorkomen dat er te veel eenzijdig georiënteerde woningen ontstaan. De Middenstraat met zijn beek, voet/fietspaden en groen/bomen heeft een maat van 27 meter nodig om recht te doen aan de groene aantrekkelijke centrale ontmoetingsruimte voor de buurt. Zienswijze 7 Innoforte #7 7.1 Innoforte

Indiener, eigenaar van een groot deel van de grond in de te ontwikkelen wijk Schaapsdrift, is verrast dat het nieuwe omgevingsplan door het college van burgemeester en wethouders zonder hun instemming of consultatie is vastgesteld. Indiener heeft eerder zorgen geuit over de stedenbouwkundige invulling, met name de plannen voor het nieuwe verpleeghuis Vreedenhoff. Ondanks herhaalde communicatie, is de inbreng geheel niet in overweging genomen en is indiener slechts geïnformeerd.

De gemeente heeft regelmatig met Innoforte overlegd over een stedenbouwkundige invulling van de nieuwbouw. Uitgangspunt daarbij was in eerste instantie het realiseren van de nieuwbouw op het bestaande eigendom van Innoforte. Een en ander telkens in nauw overleg met de door Innoforte ingehuurde architecten. Enige maanden geleden zijn beide partijen tot de conclusie gekomen dat deze optie programmatisch niet haalbaar is. Vanaf dat moment is er in diverse werksessies gewerkt aan een oplossing. Onderdeel van die oplossing is het verwerven van het naastgelegen perceel. De gesprekken met de eigenaar van dit perceel zijn inmiddels gestart. Er ligt nu een stedenbouwkundige schets waar Innoforte en de gemeente zich in kunnen vinden.

Indiener benadrukt dat zij wil bijdragen aan de plannen voor een toekomstgerichte woonwijk, maar alleen als het verpleeghuis een passend 21

7.2

7.3

onderdeel wordt van de herontwikkeling. Het huidige stedenbouwkundig plan biedt onvoldoende mogelijkheden voor de ontwikkeling en exploitatie van het verpleeghuis met 180 bewoners. Het kavel is volgens indiener veel te krap voor een verpleeghuis van 180 plaatsen. Contour perceel is niet bruikbaar, de scherpe hoek levert veel onbruikbare en daarmee dure ruimte op. Een flauwere hoek zou meer ruimte opleveren en de bruikbaarheid en functionaliteit van het gebouw beter maken. Een andere richting van de nieuw aan te leggen weg met een kleine beweging richting het park zou meer ruimte bieden op het kavel voor het inrichten op een kwalitatieve en toekomstgerichte manier, ook voor wat betreft de (beschermde) buitenruimte. Daar het stedenbouwkundig plan streeft naar een autoluwe wijk, is in het huidige plan volgens indiener geen rekening gehouden met logistieke bewegingen in en rondom het nieuw te ontwikkelen Vreedenhoff. De gemeente is volgens indiener niet bewust van de intensiteit van vervoersbewegingen en de plek die dit inneemt in een wijk. Het is verstandig om een vrachtwagen een route te laten rijden in plaats van een keerpunt of achteruitroute met geluidsoverlast van waarschuwingssignalen en gevaar voor weggebruikers. Aangedragen oplossingen door indiener worden uitgesloten omdat dit druist tegen de gewenste autoluwe gedachte en de groene corridors.

Adequate parkeergelegenheid is voor indiener een belangrijke eis, want 24/7 bedrijf, veel medewerkers en veel oude bezoekers. Als goed werkgever kan en zal Innoforte medewerkers niet in de avond- en nacht naar

Inmiddels is er overeenstemming met Innoforte over de stedenbouwkundige invulling van de nieuwbouw.

Dit is onderdeel van de lopende besprekingen tussen de gemeente en Innoforte.

Inmiddels zijn alle logistieke behoeften uitgebreid besproken tussen de gemeente en Innoforte en zijn deze ingepast in het aangepaste stedenbouwkundig ontwerp.

De indiener heeft aangegeven dat ze de zorgmedewerkers van het bedrijf 24/7 bij het bedrijf willen laten parkeren. Dit snappen wij. Het staat de indiener vrij om op binnen het bouwveld, zoals in het stedenbouwkundig plan is aangegeven, het parkeren voor de zorgmedewerkers op te lossen. Dit wijkt af van het uitgangspunt om 50% van de

22

7.4

7.5

7.6

de parkeerhub aan de andere kant van de wijk laten lopen. Indiener is hierdoor gedwongen om een (financieel zeer dure) parkeerkelder toe te passen. Indiener verwacht begrip van gemeente hierin en een financiële tegemoetkoming. Voorzieningen zijn volgens indiener nodig bij de hoofdentree zodat ambulances, rouwauto’s, bezoekers, personenbusjes, taxi’s etc kunnen parkeren en keren. In het huidige stedenbouwkundig plan wordt hier geen ruimte voor gereserveerd. Een belangrijk onderdeel van het transformatieplan voor de wijk Schaapsdrift is de verkoop van gronden van Innoforte aan de gemeente. Er is nog geen aanbieding gedaan voor de aankoop van deze gronden. Voor medewerking van indiener is een passende grondprijs nodig. De groenstroken uit het stedenbouwkundig plan betreffen veelal het te verkopen gebied van indiener. De wijkenergievoorziening is nog onduidelijk. Zonder energievoorziening kan Vreedenhoff niet functioneren. Indiener start geen enkele ontwikkeling zonder vereiste zekerheid ten aanzien van de energievoorziening.

parkeeropgave in de buurthub op te lossen. De keuze hoe de indiener dit oplost is aan de indiener. Er is in de buurthub rekening gehouden met het bezoekersparkeren van Innoforte, dus bezoekers kunnen gebruik maken van de buurthub. Dit wordt erkend door de gemeente en is om die reden opgenomen in het aangepaste stedenbouwkundig plan.

Over de verkoop van de gronden van Innoforte aan de gemeente worden op dit moment nog onderhandelingen gevoerd.

In het stedenbouwkundig plan wordt uitgegaan van een collectieve warmte- en koude voorziening per bouwveld. Het voorstel is om het omgevingsplan op dit onderdeel gewijzigd vast te stellen. Het plan Schaapsdrift zal gefaseerd over meerdere jaren worden gerealiseerd. Deze langere doorlooptijd maakt het realiseren van 1 warmte-koude systeem voor het gehele gebied minder efficiënt, zowel kostentechnisch (vollooprisico) als voor netbelasting. De voorkeur gaat daarmee uit naar een realisatie van een collectief systeem per bouwveld of voor enkele aangrenzende bouwvelden samen. Dit voorkomt dat een groot warmtekoude systeem jarenlang deels onbenut blijft maar wel vermogen vraag van het elektriciteitsnet en gefinancierd moet worden. Door het toepassen van een WKO met buffering voor zowel de verwarming van de woningen als de verwarming van het warmte tapwater en door het systeem regelbaar te maken (d.m.v. EMS), kan de piekbelasting van het systeem worden beperkt gedurende de piekuren op het elektriciteitsnet. Verder is belangrijk om alle gebouwen ook daadwerkelijk van koude te voorzien zodat airco's niet nodig zijn. Nader onderzoek t.a.v. de bodemgesteldheid wordt op dit moment uitgezet.

23

In Arnhem is, zoals op vele plaatsen in Nederland, sprake van netcongestie op het elektranet. Dit vraagt van alle betrokken partijen om anders na te denken over energie. De keuze voor collectieve warmte- en koude systemen en lokale energie-opwek en opslag binnen het gebied dragen bij aan netbewuste bouw (verminderen netcongestie). Daarnaast zullen ontwikkelaars en gemeente Arnhem in overleg en in samenwerking met netbeheerder Liander moeten bekijken wat nodig is om deze ontwikkeling, gegeven netcongestie, mogelijk te maken. Zienswijze 8 Bewoner Wichard van Pontlaan #8 8.1 Volgens indiener staat de sociale cohesie onder druk door de plannen in de woonomgeving waardoor veel mensen zijn weggegaan.

8.2

De toren naast het station zal schaduw werpen achter indieners gebouw. Indiener heeft begrepen dat enkele huizen een paar vierkante meters tuin krijgen. Welke compensatie krijgen de bewoners van het flatgebouw aan de Wichard van Pontlaan?

8.2

Betekent een hoog gebouw maandenlang overlast qua geluid en verkeer?

8.3

Het parkeerterrein van de flat voldoet nu al niet. Bij parkeren in de buurtparkeerhub vreest indiener voor een run op de bestaande parkeerplaatsen vanwege parkeerkosten in de hub en betaald parkeren. Het is volgens indiener onduidelijk wat een aansluiting van de bouwhoogte op de bestaande bebouwing betekent. Hoe sluit 8 of 10 hoog aan bij drie hoog? De entree waar indiener woont zal wegvallen tegen de

8.4

De gemeente realiseert zich dat een grote stedenbouwkundige ontwikkeling in een wijk gevolgen kan hebben voor de sociale cohesie in een wijk. Om die reden worden bij de realisatie van de gebiedsontwikkeling de bewoners actief betrokken en gevraagd mee te denken over oplossingen voor mogelijke knelpunten. Door bewust te kiezen voor een mix aan woningtypologieën voor de nieuw te bouwen woningen hoopt de gemeente de sociale cohesie in de wijk te versterken. De gemeente heeft een sociaal plan opgesteld om ervoor te zorgen dat bewoners die hun woning moeten verlaten de gelegenheid krijgen om terug te keren in Schaapsdrift, zodat huidige bewoners in het gebied kunnen blijven wonen. N.a.v. de verschillende participatiemomenten zal er geen hoogbouw komen bij het station, waardoor mogelijke compensatie niet aan de orde is. Er is in het kader van dit plan een uitgebreide bezonningsstudie uitgevoerd, met de uitkomsten daarvan is rekening gehouden in de verdere planvorming. Wel wordt in het TAM-omgevingsplan de mogelijkheid geboden om het kopgebouw met 1 bouwlaag op te toppen tot een hoogte van maximaal 17 meter. Er gelden regels voor het beperken van sloop- en bouwlawaai. Deze regels bevatten maximale geluidniveaus en tijden waarop werkzaamheden plaats mogen vinden. Hieraan moet worden voldaan. Het parkeerterrein van de flat bevindt op eigen terrein en niet in de openbare ruimte.

Zie t.a.v. het invoeren van betaald parkeren reactie op hoofdlijnen 2.4.

Het is niet langer zo dat in Bouwveld E maximaal 8 of 10 bouwlagen worden gerealiseerd. Uitgangspunt van de gebiedsvisie is geen hoge bouwhoogte nabij Schaapsdrift, zie hierover meer in reactie op hoofdlijnen 2.1. Bij het kopgebouw wordt het mogelijk gemaakt om 1 bouwlaag toe te voegen.

24

8.5

8.6

8.7

vermoedelijk aangebouwde hoogte en nieuwbouw zal fel afsteken tegen de oude flat. Is het überhaupt wel verantwoord om bestaande bebouwing met fundering die onzeker is op te hogen? Het is volgens indiener onduidelijk wat precies in veld E mogelijk wordt gemaakt.

Indiener is tegen een garage met minimaal 250 parkeerplaatsen omdat dit verdichting van het verkeer, lawaai en overlast met aan en uitreden betekent.

Er is onderzocht of optoppen mogelijk is en daaruit volgt dat optoppen mogelijk is. Het is aan de eigenaar om te bepalen of hij uiteindelijk kiest voor een mogelijke optopping. Wij begrijpen de verwarring ten aanzien van wat er mogelijk wordt gemaakt in bouwveld E. De begrenzing van bouwveld E is ruimer dan alleen Schaapsdrift 96. Het voorstel is om het omgevingsplan op dit onderdeel gewijzigd vast te stellen zodat de bestaande functies goed verankerd zijn. Daarnaast worden de bouwlagen en bouwhoogte die zijn toegestaan, beter verankerd. Het kopgebouw aan het station kan worden opgetopt met 1 extra bouwlaag en kan dus juridisch maximaal bestaan uit 4 bouwlagen met een maximale hoogte van 17 meter. Op de locatie Schaapsdrift 96 (grenzend aan de Schaapsdrift) kan met het omgevingsplan de bebouwing hier tot een hoogte van 9 meter worden gerealiseerd. Er is bewust gekozen voor de realisatie van een buurthub met minimaal 250 parkeerplaatsen. Een dergelijke buurthub zorgt voor minder parkeerdruk in de straten en in de wijk. De clustering van parkeerplaatsen in de hub zorgt voor efficiënt ruimtegebruik en financiële exploitatie van de buurthub De positie van de buurthub aan de Eleanorastraat aan de rand van het plan is gekozen om de hinder van in- en uitrijden van verkeer zo min mogelijk op de woonbuurt te laten drukken.

Er is onderzoek gedaan naar de akoestische effecten van de buurthub. Er moet worden voldaan aan de geluidsregels in het omgevingsplan. Het voorstel is om het omgevingsplan op dit onderdeel aan te passen, en bij nadere uitwerking een akoestisch onderzoek te vragen waarbij ook rekening wordt gehouden met stemgeluid, zodat er bij de verdere uitwerking wordt geborgd dat sprake is van een gezonde leefomgeving. Ook zal bij de verdere uitwerking gekeken worden naar lichthinder van koplampen of verlichting van de buurthub zelf.

Zienswijze 9 #9 9.1

Nijenstede en Tuinstede, eigendom van Vivare, en geschikt voor ouderen die zelfstandig willen wonen, zijn een uitkomst voor een grote groep ouderen die vroeger naar een bejaardentehuis hadden gekund. De

De gemeente wil het liefst in elke wijk een geclusterde woonvorm voor ouderen met ontmoeten. Dit is ook het geval in Schaapsdrift. Vanwege vervanging van het verpleeghuis Innoforte, kiest Innoforte voor sloop van Nijenstede. Hiermee verliezen we geclusterd wonen voor ouderen in Schaapsdrift. Wel zijn de woningen, die Vivare teruggebouwd in het geval van sloop en vervangende nieuwbouw, levensloopgeschikt en daarmee geschikt voor ouderen. Ook maakt de gemeente collectief wonen in de 25

wijkt raakt deze twee ouderenvoorzieningen kwijt en dit draagt niet bij aan de woningmarkt. 9.2

9.3

Het is onbegrijpelijk als Nijenstede wordt gesloopt. Er komt geen vervanging voor deze voorziening. Naast leed van bewoners moet gemeente ook denken aan alle kosten voor thuishulp die deze voorziening uitspaart. De fasering van de nieuwbouw die is opgenomen in het stedenbouwkundig plan is volgens indiener onmogelijk. Niet de gemeente, maar ProRail, gaat over 1. ‘Toegankelijkheid station verbeteren eventueel met loopbrug’. Bij 2 ‘Nieuwbouw Innoforte + sloop loodsen’ is niet ingekleurd dat hiervoor Nijenstede gesloopt moet worden en dat de bewoners van dit seniorencomplex de wijk uit worden gestuurd omdat er nog niks nieuws is gebouwd. Voor 3 ‘Buurthub + verhuizing Vivare’ is er geen vervanging voor het seniorencomplex van Vivare gepland en de senioren mogen niet richting de gevaarzone van de spoorlijn verhuizen.

planvorming voor Schaapsdrift mogelijk. Kenmerk van een dergelijk collectief wonen initiatief (CWI) is dat bewoners omkijken naar elkaar. Het wooncollectief kan bijvoorbeeld helemaal of deels ook uit ouderen bestaan. Zie antwoord 9.1.

De fasering en volgorde die is opgenomen in het Stedenbouwkundig plan is indicatief. In artikel 82.2 is meer opgenomen over fasering van werken en werkzaamheden: ‘Voor de ontwikkeling van de deelgebieden in fasen geldt de fasering in deelgebieden in tijd volgens onderstaande faseringstabel:’ In de Motivering is hierover het volgende opgenomen: ‘De gemeente acht het van belang een volgorde aan te brengen in de ontwikkeling van de locatie Schaapsdrift door een indeling in 4 deelgebieden te hanteren. In de regels van het omgevingsplan is een voorwaardelijke plicht opgenomen dat deelgebied 2 niet gebouwd mag worden of: woningen niet in gebruik genomen mogen worden als deelgebied 3 (de parkeerhub) niet is gerealiseerd. Uitzondering geldt voor deelgebied 1. (…) Dit is vertaald naar een fasering qua tijd zodat er qua kostenverhaal gerekend kan worden met effecten van tijd (rente en indexering). De tijdsfasering is ook opgenomen om het belang van de voortgang vast te leggen, de urgentie van de ontwikkeling.

Deze geeft aan met welk tempo de gemeente de realisatie van de woningbouw en de inrichting van de openbare ruimte gerealiseerd wil zien en gronden verworven wil hebben voor de inrichting van de openbare ruimte (waaronder de bedoelde parkeerhub).’ De functie van deze regel is blijkens de Motivering tweeledig: ze is a) bedoeld om voor het kostenverhaal te kunnen rekenen en b) om het belang van de voortgang vast te leggen. Dit laatste is te beschouwen als onderdeel van de wijze van planuitvoering.De fasering die is opgenomen in de regels van het omgevingsplan worden aangepast naar de actuele verwachte fasering van werken en werkzaamheden. Innoforte heeft de locatie Nijenstede onderzocht en besloten deze vanwege de slechte staat te slopen. Ten aanzien van punt 3 ‘Buurthub + verhuizing Vivare’ Mogelijk vervangende nieuwbouw voor senioren van Vivare wordt voorzien op en rondom de huidige locatie van het seniorencomplex van Vivare. Het klopt dat deze mogelijke nieuwbouw voor 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=0a9b3914-9d6c-4513-9e4f-55325ff39070