Bijlage 1 - Tekst
Tekst van het document
In de nieuwbouw worden vier permanente kraamkasten en zestien permanente zomer- en paarverblijven aangebracht. Verder worden er in de nieuwbouw gierzwaluw- en huismusneststenen ingepast. Zo wordt invulling gegeven aan de natuurinclusieve stad. Groenbalans Om de groenbalans voor het project in beeld te brengen is door Adviesbureau BK bouw- & milieuadvies een Bomen Effecten Analyse uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 6 bijgevoegd. Geconcludeerd kan worden dat de meeste bomen in goede staat verkeren. Eén boom verkeert in slechte staat en was dood. In de stam zaten ook gaten en paddestoelen. Deze boom is inmiddels weggehaald. Daarnaast zijn de drie boswilgen, die gegroepeerd staan, van matige conditie. Conclusie is dat de meeste bomen bij gelijkblijvende omstandigheden een goede toekomstverwachting hebben. Uit de analyse van het bouwplan blijkt dat twaalf bomen behouden kunnen blijven. Vier bomen staan dichtbij het pand maar kunnen, afhankelijk van de werkzaamheden en met inachtneming van de maatregelen zoals beschreven in het onderzoek, behouden blijven. Mocht een boom tijdens de werkzaamheden toch niet behouden kunnen blijven, dan geldt een herplantplicht. Eén struik kan niet behouden blijven.
4.7
Water
4.7.1
Algemeen
Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is onderdeel geworden van het Nationale Omgevingsvisie, de NOVI (2020). De NOVI bevat nieuw strategisch beleid op het gebied van de fysieke leefomgeving en komt in de plaats van gebiedsdekkende structuurvisies en relevante delen van zelfstandige strategische beleidsplannen (natuurvisie, verkeer- en vervoerplannen) en de strategische gedeelten van nationale én provinciale waterplannen en milieubeleidsplannen. Echter delen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) blijven van kracht tot de invoering van de Omgevingswet. Het gaat dan om de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid beschrijven en de daartoe behorende ruimtelijke aspecten van het nationale ruimtelijk beleid. Echter als de NOVI afwijkt van het NWP, dan moet dat als wijziging van het NWO worden gezien. Tot de invoering van de Omgevingswet is het waterbeleid in 2 nationale plannen terug te vinden. (Toelichting NOVI). De NOVI is een integrale omgevingsvisie voor de fysieke leefomgeving, maar de relatie met de sociale leefomgeving wordt uitdrukkelijk gelegd. Naast de ruimtelijk-functionele indeling van de leefomgeving gaat het ook om de activiteiten die een effect hebben op de leefomgeving in brede zin, waaronder het "Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
29
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
milieu, water, bodem, lucht en het natuurlijk kapitaal. Boven- en ondergrond zijn onlosmakelijk verbonden. In de NOVI worden 4 prioriteiten gesteld: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, Duurzaam economisch groeipotentieel, Sterke en gezonde steden en regio's en Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Daarnaast zijn 3 afwegingsprincipes vastgelegd. Onder de eerste prioriteit vallen nu ook de eerdere bestuursakkoorden die voor het thema Water zijn afgesloten. In 2050 is Nederland Klimaatbestendig en waterrobuust ingericht, is de veiligheid tegen overstroming gegarandeerd, hebben rivieren en beken de ruimte gekregen en is voldoende zoetwater van goede kwaliteit aanwezig. Bij het laatste gaat het om oppervlaktewater en grondwater. In de Waterwet (22 december 2009) zijn onder meer de gemeentelijke watertaken opgenomen: de zorgplicht voor hemelwater indien de eigenaar van het terrein het hemelwater in alle redelijkheid niet op eigen terrein kan verwerken en de regierol van gemeenten bij de grondwaterzorgplicht. In het gemeentelijke rioleringsplan geven gemeenten aan hoe zij invulling geven aan die zorgplichten. Provinciaal en regionaal beleid Op provinciaal niveau zijn alle beleidsplannen geïntegreerd in één plan: de Omgevingsvisie Gelderland (vastgesteld 9 juli 2014).
Water is opgenomen in twee centrale doelstellingen, te weten het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van de leefomgeving. Realisatie van deze doelstellingen betekent onder meer: ontwikkelen met kwaliteit met respect voor ruimtelijke, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten; een robuust en toekomstbestendig water- en bodemsysteem voor alle functies; bij droogte, hitte en waterovervloed; een gezonde en veilige leefomgeving; een gezonde vrijetijdseconomie en aandacht voor beleving, bereikbaarheid en toegankelijkheid van cultuur, natuur en landschap. Verder is de provincie het aanspreekpunt voor drie watergerelateerde zaken: onttrekkingen voor drinkwaterwinning; onttrekkingen ten behoeve van bodemenergiesystemen zoals koude- en warmte opslag (KWO); industriële onttrekkingen meer dan 150.000 m³ per jaar. Beleid waterschap en gemeente De verantwoordelijkheid voor het stedelijk waterbeheer in Arnhem-Noord, inclusief het in stand houden van de waterkering, ligt bij het Waterschap Rijn en IJssel. Relevant beleid is opgenomen in het Waterbeheerplan (2016-2021) en de Keur en legger van het waterschap. Het waterbeleid van de gemeente Arnhem is vastgelegd in de volgende beleidsplannen. Het geactualiseerde Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) vastgesteld op 14 november 2018.
Het plan richt zich op een verbetering van de kwaliteit van het rioleringsstelsel door het verminderen van de vuiluitworp naar het oppervlaktewater, de bodem en het grondwater, op het voorkomen van overlast door klimaatverandering en op het vasthouden van schoon hemelwater in stedelijk gebied. Aanpak wateroverlast Arnhem-Noord (vastgesteld 2 november 2015). Het plan heeft tot doel om Arnhem en vooral Arnhem-Noord, beter waterbestendig te maken tegen zware regenbuien. Daarom zal over elk plan een waterscan worden gelegd. Tijdens werkzaamheden in de openbare ruimte worden ruimtelijke maatregelen genomen die wateroverlast verminderen dan wel beperken. Strategie Klimaatadaptatie "Groen, Slim en Samen" In januari 2021 is de Strategie Klimaatadaptatie "Groen, Slim en Samen" vastgesteld. In de Strategie geeft Arnhem aan hoe zij zich in dit decennium klimaatbestendig wil maken op de thema's die voor de klimaatadaptatie van belang zijn: Droogte, Hitte, Wateroverlast en Waterveiligheid. De belangrijkste ambities zijn: 30
"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
de klimaatopgave is een gezamenlijke opgave voor alle bewoners, bedrijven en instellingen in Arnhem; de verdichtingsopgave wordt gecombineerd met de klimaatadaptatie; 10% minder verharding, meer groen en water; de ambities voor het thema Water is de schade en overlast door extreme buien zoveel mogelijk te voorkomen, door onder meer: 1. bij nieuwbouw al het hemelwater af te koppelen; 2. bij renovatie maximaal af te koppelen, waarbij de haalbaarheid per geval beoordeeld zal worden. (In beide situaties geldt de minimale eis van 40 mm. neerslag op eigen terrein verwerken); 3. in 2030 in ieder geval 90% van de huidige openbare ruimte afgekoppeld te hebben 4. voorkomen van wateroverlast bij toename bebouwing en /of verharding voor het thema Hitte en Droogte geldt dat de negatieve effecten van hitte worden tegen gegaan; aanvullend voor het thema Droogte geldt dat meer inzicht nodige is in de effecten van droogte ook op de waterkwaliteit; en voor het thema Waterveiligheid sluit de gemeente aan bij de waterschappen en RWS, de verantwoordelijke organisaties voor dit thema. Resumé Uitgangspunt in het huidige beleid van gemeente, waterschap en provincie is dat planontwikkeling moet aansluiten bij een duurzaam integraal waterbeheer.
Dit betekent dat: negatieve verstoring van de grondwaterstanden en -stromingen niet toegestaan zijn om grondwateroverlast en/of verdroging op de locatie en het boven- en benedenstrooms gelegen gebied te voorkomen; maatregelen getroffen moeten worden ter voorkoming van (grond)watervervuiling; bij nieuwbouw het regenwater binnen het plangebied afgekoppeld moet worden van de riolering en worden verwerkt op eigen terrein; voldoende oppervlaktewater aanwezig is en op de goede locatie; het verhard oppervlak zoveel mogelijk beperkt wordt; het gebruik van uitloogbare materialen en chemische bestrijdingsmiddelen niet is toegestaan; ontwikkelingen moeten bijdragen aan het verminderen of beperken van wateroverlast; ontwikkelingen en herinrichtingen moeten klimaatbestendig en waterrobuust ingericht worden. 4.7.2
Situatie plangebied
Adviesbureau BK Bouw- & Milieuadvies heeft een waterparagraaf opgesteld. De waterparagraaf is als bijlage 7 bijgevoegd. In de waterparagraaf is onder andere getoetst aan: watergangen; verhard oppervlak; hemelwater; riolering. Verhard oppervlak en hemelwater Uitgangspunt is dat (nieuwe) ontwikkelingen minimaal het hemelwater op eigen terrein verwerkt moet worden. Het hemelwater wordt verwerkt door een ondergrondse infiltratie voorziening in de vorm van kunststof kratten. Riolering Het nieuwbouwcomplex krijgt alleen een aansluiting van een vuilwaterriool op het gemeentelijke rioolstelsel in de Mendelssohnlaan. Grondwater Het grondwater binnen het plangebied is niet specifiek onderzocht. Bekend is wel dat het grondwater zich op (zeer) grote diepte bevind.
"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
31
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
4.8
Bodem
4.8.1
Algemeen
Voor deze ontwikkellocatie is getoetst of de bodemkwaliteit (inclusief grondwater) de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen toelaat. Ook is getoetst of een eventuele bodemverontreiniging gevolgen heeft voor de financiële uitvoerbaarheid van de ontwikkeling. Als toetskader wordt gebruik gemaakt van de volgende bodemregelgeving: Wet Bodembescherming; Beleidsnota bodem 2012, Provincie Gelderland, gemeente Arnhem en gemeente Nijmegen, 1 december 2012; Besluit Bodemkwaliteit; Nota Bodembeheer, september 2011
4.8.2
Situatie plangebied
Er is door BK Ingenieurs ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is bijlage 8 bijgevoegd. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat: De bodem bestaat tot de geboorde van 2,0 – m –mv uit zand. Er zijn geen bodemvreemde bijmengingen aanwezig. Het grondwater bevindt zich dieper dan 5 m -mv. De bovengrond (0,0 - 0,5 m -mv) is niet (verharde deel) tot maximaal licht verontreinigd (onverharde deel) met lood. De ondergrond is niet verontreinigd met de onderzochte parameters van het NEN pakket. Op basis van de uitgevoerde PFAS-analyses kan de grond van de onverharde bovenlaag (0,0 – 0,5 m –mv), op basis van de parameter PFAS, mogelijk worden toegepast als woongrond en voor de bovenlaag van de verharde bovengrond als landbouw/natuur grond. De ondergrond (0,5 – 1,58 m –mv) kan eveneens mogelijk worden toegepast als landbouw/natuur grond. Conclusie Vanuit bodem zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.9
Cultuurhistorie en archeologie
4.9.1
Algemeen
Rijksbeleid Erfgoedwet Cultuurhistorische objecten die zeldzaam of schaars zijn en die voor mensen in hoge mate het beeld van Nederland bepalen, worden aangewezen als monumenten. In de Erfgoedwet (de opvolger van de Monumentenwet 1988) is vastgelegd hoe monumenten van bouwkunst en archeologie en stads- en dorpsgezichten moeten worden beschermd. Deze wet is het belangrijkste instrument voor de bescherming van het cultuurhistorisch erfgoed in Nederland. Besluit ruimtelijke ordening Cultuurhistorie moet op basis van de gewijzigde Bro (art 3.1.6 ) goed in bestemmingsplannen verankerd worden. Dit behelst niet alleen een beschrijving van de aanwezige en te verwachten cultuurhistorische waarden, maar ook een waardering ervan en een advies over toekomstige omgang ermee, gelet op de ruimtelijke opgave die in het bestemmingsplan aan de orde is. Aangegeven moet worden hoe met de cultuurhistorische waarden rekening is gehouden in het bestemmingsplan. Verdrag van Valletta en de Wet op de archeologische monumentenzorg De bescherming van het archeologische erfgoed in de bodem en de inbedding ervan in de ruimtelijke ontwikkeling is het onderwerp van het Europese Verdrag van Valletta (Malta). In 1992 ondertekenden 32
"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
twintig Europese staten, waaronder Nederland, dit verdrag. De belangrijkste uitgangspunten van het verdrag zijn: archeologische waarden dienen zoveel mogelijk (in situ) in de bodem bewaard te blijven en beheermaatregelen dienen genomen te worden om dit te bewerkstelligen; vroeg in de ruimtelijke ordening dient al rekening gehouden te worden met archeologie; bodemverstoorders betalen het archeologisch (voor)onderzoek wanneer behoud in situ niet mogelijk is. In 2007 is het verdrag vertaald in de Monumentenwet 1988 en maakt thans deel uit van de Erfgoedwet. Provinciaal beleid 'Beleef het mee!' (2017-2020) In juli 2016 is het Beleidsprogramma Cultuur en Erfgoed 2017 - 2020 'Beleef het mee!' vastgesteld. In dit programma ligt het accent op de beleving van mensen. Daarnaast zoekt de provincie de balans tussen de maatschappelijke, economische en intrinsieke waarde van cultuur en erfgoed. Cultureel ondernemerschap blijft onverminderd van belang en komt terug in de economische waarde van cultuur en erfgoed. Voor wat betreft erfgoed krijgt vooral het functioneel gebruik ervan aandacht. Daarnaast zoekt de provincie nieuwe manieren van samenwerking waardoor de uitvoeringskwaliteit van restauraties en archeologie wordt vergroot Gemeentelijk beleid Archeologische verwachtingenkaart Archeologie is een integraal onderdeel van het erfgoedbeleid en als zodanig opgenomen in de erfgoednota.
In de nota wordt voortgeborduurd op de uitgangspunten van het Verdrag van Malta. Behoud van archeologische waarden is het uitgangspunt en als dat niet mogelijk is, volgt veiligstelling door archeologisch onderzoek. Om permanente aandacht voor deze vorm van erfgoed te krijgen, is ingezet op constante voorlichting en educatie. Sinds 2008 beschikt de gemeente over een archeologische verwachtingenkaart voor heel Arnhem. De verwachtingenkaart geeft al in een vroeg stadium van planvorming globaal inzicht in de mate waarin archeologische resten in een gebied aangetroffen kunnen worden. Conform de Erfgoedverordening geldt afhankelijk van de oppervlakte en diepte van grondroerende werkzaamheden archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Gebieden die reeds onderzocht zijn en/of zijn vrijgegeven, zijn vrijgesteld van onderzoek. Aan het archeologische beleid dat in de verordening is verankerd, ligt de archeologische maatregelenkaart als basis. Structuurvisie De Structuurvisie Arnhem (2011) biedt een strategisch kader voor ruimtelijke planning op stedelijk niveau voor de lange termijn. Uitgangspunt is het voortbouwen op de karakteristieken van de historisch gegroeide stad. In de cultuurhistorische hoofdstructuur zijn de ruimtelijke, historische elementen weergegeven, die essentieel zijn voor Arnhem als geheel. Per landschappelijke karakteristiek zijn de ambities weergegeven.
Vervolgens is een selectie gemaakt van die cultuurhistorische belangen en structuren die kansen bieden bij nieuwe gebiedsontwikkelingen in de stad: de 'Cultuurhistorische Kansenkaart'. De rijkdom van de Arnhemse cultuurhistorie is kader en inspiratiebron bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad. 4.9.2
Situatie plangebied
Cultuurhistorie In het voorliggende geval zijn er in het plangebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Uit de Gelderse Cultuurhistorische Atlas en de gemeentelijke monumentenviewer blijkt dat er in de omgeving van het plangebied eveneens geen sprake is van cultuurhistorische waarden die van belang zijn in het kader van dit omgevingsplan. Cultuurhistorische waarden vormen, vanwege het ontbreken ervan, geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden. "Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
33
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
Archeologie Er is door Hamaland advies ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling een bureauonderzoek en bouwdossieronderzoek archeologie uitgevoerd. Dit onderzoek is bijlage 9 bijgevoegd. Het plangebied heeft op de archeologische maatregelkaart van Arnhem een middelhoge archeologische verwachting. Dit vanwege de hoge ligging op de stuwwal en mogelijkheden om verschillende landschappen op korte afstand te exploiteren. De verwachting geldt voor de periode van de steentijd tot late middeleeuwen. Daarna is voor het plangebied cartografisch bosgebied aantoonbaar en geldt een lage archeologische verwachting. In relatie tot de planvorming heeft een archeologisch en bouwhistorisch bureauonderzoek plaatsgevonden. Hieruit blijkt dat de bodem ter plaatse van de nieuwbouw tot in het moedermateriaal (C-horizont) is geroerd. Archeologische waarden zijn daardoor niet meer te verwachten. Het is daarom niet noodzakelijk om aan de plankaart een dubbelbestemming archeologische waarden te koppelen en evenmin is het noodzakelijk om archeologie mee te nemen in de regels van het plan.
4.10
Stadsklimaat
4.10.1 Algemeen In de Structuurvisie 2020-2040 (vastgesteld december 2012) is de gemeentelijke ambitie verwoord om Arnhem klimaatbestendig te maken onder alle weersomstandigheden. Voor nu en in de toekomst, onder invloed van de klimaatverandering, wordt tenminste gestreefd naar prettig toeven binnen- en buitenshuis en het vermijden van ongewenste gezondheidsrisico's. Voor hitte ligt de nadruk op de toename in de toekomst van het aantal zomerse en zelfs tropische dagen. In het realiseren van een prettig stadsklimaat wil de gemeente optimaal gebruik maken van de (huidige) gunstige uitgangssituatie van natuurlijke luchtstromen die van de hoger gelegen stadsranden en vanuit de rivierzone de stad in stromen en zorgen voor koeling en tevens een goede luchtkwaliteit. Ook het groene karakter van de stad draagt daaraan in grote mate bij. De opwarming van de stad tijdens warme, tropische dagen doet zich voor in de dichtbebouwde stenige gebieden met veel gebouwvolume, verharding en weinig groen. In de Hittekaart van Arnhem is de gevoeligheid van de stad voor opwarming weergegeven. Bepaalde delen van de stad hebben een verhoogde kans op opwarming (stedelijke hitte-eilanden), wat ongewenste gevolgen voor het woon- en leefmilieu en het functioneren van deze gebieden kan hebben. De Arnhemse binnenstad en directe omgeving is zo'n gebied (zie klimaatkaart rode gebieden).
4.10.2 Situatie plangebied De klimaatbestendigheidsambitie is voor wat betreft hitte in de stad vertaald naar aanbevelingen voor specifieke gebieden. Op de Hitte-attentiekaart ligt het plangebied in een als geel aangegeven klimatologische eenheid. De gemeente Arnhem streeft bij gebiedsontwikkelingen in de geel gekleurde gebieden op de Hittekaart naar behoud van de bestaande situatie. Voor het plangebied betekent dit specifiek: behoud van het huidige relatief goede stadsklimaat door het behoud van de verhouding tussen bebouwing en open groene ruimte. het benutten van kansen tot het zoveel mogelijk vergroenen van de openbare ruimte. het benutten van kansen om gebouwen te voorzien van verticaal groen en dakgroen ter voorkoming opwarming van het gebouw zelf en uitstraling warmte naar omgeving. Dakgroen is daarbij vooral effectief voor een beter binnenklimaat (en daarmee de energievraag). gebruik maken van de juiste materialen voor gebouwen waarmee de opwarming van de gebouwen en de omgeving kan worden verminderd. Het plan voorziet niet in een toename van aantal woningen. Een verdere opwarming van het gebied ten gevolge van de voorgenomen herontwikkeling is dan ook niet te verwachten.
34
"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
4.11
Duurzaamheid
4.11.1 Algemeen Rijksbeleid Nieuwe gebouwen en woningen moeten volgens landelijke regelgeving voldoen aan het Bouwbesluit. In het bouwbesluit worden de energieprestaties voor nieuwe gebouwen en woningen fasegewijs aangescherpt. Per 1 januari 2015 is de Energieprestatiecoëfficient (EPC) voor nieuwbouw van woningen aangescherpt tot 0,4. Voor overige gebouwen is de EPC afhankelijk van de functie. Vanaf 1 januari 2021 moeten alle nieuwe gebouwen in Nederland bijna energieneutrale gebouwen (BENG) zijn. Dit vloeit voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese richtlijn EPBD. Voor overheidsgebouwen geldt dat zij vanaf 1 januari 2019 voldoen aan de BENG eisen. Gemeentelijk beleid De gemeente Arnhem hanteert de volgende voorkeursvolgorde inzake de ambities voor nieuwbouw: Energieneutraal Bijna energieneutraal (BENG) 4.11.2 Situatie plangebied Dit bestemmingsplan maakt de bouw van 42 appartementen mogelijk. Deze nog te bouwen appartementen moeten voldoen aan de geldende landelijk wetgeving. Dit betekent dat deze woningen niet zijn aangesloten op het gas en dus op een duurzame manier worden verwarmd. Daarnaast geldt vanaf 1 januari 2021 dat alle nieuw te bouwen gebouwen moeten voldoen aan de Bijna Energieneutrale Gebouw eisen (BENG). Daarmee worden strengere eisen gesteld om zo het energiegebruik te verlagen.
Initiatiefnemer Volkshuisvesting houdt daarnaast rekening met circulair bouwen. In de aanbesteding voor zowel de sloop als de nieuwbouw is circulariteit een van de selectiecriteria.
4.12
M.e.r. - beoordeling
4.12.1 Algemeen Het omgevingsplan voorziet in de ontwikkeling van 42 woningen. Een dergelijk bouwproject kan worden gezien als stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in categorie D11.2 van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). De omvang van het project ligt echter ver onder de drempelwaarde van een oppervlakte van 100 hectare, waarbij er sprake is van m.e.r.-beoordelingsplicht. Deze drempelwaarde is echter indicatief. Dit houdt concreet in dat het bevoegd gezag op grond van artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r. dient na te gaan of de beoogde activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Indien dit niet kan worden uitgesloten, is het alsnog nodig een milieuffectrapport op te stellen. De toets of er, ondanks het feit dat de omvang onder de drempelwaarde uit het Besluit m.e.r. blijft, sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieugevolgen wordt aangeduid als een 'm.e.r.-beoordeling' of m.e.r.-toets. Op basis van deze beoordeling dient het bevoegd gezag, het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad expliciet te besluiten of er al dan niet een m.e.r.-procedure wordt gevolgd De voorliggende paragraaf betreft deze m.e.r.-beoordeling. Bij de m.e.r.-beoordeling worden getoetst aan de criteria van Bijlage III van de Europese richtlijn milieueffectbeoordeling (richtlijn 85/337/EEG).
Deze criteria hebben, samengevat, betrekking op: de kenmerken van het voornemen (onder meer omvang, kans op hinder, mogelijke cumulatie met "Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
35
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
effecten van andere activiteiten); de plaats (onder meer ligging ten opzichte van gevoelige gebieden); de kenmerken van de effecten, mede gelet op de aard van het voornemen en de plaats. Criteria De criteria in Bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling zijn als uitgangspunt genomen. De hoofdcriteria zijn reeds genoemd. Hieronder volgt een overzicht van de criteria. 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: de omvang van het project; de cumulatie met andere projecten; het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; de productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder; risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën. 2. Plaats van de projecten Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: het bestaande grondgebruik; de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: 1. wetlands, 2. kustgebieden, 3. berg- en bosgebieden, 4. reservaten- en natuurparken, 5.
gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszonen door de lidstaten aangewezen op grond van de Vogel-en/of habitatrichtlijn, 6. gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, 7. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, 8. landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3. Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking); het grensoverschrijdende karakter van het effect; de orde van grootte en de complexiteit van het effect; de waarschijnlijkheid van het effect; de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.
4.12.2 Situatie plangebied Beoordeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling is gebaseerd op de beschrijving van het plan en de ten behoeve van de ontwikkeling uitgevoerde onderzoeken. 1. Kenmerken van het project De omvang van het project is niet van zodanige aard dat reeds daarom sprake is van een bijzondere effecten op de omgeving. Ook zal er, gelet op de aard van de ontwikkeling geen bijzonder beroep gedaan worden op natuurlijke hulpbronnen, noch is het de verwachting dat er, in vergelijking met de 36
"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
omgeving, een disproportionele hoeveelheid afvalstoffen of verontreiniging ontstaan. Een bijzonder risico op ongevallen is eveneens niet aanwezig. De locatie maakt onderdeel uit van de bestaande wijk 't Cranevelt. 2. Plaats van het project De plaats van het project betreft een stedelijke omgeving in de wijk 't Cranevelt. Het beoogde gebruik als locatie voor woningbouw is passend in de omgeving. Er zijn geen bijzonder relaties met gevoelige gebieden. 3. Effecten van het project De te realiseren functie is geluidgevoelig van aard, waarbij inkomend geluid van de omgeving zoals wegverkeerslawaai wel van invloed is. Voor de te realiseren woningen hoeft geen ontheffing van de voorkeurswaarde voor geluid te worden aangevraagd. Voorts wordt op basis van de beoogde functie geen belangrijke negatieve effecten op de omgeving (overige woon- en groengebieden) verwacht. 4. Luchtkwaliteit Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat de normen voor luchtkwaliteit niet worden overschreden. Wel heeft de beoogde ontwikkeling verkeersaantrekkende werking, die van invloed kan zijn op de luchtkwaliteit. Uit de 'niet in betekenende mate-toets' blijkt dat de bijdrage van het project aan verslechtering van de luchtkwaliteit niet in betekende mate en dus zeer gering is. Vanuit dit aspect zijn er dus geen bijzonder nadelige gevolgen voor de omgeving te verwachten. 5.
Bodem De geïnventariseerde en getoetste bodemgegevens geven voldoende inzicht in de bodemkwaliteit van het plangebied. Er zijn geen gevallen van ernstige bodemverontreiniging aanwezig. Direct aangrenzend aan het plangebied liggen geen grondwaterverontreinigingen. Voor de ontwikkeling van het terrein zijn geen sanerende maatregelen nodig. De kwaliteit van de bodem (inclusief grondwater) vormt geen gevaar voor de volksgezondheid bij de aanwezige bestemmingen/functies in het ontwikkelgebied. 6. Water Het plan voorziet in een toename van het verharde oppervlakte. Er wordt voorzien in waterberging. 7. Archeologie Voor het plangebied gelden geen archeologische verwachtingen meer. Er wordt dan ook geen effect verwacht op eventuele archeologische waarden in de omgeving. 8. Natuur Vanwege de aanwezigheid van de verschillende vleermuis soorten is er een ontheffing nodig op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb). De provincie Gelderland is heeft de Wnb-ontheffing verleend. Op 21 april 2022 hebben zij het definitieve besluit bekend gemaakt onder zaaknummer 2021-010373. In het kader van de ontheffing zijn mitigerende maatregelen getroffen. Aan het naastgelegen appartementengebouw aan de Mendelssohnlaan zijn vijf tijdelijke kraamkasten aangebracht. Deze kunnen ook gebruikt worden als zomer- en paarverblijf.
In de nieuwbouw worden vier permanente kraamkasten en zestien permanente zomer- en paarverblijven aangebracht. Verder worden er in de nieuwbouw gierzwaluw- en huismusneststenen ingepast. Zo wordt invulling gegeven aan de natuurinclusieve stad. Door de de inwerkingtreding van het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering geldt er voor de bouwen sloopfase geen vergunningplicht. In gebuiksfase is er geen sprake van stikstofdepositie op de Natura-2000 gebieden. Hierdoor is er geen sprake is van een vergunningplichtige situatie in het kader van de Wet Natuurbescherming. Hiermee vormt het aspect stikstof geen belemmering voor dit omgevingsplan. Conclusie Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het plan op zich en in samenhang met andere plannen geen belangrijke negatieve gevolgen zal hebben voor de kenmerken van het gebied zelf, "Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
37
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
voor de directe omgeving en voor gevoelige gebieden in de omgeving. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet noodzakelijk
4.13
Kabels, leidingen en obstakelbeheergebieden
Binnen het plangebied zijn er geen kabels en leidingen die vragen om een planologische verankering in het bestemmingsplan. Vliegbasis Deelen Ten noorden van het plangebied ligt de militaire vliegbasis Deelen. Het plangebied valt binnen het obstakelbeheergebied, zoals bedoeld in artikel 2.6.4 vierde lid van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Barro), van de vliegbasis Deelen. De maximaal toelaatbare hoogte van objecten in, op of boven de grond in een obstakelbeheergebied moet in overeenstemming zijn met artikel 16 van het Besluit militaire luchthavens. De maximale bouwhoogte zoals bedoeld in het Besluit militaire luchthavens wordt door dit omgevingsplan niet overschreden. Op de plankaart worden wel de maximale hoogtes ten opzichte van N.A.P. opgenomen. De maximale bouwhoogte vanuit het Besluit militaire luchthavens varrieert tussen 165 en 175 meter boven N.A.P. De hoogte van het maaiveld in het plangebied varieert tussen 72 en 75 meter boven N.A.P. (bron: Actueel Hoogtebestand Nederland). Met een maximale bouwhoogte van 14 meter boven peil blijft de maximale bouwhoogte van het omgevingsplan ruim onder de maximale bouwhoogte zoals bedoeld in het Besluit militaire luchthavens.
38
"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
Hoofdstuk 5 5.1
Uitleg van de regels
Wat is een omgevingsplan?
Een omgevingsplan is juridisch bindend en zegt iets over welke functies (wonen, winkels, kantoor et cetera) zijn toegestaan en wat de bouwmogelijkheden zijn zoals bouwgrenzen en bouwhoogtes. Een plan bestaat uit een digitale verbeelding (plankaart) en regels en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding kun je zien welke functies waar zijn toegestaan en welke waarden in het gebied beschermd moeten worden. In de regels staat aangegeven wat er binnen een bepaalde functie mogelijk is en wat de (bouw)regels zijn. In deze toelichting geven we aan wat onze visie is voor de wijk De Laar en hoe de verschillende regels in dit omgevingsplan bijdragen aan het realiseren van die visie. In dit omgevingsplan nemen we ook een aantal regels op die normaal gesproken in andere verordeningen of beleidsregels zijn opgenomen. Door de verschillende regels samen te voegen en beter op elkaar af te stemmen geeft dit omgevingsplan meer duidelijkheid over de ontwikkelmogelijkheden van een perceel. Met deze verbetering van onze dienstverlening sluiten we nu al aan op de doelstellingen van de toekomstige Omgevingswet die op 1 januari 2023 in werking treedt. In de volgende paragraaf gaan we hier nader op in.
5.2
Waarom een nieuw omgevingsplan?
Omdat de transitie naar het omgevingsplan een omvangrijke operatie is, willen we niet wachten tot 2023 maar starten we er nu al mee. Voor het de wijken Alteveer / Cranevelt, Monnikenhuizen en Geitenkamp is een omgevingsplan in voorbereiding: Chw omgevingsplan Arnhem Noord-Midden. Dit omdat de bestemmingsplan in die wijken zijn vastgesteld volgens een verouderde IMRO-standaard. Het plangebied aan de Kluizeweg ligt in dit gebied. Daarom wordt er voor gekozen om voor dit plan een omgevingsplan op te stellen. Zo wordt voor het gehele gebied gewerkt met één systematiek vooruitlopend op één omgevingsplan. De Omgevingswet komt eraan! Op 1 januari 2023 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. Deze wet verplicht ons om regelgeving voor de fysieke leefomgeving te bundelen in één omgevingsplan voor het gehele gemeentelijke grondgebied. Dit betekent dat we regels over bijvoorbeeld, bouwen, welstand, erfgoed, milieu, mobiliteit, duurzaamheid en grote delen van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) moeten integreren in onze bestaande bestemmingsplannen. Naast onze eigen bepalingen moeten we regels die het Rijk overhevelt naar gemeenten, zoals bijvoorbeeld vergunningsvrij bouwen en delen van het Activiteitenbesluit, lokaal vertalen in het omgevingsplan. Met het omgevingsplan zorgen we er o.a.
voor dat onze inwoners en ondernemers straks op eenvoudige en eenduidige wijze kunnen zien welke ontwikkelmogelijkheden er gelden op een perceel en voor welke activiteiten een vergunning nodig is. Omdat de transitie naar het omgevingsplan een omvangrijke operatie is, willen we niet wachten tot 2022 maar starten we er nu al mee. Dit omgevingsplan is dan ook het eerste plan waarin een deel van de regels over de fysieke leefomgeving samengevoegd zijn. Dit kunnen we doen omdat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onze gemeente heeft aangewezen als experiment 'bestemmingsplan met verbrede reikwijdte' onder artikel 7g van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet.
"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
39
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
5.3
Wat regelt dit omgevingsplan?
5.3.1
Algemeen
In het omgevingsplan legt de gemeente vast welke functies waar mogelijk zijn en welke activiteiten binnen die functies ontplooid kunnen worden. Het gaat niet alleen om het gebruik van de grond, maar ook over de bouwmogelijkheden. De regels in het omgevingsplan gelden voor iedereen, dus voor inwoners, bedrijven, maatschappelijke instanties en de gemeente Arnhem zelf. 5.3.2
Focus van dit omgevingsplan
Dit omgevingsplan maakt de sloop- nieuwbouw van een appartementengebouw aan de Kluizeweg mogelijk. In hoofdstuk 3 is de ontwikkeling omschreven. In hoofdstuk 4 zijn de milieu- en omgevingsaspecten toegelicht. 5.3.3
Functies en activiteiten
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft Arnhem aangewezen als experiment 'bestemmingsplan met verbrede reikwijdte'. Dit betekent dat we vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet al een omgevingsplan kunnen opstellen waarin de fysieke leefomgeving centraal staat.
40
"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
De vier verbeterdoelen van de Omgevingswet Net zoals nu bij bestemmingsplannen, is ook de digitale versie van het omgevingsplan straks leidend. Omdat het omgevingsplan veel meer regels omvat dan het huidige bestemmingsplan is de huidige systematiek met bestemmingen ontoereikend om de veelheid aan regelingen op een gebruiksvriendelijke manier te ontsluiten. In de systematiek van het omgevingsplan wordt daarom niet langer de bestemming centraal gesteld maar de activiteiten die je wil verrichten op een bepaald adres. Door je locatie te koppelen aan de gewenste activiteit: bijvoorbeeld 'bouwen' laat het digitale omgevingsplan straks uitsluitend de regels zien die op die locatie gelden voor die activiteit. De activiteiten (bouwen, slopen, kappen, horeca uitbaten et cetera) zijn gekoppeld aan functies. Het gaat hier om duidelijk herkenbare hoofdfuncties die voorkomen in de stad en dominant zijn in een bepaald gebied. De voormalige bestemmingen zoals Groen, Kantoor of Verkeer noemen we nu functies. Het gaat hier om duidelijk herkenbare hoofdfuncties die voorkomen in de stad en dominant zijn in een bepaald gebied. Onder deze functies hangen de zogenaamde activiteiten. Dit zijn de verschillende meer gedetailleerde gebruiks- en bouwmogelijkheden binnen die functie.
Deze nieuwe manier van raadpleging betekent dat de regels in dit omgevingsplan niet langer gekoppeld zijn aan bestemmingen, maar aan functies en activiteiten.
5.4
Opzet van de regels
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De Crisis- en herstelwet maakt het mogelijk om De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) los te laten. Dit betekent dat we als gemeente Arnhem zelf kunnen bepalen op welke manier we het omgevingsplan opbouwen en verbeelden. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende plankaart waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze plankaart kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De plankaart en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken.
"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
41
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); 2. Functies; 3. Waarden; 4. Activiteiten; 5. Bouwen, werken en werkzaamheden; 6. Omgevingsplanactiviteiten 7. Algemene regels; 8. Overgangs- en slotregels. 5.4.1
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: 1. Artikel 1 Begrippen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. 2. Artikel 2 Wijze van meten: Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 5.4.2
Functies
Hoofdstuk 2 bevat de regels over de functies. Per functie wordt het doelstelling van de betreffende functie aangegeven en welke activiteiten en functies ter plaatse zijn toegestaan. Het aangeven van de functies op de verbeelding geeft een duidelijk beeld van de indeling van de stad. Hierbij sluiten we aan bij de legenda van de Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen 2012. 5.4.3
Waarden
Hoofdstuk 3 bevat de regels over de waarden. Deze regels moeten in samenhang worden gelezen met hoofdstuk 5 en 7. 5.4.4
Activiteiten
Hoofdstuk 4 bevat de regels over de activiteiten. De activiteitenregels moeten in samenhang worden gelezen met de verbeelding. Op de verbeelding staat aangegeven welke activiteit waar is toegestaan. 5.4.5
Bouwen, werken en werkzaamheden
Hoofdstuk 5 bevat de regels over bouwen, werken en werkzaamheden. Op de plankaart zijn bouwhoogten en soms bebouwingspercentages aangegeven. Als er geen percentages zijn aangegeven, mag het hele bouwvlak worden bebouwd. De aangegeven bouwhoogte wordt gemeten vanaf peil tot het hoogste punt (exclusief elementen zoals een schoorsteen, liftopbouw en dergelijke). Uitgangspunt is dat alleen gebouwd mag worden binnen de bouwgrenzen. In artikel 9 zijn de algemene bouwregels opgenomen zoals de verplichting tot het bouwen binnen het bouwvlak en de uitleg van het bebouwingspercentage. Deze regel is van toepassing op het gehele plangebied. De overige regels zijn locatiespecifiek. 5.4.6
Omgevingsplanactiviteiten
In hoofdstuk 6 worden de voorwaarden beschreven waaronder kan worden afgeweken van een de regels uit het omgevingsplan. 5.4.7
Algemene regels
Hoofdstuk 7 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: 1. Anti-dubbeltelregel Deze regel bepaalt dat er niet twee keer voor eenzelfde locatie een bouwplan kan worden ingediend. 2. Strijdige activiteiten Hierin is aangegeven welke functies in ieder geval in strijd zijn met het omgevingsplan. 42
"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
5.4.8
Overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk 8 bevat de overgangs- en slotbepalingen. In de overgangsbepalingen is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit omgevingsplan.
5.5
Functies
In het plangebied onderscheiden wij de volgende functies. 5.5.1
Openbaar gebied
Wat is het doel van deze functie? De functie 'Openbaar gebied' omvat de infrastructurele voorzieningen in het verkeersluwe, op verblijf gerichte gedeelte plangebied zoals woonstraten, pleinen, voetgangersgebieden en parkeervoorzieningen. Waar geldt deze functie? Deze functie geldt voor de openbaar toegankelijke gebieden rondom het appartementengebouw. 5.5.2
Woongebied
Wat is het doel van deze functie? De functie 'Woongebied' richt zich dan ook voornamelijk op het wonen en we zijn terughoudend als het gaat om potentiele overlastgevende functies. Denk hierbij aan functies die zorgen voor veel verkeer of loop stromen of die van zichzelf uit veel lawaai of andere hinder veroorzaken. Waar geldt deze functie? Deze functie geldt ter plaatse van het nieuw te bouwen appartementengebouw.
5.6
Waarden
5.6.1
Waarde - Luchtvaartverkeerszone
Wat is het doel van deze waarde? Deze waarde is gericht op het beschermen van het obstakelbeheergebied van de militaire vliegbasis Deelen. Zie ook paragraaf 4.13
5.7
Handhaving
Het bestemmingsplan is bindend voor overheid en burger. Het bestemmingsplan biedt het juridisch kader waaruit de bouw- en gebruiksmogelijkheden per locatie kunnen worden afgeleid. Tegelijkertijd kan de gemeente naleving van het bestemmingsplan afdwingen door handhavend op te treden tegen strijdig gebruik en/ of illegale bebouwing. De raad bepaalt ieder jaar in de begroting waar de handhavingsprioriteiten liggen. Op grond van de hoofddoelstelling uit het gemeentelijke 'Handhavingsplan Fysieke Leefomgeving 2011-2014' : 'het zorgdragen voor een aantrekkelijke, leefbare en veilige leefomgeving' is onze inzet gericht op het toezicht en de handhaving van de regels die betrekking hebben op de bescherming van de veiligheid en kwaliteit van de leefomgeving. Handhaving is daarbij geen doel op zich, maar een van de instrumenten om een leefbare en veilige leefomgeving te creëren. Door toe te zien op de naleving van regelgeving wordt een bijdrage geleverd aan de verschillende doelen van de gemeente op het gebied van de veiligheid en leefbaarheid. De gemeente is in beginsel verplicht om te handhaven. De gemeente mag wel prioriteiten stellen, maar als er een handhavingsverzoek wordt ingediend dan moet de gemeente handhaven. De gemeente kan alleen in bijzondere gevallen van handhaving afzien, als de handhaving onevenredig is.
Bijvoorbeeld als vaststaat dat de overtreding op heel korte termijn gelegaliseerd wordt.
"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
43
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
5.8
Exploitatie
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan dat een in de wet aangewezen bouwplan mogelijk maakt. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd en het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Met initiatiefnemer Volkshuisvesting is een koop-/realisatieovereenkomst gesloten. Hierin is geregeld dat plankosten (voor de voorbereiding) van het omgevingsplan voor rekening komen van de initiatiefnemers, evenals eventuele te verhalen planschade ex. artikel 6.4a Wro. Met het sluiten van deze overeenkomst is het kostenverhaal voor de gemeente dan ook anderszins verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.
44
"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
Hoofdstuk 6 6.1
Procedure
Vooroverleg
Communicatie met de omgeving Omwonenden zijn actief geïnformeerd en betrokken geweest bij de plannen voor deze locatie. In oktober 2018 is er door Volkshuisvesting een inloop voor omwonenden georganiseerd. Tijdens de inloop hebben omwonenden zich aangemeld voor de projectcommissie. Samen met de projectcommissie is het schetsontwerp en het voorlopig ontwerp besproken. Artikel 3.1.1 Bro overleg In het kader van artikel 3.1.1 Bro is het concept omgevingsplan opgestuurd naar het Waterschap Rijn en IJssel. Het waterschap heeft aangegeven akkoord te zijn met de inhoud van dit omgevingsplan. Publicatie voornemen ontwikkeling Volgens artikel 1.3.1 lid 1 van het Besluit ruimtelijke ordening moet het voornemen tot een op ontwikkeling gericht bestemmingsplan worden gepubliceerd. Dit is gebeurd op 2 november 2021 in het Gemeenteblad.
6.2
Terinzagelegging (ontwerp Chw omgevingsplan)
Het ontwerp 'Chw Omgevingsplan Kluizeweg' heeft vanaf woensdag 29 juni 2022 t/m dinsdag 9 augustus 2022 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. Tijdens de periode van terinzagelegging van het ontwerp omgevingsplan heeft Volkshuisvesting samen met de gemeente op maandag 11 juli 2022 een informatiebijeenkomst voor omwonenden en belangstellenden georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomst is het ontwerp van de nieuwbouw toegelicht en ook is ook toegelicht op welke wijze het openbaar gebied rondom het gebouw wordt ingericht.
"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
45
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
46
"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
Regels van het bestemmingsplan Chw Omgevingsplan Kluizeweg (plannummer: NL.IMRO.0202.979-0301)
"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
47
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
1.1 plan Het bestemmingsplan Chw Omgevingsplan Kluizeweg met identificatienummer NL.IMRO.0202.979-0301 van de gemeente Arnhem. 1.2 omgevingsplan Een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte, als bedoeld in artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisisen herstelwet, bestaande uit geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 bebouwing Eén of meer gebouwen of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.4 bebouwingspercentage Een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage dat de grootte van een gedeelte van een functievlak of gedeelte van een bouwvlak aangeeft dat ten hoogste mag worden bebouwd; 1.5 bedrijf Een onderneming of gedeelte van een onderneming, die een organisatorisch zelfstandige eenheid vormt en is gericht op de productie of de afzet van goederen of de verlening van diensten, hieronder begrepen ondernemingen of gedeelten van ondernemingen, die door of vanwege de overheid worden geleid. 1.6 Beleidsregels Parkeren van de gemeente Arnhem Onder de Beleidsregels Parkeren van de gemeente Arnhem wordt verstaan: de 'Beleidsregels voor toepassing van artikel 2.5.30 van de Bouwverordening gemeente Arnhem 2003', dan wel zoals deze regels komen te luiden na wijziging van deze regels.
1.7 beroep aan huis Een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, verzorgend, ontwerptechnisch, kunstzinnig of daarmee gelijk te stellen beroep of bedrijf dat in een woning, inclusief bijbehorende bouwwerken, wordt uitgeoefend. 1.8 bestaand(e) a. bij bouwwerken: legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van de ter visie legging van het ontwerp van het omgevingsplan en bouwwerken die mogen worden gebouwd krachtens een vergunning; b. bij gebruik: legaal gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig tijdens de inwerkingtreding van het omgevingsplan dat na de inwerkingtreding van het plan niet langer onderbroken is dan een jaar. 1.9 bijbehorend bouwwerk Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aan gebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.10 bijgebouw Een zelfstandig bouwwerk dat niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw. Het bijgebouw wordt via een aparte toegangsdeur bereikt en kan tegen een hoofdgebouw worden aangebouwd. Voorbeelden van een bijgebouw zijn een garage of een schuur. 1.11 bijzondere woonvorm Een woonvorm waar bewoners nagenoeg zelfstandig wonen met (voorzieningen voor) verzorging en begeleiding (ook 24-uurs begeleiding) en daar niet verblijven met het doel om therapeutisch behandeld te worden.
1.12 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
48
"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
1.13 bouwlaag Een geheel van voor personen toegankelijke ruimten, waarbinnen de vloerhoogte niet meer dan 1,20 meter varieert, met uitsluiting van onderbouw en zolder of vliering casu quo kapruimte. 1.14 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.15 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.16 bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.17 brutovloeroppervlak: De oppervlakte van een ruimte of een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingswanden, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimtes omhullen, waarbij de oppervlakte van delen van vloeren, waarboven de netto hoogte kleiner is dan 1,5 meter niet worden meegerekend. 1.18 functiegrens De grens van een functievlak. 1.19 functievlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie. 1.20 gebiedsaanduidingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde gebiedsaanduiding. 1.21 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.22 gebruiksoppervlakte De vloeroppervlakte binnen de bouwmuren bepaald volgens NEN 2580 met dien verstande dat daarbij aangebouwde bergingen, garages en andere niet voor bewoning geschikte ruimtes niet worden meegeteld 1.23 hoofdgebouw Eén of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige toegestane activiteiten van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkst is. 1.24 hospes/hospita De 100% economisch en juridisch eigenaar die zélf daadwerkelijk in het gebouw woont en minimaal 50% van de gebruiksoppervlakte van het gebouw gebruikt voor zijn eigen huishouden en maximaal 2 onzelfstandige wooneenheden verhuurt. Kenmerkend voor de hospes/hospita is dat de huurder van een wooneenheid de toiletruimte, badruimte en de keuken deelt met de eigenaar van de woning. De onzelfstandige wooneenheden mogen niet beschikken over eigen voorzieningen, als badgelegenheid, keuken en/of toilet. 1.25 huishouden Eén of meer personen die op hetzelfde adres wonen en een economisch-consumptieve eenheid vormen, met de intentie om zelfstandig, bestendig, voor onbepaalde tijd, in gezinsverband of in een met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband te wonen.
1.26 kamergewijze bewoning Een gebouw waarin zich 3 onzelfstandige wooneenheden of meer bevinden. 1.27 onzelfstandige wooneenheid Een onzelfstandig gedeelte van een gebouw bedoeld voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend voor de wooneenheid is het gezamenlijk gebruik (met andere wooneenheden) van een "Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
49
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
toiletruimte, badruimte en/of een keuken. Een wooneenheid kan uit meerdere ruimten bestaan. 1.28 overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.29 pand De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig- constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.30 peil 1. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg of pad grenst: de hoogte van die weg of dat pad ter plaatse van de hoofdtoegang; 2. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 3. voor een ander bouwwerk: de hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse bij voltooiing van de bouw. 4. voor zover als zodanig aangegeven in de omgevingplanregels: Normaal Amsterdams Peil (N.A.P.) 1.31 straatmeubilair Onverminderd het bepaalde in bijlage II van het Besluit omgevingsrecht wordt onder straatmeubilair voor de werking van dit omgevingsplan mede verstaan: papier-, glas- en andere inzamelbakken, toegangsconstructies voor ondergrondse voorzieningen; kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame, alsmede abri's en kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen.
1.32 verkameren Het gebruiken van een (gedeelte van een) gebouw waar wonen is toegestaan voor kamergewijze bewoning. Hieronder wordt tevens verstaan het toevoegen van onzelfstandige wooneenheden aan bestaande gevallen van kamergewijze bewoning. 1.33 werken, werkzaamheden van geringe omvang Werken of werkzaamheden die geen wezenlijke verandering van de terreingesteldheid of van een inrichting tot gevolg hebben. 1.34 wonen Voor de werking van dit omgevingsplan wordt onder wonen mede geval begrepen bijzondere woonvormen en bed and breakfast met ten hoogste vier slaapplaatsen; 1.35 woning Een complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, een bijzondere woonvorm of een kamerverhuurbedrijf. 1.36 woningsplitsing Het bouwkundig en/ of functioneel splitsen van één woning of (een gedeelte van een) gebouw waar wonen is toegestaan tot twee of meer zelfstandige woningen. 1.37 zelfstandige woning Een zelfstandig (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend voor de woning is de aanwezigheid van eigen voorzieningen, waaronder minimaal een toiletruimte, badruimte en een keuken met kooktoestel.
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten. 2.1
de bouwhoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftopbouwen en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
50
"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
2.2
de goothoogte van een bouwwerk
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de bovenste goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3
de inhoud van een bouwwerk
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4
de oppervlakte van een bouwwerk
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
51
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Functies Openbaar gebied
Toegelaten activiteiten
Ter plaatse van de functie 'Openbaar gebied' zijn uitsluitend de op de verbeelding aangeduide en in hoofdstuk 4 nader omschreven activiteiten toegestaan, met inachtneming van de in hoofdstuk 3 genoemde waarden en de in de hoofdstukken 5 en 6 voor de afzonderlijke activiteiten gegeven regels.
Artikel 4 4.1
Woongebied
Toegelaten activiteiten
Ter plaatse van de functie 'Woongebied' zijn uitsluitend de op de verbeelding aangeduide en in hoofdstuk 4 nader omschreven activiteiten toegestaan, met inachtneming van de in hoofdstuk 3 genoemde waarden en de in de hoofdstukken 5 en 6 voor de afzonderlijke activiteiten gegeven regels.
52
"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
Hoofdstuk 3 Artikel 5 5.1
Waarden Waarde - Luchtvaartverkeerszone
Doelstelling
Deze waarde is gericht op het beschermen van het luchtvaartverkeer door een obstakelvrij start- en landingsvlak.
"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
53
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
Hoofdstuk 4 Artikel 6 6.1
Activiteiten Algemene regels over activiteiten
Gebruik conform maatvoering
Indien op de verbeelding omgevingsnormen zijn opgenomen, is gebruik uitsluitend toegestaan met inachtneming van deze normen. 6.2
Bijbehorende activiteiten
De volgende activiteiten zijn in het gehele plangebied toegestaan: 1. groen en watervoorzieningen; 2. overige voorzieningen en bijbehorende activiteiten, die qua aard, oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt zijn aan de hoofdactiviteit. Hieronder worden geen ondergeschikte horeca en detailhandel verstaan.
Artikel 7 7.1
Activiteit verblijfsgebied
Toegelaten activiteiten
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone-activiteit verblijfsgebied' zijn activiteiten met betrekking tot aanleg, bouw, gebruik en instandhouding van de volgende voorzieningen toegestaan: a. ten behoeve van bestemmingsverkeer en verblijfsfuncties; b. voorzieningen voor het openbaar vervoer, zoals busstations; c. terrassen; d. nutsvoorzieningen; e. onderdoorgangen, alsmede toegangen tot ondergrondse voorzieningen ten behoeve van direct aangrenzende bestemmingen.
Artikel 8 8.1
Activiteit wonen
Toegelaten activiteiten
Op de voor 'overige zone - activiteit wonen' zijn de volgende activiteiten toegestaan: a. het wonen, hieronder niet begrepen bewoning van woonwagens of woonschepen; b. beroep aan huis. 8.2
Specifieke gebruiksregels
Beroep aan huis, waaronder mede begrepen bed and breakfast, is uitsluitend toegelaten tot maximaal 33% van het vloeroppervlakte van de woning, mits: 1. dit door de bewoner wordt uitgeoefend; 2. dit geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse of een onevenredige parkeerdruk tot gevolg heeft en; 3. het geen detailhandel, internetverkoop hiervan uitgezonderd, prostitutie of horeca betreft. 8.3
Verboden activiteiten
Onder gebruik van de locaties en opstallen in strijd met het wonen wordt in elk geval begrepen: a. gebruik als beroeps- of bedrijfsmatige werk- of opslagruimte, anders dan voor beroep aan huis. b. het bewonen, of laten bewonen, van een kamergewijze bewoning door meer dan één persoon per 18m2 gebruiksoppervlakte; c. het verschaffen van kortdurend verblijf van maximaal 3 maanden, te vergelijken met logies, al dan niet als onderdeel van de arbeidsvoorwaarden aan werknemers in een kamergewijze bewoning; d. het gebruik van bijgebouwen als onzelfstandige wooneenheid in een kamergewijze bewoning
54
"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)
Chw Omgevingsplan Kluizeweg
Hoofdstuk 5 Artikel 9 9.1
Bouwen, werken en werkzaamheden Algemene bouwregels
Bouwen passend binnen functie/activiteit
Bouwwerken mogen uitsluitend worden opgericht, voor zover deze passen binnen de functies dan wel activiteiten zoals omschreven in deze regels. 9.2
Bouwen binnen bouwvlak
a. Indien op de verbeelding een bouwvlak is aangegeven mag, behoudens andersluidende bepalingen in deze regels, uitsluitend worden gebouwd binnen dit bouwvlak. b. Indien geen bouwvlak is aangegeven, mag uitsluitend worden gebouwd voor zover daartoe in de betreffende activiteitenregel uitdrukkelijk mogelijkheden zijn opgenomen. 9.3
Bouwen conform maatvoering
a. Indien op de verbeelding ter plaatse van een locatie maatvoeringsaanduidingen zijn opgenomen, mag uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van de ter plaatse van deze locatie gegeven maximum-,minimum-, verplichte dan wel andere maten. b. Voor een locatie waar geen maatvoeringsaanduidingen op de verbeelding zijn opgenomen, mag uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van de eventueel in de regels opgenomen maten, die van toepassing zijn op de betreffende locatie. 9.4
Bebouwingspercentage
a. Indien in een bouwvlak geen maatvoeringsaanduiding met betrekking tot een bebouwingspercentage is aangegeven, mag dit vlak geheel worden bebouwd. b. Indien een bouwvlak en een maatvoeringsaanduiding met betrekking tot een bebouwingspercentage zijn aangegeven is dit bebouwingspercentage van toepassing op de locaties binnen het bouwvlak. c. Indien in een werkingsgebied, respectievelijk bouwvlak slechts één maatvoeringsaanduiding met betrekking tot een bebouwingspercentage is aangegeven geldt dit percentage voor het gehele werkingsgebied, respectievelijk bouwvlak. d. Indien in een werkingsgebied, respectievelijk bouwvlak meerdere maatvoeringsaanduidingen met betrekking tot bebouwingspercentages zijn aangegeven, gelden deze percentages voor die delen van het werkingsgebied, respectievelijk bouwvlak waarin ze zijn aangegeven. 9.5