CConstaterende datArnhem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Tekst

Politieke Avond 19 oktober 2022, gemeente ArnhemBij agendapunt: Vaststellen: 'Chw Omgevingsplan Kluizeweg'19.397 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

Inhoudsopgave Hoofdstuk1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Situering en begrenzing plangebied

7

1.3

Opzet omgevingsplan

8

1.4

Geldende plannen

9

1.5

Leeswijzer

10

Hoofdstuk2

Beschrijving bestaande situatie

11

2.1

Inleiding

11

2.2

Historische ontwikkeling

11

2.3

Ruimtelijke en functionele structuur

12

2.4

Verkeer en parkeren

13

2.5

Groenstructuur

14

Hoofdstuk3

Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkeling

15

3.1

Inleiding

15

Ruimtelijke opzet en structuur

15

3.2

3.2.1 Beleidsuitgangspunten 3.2.1.1 Provincie 3.2.1.2 Gemeente

15

3.2.2

Ruimtelijk plan

16

Programma

17

Beleidsuitgangspunten Wonen

17

Verkeers- en mobiliteitsaspecten

18

3.4.1

Beleidsuitgangspunten

18

3.4.2

Toetsing aan verkeers- en mobiliteitsbeleid

19

Welstandsaspecten

20

Welstandsnota 2015

20

Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6, lid 2 Bro)

21

3.6.1

Algemeen

21

3.6.2

Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking

21

Hoofdstuk4

Milieu- en omgevingsaspecten

23

4.1

Inleiding

23

4.2

Geluid

23

4.2.1

Algemeen

23

4.2.2

Situatie plangebied

23

Luchtkwaliteit

24

4.3.1

Algemeen

24

4.3.2

Situatie plangebied

25

Hinder

25

4.4.1

Algemeen

25

4.4.2

Situatie plangebied

25

Externe veiligheid

25

3.3 3.3.1 3.4

3.5 3.5.1 3.6

4.3

4.4

4.5 2

"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

4.5.1

Algemeen

25

4.5.2

Situatie plangebied

26

Groen en ecologie

26

4.6.1

Algemeen

26

4.6.2

Situatie plangebied

28

Water

29

4.7.1

Algemeen

29

4.7.2

Situatie plangebied

31

Bodem

32

4.8.1

Algemeen

32

4.8.2

Situatie plangebied

32

Cultuurhistorie en archeologie

32

4.9.1

Algemeen

32

4.9.2

Situatie plangebied

33

Stadsklimaat

34

4.10.1

Algemeen

34

4.10.2

Situatie plangebied

34

Duurzaamheid

35

4.11.1

Algemeen

35

4.11.2

Situatie plangebied

35

M.e.r. - beoordeling

35

4.12.1

Algemeen

35

4.12.2

Situatie plangebied

36

4.13

Kabels, leidingen en obstakelbeheergebieden

38

Hoofdstuk5

Uitleg van de regels

39

5.1

Wat is een omgevingsplan?

39

5.2

Waarom een nieuw omgevingsplan?

39

5.3

Wat regelt dit omgevingsplan?

40

5.3.1

Algemeen

40

5.3.2

Focus van dit omgevingsplan

40

5.3.3

Functies en activiteiten

40

4.6

4.7

4.8

4.9

4.10

4.11

4.12

5.4

Opzet van de regels

41

5.4.1

Inleidende regels

42

5.4.2

Functies

42

5.4.3

Waarden

42

5.4.4

Activiteiten

42

5.4.5

Bouwen, werken en werkzaamheden

42

5.4.6

Omgevingsplanactiviteiten

42

5.4.7

Algemene regels

42

5.4.8

Overgangs- en slotbepalingen

43

Functies

43

5.5.1

Openbaar gebied

43

5.5.2

Woongebied

43

Waarden

43

Waarde - Luchtvaartverkeerszone

43

5.5

5.6 5.6.1

"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

3

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

5.7

Handhaving

43

5.8

Exploitatie

44

Hoofdstuk6

Procedure

45

6.1

Vooroverleg

45

6.2

Terinzagelegging (ontwerp Chw omgevingsplan)

45

Hoofdstuk1

Inleidende regels

48

Artikel 1

Begrippen

48

Artikel 2

Wijze van meten

50

Hoofdstuk2

Functies

52

Artikel 3

Openbaar gebied

52

Artikel 4

Woongebied

52

Hoofdstuk3

Waarden

53

Artikel 5

Waarde - Luchtvaartverkeerszone

53

Hoofdstuk4

Activiteiten

54

Artikel 6

Algemene regels over activiteiten

54

Artikel 7

Activiteit verblijfsgebied

54

Artikel 8

Activiteit wonen

54

Hoofdstuk5

Bouwen, werken en werkzaamheden

55

Artikel 9

Algemene bouwregels

55

Artikel 10

Bouwregel balkon

56

Artikel 11

Bouwregel bordes

56

Artikel 12

Bouwregel luchtvaartverkeerszone NAP

56

Artikel 13

Bouwregel verblijfsgebied

56

Hoofdstuk6

Omgevingsplanactiviteiten

57

Artikel 14

Algemene omgevingsplanactiviteit

57

Artikel 15

Omgevingsplanactiviteit verkamering

57

Artikel 16

Omgevingsplanactiviteit woningsplitsing

58

Hoofdstuk7

Algemene regels

59

Artikel 17

Anti-dubbeltelregel

59

Artikel 18

Strijdige activiteiten

59

Hoofdstuk8

Overgangs- en slotregels

60

Artikel 19

Overgangsrecht

60

Artikel 20

Slotregel

60

Bijlagen Bijlage 1

Stedenbouwkundig plan

Bijlage 2

Onderzoeken geluid en luchtkwaliteit

4

"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

Bijlage 3

Beoordeling stikstofdepositie

Bijlage 4

Quickscan soortenbescherming

Bijlage 5

Nadere onderzoek beschermde soorten

Bijlage 6

Bomen Effecten Analyse

Bijlage 7

Waterparagraaf

Bijlage 8

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 9

Bureau- en bouwdossieronderzoek Archeologie

"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

5

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

6

"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

Toelichting

bij het bestemmingsplan 'Chw Omgevingsplan Kluizeweg' (plannummer: NL.IMRO.0202.979-0301)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Kluizeweg staat een bestaand appartementengebouw in eigendom van woningbouwcorporatie Volkshuisvesting. Dit gebouw uit de jaren '60 is bouwtechnisch gezien afgeschreven. Volkshuisvesting is voornemens om het bestaande gebouw te slopen en op dezelfde locatie een nieuw appartementengebouw te bouwen. Het nieuwe gebouw moet voldoen aan de huidige bouwtechnischeen wooneisen waardoor het in bouwvolume groter wordt dan het bestaande gebouw. Het plan bestaat uit een appartementengebouw met 42 woningen. Deze krijgen een gebruiksoppervlakte van ongeveer 45 m2. De beoogde ontwikkeling is niet passend binnen het huidige bestemmingsplan 'Alteveer - 't Cranevelt'. Daarom wordt voor deze ontwikkeling een nieuw plan opgesteld.

1.2

Situering en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt in de wijk 't Cranevelt en wordt begrensd door de Mendelssohnlaan, Kluizeweg en het Oremusplein. De begrenzing is op de verbeelding (plankaart) en in afbeelding 1.1 weergegeven. Opgemerkt wordt dat de begrenzing van het plangebied op afbeelding 1.1. indicatief van aard is. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de bij dit omgevingsplan behorende verbeelding.

"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

7

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

Afbeelding 1.1 Begrenzing plangebied

1.3

Opzet omgevingsplan

De Omgevingswet komt eraan! Voor deze ontwikkeling wordt geen bestemmingsplan opgesteld maar een omgevingsplan. Op 1 januari 2023 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. Deze wet verplicht ons om regelgeving voor de fysieke leefomgeving te bundelen in één omgevingsplan voor het gehele gemeentelijke grondgebied. Dit betekent dat we regels over bijvoorbeeld, bouwen, welstand, erfgoed, milieu, mobiliteit, duurzaamheid en grote delen van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) moeten integreren in onze bestaande bestemmingsplannen. Naast onze eigen bepalingen moeten we regels die het Rijk overhevelt naar gemeenten, zoals bijvoorbeeld vergunningsvrij bouwen en delen van het Activiteitenbesluit, lokaal vertalen in het omgevingsplan. Met het omgevingsplan zorgen we er o.a. voor dat onze inwoners en ondernemers straks op eenvoudige en eenduidige wijze kunnen zien welke ontwikkelmogelijkheden er gelden op een perceel en voor welke activiteiten een vergunning nodig is. Omdat de transitie naar het omgevingsplan een omvangrijke operatie is, willen we niet wachten tot 2023 maar starten we er nu al mee. Voor het de wijken Alteveer / Cranevelt, Monnikenhuizen en Geitenkamp is een omgevingsplan in voorbereiding: 'Chw omgevingsplan Arnhem Noord - Midden'. Het plangebied aan de Kluizeweg ligt in dit gebied.

Daarom wordt er voor gekozen om voor dit plan een omgevingsplan op te stellen. Zo wordt voor het gehele gebied gewerkt met één systematiek vooruitlopend op één omgevingsplan. Het opstellen van een omgevingsplan kunnen we doen omdat het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onze gemeente heeft aangewezen als experiment 'bestemmingsplan met verbrede 8

"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

reikwijdte' onder artikel 7g van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. In hoofdstuk 5 wordt een uitleg gegeven over de werking van het omgevingsplan.

1.4

Geldende plannen

Het omgevingsplan is een algehele herziening van de geldende plannen, voor zover van toepassing op dit plangebied. Onderstaand overzicht geeft weer welke bestemmingsplannen en verordeningen (deels) komen te vervallen. De daarop van toepassing zijnde partiële herzieningen vervallen ook. Bij elk plan is de datum van vaststelling en goedkeuring weergegeven. Bestemmingsplan Alteveer - 't Cranevelt Facetplan parkeren Facetplan woningsplitsing en verkamering

Vastgesteld 26-09-2005 30-05-2018 28-10-2020

In afbeelding 1.2 is de verbeelding van het bestemmingsplan 'Alteveer - 't Cranevelt' opgenomen.

Afbeelding 1.2 Verbeelding geldend plan 'Alteveer - 't Cranevelt' In het huidige bestemmingsplan 'Alteveer - 't Cranevelt' kent het plangebied verschillende bestemmingen. Het huidige appartementengebouw en het gebied aan de noordzijde van het gebouw kent de bestemming 'Woondoeleinden'. Aan de zuidzijde van het gebouw (Oremusplein) geldt de bestemming 'Centrumdoeleinden-A / Woondoeleinden'. De bouwzone ligt strak als een grens om het huidige gebouw. De beoogde nieuwbouw overschrijdt de grenzen van de bouwzone is daarom niet passend binnen het geldende bestemmingsplan.

"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

9

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de bestaande situatie in het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 omvat de ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkelingen. In hoofdstuk 4 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan de orde. In de hoofdstuk 5 en 6 wordt ingegaan op de juridische aspecten c.q. de plan verantwoording respectievelijk de procedure.

10

"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving bestaande situatie

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt eerst ingegaan op de historische ontwikkeling van het gebied. Daarna volgt een beschrijving van de huidige ruimtelijke en functionele structuur in en om het plangebied. Tot slot komen de aspecten verkeer en parkeren en de groenstructuur aan bod.

2.2

Historische ontwikkeling

Het noordelijke grondgebied van de gemeente Arnhem was in de 16e en 17e eeuw een vrij open landschap. Vanaf de 17e eeuw werd er veel woeste grond ontgonnen; steeds meer heide werd in bos of bouwland omgezet. Rijke lieden vestigden zich in Arnhem. Vanaf het midden van de 17e eeuw zijn er diverse landgoederen gesticht. Het landschap werd in de 18e eeuw bosrijker en meer gecultiveerd door de aanplantingen op de bestaande landgoederen en de aanleg van nieuwe landgoederen. In de loop van de 19e eeuw worden verschillende landgoederen vergroot en verfraaid in de zogenaamde landschapsstijl. Tevens wordt het overgebleven heidegebied op grote schaal ontgonnen. Er worden dennen geplant en akkers aangelegd. Een eerste aanzet tot bebouwing in het noordelijk gebied van de gemeente Arnhem is gegeven in het uitbreidingsplan van 1917. In dit plan werden reeds ingezette uitbreidingen, zoals de aanleg van het industrieterrein en de woonwijken Gulden Bodem en de Hoogkamp gekoppeld aan nieuwe initiatieven, zoals de bouw van het nieuwe Gemeenteziekenhuis (voorloper van ziekenhuis Rijnstate), het Openluchtmuseum en de villaparken Braamberg en Ruimzicht. Het belangrijkste element uit dit plan betrof de aanleg van het industrieterrein en het besluit van de staatsspoorwegen om in het Broek een groot spoorwegemplacement aan te leggen.

Zowel het industrieterrein als het spoorweg-emplacement moesten vier meter opgehoogd worden. Voor de winning van het zand werd een groot bosgebied in Arnhem-Noord aangewezen. Aan weerszijden van wat later de Cattepoelseweg zou worden, werd het gebied gemiddeld tien meter waaiervormig afgegraven. Het afgegraven gebied werd grotendeels gereserveerd als woonwijk voor de middenstand (Alteveer). Een deel werd geëgaliseerd voor de bouw van het nieuwe Gemeenteziekenhuis. De tramlijn die aanvankelijk gebruikt werd voor het transport van het zand, werd later gebruikt voor de ontsluiting van het ziekenhuis. De woonwijk 't Cranevelt is in het begin van de jaren 60 gerealiseerd omdat er na de voltooiing van de naoorlogse woonwijken Malburgen en Presikhaaf behoefte bestond aan een wijk met een gevarieerd pakket woningen: vrije sector-, premie- en de betere woningwetwoningen. De nieuwe wijk 't Cranevelt werd ontworpen naast Alteveer, de situering naast Alteveer had het voordeel dat voor beide wijken goede voorzieningen konden worden aangeboden. Alteveer en 't Cranevelt afzonderlijk waren daarvoor te klein. Deze woonwijken liggen in een zeer groene en landschappelijke omgeving. Voorts hebben de twee wijken zelf ook een groene opzet en worden van elkaar gescheiden door de Kluizeweg. Het plangebied aan de Kluizeweg ligt op de grens tussen Altveer en Cranevelt.

In het ontwerp-uitbreidingsplan van Granpré Moliere, Verhagen en Kok uit 1933 worden voor het eerst een aantal stedenbouwkundige motieven en argumenten aangedragen om het gebied 't Cranevelt te gaan bebouwen. Gedacht werd daarbij aan geheel open bebouwing op een geaccidenteerd terrein o.a. ten behoeve van instellingen en dergelijke met enkele monumentale accenten. In 1956 hebben gewijzigde stedenbouwkundige inzichten er toe geleid dat hier uiteindelijk een nieuwe woonwijk is ontstaan. Het belangrijkste motief daarvoor was de behoefte aan een bouwterrein voor een uiteenlopend scala aan woningen in een aantrekkelijke omgeving en de noodzaak de bestaande woonwijk Alteveer te vergroten en zodoende voor beide wijken tot een beter voorzieningenniveau te komen. Het centrale uitgangspunt bij het ontwerpen van de nieuwe wijk was dat het terrein zoveel mogelijk het oorspronkelijke karakter van bos zou behouden. Dit betekende dat het wegenstelsel en bebouwing zich geheel aan het terrein moesten aanpassen. Het plan is zo ingericht dat de meest massale bebouwing in die gedeelten geprojecteerd is waar de bebossing het minst waardevol was. Uiteindelijk zijn in het gebied een winkelcentrum een aantal scholen en voornamelijk woningbouw (laagbouw) gerealiseerd in verschillende categorieën.

De meergezinswoningen (hoogbouw) en de voorzieningen (scholen) zijn "Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

11

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

geconcentreerd langs de Kluizeweg vanaf het winkelcentrum naar de Schelmseweg. Het appartementengebouw van Volkshuisvesting was een van de hoogbouwpanden. Voorbeelden uit de Finse en Duitse stedenbouw stonden hiervoor model. Bestemmingsplan Het oorspronkelijke uitbreidingsplan in onderdelen 'Cranevelt' is op 26 november 1958 door het college van Gedeputeerde Staten goedgekeurd. Een concreet bouwplan begin jaren 60 voor o.a. de bouw van het huidige appartementen complex aan de Kluizeweg, heeft geleid tot een gedeeltelijke herziening van bovengenoemd plan. Deze partiële herziening 'uitbreidingsplan in onderdelen Kluizeweg' is door het college van Gedeputeerde Staten goedgekeurd op 5 juli 1965.

2.3

Ruimtelijke en functionele structuur

De ruimtelijke structuur in de omgeving van het plangebied wordt gevormd door de appartementen gebouwen rondom het Oremusplein. Deze zijn verschillend in hoogte. De functionele structuur in het plangebied en omgeving kenmerkt zich met name door het wonen met de daarbij behorende openbare groen- en watervoorzieningen en ontsluitingswegen, met name de Kluizeweg.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto van het plangebied en directe omgeving

12

"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

Afbeelding 2.2 Vogelvluchtfoto van het plangebied en directe omgeving

2.4

Verkeer en parkeren

Het plangebied kent de volgende (verkeersaders en) verkeersaspecten: De Kluizeweg is een 30 km/uur woonstraat. Deze heeft een functie als wijkontsluiting voor de woonwijken 't Cranevelt en Alteveer. De Mendelssohnlaan is eveneens een 30 km/uur woonstraat en is een zijweg van de Kluizeweg. De kruising met de Kluizeweg is ingericht als een gelijkwaardige kruising. Het Oremusplein is een auto vrij openbaar plein ingericht met groen. Toegankelijkheid De overige wegen en straten zijn typische woonstraten en ingericht als 30 km/uurzone. De woonwijk 't Cranevelt ontsluit via de Kluizeweg aan de zuidzijde op de Wagnerlaan (gebiedsontsluitingsweg 50 km/uur) en aan de noordzijde op de Schelmseweg (gebiedsontsluitingsweg 50 km/uur). Door de wijk loopt een trolleybuslijn (HOV) wat zorgt voor een directe busverbinding met station Arnhem Centraal. Deze trolleybuslijn loopt over de Kluizeweg richting centrum. Parkeren Bewoners, werknemers en bezoekers van woningen, winkels en overige in de wijk aanwezige functies parkeren op eigen terrein of op openbare parkeervoorzieningen. De openbare parkeervoorzieningen liggen in de woonstraten of op een aangrenzend parkeerterrein. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van beleidsregels en de Arnhemse parkeernormen. Deze zijn opgenomen in de 'Beleidsregels parkeren Arnhem 2022'. Dit geldt ook voor de woonwijk 't Cranevelt.

"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

13

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

2.5

Groenstructuur

Het Oremusplein is ingericht als openbaar groen grasveld met enkele bomen. Tussen de Kluizeweg en de Bachlaan is een openbare groenstrook met bomen.

14

"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

Hoofdstuk 3 Ruimtelijke- en programmatische aspecten van de ontwikkeling 3.1

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie. Dit hoofdstuk beschrijft de ruimtelijke opzet voor de ontwikkeling en hoe deze programmatisch wordt vormgegeven.

3.2

Ruimtelijke opzet en structuur

3.2.1

Beleidsuitgangspunten

3.2.1.1 Provincie De provinciale Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving en geeft richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid voor wat betreft ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. De provincie Gelderland legt in de omgevingsvisie de focus op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Daarin wordt geïnvesteerd, waardoor meerwaarde ontstaat. Dit gebeurt door zeven met elkaar samenhangende ambities na te streven voor een schoon, gezond, veilig en welvarend Gelderland. Daarnaast wordt de provinciale Omgevingsverordening Gelderland als instrument ingezet om de doorwerking van dit beleid uit de Omgevingsvisie af te dwingen. De werking van de verordening beperkt zich tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Toetsing van het initiatief aan de omgevingsvisie De in dit omgevingsplan besloten ontwikkeling voorziet in de bouw van één appartementengebouw met 42 woningen. Deze ontwikkeling sluit aan op de actuele vraag vanuit de markt en levert een bijdrage aan het realiseren van voldoende woningen in Arnhem.

Zoals in de volgende paragrafen blijkt, past de ontwikkeling in de regionale woningbouwafspraken en in overeenstemming met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Dit omgevingsplan voorziet in een binnenstedelijke woningbouwontwikkeling. Daarnaast is het plangebied gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied en een intrekgebied (grondwaterwinning). Met name de artikelen 2.2 en 2.38 zijn in dit kader van belang. Hierna volgt toetsing per genoemd artikel. Artikel 2.2: Instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda Een omgevingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. De ontwikkeling 'Kluizeweg' voldoet aan meerdere van de kwalitatieve toetsingscriteria uit de subregionale Woonagenda Arnhem e.o. 2021-2023. Ook qua aantal woningen past de ontwikkeling binnen subregionale afspraken. Toetsing aan de subregionale woonagenda Behoefte en betaalbaarheid Uit het woningmarktonderzoek 2019 Regio Arnhem-Nijmegen blijkt dat er behoefte is aan sociale-huurappartementen. Door de nieuwbouw van het appartementengebouw aan de Kluizeweg voorziet Woningbouwcorporatie Volkshuisvesting in die behoefte. De appartementen sluiten qua behoefte aan bij het groeiend aantal kleine huishoudens.

Door de sloop en nieuwbouw gaat de kwaliteit van de woningen erop vooruit. Inbreiding gaat voor uitbreiding Het betreft een ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied.

"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

15

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

Artikel 2.38: Instructieregel bestemmingsplan Intrekgebied Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Intrekgebied maakt de winning van fossiele energie niet mogelijk. Dit omgevingsplan voorziet niet in de planologische kaders om binnen het plangebied fossiele energie te winnen. Winning van fossiele energie is niet toegestaan. Hiermee voldoet het plan aan het bepaalde in artikel 2.38. 3.2.1.2 Gemeente De gemeentelijke Structuurvisie Arnhem 2020-2040 bevat de kaders voor het beoordelen en entameren van ruimtelijke initiatieven en plannen in de stad. De structuurvisie benoemt de belangrijkste principes voor het ruimtelijk ontwikkelingsperspectief van de stad en geeft een uitwerking van dit perspectief zowel naar een aantal thema's als naar gebieden in de stad, de zogenaamde 'koersgebieden'. Thema: Wonen Nederland krijgt in de toekomst te maken met twee belangrijke demografische ontwikkelingen die met elkaar samenhangen: vergrijzing en bevolkingskrimp. De regionale verschillen in bevolkingsopbouw zullen binnen Nederland groter worden. In Arnhem is voor de komende periode nog groei voorzien. De feitelijke realisatie van nieuwbouwwoningen in de komende jaren hangt af van de afzetkansen op de markt. Vanaf 2030 is de verwachting dat de groei zal afvlakken en mogelijk zal omslaan naar een daling van de bevolking in Arnhem.

Nieuwbouwprogramma's zullen dan vooral bestaan uit vervangende nieuwbouw. Ruimtelijke milieu: 'Stad van licht, lucht en ruimte' De woningbouwontwikkeling is niet gelegen in een van de koersgebieden zoals benoemd in de structuurvisie. In de structuurvisie worden ook de ruimtelijke milieus van de bestaande stad beschreven. Het plangebied ligt in het ruimtelijke milieu 'Stad van licht, lucht en ruimte'. De ontwikkeling zoals voorzien (sloop en nieuwbouw van een appartementen gebouw) is passend binnen de uitgangspunten van dit milieu. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de structuurvisie 3.2.2

Ruimtelijk plan

Stedenbouwkundig plan Het te realiseren gebouw krijgt vanwege natuurlijke hoogteverschillen aan de zijde van het Oremusplein en Mendelssohlaan vijf bouwlagen en aan de Kluizeweg vier bouwlagen. Dit is gelijk aan het aantal bouwlagen van het bestaande gebouw. Het stedenbouwkundig plan is opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting.

16

"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

Afbeelding 3.1 Stedenbouwkundig plan - Impressie vanuit Kluizeweg

3.3

Programma

Het programma bestaat uit 42 sociale-huurappartementen. 3.3.1

Beleidsuitgangspunten Wonen

In 'De Arnhemse Woonprincipes 2025' en het Plan van Aanpak: Woningbouwontwikkeling is opgenomen welke strategische koers we volgen die er zorg voor moet dragen dat Arnhem ook in de toekomst een aantrekkelijke woonstad blijft waar het voor iedereen aantrekkelijk is om te wonen. Het Plan van Aanpak: Woningbouwontwikkeling bevat de marsroute over hoe we de komende jaren de woningbouw vorm willen geven. Om beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen in Arnhem op peil te houden moeten er de komende jaren meer woningen worden gerealiseerd . Dit geldt voor alle soorten woningen en voor alle doelgroepen: aantrekkelijke levensloopbestendige woningen voor ouderen, woningen voor kleine huishoudens, sociale woningbouw in goedkoop en betaalbaar segment, de middenhuurcategorie en het hogere segment. De onderstaande vier pijlers vormen de hoofddoelen van de Arnhemse Woonprincipes: 1. Duurzaam betaalbaar; hierbij zorgen we dat er voor elk inkomen voldoende passende sociale en betaalbare woningen beschikbaar zijn. Daarbij sturen we niet alleen op aantallen, maar streven we ook naar een goede prijskwaliteit en op de duurzaamheid van woningen in de nieuwbouw en in de bestaande woningvoorraad. 2.

Levensloopgeschikt wonen: door meer levensloopgeschikte woningen aan de voorraad toe te voegen én bestaande woningen aan te passen of op te plussen, kunnen we mensen, gezond of beperkt, in verschillende levensfases van hun leven, een passende woonplek blijven bieden in Arnhem. "Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

17

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

3. Aantrekkelijke woonstad: Arnhem heeft door zijn centrale ligging een bijzondere ruimtelijke en groene kwaliteit. Met de binnenstad, de Rijn en stadsparken in combinatie met wonen, leren, werken en verblijven maakt het de stad vitaler. Arnhem wil een aantrekkelijke woonstad zijn en blijven voor haar huidige inwoners, maar wil ook meer studenten en midden- en hogere inkomens aan zich binden door het bieden van aantrekkelijke, levendige of bijzondere woonmilieus. 4. Wijken met identiteit: Elke wijk heeft zijn eigen herkenbare identiteit die recht doet aan de beleving van haar inwoners. Met deze variëteit wil de stad inzetten op een duurzame woon- en leefomgeving waar bewoners trots zijn op hun wijk, waar ze zich thuis en ook zelf verantwoordelijk voor voelen. Dat palet van eigen identiteit en karakters van wijken draagt bij aan de aantrekkingskracht van Arnhem als woonstad. Wonen, Welzijn en Zorg Er ligt op het gebied van Wonen, Welzijn en Zorg een stevige fysieke huisvestingsopgave. Door meer levensloopgeschikte woningen aan de voorraad toe te voegen én bestaande woningen preventief aan te passen of op te plussen, kunnen we mensen, gezond of beperkt, in verschillende levensfases van hun leven, een passende woonplek blijven bieden.

We faciliteren het (langer) zelfstandig wonen, door in de directe of nabije woonomgeving mogelijkheden te scheppen dat arrangementen van (thuis)zorg, begeleiding, ondersteuning of andere vormen van dienstverlening en welzijnsvoorzieningen kunnen worden geboden Toetsing van het initiatief aan de Arnhemse Woonprincipes 2025 en Plan van Aanpak: Woningbouwontwikkeling De ontwikkeling raakt aan de vier pijlers van de Arnhemse Woonprincipes. In het Plan van Aanpak Woningbouw ontwikkeling is opgenomen dat er een behoefte is aan sociale huurappartementen. Naast de meerwaarde voor de wijkidentiteit van 't Cranevelt, biedt de ontwikkeling een aantrekkelijk en levendig woonmilieu voor lage inkomens.

3.4

Verkeers- en mobiliteitsaspecten

3.4.1

Beleidsuitgangspunten

Gemeentelijk beleid De gemeente Arnhem heeft haar verkeersbeleid op hoofdlijnen verwoord in de Structuurvisie Arnhem 2020-2040. Voor mobiliteit biedt de structuurvisie een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief. Arnhem streeft naar een duurzame bereikbaarheid in een aantrekkelijke en veilige stad. Vooral in de bestaande stad geldt daarbij het principe: eerst de bestaande verkeersruimte beter benutten en pas daarna zoeken naar mogelijkheden tot uitbreiding van de (auto)verkeersruimte. De inzet van slim ruimtegebruik, voor versterking van fiets en openbaar vervoer, aangevuld met spitsmijdende maatregelen moet Arnhem de komende jaren bereikbaar houden. Fiets De 'Accentnota Fiets, Fietsambitie 2019-2024' (vastgesteld in januari 2020) bevat de Arnhemse fietsambitie voor de periode 2019-2024, met een doorkijk naar 2030. De nota is de start van een nieuwe aanpak waarin fietsvriendelijkheid centraal staat en meer tempo wordt gemaakt met uitvoering. Op basis van hoe de stad zich ontwikkelt en de betekenis van de fiets in de stad van de toekomst, wordt bepaald wat er nodig is om bewoners en forenzen te overtuigen om meer met de fiets te gaan. Daarin is de substantiële verbetering van de Arnhemse fietsinfrastructuur belangrijk, door de aanleg van meer stedelijke doorfietsroutes.

De Accentnota sluit aan bij de uitgangspunten van de nieuwe regionale fietsambitie 'Samenwerkingsagenda fiets, regio Arnhem Nijmegen'. De doelen van deze fietsambitie zijn: meer fietsgebruik; betere ontsluiting van stedelijke bestemmingen voor alle inwoners van de stad; de binnenstad beter bereikbaar en aantrekkelijker maken voor fiets; schone lucht en verminderen van CO2 uitstoot; inspelen op de trend van toenemende stedelijke verdichting en urbanisatie; het verduurzamen en toekomstvast maken van het stedelijk vervoersnetwerk; 18

"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

het beïnvloeden van duurzaam stedelijk verplaatsingsgedrag. Openbaar vervoer In december 2018 zijn door de gemeenteraad het HOV-Actieplan en de Stadsnetten-visie vastgesteld. Deze twee beleidsdocumenten voor het openbaar vervoer hebben tot doel om de aantrekkelijkheid en concurrentiekracht van het stedelijk en regionaal OV te vergroten. Om daarmee de bereikbaarheid en economische aantrekkelijkheid van de regio en de steden te verbeteren. Het openbaar vervoer wordt toekomstvast door een kwaliteitsslag met als maatregelen: een netwerk van Hoogwaardig Openbaar Vervoer een mobiliteit te bieden voor iedereen een emissieloos openbaar vervoer door middel van Trolley 2.0. 3.4.2

Toetsing aan verkeers- en mobiliteitsbeleid

Verkeersontsluiting Het nieuwe appartementengebouw met 42 woningen wordt op dezelfde wijze ontsloten als in de bestaande situatie. Het plangebied is direct gelegen aan de Kluizeweg en is zo direct ontsloten voor fiets en auto. Op loopafstand ligt een bushalte met een directe verbinding naar het Centraal Station. Door de sloop en nieuwbouw zal het aantal verkeersbewegingen in de woonwijk 't Cranevelt niet toenemen. De omliggende wegen zijn in voldoende mate ingericht om de huidige verkeersbewegingen eenvoudig en veilig af te wikkelen. Vanuit verkeerskundig oogpunt zijn er geen bezwaren tegen de in dit omgevingsplan besloten ontwikkeling. Parkeren In de huidige situatie wordt er geparkeerd in het openbare gebied. Er zijn parkeerplaatsen aanwezig aan de Kluizeweg en de Mendelssohnlaan. Ook zijn er enkele openbare parkeerplaatsen aanwezig aan de achterzijde van het bestaande appartementen gebouw. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (onder meer de uitspraak van 6 februari 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC3609 en de uitspraak van 7 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV8044), volgt dat bij de beoordeling of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid alleen rekening dient te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan.

Een eventueel bestaand tekort kan als regel buiten beschouwing worden gelaten. Bij vervangende nieuwbouw, zoals in dit geval, houdt dit in dat slechts rekening dient te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan ten opzichte van de reeds bestaande parkeerbehoefte vanwege het te slopen pand. Parkeerbalans In het huidige appartementengebouw zijn 44 appartementen aanwezig. Deze appartementen hebben een gebruiksoppervlakte van ca. 25 m2 (gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580). Voor appartementen met een gebruiksoppervlakte tot 75 m2 geldt een parkeernorm van 1,0 parkeerplaats per appartement. Dit betekent dat er voor het bestaande appartementengebouw 44 parkeerplaatsen aan het openbare gebied mogen worden toegerekend. In het nieuwe appartementengebouw komen 42 appartementen. Deze appartementen hebben een gebruiksoppervlakte van ca. 45 m2 (gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580). Ook voor deze appartementen met een gebruiksoppervlakte tot 75 m2 geldt een parkeernorm van 1,0 parkeerplaats per appartement. Dit betekent dat er voor het nieuwe appartementengebouw 42 parkeerplaatsen nodig zijn. Het nieuwe appartementen gebouw heeft een lagere parkeerbehoefte dan het bestaande appartementengebouw. Er is dus geen sprake van een toename van de parkeerbehoefte.

Gelet op de bovengenoemde jurisprudentie moet een eventueel bestaand tekort aan parkeerplaatsen buiten beschouwing worden gelaten. Nu er geen toename van de parkeerbehoefte is, is het plan uitvoerbaar. Parkeerplaatsen in de openbare ruimte Als gevolg van de sloop en nieuwbouw vinden er veranderingen aan de parkeerplaatsen in de openbare "Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

19

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

ruimte plaats. Aan de Kluizeweg zijn haaksparkeervakken en langsparkeervakken aanwezig. In de nieuwe situatie verdwijnen er drie haaksparkeervakken en komt er één langsparkeervak extra bij. Aan de Kluizeweg is er dus een afname van twee parkeerplaatsen. Aan de Mendelssohnlaan aan de zuidzijde wordt ter hoogte van het nieuwe appartementengebouw één nieuwe parkeerplaats gerealiseerd. Aan de achterzijde van het bestaande appartementengebouw zijn nu tien parkeerplaatsen beschikbaar. In de nieuwe situatie worden hier elf parkeerplaatsen gerealiseerd, hetgeen een toename van één parkeerplaats oplevert. In het gehele plangebied blijft het aantal parkeerplaatsen dus gelijk.

3.5

Welstandsaspecten

3.5.1

Welstandsnota 2015

De Arnhemse Welstandsnota is in 2015 vastgesteld. Arnhem is een aantrekkelijke stad om te wonen en te verblijven. Het uiterlijk van de stad draagt daar aan bij. De gemeente wil dat zo houden. Vanuit het oogpunt dat nieuwe bouwwerken in zijn algemeenheid moeten passen in hun omgeving vormt de bestaande stad het referentie- en inspiratiekader. Voor de meest voorkomende bouwwerken zijn in deze nota gebiedsgerichte criteria opgenomen. Deze criteria zijn per gebied ('géén toets', 'lichte toets' en 'zware toets') anders. Hierna is een kaart met de onderverdeling van de gebieden opgenomen en worden de gebieden nader toegelicht.

20

"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

Afbeelding 3.2. Welstandskaart 2015; Bron: Welstandsnota 2015 Gebied met lichte welstandstoets In gebieden die zich kenmerken door samenhang in het straatbeeld – bijvoorbeeld door een eenheid in dakvormen, architectuur of materiaalgebruik – is het van belang dat dit eigen karakter bewaard blijft. Welstandsregels voor dit niveau zijn beperkt en gaan alleen over het gevelbeeld en de daken die vanaf de straat zichtbaar zijn. Voor de achterkanten van gebouwen gelden geen regels, die zijn dus welstandsvrij. De regels zijn bedoeld om de kenmerken van het gevelbeeld in relatie tot het openbaar gebied op hoofdlijnen in stand te houden. Gelet op de welstandskaart kent de locatie 'Kluizeweg'een lichte welstandstoets. Het plan is op 7 december 2020 en 18 oktober 2021 voorbesproken met Team Welstand en Monumenten. Het Team is zeer positief over het plan.

3.6

Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6, lid 2 Bro)

3.6.1

Algemeen

De Ladder voor Duurzame Verstedelijking is opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van het Rijk en per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Bro in de artikelen 1.1.1 en 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De tekst uit het Bro luidt als volgt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is van toepassing bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Ingevolge artikel 1.1.1, eerste lid, onder i van het Bro is een stedelijke ontwikkeling: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' De ruimtevraag moet bij voorkeur worden opgevangen in het bestaand stedelijk gebied. Op basis van gebiedsspecifieke situatie dient bepaald te worden wat wordt ervaren als stedelijk gebied. In het Bro is in artikel 1.1.1, eerste lid, onder h een definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied.

De betreffende definitie luidt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. 3.6.2

Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking

De provincie Gelderland stuurt op een gezonde regionale woningbouwprogrammering. Hierbij is de provincie opgebouwd in regio's. Arnhem valt binnen de regio Arnhem-Nijmegen en deze regio vormt ook het verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkelingen in Arnhem. Er zijn afspraken gemaakt met de Regio Arnhem Nijmegen over de groei van de woningvoorraad (dus: aantallen nieuwbouw) en over de 'kwaliteiten', zoals het aandeel huur- en betaalbare woningen. Dit is vertaald naar subregio's. Dit omgevingsplan maakt 42 appartementen mogelijk.Gemeente Arnhem heeft conform subregionale en regionale afspraken nog ruimte om plannen toe te voegen. De 42 appartementen daarmee passen binnen de plancapaciteit, zoals binnen de subregio is afgestemd. Wat betreft de kwalitatieve behoefte wordt opgemerkt dat voorliggend plan voorziet in sociale huurappartementen in een groen stedelijk woonmilieu, waaraan concrete behoefte bestaat in Arnhem. Zowel aan sociale huurwoningen, als woningen voor kleinere huishoudens voorzien in een grote behoefte. Wat betreft duurzaamheid wordt opgemerkt dat er hier sprake is van een sloop en nieuwbouw ontwikkeling. Dit betekent sloop van woningen die bouwtechnische aan het eind van hun levensduur zijn "Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

21

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

en nieuwbouw van gasloze woningen. Dit brengt met zich mee dat er sprake is van een duurzame en toekomstbestendige woningbouwontwikkeling. Gelet op het vorenstaande is het voorliggend plan in overeenstemming met de kwantitatieve en kwalitatieve beleidsuitgangspunten/-ambities zoals vervat in de subregionale woonagenda. Resumerend wordt dan ook gesteld dat er zowel kwantitatief als kwalitatief behoefte is aan deze woningen. Het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. De locatie wordt volledig omsloten door het bestaand bebouwd gebied, is gelegen binnen de bebouwde kom van Arnhem, maakt onderdeel uit van een bestemmingsplan voor het stedelijk gebied en is in de huidige situatie reeds bestemd ten behoeve van wonen.

22

"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de verschillende milieu- en omgevingsaspecten onderbouwd.

4.2

Geluid

4.2.1

Algemeen

Wet geluidhinder De Wet geluidhinder heeft tot doel de mens te beschermen tegen geluidhinder. Dit is in de wet uitgewerkt in een normenstelsel voor de toelaatbare geluidbelasting in de woonomgeving. Alleen planologisch nieuwe situaties worden getoetst aan de wet. Daarbij moet er akoestisch onderzoek plaatsvinden naar de gevolgen daarvan voor geluidgevoelige objecten. Naast woningen zijn er nog een aantal andere geluidgevoelige objecten aangewezen zoals scholen en zorginstellingen. In de wet staan regels voor weg- en railverkeerslawaai en voor gezoneerde industrieterreinen. De wet werkt verder met zones: dit zijn aandachtsgebieden rond geluidbronnen waarbinnen regels en normen gelden om de negatieve gevolgen van geluidhinder te beperken. Het wettelijk normenstelsel kent voorts voorkeurswaarden en grenswaarden. Als de geluidbelasting beneden de voorkeurswaarde blijft dan zijn er wettelijk geen belemmeringen voor nieuwe geluidgevoelige situaties. Bij een geluidbelasting tussen de voorkeurswaarde en de grenswaarde moet er een gemotiveerd besluit genomen worden om nieuwe geluidgevoelige ontwikkelingen mogelijk te maken (hogere waarde). Voor het verlenen van een hogere waarde is de nota 'uitvoeringsbeleid hogere grenswaarde' van de gemeente Arnhem van toepassing.

Beleidsplan Geluid Het beleidsplan Geluid heeft tot doel geluidsnormen voor nieuwe situaties af te stemmen op de aard en de functie van een gebied. Hierdoor kan beter rekening gehouden worden met ontwikkelingen en verwachting van de gebruikers van een gebied. In het centrum en dichtbij goed openbaar vervoer wil de gemeente Arnhem veel functies mogelijk maken. Als gebieden intensiever gebruikt worden neemt de kans op geluidhinder ook toe. Andere gebieden zoals de parken worden juist gewaardeerd om hun relatieve rust. Deze uitgangspunten hebben geleid tot een gebiedsgerichte invulling van geluidskwaliteiten binnen Arnhem. Naarmate de geluidbelasting hoger is neemt het belang van een zorgvuldige invulling van de totale leefomgevingskwaliteit toe. Vanwege de dominante woonfunctie in de stadswijken is de na te streven milieubelasting laag. Alleen aan de randen van de stadswijken, waar deze grenzen aan verkeerswegen, wordt een hogere geluidsbelasting toegestaan (-1, onrustig (48 db tot 53 dB) tot –2, zeer onrustig (53 dB tot 58 dB)). 4.2.2

Situatie plangebied

De op te richten geluidgevoelige bebouwing valt binnen de (geluid)invloedsfeer van de Kluizeweg, Bachlaan en de Mendelssohnlaan. Het betreft hier 30 km/uur wegen. 30 km/uur wegen zijn volgens de Wet geluidhinder niet gezoneerd en daarmee niet onderzoeksplichtig. Naar aanleiding van uitspraken van de Raad van State moeten in het kader van een goede ruimtelijke ordening de aangrenzende 30 km/uur wegen wel onderzocht worden. Adviesbureau DGMR heeft de gevolgen van het wegverkeerslawaai op de ruimtelijke ontwikkeling "Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

23

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

onderzocht en gerapporteerd in het onderzoek 'Bouwplan Kluizeweg - onderzoeken geluid en luchtkwaliteit'. Het onderzoek is als bijlage 2 bijgevoegd. Conclusie geluid De planolocatie ligt niet binnen de geluidszone van een weg, spoorweg of industrieterrein. Daarom hoeft niet te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. Wel liggen langs het plangebied wegen met een maxiumsnelheid van 30 km/h. De berekende geluidsbeslastingen passen, gezien de ligging aan de Kluizeweg en aan de rand van stadswijk 't Cranevelt, binnen het Arnhemse beleid. De gecumuleerde waarde is maximaal 54 dB op de noordelijk gevel van het voorgenomen gebouw. Op overige gevels is de geluidsbelasting 52 dB of minder. In een nieuwbouwsituatie en uitgaande van de huidige duurzaamheidseisen is een karakteristieke geluidwering van de gevels te verwachten van 25 dB. Met een benodigde geluidwering van maximaal 21 dB worden extra geluidwerende maatregelen of nader onderzoek dan ook niet nodig geacht om te voldoen aan het gestelde binnenniveau van 33 dB vanuit het Bouwbesluit 2012. Bijna alle woningen hebben daarnaast één of twee geluidluwe gevels. Aan de randen van de stadswijken, waar deze grenzen aan verkeerswegen, wordt incidenteel een hogere geluidsbelasting toegestaan. De berekende geluidbelasting ligt binnen de gemeentelijke incidentele waarden voor een stadswijk.

Ondanks dat de ambitiewaarde wordt overschreden is dit gezien de aanwezigheid van geluidsluwe gevels en de zekerheid dat het binnnenniveau voor geluid niet wordt overschreden acceptabel. Hiermee wordt akoestisch voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Geluidhinder afkomstig van het wegverkeer vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan.

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1

Algemeen

De Europese richtlijnen voor luchtkwaliteit zijn geïmplementeerd in titel 5.2 van de Wet Milieubeheer. Het doel van deze wetgeving is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. De wet is primair gericht op het voorkomen van negatieve effecten op de gezondheid van de mens. Daarnaast zijn er voor de stoffen zwaveldioxide en stikstofoxiden ook normen opgenomen ter bescherming van ecosystemen. Voor het toetsen van ruimtelijke plannen zijn de volgende grenswaarden het meest relevant: PM10 (fijnstof) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 µg PM10/m3 mag niet worden overschreden; 2. de 24 uursgemiddelde concentratie van 50 µg PM10/m3 mag niet vaker dan 35 keer per jaar worden overschreden; NO2 (stikstofdioxide) 1. de jaargemiddelde concentratie van 40 µg NO2/m3 mag niet worden overschreden; 2. de uurgemiddelde concentratie van 200 µg NO2/m3 mag niet vaker dan 18 keer per jaar worden overschreden. Voor de overige stoffen worden in Nederland geen overschrijdingen gerapporteerd.

In de op de Wet milieubeheer gebaseerde algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) zijn regels vastgelegd waaronder projecten (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die niet in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit, zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit, toch doorgang kunnen vinden. De grens ligt bij een toename van maximaal 3%. Om te voorkomen dat in gebieden waar (nog) grenswaarden worden overschreden of dreigen overschreden te worden, een verslechtering van de luchtkwaliteit plaatsvindt, kunnen bij ministeriële regeling bepaalde gebieden en bepaalde broncategorieën worden aangewezen waarbinnen geen gebruik kan worden gemaakt van de NIBM-regeling. 24

"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

4.3.2

Situatie plangebied

Adviesbureau DGMR heeft de gevolgen van voor de luchtkwaliteit op de ruimtelijke ontwikkeling onderzocht en gerapporteerd in het onderzoek 'Bouwplan Kluizeweg - onderzoeken geluid en luchtkwaliteit'. Het onderzoek is als bijlage 2 bijgevoegd. Uit de NIBM-berekening blijkt dat de ruimtelijke ontwikkeling aan de lokale luchtkwaliteit niet in betekende mate is en daarmee voldoet aan de Wet milieubeheer.

4.4

Hinder

4.4.1

Algemeen

Hinder In het kader van bedrijven en milieuzonering dienen de effecten van inrichtingen op hun omgeving (gevoelige bestemmingen, waaronder eventueel nieuw te ontwikkelen woningen) in beeld gebracht te worden. Voorbeelden van hinder zijn geluid, geur, stof of gevaar. In de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering 2009' is een lijst van inrichtingen opgenomen waarbij de inrichtingen op grond van de hinder die zij veroorzaken, zijn opgedeeld in 6 categorieën. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat een inrichting uit categorie 1 relatief weinig hinder veroorzaakt en een inrichting uit categorie 6 bijzonder veel hinder veroorzaakt. Geurhinder van industriële bedrijven Het beleidsplan Geur uit 2010 gaat in op geur afkomstig van industriële bedrijven waarvoor de gemeente Arnhem het bevoegde gezag is. Milieubeleid kan een positieve bijdrage leveren aan maatschappelijke thema's als gezondheid, veiligheid, leefbaarheid, duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. Geur is een milieuaspect dat een belangrijke bijdrage levert aan de leefbaarheid. Het geurbeleid van de gemeente Arnhem sluit, voor zover dat mogelijk is, aan op het geurbeleid van de provincie Gelderland. Het doel van het geurbeleid is dat inwoners van Arnhem nu en in de toekomst niet worden blootgesteld aan geuroverlast door industriële bedrijven. 4.4.2

Situatie plangebied

Het plangebied betreft woningbouw. Dit is geen activiteit die, op basis van de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering', hinder bij omwonenden kan veroorzaken. In de directe omgeving van het plangebied zijn op basis van de bestemming Centrumdoeleinden kantoren, detailhandel, horeca, dienstverlenende bedrijven en maatschappelijke functies mogelijk. Dit betekent vooral milieucategorie 1, 2 activiteiten met een maximale richt(hinder)afstand van 30 meter waar gemotiveerd van kan worden afgeweken. Omdat het gebied het karakter van een gemengd gebied heeft, kan deze richtafstand worden verlaagd naar 10 meter. Deze 10 meter vormt geen belemmering voor de beoogde woningbouw.

4.5

Externe veiligheid

4.5.1

Algemeen

Externe veiligheid Met externe veiligheid wordt bedoeld de kans op overlijden van mensen buiten de grenzen van een bedrijf of transportmedium, als rechtstreeks gevolg van een ongeval met (gevaarlijke) stoffen binnen de grenzen van het bedrijf dan wel het transportmedium. In de externe veiligheid worden twee risicobegrippen gehanteerd het PR (Plaatsgebonden Risico) en het GR (Groepsrisico). Landelijk beleid Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In het Bevi wordt een onderscheid gemaakt in kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. De 10-6 PR contour geldt ten opzichte van kwetsbare objecten als grenswaarde en ten opzichte van beperkt kwetsbare objecten als richtwaarde. Het beoordelingskader voor het groepsrisico is een oriënterende waarde.

"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

25

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

Voor ondergrondse (aardgas)leidingen is er het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en voor de transportroutes (weg, water, spoor) het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het Bevi, Bevt en Bevb zijn de milieukwaliteitseisen vastgelegd die in de ruimtelijke planvorming moeten doorwerken. Gemeentelijk beleid Het beleidsplan externe veiligheid van de gemeente Arnhem beschrijft de mate van gewenste externe veiligheid in Arnhem. Uitgangspunt hierbij zijn de landelijke normen voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In een groot gedeelte van de stad streven we naar het niet doen toenemen van de risico's. Op sommige plekken in de stad, op bedrijventerreinen voor zware industrie en de volgens het structuurplan stedelijke zone accepteren we een hoger risico dan op andere plaatsen. Wel moet daar extra aandacht zijn voor de beschikbare mogelijkheden voor rampenbestrijding, de zelfredzaamheid van mensen en de hulpverlening. 4.5.2

Situatie plangebied

Zowel binnen, als in de directe omgeving van het plangebied vinden geen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaats. Dit betekent dat er vanuit externe veiligheid geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan zijn.

4.6

Groen en ecologie

4.6.1

Algemeen

Wet natuurbescherming (Regels ter bescherming van de natuur) De Wet natuurbescherming (Wnb) vervangt sinds 2017 het wettelijke stelsel voor de natuurbescherming zoals dat was neergelegd in de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet, door één integraal en vereenvoudigd kader. De Wnb neemt de Europese regelgeving als uitgangspunt. Waar dat noodzakelijk is voor een adequate bescherming van natuurwaarden waarvoor geen specifieke bescherming is voorzien in Europese regelgeving worden aanvullende nationale beschermingsvoorschriften verankerd. De wet gaat over de bescherming van de kernnatuurwaarden en de houtopstanden, als onderdeel van een groter maatregelenpakket gericht op de bescherming van natuurwaarden en het tegengaan van biodiversiteitsverlies. De taken en verantwoordelijkheden worden zoveel mogelijk bij de provincies neergelegd. Bescherming van gebieden Voor de instandhouding van gebieden die zijn aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitat-richtlijn (Natura 2000-gebieden) stelt de Wnb specifieke kaders. De Natura 2000-gebieden in Arnhem zijn Veluwe en Rijntakken.

Het is verboden om zonder vergunning een project te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstelling voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Indien het project afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, dan moet een passende beoordeling worden gemaakt van de gevolgen voor het gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen. Alleen indien daaruit met zekerheid blijkt dat het plan of project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet aantast, wordt de vergunning verleend. Als de zekerheid niet kan worden verkregen, dan kan een vergunning alleen worden verleend als er geen alternatieve oplossingen zijn, er sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen (de zgn. “ADC-toets“) Op het moment dat een passende beoordeling nodig is, moet voor het kaderstellend plan (zoals een bestemmingsplan) een plan-MER worden gemaakt.

De beheerplannen – waarin de uitwerking in omvang, ruimte en tijd van de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden plaatsvindt en waarin de voor die gebieden te treffen maatregelen in samenhang worden beschreven – zijn kaderstellende instrumenten. Ingeval overeenkomstig het 26

"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

beheerplan wordt gehandeld is verzekerd dat de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen niet in het geding is. Bescherming van soorten De Wnb sluit aan bij het specifieke beschermingsregime uit de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn en de natuurbeschermingsverdragen. Er wordt voorzien in concrete verboden ten aanzien van onder meer het vangen en doden van in die bronnen genoemde diersoorten, de verstoring van deze soorten en aantasting van hun rust- en voortplantingsplaatsen, alsmede in een verbod op het plukken en vernielen van bepaalde planten. Voorts wordt voorzien in limitatief opgesomde gronden voor ontheffing van deze verboden. Alleen opzettelijk verrichte handelingen zijn strafbaar. Bij vogels zijn bovendien verstoringen niet strafbaar als de staat van instandhouding van die vogelsoorten niet in gevaar komt. Gedeputeerde staten kunnen onder voorwaarden ontheffing verlenen van de verboden. Daarnaast geldt als beschermingsregime voor (nationale) soorten: a. een zorgplicht die van toepassing is op alle natuurwaarden in Nederland; b. een verbod op het opzettelijk doden van de in de bijlage van de wet genoemde dieren, met een ontheffingsregime dat ruimer is dan dat voor internationaal en Europees beschermde soorten (zoogdieren, reptielen, amfibieën en thans op een rode lijst staande vissen, dagvlinders, libellen en kevers) (82 soorten); c.

een verbod op het vangen van dieren genoemd in de bijlage en het opzettelijk beschadigen van hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen (zoals de dassenburcht); en d. een verbod op het plukken of opzettelijk vernielen van in de bijlage genoemde vaatplanten (63 soorten, waaronder orchideeën). Er wordt voorzien in ruimere ontheffingsmogelijkheden dan voor de strikt beschermde soorten gelden (artikel 3.10 lid 2). Voorts wordt het aantal bejaagbare soorten uitgebreid, worden door gedeputeerde staten goedgekeurde faunabeheerplannen sturend bij de schadebestrijding, populatiebeheer en jacht en is de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het stelsel van soortenbescherming, met inbegrip van de taken van het (op te heffen) Faunafonds, bij de provincies komen te liggen. Groenvisie 2017-2035 De Groenvisie gaat over het Groen-blauw raamwerk, de stedelijke hoofdgroenstructuur, vertaald in doelen, ambities en ontwikkelopgaven. Dit Groen-blauw raamwerk van de stad bepaalt het gezicht van de stad en de aantrekkelijkheid van uiteenlopende woon- en recreatiemilieus. Het gaat daarbij om de waarden vanuit landschap, cultuurhistorie, ecologie, water en recreatief gebruik op gemeente en op particuliere terreinen. Aan groen worden de laatste jaren steeds meer waarden en kwaliteiten toegekend. Zo ook aan het Arnhemse groen.

Daarbij valt te denken aan gezondheid, klimaat (verminderen van hitte en van wateroverlast), milieu (verbeteren luchtkwaliteit), stadslandbouw, dierenwelzijn, toerisme en sport en bewegen. Het groen biedt ruimte voor een gezonde, leefbare, aantrekkelijke en daarmee ook toekomstbestendige woon- en werkomgeving. De Groenvisie legt niet alleen het Groen-blauw raamwerk vast, dus de stedelijke hoofdgroenstructuur, maar geeft ook richting aan het belang van groen in de wijken, zodat initiatieven de waarden van het groen (landschap, biodiversiteit, gezondheid, waterbuffering, koelte) niet aantasten maar juist versterken. Zij vormt daarmee een basis voor de vertaling naar de (planologische) bescherming van waardevolle gebieden en waardevolle bomen in de bestemmingsplannen. Er wordt ingezet op het versterken van de natuurwaarden in het Groen-blauw netwerk en het stedelijke gebied. Bij de realisatie van (nieuw) bouw bestaan er veel kansen voor de vergroting van de biodiversiteit in de stad: de natuurinclusieve stad. Voor het plangebied zetten we in op typische soorten van de gebouwde omgeving: o.a. vleermuizen, gierzwaluw en huismus. De visie zorgt voor een actualisatie van de Arnhemse regels met betrekking tot groencompensatie. In de "Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

27

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

Groenvisie zijn nu de actuele Arnhemse regels groencompensatie 2017 opgenomen. Uitgangspunt blijft dat de totale groenbalans in de stad neutraal moet blijven of toeneemt. Moet er toch groen verdwijnen, dan wordt dat gecompenseerd. Eerst kwantitatief, dan kwalitatief en als laatste financieel. Bij financiële compensatie wordt de waarde van het groen en de boomopstanden gestort in het Groenfonds. Het provinciale beleid met betrekking tot groencompensatie heeft betrekking op bos binnen het Gelderse Natuurnetwerk. Daar waar de provinciale compensatieregels gelden treden de gemeentelijke terug. 4.6.2

Situatie plangebied

Wet natuurbescherming - gebieden Om te bepalen of er als gevolg van het realiseren en het gebruik van de geplande woonbebouwing significante negatieve effecten kunnen optreden vanwege stikstofdepositie op relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving is een onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 3 bij deze toelichting. Dit is beoordeeld door de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA). Het voorgenomen project is beoordeeld op de verwachte stikstofdepositie in zowel de aanleg- als gebruiksfase. Er is een AERIUS berekening aangeleverd. In de omgeving van het plangebied is het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Veluwe', op circa 900 meter afstand. ‘Rijntakken’ is op ongeveer 5 kilometer gelegen. Aanlegfase Per 1 juli 2021 is met de inwerkingtreding van het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering, de wetgeving ten aanzien van de stikstofdepositie afkomstig van emissie bij de bouw verandert. Hiermee is er geen vergunningsplicht op basis van de Wet natuurbescherming voor de aanlegfase van een project. De vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten. Gebruiksfase Omdat nieuwe woningen sinds 1 juli 2018 verplicht gasloos worden gebouwd, is ten aanzien van het gebruik van de woning geen sprake van stikstofemissie en depositie op Natura 2000-gebieden. Wel is het van belang om te kijken naar de verwachte toename van het aantal verkeersbewegingen.

Omdat er evenveel woningen gerealiseerd worden als er nu zijn, is er geen toename te verwachten in de verkeersgeneratie. In het rapport is dit wel meegenomen met de kengetallen uit een recente CROW publicatie. Het AERIUS resultaat van 0.00 mol/ha/jaar is te verwachten aan de hand van deze invoer. Conclusie Door de de inwerkingtreding van het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering geldt er voor de bouwen sloopfase geen vergunningplicht. In gebuiksfase is er geen sprake van stikstofdepositie op de Natura-2000 gebieden. Hierdoor is er geen sprake is van een vergunningplichtige situatie in het kader van de Wet Natuurbescherming. Hiermee vormt het aspect stikstof geen belemmering voor dit omgevingsplan. Wet natuurbescherming - soorten Adviesbureau De Groene Ruimte heeft een Quickscan soortenbescherming uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 4 bijgevoegd. Uit het onderzoek blijkt het volgende: Er is geen beschermde flora aanwezig. Vaste verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen niet worden uitgesloten en zijn zelfs waarschijnlijk, getuige uitwerpselen die op meerdere plekken werden gevonden onder en aan de gevels. Verblijfplaatsen kunnen zich bevinden in spouwmuren die toegankelijk zijn via open stootvoegen. Er is geen sprake van vaste verblijfplaatsen van overige beschermde zoogdiersoorten zonder vrijstelling in de onderzochte panden.

Jaarrond beschermde nestplaatsen van Gierzwaluw zijn mogelijk aanwezig. Nestmogelijkheden bevinden zich met name in de open stootvoegen in de kopse gevels. Beschermde verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van reptielen, amfibieën en vissen zijn uitgesloten. Beschermde verblijfplaatsen van insecten en andere ongewervelden zijn uitgesloten. Adviesbureau De Groene Ruimte heeft naar aanleiding van de resultaten van de Quickscan 28

"Chw Omgevingsplan Kluizeweg" (vastgesteld)

Chw Omgevingsplan Kluizeweg

soortenbescherming een nader onderzoek uitgevoerd voor gierzwaluwen en vleermuizen. Het onderzoek is als bijlage 5 bijgevoegd. Uit het nadere onderzoek blijkt het volgende: Het is uitgesloten dat de planlocatie nesten van gierzwaluwen bevat. Het gehele gebouw dient als massakraamverblijf voor de Gewone dwergvleermuis. Er zijn maximaal 230 vastgesteld die uitvlogen uit open stootvoegen van alle verdiepingen op alle windrichtingen. De dieren kwam ook onder de dakranden vandaan. Tevens is één zomerverblijf van Gewone grootoorvleermuis vastgesteld. Het gaat om een verblijf van 4 of 5 dieren. In het najaar zijn 3 paarverblijven vastgesteld van de Gewone dwergvleermuis. Massa-winterverblijven zijn niet aangetroffen. Het is niet uitgesloten dat een enkele Gewone dwergvleermuis overwinterd in de spouwmuur. Vanwege de aanwezigheid van de verschillende vleermuis soorten is er een ontheffing nodig op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb). De provincie Gelderland is heeft de Wnb-ontheffing verleend. Op 21 april 2022 hebben zij het definitieve besluit bekend gemaakt onder zaaknummer 2021-010373. In het kader van de ontheffing zijn mitigerende maatregelen getroffen. Aan het naastgelegen appartementengebouw aan de Mendelssohnlaan zijn vijf tijdelijke kraamkasten aangebracht. Deze kunnen ook gebruikt worden als zomer- en paarverblijf.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Arnhem&id=5848aa0c-0a72-4eb0-9035-0baa59a02dea