Agendabundel
Tekst van het document
Regio Deal Arnhem-Nijmegen De Regio Deal Arnhem-Nijmegen, Gezonde groene groei, is op 1 november 2023 gesloten tussen het Rijk, de provincie Gelderland, TEB en de GMR. De Regio Deal geldt voor de periode 2024-2027. Meer dan honderd private en publieke partijen werken samen aan zes programmalijnen: • gezond leven • toekomstbestendig wonen • sterke bedrijvigheid • werkende arbeidsmarkt • grenzeloos samenwerken • wijk- en dorpsgericht werken Door het Rijk is vijftien miljoen euro beschikbaar gesteld voor deze Regio Deal en daar staat minstens zoveel cofinanciering van de deelnemende partijen tegenover. Dit betekent dat met de uitvoering van deze Regio Deal minstens dertig miljoen euro in de regio wordt geïnvesteerd. Bij een aantal projecten binnen de Regio Deal is de GMR inhoudelijk betrokken. Dit is opgenomen bij de uitwerking van de vijf opgaven in hoofdstuk 2 tot en met 6. We zijn bijvoorbeeld betrokken bij meerdere projecten in de programmalijn “toekomstbestendig wonen”. Deze projecten vallen onder de Circulaire regio. De financiële bijdrage aan de Regio Deal-projecten is verwerkt in de betreffende opgave. De GMR is de coördinator van de hele Regio Deal. In de begroting van het regiobureau zijn deze kosten verwerkt. Een deel is voor eigen rekening en een deel wordt bekostigd uit de toegekende rijksbijdrage. De provincie Gelderland is kassier voor de Regio Deal.
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen ● Regionale agenda & begroting 2025-2028 ● CONCEPT 10042024
10/52
2.
Groene groeiregio
De opgave Groene groeiregio bestaat uit twee delen: • verbinden van de ruimtelijke opgaven • wonen in balans, versnellen van de woningbouwopgave
2.1
Verbinden van de ruimtelijke opgaven
Toelichting op de opgave In de GMR hebben we te maken met veel ruimtelijke opgaven. In deze regionale agenda zijn de verschillende opgaven uitgewerkt. De verschillende opgaven kunnen niet los van elkaar gezien worden. De ruimte in onze regio is schaars, onze middelen zijn beperkt en de verschillende opgaven hebben effect op elkaar. Het integraal bekijken en waar mogelijk verbinden van de verschillende opgaven is nodig om tot goede keuzes en maximale resultaten te komen. Daarover gaat deze opgave. Als basis hiervoor hebben de gemeenten in de GMR in de vastgestelde Verstedelijkingstrategie (2022) een ambitie uitgesproken voor “Meer landschap meer stad”. Een gebalanceerde groei waarbij stedelijke ontwikkeling wordt gecombineerd met natuur, landschap en klimaat, economie en bereikbaarheid. In daaropvolgende documenten, zoals het regioarrangement (2023) en het NOVEX ontwikkelperspectief (2023), is deze lijn doorgezet en verder uitgewerkt. Deze documenten helpen gemeenten bij het maken van hun lokale omgevingsbeleid. Voor het realiseren van de regie op de ruimtelijke opgaven is een aanpak uitgewerkt die uit vier onderdelen bestaat: 1. Afstemming tussen de vijf opgaven en de daaruit voortkomende ruimtelijke doelstellingen 2. Nadenken over de toekomst om nu de juiste keuze te maken 3. Ondersteuning bij de uitvoering van gebiedsprogramma’s 4.
Kansen en knelpunten programmeren en agenderen bij provincie, Rijk en andere partners
Afstemming tussen de vijf opgaven en de daaruit voortkomende ruimtelijke doelstellingen We zorgen voor regie en verbinding op inhoud, proces en uitvoering voor de ruimtelijke doelstellingen uit de verschillende opgaven. We faciliteren het inhoudelijke gesprek over de ruimtelijke thema’s door middel van eerdergenoemde integratietafel. Hieraan bespreken we met bestuurders en stakeholders onderwerpen die meerdere opgaven van de GMR raken en die afstemming en eventuele keuzes vergen. Vraagstukken die op de agenda staan zijn onder meer: netcongestie, inpassingen duurzame energieopwekking, bereikbaarheid, robuust watersysteem en natuur versterken, stikstofreductie, ruimte voor bedrijven, GMR 2120 (water en bodem sturend) en de verduurzaming van onze woningbouw. We gebruiken 2024 om te oefenen met deze integratietafel. Als hulpmiddel voor deze gesprekken brengen we de ruimtelijke consequenties van onze opgaven in kaart en bouwen dit uit tot een ruimtelijke monitor. Hiermee bieden we overzicht aan gemeenten en andere partijen over de stand van de ruimtelijke ontwikkeling in de regio. Dit helpt om de (integrale) ruimtelijke vraagstukken te verbeelden, te bespreken en te programmeren.
Nadenken over de toekomst om nu de juiste keuze te maken In 2023 heeft de GMR samen met de Wageningen University & Research een toekomstbeeld van de regio voor 2120 opgesteld. Deze toekomstvisie laat zien hoe wij over honderd jaar zouden kunnen leven in deze regio. In de toekomstvisie worden de belangrijkste thema’s die spelen aangestipt; nu én in het jaar 2120. Het natuurlijke systeem (rivier, natuur en landbouw) is als basis genomen. Dit
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen ● Regionale agenda & begroting 2025-2028 ● CONCEPT 10042024
11/52
toekomstbeeld is geen blauwdruk. Het is bedoeld om ons gezamenlijke gesprek over de toekomst te voeden, zodat we nu de juiste keuzes maken. In Nederland en in onze regio spelen grote maatschappelijke en ecologische uitdagingen die ons allemaal raken, zoals huisvesting, (drink)water en verdrogingsproblemen, energietransitie en sociale rechtvaardigheid. De oplossingen voor deze uitdagingen zijn niet eenvoudig en vragen langetermijndenken. Om tot oplossingen te komen, helpt het om eerst te kijken naar het langetermijnperspectief voor de regio en vandaaruit terug te redeneren naar wat we nu moeten doen. De toekomstvisie van de GMR 2120 wordt als achtergronddocument gebruikt om de nu te maken ruimtelijke keuzes tegen het licht te houden.
Ondersteunen uitvoering gebiedsprogramma’s De afgelopen jaren is gewerkt aan de ambitie, ontwerpprincipes en agenda’s voor onze regionale ruimtelijke ontwikkeling: verstedelijkingsstrategie, regioarrangement, NOVEX ontwikkelperspectief. In 2024 is de stap richting programmeren en uitvoering gemaakt. Gemeenten, provincie, regio, waterschappen en andere partners in het gebied hebben samen ruimtelijke gebiedsprogramma’s opgesteld voor vier gebieden: Liemers, Middengebied, Veluwezoom (incl. Arnhem) en Rijk van Nijmegen (incl. Nijmegen). Deze gebiedsprogramma’s vormen een kapstok voor lokaal- en provinciaal omgevingsbeleid en geven zicht op de randvoorwaarden die nodig zijn voor gebalanceerde groei van het gebied. In de periode 2025-2028 is het gebiedsprogramma het ‘spoorboekje’ voor de bovenlokale ruimtelijke ontwikkeling in deze gebieden. Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatregelen die daarin benoemd zijn en kunnen voor ondersteuning terecht bij de GMR. Deze ondersteuning kan bestaan uit coördinatie tussen de gebieden, kennis en het leveren van aanvullende capaciteit. Om daadwerkelijk uitvoering te geven aan de ruimtelijke opgaven, is het nodig dat randvoorwaarden op orde zijn. Aandachtspunten zijn onder meer netcongestie, natuurherstel (stikstof) en mobiliteit. Via de vijf opgaven wordt hier invulling en uitvoering aan gegeven.
Vanaf 2025 scherpen we de gebiedsprogramma’s, samen met de gemeenten, verder aan en kijken we welke actualisatie(s) nodig zijn in aanverwante ruimtelijke trajecten. We agenderen benodigde financiële bijdragen voor bovenlokale maatregelen bij onze partners in NOVEX-verband en bij de bestuurlijke overleggen zoals het BO MIRT en BO Leefomgeving.
Kansen en knelpunten programmeren en agenderen bij Provincie, Rijk en andere partners De uitvoering van de ambities van de GMR is mede afhankelijk van beleid en middelen van Rijk en provincie. We faciliteren de samenwerking en agenderen de ambities van GRM. • NOVEX uitvoeringsagenda Met het NOVEX ontwikkelperspectief hebben we voor de periode tot 2040 richting gegeven aan de ruimtelijke keuzes die nodig zijn. Dit vormt de basis voor de strategische besluiten en uitvoeringsafspraken tussen alle overheidspartijen. De uitvoering van maatregelen wordt geprogrammeerd en gemonitord via de gezamenlijke NOVEX uitvoeringsagenda. De gebiedsprogramma’s van de GMR en de ervaringen met de uitvoering daarvan, vormen een belangrijke grondslag voor het adaptief bijstellen van deze uitvoeringsagenda. • ambities van de GMR verbinden aan provinciale plannen Het is belangrijk dat de ambities van de GMR een goede plek krijgen in de provinciale agenda’s, bijvoorbeeld in de provinciale Omgevingsvisie, de bijbehorende verordening en andere meer sectorale programma’s, zoals voor het landelijke gebied, mobiliteit, economie en wonen. In 2025 actualiseren wij samen met de provincie het regioarrangement. Enerzijds aan de hand van de nieuwste inzichten vanuit het Rijk (Nota Ruimte Rijk, landelijk coalitieakkoord 2024-2027) en provincie en anderzijds gevoed door de gebiedsprocessen in de regio.
Wij agenderen onze groenblauwe maatregelen via het provinciale programma Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG).
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen ● Regionale agenda & begroting 2025-2028 ● CONCEPT 10042024
12/52
2.2
Wonen in balans: versnellen van de woningbouw
Toelichting op de opgave Sinds 2020 werken de gemeenten in de GMR samen met het Rijk en de provincie aan de woningbouwopgave. Dit is vastgelegd in de Woondeal 2.0. In de regio is het tekort aan betaalbare woningen onverminderd hoog. Samenwerking op woonbeleid is nodig om de snelheid van realisatie te vergroten, betaalbare woningen te bouwen en de huisvesting voor specifieke doelgroepen te realiseren. Een regionale aanpak helpt in het slim toevoegen van woonruimte in de bestaande voorraad. Begin 2025 is een actualisatie van de tweede Woondeal afgerond: de Woondeal 2.1. De belangrijkste aanpassingen in deze tweede Woondeal zijn: • aanscherping van de woningbouwopgave rond wonen en zorg • actualisatie van de woningbouwambitie De GMR heeft de ambitie om te wonen in balans. In de woningbouwopgave spelen verschillende vraagstukken tegelijkertijd, die in samenhang aangepakt moeten worden. Continuïteit en versnelling van de bouwproductie heeft prioriteit. Waarbij voldoende betaalbare woningen voor lage en middeninkomens gerealiseerd moeten worden. Daarbij komt de opdracht om te voorzien in voldoende huisvesting voor ouderen en andere aandachtsgroepen. Maar deze vragen over beschikbaarheid van woningen, is slechts een deel van wonen in balans.
Even belangrijk zijn vraagstukken over klimaatadaptie en circulariteit in de woningbouw, het realiseren van leefbare wijken met voldoende mogelijkheden voor recreatie en werkgelegenheid en samenhang tussen verstedelijking en gebiedsontwikkeling.
Onze doelen De doelen voor de opgave wonen in balans zijn: • continuïteit en versnelling in de bouwproductie: - realiseren van minimaal 26.500 woningen van 2025 tot en met 2030, waarvan minimaal 34.500 woningen zijn opgenomen in plannen - beter benutten van bestaande voorraad • betaalbare woningen voor lage en middeninkomens; nieuwbouw in de regio bestaat vanaf 2025 in alle gemeenten uit minimaal 30% sociale huur en twee derde deel betaalbare woningen • voldoende huisvesting voor aandachtsgroepen: - ouderen en aandachtsgroepen die afhankelijk zijn van specifiek passende woningen kunnen in alle gemeenten van de GMR een woning vinden - in antwoord op de groeiende behoefte aan gezonde en veilige woonplekken voor arbeidsmigranten realiseren van meer aanbod • klimaatadaptieve, conceptuele en circulaire woningbouw • leefbare wijken
Onze activiteiten Voor het realiseren van onze doelen werken we aan vijf speerpunten.
Speerpunt continuïteit en versnelling van de bouwproductie De ambitie in de Woondeal is de realisatie van minimaal 33.000 woningen van 2022 tot en met 2030, en waar mogelijk meer. Richting 2040 gaat het om zo’n 55.000 woningen. Ons doel is een gezonde woningmarkt met een woningtekort van 2%. Circa 20.000 van deze woningen worden gerealiseerd in drie grootschalige NOVEX woningbouwlocaties: Nijmegen Stationsgebied, Nijmegen Kanaalzone en
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen ● Regionale agenda & begroting 2025-2028 ● CONCEPT 10042024
13/52
de Spoorzone Arnhem-Oost. Op zeventien andere versnellingslocaties worden 17.000 woningen gebouwd. In de periode van deze regionale agenda gaat het om gemiddeld 4.300 woningen per jaar. De GMR stimuleert de woningbouw op verschillende manieren: • woningmarktmonitor Jaarlijks actualiseren we de woningmarktmonitor, zodat we een scherp beeld van realisatie en plancapaciteit hebben. En we voeren periodiek een woningbehoefteonderzoek uit. • hulp bij generieke vraagstukken Via tempotafels organiseren we gesprekken met marktpartijen en woningcorporaties over randvoorwaarden voor realisatie. We identificeren samen generieke kansen en knelpunten. We bieden hulp om generieke vraagstukken bij verschillende gemeenten te helpen oplossen, door voorbeeldaanpakken voor alle gemeenten te ontwikkelen. Vanuit de regio is menskracht beschikbaar om deze aanpakken te implementeren. Daarnaast is er vanuit de Flexpool een hulpbrigade om specifieke vraagstukken vanuit projecten te helpen oplossen: zowel inhoudelijke expertise, projectleiders als mediators. • lobby voor adequate financiële ondersteuning Deze ondersteuning is nodig voor (ruimtelijke inpassing van) betaalbare woningen.
De afgelopen periode is de GMR samen met gemeenten succesvol geweest in het naar de regio halen van schaarse rijksmiddelen vanuit de Woningbouwimpuls, de regeling huisvesting aandachtsgroepen, de stimuleringsregeling ontmoetingsruimten in ouderenhuisvesting, het Mobiliteitsfonds (versnellingsafspraken en mobiliteitspakketten), het gebiedsbudget voor de grootschalige woningbouwlocaties en de Start Bouw Impuls. De komende periode zet de regio zich blijvend in voor het benutten van landelijke en provinciale middelen. • personele capaciteit gemeenten Een belangrijke randvoorwaarde voor meer woningbouw is beschikbaarheid van voldoende personeel bij gemeenten. Dit staat bij gemeenten onder druk. Vanuit de regio bieden we menskracht via een Flexpool. Vanaf 2025 ontvangen wij hiervoor structurele financiering van de provincie en werken we aan een meer structurele inbedding van de Flexpool in de regioorganisatie. Tegelijkertijd neemt de Netwerkdirectie het initiatief om met oplossingen te komen, zoals de gezamenlijke projectleiderspool. Dit moet bijdragen aan een solide basis voor alle gemeenten in een steeds moeilijkere arbeidsmarkt. • onderzoek planlocaties We doen samen met de gemeenten een onderzoek naar de planlocaties voor periode 2030-2035.
• organiseren van randvoorwaarden Voor voldoende woningbouw zijn de aanpak van stikstof en ruimte voor aansluitingen op het elektriciteitsnet belangrijke randvoorwaarden. Samenwerking vanuit de Woondeal met de regionale aanpak voor netcongestie is cruciaal en hier zetten we op in, samen met de Productie, Circulaire en Ontspannen regio. • beter benutten bestaande voorraad Meer woonruimte creëren kan door de bestaande voorraad beter te benutten, bijvoorbeeld door optoppen en splitsen. Nu al vindt een substantieel deel (ca. 20%) van de toevoegingen plaats in de bestaande voorraad. De GMR heeft in 2023-2024 een aanpak voor het beter benutten van de bestaande voorraad ontwikkeld. We bouwen deze aanpak verder uit. Daarnaast werken we met woningcorporaties en marktpartijen werkwijzen uit voor betere benutting van de bestaande voorraad, zodat procedures op lokaal niveau verkort kunnen worden. Daarin betrekken we de (eventuele) mogelijkheden die instrumenten, zoals een leegstandverordening en de Wet goed verhuurderschap bieden, om binnen de bestaande voorraad meer woonruimte te realiseren.
Speerpunt betaalbare woningen voor lage en middeninkomens In de Woondeal is afgesproken dat gemeenten bij nieuwbouw twee derde betaalbare en minimaal 30% sociale huur realiseren. Deze doelstelling vraagt, dat gemeenten de woningcorporaties maximaal
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen ● Regionale agenda & begroting 2025-2028 ● CONCEPT 10042024
14/52
in positie brengen om hun aandeel in de woningbouwopgave te kunnen realiseren. De GMR ondersteunt gemeenten hierbij. • voorbeeld aanpakken ontwikkelen GMR, Woonkr8 (samenwerkende woningcorporaties) en Aedes werken met gemeenten en corporaties een aantal pilotaanpakken uit voor de realisatie van sociale huur binnen de woningbouwprogramma’s. Deze pilotaanpakken rollen we in 2025 uit over de regio. • monitoring realisatie De regio maakt inzichtelijk of er voldoende plannen voor sociale huur zijn. Via jaarlijkse monitoring houden we vinger aan de pols op de realisatie van de doelen. Via de Woondeal zorgen we voor uniforme definities. • gemeentelijk grondbeleid We onderzoeken gemeentelijk grondbeleid en de waardering van grond. We bieden gemeenten instrumentarium met voorbeeldaanpakken om grondbeleid te voeren en ondersteunen vanuit de Flexpool met de implementatie hiervan. We helpen bij het verwerven van eventuele nieuwe subsidieregelingen van Rijk en/of provincie, die gericht zijn op het verminderen van de ‘onrendabele toppen’ en het realiseren van economisch uitvoerbare plannen. We lobbyen voor voldoende financiële mogelijkheden voor (sociale) woningbouw en trekken daarin samen op met Woonkr8 en Aedes.
Speerpunt voldoende huisvesting voor aandachtsgroepen In het rijksprogramma Een thuis voor iedereen is de ambitie geformuleerd dat alle gemeenten hun fairshare nemen in de huisvesting van specifieke aandachtsgroepen. Specifieke aandachtsgroepen zijn bijvoorbeeld mensen die uitstromen uit instellingen, statushouders en arbeidsmigranten. • implementatie woonzorgvisie Voor een deel van deze aandachtsgroepen is een combinatie van wonen en zorg noodzakelijk. Naast afspraken over beschikbaarheid van woningen, zijn dus afspraken over de bijbehorende welzijns- en zorgvoorzieningen nodig. In 2024 zijn deze afspraken uitgewerkt in de regionale woonzorgvisie. Deze wordt uitgewerkt in lokale woonzorgvisies of, als er sprake is van al bestaande lokale woonzorgvisies, - waar nodig - in lijn gebracht met deze regionale visie. Vanaf 2025 wordt de woonzorgvisie geïmplementeerd. Deze implementatie bestaat uit nadere afspraken tussen de regio, gemeenten, corporaties en zorginstellingen over investeringen in de woonzorginfrastructuur. Dit vraagt een stevige verbinding met het gemeentelijk sociaal domein. • huisvesting arbeidsmigranten In alle gemeenten in de regio is een aanzienlijk deel van de arbeidsplaatsen ingevuld door arbeidsmigranten. De gemeenten in de GMR hebben uitgesproken zich gezamenlijk verantwoordelijk te voelen voor menswaardige leefomstandigheden voor arbeidsmigranten.
In 2024 is een onderzoek afgerond naar de huisvestingsopgave in relatie tot de economische sectoren. Op basis hiervan wordt een regionale aanpak geformuleerd. De GMR gaat de realisatie van deze aanpak coördineren, ondersteunen en monitoren. Dit gebeurt in samenwerking met de opgave Productieve regio.
Speerpunt klimaatadaptieve, conceptuele en circulaire woningbouw In de Woondeal zijn doelstellingen opgenomen over de transitie naar conceptueel en circulair bouwen, met als doel in 2030 te komen tot een halvering van de uitstoot van CO₂, stikstof en gebruik van primaire grondstoffen bij het bouwproces van woningen. In 2023 is een programma Conceptueel en Circulair Bouwen (CCB) gestart. We trekken hierin samen op met de opgave Circulaire regio; meer informatie hierover is opgenomen in hoofdstuk 6.
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen ● Regionale agenda & begroting 2025-2028 ● CONCEPT 10042024
15/52
Speerpunt wijk- en dorpsgericht werken (leefbare wijken) Het realiseren van woningen zorgt niet automatisch voor een regio waar wonen in balans is. In de GMR zetten we in op leefbare wijken en dorpen. Hieraan werken we door integraal te kijken naar onze opgaven (zie paragraaf 2.1 Verbinden van ruimtelijke opgaven). Daarnaast werken we via twee programma’s aan specifieke vraagstukken. • programmalijn wijk- en dorpsgericht werken Regio Deal De energietransitie bestaande bouw, gezonder leven en verbeteren van de leefbaarheid in de wijk lukt alleen in samenspel met bewoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en lokale overheid. In deze programmalijn van de Regio Deal leren en onderzoeken we in vijf wijken in de gemeenten Rheden, Druten, Wijchen, Berg en Dal en Doesburg, welke aanpak in welk type wijk werkt en welke werkzame elementen kunnen worden gebruikt in andere wijken. Kennis wordt gedeeld via de leerkring Wijk en dorpsgericht werken. Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) ondersteunt deze leerkring. De vijf gemeenten krijgen financiële ondersteuning, zodat daadwerkelijk resultaten geboekt kunnen worden op de inhoudelijke thema’s. • het Nationale Programma Leefbaarheid en Veiligheid Hiervan maakt Arnhem-Oost onderdeel uit.
Dit programma heeft als doel om de achterstanden in onderwijs, werk, inkomen, wonen, gezondheid, leefbaarheid en veiligheid in de vijf wijken (Klarendal, Geitenkamp, Presikhaaf-West, Malburgen en het Arnhemse Broek) aan te pakken. De geleerde lessen uit dit programma worden via de leerkring Wijk- en dorpsgericht werken gedeeld met de andere gemeenten in de regio.
Financieel overzicht In onderstaand overzicht staat de begroting voor de Groene groeiregio voor de planperiode van deze agenda en de realisatie van de begroting van 2023. realisatie begroting 2023 2024
2025
meerjarenraming 2026 2027
2028
(bedragen x € 1.000) Groene groeiregio Lasten Baten Saldo baten en lasten Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve Saldo na reserves
1.195 1.195 -
882 882 -
1.568 1.568 -
1.606 1.606 -
1.606 1.606 -
1.606 1.606 -
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen ● Regionale agenda & begroting 2025-2028 ● CONCEPT 10042024
16/52
3.
Productieve regio
Toelichting op de opgave Een gezonde economie draagt bij aan de gezondheid, leefkwaliteit, het milieu, onderwijs, de sociale cohesie en opgaven die we hebben op het gebied van energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie. Economie gaat over werk, aantallen bedrijven en banen. Maar dat niet alleen, het gaat ook over onderwerpen als innoveren en verduurzamen, banen voor iedereen in een nieuwe steeds meer digitale omgeving. Dit is het werkveld van de opgave Productieve regio. Met de enorme woningbouwopgave in onze regio is er behoefte aan nieuwe werkplekken, zodat mensen in hun directe omgeving kunnen werken en talent voor de regio wordt behouden. We zetten in op het meer in balans brengen van wonen en werken. Dit vraagt om meer ruimte voor economische activiteiten en arbeidsplaatsen. Onze ambitie is een toekomstbestendige economie in 2040. In onze visie Economie van de Toekomst haken we aan bij actuele ontwikkelingen als de energietransitie, de circulaire transitie en de grote woningbouwopgave. Dit document vormt samen met de afspraken in het Verstedelijkingsakkoord de basis voor onze koers op economie. We willen de kwaliteiten van onze regio steviger profileren en economische potenties beter benutten. De regio blinkt vooral uit in de innovatieve topsectoren energy, health en hightech.
De topsectoren zijn momenteel samen met logistiek goed voor ongeveer 30% van de bedrijven en 50% van de banen. De kracht van deze bedrijven, geflankeerd door een campus, universiteit, hogeschool en diverse ROC’s maakt deze regio uitermate interessant. De topsectoren zijn belangrijk voor het innovatieve vermogen in de regio. Voor deze sectoren moet voldoende ruimte voor doorontwikkeling in de regio zijn. TEB heeft hierin de lead, is aanjager en verbinder vanuit de triple helix. Samen met het bedrijfsleven, onderwijs- en kennisinstellingen en de overheden stimuleren zij innovaties in deze topsectoren. TEB werkt daarbij samen met de provincie en de GMR. De GMR staat samen met TEB aan de lat voor een goed vestigingsklimaat en beschikbare ruimte voor circulaire economie, de energietransitie (onderstations, batterijopslag) en voor de topsectoren op (en rond) campussen. Naast de topsectoren zien we dat deze regio de meest bereikbare en centraal gelegen Europese regio is, waardoor ook de logistieke sector floreert. We hebben een sterk midden- en kleinbedrijf (mkb), veel innovaties komen uit dit segment. Onze kracht zit in de combinatie van de topsectoren, een sterk mkb en een logistieke sector die randvoorwaardelijk is voor ons economisch functioneren. Human capital is een belangrijke randvoorwaarde om onze maatschappelijke doelen te kunnen bereiken.
Met succes is de afgelopen periode gewerkt aan een Human Capital Agenda en een Human Capital Akkoord. Van strategie en beleid is het nu tijd voor uitvoering en projecten. Dit gebeurt in triple helix verband, waarbij TEB de regie voert. Human capital is daarom geen speerpunt meer in deze regionale agenda. We blijven er wel bij betrokken, aangezien het Human Capital Akkoord onderdeel is van de Regio Deal en we als GMR vertegenwoordigd zijn in de board van TEB.
Onze doelen • voldoende ruimte op toekomstbestendige werklocaties om onze ambities uit het RPW 2024 voor 2025-2028 te realiseren: - herstructurering en verdichting van bestaande werklocaties - behoud van werklocatiefuncties voor het mkb - verduurzaming van werklocaties via herstructureringstrajecten: energietransitie, circulariteit en klimaatadaptie - ruimte voor circulaire economie en hoge milieucategorie bedrijven - ruimte voor de ontwikkeling van de campussen, op de campussen en in de omliggende gemeenten • het stimuleren van ondernemerschap in het mkb
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen ● Regionale agenda & begroting 2025-2028 ● CONCEPT 10042024
17/52
• het stimuleren van ontwikkeling naar een circulaire economie • een schoon en slim logistiek ecosysteem om de leefbaarheid, economie en bereikbaarheid in de regio te verbeteren
Onze activiteiten We richten ons op een toekomstbestendige economie. We willen behouden wat goed is, kansen grijpen en versterken wat beter kan. We monitoren de economische ontwikkelingen jaarlijks met de Economische Monitor. De basis hiervoor is gelegd in 2023. We bouwen dit uit tot een meer uitgebreide monitor/dashboard. De Economische Monitor helpt om te bepalen waar de focus moet liggen. Wat zijn de sterke punten in onze regio? Wat is kansrijk en wat niet? Waar schieten we tekort? Met deze monitor kunnen we sturen op kengetallen en beleid maken op basis van feiten en ontwikkelingen. De activiteiten die we ondernemen om onze doelen te realiseren, zijn ingedeeld in drie speerpunten.
Speerpunt toekomstbestendige werklocaties Goede, toekomstbestendige werklocaties zijn belangrijk voor de economie in de GMR. Deze werklocaties moeten zo zijn ingericht dat bedrijven er goed kunnen ondernemen, nu en in de toekomst. Daarnaast spelen werklocaties een belangrijke rol in het behalen van onze doelstellingen voor de energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit. • Regionaal Programma Werklocaties (RPW) Dit is operationeel op 1 januari 2025. Hierin hebben we afspraken gemaakt over hoe om te gaan met bedrijventerreinen, kantoorlocaties, perifere detailhandel en campussen. In dit RPW maken we een flinke kwalitatieve slag ten opzichte van het vorige RPW, waar het vooral ging over nieuwe ontwikkelingen op de juiste plek. Toekomstige uitbreidingen van werklocaties kunnen en willen we niet meer automatisch in uitleggebieden laten landen. Herstructurering, verdichting en verduurzaming van bestaande terreinen, door middel van sloop en nieuwbouw, is het nieuwe uitgangspunt in het RPW. Een ingewikkelde, kostbare en langjarige opgave waarvoor samenwerking tussen gemeenten, bedrijven, provincie en het Rijk nodig is. We onderzoeken de meerwaarde van de oprichting van een regionaal ontwikkelbedrijf. We stimuleren de ontwikkeling naar een circulaire economie en we nemen de ruimtevraag hiervoor mee in de regionale afspraken.
Dit doen we in nauwe samenspraak met de Circulaire regio. Gedurende de uitvoeringsperiode van het RPW vindt binnen het Intergemeentelijk Overleg Werklocaties (IOW) toetsing aan het RPW van ingediende plannen plaats. Tevens worden de trajecten rondom herstructurering van werklocaties en omgaan met netcongestie verder geconcretiseerd en waar mogelijk tot uitvoering gebracht. We ondersteunen gemeenten daarbij. Om het jaar monitoren we of de gemaakte afspraken binnen het RPW overeenkomen met de feitelijke situatie op dat moment. We onderzoeken met de Verbonden regio waar, wat betreft mobiliteit, kansen en knelpunten kunnen ontstaan. In 2024 is onderzoek gedaan naar de benodigde personele capaciteit bij gemeenten in relatie tot het RPW. Deze input is medebepalend voor onze ondersteuning hierop richting gemeenten. • klimaatadaptatie op werklocaties Werklocaties kunnen positief bijdragen aan onze ambitie om slimmer om te gaan met de gevolgen van klimaatverandering. De gevolgen van droogte, hitte, hevige regenbuien, hoog- en laagwater zijn namelijk ook op werklocaties merkbaar. De Ontspannen regio richt zich vooral op de ruimtelijke aspecten van klimaatadaptatie. Binnen de Productieve regio richten we ons vooral op kennisdeling, het organiseren van themabijeenkomsten en het delen van best practices voor meer klimaatadaptieve werklocaties.
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen ● Regionale agenda & begroting 2025-2028 ● CONCEPT 10042024
18/52
• Regio Deal programmalijn “sterke bedrijvigheid” In de Regio Deal is een van de benoemde urgente opgaven: het tegengaan van de achterblijvende economische groei. Onder de programmalijn “sterke bedrijvigheid” werken we een project uit dat is gericht op toekomstbestendigheid van werklocaties. Op zeven bedrijventerreinen in de regio, wordt gewerkt aan toekomstbestendigheid en daarmee aantrekkelijkheid. Dat gebeurt door een hogere organisatiegraad, grotere en duurzame beschikbaarheid van duurzame energie, betere leveringszekerheid van grondstoffen door hergebruik, recycling en kortere ketens, betere (digitale) bereikbaarheid en een goede balans tussen leefomgeving en industrie. Wij ondersteunen hierbij.
Speerpunt verbeteren van de dienstverlening aan het mkb Mkb’ers in de regio hebben aangegeven dat de dienstverlening voor het mkb vaak niet naar wens verloopt. Hierdoor worden kansen gemist en problemen niet opgelost. Dit wordt bevestigd door betrokken stakeholders in de regio. De belangrijkste problemen zijn: • er is veel aanbod maar er is onvoldoende inzicht in de behoefte van de ondernemers • er is veel aanbod in ondersteuning in de regio maar dat is niet op elkaar afgestemd; de dienstverlening is daardoor minder efficiënt en doeltreffend • mkb’ers zien door de bomen het bos niet meer qua aanbod; er is behoefte aan één loket Om de dienstverlening aan het mkb te verbeteren zetten we in op de volgende vier punten: 1. We faciliteren de onderlinge samenwerking en afstemming tussen alle partijen in de regio, We brengen partijen bij elkaar, organiseren bijeenkomsten en initiëren werkgroepen. 2. We organiseren samen met de partners een “no wrong door systeem”. Dit betekent dat het niet uitmaakt waar een mkb’er aanklopt, we zorgen dat de ondernemer op de juiste plek terecht komt. 3. We hebben afgelopen periode enkele tools ontwikkeld voor het mkb zoals inzicht in het financieringslandschap mkb tot een miljoen. Deze tools worden ondergebracht in de dienstverlening. Daarbij nemen we thema’s als digitalisering en innovatie hierin mee. 4.
Het delen van kennis door het verbinden en ontsluiten van landelijke, provinciale, regionale en lokale programma’s voor mkb’ers. Onder leiding van het HAN lectoraat Kansrijk Ondernemen en de betrokken stakeholders werken we jaarlijks aan een praktijkgericht onderzoeksvoorstel en dienen we deze in bij het subsidieprogramma SIA-RAAK. Op deze manier ontwikkelen we stap voor stap passende dienstverlening voor onze ondernemers.
Speerpunt slimmere en schonere logistiek Met de groei van de regio zal het relatieve belang van logistiek in ieder geval de komende jaren toenemen. Vanuit een Europees perspectief is deze regio een strategisch knooppunt van transportcorridors naar elke windrichting. Dit geeft mogelijkheden en kansen, maar ook bedreigingen. We willen de negatieve impact van transport en logistiek op de leefomgeving tot een minimum beperken én onze groei in wonen en werken faciliteren. • het speerpunt slimmere en schonere logistiek kent vier onderwerpen: - verslimmen aanpak laadinfrastructuur (Circulaire opgave) - versterken en verschonen multimodaliteit (Verbonden opgave) - signaleren externe ontwikkelingen (Verbonden opgave) - ruimtelijke inpassing (Productieve opgave) Het doel is om de inzet van duurzame logistiek in de regio te maximaliseren. De coördinatie van het speerpunt krijgt hierbij vorm vanuit de Productieve opgave. Een nadere toelichting per deelonderwerp volgt in deze agenda bij de genoemde opgaven. • ruimtelijke inpassing
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen ● Regionale agenda & begroting 2025-2028 ● CONCEPT 10042024
19/52
We nemen logistiek mee in de ruimtelijke planningsvraagstukken. Dat doen we bijvoorbeeld in het RPW. Logistiek is namelijk niet alleen een verkeerskundig, maar ook een ruimtelijk vraagstuk. Het gaat daarbij om de realisatie van voorzieningen als (circulaire) bouwhubs, laadinfrastructuur, truckparkings en/of stadshubs. We ondersteunen regiogemeenten met het ontwikkelen van hubs op kansrijke locaties.
Financieel overzicht In onderstaand overzicht staat de begroting voor de Productieve regio voor de planperiode van deze agenda en de realisatie van de begroting van 2023. realisatie begroting 2023 2024
2025
meerjarenraming 2026 2027
2028
(bedragen x € 1.000) Productieve regio Lasten Baten Saldo baten en lasten Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve Saldo na reserves
658 658 -
878 843 -35 35 -
714 714 -
768 768 -
587 587 -
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen ● Regionale agenda & begroting 2025-2028 ● CONCEPT 10042024
689 689 -
20/52
4.
Ontspannen regio
Toelichting op de opgave We willen als regio groeien in balans. Groei in inwoners, wegen, huizen, bedrijvigheid in balans met groei van de kwaliteit van onze leefomgeving. Kwaliteit van de leefomgeving is een breed begrip. Het gaat over een groene omgeving, met ruimte voor (rivier)natuur, waardevolle landschappen, land- en tuinbouw, klimaatadaptatie, mogelijkheden om te recreëren, goede voorzieningen op het gebied van cultuur, cultuurhistorie, recreatie, wonen, zorg, winkels, scholen, sportvoorzieningen, et cetera. We heten niet voor niets de groene metropoolregio. We vinden het behouden en versterken van groen en blauw van onze regio belangrijk. Onze verstedelijking is nauw verbonden en vervlochten met het landelijk gebied en het groen en blauw in onze regio. Het landelijk gebied van GMR heeft veel variatie in het landschap, waardevolle cultuurhistorie, natuurgebieden en grote rivieren. De hoofdopgave “natuurherstel en robuust watersysteem” uit het NOVEX ontwikkelperspectief is in onze regio dan ook van cruciaal belang. Een groot deel van het landelijk gebied van de GMR is agrarisch gebied. De landen tuinbouw in onze regio is divers van aard: intensievere land- en tuinbouw wordt afgewisseld door meer natuurinclusieve land- en tuinbouw.
Onze regio is rijk aan innovatieve initiatieven voor de transitie van de land- en tuinbouw, die bijdragen aan onze doelen van natuur en het aantrekkelijker maken van het landschap, o.a. voor recreatie. De hoofdopgave “Transitie van de landbouw” uit het NOVEX ontwikkelperspectief is voor onze regio relevant. Klimaatadaptatie is een belangrijke opgave in onze regio. Steeds vaker en heftiger merken we de gevolgen van droogte, hitte, hevige regenbuien, hoog- en laagwater. Om een gezonde en leefbare regio te blijven, is het noodzakelijk dat we ons aanpassen aan die veranderingen. Belangrijke leidraad daarbij is de Kamerbrief “Water en Bodem sturend”. Daarbij moeten in 2027 alle EU-lidstaten voldoen aan doelen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW). De GMR kent een rijke cultuurhistorie, die zich ook in het landschap laat zien. Deze waardevolle landschappen, (rivier)natuur en cultuurhistorie willen we behouden en versterken. Dat willen we vanwege de intrinsieke waarde van deze landschappen én zodat onze inwoners en bezoekers van deze landschappen kunnen genieten. De GMR wil een aantrekkelijke regio voor eigen inwoners en toeristen zijn, met toegankelijke recreatieve en toeristische voorzieningen, die passen bij de vraag. We streven naar een goede spreiding van recreanten over de regio. Dit is ten eerste belangrijk voor behoud en herstel van natuur, landschap en cultuurhistorie.
In bepaalde gebieden willen we niet te veel en soms zelfs geen bezoekers, zodat natuur en landschap zich kunnen herstellen en ontwikkelen. Spreiding van recreatie is belangrijk voor een goede beleving van natuur, landschap en cultuurhistorie en voor de leefbaarheid van steden en dorpen. In de afgelopen periode hebben we drie verhaallijnen gekozen die we op regionaal niveau verder willen ontwikkelen. Deze verhaallijnen zijn: Romeins verleden, WOII en Leven met het water. Een beleefbare regio met mooie verhalen draagt bij aan de identiteit van onze regio en aan een aantrekkelijk en gezond woon- en leefklimaat. Met nieuwe, slimme verbindingen en samenwerkingsverbanden verleiden we op termijn gasten om nieuwe plekken en producten te ontdekken. Zo draagt toerisme bij aan welvaart en welzijn in de regio en het versterken van het regionale verdienvermogen. Tegelijkertijd levert deze aanpak een bijdrage aan de (be)leefbaarheid van huidige hotspots. Hiervoor is een goed routenetwerk en een goede herkenbaarheid, bekendheid, vindbaarheid en bereikbaarheid van recreatieve locaties en routes voor zowel inwoners als toeristen belangrijk. We doen dit in nauwe samenwerking met Toerisme Veluwe Arnhem Nijmegen (TVAN). Daarbij is de vitaliteit van onze recreatief-toeristische sector van belang.
Om te kunnen voldoen aan de groeiende vraag naar recreatief-toeristische voorzieningen is een gezonde recreatief-toeristische sector, met een gevarieerd aanbod, nodig.
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen ● Regionale agenda & begroting 2025-2028 ● CONCEPT 10042024
21/52
In de GMR hebben we een bloeiend creatief klimaat en cultureel leven en kennen we een sterke culturele infrastructuur. Kunst en cultuur dragen bij aan een aantrekkelijk woon- en werkklimaat, zijn belangrijk voor het sociale klimaat en de leefbaarheid van de regio. Cultuurregio 025 kent een eigen culturele signatuur en kracht. Bijzonder is dat nagenoeg de complete culturele keten van opleiding, productie en presentatie in 025 aanwezig is voor alle kunstvormen: toneel, muziek, dans, film, letteren, beeldende kunst, vormgeving en mode. De (inter)nationale top is hier aanwezig, evenals een innovatief middensegment met makers, gezelschappen, kleine en middelgrote podia, (kunst- en erfgoed) musea en festivals, expositieruimten, creatieve ondernemers, broedplaatsen en productiehuizen. Daarnaast kent de regio bloeiende amateurkunstgezelschappen die onze dorpskernen leefbaar en levendig houden. We vinden het belangrijk dat elk Gelders kind zich kan ontplooien en we willen cultuur, ons erfgoed en (de voorstellingen in) onze culture instellingen toegankelijk houden voor iedereen. Wij concentreren ons op bovenstaande thema’s. Omdat het bij ieder van deze thema’s belangrijk is om regionaal samen te werken. Dit betekent niet dat voorzieningen zoals scholen, winkels en sport niet belangrijk zijn.
Integendeel: die maken eveneens een belangrijk onderdeel uit van de leefomgeving en leefkwaliteit. Maar dit zijn zaken die door gemeenten individueel of in andere, bestaande bovenlokale verbanden worden opgepakt. Het thema bruisende binnensteden, krachtige kernen komt in deze regionale agenda, in tegenstelling tot de vorige regionale agenda, dan ook niet terug: datgene wat we regionaal op willen pakken is inmiddels belegd binnen verschillende andere opgaven.
Onze doelen • “Meer landschap, meer stad”; groen en blauw in stedelijk en landelijk gebied versterken: - behoud en herstel van natuur en biodiversiteit - een robuust water- en riviersysteem, dat past bij de veranderende klimaatomstandigheden - het creëren van drieduizend hectare extra uitloopgebied in onze regio, waarin inwoners en bezoekers kunnen recreëren • een aantrekkelijke regio zijn voor bezoekers van binnen en buiten de regio: - goede en toegankelijke toeristische-recreatieve voorzieningen - een goede spreiding van recreatief-toeristische voorzieningen over de regio, o.a. met het oog op natuurbehoud en herstel - goede culturele voorzieningen en een actief cultureel netwerk van topinstellingen, middensegment, amateurkunst, cultuureducatie en vrijwilligers
Onze activiteiten We werken aan de realisatie van onze doelen via drie speerpunten. In de afgelopen jaren hebben we gewerkt aan het concreet en uitvoerbaar maken van onze ambities. We zijn gestart met de uitvoering van die plannen. Voor de periode 2025-2028 ligt onze focus op de uitvoering. Dat doen we als regio niet zelf; de uitvoering gebeurt door gemeenten en andere partners. Wij ondersteunen die uitvoering wel. Door betrokkenen bij elkaar te brengen, samenwerking te organiseren, gebiedsprocessen te helpen organiseren, financieringsstrategieën te ontwikkelen en middelen te helpen organiseren, te lobbyen en ons verhaal in te brengen in NOVEX en andere samenwerkingen. Daarnaast zorgen we dat we onze aanpak, samen met alle betrokkenen, aanpassen op nieuwe kansen en ontwikkelingen.
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen ● Regionale agenda & begroting 2025-2028 ● CONCEPT 10042024
22/52
Speerpunt groen-blauw raamwerk en landelijk gebied • uitvoeringsprogramma groen-blauw raamwerk en landelijk gebied Uitvoeren van dit programma in nauwe samenhang met de gebiedsprocessen, zoals beschreven bij de Groene groeiregio in paragraaf 2.1. Dit betekent verdere uitwerking en uitvoering van het groen-blauw raamwerk, waarbij we ons focussen op regio-overstijgende thema’s en gebieden. Belangrijke thema’s zijn de invulling van water en bodem sturend en de bijdragen van land- en tuinbouw en de landbouwtransitie aan onze doelen in het groen en blauw. Voor de uitvoering van het groen-blauw raamwerk is capaciteit nodig bij gemeenten. Deze brengen we in kaart en we helpen gemeenten met het organiseren hiervan en het zoeken naar financiering hiervoor. De gebieden waarop we ons richten zijn: - het Liemerse Broek en de recreatieve uitloopgebieden in de Liemers - de doorontwikkeling en realisatie van Park Lingezegen en de Ambitie voor de Boven-Linge in het Middengebied - de Groene Mantel in het Rijk van Nijmegen, met daarbinnen o.a.
de Blauwe motor, groenblauwe dooradering en Kop Malden - natuur- en beekherstel in de Veluwezoom - Gelderse Poort in relatie tot de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) en Integraal riviermanagement (IRM); binnen deze programma’s onderzoeken we of we onze doelen voor natuurherstel en een robuust watersysteem in samenhang en samenwerking kunnen realiseren - groen en blauw in de stad en daarmee een bijdrage leveren aan klimaatadaptatie; zie Circulaire regio • lobby en organiseren financiering Provincie Gelderland en het Rijk zijn al belangrijke partners in de uitvoering van onze activiteiten, we blijven actief werken aan het realiseren van samenwerking, delen van kennis en verwerven van financiering. Op Europees vlak verkennen we de mogelijkheden voor het verkrijgen van financiering voor de uitvoering en het delen van kennis.
Speerpunt recreatie en toerisme • voorbereiden ruimtelijke keuzes om recreatie en bezoekers beter te spreiden over de regio Waar we op veel onderwerpen de afgelopen jaren al een mooie basis hebben gelegd en ons nu op uitvoering kunnen richten, geldt dat niet voor de spreiding van recreatie. We moeten op basis van het groen-blauw raamwerk en het toeristisch-recreatieve aanbod in de regio nadenken over hoe spreiding van recreatie en toerisme over de regio kan worden gestimuleerd. Een belangrijk vraag hierbij is hoe recreatie en toerisme goed kan samengaan met andere functies, zoals natuur, landschap en landbouw. Samen met de Verbonden regio kijken we hoe hubs en toeristische overstappunten (TOP’s) hier een rol in kunnen spelen. In 2024 maken we hiermee een start, maar wij zullen dit verder moeten uitwerken en verfijnen in 2025 en daarna. • uitvoeren ambitiedocument en uitvoeringsplan verhaallijnen In 2024 maken we een ambitiedocument en uitvoeringsplan voor de verhaallijnen. De uitwerking van de verhaallijnen WOII, Leven met het water en Romeinen maken hier in ieder geval onderdeel van uit. Vanaf 2025 gaan we werken aan de uitvoering van dit plan. Het (helpen) uitvoeren van het Masterplan Romeins verleden maakt hier onderdeel van uit.
• fiets- en wandelroutenetwerk verder uitbreiden en beleving toevoegen In samenwerking met de Verbonden regio werken we aan de verdere uitbreiding van fiets- en wandelroutenetwerken door bijvoorbeeld TOP’s te realiseren. Het beheer en onderhoud van de routenetwerken maakt vooralsnog geen onderdeel uit van de bijdrage en rol van de GMR. We zijn wel betrokken bij het nadenken en besluiten over de manier waarop dit wordt georganiseerd. Mocht in 2024 blijken dat we een rol hebben in beheer en onderhoud, dan doen we hiervoor een voorstel aan gemeenten, inclusief de benodigde randvoorwaarden in capaciteit en geld.
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen ● Regionale agenda & begroting 2025-2028 ● CONCEPT 10042024
23/52
• profileren bezoekersmogelijkheden in de regio We gaan samen met o.a. TVAN de verschillende recreatie- en bezoekersmogelijkheden in de regio goed en in balans op de kaart zetten en profileren. We doen dit vanuit de uitgangspunten van de samenwerkende gemeenten, waar de drie verhaallijnen onderdeel van zijn.
Speerpunt cultuur • uitvoeringsplan transformatievoorstel cultuur We richten ons op het afronden van de uitvoering van het uitvoeringsplan om onze culturele infrastructuur te versterken. Daarnaast zorgen we dat de resultaten van dit uitvoeringsplan een plek krijgen binnen de bestaande organisaties en initiatieven. We doen dit samen met de provincie. Het gaat hier om het borgen van de resultaten van vier van de vijf hoofdlijnen van het uitvoeringsplan: innovatie in de culturele sector, cultuureducatie, opleiding van professionals in de kunst en het versterken van de ondersteuning van amateurkunst en vrijwilligers. De hoofdlijn van het versterken van de verhaallijn Romeinen, wordt geborgd in het uitwerken van de drie verhaallijnen (zie speerpunt recreatie en toerisme). • verkenning Nijmegen culturele hoofdstad Nijmegen verkent of zij een bod wil doen voor culturele hoofdstad 2033. We hebben afgesproken samen op te trekken in die verkenning en een eventueel vervolg daarop. We richten ons op het ontwikkelen van een bod dat bijdraagt aan onze regionale opgaven en vraagstukken in brede zin (dus niet alleen cultuur). • aansluiten bij landelijke en provinciale ontwikkelingen Op landelijk niveau wordt steeds meer gekeken naar de (cultuur)regio’s als het gaat om cultuur en cultuurbeleid. We volgen deze ontwikkelingen en spelen daar op in.
Ditzelfde geldt voor de ontwikkelingen op provinciaal niveau.
Financieel overzicht In onderstaand overzicht staat de begroting voor de Ontspannen regio voor de planperiode van deze agenda en de realisatie van de begroting van 2023. Voor 2024 wordt nog een begrotingswijziging voorgelegd, die een direct gevolg is van de begrotingswijziging die in 2023 op het speerpunt Duurzaam toerisme is geaccordeerd. Hiermee komt de totale begroting voor 2024 uit op € 770.000. realisatie begroting 2023 2024
2025
meerjarenraming 2026 2027
2028
(bedragen x € 1.000) Ontspannen regio Lasten Baten Saldo baten en lasten Toevoeging aan reserve Onttrekking aan reserve Saldo na reserves
500 500 -
531 531 -
704 704 -
722 722 -
722 722 -
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen ● Regionale agenda & begroting 2025-2028 ● CONCEPT 10042024
722 722 -
24/52
5.
Verbonden regio
Toelichting op de opgave Deze opgave gaat over veilige en duurzame bereikbaarheid van onze regio. Onze mobiliteit verbindt meer stad met meer landschap. We zetten daarom in op een mobiliteitskoers in evenwicht met de andere opgaven in de regio. We werken vanuit een integraal perspectief, zodat de toekomstige mobiliteitsmaatregelen niet alleen goed zijn voor onze bereikbaarheid, maar ook bijdragen aan een prettige leef- en woonomgeving, gezondheid en natuur en recreatie. De verstedelijkingsopgave in de regio is groot. Er zijn 60.000 extra woningen en extra werklocaties nodig tot 2040. De mobiliteitsdruk neemt toe. Uitgaande van het huidige mobiliteitsgedrag, ontstaan door 60.000 extra woningen alleen al zo’n 300.000 extra dagelijkse autoritten. Zonder extra investeringen zijn de nieuwe woningen letterlijk en figuurlijk onbereikbaar. De locatie waar we bouwen, maakt voor mobiliteit veel uit. De regio kiest bewust ervoor om de extra benodigde woningen zo veel als mogelijk te bouwen in bestaand stedelijk gebied rondom OV-knooppunten. Dit leidt niet alleen tot minder extra autoritten, maar geeft daarnaast een mobiliteitstransitie naar meer openbaar vervoer, meer fietsgebruik en meer verplaatsingen te voet. Een groot aantal mobiliteitsmaatregelen zijn essentieel voor onze woningbouwopgave.
Zonder verbeterde ontsluiting en mobiliteitsmaatregelen is het onmogelijk de afgesproken aantallen woningen en bijbehorende werklocaties te realiseren. We signaleren in toenemende mate knelpunten in het mobiliteitsnetwerk, die alleen in samenhang op te lossen zijn. In het landelijk gebied stijgt het autogebruik en is alternatief vervoer te beperkt aanwezig. Alternatieven voor autovervoer zijn nodig om het landelijk gebied voor iedereen duurzaam bereikbaar te houden. Het beter op elkaar laten aansluiten van verschillende modaliteiten is noodzakelijk voor de mobiliteitstransitie en de bereikbaarheid van de regio. Regionale samenwerking is hiervoor een voorwaarde. De mobiliteitstransitie geldt niet alleen voor de toekomstige inwoners. Ook de huidige inwoners in de regio krijgen hiermee te maken. De transitie vraagt investeringen in onze infrastructuur en gedragsverandering van onze bewoners. Daarvoor is het nodig dat mensen minder gaan reizen, vaker buiten de spits reizen of vaker kiezen voor een duurzaam alternatief. Onze ambitie is duurzame bereikbaarheid voor inwoners en bedrijfsleven. Bereikbaarheid is voor inwoners en bedrijfsleven cruciaal om mee te doen aan de maatschappij. We zetten meer in op nabijheid en het voorkomen van bereikbaarheidsongelijkheid. Met de nieuwe OV-concessie voor de regio op komst (2026) is er een reële kans op verschraling van het OV-aanbod.
We vragen met klem aandacht voor het behoud van het OV-aanbod. De in 2024 vastgestelde position paper en bijbehorende ambitienetwerkkaart is leidraad voor onze verdere aanpak. We zien steeds grotere verschillen tussen stad en ommeland. In het landelijk gebied neemt het gebruik van OV en fiets af en stijgt het autobezit en autogebruik. Terwijl in de steden het autogebruik stabiliseert, het OV-aandeel standhoudt en de fiets enorm groeit. De toenemende autoafhankelijkheid leidt ertoe dat inwoners zonder rijbewijs of zonder auto in bepaalde kernen niet meer volwaardig mee kunnen doen in de samenleving. En het draagt niet bij aan de gewenste verduurzaming van onze mobiliteit. Vanuit het klimaatakkoord zijn tussen Rijk, provincie en regio afspraken gemaakt om integrale duurzame mobiliteitsmaatregelen uit te werken. Voor het verminderen van de CO₂-uitstoot zijn concrete doelen afgesproken: 55% CO₂-reductie in 2030 (ten opzichte van 1990) en nagenoeg geen CO₂-uitstoot meer in 2050. Deze doelen zijn breed omarmd en vragen om flinke ingrepen, niet in de laatste plaats in onze mobiliteit. Immers, ruim 25% van de CO₂-uitstoot komt door onze mobiliteit. Om de afgesproken CO₂-reductie te behalen, zijn duurzame mobiliteitsmaatregelen nodig. In 2024 zijn
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen ● Regionale agenda & begroting 2025-2028 ● CONCEPT 10042024
25/52
hiervoor de koers en ambities uitgewerkt in een Regio Mobiliteitsprogramma (RMP). In de periode 2025-2028 maken we samen met de provincie en de gemeenten afspraken over de verdere implementatie van het RMP. Wij onderzoeken of een eventueel regionaal mobiliteitsfonds van toegevoegde waarde is en wat de consequenties daarvan zijn. Vanuit Europa gezien vormt de GMR een strategisch knooppunt van transportcorridors. In Den Haag worden plannen ontwikkeld voor oplossingen op de lange termijn, voor extra capaciteit voor goederenvervoer via weg, water en spoor in Oost-Nederland. De GMR heeft hierin geografisch gezien een strategische schakelrol. Deze goederencorridors concurreren in ruimte met andere opgaven in onze regio, zoals de woningbouwopgave. Een verwachte toename in goederenvervoer heeft impact op de bereikbaarheid en leefbaarheid in de regio zelf. En kan een toenemend gevoel van onveiligheid, overlast en/of gezondheidsproblemen voor onze inwoners betekenen. Het wordt steeds drukker op onze wegen. Met de toenemende verkeerdrukte wordt de kans op ongelukken groter. Naast een goede bereikbaarheid is het vooral belangrijk dat het veilig is in het verkeer. De oplossing daarvoor ligt niet alleen in een goede infrastructuur met veilige wegen en fietspaden. Het gedrag van iedereen die aan het verkeer deelneemt, speelt hierin een belangrijke rol.
Om verkeersslachtoffers te voorkómen, pakken we de belangrijkste risico’s aan (risico-gestuurde aanpak).
Onze doelen Mobiliteit en bereikbaarheid staan niet op zichzelf, maar moeten in balans zijn met de andere doelen rondom verstedelijking, klimaat, veiligheid en gezonde leefomgeving. We willen terughoudend zijn met het uitbreiden van de ruimte die voor mobiliteit nodig is, omdat de schaarse ruimte ook nodig is voor andere functies. We streven daarom niet naar maximalisatie van de bereikbaarheid, maar naar een optimale bereikbaarheid in relatie tot de andere doelstellingen. Mobiliteit en bereikbaarheid zijn integrale vraagstukken geworden. We willen bijdragen aan de doelen van brede welvaart en een bijdrage leveren aan de afgesproken CO2-reductie. • toekomstbestendig mobiliteitsnetwerk Een toekomstbestendig mobiliteitsnetwerk is een randvoorwaarde om de ambities van onze verstedelijkingsopgave tot 2040 uit te voeren. We willen de bereikbaarheid verbeteren en ons mobiliteitssysteem toekomstbestendig maken door: - het beter benutten van de beschikbare capaciteit van onze infrastructuur, door te stimuleren om minder, buiten de spits of op minder drukke dagen te gaan reizen - daar waar knelpunten blijven bestaan, streven we naar een vergroting van de capaciteit en doorstroming van het mobiliteitsnetwerk; dat geldt zowel voor fiets, bus, trein als auto • toegang voor iedereen Iedereen heeft recht op bereikbaarheid, zodat iedereen kan meedoen in onze samenleving.
Iedere inwoner in de GMR heeft in 2028 alternatieven voor de (eigen) auto beschikbaar binnen loopafstand (deelmobiliteit, (flexibel) OV) of korte fietsafstand (HOV). Bereikbaarheid wordt niet alleen bepaald door de afstand (nabijheid) en snelheid (reistijd), maar ook door de toegankelijkheid en betaalbaarheid van vervoermiddelen en het voorhanden zijn van alternatieven. We willen dat onze inwoners in 2028 meer ontplooiingsmogelijkheden hebben dan nu. Concreet willen we dat onze inwoners meer arbeidsplaatsen/voorzieningen binnen een acceptabele reistijd binnen bereik hebben. • duurzame manier van reizen We streven naar een mobiliteitssysteem waarin het logischer en aantrekkelijker is om een bewuste keuze te maken voor een duurzame manier van reizen. Dat wil zeggen: niet of op een ander tijdstip reizen, of met een duurzaam vervoersmiddel of een ketenreis met een combinatie daarvan. Onze meetbare doelstelling is dat er eind 2026 zo’n 20.000 nieuwe ‘Slimme & Schone reizigers’ zijn ten opzichte van 2022.
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen ● Regionale agenda & begroting 2025-2028 ● CONCEPT 10042024
26/52
• veiligheid Onze ambitie is nul verkeersslachtoffers via een risico-gestuurde aanpak. Eind 2028 is het aantal verkeersdoden en -gewonden in elke gemeente ten opzichte van 2021 gedaald. • gezondheid en aantrekkelijke leefomgeving We willen meer korte ritten met de fiets. In 2028 is de fiets en de e-bike het meest gekozen vervoermiddel in onze regio voor korte ritten. Daarmee verbeteren we enerzijds de vitaliteit van onze inwoners en zorgen anderzijds voor een gezondere luchtkwaliteit.
Onze activiteiten Voor het realiseren van onze doelen werken we met twee speerpunten.
Speerpunt voorzieningen en infrastructuur • uitwerken mobiliteitsafspraken met Rijk Investeringen in ons mobiliteitsnetwerk zijn noodzakelijk om de regio bereikbaar te houden. Hiervoor hebben we afspraken gemaakt met het Rijk en de provincie. We zetten in op het uitwerken hiervan. De afspraken hebben betrekking op: - verbreding A50 - realisatie doortrekking A15/verbreding A12 - spoor Utrecht-Arnhem-Duitse grens - vrije spoorkruising Arnhem-Oost - netwerkanalyse 2030-2040 Regio Foodvalley/GMR - RegioExpres: sneltrein op spoor Arnhem-Doetinchem-Winterswijk • investeringen in spoor Op het spoor is en wordt fors geïnvesteerd. Door realisatie van het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS), de aanpak van Station Nijmegen en elektrificatie van de Maaslijn. Belangrijke wensen voor ons zijn de frequentieverhoging van de sprinter tussen NijmegenWijchen-Oss-Den Bosch en de Maaslijn, het verbeteren van de spoorlijn Tiel-Arnhem, het versterken van de ICE-verbinding tussen Arnhem en Frankfurt/Berlijn en het versnellen van de IJssellijn. Het knelpunt brug Ravenstein en de overwegveiligheid zijn hierbij aandachtspunten. Daarnaast speelt de discussie over de noordtak van de Betuweroute. Door deel te nemen aan alle (ambtelijke en bestuurlijke) relevante overleggen over goederenvervoer zorgen we ervoor dat we de belangen van de regio bewaken.
• gebiedsaanpakken In 2024 is toegewerkt naar een gericht maatregelenpakket voor drie gebiedsaanpakken: A325 corridor, Zuid- en Westflank Nijmegen en Oostflank Arnhem. In de gebiedsaanpakken komen onze integrale mobiliteitsopgaven samen. Hierbij is een directe koppeling gelegd met de NOVEX uitvoeringsagenda. Dit concretiseren we in 2025 en verder. • agenderen mobiliteitsprojecten op en rondom rijkswegen Naast de projecten waarover afspraken zijn gemaakt, zijn drie projecten gedefinieerd die we op de agenda willen zetten. Te weten: - rondom de A50 aandacht voor het onderliggend wegennet en de bijbehorende mobiliteitstransitie - mobiliteitspluspakket boven op de bestaande plannen van de A15/A12; een eerste aanzet is in 2024 voorbereid - pré-verkenning naar de knelpunten rondom de A73 • actieve mobiliteit als speerpunt in transitie naar meer duurzame mobiliteit In de GMR is actieve mobiliteit (lopen en fiets) speerpunt in de transitie naar meer duurzame mobiliteit. In de regio zijn veel autoritten korter dan 7,5 kilometer. Een afstand die op de fiets en zeker op de e-bike voor veel inwoners, werknemers en bezoekers goed te doen is. Het stimuleren
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen ● Regionale agenda & begroting 2025-2028 ● CONCEPT 10042024
27/52
van de overstap van auto naar fiets op deze ritten, vraagt om een breed pakket aan maatregelen. De GMR is hier aanjager van en richt zich met name op projecten die gemeentegrenzen overschrijden. We blijven inzetten op het verder ontwikkelen en verbeteren van ons doorfietsroutenetwerk. Actiepunten hierbij zijn: uitbouwen van het netwerk, beter voeden van de woongebieden en naar OV-knooppunten met goede fietsparkeermogelijkheden, integreren van recreatieve fietsroutes in het doorfietsnetwerk en gerichte ingrepen om de verkeersveiligheid te waarborgen. • regionaal mobiliteitsnetwerk Goede bereikbaarheid vraagt om het optimaal benutten van verschillende modaliteiten. Technologische ontwikkelingen maken het reizigers steeds makkelijker om goed geïnformeerd voor de meest handige vervoerwijze te kiezen. Dit betekent dat de verknoping van de mobiliteitsnetwerken aandacht behoeft. Hubs en deelmobiliteit zijn hier onderdeel van, bijvoorbeeld via buurten stadrandhubs met overstapmogelijkheden op deelmobiliteit (deelfiets, deelscooter en deelauto). Onze rol is om zowel te inspireren als af te stemmen. Het gaat daarbij niet alleen om fysieke investeringen in bijvoorbeeld fietspaden, OV en hubs. Het gaat om aanvullende (flankerende) mobiliteitsmaatregelen zoals parkeernormen en deelmobiliteit, verlagen van snelheid, stringenter parkeerbeleid, verminderen van rijstroken en zero-emissiezones.