Agendabundel
Tekst van het document
Dat is bij de woonvisie gebeurd. In de woonvisie is opgenomen dat in zes van de vierentwintig wijken voor hoge percentages sociale huur bij nieuwbouwprojecten wordt gekozen. Het gaat dan om nietArnhem-Oost wijken. Ook in het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs, vastgesteld door de raad op 27 maart 2024, wordt rekening gehouden met Arnhem-Oost. Dit gebeurt door de wijze waarop de plannen voor de scholen worden geprioriteerd in het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs. De raad wordt op deze manier betrokken bij het gemeentelijk aandeel in het NPAO.
De wijze waarop de raad wordt betrokken bij de financien van het programma voldoet aan wat verplicht is. Het NPAO beoogt echter integraal en langjarig te zijn en in samenwerking met veel alliantiepartners. Er is daarom een overzicht van de gemeentelijke middelen nodig, evenals van de middelen
5
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave Om de relatie tussen bijvoorbeeld regulier beleid en het NPAO te kunnen leggen is het nodig inzicht te hebben in de samenhang. Een vraag is hoe de raad zicht op de relatie tussen het NPAO en het gemeentelijk beleid kan krijgen en kan houden. Welk beleid wordt wel en welk niet overwogen in relatie tot Arnhem-Oost? Er zijn raadsvoorstellen waarbij de relatie met het NPAO wordt afgewogen, maar een systematiek ontbreekt vooralsnog.
Structuur voor informeren van de raad Om de raad voldoende aangrijpingspunten te geven om zijn rol te vervullen is een structuur nodig voor het informeren van de raad over het NPAO. Daar wordt door het NPAO en de gemeente Arnhem aan gewerkt. Dit in combinatie met de sessie met de raadsleden voor dit startonderzoek en input vanuit andere focusgebieden zien wij de volgende opties: • twee keer per jaar een rapportage over het NPAO. • een informatieavond over de NPAO rapportage; met de programmadirecteur en eventueel ook alliantiepartners. Een dergelijke avond kan ook in de wijken plaatsvinden. • een tijdlijn over 18 jaar heen. Wat gebeurt er? wat wordt wanneer ingezet? Wanneer is de raad aan zet? De komende jaren kunnen concreet worden uitgewerkt, de latere jaren globaal. • zowel in de begroting als in de jaarstukken een paragraaf NPAO opnemen, zodat inzichtelijk is welke bedragen in welk begrotingsprogramma er zijn opgenomen voor het NPAO. • op een raadsnota standaard een vakje opnemen of er een link is met NPAO of niet, en zo ja, welke link dat is. • aan de hand van stukken (vorige bullet) expliciet bespreken wat regulier beleid is en wat aanvullend voor Arnhem-Oost. Welk beleid en middelen zijn wenselijk voor Arnhem-Oost? En wat betekent dat voor de andere wijken?
Volgen van de resultaten Binnen het NPAO wordt nog gewerkt aan zowel kwantitatieve (indicatoren) als aan kwalitatieve monitoring (bewoners bevragen hoe het met hen gaat). Dit kan daarom in dit startonderzoek nog niet worden onderzocht. Inzicht in de financiële voortgang De informatie over de financien loopt via financiele besluiten over gemeentelijke onderdelen van het programma. Het gaat dan met name om de cofinanciering voor de aanvraag voor de tweede tranche van het volkshuisvestingsfonds. Eind 2023 heeft Arnhem middelen gekregen voor de regeling kansrijke wijk. Dit is een specifieke uitkering die zes andere uitkeringen bundelt. Deze middelen zijn nog niet in de begroting van Arnhem opgenomen. Dit gaat in het verzamelbesluit van zomer 2024 gebeuren. Dit verzamelbesluit bevat ook een voorstel voor het boeken van de inzet van de eigen gemeentelijke middelen op de relevante begrotingsprogramma’s.
Rol van de raad Het is van belang dat raadsleden met elkaar bespreken hoe ze hun rol zien en hoe ze die gaan invullen. Zo kan de raad: • een raadswerkgroep, klankbordgroep of tussenvariant/maatwerk variant instellen, zodat de balans gevonden kan worden tussen raadsleden die intensiever zijn betrokken en zij die er b.v. een keer per jaar gerichter tijd aan kunnen besteden. • in een eerste sessie de wensen van de raad over het volgen van resultaten bespreken. De raadsleden dragen dan proactief aan wat ze willen weten. Het kan dan gaan om: o prioriteiten van de raad. Welke indicatoren vindt de raad het belangrijkste? o hoe inzichtelijk te krijgen welke groepen bewoners zijn betrokken en welke nog niet. o hoe te weten of het echt beter gaat met bewoners?
De diverse acties van de programmalijnen staan op verschillende begrotingsprogramma’s en hoeven niet afzonderlijk te worden gepresenteerd. Na het verzamelbesluit van zomer 2024 staan er op 10 van de 13 stadsprogramma’s middelen voor het NPAO. Het is mogelijk een afzonderlijk overzicht te maken, bijvoorbeeld in een paragraaf NPAO (zie de beantwoording van deelvraag 3). Zonder een overzicht kan de raad de financiele voortgang niet uit de begroting of jaarstukken halen. Deelvraag 3. Aan welke voorwaarden moet worden voldaan om de gemeenteraad voldoende aangrijpingspunten te geven om zijn kaderstellende en controlerende rol gedurende de looptijd van het programma te kunnen vervullen?
6
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave •
nadenken over hoe raadsleden in de toekomst betrokken kunnen zijn. Is er bijvoorbeeld behoefte aan een tussentijdse reflectie op het programma rond de verkiezingen? zodat de nieuwe raad kan bijsturen? Wat is nodig aan informatie voor de overdracht aan een nieuwe raad?
Andere mogelijkheden Tot slot, is een bredere uitwisseling van ervaringen mogelijk. Een van de onderdelen van het NPLV is dat er landelijke bijeenkomsten van bijvoorbeeld de burgemeesters, de coordinerend wethouders, de programmadirecteuren of de programmamanagers van het volkshuisvestingsfonds zijn. Over deze bijeenkomsten is enthousiasme bij geïnterviewden in Arnhem en andere focusgebieden van dit startonderzoek. Deelnemers aan deze bijeenkomsten vinden het prettig om uit te wisselen hoe het gaat. Wat speelt overal? En wat is typisch voor de eigen gemeente? En hoe pakken ze elders een bepaald vraagstuk aan? Dit kan ook voor raadsleden zinvol zijn. Dit kan bijvoorbeeld door een (jaarlijkse) landelijke bijeenkomst. Het kan ook door bij een raad van een ander focusgebied op bezoek te gaan of uit te nodigen naar Arnhem.
7
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave
Hoofstuk 7. Volgen van resultaten
Inhoudsopgave Samenvatting startonderzoek Nationaal programma ArnhemOost
2
Hoofdstuk 1. Inleiding
9
1.1 Aanleiding startonderzoek Nationaal programma Arnhem-Oost 1.2 Vraagstelling startonderzoek 1.3 Opzet onderzoek 1.4 Leeswijzer
Hoofdstuk 2. Doelen en start NPAO 2.1 Doelen en start Nationaal programma leefbaarheid en veiligheid 2.2 Waarom Arnhem-Oost als focusgebied? 2.3 Doelen en start NPAO 2.4 Betrokkenheid raad bij doelen en start NPAO
17 19 21
4.1 De alliantie en de programmaorganisatie 4.2 De gemeente in de alliantieorganisatie 4.3 Wat is de ruimte voor de raad?
22 24 26
28
5.1 Bewonersparticipatie in het NPAO 5.2 Welke ruimte heeft de raad?
28 29
6.1 Welke middelen zijn er voor het NPAO? 6.2 Inzicht in de gemeentelijke bijdrage aan het programma 6.3 Welke ruimte heeft de raad?
41
Bijlage 1. Verbijzondering onderzoeksvragen vergelijkend onderzoek rekenkamers Bijlage 2. Kernindicatoren NPLV Bijlage 3. Bronnen Bijlage 4. Geïnterviewde personen en deelnemers sessie raadsleden
22
Hoofdstuk 5. Bewonersparticipatie
Hoofdstuk 6. Bekostiging
38 39
Bijlagen
12 15 15 16
17
38
8.1 Betrokkenheid van de gemeenteraad tot nu toe 8.2 Opties verder ontwikkelen betrokkenheid raad
12
3.1 De landelijk actielijnen 3.2 De programmalijnen van het NPAO 3.3 Wat is de ruimte voor de raad?
36 36 36
Hoofdstuk 8. Governance
9 9 10 11
Hoofdstuk 3. Programmalijnen NPAO
Hoofdstuk 4. Samenwerkende partners NPAO
36
7.1 Wat is er aan informatie? 7.2 Waar wordt aan gewerkt in het NPAO? 7.3 Welke ruimte heeft de raad?
30 30 32 33
8
Startonderzoek NPAO
41 43 44 46
Naar inhoudsopgave
Hoofdstuk 1. Inleiding
1.2 Vraagstelling startonderzoek
In dit hoofdstuk gaan we in op de aanleiding van dit startonderzoek. Dit is onder andere van belang omdat het geen standaard rekenkameronderzoek is. Vervolgens bespreken we de vraagstelling van het onderzoek. Daarbij gaan we ook in op de zes invalshoeken van het onderzoek. We sluiten dit hoofdstuk af met de opzet van het onderzoek en de leeswijzer.
1.2.1 Doel onderzoek en vraagstelling Arnhem-Oost bestaat uit vijf wijken – Presikhaaf, Geitenkamp, Arnhemse Broek, Klarendal en Malburgen. Hier wonen 56.000 mensen. In Arnhem wonen circa 166.000 mensen. Het gaat dus om ongeveer 1/3 van de inwoners van de gemeente Arnhem. Voor deze inwoners wordt ingezet op een integrale aanpak gedurende circa 18 jaar. Het gebiedsplan voor Arnhem-Oost is van 15 juni 2023. Dit startonderzoek richt zich op de opzet van het programma. De positie en de rol van de gemeenteraad staat daarbij centraal. De samenwerkende rekenkamers hebben de centrale onderzoeksvraag van het startonderzoek als volgt geformuleerd:
1.1 Aanleiding startonderzoek Nationaal programma ArnhemOost De rijksoverheid is een programma gestart om de leefbaarheid en veiligheid van 20 focusgebieden in 19 steden te verbeteren. Dit programma heet Nationaal programma leefbaarheid en veiligheid. Het gaat om een langjarige (20 jaar) inzet van het rijk met gemeenten en lokale partijen. Dit programma is officieel in juli 2022 gestart. Een van de focusgebieden is Arnhem-Oost. Het programma in Arnhem heet ‘Nationaal programma Arnhem-Oost’ afgekort tot NPAO.
Kan de gemeenteraad de ontwikkeling van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid aan de beleidsmatige en financiële kaders toetsen? Deze vraag is verdeeld in de volgende deelvragen: 1. Zijn de beleidsmatige en financiële uitgangspunten bij aanvang van het programma voldoende duidelijk voor de gemeenteraad om zijn kaderstellende en controlerende rol te vervullen? 2. Geeft de verstrekte informatie over het programma aan de gemeenteraad voldoende inzicht in de (financiële) voortgang van het programma? 3. Aan welke voorwaarden moet worden voldaan om de gemeenteraad voldoende aangrijpingspunten te geven om zijn kaderstellende en controlerende rol gedurende de looptijd van het programma te kunnen vervullen?
De rekenkamers van Heerlen, Groningen, Arnhem en Lelystad werken met elkaar samen met als doel het programma in hun gemeente te volgen en zo de gemeenteraden te faciliteren bij hun kaderstellende en controlerende rol bij dit programma. De rekenkamers willen dit onder andere doen door een startonderzoek, door andere onderzoeken komende jaren en door het historisch overzicht te bewaren en bewaken ten behoeve van de raden. Daarbij willen de rekenkamers ook van elkaar leren.
Deze deelvragen worden benaderd vanuit zes invalshoeken: de inhoud van het programma, de netwerkorganisatie (de alliantie), de betrokkenheid van de bewoners, de middelen, het volgen van de resultaten en de governance door de raad. Met governance bedoelen we de besluitvorming in de organisatie, de verdeling van de verantwoordelijkheden en de controle op de organisatie.
De rekenkamers voeren ieder een startonderzoek in de eigen gemeente uit. Vervolgens worden deze onderzoeken naast elkaar gelegd en wordt er een gemeenschappelijk vergelijkend onderzoeksrapport gemaakt. De gemeenteraad van Arnhem ontvangt zowel het eigen startonderzoek als het vergelijkend onderzoeksrapport.
9
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave 1.2.2 Zes invalshoeken vraagstelling
staan in de gemeentelijke begroting en jaarstukken; dus de raad gaat ook over specifieke uitkeringen van het rijk, maar beperkt. Het is dan de vraag: hoe hiermee om te gaan als raad? Wat is de keuzevrijheid van de raad? Vooral als cofinanciering van de gemeente wordt gevraagd. Een belangrijke vraag is ook hoe krijgt de raad inzicht in de gemeentelijke middelen voor het programma? Het programma is breed van opzet en is daarom op meerdere plekken in de begroting, en daarmee de jaarstukken, opgenomen. Waar en hoe wordt er gerapporteerd over de (gemeentelijke) middelen voor Arnhem-Oost? Heeft de gemeenteraad zicht op de middelen?
Inhoud Het NPAO is gericht op Arnhem-Oost, omdat daar een cumulatie van problemen is. Dit leidt tot de vragen: om welke problemen gaat het? Waar blijken de problemen uit? Hoe is de opzet van het programma? Welke inhoudelijke lijnen zijn uitgezet? En wat zijn de acties? En waarom is daarvoor gekozen? Een vraag die ook van belang is, is hoe is de relatie tussen de acties voor Arnhem-Oost en het reguliere beleid? De gemeente gaat immers over heel Arnhem. Er is bijvoorbeeld ook armoede buiten Arnhem-Oost. Vragen voor de raad zijn dan bijvoorbeeld: Hoe is de raad betrokken bij de programmalijnen van het NPAO? Hoe ziet de raad de relatie tussen de acties voor Arnhem-Oost en het reguliere gemeentelijke beleid?
Volgen resultaten Het nationaal programma kent een monitoringssystematiek, maar ieder focusgebied heeft ook een eigen manier van het volgen van het programma. Dit gebeurt onder andere door onderzoek. De monitoring is zowel landelijk als gemeentelijk nog in ontwikkeling. In deze fase van ontwikkeling kan de raad meedenken en aangeven wat hij wil: Wat heeft de raad nodig aan informatie? Welke monitoring? Welke onderzoeken?
Netwerkorganisatie Het Nationaal programma leefbaarheid en veiligheid gaat uit van een netwerkorganisatie in de vorm van een alliantie – een informele samenwerking van alle partijen in het focusgebied. In deze alliantie zijn alle partijen gelijk. De gemeente is een van de partijen. De gemeente draagt financieel relatief veel bij en gaat over alle onderwerpen, terwijl een woningcorporatie met name over wonen gaat en scholen over onderwijs. Voor de werking van het programma is het van belang dat het een programma van alle partijen is. Wat betekent dat voor de raad? Hoe kan de raad invloed hebben, zonder dat het een gemeentelijk programma wordt?
Governance Samenvattend is het de vraag wat de raad nodig heeft voor de sturing op het programma. Heeft de raad scherp waar hij wel en waar hij niet over gaat? Welke vereisten zijn essentieel om het programma gedurende 20 jaar succesvol te kunnen uitvoeren?
Bewonersparticipatie Bewonersparticipatie is van groot belang en een van de voorwaarden die het rijk stelt aan het programma. Het programma draait immers om de bewoners van het gebied Arnhem-Oost. Er is daarom direct contact tussen bewoners, het programmabureau en de alliantie. Wat betekent bewonersparticipatie voor de volksvertegenwoordigende rol van de raad? Hoe vervult de raad zijn rol in dit netwerk?
In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de verbijzondering van de onderzoeksvragen van het vergelijkend onderzoek van de samenwerkende rekenkamers.
Middelen De rijksmiddelen voor het NPAO betreffen vooral specifieke uitkeringen. Een specifieke uitkering is een uitkering van het rijk voor een specifiek doel. Bij een specifieke uitkering krijgt het college de middelen van het rijk al dan niet op basis van een aanvraag van het college bij het rijk. Het college legt verantwoording af aan het rijk. Het rijk kan cofinanciering vragen voor specifieke uitkeringen. Alle middelen, ook de specifieke uitkeringen,
Het NPAO is in een startfase. Daarom ligt de nadruk in dit startonderzoek op het faciliteren van de raad om zijn kaderstellende en controlerende functies effectief te vervullen. Het onderzoek richt zich op de huidige rol van de raad, evenals op wat deze rol in de toekomst zou kunnen inhouden. Het onderzoek bestond uit de volgende onderzoeksstappen: • een documentenanalyse (zie bijlage 3 voor de gebruikte bronnen)
1.3 Opzet onderzoek
10
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave Het onderzoek is uitgevoerd van 1 december 2023 – 31 maart 2024. Documenten van na 31 maart 2024 zijn inhoudelijk niet meegenomen in dit rapport, tenzij de inhoud in een interview is besproken. Het bevindingenrapport is 25 april 2024 uitgezet voor feitencontrole. De feitencontrole is 30 mei 2024 afgerond.
•
interviews met de burgemeester, coordinerend wethouder, twee programmamanagers, de programmadirecteur en andere bij het programma betrokken ambtenaren. De interviews beperkten zich tot de gemeente en de programmaorganisatie (zie bijlage 4 voor een overzicht van de geïnterviewden). • een verkennende vragenlijst aan raadsleden, zie tekstkader 1. • een gesprek met raadsleden. Dit gesprek is 21 februari 2024 gehouden, zie tekstkader 1. De interviews, de vragenlijst aan raadsleden en de sessie met de raad zijn verwerkt in de hoofdstukken 2 tot en met 8.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 gaan we in op de doelen en de start van het Nationaal programma leefbaarheid en veiligheid en op de doelen en de start van het NPAO. Dit hoofdstuk geeft de achtergrond van het programma. In de hoofdstukken 3 tot en met 8 gaan we vervolgens in op de zes invalshoeken van het startonderzoek. De inhoud van de programmalijnen en de samenhang met het reguliere beleid in Arnhem bespreken we in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 gaan we in op de netwerkorganisatie en in hoofdstuk 5 op bewonersparticipatie. Hoofdstuk 6 geeft een overzicht van de middelen en bespreekt hoe het inzicht in de middelen van de gemeenteraad tot nu toe is. Hoofdstuk 7 schetst hoe de resultaten gevolgd gaan worden. Het laatste hoofdstuk gaat over governance en is daarmee overkoepelend over de andere hoofdstukken. Dit hoofdstuk geeft een overall analyse.
Tekstkader 1. Verkennende vragenlijst en sessie raadsleden Verkennende vragenlijst raadsleden Voor het startonderzoek is een verkennende vragenlijst gestuurd aan de raadsleden en fractievolgers. De vragenlijst is 16 keer ingevuld. Daarnaast heeft een persoon alleen de eerste vragen beantwoord. Wij gaan hierna uit van 16 invullers. De vragenlijst is ingevuld door: • 15 raadsleden en 1 fractievolger (wij noemen in dit startonderzoek alle invullers raadsleden) • 8 raadsleden die sinds de verkiezingen 2022 in de raad zitten en 8 die er al langer inzitten. • 5 raadsleden die in Arnhem-Oost wonen of er hebben gewoond.
In ieder hoofdstuk hanteren we een opzet die er op hoofdlijnen als volgt uitziet: • wat is er afgesproken voor het programma met de rijksoverheid? Dat wil zeggen waar moet het NPAO zich aan houden? • hoe gaat Arnhem ermee om? Hoe heeft Arnhem het georganiseerd? • wat zijn de ervaringen tot nu toe? • wat is de rol van de raad tot nu toe? En wat is de ruimte die de raad heeft?
Vermoedelijk is de vragenlijst vooral ingevuld door raadsleden die een betrokkenheid bij het NPAO hebben. De beantwoording is niet representatief voor de hele gemeenteraad van Arnhem. De vragenlijst is vooral verkennend en heeft gediend voor de voorbereiding van de sessie met de raadsleden en voor de voorbereiding van de interviews. Bijeenkomst met raadsleden 21 februari 2024 Aan de bijeenkomst namen 11 raadsleden deel, van 8 verschillende politieke partijen. Op de bijeenkomst ging het om de discussie. De discussie is input voor dit onderzoek en is met name gebruikt in de paragraaf ‘wat is de ruimte voor de raad?’ waarmee een aantal hoofdstukken afsluit. Deze paragrafen zijn op hun beurt input voor het overkoepelend hoofdstuk 8 ‘governance’.
Hoe deze opzet in de hoofdstukken is verwerkt verschilt per hoofdstuk. De reden hiervoor is het karakter van de verschillende hoofdstukken. Bij het hoofdstuk over het volgen van de resultaten kunnen bijvoorbeeld nog niet alle vragen worden geantwoord, omdat dit onderwerp in de beginfase zit. Ieder hoofdstuk beginnen we daarom met een kort overzicht van de vragen die aan bod komen in dat hoofdstuk.
11
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave kabinet Rutte IV startte.4 In juni 2022 startte het programma vervolgens officieel.
Hoofdstuk 2. Doelen en start NPAO Arnhem-Oost is een focusgebied van het Nationaal programma leefbaarheid en veiligheid. In paragraaf 2.1 schetsen we eerst kort wat het Nationaal programma leefbaarheid en veiligheid inhoudt. Wat is de aanleiding? Wat zijn de doelen? En wat voor afspraken zijn er gemaakt tussen de rijksoverheid en een focusgebied? Daarna staan we in paragraaf 2.2 stil bij de keuze voor Arnhem-Oost. Wat is de opgave voor Arnhem-Oost? In paragraaf 2.3 beschrijven we de ontwikkeling naar het gebiedsplan ‘Arnhem-Oost zijn we samen’. In de laatste paragraaf van dit hoofdstuk gaan we in op de betrokkenheid van de raad in de fase tot en met de ontwikkeling van het gebiedsplan.
Aanleiding Een belangrijke aanleiding voor het NPLV is de leefbaarometer 2018.5 De leefbaarometer is een instrument waarbij een inschatting wordt gemaakt van de leefbaarheid, zoals bewoners die ervaren. Het instrument doet dat op basis van allerlei kenmerken van gebieden – zoals criminaliteit en overlast, voorzieningen, woningvoorraad en bevolkingssamenstelling. De leefbaarometer laat zien dat de leefbaarheid verbetert in Nederland, maar niet in sommige kwetsbare wijken. Deze wijken blijven achter waardoor de kloof met de rest van Nederland groter wordt. Het rijk heeft een aantal aanvullende onderzoeken naar deze wijken laten doen. Deze onderzoeken laten zien dat er in sommige wijken sprake is van “een concentratie en stapeling van problemen op het gebied van onderwijs, werkloosheid, armoede (inkomen en schulden), gezondheid, de kwaliteit van de woon- en leefomgeving, veiligheid en georganiseerde en ondermijnende criminaliteit.” (NPLV 2022, p. 7).
2.1 Doelen en start Nationaal programma leefbaarheid en veiligheid Start De rijksoverheid is zomer 2022 officieel gestart met het Nationaal programma leefbaarheid en veiligheid (NPLV). Dit gebeurde op een bijeenkomst in Schiedam. Ook bood de minister voor volkshuisvesting en ruimtelijke ordening (VRO) toen het NPLV aan de Tweede Kamer aan.
De doelstelling van het NPLV is “de leefbaarheid en veiligheid van de meest kwetsbare gebieden in Nederland in 15-20 jaar tijd op orde te brengen en het perspectief van de bewoners te verbeteren.” (NPLV 2022, p. 14).
De aanloop van het NPLV is drie jaar. De eerste keer dat de rijksoverheid aangaf dat er wijken zijn die extra aandacht nodig hebben was in 2019. In dat jaar stuurde de minister twee brieven over het woonbeleid aan de Tweede Kamer.3 Een onderdeel van deze brieven was verbetering van levens van inwoners in kwetsbare wijken. In maart 2020 stuurde de minister een vervolgbrief aan de Tweede Kamer waarin het NPLV wordt aangekondigd. Een lijst met gebieden was in de bijlage van de brief opgenomen. ArnhemOost was een van de gebieden. Een reden voor de lange aanloop van het programma is dat januari 2021 het kabinet Rutte III demissionair wordt. Het duurde tot januari 2022 voordat het
Deze doelstelling is vertaald in drie doelen:6 • het verbeteren van de fysieke leefomgeving • het bieden van een beter perspectief • het vergroten van de veiligheid Deze drie doelen zijn vertaald in drie actielijnen. In tekstkader 2 hebben we de actielijnen opgenomen. De actielijnen 2, 3 en 4 sluiten aan op de bovenstaande doelen. De eerste actielijn gaat over de randvoorwaarden van het programma.
3 Brief van de Minister van BZK van 22 februari 2019 en brief van 28 oktober 2019.
5 Rigo Research en advies & Atlas voor gemeenten, ‘leefbaarheid in Nederland 2018’,
4 De 15 burgmeesters van 16 focusgebieden hebben twee maal een appel gedaan op
16 augustus 2019. 6 Deze drie doelen worden ER-doelen genoemd. ER-doelen geven gewenste ontwikkelingen of eigenschappen aan: betER, meER, grotER enzovoort. De doelen zijn kwalitatief en daarom minder gemakkelijk meetbaar.
het rijk voor aandacht voor de focusgebieden: op 15 juni 2020 via het manifest: “Kom op voor de meest kwetsbare gebieden, Urgente oproep 15 burgemeesters voor ondersteuning om tweedeling tegen te gaan” en 26 mei 2021, ‘Dicht de kloof’ Artikel van de burgemeesters van 15 gemeenten in het Algemeen Dagblad.
12
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave beleid is de regeling kansrijke wijk.7 In deze regeling zijn zes regelingen gebundeld.
Tekstkader 2. Actielijnen NPLV Actielijn 1 | We zorgen voor een integrale aanpak met duidelijke regie en een adequaat juridisch instrumentarium (samenhangende aanpak)
Afspraken met de focusgebieden Met de focusgebieden van het NPLV is een overeenkomst gesloten. In de overeenkomst staan afspraken voor het focusgebied. Kort samengevat gaat het om de volgende afspraken: • commitment aan de drie doelen (het verbeteren van de fysieke leefomgeving; het bieden van een beter perspectief; het vergroten van de veiligheid). • maatwerk per focusgebied. De drie doelen zijn breed en geven daardoor veel ruimte. Hierdoor kunnen gemeenten hun eigen doelen stellen. • commitment aan een langjarige inzet voor 15-20 jaar. • organiseren van een publiek-private alliantie onder voorzitterschap van de burgemeester. • er is een onafhankelijk programmabureau. • inwoners worden betrokken. • de alliantie stelt een integraal gebiedsplan voor het focusgebied op. • opzetten van monitoring van het programma. De lokale programma’s worden ondersteund door een ‘kennisinfrastructuur’.
Beleidsinhoudelijke actielijnen Actielijn 2 | We verbeteren slechte woningen en zorgen voor meer gemengde wijken (woningen en wijken) Actielijn 3 | We zorgen ervoor dat meer bewoners kunnen meedoen in de samenleving (meedoen) Actielijn 4 | We investeren in de preventie van jeugdcriminaliteit en vergroten de weerbaarheid van jongeren (veiligheid)
Opzet van het programma Het uitgangspunt van het NPLV is dat als problemen van mensen stapelen er meer nodig is dan het reguliere beleid. Kernwoorden zijn: • een extra inspanning • gebiedsgericht werken, dat wil zeggen een samenwerking van private en publieke actoren in een gebied • een integrale aanpak, zoals ‘ontschotting’ van middelen • een langdurige inzet. Het NPLV gaat uit van een generatie, dat wil zeggen vijftien tot twintig jaar.
Een belangrijk verschil tussen het NPLV en eerder rijksbeleid 8 met vergelijkbare doelen met de focusgebieden is de lange looptijd (een generatie) van het NPLV. Het integraal werken is ook van belang, vooral omdat het doel van het NPLV heel breed is. Het gaat om een samenwerking van veel partners: de gemeente, privaatrechtelijke organisaties (corporaties, scholen, zorginstellingen enzovoort) en het rijk.
Inzet van het rijk De opzet van het NPLV is dat de rijksoverheid bij al haar beleid telkens de vraag stelt of er iets extra’s nodig en mogelijk is voor de focusgebieden. Het NPLV bestaat daarmee uit aanvullend beleid op regulier rijksbeleid. Zijn er extra middelen mogelijk? Kunnen de focusgebieden op een andere manier worden geholpen? Dat zijn vragen die het rijk voor de drie actielijnen stelt. Een aanvullende vraag is of het beleid integraler kan voor de gemeenten met focusgebied. Het gaat dan om actielijn 1 van het programma ‘We zorgen voor een integrale aanpak met duidelijke regie en een adequaat juridisch instrumentarium (samenhangende aanpak)’. Een voorbeeld van integraler
In paragraaf 2.3 van dit hoofdstuk gaan we in op het gebiedsplan. De andere afspraken bepreken we in de hoofdstukken 3 tot en met 7 van dit startonderzoek.
wijken geselecteerd. In deze wijken was een stapeling van sociale, fysieke en economische problemen. Het rijk investeerde in deze wijken met als doel de problemen aan te pakken. Dit beleid duurde tot ongeveer 2010.
7 Gemeenten verwijzen hier vaak naar met SPUK (specifieke uitkering) kansrijke wijk. 8 Het grotestedenbeleid (1994 – 2002) had tot doel het wonen, werken en leven in 45
grote steden te verbeteren. In 2007 startte de Vogelaarwijken. In dat jaar werden de
13
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave
Figuur 1.a 18 t/m 30 jarigen zonder startkwalificatie
Figuur 1.c Kinderen in bijstandshuishoudens
(percentage 2020)
(percentage, 2021)
Nederland
Nederland
Nijmegen
Nijmegen
Malburgen-Oost (zuid)
Malburgen-Oost (zuid)**
Arnhemse Broek
Arnhemse Broek
Klarendal
Klarendal
Presikhaaf-West
Presikhaaf-West*
Geitenkamp
Geitenkamp 0%
5%
10%
15%
20%
25%
30%
0%
5%
10%
15%
20%
25%
Figuur 1.b Huishoudens onder of rond sociaal minimum
Figuur 1.d Jongeren verdacht van een delict (2021)
(percentage 2021)
(percentage 2021)
30%
Nederland Nijmegen
Malburgen-Oost (zuid)** Arnhemse Broek Klarendal Presikhaaf-West* Geitenkamp 0%
5%
10%
15%
20%
25%
Bron: zichtopwijken, download 2 april 2024 + er zijn geen cijfers voor Presikhaaf-West voor figuur 1.d.
* Presikhaaf is verdeeld in West en Oost. Hier is alleen West opgenomen. ** Malburgen – is in de database zichtopwijken in drie delen gesplitst. Alleen MalburgenOost (zuid) is hier meegenomen.
14
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave
2.2 Waarom Arnhem-Oost als focusgebied?
2.3 Doelen en start NPAO
Keuze voor Arnhem-Oost Arnhem-Oost is een van de 20 focusgebieden. De keuze voor de focusgebieden is, zoals eerder aangegeven, onder andere gebaseerd op de leefbaarometer 2018. Gemeenten hebben het eigen focusgebied vervolgens afgebakend. In Arnhem is de indeling Arnhem-Noord en -Zuid – boven en onder de rivier gangbaar. Arnhem-Oost was geen term die bijvoorbeeld inwoners gebruikten. Er is een scheidslijn in Arnhem tussen Oost en West. In Arnhem-Oost wonen vooral mensen met lagere inkomens, in West met hogere inkomens. Deze scheidslijn tussen ‘arm’ en ‘rijk’ (Oost en West) is er zowel onder (Malburgen) als boven de rivier (Presikhaaf, Geitenkamp, Arnhemse Broek en Klarendal). Er zijn enkele delen in Arnhem-Oost die erbuiten vallen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de wijk Paasberg in Noord, of de wijk Kronenburg in Zuid die in Arnhem-Oost liggen. Ook zijn er bedrijventerreinen in Arnhem-Oost, zoals bij Arnhemse Broek. De wijken Elderveld en Schuytgraaf in Arnhem-West – zijn voorbeelden van wijken die ook steeds meer te maken krijgen met achterstanden. Op basis van kenmerken in de leefbaarometer zijn ze niet meegenomen. Besloten is te focussen op Arnhem-Oost. Succesvolle acties kunnen vervolgens ook in andere wijken worden uitgerold. In paragraaf 3.2 gaan we hier verder op in.
Ontwikkeling programma Het NPAO is in een aantal stappen ontwikkeld. In de begroting 2021 van de gemeente Arnhem gaat het voor het eerst over het programma. In die begroting staat: “In sommige wijken staat de leefbaarheid meer onder druk dan in andere wijken. Deze buurten hebben extra aandacht nodig. Op plekken waar dit speelt, ontwikkelen we samen met bewoners en professionals een aanpak.” Dit leidde tot de motie (20M253) met daarin de vraag van de gemeenteraad aan het college om: 1. In nauwe samenwerking met de teams leefomgeving en een brede vertegenwoordiging van bewoners uit deze wijken een integraal, samenhangend maar beknopt lange termijn beleid te formuleren voor de Arnhem Oost Aanpak. 2. Dit beleid, inclusief concrete, meetbare doelen en de daarvoor benodigde middelen, uiterlijk in mei 2021 aan de raad aan te bieden. Vervolgens is 18 mei 2021 het ‘richtinggevend kader Arnhem-Oost (aanpak Arnhem-Oost)’ aan de raad aangeboden. In juli 2021 is de ‘aanpak ArnhemOost’ in de raad behandeld. Dit leidde tot discussie en vijf aangenomen moties. Het programma is in 2022 in uitvoering gegaan, vooral aan de hand van een aantal pilots en acties. In 2023 is het programma verder ontwikkeld. Inhoudelijk zijn de programmalijnen ontwikkeld waar acties onder zijn geplaatst. Organisatorisch was de verdere ontwikkeling gericht op de alliantie. Dit leidde tot een gebiedsplan in juni 2023.
Dit gebiedsplan is door de alliantie vastgesteld en naar de raad gestuurd. April 2024 heeft de raad een uitvoeringsprogramma gekregen voor de jaren 2024-2027. Dit uitvoeringsprogramma is door de alliantie vastgesteld en ter kennisneming naar de raad gestuurd.
Kenmerken Arnhem-Oost De wijken van Arnhem- Oost hebben achterstanden op onderwijs, leefbaarheid en veiligheid. Er zijn veel bewoners met lage inkomens. In figuur 1 laten we enkele scores van de vijf wijken zien. Daarbij hebben ook de cijfers voor Nijmegen en Nederland opgenomen om te kunnen vergelijken. We hebben voor Nijmegen gekozen, omdat Nijmegen in dezelfde regio ligt en geen focusgebied heeft. Als we kijken naar de cijfers van de leefbaarometer (cijfers van 2020) voor de fysieke omgeving en voor wonen dan geven bewoners hun wijk de volgende score: • Malburgen-Oost (Zuid): onvoldoende, • Arnhemse Broek en Presikhaaf-West: zwak • Geitenkamp: voldoende • Klarendal: ruim voldoende. In Nijmegen geven bewoners hun wijk gemiddelde een ruime voldoende en het Nederlands gemiddelde is een ‘goed’.
Doelen programma De ‘aanpak Arnhem–Oost’ en het gebiedsplan hebben een sterke inhoudelijke samenhang. In tekstkader 3 hebben we een overzicht van de doelen opgenomen. Kort samengevat focust het programma op het inhalen van achterstanden. De huidige generatie kinderen en jongeren staat daarbij voorop. In hoofdstuk 3 gaan we verder op de afzonderlijke programmalijnen in.
15
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave
2.4 Betrokkenheid raad bij doelen en start NPAO
Tekstkader 3. Overzicht doelen diverse documenten van het NPAO Richtinggevend kader Arnhem- Oost (aanpak Arnhem-Oost), (18 mei 2021) De hoofdambitie van de Arnhem-Oost-aanpak is dat iedere jongere in Arnhem-Oost dezelfde kansen heeft als elke andere jongere in Arnhem en Nederland. Daarvoor is een langjarige beweging nodig. Het programma is opgezet aan de hand van vier ontwikkellijnen: 1. Bewoners voelen zich vrij, veilig en verbonden met elkaar in hun wijk, waar zij trots op zijn. 2. Alle jongeren kunnen zich ontwikkelen in een cultuur waarin de persoonlijke ontwikkeling centraal staat en alle bewoners zijn aan het werk als ze dat kunnen of doen mee. 3. Iedere bewoner kan rondkomen, en leeft gezond - zowel fysiek als mentaal. 4. Opgroeien en leven in kwalitatief goede woningen in een prettige en veilige openbare ruimte.
De ‘aanpak Arnhem-Oost’ is door de raad behandeld. Hierover was discussie. Het beeld dat hieruit naar voren komt is dat het draagvlak van het programma groot is bij de raad; de noodzaak staat niet ter discussie. 15 juni 2023 is het gebiedsplan gepresenteerd in een bijeenkomst. 14 september 2023 was er een informatiesessie met raadsleden over het gebiedsplan Arnhem–Oost. Over de bijeenkomst in september wordt door geïnterviewden gezegd dat deze goed werd gewaardeerd, maar niet druk was bezocht. In de verkennende vragenlijst van dit startonderzoek hebben we raadsleden gevraagd: “hoe goed kent u het nationaal programma Arnhem-Oost?” De meeste raadsleden (59%) geven aan hun kennis een cijfer tussen de 6 en de 7,5. 23% geeft een hoger cijfer en 18% geeft de eigen kennis een onvoldoende. Op de vraag “waar kent u het nationaal programma Arnhem-Oost van?” Gaf 59% aan van het gebiedsplan, 41% was op de informatieavond in september 2023 geweest en 24% gaf aan geïnformeerd te worden in gesprekken met betrokkenen. 12% geeft aan het programma nauwelijks te kennen. Hierbij dient benadrukt te worden dat de kennis van het programma bij de invullers van de vragenlijst waarschijnlijk groter is dan bij de niet-invullers. In de sessie met raadsleden over dit startonderzoek werd aangegeven dat het lang stil was na het verschijnen van het gebiedsplan en de raadsinformatiesessie van september 2023.
Ook was er een vraag om meer zicht te krijgen op de planning. Het gaat dan onder andere om de vraag wanneer de raad welke stukken krijgt en wat er dan van de raad wordt verwacht. Inmiddels is het uitvoeringsplan 2024 – 2026 naar de raad gestuurd en kan een informatieavond worden georganiseerd als de raad dat wenst.
Uitvoeringsprogramma Arnhem – Oost 2022 (15 maart 2022) De doelen voor de komende generatie zijn ambitieus, maar ook urgenter dan ooit. Doelen zijn onder andere: het aantal kinderen dat opgroeit in armoede moet drastisch afnemen; alle jongeren die de mogelijkheden hebben om een startkwalificatie te hebben, halen die ook; jongeren zijn gezond, zowel fysiek als mentaal, en maken minder gebruik van Jeugdzorg. Gebiedsplan Arnhem–Oost en uitvoeringsagenda 2023 – 2027 (presentatie 15 juni 2023) Het Nationaal Programma Arnhem-Oost heeft als doel om de achterstanden op het gebied van onderwijs, werk & inkomen, wonen, gezondheid, leefbaarheid en veiligheid in de vijf wijken (Presikhaaf, Malburgen, Geitenkamp, Het Arnhemse Broek en Klarendal) aan te pakken. Het Nationaal Programma Arnhem-Oost werkt langs drie lijnen: 1. Opvoeden en Opgroeien (de pedagogische wijk)| Een kansrijke en inclusieve ontwikkeling voor ieder kind en iedere jongere (‘min 10 maanden’ tot 27 jaar) 2. Werk en Inkomen | Bestaanszekerheid voor ieder gezin en huishouden 3. Wonen en Leven | Leven in een duurzame woning en in een gezonde en veilige buurt
Dit hoofdstuk is vooral een terugblik. We gaan in dit hoofdstuk daarom niet in op de ruimte voor de raad. In hoofdstuk 8 ‘governance‘ komen we terug op de frequentie waarmee de raad informatie krijgt, de communicatie hierover en de mogelijke rol van de raad bij de huidige en toekomstige plannen.
Uitvoeringsplan 2024 – 2026 (PM april 2024) Verdere invulling van de drie lijnen uit het gebiedsplan met acties voor de komende drie jaar.
16
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave kolom beleidsmaatregelen van de rijksoverheid opgenomen. Het gaat dan om regulier rijksbeleid. In de tweede kolom hebben we opgenomen welke specifieke rijksmaatregelen er voor de focusgebieden zijn. In de derde kolom hebben we aangegeven of de maatregel onderdeel uitmaakt van het NPAO of niet. Kolom 2 van figuur 2 laat zien dat ‘specifiek voor focusgebied’ met name gaat om extra middelen voor een specifiek doel. De uitzondering is de regeling kansrijke wijk. Het bijzondere aan deze regeling is dat deze zes andere regelingen bundelt. Het doel hiervan is ontschotting, zodat beter integraal kan worden gewerkt. Deze bundeling van uitkeringen is er alleen voor gemeenten met een focusgebied. Andere gemeenten krijgen middelen via de diverse onderliggende specifieke uitkeringen.
Hoofdstuk 3. Programmalijnen NPAO In dit hoofdstuk gaan we in op de vraag wat het NPAO inhoudt. Welk type beleids- en uitvoeringsacties zijn er? Hoe verhouden die acties zich tot het reguliere beleid van Arnhem? Bij deze vragen staan we in paragraaf 3.2 stil. In paragraaf 3.3 zoomen we in op de rol van de raad. Het NPAO en daarmee ook het gebiedsplan en de uitvoeringsplannen zijn van de alliantie. Wat betekent dat voor de raad? Welke stukken krijgt de raad? En welke ruimte heeft de raad bij het uitzetten van de beleidskaders? We beginnen dit hoofdstuk met de vraag wat het landelijk beleid is voor het NPLV en wat dat betekent voor het NPAO.
Wel of geen NPAO? Uit figuur 2 blijkt dat van het rijksbeleid de middelen voor het volkshuisvestingsfonds, energiefixers (advies en hulp bij energiearmoede) en de regeling kansrijke wijk voor het NPAO worden ingezet. Het onderdeel school en omgeving van de regeling kansrijke wijk loopt in Arnhem via de scholen. In sommige andere focusgebieden lopen deze middelen via de gemeente. De andere maatregelen maken geen onderdeel uit van het NPAO. Een voorbeeld hiervan zijn de regiodeals. De regiodeals, is voor een aantal focusgebieden van belang, maar voor andere focusgebieden niet of indirect. De gemeente maakt dan wel deel uit van bijvoorbeeld een regiodeal, maar niet specifiek voor het focusgebied. Dit is ook voor Arnhem het geval, zie figuur 2. In paragraaf 3.2 gaan we in op de maatregelen die onderdeel zijn van het NPAO.
3.1 De landelijk actielijnen Inspanningsverplichting In tekstkader 2, in paragraaf 2.1, hebben we de actielijnen van het NPLV opgenomen. De actielijnen 2, 3 en 4 zijn beleidsinhoudelijk. Ze gaan kort samengevat over wonen, meedoen en veiligheid. Voor deze actielijnen is er regulier rijksbeleid. Met het NPLV heeft het rijk toegezegd, daar waar het van toepassing is en waar het kan, prioriteit te geven aan de focusgebieden; het rijk heeft een inspanningsverplichting. Behalve het reguliere rijksbeleid kan er daarom een extra accent worden gelegd of extra middelen beschikbaar worden gesteld voor de focusgebieden. De gemeenten met een focusgebied hebben eveneens een inspanningsverplichting. Ook gemeenten dienen bij beleid, waarvoor het relevant is, af te wegen of iets extra’s voor het focusgebied nodig en mogelijk is. Voor de volledigheid merken we op dat de kenmerken van de focusgebieden er al voor kunnen zorgen dat er relatief veel middelen naar de gebieden gaan. Bijvoorbeeld, als een kenmerk van de focusgebieden is dat er relatief veel woningen met een D tot en met F-energielabel staan, en er zijn maatregelen om woningen te verbeteren dan gaan relatief veel middelen naar deze woningen. Overzicht van het rijksbeleid Figuur 2 geeft een overzicht van het rijksbeleid voor de focusgebieden tot en met 2023. In het overzicht zijn in de eerste
17
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave
Figuur 2. Overzicht landelijk beleid in relatie tot de focusgebieden Beleidsmaatregel Actielijn woningen en wijken Volkshuisvestingsfonds (VHF) herstructurering van het slechtste deel van de (particuliere) woningvoorraad in de meest kwetsbare gebieden, dat wil zeggen woningverbetering (renovatie en verduurzaming), transformatie van (commercieel) vastgoed naar woningen, sloop/nieuwbouw en inponding (verwerving voor herstructurering). Woningbouwimpuls (WBI) versnellen van de bouw, het vergroten van het aantal nieuwbouwwoningen in een project, of het vergroten van de betaalbaarheid van die woningen voor mensen met een middeninkomen. Nationaal isolatieprogramma (NIP) Extra ondersteuning door gemeenten (lokale aanpak) van verhuurders van particuliere woningen en eigen initiatief woningeigenaren; energielabel: D, E, F en G. Energiefixers (advies en hulp bij energiearmoede) Actielijn veiligheid Preventie met gezag; domein-overstijgende, gebiedsgerichte aanpak. - geïnvesteerd wordt in domeinen die samenhangen met de risico– en beschermende factoren voor jeugdcriminaliteit, zoals school, werk en inkomen en talentontwikkeling via jongerenwerk. - aanpak gericht op het versterken van het gezag in de wijk en de versterking van de jeugdstrafrechtketen.
Actielijn meedoen GALA aanpak van gezondheidsachterstanden op lokaal niveau voor onder meer sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en de sociale basis, met als dwarsdoorsnijdend doel het terugdringen van vermijdbare gezondheidsachterstanden.
Positie focusgebieden
NPAO
Alle gemeenten. Focusgebieden en grensgemeenten krijgen prioriteit
ja
Alle gemeenten. Afhankelijk van de woningbouwopgave
nee (middelen voor woningen rond Kronenburg)
Alle gemeenten. De focusgebieden leggen verbinding met de aanpak van het gebied.
nee, wordt ingezet voor heel Arnhem
Een bedrag naar rato van het aantal energiearmoedewoningen in elke gemeente. Additionele middelen voor focusgebieden.
ja
De focusgebieden en acht andere gemeenten
nee; wordt ingezet voor heel Arnhem wel zijn er intensiveringen van onderdelen (VIOS en PIT) voor Arnhem-Oost.
Regeling Kansrijke wijk (SPUK Kansrijke wijk) 1. Ontwikkeling van het jonge kind maatregelen om de kansengelijkheid in het funderend onderwijs te bevorderen 2. School en omgeving (verrijkte schooldag) buitenschools aanbod voor leerlingen tijdens hun basis- en middelbare schooltijd 3. Preventie armoede en schulden aanpak van geldzorgen en de preventie van armoede en schulden voor inwoners 4. Re-integratie gemeentelijke re-integratiedienstverlening aan inwoners 5. Veerkracht en Weerbaarheid doel: gemeenten, professionals en maatschappelijke organisaties meer kennis en instrumenten in handen te geven, waarmee zij de
18
Alle gemeenten. De focusgebieden kunnen voor de uitwerking van hun gebiedsplannen een beroep doen op het expertisecentrum Pharos.
nee (Arnhem doet mee aan GALA, maar er wordt geen gebruik gemaakt van de optie om een beroep te doen op Pharos).
Gaat als een gebundelde SPUK naar de focusgebieden.
ja, De middelen school en omgeving zijn in Arnhem niet opgenomen in de Regeling Kansrijke wijk, maar worden via een subsidie van het rijk aan scholen verstrekt.
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave Beleidsmaatregel
Positie focusgebieden
veerkracht en weerbaarheid van individuen en groepen kunnen vergroten ten behoeve van de sociale stabiliteit 6. Later toegevoegd door het rijk: gezonde leefomgeving; gezondheidsachterstanden in samenhang aanpakken. € 500.000 per jaar per focusgebied voor 2023 – 2025 voor het opzetten van het programmabureau Regiodeals (vijf tranches) Een aantal regiodeals is voor gebieden waarbinnen een stedelijk focusgebied ligt.
NPAO
ja nee (Regiodeal Arnhem-Nijmegen (Groene Metropoolregio))
op verminderen van schuldproblematiek, zoals het experiment Immerloo schuldenvrij, op het versterken van netwerken van bewoners, bijvoorbeeld door een gezin te koppelen aan een ander gezin. Ook de ontwikkeling van vaardigheden door opleidingen en taallessen maken onderdeel uit van deze programmalijn.
3.2 De programmalijnen van het NPAO 3.2.1 Het NPAO op hoofdlijnen Het NPAO heeft als doel om de achterstanden op het gebied van onderwijs, werk & inkomen, wonen, gezondheid, leefbaarheid en veiligheid in ArnhemOost aan te pakken. Het gebiedsplan kent daarvoor drie programmalijnen: 1. opvoeden en opgroeien; de pedagogische wijk 2. werk en inkomen; bestaanszekerheid voor ieder gezin en huishouden 3. wonen en leven; leven in een duurzame woning en in een gezonde en veilige buurt Deze drie programmalijnen hebben ieder 10 acties. Deze acties worden ingevuld met activiteiten. In het uitvoeringsprogramma van april 2024 is per actie aangegeven welke activiteiten er zijn of worden ontwikkeld. In alle drie de programmalijnen is een aantal acties dat in gang is gezet en een aantal dat in het beginstadium van ontwikkeling is.
In programmalijn 3. wonen en leven staat prettig wonen centraal, waarbij het gaat om de woning, de straat, buurt en sociale samenhang. In deze programmalijn zijn acties rond verbeteren en verduurzamen van particuliere woningen opgenomen, evenals acties voor verbetering van de openbare ruimte, door meer groen, meer mogelijkheden voor bewegen, zoals in speeltuinen, voor ontmoeten, zoals in wijkcentra en tegengaan van verloedering, door bijvoorbeeld het opkopen van verwaarloosde panden. Ambitie De drie programmalijnen hebben dus ieder een eigen ambitie met bijhorende acties en activiteiten. De lat ligt daarbij soms hoog, zoals bij de rijke schooldag waar het de ambitie is om een programma aan te bieden van 8.00-17.00 - en als het kan tot 20.00 - vijf dagen per week inclusief een schoolmaaltijd. Deze actie wordt werkenderwijs opgezet. Scholen zijn al begonnen met aanvullend aanbod. Werkenderwijs wordt ontdekt wat werkt en verbeterd kan worden. Gestart wordt in de Arnhem-Oost wijken. De ambitie van de gemeente is om uiteindelijk op alle Arnhemse basisscholen een rijke schooldag te introduceren. De programmalijnen zijn zo opgezet dat de beleidsmaatregelen van het rijk erin passen, maar niet dominant zijn. Anders gezegd er is een inhoudelijk uitgangspunt per programmalijn, waarbij middelen worden gezocht en ingezet in plaats van andersom.
In programmalijn 1. opvoeden en opgroeien staan jongeren van min 10 maanden tot en met 27 jaar centraal. De programmalijn is gericht op preventie. De acties varieren van inzet voor 0-4 jarigen, zoals versterking van de voor- en vroegschoolse educatie (VVE)/peuteropvang, de rijke schooldag, waarbij het streven is dat kinderen van 8.00-17.00 vijf dagen per week naar school kunnen tot preventieve maatregelen rond middelbare scholen, zoals veilig in en om school, waarbij het gaat om het opvangen van signalen van risicovol gedrag van jongeren. In programmalijn 2. werk en inkomen is de focus op financiele rust voor mensen,
met de mogelijkheid voor daginvulling en voor perspectief. Acties zijn gericht
19
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave 3.2.2 Relatie gemeentelijk beleid en de programmalijnen
‘Voortgang en doorontwikkeling pedagogische wijk’ van 11 oktober 2022 worden bijvoorbeeld de acties ‘voorschool’ voor 0-4 jarigen, de rijke schooldag, veilig in en om school (VIOS) en preventief interventie team (PIT) genoemd. Deze acties maken nu onderdeel uit van het NPAO. Daarbij is het van belang dat voorschoolse educatie en de rijke schooldag in het verlengde liggen van gemeentelijk beleid voor bijvoorbeeld peuterspeelzalen en buitenschoolse activiteiten. VIOS en PIT zijn onderdeel van het programma ‘preventie met gezag’. Deze onderdelen zijn voor Arnhem-Oost geïntensiveerd. Dit gemeentelijk beleid staat niet op zichzelf; voor alle acties zijn diverse (alliantie)partners van belang, zoals peuterspeelzalen, scholen, politie, welzijnsinstellingen en sportverenigingen. Iets vergelijkbaars geldt voor de programmalijnen 2 en 3. Ook daar liggen diverse acties in het verlengde van gemeentelijk beleid en wordt het gemeentelijk beleid veelal in samenwerking met meer partijen uitgevoerd.
Extra ten opzichte van regulier beleid Diverse acties zijn nauw verwant met regulier beleid. De rijke schooldag ligt bijvoorbeeld in het verlengde van een reguliere gemeentelijke taak, zoals buitenschoolse activiteiten, maar het is ook extra. Dit is in lijn met de afspraken met de rijksoverheid waarbij zowel het rijk als de gemeente een inspanningsverplichting hebben om iets extra’s te doen voor de focusgebieden. Dat leidt tot de vragen: wat is regulier beleid en wat is specifiek voor Arnhem-Oost? Kan dat worden afgebakend? En is het belangrijk om het af te bakenen? In het NPAO wordt uitgegaan van drie manieren waarop iets extra / aanvullend kan zijn: • een intensivering van reguliere activiteiten. Zo zijn er acties als: ‘meer kinderen, jongeren en volwassenen stimuleren om dagelijks binnen of buiten te bewegen en te sporten.’ En ‘meer opleidings- en leertrajecten.’ • een doorbraak, zoals bij onderwijshuisvesting. Voor de scholen in Arnhem-Oost kan anders met het aantal m2 onderwijshuisvesting worden omgegaan. Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) dat voorjaar 2024 door de raad wordt behandeld, biedt hier ruimte voor. • innovatie, een voorbeeld hiervan is ‘Immerloo schuldenvrij’. Het gaat bij deze activiteit om een experiment met een nieuwe aanpak. Schulden van bewoners worden versneld gesaneerd en waar nodig en mogelijk opgekocht.
3.2.3 Relatie met andere wijken Er is dus een nauwe relatie tussen gemeentelijk beleid en het NPAO. Wat is de betekenis hiervan voor de andere wijken? De relatie kan er op twee manieren zijn. Enerzijds zijn er wijken waar het minder goed gaat met veel bewoners. Voor deze wijken is het mogelijk dat als activiteiten in Arnhem-Oost effectief zijn ze worden doorgezet naar deze wijken. Activiteiten kunnen breder worden ingezet en zijn niet onlosmakelijk aan het NPAO gekoppeld. De interactie kan ook andersom. In Arnhem-Oost zijn relatief veel sociale huurwoningen. Andere wijken in Arnhem hebben relatief weinig sociale huurwoningen. In de woonvisie, vastgesteld door de raad op 27 maart 2024, is opgenomen dat het aandeel sociale woningbouw moet groeien, dit omdat de vraag naar sociale woningbouw groot is. Verder is in de woonvisie opgenomen: “Om de tweedeling in de stad te verkleinen en het aanbod van sociale huur aan de West- en Noordkant te vergroten, gaan we in de toekomst extra sturen op sociale woningbouw in deze delen van de stad. In zes van de vierentwintig wijken kiezen we voor hoge percentages sociale huur bij nieuwbouwprojecten. In deze wijken gaan we zelf actief (potentiële) woningbouwprojecten van de grond proberen te krijgen, zie ook deze raadsbrief.” (raadsvoorstel Woonvisie Arnhem 2024-2028/2034, p. 3.).
Extra ten opzichte van gemeentelijk beleid Bij het extra kan het gaan om extra ten opzichte van gemeentelijk beleid, maar ook ten opzichte van het beleid van andere partners. Het gebiedsplan en het uitvoeringsplan is van de alliantie. Niet bij alle acties hoeft de gemeente te zijn betrokken. Wel lopen de meeste middelen via de gemeente, zie ook hoofdstuk 6. Dit betekent dat de gemeente vaak een rol heeft. Ook is de gemeente de enige partner in de alliantie die direct of indirect een rol heeft bij alle onderwerpen. De andere partners hebben de focus op een beperkt aantal taken, zoals wonen, bestrijden criminaliteit of onderwijs. Als we naar programmalijn 1 opvoeden en opgroeien kijken dan zien we dat een aantal acties viel onder de pedagogische wijk. In de raadsinformatiebrief
20
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave van het programma – en ander beleid kan krijgen. In de sessie met raadsleden is hierover verkennend gesproken. De volgende mogelijkheden kwamen naar voren:
3.3 Wat is de ruimte voor de raad? De gemeenteraad van Arnhem heeft de afgelopen jaren diverse raadsbrieven of raadsvoorstellen gekregen voor acties van de programmalijnen van het NPAO. Dit met de kanttekening dat de acties niet altijd al onder het NPAO vielen. Het gaat dan bijvoorbeeld om: • raadsvoorstellen over het volkshuisvestingsfonds en de cofinanciering. • raadsbrieven over ‘Voortgang en doorontwikkeling pedagogische wijk’, (11 oktober 2022), ‘Rijke schooldag en Aanpak gezonde schoolmaaltijden pedagogische wijk’, (13 december 2022)
Raadsvoorstellen: het is een optie om op raadsvoorstellen een vakje op te nemen ‘relatie met NPAO’. Bij ieder onderwerp wordt dan de relatie aangegeven, bijvoorbeeld het betreft regulier beleid, maar het is ondersteunend aan het programma. Als er geen relatie is kan dat uiteraard ook worden aangegeven. Er was enige twijfel in de sessie over deze optie, omdat de ervaring is dat dit snel verwatert. Het wordt plichtmatig. Daar staat tegenover dat het kan helpen iedereen scherp te houden.
Ook is er regulier beleid waarin wordt gewogen of inspanningen in relatie tot Arnhem-Oost mogelijk zijn. Dat is bij de woonvisie gebeurd, zie de vorige paragraaf. Ook in het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP), vastgesteld door de raad op 27 maart 2024, wordt rekening gehouden met Arnhem-Oost. Dit gebeurt door de prioriteringslijst in het IHP. “Deze lijst is tot stand gekomen door de kwalitatieve analyse van de gebouwen, gekoppeld aan de kwantitatieve vraag en de maatschappelijke situatie, bijvoorbeeld in ArnhemOost waar de scholen voor hun specifieke opgave extra huisvestingsmeters ter beschikking kunnen krijgen. “ (Raadsvoorstel IHP 2024-2039,p. 6). Ook is aangegeven dat de inzet van extra middelen voor scholen in Arnhem-Oost bedoeld is voor leerlingen met achterstanden en om de schoolgebouwen het middelpunt van de wijk te laten zijn met voorzieningen die bijdragen aan een gezonde toekomst van onze kinderen. Waar het speelplein ook na schooltijd gewoon beschikbaar is voor buurtkinderen (voorwoord IHP, p. 5).
Raadswerkgroep of klankbordgroep: er was discussie over de vraag of een raadswerkgroep wenselijk is. Het voordeel is dat een aantal raadsleden dan intensiever betrokken is. Dat kan handig zijn, omdat het om veel informatie gaat. Een klankbordgroep zou ook kunnen; dat is een lossere wijze van organiseren, dan kunnen meer raadsleden zich informeren op een minder intensieve manier. Ook zou het gecombineerd kunnen met een jaarlijkse dag in Arnhem-Oost waar raadsleden op een compacte manier kunnen worden bijgepraat en acties ook zichtbaar kunnen worden. Een aandachtspunt bij de overwegingen voor een raadswerkgroep of klankbordgroep is dat het NPAO langlopend is en er een goede overdracht naar nieuwe raadsleden moet zijn. Ook werd genoemd dat beleidsinformatie op een website handig zou kunnen zijn. Raadsleden kunnen dan kijken hoe het ermee staat. Tot slot, benadrukten aanwezige raadsleden dat er ook voor moet worden gewaakt dat de organisatie niet teveel wordt belast, evenals dat er geen informatie overload voor raadsleden is.
De raad wordt op deze manier betrokken bij het gemeentelijk aandeel in het NPAO. Aanvullend kunnen er overwegingen en/of inzichten zijn die ook voor de raad van belang zijn. Het gaat bijvoorbeeld om punten die zijn genoemd bij de beantwoording van de vragenlijst en/of in de raadssessie: Hoe voer je echt integraal beleid? Zodat sociaal en fysiek samen gaan? Hoe worden acties vanuit het NPAO ervaren? Wat is bijvoorbeeld een criterium om de acties breder in te zetten of af te bouwen? Om de relatie tussen bijvoorbeeld regulier beleid en het NPAO te kunnen leggen is het nodig inzicht te hebben in de samenhang. Een vraag is hoe de raad zicht op de relatie tussen NPAO – in het bijzonder het gemeentelijke deel
21
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave
Hoofdstuk 4. Samenwerkende partners NPAO
4.1.2 Hoe is de alliantie en programmaorganisatie voor het NPAO georganiseerd?
Bij het Nationaal programma Arnhem-Oost zijn veel partijen betrokken. Hoe werken zij samen? Wie doet wat? Wie spreekt wie aan? En wat is de rol van de gemeente daarbij? Op deze vragen gaan we in dit hoofdstuk in. We beginnen met de alliantie, het alliantieoverleg en de programmaorganisatie (paragraaf 4.1). In paragraaf 4.2 gaan we in op de rol van de gemeente, zowel bestuurlijk als ambtelijk. In de laatste paragraaf (4.3) kijken we naar de rol van de raad. Wat is die tot nu toe? En wat is de ruimte voor de raad?
Partners in de alliantie Voorjaar 2024 bestaat de alliantie uit ongeveer 70 alliantiepartners. Een voorwaarde om een partner te kunnen zijn is onder andere actief zijn in Arnhem-Oost. Er melden zich regelmatig partijen die partner willen worden. De opzet is dat de alliantiepartners twee keer per jaar samenkomen om de voortgang van het NPAO te bespreken.
Figuur 3. Overzicht van de partners in de alliantievertegenwoordiging
De paragrafen hebben telkens de indeling: Wat is er afgesproken met de rijksoverheid? Hoe is het in Arnhem georganiseerd? Wat zijn de ervaringen?
(31 maart 2024) Alliantievertegenwoordiging
4.1 De alliantie en de programmaorganisatie
Gemeente Arnhem; de burgemeester (voorzitter) Gemeente Arnhem: coordinerend wethouder Christelijke onderwijsgroep HAN university of applied sciences Politie Gelderland-Midden Presikhaaf University Rabobank Rijksoverheid UWV-werkbedrijf VNO-NCW midden Woningbouwcooperatie volkshuisvesting Een plek is nog open
4.1.1 Wat is afgesproken? Alliantieoverleg Een van de afspraken in het NPLV is dat er voor het focusgebied een alliantieoverleg is. Aan het overleg nemen de betrokken lokale partijen deel. Het rijk – dat is een van de betrokken ministeries - neemt ook deel aan het overleg. Het overleg is onder leiding van de burgemeester. Het doel van het alliantieoverleg is het bevorderen van integraal werken, onder andere door het vaststellen van het gebiedsplan. Programmaorganisatie Er is binnen het NPLV ook afgesproken dat er een programmaorganisatie is. Doelen van deze organisatie zijn onder andere: samenwerken stimuleren, dwarsverbanden leggen, het uitwerken van de doelen en ambities van het gebiedsplan in concrete acties en projecten en het zorg dragen voor de uitvoering. De programmaorganisatie moet volgens het NPLV onafhankelijk zijn. Wat onafhankelijk inhoudt is landelijk niet bepaald. Onafhankelijk wil dus (vooralsnog) niet zeggen dat er een aparte juridische organisatie moet zijn.
Alliantievertegenwoordiging Vanaf de start van de ontwikkeling in 2021, zijn partners betrokken geweest en was er overleg. Vervolgens is in een aantal stappen meer structuur gebracht in de samenwerking en de vorming van de alliantie. Daarbij is er gekozen voor een alliantieoverleg in de vorm van een alliantievertegenwoordiging. Deze vertegenwoordiging bestaat uit 12 deelnemers. De opzet van deze vertegenwoordiging is dat de burgemeester, de coordinerend wethouder en het rijk deelnemen, evenals drie vertegenwoordigers per programmalijn (negen in totaal). De vertegenwoordigers zijn zo gekozen dat ze geen directe financiele belangen bij het programma hebben. Partners met een grote mate van financiele
22
Startonderzoek NPAO
Naar inhoudsopgave afhankelijkheid van de gemeenten zijn geen vertegenwoordiger. Een deel van de vertegenwoordigers vertegenwoordigt ook andere partners. Zo zijn er drie woningcorporaties actief in Arnhem-Oost. Een van hen neemt aan de alliantievertegenwoordiging deel. Voorjaar 2024 komt de alliantievertegenwoordiging voor het eerst bij elkaar. In figuur 3 hebben we de alliantievertegenwoordiging opgenomen. De taken van de alliantievertegenwoordiging zijn: het bepalen van de richting en de plannen van het programma, adviseren over onderwerpen die extra aandacht behoeven in Arnhem- Oost en toezicht houden op de voortgang van het programma. De opzet is dat de alliantievertegenwoordiging zo’n vier keer per jaar bij elkaar komt.
Figuur 4. Organisatie NPAO
Kopgroep Uit de alliantievertegenwoordiging wordt het dagelijks bestuur gekozen. Dit dagelijks bestuur bestaat uit vijf deelnemers. De burgemeester is de voorzitter. De coordinerend wethouder is deelnemer. Daarnaast is er een deelnemer per programmalijn. De kopgroep is verantwoordelijk voor het uitwerken van de koers, de begroting en de samenwerkingsafspraken. Zij zijn de opdrachtgever van het programmabureau. De kopgroep komt 8 a 10 keer per jaar bij elkaar. Figuur 4 geeft een overzicht van de organisatie van het Nationaal programma Arnhem-Oost. Programmaorganisatie Het programmabureau bestaat uit een directeur, de programmamanagers voor de drie programmalijnen en enkele fte’s voor communicatie, kennisdelen en kennisstructuren. Het programmabureau is voorjaar 2024 volledig bemenst en heeft zijn intrek genomen in een eigen locatie in Malburgen. Het programmabureau wordt gefaciliteerd door de gemeente en is vooralsnog geen zelfstandige juridische entiteit. Een van de vragen voor de komende jaren is welke organisatievorm en bijhorende rechtsvorm het meest passend is voor het programmabureau en de alliantie. De keuze voor de organisatievorm is complex, omdat het om publieke en private partners gaat, waarbij een groot deel van de middelen wordt verstrekt via het rijk aan de gemeente.